CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp smidshof toelichting

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan ‘Woonwijken Lichtenvoorde, ’t Smidshof’16.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan “Woonwijken Lichtenvoorde, ’t Smidshof”

Datum: 02 juli 2024 Opgesteld door: EKG ruimtelijk advies & omgevingsmanagement

Toelichting Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

2 Inleiding

1.1

Aanleiding

4

1.2

Ligging plangebied

4

1.3

Geldend bestemmingsplan

5

1.4

Leeswijzer

7

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1 Internationaal niveau

8 8 12 12

3.2

Rijksbeleid

14

3.2

Provinciaal beleid

16

3.2.1 3.4

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Gemeentelijk beleid

16 17

3.4.1

Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre

17

3.4.2

Regionale woonagenda

17

3.4.3

Woonvisie Oost Gelre 2016-2025

18

3.4.4. Geluidbeleid gemeente Oost Gelre

21

3.4.5

Beleidsvisie Externe veiligheid

21

3.4.6. Welstandsbeleid Oost Gelre 2017

22

3.4.7 Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024

22

Hoofdstuk 4 4.1

Uitvoerbaarheid

24

Milieuaspecten

24

4.1.1

Bodem

24

4.1.2

Geluid

25

Normen Wet geluidhinder

26

Belemmering bedrijfsvoering

27

4.1.3

Lucht

28

Planspecifiek

28

4.1.4

Bedrijfs- en milieuzonering

29

4.1.5

Geur

30

4.1.6

Externe Veiligheid

31

4.1.7

Vormvrije m.e.r. beoordeling

32

Cultuurhistorie en archeologie

33

4.2

2

4

planstatus: Vastgesteld

4.3

Flora en fauna

35

4.4

Verkeer

38

4.5

Water

39

4.6

Economische uitvoerbaarheid

44

Hoofdstuk 5

Wijze van bestemmen

46

5.1

Algemeen

46

5.2

Dit bestemmingsplan

47

Hoofdstuk 6:

Procedure

48

6.1

Algemeen

48

6.2

Verslag artikel 3.1.1. Bro overleg

48

6.3

Verslag zienswijzen

48

planstatus: Vastgesteld

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Aan de Varsseveldseweg 63 staat een vrijstaande woning met opstallen op een zeer groot perceel. Initiatiefnemer heeft aan de gemeente Oost Gelre gevraagd of zij medewerking willen verlenen aan sloop van deze woning en de realisatie van in totaal 12 woningen realiseren. De bedoeling is om vier bouwkavels voor vrijstaande woningen en acht hofwoningen te realiseren. De vrijstaande woningen bestaan uit twee-lagen met een kap. De hofwoningen bestaan uit twee lagen met een plat dak. Deze zijn levensloopbestendig met een vloeroppervlakte van 95 m2 en 120 m2. Het realiseren van 12 woningen op deze locatie is in strijd met het geldende bestemmingsplan. De vigerende bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’ dienen daarom te worden gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’, Tuin, ‘Groen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. De woningen worden in de planregels aangegeven als ‘gestapeld’ en ‘aaneengebouwd’. Door aanpassing van deze bestemming kunnen de beoogde woningen met bijbehorende groen- en parkeervoorzieningen planologisch mogelijk worden gemaakt. Gemeente Oost Gelre verleent medewerking aan het voorliggend plan middels een herziening van het bestemmingsplan (3.1 Wro). Dit document maakt als ‘toelichting’ onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In dit document wordt gemotiveerd op welke wijze dit plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen op de hoek van de Varsseveldseweg 63 en de Derde Broekdijk in Lichtenvoorde. De locatie ligt aan de zuidwestzijde van Lichtenvoorde, aan een van de ontsluitingswegen van het dorp. De omgeving van de Varsseveldseweg kenmerkt zich als een woonwijk met vrijstaande villa’s met ruime kavels. De Derde Broekdijk kenmerkt zich als een woonwijk met vrijstaande woningen met kleinere kavels en twee-onder-een kap woningen. De bebouwing in de omgeving bestaat voornamelijk uit twee lagen met een kap. Er zijn weinig tot geen rijwoningen aanwezig. Langs de Derde Broekdijk loopt een watergang. Op bijgevoegde afbeelding is de globale ligging van het plangebied in het dorp Lichtenvoorde weergegeven.

4

planstatus: Vastgesteld

Globale ligging plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied gelden drie bestemmingsplannen: I.

het bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde', vastgesteld op 8 oktober 2013;

II.

het facetbestemmingsplan Parkeren, vastgesteld op 5 juni 2018.

Het bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde' Het plangebied heeft in het bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde' de bestemmingen 'Wonen' en ‘Tuin’. De woonbestemming heeft een bouwvlak. De gronden zijn bestemd voor een enkele vrijstaande woning. Op bijgevoegde uitsnede van het vigerend bestemmingsplan is het plangebied weergegeven.

planstatus: Vastgesteld

5

Uitsnede vigerend bestemmingsplan, plangebied blauw omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Ter plaatste van het plangebied geldt ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde 2’. Daarmee zijn de gronden mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Het facetbestemmingsplan ‘Parkeren’ Ter plaatse van het plangebied geldt ook het bestemmingsplan facetbestemmingsplan ‘parkeren’, vastgesteld op 5 juni 2018. Dit bestemmingsplan regelt de parkeernormen voor de gemeente Oost Gelre. Nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen aan de parkeernormen uit de ‘Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ die gekoppeld is aan dit bestemmingsplan. Het realiseren van 12 woningen met park- en parkeervoorzieningen is planologisch mogelijk wanneer de huidige bestemmingen worden gewijzigd van 'Wonen', naar ‘Wonen’, ‘Tuin’, ‘Groen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Voor het plangebied gelden vanuit het facetbestemmingsplan de parkeernormen voor het gebied ‘rest bebouwde kom’. In bijgevoegde tabel zijn de parkeernormen voor de verschillende woningtypen uitgewerkt. Woningtype

Aantal

Norm (per woning)

Aantal parkeerplaatsen

Koop vrijstaand

4

2,3

9,2

Koop etage midden

4

1,9

7,6

Koop, twee-onder-een kap

4

2,2

8,8

Totaal benodigd

6

25,6 (afgerond 26)

planstatus: Vastgesteld

Zoals in de tabel is weergegeven moeten binnen het plangebied 26 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. In paragraaf 2.1 is weergegeven dat het plan 26 parkeerplaatsen bevat. Het aspect verkeer is ook in paragraaf 4.4 nader uitgewerkt.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het beleidskader, waarna in hoofdstuk 4 de uitvoerbaarheid van het plan wordt aangetoond aan de hand van relevante milieu- en omgevingsaspecten en de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 5 volgt de wijze van bestemmen, waarin uiteen wordt gezet hoe het plan juridisch is vertaald naar de verbeelding en de regels. Tenslotte komen in hoofdstuk 6 de resultaten van de procedure aan de orde.

planstatus: Vastgesteld

7

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen op de hoek van de Varsseveldseweg 63 en de Derde Broekdijk in Lichtenvoorde. De locatie ligt aan de zuidwestzijde van Lichtenvoorde, aan een van de ontsluitingswegen van het dorp. De omgeving van de Varsseveldseweg kenmerkt zich als een woonwijk met vrijstaande villa’s met ruime kavels. De Varsseveldseweg is een van de ontsluitingswegen van het dorp. Ten noordwesten van het plangebied is een kinderopvang gelegen. De Derde Broekdijk kenmerkt zich als een woonwijk met kleinere vrijstaande woningen dan de woningen aan de Varsseveldseweg. Verder zijn in deze omgeving veel twee-onder-een kap woningen te vinden. De bebouwing in de omgeving bestaat voornamelijk uit twee lagen met een kap. Er zijn weinig tot geen rijwoningen aanwezig. Langs de Derde Broekdijk loopt een watergang. Deze is in het beheer van het waterschap. Op bijgevoegde luchtfoto’s is de bestaande situatie van de omgeving en het plangebied weergegeven. In het plangebied zelf zijn er veel bomen en groen aanwezig.

Luchtfoto bestaande situatie plangebied (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

2.2

Planbeschrijving

Het plan betreft de sloop van een vrijstaande woning en opstallen om daarmee vier bouwkavels en acht hofwoningen mogelijk te maken. De vrijstaande woningen bestaan uit twee-lagen met een kap. De hofwoningen bestaan uit een- en twee lagen met een plat dak. De vrijstaande woningen kunnen door kopers van de bouwkavels zelf worden gebouwd. De hofwoningen zijn levensloopbestendig en hebben een vloeroppervlakte van 95 m2 en 120 m2. Deze worden twee-aan-een gebouwd en zijn tevens gestapeld. De hofwoningen zullen in het middensegment vallen. De vrijstaande woningen vallen onder het dure segment. Op bijgevoegde schetsen en in bijlage 1 is het plan weergegeven.

8

planstatus: Vastgesteld

Toekomstige situatie plangebied totaal vrijstaande woningen en hofje (bron: Architectenburo Zowel)

Vrije bouwkavels en hofwoningen De vrije bouwkavels worden in het noorden van het plangebied gerealiseerd. De bedoeling is om hier vrijstaande woningen te bouwen die bestaan uit twee-lagen met een kap. Voor de gestapelde hofwoningen is het de bedoeling om een woning op de begane grond en een woning op de verdieping te realiseren. De andere hofwoningen worden twee-aan-een gebouwd. In de planregels wordt dit aangegeven als ‘gestapelde bouw’. Bij de vrijstaande woningen is in de tuinen voldoende ruimte voor een bijgebouw. Voor de hofwoningen wordt dit in- en aanpandig georganiseerd. Het parkeren voor vrijstaande woningen wordt voorzien op eigen kavel. Hiertoe is voldoende ruimte. Het parkeren voor de hofwoningen wordt centraal, geclusterd en aan de ingang van de Derde Broekdijk gerealiseerd. De buitenruimte en het groen De buitenruimte van ‘t Smidshof komt in collectief eigendom van de nieuwe bewoners. Het blijft dus in privaat eigendom, maar ontvangt wel een semi-openbaar karakter. Er zijn geen erfafscheidingen aanwezig: de buitenruimte ontvangt veel ruimte voor groen en water. Verharding wordt tot een minimum beperkt. De buitenruimte krijgt de uitstraling van een groen en weelderig park. Het wordt niet te strak vormgegeven en aangeharkt; de natuur mag wat meer haar gang gaan.

Verschillende inheemse beplantingen wisselen elkaar af en hoogteverschillen geven natte en droge plekken. Dicht begroeide plekken wisselen af met open plekken. Zo ontstaat een buitenruimte met veel overgangen die de biodiversiteit bevorderd en hittestress tegengaat. De bestaande bomenrij en bomengroep worden zoveel mogelijk behouden en versterkt met nieuwe aanplant. Het groen zorgt voor een omzoming van de bebouwing en een natuurlijke afscheiding met de kavels aan de Varsseveldseweg. Aan de zijde van de Roerdomp blijft de bestaande haag in tact en worden nieuwe leilindes aangeplant. Aan de zijde van de Derde broekdijk is voor de eerste drie woningen een groenblijvende haag opgenomen. Zo wordt de privacy van de bestaande tuinen aan de

planstatus: Vastgesteld

9

Roerdomp en Derde Broekdijk gehandhaafd. In bijlage 1 is hiervoor een landschapsplan opgenomen. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van dit plan weergegeven:

In het buurtpark worden hoogteverschillen aangebracht. Dit zorgt ervoor dat er wadi’s ontstaan die piekbuien opvangen. Het regenwater dat valt op de daken van de bebouwing en de weinige verharding, zullen worden afgevoerd naar de wadi’s. Door de wadi’s te beplanten met soorten die bestand zijn tegen wisselende waterstanden kan een aantrekkelijke omgeving worden gecreëerd voor insecten, amfibieën en kleine zoogdieren.

10

planstatus: Vastgesteld

planstatus: Vastgesteld

11

Hoofdstuk 3 Beleidskader Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de voor dit plan relevante kaders samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.

3.1 Internationaal niveau 3.1.1 Vogelrichtlijn De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten. In het bijzonder voor de trekvogels. De lidstaten zijn ook verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn geven ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden. Dit om negatieve gevolgen voor het voortbestaan van de vogelsoorten die door de Vogelrichtlijn beschermd worden te voorkomen. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.

Planspecifiek Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. 3.1.2 Habitatrichtlijn De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten in stand te houden. Iedere lidstaat van de EU moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de (onder de richtlijn vallende) habitats en soorten het belangrijkst zijn identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Planspecifiek Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 3.1.3

Het verdrag van Valletta

Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", oftewel het Verdrag van Malta is op 16 januari 1992 tot stand gekomen. Het uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch

12

planstatus: Vastgesteld

belang daarom vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. Planspecifiek De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische verwachtingswaarde vastgesteld die geldt voor het plangebied. In paragraaf 4.2 wordt nader ingegaan op de archeologische waarden binnen het plangebied 3.1.4 Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is vanaf december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. \ De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan.

De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: I.

De vervuiler betaalt

II.

De gebruiker betaalt

III.

Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water

IV.

Resultaatsverplichting in 2015

V.

Stroomgebiedsbenadering

Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen.

Planspecifiek In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op de waterhuishouding binnen het plangebied.

planstatus: Vastgesteld

13

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Met betrekking tot het Rijksbeleid dienen op gemeentelijk niveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) te worden gewaarborgd. Daaronder is sinds kort de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van toepassing. De SVIR heeft betrekking op een aantal aspecten van nationaal belang, zoals waterveiligheid, defensie, verkeersinfrastructuur en ecologie alsmede de ontwikkeling van mainports als Rotterdam en Schiphol. In het Barro heeft het Rijk hiervoor nadere regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch is vastgelegd richting provincie en gemeenten. Verder ziet de SVIR toe op “duurzame verstedelijking”, een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk en landelijk gebied. Met name moet worden voorkomen dat stedelijke ontwikkelingen buiten stedelijk gebied plaats vinden terwijl er binnenstedelijk nog ruimte voor is. Een en ander wordt afgewogen in de “ladder voor duurzame verstedelijking” die per 1 juli 2017 is herzien en meer flexibel kan worden toegepast. De NOVI richt zich op ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen de nationale belangen betreffende de fysieke leefomgeving. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven.

Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

14

planstatus: Vastgesteld

Planspecifiek In het kader van het Rijksbeleid is geen sprake van direct belang bij of rechtstreekse doorwerking op het plangebied. Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de SVIR, NOVI of Barro. 3.2.2. Ladder duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Op 1 oktober 2012 is de Ladder in werking getreden als motiveringsvereiste onder artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het vormt daarmee een nadere invulling van artikel 3:2 van de Awb. Het Bro bepaalt dat wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, deze moet worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Voordat de ladder voor duurzame verstedelijking wordt toegepast, moet een afweging plaatsvinden of het 'plan' een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' betreft. De Bro definieert het begrip 'stedelijke ontwikkeling' als volgt: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er dus sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Raad van State van 28 juni 2017 (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat bij meer dan 11 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is daarmee gesteld dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Planspecifiek Toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking Onderhavig plan betreft een functiewijziging waarbij een vrijstaande woning wordt gesloopt ten behoeve van 12 woningen. Daarmee worden ten opzichte van de huidige situatie planologisch 11 woningen toegevoegd. Dit betekent dat er niet meer dan 11 woningen worden toegevoegd. Dus dat er ook geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder niet verplicht is. Planspecifiek Met bovenstaande argumentatie kan worden gesteld dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het geldende Rijksbeleid.

planstatus: Vastgesteld

15

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, vastgesteld op 19 december 2018 gaat over ‘Gaaf Gelderland’. ‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat historisch en landschappelijk gezien heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar ‘Gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard! Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' is benoemd wat voor de provincie van waarde is en wat moet worden beschermd. Daarnaast geeft de provincie richting aan wat ze willen en ook moeten veranderen en ontwikkelen. In de visie staan de volgende begrippen centraal: gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Met gezond en veilig worden een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna gestimuleerd. Daarmee bereidt de provincie zich voor op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. Om deze doelen te bereiken moet met name aandacht worden besteed aan verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.

Met schoon en welvarend worden een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen gestimuleerd. Daarmee bereidt de provincie zich voor op het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. Om deze doelen te bereiken moet met name aandacht worden besteed aan het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. 3.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld op 24 september 2014. Daarna hebben nog enkele actualisaties plaatsgevonden. De laatste in juli 2022. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de hierboven beschreven Omgevingsvisie Gelderland. In de laatste actualisatie van de verordening zijn voor bestemmingsplannen regels opgenomen met betrekking tot het onderwerp klimaatadapatie. Dit zijn de volgende: 1. Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. 16

planstatus: Vastgesteld

Planspecifiek De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Voorliggend plan betreft de toevoeging van 11 woningen (ten opzichte van de huidige planologische situatie). Uit de Woonvisie van de gemeente Oost Gelre (zie paragraaf 3.4.3) blijkt de behoefte aan woningen in de gemeente. Met het plan is sprake van herontwikkeling van een binnenstedelijke locatie. Het plan wordt stedenbouwkundig ingepast in de omgeving en de woningen worden BENG (bijna energie neutraal) gebouwd. Het plan draagt daarmee bij aan een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, zoals ook omschreven in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Er wordt ingezet op semi-openbare ruimte en behoud van zoveel mogelijk groen in het plangebied. Ook worden er wadi’s aangelegd voor opvang van water. Een nadere toetsing aan het onderdeel water vindt plaats in de waterparagraaf. Het bestemmingsplan is voorgelegd aan het waterschap WRIJ. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het geldende provinciaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre

De gemeente Oost Gelre heeft een inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre opgesteld voor de kernen en buitengebied. Dit inspiratiedocument biedt een visie voor de toekomst van Oost Gelre door middel van het weergeven van de kwaliteiten. Het vormt een leidraad voor ruimtelijke ontwikkelingen. Planspecifiek Lichtenvoorde heeft een goede mix van winkels, horeca, wonen en maatschappelijke voorzieningen. Wat betreft wonen beschrijft het inspiratiedocument dat wordt ingezet op transformatie van de bestaande woongebieden. Daarbij wordt gedacht aan transformatie van leegstaande winkels, scholen, kerken, boerderijen, etc. De gemeente heeft een dynamische strategie opgenomen om de woningvoorraad toekomstbestendig toe te snijden op de behoefte in het buitengebied, kleine kernen, Groenlo en Lichtenvoorde. Met het plan worden 12 duurzame woningen (planologische toevoeging van 11 woningen) gerealiseerd op de locatie van een voormalige basisschool in de kern Lichtenvoorde. Het initiatief sluit hiermee aan bij het Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre. 3.4.2

Regionale woonagenda

De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld om in te spelen op de veranderde behoefte. In het najaar van 2019 is de Regionale Woonagenda op onderdelen aangepast. Daarmee wordt vooruit gelopen op de nieuwe Regionale Woonagenda. Het beleidskader is in lijn met de Koers Ruimte voor goed wonen van de provincie en met het provinciale coalitieakkoord. Een aantal passages zijn niet meer van toepassing, zoals: de afspraken over de woningbouw tot 2025 over de netto toevoegingen incl. 10% extra verlaging (pag. 3 en 4 en uit samenvatting pag. 7, 11, 12) en het schema over de bouwopgave (pag. 12) en; hoofdstuk 5, pagina 11 onder kopje 'De gewenste situatie': de passage over de regionale huishoudensgroei in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 is achterhaald door de nieuwe planstatus: Vastgesteld

17

Primos-prognose, waarbij per gemeente of kern wel verschillen in de bevolkingsontwikkeling kunnen bestaan. Om de kwalitatieve mismatch op te lossen is een regionale set aan kwaliteitscriteria vastgesteld op basis waarvan nieuwe woningbouwplannen worden beoordeeld. Deze zijn vastgesteld in de raad van 17 september 2019. Planspecifiek Diverse onderzoeken laten zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen in de regio Achterhoek. Daarnaast blijkt uit de nieuwste Primosprognose dat het aantal huishoudens in de regio Achterhoek tot 2030 blijft groeien. Er zijn daardoor op regioniveau extra woningen nodig bovenop de bestaande woningbouwafspraken die vastliggen in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025. Met de realisatie van 12 duurzame woningen (planologische toevoeging van 11 woningen) binnen het plangebied wordt aangesloten op de uitgangspunten van de regionale woonagenda. De doelgroepen waarop wordt ingezet zijn voornamelijk gezinnen en senioren. De woningen aan de Varsseveldseweg betreffen vrijstaande woningen. De woningen aan de Derde Broekdijk zijn hofwoningen, die twee-aan-een geschakeld zijn en waarvan een aantal gestapeld worden gebouwd. De hofwoningen zijn levensloopbestendig. De prijsklasse voor de vrijstaande woningen zal in het dure segment uitkomen. De hofwoningen bevinden zich in het middensegment. 3.4.3

Woonvisie Oost Gelre 2023-2027

Woonvisie Oost Gelre Op 4 juli heeft de gemeenteraad de Woonvisie 2023-2027 voor Oost Gelre vastgesteld. De Rijksoverheid heeft de landelijke woondeal vastgesteld. Deze is vertaald in de regionale woonagenda. Hieruit is de lokale woonvisie voor Oost Gelre ontstaan in samenwerking met andere gemeenten in de regio. Er zijn simpelweg te weinig woningen. Te weinig voor de starters die graag willen blijven. Te weinig woningen voor ouderen die eigenlijk wel plaats willen maken voor jonge gezinnen. Te weinig ook voor mensen die van buiten onze regio hier komen werken. Of hier om een andere reden willen wonen. En ook te weinig voor aandachtgroepen, zoals spoedzoekers en statushouders, die hier hun bestaan opbouwen. Dat betekent op z’n Achterhoeks gezegd: Samen D’ran! Wie energiezuinig bouwt en rekening houdt met de natuur en het klimaat, kan bij de gemeente Oost Gelre slagen. Dat is wat de gemeente wil! Zodat we nu én in de toekomst nog gezond en prettig kunnen leven in Oost Gelre. Als gemeente Oost Gelre omschrijven ze in de woonvisie in drie ambities: 1. meer woningen bouwen; 2. meer variatie in woningen en; 3. duurzaamheid natuur en klimaat. In elke ambities omschrijft de gemeente wat de situatie is en wat ze willen bereiken. Vervolgens vertellen ze wat we daarvoor gaan doen en wat ze van hun partners vragen.

Ambitie 1 : Meer woningen bouwen De woningnood is groot in Nederland: er is veel vraag naar woningen en het aanbod blijft achter. We willen als gemeente Oost Gelre het woningtekort verminderen door meer woningen te bouwen. Dat is ook nodig om de voorzieningen van de gemeente op peil te houden en te versterken. Een aantal jaren lag de woningbouwproductie op een laag peil, maar nu staan alle seinen weer op groen om meer te gaan bouwen. Met het vaststellen van de ‘Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030’ door de gemeenteraden van de regio 8RHK, hebben de zeven Achterhoekse gemeenten de ambitie geformuleerd 11.500 woningen te bouwen in de periode 2022-2030. Tegelijk met de ontwikkeling van de regionale woonagenda liep het proces om tot een regionale woondeal te komen. Dit is een afspraak van de gemeenten in onze regio met de provincie en het Rijk. In de Regionale woondeal 18

planstatus: Vastgesteld

2022-2030 Achterhoek is afgesproken dat de zeven gemeenten tenminste 8.390 woningen bouwen in die periode. Wat willen we bereiken? Oost Gelre heeft met de regionale woondeal toegezegd tenminste 895 woningen te bouwen, binnen een geambieerd doel van 1.265 woningen. Ambitie 2: Meer variatie in woningen De woningvoorraad in Oost Gelre is vrij eenzijdig samengesteld. Er zijn veel grondgebonden eengezinswoningen, meestal in de koopsector en vaak met een behoorlijke oppervlakte. Dat is verklaarbaar en past bij de historie van de gemeente en de regio. Maar in de regionale woonagenda wordt geconstateerd dat dit in de Achterhoek in toenemende mate een probleem vormt. Veel woningen passen niet bij de levensfase of woonbehoefte van de huidige woningzoekenden. Met name voor jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen geldt dat er een grote behoefte is aan meer betaalbare woningen op de Achterhoekse woningmarkt. Dat geldt ook voor Oost Gelre. De betaalbaarheid kan (ook) verbeterd worden door andere typen woningen te bouwen dan de al veel voorkomende typen. Het gaat dus om meer variatie in woningtypen, die beter aansluiten bij de wensen van specifieke doelgroepen en ook betere kansen bieden om de betaalbaarheid te waarborgen. Te denken valt aan: •

Small houses (maximaal 70m2, met reguliere voorzieningen, permanent): interessante optie voor goedkope koopsector, starters; pilot in Flierbos kan meer inzicht opleveren;

•

Boven-benedenwoningen voor respectievelijk starters – senioren: ogen als grote eengezinswoningen, maar bedienen twee huishoudens in twee belangrijke doelgroepen;

•

Levensloopbestendige grondgebonden woningen, primair voor senioren maar ook geschikt voor kleinere huishoudens;

•

Patiowoningen;

•

Studio/kleine appartementen;

•

Flexwoningen

Wat willen we bereiken? We willen dat het aanbod van woningen beter aansluit bij de wensen van reguliere woningzoekenden zoals jonge huishoudens, starters en ouderen. Ook willen we de aandachtsgroepen beter bedienen. Daarbij gaat het om de primaire aandachtsgroepen, mensen die vaak behoefte hebben aan een betaalbare sociale huurwoning met daarnaast zorg en ondersteuning: •

Mensen met sociale en/of medische urgentie onder wie mensen die dak- en thuisloos dreigen te worden;

•

De statushouders;

•

De uitstroom van mensen uit een intramurale instelling.

planstatus: Vastgesteld

19

Ambitie 3: Duurzaamheid, natuur en klimaat Onze aarde warmt op door de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen, waardoor het klimaat langzaam aan verandert. Dit leidt in de gebouwde omgeving onder andere tot hittestress, droogte en wateroverlast. Hittestress. Uit klimaatscenario’s blijkt dat de hitteextremen toenemen en dat het in sommige gebieden ’s nachts tot 7 graden warmer kan zijn dan in het buitengebied. De meest bepalende factoren hierin zijn de aandelen bebouwd, verhard en groen oppervlak. Droogte. De neerslagpatronen veranderen en droogte kan een bedreiging vormen voor de waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid in ons land. Wanneer er watertekorten optreden, kan dit leiden tot schade aan landbouw en natuur en neemt in de zomer de kans op natuurbranden toe. Wateroverlast. De jaarlijkse hoeveelheid neerslag neemt toe, evenals de intensiteit van de buien. Hierdoor is er een grotere kans op wateroverlast, door kortdurende hevige neerslag (vaker in de zomer), door langdurige neerslag (meestal in de winter) en door grondwateroverlast. Ondanks de nieuwe innovaties en inspanningen het gebied van waterveiligheid wordt de kans op overstromingen groter. Door de weersverandering en toenemende neerslag neemt de waterafvoer van rivieren naar de zee toe. Het smelten van de ijskappen zorgt ook voor toenemend water en voor een stijgende zeespiegel.

Dit kan grote maatschappelijke gevolgen hebben als we dit niet goed aanpakken; zoals schade aan gebouwen en infrastructuur. Om deze globale trend tegen te gaan kunnen we lokaal maatregelen toepassen om de gevolgen beperken. Wat willen we bereiken? We willen invulling geven aan de klimaatopgave die er ligt. Door klimaatadaptief en natuurinclusief te ontwerpen en te bouwen, willen we een antwoord bieden op de belangrijkste thema’s. Daarnaast zetten we de energietransitie voort met een integrale aanpak. In lijn met het Akkoord van Groenlo4 streeft Oost Gelre naar energieneutraliteit in 2050. Wat betreft biobased en circulair bouwen sluit Oost Gelre aan op de ambities die in de regionale woonagenda zijn benoemd. De wens is om in 2030 50% van de einddoelstelling - een volledig circulaire bouweconomie – te bereiken. Planspecifiek Het voorliggende plan voorziet in het realiseren van 12 duurzame woningen (planologische toevoeging van 11 woningen). Dit betreffen vier bouwkavels voor vrijstaande woningen en acht hofwoningen, die zowel gestapeld als twee-aan-een geschakeld worden gebouwd. Daarmee wordt aangesloten bij de eerste ambitie ‘woningen bouwen’. Wat betreft de ambitie ‘meer variatie in woningen’ worden er twee typen woningen gebouwd: vrijstaand en gestapeld. De vrijstaande woningen passen in het stedenbouwkundig beeld van de Varsseveldseweg.

Deze kunnen tevens levensloopbestendig worden gebouwd, maar zullen vooral de doelgroep gezinnen of senioren bedienen. De vrijstaande woningen vallen in het dure segment prijsklasse. De hofwoningen voldoen aan de zoektocht binnen de woonvisie voor levensloopbestendige woningen en het zogeheten ‘hofwonen’ wat voor de seniorendoelgroep aantrekkelijk is. De woningen zijn in het groen gesitueerd en staan automatisch al in verbinding met elkaar door de gekozen situering. De hofwoningen vallen in het middensegment prijsklasse. Op het gebied van duurzaamheid kan worden aangegeven dat de woningen volledig voldoen aan de nieuwbouweisen en ‘bijna energieneutraal’ (BENG) worden gebouwd. Voor wateropvang wordt het plangebied geschikt gemaakt door de aanleg van een wadi en verlaagde groenzones. Er is een hemelwaterberekening uitgevoerd die laat zien dat er kan worden voldaan aan de toekomstige regenbuien (T=100+10%). De bomen in het plangebied blijven zoveel mogelijk behouden. In het landschapsplan is ook aangegeven waar extra bomen worden aangeplant. Dit draagt bij aan het oplossen van hittestress. Daarmee vindt het plan ook aansluiting bij de ambitie duurzaamheid. Het initiatief is hiermee passend binnen het woonbeleid van de gemeente Oost Gelre. 20

planstatus: Vastgesteld

3.4.4. Geluidbeleid gemeente Oost Gelre Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van het geluidbeleid. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.

Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grensen plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. Planspecifiek Om het aspect geluid verder te toetsen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In dit akoestisch onderzoek is gekeken naar het geluidbeleid van de gemeente Oost Gelre. De werkelijke toetsing aan het beleid, maar ook de Wet Geluidhinder (wegverkeerslawaai, industrielawaai), het Activiteitenbesluit en een ‘goede ruimtelijke ordening’ vindt plaats in paragraaf 4.1.2. Ook is in de bijlage bij deze toelichting een akoestisch onderzoek bijgevoegd. Hieruit komt naar voren dat het planuitvoerbaar is met betrekking tot het aspect geluid. 3.4.5

Beleidsvisie Externe veiligheid

Als gevolg van enkele rampen en incidenten in Nederland is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. De Rijksoverheid heeft diverse maatregelen genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. De beleidsvisie externe veiligheid geeft een visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente Oost Gelre. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten. Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten.

In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. Planspecifiek In paragraaf 4.1.6 wordt nader ingegaan op de inhoudelijk toetsing aan het aspect externe veiligheid. De beleidsvisie is hier ook in meegenomen. De locatie is namelijk langs de Varsseveldseweg gelegen die als routing voor basisnet weg is aangewezen. Uit deze toetsing komt naar voren dat kan worden voldaan aan het aspect externe veiligheid. planstatus: Vastgesteld

21

3.4.6. Welstandsbeleid Oost Gelre 2017 Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Planspecifiek Bij de aanvraag omgevingsvergunning worden de woningen getoetst aan het Welstandsbeleid.

Er is door Architectenburo Zowel een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat richting geeft aan de uitstraling van het bouwplan. 3.4.7 Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024 Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente Oost Gelre, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken.

In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen. Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Planspecifiek In dit plan zijn de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van belang. In het plan worden 26 parkeerplaatsen aangelegd. Het verkeer wordt afgewikkeld via de Varsseveldseweg en via de Derde Broekdijk. De vrijstaande woningen ontvangen een eigen inrit op de Varsseveldseweg. De hofwoningen ontvangen een gezamenlijke inrit vanaf de Derde Broekdijk. Op deze wijze kan het verkeer veilig worden afgewikkeld op beide wegen. In paragraaf 4.4. wordt dit ook nader beschreven en getoetst. Daarmee is het plan passend binnen het integraal verkeersprogramma Oost Gelre.

22

planstatus: Vastgesteld

Conclusie Het beoogde plan is in overeenstemming met de gemeentelijke beleidskaders.

planstatus: Vastgesteld

23

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1

Milieuaspecten

4.1.1

Bodem

Bij een bestemmingsplanprocedure wordt op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgesteld of de bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan. Aan de hand van beschikbare bodeminformatie wordt onderbouwd wat de verwachte bodemkwaliteit is, of bodemonderzoek nodig is en of er maatregelen nodig zijn om de bodemkwaliteit geschikt te maken voor het beoogde gebruik. Deze paragraaf betreft de Wet bodembescherming, het Besluit Asbestwegen, het Besluit bodemkwaliteit, de Woningwet/bouwverordening en de Arbowet. Planspecifiek Het voorliggende plan voorziet in het realiseren van 12 duurzame woningen (planologische toevoeging van 11 woningen). Dit betreffen vier bouwkavels voor vrijstaande woningen en acht hofwoningen, gestapeld en twee-aan-een geschakeld. Bij een functieverandering naar wonen dient de bodemkwaliteit geschikt te zijn voor de nieuwe functie. Voor de uitvoerbaarheid van het plan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage van het bodemonderzoek is weergegeven in bijlage 2. Resultaten onderzoek Op historische kaarten is vanaf 1927 bebouwing op de locatie te zien. Volgens het BAG-register is de woning gebouwd in 1970. De schuur binnen onderhavige onderzoekslocatie is volgens het register eveneens gebouwd in 1970. Voor de bebouwing heeft de locatie, voor zover bekend, uit landbouwgrond bestaan.

Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten en/of bedrijfsactiviteiten voorgedaan die van invloed zijn geweest op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Tevens is er voor zover bekend, op de locatie nooit opslag aanwezig geweest van chemicaliën of brandstoffen zoals huisbrandolie of diesel. Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707. Gehele locatie In de bovengrondmengmonsters BM1, BM2 en BM3 en in de ondergrondmengmonsters OM1 en OM2 zijn geen verhogingen aangetroffen.In het grondwatermonster Pb1wm1 zijn lichte verhogingen nikkel, cadmium en barium aangetroffen. In het grondwatermonster Pb2wm1 zijn geen verhogingen aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Druppelzones De gewogen asbestgehalten in de mengmonsters van DZ1 en DZ2 zijn hoger dan de interventiewaarde (100 mg/kg ds). Formeel geven deze druppelzones aanleiding tot nader onderzoek. Tevens zijn in de fractie <0,5mm asbestverdachte vezels aangetroffen. Er is een reden om af te zien van een nader onderzoek ter plaatse van de druppelzones.

De verontreiniging kan in overleg met bevoegd gezag zonder nader onderzoek gesaneerd worden middels een BUS-melding.

24

planstatus: Vastgesteld

Uit het "Bijzonder inventariserend onderzoek, erosie van asbestdaken" van Geofox-Lexmond (20131980/JOOS, d.d. 29-9-2014) blijkt dat de verontreiniging in de bodem van de afwateringszone van dakgootloze asbestdaken zich voornamelijk beperkt tot een diepte van 10cm bij een horizontale spreiding van circa 1 meter. De omvang van de verontreiniging kan worden geschat op 0,1 m3 per strekkende meter. Bepaling van spoedeisendheid kan achterwege blijven indien de verontreiniging op korte termijn wordt gesaneerd. Bij sanering van de druppelzones is het verstandig om de zones breder en dieper uit te graven om zo de hele druppelzone in één werkgang te saneren. De sterk verontreinigde druppelzones mogen voor sanering niet worden geroerd als gevolgd van sloop- en grondwerkzaamheden. Voorafgaand aan de sanering dient een BUS-melding te worden opgesteld, dat door het bevoegd gezag dient te zijn goedgekeurd. Het verrichten van bodemsaneringen mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. Conclusie Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt, na sanering van de druppelzones, geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is.

Op hergebruik van grond is het “Besluit bodemkwaliteit” van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. Algemene note: Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing. 4.1.2

Geluid

De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh): •

woningen;

•

geluidsgevoelige terreinen (terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan categorale en academische ziekenhuizen, verpleeghuizen, woonwagenstandplaatsen);

•

andere geluidsgevoelige gebouwen, waaronder onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, andere gezondheidszorggebouwen dan ziekenhuizen en verpleeghuizen die zijn aangegeven in artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder (Bgh): o

een verzorgingstehuis;

o

een psychiatrische inrichting;

o

een kinderdagverblijf.

Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wgh worden geregeld, zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en/of industrieterreinen.

planstatus: Vastgesteld

25

Geluidbeleid Oost Gelre In het geluidbeleid wordt bij Ruimtelijke procedures het volgende getoetst: •

Wordt voldaan aan de Wet geluidhinder; ja, zie onderstaande toetsing.

•

Is er geen sprake van belemmering van (de ontwikkelingsmogelijkheden van) aanwezige bedrijven; nee, zie onderstaande toetsing.

•

Is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; ja, zie onderstaande toetsing.

•

Wordt voldaan aan het gemeentelijk Geluidbeleid: ja, zie onderstaande toetsing.

Aan de eerste 2 punten wordt alleen getoetst als het een geluidgevoelig object betreft. Hiertoe hoort ook een woning. Ten aanzien van het woon- en leefklimaat wordt in eerste instantie getoetst aan de richtafstanden uit de VNG Brochure. Als aan deze brochure wordt voldaan kan worden gesteld dat wat betreft geluid een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is. Kan echter niet worden voldaan aan de brochure dan kan dit geluidbeleid een aanvullend toetsingskader bieden. Onderstaande alinea’s gaan nader op toetsing van het aspect geluid in. Planspecifiek In de zin van de Wgh voorziet dit plan in een geluidgevoelige objecten (wonen). Onderstaand zijn de mogelijke geluidsbronnen toegelicht. Normen Wet geluidhinder Railverkeerslawaai In de omgeving van het plangebied bevindt zich geen spoorweg. Het onderdeel railverkeerslawaai van de Wet geluidhinder is niet van toepassing. Industrielawaai In de omgeving van het plangebied bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein. Het onderdeel industrielawaai van de Wet geluidhinder is niet van toepassing. Verkeerslawaai In de omgeving van een plangebied kunnen mogelijk een aantal gemeentelijke wegen met mogelijk een wettelijk zone aanwezig zijn. Artikel 74 lid 1 geeft aan dat het volgende type wegen een wettelijke geluidszone hebben en de zonebreedtes zijn: Zonebreedte voor een weg, bestaande uit

Stedelijk gebied

Buitenstedelijk gebied

een of twee rijstroken of een of twee sporen

200 meter

250 meter

drie of meer rijstroken of drie of meer sporen

350 meter

400 meter

De toegestane maximum rijsnelheid op Varsseveldseweg is 50 km/uur. In artikel 74 lid 2 van de Wet geluidhinder is aangegeven dat Artikel 74 lid 1 geldt voor wegen met een maximale rijsnelheid van 50 km/uur. In de nabijheid is ook de N18 gelegen. Dat betekent dat de Varsseveldseweg en N18 is voorzien van een zone en daarmee is akoestisch onderzoek in het kader van het wegverkeer noodzakelijk is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een geluidsonderzoek uitgevoerd door Soundforceone. 26

planstatus: Vastgesteld

Resultaten akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai In het geval van het creëren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen geldt voor nieuwbouw binnen de bebouwde kom een maximale grenswaarde van 63 dB. Nabij het plangebied ligt de gezoneerde geluidsbron Varsseveldseweg, het Brook en de N18 die het plangebied belast. Uit het onderzoek is gebleken dat vanwege de Varsseveldseweg de gevelbelasting 55 dB inclusief aftrek conform art 110g Wgh bedraagt. Bij geen van de woningen wordt de grenswaarde overschreden. In het lokale beleid van de gemeente Oost Gelre is opgenomen dat de gemeente het gebruik van de zogenaamde “dove gevel” zoveel wil vermijden. Daar waar dit niet anders kan, zal voor de betreffende woning (en daarmee gelijk te stellen geluidgevoelige bestemmingen) ten minste altijd één geluidluwe gevel aanwezig moeten zijn, terwijl ernaar gestreefd wordt het aantal “dove gevels” per woning tot maximaal één te beperken. Dat is in het plan ook het geval. Elke woning/appartement heeft een gevel waar de voorkeurswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Omdat bij de vier vrijstaande woningen aan de Varsseveldseweg de voorkeurswaarde van 48 dB wordt overschreden, zal voor deze een hogere grenswaarde voor geluid moeten worden vastgesteld. Dit is een apart besluit die dient te worden genomen door gemeente Oost Gelre.

Deze hogere waarde is aan de in de Wet geluidhinder opgenomen plafondwaarde gebonden. Voor woningen in binnenstedelijk gebied geldt een maximaal toegestane geluidsbelasting van 63 dB. Belemmering bedrijfsvoering Door een ruimtelijke ontwikkeling kunnen geluidgevoelige objecten dichter naar bedrijven toe komen. Bedrijven moeten ten aanzien van deze objecten voldoen aan geluidsnormen. Het realiseren van geluidsgevoelige objecten dichter naar de bedrijven kan een beperking voor de bedrijven betekenen. Of deze beperking ook leidt tot directe gevolgen voor de bedrijfsvoering, dient te worden vastgesteld. Veelal wordt ervan uitgegaan dat als aan de richtafstanden van VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering” wordt voldaan er voldoende afstand is tussen wonen en werken en dat er dan geen belemmering van de bedrijven plaatsvindt. Wordt niet aan de richtafstanden voldaan dan is akoestisch onderzoek nodig naar geluidsbelasting van het bedrijf op het plangebied. Als het bedrijf in de nieuwe situatie nog steeds kan voldoen aan de geluidsnormen van de vergunning of het Activiteitenbesluit, dan is er geen sprake van belemmering. Resultaten akoestisch onderzoek kinderopvang Een akoestisch onderzoek is uitgevoerd naar de geluidsuitstraling van de BSO De Zandschoppe op de beoogde woningen aan de Varsseveldseweg 63 in Lichtenvoorde.

Doel van het akoestisch onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting als gevolg van de bestaande activiteiten op de beoogde woningen. Daarbij worden onder andere het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en de maximale geluidniveaus (LAmax) berekend en ook getoetst aan een goede ruimtelijke ordening. Het stemgeluid en piekgeluid vanwege spelende kinderen en als gevolg van verkeer van en naar de inrichting is in het Activiteitenbesluit uitgezonderd van toetsing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn deze echter wel beschouwd. Het piekgeluid vanwege de dichtslaande portieren is tevens berekend en getoetst. Uit de berekeningen is gebleken dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en de richtwaarde van een gemengd gebied niet overschrijdt. De maximale geluidsniveaus voldoen, zowel met als zonder stemgeluid, aan de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit en aan een goede ruimtelijke ordening. De woningen beschikken allemaal over een geluidluwe (achter)tuin.

planstatus: Vastgesteld

27

Uit de berekeningen is ook gebleken dat de grenswaarden voor indirecte hinder niet worden overschreden. Conclusie Voor het plan is een geluidsonderzoek uitgevoerd (zie ook bijlage 3). Het plan past binnen het gemeentelijk geluidbeleid. De gemeente dient wel voor de vrijstaande kavels aan de Varsseveldseweg een hogere grenswaarde vast te stellen. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor het hele plan kan worden gegarandeerd. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid. 4.1.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14310794/1