CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp scheidingsweg 1 toelichting bijlagen

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Scheidingsweg 1, Wilgendijk 4 en 4a en Oude Papendijk ongenummerd”25.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zie bijlage 2 van dit rapport 23

Bijlage Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Bijlage 5. Stikstofberekening

24

Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: -

-

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk.

25

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Floraen faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.

Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

26

Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan de onderstaande soorten opzettelijk te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -

de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.

27

Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Op basis van door PS vastgestelde verordeningen d.d. 4 maart 2019.

28

Bijlage 3. Fotobijlage. Impressie van het plangebied en de directe omgeving. Scheidingsweg 1 te Lievelde

29

Wilgendijk 4a te Zieuwent

30

31

Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol (vleermuisprotocol) https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl

32

Bijlage 5. Stikstofberekening

33

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rv7mGMFDcGM2 (24 januari 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Natuurbank Overijssel

Scheidingsweg 1, 7137HC Lichtenvoorde

Omschrijving

AERIUS kenmerk

RvR Scheidingsweg en Wilgendijk

Rv7mGMFDcGM2

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

24 januari 2020, 16:35

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

3,72 kg/j

NH3

-

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

sloop agr. opstallen en bouw woning

Situatie 1

Rv7mGMFDcGM2 (24 januari 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

inzet materieel Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

-

< 1 kg/j

inzet materieel Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

-

2,96 kg/j

Rv7mGMFDcGM2 (24 januari 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx

Voertuig

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

STAGE IV, 75 – inzet kraan, hijskraan 130 kW, bouwjaar en betonwagen 2014/01, Cat. R

Locatie (X,Y) NOx

Omschrijving

STAGE IV, 75 – inzet kraan en 130 kW, bouwjaar wiellader tbv sloop 2014/01, Cat. R

Resultaten

Situatie 1

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

NOx

< 1 kg/j

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

NOx

2,96 kg/j

640

Naam

Voertuig

inzet materieel 237917, 449917 < 1 kg/j

Brandstof verbruik (l/j)

2.500

inzet materieel 231885, 448995 2,96 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Rv7mGMFDcGM2 (24 januari 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200113_49aab7f583 Database versie 49aab7f583 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

Rv7mGMFDcGM2 (24 januari 2020) pagina 5/5

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Scheidingsweg 1, Wilgendijk 4 en 4a en Oude Papendijk ongenummerd

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek

46

Bijlagen toelichting (vastgesteld)

Nijrolder Bouwservice Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek in combinatie met een verkennend asbestonderzoek op de locatie aan de Wilgendijk 4a te Zieuwent Projectnummer: 191008_02/dh/sh Datum: 10 juli 2020

Opdrachtgever Nijrolder Bouwservice Wilgendijk 4a 7136 JJ ZIEUWENT Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl

BRL-SIKB 2000

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING............................................................................................................................. 1

2

VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3

VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 6

3.1 3.2 3.3 3.4 4

ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 3 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 3 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 3 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 5 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 6 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 7 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS................... 7 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST ..................................... 9

INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 10

4.1 4.2 4.3

ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 10 VASTE BODEM EN GRONDWATER ....................................................................... 10 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 11

BIJLAGEN: 1 2 3 4 5 6

Topografisch en kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten vaste bodem, grondwater en asbest Toetsingskader Monsternemingsplan en -formulier asbest Historische informatie

TEKENING: 1-1 Situatie met monsterpunten en peilbuizen

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

1

INLEIDING

In opdracht van Nijrolder Bouwservice is in oktober en november 2019 en juni 2020, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend- en aanvullend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Wilgendijk 4a te Zieuwent. Voor een topografisch en kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie en omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Het onderzoek is uitgevoerd naar bestemmingsplanwijziging van de locatie.

aanleiding

van

de

voorgenomen

Het onderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Wilgendijk 4a te Zieuwent

(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).

1

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

2

VOORONDERZOEK

In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:

verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN

1. locatiegegevens 2.bodemopbouw en geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit 4. gebruik/beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval 5. terreinverkenning

eigendomssituatie hoogteligging bodemopbouw antropogene lagen in de bodem geohydrologie geval van ernstige bodemverontreiniging kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken voormalig huidig toekomst asbestverdacht voorafgaand aan de uitvoering

Aanleidingen tot vooronderzoek A

B

O

O

C

D

E

F

G

O O O

A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel

2.1

Onderzoeksaanleiding

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; • informatie Omgevingsdienst Achterhoek; • informatie Gemeente Oost Gelre; • www.bodemloket.nl; • www.topotijdreis; • Bagviewer; • Kadaster; • grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 6.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Wilgendijk 4a te Zieuwent

2

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

2.2

Achtergrondinformatie

De onderzoekslocatie is gesitueerd aan de Wilgendijk 4a te Zieuwent. De locatie staat kadastraal bekend als: gemeente Lichtenvoorde, sectie U, nummers 127, 168 en 169. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 6.850 m2. Op de locatie is sinds 1922 een woonhuis met diverse opstallen gesitueerd. Diverse opstallen zijn voorzien van asbesthoudende dakbedekking. Het maaiveld is deels voorzien van klinkers en deels met beton. Het overige terrein is in gebruik als weiland of paardenbak. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-1. 2.3

Historische informatie

Uit de historische informatie van de Omgevingsdienst Achterhoek blijkt dat op de onderzoekslocatie, voor zover bekend, geen calamiteiten hebben plaatsgevonden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit negatief kunnen hebben beïnvloed. Het bodemloket geeft aan dat op de locatie mogelijk 2 ondergrondse tanks en 1 bovengrondse tank aanwezig zijn geweest. In het milieudossier van de gemeente Oost Gelre wordt geen melding gemaakt van de aanwezigheid van deze tanks. Uit mondelinge en schriftelijke informatie van de opdrachtgever blijkt dat op de locatie enkel een ondergrondse HBO-tank heeft gelegen (zie tekening 1-1). De ondergrondse HBO-tank heeft ten westen van het woonhuis gelegen. De locatie is voor zover bekend niet eerder onderzocht. 2.4

Bodemopbouw en geohydrologie

Regionale bodemopbouw Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland (het rapport 41 West (TNO-DGV, 1972)). Uit dit rapport zijn in tabel 2 de regionale gegevens samengevat. Tabel 2:

schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw

pakket

samenstelling

parameters

deklaag Formatie van Twente 1e WVP Formatie van Kreftenheye, Urk

0 – 10 10 - 30

fijn zand grof grindrijk zand

kD-waarde ca. 1 m/d-.. kD-waarde ca. 1000 m2.d-1

hydrologische basis tertiair

>30

klei

-

Toelichting:

diepte (m-mv)

WVP = watervoerend pakket

kD-waarde = doorlaatvermogen of transmissiviteit

Grondwaterstroming In het eerste watervoerende pakket stroomt het grondwater in westelijke richting. 2.5

Hypothese en onderzoeksstrategie

Op basis van de geïnventariseerde gegevens is de locatie grotendeels onverdacht voor bodemverontreiniging, met uitzondering van de mogelijke aanwezigheid van asbest in de actuele contactzone. Tevens is de locatie van de voormalige ondergrondse HBO-tank verdacht voor oliecomponenten. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek op niet verdachte locaties (strategie “ONV” uit de NEN 5740). De grond(water)monsters zijn aanvullend geanalyseerd op de parameters arseen en chroom. Op basis van de historische informatie is in aanvulling op het verkennend bodemonderzoek een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, conform de onderzoeksstrategie op een verdachte locatie (strategie 6.4.5 uit de NEN-5707). Het onderzoek is gecombineerd met het onderzoek ter plaatse van de “drupzone” van de asbestdaken. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Wilgendijk 4a te Zieuwent

3

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank is onderzoek uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek op verdachte locaties, met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (strategie “VEP” uit de NEN 5740). Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is samengevat in tabel 3. Naar aanleiding van opmerkingen van het bevoegd gezag is aanvullend (bodem)onderzoek uitgevoerd. Het aanvullend onderzoek heeft bestaan uit: • dossieronderzoek Gemeente Oost Gelre; • aanvullende boringen plaatsen ter vaststelling of puin onder de betonverharding aanwezig is; • aanvullende analyse asbest, ter plaatse van de betonzijde binnen RE-03. Tabel 3:

veld- en laboratoriumonderzoek

sublocatie/onderdeel

veldonderzoek boringen tot waarvan tot 0,5 m-mv > 2 m-mv

Wilgendijk 4a 28 4 < 7.000 m2 asbest erf en “drupzone” 28# 4# vml. HBO-tank 2 2 aanvullend onderzoek juni 2020 betonzijde RE-03 3 x putje [30x30] betonverharding 3 x max. 1,0 m-mv #: putjes 30 x 30 cm i.c.m. verkennend onderzoek

laboratoriumonderzoek met peilbuis

vaste bodem

grondwater

1

5 x NEN-grond*

1 x NEN-water*

1

5 x asbest (grond) 1 x olie/aromaten

-

1 x asbest -

-

@: gecombineerd met onverdacht

*: inclusief arseen en chroom

De samenstelling van de in tabel 3 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:

samenstelling NEN Pakketten

Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bromoform

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Wilgendijk 4a te Zieuwent

NEN-grond

NEN-grondwater

X

X

X X X -

X X X X

4

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

2.6

Betrouwbaarheid onderzoek

Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Wilgendijk 4a te Zieuwent

5

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

3

VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK

3.1

Veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd op 31 oktober en 13 november 2019 en 25 juni 2020, door de gecertificeerde medewerkers dhr. J. Postma en dhr. H. te Pas van Hunneman MilieuAdvies Raalte BV. Voor het verkennend bodemonderzoek zijn 33 handboringen uitgevoerd (1 t/m 33), waarvan 2 boringen zijn afgewerkt als peilbuis. De maximale boordiepte bedraagt 2,9 m-mv. Ten behoeve van het aanvullende onderzoek zijn door de opdrachtgever drie kernboringen door de betonverharding geplaatst. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de monsterpunten 1 t/m 25 en 28 t/m 30 uit het verkennend bodemonderzoek handmatig gegraven tot maximaal 0,5 m-mv, met een minimale oppervlakte van 0,09 m2 (30 x 30 cm). De monsterpunten zijn met behulp van een grondboor (diameter 12 cm) doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag. De opgegraven grond is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm. Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. Van de uitgezeefde grond zijn mengmonsters samengesteld van de drupzone (0,0-0,2 m-mv) en/of actuele contactzone (0,0-0,5 m-mv), voor de analytische bepaling van asbest in grond.

Ter plaatse van de monsterpunten 6, 23 en 24 is voor de drupzone, de zone direct naast de betonvloer aangehouden. In bijlage 5 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen. Voor de situatie van de monsterpunten en de peilbuizen verwijzen wij naar tekening 1-1. Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per monsterpunt en bodemlaag beschreven. De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2, en samengevat in tabel 5. Tabel 5:

samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel

traject (m-mv) 0,0 ~ 0,08

hoofdnaam klinker/ gras/tuin

toevoeging

0,08 ~ 0,9

zand, matig fijn

zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus

0,9 ~ 2,9

zand, matig fijn

zwak tot matig siltig

grondwaterstand: circa 1,4 m-mv

Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. Zintuiglijk zijn onder de betonverharding (boring 31 t/m 33) geen bodemvreemde materialen en/of puin waargenomen. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank, geen oliecomponenten waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2).

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Wilgendijk 4a te Zieuwent

6

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen. Op de deellocaties, waar de vluchtige verbindingen de kritische parameters zijn, is de monstername, voor zover technisch mogelijk, verricht met een steekbus. Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen is na een standtijd van minimaal een week bemonsterd. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn in het veld gemeten. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 7. 3.2

Laboratorium onderzoek

Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen uit het veld zijn (meng)monsters samengesteld voor analyse. De samenstelling van de (meng)monsters is weergegeven in tabel 6 en 8. De analyses zijn uitgevoerd door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 6 t/m 8. 3.3

Toetsingscriteria en analyseresultaten NEN-parameters

Als bijlage 4 is het toetsingskader voor de vaste bodem en het grondwater opgenomen. Het toetsingskader is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013” (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). De vaste bodem wordt getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De meetwaarden voor de vaste bodem zijn afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten van de bodem, die meestal afwijken van de gehalten van de Standaardbodem. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden: AW/S(•)1:De achtergrond- en/of streefwaarden geven het niveau aan waar beneden sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De waarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. T (••)1: De tussenwaarde betreft het gemiddelde van de interventiewaarde + achtergrondwaarde of streefwaarde waarboven, in beginsel, een nader onderzoek noodzakelijk is. I (•••)1 : De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan, waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging.

In bijzondere situaties kan ook bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem. 1

De symbolen tussen haakjes corresponderen met de “overschrijdingssymbolen” van tabel 6 en 7.

Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waarbij de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde. Bodemverontreiniging die is ontstaan na 1 januari 1987 (nieuwe verontreiniging) valt onder de zgn. zorgplicht en dient zo spoedig mogelijk te worden gesaneerd. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Wilgendijk 4a te Zieuwent

7

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Tabel 6: % H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie BTEX totaal

analyseresultaten vaste bodem en toetsing gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-01 MM-02 MM-03 MM-04 MM-05 27-02 1 t/m 13 t/m 18 8+11+12 2+7 10+14 27 7+9+10 0,0-0,5 0,0-0,5 0,2-0,7 0,5-2,0 0,5-2,0 1,4-1,6 < < < < < @ @ @ @ @ < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <

Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde

Tabel 7:

AWwaarde

½ I(AW+I) waarde

20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190 @

48 @ 6,8 117,5 102,5 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595 @

76 @ 13 180 190 190 36 530 190 100 720 40 1 5000 @

-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum s : monstername met steekbus

analyseresultaten grondwater

analyseresultaten (µg/l) peilbuis 14 filter (m-mv) 1,9-2,9 pH 6,8 EC (µs/cm) 722 troebelheid (NTU) 18,8 grondwater [m-mv] 1,52 zware metalen arseen < barium 120• cadmium < chroom 4• kobalt < koper < kwik < lood < molybdeen < nikkel < zink < vluchtige aromaten benzeen < tolueen < ethylbenzeen < xylenen (som) < styreen < naftaleen < gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan < 1,2-dichloorethaan < 1,1-dichlooretheen < cis 1,2-dichlooretheen < trans 1,2-dichlooretheen < dichloormethaan < dichloorpropanen < tetrachlooretheen (per) < tetrachloormethaan (tetra) < 1,1,1-trichloorethaan < 1,1,2-trichloorethaan < trichlooretheen (tri) < trichloormethaan (chloroform) < vinylchloride < < minerale olie < bromoform Toelichting bij tabel:

standaard bodem (mg/kg d.s.)

• : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde

toetsingswaarden (µg/l) 27 1,9-2,9 7,2 504 9,2 1,54

Swaarde

½ (S+I)

Iwaarde

-

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5

60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800

< < < < <

0,2 7 4 0,2 6 0,01

15,1 503,5 77 35,1 153 35

30 1000 150 70 300 70

< -

7 7 0,01 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 #

453,5 203,5 5 10 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 315

900 400 10 20 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630

< : geen overschrijdingen detectiegrens en/of streefwaarde # : geen toetsingswaarden voor gegeven -: niet geanalyseerd

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Wilgendijk 4a te Zieuwent

8

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

3.4

Toetsingscriteria en analyseresultaten asbest

Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN 5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.

Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’ Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest.

Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin, een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt. Tabel 8:

analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend derhalve indicatieve gehalten) monstergegevens

Monster

RE-01 RE-02 RE-03 RE-04 RE-05 RE-06

Sleuf/MP 1 t/m 4+13+15 t/m 18 19 t/m 22 6+23 t/m 25+30 5+7+9+10+2 8+29 8+11+12 6a+23a+24a

analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) materiaalbodem/puin bodem/puin gewogen* traject monster(s) > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte (m-mv) >20 mm (mg) in mg/kg ds. in mg/kg ds. in de bodem

asbesttype soort asbest

H/NH

0,0-0,5

-

<1

3 vezels

<1

S

H/NH

0,0-0,2

-

19

50 vezels

19

S

NH

0,0-0,2

-

88

50 vezels

80

S

NH

0,0-0,5

-

<1

n.a.

<1

-

-

0,1-0,5 0,0-0,2

-

<1 7,0

n.a. vezels

<1 7

S

H/NH

Toelichting bij tabel: n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)-monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Wilgendijk 4a te Zieuwent

9

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

4

INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN

In opdracht van Nijrolder Bouwservice is in oktober en november 2019 en juni 2020, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend- en aanvullend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Wilgendijk 4a te Zieuwent. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de locatie en heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. 4.1

Asbestonderzoek

Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Onder de betonverharding zijn geen bodemvreemde materialen en/of puin waargenomen. In de actuele contactzone onder de “drupzone” [0,0-0,2 m-mv] binnen RE-02 [mp. 19 t/m 22] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 19 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn 50 vrije vezels aangetroffen. Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest blijft beneden de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d.s.). In de actuele contactzone onder de “drupzone” [0,0-0,2 m-mv] binnen RE-03 [mp. 6, 23 t/m 25+30] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 88 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn 50 vrije vezels aangetroffen. Het gewogen gehalte overschrijdt de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d.s.), maar blijft beneden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). In de actuele contactzone aan de rand van de betonplaat [0,0-0,2 m-mv] binnen RE-06 [mp. 6a, 23a en 24a] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 7 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn vrije vezels aangetroffen. Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest blijft ruim beneden de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d.s.).

In de actuele contactzone binnen RE-01, RE-04 en RE-05 [0,0~0,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. 4.2

Vaste bodem en grondwater

Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank, geen oliecomponenten waargenomen. In het separaat geanalyseerde monster van de ondergrond (boring 27), zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. In het grondwater (peilbuis 27) zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Analytisch zijn in de mengmonsters van de bovengrond (MM-01 t/m MM-03), van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Analytisch zijn in de mengmonsters van de ondergrond (MM-04 en MM-05), van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het grondwater (peilbuis 14) zijn licht verhoogde gehalten aan barium en chroom aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de streefwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Wilgendijk 4a te Zieuwent

10

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

4.3

Conclusies en aanbevelingen

Ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank zijn in de vaste bodem en in het grondwater geen oliecomponenten aangetroffen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de actuele contactzone, ter plaatse van de “drupzone” binnen RE-03 [mp 6+23 t/m 25 en 30] en RE-06 [mp 6+23+24], is analytisch 7,0 tot 88 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. Het maximaal gewogen gehalte in monsterpunt 25 en 30 overschrijdt de ½ interventiewaarde. Op het overige terrein zijn geen tot licht verhoogde gehalten aan asbest aangetoond (ruim beneden de ½ interventiewaarde). In de vaste bodem zijn, van de overige geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium en chroom aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan, met uitzondering van het aangetoonde gehalte aan asbest in mp. 25 en 30, geen bezwaren voor de bestemmingsplanwijziging van de locatie. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is formeel een nader onderzoek asbest verplicht. Wij adviseren echter om de aangetroffen asbestverontreiniging, voorafgaand aan de sanering van de asbesthoudende dakbedekking ter plaatse van mp.

25 en 30, onder milieukundige begeleiding te verwijderen en de vrijkomende grond ter verwerking af te voeren. Voorafgaand aan de uitvoering dient een plan van aanpak te worden ingediend bij het bevoegd gezag, de gemeente Oost Gelre.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Wilgendijk 4a te Zieuwent

11

BIJLAGE 1 Topografisch en kadastraal overzicht

Omgevingskaart

Klantreferentie: 191008

0m

125 m

625 m

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Lichtenvoorde U 127 Wilgendijk 4a, 7136JJ Zieuwent CC-BY Kadaster.

Schaal 1: 12500

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: 191008 126

121

168 127 4b

169

4

4a 2

193

132

707 1

70 8

0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 30 oktober 2019 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

10 m

50 m

Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Lichtenvoorde U 127

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

BIJLAGE 2 Boorbeschrijvingen

01

06

landbouwgrond, m aaiveld

0

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

50

braak, m aaiveld

0 1

-50

50

-50 2

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker grijs, ow: geen, edelm an

100 3 -140

02 0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

150

landbouwgrond, m aaiveld 0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep -50

50 2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, geel, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

4 200

-200

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

-100

100

06A

braak, m aaiveld

0

150

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker geel, oranje, ow: geen, edelm an

4 -200

200

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

50

t ype dat um boorm eest er x y

03

-50

g r on d b or in g 2 5 -0 6 -2 0 2 0 H . t e Pa s 1 7 9 1 9 1 .9 8 4 7 4 8 2 7 .0 9

landbouwgrond, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

07

-50

50

t uin, m aaiveld

0

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, schep

50 -60

04

landbouwgrond, m aaiveld

0

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, ow: geen, edelm an

100 -110

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

150 -50

50

4

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

200

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

05

gras, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, schep -50

50

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

N EN /V OA, W ilg e n d ijk 4 a , Z ie u w e n t . 191008 N EN 5 1 0 4

-200

08

12

klinker, m aaiveld

0

0 1

2

50

klinker, m aaiveld

0

0 1

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal crem e, geel, ow: geen, schep

2

50

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal crem e, geel, ow: geen, schep

-20

-20

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal zwart , grijs, ow: geen, schep t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal zwart , grijs, ow: geen, schep t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an

-70

09

-70

13

t uin, m aaiveld

0

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep

50

weiland, m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

-50

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -1 0 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

10

t uin, m aaiveld

0 1

braak, m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep

0 1

-50

50 2

14

1 0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, geel, ow: geen, edelm an

-60 2

100

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

100 -110 3 3 -140

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

150

150

4

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

-150

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker grijs, ow: geen, edelm an

190 -200

200

200 -220

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

250

290

11

0 1

50

2

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal crem e, geel, ow: geen, schep -20

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal zwart , grijs, ow: geen, schep t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an -70

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

-290

klinker, m aaiveld

0

N EN /V OA, W ilg e n d ijk 4 a , Z ie u w e n t . 191008 N EN 5 1 0 4

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 3 1 -1 0 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

14A

1

18

braak, m aaiveld

0

0 1

weiland, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

1

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

50

-50

-60 2 2A

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

100 -110 3 3A 150 4 4A

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -1 0 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

19

-150

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker grijs, ow: geen, edelm an

gras, m aaiveld

0

0

190 200

1 -220

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig

250

290

-290

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 3 1 -1 0 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, schep -50

50

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

20

klinker, m aaiveld

0

0 1

15

weiland, m aaiveld

0

50

-7

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, schep -50

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep -50

50

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -1 0 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

21

landbouwgrond, m aaiveld

0

0 1

16

weiland, m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep -50

50 0

1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -1 0 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

22

landbouwgrond, m aaiveld

0

0 1

17

weiland, m aaiveld

0

50

-50

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep -50

50

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -1 0 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

23

braak, m aaiveld

0

0 1

50

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

N EN /V OA, W ilg e n d ijk 4 a , Z ie u w e n t . 191008 N EN 5 1 0 4

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, schep -50

23A

26

braak, m aaiveld

0

0

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an 50

t ype dat um boorm eest er x y

klinker, m aaiveld

0

-8 1 50

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -20

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

in sp e ct ie g a t 2 5 -0 6 -2 0 2 0 H . t e Pa s 1 7 9 1 9 1 .9 8 4 7 4 8 2 7 .0 9

100

-90

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

150

-150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an 200

24

-200

braak, m aaiveld

0

t ype g r on d b or in g dat um 3 1 -1 0 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, schep -50

50

27

1

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

klinker, m aaiveld

0

0 -8 1

50

24A

-20

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

braak, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an 50

100

-90

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

-50 2

150

t ype dat um boorm eest er x y

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

-150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

in sp e ct ie g a t 2 5 -0 6 -2 0 2 0 H . t e Pa s 1 7 9 1 9 1 .9 8 4 7 4 8 2 7 .0 9

190 200 -220

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig

250

-290

290

25

klinker, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 3 1 -1 0 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

-50

50

28

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

0 1

50

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

gras, m aaiveld

0

N EN /V OA, W ilg e n d ijk 4 a , Z ie u w e n t . 191008 N EN 5 1 0 4

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep -50

29

gras, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

30

klinker, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, schep -50

50

t ype g r on d b or in g dat um 1 3 -1 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a

31

bet on, m aaiveld

0

0 -18 01

50 02

t ype dat um boorm eest er x y

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker geel, grijs, ow: geen, edelm an -50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, edelm an, boring gest aakt ivm leidingwerk

g r on d b or in g 2 5 -0 6 -2 0 2 0 H . t e Pa s 1 7 9 1 9 1 .9 8 4 7 4 8 2 7 .0 9

-80

32

bet on, m aaiveld

0

0 01 02

t ype dat um boorm eest er x y

-15

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker geel, oranje, ow: geen, edelm an -25

g r on d b or in g 2 5 -0 6 -2 0 2 0 H . t e Pa s 1 7 9 1 9 1 .9 8 4 7 4 8 2 7 .0 9

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, geel, ow: geen, edelm an, boring gest aakt . bet on.

33

-35

bet on, m aaiveld

0

0 -15 01

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker grijs, oranje, ow: geen, edelm an

02

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

50

-50

100

t ype dat um boorm eest er x y

-100

g r on d b or in g 2 5 -0 6 -2 0 2 0 H . t e Pa s 1 7 9 1 9 1 .9 8 4 7 4 8 2 7 .0 9

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

N EN /V OA, W ilg e n d ijk 4 a , Z ie u w e n t . 191008 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

✎

✍

☞

✌

✞

✏

☛

✝

✡

✂

✆

✠

✡

☎

✞

✟

✝

✂

✄

✁

✂

✁

✆

☎

✂

✄

✁

✁

✎

☞

✎

✌

✍

✞

☛

✝

✡

✂

✆

✠

✡

☎

✞

✟

✝

✂

✄

✁

✂

✁

✆

☎

✂

✄

✁

✁

✍

✎

✝

✍

✍

✌

✍

✌

✏

✞

☛

☛

✡

✠

✡

✡

✠

✏

✡

✝

✟

✝

✟

✝

✂

✂

✆

✆

☎

✂

☎

✄

✂

✁

✄

✁

✁

✁

✍

✏

✍

✌

✞

✝

☛

✝

✡

✂

✆ ✠

✡

☎

✏

✟

✝

✂

✄

✁

✂

✁

✆

☎

✂

✄

✁

✁

✎

✎

✞

✎

✌

✍

☛

✡

✠

✡

✝

✟

✝

✂

✆

☎

✂

✄

✁

✁

BIJLAGE 3 Toetsingstabellen en analyserapporten vaste bodem, grondwater en asbest

Project

191008-NEN/VOA Wilgendijk 4a Zieuwent.

Certificaten

961505

Toetsing

T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

BoToVa 3.0.0

Toetsdatum: 4 december 2019 16:33

Monsterreferentie

6137522

Monsteromschrijving

MM-01, 13-1, 14-1, 15-1, 16-1, 17-1, 18-1

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

2.0

10

Lutum

% (m/m ds)

2.8

25

%

86.9

86.9

arseen (As)

mg/kg ds

6.6

11

-

20

48

76

barium (Ba)

mg/kg ds

35

120

@

190

555

920

cadmium (Cd)

mg/kg ds

< 0.2

< 0.24

-

0.6

6.8

13

chroom (Cr)

mg/kg ds

18

32

-

55

117.5

180

kobalt (Co)

mg/kg ds

<3

< 6.8

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

12

24

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

< 0.05

< 0.05

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

14

22

-

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

6

16

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

50

110

-

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 120

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

0.06

0.06

anthraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fluoranteen

mg/kg ds

0.19

0.19

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

0.08

0.08

chryseen

mg/kg ds

0.11

0.11

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

0.08

0.08

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0.11

0.11

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0.08

0.08

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

0.09

0.09

mg/kg ds

0.87

0.87

-

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

mg/kg ds

0.005

< 0.024

-

0.02

0.51

1

Droogrest droge stof

@

Metalen ICP-AES

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Toetsoordeel monster 6137522:

Pagina 1 van 2

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Pagina 2 van 2 Monsterreferentie

6137523

Monsteromschrijving

2, 27-2

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

5000

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

0.3

10

Lutum (H)

% (m/m ds)

2.0

25

%

86.6

86.6

@

mg/kg ds

< 35

< 120

-

190

2595

benzeen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.18

-

0.2

0.65

1.1

ethylbenzeen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.18

-

0.2

55.1

110

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

o-xyleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.18

styreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.18

-

0.25

43.125

86

tolueen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.18

-

0.2

16.1

32

xyleen (som m+p)

mg/kg ds

< 0.1

< 0.35

mg/kg ds

0.1

< 0.52

-

0.45

8.725

17

Droogrest droge stof

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Vluchtige aromaten

Sommaties aromaten som xylenen (o/m/p)

Toetsoordeel monster 6137523:

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Legenda @

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Achtergrondwaarde

H

Handmatig ingevoerde of aangepaste waarde (geen analyseresultaat)

Pagina 2 van 2

Project

191008-NEN/VOA Wilgendijk 4a Zieuwent.

Certificaten

967165

Toetsing

T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

BoToVa 3.0.0

Toetsdatum: 4 december 2019 16:34

Monsterreferentie

6152571

Monsteromschrijving

MM-02, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 09: 0-50, 10: 0-50

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

2.6

10

Lutum

% (m/m ds)

7.3

25

%

85

85.0

arseen (As)

mg/kg ds

5.5

8.4

-

20

48

76

barium (Ba)

mg/kg ds

26

61

@

190

555

920

cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.21

0.33

-

0.6

6.8

13

chroom (Cr)

mg/kg ds

12

19

-

55

117.5

180

kobalt (Co)

mg/kg ds

<3

< 4.7

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

8

14

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

< 0.05

< 0.05

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

15

21

-

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4

<6

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

41

76

-

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 94

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

anthraceen

mg/kg ds

0.05

0.05

fluoranteen

mg/kg ds

0.2

0.2

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

0.12

0.12

chryseen

mg/kg ds

0.19

0.19

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

0.13

0.13

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0.12

0.12

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0.11

0.11

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

0.13

0.13

mg/kg ds

1.1

1.1

-

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

mg/kg ds

0.005

< 0.019

-

0.02

0.51

1

Droogrest droge stof

@

Metalen ICP-AES

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Toetsoordeel monster 6152571:

Pagina 1 van 4

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Pagina 2 van 4 Monsterreferentie

6152572

Monsteromschrijving

MM-03, 08: 20-70, 11: 20-70, 12: 20-70

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

3.1

10

Lutum

% (m/m ds)

1.2

25

%

82.8

82.8

arseen (As)

mg/kg ds

6.8

12

-

20

48

76

barium (Ba)

mg/kg ds

39

150

@

190

555

920

cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.34

0.56

-

0.6

6.8

13

chroom (Cr)

mg/kg ds

13

24

-

55

117.5

180

kobalt (Co)

mg/kg ds

<3

< 7.4

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

8

16

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.06

0.09

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

23

35

-

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

4

12

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

50

120

-

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 79

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

anthraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

chryseen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

mg/kg ds

0.35

< 0.35

-

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

mg/kg ds

0.005

< 0.016

-

0.02

0.51

1

Droogrest droge stof

@

Metalen ICP-AES

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9684940/1