CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp scheidingsweg 1 toelichting bijlagen

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Scheidingsweg 1, Wilgendijk 4 en 4a en Oude Papendijk ongenummerd”25.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Scheidingsweg 1, Wilgendijk 4 en 4a en Oude Papendijk ongenummerd vastgesteld

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Scheidingsweg 1, Wilgendijk 4 en 4a en Oude Papendijk ongenummerd

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

5

Bijlage 1

Quickscan natuurwaarden

6

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

46

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Scheidingsweg 1, Wilgendijk 4 en 4a en Oude Papendijk ongenummerd

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Scheidingsweg 1, Wilgendijk 4 en 4a en Oude Papendijk ongenummerd

Bijlagen toelichting

Bijlagen toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Scheidingsweg 1, Wilgendijk 4 en 4a en Oude Papendijk ongenummerd

Bijlage 1 Quickscan natuurwaarden

6

Bijlagen toelichting (vastgesteld)

Quickscan natuurwaardenonderzoek Wilgendijk 4a te Zieuwent & Scheidingsweg 1 te Lievelde

In het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Wilgendijk 4a Zieuwent en Scheidingsweg 1 te Lievelde

In het kader van de Wet natuurbescherming

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever:

J. Klein Gunnewiek Scheidingsweg 1, Lievelde

Projectnummer en versie: 2274 versie 1.0 Veldmedewerker(s): P.Leemreise Ligging projectgebied: Wilgendijk 4a te Zieuwent & Scheidingsweg 1 te Lievelde

Auteur: B. Wagener

Status: definitief Rapportdatum: 24-01-2019

Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: Tel:

info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 / 0614-435700

1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 5 2 Het plangebied ................................................................................................................................................ 6 2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 6 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 6 3 Voorgenomen activiteiten............................................................................................................................... 7 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 7 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –nesten .................... 7 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ...............................................................................................................

7 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 7 4 Gebiedsbescherming ....................................................................................................................................... 8 4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 4.2 Gelders Natuurnetwerk............................................................................................................................ 8 4.3 Natura2000 .............................................................................................................................................. 9 4.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 12 5 Soortenbescherming; het onderzoek ............................................................................................................ 13 5.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 13 5.2 Methode .................................................................................................................................................

13 5.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 15 5.4 Toetsingskader ....................................................................................................................................... 18 5.5 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 19 5.6 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................ 22 5.7 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 22 6 Conclusies ...................................................................................................................................................... 23 Bijlage ............................................................................................................................................................... 24

2

Samenvatting Er zijn concrete plannen voor de sloop van voormalige varkensstallen op een agrarisch erf aan de Wilgendijk 4a te Zieuwent en de bouw van een vrijstaande woning aan de Scheidingsweg 1 te Lievelde. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming door uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet uitgesloten kan worden, is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. De deelgebieden zijn op 7 januari 2020 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroute. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: De deelgebieden behoren niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk leiden de voorgenomen fysieke activiteiten niet tot wettelijke consequenties omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen schaduwwerking kent. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied. Een stikstofberekening is als bijlage bij dit rapport bijgevoegd. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De deelgebieden behoren vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, vleermuis- , amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels (Wilgendijk 4a). Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in de deelgebieden. In het plangebied aan de Wilgendijk 4a nestelen alleen vogelsoorten waarvan uitsluitend het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. De varkensstallen dienen gesloopt te worden buiten de voortplantingsperiode.

Voor de grondgebonden zoogdiersoorten en amfibieën, die mogelijk een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied aan de Wilgendijk 4a bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Wel geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Het aantasten van de functie van de deelgebieden als foerageergebied voor de in de deelgebieden voorkomende vogel-, amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten, leidt niet tot wettelijke consequenties. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van beschermde soorten negatief beïnvloed.

3

Samenvattende conclusie De deelgebieden bestaan uit bebouwing, opgeslagen goederen, erfverharding en grasland. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, worden de deelgebieden als een weinig geschikt functioneel leefgebied voor zeldzame- en kritische (grondgebonden) diersoorten en als een ongeschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten beschouwd. Mits er geen beschermde dieren verwond of gedood worden en bezette vogelnesten niet negatief beïnvloed worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Om te voorkomen dat grondgebonden zoogdieren en amfibieën verwond of gedood worden, mogen ze weggevangen of verjaagd worden. Om te voorkomen dat bezette vogelnesten beschadigd of verstoord worden, dienen de varkensstallen gesloopt te worden buiten de broedtijd. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren verwond of gedood worden, dient een ontheffing verkregen te worden. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden.

4

1 Inleiding Er zijn concrete plannen voor de sloop van voormalige varkensstallen op een agrarisch erf aan de Wilgendijk 4a te Zieuwent en de bouw van een vrijstaande woning aan de Scheidingsweg 1 te Lievelde. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming door uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet uitgesloten kan worden, is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in de onderzoeksgebieden gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied.

Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura2000-gebied) en de Omgevingsverordening Gelderland 2017; vastgesteld 19-12-2018 (Gelders Natuurnetwerk). Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

5

2 Het plangebied 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden, te weten Wilgendijk 4a te Zieuwent en de Scheidingsweg 1 te Lievelde, gemeente Oost-Gelre. Het deelgebied aan de Wilgendijk ligt ten noordwesten van de woonkern Zieuwent en wordt omringd door agrarisch cultuurland. Het deelgebied aan de Scheidingsweg ligt ten zuidwesten van de woonkern Groenlo en wordt eveneens omringd door agrarisch cultuurland. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van de deelgebieden weergegeven op de topografische kaart.

Globale ligging van de deelgebieden. De ligging van de deelgebieden wordt met de rode cirkels aangeduid (bron: pdok.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied aan de Wilgendijk 4a te Zieuwent bestaat uit voormalige varkensstallen, opgeslagen goederen en erfverharding. De varkensstallen zijn gebouwd van baksteen, bedekt met golfplaten en beschikken over een spouw. Het plangebied aan de Scheidingsweg 1 te Lievelde bestaat uitsluitend uit een soortenarm raaigrasland. Het deelgebied aan de Wilgendijk grenst aan de noord,- en westzijde aan agrarisch cultuurland en aan de oost-, en zuidzijde aan agrarisch erf. Het deelgebied aan de Scheidingsweg grenst aan de noordzijde aan openbare ruimte (Oude Papendijk), aan de oost-, en zuidzijde aan grasland en aan de westzijde aan een erf. Op onderstaande afbeeldingen worden luchtfoto’s van de plangebieden weergegeven, evenals de begrenzing van de onderzoeksgebieden. Voor een impressie van de deelgebieden wordt verwezen naar de fotobijlage.

Detailopnames van de deelgebieden aan de Wilgendijk 4a (linker afbeelding) en Scheidingsweg 1 (rechter afbeelding). De begrenzing van de deelgebieden wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: PDOK.nl).

6

3 Voorgenomen activiteiten 3.1 Algemeen Het voornemen bestaat om aan de Wilgendijk voormalige varkensstallen te slopen, opgeslagen goederen te verwijderen en erfverharding te verwijderen en aan de Scheidingsweg een nieuwe vrijstaande woning te bouwen. De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming:  Slopen varkensstallen;  Verwijderen opgeslagen goederen;  Verwijderen erfverharding;  Bouwrijp maken bouwplaats;  Bouwen woning;  Aanleggen erfverharding; 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –nesten De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden:  Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden Mogelijke permanente invloeden:  Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten;  Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten;  Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals het slopen van varkensstallen, het verwijderen van erfverharding en opgeslagen goederen, het bouwrijp maken van de bouwplaats en het bouwen van een woning. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: De invloedsfeer van de voorgenomen fysieke activiteiten is lokaal. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid, stof en trillingen waarneembaar buiten de deelgebieden, maar deze effecten zijn incidenteel en kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingslocaties buiten de deelgebieden.

3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt gelijkgesteld aan het plangebied.

7

4 Gebiedsbescherming 4.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteit op beschermd natuurgebied (Natura2000) en het Gelders Natuurnetwerk (voorheen EHS genoemd). 4.2 Gelders Natuurnetwerk Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk. Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige EHS en bevat tevens een Zoekgebied nieuwe natuur van 7.300 hectare, voor 5.300 hectare nog te realiseren nieuwe natuur. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000-gebieden. Juist in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden. Het Gelders Natuurnetwerk vervult daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De Ecologische verbindingszones maken voor een klein deel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie wil de natuur van het Gelders Natuurnetwerk beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening.

Centraal staat de bescherming van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nog te ontwikkelen potentiële waarden en de omgevingscondities zoals stilte. De (nog te ontwikkelen) natuurwaarden zijn beschreven en als bijlage bij de Omgevingsverordening opgenomen. De omgevingscondities zijn in de bijlage bij de Omgevingsverordening wel benoemd, maar er heeft geen provinciedekkende inventarisatie plaatsgevonden. Bij projecten kan op maat een effectbeschrijving worden gemaakt voor de relevante omgevingscondities. Ligging t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk Het deelgebied aan de Wilgendijk te Zieuwent ligt op minimaal 40 meter van gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk behoren. Wel bevindt dit deelgebied zich op gronden die tot de Groene Ontwikkelingszone horen. Het deelgebied aan de Scheidingsweg ligt op minimaal 970 meter van gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone in de omgeving van de deelgebieden weergegeven.

GNN GO

GNN Ligging van Gelders Natuurnetwerk in de omgeving van plangebied Wilgendijk. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk behoren, worden met de donkergroene kleur aangeduid. De lichtgroene kleur duidt gronden aan die tot de Groene Ontwikkelingszone behoren (bron: Ruimtelijke plannen).

8

GO

GNN

GO

GNN

Ligging van Gelders Natuurnetwerk in de omgeving van plangebied Scheidingsweg. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk behoren, worden met de donkergroene kleur aangeduid. De lichtgroene kleur duidt gronden aan die tot de Groene Ontwikkelingszone behoren (bron: Ruimtelijke plannen).

Beschermingsregime De deelgebieden liggen buiten het Gelders Natuurnetwerk. Omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Effectbeoordeling De deelgebieden liggen buiten het Gelders Natuurnetwerk. Vanwege de lokale invloedsfeer, hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk behoren. Wettelijke consequenties Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3 Natura2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Ligging van de deelgebieden t.o.v. Natura-2000 De deelgebieden behoren niet tot Natura2000. Het deelgebied aan de Wilgendijk ligt op minimaal 9,78 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, het Korenburgerveen. Het deelgebied aan de Scheidingsweg ligt op minimaal 5,37 kilometer afstand van het Natura2000-gebied Korenburgerveen. Op onderstaande afbeeldingen wordt de ligging van Natura2000-gebied in de omgeving van de deelgebieden weergegeven (bron: Pdok.nl).

9

9,78 kilometer afstand tussen het deelgebied en de gronden die tot Natura2000 behoren.

5,37 kilometer afstand tussen het deelgebied en de gronden die tot Natura2000 behoren.

Ligging van Natura2000-gebied in de omgeving van de deelgebieden aan de Wilgendijk (bovenste afbeelding) en Scheidingsweg (onderste afbeelding). Natura2000-gebied wordt met de okergele kleur aangeduid. De ligging van het deelgebied wordt met de rode stip aangeduid (bron pdok.nl).

Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor:  de leefgebieden van vogels;  de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming). In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door de Minister van EZ. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een ‘voortoets’.

Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden.

10

Als gevolg van het stopzetten van de PAS-systematiek, mogen plannen die leiden tot een verhoogde depositie van NOx/NH3 op Natura2000-gebied, niet in uitvoering gebracht worden zonder Wet natuurbeschermingsvergunning. Per 1-1-2020 is de Noodwet stikstof van kracht. Het doel van deze tijdelijke wet is om projecten op het gebied van woningbouw, infrastructuur en landbouw door te laten gaan. Projecten worden daartoe van 'dringend openbaar belang' verklaard. Tijdens het half jaar dat de wet van kracht is, kan het kabinet een definitieve oplossing zoeken. Stikstofberekening De deelgebieden liggen op minimaal 5,37 kilometer afstand van een Natura-2000 gebied (Korenburgerveen). Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de ligging van beide deelgebieden ten opzichte van Natura2000-gebied, is het niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten zullen leiden tot een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied. Om het effect inzichtelijk te maken is een stikstofberekening uitgevoerd voor beide deelgebieden. Deze berekening is opgesteld aan de van de volgende parameters.

Verkeersbewegingen In Aerius wordt de invloed van verkeer berekend met behulp van de rekenmethode SRM21. Deze methode is van toepassing op wegen door een open, buitenstedelijk gebied. Ook de verspreiding van verkeersemissies op wegen binnen de bebouwde omgeving wordt, hoewel deze niet binnen het toepassingsbereik van SRM2 valt, in AERIUS conform SRM2 berekend. Hierbij wordt wel gebruik gemaakt van de SRM1 emissiefactoren voor wegen binnen de bebouwde omgeving. Bij bronnen die betrekking hebben op wegen of vaarwegen wordt de depositiebijdrage beoordeeld op hexagonen binnen N2000-gebieden, wanneer deze hexagonen zich bevinden binnen een afstand van 3 kilometer vanaf de weg. Hoe wordt het afstandcriterium toegepast bij wegen? Bij de beoordeling van de depositiebijdrage van verkeer op wegen binnen het toepassingsbereik van Standaardrekenmethode 2 (SRM2) 2vallen, worden alleen de hexagonen in N2000 gebieden meegenomen waarvan het middelpunt van de hexagoon zich bevindt binnen een afstand van 3 kilometer ten opzichte van tenminste één van de ingevoerde wegen (lijnbronnen). Voor de hexagonen binnen deze afstandsgrenswaarde wordt de depositiebijdrage berekend van het wegverkeer op alle wegen binnen 5 km van de hexagoon. Dit is de maximale afstand tot de bron die wordt aangehouden in de verspreidingsberekeningen voor wegverkeer met SRM2. Beoordeling ligging van het plangebied t.o.v.

Natura2000-gebied De deelgebieden liggen op minimaal 5,37 km afstand van het meest dichtbij gelegen Natura2000-gebied. Het aspect verkeer dient daarom niet meegenomen te worden in de stikstofberekening. Inzet materieel Tijdens de sloop van opstallen in deelgebied Wilgendijk, het bouwrijp maken van de bouwplaats, tijdens de bouw en ten behoeve van het afwerken van het plangebied, wordt materieel ingezet met een verbrandingsmotor, zoals een mobiele kraan en hijskraan. In onderstaande tabel wordt de inzet van materieel per deelgebied weergegeven.

1 2

https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/monitoren-nsl/handleiding/bijlagen/srm1-srm2/ https://wetten.overheid.nl/BWBR0022817/2019-01-01 11

Scheidingsweg Bouwrijp maken plangebied inzet mobiele kraan

STAGE IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01, cat R

verbruik L/dag 100

duur inzet (dagen) 2

verbruik diesel (L) 200

Bouwen woningen Betonwagen hijskraan

STAGE IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01, cat R STAGE IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01, cat R

20 50

2 4

40 200

Afwerken plangebied inzet mobiele kraan

STAGE IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01, cat R

100

2

200 640

duur inzet (dagen) 15 10 totaal

verbruik diesel (L) 1500 1000 2500

totaal

Inzet materieel in deelgebied Scheidingsweg (totale planfase). Wilgendijk sloop opstallen inzet mobiele kraan inzet wiellader

STAGE IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01, cat R STAGE IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01, cat R

verbruik L/dag 100 100

Inzet materieel in deelgebied Wilgendijk (totale planfase).

Gasverbruik De nieuwe woning in deelgebied Scheidingsweg wordt gasloos. Emissie van NOx, als gevolg van het verbruik van gas kan daarom buiten beschouwing gelaten worden. Rekenresultaten Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een NOx-emissie van 3,8 kg/jaar. De rekenresultaten zijn als bijlage bij dit rapport gevoegd.

Stikstofemissie als gevolg van de werkzaamheden in deelgebied Scheidingsweg.

Stikstofemissie als gevolg van de werkzaamheden in deelgebied Wilgendijk.

Depositie op Natura2000-gebied Er zijn geen rekenresultaten, hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Het uitvoeren van werkzaamheden in beide deelgebieden, leidt niet tot een toename van stikstofdepositie in Natura2000-gebied. Wettelijke consequenties Een negatief effect op Natura2000-gebied kan uitgesloten worden. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties.

4.4 Slotconclusie De deelgebieden horen niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen schaduwwerking kent. Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen Natura2000-gebied en de deelgebieden, leiden de

12

voorgenomen activiteiten niet tot een negatief effect op Natura2000-gebied. Er hoeft geen passende beoordeling uitgevoerd te worden.

5 Soortenbescherming; het onderzoek 5.1 Verwachting en bureauonderzoek De deelgebieden bestaan uit bebouwing, opgeslagen goederen, erfverharding en grasland. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, worden de deelgebieden als een weinig geschikt functioneel leefgebied voor zeldzame- en kritische (grondgebonden) diersoorten en als een ongeschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten beschouwd. Mogelijk behoren de deelgebieden tot functioneel leefgebied van sommige diersoorten uit onderstaande soortgroepen:  vogels;  vleermuizen;  grondgebonden zoogdieren;  amfibieën; Overige soorten Het onderzoeksgebied is niet onderzocht op het voorkomen van beschermde faunasoorten als reptielen, vissen, dag- en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het de deelgebieden buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, amfibieën en reptielen.

5.2 Methode In het kader van het natuurwaardenonderzoek zijn de deelgebieden op 7 januari 2020 tijdens de daglichtperiode (middag) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Swarovski 12x50), zaklamp en zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. De onderzoeker beschikte tevens over een warmtebeeldcamera (Helion Pulsar xq28), maar deze is niet gebruikt. Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:  veldbezoek door ervaren ecoloog;3  aanvullend bronnenonderzoek (o.a. internet); Specifieke relevante literatuurbronnen zijn o.a.  Atlas van de amfibieën en reptielen van Nederland;  Atlas van de zoogdieren van Nederland;  Nieuwe atlas van de Nederlandse flora; Het weer tijdens het veldbezoek Bewolkt, droog, temperatuur 6.7⁰C, 3-4 Bft. 3

Het onderzoek is uitgevoerd door Ing. P.E.B. Leemreise. Hij heeft ruim 30 jaar ervaring als veldbioloog. Eerst specifiek op het gebied van vogelstudie, later meer integraal met een tweede specialisatie op het gebied van grondgebonden kleine zoogdieren en vleermuizen. Hij voert jaarlijks ca. 200 quickscan natuurwaardenonderzoeken uit, verspreid over heel Nederland. Behalve beroepsmatig, is hij ook in de vrije tijd betrokken bij vogel- en vleermuisonderzoek, waaronder verschillende projecten in het kader van de Netwerk Ecologische Monitoring (NEMVT) van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ook is hij voorzitter van de Vogelwerkgroep Zuidoost-Achterhoek en bestuurslid van de Vleermuiswerkgroep Gelderland. 13

Vogels Het gebied is visueel en auditief onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is matig geschikt voor onderzoek naar (broed)vogels omdat vogels in deze tijd van het jaar geen territoriumindicerend gedrag (zingen/balts) vertonen en geen bezette nesten hebben. Sommige standvogels, zoals de huismus, steen- en kerkuil zijn nog aanwezige in de buurt van de nest-/rustplaats, maar de meeste trekvogelsoorten hebben de broedplaats reeds verlaten. In de plangebieden is gekeken naar vogels, oude nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels. Grondgebonden zoogdieren Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren. De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek, maar matig geschikt voor onderzoek naar voortplantingslocaties. Met uitzondering van sommige muizensoorten, hebben de meeste grondgebonden zoogdieren geen zogende jongen in deze tijd van het jaar.

Veel van de in het voorjaar geboren jongen zijn zelfstandig en hebben de nestplaats verlaten. Dat heeft tot gevolg dat ‘zwervende’ grondgebonden zoogdieren soms op de meest vreemde plekken opduiken. Dit hoeven dan niet altijd ‘vaste rust- of voortplantingsplaatsen’ te zijn. Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren in het onderzoeksgebied duiden zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen. Vleermuizen De onderzoeksperiode is matig geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. In deze tijd van het jaar bezetten vleermuizen de winterrustplaats en zitten ze diep weggekropen in gebouwen. Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust- verblijfplaatsen van vleermuizen. Daarbij is gezocht naar vleermuizen en aanwijzingen die op de aanwezigheid van een verblijfplaats in het plangebied duiden. Het onderzoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag dat vleermuizen foerageren of lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute, maar de mogelijke betekenis van het onderzoeksgebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied.

Amfibieën De onderzoeksperiode is ongeschikt voor verspreidingsonderzoek naar amfibieën omdat amfibieën de winterrustplaats hebben betrokken en zijn dan niet of heel moeilijk waar te nemen. Winterrustplaatsen bevinden zich in holen en gaten in de grond, onder opgeslagen materialen, afval, takkenbossen, boomstammen of onder water in de sliblaag van natte landschapselementen. Op basis van een beoordeling van landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor amfibieën en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar deze soorten. Daarbij is tevens rekening gehouden met de ligging van de plangebieden ten opzichte van het (normale) verspreidingsgebied van verschillende amfibieënsoorten.

14

5.3 Resultaten In deze paragraaf worden de resultaten van het veldbezoek gepresenteerd. Alleen soorten die in het onderzoeksgebied vastgesteld zijn, zeer waarschijnlijk in het onderzoeksgebied voorkomen of soorten waarvan het onderzoeksgebied een (essentieel) onderdeel van het functionele leefgebied vormt, worden in deze paragraaf besproken. 5.3.1 Wilgendijk 4a te Zieuwent Vogels Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en er nestelen vermoedelijk ieder voortplantingsseizoen vogels in het plangebied. Vogelsoorten die mogelijk in het plangebied nestelen zijn houtduif, kauw, merel en boerenzwaluw. Voorgenoemde soorten kunnen nestelen in de voormalige varkensstallen. De ligging van het plangebied in agrarisch cultuurland maakt het een ongeschikte nestlocatie voor gierzwaluwen. Verder zijn er geen aanwijzingen gevonden die erop duiden dat uilen de varkensstallen benutten als nestlocatie. Aanwezigheid van uilen is doorgaans gemakkelijk vast te stellen aan de hand van schijtsporen en de aanwezigheid van braakballen. Dergelijke sporen zijn niet aangetroffen in het plangebied.

Afbeeldingen boven: Boerenzwaluwnesten in de te slopen varkensstallen

Door het slopen van de varkensstallen tijdens de voortplantingsperiode, worden mogelijk bezette vogelnesten beschadigd en vernield. Als gevolg van het vernielen van bezette vogelnesten worden mogelijk eieren beschadigd of vernield of worden (jonge) vogels verwond of gedood. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten blijft de functie van het plangebied als foerageergebied voor de meeste vogelsoorten behouden. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Slopen varkensstallen tijdens de voortplantingsperiode; Grondgebonden zoogdieren Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat grondgebonden zoogdieren een rust- en/of voortplantingslocatie bezetten in het plangebied, maar gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende algemene- en weinig kritische beschermde grondgebonden zoogdiersoorten als bosmuis, huismuis, huisspitsmuis, bruine rat en steenmarter. Voorgenoemde soorten 15

benutten het plangebied hoofdzakelijk foerageergebied, maar mogelijk bezet de huisspitsmuis er een rusten/of voortplantingslocatie. Voorgenoemde soorten kunnen een rust- en voortplantingslocatie bezetten onder opgeslagen goederen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de steenmarter een vaste rust- en/of voortplantingsplaats bezetten in het plangebied. Zo zijn er geen prooiresten aangetroffen die kunnen duiden op aanwezigheid van deze soort. Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en/of de ligging van het plangebied t.o.v. het verspreidingsgebied, wordt het plangebied niet als functioneel leefgebied van sommige zeldzame grondgebonden zoogdiersoorten als veldspitsmuis en grote bosmuis beschouwd. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, worden mogelijk grondgebonden zoogdieren verwond en gedood, en worden mogelijk vaste rust- en voortplantingsplaatsen beschadigd en vernield. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten gaat de functie van het plangebied als foerageergebied, voor een aantal soorten, gedeeltelijk verloren. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Verwijderen opgeslagen goederen; Vleermuizen Rust- en verblijfplaatsen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied aangetroffen.

De te slopen varkensstallen beschikken weliswaar over een spouw maar er zijn geen potentiele invliegopeningen of potentiële verblijfplaatsen, zoals holle ruimte achter een gevelbetimmering, vensterluik, windveer of zonnescherm waargenomen. Aan de woning naast het plangebied is echter wel een verblijfplaats van gewone dwergvleermuis aangetroffen. Deze verblijfplaats wordt niet negatief beïnvloed bij uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Verder zijn er geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen gebouwen in het plangebied benutten als rustplaats. Rustplaatsen van vleermuizen (deze worden ’s nachts gebruikt) zijn doorgaans eenvoudig te herkennen aan prooiresten, zoals vlindervleugeltjes, die onder de hangplek op de grond liggen. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden geen vleermuizen verstoord, verwond of gedood en worden geen rust- of verblijfplaatsen beschadigd of vernield. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen; Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als een geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd.

Vermoedelijk foerageren sommige algemene vleermuissoorten als laatvlieger, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis boven en rond de bebouwing in het plangebied, en vliegen vleermuizen rond de randen en kronen van bomen die net buiten het plangebied staan. Gelet op de oppervlakte van het plangebied, is de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen vrij gering. Het plangebied vormt geen essentieel foerageergebied Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen aangetast. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Slopen varkensstallen; Vliegroute Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen gebruik maken van vliegroutes. Op basis van een beoordeling van de inrichting, het gevoerde beheer en de ligging in het 16

landschap kan een goede inschatting gemaakt worden van de betekenis van het plangebied als vliegroute. Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij lantarenpalen, rasterpalen en gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen; Amfibieën Er zijn tijdens het veldbezoek geen amfibieën waargenomen. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als een geschikt functioneel leefgebied voor amfibieën beschouwd. Mogelijk benutten sommige algemene- en weinig kritische amfibieënsoorten als gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker en kleine watersalamander het plangebied als foerageergebied tijdens de donkere uren van nacht en bezetten ze er (winter)rustplaats. Amfibieën kunnen een rustplaats bezetten onder opgeslagen goederen in het plangebied.

Er is geen geschikt voorplantingsbiotoop voor amfibieën aangetroffen in het plangebied. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, worden mogelijk amfibieën verwond of gedood en worden mogelijk rustplaatsen van amfibieën beschadigd of vernield. De functie van het plangebied als foerageergebied wordt door uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet aangetast. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Verwijderen opgeslagen goederen; Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer en de inrichting maken het onderzoeksgebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten.

5.3.2 Scheidingsweg 1 te Lievelde Het plangebied aan de Scheidingsweg 1 te Lievelde bestaat uitsluitend uit een soortenarme raaigrasvegetatie. Vermoedelijk wordt het plangebied als foerageergebied gebruikt door verschillende soorten kleine grondgebonden zoogdieren en vogels, maar er zijn geen aanwijzingen gevonden dat dieren een voortplantings-, of rustplaats bezetten in het plangebied. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen;

17

5.4 Toetsingskader Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Verder is het verboden om plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor sommige in de Wet natuurbescherming genoemde soorten geldt een ontheffing voor het opzettelijk vangen en de vaste voortplantings- en rustplaatsen van deze soorten opzettelijk beschadigen of vernielen, als gevolg van werkzaamheden die uitgevoerd worden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. In voorliggend geval is de vrijstellingsregeling van de Provincie Gelderland van kracht. In afwijking met de meeste provincies in Nederland, mogen in Gelderland beschermde soorten niet gedood worden als gevolg van activiteiten die uitgevoerd worden in verband met een ruimtelijke ontwikkeling. Ook gelden er bepaalde vrijstellingen voor het verbod op verwonden en doden mits er gewerkt wordt volgens een door de Minister goedgekeurde Gedragscode.

Op het moment van schrijven van dit rapport is er geen goedgekeurde gedragscode van kracht voor de voorgenoemde activiteiten. Foerageergebied Foerageergebied voor beschermde soorten is niet expliciet beschermd in de Wet natuurbescherming, tenzij het expliciet onderdeel uitmaakt van jaarrond beschermde rust- en nestplaatsen en het essentieel foerageergebied betreft en het vernietigen/aantasten van het foerageergebied de gunstige staat van instandhouding van de soort negatief beïnvloed. Bij de beoordeling van het effect zal daarom aangegeven worden of het foerageergebied, essentieel foerageergebied betreft; van belang voor de gunstige instandhouding van de soort. Zorgplicht Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11. In het tweede lid wordt de zorgplicht iets geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2.

indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Wettelijk kader Voorgenomen activiteit wordt gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is het toegestaan om sommige soorten opzettelijk te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. In het kader moet zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen, zijn deze opgenomen in dit rapport.

18

5.5 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep 5.5.1. Wilgendijk 4a te Zieuwent Vogels Door het slopen van de voormalige varkensstallen tijdens de voortplantingsperiode, worden mogelijk bezette vogelnesten beschadigd en vernield. Als gevolg van het vernielen van bezette vogelnesten worden mogelijk eieren beschadigd of vernield of worden (jonge) vogels verwond of gedood. Van de meeste in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor de aanwezige boerenzwaluwen (categorie 5: honkvast maar voldoende flexibel) zijn er in dit geval geen zwaarwegende ecologische argumenten om de nesten als jaarrond te beschouwen. Voor het verstoren/vernielen van bezette nesten (eieren) of het verwonden/doden van vogels kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is november-februari. De functie van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd.

Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Slopen varkensstallen buiten de voortplantingsperiode; Vleermuizen Verblijfplaatsen Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van dit aspect van het functionele leefgebied van vleermuizen. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Essentieel foerageergebied Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van dit aspect van het functionele leefgebied van vleermuizen. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Essentiële Vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes4 van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. 4

Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute. 19

Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen;

Grondgebonden zoogdieren Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren verwond en/of gedood en worden mogelijk rust- en/of voortplantingslocaties beschadigd en vernield. De in het plangebied voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten mogen niet gedood worden. Om te voorkomen dat deze dieren (opzettelijk) gedood worden, dienen ze weggevangen te worden (zie tabel onder voor toepasbare vangmiddelen).

Toepasbare vangmiddelen om beschermde grondgebonden zoogdieren weg te vangen uit het plangebied (bron: Omgevingsverordening Gelderland d.d. 19-12-2018).

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren niet aangetast. Mits er geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Amfibieën Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk amfibieën verwond en/of gedood en worden mogelijk (winter)rustlocaties beschadigd en vernield. De in het plangebied voorkomende amfibieën mogen niet gedood worden. Om te voorkomen dat deze dieren (opzettelijk) gedood worden, dienen ze weggevangen te worden (zie tabel boven voor toepasbare vangmiddelen).

20

Mits er geen amfibieën (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Overige soorten Het onderzoeksgebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

5.5.2 Scheidingsweg 1 te Lievelde Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op beschermde planten-, en diersoorten en leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen;

21

In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven (beide deelgebieden). Soortgroep

Functie

Beschermde soorten planlocatie

Verbodsbepalingen*

aandachtspunt

Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Vogels

Foerageergebied

Diverse soorten

Geen

Rust- en voortplantingslocaties Doden en verwonden dieren Foerageergebied

Mogelijk diverse soorten Mogelijk diverse soorten Diverse soorten

Niet van toepassing, geen effect Niet van toepassing, vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Art. 3.10 lid 1a

Vogels

Bezette nesten (niet jaarrond beschermd)

Diverse soorten

Niet van toepassing; geen negatief effect Art. 3.1 lid 2

Vogels

Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden en verwonden dieren

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Diverse soorten

Art. 3.1 lid 1

Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen

Verblijfplaats Vliegroute Foerageergebied

Niet aanwezig Niet aanwezig Mogelijk diverse soorten

Vleermuizen

Doden en verwonden dieren

Diverse soorten

Amfibieën Amfibieën

Voortplantingsbiotoop Foerageergebied

Amfibieën

(Winter)rustplaats

Amfibieën

Doden en verwonden dieren Dieren en overige functies

Niet aanwezig Mogelijk diverse soorten Mogelijk diverse soorten Mogelijk diverse soorten Niet aanwezig

Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing; plangebied vormt geen essentieel foerageergebied Niet van toepassing; er worden geen vleermuizen verwond of gedood Niet van toepassing Niet van toepassing, functie is niet beschermd Niet van toepassing, vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Art. 3.10 lid 1a

Vogels

Overige soorten

Niet van toepassing

Geen Geen dieren doden, of ontheffing aanvragen Geen Varkensstallen slopen buiten de voortplantingsperiode Geen Varkensstallen slopen buiten de voortplantingsperiode Geen Geen Geen

Geen

Geen Geen Geen Geen dieren doden, of ontheffing aanvragen Geen

Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep

Rusten verblijfplaats

Voortplantingsplaats

Vliegroute (vleermuizen)

Essentieel foerageergebied

Wettelijke conse- Nader quenties? onderzoek vereist

Grondgebonden zoogdieren

ja

Ja

n.v.t.

nee

ja

nee

Vogels

nee

ja

n.v.t.

nee

Ja

nee

Vleermuizen Amfibieën

nee ja

nee nee

nee n.v.t.

nee nee

nee Ja

nee nee

Ontheffing vereist?

Nee, tenzij er dieren gedood worden Nee, werken buiten kwetsbare periode nee Nee, tenzij er dieren gedood worden

Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep.

5.6 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 5.7 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.

22

6 Conclusies De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten5 geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘opzettelijk beschadigen en vernielen van de rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Beschermde soorten mogen niet opzettelijk gedood worden. Voor beschermde soorten waarvoor die vrijstelling niet geldt, is een ontheffing vereist om ze te mogen verwonden en doden en om opzettelijk rust- en voortplantingslocaties te beschadigen en te vernielen. De deelgebieden behoren niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk leiden de voorgenomen fysieke activiteiten niet tot wettelijke consequenties omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen schaduwwerking kent. Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen Natura2000-gebied en de deelgebieden, is het niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten zullen leiden tot een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied. De deelgebieden behoren vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, vleermuis- , amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten.

Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels (Wilgendijk 4a). Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in de deelgebieden. In het plangebied aan de Wilgendijk 4a nestelen alleen vogelsoorten waarvan uitsluitend het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. De varkensstallen dienen gesloopt te worden buiten de voortplantingsperiode. Voor de grondgebonden zoogdiersoorten en amfibieën, die mogelijk een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied aan de Wilgendijk 4a bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Wel geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling.

Het aantasten van de functie van het plangebied als foerageergebied voor de in de deelgebieden voorkomende vogel-, amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten, leidt niet tot wettelijke consequenties. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van beschermde soorten negatief beïnvloed. Conclusie Mits er geen beschermde dieren verwond of gedood worden en bezette vogelnesten niet negatief beïnvloed worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Om te voorkomen dat grondgebonden zoogdieren en amfibieën verwond of gedood worden, mogen ze weggevangen of verjaagd worden. Om te voorkomen dat bezette vogelnesten beschadigd of verstoord worden, dienen de varkensstallen gesloopt te worden buiten de broedtijd. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren verwond of gedood worden, dient een ontheffing verkregen te worden. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden. 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9684940/1