bp regenboogbuurt toelichting
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan “Woonwijken Lichtenvoorde, Regenboogbuurt”
Datum: 3 oktober 2023 Opgesteld door: EKG ruimtelijk advies & omgevingsmanagement
Toelichting Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
2 Inleiding
1.1
Aanleiding
4
1.2
Ligging plangebied
4
1.3
Geldend bestemmingsplan
4
1.4
Leeswijzer
6
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Huidige situatie
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1 Internationaal niveau
7 7 13 13
3.2
Rijksbeleid
15
3.3
Provinciaal beleid
18
3.3.1. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
18
3.3.2. Omgevingsverordening Gelderland
19
3.4. Regionaal beleid 3.5.
Gemeentelijk beleid
21 25
3.5.1. Woonvisie 2023-2027
25
3.5.2. Economische visie – Economie Voorop!
26
3.5.3. Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
26
3.5.4. Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020
27
3.5.5. Geluidsbeleid gemeente Oost Gelre
27
3.5.6. Beleidsvisie Externe veiligheid
27
3.5.7. Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap'
28
3.5.8. Integraal Verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024
29
Hoofdstuk 4 4.1
Uitvoerbaarheid
30
Milieuaspecten
30
4.1.1
Bodem
30
4.1.2
Geluid
31
4.1.3
Lucht
35
4.1.4
Bedrijfs- en milieuzonering
36
4.1.5
Geur
37
4.1.6
Externe Veiligheid
38
4.1.7
Vormvrije m.e.r. beoordeling
40
Cultuurhistorie en archeologie
40
4.2
2
4
planstatus: Concept
4.3
Flora en fauna
42
4.4
Verkeer
45
4.5
Water
46
4.6
Economische uitvoerbaarheid
48
Hoofdstuk 5
Wijze van bestemmen
50
5.1
Algemeen
50
5.2
Dit bestemmingsplan
51
Hoofdstuk 6:
Procedure
52
6.1
Algemeen
52
6.2
Verslag artikel 3.1.1. Bro overleg
52
6.3
Verslag zienswijzen
52
planstatus: Concept
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Aan de Planetenstraat 45 in Lichtenvoorde is de voormalige basisschool ‘De Regenboog’ gevestigd. Deze voormalige schoollocatie wil de gemeente inzetten ten behoeve van woningbouw. De gemeente heeft daarom begin 2022 een tender uitvraag gedaan. Op de gronden van de voormalige schoollocatie worden door initiatiefnemer in totaal 16 woningen gerealiseerd. Het realiseren van 16 woningen op deze locatie is in strijd met het geldende bestemmingsplan. De vigerende bestemming ‘Maatschappelijk’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ dienen daarom te worden gewijzigd naar de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Groen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Door aanpassing van deze bestemming kunnen de beoogde woningen met bijbehorende park- en parkeervoorzieningen planologisch mogelijk worden gemaakt. Gemeente Oost Gelre verleent medewerking aan het voorliggend plan middels een herziening van het bestemmingsplan (3.1 Wro). Dit document maakt als ‘toelichting’ onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In dit document wordt gemotiveerd op welke wijze dit plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen op de hoek van de Rubensstraat en Planetenstraat in Lichtenvoorde. De locatie ligt aan de noordoostelijke zijde van Lichtenvoorde, ook wel bekend als het Hooiland. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich als een jaren ‘70 woonwijk. De bebouwing bestaat voornamelijk uit twee lagen met een kap en er is veel verharding in de wijk aanwezig. Midden door de woonwijk loopt een groene ader. Op bijgevoegde afbeelding is de globale ligging van het plangebied in het dorp Lichtenvoorde weergegeven.
Globale ligging plangebied (bron: openstreetmap.org)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied gelden twee bestemmingsplannen:
4
planstatus: Concept
I.
het bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde', vastgesteld op 8 oktober 2013;
II.
het parapluplan Archeologie, vastgesteld op 2 februari 2022;
Het bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde' Het plangebied heeft in het bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde' de bestemmingen 'Maatschappelijk' en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. De maatschappelijke bestemming heeft een bouwvlak, de functieaanduiding ‘onderwijs’, een maatvoering met betrekking tot het maximum bebouwingspercentage (40%) en een maximum bouwhoogte (10 m). De gronden zijn bestemd voor de uitoefening van onderwijs, kinderopvang, speelotheek. Op bijgevoegde uitsnede van het vigerend bestemmingsplan is het plangebied weergegeven.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan, plangebied blauw omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het facetbestemmingsplan ‘Parkeren’ Ter plaatse van het plangebied geldt ook het bestemmingsplan facetbestemmingsplan ‘parkeren’, vastgesteld op 5 juni 2018. Dit bestemmingsplan regelt de parkeernormen voor de gemeente Oost Gelre. Nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen aan de parkeernormen uit de ‘Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ die gekoppeld is aan dit bestemmingsplan. Het realiseren van 16 woningen met park- en parkeervoorzieningen is planologisch mogelijk wanneer de huidige bestemmingen worden gewijzigd in 'Wonen', ‘Groen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. De bedoeling is om 10 beneden- bovenwoningen en 6 levensloopbestendige woningen te realiseren. De beneden- bovenwoningen bestaan uit woningen van twee-lagen met een kap, waarbij op de begane grond één woning aanwezig is en op de verdiepingen één woning aanwezig is. In de planregels wordt dit aangegeven als ‘gestapelde bouw’. De levensloopbestendige woningen bestaan uit woningen van één laag met een kap. Deze woningen worden in de planregels aangegeven als ‘aaneengebouwd’. Voor het plangebied gelden vanuit het facetbestemmingsplan de parkeernormen voor het gebied ‘rest
planstatus: Concept
5
bebouwde kom’. In bijgevoegde tabel zijn de parkeernormen voor de verschillende woningtypen uitgewerkt. Woningtype
Aantal
Norm (per woning)
Aantal parkeerplaatsen
Koop etage goedkoop
5
1,6
8
Koop etage midden
5
1,9
9,5
Koop 2^1 kap
6
2
12
Totaal benodigd
29,5 (afgerond 30)
Zoals in de tabel is weergegeven moeten binnen het plangebied 30 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. In paragraaf 2.1 is weergegeven dat het plan 30 parkeerplaatsen bevat. Het aspect verkeer is ook in paragraaf 4.4 nader uitgewerkt.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het beleidskader, waarna in hoofdstuk 4 de uitvoerbaarheid van het plan wordt aangetoond aan de hand van relevante milieu- en omgevingsaspecten en de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 5 volgt de wijze van bestemmen, waarin uiteen wordt gezet hoe het plan juridisch is vertaald naar de verbeelding en de regels. Tenslotte komen in hoofdstuk 6 de resultaten van de procedure aan de orde.
6
planstatus: Concept
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt op de hoek van de Rubensstraat en Planetenstraat in Lichtenvoorde. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt als een jaren ‘70 woonwijk. In de omgeving van het plangebied zijn enkel woonfuncties aanwezig. Op circa 150 m ten oosten van het plangebied is een bedrijventerrein gelegen. Een brede, groene bufferzone schermt de bestaande woonwijk van dit bedrijventerrein af. Het plangebied betreft de gronden van de voormalige basisschool de Regenboog en omliggend groen. De bebouwing in het plangebied bestaat uit de voormalige basisschool (circa 1.300 m2) met bijbehorende verharding. De totale verharding van het plangebied betreft circa 3.300 m2. In het westelijke gedeelte van het plangebied ligt een groenvoorziening die onderdeel uitmaakt van een grotere groenstructuur. Op bijgevoegde luchtfoto’s is de bestaande situatie van de omgeving en het plangebied weergegeven.
Luchtfoto omgeving plangebied (bron: gemeente Ruimtelijkeplannen.nl)
planstatus: Concept
7
Luchtfoto bestaande situatie plangebied (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
Bestaande situatie (omgeving) plangebied (bron: Kormelink)
2.2
Planbeschrijving
Het plan betreft de sloop van een bestaande basisschool en het realiseren van 16 woningen. De te realiseren woningen bestaan uit 10 beneden- bovenwoningen en 6 levensloopbestendige woningen. Met het plan worden vier woonblokken gerealiseerd. Op bijgevoegde schetsen en in bijlage 1 en 2 is het plan weergegeven.
8
planstatus: Concept
Toekomstige situatie plangebied (bron: Kormelink)
Beneden- bovenwoningen De beneden- bovenwoningen worden in het noorden van het plangebied gerealiseerd. De benedenbovenwoningen bestaan uit woningen van twee-lagen met een kap, waarbij op de begane grond één woning aanwezig is en op de verdieping één woning aanwezig is. In de planregels wordt dit aangegeven als ‘gestapelde bouw’. Bij de woningen is in de tuinen voldoende ruimte voor een bijgebouw. Voor het parkeren voor de beneden- bovenwoningen worden ten noorden van de woningen 16 parkeerplaatsen aangelegd. Daarnaast kan door de woningen gebruik worden gemaakt van 4 parkeerplaatsen langs de Planetenstraat. Levensloopbestendige woningen In de zuidzijde van het plangebied wordt een blok van 4 en een blok van 2 levensloopbestendige woningen gerealiseerd. De levensloopbestendige woningen bestaan uit woningen van één laag met een kap. Deze woningen worden in de planregels aangegeven als ‘aaneengebouwd’. In de tuinen van de woningen is voldoende ruimte voor het realiseren van een bijgebouw. Het blok van 4 woningen wordt gerealiseerd op de huidige bebouwingslocatie van de voormalige school. Voor de parkeerplaatsen voor deze woningen kan gebruik worden gemaakt van de 4 parkeerplaatsen langs de Planetenstraat en de 4 parkeerplaatsen die worden aangelegd langs de Rubensstraat. Het blok van 2 levensloopbestendige woningen komt aan de westzijde van het plangebied te liggen.
Deze woningen worden door de uitstraling en de doorlopende voetpaden passend gemaakt binnen de bestaande groenstructuur. Voor deze woningen worden langs de Rubensstraat 4 parkeerplaatsen gerealiseerd. Passende woningen in het straatbeeld Het plan past bij het dorpse karakter van Lichtenvoorde. De schaal en maat van de woningen zijn afgestemd op de bebouwing in de directe omgeving. De levensloopbestendige woningen aan de zuidkant van het plangebied vinden aansluiting bij de typologie en rooilijn van de bestaande woningen aan de Rubenstraat. De beneden- bovenwoningen aan de noordkant van het plangebied passen bij de hoogte en bebouwingsvorm van de woningen aan de Planetenstraat en Mercuriusstraat. De benedenbovenwoningen hebben de uitstraling van een rijwoning door een intern trappenhuis. Ook dit past in de bestaande omgeving. De uitstraling van de woningen is daarentegen modern en fris. Het materiaal bestaat uit (hergebruikt) hout afgewisseld met gevelstenen en waar mogelijk zijn de stoeptegels van het oude schoolplein teruggebracht onder de veranda’s en bij de voordeuren.
planstatus: Concept
9
Bestaand groen als leidend element Voor het ontwerp is het bestaande groen als leidend element gebruikt. De wadi’s en paden sluiten aan bij de bestaande groenstructuur die in de wijk ligt. Het landschapsontwerp sluit aan bij het bestaande groen aan de zuid- en noordkant van het plangebied. Aan de westkant van het plangebied wordt een plek om te ‘ravotten’ gecreëerd. De heuveltjes en wadi’s zorgen hier voor hoogteverschillen. De bestaande bomen (op 2 kleine bomen na) blijven behouden een aantal bomen worden verplaatst. Voornamelijk de twee grote platanen op het huidige schoolplein krijgen een prominente plek in de binnentuin. Het park aan de westkant van het plangebied wordt het groene hart van de buurt. Klimaat Het plangebied wordt klimaatadaptief ingericht. Het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem en waar mogelijk wordt het opgevangen in regentonnen voor bewatering van de binnentuin en moestuin. Het overige water wordt afgevoerd naar de wadi’s in het park. De wadi’s functioneren als wateropvang, speelplek en zijn belangrijk voor vogels en insecten. Tegelijkertijd zijn de vorm en structuur van de wadi’s een historische knipoog naar de loop van de oude beek. Hittestress wordt tegengegaan tegen door behoud van de bomen en de aanleg van zo min mogelijk verharding. Natuur In de gevels van de woningen komen nestkasjes voor vleermuizen en vogels.
De overstekken van de daken hebben een dubbele functie. Deze dienen als zonnescherm tegen schaduw en hitte, maar dragen ook bij aan de biodiversiteit vanwege de bloemen, druiven of andere soorten groen die hierop worden aangebracht. In het park komen insectenhotels en worden verschillende landschapsstructuren aangebracht. Het hoogteverschil (heuvels en wadi’s) zorgt ervoor dat afwisseling ontstaat tussen nat en droog landschap. Verschillende soorten vaste planten, kruidenrijk gras en bloemrijke borders zorgen voor een vergroting van de biodiversiteit. Duurzaam bouwen Alle woningen voldoen aan de BENG norm, waar de 6 levensloopbestendige woningen aan de zuidkant zelfs nog omgevormd kunnen worden om te voldoen aan de ENG norm. Voor de bouw van de woningen worden duurzame materialen toegepast, waar ook hergebruik van materiaal uit de timmerfabriek van Kormelink Bouw onder valt. De stoeptegels van het oude schoolplein worden hergebruikt als ‘stapstenen’ voor de entrees naar de woningen, stapstenen in de achtertuinen naar de bergingen en als straattegel in de bergingen. Ook kunnen de stoeptegels onder de veranda’s worden toegepast. Daarnaast is de intentie om de overige stoeptegels waar mogelijk te hergebruiken voor puinverharding of versteviging van de fundering.
Geschikt voor jongeren en senioren In de huidige woningmarkt is voornamelijk vanuit jongeren vraag naar betaalbare woningen en vanuit ouderen vraag naar levensloopbestendige woningen. Het plan voorziet in woningen voor deze beide doelgroepen. De woningen aan de zuidkant van het plangebied bestaan uit één laag met een kap. Door de brede beukmaat en bouwhoogte is het mogelijk om op de begane grond te leven. Onder de kap passen nog twee extra slaapkamers. Dit maakt deze woningen zeer geschikt voor senioren in het goedkope en middeldure segment. De beneden- bovenwoningen zijn passend voor zowel jongeren als senioren. De benedenwoningen zijn levensloopbestendig met een veranda aan de voorkant (zuidkant) en eigen tuin in de schaduw (noordkant). De bovenwoningen hebben een dakterras aan de voorkant. Het trappenhuis is intern. Beide woningen hebben eigen bergingen in de achtertuin. Op bijgevoegde afbeeldingen en in bijlage 1 is de toekomstige situatie van het plangebied weergegeven.
10
planstatus: Concept
Toekomstige situatie plangebied (bron: Kormelink)
Toekomstige situatie plangebied (bron: Kormelink)
planstatus: Concept
11
Toekomstige situatie plangebied (bron: Kormelink)
12
planstatus: Concept
Hoofdstuk 3 Beleidskader Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de voor dit plan relevante kaders samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.
3.1 Internationaal niveau 3.1.1 Vogelrichtlijn De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten. In het bijzonder voor de trekvogels. De lidstaten zijn ook verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn geven ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden. Dit om negatieve gevolgen voor het voortbestaan van de vogelsoorten die door de Vogelrichtlijn beschermd worden te voorkomen. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Planspecifiek Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. 3.1.2 Habitatrichtlijn De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten in stand te houden. Iedere lidstaat van de EU moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de (onder de richtlijn vallende) habitats en soorten het belangrijkst zijn identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Planspecifiek Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 3.1.3
Het verdrag van Valletta
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", oftewel het Verdrag van Malta is op 16 januari 1992 tot stand gekomen. Het uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch
planstatus: Concept
13
belang daarom vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. Planspecifiek De gemeente Oost Gelre heeft een paraplubestemmingsplan Archeologie die geldt voor het plangebied. In paragraaf 4.2 wordt nader ingegaan op de archeologische waarden binnen het plangebied 3.1.4 Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is vanaf december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. \ De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan.
De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: I.
De vervuiler betaalt
II.
De gebruiker betaalt
III.
Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water
IV.
Resultaatsverplichting in 2015
V.
Stroomgebiedsbenadering
Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen.
Planspecifiek In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op de waterhuishouding binnen het plangebied.
14
planstatus: Concept
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie
Met betrekking tot het Rijksbeleid dienen op gemeentelijk niveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) te worden gewaarborgd. Daaronder is sinds kort de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van toepassing. De SVIR heeft betrekking op een aantal aspecten van nationaal belang, zoals waterveiligheid, defensie, verkeersinfrastructuur en ecologie alsmede de ontwikkeling van mainports als Rotterdam en Schiphol. In het Barro heeft het Rijk hiervoor nadere regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch is vastgelegd richting provincie en gemeenten. Verder ziet de SVIR toe op “duurzame verstedelijking”, een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk en landelijk gebied. Met name moet worden voorkomen dat stedelijke ontwikkelingen buiten stedelijk gebied plaats vinden terwijl er binnenstedelijk nog ruimte voor is. Een en ander wordt afgewogen in de “ladder voor duurzame verstedelijking” die per 1 juli 2017 is herzien en meer flexibel kan worden toegepast. De NOVI richt zich op ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen de nationale belangen betreffende de fysieke leefomgeving. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven.
Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
planstatus: Concept
15
Planspecifiek In het kader van het Rijksbeleid is geen sprake van direct belang bij of rechtstreekse doorwerking op het plangebied. Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de SVIR, NOVI of Barro. 3.2.2. Ladder duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Op 1 oktober 2012 is de Ladder in werking getreden als motiveringsvereiste onder artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het vormt daarmee een nadere invulling van artikel 3:2 van de Awb. Het Bro bepaalt dat wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, deze moet worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Voordat de ladder voor duurzame verstedelijking wordt toegepast, moet een afweging plaatsvinden of het 'plan' een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' betreft. De Bro definieert het begrip 'stedelijke ontwikkeling' als volgt: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er dus sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Raad van State van 28 juni 2017 (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat bij meer dan 11 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is daarmee gesteld dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Planspecifiek Toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking Onderhavig plan betreft een functiewijziging waarbij een voormalige basisschool wordt gesloopt ten behoeve van 16 woningen. Doordat meer dan 12 woningen worden toegevoegd is sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder is verplicht. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen, zoals de Ruimte voor ruimteregelingen, niet gezien worden als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder.
Met het geldende bestemmingsplan mag binnen het plangebied 40% van het bestaande (maatschappelijke) bouwvlak worden bebouwd. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van 2.800 m2, wat bekent dat 1.120 m2 in theorie kan worden bebouwd. Met het plan worden feitelijk 10 beneden- bovenwoningen van 76 m2 en zes levensloopbestendige woningen van 72 m2 gerealiseerd met in totaal 16 bijgebouwen van 5 m2. Bijgevoegde tabel geeft de bebouwingsoppervlakte weer van onderhavig plan. Type gebouw
Oppervlakte
Aantal
Totaal
Beneden- bovenwoning
76 m2
5
380 m2
Levensloopbestendige woning
72 m2
6
432 m2
Bijgebouwen
5 m2
16
80 m2
16
planstatus: Concept
Totaal
892 m2
Planologisch ruimtebeslag bebouwing Oud planologisch ruimtebeslag
2800 m2
Nieuw planologisch ruimtebeslag (bouwvlak)
900 m2
Verschil
-1900 m2
Het plan betreft feitelijk een reductie van c.a. 228 m2 (1.120 – 892) van de bebouwingsoppervlakte. In het planologisch ruimtebeslag betreft het ook een reductie van c.a. 1900 m2. Ook met de mogelijke toename van bijgebouwen in de toekomst is in het plan nog steeds een reductie van de bebouwingsmogelijkheden aan de orde. Door de reductie van bebouwingsmogelijkheden binnen het plangebied, betreft het plan geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het plan is daarmee uitvoerbaar met betrekking tot de ladder duurzame verstedelijking. Planspecifiek Gezien bovenstaande wordt gesteld dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het geldende Rijksbeleid.
planstatus: Concept
17
3.3
Provinciaal beleid
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn beide op 1 maart 2019 in werking getreden. Op 14 januari 2023 heeft Provinciale Staten (PS) voor het laatst de Omgevingsverordening geactualiseerd. 3.3.1. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil Gelderland in de toekomst 'Gaaf' houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn nationale ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Bij het ‘gaaf’ houden van Gelderland staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; 2. Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen; 4. Biodiversiteit: werken met de natuur; 5.
Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; 6. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; 7. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Voor dit bestemmingsplan zijn met name de ambities voor klimaatadaptatie en het woon- en leefklimaat van toepassing. Woon- en leefklimaat Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing.
Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Klimaatadaptatie Het klimaat is merkbaar aan het veranderen, waarbij hoosbuien, extreme hitte en langdurige droogte hierbij goede voorbeelden van zijn. Provincie Gelderland wil zich voorbereiden op het veranderende klimaat door in te zetten op het tegengaan van de bijbehorende risico's en gevaren. Dit heeft prioriteit: In 2050 wil Gelderland optimaal beschermd zijn en kunnen meebewegen met het veranderend klimaat. De provincie Gelderland werkt hierbij vooral vanuit haar betrokkenheid bij waterveiligheid, waterkwaliteit, bodem en natuur. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de variatie van de Gelderse streken.
18
planstatus: Concept
De provincie Gelderland wil met haar partners verder kijken. Bij de aanleg, inrichting, veiligheid en leefbaarheid van de gebouwde omgeving nemen we de gevolgen van het veranderende klimaat mee en maken afspraken over hoe met de risico's om te gaan. Klimaatbestendig werken is daarbij voor de provincie Gelderland een logische voorwaarde als er samengewerkt wordt met anderen. Verschillende ontwikkelingen binnen toerisme en recreatie horen hier ook bij. Deze ontwikkelen wil de provincie Gelderland benutten. Hierbij is het van belang dat de ontwikkelingen passen bij de Gelderse kwaliteiten. De provincie streeft naar een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid zodat Gelderland versterkt wordt voor nu en in de toekomst. Naast de nieuwe focus en ambities zijn er 5 wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving. Deze gaan sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Het gaat om de planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu, en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie volgen voor deze planfiguren een aantal specifieke uitwerkingen in programma’s of kaders binnen de provinciale omgevingsverordening. Een aantal voorbeelden binnen de planfiguren zijn: 1. Ruimtelijk beleid: zonneparken en windturbines. 2. Waterbeleid: bescherming oppervlakte- en grondwater, waterberging, natte landnatuur; 3. Milieubeleid: stiltegebieden; 4.
Natuur- en landschapsbeleid: Natura2000-gebieden, Groene ontwikkelingszone, Gelders natuurnetwerk; 5. Verkeers- en vervoersbeleid: kwaliteit, doorstroming en veiligheid middels voorkomen, benutten en bouwen. Toetsing Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Het plan voorziet in de realisatie van 16 woningen in de kern Lichtenvoorde. Bij de planvorming is rekening gehouden met de provinciale ambities ten aanzien van energietransitie, klimaatadaptatie, en woon- en leefomgeving. Doordat de woningen gasloos worden gebouwd, vermindert de behoefte naar fossiele brandstoffen. Verder worden de woningen BENG (bijna energieneutraal) gerealiseerd. Derhalve draagt het plan bij aan de ambitie ten aanzien van energietransitie. Ten aanzien van klimaatadaptatie wordt in het plan specifiek rekening gehouden met wateroverlast, droogte en hitte. Dit wordt verder onderbouwd in paragraaf Omgevingsverordening Gelderland. Tot slot draagt het plan bij aan de ambitie van de provincie voor dynamische, diverse en duurzame woon- en leefomgevingen. Het plan voorziet namelijk in de bouw van woningen welke geschikt zijn voor uiteenlopende doelgroepen, zoals starters en senioren, en welke gebouwd worden in verschillende prijssegmenten. 3.3.2. Omgevingsverordening Gelderland De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert.
Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie Gelderland bij het uitvoeren van de taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening heeft de provincie Gelderland alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Hiermee wordt voorgesorteerd op de komst van de Omgevingswet.
planstatus: Concept
19
Wonen, instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda (art. 2.2) In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woningen alleen mogelijk zijn als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: • er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; • de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; • er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en • Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Instructieregel klimaatadaptie (art. 2.65b) De provinciale omgevingsverordening die op 1 februari 2022 van kracht is geworden bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt.
In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Voor de beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Toetsing Omgevingsverordening Gelderland De regionale woonagenda wordt behandeld in paragraaf 3.4.2. Daar is onderbouwd hoe voorliggend plan voldoet aan de regionale woonagenda, waarmee het plan derhalve voldoet aan de instructieregel uit artikel 2.2 lid 1 van de provinciale omgevingsverordening. De Klimaatatlas Oost Gelre toont de effecten van klimaatverandering voor de gemeente. Daarmee is het een belangrijk hulpmiddel om de voorwaarden uit de instructieregel klimaatadaptatie te toetsen. De klimaatatlas is tot stand gekomen in een samenwerking tussen de gemeente en Waterschap Rijn en IJssel. Wateroverlast (extreme neerslag), droogte, hittestress en waterveiligheid (overstromingen) voor het jaar 2050 komen aan bod. Het plangebied is geanalyseerd met behulp van de atlas. Hieronder zijn de conclusies per aspect gegeven.
•
•
20
Wateroverlast. Voor wateroverlast is gekeken naar extreme neerslag. Er is gekeken naar korte (2 uur) en lange buien (48 uur) in het jaar 2050. Voor de lange buien geldt dat het plangebied begaanbaar blijft en panden maar een klein risico lopen. Dit is het geval voor twee scenario’s: 120 mm in 48 uur (kans 1x per 100 jaar) en 160 mm in 48 uur (kans 1x per 1000 jaar). Voor de korte buien is gekeken naar een tijdsduur van 1 en 2 uur, met respectievelijk 70 mm neerslag (kans 1x per 100 jaar) en 160 mm neerslag (kans 1x per 1000 jaar) voor het jaar 2050. Voor deze buien ligt het plangebied in een relatief kwetsbaar gebied waarbij panden een gemiddeld tot groot risico lopen en wegen onbegaanbaar worden. Droogte. Voor droogte is het van belang om te weten hoe diep het grondwater zit, zodat planten en gewassen tussen regenbuien door hieruit water kunnen onttrekken. Bij te diep grondwater is dat immers niet mogelijk en droogt de omgeving uit. Ook funderingen van gebouwen kunnen schade oplopen bij een te lage grondwaterstand. In de atlas is te zien dat de grondwaterstand van het gebied tussen 1,2 en 2,5 meter onder maaiveld zit. De geologische overzichtskaarten en grondkaart van Nederland schatten het grondwater op ongeveer 1,5 meter. Daarmee is het plangebied als beperkt droogtegevoelig te bestempelen.
Door de aanleg van wadi’s wordt voorkomen dat het gebied te maken krijgt met onevenredige droogte. Daarnaast blijven de nodige bomen behouden in de directe nabijheid van het appartementencomplex. Zo kunnen de voorziene loofbomen en struiken in deze groene verbindingen:
planstatus: Concept
•
•
•
(1) een aanzienlijk deel van het regenwater opvangen, (2) het regenwater langer vasthouden, (3) de bodem beschermen van rechtstreeks zonlicht. Dit alles gaat de droogte in het plangebied tegen. Hittestress. Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt welke zorgt voor gezondheidsrisico’s. Langdurig aanhoudende hitte kan leiden tot klachten als vermoeidheid, concentratieproblemen en hoofdpijn. Er bestaat ook verhoogde kans op uitdroging en oververhitting. In het ergste geval kunnen mensen hieraan overlijden. In de fysieke omgeving verhoogt de aanwezigheid van verhard oppervlak de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. Naast woningbouw wordt er groen aangelegd. Deze groene setting vervangt de vele schoolpleintegels die in de oude situatie aanwezig waren. Daarnaast wordt het plangebied ingevuld met behoud van zoveel mogelijk bomen. Er is hier geen rekening gehouden met groene aangrenzende percelen die eveneens een positieve invloed hebben op de klimatologische omstandigheden. Met de aangegeven verhouding verhard en onverhard en het verwijderen van veel harde niet-waterdoorlatende materialen wordt aantoonbaar geacht dat het plan voorzien is om te gaan met hittestress. De hoeveelheid water en groen zal de (gevoels-)temperatuur in het gebied aanzienlijk verminderen.
De geplande nieuwbouwwoningen zijn tevens goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. Overstroming. In de nabijheid van de planlocatie zijn geen dijken of andere (regionale) waterkeringen aanwezig. De wadi’s gecombineerd met de aanwezigheid van loofbomen en veel grasgebied maken dat overstromingen of wateroverlast tot een minimum beperkt zijn. Van wateroverlast in de woningen zal geen sprake zijn door overstromingen. In de wadi’s wordt het water enige tijd vastgehouden. Overleg waterschap. De plannen zijn voor overleg gestuurd aan Waterschap Rijn en IJssel. Uit een digitale watertoets is gebleken dat met het plan geen waterschapsbelangen worden geraakt. De plannen zijn akkoord bevonden door het waterschap, waarmee voldaan wordt aan de laatste voorwaarde omtrent klimaatadaptatie (artikel 2.65b) uit de provinciale verordening.
Er hoeven geen specifieke maatregelen te worden getroffen. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de provinciale Omgevingsvisie en de regels op het gebied van 'wonen' en 'klimaatadaptatie'. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het provinciaal beleid. Conclusie Provinciaal beleid Het plan is in overeenstemming met de relevante kaders uit het hiervoor omschreven provinciaal beleid.
3.4. Regionaal beleid Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben voorgedaan, zoals:
• • •
energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied.
De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. planstatus: Concept
21
De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen. Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden'. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau. Dit door het benoemen van ruimtelijke speerpunten. Als regionale speerpunten worden genoemd: omgaan met de krimp (bevolkingsdaling), externe relaties, veranderingen in het landelijk gebied, en overstap naar duurzame energie. Toetsing Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 Feit is dat er in de Achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei. Vooral hierom is er behoefte aan extra woningen. Voorliggend plan ziet toe op de afronding van een woningbouwgebied en voorziet in een aantrekkelijk woongebied. Hiermee betreft het geen ontwikkeling welke toeziet op verandering in het landelijk gebied. De ontwikkeling past wel binnen de regionale structuurvisie.
Zo is er in onderhavig plan sprake van een plan wat bijdraagt aan vitale kernen en het toevoegen van kwaliteit in de regio. Door het realiseren van levensloopbestendige woningen, is het voor deze doelgroep mogelijk zich in de Achterhoek te vestigen. Tot slot worden de woningen BENG (bijna energieneutraal) gebouwd met oog voor duurzaamheid. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012. Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 Op 4 maart 2023 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre de Regionale woonagenda Achterhoek 20232030 ('Goed wonen in een vitale regio') vastgesteld als opvolger van de Regionale woonagenda 20152025. De directe aanleiding hiervoor zijn de veranderingen op de woningmarkt, in woonbehoeftes en de wens om wonen meer dan voorheen te bezien als een integrale gebiedsopgave. De vorige regionale woonagenda (2015) ging uit van een krimpscenario. De bevolking in de Achterhoek neemt inmiddels toe en ook de woonbehoeftes veranderen. Er komen meer ouderen, kleine huishoudens en starters vinden moeilijk een plek op de woningmarkt. Alle reden om het bestaande beleid op wonen te actualiseren en doelstellingen aan te passen. In de woonagenda is de woningbehoefte in beeld gebracht op basis van drie belangrijke factoren.
Dat zijn de grotere en gewijzigde woonbehoeftes uit onze regio zelf, de behoefte aan aanvullende arbeidskrachten en de toenemende trek naar de Achterhoek vanuit andere delen van het land. De woonagenda is gericht op de huisvesting van alle doelgroepen. Daartoe behoren starters op de woningmarkt, ouderen, en inwoners behorend tot de bijzondere aandachtsgroepen. Dit vraagt om een passend woningaanbod, waarvan een aanzienlijk deel betaalbaar moet zijn zowel in het koop- als in het huursegment. Deze nieuwe agenda kent vier programmalijnen: • Vergroten woningvoorraad en versnelling productie De ambitie is om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek. Hiermee wil de regio haar woningvoorraad flink en versneld uitbreiden. Het streven is om 1.200 woningen per jaar te realiseren.
22
planstatus: Concept
•
•
•
De gemeenten, de provincie en het Rijk maken in de Regionale Woondeal onder voorwaarden afspraken om tot en met 2030 in ieder geval 8.390 woningen te bouwen in de Achterhoek. Investeren in kwaliteit bestaande woningvoorraad De ambitie is om zoveel mogelijk woningen kwalitatief en energetisch te verbeteren. Met verbeteren wordt verduurzamen, levensloopbestendig maken en/of herstructurering bedoeld. De Achterhoek, een plek voor iedereen Er wordt fors geïnvesteerd in een toename van betaalbare woningen. Hiermee wordt ingezet op een evenwichtig woningaanbod in de regio. De Achterhoekse gemeenten geven elkaar de ruimte om te bouwen passend bij de lokale behoefte, tegelijkertijd wordt gezamenlijke verantwoordelijkheid genomen om de extra vraag van jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen te kunnen beantwoorden. Er wordt daarbij zoveel mogelijk aangesloten bij de ambities van het Rijk om tot en met 2030 tweederde van de nieuwbouw in het betaalbare segment toe te voegen. Daarbij wordt het volgende nieuwbouwprogramma gehanteerd bij projecten van twintig of meer woningen: 28% sociale huur, 32% betaalbare koop tot € 355.000,- (prijspeil 2022) en middenhuur (tot € 1.000,- per maand of minder). Voor starters ligt de betaalbaarheidsgrens vast op maximaal € 250.000,- (prijspeil 2022).
Bij minder dan twintig woningen vindt maatwerk plaats, met inachtneming van de gewenste kwaliteit zoals opgenomen in de regionale woonagenda. Elke gemeente is verantwoordelijk dat over het gemeentelijk totaal de verdeling in betaalbaarheid gehaald wordt. Wonen als integrale gebiedsopgave Vanuit de regionale woonagenda worden regionale woonstrategieën benoemd. Woonstrategieën zijn regionale aanpakken om op integrale wijze invulling te geven aan de woningbouw en transformatieopgaven in alle Achterhoekse gemeenten, passend bij de gebiedseigen opgaven en context. Het gaat daarbij om de volgende woonstrategieën: o Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten; o Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus; o Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteitsknooppunten; o Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied.
Toetsing Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 Het plan voorziet in de bouw van 16 woningen en moet daarmee voldoen aan het nieuwbouwprogramma uit de regionale woonagenda. Het aanbod aan woningenzijn voor verschillende doelgroepen bedoeld (starters, doorstromers en senioren). Daarmee wordt aangesloten bij de uitgangspunten van de Regionale woonagenda 2023-2030. De verdeling is als volgt: • 10 beneden- en bovenwoningen • 6 levensloopbestendige woningen Er worden vier woonblokken gerealiseerd. Met het plan wordt echter primair niet voorzien in sociale huur. Op dit punt wordt derhalve afgeweken van de regionale woonagenda. De reden hiervoor is dat met dit bouwplan ingezet wordt om het tekort aan middeldure koopwoningen binnen de gemeente Oost Gelre op te lossen. Dit plan voorziet in ieder geval in een deel van de behoefte aan middeldure koopwoningen. De gemeente Oost Gelre verwacht dat door het aanbieden van middeldure koopwoningen de doorstroming vanuit sociale huurwoningen op gang komt.
planstatus: Concept
23
Gezien de grootte van de te bouwen middeldure ligt de grootte van die woningen dicht in de buurt bij de grootte van sociale huurwoningen.
Het feit dat sociale woningbouw niet alsnog binnen het bouwproject Regenboogbuurt is opgenomen komt doordat de basis voor de bouwontwikkeling al in 2021 was afgerond. Na 2021 is ingezet op het zoeken naar een goede stedenbouwkundige invulling binnen de vastgestelde kaders. De selectieprocedure van een bouwbedrijf en de loting is al ingezet voordat het Nationale Woon- en Bouwagenda in maart 2022 is gepubliceerd. De gemeente Oost Gelre zet voor dit bouwontwikkeling in op een gevarieerd aanbod in type appartementen. Binnen andere bouwlocaties worden voldoende sociale woningen gerealiseerd. In groter verband worden binnen de gemeente Oost Gelre voldoende verschillende woningtypen gebouwd binnen de verdeling die het Rijk voorstelt. De gemeente Oost Gelre bouwt 370 woningen méér dan de vraag vanuit het Rijk.
Chronologie planontwikkeling en nieuwe woonagenda’s Het ontwerpbestemmingsplan ‘Woonwijken Lichtenvoorde, Regenboogbuurt’ heeft vanaf 21 juli 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Aan deze tervisielegging gaat een lange voorbereidingsperiode vooraf. Al voordat in maart 2022 de Nationale Woon- en Bouwagenda (NWBA) gepubliceerd werd, heeft de gemeente Oost Gelre haar uitgangspunten al bepaald in het stedenbouwkundig plan. De gemeente sluit aan bij de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030. Deze is geldend vanaf 4 maart 2023. Op het moment dat de vereisten vanuit de NWBA duidelijk werden in maart 2022, heeft de gemeente gekeken naar de mogelijkheid tot aanpassing van lopende nieuwbouwprojecten. Er is concreet gekeken naar het in lijn brengen met de verdeling sociaal, betaalbaar en overig. Daarbinnen is ook gekeken naar de door het Rijk gehanteerde maximum prijzen voor deze categorieën. Voor de Regenboogbuurtlocatie betekende dat in mei 2022 een keuze voor het bouwbedrijf die dit plan gaat ontwikkelen. Wel is het onwenselijk en onhaalbaar om het plan in dat stadium (opnieuw) aan te passen ten behoeve van het toevoegen van sociale huur (28%) e.e.a. conform NWBA (en uiteindelijk Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030).
De argumenten voor die conclusie zijn als volgt: • De gemeente had in 2021 al ingestemd met het stedenbouwkundig plan, waarbij uit werd gegaan van een grove verdeling in 1/3e goedkoop, 1/3e middelduur en 1/3e duur. In het bouwproject Regenboogbuurt worden goedkopere, koopwoningen toegevoegd. • De verhouding binnen het bouwproject is in balans. Toevoeging van extra sociale huur in dit stadium van de planvorming zou ten koste gaan van de kwaliteit van het al afgestemde plan. • Verdere beperking door toevoeging sociale huur en vastleggen maximale prijzen zou het plan mogelijk financieel onhaalbaar maken. Het plan staat financieel al onder druk. Zoals het plan nu is en waarvoor het ontwerpbestemmingsplan ter visie is gelegd, zijn er geen problemen met de financiële haalbaarheid van dit plan. • De onderzoeken voor het bestemmingsplan waren al uitgevoerd en akkoord bevonden. Aanpassing van het plan zou zorgen voor wijziging van de opzet en daarmee ook wijziging in de onderzoeken. • Gestreefd is om het ontwerpbestemmingsplan vóór de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 ter visie te leggen. Dat is gelukt. Door het plan aan te passen zou deze onder nieuwe wetgeving in procedure gebracht moeten worden. De gevolgen daarvan voor de
24
planstatus: Concept
planning waren toen niet te overzien, maar het zou voor grote vertraging hebben gezorgd. Dit terwijl juist nu versnelling in de woningbouw van groot belang is. Conclusie Regionaal beleid Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012. Het plan voldoet echter niet geheel aan de Regionale woonagenda 2023-2030. Het betreft hier de toevoeging van 16 woningen. In het voorgaande deel is deze bouwontwikkeling getoetst aan het regionale beleid. Er is aangetoond dat afwijking noodzakelijk is, omdat aanpassing van het plan aan het regionale beleid ingrijpende gevolgen met zich meebrengt. Procedureel en financieel komt de ontwikkeling hiermee in de problemen, terwijl juist nu versnelling in de woningbouw van groot belang is. Hiermee is aangetoond dat voldaan kan worden aan de afwijkingsmogelijkheid binnen het regionale beleid.
3.5.
Gemeentelijk beleid
3.5.1. Woonvisie 2023-2027 Op 4 juli 2023 heeft de gemeenteraad de Woonvisie 2023-2027 voor Oost Gelre vastgesteld. De rijksoverheid heeft de landelijke woondeal vastgesteld. Deze is vertaald in de regionale woonagenda. Hieruit is de lokale woonvisie voor Oost Gelre ontstaan in samenwerking met andere gemeenten in de regio. In deze woonvisie staat hoe in Oost Gelre de lokale uitdagingen op de woningmarkt opgepakt worden. In de woonvisie komen drie ambities naar voren: •
Meer woningen bouwen Met de Rijksoverheid is afgesproken dat Oost Gelre tenminste 895 woningen gaat bouwen. De ambitie van de gemeente ligt echter hoger, namelijk in 9 jaar 1.265 woningen bouwen. Dat is 140 woningen per jaar.
•
Meer variatie in woningen Er wordt gericht op de bouw van betaalbare woningen. Een derde van de woningen die gebouwd worden zijn bedoeld voor sociale huur. Nog eens een derde bestaat uit betaalbare koopwoningen tot € 355.000. Verder is er aandacht voor woningen die geschikt zijn voor ouderen (traploos, levensloopbestendig) en voor kortere perioden (flexwonen).
•
Duurzaamheid, natuur en klimaat Aansluiting wordt gezocht bij het advies van de Rijksoverheid. Regenwater wordt opgevangen, vastgehouden en afgevoerd. Dat voorkomt droogte en wateroverlast. Hitte wordt beperkt door verharding waar kan te vervangen voor groene oplossingen. Tot slot is er aandacht voor CO2uitstoot, verduurzaming van bestaande woningen en een combinatie van circulair en natuurinclusief bouwen.
Toetsing Woonvisie 2023-2027 van 4 juli 2023 Het plan voorziet in het bouwen van meer woningen op een duurzame, klimaatbestendige manier. Het plan voorziet in een gevarieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen. In bijlage 7 van de woonvisie is de planvoorraad van de gemeente opgenomen. Daarin is opgenomen dat met het plan 16 woningen worden gebouwd. Over de gehele planvoorraad gekeken wordt voldaan aan de gevraagde verdeling sociale huur en betaalbare koop. Elke gemeente is verantwoordelijk voor het feit dat over het gemeentelijk totaal aantal (nieuwe) woningen de verdeling in betaalbaarheid gehaald wordt. In het totaal van de nieuwbouwplannen op woningbouwgebied ziet de gemeente Oost Gelre toe dat deze verdeling in woningtypen ook
planstatus: Concept
25
wordt gehaald. Het plan Regenboogbuurt voorziet in verschillende typen appartementen in verschillende prijsklassen. Regenboogbuurt maakt onderdeel uit van het totale woningbouwprogramma in Oost-Gelre. Hiermee wordt geconcludeerd dat voorliggend plan past in de algehele planvoorraad en ambities van de Woonvisie 2023-2027. 3.5.2. Economische visie – Economie Voorop! Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen.
De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden aangepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen. De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden. Toetsing Economische visie – Economie Voorop! Met het plan wordt voorzien in goede woonvoorzieningen. Binnen de economische visie wordt dit gezien als één van de kerntaken van de gemeente. Met het plan wordt derhalve voldaan aan de Economische visie – Economie Voorop!. 3.5.3. Welstandsbeleid Oost Gelre 2017 Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren".
Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. 26