bp oostendorperdiek toelichting
Tekst van het document
De milieukwaliteit valt in de klasse goed/zeer goed. Wij vinden het woon- en leefklimaat daarom aanvaardbaar. Voor andere agrarische bedrijfsactiviteiten dan het huisvesten van dieren geldt meestal een minimumafstand van 50 meter. Het gaat hierbij om de opslag van mest, de opslag van vaste bijvoermiddelen en een composteringshoop. Die activiteiten zijn overal binnen het agrarisch bouwvlak toegestaan. Voor een mestbassin met een oppervlakte van 350 m2 of meer geldt een minimumafstand van 100 meter (artikel 3.51 Activiteitenbesluit). Omliggende veehouderijen bevinden zich op meer dan 100 meter van de voorgenomen ontwikkeling. De Bed & Breakfast komt echter wel binnen 100 meter van de veehouderij op Oostendorperdiek 23 te liggen. Van een mestopslag in die omvang is bij deze veehouderij geen sprake. Er is daarom geen sprake van een beperking van de bedrijfsvoering bij het aanhouden van een afstand van 50 meter in plaats van een afstand van 100 meter. De realisatie van een nieuwe bedrijfswoning, vissershutten en een B&B liggen op voldoende afstand van omliggende veehouderijen. De voorgenomen ontwikkeling werkt niet belemmerend voor deze veehouderijen. Ook het woon- en leefklimaat op de locatie zelf is hierbij niet in het geding. De geur afkomstig van veehouderijen vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
Geur eigen voerproductie Door het geuradviesbureau Olfasense is in de worst-casesituatie de geurimpact van de visvoerproductie voor eigen bedrijf in beeld gebracht. Als bijlage 8 is de rapportage van dit geuronderzoek opgenomen. Uit de emissieberekening kan worden geconcludeerd dat de beoogde activiteiten resulteren in een beperkte geuremissie, die bovendien vele malen lager is dan thans vergund. Uit de verspreidingsberekeningen voor de
Toelichting bestemmingsplan Oostendorperdiek 19, 21 en 21a in Groenlo
40
worst-casesituatie kan worden geconcludeerd dat de geurbelasting als gevolg van de visdrogerij en voerbereiding beperkt is en gelegen is onder de streefwaarden volgens het Gelders Geurbeleid.
Cumulatieve geurhinder De geurbelasting neemt af ten opzichte van de vergunde situatie. Om die reden is er sprake van een beter woonen leefklimaat ten opzichte van de referentiesituatie. Er is geen berekening van de cumulatieve geurhinder benodigd aangezien er binnen 1000 meter van de planlocatie geen intensieve veehouderijen zijn gelegen die een maatgevende bijdrage hebben op te verplaatsen bedrijfswoning. Om die reden kan worden geconcludeerd dat de achtergrondbelasting door geur uit veehouderij niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Slotconclusie Geconcludeerd kan worden er sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau en dus een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.11 Verkeer en parkeren De locatie Oostendorperdiek 19-21 is en blijft ontsloten op de Oostendorperdiek. De inrit blijft ongewijzigd. Het aantal verkeersbewegingen zal in de beoogde situatie toenemen. De Oostendorperdiek en overige wegen in de omgeving beschikken over voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen als gevolg van de plannen aan te kunnen. Ten aanzien van parkeren kent de gemeente Oost Gelre de Nota parkeernormen Oost Gelre. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren. De normen zijn opgenomen in de nota.
De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen. Voor een vrijstaande woning (koop) in het buitengebied geldt een norm van minimaal 2,4 parkeerplaatsen. Daarnaast moet voor de bezoekers van het recreatieve verblijf in de 11 boerderijkamers ten behoeve van logies en ontbijt en 4 vissershutten voldoende ruimte zijn om te parkeren. Deze functie is niet als zodanig opgenomen in de nota, maar is te vergelijken met kamperen in het buitengebied, waarvoor minimaal 1,2 parkeerplaatsen per plaats aanwezig moet zijn. Dit komt erop neer dat voor het recreatief verblijf minimaal 18 plekken moet worden gerealiseerd. Het plangebied is dermate ruim, dat deze plekken ruimschoots binnen het plangebied kunnen worden gerealiseerd.
Geconcludeerd kan worden dat verkeer en parkeren geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling.
Toelichting bestemmingsplan Oostendorperdiek 19, 21 en 21a in Groenlo
41
4.12 Kabels en leidingen Rondom het plangebied zijn verschillende algemene nutskabels en -leidingen aanwezig. Met een zogenaamde klicmelding krijgt initiatiefnemer alle kabel- en leidinginformatie, zodat graafschade en gevaarlijke situaties worden voorkomen. Er bevinden zich in of nabij het plangebied geen kabels of leidingen waarvoor in het bestemmingsplan een beschermende regeling moet worden opgenomen. Geconcludeerd kan worden dat kabels en leidingen geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling.
Toelichting bestemmingsplan Oostendorperdiek 19, 21 en 21a in Groenlo
42
5 WIJZE VAN BESTEMMEN 5.1 Inleiding Dit bestemmingsplan is een ontwikkelingsplan, waarbij gekozen is voor een gedetailleerde bestemmingsregeling passend bij de geplande ontwikkelingen en waarbij aansluiting is gezocht met het geldende vastgestelde bestemmingsplan (moederplan). Dit biedt voldoende rechtszekerheid voor de burger.
5.2 Toelichting op de regels 5.2.1 Plansystematiek De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn: Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en eventueel bouwregels opgesteld. In het bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen van toepassing: de bestemmingen 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
5.2.2 Specifieke planregels De locatie Oostendorperdiek 19, 21 en 21a krijgt de bestemming ‘'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. De bebouwing en het erf zijn opgenomen in het bouwvlak. Binnen het bouwvlak mag gebouwd worden ten dienste van de het agrarisch bedrijf (viskwekerij) en de meebestemde nevenactiviteiten. De visproductie wordt in de bestemmingsplanregels, overeenkomstig het vigerende plan, gemaximaliseerd tot het kweken van 1000 ton vis/jaar. In het bouwvlak zijn twee vrijstaande bedrijfswoningen toegestaan. Een van deze bedrijfswoning, zijnde Oostendorperdiek 19 krijgt de functieaanduiding plattelandswoning. De locatie van deze laatste woning is op de verbeelding opgenomen. Voor de nieuwbouw van de woning Oostendorperdiek 21 wordt in de verbeelding een vlak met functieaanduiding bedrijfswoning opgenomen. Met het bestemmingsplan wordt als nevenactiviteit agro-toerisme toegestaan in de vorm van visbelevingsplek te realiseren waar je kunt zien hoe op een duurzame wijze forel wordt gekweekt, waar je forel kunt vangen en waar je kunt overnachten. Het plan maakt hiervoor het volgende mogelijk: • De voormalige bedrijfswoning met een vloeroppervlakte van ca 150 m2 wordt receptie en kantoor;
Toelichting bestemmingsplan Oostendorperdiek 19, 21 en 21a in Groenlo
43
•
In de voormalige vleesvarkensschuur met een vloeroppervlakte van ca 805 m2 worden 11 boerderijkamers ten behoeve van logies en ontbijt gerealiseerd; • In de voorzijde van een voormalige eendenstal wordt een demonstratieruimte gerealiseerd met een oppervlakte van ca 288 m2; • Er wordt op het achter terrein een nieuwe visvijver gerealiseerd met een oppervlakte van 2000 m2, en de bestaande vijver wordt in gebruik genomen als visvijver. Bij deze 2 visvijvers worden 4 vissershutten gerealiseerd met een maximale vloeroppervlakte van elk 35 m2. In de planregels zijn de vloeroppervlaktes en het toegestane gebruik vastgelegd binnen de specifieke functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - nevenactiviteit. Het perceel dient landschappelijk ingepast te worden. Hiervoor is in de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze houdt in dat dit inrichtingsplan gerealiseerd moet worden en na aanleg in stand moet worden gehouden.
Toelichting bestemmingsplan Oostendorperdiek 19, 21 en 21a in Groenlo
44
6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
6.1 Economische uitvoerbaarheid Het plan is een particulier initiatief. De kosten die gemaakt worden voor het opstellen van het bestemmingsplan zijn voor rekening van initiatiefnemer. Hiervoor is een anterieure overeenkomst met de gemeente afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Door deze overeenkomst is er geen financieel risico voor de gemeente.
Toelichting bestemmingsplan Oostendorperdiek 19, 21 en 21a in Groenlo
45
7 PROCEDURE 7.1 Algemeen Dit bestemmingsplan doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is daarnaast ook van toepassing. Ook is het plan op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening besproken met het waterschap. In dit hoofdstuk worden de resultaten van deze procedure en overleggen behandeld.
7.2 Inspraak Voor het plan is, overeenkomstig de door het gemeentebestuur bekrachtigde werkafspraken, geen inspraak door de gemeente georganiseerd. Initiatiefnemer heeft het plan zelf aan de buurt bekendgemaakt. Tijdens deze bekendmaking zijn geen vernieuwde inzichten of problemen naar voeren gekomen.
7.3 Overleg Het ontwerp plan is op basis van artikel 3.1.1. Bro overlegd met het waterschap Rijn en IJssel. Omdat er geen sprake is van een provinciaal belang is het plan niet besproken met de provincie Gelderland. Er zijn vanuit deze overheidsinstanties geen zienswijzen ingediend of anderszins opmerkingen geplaatst.
7.3 Zienswijze procedure Voor het plan is de uitgebreide procedure doorlopen zoals bepaald in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Dit betekent dat het ontwerp voor een periode van zes weken ter inzage wordt gelegd. Een ieder kan gedurende deze periode een zienswijze kunnen indienen. Het ontwerp ligt binnenkort ter inzage
Toelichting bestemmingsplan Oostendorperdiek 19, 21 en 21a in Groenlo
46
BIJLAGEN 1. Sfeerbeelden nieuwe erf 2. Erf- en landschapsplan 3. Notitie Vormvrije mer-beoordeling 4. Rapport Verkennend bodem – en naderonderzoek 5. NIBM-tool 6. Stikstoftoelichting met rekenresultaten 7. Quickscan natuurwaarden 8. Geurberekeningen en Geurrapport Olfasense 9. Dimensioneringsberekening hemelwateropvang 10. Rapport Archeologisch onderzoek
Toelichting bestemmingsplan Oostendorperdiek 19, 21 en 21a in Groenlo
47
BIJLAGE 1
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik Groenlo 24 - 04 - 2020 aanpassing : 05 - 12 - 2024
Building Design Architectuur | ‘Het Spanjaard’ | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2659966 | E info@buildingdesign.nl
Locatie - luchtfoto
BOUWKAVEL Oostendorperdiek 21, 7142 HN te Groenlo Kadastrale gemeente: Groenlo Burgerlijke gemeente: Oost Gelre Sectie: H Nummer: 158 Kadastralegrootte: 21575 m2 Bron: PDOK
2 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Bestaande situatie - foto’s 1
2
4
5
3
6
7
5
7
6
4
3
2 1
3 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Situatie - bestaand plangebied
schaal 1:1000
4 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Situatie - nieuw
schaal 1:1000
5 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Situatie - nieuw + bestemmingsplan informatie
Bestemmingsplan intensief agrarisch gebied
Bestemmingsplan extensief agrarisch gebied
schaal 1:1000
6 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Impressie - vogelvlucht
7 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Impressie - vogelvlucht
8 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Impressie - vogelvlucht
9 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Impressie - vogelvlucht
10 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Impressie - erf
11 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Impressie - erf met logiesverblijf
12 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Impressie - massa nieuwbouw woning
13 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Impressie - visvijver
14 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Impressie - visvijver
15 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Impressie - visvijver
16 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
Colofon
Projectnummer: 19-228
Ontwerp + Aanspreekpunt: Martijn Wijnstra
Disclaimer: Artist Impressions / Handschetsen: De tekeningen en afbeeldingen geven een impressie weer. De werkelijke uitvoering en kleuren van de materialen en afwerkingen kunnen afwijken. De tuinaanleg, inrichting en bestrating van de openbare ruimte is de verbeelding van de architect. De positie van bomen zijn, tenzij anders aangegeven, decoratief aangegeven en corresponderen niet met de werkelijkheid. Omdat onderleggers veelal afkomstig zijn van derden, zijn wij niet aansprakelijk voor eventuele onjuistheden in die brondocumenten. Aan deze tekeningen kunnen, ondanks alle zorgvuldigheid die is nagestreefd, geen rechten worden ontleend. Maatvoering en inrichting: De maten op de tekeningen zijn circa-maten en zijn, tenzij anders aangegeven, in millimeters. Bij de maatvoering tussen de wanden is geen rekening gehouden met enige wandafwerking. Tijdens de bouwvoorbereidingsfase en/of bouwuitvoeringsfase kunnen veranderingen voordoen die kunnen leiden tot maatverschillen. Op de tekeningen aangegeven meubilair en apparatuur dienen alleen ter indicatie. Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd zonder toestemming van onze opdrachtgever of Building Design Architectuur BV te Borne.
17 / 17
formaat: A3 | datum: 24-04-2020
|
projectnr: 19-228
aanpassing: 05-12-2024
Planstudie erf transformatie van intensief naar extensief agrarisch gebruik - Groenlo
BIJLAGE 2
Plan voor landschappelijke inpassing en versterking van het landschap Oostendorperdiek 21 te Groenlo
Colofon Plan voor landschappelijke inpassing en versterking van het landschap Oostendorperdiek 21 te Groenlo
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Opdrachtgever:
Projectnummer en versie: 5394A versie 1.0 Ligging plangebied: Oostendorperdiek 21 Groenlo Auteur: Ing. P. Leemreise
Locis Adviseurs
Status: definitief Rapportdatum: 12-7-2022 (aangepast op 6-1-2025)
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding .................................................................................................................................... 3
1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Plangebied .................................................................................................................................... 4 2.1 Situering van het plangebied ................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 6 Hoofdstuk 3
Het ontwerp .......................................................................................................................... 7
3.1 Doelstelling ............................................................................................................................................... 7 3.2 Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 7 3.3 Kansen voor versterking van het erf ........................................................................................................ 7 3.4 Het ontwerp ............................................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 4
Inrichting en beheer .............................................................................................................. 9
4.1 Inrichtingsmaatregelen ............................................................................................................................ 9 4.2 Beheer .................................................................................................................................................... 10
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor herontwikkeling van een agrarische bedrijfslocatie aan de Oostendorperdiek 21 te Groenlo. Het voornemen bestaat te stoppen met het traditionele varkens- en eendenbedrijf en de bestaande forellenvijver te verduurzamen. Tevens bestaat de wens een recreatieve neventak te ontwikkelen. Deze neventak bestaat uit het realiseren van een extra forellenvijver met vissershutten, verblijfsmogelijkheden in een vrijkomende stal en de bouw van een kantoor en extra bedrijfswoning. Om voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. De gemeente stelt als voorwaarde bij deze ruimtelijke ontwikkeling, dat het nieuwe erf landschappelijk wordt ingepast en dat maatregelen worden uitgevoerd te versterking van het landschap. In voorliggend rapport wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf gepresenteerd. Hieronder wordt een verbeelding gegeven van het wenselijke eindbeeld.
Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: Building design).
3
HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED 2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd op het adres Oostendorperdiep 21 te Groenlo, gemeente Oost-Gelre. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Ligging van het plangebied op de topografische kaart. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een agrarische bedrijfslocatie. Het bestaat uit open water, stallen, overige bedrijfsgebouwen en een woonerf. Aan de noordoostzijde van het erf ligt een forellenvijver. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied weergegeven.
Luchtfoto van het erf.
4
Zicht op de het erf, gezien vanaf de Oostendorperdiek, in westelijke richting (bron foto: Google streetview).
Zicht op de het erf, gezien vanaf de Oostendorperdiek, in noordelijke richting (bron foto: Google streetview).
Zicht op de het erf, gezien vanaf de Dankbaarsdijk, in oostelijke richting (bron foto: Google streetview).
5
2.3 Landschap Het plangebied en de omgeving behoren tot het heideontginningslandschap. Dit is een relatief jong agrarisch cultuurlandschap, ontstaan na het in cultuur brengen van de ‘woeste gronden’ , zoals droge en natte heidegebied. Op onderstaande uitsnede van de historische kaart, wordt de ligging van het plangebied weergegeven.
Ligging van het plangebied op de topografische kaart. De ligging van het plangebied wordt met de gele cirkel aangeduid.
Het heideontginningslandschap kenmerkt zich door een rationele verkaveling met rechte ontginningswegen en een blokverkaveling. Ruilverkaveling in de 19e eeuw heeft dit landschap grootschaliger gemaakt met grote kavels en een fijnmazig slotenpatroon langs de randen van de percelen. Ontginningsboerderijen liggen verspreid langs de ontginningswegen, doorgaans met de voorzijde van de boerderij naar de wegzijde, met de bedrijfsgebouwen er achter. Plaatselijk zijn ontginningsbosjes en houtsingels aangelegd. De landshapselementen, aangelegd tijdens de ruilverkaveling hebben een gemengde opstand van zomereik, lijsterbes en ruwe berk.
6
HOOFDSTUK 3
HET ONTWERP
3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.
3.2 Uitgangspunten Behoud bestaande beplanting Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen). In het plangebied staat geen uitheemse beplanting die in aanmerking komt verwijderd te worden. Streekeigen beplanting Er wordt streekeigen beplanting gebruikt, zowel met betrekking tot de soorten en beplantingsvormen. Inheemse, streekeigen boomvormers in het jonge heideontginningslandschap bestaat uit ruwe berk, haagbeuk, winterlinde, ruwe iep en zomereik (boomvormers) en inheemse struweelbeplanting bestaande uit vlier, meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, hondsroos, Gelderse roos, vuilboom en wilde lijsterbes. Streekeigen beplantingsvormen zijn hakhoutbosjes, struweelhagen, solitaire bomen, hakhoutsingels, hoogstam fruitboomgaarden (erf) en erfbosjes. Autochtoon plantmateriaal Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van autochtoon plantmateriaal. De leverancier kan dit aantonen d.m.v. een certificaat. Gebruik inheems plantmateriaal is van belang om bestaande beplanting zo zuiver mogelijk te houden (voorkomen hybridisatie).
3.3 Kansen voor versterking van het erf Vanwege het ontbreken van erfbeplanting op delen van het erf, is het huidige erf gedeeltelijk vrij duidelijk zichtbaar in het landschap. Door erfbeplanting toe te voegen, kan het directe zicht vanaf de openbare weg op gebouwen sterk verminderd worden. Geadviseerd wordt opgaande beplanting aan te brengen langs de schuren, zodat het zicht op de wanden wordt verminderd. Dat kan door de aanplant van gemengde bomen en struiken.
7
3.4 Het ontwerp Het ontwerp voorziet in het vellen van één es om meer lichtinval te creëren voor het noordelijke perceel. Deze es, stond in een rijbeplanting met essen, maar door uitval, is deze solitair komen te staan. Tevens voorziet het ontwerp in het verwijderen van jonge loofhoutbeplanting op de zuidelijke bouwkavel. Deze beplanting bestaat uit zwarte els en ruwe berk. De aanwezige natuurlijke opslag van zwarte els in de kevelgrenssloot, langs de zuidoostrand van het perceel, blijft behouden. Verder wordt geadviseerd hoogstam fruitbomen, enkele solitaire loofbomen, struweelhagen en scheerhagen aan te leggen. Concreet worden volgende maatregelen genomen:
• • • •
Aanplant solitaire loofbomen Aanplant gemengde struweelhaag Aanplant loofhoutsingel Aanleg bloem- en faunarijk grasland
Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing gepresenteerd.
Voorstel voor landschappelijke inpassing.
8
HOOFDSTUK 4
INRICHTING EN BEHEER
4.1 Inrichtingsmaatregelen 1. Solitaire boom Er worden 21 solitaire loofbomen geplant. Er worden als laanboom gekweekte bomen geplant met een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,5 meter boven wortelvoet. De jonge bomen worden voorzien van twee boompalen met boomband (zie instructies onder). Er mag een keuze gemaakt worden uit zomereik, winterlinde, ruwe iep, haagbeuk en ruwe berk. Specifieke plantinstructie • Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. • Plaats daarna twee boompalen van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op ongeveer 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (dit is meestal het zuidwesten). Bevestig de jonge boom met een brede band aan de boompaal. • U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. • Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 5 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed.
Fruitboom met boomband. Uitsnede van de tekening met daarop aangegeven de zomereiken (nr. 9) en walnoten (nr 11).
2. Gemengde struweelhaag Langs de noordrand van het perceel wordt drie gemengde struweelhagen aangelegd. De hagen bestaan uit een gemengde aanplant van meidoorn, sleedoorn, wilde liguster, vlier, vuilboom, Gelderse roos, veldesdoorn en hondsroos. Er wordt driejarig plantsoen gebruik in de maat 80-120 cm. Plantsoen wordt geplant in een plantverband van 1,5x1,5 meter (1 stuks plantsoen per 1,25m2 haag).
3. Gemengd loofhoutsingel Ten noorden van de bebouwing en tussen de bedrijfswoning en de bedrijfsbebouwing wordt een gemende loofhoutsingel aangelegd. Deze bestaat uit een gemengde aanplant van ruwe berk, zomereik, vuilboom, lijsterbes, veldesdoorn, vogelkers (boomvormers) en struweelvormers langs de randen, bestande uit hondsroos, Gelderse roos en wilde liguster.
9
4. Bloem- en faunarijk grasland Ten westen van de bedrijfswoning en de grazige vegetatie rond de visvijvers wordt ingericht ten behoeve van bloem- en faunarijk grasland. De huidige vegetatie wordt gefreesd en éénmalig ingezaaid met een bloemrijk grasmengsel, afgestemd op het bodemtype ter plekke. Er wordt alleen een inheems kruidenmengsel toegepast.
4.2 Beheer Solitaire bomen Geen beheer. Laag hangende takken mogen gesnoeid worden indien die schade of hinder veroorzaken. Struweel Het struweel wordt beheerd als hakhout. Dat wil zeggen dat de haag periodiek afgezet mag worden, waarna deze weer zal uitlopen en een dichte haag zal vormen. Tak- en tophout worden afgevoerd of in een ril in het element gelegd. Struweel wordt periodiek, doorgaans iedere 8-12 afgezet. Bloem- en faunarijk grasland Het bloem- en faunarijk grasland wordt beheerd als hooiland. Het wordt jaarlijks éénmalig gemaaid, waarbij maaisel wordt afgevoerd. Het grasland wordt niet bemest en niet gesleept.
Bijlagen: -plantlijst -inrichtingsplan
10
4
3
6 3
5
3
2
6
3
11
10
3
2
8 11 13
6
8
8
1
12
8
7 12 11
9
6 10
7 7
11
1
Woning (nieuw)
11
Bloem- en faunarijk grasland
2
Forellenvijver
12
Gemengde loofhoutsingel (nieuw)
3
Gemengde loofhout (bestaand)
13
Verblijfsrecreatie (nieuw)
4
Laanbomen (bestaand)
5
Laanbomen (nieuw)
6
Vissershuisjes (bestaand & nieuw)
7
Gemengde struweelhaag (nieuw)
8
Bedrijfsbebouwing (bestaand)
9
Bedrijfsbebouwing (nieuw)
10
Erfverharding
auteur: P.Leemreise versie
1.0
datum: 6-1-2025 project: Oostendorperdiep 21 Groenlo Status:
Definitief
prj. nr:
2023_5394
BIJLAGE 3
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling t.b.v. bestemmingsplanwijziging en omgevingsvergunning OOSTENDORPERDIEK 19, 21 EN 21A 7141 HN GROENLO
Opdracht Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling voor bestemmingsplan agrarisch bedrijf met nevenactiviteit agrotoerisme en omgevingsvergunning gelegen aan de Oostendorperdiek 19, 21 en 21a 14 september 2023, aangevuld 18 december 2025
Opdrachtgever Woolderink Holding B.V. Oostendorperdiek 21 7142 HN Groenlo
Opdrachtnemer Locis Adviseurs Groten Bos 3 7131 NW Lichtenvoorde Projectleider: Angela Krabbenborg a.krabbenborg@locisadviseurs.nl 0315-820100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
1
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
2
INHOUDSOPGAVE 1
Algemene gegevens...................................................................................................................................................... 4 1.1 Initiatiefnemer en project-/planlocatie.............................................................................................................. 4 1.2 Aanleiding en motivering ....................................................................................................................................... 5 1.3 Vigerende vergunningen ........................................................................................................................................ 7 1.4 Beoogde opzet ........................................................................................................................................................... 7 1.6 Omgeving van de inrichting ................................................................................................................................... 9
2
Kenmerk van de activiteit ......................................................................................................................................... 13 2.1 Algemeen...................................................................................................................................................................13 2.2 Huisvesting ...............................................................................................................................................................13 2.3 Opslag en verbruik voeders ................................................................................................................................13 2.4 Opslag diergeneesmiddelen ................................................................................................................................14 2.5 Water, gas- en elektraverbruik...........................................................................................................................14 2.6 Afvalstoffen ...............................................................................................................................................................14
3
Effecten op het milieu ................................................................................................................................................ 16 3.1 Overzicht ....................................................................................................................................................................16 3.2 Ammoniak .................................................................................................................................................................16 3.3 Geur ............................................................................................................................................................................18 3.4 Fijnstof .......................................................................................................................................................................19 3.5 Geluid..........................................................................................................................................................................19 3.6 Verkeer ......................................................................................................................................................................19 3.7 Bodem
........................................................................................................................................................................20 3.8 Water ..........................................................................................................................................................................20 3.9 Gevolgen voor flora en fauna ..............................................................................................................................21 3.10 Licht ..........................................................................................................................................................................22 3.11 Volksgezondheid ...................................................................................................................................................22 3.12 Externe veiligheid .................................................................................................................................................22 3.13 Risico op ongevallen en abnormale bedrijfsomstandigheden ...............................................................23
4
Concluderend .............................................................................................................................................................. 24
Bijlagen................................................................................................................................................................................... 25
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
3
1 ALGEMENE GEGEVENS 1.1 Initiatiefnemer en project-/planlocatie Naam: Adres planlocatie: Postcode / plaats:
Woolderink Holding B.V. Oostendorperdiek 19, 21 en 21a 7142 HN Groenlo
De locatie is gelegen in het landelijk gebied van Groenlo. De betreffende locatie is kadastraal bekend onder gemeente Groenlo, Sectie H, nummers 158,161,169 en 170. Initiatiefnemer exploiteert aldaar een vleeseenden- en vleesvarkensbedrijf en viskwekerij. Voor het bedrijf is op 9 juni 2009 een revisievergunning verleend. Daarnaast is op 27 december 2021 een omgevingsvergunning verleend voor het milieuneutraal veranderen van het bedrijf. Onderstaande afbeeldingen tonen een weergave van de locatie (luchtfoto en uitsnede bestemmingsplan).
Figuur 1 Luchtfoto locatie Oostendorperdiek 19, 21 en 21a inclusief in blauw de vergunde uitbreiding van de viskweekstal
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
4
Figuur 2: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
1.2 Aanleiding en motivering Initiatiefnemer wenst het vleesvarkens- en vleeseendenbedrijf definitief te staken. De viskwekerij blijft ongewijzigd ten opzichte van de vergunde situatie. Als alternatief voor de intensieve veehouderij wenst hij de bestaande forelkwekerij om te zetten naar een duurzame viskwekerij met een kleine CO2-footprint. Daarnaast wenst men een visbelevingsplek te realiseren waar je kunt zien hoe op een duurzame wijze forel wordt gekweekt, waar je forel kunt vangen en waar je kunt overnachten. Er is sprake van een kleinschalige nevenactiviteit in de vorm van agrotoerisme. Het gaat om: 1. Uitbreiden bestaande vijver met een tweede vijver en beide vijvers in gebruik nemen als visvijver; 2. Realiseren 4 vissershutten bij de visvijvers; 3. Transformeren bestaande vleesvarkensschuur tot 11 inpandige boerderijkamers op basis van logies en ontbijt; 4. Realiseren van een ruimte in een voormalige eendenstal waar demonstraties kunnen worden gegeven over duurzame viskweek; 5. Verplaatsen van de bedrijfswoning Oostendorperdiek 21 doordat de voormalige woning wordt gebruikt als receptie en kantoor. Het college heeft op 28 maart 2023 een principemedewerking verleend aan voornoemde ontwikkelingen. In de principemedewerking is onder andere de voorwaarde opgenomen dat het geheel landschappelijk moet worden ingepast.
De aanleg bestaat uit aanplant van solitaire loofbomen, gemengde struweelhaar, loofhoutsingel en bloemrijk en fauna rijk grasland. De inpassing zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap.
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
5
Overwegingen over wettelijke grondslag vormvrije m.e.r.-beoordeling Milieueffectrapportage (m.e.r.) is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Soms is een lichtere variant mogelijk in de vorm van een m.e.r.-beoordeling (al dan niet vormvrij). M.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht kan ontstaan doordat: 1. De activiteiten zijn opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage; 2. Voor de Wet natuurbescherming een passende beoordeling nodig is en sprake is van een plan; 3. De activiteiten zijn opgenomen in de provinciale omgevingsverordening (in Gelderland is daarvan geen sprake). De bestaande toegestane activiteit het kweken van vis valt onder categorie D 28 van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Deze activiteit wenst men nu uit te breiden met het oprichten van een installatie bestemd voor het vervaardigen van vismeel voor de voedselvoorziening van de eigen viskwekerij. Deze activiteit valt onder categorie D 35 van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Kolom 1 Activiteiten
Kolom 2 Gevallen
Kolom 3 Plannen
Kolom 4 Besluiten
D 28
Intensieve aquacultuur van vis dan wel de wijziging of uitbreiding daarvan.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 1.000 ton vis per jaar of meer.
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
De besluiten waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en een of meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn dan wel, bij het ontbreken daarvan, van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet
D 35
De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor: a. het vervaardigen van dierlijke of plantaardige oliën of vetten, b. het vervaardigen van vismeel of visolie, of c. het vervaardigen van conserven van dierlijke en plantaardige producten.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een productiecapaciteit van 40.000 ton per jaar of meer in een inrichting als bedoeld onder a, of 2°. een productiecapaciteit van 10.000 ton per jaar of meer in een inrichting als bedoeld onder b of c.
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
Een besluit waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en een of meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn dan wel waarop titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.
De bestaande activiteit het kweken van vissen is op basis van het vigerende bestemmingsplan toegestaan. Het vigerende bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om maximaal 1.000 ton vis per jaar te produceren. Deze maximale toegestane productie wordt niet verhoogd. Hiermee wordt in het bestemmingsplan niet meer de mogelijkheid geboden om de D-drempelwaarde te overschrijden, en is er geen planMER nodig. Wel is een zogenaamde vormvrije m.e.r. beoordeling nodig voor intensieve aquacultuur van vis. De installaties voor de intensieve aquacultuur voor vis veranderen niet ten opzichte van de bestaande vergunde situatie. De nieuwe activiteit, zijnde het vervaardigen van vismeel vindt plaats op ‘Boerderijschaal’. Er wordt alleen voer geproduceerd voor de bestaande eigen viskwekerij. Om voldoende visvoer voor de eigen viskwekerij te vervaardigen wordt 850 ton natte vis bijproducten (waarvan 1/3 witvis en 2/3 deel ‘vettere’ vis ingenomen per jaar ) en samen met 100 ton mais tot visvoer voor de eigen vissen.. Voor deze activiteit is geen planMer nodig, in verband met het niet overschrijden van de gestelde drempelwaarde. Wel is een zogenaamde vormvrij m.e.r. beoordeling nodig.
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
6
Dat betekent dat voor deze ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In voorliggende aanmeldingsnotitie wordt hieraan invulling gegeven. De aanmeldingsnotitie dient daarbij zowel ter voorbereiding van het bestemmingsplan als voor de OBM m.e.r.
1.3 Vigerende vergunningen Omgevingsvergunning Voor het bedrijf is op 9 juni 2009 een revisievergunning verleend. Daarnaast is op 27 december 2021 een omgevingsvergunning verleend voor het milieuneutraal veranderen van het bedrijf. Op basis van deze toestemmingen mogen de dieraantallen worden gehouden, zoals weergegeven in onderstaande tabel.
* Dit betreffen de stalnummers zoals vermeld op de tekening behorende bij de vigerende vergunning
Wet natuurbescherming (Wnb) Op 11 februari 2013 is een Wet natuurbeschermingsvergunning verleend voor het vleesvarkens- en vleeseendenbedrijf en de viskwekerij in stal 9. Op 17 juli 2015 is deze vergunning gedeeltelijk ingetrokken en zijn ammoniakemissierechten verplaatst. De vergunning is verleend (behouden) voor de volgende dierenaantallen. Daarnaast is het kweken van vissen in stal 8 vergund, maar niet opgenomen in het overzicht van dierenaantallen. Deze vergunning dient als referentiesituatie voor het bestemmingsplan.
* Dit betreffen de stalnummers zoals vermeld op de tekening behorende bij de vigerende vergunning
1.4 Beoogde opzet De wijzigingen ten opzichte van de vigerende milieutoestemmingen betreffen: • Het staken van het intensieve vleesvarkens- en vleeseendenbedrijf; het houden van maximaal 50 scharrelvarkens tussen de stallen • Hergebruik van de voormalige vleesvarkens- en vleeseendenstallen voor eigen voerproductie en opslag; daarnaast voor het agro- toerisme, bestaande uit 11 B&B-kamers een demonstatieruimte; • In gebruik nemen van de bestaande vijver tot visvijver en realiseren extra visvijver met 4 vissershutten; • In gebruik nemen van bedrijfswoning tot kantoor en receptie en realiseren nieuwe bedrijfswoning. Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
7
Een overzicht van de beoogde bedrijfsopzet is in onderstaande tabel weergegeven. stal
diercategorie
Rav-code
aantal dieren
buiten
scharrelvleesvarkens
D 3.3.2
50
7+8
viskwekerij (regenboogforel)
Totaal
geur in OU/ seconde
NH3 in kg/jaar
max. NH3 emissie
PM10 in g/jaar
max. PM10 emissie
1.150,0
150,0
150,0
7.650,0
7.650,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
1.150,0
150,0
150,0
7.650,0
7.650,0
200 ton/jaar
In onderstaande figuur is een situatie weergegeven van de beoogde opzet inclusief landschappelijke inpassing.
Figuur 3: Beoogde opzet inclusief landschappelijke inpassing
Als bijlage 1 is een uitgebreide toelichting van alle veranderingen toegevoegd, en als bijlage 2 sfeerbeelden van de beoogde opzet.
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
8
1.6 Omgeving van de inrichting Bebouwing in de omgeving Het agrarische bedrijf van initiatiefnemer is gelegen in een omgeving met agrarische bedrijven en verspreid liggende burgerwoningen.
Afbeeldingen 4 en 5: Luchtfoto bedrijfslocatie en omgeving (bron gelderland.nl)
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
9
Natura 2000 Op ruim 1.040 meter afstand van de planlocatie ligt het Natura-2000 gebied Zwilbrocker Venn u Ellewicker Feld, en op ca 4.000 meter het Korenburgerveen. Op deze afstand zijn in het geval van voorliggende ontwikkeling effecten anders dan die van stikstof op voorhand uit te sluiten.
Afbeelding 5: Ligging bedrijfslocatie t.o.v. Natura 2000 gebieden (bron: Aerius.nl)
Zeer kwetsbaar gebied ingevolge de Wet Ammoniak en Veehouderij Het dichtstbij gelegen gebied, dat is aangewezen als zeer kwetsbaar in de zin van de Wet ammoniak en veehouderij, ligt op een afstand van meer dan 250 meter van de inrichting (circa 590 meter). In onderstaande kaart wordt de ligging van de Wav-gebieden weergegeven.
Afbeelding 6:: Ligging bedrijfslocatie t.o.v. Wav-gebieden Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
10
GNN/GO/grondwaterbescherming De bedrijfslocatie ligt niet binnen het Gelders natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO). Zie ook onderstaande afbeelding.
Figuur 7: Ligging planlocatie buiten GNN en GO
Verder ligt de planlocatie buiten beschermingszones voor grondwater in verband met drinkwaterwinning. Bestemmingsplan Het bestemmingsplan ‘Oostendorperdiek 19 en 21 in Groenlo is een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan ‘Oost Gelre 2011’, dat op 18 december 2012 is vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre. In vervolg op dat bestemmingsplan zijn de volgende plannen vastgesteld: ‘Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre’, ‘Buitengebied, Reparatieplan 2016’, ‘Facetbestemmingsplan parkeren’, ‘Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre 2018’ en ‘Parapluplan Archeologie’. Op het perceel Oostendorperdiek is momenteel sprake van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’, met een bouwvlak voor zowel een grondgebonden agrarisch bedrijf als intensieve veehouderij. Met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden is bepaald dat er twee bedrijfswoningen aanwezig mogen zijn. De bedrijfswoning Oostendorperdiek 19 is sinds 25 mei 2018 door middel van een omgevingsvergunning aangeduid als plattelandswoning. Het huidige gebruik is toegestaan.
Afbeelding 8: Uitsnede bouwvlak vigerend bestemmingsplan Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
11
Het voornemen is nu om de intensieve vleesvarkenshouderij en het eendenbedrijf te staken en de viskwekerij om te zetten naar een duurzame viskwekerij met een lage CO2-footprint . Dit wordt gerealiseerd door zelf duurzaam voer te maken voor eigen gebruik. Visbijproducten uit de Nederlandse visserij en lokaal geteelde mais worden met restwarmte uit de viskwekerij gedroogd en gemalen tot visvoer dat wordt gebruikt voor de eigen forellenkwekerij. Hierdoor ontstaat circulaire vis en is men niet meer afhankelijk van grondstoffen uit het buitenland. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is toegestaan dat maximaal 1.000 ton vis op de locatie kan worden gekweekt. De viskwekerij wordt niet uitgebreid. Als toeristische nevenactiviteit wordt de bestaande vijver uitgebreid en in gebruik genomen als visvijver, waarbij 4 vissershutten worden gerealiseerd. Daarnaast wordt in een voormalige eendenstal een demonstratieruimte gerealiseerd en in de voormalige vleesvarkensstal 11 overnachtingsplekken in de vorm van boerderijkamers. De voormalige bedrijfswoning wordt in gebruik genomen als receptie en kantoor en op de locatie wenst men in de toekomst op de plek van de voormalige berging en garage een nieuwe duurzame bedrijfswoning te realiseren. Zie voor een volledig beeld van de toekomstige situatie de bij deze toelichting gevoegde bijlage 2 met sfeerbeelden van het nieuwe erf.
Het college heeft op 28 maart 2023 een principemedewerking verleend aan voornoemde ontwikkelingen. In de principemedewerking is onder andere de voorwaarde opgenomen dat het geheel landschappelijk moet worden ingepast.
Figuur 9: Weergave het erfinpassingsplan
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
12
2 KENMERK VAN DE ACTIVITEIT 2.1 Algemeen Initiatiefnemer wenst de intensieve vleesvarkenshouderij en het eendenbedrijf te staken en de viskwekerij om te zetten naar een duurzame viskwekerij met een lage CO2-footprint door eigen voer voor de vissen samen te stellen. Als toeristische nevenactiviteit wordt de bestaande vijver uitgebreid en in gebruik genomen als visvijver, waarbij 4 vissershutten worden gerealiseerd en in de voormalige dierenverblijven een demonstratieruimte en 11 overnachtingsplekken in de vorm van boerderijkamers op basis van logies en ontbijt. Daarmee ontstaat een toekomstgerichte bedrijfsvoering. Ten behoeve van de uitvoering hiervan is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig en daaropvolgend een omgevingsvergunning milieu. De gewenste plannen worden landschappelijk ingepast middels het aanbrengen van houtsingels en het aanleggen van solitaire loofbomen, gemengde struweelhaar en loofhoutsingels en bloemrijk en faunarijk grasland. Hierdoor wordt voorzien in een kwaliteitsverbetering voor het gehele perceel. Zie hiervoor figuur 3 en bijlage 1.
2.2 Huisvesting Emissiearm huisvesting en dierenwelzijn Op 1 augustus 2015 is het Besluit emissiearme huisvesting in werking getreden. Dit Besluit stelt grenswaarden (maximale emissiewaarden) aan ammoniakemissie uit stallen. De in het besluit genoemde grenswaarden mogen bij nieuwbouw van stallen niet worden overschreden. Voor bestaande huisvestingssystemen bevat het Besluit huisvesting een overgangsregeling. Voor het houden van scharrelvarkens en kweken van vis gelden geen grenswaarden op grond van het Besluit emissiearme huisvesting. Daarmee voldoet de gehele gewenste inrichting aan het Besluit emissiearme huisvesting. De scharrelvarkens scharrelen met name buiten tussen de bedrijfsgebouwen. De tussenruimten tussen de bedrijfsgebouwen worden gebruikt als schuilgelegenheid voor de vleesvarkens. Uiteraard worden de welzijnsregels nageleefd en hebben de varkens ruimschoots voldoende oppervlakte, constant drinkwater en voldoende licht. De huisvesting voor de vis, zijnde de regenboogforel, wijzigt niet ten opzichte van de vigerende situatie. De vis wordt gekweekt in bovengrondse kweekbassins en kweekbakken. De vissen hebben voldoende oppervlakte en zuurstofrijk water tot hun beschikking.
2.3 Opslag en verbruik voeders De scharrelvarkens leven voornamelijk buiten in wroetweides tussen de schuren. Ze scharrelen met name hun eigen voer op en worden bijgevoerd met resten van de keuken van de woningen en een geringe hoeveelheid krachtvoer. Het krachtvoer dat gebruikt wordt is afkomstig van GMP-waardige veevoederbedrijven en voldoet hiermee aan de hoogste eisen. Het krachtvoer wordt bewaard in zakgoed en wordt binnen opgeslagen in de bedrijfsgebouwen. Er wordt voor de (agrarische) viskwekerij eigen voer gemaakt. Er is sprake van een kleinschalige visvoerproductie. Om 200 ton vis per jaar te produceren is grofweg 300 ton voer nodig. Dit voer bestaat uit 200 ton vismeel per jaar (dit zijn visbijproducten afkomstig uit de Nederlandse visserij) en 100 ton lokaal geteelde mais per jaar. Het vismeel ontstaat door het langzaam drogen van 850 ton aan visbijproducten op lagere temperatuur en het persen van 200 ton/jaar aan visbijproducten met een droog stofgehalte van 20 %. Deze producten worden in een afgesloten ruimte in de bedrijfsgebouwen met restwarmte uit de viskwekerij onder lage temperaturen en langzaam gedroogd en vervolgens gemalen tot visvoer voor de eigen viskwekerij. Feitelijk kan deze voerproductie voor eigen bedrijf gelijk worden geschaard aan de activiteiten van de productie van brijvoer bij agrarische
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
13
bedrijven, echter dan nog weer op een veel kleinere schaal. Deze activiteiten vinden, net zoals bij de brijvoerproductie bij agrarische bedrijven, inpandig plaats en op ruime afstand van woning van derden.
2.4 Opslag diergeneesmiddelen Een erg beperkte hoeveelheid diergeneesmiddelen (circa 1 kg) is voorradig in een afgesloten kast.
2.5 Water, gas- en elektraverbruik Voor de viskwekerij en de veehouderij wordt voornamelijk gebruik gemaakt van grondwater, zijnde ca 12.000 m3 per jaar. Het grondwaterverbruik neemt af in verband met het staken van de eenden- en vleesvarkenshouderij. Naar verwachting wordt in de beoogde opzet ca 10.000 m3 grondwater gebruikt voor de viskwekerij, de schoonmaakwerkzaamheden en drinkwater voor de scharrelvarkens. Het waterverbruik voor de viskwekerij wijzigt niet ten opzichte van de vigerende situatie. Het waterverbruik is relatief laag aangezien de vissen niet worden gekweekt in een traditioneel systeem, maar is uitgerust met een uniek en geavanceerd recirculatiesysteem. Het viskweeksysteem bevat 420 m2 kweekwater en ruimt 500 m3 aan biologische zuivering zowel aeroob als anaeroob. In het systeem is er een waterverbruik van 6-7 % per dag, waarvan 4-6 % bestaat uit daadwerkelijke verversing en 1-3 % bestaat uit compensatie als gevolg van verdamping. Ten opzichte van een traditioneel systeem resulteert dit een waterbesparing van 14.500 m3 per jaar. Voor de bedrijfswoningen en de B&B wordt leidingwater gebruikt. Dit waterverbruik is naar schatting 7.000 m3 per jaar. Het jaarlijkse elektraverbruik in de nieuwe situatie zal minder zijn dan het bestaande gebruik van circa 90.000 kWh. Naar verwachting zal het jaarlijkse elektraverbruik maximaal 75.000 kWh bedragen.
Op 2 daken van de bedrijfsgebouwen zijn recent 305 zonnepanelen geplaatst. De opgewekte energie wordt gebruikt voor zowel de bedrijfsvoering als terug geleverd op het net. Het gasverbruik zal in de nieuwe situatie ook aanzienlijk lager zijn dan het bestaande gebruik van ca 17.000 m3 , aangezien voor de viskwekerij gebruik gemaakt gaat worden van een houtvergassingsinstallatie met warmte terugwinning. Met deze installatie wordt de viskwekerij verwarmd en voer gedroogd. De nieuwe bedrijfswoning zal ook gasloos worden. Naar verwachting zal het jaarlijks gasverbruik in de toekomstige situatie maximaal 6.000 m3 gas bedragen.
2.6 Afvalstoffen Mest Er komt in de beoogde opzet alleen vaste mest vrij van de 50 scharrelvarkens die gebruik maken van de schuilruimte . De urine van deze varkens wordt opgevangen door het strooisel in de schuilgelegenheid. De vaste mest wordt uitgereden op eigen gronden waarbij de hiervoor geldende regelgeving wordt nageleefd. Afvalwater De viskwekerij blijft ongewijzigd. Er wordt gebruikt gemaakt van een uniek geavanceerd recirculatie systeem waar diverse technieken gecombineerd zijn tot 1 effectief systeem voor de viskwekerij. Het water wordt intern gezuiverd en hergebruikt. De stikstof en Het systeem bevat 420 m3 kweekwater en ruim 500m3 aan biologische zuivering bestaande zowel aerobe als anaerobe zuivering. De stikstof en fosfaat dat vrijkomt wordt in het het recirculatiesysteem afgebroken door 2 verschillende filters: 1. Een trickling filter welke NH3 oxideert tot NO3 (aeroob proces/nitrificatie); 2. Een bezinker met ondergedompeld filter welke de zuurstof opneemt ui de NO3 en deze omzet naar N2 (anaeroob porces/denitrificatie).
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
14
Plusminus 95 % van het water wordt gerecycled. Het afvalwater afkomstig van de viskwekerij wordt, na de hiervoor beschreven zuivering, via een slibvanger geloosd in een natuurlijk ingerichte bergingsvijver, welke is voorzien van een helofytenfilter. Deze bergingsvijver wordt tevens gebruikt als visvijver. . Het hemelwater afkomstig van het erf en gedeeltelijk van de daken infiltreert deels in de bodem en wordt deels afgevoerd en opgevangen in de opvangvijvers, die tevens dienst doen als visvijvers. De visvijvers hebben afdoende inhoud om alle water op te slaan. Het huishoudelijk afvalwater van de woningen en de B&B wordt geloosd op het gemeentelijk rioolstelsel. Kadavers Eventuele kadavers worden bewaard in een afgesloten kadaverton. De kadavers worden opgehaald door een gespecialiseerd bedrijf. Overig bedrijfsafval Klein chemisch afval wordt bewaard in een speciale ton. Het wordt enkele keren per jaar afgevoerd naar een gecertificeerd bedrijf. Al het overig bedrijfsafval wordt verzameld in een bedrijfsafvalcontainer (240 liter) en regelmatig afgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf. De hoeveelheid bedrijfsafval kan in totaal oplopen tot circa 1.500 kg per jaar.
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oostendorperdiek 21 in Groenlo
15
3 EFFECTEN OP HET MILIEU 3.1 Overzicht De belangrijkste emissies waarvan sprake is bij een veehouderij zijn ammoniak, geur en fijnstof. Zoals valt op te maken uit onderstaande tabel blijven deze emissies in de beoogde situatie gelijk aan de bestaande situatie. De situatie in de Wnb-vergunning uit 2017 is niet gerealiseerd. Aspect Ammoniakemissie Geuremissie Fijnstofemissie
Bestaand 3.368,8 kg (Wnb 2017: 3.920,0 kg) 16.308,5 OUE/s 794.700 gram
Beoogd 150 ,0 kg 1.150,0 OUE/s 6.650 gram
3.2 Ammoniak Zeer kwetsbare natuur Ten aanzien van het aspect ammoniak is de Wet ammoniak en veehouderij leidend. Daarbij is bepalend hoe de inrichting is gelegen ten opzichte van zeer kwetsbare natuurgebieden. De inrichting is niet gelegen in een zone van 250 meter rondom zeer kwetsbare gebieden. Op circa 590 meter afstand is het dichtst bijgelegen kwetsbare gebied gelegen. Dat betekent dat er geen directe beperkingen zijn vanuit de Wet ammoniak en veehouderij (Wav). De ammoniakemissie neemt overigens niet toe als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Emissiearme huisvesting Elke veehouderij moet voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting. Met het Besluit emissiearme huisvesting wordt invulling gegeven aan het algemene emissiebeleid voor heel Nederland. Er mogen geen nieuwe huisvestingssystemen meer vergund worden met een emissiefactor die hoger is dan de in bijlage 1 van het besluit gestelde maximale emissiewaarden. Verder moet de inrichting als geheel voldoen aan de maximale emissiewaarde. In het besluit emissiearme huisvesting is geen maximale emissiewaarde opgenomen voor scharrelvarkens en vissen. Daarom kan worden volstaan met gangbare, traditionele huisvesting. In de beoogde opzet wordt hier dan ook gebruik van gemaakt.