CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp omgeving marianum bijlagen

Raadscommissie 22 juni 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum' en beeldkwaliteitsplan 'Sporthallocatie Groenlo'26.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Rapport 11559.003 versie 1

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan het bevoegd gezag beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan. De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan het bevoegd gezag besluiten over te gaan tot een opgraving.

Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

Rapport 11559.003 versie 1

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door bevoegd gezag op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door bevoegd gezag op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door bevoegd gezag op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)

► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).

* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door bevoegd gezag. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door bevoegd gezag. **** Na een verkennend booronderzoek kan het bevoegd gezag besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van het bevoegd gezag. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van het bevoegd gezag.

Rapport 11559.003 versie 1

Bijlage 4

Rapport 11559.003 versie 1

Inrichtingsplan

Bijlage 5

Overzichtsfoto’s plangebied en foto’s van de opgeboorde profielen

Vanuit westelijke richting nabij boring 1

Vanuit oostelijke richting nabij boring 2

Vanuit noordelijke richting nabij boring 3/4

Vanuit westelijke richting nabij boring 10

Vanuit oostelijke richting nabij boring 6

Vanuit zuidoostelijke richting nabij boring 12

Rapport 11559.003 versie 1

Vanuit zuidwestelijke richting nabij boring 13

Vanuit noordoostelijke richting nabij boring 24

Vanuit oostelijke richting nabij boring 29

Boring 1

Boring 2

Boring 3

Rapport 11559.003 versie 1

Boring 4

Boring 5

Boring 6

Boring 7

Boring 8

Boring 9

Rapport 11559.003 versie 1

Boring 10

Boring 11

Boring 12

Boring 13

Boring 14

Boring 15

Rapport 11559.003 versie 1

Boring 16

Boring 17

Boring 18

Boring 19

Boring 20

Boring 21

Rapport 11559.003 versie 1

Boring 22

Boring 23

Boring 24

Boring 25

Boring 26

Boring 27

Rapport 11559.003 versie 1

Boring 28

Boring 29

Boring 30

Boring 31

Boring 32

Boring 33

Rapport 11559.003 versie 1

Bijlage 6

Rapport 11559.003 versie 1

Boorprofielen

Bijlage 6

Boorstaten

01 X: Y:

02 239125,00 450682,00

26,3

0

m +NAP

X: Y: 0

30

50

60

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Ap-horizont, huidige bouwvoor, geroerde/verstoorde laag Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, licht geelgrijs, geroerde/verstoorde laag

100 140

150 190

200 220

03 239144,00 450668,00

26,3

0

m +NAP

X: Y:

50

60

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, licht bruingrijs, gestort stabilisatiezand/bouwzand

130

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht grijsbruin, gestort stabilisatiezand/bouwzand Zand, matig fijn, matig siltig, groengrijs, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Ap-horizont, huidige bouwvoor, geroerde/verstoorde laag Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker witgrijs, geroerde/verstoorde laag

100

150

26,2

0

30

155

220

04 239173,00 450683,00

X: Y:

m +NAP

05 239200,00 450701,00

26,1

X: Y:

m +NAP

26,1

X: Y:

30

50

55 70

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donker bruingrijs, Ap-horizont, huidige bouwvoor, geroerde/verstoorde laag

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, gestort stabilisatiezand/bouwzand

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, donker witgrijs, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht grijsbruin, gestort stabilisatiezand/bouwzand

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, licht witgrijs, gestort bouwzand/stabilisatiezand

85

150

180

Zand, zeer fijn, matig siltig, licht witgrijs, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

07 239271,00 450660,00

26

X: Y:

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donker witgrijs, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand

0

0

50

60

100

100

130

150

160

195

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, gestort bouwzand/stabilisatiezand

m +NAP

26,1

20

50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, licht grijsbruin, Ap-horizont, huidige bouwvoor, geroerde/verstoorde laag

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker witgrijs, gestort bouwzand/stabilisatiezand

90

155

Zand, zeer fijn, zwak siltig, witbruin, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand

200 220

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, licht geelgrijs, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

220

X: Y:

50

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donker bruingrijs, Ap-horizont, huidige bouwvoor, geroerde/verstoorde laag

100

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand

40

26

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, witbruin, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand

150

0

225

250

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, licht witgrijs, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

X: Y:

60 80

100 130

150 165

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, donker witgrijs, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, gestort bouwzand/stabilisatiezand Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht witgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

200 220

Projectcode: 11559.003

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, lichtgrijs, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

0

180

200

Zand, zeer fijn, matig siltig, oranjebruin, 1C-horizont, dekzandafzettingen

250

300

300

70

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker witgrijs, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht witgrijs, gestort bouwzand/stabilisatiezand 170

200

200

220

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, licht grijsoranje, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, licht geelgrijs, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

10 X: Y:

m +NAP

239163,00 450603,00

26

m +NAP

0

0

50

55 75

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, gestort bouwzand/stabilisatiezand

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, licht grijsbruin, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

X: Y:

m +NAP

130

150 170

200

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donker bruingrijs, Ap-horizont, huidige bouwvoor, geroerde/verstoorde laag

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, donker witgrijs, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, gestort bouwzand/stabilisatiezand

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, licht bruingrijs, gestort bouwzand/stabilisatiezand

150

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, licht geelgrijs, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

55 70

120

165

200 220

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, lichtgrijs, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

14 239313,00 450605,00

25,9

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donker bruingrijs, Ap-horizont, huidige bouwvoor, geroerde/verstoorde laag Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, donker witgrijs, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, gestort bouwzand/stabilisatiezand Zand, zeer fijn, matig siltig, licht oranjegeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, licht witgrijs, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

X: Y:

m +NAP

15 239346,00 450574,00

25,8

X: Y:

m +NAP

239327,00 450584,00

25,8

m +NAP

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donker bruingrijs, Ap-horizont, huidige bouwvoor, geroerde/verstoorde laag

100

155

190

200 220

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde.verstoorde laag, resten bouwpuin, baksteen en kiezels

50

75

150

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, donker witgrijs, gestort bouwzand/stabilisatiezand

13

50

100

120

239262,00 450591,00

26

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donker bruingrijs, Ap-horizont, huidige bouwvoor, geroerde/verstoorde laag

75

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker witgrijs, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Ap-horizont, huidige bouwvoor, geroerde/verstoorde laag

300

12

0

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donker bruingrijs, Ap-horizont, huidige bouwvoor, geroerde/verstoorde laag

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht witgrijs, gestort bouwzand/stabilisatiezand

0

40

239192,00 450640,00

26,2

0

200

200

m +NAP

X: Y:

145

130

239212,00 450597,00

m +NAP

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker witgrijs, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, licht oranjegrijs, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

09

26,3

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Ap-horizont, huidige bouwvoor, geroerde/verstoorde laag

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, licht grijsoranje, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

239242,00 450634,00

0

300

11

X: Y:

m +NAP

0

0

0

08 239292,00 450627,00

m +NAP

0

0

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, grijsgeel, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

06

239222,00 450677,00

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, gestort bouwzand/stabilisatiezand Zand, zeer fijn, zwak siltig, witbruin, 1C-horizont, dekzandafzettingen Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, lichtgrijs, 2C-horizont, grondmoreneafzettingen

85

100 135

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker geelgrijs, geroerde/verstoorde laag

220

45

75

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht oranjegeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

200

0 8

50

70

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, donker witgrijs, geroerde/verstoorde laag, vermengd met bouwzand

0

120

Klinkerverharding Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, cunet-/stabilisatiezand Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag, geroerd restant van oorspronkelijke bouwvoor 1Ap-horizont

0

70

150

200

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht oranjegeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

200

Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker geelgrijs, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes baksteen

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht witgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

200

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag

50

150

140

0

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen 200

Bijlage 6

Boorstaten

16 X: Y:

17 239328,00 450583,00

25,8

X: Y:

m +NAP

25,8

0

0

18 239330,00 450582,00

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag

50

X: Y:

m +NAP

25,8

0

0

19 239331,00 450580,00

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes baksteen

50

m +NAP

50 70

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes baksteen

95

100

140

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen 200

200

X: Y:

X: Y:

50

85

100 120

150

160

200

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, grijsbruin, halfverhardingslaag van gebroken puin Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes bouw-/betonpuin, baksteen en kiezels Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, geroerde/verstoorde laag Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht oranjegeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

26

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

239355,00 450568,00

25,8

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, 1Aap-horizont, omgewerkt plaggendek 65 75

120

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker geelbruin, intact restant 1Bhe-horizont, veldpodzolbodem Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelbruin, 1BC-horizont

150 165 180 200

Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

Projectcode: 11559.003

200

200

50 80

100

110

150 170

200

200

Klinkerverharding Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, grijsbruin, halfverhardingslaag van gebroken puin Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes bouw-/betonpuin en baksteen Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, grijsbruin, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes bouw-/betonpuin en baksteen

0

50

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

239356,00 450568,00

m +NAP

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, 1Aap-horizont, omgewerkt plaggendek 65 75

110

140

200

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker geelbruin, intact restant 1Bhe-horizont, veldpodzolbodem Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelbruin, 1BC-horizont

90

100

70

100

100

150

160

200

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, donker grijsbruin, halfverhardingslaag van gebroken puin Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes bouw-/betonpuin en baksteen Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker geelgrijs, geroerde/verstoorde laag Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

239357,00 450566,00

25,8

55

100 125

150 170

200

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, 1Aap-horizont, omgewerkt plaggendek Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker geelbruin, intact restant 1Bhe-horizont, veldpodzolbodem

30 40

50

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, geeloranje, 1C-horizont, dekzandafzettingen

150

55

100

170

200

200

X: Y:

m +NAP

30 50

50

100

110 125 140

150

Klinkerverharding Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, grijsbruin, halfverhardingslaag van gebroken puin Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes bouw-/betonpuin en baksteen Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, geroerde/verstoorde laag

200

200

Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgeel, geroerde/verstoorde laag

X: Y:

0

50

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelbruin, 1BC-horizont

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

239358,00 450564,00

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, 1Aap-horizont, omgewerkt plaggendek

50 75 85

100 120 145

150

200

200

65 75

110

140

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

200

200

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker geelbruin, intact restant 1Bhe-horizont, veldpodzolbodem Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelbruin, 1BC-horizont

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelbruin, 1BC-horizont Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

30 X: Y:

0

239324,00 450587,00

m +NAP

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag

50

100

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker geelbruin, intact restant 1Bhe-horizont, veldpodzolbodem

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

25,8

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, 1Aap-horizont, omgewerkt plaggendek

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker geelgrijs, geroerde/verstoorde laag

0

0

m +NAP

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes baksteen

m +NAP

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, geroerde/verstoorde laag

29

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, grijsbruin, halfverhardingslaag van gebroken puin

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

239354,00 450571,00

25,8

0 8

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker geelgrijs, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes bouw-/betonpuin en baksteen

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht oranjegeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

25 239344,00 450589,00

25,8

0

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes baksteen

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

m +NAP

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

m +NAP

85

200

Klinkerverharding

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

28

50

200

200

25,8

50

50

0

170

m +NAP

0 8

X: Y:

130

150

X: Y:

30

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

45

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes bouw-/betonpuin en baksteen

24

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

150

200

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

239338,00 450596,00

25,8

0

0

239343,00 450591,00

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, geelgrijs, geroerde/verstoorde laag

27

m +NAP

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, geroerde/verstoorde laag Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

25,8

45

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

150

150

m +NAP

30

25,8

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, geroerde/verstoorde laag

X: Y:

120

X: Y:

0 8

X: Y:

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes bouw-/betonpuin en baksteen

23

0

m +NAP

100

200

Klinkerverharding

100

239341,00 450593,00

25,8

0 8 20

50

50

200

m +NAP

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht oranjegrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

22 239340,00 450594,00

25,8

X: Y:

150

150

200

21

95

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht oranjegeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

20 239332,00 450579,00

25,8

0

0

70

100

X: Y:

200

140 150 160

200 220

Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker zwartgrijs, geroerde/verstoorde laag Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht oranjegeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 1Cr-horizont, dekzandafzettingen

Bijlage 6

Boorstaten

31 X: Y:

32 239325,00 450586,00

25,8

0

X: Y:

m +NAP

33 239346,00 450588,00

25,8

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag

50

0

X: Y:

m +NAP

25,8

0 8 25

50

145

150

200

100

110

200 220

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, geroerde/verstoorde laag met resten/brokjes baksteen Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

Klinkerverharding Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, cunet-/stabilisatiezand

70

100

130

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, geroerde/verstoorde laag, humeuze grond vermengd met geel zand Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht oranjegeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen

0

200

m +NAP

0 8 30

50

100

105 120 135

150

170

200

239347,00 450587,00

170

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

200

200

Klinkerverharding Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, geroerde/verstoorde laag, teruggestorte grond Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, geroerde/verstoorde laag, teruggestorte grond, vermengd met geel zand en resten/brokjes baksteen Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, geroerde/verstoorde laag, teruggestorte grond Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker zwartgrijs, geroerde/verstoorde laag, teruggestorte grond Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, 1C-horizont, dekzandafzettingen Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 1C-horizont, dekzandafzettingen

Projectcode: 11559.003

VERKENNEND BODEMONDERZOEK, VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM EN PUIN, CIVIELTECHNISCH BODEMONDERZOEK EN FUNDATIEONDERZOEK DEKEN HOOIJMANSINGEL TE GROENLO

Rapportage verkennend bodemonderzoek, verkennend onderzoek asbest in bodem en puin, civieltechnisch bodemonderzoek en fundatieonderzoek Deken Hooijmansingel te Groenlo Opdrachtgever

gemeente Oost Gelre Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde

Rapportnummer Versienummer

11559.001 D2

Status

Eindrapportage

Datum

10 september 2020

Vestiging

Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl

Opsteller

P. Toebes

Paraaf

Kwaliteitscontrole

M.G.B. Ellenkamp-Paalhaar, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 2

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 5

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 5

5

VELDWERK ................................................................................................................................ 6 5.1 5.2

5.3

5.4 5.5 6

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 8 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

7

Algemeen.......................................................................................................................... 6 Grondonderzoek ............................................................................................................... 6 5.2.1 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest ................................................... 6 5.2.2 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 6 5.2.3 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal .............. 7 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 7 5.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 7 5.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 7 Milieuhygiënisch onderzoek puinfundatie ......................................................................... 8 Civieltechnisch bodemonderzoek vrijkomend zand sporthal ........................................... 8

Uitvoering analyses .......................................................................................................... 8 Toetsingskader ............................................................................................................... 11 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) 13 Resultaten verkennend onderzoek asbest in bodem (NEN 5707) en puin (NEN 5897) 14 Onderzoeksresultaten milieuhygiënisch onderzoek puinfundatie .................................. 14 Onderzoeksresultaten civieltechnisch bodemonderzoek vrijkomend zand .................... 14

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 16

11559.001

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 4c. 4d. 5.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Bodemprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgeboorde materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Getoetste analyseresultaten Regeling bodemkwaliteit; indicatief - Getoetste analyseresultaten puinfundatie (Regeling bodemkwaliteit; indicatief) - Toetsingskader Circulaire bodemsanering

11559.001

1

INLEIDING

De gemeente Oost Gelre heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek, een verkennend onderzoek asbest in bodem en puin, een civieltechnisch bodemonderzoek en fundatieonderzoek op de locatie Deken Hooijmansingel te Groenlo. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van het perceel aan de Deken Hooijmansingel te Groenlo, alsmede de bouw van een nieuwe sporthal ter plaatse. Het verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem en puin heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Tevens heeft het onderzoek tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem en het puin. Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van het perceel aan de Deken Hooijmansingel te Groenlo, alsmede de bouw van een nieuwe sporthal ter plaatse. Tevens is het vrijkomende zand ter plaatse van de nieuwe sporthal middels een (indicatief) civieltechnisch bodemonderzoek onderzocht.

Dit onderzoek heeft tot doel om inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw en om inzicht te verkrijgen in de civieltechnische herbruikbaarheid van de vrijkomende grond. Indien aanwezig, wordt ook het aanwezige puin onder de parkeerplaatsen op het zuidoostelijke deel van de onderzoekslocatie onderzocht om de dikte en de fysische samenstelling van de fundatie te bepalen en om een indicatie te verkrijgen omtrent de milieuhygiënische hergebruiksmogelijkheden van het fundatiemateriaal. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het verkennend onderzoek asbest in bodem en puin is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" en/of conform de NEN 5897+C1:2016/C2:2017 "Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, 2002 en 2018.

Voor het veldwerk en bemonstering van asbest in puin is geen certificering van toepassing. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. Tevens is rekening gehouden met het veldwerkprotocol (Expertisecentrum PFAS, juli 2019) voor de bemonstering van PFAS-verbindingen in grond en grondwater. De analyseresultaten met betrekking tot de bodem zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering, aan de achtergrondwaarden voor grond. De resultaten met betrekking tot het puin zijn getoetst aan de hergebruikswaarde uit de Regeling Bodemkwaliteit (bijlage A). De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan de toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem boven grondwaterniveau zoals opgenomen in het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”. Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2.

Rapport 11559.001 versie D2

Pagina 1 van 17

Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden. 2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 20.000 m²) is gelegen aan de Deken Hooijmansingel te Groenlo (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Groenlo, sectie B, nummers 3551 (ged.), 6365 en 6778 (ged.). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 26 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 239.220, Y = 450.630.

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM

3.1

Geraadpleegde bronnen

Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.

Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever gemeente Oost-Gelre (contactpersoon mevrouw M. Kos), d.d. 2 december 2019

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Omgevingsdienst Achterhoek (contactpersoon mevrouw K. Jansen-Willemsen), d.d. 25 februari 2020

Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion

Terreininspectie

Uitgevoerd door medewerker Econsultancy, d.d. 9 en 10 maart 2020

Rapport 11559.001 versie D2

Pagina 2 van 17

3.2

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie is grotendeels in gebruik als sportveld van de Scholengemeenschap Marianum. De noordoostelijke hoek van de onderzoekslocatie is bebouwd met een sporthal. Het zuidoostelijke deel van het plangebied is deels in gebruik als parkeerterrein, welke voorzien is van een klinkerverharding. Het uiterst centraal-westelijke deel van het plangebied is deels voorzien van een met klinkers verharde ontsluitingsweg. Verder is de locatie in gebruik als grasveld of groenstrook. Volgens historisch kaartmateriaal zijn de sportvelden in circa 1995 aangelegd. Van sportvelden is bekend dat daar in het recente verleden over het algemeen bestrijdingsmiddelen werden gebruikt. De groenvoorziening van de school heeft sinds 2009 de sportvelden in beheer. Op het terrein is in circa 2018 MCPA op het terrein toegepast. Verder is in de periode van 2009-heden geen gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Van de periode 1995-2009 zijn geen gegevens over het gebruik van bestrijdingsmiddelen bekend. Volgens CLO.nl is het gebruik van MCPA vanaf 2018 sterk omlaag gegaan ten opzichte van 2013. Samen met het feit dat het vermoedelijk slechts 1 keer is toegepast, wordt het niet aannemelijk geacht dat dit tot een verontreiniging met MCPA heeft geleid. Aanvullend onderzoek hiernaar wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Oost-Gelre bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Ook zijn er geen gegevens bekend omtrent overige potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens de nieuwbouw van een sporthal te realiseren. Tevens zullen er sportvelden, een ontsluitingsweg en een parkeerterrein worden aangelegd. De nieuwbouw van de sporthal komt te staan op een staalfundering, welke wordt aangelegd tot een diepte van 1 m -mv. Tot deze minimale diepte zullen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd (uitgraven bouwput). De nieuwbouw zal niet worden onderkelderd. 3.4

Calamiteiten

Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst Achterhoek blijkt, niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6

Aangrenzende terreindelen/percelen

In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Aan de noordzijde

Rapport 11559.001 versie D2

Pagina 3 van 17

grenst de onderzoekslocatie aan woonhuizen. Aan de oostzijde grenst de onderzoekslocatie aan de scholengemeenschap het Marianum. Ten westen van de onderzoekslocatie liggen panden van Univé en LBA en aan de zuidzijde grenst de onderzoekslocatie aan de N319. Econsultancy heeft in 2012 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het huidige pand Barkenkamp 5/5a (rapport 11055573), direct grenzend aan de onderzoekslocatie. Ter plaatse van dit terrein (circa 1.450 m2) zijn destijds in totaal 8 boringen geplaatst, waarvan 1 boring is afgewerkt als peilbuis. Zowel in de bovengrond als in de ondergrond zijn destijds zowel zintuiglijk als analytisch geen verontreinigingen aangetroffen. Het grondwater bleek destijds licht verontreinigd met barium. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7

Terreininspectie

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. 3.8

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten

Op 29 november 2019 is de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie gepubliceerd waarin enkele nieuwe toepassingswaarden zijn opgenomen, waaronder voorlopige achtergrondwaarden. PFAS en PFOA zijn stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen worden al heel lang gebruikt in industriële en andere processen. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. De stoffen zijn persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar. Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland verdacht op het voorkomen van deze stoffen. Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Voor wat betreft de verwachtingen op lokaal niveau met betrekking tot de parameter asbest is informatie beschikbaar op de asbestkansenkaart (Provincie Gelderland). De kaart laat zien hoe groot de kans is om asbest aan te treffen als er in een specifiek gebied een bodemonderzoek wordt uitgevoerd. Hierbij wordt de volgende verdeling gebruikt: • • •

Grote kans = meer dan 20% kans op aantreffen van asbest; Matige kans = tussen de 10% en 20% kans op aantreffen van asbest; Kleine kans = tussen de 2% en 10% kans op aantreffen van asbest.

Voor onderhavige onderzoekslocatie geldt, dat geen gegevens bekend zijn met betrekking tot een asbestverontreiniging en dat ingeschatte kans op aanwezigheid van een asbestverontreiniging als klein is ingeschat.

Rapport 11559.001 versie D2

Pagina 4 van 17

3.9

Bodemopbouw en geohydrologie

De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een hoge zwarte enkeerdgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Kreftenheye. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 24 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,0 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in westelijke richting.

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)

Verkennend bodemonderzoek (NEN 5470) en verkennend onderzoek asbest in bodem (NEN 5707) Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt verder dat op de locatie voor asbest geen gehaltes worden verwacht boven de interventiewaarde. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Op basis van het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm.

Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. Verkennend onderzoek asbest in puin (NEN 5897) en milieuhygiënisch onderzoek puinfundatie Vanwege het werken met eventuele fundatiematerialen (risicobeheer) en in geval van afvoer van deze materialen naar een verwerker is enig inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit (organische parameters en asbest) gewenst. Op basis van de huidige informatie is geconcludeerd dat het fundatiemateriaal onder de klinkerverharding voor wat betreft de parameter asbest onderzocht dient te worden volgens de strategie voor “afgedekte funderingslagen”. Voor wat betreft de organische parameters wordt op basis van de resultaten van de constructieboringen het analyseprogramma, zo nodig in overleg met de opdrachtgever vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met kritische parameters. Civieltechnisch bodemonderzoek vrijkomend zand sporthal Het onderzoek richt zich op de civieltechnische bruikbaarheid van eventueel vrijkomend zand ter plaatse van de nieuwe sporthal.

Teneinde te kunnen bepalen of het materiaal voldoet aan de civieltechnische eisen worden de analyseresultaten getoetst aan de artikelen 22.06.01, 22.06.02, 22.06.03

Rapport 11559.001 versie D2

Pagina 5 van 17

en 83.16.01 van de Standaard RAW-bepalingen 2015. Afhankelijk van de uitkomst zal het materiaal al dan niet voldoen aan respectievelijk de eisen voor "zand in aanvulling of ophoging", "draineerzand", "zand in zandbed" en/of "straatzand". Ten behoeve van het onderzoek worden de tijdens het verkennend bodemonderzoek verkregen grondmonsters gebruikt. 5

VELDWERK

5.1

Algemeen

Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten, asbestinspectiegaten en de peilbuizen. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen opgenomen. Bijlage 3b bevat foto’s van het opgegraven en gezeefde materiaal. Het veldwerk is op 9 maart 2020 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer A.F.W. Geven. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor de protocollen 2001 en 2018 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". 5.2

Grondonderzoek

5.2.1

Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest

Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In tabel 2 zijn enkele algemene gegevens met betrekking tot de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Tabel 2.

Visuele inspectie toplaag Aandachtsgebied

Opmerking

Oppervlakte van geïnspecteerde locatie

1.350 m²

Conditie toplaag

Droog

Beperkingen van de inspectie

Geen

Weersomstandigheden

Neerslag < 10 mm/dag Zicht > 50 m

Zand, klei/leem en/of veen

Zand

Los of (deels) vastgereden

Los

Geen/matige vegetatie

Geen

Geschatte inspectie-efficiëncy (tabel 2 NEN 5707)

90-100 %

Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?

Nee

5.2.2

Uitvoering veldwerk

Op de gehele onderzoekslocatie zijn met behulp van een veenboor, handpuls, edelmanboor en zuigerboor 30 boringen geplaatst, verdeeld over de onderzoekslocatie. Tevens zijn ter plaatse van de klinkerverharding met puinfundering (parkeerplaats) in totaal 7 asbestinspectiegaten gegraven met behulp van een schep. Van het opgeboorde en opgegraven materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd

Rapport 11559.001 versie D2

Pagina 6 van 17

zijn. Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest is het opgegraven materiaal gezeefd over een 20 mm zeef en zintuiglijk beoordeeld. Indien van toepassing is een schatting gemaakt van het asbestgehalte per gat. Indien er asbestverdacht materiaal is aangetroffen, is dit verzameld. 5.2.3

Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal

De bodem bestaat voornamelijk uit zeer fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig zand. De bodem is verder plaatselijk matig humeus, zwak houthoudend, zwak tot matig oerhoudend, zwak tot sterk grindof kiezelhoudend, matig gleyhoudend, zwak tot matig leemhoudend. Tabel 3 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgeboorde en opgegraven materiaal zijn aangetroffen. Tabel 3.

Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen

Gat/boring

Einddiepte (m -mv)

Traject (m -mv)

Waargenomen verontreinigingen

24

1,0

0,2-0,5

volledig puinhoudend

25

1,0

0,35-0,5

zwak puinhoudend

26

1,0

0,2-0,4

volledig puinhoudend

0,4-0,5

zwak puinhoudend

28

1,0

0,17-0,35

volledig puinhoudend

29

2,0

0,2-0,45

volledig puinhoudend

In het overige opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie en in het opgegraven en opgeboorde materiaal visueel geen asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) aangetroffen. 5.3

Grondwateronderzoek

5.3.1

Uitvoering veldwerk

Stroomafwaarts, stroomopwaarts en ter plaatse van de nieuw te bouwen sporthal zijn 3 peilbuizen (filterstelling 2,5-3,5, en 2,45-3,45 en 2,3-3,3 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 9 en 10 maart 2020 is ingeschat. De peilbuizen zijn direct na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd. 5.3.2

Bemonstering

De grondwaterbemonstering is op 17 maart 2020 uitgevoerd door de heer J.T. Bouwman. Deze medewerker van Econsultancy in staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel 4 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen.

Rapport 11559.001 versie D2

Pagina 7 van 17

Tabel 4. Peilbuisnummer

5.4

Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater Situering peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Zuurgraad (pH)

12

stroomafwaarts

2,5-350

1,33

650

68

6,9

20

ter plaatse van de nieuw te realiseren sporthal

2,45-3,45

1,74

490

8

7

29

stroomopwaarts

2,3-3,3

1,80

470

21

6,9

Milieuhygiënisch onderzoek puinfundatie

Het fundatiemateriaal is per boorpunt beoordeeld en in het veld is een mengmonster samengesteld ten behoeve van de analyse. 5.5

Civieltechnisch bodemonderzoek vrijkomend zand sporthal

Uit de boorprofielen blijkt dat er globaal vanaf 1,0 m -mv zandlagen voorkomen die mogelijk civieltechnisch herbruikbaar zijn. Deze lagen betreffen zwak siltige, zwak tot matig grindige, zwak tot sterk keienhoudende, matig grof tot zeer grove zandlagen.

6 6.1

LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses

Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De grondmengmonsters en de grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -

standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;

-

PFAS grond: droge stof, organische stof, perfluoroctaansulfonaat lineair (PFOS), perfluoroctaansulfonaat vertakt (PFOS), perfluoroctaanzuur lineair (PFOA), perfluoroctaanzuur vertakt (PFOA) en overige PFAS;

-

standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.

-

lozingsparameters grondwater: zuurstof, ijzer (-totaal) en onopgeloste bestanddelen.

Rapport 11559.001 versie D2

Pagina 8 van 17

Tabel 5 geeft een overzicht van de samenstelling de (meng)monsters en het analysepakket ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek. Tabel 5.

Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters

(Meng)monster

Monsters (in m -mv)

Analysepakket

Bijzonderheden

MM1

01 (0-0,3) + 02 (0-0,5) + 03 (0-0,5) + 04 (0-0,5) + 05 (0-0,5) + 06 (0-0,5) + 07 (0-0,5) + 08 (0-0,5)

standaardpakket

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MM2

09 (0-0,5) + 10 (0-0,5) + 11 (0-0,5) + 12 (0-0,5) + 13 (0-0,5) + 14 (0-0,5) + 15 (0-0,5) + 16 (0-0,5)

standaardpakket

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MM3

17 (0-0,5) + 18 (0-0,5) + 19 (0-0,5) + 20 (0-0,5) + 21 (0-0,5) + 22 (0-0,5) + 23 (0-0,5)

standaardpakket

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MM4

24 (0,07-0,2) + 25 (0,07-0,35) + 26 (0,07-0,2) + 27 (0,07-0,25) + 28 (0,07-0,17) + 29 (0,07-0,2) + 30 (0,07-0,5)

standaardpakket

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MM5

01 (0,5-1,0) + 03 (1,0-1,5) + 06 (1,0-1,5) + 06 (1,5-1,7)

standaardpakket

ondergrond (zintuiglijk schoon)

MM6

09 (0,5-1,0) + 09 (1,0-1,5) + 12 (1,0-1,5) + 12 (1,5-2,5) + 16 (0,5-1,0)

standaardpakket

ondergrond (zintuiglijk schoon)

MM7

25 (0,5-1,0) + 26 (0,5-0,7) + 28 (0,5-1,0) + 29 (0,5-1,0)

standaardpakket

ondergrond (zintuiglijk schoon)

PFAS-MM1

01 (0-0,3) + 02 (0-0,5) + 03 (0-0,5) + 04 (0-0,5) + 05 (0-0,5) + 06 (0-0,5) + 07 (0-0,5) + 08 (0-0,5)

PFAS

bovengrond (zintuiglijk schoon)

PFAS-MM2

09 (0-0,5) + 10 (0-0,5) + 11 (0-0,5) + 12 (0-0,5) + 13 (0-0,5) + 14 (0-0,5) + 15 (0-0,5) + 16 (0-0,5)

PFAS

bovengrond (zintuiglijk schoon)

PFAS-MM3

17 (0-0,5) + 18 (0-0,5) + 19 (0-0,5) + 20 (0-0,5) + 21 (0-0,5) + 22 (0-0,5) + 23 (0-0,5)

PFAS

bovengrond (zintuiglijk schoon)

PFAS-MM4

24 (0,07-0,2) + 25 (0,07-0,35) + 26 (0,07-0,2) + 27 (0,07-0,25) + 28 (0,07-0,17) + 29 (0,07-0,2) + 30 (0,07-0,5)

PFAS

bovengrond (zintuiglijk schoon)

Verkennend onderzoek asbest in bodem (NEN 5707) en puin (NEN 5897) Ten aanzien van de parameter asbest zijn in het laboratorium in totaal 2 (meng)monsters geanalyseerd op het volgende analysepakket: -

asbest (kwantitatief): droge stof, serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).

Rapport 11559.001 versie D2

Pagina 9 van 17

Tabel 6 geeft een overzicht van de samenstelling de (meng)monsters en het analysepakket. Tabel 6.

Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het analysepakket

(Meng)monster

Monsters (in m -mv)

Analysepakket

Bijzonderheden

ASB-MM1

24 (0,2-0,5) + 26 (0,2-0,4) + 28 (0,17-0,35) + 29 (0,2-0,45)

asbest (kwantitatief)

puinlaag; asbest in puin

ASB-MM2

25 (0,35-0,5) + 26 (0,4-0,5)

asbest (kwantitatief)

verdachte laag; asbest in bodem (zwak puinhoudend)

Milieuhygiënisch onderzoek puinfundatie Het fundatiemengmonster is uit het opgegraven materiaal ter plaatse van asbestinspectiegat 24 (traject 0,2-0,5 m -mv), welke als representatief voor de gehele puinfundatie wordt beschouwd is, behoudens de kwantitatieve asbestanalyse, geanalyseerd op het volgende pakket: -

organische parameters bouwstoffen beperkt (samenstellingswaarden; indicatief): droge stof, polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie.

Civieltechnisch bodemonderzoek vrijkomend zand sporthal Uit de boorprofielen blijkt dat er zandlagen voorkomen die mogelijk civieltechnisch herbruikbaar zijn. Ter bepaling van de civieltechnische herbruikbaarheid is tevens de zeefkromme bepaald: - zeefkromme: minerale delen < 2 um, < 16 um, < 20 um, < 45 um, < 63 um, < 125 um, < 250 um, < 500 um, < 1 mm, < 2 mm. Teneinde te kunnen bepalen of het zand voldoet aan de civieltechnische hergebruikseisen conform Standaard RAW-bepalingen 2015, zijn de resultaten getoetst aan de eisen voor "zand in aanvulling of ophoging", "draineerzand", "zand in zandbed" en/of "straatzand". Tabel 7 geeft een overzicht van de hiervoor samengestelde grondmengmonsters uit het verkennend bodemonderzoek. Tabel 7.

Overzicht grondmengmonsters

Grondmengmonster

Monster (in m -mv)

Bodemsamenstelling

CIV-mm1

18 (0-0,5) + 19 (0-0,5) + 20 (0-0,5) + 21 (0-0,5) + 22 (0-0,5)

zeer fijn, zwak siltig, matig humeus zand

CIV-mm2

20 (0,5-1,0) + 20 (1,0-1,5)

matig fijn, zwak siltig zand

Rapport 11559.001 versie D2

Pagina 10 van 17

6.2

Toetsingskader

Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -

achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;

-

streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;

-

tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;

-

interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.

In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4aaa. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10247830/1