CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp n18 zieuwentseweg toelichting

Raadscommissie 22 juni 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘N18 – Zieuwentseweg – Richterslaan Lichtenvoorde’17.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Echter, afhankelijk van het bodembeleid van de gemeente waarin de grond wordt toegepast en de beoogde plaats van toepassing, dient mogelijk nog een partijkeuring uitgevoerd te worden om dit definitief vast te stellen.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Water

Wettelijk kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd. De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.

In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen). Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Specifiek voor het stedelijk gebied is het volgende van belang: De waterketen moet worden geoptimaliseerd (meer afkoppelen en infiltreren). In het GRP wordt hiertoe een aanzet gegeven; Kwaliteit oppervlaktewater en waterbodem: Saneren overstorten en afkoppeling en ontlasting van het riool; Wateroverlast in stedelijk gebied: reguleren van de piekafvoeren door middel van het vasthouden van het water bovenstrooms, actief stuwbeheer, extra retentie en herverdeling van het water.

Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf. De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld. Het bestemmingsplan legt voornamelijk de bestaande legale situatie vast, hierdoor zijn een aantal thema's minder relevant.

Thema

Toetsvraag

Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering Nee (primaire waterkering, regionale waterkering of kade)? 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?

Toelichting (vastgesteld)

Relevant

Nee

31

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

Riolering en afvalwaterketen

3. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m3/uur?

Nee

4. Ligt in het plangebied een persleiding van het waterschap Rijn en IJssel?

Ja

5. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het Nee waterschap? Wateroverlast (oppervlaktewater)

6. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2.500 m2?

Nee

7. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2?

Nee

8. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?

Nee

9. Bevinden zich in of nabij het plangebied natte en laaggelegen gebieden, beekdalen en overstromingsvlaktes?

Nee

Oppervlaktewaterkwaliteit 10. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater Ja geloosd? Grondwateroverlast

11. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Nee ondergrond? 12. Is in het plangebied sprake van kwel?

Nee

13. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren?

Ja

14. Beoogt het plan aanleg van drainage?

Nee

Grondwaterkwaliteit

15. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

Nee

Inrichting en beheer

16. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap?

Ja

17. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Nee

18. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel?

Ja

Volksgezondheid

19. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied Nee die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? Natte natuur

20. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte ecologische verbindingszone?

Nee

21. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?

Nee

22. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte Nee natuur? 23. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied?

Nee

Recreatie

24. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistorie

25. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

Tabel 4.1: Watertoetstabel met waterhuishoudkundige thema's

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

In de notitie "Watertoets N18 MV3 traject Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde" van 28 oktober 2019 worden de onderdelen uitgelicht die in de watertoetstabel met "Ja" zijn beantwoord of de onderdelen die een specifieke toelichting behoeven. Hieronder worden alleen de relevante thema's kort toegelicht die met "Ja" zijn beantwoord. De watertoets is opgenomen in bijlage 8 bij de toelichting van het voorliggende plan.

Riolering en afvalwaterketen In het plangebied zijn een aantal persleidingen van het waterschap aanwezig, namelijk bij de Zieuwentseweg, Boschlaan en Richterslaan. Afstemming met het waterschap (unit Zuiveringstechnische Werken) vindt plaats via het overleg over kabels en leidingen van derden. In deze overlegstructuur staat de bereikbaarheid en het functioneren van de persleidingen centraal. Op ongeveer 350 meter van het plangebied bevindt zich RWZI Lichtenvoorde. Het waterschap heeft aangegeven dat de milieuzone van de RWZI reikt tot 200 meter vanaf de zuivering. Dit heeft dus geen invloed op de werkzaamheden.

Wateroverlast In de huidige situatie vindt de afwatering van de wegen plaats door afstroming via de berm, naar zaksloten en uiteindelijk oppervlaktewater. Op basis van het ontwerp is berekend dat er geen netto toename van verhard oppervlak is. De volgende toe- en afname van verhard oppervlak is bepaald: • Toename verharding: 8.107 m2; • Afname verharding: 10.142 m2; • Netto toename verharding: -2.035 m2 (dus een afname) In dit geval is er dus geen opgave vanuit waterkwantiteit.

Daarnaast ligt op ongeveer 900 meter van de planlocatie het beekdal van de Nieuwe Beek / Baakse Beek. Aangenomen wordt dat de werkzaamheden en de nieuwe inrichting geen invloed hebben op het beekdal of de aanwezige bergingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit Vanuit het plangebied worden er op twee manieren (hemel)water op het oppervlaktewater geloosd: Het hemelwater dat in de fietstunnel terecht komt; Het hemelwater dat op de verharding valt. Het hemelwater dat in de fietstunnel terecht komt, wordt met een pomp uit de tunnel gepompt. Vanwege de waterkwaliteit stelt Waterschap Rijn en IJssel dat dit water niet zonder zuivering geloosd mag worden op oppervlaktewater. Daarom zal het water via een bodempassage (wadi) geloosd worden, waarna het vertraagd kan afvoeren richting oppervlaktewater. De eerste neerslag die op wegen of parkeerterreinen valt, wordt door het waterschap als verontreinigd beschouwd. Daarom moet neerslag op de nieuwe oppervlaktes via een bodempassage of andere voorziening naar het oppervlaktewater afgevoerd worden. Ter voorkoming van verontreiniging van het oppervlaktewater door afstroming van neerslag, wordt de norm gesteld dat nieuw verhard oppervlak een retentie/bodempassage moet hebben van 10 mm/m2. De toename van verhard oppervlak bedraagt 8.107 m2, dus is de bergingsopgave bedraagt: Minimaal 82 m3 (bij de norm van 10 mm).

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

In het ontwerp is centraal in het projectgebied een greppel opgenomen. Deze greppel heeft een capaciteit van 90 m3. De greppel ligt tussen de parallelweg en de N18. De capaciteit van 90 m3 is voldoende om de opgave van 82 m3 te bergen. Om te zorgen dat het water daadwerkelijk in de greppel terecht komt, wordt geadviseerd om het wegprofiel dusdanig te ontwerpen dat het hemelwater afstroomt richting berm, waarbij de bermen langs de weg hol uitgevoerd worden, zodat het uiteindelijk afwatert richting greppel.

Grondwateroverlast Voor het plan worden diverse perceelsloten gedempt. In overleg met het waterschap zijn per demping de volgende uitgangspunten afgestemd: Bij iedere demping moet de afvoer van de bovenstrooms gelegen percelen gewaarborgd blijven. Dit kan door het aanleggen van een duiker of het omleggen van de afwatering; Bij iedere demping moet de hoeveelheid berging intact blijven. Dit betekent dat voor iedere m2 gedempt water er elders 1 m2 aan open water gegraven moet worden. Inrichting en beheer Onderstaande afbeelding toont de waterlopen van op de legger van Waterschap Rijn en IJssel binnen en nabij het plangebied. Het betreft de Rooksbeek en een zijtak van de Rooksbeek. Aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich de Hofbeek.

Figuur 4.3: Waterlopen op de legger binnen en nabij het plangebied

De voorgenomen ontwikkelingen vormen geen belemmering voor het reguliere beheer en onderhoud van de Hofbeek.

Bij de Rooksbeek zijn aanpassingen nodig: De duiker onder de Zieuwentseweg (DR74250173) moet verlengd worden in zowel noordelijke als zuidelijke richting, vanwege de nieuw te maken aansluiting op de parallelweg; De duiker onder de N18 (DR7425017) moet verlengd worden in noordelijke richting, vanwege de nieuw te maken aansluiting op de parallelweg. Voor alle aanpassingen aan duikers en watergangen moet een watervergunning aangevraagd worden.

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

Figuur 4.4: Benodigde aanpassingen duikers Rooksbeek

Volksgezondheid In het Raadsvoorstel Gemeentelijk Rioleringsplan van de Gemeente Oost-Gelre is een kaart opgenomen met daarop de ligging van de externe overstorten. Hieruit blijkt dat er één externe overstort vanuit het gemengde stelsel aanwezig is. Deze komt uit in de waterloop ten zuiden van de N18, juist bovenstrooms van de duiker DR74250170. Het oppervlaktewatersysteem wijzigt hier in principe niet, dus hebben de werkzaamheden geen negatieve gevolgen voor volksgezondheid.

Overige aspecten Er zijn nog een aantal wateraspecten die van belang zijn voor de realisatie van de werkzaamheden: Bemaling Drempelhoogte tunnelbak fietstunnel Aanleg lange duiker Bemaling Voor de uitvoering van de werkzaamheden is mogelijk een bronbemaling benodigd. Afhankelijk van de omvang van de bemaling, moet een watervergunning aangevraagd worden of een melding gedaan bij Waterschap Rijn en IJssel. Als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, kan volstaan worden met een melding: De hoeveelheid te onttrekken grondwater is niet meer dan 100.000 m3 per aaneengesloten periode van 30 dagen; De onttrekking duurt niet langer dan 180 dagen; De pompcapaciteit bedraagt minimaal 10 m3 per uur Indien op oppervlaktewater geloosd wordt, is daarvoor ook een watervergunning nodig.

Drempels tunnelbak

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

De drempels van de fietstunnelbak moeten zo gedimensioneerd zijn, dat er geen ontoelaatbaar risico op overlast ontstaat als gevolg van instromend grondwater. Voor het bepalen van de minimale drempelhoogtes, wordt gebruik gemaakt van de GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand). In de notitie wordt geconcludeerd dat de GHG ter hoogte van de fietstunnel maximaal +19,25 m NAP zal bedragen. De minimale drempelhoogte wordt gedimensioneerd op deze GHG, met een marge van 10 cm daar bovenop. De drempelhoogte wordt daarmee minimaal +19,35 m NAP.

Aanleg lange duiker Vanuit de gemeente speelt de wens om een lange duiker aan te leggen nabij de fietstunnel (zie onderstaande figuur), deze toont de ligging van de beoogde duiker ten opzichte van de watergangen op de legger. De functie van de duiker is het overtollig water vanuit de kern van Lichtenvoorde naar het noordwestente transporteren. In de toekomst wil de Gemeente Oost-Gelre een extra woonwijk gaan afkoppelen, en daarvoor is een extra afvoermogelijkheid gewenst. Die mogelijkheid is er nu namelijk niet. De gemeente ziet de werkzaamheden als kans om deze afvoermogelijkheid in de toekomst wel te hebben.

Figuur 4.5: Ligging lange duider (rode lijn)

Voor de aanleg van een duiker die uitkomt op een leggerwaterloop gelden normaal gesproken voor twee zaken een vergunningplicht, waarvoor een watervergunning zal moeten worden aangevraagd; namelijk de uitstroomvoorziening en de lozing van het water. De Gemeente Oost Gelre heeft aangegeven dat de komende jaren geen daadwerkelijke lozing door middel van de duiker zal plaatsvinden, omdat de woonwijken nog niet zijn afgekoppeld en niet zeker is dat dit in de toekomst wel gaat gebeuren. Met het waterschap is afgestemd dat de uitstroomvoorziening wel vergunningplichtig is voor de aanleg, maar dat de lozing pas vergunningplichtig wordt op het moment dat de lozing gaat plaatsvinden.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5

Geluid

Wettelijk kader In het kader van de bestemmingsplanprocedure moeten de gevolgen van deze wijzigingen op de geluidssituatie met een akoestisch onderzoek worden onderzocht. Het wettelijk kader voor rijkswegen is anders dan voor provinciale en gemeentelijke wegen, daarom bestaat het akoestisch onderzoek uit twee delen: Een akoestisch onderzoek naar de effecten van de wijzigingen aan de N18 onder de Wet milieubeheer (zie bijlagen) Een akoestisch onderzoek naar de effecten van de wijzigingen aan het onderliggend wegennet onder het regime van de Wet geluidhinder. Dit onderzoek is gerapporteerd in de Rapportage akoestisch onderzoek onderliggend wegennet N18 MV3 (zie bijlagen). De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting op bestaande geluidgevoelige objecten ten gevolge van de wijziging van een weg. Op grond van afdeling 4 van hoofdstuk VI van de Wgh moet onderzoek worden verricht naar de te wijzigen weg(vakken). Van deze wegen moet de geluidbelasting vóór de wijziging van de bestaande wegen en de toekomstige geluidbelasting na wijziging van deze wegen worden onderzocht. Het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG2012) stelt de regels voor het bepalen van de geluidbelastingen. Uitgangspunt voor het bepalen van de toekomstige geluidbelasting is volgens het RMG2012 het zogenoemde maatgevende jaar.

In beginsel is dit het 10de jaar na realisatie van de wijziging aan de weg. De toekomstige geluidbelasting is bepalend voor het treffen van eventuele geluidmaatregelen. Ten aanzien van de wijzigingen aan de bestaande wegen dient ook de heersende geluidbelasting te worden bepaald. Dit is één jaar vóór de wijziging van de weg. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing voor zover het gaat om geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van de wegen. Binnen deze zones wordt de geluidbelasting getoetst aan de grenswaarden. De grenswaarden zijn opgenomen in de Wgh en Besluit geluidhinder (Bg).

Toetsing In het Akoestisch onderzoek N18 Wet milieubeheer wordt geconcludeerd dat op referentiepunten is gebleken dat de geluidproductie in 2040, na reconstructie van de N18 ter hoogte van Lichtenvoorde, de geldende geluidproductieplafonds niet zal overschrijden. Op basis van dit onderzoek is er geen aanleiding om nader onderzoek te doen naar de geluidbelastingen in het achterliggende gebied of de geluidproductieplafonds in het onderzoeksgebied aan te passen. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 9 bij de toelichting van het voorliggende plan.

In het Akoestisch onderzoek onderliggend wegennet Wet geluidhinder wordt geconcludeerd dat door het wijzigen van de aansluiting van de Zieuwentseweg op de N18 bij vier woningen in het onderzoeksgebied de wettelijke toetswaarde wordt overschreden met maximaal 10 dB. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 10 bij de toelichting van het voorliggende plan.

Geadviseerde geluidbeperkende maatregelen De volgende geluidbeperkende maatregelen worden geadviseerd: De aanleg van een stiller wegdek, type dunne deklaag B of een verharding met een minstens zo grote geluidreducerende werking, op ten minste drie wegvakken van de Europaweg. Vanwege bezwaren vanuit beheer en onderhoud, kan op kruisingsvlakken en in bochten geen dunne deklaag

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde worden aangebracht. Door wringend, optrekkend en afremmend verkeer zal dit wegdek sneller slijten en vroegtijdig moeten worden vervangen. De plaatsing van een afschermende voorziening op de rand van het perceel Boschlaan 2, met een lengte van 50 meter en een hoogte van 2,5 meter. In onderstaande afbeelding zijn de voorgestelde maatregelen en de ligging van de betreffende woningen weergegeven. Het huidige scherm ten zuiden van de N18 ter hoogte van de Händelstraat wordt daarnaast vervangen.

Figuur 4.6: Voorgestelde geluidbeperkende maatregelen

Effect maatregelen Met de geadviseerde maatregelen kan bij twee woningen, aan de Europaweg 3 en 3a, worden voldaan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Bij de andere twee woningen resteert een overschrijding: Bij de woning aan de Boschlaan 2, resteert na plaatsing van een geluidscherm van 2,5 meter hoog en 50 meter lang nog een overschrijding van de wettelijke toetswaarde met 5 dB. Voor deze woning moet een hogere waarde worden vastgesteld van 53 dB. Bij de woning aan de Zieuwentseweg, resteert na toepassing van een stiller wegdek nog een overschrijding van 1 dB. Voor deze woning moet wellicht een hogere waarde worden vastgesteld van 49 dB. Uitgangspunten voor het bestemmingsplan In artikel 4 Verkeer is een voorwaardelijke verplichting voor stil asfalt en een voorwaardelijke verplichting voor de geluidswerende voorziening opgenomen. Ook voor het bestaande geluidscherm ten zuiden van de N18 ter hoogte van de Händelstraat is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Voor de twee woningen aan de Boschlaan 2 en Zieuwentseweg 20 moet de geluidbelasting wellicht als een hogere waarde worden vastgesteld en na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de gevelisolatie om vast te stellen of het geluidniveau in de

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde woning voldoet aan de wettelijke eisen.

4.6

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (Wm) titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Hierin is opgenomen dat een project voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit wanneer kan worden aangetoond dat: a. niet leidt tot overschrijden van de grenswaarden. b. 1° niet leidt tot een verslechtering boven de grenswaarden. Sprake moet zijn van een per saldo verbetering of ten minste gelijkblijvende concentraties. 2° per saldo, dus inclusief eventuele maatregelen, leidt tot een afname van de concentraties in de gebieden waar sprake is van een overschrijding van de grenswaarde voor deze stoffen. c. niet in betekenende mate bijdraagt. Als grens voor niet in betekenende mate is in de AMvB 'niet in betekenende mate bijdragen' uitgegaan van 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Dit komt overeen met een maximale toename van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 van 1,2 µg/m3. d. is genoemd of beschreven in, dan wel betrekking heeft op, dan wel past binnen of elk geval niet in strijd is met een vastgesteld programma, te weten het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Alleen als aannemelijk wordt gemaakt dat een project aan een of meer van bovenstaande grondslagen voldoet, voldoet het project aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit.

Situatie plangebied Gemotoriseerd wegverkeer stoot onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) uit. De herinrichting van de N18 te Lichtenvoorde, heeft daarom gevolgen voor de concentraties van deze stoffen in de omgeving. Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging is de luchtkwaliteit in beeld gebracht om te onderzoeken of de wijziging voldoet aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. In bijlage 11 van dit bestemmingsplan is de Notitie luchtkwaliteit toegevoegd. Om te beoordelen of de wijziging niet leidt tot een overschrijding van de Wm grenswaarden zijn de concentraties NO2, PM2,5 en PM10 berekend met de NSL-rekentool versie 2018. In de notitie wordt geconcludeerd dat de herinrichting een beperkt effect heeft op de bijdrage aan de lokale luchtkwaliteit. Gezien dit beperkte effect en door de grote ruimte tussen de heersende concentraties en de grenswaarden uit de Wm, zal de herontwikkeling van N18 ten noorden van Lichtenvoorde niet leiden tot een benadering of overschrijding van de grenswaarden uit de Wm. Hiermee wordt voldaan aan artikel 5.16, eerste lid onder a van de Wet milieubeheer.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7

Flora en fauna

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort.

Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig EHS) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De provincie Gelderland streeft naar het veiligstellen van de verscheidenheid (biodiversiteit) en kwaliteit van de Gelderse natuur. Hiertoe zet de provincie in op de realisatie van een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Dit wil de provincie bereiken door de bestaande natuur in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) te beschermen en de samenhang te versterken door het uitbreiden van natuurgebieden in het GNN en het aanleggen van verbindingszones in de Groene Ontwikkelingszone (GO). Dit vindt plaats in de Omgevingsverordening Gelderland.

De GNN en GO kent formeel geen externe werking.

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn door de Europese Unie (EU) aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Binnen deze gebieden mogen geen significant negatieve effecten optreden vanwege nieuwe ontwikkelingen.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

Figuur 4.7: Ligging Natura 2000-gebieden binnen de gemeente en in de omgeving (bron http://natura2000.eea.europa.eu/ )

Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4) dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11). Situatie plangebied Aan de bijlage 12 van de toelichting van dit bestemmingsplan is een Eindbeoordeling ecologie toegevoegd waarin de ecologische maatregelen beschreven staan ten behoeve van de wegaanpassing N18 Zieuwentseweg MV3 (datum 22 oktober 2019). In de eindbeoordeling staat beschreven dat uit een quickscan flora en fauna (Boerboom, R., 2017b. Quickscan natuurtoets, Europaweg in Lichtenvoorde. Staring Advies, Hoog-Keppel) en aanvullend onderzoek (Boerboom, R., 2017a. Aanvullend vleermuisonderzoek, Europaweg in Lichtenvoorde. Staring Advies, Hoog-Keppel) is gebleken dat door de werkzaamheden essentiële foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen kunnen worden aangetast. Ook ligt het plangebied vlakbij een territorium van steenuil. Daarnaast zullen er houtopstanden worden geveld. Royal HaskoningDHV heeft een Ecologisch advies uitgebracht, betreft te nemen mitigerende maatregelen ten aanzien van vleermuizen en steenuil.

Dit ecologisch advies is toegevoegd aan bijlage 13 van de toelichting van voorliggend bestemmingplan. Deze adviezen zijn in aangepaste vorm opgenomen in het Activiteitenplan in bijlage 14 van de toelichting van voorliggend bestemmingsplan. Daarnaast zijn ook aanvullende maatregelen getroffen, ten behoeve van extra zekerheid omtrent effectiviteit in relatie tot beschermde soorten. In de eindbeoordeling is aangegeven of op basis van de overgenomen adviezen verbodsbepalingen van de Wnb worden overtreden en welke vervolgstappen er nodig zijn.

Voorgenomen ingreep en mitigerende maatregelen (ontwerp) Rijkswaterstaat is voornemens om de verkeerssituatie aan de N18 (Europaweg) ter hoogte van Lichtenvoorde aan te passen. Hiervoor zullen bomen worden gekapt. Om te voorkomen dat vliegroutes van vleermuizen worden aangetast en om de kans op aanrijdingsslachtoffers van steenuil te verminderen worden de volgende mitigerende maatregelen getroffen: 1. Aanbrengen bosplantsoen/hoog struweel met een uiteindelijke beheerhoogte van minimaal 3 meter. 2. Aanplanten bomen met uiteindelijk een kruinhoogte van minimaal 10 meter hoog ter plaatse van kruingaten (minimaal 5) in de resterende enkele bomenrij tussen de N18 en de (nieuwe) parallelweg. 3. Aanbrengen vleermuisgeleidingsvoorziening over de westelijke rijbaan van de aansluiting van de parallelweg op de N18. 4. Eén-op één herplanten van gekapte bomen binnen het projectgebied.

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

Maatregelen 1 t/m 3 zijn indicatief weergegeven op de ontwerptekening (onderstaande figuur). Maatregel 4 zal over het gehele plangebied worden genomen.

Figuur 4.8: Ontwerptekening met hierin locaties van te nemen mitigerende maatregelen opgenomen.

Beoordeling mitigerende maatregelen Door het aanbrengen van bosplantsoen/hoog struweel met een uiteindelijke beheerhoogte van minimaal 3 meter wordt de kans op verkeersslachtoffers van steenuil verminderd. Om te voorkomen dat er essentiële vliegroutes van vleermuizen worden aangetast wordt een vleermuisgeleidingsvoorziening over de westelijke rijbaan van de parallelweg op de N18 aangebracht. Daarnaast worden er bomen met een uiteindelijke kruinhoogte van minimaal 10 meter hoog geplant ter plaatse van kruingaten in de resterende enkele bomenrij tussen de N18 en de (nieuwe) parallelweg. Gekapte bomen binnen het projectgebied zullen één-op-één worden herplant. Hierdoor wordt gehouden aan de herplantplicht ten aanzien van houtopstanden in de Wnb.

Activiteitenplan Voor de ruimtelijke ingreep is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk, omdat vanwege de m.e.r.-beoordelingsplicht niet (ontheffingsvrij) volgens de Gedragscode van RWS gewerkt kan worden. In dit activiteitenplan wordt de ontwikkeling en de effecten hiervan op essentiële vliegroutes van vleermuizen over en langs de N18 beschreven. Er wordt onderbouwd dat door de mitigerende maatregelen die worden getroffen géén sprake is van significant negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding van de betreffende vleermuis-soorten op het niveau van de lokale populatie. Kap van bomen en bijgevolg toegenomen versnippering en afnemend voedselaanbod leidt (mogelijk) tot overtreding van artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb ten aanzien van voorkomende vleermuissoorten, in dit geval gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Van overige vleermuissoorten zijn geen essentiële leefgebiedsfuncties aangetroffen en worden zodoende geen verbodsbepalingen overtreden. Voor laatvlieger en gewone dwergvleermuis geldt dat de lokale staat van instandhouding niet in het geding komt door het nemen van een reeks mitigerende maatregelen, waarbij tijdens de uitvoering maximaal rekening wordt gehouden met de meest kwetsbare periodes.

Voornoemde vleermuissoorten zullen direct profiteren van de soortgerichte maatregelen, waarbij tevens alternatieve vliegroutes aanwezig zijn in omringend kleinschalig landschap. Zo komt de staat van instandhouding van geen enkele voorkomende vleermuissoort in het geding als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep. Maatregelen worden, met inachtneming met de voorwaarden van de verleende ontheffingsaanvraag,

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde uitgewerkt in een project-specifiek ecologisch werkprotocol. Het activiteitenplan is als bijlage gevoegd bij een aanvraag om ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5 lid 4 van de Wet natuurbescherming. Op 29 maart 2021 heeft de Rijksdienst voor ondernemend Nederland onder voorwaarden ontheffing verleend voor de periode van 1 augustus 2021 tot en met 30 juni 2023 ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5, lid 4 voor zover dit betreft het voortplantings- of rustplaatsen beschadigen of vernielen van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Deze ontheffing is als bijlage 15 bij de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan gevoegd.

Conclusie Wanneer bovenstaande mitigerende maatregelen worden uitgevoerd en werkzaamheden tussen november en maart, buiten de kwetsbare periode van vleermuizen (april t/m oktober), zullen plaatsvinden, is er geen sprake van directe overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb ten aanzien van vleermuizen. Ook zullen de mitigerende maatregelen voor behoud van bestaande vliegroutes ertoe leiden dat er geen indirecte overtreding van verbodsbepalingen plaatsvindt omtrent doden en beschadigen en vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen. Bestaande doorgaande structuren en essentiële routes worden immers gefaciliteerd in het nieuwe ontwerp, zodat er geen indirecte effecten optreden op vaste rust- en verblijfplaatsen in het lokale netwerk en geen vleermuizen onnodig aangereden worden. Bovendien kan een lokaal, deels tijdelijk verlies van essentieel foerageergebied opgevangen worden door geschikte groenstructuren in de omgeving. Zo kan overtreding van verbodsbepalingen van artikel 3.5, eerste lid (opzettelijk doden) en vierde lid (beschadigen en vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen), in voldoende mate voorkomen worden, onder voorbehoud van zorgvuldig werken geredeneerd vanuit de soorten. Tot slot voorkomt afscherming van een deel van de rijbaan met beplanting dat er onnodige verkeerslachtoffers van de steenuil vallen.

Daarnaast voorkomt werken in de periode tussen november en maart dat er broedgevallen van vogels worden verstoord of aangetast. Daarmee wordt overtreding van verbodsbepalingen uit artikel 3.1, eerste lid (opzettelijk doden), de Wnb ten aanzien van vogels voorkomen. Ten aanzien van het vellen van houtopstanden dient een melding te worden gedaan bij het bevoegd gezag en moet in het kader van werken volgens de gedragscode van Rijkswaterstaat een ecologisch werkprotocol worden opgesteld. Voor alle in het wild levende soorten geldt de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming), welke ook moet worden uitgewerkt in dit ecologisch werkprotocol. Voor de ruimtelijke ingreep is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk, omdat vanwege de m.e.r.-beoordelingsplicht niet (ontheffingsvrij) volgens de Gedragscode van RWS gewerkt kan worden. Op verzoek van RWS heeft RHDHV een activiteitenplan opgesteld, welke dient ter onderbouwing van de ontheffingsaanvraag voor het overtreden van de verbodsbepalingen in relatie tot beschermde soorten. Reeds is de aanvraag voor de ontheffing ingediend bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag heeft op 29 maart 2021 de gevraagde ontheffing verleend.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Het aspect flora en fauna vormt, nu de benodigde ontheffing verkregen is, geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8

Stikstofdepositie

Wettelijk kader Conform de Wet natuurbescherming (Wnb) dienen activiteiten getoetst te worden om na te gaan of binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden.

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

In de beslisboom van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn de stappen om vergunningsplicht vast te stellen beschreven:

Figuur 4.9: Beslisboom vergunningplicht

Situatie plangebied Gedurende de aanleg worden mobiele werktuigen en bouwverkeer ingezet en na de realisatie leidt de herinrichting tot een gewijzigde verkeerssituatie. Zowel de aanleg als het gebruik van de gewijzigde N18 draagt bij aan (gewijzigde) stikstofdepositie in de omgeving als gevolg van het neerslaan van de emissies van NOx (stikstofoxiden) en NH3 (ammoniak) die vrijkomen door de verbrandingsmotoren van wegverkeer en mobiele werktuigen. Dit kan mogelijk leiden tot negatieve ecologische effecten in omliggende Natura 2000-gebieden. Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging is de projectbijdrage aan de stikstofdepositie in de aanlegfase en in de gebruiksfase in beeld gebracht. De gehanteerde uitgangspunten en resultaten staan beschreven in de Notitie stikstofdepositie in bijlage 16 van de toelichting van dit bestemmingsplan. In de notitie wordt geconcludeerd dat de gewijzigde verkeerssituatie in de permanente gebruiksfase in geen enkel Natura 2000-gebied leidt tot een significante projectbijdrage (>0,00 mol N/ha/j). De maximale bijdrage van de activiteiten in de tijdelijke aanlegfase bedraagt 0,02 mol N/ha/j in het Natura 2000-gebied Korenburgerveen. Deze projectbijdrage kan worden voorkomen door het opnemen van emissie eisen (STAGE IV of schoner) aan het in te zetten materieel.

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Externe veiligheid

Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.

Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Derhalve is de risicokaart geraadpleegd.

Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten. Het externe veiligheidsbeleid is samengevat in onderstaande tabel.

Toelichting (vastgesteld)

45

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

Tabel 4.2: Samenvatting externe veiligheidsbeleid gemeente Oost Gelre

Situatie plangebied Externe veiligheid Rijkswaterstaat heeft een memo opgesteld waarbij ingegaan wordt op de effecten van de externe veiligheid bij het project N18 Zieuwentseweg/Richterslaan fase 2 ten behoeve van de bestemmingsplanprocedure. De Memo externe veiligheid (Rijkswaterstaat) is opgenomen in bijlage 17 van de toelichting. De functie van de N18 (80 km/uur) met een profiel van 1x2 rijstroken en gelijkvloerse kruispunten blijft behouden. Eveneens blijft de weg onderdeel uitmaken van het Basisnet Weg, te weten wegvak G20. Er zijn geen wijzigingen in de vervoershoeveelheden van het transport van gevaarlijke stoffen als gevolg van het project. De overige wegen in het project maken geen deel uit van het Basisnet en de omvang van het transport van gevaarlijke stoffen op die wegen is zo laag dat het risico voor de omwonenden ruim onder de grensen richtwaarde voor externe veiligheid ligt. Op basis van deze memo kan gesteld worden dat er geen aanvullend externe veiligheidsonderzoek noodzakelijk is. Er is aangetoond dat, ondanks de verschuiving van de referentiepunten (en dus de risicoplafonds) op de N18 en het transport van gevaarlijke stoffen op de nieuwe parallelweg en de Richterslaan, de externe veiligheidsrisico's nergens overschreden zullen worden. Het PR-plafond van de N18 en de PR 10-6 contour langs de niet-basisnetwegen bedraagt 0 m.

Tevens is het groepsrisico nergens hoger dan 10% van de oriëntatiewaarde. De Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) heeft de memo van Rijkswaterstaat van 2 april 2020 beoordeeld voor het onderwerp externe veiligheid. De Beoordeling externe veiligheid (Omgevingsdienst Achterhoek) is opgenomen in bijlage 18 van de toelichting dit bestemmingsplan. Hierin wordt geconcludeerd dat de toetsing aan de regelgeving voor externe veiligheid goed is uitgevoerd. In dit geval is er geen verplichting om de Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland om advies te vragen. De Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland is wel geïnformeerd door de ODA. Uitgangspunten voor het bestemmingsplan

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

De conclusie is dat het project geen invloed heeft op de externe veiligheid.

4.10

Kabels en leidingen

Deze paragraaf gaat in op de boven- en ondergrondse planologisch relevante technische infrastructuur.

Situatie plangebied Kabels en leidingen Er zijn binnen het plangebied geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Hoogspanningslijnen Binnen het plangebied zijn geen tracés van hoogspanningslijnen aanwezig.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan De aspecten hoogspanningslijnen en planologisch relevante kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voorliggende bestemmingsplan is een ontwikkelingsgericht plan (wat betekent dat het plan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.

5.2

Bestemmingsplan

Het digitale bestemmingsplan 'N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1586.BPBUI2016-VG01 met bijbehorende regels.

5.3

Plansystematiek

5.3.1

Indeling

Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.

Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken:

Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. De omschrijving van de begrippen zijn derhalve overgenomen uit de geldende bestemmingsplannen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Bestemmingsregeling Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsregels. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het is mogelijk dat bestaande, legale gebouwen afwijken. Onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie’ zoals deze is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals deze bij de gemeente bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het Bestemmingsplan Buitengebied.

Specifieke gebruiksregels In sommige bestemmingen is het noodzakelijk om het gebruik zoals toegelaten in de bestemmingsomschrijvingen nader te specificeren. Ter nadere toelichting is in sommige bestemmingen aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval vallen onder strijdig gebruik zoals bedoeld in artikel 2.1 Wabo. Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken. Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' een omgevingsvergunningplicht.

Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels.

Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. 5.3.2

Bestemmingsregels

Groen In het plangebied is aan een beperkt aantal percelen de bestemming 'Groen' toegewezen. Deze gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, paden en toegangswegen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. De gronden hebben de functie van een groenstrook om de landschappelijke inpassing te waarborgen bij relatief recent gebouwde woningen. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voorwaardelijke verplichting geluidscherm' is ter hoogte van de Händelstraat een geluidscherm toegestaan dat niet meer mag bedragen dan 4 meter. Voor de gronden met de aanduiding 'Specifieke vorm van groen - voorwaardelijke verplichting' dient een groenstrook te worden ingericht conform de eisen uit het in de bijlage bij de regels opgenomen landschapsplan en dient deze inrichting duurzaam te worden onderhouden.

Verkeer In de bestemming 'Verkeer' zijn de wegen uit het plangebied opgenomen. De bestemming 'Verkeer' voorziet in een flexibele regeling. Concreet betekent het voorgaande dat naast de wegen ook fiets- en voetpaden, verblijfsvoorzieningen, bermen en bermsloten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en landschapselementen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen onderdeel zijn van de bestemming. Ter plaatse van de functieaanduiding 'tunnel' is een tunnel toegestaan. Het bouwen van gebouwen is op de als 'Verkeer' bestemde gronden niet toegestaan. De bouwregels voorzien wel in de bouw van bouwwerken in de vorm van schuilgelegenheden voor fietsers en wandelaars en de oprichting van verkeerstekens, palen en masten tot 10 m, informatiepalen tot 2,5 m en overige bouwwerken tot 3 m. Opgemerkt dient te worden dat algemeen voorkomende bouwwerken ten behoeve van het openbaar gebied veelal vergunningsvrij opgericht kunnen worden op grond van de Wabo, waardoor hiervoor in de bouwregels geen nadere bepalingen voor zijn opgenomen. Middels een omgevingsvergunning kan van de bouwregels worden afgeweken voor het oprichten van een geluidswal/-scherm. Voor de gronden met de bestemming 'verkeer' geldt dat deze pas gebruikt mogen worden wanneer aan de minimale geluidsreductie-eisen door middel van geluidreducerend asfalt overeenkomstig Bijlage 2 Ontwerp totaalsituatie is voldaan.

Het gebruik van wegen binnen de bestemming 'verkeer' is alleen toegestaan indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voorwaardelijke verplichting geluidscherm' een geluidscherm is geplaatst en in stand wordt gehouden. Voor de gronden met de aanduiding 'Specifieke vorm van groen - voorwaardelijke verplichting' dient een groenstrook te worden ingericht conform de eisen uit het in de bijlage 3 bij de regels opgenomen landschapsplan en dient deze inrichting duurzaam te worden onderhouden.

Water Bestemmingsomschrijving De hoofdwatergangen binnen het plangebied zijn aangewezen als 'Water'. In deze bestemming is een regeling opgenomen voor watergangen, waterpartijen, waterhuishoudkundige voorzieningen, oevers en taluds met bijbehorende onderhoudsstrook en de instandhouding en ontwikkeling van de voorkomende

50

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde natuur- en landschapswaarden. Voorts is extensief recreatief gebruik in, op en aan het water toegestaan. Nieuwe watergangen hebben specifiek de bestemming 'Water' gekregen. Bestaande watergangen passen binnen de overige vigerende bestemmingen en worden geconsolideerd. Binnen deze bestemming zijn enkel bouwwerken toegestaan in de vorm van bestaande vlonders en steigers toegestaan met een bouwhoogte tot 1 m of overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 3 m. Middels een omgevingsvergunning kan tot nader gespecificeerde maten worden afgeweken van de bouwregels.

Wonen In het plangebied is aan één enkel perceel de bestemming 'Wonen' toegewezen. Het gaat om het perceel Boschlaan 2. De bestaande woning is conserverend bestemd. De planologische mogelijkheden zijn zowel rechtstreeks als via afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden overgenomen uit het vigerende Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011. Planologisch juridisch verandert er niets behoudens dat de bestemming is aangevuld met een specifieke bouwregel. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – voorwaardelijke verplichting geluidsscherm' dient een geluidscherm te worden opgericht van maximaal 2,5 meter. De overige planologische mogelijkheden, afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden zijn voor zover van toepassing overgenomen uit het vigerende plan. De aanlegvergunningplicht uit het vigerend bestemmingsplan is niet overgenomen, omdat de noodzakelijke ingrepen op het perceel onderdeel zijn van de gehele ontwikkeling en er heeft reeds in dat kader een belangenafweging plaatsgevonden waardoor een nadere afweging in een vergunningentraject geen toegevoegde waarde heeft.

Leidingen Rioolpersleiding Ten behoeve van het behoud en de aanleg van hoofdrioolleidingen is voorzien in een passende dubbelbestemming, te weten ‘Leiding – Riool’. Het is niet toegestaan om bouwwerken te bouwen op deze gronden, met uitzondering van bouwwerken met een maximaal bebouwde oppervlakte van 100 m2 en maximale bouwhoogte van 5 m ten behoeve van het leidingbeheer. Middels een omgevingsvergunning kunnen overige bouwwerken conform de bouwregels van onderliggende bestemmingen worden gerealiseerd, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de betreffende leiding en daarvoor vooraf advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Grondroerende werkzaamheden of het aanbrengen dan wel vellen van houtopstanden is tevens omgevingsvergunningsplichtig gesteld ter bescherming van de aanwezige leidingen.

Archeologie Bestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1 en 2' Deze bestemmingen betreffen de te beschermen verwachtte archeologische waarden. De betrokken gronden zijn op de verbeelding aangegeven. De begrenzing van de dubbelbestemmingen is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleidskaart. In het bestemmingsplan komen twee categorieën voor: Bestemming

Toelichting (vastgesteld)

Categorie en bijbehorend beleid

51

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1

Onder voorwaarden bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 100 m²

Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2

Onder voorwaarden bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 2.500 m²

Bij het uitvoeren van grondroerende werkzaamheden of het oprichten van bouwwerken geldt een omgevingsvergunningsplicht indien de omvang van de werken of werkzaamheden omvangrijker is dan de in bovenstaande tabel gespecificeerde diepte en oppervlakte. Ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden dient bij de vergunningsaanvraag een rapport te worden overlegd, waarin naar oordeel van de gemeente de archeologische waarde in voldoende mate is vastgesteld. Ter bescherming van de vastgestelde waarden kan het bevoegd gezag nadere voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden. Ingrepen op plaatsen waar de bodem dermate is verstoord dat archeologische waarden niet (meer) aanwezig zijn, zijn van de vergunnings- en onderzoeksplicht uitgezonderd. Middels een wijzigingsbevoegdheid kunnen Burgemeester en wethouders de dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk laten vervallen of wijzigen naar een andere verwachtingswaarde categorie.

Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende bouwaanvragen waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn regels opgenomen ten behoeve van overschrijdingen van de bouwgrenzen en voor het bouwen van terreinafscheidingen en bouwwerken van verkeers- of waterschapsbelang. Tevens is een vervangende bouwregel opgenomen ten behoeve van bestaande bebouwing die afwijkt van de in de regels en op de verbeelding opgenomen maatvoering. De aanlegvergunningplicht uit het vigerend bestemmingsplan is niet overgenomen, omdat de noodzakelijke ingrepen op het perceel onderdeel zijn van de gehele ontwikkeling en er heeft reeds in dat kader een belangenafweging plaatsgevonden waardoor een nadere afweging in een vergunningentraject geen toegevoegde waarde heeft. Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Het verbod om gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan te gebruiken is geregeld in de Wabo, ex art. 2.1 lid 1 sub c.

Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels is onder andere geregeld dat nutsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd tot een maximum van 25 m2 en bouwhoogte van maximaal 3 m. Tevens zijn regels opgenomen voor geringe afwijkingen van maten en percentages en regels voor het aanbrengen van geringe wijzigen in plaats, richting en/of afmeting van bebouwingsgrenzen, geen bestemmingsgrenzen zijnde. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

52

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde In het bestemmingsplan is het overgangsrecht voor bouwwerken en het gebruik conform het Bro opgenomen. De peildata voor bouwen en gebruiken zijn gelijkgetrokken en gelegd op de datum waarop het bestemmingsplan in werking treedt.

Slotregel In de slotregel is aangegeven onder welke benaming de regels behorende bij het plan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde kunnen worden aangehaald.

Toelichting (vastgesteld)

53

bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Ter voldoening hieraan is het voorontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan de vooroverlegpartners. Inspraak In het kader van de vaststellingsprocedure heeft het voorontwerpbestemmingsplan “N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde” voor actualisatie en digitalisering van het bestemmingsplan voor het kruispunt in de N18 ter hoogte van de Zieuwentseweg te Lichtenvoorde gedurende zes weken voor eenieder van 21 februari 2020 tot en met 2 april 2020 ter inzage gelegen. Het voorontwerpbestemmingsplan was in te zien in het gemeentehuis. Voorts was het bestemmingsplan in te zien via de website www.ruimtelijkeplannen.nl en de gemeentelijke website www.oostgelre.nl. Bekendmaking hiervan heeft plaatsgevonden in de Elna en de Groenlose Gids. Tijdens voornoemde termijn kon eenieder schriftelijk of mondeling een inspraakreactie indienen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10247796/1