bp n18 zieuwentseweg toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde vastgesteld
29-1-2021
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
6 6 7 7 8
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Landschapsplan
9 9 10 11
Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
13 13 14 16 21
Hoofdstuk4 Uitvoeringsaspecten 4.1 M.e.r. 4.2 Archeologie en Cultuurhistorie 4.3 Bodem 4.4 Water 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Flora en fauna 4.8 Stikstofdepositie 4.9 Externe veiligheid 4.10 Kabels en leidingen
25 25 26 29 30 37 39 39 43 45 47
Hoofdstuk5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan 5.3 Plansystematiek
48 48 48 48
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid
54 54 54
Inhoudsopgave (vastgesteld)
3
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Rijksweg N18 is de verbindingsweg van Varsseveld naar Enschede. In 2013 heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu (hierna IenM) een Tracébesluit genomen over de N18. Hierbij is de opgave om de verkeersveiligheid op het gehele tracé te vergroten en de leefbaarheid in de kernen en de verkeersafwikkeling te verbeteren. Dat laatste is ook van belang voor de bereikbaarheid van de regio Achterhoek van en naar Arnhem-Nijmegen en Twente. Voor het trajectdeel langs Lichtenvoorde hebben Rijkswaterstaat, de provincie Gelderland en de gemeente Oost Gelre een bestuursovereenkomst getekend gericht op de doelstelling: het verbeteren van de verkeersveiligheid en de doorstroming op de N18. In 2016 is Rijkswaterstaat gestart met de planvorming voor de uitvoering van de maatregelen voor de kruispunten Zieuwentseweg (N312) en Richterslaan (fase 2). Deze omvatten: het realiseren van een fietstunnel tussen Zieuwent en Lichtenvoorde onder de N18 door voor een veilige oversteek voor de fietsers; het verbinden van de Zieuwentseweg aan de Richterslaan door middel van een parallelweg voor de ontsluiting van het gemotoriseerde verkeer; het afsluiten van de Zieuwentseweg in beide richtingen voor de realisatie van de fietstunnel en het bevorderen van de verkeersveiligheid en de doorstroming op de N18. De uitwerking van het maatregelpakket is onderdeel van het Meer Veilig 3 programma.
Dit programma beoogt het reduceren van het aantal doden en gewonden op het hoofdwegennet, door een gerichte aanpak van risicolocaties. De voorkeursvariant uit de bestuursovereenkomst is uitgewerkt in het projectplan 'Meer Veilig 3 – Naar een veiliger N18'. Daarin is de wens van het college van B&W van de gemeente Oost Gelre opgenomen om naast het afgesproken maatregelenpakket ook een alternatief plan te onderzoeken en uit te werken. Dit plan is gericht op het openhouden van het kruispunt Zieuwentseweg in Lichtenvoorde. Daarnaast is opgenomen dat de aandachtspunten van belanghebbenden op het maatregelenpakket van de voorkeursvariant uit de bestuursovereenkomst worden meegenomen. Op 23 november 2016 is dit projectplan door Rijkswaterstaat, de provincie Gelderland en de gemeente Oost-Gelre onderschreven. Op basis daarvan is het Onderzoek N18 kruispunten Lichtenvoorde (Goudappel Coffeng) uitgevoerd. Dit is een onderzoek naar de huidige en autonome verkeerssituatie in 2030 indien geen verbeteringsmaatregelen worden uitgevoerd en de effecten daarop bij uitvoering van de in de bestuursovereenkomst afgesproken maatregelen en bij uitvoering van een alternatief plan waarbij de aansluiting N312 in zijn huidige vorm blijft bestaan.
In het rapport van Goudappel Coffeng wordt als eindconclusie gegeven dat de voorkeursvariant conform bestuursovereenkomst optimaal bij draagt aan de doorstroming op de N18, de verkeersafwikkeling op de kruispunten en de verkeersveiligheid. De variant zorgt voor verschuivingen van verkeerstromen in de omgeving. Met flankerende maatregelen zijn de effecten voldoende te beperken. Het alternatief plan draagt ook bij aan de doelstelling van het project, maar door het behoud van beide kruispunten in een mindere mate dan de voorkeursvariant conform de bestuursovereenkomst. Er ontstaan vooral verschuivingen van de verkeersstromen binnen de bebouwde kom van Lichtenvoorde. Met flankerende maatregelen zijn die effecten voldoende te beperken. Voor het project N18 is gebleken dat de verkeerstellingen waarop het rapport van Goudappel Coffeng is gebaseerd niet volledig bleken. Het rapport van Goudappel Coffeng is daarom niet meer actueel als het gaat om de verkeerscijfers. De Memo actualisatie verkeersmodel Achterhoek is toegevoegd aan bijlage 2 van de toelichting van dit bestemmingsplan. In deze notitie is het verkeersmodel Achterhoek geactualiseerd voor lichtenvoorde en de directe omgeving. Ook is er een variant gemaakt op het basisjaar 2020 waarin de afsluiting van de Zieuwentseweg – N18 is verwerkt.
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
De ontwikkeling van N18 Zieuwentseweg - Richterslaan is in strijd met de geldende bestemmingsplannen. Een herziening van die plannen is daarom noodzakelijk. Daarom is het voorliggende bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde opgesteld. De bestemmingen en regels uit het voorliggende bestemmingsplan sluiten grotendeels aan op de bestemmingen en regels van het bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011 met de daarbij behorende reparatieplannen. Daarmee wordt de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid van de burgers vergroot.
1.2
Ligging en begrenzing
Rijksweg N18 is de verbindingsweg van Varsseveld naar Enschede. Voor dit project worden maatregelen genomen in het wegvak gelegen tussen de Zieuwentseweg (N312) en de Richterslaan ten noorden van Lichtenvoorde. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing weer van het plangebied. Het middenstuk wordt niet herzien, dus maakt geen onderdeel uit van het plangebied.
Figuur 1.1 Begrenzing van het plangebied
1.3
Geldend bestemmingsplan
Op het plangebied zijn een drietal bestemmingsplannen van toepassing: Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011 (vastgesteld 18 december 2012); Bestemmingsplan Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre (vastgesteld 15 juli 2014); Bestemmingsplan Buitengebied, Reparatieplan 2016 (vastgesteld 4 april 2017); De reparatieplannen herzien het bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011 slechts op onderdelen. De onderlinge samenhang tussen de plannen ontbrak, omdat de plannen uitsluitend afzonderlijk konden worden geraadpleegd. Om toch een goed raadpleegbaar bestemmingsplan te
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde kunnen publiceren op www.ruimtelijkeplannen.nl, is het Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre 2018 gemaakt. Deze geconsolideerde versie is een samenvoeging van de voorgenoemde plannen. De geconsolideerde versie heeft geen juridische status, maar geeft wel de juridische regeling weer. Voor de vigerende regelgeving wordt verwezen naar de bestemmingsplannen afzonderlijk. De ontwikkeling van N18 Zieuwentseweg - Richterslaan overschrijdt op enkele punten de huidige begrenzing van de gronden bestemd als 'Verkeer'. Daarnaast voorziet de ontwikkeling ook in de herbestemming van 'Verkeer' naar 'Agrarisch (ter plaatse van de huidige aansluiting van de Europaweg op de Zieuwentseweg) en herbestemming van 'Agrarisch' naar 'Groen'. Derhalve dienen voor de realisatie van het planvoornemen de vastgestelde bestemmingsplannen te worden herzien. In onderstaande afbeelding is inzichtelijk gemaakt op welke plekken de projectgrens van de N18 de huidige begrenzing van de bestemming verkeer overschrijdt.
Figuur 1.2: Locaties waar de projectgrens N18 de huidige bestemming Verkeer overschrijdt (rood omlijnd)
1.4
Leeswijzer
In Hoofdstuk 1 is de aanleiding en doel van dit bestemmingsplan uiteengezet. In Hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. Ook wordt inzicht gegeven in de opbouw van het plangebied met de daarbij behorende functies. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 3 het beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Oost Gelre uiteen gezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische opzet waarbij de verbeelding en planregels worden besproken. Tot slot volgt in Hoofdstuk 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van overleg en terinzagelegging.
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie vanuit ruimtelijk oogpunt en per functie, evenals de ontwikkelingen op basis van het vigerende beleid beschreven. Er wordt flexibiliteit geboden daar waar het kan. Rekening wordt gehouden met de dynamiek in het plangebied en ruimte voor 'reguliere' uitbreidingen en veranderingen.
2.1
Bestaande situatie
Rijksweg N18 is de verbindingsweg van Varsseveld naar Enschede. Voor dit project worden maatregelen genomen in het wegvak gelegen tussen de Zieuwentseweg (N312) en de Richterslaan ten noorden van Lichtenvoorde. Voor het trajectdeel langs Lichtenvoorde hebben Rijkswaterstaat, de provincie Gelderland en de gemeente Oost Gelre een bestuursovereenkomst getekend gericht op de doelstelling: het verbeteren van de verkeersveiligheid en de doorstroming op de N18.
Figuur 2.1: ligging Traject N18
Lichtenvoorde is momenteel voorzien van een 4-tal aansluitingen op de N18 welke voorzien zijn/worden van verkeerslichten. Dit betreffen: de aansluiting Lichtenvoorde Zuid, de aansluiting Zieuwentseweg (N312) en de aansluitingen Richterslaan en de Hamelandweg (N313). Dit betekent dat de doorstroming van het verkeer vier keer wordt onderbroken. De kruispunten van de N18 met de Zieuwentseweg en de Richterslaan liggen bovendien dicht (650 m) bij elkaar. Onderstaande luchtfoto geeft de ligging van deze kruispunten weer. Ieder verkeerslicht betekent oponthoud waardoor de doorstroming op de N18 wordt belemmerd. Het kruispunt N18 met de Zieuwentseweg is in de huidige situatie een viertaks-kruispunt voorzien van een verkeersregelinstallatie. Met name in de ochtendspits steken hier grote hoeveelheden fietsers (scholieren) over. Aan de noordzijde is een voetgangersoversteek over de N18 aanwezig. Het kruispunt N18 met de Richterslaan is in de huidige situatie een drietaks-kruispunt voorzien van een VRI. Op deze locatie zijn er geen voorzieningen voor langzaam verkeer aanwezig. De aanwezigheid van de beide kruispunten zorgt ervoor dat de doorgaande verkeersstroom op de N18 regelmatig wordt onderbroken. Vooral voor het vrachtverkeer heeft dit nadelen. Het duurt enige tijd voor het vrachtverkeer weer op de gewenste snelheid is gekomen.
Ook het overige verkeer op de N18 ondervindt hier hinder van, omdat dit verkeer het vrachtverkeer nauwelijks kan inhalen. Gezien de functie van de N18 als regionale stroomweg is het wenselijker als het verkeer zich gelijkmatiger (minder
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde stoppen en optrekken) kan afwikkelen.
Figuur 2.2: ligging kruispunten Zieuwentseweg (N312) - Richterslaan
2.2
Nieuwe situatie
Om het aantal ongevallen op de N18 ter plaatse van Lichtenvoorde te beperken en de gevolgen van de resterende ongevallen te reduceren, is het maatregelenpakket Meer Veilig 3 opgesteld. In het kader van de verkeersveiligheid wordt de N18 heringericht. Een van de maatregelen op de N18 is het verminderen van het aantal gelijkvloerse kruispunten. Uit onderzoeken en stakeholdersbijeenkomsten is een voorkeursvariant bepaald. De voorkeursvariant bezit een aantal kenmerkende elementen, zoals een fietstunnel en een parallelstructuur met vrijliggend fietspad om één kruispunt (Zieuwentseweg) af te kunnen sluiten en het verkeer dat normaliter van dat kruispunt gebruik maakt om te leiden naar een ander kruispunt (Richterslaan), zie onderstaande figuur. De voorkeursvariant houdt het volgende in: Het opheffen van het kruispunt Zieuwentseweg met de N18 voor het gemotoriseerd verkeer; Het realiseren van een ongelijkvloerse kruising voor fietsers en voetgangers onder het op te heffen kruispunt onder de N18 door; Het verbinden van de Zieuwentseweg met de Richterslaan door middel van een parallelweg voor de ontsluiting van het gemotoriseerde verkeer; Het afsluiten van de Zieuwentseweg in beide richtingen voor de realisatie van de fietstunnel en het bevorderen van de verkeersveiligheid en de doorstroming op de N18.
De voorkeursvariant uit de bestuursovereenkomst draagt bij aan een betere doorstroming op de N18, omdat het aantal kruispunten minder wordt en de afwikkeling op het kruispunt Richterslaan goed is. De verkeersveiligheid verbetert door het realiseren van een fietstunnel. De fietsers conflicteren hierdoor niet meer met het gemotoriseerde verkeer op de N18. Door het opheffen van het hele kruispunt Zieuwentseweg is er een conflictpunt minder overgebleven.
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Figuur 2.2: Weergave van de voorkeursvariant (bron: onderzoeksrapportage Goudappel)
Figuur 2.3: Wijzigingen N18 en onderliggend wegennet
2.3
Landschapsplan
Het Landschapsplan is toegevoegd aan bijlage 3 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Er is gezocht naar een goede landschappelijke inpassing van de herinrichting en de bijbehorende gevolgen (waaronder lichthinder). De Onderbouwing beplantingskeuze is toegevoegd aan bijlage 4 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Er wordt een struweelsingel toegepast (onderdeel A) om lichthinder door koplanmpen van de weg te beperken. Daarnaast wordt aansluiting gevonden bij de bestaande structuur door het aanleggen van een nieuw bos (onderdeel B). De struweelrand (onderdeel C) fungeert als mantelzone voor het bodeel ten noorden daarvan. Ook wordt een bloeiende en besdragende inheemse struweelhaag aangepland (onderdeel D).
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Waar de bomen in de bestaande laanstructuur vervangen worden is gekozen voor quercus robur om deze structuur in stand te houden. De overige bomen worden aangeplant in groepjes om een natuurlijk beeld te creëren. Hier is gekozen voor Tilia in een aantal verschijningsvormen. Op de plekken waar de bodem wordt verlaagd voor de aanleg van wadi's wordt alnus glutinosa geplant.
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Hoofdstuk 3
Beleid
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.
3.1
Internationaal niveau
3.1.1
Vogelrichtlijn
De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. 3.1.2
Habitatrichtlijn
De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn.
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
3.1.3
Het verdrag van Valletta (Malta)
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. 3.1.4
Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De doelstelling van de KRW is dat uiterlijk in 2027 in heel Europa de kwaliteit van alle wateren zowel chemisch (schoon) als ecologisch (gezond) op orde moet zijn. De richtlijn heeft de volgende uitgangspunten om dit te kunnen bereiken: De bescherming van alle water: rivieren, meren, kustwateren en grondwater De vermindering en beperking van verontreiniging, ongeacht de bron (landbouw, industriële activiteiten, stedelijke gebieden, enzovoort). De verplichting om per stroomgebied een beheerplan op te stellen. Actieve deelname aan waterkwaliteitsbeheer en grensoverschrijdende samenwerking tussen landen en tussen alle betrokken partijen en belanghebbenden, inclusief maatschappelijke organisaties en lokale gemeenschappen. De verplichting van het voeren van een waterprijsbeleid. De vervuiler en de gebruiker betaalt. Het in evenwicht houden van milieubelangen en de belangen van hen die afhankelijk zijn van het milieu.
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet in strijd is met het beleid op internationaal niveau.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Het Rijk wil ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Het verstedelijkings- en landschapsbeleid laat het Rijk over aan provincies en gemeenten. De N18 is in het SVIR aangewezen als hoofdweg. De SVIR doet geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor het voorliggende plan.
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
3.2.2
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (uitgezonderd Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone). De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omgevingskwaliteit is daarmee het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het rijk.
Nationale belangen Met de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen. De eerste drie nationale belangen zijn van een ander, meer overkoepelend karakter, dan de overige. Deze nationale belangen zijn: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15.
Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Dit plan sluit met name aan bij de punten 6, 7 en 8.
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.
Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en landelijke spoorwegen.
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan De N18 betreft een hoofdweg als bedoeld onder het Barro. Voor deze wegen kunnen bij ministeriële regeling, zijnde de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro), reserveringsgebieden aan een of beide zijden van de hoofdweg worden aangewezen ten behoeve van mogelijke uitbreiding van de weg. Vanuit het Rarro zijn voor de N18 geen reserveringsgebieden aangewezen. De functie van de N18 als hoofdweg blijft met voorgenomen planontwikkeling gewaarborgd. Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet in strijd is met het voorgestane Rijksbeleid.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' is vastgesteld op 19 december 2018. Het document schetst een toekomstbeeld, en benoemt een aantal waarden en kwaliteiten die van belang zijn voor de ontwikkeling van de provincie Gelderland. Deze waarden en kwaliteiten zijn vervolgens vertaald naar een aantal onderwerpen, zoals volgt: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; vestigingsklimaat; woon- en leefomgeving. Bereikbaarheid en mobiliteit zijn belangrijke thema's in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De visie stelt dat naar verwachting de vervoersstromen in Gelderland met 40% toe zullen nemen richting 2040. Dit betreft verschillende vormen van vervoer, zowel door mensen als bij het vervoeren van goederen. Dit
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde zet druk op het Gelderse mobiliteitsnetwerk. De provincie streeft naar efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag. De ambitie is om in 2050 de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen te hebben en dat het verplaatsen van mensen in Gelderland veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal gebeurd. De aanpak is om een veilig en toegankelijk Gelders netwerk van (water)wegen, spoor, fiets- en voetpaden te verbeteren en de knel- en knooppunten en ontbrekende schakels aan te pakken. 3.3.2
Omgevingsverordening Gelderland
De Omgevingsverordening (december 2018) zorgt voor de juridische borging van de Omgevingsvisie. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. In hoofdzaak geeft de Omgevingsverordening regels bij nieuwe ontwikkelingen. Hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op provinciale wegen en luchthavenbesluiten, waaronder: Algemene bepaling (artikel 5.1.1) Onderhoud van en werkzaamheden aan wegen (5.1.2) Gebruik van wegen (5.1.3) Verlening, wijziging en intrekking van een vergunning (5.1.4) Bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland. De kaarten van de Omgevingsverordening Gelderland geven gebieden aan waarvoor regels gelden ten aanzien van natuur, landschap, erfgoed, Natura 2000-gebieden en water en milieu. Onderstaande afbeeldingen weergeven uitsnedes van deze kaarten ter plaatse van het projectgebied.
Gelders Natuurnetwerk Kaart 4 "Regels Natuur" laat zien dat het plangebied niet in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) is gelegen. Het dichtstbijzijnde GNN gebied ligt ten noordoosten van het plangebied.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Figuur 3.1: kaart 4 "Regels Natuur" uit Omgevingsverordening Gelderland (december 2018)
Landschap Kaart 5 "Regels Landschap" laat zien dat het plangebied niet in een nationaal landschap (buiten Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone en Nieuw Hollandse Waterlinie) ligt. Ten zuidoosten van Lichtenvoorde ligt het nationaal landschap "Winterswijk".
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde Figuur 3.2: kaart 5 "Regels Landschap" uit Omgevingsverordening Gelderland (december 2018)
Water en milieu Kaart 6 "Regels Water en Milieu" laat zien dat het plangebied niet is gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, intrekgebied of boringsvrije zone. De licht blauwe kleur weergeeft de beschermingszones van de waterfuncties. Deze zones liggen ook niet in het plangebied.
Figuur 3.3: Kaart 6 "Regels Water en Milieu" uit Omgevingsverordening Gelderland (december 2018)
Erfgoed Kaart 7 "Regels Erfgoed" laat de ligging van molenbiotopen zien in de provincie Gelderland. Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. In het plangebied liggen geen molenbiotopen. Daarnaast liggen er volgens de huidige bestemmingsplannen geen andere cultuurhistorische bestemmingen in het plandgebied die van invloed zouden kunnen zijn op de ontwikkeling.
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Figuur 3.4: Kaart 7 "Regels Erfgoed" uit Omgevingsverordening Gelderland (december 2018)
Natura 2000 Kaart 10 "Natura2000-gebieden" laat zien dat het plangebied niet in een Natura 2000-gebied ligt. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is "Korenburgerveen" op circa 5 km afstand.
Figuur 3.5: Kaart 10 "Natura2000-gebieden" uit Omgevingsverordening Gelderland (december 2018)
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet in strijd is met het voorgestane provinciale beleid. Het project zal bijdragen aan een veilig en toegankelijk Gelders netwerk, doordat de aansluitingen op de N18 worden verbeterd. In de huidige situatie ontstaat oponthoud bij de verkeerslichten. Naar verwachting zullen de verkeersstromen in Gelderland toenemen. De druk op het mobiliteitsnetwerk zal dus ook bij deze knelpunten toenemen. Met het voorgenomen plan zal het verkeer sneller verlopen door het realiseren van een betere doorstroming. Daarnaast blijkt uit bovenstaande dat het voorgenomen plan niet in strijd is met de regels uit omgevingsverordening die gelden ten aanzien van natuur, landschap, erfgoed, Natura 2000-gebieden en water en milieu.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020
Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is: Het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: Op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; Een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; Een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; De identiteit onderstreept en versterkt. 3.4.2
Beleidsvisie Externe veiligheid
Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.
Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet.
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
3.4.3
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid,. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. 3.4.4
Economische visie - Economie Voorop!
Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden opgepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen,.
De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden. 3.4.5
Geluidsbeleid gemeente Oost Gelre
Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van dit beleidsstuk. In februari 2020 is het geluidbeleid door de gemeenteraad vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde geluidsnormen bij de vergunningverlening milieu. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Bij agrarische bedrijven wordt bij vergunningverlening afgeweken van Afdeling 2.8 van het Activiteitenbesluit en wordt de geluidsbelasting bepaald aan de hand van alle bronnen binnen het bedrijf. Bij ruimtelijke procedures moet echter breder worden getoetst dan alleen dit geluidbeleid. In dergelijke procedures wordt het volgende getoetst: Wordt voldaan aan de Wet geluidhinder; Is er geen sprake van belemmering van (de ontwikkelingsmogelijkheden van) aanwezige bedrijven; Is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; Wordt voldaan aan het gemeentelijk Geluidbeleid. Aan de eerste twee punten wordt alleen getoetst als het een geluidgevoelig object betreft.Ten aanzien van het woon- en leefklimaat wordt in eerste instantie getoetst aan de richtafstanden uit de VNG Brochure. Als aan deze brochure wordt voldaan kan worden gesteld dat wat betreft geluid een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is. Kan echter niet worden voldaan aan de brochure dan kan dit geluidbeleid een aanvullend toetsingskader bieden. Uitgangspunt is dat met het van kracht worden van het Omgevingswet de normen van de Bruidsschat bij vergunningverlening in de plaats komen van de normen uit het Activiteitenbesluit. 3.4.6
Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024
Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente Oost Gelre, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen.
Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. 3.4.7
Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap'
Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!' Het plangebied ligt in het landschapsensemble "Het dorp Lichtenvoorde". Hierbij geldt het motto: Vang de dynamiek in de dorpsranden op door elke ingreep in het landschap te verevenen met een kwaliteitsverbetering op de plek en de omgeving daarvan: voor wat hoort wat! Kies daarbij voor de verschillende kanten van Lichtenvoorde voor verschillende thema's:
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde Lichtenvoorde-O: 'hamelanen en lichtpunten' Lichtenvoorde-Z: 'beekdal door het dorp' Lichtenvoorde-NW: 'diekpad en voordesingel' In het visiedeel van het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven dat met name de verbetering van de N18 kan een nieuwe groei-impuls voor Lichtenvoorde veroorzaken, zowel wat betreft bedrijvigheid als wat betreft wonen. Het is zaak goed na te denken over de consequenties van deze verbetering van de mobiliteit én van de invloed die dat kan hebben voor het landschap. Op te poetsen parels: golvende hellingen van de plateaurand met uitzichtpunten op de Hofbeek de elzensingels in de westelijke ontginningen plekken om te verpozen eventueel met bankjes verschraalde bermen bij erf en typerende beplantingen Te behouden en stimuleren landschapselementen: hamelanen en vraaghagen op de hellingen boerenlanen in landgoederen; losse lanen met menging van eik en berk, zwarte els (nat) en es. Soms ook populier en wilg. diekpaden in de broekontginning: elzensingels, soms met pad overlopers in het westen kunnen bestaan uit openbare stroken langs kavelgrenzen met daarin elzensingels, elzenbroek of berkensingel, ook toe te passen als beekbegeleidende beplanting. Deze uitgangspunten zijn de basis geweest voor het opgestelde landschappelijk inpassingsplan voor het plangebied.
De geschiedenis van het landschap heeft hierbij als basis gediend voor de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. 3.4.8
Gemeentelijk rioleringsplan 2017-2021Oost Gelre
Volgens de Wet milieubeheer, artikel 4.24, dient elke gemeente te beschikken over en Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Hierin staat aangegeven hoe de gemeente invulling geeft aan de drie zorgplichten (afvalwater, hemelwater en grondwater). Gemeente Oost Gelre voert het beheer over 217 kilometer vrijverval riolering, 26 rioolgemalen, 12.750 kolken, 724 pompunits, 209 kilometer drukriolering en nog enkele bijzondere voorzieningen. Het hoofddoel van dit omvangrijke systeem is om afvalwater uit de directe leefomgeving te verwijderen ten behoeve van de volksgezondheid. In dit GRP wordt uiteengezet hoe het beheer in Oost Gelre wordt gevoerd. Voor de gemeentelijke zorgplichten op gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater is in het GRP concreet beleid geformuleerd. Voor de planperiode 2017 – 2021 zijn projecten benoemd. Het gaat deels om onderzoek om het beheer op orde te houden. Daarnaast worden fysieke ingrepen benoemd, zoals het renoveren of vervangen van riolen. Nieuw is dat wordt uitgegaan van kwaliteit gestuurd beheer.
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet in strijd is met het voorgestane lokale beleid.
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Hoofdstuk 4 4.1
Uitvoeringsaspecten
M.e.r.
Wettelijk kader Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten die (uiteindelijk) kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Een m.e.r.-procedure staat nooit op zichzelf maar is altijd gekoppeld aan de procedure die moet worden doorlopen voor het betreffende plan of besluit, de zogenoemde 'moederprocedure' of 'hoofdprocedure'. Naast de eisen van de 'moederprocedure' moet ook worden voldaan aan de eisen van de m.e.r.-procedure, bijvoorbeeld bij het opstellen van een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunningaanvraag. Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (artikel 7.1 tot en met artikel 7.42) en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk voor een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor of een besluit neemt over projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen. Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r.. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als indicatieve richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde.
Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets, de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling, moet plaatsvinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een volledige m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-procedure nodig. In aanvulling op het voorgaande is er nog een zijspoor waardoor een plan-m.e.r.-plicht kan gelden. Dit is het geval wanneer significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Dan geldt de verplichting tot uitvoeren van een Passende Beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming (art. 2.8, lid 1) en daarmee de verplichting tot het uitvoeren van een plan-m.e.r.
Toetsing In de begripsbepaling van het Besluit milieueffectenrapportage staat het volgende beschreven voor het begrip "autoweg": a. een voor autoverkeer bestemde weg die alleen toegankelijk is via knooppunten of door verkeerslichten geregelde kruispunten en waarop het is verboden te stoppen en te parkeren, of b. een weg als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; De N18 voldoet aan de definitie 'autoweg' uit het Besluit milieueffectenrapportage, omdat de weg alleen toegankelijk is via verkeerslichten geregelde kruispunten. Het wijzigen van de autoweg staat expliciet beschreven in "D 1.1 "De wijziging of uitbreiding van een autosnelweg of autoweg". Dit project voldoet niet aan kolom 2 van de D-lijst van de bijlage bij het Besluit milieueffectenrapportage. Daarin staat dat een project in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 5 kilometer of meer m.e.r.-beoordelingsplichtig is. De tracélengte van dit project bedraagt niet 5 kilometer of meer. In gevallen waarin niet wordt voldaan aan dit criteria geldt dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden. De Aanmeldingsnotitie N18 Zieuwentseweg is opgenomen in bijlage 5 bij de toelichting van het voorliggende plan.
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Conclusie In de aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten op de beschouwde milieuaspecten. Uit de effectstudies blijkt dat, met het (eventueel) toepassen van de noodzakelijke (mitigerende) maatregelen, belangrijke nadelige milieugevolgen niet zullen optreden. Het opstellen van een MER ten behoeve van een m.e.r. procedure is derhalve niet noodzakelijk.
4.2
Archeologie en Cultuurhistorie
Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden.
De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient direct door te werken in het bestemmingsplan. Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld.
Situatie plangebied In het kader van Meer Veilig N18 is een Bureauonderzoek archeologie uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 6 bij de toelichting van het voorliggende plan. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden op twee locaties langs de N18. Deze locaties zijn gelegen tussen Groenlo en Lichtenvoorde. Het bureauonderzoek heeft als doel inzicht te verschaffen in de archeologische waarden die zich in het plangebied kunnen bevinden. Het plangebied van dit bestemmingsplan betreft deelgebied 1 uit dit onderzoek. Op basis van dit bureauonderzoek kan worden vastgesteld dat voor het plangebied bij Lichtenvoorde een hoge verwachting is op archeologie. De archeologische waarden kunnen daarbij dateren van het Laat Paleolithicum tot de Nieuwe tijd. Deze sporen zullen zich bevinden onder een plaggendek (circa 50 -70 cm - mv). De sporen uit de Nieuwe tijd kunnen zich direct onder de bouwvoor bevinden. Op basis van de aanwezigheid van het plaggendek zullen de archeologische waarden waarschijnlijk in goede staat verkeren. Op basis van eerder uitgevoerd onderzoek blijkt dat de bodem op sommige locaties in de nabijheid van het plangebied verstoord is. Deze gegevens zijn echter te minimaal om op basis hiervan
26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde uitspraken te doen over het gehele plangebied.
Figuur 4.1: Archeologische verwachtings- en beleidskaart van gemeente Oost Gelre (bron Bureauonderzoek archeologie N18, 26 juni 2018, Arcadis)
Geadviseerd wordt om bij bodemingrepen binnen de archeologische aandachtslocaties een vervolgonderzoek uit te voeren voor bodemingrepen dieper dan 50 cm-mv. In onderstaande figuur zijn de aandachtslocaties weergeven.
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Figuur 4.2: Archeologische aandachtslocaties (bron: Archeologisch bureau- en booronderzoek kruisingen N18 te Lichtenvoorde)
Uitgangspunten bestemmingsplan Aangezien vervolgonderzoek ter plaatse van openbare wegen op praktische bezwaren stuit, verdient archeologische begeleiding bij de uitvoering de voorkeur. Binnen de aandachtszones van de historische wegen kan hierbij uit worden gegaan van extensieve begeleiding, waarbij het documenteren van het bodemprofiel haaks op de weg en het verzamelen van vondstmateriaal de voornaamste doelstellingen vormen. Ter plaatse van de aandacht-zones rondom de historische erven wordt geadviseerd een intensieve begeleiding uit te voeren. Voorafgaand aan uitvoering van de archeologische begeleiding dient een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen opgesteld te worden. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek.
28
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde
Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit); de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). Het aspect cultuurhistorie/erfgoed is behandeld in paragraaf 3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland. Het voorliggend bestemmingsplan tast de cultuurhistorische waarden niet aan. Ook zijn binnen het plangebied geen monumenten aanwezig.
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Binnen het plangebied gelden twee archeologische regimes, waarvoor twee bestemmingen worden gehanteerd ('Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1' en Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'):
Bestemming
Categorie en bijbehorend beleid
Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1
Onder voorwaarden bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 100 m²
Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2
Onder voorwaarden bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 2.500 m²
4.3
Bodem
Wettelijk kader Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Op 1 juli 2012 zijn in Oost Gelre de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart in werking getreden. De Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn bedoeld om de omgang met grond goed te regelen. Op basis van de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is het in veel gevallen mogelijk om het hergebruik van grond als bodem zonder extra keuringen toe te staan. Grondverzet op basis van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is mogelijk binnen de volgende gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Berkelland, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. De Nota Bodembeheer met bodemkwaliteitskaart vormt de basis van duurzaam bodembeheer binnen de regio Achterhoek. In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart te worden gebracht.
Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan.
Situatie plangebied In opdracht van Rijkswaterstaat heeft Arcadis Nederland B.V. een Verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de geplande ontwikkelingen ter plaatse van de N18 tussen Groenlo en
Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan N18 Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde Lichtenvoorde. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 7 bij de toelichting van het voorliggende plan. Het onderzoek is uitgevoerd op twee locaties in het kader van de “MeerVeilig 3 N18”. Deze locaties zijn gelegen tussen Groenlo en Lichtenvoorde. De geplande ingrepen omvatten: De aanleg van een fietstunnel (kruising N18-Zieuwentseweg) en parallelweg (richting de Richterslaan). De aanleg van een viaduct (kruising N18-Zwolseweg). Het plangebied van dit bestemmingsplan heeft alleen betrekking op de kruising N18-Zieuwentseweg en parallelweg richting de Richterslaan. Het doel van het onderzoek is het in beeld brengen van de milieuhygiënische (water-)bodemkwaliteit in (water-)bodem waar ingrepen worden gedaan en het zorgen voor een goede inschatting van de daaraan gerelateerde optredende risico's tijdens de voorbereiding en realisatie van de Meerveilig 3 maatregelen aan de N18 ter hoogte van Lichtenvoorde. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: De bovengrond van de locatie is diffuus licht verontreinigd met zware metalen, minerale olie, PAK en plaatselijk met PCB. Met name in de directe omgeving van de rijbaan van de N18 en omliggende wegen zijn deze verontreinigingen aangetoond. Over het algemeen is de ondergrond van beide deellocaties niet verontreinigd.
De ondergrond van de locatie is ter plaatse van de midden- en rechterberm bij de kruising N18 - Zieuwentseweg licht verontreinigd met PAK en plaatselijk ook met lood, minerale olie en PCB. In het grondwater zijn concentraties boven de streefwaarde aangetoond. Met name bij de kruising N18 - Zwolseweg zijn licht tot matig verhoogde concentraties barium, een matig verhoogde concentratie nikkel en sterke verhoogde concentratie lood aangetoond. De oorzaak van deze verhoging van zware metalen in het grondwater is onduidelijk. Aangezien er enkel sprake is van licht verhoogde gehalten, is er vanuit de Wet bodembescherming geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van saneringsmaatregelen. De gevonden gehalten in de bodem vormen in milieuhygiënische zin geen belemmeringen voor het huidige en toekomstige gebruik en de geplande werkzaamheden. De werkzaamheden in de grond kunnen uitgevoerd worden in de veiligheidsklasse 'basis hygiënische maatregelen' op basis van de CROW 400. Op basis van de indicatieve toetsing voldoet de bovengrond van de locatie over het algemeen aan bodemkwaliteitsklasse Industrie en de ondergrond aan bodemkwaliteitsklasse Altijd toepasbaar (Achtergrondwaarde).