CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp marhulzenweg toelichting

Raadscommissie 7 september 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen, herziening Marhulzenweg ong. te Groenlo’15.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1. Ligt in het plangebied een beschermingszone van een Nee drinkwateronttrekking?

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het Nee gemengde of verbeterde gescheiden stelsel? 2. Bevinden zich of komen er functies in of nabij het plangebied die Nee milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in beïnvloedingsgebied voor natte land natuur?

een

hydrologisch Nee

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte ecologische Nee verbindingzone? 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor Nee natte landnatuur?

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom Nee of beheer zijn van het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Nee

Aandachtsthema's Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?

Tabel: Watertoetstabel met waterhuishoudkundige thema's

Er zijn een tweetal vragen met 'ja' beantwoord. Deze vragen zijn hieronder nader uitgewerkt.

Riolering en Afvalwaterketen Een toename van het afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de gemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie dienen de toename te kunnen verwerken zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten. Voor onderhoud aan het persleidingenstelsel is bereikbaarheid van de leiding noodzakelijk. Tot slot mogen in de milieuzone van de RWZI geen hindergevoelige functies worden opgenomen. Het rioolstelsel heeft voldoende capaciteit om de toename in het afvalwater van één huishouden te verwerken. Het hemelwater wordt niet aangesloten op het rioolstelsel en zal ter plaatse infiltreren/geborgen worden. Het functioneren van de riolering wordt niet nadelig beïnvloed en het milieu wordt niet zwaarder belast dan in de huidige situatie. In de zonering van de persleiding van Waterschap Rijn en IJssel worden geen ontwikkelingen toegestaan die de bereikbaarheid van de persleiding kunnen belemmeren. In de milieuzone van de RWZI worden geen hindergevoelige functies opgenomen die het functioneren van de installatie nu of in de toekomst kunnen belemmeren.

Wateroverlast (oppervlaktewater)

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...

Een toename in het verharde oppervlak resulteert in een versnelde afvoer van hemelwater. Als dit hemelwater niet vertraagd wordt afgevoerd wordt het watersysteem zwaarder belast en het waterbezwaar naar benedenstroomse gebieden afgewenteld. Ook is er geen aanvulling van het grondwater. Uitgangspunt is dat (nieuwe) ontwikkelingen minimaal hydrologisch neutraal zijn of een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe. Om wateroverlast te voorkomen wordt het hemelwater niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden bergen – afvoeren behandeld. Het beleid van de gemeente Oost Gelre is om hemelwater op eigen terrein te kunnen infiltreren, waarbij de waterberging aantoonbaar zodanig moet werken dat deze binnen 24 uur weer als waterberging beschikbaar is. Op het perceel worden infiltratievoorzieningen gerealiseerd waarbij het hemelwater ter plaatse wordt geïnfiltreerd/geborgen. De dimensioneringsberekeningen van de diverse voorzieningen worden opgenomen in een erfinrichtingsplan. Op deze wijze kan een regenbui T=10+10% (40mm) worden opgevangen in het plangebied en vertraagd worden afgevoerd. In extreme situaties zou bui T=100+10% tot aan maaiveld of op maaiveld geborgen kunnen worden zonder dat er waterschade optreedt.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6

Geluid

4.6.1

Normen Wet geluidhinder

Wettelijk kader In het kader van de Wet geluidhinder is bij de wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Naast het wettelijk kader van de Wet geluidhinder moet ook een afweging gemaakt worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Industrielawaai In de directe nabijheid van het plangebied ligt het bedrijventerrein 'Brandemate'. Het plangebied ligt in de geluidzone van dit bedrijventerrein. Door akoestisch buro Van der Boom is een beknopte akoestisch onderzoek uitgevoerd waarbij de focus is gelegd op het dichtstbijzijnde 'bedrijf' wat is gelegen op het bedrijventerrein zijnde een sportschool. De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in een rapport met nummer 20-225, d.d. 3 december 2020, welke als bijlage is bijgevoegd. In het rapport wordt het volgende geconcludeerd: "De nieuwe woning komt buiten de richtafstand t.b.v. sportscholen te liggen. Er is dus sprake van een goed woon- en leefklimaat bij de nieuwe woning. Ook wordt de sportschool niet beperkt in haar bedrijfsvoering. Bestaande woningen liggen dichter bij de sportschool dan de nieuwe woning zodat op deze woning (ook) aan de eisen uit het Activiteitenbesluit kan worden voldaan. De nieuwe woning ligt wel binnen de richtafstand behorende bij een milieucategorie 3.2-bedrijf (100 m). De (akoestische) invulling daarvan zal echter beperkt worden door de eisen die gelden op de bestaande woningen, die daarbij maatgevend zullen zijn".

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...

Verkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zich langs wegen geluidszones. In buitenstedelijk gebied geldt voor wegen, bestaande uit vijf of meer rijstroken een zone van 600 m, voor drie of vier rijstroken een zone van 400 m en voor wegen bestaande uit één of twee rijstroken een zone van 250 m, gemeten vanuit de as van de weg. Voor wegen binnen de bebouwde kom geldt een zone van 200 m. Binnen de zone moet in het geval van een nieuwe situatie met een geluidsgevoelige bestemming onderzoek worden verricht naar de optredende geluidsbelasting. Een aantal wegen heeft geen zone, te weten: wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De woning op het beoogde perceel ligt binnen de bebouwde kom van Groenlo binnen de geluidzone van het 50 km deel van de Marhulzenweg, de Parallelweg, de Industrieweg en de N18. De woning ligt op ten minste 30, 56 resp. 105 m uit de as van deze wegen. Het deel van de Marhulzenweg voor de locatie is een 30 km weg zonder geluidzone. De woning ligt op ten minste 10 uit de as van dit deel van de weg. Nu het perceel is gelegen in de zones van enkele wegen is er door akoestisch buro Van der Boom onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting van het wegverkeer op de beoogde woning. De resultaten hiervan zijn opgenomen in een rapport met nummer 20-225, d.d.

30 november 2020 en als bijlage bijgevoegd. In het rapport wordt het volgende geconcludeerd: "De geluidbelasting op de locatie bedraagt, na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh, ten hoogste 42 dB ten gevolge van wegverkeer op het 50 km deel van de Marhulzenweg, ten hoogste 48 dB ten gevolge van wegverkeer op de Parallelweg, ten hoogste 23 dB ten gevolge van wegverkeer op de Industrieweg en, na aftrek van 2 dB ex art 110-g Wgh, ten hoogste 42 dB ten gevolge van wegverkeer op de N18. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt door wegverkeer op de gezoneerde wegen niet overschreden. Er hoeft voor de woning geen hogere waarde te worden aangevraagd. De hoogste geluidbelasting van alle wegen samen (incl. 30 km wegen) bedraagt 58 dB zonder aftrek op de noordgevel van de woning. De zuidgevel is geluidluw. Bij het bepalen van de benodigde geluidwering conform het Bouwbesluit mag geen aftrek plaatsvinden ex. artikel 110-g Wgh. Voor de geluidbelaste gevels, met een geluidbelasting van meer dan 53 dB zonder aftrek, zijn geluidwerende voorzieningen nodig. Tabel III.7 (opgenomen in het akoestisch rapport) geeft een overzicht van de berekende invallende geluidbelasting Lden in 2030 zonder aftrek en bedraagt ten hoogste 58 dB op de geluidbelaste gevels. De benodigde karakteristieke geluidwering GA;k bedraagt 25 dB".

Beoordeling akoestischerapportages Door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) zijn voornoemde akoestische rapportages inzake industrielawaai en wegverkeerslawaai nader beoordeeld. Deze beoordelingen zijn opgenomen in een rapport met nummer 2021EA0132, d.d. 1 februari 2021 welke als bijlage is bijgevoegd. De ODA adviseerd/concludeerd het volgende "De wet geluidhinder is van toepassing voor het onderdeel wegverkeerslawaai en industrielawaai. a. De voorkeurswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai wordt niet overschreden. Een hogere waarde is niet aan de orde. Het aangeleverde akoestisch onderzoek is akkoord. b. De nieuwe woning ligt in de geluidzone van het industrieterrein. Deze zone is niet aangegeven op Ruimtelijke plannen. Akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege het industrieterrein op de woning is nodig. Het aangeleverde akoestisch onderzoek is op zich akkoord, maar gaat niet uit van een gezoneerd industrieterrein. c. Bestaande bedrijven in de omgeving worden niet belemmerd in de bedrijfsvoering. d. In ieder geval voor wegverkeerslawaai is extra aandacht aan de geluidwering van de woning nodig om de voldoen aan een goed woon- en leefklimaat in de woning.

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr... e. Voldaan wordt aan de standaardwaarde van het geluidbeleid". Railverkeerlawaai Railverkeerlawaai is niet van toepassing op dit plangebied nu er geen spoorlijn in de directe nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. 4.6.2

Goede ruimtelijke ordening

Bij het toetsen of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening” is aangesloten bij het toetsingskader van de gemeente Oost Gelre uit haar “Beleidsregel Hogere geluidsgrenswaarden”. Hierin wordt tevens voor 30 km wegen beschreven onder welke voorwaarden wordt voldaan aan het criterium “goede ruimtelijke ordening”. Dat is het geval indien de ten hoogste toelaatbare waarde niet wordt overschreden. De geluidbelasting op de woning bedraagt ten hoogste 58 dB zonder aftrek, dat is 53 dB na aftrek van 5 dB ex art 110g Wgh. De ten hoogste toelaatbare waarde bedraagt 63 dB na aftrek van 5 dB voor woningen binnen de bebouwde kom. Voor het aspect geluid is derhalve sprake van een “goede ruimtelijke ordening”. 4.6.3

Conclusie

Uit de uitgevoerde akoestische onderzoeken kan worden geconcludeerd dat door de nieuwe ontwikkeling op het perceel aan de Marhulzenweg geen bedrijven op het bedrijventerrein en aan de Marhulzenweg in hun toekomstige ontwikkelingen worden beperkt, mede omdat er al woningen van derden dichter bij deze bedrijven zijn gelegen. Daarnaast is sprake van een goed woon- en leefklimaat in de nieuw te realiseren woning. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De Nederlandse wetgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer (“Wet luchtkwaliteit”). In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan de grenswaarden (normen) voor verschillende luchtvervuilende stoffen. In de praktijk is alleen bij stikstofdioxide en fijn stof mogelijk sprake van normoverschrijding, zodat de beoordeling tot deze stoffen beperkt blijft. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende besluiten en regelingen met daarin het centraal staande begrip 'niet in betekenende mate''': Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. Situatie plangebied Door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) is advies uitgebracht inzake de Luchtkwaliteit. Deze is opgenomen in een rapport met nummer 2020EA1634, d.d. 20 augustus 2020 welke als bijlage is bijgevoegd. De ODA concludeert het volgende: "De beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Er is geen sprake van een gevoelige bestemming. Er is geen sprake van feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden. Er is daarom geen aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit nodig.

Het onderwerp luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling".

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8

Natuurwaarden

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort.

Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. Van beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig EHS) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De provincie Gelderland streeft naar het veiligstellen van de verscheidenheid (biodiversiteit) en kwaliteit van de Gelderse natuur. Hiertoe zet de provincie in op de realisatie van een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Dit wil de provincie bereiken door de bestaande natuur in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) te beschermen en de samenhang te versterken door het uitbreiden van natuurgebieden in het GNN en het aanleggen van verbindingszones in de Groene Ontwikkelingszone (GO). Dit vindt plaats in de Omgevingsverordening Gelderland. De GNN en GO kent formeel geen externe werking.

Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4) dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11). Situatie plangebied Door Natuurbank Overijssel is een onderzoek uitgevoerd naar de Natuurwaarden op het perceel. De resultaten zijn verwoord in een onderzoeksrapport met nummer 2987, versie 1.0, d.d. 11 november 2020 welke als bijlage is bijgevoegd. In het onderzoeksrapport wordt het volgende geconcludeerd: "De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘opzettelijk beschadigen en vernielen van de rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr... werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Beschermde soorten mogen niet opzettelijk gedood worden. Voor beschermde soorten waarvoor die vrijstelling niet geldt, is een ontheffing vereist om ze te mogen doden en om opzettelijk rust- en voortplantingslocaties te beschadigen en te vernielen. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone geen externe werking kent. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden.

De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Mogelijk benutten vleermuizen, amfibieën, vogels en grondgebonden zoogdiersoorten het plangebied als foerageergebied, bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een vaste rust en voortplantingsplaats, bezetten sommige amfibieënsoorten er een vaste rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Voor de beschermde grondbonden zoogdieren en amfibieën, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties'. Beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Wel geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties.

Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten, wordt de functie van een deel van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en vogels niet aangetast".

Conclusie Het aspect natuurwaarden vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Bedrijven en milieuzonering

Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan wij het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...

De VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) is een hulpmiddel voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen bij en rondom bedrijven. De in deze uitgave voor bedrijven opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. De richtafstanden zijn voor drukkere gebieden (gemengd gebied) naar beneden bij te stellen. Aanvullend milieuonderzoek kan uitwijzen dat kleinere afstanden dan de richtafstanden mogelijk zijn. Verder hebben wettelijke afstanden voorrang op de richtafstanden.

Situatie plangebied Het perceel aan de Marhulzenweg is gelegen in een rustige woonwijk. Ondanks de ligging naast een bedrijventerrein is in het gebied van de beoogde woningbouwlocatie zelf geen sprake van een matige tot sterke functievermenging. Dit betekent dat de richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-uitgave als uitgangspunt gelden voor deze beoordeling. In de omgeving van de beoogde woningbouwlocatie bevindt zich bedrijventerrein 'Brandemate'. Volgens het geldende bestemmingsplan zijn op dit bedrijventerrein bedrijven in maximaal milieucategorie 3.2 toegestaan. Dat komt overeen met een richtafstand van 100 meter. De beoogde woningbouwlocatie ligt in zijn geheel binnen deze richtafstand. Dit geldt echter eveneens voor bestaande woningen aan de kant van het bedrijventerrein. Dat betekent dat bedrijven nu al belemmeringen ondervinden in hun mogelijkheden en dat nieuwe woningen op het perceel niet per se hoeven zorgen voor verdergaande belemmeringen dan nu het geval is. Aanvullende belemmeringen voor bedrijven door nieuwe woningen op de hoek van de Marhulzenweg/Parallelweg zijn desondanks niet geheel uit te sluiten. Bedrijven in de directe omgeving kunnen hierdoor worden beperkt in hun milieugebruiksruimte. Andersom is het de vraag of ter plaatse van de nieuwe woning(en) sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Het is daarom noodzakelijk om verder in te zoomen op de op het bedrijventerrein feitelijk gevestigde, legaal aanwezige bedrijven. Zie daarvoor onderstaande tabel (waarin ook het niet op het bedrijventerrein gelegen bedrijf op de locatie Marhulzenweg 29 is meegenomen). De tabel toont per bedrijf de richtafstand per onderdeel (geur, stof, geluid en gevaar) en de bijbehorende milieucategorie. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bedrijfsbestemming en de gevel van de woning. De werkelijke afstand in onderstaande tabel is gemeten tot aan de meest nabijgelegen gevel van de omliggende woningen.

Zoals valt op te maken uit de tabel voldoet de woningbouwplanlocatie alleen voor de sportschool (fitnesscentrum) op de locatie Marhulzenweg 37 en de drukkerij op de locatie Marhulzenweg 29 niet aan de voor die bedrijven geldende richtafstanden. Geluid is hierbij in beide gevallen het voor de richtafstand maatgevende onderdeel. Voor de andere onderdelen (geur, stof en gevaar) wordt wel voldaan aan de richtafstanden. Voor het onderdeel 'geluid' wordt verwezen naar paragraaf 4.6.

Conclusie

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...

De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen de richtafstanden van een fitnesscentrum en drukkerij. Het onderdeel geluid is daarbij maatgevend. De bedrijven worden echter niet belemmerd door de ontwikkeling en het woon- en leefklimaat op de woningbouwlocatie is hierbij niet in het geding.

4.10

Externe veiligheid

Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.

Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Derhalve is de risicokaart geraadpleegd.

Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Situatie plangebied Externe veiligheid beschrijft risico's met een externe werking, die ontstaan door het transport van, de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Er is getoetst aan de volgende wet- en regelgeving:

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr... Voor inrichtingen (bedrijven) wordt in dit advies getoetst aan het besluit Externe veiligheid inrichtingen (BEVI) en de bijbehorende regeling. Voor transportroutes over weg, water en spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT). Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB). Gemeente Oost Gelre neemt deel aan de gemeenschappelijke beleidsvisie externe veiligheid van de Achterhoekse gemeenten. Met behulp van de signaleringskaart externe veiligheid is gekeken naar de risico's in de omgeving van het planinitiatief.

Zoals in figuur 1 is te zien ligt een gedeelte van de locatie buiten de 200 meter zone van de rijksweg N18 (Twente route). Een beperkt deel ligt binnen de 200 meter zone. Als de woningbouw ook hierbinnen gaat plaatsvinden is verantwoording van het groepsrisico nodig. De woning komt net buiten de 200 meter zone van de rijksweg te liggen waardoor verantwoording van het groepsrisicio niet nodig is. Inrichtingen In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen Bevi-bedrijven. Ook vanuit het Activiteitenbesluit, het Vuurwerkbesluit, het Besluit ruimte en de Circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik krijgt deze locatie niet te maken met veiligheidsafstanden. Buisleidingen In de directe omgeving van de locatie bevindt zich geen hogedruk aardgastransportleiding.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...

Besluit en Regeling externe veiligheid transportrisico's In de directe omgeving van de planlocatie is het aantal transporten met gevaarlijke stoffen op weg (N18) zodanig gering, dat de PR-contouren van 10-6 per jaar binnen de rijbaan liggen.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11

Geur

Wettelijk kader Bij de realisatie van gevoelige bestemmingen, zoals woningen, is het van belang dat er een goed woonen leefklimaat gewaarborgd wordt. Daarom moet rekening worden gehouden met geurcontouren van bijvoorbeeld bestaande veehouderijen of industriele bedrijven. Hiervoor bieden het Activiteitenbesluit en de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) een toetsingskader. Voor de beoordeling van geurhinder van industriële bedrijven gelden de volgende kaders: Activiteitenbesluit milieubeheer; Handleiding geur van Infomil; geurbeleid provincie Gelderland. Bij ruimtelijke besluitvorming gaat het erom voor geurhinder van industriële bedrijven aan de volgende voorwaarden te voldoen: - het kunnen garanderen van een aanvaardbaar hinderniveau van geurhinder; - het niet onevenredig schaden van iemands belangen. Hiervoor is het nodig om voldoende afstand aan te houden tussen bedrijven en geurgevoelige objecten.

Situatie plangebied In dit geval is sprake van een ontwikkeling op voldoende afstand van bedrijven die geurhinder kunnen opleveren. De ontwikkeling vindt plaats buiten de voor die bedrijven geldende richtafstanden voor geur of vanuit de vergunning/melding bekende geurcontouren. Verder onderzoek naar geurhinder van deze bedrijven is daarom niet nodig.

Conclusie De woningbouwlocatie ligt op voldoende afstand van omliggende industriële geurbronnen. De voorgenomen ontwikkeling werkt niet belemmerend voor deze bedrijven. Ook het woon- en leefklimaat op de locatie zelf is hierbij niet in het geding. Het onderwerp geur vormt daarom geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.12

Verkeer en parkeren

Verkeer De woning in het plangebied wordt ontsloten via de Marhulzenweg. Het verkeer van en naar de woning zal opgaan in het huidige verkeer welke niet significant zal toenemen. Op het eigen terrein zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig voor de woonfunctie.

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...

Parkeren Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren.

Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen.

Situatie plangebied Parkeren gebeurt op het perceel zelf. Hiervoor is voldoende ruimte beschikbaar.

In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen, waarin wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. In de parkeernota is ook aangesloten op de bepalingen die waren opgenomen in de bouwverordening, maar door de recente wetswijziging zijn vervallen. Voor specifieke gevallen is een afwijkingsbevoegdheid (onder voorwaarden) opgenomen. Door het laten doorwerken van deze parkeerbepaling in alle geldende plannen is het wegvallen van de parkeerregels door de wetswijziging, hersteld.

Conclusie Parkeerplaatsen dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd. Dat is op het huidige perceel mogelijk.

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.

5.2

Bestemmingsplan

Het digitale bestemmingsplan 'NL.IMRO.1586.BPBEDRIJVEN309-VG01' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1586.BPBEDRIJVEN309-VG01 met bijbehorende regels.

5.3

Plansystematiek

5.3.1

Indeling

Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.

Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Bestemmingsregeling 40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr... Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsregels. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het is mogelijk dat bestaande, legale gebouwen afwijken. Onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie’ zoals deze is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals deze bij de gemeente bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het Bestemmingsplan Buitengebied.

Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken. Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' een omgevingsvergunningplicht.

Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en parkeerregelgeving.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...

5.3.2

Bestemmingsregels

5.3.2.1 Tuin Voor de woningen en voor zover noodzakelijk aan de zijkant van (hoek-)woningen, is de bestemming 'Tuin' opgenomen. Hier is bouwen niet toegestaan, met uitzondering van erkers en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen. 5.3.2.2 Wonen Algemeen Op de verbeelding worden bestemmingsvlakken en aanduidingen weergegeven. Voor de maatvoeringen is aansluiting gezocht bij de mogelijkheden die het huidige bestemmingsplan biedt voor de omliggende woningen. Bestemmingsomschrijving In de bestemming 'Wonen' is primair de woonfunctie toegestaan. Bouwregels De maatvoering van de woonbebouwing is geregeld in de bouwregels van de woonbestemming in combinatie met de verbeelding. In de bouwregels is onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. Enkele woonpercelen zijn voorzien van een bouwvlak. Indien het bestemmingsvlak is voorzien van een bouwvlak moet de woning binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maatvoering van de bebouwing is vastgelegd in het bestemmingsplan. De maatvoering in de bouwregels vindt zijn grondslag in de voorgaande bestemmingsplannen voor wonen. Voor bijgebouwen bij burgerwoningen geldt als uitgangspunt een oppervlaktemaat van maximaal 70 m2, waarbij als voorwaarde geldt dat het achtererfgebied voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd.

Indien er in de bestaande situatie sprake is van een grotere oppervlakte aan legale bijgebouwen is in dat geval de bestaande oppervlaktemaat toegestaan. Voornoemde maatvoering biedt voldoende mogelijkheden voor het bouwen van bijgebouwen. De maat is afgestemd op de maximale inhoudsmaat voor de woning en de omvang van het bestemmingsvlak. In de regels is de voorwaarde opgenomen dat het achtererf bij de woning voor maximaal 50% mag worden bebouwd voor bijgebouwen. Er is nadrukkelijk voor gekozen een relatie te leggen met de omvang van de woonbestemming. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is de gemeente van mening dat de ruimte om de woning bepalend moet zijn voor het berekenen van de maximale bouwmogelijkheden. Een kleine woonbestemming biedt immers minder ruimtelijke mogelijkheden dan een grotere woonbestemming, zeker waar woonbestemmingen geclusterd voorkomen. De gemeente wil voorkomen dat achtererven volledig kunnen worden volgebouwd en er zodoende ongewenste leefomstandigheden ontstaan.

Beroep/ bedrijf aan huis en mantelzorg In de regels voor de bestemming 'Wonen' wordt extra flexibiliteit geboden als het gaat om de mogelijkheden voor een beroep of bedrijf aan huis en het bieden van mantelzorg. In de regels zijn ook voorwaarden opgenomen waar aan voldaan moet worden als van deze flexibiliteit gebruik gemaakt wordt. 5.3.2.3 Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2 Deze bestemming betreft de te beschermen archeologische waarden. De betrokken gronden zijn op de verbeelding aangegeven. Dit is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleidskaart. In het bestemmingsplan komt maar één categorie voor: Bestemming

42

Categorie gemeentelijke archeologische beleidskaart en bijbehorend beleid

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...

Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2

AWG categorie 4: Onder voorwaarden bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 100 m²

Er zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen om de dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk te laten vervallen.

5.3.2.4 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende bouwaanvragen waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Het verbod om gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan te gebruiken is geregeld in de Wabo, ex art. 2.1 lid 1 sub c. Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels is onder andere geregeld dat nutsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd tot een maximum van 25 m2. Tevens is overschrijding van de hoogten en oppervlakten tot een maximum percentage van 10% mogelijk. Verder is afwijking mogelijk voor zendmasten en onder voorwaarden verschuiving van bijvoorbeeld bouwgrenzen. Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is de wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het in geringe mate aanpassen van het plan. Daarnaast zijn het oprichten van bouwwerken ten behoeve van openbaar nut opgenomen. Aan het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid zijn voorwaarden gekoppeld.

Parkeerregelgeving In artikel 12 is de regeling voor parkeren opgenomen. Op basis hiervan kan als voorwaarde voor vergunningverlening een parkeernorm worden opgelegd. In de regeling wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader.

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In het bestemmingsplan is het overgangsrecht conform het Bro opgenomen. De peildata voor bouwen en gebruiken zijn gelijkgetrokken en gelegd op de datum waarop het bestemmingsplan in werking treedt.

Slotregel In de slotregel is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald.

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De provincie heeft aangegeven dat zij woningbouwplannen kleiner dan 12 woningen graag in het vooroverleg zien. Kleine woonplannen met een lokaal belang hoeven niet aangeboden te worden in een vooroverleg. Omdat het voorliggende plan een klein woonplan is (bestaande uit 1 woning), is er geen sprake van provinciaal belang.

Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan is op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken van 21 mei 2021 tot en met 1 juli 2021 ter inzage gelegd. Tijdens deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieplan Conform artikel 6.12, eerste lid Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen, tenzij conform artikel 6.12, tweede lid, onder a, het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Met de initiatiefnemers is een anterieure overeenkomst aangegaan waarin alle kosten conform artikel 6.2.3/6.2.4 Bro zijn opgenomen. Planschade Een belanghebbende kan, na een besluit tot vaststellen van een bestemmingsplan, een verzoek indienen om een tegemoetkoming in de schade, indien die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in artikel 6.1 tweede lid Wro genoemde oorzaak (artikel 6.1 Wro). Eventuele planschade wordt verhaald op de initiatiefnemers. Conclusie Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten die gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van de ruimtelijk-juridische procedure zullen door middel van leges worden verrekend met de initiatiefnemer. De initiatiefnemer en de gemeente zijn een anterieure overeenkomst aangegaan waarmee de economische uitvoerbaarheid is vastgelegd. Een exploitatieplan is niet nodig.

44

Toelichting (vastgesteld)

bezoek Varsseveldseweg 2 7131 BJ Lichtenvoorde post Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde telefoon (0544) 39 35 35 fax (0544) 37 29 69 e-mail gemeente@oostgelre.nl internet www.oostgelre.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10466220/1