bp marhulzenweg toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr... vastgesteld
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan
6 6 6 7
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Historische ontwikkeling 2.2 Huidige situatie plangebied
8 8 10
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
12 12 14 16 17
Hoofdstuk4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming 4.2 Stikstof 4.3 Archeologie en Cultuurhistorie 4.4 Bodem 4.5 Water 4.6 Geluid 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Natuurwaarden 4.9 Bedrijven en milieuzonering 4.10 Externe veiligheid 4.11 Geur 4.12 Verkeer en parkeren
20 20 21 22 26 27 30 32 33 34 36 38 38
Hoofdstuk5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan 5.3 Plansystematiek
40 40 40 40
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid
44 44 44
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voor een onbebouwd perceel aan de Marhulzenweg ong. te Groenlo is een verzoek ingekomen om hierop een woning te mogen bouwen. Het perceel is gelegen naast de bestaande woning Laantje van Lasonder 1 en tegenover de woning Marhulzenweg 35 te Groenlo en kadastraal bekend als gemeente Groenlo, sectie A, nummer 2997. Het perceel is gelegen in het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Oost Gelre' en bestemd als 'Wonen'. In deze bestemming is het bouwen van een hoofdgebouw, zijnde een woning, alleen toegestaan in een bouwvlak. Op dit perceel is geen bouwvlak aanwezig. Aan het verzoek kan worden meegewerkt door het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Oost Gelre' partieel te herzien en het perceel te voorzien van een bouwvlak. Op 24 maart 2020 heeft het college besloten om in principe mee te werken aan het verzoek voor vestiging van een woning op voorliggend perceel aan de Marhulzenweg te Groenlo.
1.2
Ligging plangebied
Het onbebouwde perceel is gelegen aan de Marhulzenweg tussen de bestaande woning Laantje van Lasonder 1 en de groenstrook welke grenst aan de Parallelweg te Groenlo. Het perceel is hoofdzakelijk omgeven door woningen alsmede een enkel bedrijf. Het perceel zal worden ontsloten aan een deel van de Marhulzenweg wat als een ontsluiting (zijtak) van de doorgaande Marhulzenweg kan worden beschouwd. De doorgaande Marhulzenweg gaat over in de Parallelweg. Onderstaande afbeelding geeft het plangebied globaal weer.
Plangebied Marhulzenweg ong. met kadastraal nummer 2997
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het perceel Marhulzenweg ong. te Groenlo is gelegen in het geldend bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Oost Gelre' welke op 9 juli 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het perceel is bestemd als 'Wonen' en 'Tuin' met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. Op 15 december 2020 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Oost Gelre reparatie en herziening Lindebrook' vastgesteld. Dit bestemmingsplan geldt ook voor het plangebied. In dit bestemmingsplan zijn de regels, welke golden voor het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Oost Gelre', aangepast. Deze aanpassing heeft echter niet geleid tot realisatie van nieuwe bouwmogelijkheden. Uitsnede geldend bestemmingsplan op perceel niveau:
Geldende bestemming Marhulzenweg ong.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie vanuit ruimtelijk oogpunt en per functie, evenals de ontwikkelingen op basis van het vigerende beleid beschreven. Er wordt flexibiliteit geboden daar waar het kan. Rekening wordt gehouden met de dynamiek in het plangebied en ruimte voor 'reguliere' uitbreidingen en veranderingen.
2.1
Historische ontwikkeling
Op de topografische kaart uit 1900 is er nog weinig bebouwing zichtbaar buiten de stadskern Groenlo. Wel is de spoorlijn Winterswijk - Neede op enige afstand van de stadskern gelegen. Groenlo werd ontsloten door een drietal wegen wat op de kaart uit 1900 goed te zien is.
Topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl)
In de jaren die volgen groeit zowel de bebouwing in de stadskern van Groenlo alsmede 'buiten de gracht'. Het perceel aan de Marhulzenweg is gelegen in het op de topografische kaart uit 1950 aangegeven gele rondje. Zoals hierop is te zien is hier nog geen bebouwing aanwezig. De jaren daarna breidt de bebouwing buiten het stadscentrum zich explosief uit wat goed te zien is op de topografische kaart uit 1975. Niet alleen met woningen maar ook met bedrijvigheid. Ook de bebouwing rondom het voorliggend perceel aan de Marhulzenweg neemt toe. Daarnaast is de huidige Eibergseweg, als een van de drie toegangswegen naar Groenlo, al aangesloten op de 'Twenteroute' wat toen al volop in ontwikkeling was. Het traject langs Groenlo was nog niet gerealiseerd maar is al wel op de topografische kaart uit 1975 aangegeven. In de jaren daarna verdwijnt de spoorlijn Winterswijk - Neede, de 'Twenteroute' komt de vervallen en doet dienst als Parallelweg naast de nieuwe N18. Het bedrijventerrein heeft zich uitgebreid naar het noorden voorbij de Marhulzenweg tot aan de Eschweg. Ondanks dat rondom het plangebied flink is gebouwd is het perceel aan de Marhulzenweg onbebouwd gebleven.
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
Topografische kaart uit 1950 (bron: www.topotijdreis.nl)
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
Topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl)
Topografische kaart uit 2020 (bron: www.topotijdreis.nl)
2.2
Huidige situatie plangebied
Het plangebied ligt in een gebied met veel functiemenging aan de Marhulzenweg. Het perceel ligt op de scheiding tussen een woonwijk en het bedrijventerrein 'Brandemate'. Aan de zuid-, west- en noordzijde zijn hoofdzakelijk woningen gelegen met een enkel bedrijf (GMI). Aan de oostzijde loopt de Parallelweg welke de woningen scheidt van het bedrijventerrein, alhoewel er zich ter hoogte van het plangebied aan de andere zijde van de Parallelweg nog enkele woningen bevinden. Het perceel aan de Marhulzenweg is braakliggend en grenst aan een strook groen. Invulling van het perceel met een woning zou passend zijn in de omgeving.
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
Luchtfoto plangebied
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.
3.1
Internationaal niveau
3.1.1
Vogelrichtlijn
De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. 3.1.2
Habitatrichtlijn
De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn.
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
3.1.3
Het verdrag van Valletta (Malta)
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. Ter bescherming van de archeologische waarden heeft de gemeente Oost Gelre een beleidsnota met -kaarten vastgesteld en deze doorvertaald en opgenomen in de geldende bestemmingsplannen. In paragraaf 4.3 wordt archeologie nader toegelicht. 3.1.4
Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr... Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater.
Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. 3.1.5
Conclusie internationaal beleid
Het Internationaal beleid vormt geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling op perceelniveau. Het bestemmingsplan heeft alleen tot doel om bebouwing mogelijk te maken op een onbebouwd perceel grond aan de Marhulzenweg ong. te Groenlo.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Het Rijk wil ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Het verstedelijkings- en landschapsbeleid laat het Rijk over aan provincies en gemeenten. De SVIR doet geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor het voorliggende plan. 3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau, in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.
Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr... spoorlijnen. 3.2.3
Besluit ruimtelijke ordening
Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied.
Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt.
Nieuwe stedelijke ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft het toevoegen van een bouwvlak op een perceel grond binnen de bestemming 'Wonen. Door het toevoegen van een bouwvlak kan op het perceel een woning worden gerealiseerd. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, het gaat hier om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In haar uitspraak met kenmerk 201608869/1/R3 geeft de Raad van State het kader aan rondom de Ladder van duurzame verstedelijking. Daaruit blijkt dat een stedelijke ontwikkeling ook voldoende substantieel dient te zijn. Voor woningen geldt dat het moet gaan om een ontwikkeling van meer dan 11 woningen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om 1 woning te realiseren. Vanwege de aard en omvang van het project kan dus worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Conclusie Uit bovenstaande onderbouwing kan vanwege de aard en omvang van het project worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is dan ook niet van toepassing. 3.2.4
Conclusie Rijksbeleid
Het Rijksbeleid vormt geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling op perceelniveau. Het bestemmingsplan heeft tot doel om bebouwing mogelijk te maken op een onbebouwd perceel grond aan de Marhulzenweg ong. te Groenlo.
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 9 juli 2014. Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 19 december 2018 een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld en deze doorvertaald in de Omgevingsverordening. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen. In de Omgevingsvisie is de Gelderse Ladder opgenomen. De Gelderse Ladder wordt gebruikt als afwegingskader voor de vestigingsplek van stedelijke ontwikkelingen. Als juridische basis voor de Gelderse Ladder gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking, genoemd in de vorige paragraaf. De juridische borging van de ladder is geregeld in de Bro en is niet nogmaals opgenomen in de provinciale verordening. Consequenties met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling zijn dan ook hetzelfde. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland.
Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. In hoofdzaak geeft de Omgevingsverordening regels bij nieuwe ontwikkelingen dus ook voor het toevoegen van woningen. In de omgevingsverordening wordt aangegeven dat er een regionale woonagenda door Gedeputeerde Staten moet zijn vastgesteld. De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld, om in te spelen op de veranderde behoefte. In het najaar van 2019 is de Regionale Woonagenda op onderdelen aangepast. Daarmee wordt vooruit gelopen op de nieuwe Regionale Woonagenda. Het beleidskader is in lijn met de Koers Ruimte voor goed wonen van de provincie en met het provinciale coalitieakkoord. Daarnaast heeft de gemeente Oost Gelre een eigen woonvisie vastgesteld voor de periode 2016 – 2025. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 september 2016. In paragraaf 3.4.2 wordt deze woonvisie nader toegelicht.
Conclusie Het toevoegen van een woning op perceelsniveau past in de regionale woonagenda en de daarbij opgesteld woonvisie voor de gemeente Oost Gelre. Hiermee wordt voldaan aan de regels uit de provinciale omgevingsverordening. Omgevingsvisie en -verordening vormen dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen die dit wijzigingsplan mogelijk maakt.
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020
Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; de identiteit onderstreept en versterkt. 3.4.2
Woonvisie Oost Gelre
De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld. Een demografische ontwikkeling in deze regio is dat het aantal inwoners in de komende periode langzaam maar zeker afneemt. In de Regionale Woonvisie wordt ingespeeld op die bevolkingsdaling en afname van het aantal huishoudens. Concreet betekent dit voor iedere gemeente in de Achterhoek dat de aangegeven bouwvolumes in de gemeentelijke woonvisies naar beneden bijgesteld moeten worden. De gemeente Oost Gelre heeft een eigen woonvisie vastgesteld voor de periode 2016 - 2025 waarin de regionale woonvisie in is verweven. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 september 2016. De woonvisie Oost Gelre is een kernachtige en toegankelijke visie. De visie is vormgegeven op basis van een drietal thema's: kwantiteit & kwaliteit, beschikbaarheid & betaalbaarheid en wonen met zorg en welzijn. Bij ieder thema is aangegeven wat wordt gezien als ontwikkelingen, wat er bereikt moet worden en wat hiervoor moet worden gedaan. Voorafgaand hierop is ingegaan op de kwaliteiten van Oost Gelre, specifiek de verschillende kernen, en de maatschappelijke ontwikkelingen die het woonbeleid beïnvloeden. In een uitvoeringsprogramma is aangegeven welke activiteiten uit de woonvisie voortvloeien en wanneer en door wie deze worden uitgevoerd.
De ruimtelijke uitvoeringmaatregelen zoals het stoplichtmodel, vijfsporenstrategie, sturingstabel en de richtlijnen voor nieuwe principe verzoeken zijn als bijlage bij het uitvoeringsprogramma gevoegd. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de vastgestelde woonvisie. In de woonvisie zijn reserveringen gemaakt voor wooncontingenten om woningen mogelijk te maken. De ontwikkeling past in de woningbouwprogrammering. Hiermee wordt dan ook voldaan aan het gestelde in de Woonvisie. 3.4.3
Beleidsvisie Externe veiligheid
Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr... van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten. Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. Externe veiligheid is nader beschreven in paragraaf 4.10. 3.4.4
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Bovendien is aan onderhavig plan nog een beeldkwaliteitsplan gekoppeld, dat ook door de gemeenteraad is vastgesteld en eveneens richtinggevend is. 3.4.5
Economische visie - Economie Voorop !
Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden aangepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen.
De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden.
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
3.4.6
Geluidbeleid gemeente Oost Gelre
Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van het geluidbeleid. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.
Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. Het geluid is nader beschreven in paragraaf 4.6. 3.4.7
Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024
Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen. Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma.
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
Hoofdstuk 4 4.1
Uitvoeringsaspecten
Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming
Wettelijk kader Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd door het 'Besluit reparatie en modernisering milieueffectrapportage' en is bepaald dat de grenswaarden voor een m.e.r.-beoordelingsplicht indicatief zijn. Het bevoegd gezag moet bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage II van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). In het kader hiervan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorgekomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden ligt, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.Voor deze toetst wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toetst kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.
In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, in het andere geval moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
AANMELDNOTITIE Het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) is gewijzigd. De wijziging is het gevolg van de implementatie van Richtlijn 2014/52/EU die ziet op het wijzigen van Richtlijn 2011/92/EU. Dit is de richtlijn die ziet op projecten (kolom 4). De wijzigingsrichtlijn is voor het overgrote deel geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Het gewijzigde Besluit m.e.r. is in werking getreden op 7 juli 2017. Een van de belangrijkste gevolgen van de wijziging van het Besluit m.e.r. is dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit is geregeld in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. De aanmeldnotitie beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie omtrent de noodzaak tot een m.e.r.-procedure. Aan de hand van deze informatie kan het bevoegd gezag een beslissing nemen of voor de voorgenomen activiteit een MER dient te worden opgesteld.
Afweging Het plan maakt de bouw van een woning mogelijk. Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten (D11.2) geldt een grenswaarde van 2.000 woningen. Het plan blijft met een woning ruimschoots onder de drempelwaarde, zoals die is opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Uit de verrichte milieuonderzoeken, die hierna in de onderstaande paragrafen wordt beschreven en de ingediende Vormvrije aanmeldingsnotitie MER (15 januari 2020) blijkt dat de effecten van de realisatie van de woning op de betreffende locatie niet van dien aard is dat er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen. De aard van de voorgenomen activiteit is niet van die omvang dat er onevenredig nadelige effecten op de omgeving plaatsvinden. Daarnaast vindt de ingreep niet plaats in een gevoelig gebied. Er zijn geen negatieve effecten op de omgeving te verwachten.
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
Conclusie Het plan is van relatief geringe omvang. Daarbij is het project qua situering en potentiële negatieve effecten op de omgeving niet van dien aard dat het nader beoordeeld moet worden in een afzonderlijke m.e.r.(beoordelings)procedure.
4.2
Stikstof
De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Dit deed het PAS door: te voorzien in natuurherstelmaatregelen in Natura 2000-gebieden waar te veel stikstof is. Bijvoorbeeld door stikstof uit de bodem versneld te verwijderen door maaien of ploegen, of door het natuurlijke leefgebied te verbeteren door duinen weer te laten stuiven of hydrologische maatregelen te nemen; te voorzien in maatregelen waardoor er minder stikstof terecht komt in deze Natura 2000-gebieden. Bijvoorbeeld dor de aanscherping van normen voor de maximale uitstoot van ammoniak uit stallen. Op deze manier bood het PAS ruimte aan nieuwe activiteiten die stikstof uitstoten.
Door recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is de PAS vernietigt, met name het rekenprogramma Aerius, en niet meer bruikbaar. Dit wil zeggen dat, bij ruimtelijke initiatieven, waarbij een toename van stikstofuitstoot zal plaatsvinden, geen medewerking aan kan worden verleend. Per 16 september 2019 is een aangepaste versie van het rekenprogramma Aerius beschikbaar. Met behulp hiervan kan de stikstofuitstoot van een planontwikkeling worden berekend. Heeft de planontwikkeling geen toename van stikstof op nabij gelegen natuurgebieden tot gevolg dan kan aan de planontwikkeling worden meegewerkt. Voor het plangebied is door Natuurbank Overijssel een stikstofberekening met het Aerius-programma gemaakt. Stikstofemissie treedt op als gevolg van de verbranding van fossiele brandstof. Dat vindt plaats tijdens de ontwikkelfase, als gevolg van de inzet van materieel (bouwrijpmaken, betonpomp) en verkeersbewegingen (bouwmaterialen, personeel) en als gevolg van de toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het bewonen van de woning. De woning krijgt geen aansluiting op het aardgasnet, en de toename van verkeer vindt plaats op een afstand van meer dan vijf kilometer van stikstofgevoelige habitattypen. Het aspect verkeer hoeft daarom niet meegenomen te worden in een stikstofberekening.
Zoals gesteld in de ‘Handreiking woningbouw en AERIUS', kan gemiddeld genomen gesteld worden dat bij de totale bouw van een vrijstaande woning maximaal 5 kg stikstof emitteert. Uitgaande van een 'worstcasestudie' van 10 kg stikstof, welke emitteert bij de bouw van de woning aan de Marhulzenweg, leidt dit niet tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Zelfs een emissie van 40 kg stikstof leidt niet tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied (de AERIUS-berekening van 40 kg is als bijlage bijgevoegd).
Conclusie De stikstofdepositie, ten gevolge van de activiteiten op de planlocatie, vormt geen belemmering voor het uitvoeren van het gewenste plan.
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
4.3
Archeologie en Cultuurhistorie
Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden.
Archeologie Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient direct door te werken in het bestemmingsplan. Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld.
Nieuw Archeologiebeleid Op 14 april 2020 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre nieuw archeologisch beleid vastgesteld met titel 'Archeologische monumentenzorg in de gemeente Oost Gelre, een actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtings- en beleidskaart'. Dit nieuwe beleid is nog niet opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zodat dit nieuwe beleid dient ter nadere motivering bij plannen die afwijken van het bestemmingsplan. Een wijziging ten opzichte van het in het bestemmingsplan opgenomen is de mate van oppervlakte waarbij een verkennend archeologisch onderzoek nodig is. In het bestemmingsplan worden oppervlaktematen van 100 m2 en 2.500 m2 genoemd. Het nieuwe Archeologiebeleid heeft deze oppervlakten verruimd van 100 m2 naar 250 m2 en van 2.500 m2 naar 5.000 m2. Het plangebied aan de Marhulzenweg (ong.) te Groenlo is gelegen in het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Oost Gelre reparatie en herziening Lindebrook' vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre op 15 december 2020 en kent naast de reguliere bestemming 'Wonen' de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'.
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
'Beleidsadvieskaart' van voor 14 april 2020
Uitleg aanduiding op beleidsadvieskaart.
Uitsnede uit nieuwe beleidsadvieskaart
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
Uitleg aanduiding op beleidsadvieskaart.
Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2 Vooralsnog geldt de beleidsadvieskaart van voor 14 april 2020 die in het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Oost Gelre reparatie en herziening Lindebrook' is opgenomen. Voor de dubelbestemming geldt: "bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen waarbij sprake is van het verrichten van bodemingrepen dieper dan 30 cm en een oppervlakte groter dan 100 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen op basis van nader onderzoek, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. Binnen deze dubbelbestemming vindt de bouw van een nieuwe woning met bijbehorende bouwwerk(en) plaats. Bij de bouw van deze bouwwerken zal de oppervlaktemaat van 100 m2 worden overschreden. Onderzoek naar archeologische waardes in de bodem is dan ook noodzakelijk.
Archeologisch onderzoek Door adviesbureau Transect is een Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase uitgevoerd en verwoord in een adviesrapport met nummer 3092, d.d. 30-11-2020. Het onderzoeksbureau geeft in dit rapport het volgende advies: "In het plangebied zal een woning worden gebouwd. Uit het onderzoek blijkt dat in het plangebied niet uitgesloten kan worden dat er resten uit de Nieuwe tijd aanwezig zijn. Deze resten zijn in principe vanaf 30 cm -Mv te verwachten. Daarom wordt aanbevolen wanneer in het plangebied werkzaamheden gepland worden, die groter zijn dan 100 m2 en dieper reiken dan 30 cm -Mv (conform gemeentelijk beleid), een vervolgonderzoek uit te laten voeren. Dit onderzoek zou plaats kunnen vinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek voorafgaand aan de bouw van de woning, eventueel met een doorstart naar een documentatie van de gehele bouwput. Voor een dergelijk onderzoek is een Programma van Eisen (PVE) nodig, waarin de wijze van uitvoering en documentatie worden vastgelegd. Dit PVE moet op voorhand van het onderzoek zijn beoordeeld en goedgekeurd door de bevoegde overheid (de gemeente Oost-Gelre). De noodzaak van een gravend (vervolg)onderzoek wordt mede bepaald door de aard en diepte van de geplande ingrepen in relatie tot de diepteligging van de archeologische niveaus.
Dit laat ruimte om eventueel aanwezige archeologische resten in te passen op een archeologievriendelijke manier. Het (beperkt) ophogen van de te bebouwen locaties behoort hier tot de mogelijkheden. Wanneer graafwerkzaamheden op deze wijze niet beneden 30 cm ten opzichte van het huidige maaiveld reiken, zijn aanvullende maatregelen niet noodzakelijk. Wel geldt dat op het moment er tijdens de graafwerkzaamheden onverhoopt toch waardevolle archeologische resten aan het licht komen, deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 moeten worden gemeld bij het rijk (in deze, de gemeente Oost-Gelre)."
Ophogen grond op bouwlocatie i.r.m uitgevoerd bodemonderzoek In paragraaf 4.4 zijn de resultaten weergegeven van een uitgevoerd bodemonderzoek in het plangebied aan de Marhulzenweg (ong.) te Groenlo. De omgevingsdienst Achterhoek heeft dit bodemonderzoek
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr... beoordeeld en het volgende advies uitgebracht:
De bodem in het plangebied moet dus geschikt gemaakt worden voor wonen. Het huidige perceel is lager gelegen ten opzichte van de omliggende percelen cq. gronden wat is weergegeven op een hoogtemeterkaart van LBA, welke als bijlage is bijgevoegd. Om aansluiting met de omliggende percelen te vinden wordt het peil van het trottoir aan de Marhulzenweg aangehouden. Hiervoor dient het perceel te worden opgehoogd met grond voor minimaal 50 cm, op de meeste plaatsen zelfs met 60 tot 70 cm.
Gevolgen voor archeologie Uit het hierboven aangegeven advies van het onderzoeksbureau Transect is aangegeven dat een gravend (vervolg)onderzoek niet noodzakelijk is wanneer graafwerkzaamheden niet beneden 30 cm ten opzichte van het huidige maaiveld reiken. Nu het perceel minimaal 50 cm wordt opgehoogd zullen er geen graafwerkzaamheden beneden 30 cm onder het huidige maaiveld gaan plaatsvinden en is een aanvullend vervolgonderzoek in deze dan ook niet noodzakelijk.
Algemene Zorgplicht Wel geldt de Algemene Zorgplicht dat, wanneer er tijdens de graafwerkzaamheden onverhoopt toch waardevolle archeologische resten aan het licht komen, deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 moeten worden gemeld bij het rijk (in deze, de gemeente Oost-Gelre).
Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit); de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). De beoogde woningbouwlocatie aan de Marhulzenweg (ong.) te Groenlo heeft geen historischgeografische of stedenbouwkundige waarden. Architectuurhistorische waarden zijn niet aanwezig. De gemeentelijke erfgoednota is van toepassing bij de boogde ontwikkeling op dit perceel en is hierboven omschreven. Het voorliggend bestemmingsplan tast de cultuurhistorische waarden niet aan. Ook zijn binnen het plangebied geen monumenten aanwezig.
Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
4.4
Bodem
Wettelijk kader Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Op 1 juli 2012 zijn in Oost Gelre de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart in werking getreden. De Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn bedoeld om de omgang met grond goed te regelen. Op basis van de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is het in veel gevallen mogelijk om het hergebruik van grond als bodem zonder extra keuringen toe te staan. Grondverzet op basis van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is mogelijk binnen de volgende gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Berkelland, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. De Nota Bodembeheer met bodemkwaliteitskaart vormt de basis van duurzaam bodembeheer binnen de regio Achterhoek.
Situatie plangebied In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart te worden gebracht. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Bodemonderzoeken mogen niet meer dan vijf jaar oud zijn. Indien er sprake is van bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig.
Uitgevoerd bodemonderzoek Door milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn verwoord in een bodemonderzoeksrapport met projectnummer MT-19356 d.d. 18 november 2019. Het bodemonderzoeksrapport is als bijlage bijgevoegd. Het onderzoeksbureau concludeert in dit rapport het volgende: "Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: in geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. de aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen conform de WBB geen belemmering voor het toekomstige gebruik. de hypothese “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd” wordt grotendeels aangenomen. Opmerking Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v.
bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt".
26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
Beoordeling Omgevingsdienst Achterhoek Dit verkennend bodemonderzoek is nader beoordeeld door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). De beoordeling is verwoord in een advies d.d. 10 december 2019 welke als bijlage is bijgevoegd. De ODA concludeerd dat "Het bodemonderzoek voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. De bodemkwaliteit is niet geschikt voor een gebruik als Wonen. Het uitvoeren van nader bodemonderzoek is niet nodig. Aan deze procedure moeten de volgende bodemspecifieke voorwaarden worden verbonden: De bodemsituatie geschikt maken voor de functie Wonen. Maatregelen kunnen zijn: Herbemonsteren MM01 + uitsplitsen; Ontgraven van de bovengrond; Aanbrengen van een leeflaag (minimaal 0,5 meter)". De bodem in het plangebied moet dus geschikt gemaakt worden voor wonen. Het huidige perceel is lager gelegen ten opzichte van de omliggende percelen cq. gronden wat is weergegeven op een hoogtemeterkaart van LBA, welke als bijlage is bijgevoegd. Om aansluiting met de omliggende percelen te vinden wordt het peil van het trottoir aan de Marhulzenweg aangehouden. Hiervoor dient het perceel te worden opgehoogd met grond voor minimaal 50 cm, op de meeste plaatsen zelfs met 60 tot 70 cm. Nu het perceel wordt opgehoogd met minimaal 50 cm grond als leeflaag, wordt er voldaan aan het advies van de ODA en is het perceel geschikt om erop te wonen.
Conclusie Het perceel wordt met minimaal 50 cm opgehoogd met grond. Hierdoor zal het plangebied geschikt zijn voor wonen. Het aspect bodem vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5
Water
Wettelijk kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.
De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr... waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen). Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf. De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld.
Het bestemmingsplan legt voornamelijk de bestaande legale situatie vast, hierdoor zijn een aantal thema's minder relevant.
Thema
Toetsvraag
Relevant
Hoofdthema's Veiligheid
1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale Nee waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?
Riolering afvalwaterketen
Nee
en 1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?
Ja
2. Ligt in het plangebied een persleiding van Waterschap Rijn en Nee IJssel? 3. Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie Nee van het waterschap? Wateroverlast
1. Is sprake van toename van verhard oppervlak?
Ja
(oppervlaktewater)
2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard Nee oppervlak?
Nee
3. Bevinden zich in of nabij het plangebied natte en laaggelegen Nee gebieden, beekdalen en overstromingsvlaktes?
Grondwateroverlast
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Nee ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of Nee IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel?
Nee
Nee
4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?
Nee
Oppervlaktewater kwaliteit
1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd? Nee
28
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bestemmingsplan bedrijventerreinen Oost Gelre herziening Marhulzenweg ong. Gr...
2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?
Nee
3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een strategisch Nee actiegebied? Grondwaterkwaliteit