bp laarberg zuid panneman toelichting en regels
Tekst van het document
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
AERIUS-berekening Oude Borculoseweg 8, Groenlo Definitief
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
Het voornemen heeft betrekking op het perceel aan de Oude Borculoseweg 8 te Groenlo (gemeente OostGelre). Het voornemen bestaat om binnen het plangebied bedrijven tot en met milieucategorie 4.1 toe te staan. Het bouwvlak heeft een oppervlak van circa 0,27 hectare. De maximale bouwhoogte bedraagt 15 meter. De bestaande bebouwing binnen het plangebied wordt gesloopt. Ten slotte wordt het perceel landschappelijk ingepast. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied (rode omkadering) weergegeven. In afbeelding 2.2 is de plankaart van het voornemen weergegeven.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK bewerkt)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
AERIUS-berekening Oude Borculoseweg 8, Groenlo Definitief
Afbeelding 2.2
Plankaart (Bron: BJZ.nu)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
AERIUS-berekening Oude Borculoseweg 8, Groenlo Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Algemeen
Het plangebied bevindt zich op circa 7 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Nederlandse Natura 2000-gebied, namelijk ‘Korenburgerveen’. Het Duitse Natura 2000-gebied ‘Zwillbrocker Venn u Ellewicker Feld ligt op circa 5,1 kilometer afstand van het plangebied. Om de depositie op de Duitse Natura 2000-gebieden te berekenen, is op elke Duitse Natura 2000-gebied, dat zich op een afstand kleiner dan 25 kilometer van het plangebied bevind, een rekenpunt gemodelleerd. Dit is voor zowel de aanlegfase als voor de gebruiksfase gedaan. AERIUS gaat er vanuit dat eigen rekenpunten onderdeel zijn van de berekening voor de Wnb-aanvraag en worden daarom altijd automatisch mee doorgerekend. Voor het plan zijn verschillende AERIUS-berekeningen uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het project. Deze bestaan uit berekeningen voor de aanlegfase en een berekening voor de gebruiksfase. Hierna worden de uitgangspunten per fase toegelicht.
3.2
Aanlegfase
3.2.1
Algemeen
Binnen de aanlegfase is in voorliggend geval sprake van de volgende activiteiten (bronnen) die bijdragen aan de emissie van stikstof: 1. 2. 3.
Verkeersgeneratie bouwverkeer; Laden en lossen stationair draaiende vrachtwagens; Inzet werktuigen.
In de berekening is ervan uit gegaan dat de bouwactiviteiten binnen één jaar zullen plaatsvinden. Doordat de AERIUS-calculator rekent met een stikstofemissie/ -depositie per jaar, zullen alle stikstofbronnen van de aanlegfase in één (reken)jaar opgenomen. Dit is een worst-case scenario. 3.2.2
Verkeersgeneratie
De realisatie van het voornemen heeft een tijdelijke toename van vervoersbewegingen tot gevolg, namelijk door de komst van het personeel (bouwvakkers en aannemers) en de aan- en afvoer van bouwmateriaal en bouwafval. Dit heeft tijdelijke stikstofuitstoot tot gevolg gedurende de gehele aanlegfase. Hieronder is een overzicht van het aantal zware vrachtwagens, het aantal middelzware vrachtwagens en het aantal lichte voertuigen. Transport Aan-/afvoer unit en materiaalcontainer Aan-/afvoer containers afval Aan-/afvoer mobiele werktuigen (zelfrijdend) Aan-/afvoer mobiele werktuigen (vrachtauto) Afvoer grond (trekker) Afvoer sloopafval Aanvoer gebroken puin Aanvoer materialen Aanvoer beton Personeel vervoer Aan-/afvoer diversen
Type zwaar 2 17 5 6 153 54 132 54 59
Type middelzwaar
Type licht
21 1
557 90
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
AERIUS-berekening Oude Borculoseweg 8, Groenlo Definitief In de AERIUS-berekening is ervan uitgegaan dat de onderstaande verkeersbewegingen tijdens de bouwperiode (dus tijdelijk) zullen plaatsvinden: Type verkeer
Aantal voertuigen per etmaal
Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
647 22 482
Aantal verkeersbewegingen per etmaal (aantal voertuigen x2) 1.294 44 964
In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het plangebied, van uitgegaan dat het bouwverkeer het plangebied vanaf de Oude Borculoseweg bereikt en verlaat. Het bouwverkeer zal zich bewegen via de Oude Borculoseweg en Den Sliem om zo de kruising tussen Den Sliem en de Eibergseweg te bereiken, waar het bouwverkeer vervolgens opgaat in het heersende verkeersbeeld. Gesteld wordt dat het bouwverkeer afkomstig van het plangebied op de genoemde kruising verdund is tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en dat het verkeer qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden zal zijn van het overige wegverkeer. 3.2.3
Emissies stationair draaiende vrachtwagens
Tijdens het laden/lossen van vrachtwagens draait de motor stationair. Hierdoor is het stationair draaien tijdens het laden en lossen van vrachtwagens een stikstof emitterende bron en dient in de AERIUS-berekening in ogenschouw genomen te worden. Om de NOx en NH3 emissie te berekenen wordt de volgende formule gehanteerd: EF = EF_stationair*Tijd_stationair De emissiefactors komen uit ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023’. Voor de emissiefactor voor het middelzwaar verkeer is aangesloten bij ‘vrachtauto's < 20 ton GVW en bussen (niet voor nietsnelweg). Voor de emissiefactor is aangesloten bij ‘zwaar wegverkeer – vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers’. Voor het rekenjaar is het jaar 2024 aangehouden. Voor het laden en lossen van de vrachtwagens wordt per vrachtwagen gemiddeld 5 minuten gehanteerd. In onderstaande tabel is het totaal aantal uren per jaar, de emissiefactoren en de emissie weergegeven.
Laden/lossen middelzwaar verkeer Laden/lossen zwaar verkeer
Rekenjaar
Laad-/lostijd in uren totaal
2024 2024
1,83 40,16
Emissiefactor g/uur NOx 67,938 80,6676
NH3 0,69 0,9024
Emissie kg/jaar NOx 0,124 3,239
NH3 0,001 0,036
Het stationair draaien is als oppervlaktebron in de AERIUS-Calculator ingevoerd onder ‘anders’. Voor de uittreedhoogte en spreiding is 2,5 meter aangehouden.
3.2.4 Inzet werktuigen Tijdens de realisatie van het voornemen worden binnen het plangebied werktuigen benut. Dergelijke werktuigen stoten tijdens het gebruik eveneens stikstof uit. Het gaat hierbij om tijdelijke uitstoot, hiervan is na de realisatie geen sprake meer. Voor het berekenen van het dieselverbruik is de volgende formule aangehouden: LBPJ =(0.095* Pmax +0.54)* D LBPJ staat in de bovengenoemde formule voor literverbruik per jaar. Pmax is het maximale vermogen van het werktuig en D staat voor het aantal draaiuren. Daarnaast is er rekening gehouden met het gebruik van AdBlue. Ligterink et al 2021 1 constateert dat voor Stage IV en V werktuigen dit 6% van het totale dieselverbruik bedraagt. Het AdBlue verbruik geldt alleen voor machines, die uitgerust zijn met een scr-filter. Machines die een vermogen hebben, die kleiner is dan 56 kW, worden niet uitgerust met een scr-filter. Ook benzine aangedreven werktuigen hebben geen scr-filter. Voor deze werktuigen is het AdBlue verbruik niet van belang. In AERIUS kunnen bij het dieselverbruik en AdBlue verbruik geen decimale getallen ingevoerd worden, daarom
1
Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
AERIUS-berekening Oude Borculoseweg 8, Groenlo Definitief zijn de getallen voor het dieselverbruik naar boven afgerond en de getallen voor het AdBlue verbruik naar beneden. In onderstaande tabel zijn de uitgangspunten voor de inzet van de werktuigen voor het plangebied weergegeven. Type werktuig
Aantal uren project
Vermogen (kW)
Stageklasse
Diesel/benzine verbruik (liter/uur)
Diesel/benzine verbruik totaal (liter/j)
Graafmachine Laadschop groot Laadschop klein Trekker Verreiker Hoogwerker Betonpomp Trilplaat Aggregaat kraan
108 74 63 48 8 373 58 13 405
105 120 30 160 62 20 320 4 48
IV IV V IV II III IV III IV
10,52 11,94 3,39 15,74 6,43 2,44 30,94 0,92 5,1
1.137 884 214 756 52 911 1.795 12 2.066
AdBlue verbruik 6% (liter/j) 68 53 n.v.t. 45 n.v.t. n.v.t. 107 n.v.t. n.v.t.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
AERIUS-berekening Oude Borculoseweg 8, Groenlo Definitief
3.3
Gebruiksfase
3.3.1
Bedrijventerrein
Bij een AERIUS-berekening voor een bestemmingsplan moet worden uit gegaan van de maximale planologische situatie. Er moet niet worden uitgegaan van wat wordt beoogd, maar wat maximaal planologisch wordt toegestaan. Dit is het uitgangspunt bij voorliggende AERIUS-berekening. Om de stikstofemissie van de maximale planologische situatie te bepalen wordt gebruik gemaakt van een emissiekengetallen per milieucategorie voor een (algemeen) bedrijventerrein. De emissiekengetallen per milieucategorie zijn gebaseerd op de gemiddelde emissies van stikstofoxiden en (zeer)fijn stof emissies. Door Arcadis zijn emissiekengetallen voor NOx op basis van milieucategorieën vastgesteld. De door Arcadis gehanteerde methode voor het Regionale Bedrijventerrein Almelo 2, om de luchtkwaliteit op toekomstige bedrijventerreinen te bepalen, is door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) goedgekeurd. Deze emissiekengetallen voor milieucategorieën zijn gepubliceerd door het CBS. De gehanteerde emissiekengetallen voor NOx en NH3 zijn op basis van CBS gegevens geactualiseerd en gehanteerd zoals in het stikstofdepositieonderzoek 3 voor Omgevingsplan Hoefweg Zuid Oost. Voor het voorliggende bedrijventerrein is uitgegaan van de emissiecijfers voor milieucategorieën zoals ze zijn weergegeven in onderstaand tabel. Categorie 1-2 3 4 5
NOx kg/ha/jaar 98 131 1.031 1.609
NH3 kg/ha/jaar 0 5 21 90
Het bouwvlak van het bedrijventerrein heeft een oppervlakte van 0,27 hectare. In voorliggend geval resulteert dit in de volgende emissie per jaar: Categorie 4
Oppervlakte in ha 0,27
NOx kg/jaar 278,37
NH3 kg/jaar 5,67
Naast de NOx en NH3-emissies van stationaire bronnen op het bedrijventerreinen, zijn de emissiehoogte, spreiding en de warmte-inhoud van invloed op de rekenresultaten. Conform het document ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2023’ is voor de emissiehoogte het volgende aangehouden: 1) hanteer in de modelberekening voor de uitstoothoogte de maximale bouwhoogte 2) hanteer voor de spreiding eveneens de helft van de maximale bouwhoogte. De spreiding geeft de mate aan waarin de uitstoothoogte kan afwijken van de ingevoerde uitstoothoogte. De maximale bouwhoogte bedraagt in voorliggend geval 15 meter. Voor de uitstoothoogte is 15 meter aangehouden, de spreiding is de helft daarvan en is daarom 7,5 meter aangehouden. Voor de warmte-inhoud zijn in AERIUS default waarden beschikbaar voor bepaalde sectoren. Gekozen is voor de functie ‘overig’ met een default warmte-inhoud van 0,28 MW. 3.3.2
Verkeersgeneratie
De realisatie van het bedrijventerrein brengt een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het aantal verkeersbewegingen heeft invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Hierbij is gebruik gemaakt van de tabellen A7, A8 en A9. In voorliggend geval is er sprake van een gemengd terrein. In onderstaande tabel zijn de kengetallen voor de verkeersgeneratie weergegeven.
2 3
Luchtkwaliteit onderzoek Regionaal Bedrijventerrein Twente te Almelo, d.d. 20 november 2016, Arcadis Memo Analyse stikstofdepositie bestemmingsplan Oudenrijn d.d. 20 maart 2014, C05058.000016.0100, kenmerk 077603405:A
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
AERIUS-berekening Oude Borculoseweg 8, Groenlo Definitief Functie Gemengd terrein
Licht verkeer (bewegingen/ha) 128
Middelzwaar verkeer (bewegingen/ha) 12,3
Zwaar verkeer (bewegingen/ha) 17,7
Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie het volgende beeld: Functie Oppervlakte Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer (ha) (bewegingen/etm) (bewegingen/etm) (bewegingen/etm) Gemengd terrein 0,27 34,56 3,32 4,78 Er komt geen ontsluiting aan de Oude Borculoseweg. In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het plangebied, van uitgegaan dat het verkeer het plangebied vanaf de Zuidgang bereikt en verlaat. Het verkeer zal zich bewegen via de Zuidgang en het Bolwerk om zo de rotonde op de Noordgang, het Bolwerk en de Approche te bereiken, waar het verkeer vervolgens opgaat in het heersende verkeersbeeld. Gesteld wordt dat het verkeer afkomstig van het plangebied op de genoemde rotonde verdund is tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en dat het verkeer qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden zal zijn van het overige wegverkeer.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
AERIUS-berekening Oude Borculoseweg 8, Groenlo Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN & CONCLUSIE
Aanlegfase
Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 1 bijgevoegd.
4.2
Gebruiksfase
Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 2 bijgevoegd.
4.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De voortoets voor het plan voldoet, ten aanzien van de effecten van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan artikel 2.7, lid 1 van de Wet natuurbescherming.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
AERIUS-berekening Oude Borculoseweg 8, Groenlo Definitief
BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING Bijlage 1
Rekenresultaten aanlegfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
BJZ.nu Oude Borculoseweg 8, 7141 JA Groenlo Oude Borculoseweg 8 Realisatie bedrijventerrein met een oppervlakte van 0,27 hectare
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RfoRMrY3WpUU 20 maart 2024, 11:29 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RfoRMrY3WpUU (20 maart 2024)
2024 -
1,3 kg/j
115,6 kg/j
2/8
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Inzet werktuigen 3 Anders... | Anders... | Laden en lossen middelzware vrachtwagens 4 Anders... | Anders... | Laden en lossen zware vrachtwagens Verkeersnetwerk
RfoRMrY3WpUU (20 maart 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,1 kg/j 105,9 kg/j 1,0 g/j 0,1 kg/j 36,0 g/j 3,2 kg/j 0,1 kg/j 6,3 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RfoRMrY3WpUU (20 maart 2024)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RfoRMrY3WpUU (20 maart 2024)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/8
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
9 8 7 2 3 4 5 6
RfoRMrY3WpUU (20 maart 2024)
Naam
Amtsvenn u. Hündfelder Moor (24 km)
Coördinaat
X:260959 Y:464267 Wacholderheide Hörsteloe (20 km) X:259035 Y:457618 Witte Venn, Krosewicker Grenzwald (6 km) X:246003 Y:454592 Lüntener Fischteich u. Ammeloer Venn (12 km) X:250078 Y:459213 Berkel (15 km) X:254106 Y:449451 Schwattet Gatt (16 km) X:255404 Y:455506 Burlo-Vardingholter Venn und Entenschlatt (19 X:247896 km) Y:435992
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
6/8
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2024 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Inzet werktuigen X:239227,79 Y:452647,49 0,36 ha
NOₓ NH₃
Stageklasse
Brandstofverbruik
105,9 kg/j 1,1 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
Stof Emissie
108 u/j 68 l/j
NOₓ 6,8 kg/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 884 l/j SCR: ja
74 u/j
NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 5,2 kg/j
Laadschop klein Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: 214 l/j nee
63 u/j
Trekker
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 756 l/j SCR: ja
48 u/j
Verreiker
Stage-II, 2002-2005, 56-75 kW, diesel, 52 l/j SCR: nee
8 u/j
Hoogwerker
Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, 911 l/j SCR: nee
373 u/j
Betonpomp
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1795 l/j SCR: ja
58 u/j
Trilplaat
Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, 12 l/j SCR: nee
13 u/j
Aggregraat kraan
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, 2066 l/j SCR: nee
405 u/j
Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1137 l/j SCR: ja Laadschop groot
2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RfoRMrY3WpUU (20 maart 2024)
Verkeer X:239453,8 Y:452221,55 1.125,16 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
53 l/j
NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 4,6 kg/j 45 l/j
NH₃ 1,6 g/j NOₓ 4,5 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 1,6 kg/j
107 l/j
NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 29,2 kg/j NH₃ 6,8 g/j NOₓ 10,3 kg/j NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 0,4 kg/j NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 43,3 kg/j NH₃ 15,5 g/j
Links Rechts NOₓ 6,3 kg/j Type scherm - NO₂ 1,7 kg/j Hoogte - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
1.294,0 /jaar 44,0 /jaar 964,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/8
Projectberekening
3
Naam
Anders... | Anders...
Laden en lossen Uittreedhoogte middelzware Warmteinhoud vrachtwagens Spreiding Locatie X:239227,79 Y:452647,49 Oppervlakte 0,36 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 4
Naam
Anders... | Anders...
Laden en lossen Uittreedhoogte zware Warmteinhoud vrachtwagens Spreiding Locatie X:239227,79 Y:452647,49 Oppervlakte 0,36 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
2,5 m 0,000 MW 3m
NOₓ NH₃
0,1 kg/j 1,0 g/j
2,5 m 0,000 MW 3m
NOₓ NH₃
3,2 kg/j 36,0 g/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.1.2_20240307_d2f5f75faf Database versie 2023.1.2_d2f5f75faf_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RfoRMrY3WpUU (20 maart 2024)
8/8
AERIUS-berekening Oude Borculoseweg 8, Groenlo Definitief
Bijlage 2
Rekenresultaten gebruiksfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
BJZ.nu Oude Borculoseweg 8, 7141 JA Groenlo Oude Borculoseweg 8 Realisatie bedrijventerrein met een oppervlakte van 0,27 hectare
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RSdJeTVcg4kX 20 maart 2024, 09:58 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RSdJeTVcg4kX (20 maart 2024)
2024 -
6,1 kg/j
299,1 kg/j
2/7
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1
Industrie | Overig | Industrie Verkeersnetwerk
RSdJeTVcg4kX (20 maart 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
5,7 kg/j 0,4 kg/j
278,4 kg/j 20,7 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RSdJeTVcg4kX (20 maart 2024)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RSdJeTVcg4kX (20 maart 2024)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
9 8 7 2 3 4 5 6
RSdJeTVcg4kX (20 maart 2024)
Naam
Amtsvenn u. Hündfelder Moor (24 km)
Coördinaat
X:260959 Y:464267 Wacholderheide Hörsteloe (20 km) X:259035 Y:457618 Witte Venn, Krosewicker Grenzwald (6 km) X:246003 Y:454592 Lüntener Fischteich u. Ammeloer Venn (12 km) X:250078 Y:459213 Berkel (15 km) X:254106 Y:449451 Schwattet Gatt (16 km) X:255404 Y:455506 Burlo-Vardingholter Venn und Entenschlatt (19 X:247896 km) Y:435992
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
6/7
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2024 1
Industrie | Overig
Naam Industrie Uittreedhoogte Locatie X:239233,07 Warmteinhoud Y:452650,26 Spreiding Oppervlakte 0,27 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
15,0 m 0,280 MW 8m
Verkeer X:239652,98 Y:452746,05 1.230,15 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
NOₓ NH₃
278,4 kg/j 5,7 kg/j
Links Rechts NOₓ 20,7 kg/j Type scherm - NO₂ 5,0 kg/j Hoogte - NH₃ 0,4 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
34,6 /etmaal 3,3 /etmaal 4,8 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.1.2_20240307_d2f5f75faf Database versie 2023.1.2_d2f5f75faf_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RSdJeTVcg4kX (20 maart 2024)
7/7
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
Bijlage 2 Actualisatie natuuronderzoek 2020
76
Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)
Update aanvullend natuuronderzoek Regionaal Bedrijventerrein Laarberg in Groenlo
In opdracht van Royal HaskoningDHV
Colofon Update aanvullend natuuronderzoek Regionaal Bedrijventerrein Laarberg in Groenlo
Opdrachtgever Contactpersoon
Royal HaskoningDHV Dhr. E. Hondorp
Opdrachtnemer
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel
Rapportnummer Auteur Controle Publicatiedatum: Foto voorblad
2155 S.J.J. Wamelink Ing. R. Boerboom 1 februari 2021 Plangebied (foto: S.J.J. Wamelink)
Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. www.netwerkgroenebureaus.nl
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................... 3 1
2
3
4
Inleiding en doel........................................................................................................... 4 1.1
Inleiding ................................................................................................................ 4
1.2
Doel ...................................................................................................................... 4
Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ..................................................... 5 2.1
Gegevens plangebied ........................................................................................... 5
2.2
Beschrijving van het plangebied ........................................................................... 5
2.3
Aanpassingen plangebied..................................................................................... 5
2.4
Beschrijving van het onderzoeksgebied ................................................................ 5
2.5
Geplande werkzaamheden ................................................................................... 6
Methodiek aanvullend onderzoek............................................................................... 10 3.1
Boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer ............................................................... 10
3.2
Roek ................................................................................................................... 11
3.3
Huismus ............................................................................................................. 11
3.4
Steenuil .............................................................................................................. 12
3.5
Categorie 5-soorten ............................................................................................ 12
3.6
Vleermuizen........................................................................................................ 13
3.7
Kleine marterachtigen ......................................................................................... 15
3.8
Overige grondgebonden zoogdieren ................................................................... 16
Resultaten aanvullend onderzoek .............................................................................. 17 4.1
Boomvalk ............................................................................................................ 17
4.2
Buizerd ............................................................................................................... 17
4.3
Ransuil ............................................................................................................... 18
4.4
Sperwer .............................................................................................................. 19
4.5
Roek ................................................................................................................... 19
4.6
Huismus ............................................................................................................. 20
4.7
Steenuil .............................................................................................................. 21
4.8
Kerkuil ................................................................................................................ 21
4.9
Categorie 5-soorten ............................................................................................ 22
4.10
Vleermuizen algemeen ....................................................................................... 23
5
6
4.11
Gewone dwergvleermuis .................................................................................... 23
4.12
(Gewone/bruine) grootoorvleermuis .................................................................... 25
4.13
Laatvlieger .......................................................................................................... 27
4.14
Rosse vleermuis ................................................................................................. 28
4.15
Ruige dwergvleermuis ........................................................................................ 30
4.16
Watervleermuis ................................................................................................... 31
4.17
Kleine marterachtigen ......................................................................................... 32
4.18
Overige grondgebonden zoogdieren ................................................................... 33
Wet natuurbescherming ............................................................................................. 35 5.1
Boomvalk ............................................................................................................ 35
5.2
Buizerd ............................................................................................................... 37
5.3
Huismus ............................................................................................................. 38
5.4
Kerkuil ................................................................................................................ 42
5.5
Categorie 5-soorten ............................................................................................ 43
5.6
Vleermuizen........................................................................................................ 44
5.7
Kleine marterachtigen ......................................................................................... 46
Conclusie ................................................................................................................... 50 6.1
Boomvalk ............................................................................................................ 50
6.2
Buizerd ............................................................................................................... 50
6.3
Huismus ............................................................................................................. 50
6.4
Kerkuil ................................................................................................................ 50
6.5
Categorie 5-soorten ............................................................................................ 51
6.6
Vleermuizen........................................................................................................ 51
6.7
Kleine marterachtigen ......................................................................................... 51
Bijlage 1
Resultaten veldonderzoek .............................................................................. 53
Samenvatting Uit het gericht natuuronderzoek blijkt dat de geplande uitbreiding van het huidige bedrijvenpark Laarberg geen negatief effect heeft op vaste rust- en verblijfplaatsen van boomvalk, ransuil, roek, huismus, steenuil, kerkuil en vleermuizen. Wel kunnen negatieve effecten verwacht worden op het functioneel leefgebied (nestlocaties en foerageergebied) van de buizerd, foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen en op essentieel leefgebied van de bunzing en wezel. Een aanvullende ontheffing van de Wet natuurbescherming is echter niet nodig voor de buizerd en vleermuizen want de reeds verleende ontheffing van de Flora- en faunawet blijft geldig onder de huidige vigerende natuurwetgeving (Wet natuurbescherming). Deze ontheffingsaanvraag is destijds ingediend tezamen met een mitigatieplan en een projectplan ruimtelijke ingrepen. De in het projectplan ruimtelijke ingrepen van 21 mei 2015 voorgestelde mitigerende maatregelen voor buizerd en vleermuizen zijn voldoende. Het aanvragen van een (aanvullende) ontheffing en het opstellen van een mitigatie- en compensatieplan voor de bunzing en wezel is wel noodzakelijk. Er moet bij het uitvoeren van de werkzaamheden verder rekening gehouden worden met het broedseizoen van vogels. Werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd of gestart zijn.
Ook bezette nesten buiten deze periode zijn beschermd. Dit zijn uitkomsten van het update natuuronderzoek dat is gehouden naar aanleiding van plannen om het regionaal bedrijvenpark Laarberg uit te breiden. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor deze beschermde soorten en soortgroep. Daarom is onderzoek noodzakelijk om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Staring Advies voerde het onderzoek uit in opdracht van de heer E. Hondorp van Royal HaskoningDHV. Het bureau voerde gericht veldonderzoek op de locatie uit.
Pagina 3
1 Inleiding en doel 1.1 Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling verlangt de huidige wetgeving een gedegen onderzoek naar flora en fauna in verband met de zorgplicht die de Wet natuurbescherming een plannenmaker oplegt. Gebiedsonderneming Laarberg B.V. is voornemens om het regionaal bedrijvenpark Laarberg in Groenlo uit te breiden. Deze uitbreiding, Laarberg 2, is in 2012 vastgelegd in een Masterplan en de, in 2013 door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie biedt het ruimtelijk kader voor concrete ontwikkelingen. Voor deze ontwikkelingen worden, wanneer zij zich concreet voordoen, bestemmingsplannen op maat gemaakt. Hiervoor dienen actuele gegevens van beschermde flora en fauna beschikbaar te zijn. Hiervoor is in 2010 gericht natuuronderzoek uitgevoerd door Staring Advies. In 2013-2014 en 2017 heeft er een update van het in 2010 uitgevoerd natuuronderzoek plaatsgevonden. Door de continue ontwikkelingen van flora en vegetaties kan er een veranderend patroon ontstaan in de aanwezigheid van (beschermde) dieren en planten. Daarom is er een tijdsduur gekoppeld aan de wettelijke “houdbaarheid” van flora- en faunagegevens. De duur waarover verspreidingsgegevens geschikt zijn voor afwegingen in het kader van de Wet natuurbescherming zijn afhankelijk van de beschermde status van aangetroffen soorten.
Verspreidingsgegevens van strikt beschermde soort(groep)en mogen niet ouder zijn dan circa 2-3 jaar. Omdat de natuuronderzoeken en de daaruit voortvloeiende maatregelen voor strikt beschermde soorten wettelijk verouderd zijn, is actualisatie van de natuuronderzoeken uit 2017 noodzakelijk. Daarom is in 2020 een update van het natuuronderzoek uitgevoerd. De heer Hondorp van Royal HaskoningDHV is betrokken bij de plannen en heeft, namens Gebiedsonderneming Laarberg B.V., Staring Advies opdracht gegeven voor dit actualiserend onderzoek.
1.2 Doel Ruimtelijke plannen kunnen conflicterend zijn met de Wet natuurbescherming, wanneer er sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten. Het doel van dit update natuuronderzoek is om te inventariseren of er door de geplande ontwikkeling sprake kan zijn van aantasting van nesten van roofvogels, ransuil, huismus, steenuil en roek, vaste verblijfplaatsen vleermuizen en strikt beschermde grondgebonden zoogdieren en/of aantasting van essentiële foerageergebieden en/of vliegroutes van vleermuizen. Daarnaast kunnen recente ontwikkelingen in het plangebied ertoe geleid hebben dat nieuwe strikt beschermde soort(groep)en zich hier gevestigd hebben. Met behulp van dit natuuronderzoek kan worden bepaald of eerder opgestelde maatregelen nog steeds voldoende zijn of dat aanvullingen hierop noodzakelijk zijn. Voor overige beschermde soort(groep)en als amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden is tijdens de voorgaande natuuronderzoeken aangetoond dat negatieve effecten op deze soorten op voorhand uit te sluiten zijn.
Pagina 4
2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden 2.1 Gegevens plangebied Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:
Regionaal Bedrijventerrein Laarberg Groenlo Oost Gelre Gelderland
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied ligt aan de noordwestrand van het Regionaal Bedrijventerrein Laarberg te Groenlo (zie figuren 1 en 2). Het plangebied is grotendeels een landbouwgebied met afwisselend akkers en weilanden. Tussen de percelen liggen verschillende houtwallen, waarvan enkele bestaan uit forse zomereiken en Amerikaanse eiken, braamstruwelen, slootjes en een beukenlaan met forse bomen. In het plangebied staat een woonhuis en een boerderij met opstallen en erfbeplanting waaronder een boomgaard. Ten noorden van het Ruiterpad is een oud, gemengd bosrestant aanwezig. Open water is er in de vorm van een enkele sloot, waaronder de Zijtak Afwatering van Heideblom en de recent aangelegde retentiebekkens en –vijvers in het noordwestelijke deel van het plangebied. Langs de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Leerinkbeek. Deze beek is ingericht als ecologische verbindingszone. De zuidwestgrens wordt deels ingenomen door de Afwatering van Heideblom, welke parallel aan de Oude Borculoseweg stroomt. Langs het Ruiterpad en de Holtkampsweg is laanbeplanting aanwezig.
2.3 Aanpassingen plangebied Ten opzichte van het laatste natuuronderzoek in 2017 hebben er veranderingen in het plangebied plaatsgevonden. In het noordwestelijke deel, langs de noordzijde van het Ruiterpad, is een solarpark gerealiseerd. In het oostelijke deel is de locatie Groot Hoornwerk (deelgebied ‘Biobased transitiepark fase 1’) gerealiseerd. Op deze locatie is een deel van de Grolse circumvallatielinie uit 1627 opnieuw zichtbaar gemaakt en komen vooral voorzieningen voor het bedrijvenpark, zoals horeca. Daarnaast heeft zich in het plangebied Mueller BV, fabrikant van tanks voor de voedselindustrie, in de periode 20172020 gevestigd. Verspreid in het plangebied zijn verder enkele bomen gekapt. In figuur 3 zijn deze veranderingen, welke op de meest recent beschikbare luchtfoto te herkennen zijn, weergegeven.
2.4 Beschrijving van het onderzoeksgebied De begrenzing van het gebied waar het aanvullend natuuronderzoek is uitgevoerd is gelijk aan de begrenzing van het plangebied (zie figuur 2).
Pagina 5
2.5 Geplande werkzaamheden Gebiedsonderneming Laarberg B.V. is voornemens om het regionaal bedrijvenpark Laarberg (Laarberg 1) uit te breiden. Deze uitbreiding, Laarberg 2, is in 2012 vastgelegd in een Masterplan en de, in 2013 door de gemeenteraad van de gemeente Oost Gelre vastgestelde, Structuurvisie biedt het ruimtelijk kader voor concrete ontwikkelingen. Voor deze ontwikkelingen zijn reeds een aantal bestemmingsplannen op maat gemaakt. De uitbreiding geeft ruimte voor de ontwikkeling van reguliere bedrijvigheid en voor innovatieve energieproductie. Daarnaast wordt een ontsluitingsweg ingepast en is er een (groene) verbindingszone gericht op landschap en cultuurhistorie. Op korte termijn (start binnen 1-3 jaar) worden werkzaamheden in de deelgebieden ‘Noord’, ‘Centraal’, ‘Zuid’ en deels in deelgebied ‘Verbindingszone’ uitgevoerd. Voor de overige deelgebieden (zie figuur 4) worden (op korte termijn) geen werkzaamheden uitgevoerd.
2.5.1 Deelgebieden Het plangebied Laarberg 2 is in verschillende deelgebieden opgesplitst: • • • • • • • •
Biobased transitiepark fase 1; Biobased transitiepark fase 2; Verbindingszone; Agrarisch; Noord; Centraal; Zuid; Solarpark.
In figuur 4 zijn de bovenstaande deelgebieden ruimtelijk weergegeven.
Pagina 6
Figuur 1. Ligging van het plangebied (rood), bron: Provincie Gelderland (2020).
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied (rood) en onderzoeksgebied (gele stippellijn), bron: Provincie Gelderland (2020).
Pagina 7
Luchtfoto plangebied 2010.
Luchtfoto plangebied 2014.
Solarpark
Groot Hoornwerk
Mueller
Luchtfoto plangebied 2017.
Luchtfoto plangebied 2020 met de recente veranderingen in rood gemarkeerd.
Figuur 3. Verandering plangebied per onderzoeksjaar natuuronderzoek.
Pagina 8
Figuur 4. Kaart Laarberg met deelgebieden.
Pagina 9
3 Methodiek aanvullend onderzoek Op basis van de landelijk erkende protocollen voor gericht natuuronderzoek is de onderzoeksintensiteit bepaald. Voor het onderzoek naar jaarrond beschermde boombewonende vogelsoorten als boomvalk, buizerd, ransuil, sperwer en roek en naar jaarrond beschermde gebouwbewonende vogelsoorten als huismus en steenuil zijn de Handleiding Broedvogel Monitoring Project (BMP) van SOVON Vogelonderzoek Nederland, de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus en de kennisdocumenten van BIJ12 richtinggevend. Voor het vleermuisonderzoek is het Vleermuisprotocol, opgesteld door de Zoogdiervereniging VZZ, in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus en de Gegevensautoriteit Natuur, richtinggevend. Ten opzichte van de vorige natuuronderzoeken is in 2020 ook onderzoek uitgevoerd naar kleine marterachtigen. De Provincie Gelderland heeft in januari 2019 de kleine marterachtigen, in navolging van de provincie Noord-Brabant en Noord-Holland, van de vrijstellingslijst gehaald. Dat betekent dat de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel ook in Gelderland strikt beschermd zijn en dus niet mogen worden gedood en verwond en vaste rustplaatsen niet mogen worden vernield of beschadigd.
Het onderzoek naar de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel is overeenkomstig de voorstellen uit de handleiding/handreiking van de provincie Noord-Brabant, Noord-Holland en Overijssel uitgevoerd. Voor de provincie Gelderland is nog geen onderzoeksprotocol beschikbaar.
3.1 Boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer Voor gericht onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen (territoria/broedlocaties) van de te verwachten boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer is het plangebied en directe omgeving geïnventariseerd op activiteit van deze vogelsoorten. Hierbij is met name gelet op territoriaal gedrag, transport van voedsel, transport van nestmateriaal, bedelroep van jonge vogels, aanwezigheid van prooiresten etc. Op basis van de waargenomen activiteit zijn de nestlocaties vastgesteld en is het functioneel leefgebied bepaald. Afwezigheid van territoria van de buizerd, ransuil en sperwer kan worden aangetoond, als er tijdens 4 gerichte veldbezoeken in de periode 1 maart tot 15 mei geen aanwezigheid kan worden aangetoond. Voor de laat in Nederland arriverende boomvalk, waarvan de jongen pas eind augustus of nog iets later uitvliegen, zijn 2 gerichte veldbezoeken uitgevoerd in de periode 15 mei tot 31 augustus (bron: Handleiding Broedvogel Monitoring Project (BMP) van SOVON Vogelonderzoek Nederland). Er is ook gekeken of het plangebied en de directe omgeving dienst kan doen als functionele leefomgeving (foerageergebied, rustplaats, etc.) van een nest. De inventarisatie is tijdens geschikte omstandigheden (zoals weersomstandigheden, moment op de dag) uitgevoerd met een tussenperiode van minimaal 10 dagen (Kennisdocument buizerd, BIJ12), zie tabel 1.
Pagina 10
Ronde
Functie
Datum
Begintijd
Eindtijd
09:15 uur
13:00 uur
08:00 uur
12:10 uur
08:00 uur
12:15 uur
08:45 uur
13:00 uur
Weersomstandigheden
Buizerd, ransuil en sperwer 1 2 3 4
Nestlocaties en leefgebied Nestlocaties en leefgebied Nestlocaties en leefgebied Nestlocaties en leefgebied
12-032020 06-042020 20-042020 06-052020
Half bewolkt, droog, 6-9°C, wind 3-4 Bft Onbewolkt, droog, 12-21°C, wind 2-3 Bft Onbewolkt, droog, 8-15°C, wind 2-3 Bft Onbewolkt, droog, 5-15°C, wind 1-2 Bft
Boomvalk Nestlocaties en 27-05Onbewolkt, droog, 5-20°C, wind 08:35 uur 12:40 uur leefgebied 2020 1-2 Bft Nestlocaties en 10-06Bewolkt, droog, 13-18°C, wind 16 09:00 uur 12:50 uur leefgebied 2020 2 Bft Tabel 1. Veldonderzoek jaarrond beschermde boombewonende vogelsoorten. 5
3.2 Roek De roek is een boombewonende soort waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn. Volgens het Kennisdocument Roek (versie 1.0 juli 2017) dienen om de aan- of afwezigheid van de soort minstens 3 bezoeken uitgevoerd te worden in de periode 15 februari t/m 15 juli, waarvan 2 veldbezoeken in de periode 15 april - 10 mei. Middels dit onderzoek zal een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van (broedende) roeken. De veldbezoeken zijn gecombineerd met andere veldonderzoeken, waaronder het onderzoek naar roofvogels met jaarrond beschermde boomnesten (zie tabel 2). Ronde 1 2 3
Functie
Datum
Nestlocaties
06-042020 20-042020 06-052020
Nestlocaties Nestlocaties
Begintijd
Eindtijd
08:00 uur
12:10 uur
08:00 uur
12:15 uur
08:45 uur
13:00 uur
Weersomstandigheden Onbewolkt, droog, 12-21°C, wind 2-3 Bft Onbewolkt, droog, 8-15°C, wind 2-3 Bft Onbewolkt, droog, 5-15°C, wind 1-2 Bft
Tabel 2. Veldonderzoek roek.
3.3 Huismus De huismus is een gebouwbewonende soort waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn. Deze soort kan het beste tijdens de ochtend geïnventariseerd worden. Dan is de zangactiviteit van mannetjes het hoogst. Er wordt geïnventariseerd op territoriaal gedrag, transport van voedsel, transport van nestmateriaal etc. Zo worden de nestlocaties vastgesteld. Volgens de Handleiding Broedvogel Monitoring Project (BMP) van SOVON Vogelonderzoek Nederland, het Kennisdocument huismus (versie 1.0 juli 2017) en de Soortinventarisatieprotocollen Wet Natuurbescherming (versie juli 2017) van het Netwerk Groene Bureaus dienen hiervoor minstens 2 ochtendbezoeken uitgevoerd te worden in de
Pagina 11
periode 1 april t/m 15 mei. Middels dit onderzoek is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door huismussen. Beide veldbezoeken zijn gecombineerd met andere veldonderzoeken, waaronder het onderzoek naar roofvogels met jaarrond beschermde boomnesten (zie tabel 3). Ronde
Functie
Datum
Nestlocaties en 1 leefgebied Nestlocaties en 2 leefgebied Tabel 3. Veldonderzoek huismus.
06-042020 06-052020
Begintijd
Eindtijd
08:00 uur
12:10 uur
08:45 uur
13:00 uur
Weersomstandigheden Onbewolkt, droog, 12-21°C, wind 2-3 Bft Onbewolkt, droog, 5-15°C, wind 1-2 Bft
3.4 Steenuil De steenuil is een gebouwbewonende soort waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn. De soort is erg trouw aan de broedlocatie. Deze soort kan het beste in de avonduren geïnventariseerd worden. Er is geïnventariseerd op territoriaal gedrag, transport van voedsel, transport van nestmateriaal etc. Zo zijn de nestlocaties vastgesteld. Er is ook gekeken worden of het plangebied en de directe omgeving dienst kan doen als functionele leefomgeving van een nest en/of een rustplaats. Volgens de richtlijnen van het Kennisdocument Steenuil (versie 1.0 juli 2017) van BIJ12 dienen hiervoor 3 avondbezoeken uitgevoerd te worden in de periode van 15 februari tot 15 april. Daarnaast is in het plangebied overdag éénmalig gericht gezocht naar verse sporen als braakballen, prooiresten, uitwerpselen, etc. die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken (zie tabel 4). Middel dit onderzoek is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door de steenuil. Ronde
Functie
Datum
Begintijd
Eindtijd
Weersomstandigheden
Territoriaal gedrag (roepende mannetjes) / nestlocaties Avond 1 2 3
Nestlocaties en leefgebied Nestlocaties en leefgebied Nestlocaties en leefgebied
26-022020 17-032020 06-042020
18:10 uur
20:15 uur
19:35 uur
21:45 uur
20:20 uur
22:25 uur
09:15 uur
13:00 uur
Bewolkt, droog, 6-4°C, wind 2-3 Bft Onbewolkt, droog, 8-4°C, wind 23 Bft Onbewolkt, droog, 12-8°C, wind 2-3 Bft
Nestlocaties en functioneel leefgebied Overdag Nestlocaties en leefgebied Tabel 4. Veldonderzoek steenuil. 4
12-032020
Half bewolkt, droog, 6-9°C, wind 3-4 Bft
3.5 Categorie 5-soorten Uitgezonderd de jaarrond beschermde vogelsoorten keren het merendeel van de vogels vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe
Pagina 12
omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Gezien de aard en de omvang van de geplande ruimtelijke ontwikkeling, waarbij een groot oppervlak aan mogelijk functioneel leefgebied van diverse categorie 5-soorten verloren gaat, wordt gericht onderzoek naar deze categorie 5-soorten noodzakelijk geacht. De veldbezoeken naar categorie 5-soorten zijn gecombineerd met het onderzoek naar roofvogels met jaarrond beschermde boomnesten (zie tabel 5). Ronde
Functie
Datum
Nestlocaties en 12-031 leefgebied 2020 Nestlocaties en 06-042 leefgebied 2020 Nestlocaties en 20-043 leefgebied 2020 Nestlocaties en 06-054 leefgebied 2020 Nestlocaties en 26-055 leefgebied 2020 Nestlocaties en 10-066 leefgebied 2020 Tabel 5. Veldonderzoek categorie 5-soorten.
Begintijd
Eindtijd
09:15 uur
13:00 uur
08:00 uur
12:10 uur
08:00 uur
12:15 uur
08:45 uur
13:00 uur
08:35 uur
12:40 uur
09:00 uur
12:50 uur
Weersomstandigheden Half bewolkt, droog, 6-9°C, wind 3-4 Bft Onbewolkt, droog, 12-21°C, wind 2-3 Bft Onbewolkt, droog, 8-15°C, wind 2-3 Bft Onbewolkt, droog, 5-15°C, wind 1-2 Bft Onbewolkt, droog, 5-20°C, wind 1-2 Bft Bewolkt, droog, 13-18°C, wind 12 Bft
3.6 Vleermuizen Het vleermuisprotocol adviseert bij het vermoeden op vaste verblijfplaatsen van vleermuizen, (essentieel) foerageergebied en vliegroutes van de te verwachten vleermuissoorten (baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis) de volgende onderzoeksinspanning: •
Bij het vermoeden op verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten (gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis) dient gericht vleermuisonderzoek uitgevoerd te worden middels 3 avond- of ochtendbezoeken in de periode 15 mei – 15 augustus, waarvan minimaal twee avondbezoeken tussen 15 mei en 15 juli, en 2 avondbezoeken in de periode 15 augustus – 1 oktober.
•
Bij het vermoeden op verblijfplaatsen van boombewonende soorten (baardvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis) dient gericht vleermuisonderzoek uitgevoerd te worden middels 3 avond- of ochtendbezoeken in de periode 1 juni – 15 augustus, waarvan minimaal twee bezoeken tussen 1 juni en 15 juli, en 2 avondbezoeken in de periode 15 augustus – 15 september.
Pagina 13
•
Bij het vermoeden op (essentieel) foerageergebied en vliegroutes van de te verwachten vleermuissoorten dient gericht vleermuisonderzoek uitgevoerd te worden middels 2 avondbezoeken in de periode 1 juni– 15 september.
De bezoeken zijn deels te voet en deels per fiets uitgevoerd. Het plangebied is deels door zijn openheid, aanwezigheid van verharding, vrij toegankelijke ruimten rondom de gebouwen overzichtelijk. Alleen het afgerasterde solarpark is niet bezocht. Echter hier ontbreken geschikte locaties voor verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en vliegroutes. Bij het vleermuisonderzoek zien hier wel de randen van het solarpark op vleermuizen onderzocht. Bij het bepalen van het aantal personen dat het plangebied onderzoekt is als uitgangspunt gehanteerd dat bij elke ronde 75% van het plangebied te allen tijde te overzien is. Voor dit project is per veldbezoek voldoende dekking bereikt door de inzet van: •
Kraam- en zomerverblijfplaatsen: één ecoloog per erf en twee ecologen bij de groenstructuren met potentieel geschikte bomen.
•
Paarverblijfplaatsen: één ecoloog.
Door de onderzoeksintensiteit is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door vleermuizen (zie tabel 6). Ronde
Functie
Datum Begintijd Eindtijd Weersomstandigheden
Zomer- en kraamverblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute Avond – nacht 1a
1b
2a
2b
zomer- en kraamverblijfplaatsen, foerageergebied + vliegroute zomer- en kraamverblijfplaatsen, foerageergebied + vliegroute zomer- en kraamverblijfplaatsen, foerageergebied + vliegroute zomer- en kraamverblijfplaatsen, foerageergebied + vliegroute
19-052020
21:30 uur
00:10 uur
Bewolkt, droog, 15-13°C, wind 1-2 Bft
25-052020
21:40 uur
00:15 uur
Bewolkt, droog, 15-13°C, wind 1-2 Bft
10-072020
21:50 uur
00:15 uur
Bewolkt, droog, 16-11°C, wind 2-3 Bft
11-072020
22:10 uur
00:15 uur
Onbewolkt, droog, 16-10°C, wind 2-3 Bft
04-062020
02:30 uur
05:20 uur
Bewolkt, droog, 12-14°C, wind 2-3 Bft
18-062020
02:30 uur
05:30 uur
Bewolkt, droog, 15-17°C, wind 1-2 Bft
00:55 uur
Half bewolkt, droog, 25-20°C, wind 1-2 Bft
Nacht – ochtend 3a
3b
zomerverblijfplaatsen, kraamverblijfplaats baardvleermuis, foerageergebied + vliegroute zomerverblijfplaatsen, kraamverblijfplaats baardvleermuis, foerageergebied + vliegroute
Paarverblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute Avond – nacht 4
paarverblijfplaatsen, foerageergebied + vliegroute
21-082020
20:45 uur
Pagina 14
paarverblijfplaatsen, foerageergebied + vliegroute Tabel 6. Veldonderzoek vleermuizen. 5
14-092020
20:00 uur
00:45 uur
Onbewolkt, droog, 18-13°C, wind 1-2 Bft
3.7 Kleine marterachtigen Kleine marterachtigen zijn door hun verborgen leefwijze en lage dichtheden lastig op te sporen. Om de drie soorten kleine marters vast te stellen worden doorgaans verschillende methoden gebruikt. Bij meerdere soorten is een combinatie van methoden noodzakelijk. Op basis van habitatgeschiktheid worden de volgende kleine marterachtigen in het gebied verwacht: • • •
Bunzing Hermelijn Wezel
De minimale inzet van het aantal inventarisatiematerialen verschilt per methode en is afhankelijk van de grootte van het terrein (Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming, provincie Noord-Brabant, 2017 en Handreiking Kleine Marters, provincie Noord-Holland, 2017). Om de aanwezigheid van de drie soorten kleine marters vast te stellen is gebruik gemaakt van een combinatie van de volgende methoden: • •
Cameraval met lokmiddel (specifiek voor bunzing), type ‘Struikrover 3.5’. Marterbox (type ‘Mostela’), met cameraval type Bushnell Trophy Cam Aggressor, voor hermelijn, wezel en mogelijk bunzing.
Op basis van de habitatgeschiktheid is vrijwel het gehele plangebied geschikt als (functioneel) leefgebied voor kleine marterachtigen. De apparatuur is ingezet in de meest kansrijke landschapselementen als houtsingels, waterpassages, bosschages, overgangen tussen ruigte en korte vegetaties etc. (zie figuur 5). Dit onderzoek is verricht in de periode waarop de dieren het meest actief zijn, te weten van mei tot en met augustus. Hierbij zijn de eenheden bestaande uit enkele cameravallen en marterboxen zes weken in het gebied geplaatst (zie tabel 6). Tijdens deze periode zijn de eenheden zo min mogelijk beroerd om verstoring te voorkomen. Na ongeveer 3 weken zijn de eenheden éénmalig gecontroleerd op sporen en eventuele schade en zijn gelijk de geheugenkaartjes van de camera’s vervangen. Na drie weken zijn de eenheden opgehaald en de fotobeelden van de cameravallen en de camera’s in de marterboxen zijn achter de computer geanalyseerd en de aangetroffen zoogdieren/marters zijn op naam gebracht. Ronde
Functie
Datum
Begintijd
Eindtijd
Weersomstandigheden
06:00 uur
08:30 uur
Bewolkt, droog, 18°C, wind 1-2 Bft
Verblijfplaats + functioneel leefgebied Plaatsen eenheden 1
08-062020
Controle op sporen, eventuele schade en vervangen geheugenkaartjes camera’s
Pagina 15
2
03-072020
16:55 uur
18:35 uur
Onbewolkt, droog, 20°C, wind 23 Bft
19:00 uur
Bewolkt, regen, 17°C, wind 0-1 Bft
Ophalen eenheden 19-0717:20 uur 2020 Tabel 6. Veldonderzoek kleine marterachtigen. 3
Figuur 5. Locaties cameravallen (groene ster) en marterboxen (gele vlakken).
3.8 Overige grondgebonden zoogdieren Onderzoek naar overige grondgebonden zoogdieren als das, eekhoorn en steenmarter zijn met andere veldbezoeken gecombineerd. Tijdens de bezoekronden in het vroege voorjaar is naar sporen van eekhoorn (boomnesten) en das (burchten, wissels, sporen, etc.) gezocht. Bij controle van de gebouwen in het plangebied op vogels, waaronder huismus en steenuil, is ook gekeken naar sporen die duiden op de aanwezigheid van de steenmarter. Om verblijfsfuncties voor steenmarter vast te stellen zijn in het kader van het gericht onderzoek naar kleine marterachtigen extra wildcamera’s (cameravallen) opgesteld op kansrijke plekken op/nabij de erven van het woonhuis aan het Ruiterpad en boerderij “Panneman” aan de Oude Borculoseweg (zie figuur 5).
Pagina 16
4 Resultaten aanvullend onderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veldonderzoek besproken. Tevens worden van de aangetroffen soorten
4.1 Boomvalk Tijdens het veldonderzoek is één vermoedelijke nestplaats van de boomvalk vastgesteld (zie bijlage 1). De mogelijke nestplaats (een oud kraaien- of buizerdnest) maakt deel uit van een doorlopende bomenrij met ondergroei. Deze nestlocatie bevindt zich net buiten het plangebied, in de noordwestrand van het deelgebied ‘Solarpark’. Op 27 mei werd in de omgeving van de mogelijke nestplaats een roepende boomvalk waargenomen. Betreffend exemplaar riep vanuit de top van een zomereik en vloog later in noordelijke richting weg. Tijdens het veldbezoek van 10 juni werd er vanuit de zomereik, met de vermoedelijke nestlocatie, door twee boomvalken (paar?) fanatiek geroepen. Op 3 juli is, voorafgaand aan de controle van de wildcamera’s voor het kleine marteronderzoek, de mogelijke nestplaats extra gecontroleerd op bezetting. Hier zijn toen geen waarnemingen verricht van volwassen boomvalken en eventueel roepende/bedelende jongen.
4.1.1 Voorgaande onderzoeken In 2010 is er, in het bos aan het Ruiterpad (deelgebied ‘Biobased Transitiepark fase 2’), een nest van de boomvalk in een oude buizerdhorst vastgesteld. Tijdens de onderzoeken in 2014 en 2017 zijn geen nestlocaties in het plangebied waargenomen.
4.1.2 Samenvatting resultaten Net buiten het plangebied is een nestlocatie van de boomvalk vastgesteld.