bp laarberg zuid panneman toelichting en regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman vastgesteld
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Strijdigheid 1.6 Leeswijzer
6 6 6 7 7 9 9
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Gewenste ontwikkeling
10 10 10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid
13 13 14 17 18 20
Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Archeologie en Cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Ecologie 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Externe veiligheid 4.9 Geur 4.10 Verkeer 4.11 Besluit Milieueffectrapportage 4.12 Kabels en leidingen
26 26 27 28 32 33 34 36 38 38 39 39 39
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Opzet van de regels 5.3 Verantwoording van de regels
40 40 40 42
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid
43 43 43
Bijlagen bij de toelichting
45
Bijlage 1
Stikstofonderzoek
46
Bijlage 2
Actualisatie natuuronderzoek 2020
76
Bijlage 3
Projectplan en ecologisch werkprotocol
146
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
Bijlage 4
Verkennend en nader bodemonderzoek
168
Bijlage 5
Watertoets
383
Bijlage 6
Waterhuishoudings- en rioleringsplan
486
Bijlage 7
Archeologisch onderzoek
619
Bijlage 8
Vrijgave archeologie
677
Regels
681
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
682 682 685
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Bedrijventerrein Groen - Landschappelijke inpassing
686 686 689
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Parkeerregelgeving
690 690 691 692 693 694 695
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
696 696 697
Bijlagen bij de regels
699
Bijlage 1
700
4
Staat van bedrijfsactiviteiten
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
De gemeente Oost Gelre is, in samenwerking met Gebiedsonderneming Laarberg B.V., voornemens het huidige regionaal bedrijvenpark Laarberg uit te breiden. Hiervoor zijn een Masterplan 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg' (vastgesteld 18 december 2012) en een Structuurvisie (vastgesteld, 17 december 2013) opgesteld. Voor deelgebied Laarberg Zuid is het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' vastgesteld op 16 juni 2015. Op een deel van de gronden die onderdeel uitmaken van voorgenoemd bestemmingsplan is de agrarische bestemming in stand gehouden. Om de verwezenlijking van het bedrijventerrein in de toekomst alsnog mogelijk te maken is in het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' binnen de bestemming 'Agrarisch' een wijzigingsbevoegheid opgenomen. Met deze wijzigingsbevoegdheid is het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Oost Gelre bevoegd om de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein'. Op 18 maart 2017 is voor een deel van de Agrarische bestemming binnen het plan Laarberg Zuid het wijzigingsplan 'Wijziging Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' opgesteld. Hiermee is voor dit deel de agrarische bestemming gewijzigd in de bestemming 'Bedrijventerrein'.
Onderdeel van het onderhavig bestemmingsplan betreft een deel (0.4 hectare) van de locatie bekend als 'boerderij Panneman', welke locatie destijds bewust niet is meegenomen in verband met de bewoning van de boerderij. Van bewoning is inmiddels geen sprake meer. De boerderij staat leeg en zal, vanwege de slechte staat ervan, ook moeten worden gesloopt. Gelet op het vorenstaande is gewenst om ook hier de agrarische bestemming te wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein'. De voorgenomen bestemmingswijziging past niet geheel binnen de kaders van de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 3.6.1 van het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid'. Dit omdat het gewenst is om een klein gedeelte van de aangrenzende bestemming 'Groen' eveneens te wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein'. Hiervoor in de plaats wordt de groenstructuur langs de Oude Borculoseweg versterkt. Het voorliggend bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk anders dan de ontwikkelingen die al onderzocht zijn in het bestemmingsplan 'Regionaal bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid'. Laarberg Zuid heeft het karakter van een regulier bedrijventerrein en maakt onder andere opslaggerelateerde bedrijven en transportbedrijven mogelijk. Met dit bestemmingsplan wordt de verwezenlijking daarvan volledig mogelijk gemaakt.
In dit bestemmingsplan is aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging en begrenzing
Het plangebied Laarberg Zuid beslaat een totaaloppervlakte van 9,5 hectare en is onderdeel van het regionaal bedrijvenpark Laarberg te Groenlo. Het bedrijvenpark Laarberg wordt aan de noordzijde begrensd door de Leerinkbeek, aan de westzijde door de Oude Borculoseweg, aan de zuidzijde door Den Sliem en aan de oostzijde door de huidige N18/Twenteroute. Het plangebied Laarberg Zuid wordt globaal begrensd door de Oude Borculoseweg aan de westzijde, het verlengde van de Zuidgang aan de noordzijde en het bestaande bedrijvenpark Laarberg/Den Sliem aan de zuid- en oostzijde. Dit bestemmingsplan omvat het wijzigen van circa 0,4 hectare met de bestemming 'Agrarisch' in de bestemming 'Bedrijventerrein'. In afbeelding 1.1 is het plangebied voor Laarberg Zuid rood omcirkeld en het plangebied van voorliggend wijzigingsplan zwart omcirkeld.
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied Laarberg fase 2 (rood) en voorliggend bestemmingsplan (zwart)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1586.BPBEDRIJVEN312-OW01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld met een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Geldend bestemmingsplan
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid" (vastgesteld op 16 juni 2015). Daarnaast gelden het bestemmingsplan "Buitengebied, Reparatieplan 2016" (vastgesteld op 4 april 2017), "Facetbestemmingsplan parkeren" (vastgesteld op 5 juni 2018) en het "Paraplubestemmingsplan Archeologie" (vastgesteld op 22 februari 2022).
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
In dit geval is met name het eerstgenoemde plan relevant. Met de overige relevante regels uit de andere bestemmingsplannen wordt in dit bestemmingsplan wel rekening gehouden. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingplan “Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid” opgenomen. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode omlijning.
Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan "Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid" (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2
Bestemmingsomschrijving
De gronden in het plangebied zijn voorzien van de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Groen Landschappelijke inpassing'. Daarnaast is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' van toepassing. Hieronder wordt nader ingegaan op de ter plaatse geldende bestemmingen. Agrarisch De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijfm het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen, behoud en herstel van kleinschalige landschapselementen en extensieve dagrecreatie. Alleen de bestaande bebouwing is toegestaan. Groen - Landschappelijk inpassing De voor 'Groen - Landschappelijke inpassing' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor bescherming, behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken, alsmede het voorkomen van significante effecten op kernkwaliteiten en omgevingscondities die aan realisering van het Gelders Natuurnetwerk in de weg staan, natuurwaarden en groenvoorzieningen.
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2 Gronden met een archeologische dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Op basis van het paraplubestemmingsplan 'Archeologie' blijkt echter dat van archeologische waarden geen sprake meer is. Een archeologisch onderzoek is daarom niet nodig.
1.5
Strijdigheid
Het realiseren van bedrijvigheid ter plaatse van het plangebied is niet mogelijk, aangezien de gronden zijn voorzien van een agrarische en groenbestemming. Het plan is daarmee in strijd met zowel de bouwals gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan. Om de voorgenomen ontwikkeling (planologisch) mogelijk te kunnen maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin. In deze plantoelichting wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.6
Leeswijzer
In Hoofdstuk 1 is de aanleiding en doel van dit bestemmingsplan uiteengezet. In Hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. De historie en cultuurhistorie komt aan bod. Ook wordt inzicht gegeven in de opbouw van het plangebied met de daarbij behorende functies. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 3 het beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Oost Gelre uiteen gezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische opzet waarbij de verbeelding en planregels worden besproken. Tot slot volgt in Hoofdstuk 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van overleg en terinzagelegging.
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie en planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied maakt onderdeel uit van Laarberg Zuid. Laarberg Zuid ligt aan de zuidzijde van het plangebied Regionaal Bedrijvenpark Laarberg. Het gebied grenst aan het agrarisch gebied en het bestaande deel van het bedrijventerrein van Laarberg. Het plangebied omvat het perceel behordend bij de voormalige boerderij Panneman gelegen aan de Oude Borculoseweg 8 te Groenlo. Binnen het plangebied zijn voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en een boerderij (bedrijfswoning) aanwezig. Tussen de gebouwen is veelal sprake van (erf)verharding. Voor het overige is het plangebied onverhard en/of ingericht als tuin.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied
2.2
Gewenste ontwikkeling
Voor de uitbreiding van het regionaal bedrijvenpark Laarberg heeft de gemeenteraad van Oost Gelre een Masterplan (18 december 2012) vastgesteld. Dit Masterplan schetst de kaders in hoofdlijnen voor de uitbreiding van het regionaal bedrijvenpark Laarberg. Op basis van het Masterplan is vervolgens een Structuurvisie (17 december 2013) vastgesteld. De structuurvisie vormt het kader voor de concrete toekomstige ontwikkelingen. Zie ook paragraaf 3.5.4. Binnen het plangebied Laarberg Zuid wordt ruimte geboden aan zwaardere en vooral opslaggerelateerde bedrijvigheid. Er is ruimte voor in totaal 6,5 hectare bedrijventerrein. In verband met een mogelijk aanwezige nestlocatie van een steenuil in de boerderij aan de Oude Borculoseweg 8 en het bijhorende
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman potentiële foerageergebied, kon Laarberg Zuid als bedrijventerrein niet onmiddellijk in zijn geheel ontwikkeld worden. Derhalve is de ontwikkeling van Laarberg Zuid opgesplitst in twee fasen. Fase 1 (inclusief fase 0) betrof de ontwikkeling van bedrijvigheid ten noorden van de Zuidgang en de ontwikkeling van maximaal 2,1 hectare bedrijvigheid ten zuiden van de Zuidgang op meer dan 150 meter van de boerderij Oude Borculoseweg 8. Fase 2 betreft de ontwikkeling van het overige deel van Laarberg Zuid, zie ook het licht paarse gedeelte op afbeelding 2.1. Fase 2 heeft in de huidige situatie nog een bestemming 'Agrarisch'. In het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' (het moederplan) is voor de bestemming 'Agrarisch' een wijzigingsbevoegdheid opgenomen naar de bestemming 'Bedrijventerrein'. Van de wijzigingsbevoegdheid kan alleen gebruik worden gemaat wanneer is aangetoond dat de gunstige staat van instandhouding van de steenuil is gewaarborgd, overeenkomstig de bepalingen in het bij het moederplan horende Natuurmitigatieplan. Na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid worden in het plangebied bedrijven toegestaan die behoren tot de categorie 3.1 tot en met 4.1, zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten behorende bij het moederplan.
Deze milieuzonering is in lijn met de structuurvisie 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg'.
Afbeelding 2.1: Fasering ontwikkeling Laarberg Zuid
Fase 2 is al deels planologisch mogelijk gemaakt aan de hand van het wijzigingsplan 'Wijziging Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid'. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in deze wijziging van de bestemming 'Agrarisch' en 'Groen' naar de bestemming 'Bedrijventerrein' en 'Groen' voor het perceel waarop de boerderij Panneman ligt (zie het rood omkaderde deel van fase 2 in afbeelding 2.1). Op deze manier kan ook dit gedeelte van fase 2 van de ontwikkeling benut worden ten behoeve van het bedrijventerrein. De binnen het plangebied aanwezige bebouwing wordt gesloopt.
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
Afbeelding 2.2: Beoogde ontwikkeling plangebied
Voor de eisen ten aanzien van beeldkwaliteit en beeldregie en voor de eisen ten aanzien van de landschappelijke inpassing wordt aangesloten bij de uitgangspunten van het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid'.
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.
3.1
Internationaal niveau
3.1.1
Vogelrichtlijn
De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. 3.1.2
Habitatrichtlijn
De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 3.1.3
Het verdrag van Valletta (Malta)
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen.
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
In paragraaf 4.1 wordt nader ingegaan op de archeologische waarden binnen het plangebied 3.1.4
Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering) Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.
Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op de waterhuishouding binnen het plangebied.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie
3.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om de doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterk e en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.
Toek omstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid.
Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het voornemen betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
3.2.2.1 Algemeen De inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 heeft gevolgen voor de doorwerking van het nationale ruimtelijke beleid. Totdat de Wro in werking was getreden was het geldende rijksbeleid vastgelegd in Planologische Kernbeslissingen (PKB's). Sinds 1 juli 2008 zijn deze documenten alleen nog bindend voor het rijk en niet meer voor andere overheden. Het rijk kiest ervoor om het deel van het ruimtelijk beleid dat bedoeld is bindend te zijn voor andere overheden, ook onder de Wro te borgen. Dit kan via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman van de rijksoverheid vormt over ruimtelijke ordening. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau, in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee, defensie, erfgoederen en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. In deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's. Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, reserveringsgebieden voor nieuwe hoofdwegen en spoorlijnen en reserveringsgebieden voor uitbreiding van enkele bestaande hoofdwegen. In artikel 2.6.8 (zend- en ontvangstinstallaties en beperkingen in de nabijheid daarvan) van het Barro (geconsolideerde versie, d.d. 01-12-2020) zijn regels opgenomen voor zogenaamde bouwbeperkingengebieden.
Het bedrijventerrein Laarberg ligt binnen een aangewezen zone rond een antennepark in Eibergen, zoals is opgenomen in bijlage 6.2 van het Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) (geconsolideerde versie, d.d. 01-12-2020), waarin het bedrijventerrein is aangewezen als zogenaamd bouwbeperkingengebied. Artikel 2.6.8 van het Barro stelt voor deze aangewezen gebieden een geen bestemmingen opgenomen worden die een wijziging bewerkstelligen die het oprichten van bouwwerken hoger dan 22 meter gemeten vanaf het maaiveld mogelijk maken. De bouwhoogte van de nieuwe bedrijfsbebouwing binnen het plangebied wordt beperkt tot maximaal 15 meter. Het plan maakt geen gebouwen hoger dan 15 meter mogelijk. 3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. De vraag bij de ladder voor duurzame verstedelijking is of de ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Uit jurisprudentie blijkt dat gewoonlijk ontwikkelingen groter dan 500 m2 bvo en ontwikkelingen met meer dan 11 woningen worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. De uitbreiding van het Bedrijvenpark Laarberg Zuid wordt gelet op de aard en omvang aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling en is daarmee ladderplichtig. 3.2.3.1 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking In de Achterhoek is regionaal behoefte aan bedrijventerreinen voor zware milieuhinderlijke bedrijvigheid. Deze bedrijvigheid past gezien de omvang en de hinder niet binnen bestaand stedelijk gebied.
Derhalve zijn er afspraken gemaakt om het bedrijvenpark te vestigen buiten de bebouwde kom van Groenlo. Deze locatie is via de N18 goed ontsloten voor autoverkeer en busvervoer. Er worden geen andere ontwikkelingen mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan dan al voorzien was in het bestemmingsplan 'Regionaal bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid'. 3.2.3.2 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.2.4
Conclusie
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet in strijd met de relevante nationale beleidskaders.
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
3.3
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
3.3.1.1 Inleiding De Gelderse Omgevingsvisie (geconsolideerde versie, december 2018) is een integrale visie, niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook voor waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling, natuur en milieu, inclusief de sociale gevolgen daarvan. De Omgevingsvisie is de vervanger van het streekplan en enkele andere structuurvisies. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee hoofddoelen benoemd om bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: een duurzame economische structuur Het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Ter versterking van de kansen voor bedrijvigheid zet de provincie gericht stappen om ruimte te bieden aan initiatiefnemers en om hen te faciliteren. Voor het regionaal bedrijventerrein Laarberg zijn de volgende stappen van belang: De provincie besteedt meer aandacht aan de versterking van opgaven in steden en stedelijke netwerken dan voorheen. De maatschappelijke opgaven in die gebieden maken dat dit noodzakelijk is. Stedelijke netwerken zijn van groot belang voor Gelderland als geheel: als motor voor de economie en vanwege de voorzieningen voor de gehele regio.
Dit vertaalt zich naar meer investeringen en intensievere betrokkenheid van plan- en procesbegeleiding in die gebieden. De provincie schept meer ruimte voor economie, voor kansen pakken. Dit doet de provincie door actief te zijn in de ondersteuning en facilitering van bestaande en nieuwe bedrijven in de(top)sectoren, logistiek, vrijetijdseconomie en door ook tuinbouw-aanverwante bedrijvigheid in de vijf clusters toe te laten, door duurzame groei van agrarische bedrijven toe te staan en door mee te denken over groei op bestaande locaties voor bedrijventerreinen. De provincie ondersteunt, faciliteert en handelt vanuit mogelijkheden en niet alleen vanuit kaders. 3.3.1.2 Regionale bedrijventerreinen Ten aanzien van regionale bedrijventerreinen, regionale programmeringsafspraken en energieopwekking hanteert de provincie Gelderland de volgende uitgangspunten. Regionale terreinen vervullen een belangrijke opvangfunctie voor de grotere, zwaardere bedrijven (wat betreft milieuhindercategorie) die op hoogwaardige bereikbaarheid (A-wegen) zijn aangewezen. Het gaat om bedrijven met een kavel groter dan 0,5 hectare waarvan vestiging op een lokaal bedrijventerrein niet gewenst is.
De provincie vindt het van belang dat dit type bedrijvigheid zich in elke Gelderse regio duurzaam kan vestigen op zulke hoogwaardig terreinen, waarbij met name ruimte voor bedrijven uit categorie 4 en 5 wordt gewaarborgd en waarbij bedrijven uit categorie 1 en 2 niet zijn toegestaan. 3.3.1.3 Regionale programmeringsafspraken De provincie gaat uit van de regionale programmeringsafspraken die zijn gemaakt over voorraden en soorten bedrijventerreinen. Het regionaal bedrijventerrein Laarberg is op de kaart 'Regionale afspraken bedrijventerreinen' weergegeven. Deze afspraken zorgen voor voldoende kwaliteit en kwantiteit van bedrijventerreinen. Daaronder vallen onder meer afspraken over regionale bedrijventerreinen, intergemeentelijke terreinen en kadegebonden terreinen. Het uitgangspunt is zorgvuldig ruimtegebruik: terughoudend zijn met het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
Energieopwekking en energieneutraliteit in de Achterhoek In een regionaal 'routekaart'-proces maakt de provincie afspraken met regio's, gemeenten, terreinbeherende organisaties en netwerkbedrijven over hoe de ambities voor energietransitie per regio waar te maken. Uitgangspunt van de routekaarten is de ambitie die binnen de regio leeft rond windenergie, zonne-energie, gebruik van warmte en energie uit biomassa. Het routekaartproces resulteert in een overzicht van de locaties en ambities die de provincie en partijen in de Achterhoek hebben voor hernieuwbare energie: windenergie, zonne-energie, gebruik van warmte en energie uit biomassa. Met de regio's gaat de provincie een monitor maken waaruit blijkt of de doelstellingen gehaald worden. In de regio Achterhoek is er een sterke ambitie om te komen tot een energieneutrale regio. Organisatiestructuren als AGEM en BION zijn samenwerkingsvormen om die energieneutraliteit te verwezenlijken. De regio loopt voorop in ontwikkelingen bij mest(co-)vergisting met bedrijven als Friesland Campina en Groot-Zevert. Ook herbergt de regio bij Azewijn de eerste grootschalige veldopstelling voor zonnepanelen. 3.3.2
Omgevingsverordening Gelderland
Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. Regionale bedrijventerreinen (Artikel 2.10) Bedrijventerreinen zijn primair bedoeld voor functies die zich moeilijk laten combineren met andere functies vanwege omvang, vervoersbewegingen en milieuhinder. In artikel 2.10 is opgenomen dat de bestemming tot bedrijventerreinen slechts toegestaan is indien dit past in het vigerende Regionaal programma werklocaties. Toetsing In het Regionaal programma werklocaties wordt Laarberg aangeduidt als een noodzakelijke locatie voor grootschalige bedrijvigheid, zodat er op andere bedrijventerreinen in Groenlo en Lichtenvoorde ruimte gecreëerd kan worden voor kleinschaligere bedrijven. In paragraaf 3.4.1 wordt hier nader op ingegaan. 3.3.3
Conclusie
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet in strijd met de relevante provinciale beleidskaders
3.4
Regionaal beleid
3.4.1
Regionaal programma werklocaties Achterhoek
3.4.1.1 Algemeen In regionaal verband hebben de gemeenten en de provincie in de regio Achterhoek afspraken rondom bedrijventerreinen vastgelegd in het Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2019 - 2023 (RPW). Het RPW is vastgesteld door de gemeenteraden in de regio Achterhoek en op 12 november 2019, door Gedeputeerde Staten van Gelderland. Met het RPW wordt invulling gegeven aan de Structuurvisie bedrijventerreinen en werklocaties. Het
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman RPW biedt het kader voor concrete werk- en projectafspraken tussen de regiogemeenten. De provincie Gelderland is partner op diverse onderwerpen. Zij is nauw betrokken bij afspraken over vraag en aanbod, aanpak van de herstructurering en implementatie van ladder voor duurzame verstedelijking. Op subregionaal niveau zijn aanvullende afspraken gemaakt over planning en programmering van bedrijventerreinen tussen Regio Achterhoek en provincie; de vertaling en uitwerking van de gemeentelijke, regionale en provinciale doelstellingen op het gebied van bedrijventerreinen; het toetsingskader voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio. In het RPW is bedrijvenpark Laarberg opgenomen als ontwikkeling waar grootschalige en/of zware milieuhinderlijke bedrijvigheid kan worden opgevangen. Op deze manier kan op de andere bedrijventerreinen in Groenlo en Lichtenvoorde ruimte gecreëerd worden voor kleinschaligere bedrijven. Het is belangrijk dat de gemeente Oost Gelre verschillende kavelgroottes kan bieden. Laarberg biedt hiervoor de mogelijkheid. Naar aanleiding van de vaststelling van het RPW heeft de Regio Achterhoek uitvoeringsafspraken vastgesteld, zoals het verwerken van duurzaamheidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
Dat betekent voor de uitbreiding of aanleg van bedrijventerreinen dat er wordt ingezet op: het benutten van daken voor zonnepanelen; gasloos bouwen; het benutten van daken voor zonnepanelen; gasloos bouwen (tenzij noodzakelijk voor het productieproces); uitwisseling restwarmte, elektriciteit en grondstoffen binnen het terrein en de directe omgeving het reserveren van ruimte voor bijvoorbeeld (elektrische) oplaadpunten, waterstof tanken, batterij/voorzieningen t.b.v. opslaan elektriciteit; het opstellen van een materialenpaspoort voor gebouwen; voldoende waterberging, natuurinclusief bouwen en het vergroenen van de openbare ruimte waardoor samen een goede groene structuur en aantrekkelijkere omgeving ontstaat; parkmanagement of een andere vorm van organisatiegraad. Er wordt afgesproken dat ontwikkelplannen vroegtijdig met de provincie worden doorgesproken om op grond daarvan tot een goede invulling komen. Het uitvoeren van duurzaamheidsmaatregelen wordt klimaatrechtelijk geborgd bij de uitgifte van de kavels. 3.4.1.2 Oost-Gelre Specifiek voor Oost-Gelre geldt dat op de lange termijn behoefte is aan 15-25 hectare bedrijventerrein. Voornamelijk voor grootschalige bedrijvigheid op de Laarberg.
Mogelijke oplossingen zijn: Nieuw terrein ontwikkelen op Laarberg Centraal ten behoeve van regionale en grootschalige/hmc-bedrijvigheid; verplaatsing van regionale bedrijven naar de Laarberg is niet opgenomen in de confrontatie. Dit kan betekenen dat de ruimte nog sneller gevuld kan worden. Revitalisering biedt geen soelaas in het ruimtetekort dat ontstaat. Er zijn slechts enkele plekken op de bedrijventerreinen met een mindere kwaliteit; Probeer grootschalige bedrijven met uitbreidingswensen te bewegen zich te verplaatsen naar de Laarberg. Op deze manier kan op de andere bedrijventerreinen in Groenlo en Lichtenvoorde ruimte gecreëerd worden voor kleinschaligere bedrijven. Dit kan financieel ook aantrekkelijk zijn ten opzichte van nieuw ontwikkelen (vanwege aankoop gronden). Voorsorteren op eventuele uitbreiding in Lichtenvoorde. Zorg ervoor dat stedenbouwkundige visies in 2020 gereed zijn. Monitoring in 2020 bepaalt of er ontwikkeld wordt of niet. Het is belangrijk dat de gemeente verschillende kavelgroottes kan bieden. De Laarberg biedt hiervoor de mogelijkheid. 3.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan het regionaal werkprogramma Werklocaties achterhoek Met het bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid (moederplan), is invulling gegeven aan de Regionale structuurvisie Achterhoek en het RPB Achterhoek.
Dit bestemmingsplan maakt geen andere ontwikkelingen mogelijk dan al waren voorzien en onderzocht in het moederplan.
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
3.5
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is een doorvertaling van rijks-, provinciaal en regionaal beleid en is verwoord in tal van plannen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de voor de ontwikkeling relevante beleidsstukken. 3.5.1
Bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid
Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan valt binnen het vigerende bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' van de gemeente Oost Gelre dat op 16 juni 2015 is vastgesteld. Artikel 3.6.1 van het vigerende bestemmingsplan bevat een wijzigingsbevoegdheid. Burgemeester en Wethouders zijn daarmee bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein'. Daarbij moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: a. aangetoond is dat de gunstige staat van instandhouding van de steenuil is gewaarborgd, overeenkomstig de bepalingen in het, bij het bestemmingsplan horende, Natuurmitigatieplan; b. uitsluitend bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 4.2 van de, bij het bestemmingsplan horende, Staat van bedrijfsactiviteiten, zijn toegestaan. Toelichting voorwaarden ad a. Er is bij het maken van het moederplan een steenuil in de omgeving van het plangebied gesignaleerd. Dit is de reden om deze voorwaarde op te nemen. Er hoeft anno heden niet meer te worden verondersteld dat de steenuil ook op het erf van deze boerderij zou broeden. Met uitgebreid aanvullend onderzoek is dat in 2015 al aangetoond. Hiermee was het ook aannemelijk dat het plangebied niet als foerageergebied werd gebruikt.
Desalniettemin is op basis van het verstoren van een deel van het jachtgebied van de steenuil in het kader van de wijzigingsplannen binnen Laarberg Zuid een ontheffing Flora en Fauna afgegeven in 2016. In paragraaf 4.6 wordt verder toegelicht dat de gunstige staat van instandhouding van de steenuil is gewaarborgd. ad b. De regels van de bestemming 'Bedrijventerrein' conform artikel 4 van het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' worden in de basis overgenomen. In de regels is opgenomen dat binnen het plangebied van voorliggend wijzigingsplan uitsluitend bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 4.1 van de, in de bij het bestemmingsplan horende Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen, bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Op de verbeelding is middels een functieaanduidingen aangegeven waar bedrijven in de categorie 3.1 tot en met 4.1 zijn toegestaan. Deze gehanteerde milieuzonering sluit aan bij de structuurvisie ´Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg´. Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconstateerd dat in beginsel wordt voldaan aan de voorwaarden behorend bij de wijzigingsbevoegdheid. Echter ziet voorgenomen ontwikkeling tevens toe op het wijzigen van een gering stuk groenbestemming in de bestemming 'Bedrijventerrein'. Het gaat hierbij om een stuk van circa 50 m2.
Tevens is het de wens om een deel van de huidige agrarische bestemming te wijzigen in de bestemming 'Groen'. Het gaat hierbij om het deel dat grenst aan de Oude Borculoseweg waar een versterking van de daar aanwezige groensingel is beoogd. Omdat de wijzigingsbevoegdheid niet geheel toereikend is om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin.
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
3.5.2
Toekomstvisie 2020 Oost Gelre
3.5.2.1 Algemeen In de 'Toekomstvisie 2020 Oost Gelre', vastgesteld in 2009, zijn de wensbeelden van de gemeente voor 2020 weergegeven. Ook komt aan de orde hoe de gemeentelijke organisatie met dat toekomstbeeld omgaat. In 2020 komt dat onder andere tot uiting in het feit dat Oost Gelre voor Oost-Achterhoek de belangrijkste speler is op het gebied van industriële bedrijvigheid. De (gerevitaliseerde) industrieterreinen concentreren zich daarbij rond de verbindingsweg tussen Groenlo en Lichtenvoorde. Er zijn goede mogelijkheden voor betaalbaar openbaar vervoer, wat overigens gestimuleerd wordt door de aanwezige bedrijven. Het bedrijvenpark Laarberg is gevuld met diverse verhuisde bedrijven, afkomstig uit de gehele Oost Achterhoek, maar ook met een groot aantal nieuwe bedrijven. Aan duurzame energie en duurzaamheid in zijn algemeenheid wordt veel waarde gehecht. Alle milieubelastende bedrijven zijn uit de kernen verdwenen. Verder zijn de bedrijven zo ingericht dat mogelijke milieuproblemen al bij de bron worden aangepakt. Dit maakt het wonen en recreëren in Oost Gelre prettig en veilig. Er zijn dan ook geen klachten meer als gevolg van industriële bedrijvigheid en aan het industrieel erfgoed worden nieuwe bestemmingen gegeven. Bedrijven kunnen ook buurten en buurtschappen 'adopteren' om zo de sociale duurzaamheid in Oost Gelre te stimuleren.
3.5.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie Het initiatief draagt bij aan het streven om Laarberg te ontwikkelen met diverse bedrijven uit de gehele regio, waarbij veel aandacht is voor duurzame energie en duurzaamheid in zijn algemeenheid. Het plan past daarmee in de toekomstvisie. 3.5.3
Omgevingsvisie Oost Gelre (Ontwerp)
3.5.3.1 Algemeen De gemeente Oost Gelre beschikt over een (concept) omgevingsvisie. Omdat deze visie het nieuwe kader zal gaan vormen voor ontwikkelingen, wordt hier al wel aan getoetst. De visie is uitgewerkt in vijf doelen. Dit betreffen de volgende doelen. Oost Gelre: 1. 2. 3. 4. 5.
heeft hechte en leefbare kernen; geeft ruimte voor ondernemen; blijft dichtbij en bereikbaar; is een gezonde en veilige leefomgeving; heeft een aantrekkelijk landelijk gebied vol leven.
In dit geval is met name het tweede doel van belang, hier wordt hierna op ingegaan. 3.5.3.2 Oost Gelre geeft ruimte voor ondernemen Gemeente Oost Glere is bij uitstek een ondernemersgemeente. De gemeente moedigt ondernemerschap aan en wil koploper worden in toekomstbestendige werklocaties voor zowel bestaande als nieuwe bedrijventerreinen. Concrete doelen betreffen. Op weg naar 2040: Worden we sterker als echte ondernemersgemeente met aantrekkelijke voorwaarden voor ondernemers. Dat betekent dat we werken aan duurzame, groene en klimaatadaptieve bedrijventerreinen. Daarbij zoeken we naar slimme verbindingen met de opwekking en inzet van hernieuwbare energie. Maken we ruimte voor uitbreiding van de Laarberg waarbij we rekening houden met de geldende milieuwetgeving. Zijn we terughoudend met het vestigen van bedrijven in de opslag- en distributie sector. Zorgen we voor goede woningen en bereikbaarheid om jong talent en arbeidsmigranten aan te trekken. Versterken we cultuurhistorische monumenten en landschappen in onze gemeente. Bij nieuwe
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman invulling van gebouwen kiezen we een geschikte functie die recht doet aan de cultuurhistorische kwaliteiten. Hebben we volop ruimte voor kleine en grote evenementen onder voorwaarden die we nog verder uitwerken. Deze voorwaarden passen binnen de geldende milieu- en (water) veiligheidsgrenzen. De gemeente heeft speciale aandacht voor de Laarberg vanwege de regionale functie. Hier is uitbreiding nodig, omdat het bedrijventerrein vol begint te raken en er mogelijk over een aantal jaar geen kavels meer beschikbaar zijn. We stellen daarom samen met de gemeente Berkelland een langjarige aanpak op. Een deel van onze bedrijvigheid - die nauw verbonden is met de agrarische sector in Oost Gelre - zal er in 2040 anders uitzien. Door de veranderingen in de agrarische sector zal de keten die hier direct op is aangesloten, mee-innoveren. Als gemeente willen we hierin faciliteren door de bedrijventerreinen optimaal in te richten en de bereikbaarheid van deze locaties te versterken. 3.5.3.3 Werklocaties Voor een krachtige en vitale economie is het van belang om deze werklocaties in Oost Gelre toekomstbestendig te maken en te verduurzamen, zodat het bestaansrecht in de toekomst gegarandeerd blijft. Op de werklocaties zien we grote opgaven op het gebied van duurzaamheid, klimaatadaptatie en personeelstekorten.
Daarom zoeken we naar slimme meekoppelkansen op het gebied van collectieve energiewinning, circulaire economie, klimaatadaptatie en bereikbaarheid. De ontwikkelingsrichting geeft onder andere het volgende aan: De gemeente zet in op het duurzaam, klimaatadaptief en groen maken van bestaande bedrijventerreinen in de gemeente. Dit doet de gemeente door het toevoegen van groenstructuren en bomen, maar ook door zon-op dak als standaard en het stimuleren van de overstap naar duurzame warmte. 3.5.3.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Het plan draagt bij aan de ambitie om ruimte te bieden aan ondernemers. Daarnaast wordt de groenstructuur aan de zijde van de Oude Borculoseweg versterkt wat zorgt voor een groene inpassing van het plangebied. Hetgeen aansluit op de ambitite om groen toe te voegen op de bedrijventerreinen, Het initiatief past hiermee binnen de ambities van de Omgevingsvisie. 3.5.4
Structuurvisie Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg
Het Masterplan is vertaald in de structuurvisie 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg' (vastgesteld 17 december 2013). De structuurvisie vormt het kader voor de toekomstige ontwikkelingen voor het regionaal bedrijvenpark. Aan de hand van de structuurvisie kunnen voor concrete ontwikkelingen bestemmingsplannen op maat worden opgesteld. In de structuurvisie is de ruimtelijke visie beschreven op de gehele ontwikkeling en zijn randvoorwaarden voor de nadere invulling opgenomen. Deze randvoorwaarden zijn mede voortgekomen uit de uitgevoerde planMER en gelden voor de bestemmingsplannen die opgesteld worden voor Laarberg fase 2, waaronder ook het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid' waar dit wijzigingsplan onderdeel van is. Voor de wijze van implementatie van de randvoorwaarden in de planregels en op de verbeelding wordt verwezen naar het bestemmingsplan. Het plangebied Laarberg Zuid heeft een grootte van 9,5 hectare. Het bestemmingsplan bood al ruimte aan 6,5 hectare (3,9 hectare rechtstreeks en 2,6 hectare middels wijzigingsbevoegdheid) van de in totaal 35 hectare uitgeefbaar terrein binnen de ruimtelijke eenheid Bedrijventerrein op het gehele Laarberg fase 2. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt aan de laatste 0,4 hectare bedrijventerrein ook rechtstreeks ruimte geboden.
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
3.5.5
Beleidsvisie Externe veiligheid
3.5.5.1 Inleiding Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.
Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. 3.5.5.2 Toetsing van het plan aan de beleidsvisie Externe veiligheid In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de externe veiligheidsrisico in relatie tot de woningbouwontwikkeling. 3.5.6
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
3.5.6.1 Inleiding Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
3.5.6.2 Toetsing van het plan aan het Welstandsbeleid Het bouwplan van de ontwikkeling wordt te zijner tijd beoordeeld door de welstandscommissie.
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
3.5.7
Geluidsbeleid gemeente Oost Gelre
3.5.7.1 Inleiding Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van dit beleidsstuk. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.
Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. 3.5.7.2 Toetsing van het plan aan het Geluidsbeleid Oost Gelre In paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op het aspect geluidshinder door weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op milieuhinder, waaronder geluid, van omliggende bedrijfsmatige functies. 3.5.8
Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024
3.5.8.1 Inleiding Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente Oost Gelre, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen.
Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. 3.5.8.2 Toetsing van het plan aan het integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024 In voorliggend geval zijn de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van belang. In paragraaf 4.10 wordt hier nader op ingegaan.
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
3.5.9
Conclusie
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is in overeenstemming met de relevante gemeentelijke beleidskaders.
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Zuid - boerderij Panneman
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
4.1
Archeologie en Cultuurhistorie
4.1.1
Wettelijk kader