bp laarberg noord toelichting
Tekst van het document
! " !"# #$#" $ #$#" %
& %
#$#"
Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord
Inhoudsopgave T oelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4
7 7 8 8
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerende plannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Huidige situatie
9
2.1 2.2
Historie Ruimtelijke structuur
9 11
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving
13
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.3 3.4 3.5 3.6
13 13 13 14 14 15 15 15 16 19
Doelstellingen en uitgangspunten Ladder voor duurzame verstedelijking Inleiding Stedelijke ontwikkeling Beschrijving van de behoefte Conclusie Functies Stedenbouwkundige visie Beeldkwaliteit Duurzaamheid
Hoofdstuk 4 Beleidskader
21
4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4
21 21 21 21 22 22 22 22 23 23 23 24 24 24 24 27 27
Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Conclusie Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Gelderland Conclusie Regionaal beleid Regionale structuurvisie Achterhoek Regionaal Programma Werklocaties (RPW) Regio Achterhoek Conclusie Gemeentelijk beleid Toekomstvisie 2020 Oost Gelre Structuurvisie Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg Beleid installaties opwekking hernieuwbare energie Conclusie
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten
29
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.7.1 5.7.2
29 31 33 34 35 38 38 38 39
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) Bedrijven en milieuzonering Verkeer Luchtkwaliteit Geluidhinder Geurhinder Externe veiligheid Inleiding Onderzoek
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
2
5.7.3 5.7.4 5.7.5 5.8 5.9 5.10 5.11
Kwantitatieve risicoberekening Verantwoording groepsrisico Conclusie Bodemkwaliteit Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie
41 41 43 43 44 47 51
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet
55
6.1 6.2 6.3
55 55 55
Systematiek Vertaling structuurvisie Indeling regels
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
59
7.1 7.2
59 59
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlagen bij de toelichting
61
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9
63 67 259 287 311 315 331 435 571
Rapportage marktbehoefte Milieueffectrapportage Kwantitatieve risicoberekening aardgastransportleidingen Elementen verantwoording groepsrisico Externe veiligheid_advies VNOG Stikstofdepositie Watertoets Waterhuishoudings- en rioleringsplan Reactie Waterschap Rijn en IJssel
Planregels
573
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
575
Artikel 1 Artikel 2
575 579
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
581
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
581 585 587 588 589
Bedrijventerrein Groen - Ecologische waarde Groen - Landschappelijke inpassing Verkeer - Verblijfsgebied Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2
Hoofdstuk 3 Algemene regels
591
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
591 592 593 594 595 596
Anti-dubbeltelregel Parkeerregelgeving Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
597
Artikel 14 Artikel 15
597 598
Overgangsrecht Slotregel
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
599 Staat van bedrijfsactiviteiten Beeldkwaliteitsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg Activiteitenplan
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
601 611 647
3
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
4
Toelichting
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
5
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
6
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Het regionaal bedrijvenpark Laarberg (hierna: "Laarberg") te Groenlo wordt gefaseerd uitgebreid. Deze uitbreiding is nodig omdat in de regio Oost-Achterhoek meer behoefte is aan meer ruimte voor grotere, regionaal georiënteerde bedrijven. Door deze ruimte op één geschikte plek te concentreren, wordt voorkomen dat verspreid over de regio kleinere terreinen moeten worden aangelegd. Bovendien is Laarberg, ruimtelijk gezien, een geschikte locatie voor de inpassing van bedrijven uit de hogere milieucategorieën en is daarvoor in het gemeentelijke en provinciale beleid ook als zodanig aangewezen. Qua bereikbaarheid en zichtbaarheid, beide belangrijke vestigingseisen van bedrijven, ligt Laarberg optimaal ten opzichte van doorgaande regionale wegen. Zeker nu de N18 is aangelegd als autoweg kan Laarberg zich, mede door deze uitbreiding, optimaal ontwikkelen als goed bereikbare zichtlocatie. Uiteraard moet de uitbreiding van Laarberg op een zorgvuldige manier worden voorbereid. Dit doet Gemeente Oost Gelre, die de initiatiefnemer van deze ontwikkeling is, in nauwe samenwerking met Gebiedsonderneming Laarberg B.V. Uit deze samenwerking zijn een Masterplan en Structuurvisie 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg' en bijbehorend m.e.r. voortgekomen. Deze vormen het beleidskader voor alle bestemmingsplannen die voor de uitbreiding van Laarberg moeten worden vastgesteld.
Het plangebied Laarberg Noord is beleidsmatig aangewezen als vestigingsgebied voor bedrijven in de milieucategorieën tot en met 4.2. De bedrijven die zich binnen dit plangebied willen vestigen zijn al bekend. Het voorliggende bestemmingsplan is een plan op maat. Qua inrichting en bebouwing krijgt dit plangebied het karakter van een regulier bedrijventerrein, maar wel met grote bedrijfskavels van minimaal 5.000 m². De marktbehoefte aan dit type kavels is onderbouwd in een afzonderlijke rapportage, die is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. Daarnaast wordt in paragraaf 3.2 hierop ingegaan. Individuele bedrijfsvestiging en/of gedeeltelijke aanleg van infrastructuur wordt met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt en duurzaam ingepast.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied Laarberg Noord (hierna: "plangebied") beslaat een oppervlakte van circa 10 hectare en vormt, zoals hiervoor gezegd, een onderdeel van het regionaal bedrijvenpark Laarberg te Groenlo. Het bedrijvenpark Laarberg wordt aan de noordzijde begrensd door het Ruiterpad, aan de westzijde door de Oude Borculoseweg, aan de zuid(oost)zijde door de Verlengde Zuidgang. Op afbeelding 1.1 is de situering van het plangebied door middel van de gele arcering weergegeven. De rode lijn betreft de ligging van het gehele bedrijvenpark Laarberg.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
7
Afbeelding 1.1 Ligging plangebied Laarberg Noord (geel)
1.3
Vigerende plannen
Ter plaatse geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' zoals dat op 18 december 2012 is vastgesteld. Dit bestemmingsplan is daarna twee keer aangepast door middel van 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre 2014' (vastgesteld op 15 juli 2014) en 'Buitengebied, Reparatieplan 2016' (vastgesteld op 4 april 2017). Binnen het plangebied gelden, tot de vaststelling van het voorliggende plan, hoofdzakelijk de bestemmingen 'Agrarisch', 'Verkeer' en 'Archeologisch waardevol gebied'. Daarnaast ligt Laarberg Noord binnen het 'Facetbestemmingsplan parkeren'. Voor de ontwikkeling van het plangebied tot bedrijvenpark is aldus een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven, waarna in hoofdstuk 3 de doelstellingen, uitgangspunten en inhoud van het plangebied worden beschreven. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling verantwoord vanuit het geldende beleid van het Rijk, de provincie Gelderland, de regio en de gemeente Oost Gelre. Hoofdstuk 5 vormt de verantwoording van de ontwikkeling vanuit de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 6 bevat een toelichting op de planregels waarbij de regels artikelgewijs worden besproken. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 een motivering van de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
8
Hoofdstuk 2
2.1
Huidige situatie
Historie
Het plangebied is gelegen nabij de Grolse Linie, een aanvalslinie die Frederik Hendrik in 1627 voor het eerst gebruikte om Grolle in de Tachtigjarige oorlog van de Spanjaarden te ontzetten. De Grolse Linie om Groenlo is voor het grootse deel nog intact in de bodem aanwezig. Deze Grolse Linie is gelegen in agrarisch gebied. Het plangebied ligt in het buitengebied van Groenlo en is op dit moment in agrarisch gebruik. Op de kaart van rond 1900 (afbeelding 2.1) is het ontstaan van het landschap goed te zien. Het plangebied ligt binnen de heideontginningen met een rechtlijnige verkaveling. De Hupselsche beek (tegenwoordig Leerinkbeek), de Slinge, Holtkampspad, de Ruiterweg en de Oude Borculoseweg zijn de kenmerkende lijnen.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
9
Afbeelding 2.1 Situatie circa 1900 De verkavelingspatronen van het jonge ontginningen landschap zijn tegenwoordig nog steeds zichtbaar. De rechtlijnige patronen van het ontginningsgebied is vooral zichtbaar door de lijnvormige beplantingsstructuren. Het historische coulissenlandschap wordt gekenmerkt door microreliëf, verspreid staande bebouwing en houtwallen. De Leerinkbeek volgt haar oorspronkelijke loop. De Slinge is sterk gekanaliseerd. Het bedrijvenpark Laarberg is vernoemd naar de boerderij Erve Laarberg aan de Oude Borculoseweg. De naam van de boerderij komt van de familienaam Laarburg die later veranderd is in Laarberg.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
10
2.2
Ruimtelijke structuur
Het plangebied bestaat op dit moment uit agrarische landbouwgrond. De agrarische percelen zijn rechtlijnig verkaveld met op aantal grenzen houtwallen als afscheidingen. Het Holtkampspad loopt zuidelijk van het plangebied. Dit is een onverharde laan met bomen aan weerszijden. Deze onverharde ontsluiting is niet geschikt voor de ontsluiting van de bedrijven; daarvoor is het een deel van de Redan noordelijk parallel aan het Holtkampspad aangelegd. Aan de westkant loopt langs de rand van het plangebied een hoogspanningsleiding van 150 Kilovolt (Kv). Voor de hoogspanningsleiding geldt een onderzoekszone van twee keer 80 meter, met een zone waarin beperkte bouw mogelijk is van twee keer 17,5 meter. Nieuwe wetgeving is in de maak die deze zone aanzienlijk zal verkleinen. Deze wetgeving is echter niet van toepassing op dit bestemmingsplan omdat het nog niet is vastgesteld.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
11
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
12
Hoofdstuk 3
3.1
Planbeschrijving
Doelstellingen en uitgangspunten
Voor de uitbreiding van het regionaal bedrijvenpark Laarberg is een Masterplan (december 2012) vastgesteld. Dit Masterplan schetst de kaders in hoofdlijnen voor de uitbreiding van het regionaal bedrijvenpark Laarberg. Op basis van het Masterplan is vervolgens een structuurvisie en bijbehorend plan-m.e.r. (december 2013) opgesteld en als zodanig vastgesteld. Deze structuurvisie vormt het kader voor de concrete toekomstige ontwikkelingen. Sinds de start van de uitgifte heeft Laarberg zich ontwikkeld tot een zichtbare bedrijvenlocatie langs de N18. De belangrijkste beweegredenen voor een verdere uitbreiding zijn: 1. ruimte bieden aan de toenemende hoge vraag van bedrijven uit de regio zodat geen nieuwe terreinen elders gerealiseerd hoeven te worden; 2. stimulering van de werkgelegenheid in de regio; 3. anticiperen op de nieuwe kansen die de ontwikkelingen rond de N18 bieden. Laarberg is de bindende economische factor voor de regio en wil dit verder uitbouwen. De ambitie ligt er om Laarberg nog meer de duurzame motor te laten worden voor de regio, om ondernemers in de drie topsectoren 'Maakindustrie', 'AgroFood' en 'Duurzame Energie' maximaal te faciliteren. De eerste twee industrietakken zijn zeer sterk vertegenwoordigd in de regio en behoren tot de negen topsectoren die de Rijksoverheid heeft aangewezen.
Tevens is Laarberg de plek waar ruimte is voor de provinciale opgave voor zwaardere bedrijvigheid. Ondernemingen worden steeds vaker ingericht op basis van het 'open innovatie model'. Dat vraagt om fysieke plekken waar de sector zich kan clusteren. Laarberg is zo'n locatie. Hierbij benadrukt de Structuurvisie Uitbreiding Regionaal Bedrijvenpark Laarberg (2013) het gebruik van de aanwezige landschappelijke waarden. Daarmee wordt een bedrijventerrein worden ontwikkeld dat functionaliteit samengaat met ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast zijn een aantal voorwaardelijke bepalingen in de structuurvisie opgenomen om de uitvoerbaarheid ervan te waarborgen. Het gaat om bepalingen voor de thema's natuur, verkeer, geluid en geur. Deze bepalingen zijn doorvertaald in de planregels. Het plangebied biedt ruimte voor circa 10 hectare bedrijventerrein en kent kavelgroottes van minimaal 5.000 m2.
3.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.2.1
Inleiding
Wettelijk kader Het Rijk heeft de toepassing van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: ladder) verplicht gesteld voor de uitbreiding van bedrijventerreinen als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het doel van deze ladder is een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Dit door een zorgvuldige afweging van de behoefte en locatiekeuze van nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het Rijk wil met de ladder vraaggerichte programmering bevorderen en overaanbod van plancapaciteit van nieuwe stedelijke ontwikkelingen voorkomen. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder een wettelijke verplichte toets in het kader van procedures voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Op 1 juli 2017 is voornoemde regelgeving gewijzigd. Sindsdien geldt een nieuwe laddersystematiek. De nieuwe ladder bevat geen treden meer. De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. Het doorlopen van de 'ladder' betreft feitelijk een ruimtelijk-economische toets, waarbij het aspect 'ruimtelijke behoefte' het belangrijkste criterium is. De kavels binnen het plangebied zijn allemaal gereserveerd voor toekomstige bedrijven. Deze behoefte is inzichtelijk gemaakt in het rapport
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
13
'Onderbouwing marktbehoefte BP Laarberg Noord' en opgenomen als Bijlage 1 van deze toelichting. In de volgende paragraaf wordt hier op ingegaan. 3.2.2
Stedelijke ontwikkeling
Nieuw stedelijk ruimtebeslag De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet alsdan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is bijvoorbeeld sprake wanneer het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Het is duidelijk dat Laarberg Noord voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de ladder. Daarom is de ladder ook voor deze ontwikkeling doorlopen. Hierna wordt ingegaan op de vraag waarom deze nieuwe stedelijke ontwikkeling niet op een andere locatie en/of binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kan worden. Geen reële alternatieve locaties Uit het rapport 'Onderbouwing marktbehoefte BP Laarberg Noord') blijkt dat er een aantoonbare behoefte is aan bedrijventerrein in de regio Oost-Achterhoek. Deze behoefte vertaalt zich in een gerichte marktvraag naar extra bedrijfskavels op Laarberg. De kavels binnen het plangebied zijn inmiddels gereserveerd.. De beoogde bedrijvigheid is, gelet op de gevraagde schaal en functies niet binnen bestaand stedelijk gebied in te passen.
De conclusie is dan ook dat de ladder voor duurzame verstedelijking zich niet verzet tegen de ontwikkeling van Laarberg Noord 3.2.3 Beschrijving van de behoefte De behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling, verminderd met het aanbod in reeds genomen planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. Dat laatste wordt ook wel de harde plancapaciteit genoemd. Hierna wordt stapsgewijs ingegaan op zowel de ruimtevraag als bestaand aanbod. Ruimtebehoefte Mark tgebied De relevante schaal voor het regionale bedrijventerrein Laarberg is primair de Oost-Achterhoek. Secundair is ook West-Achterhoek bij de analyse betrokken. Kwalitatief De belangrijke dragers van de economie in de Achterhoek zijn de maakindustrie, de handel en de zorg. De aanwezigheid van veel innovatieve MKB-bedrijven en de aanwezige landbouw zijn troeven voor een succesvolle verdere ontwikkeling van de economische clusters waar Laarberg op mikt: maakindustrie, biobased economy en circulaire economie. Daarbij gaat het om relatief zware milieucategorieën (van tenminste categorie 3.1 als bedoeld in de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, 2009) met de daarbij behorende grotere bedrijfskavels (vanaf 5.000 m² oppervlakte). De toekomstverwachtingen voor deze bedrijven zijn zowel landelijk als regionaal goed.
De bedrijven waar Laarberg zich op richt hebben een lokale en regionale binding, maar hun afzetgebied is nationaal en vaak ook internationaal. Als deze bedrijven niet op de gewenste locatie een plek kunnen krijgen, is de kans groot dat ze helemaal uit de Achterhoek vertrekken. Bedrijventerrein Laarberg is hiermee van aanzienlijk (bovengemeentelijk) belang voor het behoud van bedrijvigheid en banen voor de regio. Kwantitatief Kijkend naar de huidige uitgiftesituatie op Laarberg dan wordt ook hier dan zichtbaar dat er momenteel sprake is van een inhaalvraag na de crisis vanaf 2008. Laarberg hanteert een flexibele programmering op basis van de marktvraagontwikkeling. De circa 10 ha binnen het onderhavige plangebied is reeds uitgegeven vanwege de zeer hoge economische groei. Omdat Laarberg is gevestigd aan de N18, die inmiddels als autoweg is aangelegd, mag bovendien enig effect worden verwacht ten gunste van de arbeidsmarkt en/of grondmarkt. Dit kan zich vertalen in een (beperkte) extra vraag naar kavels op bedrijvenpark Laarberg, waardoor de ruimtebehoefte nog sneller toeneemt en nog zal toenemen.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
14
3.2.4 Conclusie Er is een aantoonbare behoefte aan bedrijventerrein in de regio Oost-Achterhoek. Deze behoefte vertaalt zich in een gerichte marktvraag naar extra bedrijfskavels op Laarberg. De kavels binnen het plangebied zijn allemaal gereserveerd. De beoogde bedrijvigheid is, gelet op de gevraagde schaal en functies niet binnen bestaand stedelijk gebied in de regio in te passen. De ontwikkeling van Laarberg Noord is dan ook niet van invloed op vraag en aanbod op reguliere bedrijventerreinen in de regio. Concluderend: de ladder voor duurzame verstedelijking is met goed gevolg doorlopen. De uitkomst is dat de ladder zich niet verzet tegen de ontwikkeling van Laarberg Noord.
3.3
Functies
Binnen het plangebied wordt hoofdzakelijk ruimte geboden aan lichte bedrijvigheid qua milieuzonering. Dit zijn onder andere bedrijven gespecialiseerd in groothandel en handelsbemiddeling met een maximale milieucategorie 3.2. Daarnaast wordt op één kavel circulaire bedrijvigheid toegestaan voor een met categorie 4.2 vergelijkbare activiteit, zoals bedrijvigheid in afvalscheiding en/of de voorbereiding tot recycling
3.4
Stedenbouwkundige visie
Laarberg Noord is een uitbreiding van het Regionaal Bedrijvenpark Laarberg fase 2, passend binnen de structuurvisie. De invulling van het plangebied ligt inmiddels vast. Aan de westzijde wordt het plangebied begrenst door een nieuw aan te leggen houtwal. Deze houtwal draagt bij aan de landschappelijke inpassing van de Laarberg. De infrastructuur van de Zuidgang wordt doorgezet in combinatie met een enkelzijdig laanprofiel. De Noordgang wordt eveneens verlengd om het plangebied goed te kunnen ontsluiten. Noordelijk van het Holtkampspad wordt de Redan doorgetrokken waardoor het gehele gebied ontsloten is. Het plangebied grenst aan het buitengebied. In deze zone mag de bebouwing maximaal 15 meter hoog worden, centraal in het plangebied is de maximale bouwhoogte 20 meter. Er heeft een verkavelingsstudie plaatsgevonden om te komen tot een flexibele en marktgerichte indeling van het plangebied. Om het geheel goed in te passen worden eisen gesteld aan de beeldkwaliteit. Deze worden toegelicht in paragraaf 3.5.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
15
Afbeelding 3.1 Verkaveling Laarberg Noord
3.5
Beeldkwaliteit
In 2012 is op basis van het Masterplan Regionaal Bedrijvenpark een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het geldt voor Laarberg fase 1 en Laarberg fase 2. Medio 2021 is dit beeldkwaliteitsplan geactualiseerd voor Laarberg Noord. Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 2 van de planregels. De belangrijkste elementen uit het beeldkwaliteitsplan zijn hierna beschreven. Algemeen Om de ruimtelijke kwaliteit en samenhang te waarborgen zijn er verschillende eisen opgesteld, waarbinnen ontwikkelingen plaats moeten vinden. Waar de ruimtelijke samenhang en het gewenste beeld van groot belang zijn geldt beeldregie hoog, waar gewenst beeld van belang is beeldregie middel en waar ze niet (direct) van belang zijn geldt beeldregie laag. Dit onderscheid is gemaakt voor zowel de openbare ruimte als op kavelniveau. Per deelgebied wordt beschreven welke eisen gelden en wensen er zijn. Dit wordt in het beeldkwaliteitsplan samengevat in een tabel met (eventueel) referentiebeelden. Hoe hoger de regie, des te meer eisen worden opgelegd.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
16
Afbeelding 3.2 Mate van beeldregie Op afbeelding 3.2. is te zien dat binnen Laarberg Noord, globaal aangegeven door middel van de oranje en rode lijnen zichtbaar welke beeldregie van toepassing is. Langs de Verbindingszone wordt een hoge beeldkwaliteit geëist. Voor het overige deel gelden de lage beeldkwaliteitseisen. Aan de westzijde wordt door middel van een houtwal de landschappelijke kwaliteit geborgd. Eisen beeldregie Laarberg Noord Voor het deel met beeldregie laag worden eisen opgelegd met betrekking tot kleur- en materiaalgebruik, erfscheidingen en de rooilijn waarop of achter met een maximale hoogte gebouwd moet worden. In onderstaande tabel 3.1 wordt dit per aspect weergegeven.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
17
Tabel 3.1 Eisen beeldregie laag Eisen Onderdelen Organisatie van de kavel
Bebouwing minimaal 10 meter afstand van de achterzijde perceelsgrens indien grenzend aan het landschap. Bebouwing minimaal 3 meter van zijlingse perceelsgrens. Parkeren op eigen terrein. Laden en lossen op eigen terrein. Opslag achter de gevellijn.
Rooilijn
Minimaal bouwen in of achter de 1e rooilijn. 1e rooilijn op 3 meter van perceelsgrens met openbare ruimte. 2e rooilijn op 7 meter van perceelsgrens met openbare ruimte.
Bouwhoogte
Tussen de 1e en 2e rooilijn maximaal 8 meter, achter de 2e rooilijn maximaal 20 meter. Ter plaats van (A) geldt een maximale bouwhoogte van 15 meter. Bouwhoogte hoger dan 20 meter toegestaan ten behoeve van een verticaal productieproces tot maximaal 30 meter, met een maximale oppervlakte van 1.000 m2. Het kleurgebruik dient ondergeschikt te zijn en in afstemming met Welstand. (NB: afwijk ing tot maximaal 30 meter geldt niet voor Laarberg Noord)
Materiaalkeuze
Basisvolume: plaatmateriaal met of zonder gemetselde plint. Representatief deel of eventueel tweede toegevoegd volume: baksteen, glas, beton, hout, natuursteen, keramisch, geribbeld of vlak plaatmateriaal (staal, rvs, verzinkt) of groene gevels.
Materiaalkleur
Toepassen van materiaaleigen kleuren. Baksteen: midden- tot donkere spectrum (rood, roodbruin, grijs, antraciet, mangaan, zwart). Stalen beplating: van lichtgrijs tot donkere grijstinten / antraciet. Accenten zoals kozijnen, deuren, kolommen: kleurvrij.
Erfscheiding
Hekwerk parallel aan de weg: op de erfgrens, in de 1e rooilijn of gelijk met bebouwing Maximaal hoogte: 2 meter. Kleur: antraciet.
Voor het deel met beeldregie hoog worden andere eisen opgelegd. In onderstaande tabel 3.2 wordt dit per aspect weergegeven. Na de tabel worden deze eisen nader toegelicht. Tabel 3.2: Eisen beeldregie hoog Eisen Onderdelen Organisatie van de kavel
Geen parkeren in het zicht. Geen opslag in het zicht. Geen laden en lossen in het zicht. (aan zijkant of achterzijde)
Rooilijn
Verplicht bouwen in de rooilijn. 1e rooilijn op 3 meter van perceelsgrens met openbare ruimte. 2e rooilijn op 7 meter van perceelsgrens met openbare ruimte. In aanzicht: minimaal 80% van de rooilijn bebouwd. Circa 30% in de 1e rooilijn bouwen.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
18
Materiaalkeuze
Basisvolume: plaatmateriaal met of zonder gemetselde plint. Representatief deel of eventueel tweede toegevoegd volume: baksteen, glas, beton, hout, natuursteen, keramisch, geribbeld of vlak plaatmateriaal (staal, rvs, verzinkt) of groene gevels.
Materiaalkleur
Toepassen van materiaaleigen kleuren. Baksteen: midden- tot donkere spectrum (rood, roodbruin, grijs, antraciet, mangaan, zwart). Stalen beplating: van lichtgrijs tot donkere grijstinten / antraciet. Accenten in zoals kozijnen, deuren, kolommen, kleurvrij.
Hoogte
1e rooilijn: bouwhoogte tussen de 6 en 8 meter. 2e rooilijn: bouwhoogte maximaal 15 meter. Ter plaatse van (A) geldt een maximale bouwhoogte van 15 meter.
Dak
Plat dak.
Erfscheiding
Haag (bijvoorbeeld een beukenhaag) op de perceelgrens aan de zijde van de naar de weg toegekeerde gevel. (60 à 80 cm hoog). Indien hekwerk, dan verplicht in 1e of 2e rooilijn (in gevellijn basisvolume maximaal 2 meter hoog en antraciet van kleur.
Eisen beeldregie hoog Samenhang wordt bereikt door de kleur van de bebouwing, wandvorming en organisatie van de kavel. De wandvorming, als achtergrond voor de groene Verbindingszone, wordt gecreëerd door in het aanzicht minimaal 80% van de rooilijn te bebouwen, waarvan minimaal 30% in de eerste rooilijn. De eerste rooilijn ligt op 3 meter uit de perceelsgrens en de tweede rooilijn op 7 meter. Indien er geen bebouwd programma aanwezig is, dan is er de mogelijkheid dit door middel van een 'pergola' vorm te geven(zie referentiebeelden). Belangrijk aspect is wel dat dit in goede overeenstemming moet met aanliggende kavels. De voorkeur gaat uit naar de eis van circa 80% bouwen in de rooilijn. De samenhang in kleur wordt bereikt door het basisvolume van de bebouwing uit te voeren in een midden grijs tot antraciet tinten. Extra aandacht wordt besteed aan de organisatie van de kavel. Het parkeren dient uit het zicht plaats te vinden evenals de opslag en het laden en lossen. Op de perceelsgrens, grenzend aan de Verbindingszone, komt een haag (60 à 80 cm hoog, bijvoorbeeld een beukenhaag). Indien men een hekwerk wil plaatsen dan vindt dit in de eerste of tweede rooilijn plaats. Deze is maximaal 2 meter hoog en antraciet van kleur.
3.6
Duurzaamheid
De regio Achterhoek heeft sterke ambities rond windenergie, zonne-energie, gebruik van warmte en energie uit biomassa, om te komen tot een energieneutrale regio. Bedrijventerrein Laarberg biedt mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie. Ook op het gebied van innovatie zijn er kansen op Bedrijventerrein Laarberg, zoals verduurzaming van productieprocessen. Met de ontwikkeling van Laarberg Noord wordt nadrukkelijk verder vormgegeven aan het duurzame imago voor het hele bedrijventerrein. Laarberg wil letterlijk ruimte voor ondernemingen creëren om de krachten te bundelen en kennis te delen. Hierbij moeten koppelingen worden aangebracht tussen de (zwaardere) maakindustrie, de agro-food en duurzame energie. Recentelijk zijn op Laarberg al enkele ontwikkelingen gerealiseerd die passen in de ambities op het gebied van innovatie en duurzaamheid, zoals de aanleg van een solarpark en de vestiging van een duurzaam tankstation. Daarnaast stimuleert Gebiedsonderneming Laarberg de individuele bedrijven tot (onder meer) het plaatsen van zonnepanelen op het dak van bedrijfsgebouwen en het bevorderen van andere duurzaamheidsambities die ook in het RPW zijn opgenomen. Ook op het gebied van infrastructuur worden duurzame innovaties doorgevoerd, zoals een 'drievoudig rioolstelsel'.
In vergelijking met conventionele riolering is dit een duurzaam stelsel, waarbij het beter benutten, het niet vervuilen en het niet onnodig transporteren van regenwater belangrijke uitgangspunten
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
19
zijn. Daarnaast gaat Gebiedsonderneming Laarberg samen met nieuwe en bestaande bedrijven na op welke manier kan worden gekomen tot (verdere) vergroening van het bedrijventerrein. Bij het beoordelen van kansen en het overwegen van mogelijkheden wordt onder andere aangesloten bij de publicatie "Hoe vergroenen we bedrijventerreinen? Meer ruimte voor biodiversiteit en klimaatadaptatie op bedrijventerreinen" (Provincie Gelderland i.s.m. NL Greenlabel, 2019).
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
20
Hoofdstuk 4
4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale omgevingsvisie In 2020 is de structuurvisie Nationale omgevingsvisie (hierna: "NOVI") vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen, waaronder woningbouw, duurzame energie, klimaatadaptatie en circulariteit. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Voor een duurzaam economisch groeipotentieel moeten bedrijventerreinen passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven, en zo de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 heeft gevolgen voor de doorwerking van het nationale ruimtelijke beleid.
Totdat de Wro in werking was getreden was het geldende rijksbeleid vastgelegd in Planologische Kernbeslissingen (PKB's). Sinds 1 juli 2008 zijn deze documenten alleen nog bindend voor het rijk en niet meer voor andere overheden. Het rijk kiest ervoor om het deel van het ruimtelijk beleid dat bedoeld is bindend te zijn voor andere overheden, ook onder de Wro te borgen. Dit kan via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt over ruimtelijke ordening. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau, in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee, defensie, erfgoederen en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. In deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.
Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, reserveringsgebieden voor nieuwe hoofdwegen en spoorlijnen en reserveringsgebieden voor uitbreiding van enkele bestaande hoofdwegen. In bijlage E van het Barro zijn radarzones weergegeven. Het bedrijventerrein ligt binnen een aangewezen zone rond een antenneveld in Eibergen (formeel: gebied rondom zend- en ontvangstinstallaties buiten militair luchtvaartterrein antennepark Eibergen). Hier geldt een maximale bouwhoogte van 22 meter. Middels een ontheffing kan hier van afgeweken worden. De bouwhoogte van de nieuwe bedrijfsbebouwing binnen het plangebied wordt beperkt tot maximaal 22 meter, zodat een ontheffing niet nodig is. 4.1.3 Conclusie Het bestemmingsplan Laarberg Noord is in overeenstemming met het beleid en de instructieregels van het Rijk.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
21
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De omgevingsvisie Gaaf Gelderland is een integrale visie, niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook voor waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling, natuur en milieu, inclusief de sociale gevolgen daarvan. Nieuwe bedrijven concentreren zich bij voorkeur op bestaande bedrijventerreinen en zijn schoon en groen. Regionale bedrijventerreinen De omgevingsvisie beoogt een gevarieerd aanbod aan goed ontsloten, kwalitatief hoogwaardige, duurzame werklocaties mogelijk te maken door hierover in gesprek te gaan met de Gelderse regio's en regionale afspraken te maken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van werklocaties. Het concentreren van economische activiteiten heeft daarbij de voorkeur, boven versnippering. Ook wordt we het omvormen van bestaande gebouwen en locaties gestimuleerd zodat deze weer aansluiten bij de wensen van bedrijven en werknemers. Het gaat om het juiste bedrijf op de juiste -optimale- plaats. Ondernemerschap en innovatie wordt ook gestimuleerd, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten.
Zeker wanneer ondernemers een duurzaam Gelderland dichterbij brengen Energieopwekking en energieneutraliteit in de Achterhoek In een regionaal 'routekaart'-proces maakt de provincie afspraken met regio's, gemeenten, terreinbeherende organisaties en netwerkbedrijven over hoe de ambities voor energietransitie per regio waar te maken. Uitgangspunt van de routekaarten is de ambitie die binnen de regio leeft rond windenergie, zonne-energie, gebruik van warmte en energie uit biomassa. Het routekaartproces resulteert in een overzicht van de locaties en ambities die de provincie en partijen in de Achterhoek hebben voor hernieuwbare energie: windenergie, zonne-energie, gebruik van warmte en energie uit biomassa. In de regio Achterhoek is er een sterke ambitie om te komen tot een energieneutrale regio. Organisatiestructuren als AGEM en BION zijn samenwerkingsvormen om die energieneutraliteit te verwezenlijken. 4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland Bij de Omgevingsvisie Gelderland zijn regels gesteld in de Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerde versie maart 2021). Door deze integrale verordening stelt de provincie algemene regels aan de inhoud, toelichting en/of onderbouwing van bestemmingsplannen. Deze regels kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen daarvan of gebiedsgerichte thema's betreffen.
De volgende onderdelen uit de Omgevingsverordening zijn relevant voor het plangebied: Regionale bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn primair bedoeld voor functies die zich moeilijk laten combineren met andere functies vanwege omvang, vervoersbewegingen en milieuhinder. In artikel 2.10 is opgenomen dat de bestemming tot bedrijventerreinen slechts toegestaan is indien dit past in het vigerende Regionaal programma werklocaties. Zie hierna. De omgevingsverordening stelt regels aan regionale bedrijventerreinen. Bedrijfsfuncties uit milieucategorieën 1 en 2 en bedrijfsfuncties die gemengd kunnen worden zijn in beginsel niet toegestaan op regionale bedrijventerreinen. Hiervan kan afgeweken worden wanneer de vestiging van deze bedrijven vanwege de milieuzonering of op grond van overwegingen van ruimtelijke kwaliteit gewenst zijn. 4.2.3 Conclusie Laarberg betreft een regionaal bedrijvenpark dat voorziet in de opvang van groter of zwaardere bedrijven. Deelgebied Laarberg Noord voorziet in de realisatie van bedrijven in de milieucategorieën 3 tot en met 4.2. Met deze voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van het plangebied wordt voorzien in de ambitie van de provincie ten aanzien van de opvangfunctie van grotere en zwaardere bedrijven op regionale terreinen.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
22
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Regionale structuurvisie Achterhoek De visie 'Speerpunten Regionaal Ruimtelijk beleid Achterhoek 2011-2020' geeft de beleidsambities van acht Achterhoekse gemeenten voor de regionale economie, volkshuisvesting, landschappelijke kwaliteit, leefbaarheid en mobiliteit. De visie is een aanvulling en actualisatie op de Regionale Structuurvisie Achterhoek uit 2004 en legt de nadruk op andere speerpunten ten gevolge van de demografische ontwikkelingen. In de visie uit 2004 was uitgangspunt voor de positionering van de Achterhoek ten opzichte van andere regio's: de doorontwikkeling als een economisch en sociaal-cultureel zelfstandige regio die zich naar buiten toe met name profileert met haar kleinschaligheid en gebiedskwaliteiten. Een grotere dynamiek in de regio wordt nagestreefd met behoud van de eigen ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van bedrijventerreinen is het algemene uitgangspunt: het juiste bedrijf op de juiste locatie. Er wordt ruimte geboden voor groei van lokale bedrijvigheid in bestaande sectoren als detailhandel, bouwnijverheid en industrie en in relatief nieuwe sectoren als recreatie, toerisme, dienstverlening en op het gebied van gezondheid en zorg. Aan nieuwe keuzes en ontwikkelingen gaat regionale afstemming vooraf. Speerpunten zijn: 1. demografische ontwikkeling; 2. oriëntatie op externe relaties (met het KAN-gebied, Twente, Duitsland, Stedendriehoek); 3.
de verandering van het platteland; 4. duurzame energie. 4.3.2 Regionaal Programma Werklocaties (RPW) Regio Achterhoek In regionaal verband hebben de gemeenten en de provincie in de regio Achterhoek afspraken rondom bedrijventerreinen vastgelegd in het Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2019 - 2023 (RPW). Het RPW is vastgesteld door de gemeenteraden in de regio Achterhoek en op 12 november 2019, door Gedeputeerde Staten van Gelderland. Met het RPW wordt invulling gegeven aan de Structuurvisie bedrijventerreinen en werklocaties. Het RPW biedt het kader voor concrete werk- en projectafspraken tussen de regiogemeenten. De provincie Gelderland is partner op diverse onderwerpen. Zij is nauw betrokken bij afspraken over vraag en aanbod, aanpak van de herstructurering en implementatie van de SER-ladder. Op subregionaal niveau zijn de volgende aanvullende afspraken gemaakt: het regionaal afsprakenkader over planning en programmering van bedrijventerreinen tussen Regio Achterhoek en provincie; de vertaling en uitwerking van de gemeentelijke, regionale en provinciale doelstellingen op het gebied van bedrijventerreinen; het toetsingskader voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio. In het RPW is Laarberg opgenomen als ontwikkeling waar grootschalige en/of zware milieuhinderlijke bedrijvigheid kan worden opgevangen.
Op deze manier kan op de andere bedrijventerreinen in Groenlo en Lichtenvoorde ruimte gecreëerd worden voor kleinschaligere bedrijven. Het is belangrijk dat de gemeente Oost Gelre verschillende kavelgroottes kan bieden. De Laarberg biedt hiervoor de mogelijkheid. Naar aanleiding van de vaststelling van het RPW is de Achterhoek zelf met uitvoeringsafspraken gekomen, waarin onder meer de volgende passage is opgenomen: "Het verwerken van duurzaamheidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Voor de uitbreiding of aanleg van nieuwe bedrijventerreinen betekent dit concreet het volgende: het benutten van daken voor zonnepanelen; gasloos bouwen (tenzij noodzakelijk voor het productieproces);
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
23
uitwisseling restwarmte, elektriciteit en grondstoffen binnen het terrein en de directe omgeving het reserveren van ruimte voor bijvoorbeeld (elektrische) oplaadpunten, waterstof tanken, batterij/voorzieningen t.b.v. opslaan elektriciteit; het opstellen van een materialenpaspoort voor gebouwen; voldoende waterberging, natuurinclusief bouwen en het vergroenen van de openbare ruimte waardoor samen een goede groene structuur en aantrekkelijkere omgeving ontstaat; parkmanagement of een andere vorm van organisatiegraad. We spreken af dat we ontwikkelplannen vroegtijdig met de provincie doorspreken om op grond daarvan tot een goede invulling komen." In aanvulling op het doorspreken van ontwikkelplannen met de provincie wordt opgemerkt dat het uitvoeren van duurzaamheidsmaatregelen privaatrechtelijk wordt geborgd bij de uitgifte van de kavels. 4.3.3 Conclusie Binnen het plangebied Laarberg Noord wordt invulling gegeven aan het beleid als benoemd in de Regionale structuurvisie Achterhoek en het RPW Achterhoek inclusief uitvoeringsafspraken. Bij de individuele kaveluitgifte wordt ingegaan op de duurzaamheidsdoelstellingen.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Toekomstvisie 2020 Oost Gelre In de 'Toekomstvisie 2020 Oost Gelre', vastgesteld in 2009, zijn de wensbeelden van de gemeente voor 2020 weergegeven. Ook komt aan de orde hoe de gemeentelijke organisatie met dat toekomstbeeld omgaat. In 2020 komt dat onder andere tot uiting in het feit dat Oost Gelre voor Oost-Achterhoek de belangrijkste speler is op het gebied van industriële bedrijvigheid. De (gerevitaliseerde) industrieterreinen concentreren zich daarbij rond de verbindingsweg tussen Groenlo en Lichtenvoorde. Er zijn goede mogelijkheden voor betaalbaar openbaar vervoer, wat overigens gestimuleerd wordt door de aanwezige bedrijven. Het regionale duurzame bedrijvenpark 'De Laarberg' in Groenlo is gevuld met diverse verhuisde bedrijven, afkomstig uit de gehele Oost Achterhoek, maar ook met een groot aantal nieuwe bedrijven. Aan duurzame energie en duurzaamheid in zijn algemeenheid wordt veel waarde gehecht. Alle milieubelastende bedrijven zijn uit de kernen verdwenen. Verder zijn de bedrijven zo ingericht dat mogelijke milieuproblemen al bij de bron worden aangepakt. Dit maakt het wonen en recreëren in Oost Gelre prettig en veilig. Er zijn dan ook geen klachten meer als gevolg van industriële bedrijvigheid en aan het industrieel erfgoed worden nieuwe bestemmingen gegeven.
Bedrijven kunnen ook buurten en buurtschappen 'adopteren' om zo de sociale duurzaamheid in Oost Gelre te stimuleren. 4.4.2 Structuurvisie Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg Voor de uitbreiding van het regionaal bedrijvenpark is een structuurvisie 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg' en bijbehorend plan-m.e.r. opgesteld (vastgesteld 17 december 2013). De structuurvisie vormt het kader voor de toekomstige ontwikkelingen voor het regionaal bedrijvenpark. Aan de hand van de structuurvisie kunnen voor concrete ontwikkelingen bestemmingsplannen op maat worden opgesteld. In de structuurvisie is de ruimtelijke visie beschreven op de gehele ontwikkeling en zijn randvoorwaarden voor de nadere invulling opgenomen. Deze randvoorwaarden zijn mede voortgekomen uit de uitgevoerde planMER en gelden ook voor de bestemmingsplannen die opgesteld worden voor onder andere Laarberg Noord. Voor de wijze van implementatie van deze randvoorwaarden in de planregels en op de verbeelding wordt verwezen naar Hoofdstuk 6. De visie beschrijft het plan voor Laarberg op hoofdlijnen. Laarberg wil over enige jaren de bindende
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
24
economische schakel zijn voor de regio. De ambitie ligt er om Laarberg een duurzame motor te laten worden voor de regio om ondernemers in de drie topsectoren ' Maakindustrie', 'AgroFood' en 'Duurzame Energie' maximaal te faciliteren. De eerste twee industrietakken zijn zeer sterk vertegenwoordigd in de regio en behoren tot de negen topsectoren die de Rijksoverheid heeft aangewezen. Tevens is Laarberg de plek waar ruimte is voor de provinciale opgave voor zwaardere bedrijvigheid. Ondernemingen worden steeds vaker ingericht op basis van het 'open innovatie model'. Dat vraagt om fysieke plekken waar de sector zich kan clusteren. Laarberg kan zo'n omgeving worden. De directe omgeving en delen van Laarberg hebben ook landschappelijke waarde. De ontwikkeling van het bedrijventerrein maakt, daar waar mogelijk, zoveel mogelijk gebruik van die kwaliteiten. Daarmee kan een terrein ontwikkeld worden dat functionaliteit laat samengaan met ruimtelijke kwaliteit. Er wordt rekening gehouden met de specifieke kwaliteiten van de omgeving. Dit kan er toe leiden dat op de ene plek het bedrijventerrein juist wordt tentoongesteld aan de omgeving (rond de Grolse Linie), terwijl het op een andere plek voor de omgeving 'verstopt' wordt; juist een hele groene uitstraling krijgt, aansluitend op het bestaande landschap (aan de westzijde).
Alvorens een ontwikkeling plaatsvindt aan een rand, worden groenstructuren gerealiseerd, welke tevens als compensatiegebied kunnen dienen. De structuurvisie maakt onderscheid in vier ruimtelijke eenheden, met elk haar eigen ruimtelijke en functionele kenmerken (zie afbeelding 4.1). Dit zijn: 1. de Verbindingszone; 2. het Biobased Transitiepark; 3. het Bedrijventerrein; 4. het Agrarisch Landschap. De samenhang tussen de ondergrond en de nieuwe ontwikkeling bovengronds, wordt door deze bovengenoemde zones zichtbaar gemaakt. Het Bedrijventerrein vormt het grootste deel van het Regionale bedrijvenpark Laarberg; in feite is het gebied ingeklemd tussen enerzijds het Biobased Transitiepark/Verbindingszone en het Agrarisch Landschap en anderzijds het bestaande deel van het bedrijventerrein van Laarberg. De bestaande structuren van Laarberg worden doorgezet in de uitbreiding. Dit zorgt voor een versmelting van de eerste en tweede fase. Het ruimtelijke casco wordt in eerste instantie afgestemd op de zich vestigende bedrijven.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
25
Afbeelding 4.1 Structuurvisie Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg De uiteindelijke structuur binnen het bedrijventerrein dient aan te sluiten op de Verbindingszone, het Agrarisch Landschap en het bestaande deel van het bedrijventerrein. Hierbinnen kan gefaseerd en flexibel worden ontwikkeld. De exacte ligging van de wegen is bekend en biedt een doorlopende structuur. Ruimtelijk gezien gaan Laarberg fase 1, 2 en Noord nu samen. In de noord-zuidrichting bestaan de profielen uit een functioneler profiel; minder breed maar functioneel. Kwalitatief groen wordt samengebracht in de Verbindingszone. Voorwaardelijke bepalingen In de Structuurvisie zijn voorwaardelijke bepalingen opgenomen. Deze bepalingen komen voort uit de opgestelde plan m.e.r.. Het stellen van voorwaardelijke bepalingen voor de thema's natuur, verkeer, geluid en geur is noodzakelijk gebleken om de uitvoerbaarheid van de structuurvisie te waarborgen.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
26
Deze voorwaarden werken door in bestemmingsplannen. 4.4.3 Beleid installaties opwekking hernieuwbare energie De gemeente Oost-Gelre wil energieneutraal zijn in 2030. Daartoe is beleid opgesteld voor de plaatsing van installaties waarmee hernieuwbare energie kan worden opgewekt. Dit beleid wordt gehanteerd om initiatieven goed te kunnen begeleiden en af te wegen. Daarbij gaat het om initiatieven zoals windenergie, zonne-energie, energie uit biomassa maar ook om energiebesparing. De gemeente richt zich in haar beleid op bewezen en betaalbare technieken. Voor alle initiatieven geldt dat er maatschappelijk draagvlak moet zijn, mogelijkheden voor financiële participatie moet worden geboden en dat de aanleg economisch en duurzaam moet plaatsvinden (bijvoorbeeld transportbewegingen beperken door inzet van lokale bedrijven). Voor bedrijventerreinen zoals de Laarberg noemt de beleidsnotitie bijvoorbeeld de plaatsing van zonnepanelen (tot circa 2 ha) bij grote parkeerplaatsen bij bedrijven, en uiteraard zonnepanelen op gebouwen. Maar ook kan hier gedacht worden aan de plaatsing van windturbines. Daarbij gelden wel voorwaarden, onder meer op het gebied van landschappelijke inpassing en beleving. Dit plan voorziet op voorhand geen grootschalige installaties. 4.4.4 Conclusie De invulling van Laarberg Noord is conform de Structuurvisie Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg.
Daardoor wordt ook aangesloten op de Toekomstvisie 2020 Oost Gelre.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
27
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
28
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk wordt het plan, zoals dat in Hoofdstuk 3 is beschreven, getoetst aan (en gemotiveerd vanuit) specifieke regelgeving op het gebied van het milieu en de bescherming van bijzondere waarden. Elke paragraaf is voorzien van een conclusie en - zo nodig - een attendering wanneer op het betreffende aspect nog nader onderzoek is vereist in het kader van een omgevingsvergunning.
5.1
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.)
Inleiding Bij ieder project van enige omvang of impact is het nodig een beoordeling vooraf uit te voeren naar de milieueffecten. Deze verplichting vloeit voort uit Europese regelgeving en is in Nederland in wetgeving opgenomen. Deze beoordeling kán leiden tot de slotsom dat er een milieu-effectrapportage (m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Voor de ontwikkeling van Laarberg Noord kan op drie manieren een m.e.r- plicht ontstaan, namelijk vanwege het feit dat: 1. het project een uitbreiding van een bedrijventerrein betreft, en 2. het project kaderstellend is voor m.e.r.(beoordelings-)plichtige activiteiten, of 3. er mogelijk significante effecten zijn te verwachten op Natura 2000-gebieden. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie 11 van onderdeel D de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein als m.e.r.-plichtige activiteit opgenomen. De daarbij behorende drempelwaarde bedraagt een oppervlakte van 75 hectare of meer. Omdat met het gehele ontwikkeling van Laarberg onder deze drempelwaarde wordt gebleven is er geen sprake van een rechtstreeks m.e.r.-plicht op basis van het Besluit m.e.r. en kan in beginsel met een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling worden volstaan. De uitbreiding van Laarberg Noord valt binnen de structuurvisie.
Deze structuurvisie is plan-m.e.r.-plichtig gezien de aard en omvang van de voorziene ontwikkelingen en de op voorhand niet uit te sluiten significante effecten op Natura 2000-gebieden (waardoor een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming verplicht is). Er is daarom ook een plan-m.e.r. opgesteld waarin de milieueffecten van Laarberg in samenhang zijn beschouwd (zie Bijlage 2). Omdat er reeds een m.e.r. is doorlopen voor het plan is het niet nodig om opnieuw de m.e.r.-plicht te onderzoeken voor de individuele initiatieven op Laarberg Noord. In artikel 2.7 lid 1 jo. 2.8 Wnb is geregeld dat een bestuursorgaan een besluit uitsluitend kan nemen indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Op grond van artikel 7.2a lid 1 Wm zijn bestemmingsplannen, waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt, m.e.r.- plichtig. Een passende beoordeling is noodzakelijk wanneer significante effecten vanwege de nieuwe ontwikkeling op instandhoudingsdoelstellingen niet zijn uit te sluiten. De Commissie MER heeft in haar toetsingsadvies d.d. 16 december 2013, geadviseerd om in een aanvulling op het MER aannemelijk te maken dat het voornemen past binnen de kaders van wat nu de Wet natuurbescherming is en deze informatie te betrekken bij de besluitvorming over de Structuurvisie.
Onderzoek in de aanvulling op hoofdlijnen of er alternatieven en/of effectieve maatregelen mogelijk zijn die aantasting van natuurlijke kenmerken kunnen voorkomen. In paragraaf 5.10 van deze toelichting wordt nader op de (eventuele aantasting van) natuurlijke kenmerken ingegaan en op welke wijze hier procedureel mee om is gegaan. Onderzoek In het licht van artikel 7.14 lid 1 Wm bevat dit ruimtelijk kader een vermelding op welke wijze rekening is gehouden met de in het plan-m.e.r. beschreven milieugevolgen en wat is overwogen met betrekking tot de in dat rapport beschreven alternatieven. In het plan-m.e.r. zijn twee alternatieven beschouwd. Het voorkeursalternatief dat hieruit volgt komt nagenoeg overeen met het tweede beschouwde alternatief.
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
29
Het voorkeursalternatief is weergegeven in onderstaande verbeelding.
Afbeelding 5.1 Voorkeursalternatief planMER Het voorkeursalternatief (VKA) van de Laarberg als geheel is beoordeeld op basis van de milieueffecten,
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
30
zie tabel 5.1. Te zien is dat de beoordeling van het VKA maar op één punt afwijkt van het alternatief 2. Het natuurcriterium Ecologische Hoofdstructuur (EHS; oftewel Gelders Natuurnetwerk in de Omgevingsvisie Gelderland) wordt beoordeeld als neutraal (0) in plaats van positief. Reden hiervoor is dat de gereserveerde zone langs de zuidzijde van de Leerinkbeek smaller is dan in alternatief 2. De smallere zone is nog wel als een licht positief effect op te vatten, maar het effect is niet groot genoeg voor een '+'. In onderstaande tabel zijn de milieueffecten van de alternatieven en het voorkeursalternatief samengevat aan de hand van een beoordeling. Tabel 5.1: Beoordeling milieueffecten alternatieven en voorkeursalternatief planMER
In het plan-m.e.r. zijn voorwaarden opgenomen voor de realisering van het voorkeursalternatief. Deze voorwaarden zijn overgenomen in de structuurvisie en dit bestemmingsplan en die luiden als volgt: 4. functiegebieden op een verbeelding met bijbehorende milieuzoneringsregels en regels ter waarborging van een adequate externe veiligheidssituatie; 5. fijnafstemming op het gebied van de toelating van bedrijven en stikstofdepositie op Natura2000-gebieden in de omgeving; 6. motivering van het plan ten aanzien van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone (dit plan ligt op enige afstand ervan, geen nadere regels nodig); 7. een uitgebreide motivering op het gebied van soortenbescherming, resulterend in het aanvragen (en reeds verkrijgen) van benodigde ontheffingen op grond van de Wet natuurbescherming; 8. functiegebieden op een verbeelding voor de hoofdverkeersstructuur en belangrijke groenvoorzieningen, waarbij voor de laatste drie verschillende regelsets zijn opgenomen, omdat de doelstellingen van de groene zones van elkaar verschillen; 9. uitgebreide motivering op grond van de Ladder voor duurzame verstedelijking, mede op basis van een specifieke marktverkenning; 10. regels ter waarborging van een maximale geluidemissie van 70 dB(A)/m² (*); 11. regels ter waarborging van de beoogde beeld- en landschappelijke kwaliteit; 12.
opname van een archeologisch beschermingsregime(**). Indien en voor zover relevant voldoet het plan aan het eerder vermelde toetsingsadvies van de Commissie MER, met name voor wat betreft het nader onderzoek naar aantasting natuurlijke kenmerken en de actuele invulling van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
Inleiding
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
31
Bedrijvigheid kan negatieve effecten met zich mee brengen voor woningen en gevoelige functies in de omgeving. Negatieve effecten kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op geur, geluid, stof en trillingen. Daarnaast kunnen woningen nabij bedrijvigheid de ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven belemmeren. Het is daarom wenselijk dat bedrijfsactiviteiten of andere milieubelastende functies op een zekere afstand van woningen en andere hindergevoelige functies worden gesitueerd. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft hiervoor een handreiking opgesteld: de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). In 2019 is de handreiking 'Milieuzonering nieuwe stijl' gepubliceerd. Deze nieuwe handreiking gaat uit van een 'toedelingsprincipe': per bedrijfsmatige activiteit wordt gebruiksruimte opgenomen, die wordt begrensd door concrete milieunormen op een standaard afstand van de activiteit. Toepassing van dit toedelingsprincipe mag om te komen tot een goede ruimtelijke ordening c.q. een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. In plaats van een milieuzonering aan de hand van milieucategorieën en richtafstanden, wordt hierbij gewerkt met een milieuzonering aan de hand van een gebruiksruimte gekoppeld aan milieunormen. Benadrukt wordt dat deze 'ruimtelijke' milieunormen bestaan naast de normen in het milieuspoor.
De normen op grond van het Activiteitenbesluit en een eventuele omgevingsvergunning milieu blijven dan ook zelfstandig van kracht. Deze nieuwe VNG-publicatie is een alternatief naast de bestaande VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009. Van die laatste publicatie wordt in dit bestemmingsplan uitgegaan. Daarin wordt aangegeven hoe door middel van milieuzonering de afstand tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies voldoende blijft. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. Niet ieder bedrijf heeft evenveel invloed op de omgeving. In de handreiking worden bedrijfsactiviteiten daarom ingedeeld in zes categorieën. Per milieucategorie zijn richtafstanden opgenomen die aangehouden kunnen worden om hinder te voorkomen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden weergegeven. Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van geluid, stof, gevaar en geur. De bedrijvigheid kan volgens de handreiking van de VNG ingedeeld worden in categorieën die lopen van 1 tot en met 6. Hierbij lopen de richtafstanden uiteen van 0 meter tot 1500 meter.
Tabel 5.2: Richtafstanden per milieucategorie Richtafstand tot rustige Richtafstand tot Milieucategorie woonwijk (m) gemengd gebied (m) 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
10 30 50 100 200 300 500 700 1.000 1.500
0 10 30 50 100 200 300 500 700 1.000
Onderzoek In het kader van het PlanMER voor de Structuurvisie uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg is onderzoek uitgevoerd naar bedrijven en milieuzonering. Voor het ruimtelijk ontwikkelingskader is van belang dat in de directe (minder dan 400 meter) omgeving van Laarberg Noord geen (bedrijfs-)woningen liggen. Daarbuiten is sprake is van verspreid liggende woonbebouwing in een buitengebied waar al (agrarische) bedrijvigheid plaatsvindt en niet van een rustige woonwijk, mogen de richtafstanden tot aan een 'gebied met menging van functies' gehanteerd worden. In beginsel zouden hierdoor kwetsbare objecten binnen plaatsgebonden risicocontouren kunnen komen te liggen. Hierop wordt in paragraaf 5.7 nader ingegaan. Binnen het plangebied zijn bedrijven tot maximaal milieucategorie 4.2 mogelijk. Omdat de kavels al zijn gereserveerd, is duidelijk dat er één bedrijf in die categorie valt. De andere bedrijven vallen in een lichtere
Regionaal Bedrijv enpark Laarberg, Laarberg Noord
32
milieucategorie. In paragraaf 5.5 wordt gedetailleerd ingegaan op het belangrijkste hinderaspect, namelijk geluid. Vooruitlopend daarop wordt hier reeds geconstateerd dat de geprojecteerde activiteiten qua milieuzonering, dus ook qua geluidhinder, inpasbaar zijn. Conclusie Het toestaan van bedrijven uit tot maximaal milieucategorie 4.2 is uit oogpunt van bedrijven en milieuzonering inpasbaar in de omgeving en om die reden aanvaardbaar Nadere gegevens bij aanvraag vergunning Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt aan de hand van bedrijfsspecifieke informatie bepaald welke milieucategorie het betreft, waarbij een zwaardere categorie dan 4.2 niet is toegestaan.
5.3
Verkeer
Inleiding Laarberg Noord is gelegen op het regionaal bedrijvenpark Laarberg dat gunstig gelegen en goed bereikbaar is. Via de N18 is aansluiting op het snelwegennetwerk A18, A12 en A35. Een directe aansluiting richting Duitsland ontbreekt. Laarberg is aangesloten op lokale fietsroutes. Deze vormen een goede langzaamverkeersroute voor onder andere woonwerkverkeer voor werknemers uit de nabije omgeving.