bp laarberg noord 2 toelichting
Tekst van het document
In uitzonderlijke gevallen zou dit kunnen leiden tot het moeten uitvoeren van een specifieke passende beoordeling.
5.11
Archeologie en cultuurhistorie
Inleiding Sinds 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De monumentenwet 1988 is hierin gedeeltelijk overgenomen. Het andere deel van de monumentenwet 1988 zal worden opgenomen in de Omgevingswet. Het gaat dan om het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming over de fysieke leefomgeving. Op moment zijn deze wetten opgenomen in de Erfgoedwet onder het overgangsrecht, totdat de Omgevingswet in werking treedt. Voor archeologie gaat het onder meer om: 1. het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen; 2. de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning ter bescherming van archeologie; 3. de mogelijkheid van de Minister van OCW om bij (dreigende) schade aan archeologische
Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2
53
monumenten na een toevalsvondst voorschriften te stellen aan de uitvoering de werkzaamheden of die stil te leggen; 4. de mogelijkheid van het bevoegd gezag of de Minister van OCW om toegang tot een terrein af te dwingen om archeologisch onderzoek te kunnen doen. Bepalingen over de archeologische monumentenzorg in omgevingsvergunningen zullen overgaan naar de Omgevingswet maar blijven hetzelfde. Bij de voorbereiding ervan dient inventariserend archeologisch onderzoek te worden gedaan, zodat in het plan - indien nodig - een passende regeling kan worden getroffen om aanwezige archeologische waarden te beschermen. Indien er archeologische waarden in de bodem worden aangetroffen, gelden de volgende uitgangspunten: 1. het ongestoord bewaren van de archeologische vondsten in de bodem; 2. het opgraven van de archeologische vondsten en het elders bewaren daarvan; 3. het zo veel mogelijk ontzien van de archeologische vondsten. Onderzoek In het kader van het PlanMER dat is opgesteld bij de Structuurvisie 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg' (Bijlage 8) is onderzoek uitgevoerd naar archeologie en cultuurhistorie. Dit onderzoek neemt, dat de gehele voorziene uitbreiding van bedrijvenpark Laarberg in beschouwing.
Archeologische monumentenzorg in de gemeente Oost Gelre Gemeente Oost Gelre heeft het nationale archeologiebeleid vertaald in het rapport Archeologische monumentenzorg in de gemeente Oost Gelre (RAAP, 2008). Daar hoort een archeologische beleidsadvieskaart bij, afbeelding 5.3. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en wat de archeologische verwachtingswaarde is van andere gebieden. Behoud van archeologische (verwachtings-)waarden is het uitgangspunt. Archeologische aspecten Uit de Gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart (RAAP BV, 2008) en blijkt dat er veel archeologische waarden kunnen voorkomen.
Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2
54
Afbeelding 5.3 Gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart (RAAP BV, 2008) Ter plaatse van het plangebied Laarberg Noord gelden hoofdzakelijk een lage en een middelmatige archeologische verwachtingswaarde. Om beter inzicht te krijgen in het daadwerkelijk voorkomen van archeologische waarden is eerder in het gebied een bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd (Hamaland Advies, 10 oktober 2018). Op basis van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek wordt voor het grootste deel van het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd. Met het selectieadvies wordt ingestemd. Cultuurhistorische aspecten
Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2
55
Laarberg Noord ligt echter direct ten zuiden van de Grolse Linie uit 1627 (ook wel de Circumvallatielinie genoemd). Deze linie is een belangrijke cultuurhistorisch waardevolle structuur op het bedrijvenpark Laarberg. De Grolse Linie is een aanvalslinie uit de Tachtigjarige Oorlog. Wat de Grolse Linie om Groenlo uniek maakt, is dat deze voor het grootste deel nog intact in de bodem aanwezig is. Deze ligt in het agrarisch gebied. De linies rondom andere steden zijn vrijwel volledig vergraven ten behoeve van met name snelwegen en nieuwbouwwijken. Het doel is om de Grolse Linie te behouden en waar mogelijk de structuur zichtbaar en beleefbaar te maken. De ontwikkeling van Laarberg Noord staat dit niet in de weg. Aanvullende vergunningplicht in verband met de Grolse Linie Evenwijdig aan de Grolse Linie ligt (aan weerszijden daarvan) een vergunningszone (buffer om de linie). Voor het werken binnen deze zone moet een monumentenvergunning aangevraagd te worden. Dit betreft een vergunning voor het wijzigen van een archeologisch rijksmonument. Vergunningen voor archeologische rijksmonumenten worden verleend door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Een klein gedeelte van het plangebied Laarberg Noord valt binnen de genoemde zone. In het verleden is voor de aangelegde riolering een vergunning verleend voor het werken binnen de zone.
Voorafgaand aan de rioolwerkzaamheden heeft destijds een archeologische opgraving plaatsgevonden. Hierna is dat betreffende gebied vrijgeven door de RCE. Na afronding van de ruimtelijke uitwerking van het plan voor Laarberg Noord is gebleken dat het toekomstig wegcunet voor een klein deel buiten de vrijgegeven zone ligt. Hiervoor moet een nieuwe vergunning aangevraagd worden. De vergunningaanvraag is momenteel bij de RCE in behandeling. In dat verband is in september 2021 het concept Programma van eisen voor de archeologische opgraving ingediend. De vergunningaanvraag eerder voorbesproken met de RCE. Op basis daarvan is gebleken dat er voldoende zicht is op verlening van de bovengenoemde vergunning. Daarnaast liggen er delen van toekomstige bedrijfskavels binnen de zogenaamde attentiezone rondom de linie. Omdat hier nog archeologisch onderzoek moet plaatsvinden, zijn de gronden ter plaatse van deze attentiezone voorzien van een dubbelbestemming Waarde - Archeologisch rijksmonument. Op deze manier is planologisch-juridisch geborgd dat eerst archeologisch onderzoek moet plaatsvinden voordat de betreffende kaveldelen in ontwikkeling worden genomen. Conclusie De ontwikkeling van Laarberg Noord is voor wat betreft de aspecten archeologie en cultuurhistorie uitvoerbaar. Het plangebied is bij beschikking d.d.
29 juni 2021 grotendeels vrijgegeven vanuit gemeentelijke archeologische beschermingswaarden. Voor de rijksbeschermingswaarden is voor een klein deel van de verlengde Noordgang is een aanvullende omgevingsvergunning aangevraagd. Uit overleg met de RCE bestaat voldoende zicht op verlening van deze vergunning. De vergunningprocedure zal, normaal gesproken, zijn afgerond op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan. Daarnaast is in de regels geborgd dat ter plaatse van de attentiezone langs de Grolse Linie nog archeologisch onderzoek moet plaatsvinden voorafgaand aan de verwezenlijking van de (met de voornoemde dubbelbestemming samenvallende) bestemmingen.
Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2
56
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische planopzet
Systematiek
De regels bevat regels voor het gebruik en het bebouwen van gronden. Door middel van bestemmingen en aanvullende aanduidingen is aangegeven welke functies toegestaan zijn en hoe de gronden bebouwd mogen worden. De regels omkaderen de beoogde gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied aan. Het toelichtende deel bevat de achtergronden, onderzoeken en motieven die eraan ten grondslag liggen. Deze toelichting is enerzijds voor de besluitvorming van belang, maar kan daarnaast van belang zijn bij het interpreteren van de regels of de verbeelding. Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels en op de verbeelding hun vertaling gekregen.
6.2
Vertaling ruimtelijke kaders
Voor de uitbreiding van het regionaal bedrijvenpark is een structuurvisie 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg' opgesteld. De structuurvisie vormt het kader voor de toekomstige ontwikkelingen voor het regionaal bedrijvenpark. In de structuurvisie is de ruimtelijke visie beschreven op de gehele ontwikkeling en op de ontwikkeling van deelgebieden en zijn randvoorwaarden voor de nadere invulling opgenomen. Daarnaast is voor Laarberg Noord 2 een gebiedsvisie (gebiedsperspectief) en een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Hierop wordt verder ingezoomd op de ontwikkeling van specifiek dit gedeelte van het bedrijvenpark. Tot slot is van belang de Kernkwaliteitenanalyse en inrichtingsplan Gelders Natuurnetwerk. Deze analyse is in nauw overleg met Provincie Gelderland tot stand gekomen en vormt een belangrijk kader voor versterking van natuurlijke waarden binnen het plangebied. Voorwaardelijke bepalingen De ontwikkeling van het plangebied moet voldoen aan de voorwaardelijke bepalingen zoals opgenomen in de structuurvisie, de gebiedsvisie Laarberg Noord 2, het beeldkwaliteitsplan en de Kernkwaliteitenanalyse en inrichtingsplan GNN.
De hieruit voortvloeitende voorwaarden voor de ontwikkeling en inrichting van het plangebied zijn deels impliciet vertaald via het ontwerp, en de plankaart, en deels expliciet in specifieke regels, zoals de bouwregels, voorwaardelijke verplichtingen of andere specifieke gebruiksregels.
6.3
Indeling regels
Hoofdstuk1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de regels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. Hoofdstuk2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijventerrein De bedrijfskavels en een deel van de kavelontsluitingswegen zijn bestemd als 'Bedrijventerrein'. De bestemming is hoofdzakelijk gericht op het toelaten van bedrijvigheid van minimaal categorie 3.1 tot maximaal milieucategorie 4.1. Daarbij is van belang dat mest- en biovergisting uitdrukkelijk niet zijn toegestaan. Bedrijfswoningen zijn ook niet toegestaan. Onzelfstandige kantoorfuncties zijn wel
Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2
57
toegestaan. Ook opwekking en opslag van duurzame energie, zoals zonne-energie is toegestaan. Daarnaast zijn nutsvoorzieningen toegestaan alsmede bijbehorende voorzieningen zoals de ontsluitingswegen maar ook parkeerplaatsen, groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen. Mede ter beperking van geluidhinder, met het oog op een aanvaardbare inpassing in de omgeving én ter voorkoming van negatieve effecten op Natura2000-gebieden is een hogere categorie dan 4.1 niet toegestaan. Op een klein gedeelte van het plangebied zijn bedrijven toegestaan in de categorieën 2 t/m 3.1. Het gaat hier om een kleine zone waar kleinere, maar hoogwaardige bedrijvigheid is bedoeld. Via een afwijkingsbevoegdheid van de gebruiksregels kan, na uitvoerige afweging waarbij de regiogemeenten moeten worden betrokken, eventueel volumineuze detailhandel worden toegestaan. Op Laarberg Noord 2 zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die zijn genoemd in de bij de regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, bijlage 1 van de regels. Deze staat is gebaseerd op de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, 2009). Uit de staat zijn bepaalde typen inrichtingen, die zich redelijkerwijs niet zullen vestigen op Laarberg, niet opgenomen. Denk bijvoorbeeld aan havengebonden bedrijvigheid.
Niet opgenomen bedrijfscategorieën zijn alleen toegestaan indien ze qua aard en intensiteit van de milieuhinder vergelijkbaar zijn met toegelaten bedrijfscategorieën uit de lijst. Omdat de Laarberg een regionaal bedrijvenpark is voor de vestiging van zwaardere en grotere bedrijven bedraagt de minimale oppervlakte van een bouwperceel 5.000 m². Een kleinere omvang van het bouwperceel is eventueel mogelijk, maar er moet terughoudend met deze mogelijkheid worden omgegaan, gelet op de doelstellingen van het plan. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de vestiging van een waardevol ondersteunend bedrijf, dat geen 5.000 m² nodig heeft of voor het benutten van een kleinere (rest-)kavel. Het bouwvlak mag voor 75% bebouwd worden, waarbij uit oogpunt van beeldkwaliteit regels zijn gesteld aan de situering van bouwwerken. De maximaal toegelaten bouwhoogte bedraagt 20 m voor de meeste bedrijfsgebouwen en voor telecommasten. Op een klein deel van het gebied is hoogwaardige bedrijvigheid toegelaten, waarvan de bouwhoogte maximaal 12 m mag bedragen. Deze hoogwaardige bedrijvigheid vormt een ruimtelijk-functionele overgang tussen het bedrijventerrein en het Groot Hoornwerk. De planregels voorzien eveneens in een mogelijkheid om voor schoorstenen of silo's af te wijken van de voor deze bouwwerken opgenomen maximum bouwhoogten.
In beide gevallen moet bij de afweging daarvan in elk geval worden ingegaan op de noodzakelijkheid ervan. Bij de silo's moet daarnaast zorgvuldig worden gekeken naar de externe veiligheidssituatie. De gemeente verbindt de toelaatbaarheid van deze bouwwerken aan een nadere afweging omdat deze een behoorlijk impact kunnen hebben op het ruimtelijke beeld en deels ook op de (brand-)veiligheidssituatie. Daarnaast is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor een bouwhoogte tot maximaal 30 m voor verticale productieprocessen. Hieraan zijn voorwaarden verbonden ten aanzien van maxium oppervlakte, noodzaak en ruimtelijke inpasbaarheid. Zo moet vanaf een hoogte van 22 m advies worden ingewonnen bij het Ministerie van Defensie in verband met mogelijke radarverstoring. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ter bescherming van de beeldkwaliteit van het gebied. Op deze manier kan de gemeente, zij het beperkt, enige invloed uitoefenen op bijvoorbeeld de vormgeving van bouwwerken of het aantal en de situering van parkeerplaatsen. Externe veiligheid is een belangrijk thema.
In beginsel zijn Bevi-bedrijven en/of Brzo-bedrijven uitgesloten, maar de vestiging van bepaalde activiteiten met externe veiligheidsrisico is altijd verbonden aan een nadere afweging door het bevoegd gezag, hetgeen mede op basis van een advies van de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland moet plaatsvinden. Artikel 4 Groen De bestemming 'Groen' geldt ter plaatse van de verbindingszone aan de zuidzijde van het plangebied. De zone valt grotendeels samen met het archeologisch monument (zie artikel 7). De gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van deze zone zijn daarom relatief beperkt. Artikel 5 Natuur
Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2
58
De bestemming 'Natuur' geldt ter plaatse van de bestaande bestemming Natuur én ter plaatse van de nieuwe natuurelementen zoals aangegeven in de Kernkwaliteitenanalyse en inrichtingsplan Gelders Natuurnetwerk. Voor de inrichting van de nieuwe delen is in de regels een koppeling gemaakt naar genoemd document, dat als bijlage bij de regels is opgenomen. Op die manier is verzekerd dat de ontwikkeling en instandhouding van de nieuwe natuur op de overeengekomen wijze wordt uitgevoerd. Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' geldt voor de ontsluiting van het westelijk bedrijvencluster. De bestemming sluit aan op de wegenstructuur in de omgeving. Binnen de bestemming zijn, behalve wegen, straten en paden ook andere voorzieningen toegestaan, zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen. Deze laatste zijn mogelijk tot een maximum van 25 m2. Artikel 7 Waarde - Archeologisch rijksmonument De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch rijksmonument' waarborgt de bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden in een gebied van (hoge) archeologische waarde, in dit geval het gebied van de Grolse Linie. De betrokken gronden zijn gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart.
Artikel 8 Leiding - Hoogspanningsverbinding De dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' waarborgt de belangen (veiligheid, leveringszekerheid) van de bestaande hoogspanningsverbinding die voor een klein deel samenvalt met de bestemming Groen in dit plan. Hoofdstuk3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 10 Parkeerregelgeving In dit artikel is de regeling voor parkeren opgenomen. In de regeling wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. In de parkeernota is ook aangesloten op de bepalingen die waren opgenomen in de bouwverordening, maar door de recente wetswijziging zijn vervallen. Voor specifieke gevallen is een afwijkingsbevoegdheid (onder voorwaarden) opgenomen.
Artikel 11 Algemene bouwregels In deze regels zijn algemene bouwregels opgenomen die voor alle functies in het plan gelden. Artikel 12 Algemene gebruiksregels Op grond van de algemene gebruiksregels wordt algemeen ongewenst gebruik verboden, tenzij een bepaald gebruik juist bedoeld is toe te laten op grond van de bestemmingen, direct hetzij indirect. Artikel 13 Algemene afwijkingsregels Dit artikel bevat een bevoegdheid voor bevoegd gezag om af te wijken van bepaalde, in de planregels vermelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle onderscheiden bestemmingen. Artikel 14 Algemene wijzigingsregels Dit artikel bevat een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om een bestemmingsgrens (niet zijnde de plangrens) te verschuiven.
Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2
59
Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Artikel 16 Slotregel Deze regel bevat de citeertitel van het plan.
Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2
60
Hoofdstuk 7
7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoering van de plannen voor de uitbreiding van bedrijvenpark Laarberg is de Gebiedsonderneming Laarberg opgericht. Deze heeft de uitvoering van de ontwikkeling en realisatie van dit regionale project ten doel. Gebiedsonderneming Laarberg kent twee publieke aandeelhouders; de gemeente Oost Gelre en de gemeente Berkelland. Beide aandeelhouders hebben ieder een borgstelling afgegeven. Ter beoordeling van de financiële haalbaarheid stelt de gebiedsonderneming jaarlijks een grondexploitatie op. In de grondexploitatie is rekening gehouden met de sanering van gronden als gevolg van verontreinigingen met onder andere asbest. Uit de laatste grondexploitatie blijkt dat de voorgenomen plannen voor het bedrijvenpark Laarberg sluiten met een positief resultaat.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Er is overleg gevoerd met de relevante bestuurlijke partners, waaronder de provincie Gelderland en Waterschap Rijn en IJssel. Met de provincie Gelderland is vooral gesproken over de gevolgen van het plan voor de Groene Onwikkelingszone en de daaruit voortvloeiende natuurcompensatie en inrichting daarvan. Mede op basis van de het provinciale GNN-beleid en de daaruit voortvloeiende wensen ten aanzien van de inrichting van de nieuwe natuur, heeft een aanpassing plaatsgevonden van de Kernkwaliteitenanalyse en het inrichtingsplan, zoals deze zijn beschreven in paragraaf 5.10 van de toelichting respectievelijk in Bijlage 3 van de regels. Daarnaast heeft provincie Gelderland geadviseerd een AERIUS-berekening voor dit plan te laten uitvoeren. Die berekening is inderdaard uitgevoerd, zie hiervoor eveneens paragraaf 5.10 van deze toelichting. Voor het overige kan de provincie Gelderland instemmen met het plan. Het ontwerpbestemmingsplan is, samen met het ontwerpbeeldkwaliteitsplan (als onderdeel van de planregels), voor een ieder (digitaal) ter inzage gelegd van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024. Tijdens de terinzagelegging is, op 9 januari 2024, voor het publiek een openbare informatiebijeenkomst georganiseerd. Ook zijn gesprekken gevoerd met belanghebbenden in de omgeving.
Een samenvatting van zienswijzen alsmede de beantwoording daarvan maken deel uit van de (separaat beschikbare) stukken ter besluitvorming over dit bestemmingsplan.
Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2
61