CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp laarberg noord 2 toelichting

Gemeenteraad 7 mei 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan Laarberg Noord 220.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2 Toelichting

Documenttitel: Bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2 Toelichting Status: ontwerp (ter vaststelling) Datum: 8 maart 2024 Projectnaam: bp Laarberg Noord 2 Projectnummer: BI7923 Opdrachtgever: Gebiedsonderneming Laarberg B.V. Referentie: Auteur(s): RS Collegiale toets: JWG Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: JWG Datum/paraaf vrijgave:

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

Inhoudsopgave Toelichting

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1 1.2 1.3 1.4

7 7 8 11

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerende plannen Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

13

2.1 2.2

Historie Ruimtelijke structuur

13 14

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving

15

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

15 15 17 17 19

Doelstellingen en uitgangspunten Ruimtelijk-functionele structuur Beeldkwaliteit Versterken Groene Ontwikkelingszone Duurzaam ontwikkelen

Hoofdstuk 4 Beleidskader

23

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5

23 23 23 23 24 25 26 26 26 27 27 27 27 28 28 28 28 29 31 31

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Nationale omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ladder voor duurzame verstedelijking Conclusie Rijksbeleid Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Gelderland Conclusie provinciaal beleid Regionaal beleid Regionale structuurvisie Achterhoek Regionaal Programma Werklocaties (RPW) Regio Achterhoek Conclusie regionaal beleid Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Oost Gelre 2040 (concept) Toekomstvisie 2020 Oost Gelre Structuurvisie Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg Beleid installaties opwekking hernieuwbare energie Conclusie gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten

33

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

33 35 37 39 39 42 43 43 47 50 53

Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) Bedrijven en milieuzonering Verkeer Luchtkwaliteit Geluidhinder Geurhinder Externe veiligheid Bodemkwaliteit Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

2

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet

57

6.1 6.2 6.3

57 57 57

Systematiek Vertaling ruimtelijke kaders Indeling regels

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

61

7.1 7.2

61 61

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2019-2023

Bijlage 2

Geluidsonderzoek

Bijlage 3

Gecombineerde Bodemonderzoeken Laarberg Noord 2

Bijlage 4

Wateronderzoek

Bijlage 5

Activiteitenplan Ecologie

Bijlage 6

Stikstofnotitie

Bijlage 7

Aeriusberekening Laarberg Noord 2

Bijlage 8

PlanMER Structuurvisie uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

3

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

4

Toelichting

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

5

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

6

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Het regionaal bedrijvenpark Laarberg (hierna: "Laarberg") te Groenlo wordt gefaseerd uitgebreid. Deze uitbreiding is nodig omdat in de regio Oost-Achterhoek meer behoefte is aan meer ruimte voor grotere, regionaal georiënteerde bedrijven. Door deze ruimte op één geschikte plek te concentreren, wordt voorkomen dat verspreid over de regio kleinere terreinen moeten worden aangelegd. Bovendien is Laarberg, ruimtelijk gezien, een geschikte locatie voor de inpassing van bedrijven uit de hogere milieucategorieën en is daarvoor in het gemeentelijke en provinciale beleid ook als zodanig aangewezen. Qua bereikbaarheid en zichtbaarheid, beide belangrijke vestigingseisen van bedrijven, ligt Laarberg optimaal ten opzichte van doorgaande regionale wegen. Sinds de N18 is aangelegd als autoweg kan Laarberg zich, mede door deze uitbreiding, optimaal ontwikkelen als goed bereikbare zichtlocatie. De uitbreiding van Laarberg wordt op een zorgvuldige manier voorbereidt. Dit doet Gemeente Oost Gelre, die de initiatiefnemer van deze ontwikkeling is, in nauwe samenwerking met Gebiedsonderneming Laarberg B.V. Uit deze samenwerking zijn een Masterplan en Structuurvisie 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg' en bijbehorend milieu-effectrapport (MER) voortgekomen. Deze vormen het beleidskader voor alle bestemmingsplannen die voor de uitbreiding van Laarberg moeten worden vastgesteld.

De ontwikkeling van het gebied Laarberg Noord 2 is een volgende fase in de uitbreiding van Laarberg. Het plangebied bestaat grofweg uit vier delen: het oostelijk deel dat nu al is bestemd voor bedrijven, een voor bedrijven te bestemmen westelijk deel, een centraal tussenliggend deel dat wordt bestemd voor natuurontwikkeling en de verbindingszone als landschapspark op het bedrijventerrein. Het oostelijk deel betreft deels het gebied van het bestaande bestemmingsplan Biobased Transitiepark deelgebied 1. Dat plan wordt met het voorliggende bestemmingsplan gedeeltelijk herzien voor wat betreft toegelaten activiteiten (o.a. het uitsluiten van mestvergisting) en de ruimtelijke inrichting (o.a. wijziging van de ontsluiting en aanpassing van de differentiatie van bouwhoogten). De beoogde natuurontwikkeling in het tussenliggende deel is het resultaat van uitvoerig overleg met de Provincie Gelderland.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied Laarberg Noord 2 (hierna: "plangebied") beslaat een oppervlakte van circa 30 hectare en vormt, zoals hiervoor gezegd, een onderdeel van het regionaal bedrijvenpark Laarberg te Groenlo. Het bedrijvenpark Laarberg wordt aan de noordzijde begrensd door de Leerinkbeek, aan de zuidzijde door de Noordgang, aan de Oostzijde door het Groot Hoornwerk en aan de westzijde het Zonnepark Laarberg. Op afbeelding 1.1 is de situering van het plangebied weergegeven (geel omkaderd). De witte lijn betreft de ligging van het gehele bedrijvenpark Laarberg.

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

7

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied (geel omkaderd) ten opzichte van het bedrijvenpark Laarberg (wit omkaderd).

1.3

Vigerende plannen

Bestemmingsplannen Ter plaatse geldt deels het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011', zoals dat op 18 december 2012 is vastgesteld (deels onherroepelijk in werking). Dit bestemmingsplan is daarna twee keer aangepast door middel van 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre 2014' (vastgesteld op 15 juli 2014) en 'Buitengebied, Reparatieplan 2016' (vastgesteld op 4 april 2017). Binnen het plangebied gelden, tot de vaststelling van het voorliggende plan, de bestemmingen 'Agrarisch', 'Natuur', 'Wonen', 'Verkeer' en 'Archeologisch waardevol gebied'. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Archeologisch waardevol gebied', 'Archeologische verwachtingswaarde 2' en 'Archeologische verwachtingswaarde 3'. Tevens bevindt zich in het gebied een 'ehs - verbindingszone'. Voor de ontwikkeling van het plangebied tot bedrijvenpark is aldus een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk.

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

8

Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011'. Daarnaast geldt deels het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Bio-Based Transitiepark deelgebied 1 ', zoals dat op 25 februari 2014 is vastgesteld. Binnen het plangebied gelden, tot de vaststelling van het voorliggende plan, de bestemmingen 'Bedrijventerrein - Innovatie en energie', 'GroenLandschappelijke inpassing' en Verkeer - Verblijfsgebied'. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Archeologisch waardevol gebied', 'Archeologische verwachtingswaarde 2' en 'Archeologische verwachtingswaarde 3'. Tevens bevindt zich in het gebied een 'ehs - verbindingszone'. Voor de ontwikkeling van het plangebied tot bedrijvenpark is aldus een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk.

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

9

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Bio-Based Transitiepark deelgebied 1'. Voorbereidingsbesluit Het bestemmingsplan Regionaal Bedrijvenpark Laarberg Bio-Based Transitiepark is in 2014 vastgesteld door de gemeenteraad. In dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd tot bedrijventerrein Innovatie en Energie. Dit is een specifieke bestemming voor bedrijven voor innovatie en energie en voor de transitie van fossiele naar groene grondstoffen in verschillende milieucategorieën. Reguliere bedrijvigheid is op grond van het bestemmingsplan niet toegestaan. De gronden zijn in eigendom van Laarberg BV. Sinds 2014 is er ruimte geboden aan bedrijven om te komen tot realisatie van deze bestemming. Ook Laarberg BV is hier actief mee aan de slag is geweest. Er zijn momenteel geen opties op de gronden en tot op dit moment is er nog geen concreet zicht op een spoedige vestiging van bedrijven in deze specifieke sectoren. Uit de markt blijkt wel een grote behoefte naar reguliere bedrijfskavels. Het is door de specifieke bestemming echter niet mogelijk om deze bedrijven te vestigingen in het plangebied van Bio-Based Transitiepark. Om dit mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk.

In de aanloop naar de herziening van het bestemmingsplan heeft de gemeenteraad van Oost Gelre een voorbereidingsbesluit 'Bio-Based Transitiepark' genomen, op grond van artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeenteraad verklaart met dat besluit dat er een bestemmingsplan voor de genoemde locatie wordt voorbereid. Besluiten op eventuele aanvragen om omgevingsvergunning voor initiatieven die in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan, maar mogelijk niet passen in het voorgenomen bestemmingsplan, kunnen (en moeten) met het voorbereidingsbesluit worden aangehouden.

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

10

Figuur 1.4: Uitsnede Voorbereidingsbesluit 'Bio-Based Transitiepark'.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de planbeschrijving uiteen gezet. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader van het Rijk, de provincie en de gemeente Oost Gelre uiteen gezet. Hoofdstuk 5 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische opzet waarbij de plankaart en planregels worden besproken. Tot slot volgt in de hoofdstukken 7 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van de inspraak en overleg.

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

11

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

12

Hoofdstuk 2

2.1

Huidige situatie

Historie

Het plangebied is deels gelegen over de Grolse Linie, een aanvalslinie die Frederik Hendrik in 1627 voor het eerst gebruikte om Grolle in de Tachtigjarige oorlog van de Spanjaarden te ontzetten. De Grolse Linie om Groenlo is voor het grootse deel nog intact in de bodem aanwezig. Deze Grolse Linie is gelegen in agrarisch gebied. Het plangebied ligt in het buitengebied van Groenlo en is op dit moment grotendeels in gebruik als agrarisch gebied. Op de kaart van rond 1900 (afbeelding 2.1) is het ontstaan van het landschap goed te zien. Het plangebied ligt binnen de heideontginningen met een rechtlijnige verkaveling. De Hupselsche beek (tegenwoordig Leerinkbeek), de Slinge, Holtkampspad, de Ruiterweg en de Oude Borculoseweg zijn de kenmerkende lijnen.

Afbeelding 2.1: Situatie rond circa 1900 (bron: Topotijdreis). De verkavelingspatronen van het jonge ontginningen landschap zijn tegenwoordig nog steeds zichtbaar. De rechtlijnige patronen van het ontginningsgebied is vooral zichtbaar door de lijnvormige beplantingsstructuren. Het historische coulissenlandschap wordt gekenmerkt door microreliëf, verspreid staande bebouwing en houtwallen. De Leerinkbeek volgt haar oorspronkelijke loop. De Slinge is sterk gekanaliseerd. Het bedrijvenpark Laarberg is vernoemd naar de boerderij Erve Laarberg aan de Oude Borculoseweg. De naam van de boerderij komt van de familienaam Laarburg die later veranderd is in Laarberg.

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

13

2.2

Ruimtelijke structuur

Het plangebied bestaat op dit moment uit agrarische landbouwgrond en gronden met natuur, welke zijn gekoppeld aan een ecologische verbindingszone. De agrarische percelen zijn rechtlijnig verkaveld met op een aantal grenzen houtwallen als afscheidingen. Ten noorden van het plangebied loopt de Leerinkbeek. Aan de zuid- en oostzijde wordt het plangebied begrenst door de ecologische verbindingszone Groot Hoornwerk. De hoofdontsluiting van het plangebied vindt plaats door de Ruiterweg, ten zuiden van het plangebied. Ten westen van het plangebied bevindt zich het Zonnepark Laarberg. Aan de westkant van het plangebied loopt tevens een hoogspanningsleiding van 150 Kilovolt (Kv). Voor de hoogspanningsleiding geldt een onderzoekszone van twee keer 80 meter, met een zone waarin beperkte bouw mogelijk is van twee keer 17,5 meter. Nieuwe wetgeving is in de maak die deze zone aanzienlijk zal verkleinen. Deze wetgeving is echter niet van toepassing op dit bestemmingsplan omdat het nog niet is vastgesteld.

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

14

Hoofdstuk 3

3.1

Planbeschrijving

Doelstellingen en uitgangspunten

Voor de uitbreiding van het regionaal bedrijvenpark Laarberg is een Masterplan (december 2012) vastgesteld. Dit Masterplan schetst de kaders in hoofdlijnen voor de uitbreiding van het regionaal bedrijvenpark Laarberg. Op basis van het Masterplan is vervolgens de Structuurvisie Uitbreiding Regionaal Bedrijvenpark Laarberg (2013) en bijbehorend plan-m.e.r. (december 2013) opgesteld en als zodanig vastgesteld. De structuurvisie vormt het kader voor de concrete toekomstige ontwikkelingen. Sinds de start van de uitgifte heeft Laarberg zich ontwikkeld tot een zichtbare bedrijvenlocatie langs de N18. De belangrijkste beweegredenen voor een verdere uitbreiding zijn: ruimte bieden aan de hoge vraag van bedrijven uit de regio zodat geen nieuwe terreinen elders gerealiseerd hoeven te worden; stimulering van de werkgelegenheid in de regio; anticiperen op de nieuwe kansen die de ontwikkelingen rond de N18 bieden. Laarberg is de bindende economische factor voor de regio en wil dit verder uitbouwen. De ambitie ligt er om Laarberg nog meer de duurzame motor te laten worden voor de regio, om ondernemers in voornamelijk de drie topsectoren 'Maakindustrie', 'AgroFood' en 'Duurzame Energie' maximaal te faciliteren. De eerste twee industrietakken zijn zeer sterk vertegenwoordigd in de regio en behoren tot de negen topsectoren die de Rijksoverheid heeft aangewezen.

Tevens is Laarberg de plek waar ruimte is voor de provinciale opgave voor meer omvangrijke en zwaardere bedrijvigheid. Ondernemingen worden steeds vaker ingericht op basis van het 'open innovatie model'. Dat vraagt om fysieke plekken waar de sector zich kan clusteren. Laarberg is zo'n locatie. De Structuurvisie Uitbreiding Regionaal Bedrijvenpark Laarberg (2013) benadrukt het gebruik van de aanwezige landschappelijke waarden. Daarmee wordt een bedrijventerrein ontwikkeld waarbij functionaliteit samengaat met ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast zijn een aantal voorwaardelijke bepalingen in de structuurvisie opgenomen om de uitvoerbaarheid daarvan te waarborgen. Het gaat om bepalingen voor de thema's natuur, verkeer, geluid en geur. Deze bepalingen zijn doorvertaald in de planregels.

3.2

Ruimtelijk-functionele structuur

De ruimtelijk-functionele structuur van Laarberg Noord 2 bestaat uit een casco van natuur, groen en verkeer, waarbinnen twee clusters met bedrijfskavels liggen. Het zuidelijk deel van het casco is tevens een archeologisch monument (Grolsche Linie).

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

15

Figuur 3.1: ruimtelijk-functionele structuur Laarberg Noord 2 (voorlopige afbeelding). Oostelijk bedrijvencluster Dit cluster omvat het plangebied van het bestaande bestemmingsplan Biobased Transitiepark, deelgebied 1, dat aan de westzijde wordt uitgebreid. De gronden binnen dit cluster zijn opnieuw verkaveld. Het cluster wordt voor het verkeer bereikbaar via een nieuwe weg aan de zuidzijde, die aansluit op de Noordgang. Deels binnen en deels om het cluster wordt een ringweg aangelegd om de individuele kavels te ontsluiten. De meest oostelijke rand is bedoeld voor hoogwaardige bedrijven, die als losse volumes in een groene setting worden geplaatst. Het gaat hier bijvoorbeeld om innovatieve bedrijven, gericht op ontwerp en ontwikkeling, die vanuit hun aard een beperkte productiecapaciteit nodig hebben. Deze randzone wijkt af van de overige bedrijvigheid op het bedrijventerrein met het oog op een passende ruimtelijk-functionele overgang tussen de grootschalige bedrijven en het Groot Hoornwerk. Westelijk bedrijvencluster Dit cluster omvat het gebied tussen het solarpark en de natuurzone. Het cluster wordt via een separate ontsluitingsweg ontsloten voor het het verkeer. Deze weg sluit aan op de Noordgang. Er komt geen rechtstreekse verbinding voor autoverkeer tussen het westelijk en het oostelijk gedeelte (behoudens wellicht een doorsteek voor hulpdiensten).

Kavelinrichting Voor de inrichting van de kavels zijn de volgende uitgangspunten bepaald, waarop mede de bouwregels in dit plan zijn gebaseerd: maximale bouwhoogte 12 m voor hoogwaardige bedrijven in de oostelijke rand; maximale bouwhoogte 20 voor bedrijven op de andere kavels; maximale bouwhoote 30 m voor verticale productieprocessen, tot een maximum van 1.000 m2 grondoppervlakte. De overige bouw- en gebruiksregels komen grotendeels overeen met de regels zoals die ook voor Laarberg Centraal en Laarberg Noord worden gehanteerd. Natuurlijk casco Het gebied van Laarberg Noord 2 valt deels samen met het Gelders Natuur Netwerk (GNN). Dit betekent dat (niet natuur-)ontwikkelingen binnen het GNN uitsluitend mogelijk zijn op basis van een gedegen motivering en compensatie van het verlies aan GNN. Hierover heeft uitvoerig overleg met de Provincie Gelderland plaatsgevonden, met als resultaat een voor alle betrokkenen acceptabele compensatie en inrichting van GNN. In paragraaf 3.4 wordt hier nader op ingegaan.

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

16

3.3

Beeldkwaliteit

Met de ontwikkeling van het laatst deel van Laarberg, Laarberg Noord 2, ontstaat er een bedrijventerrein met diverse mogelijkheden voor bedrijven om zich te vestigen, waarbij dit deel van het bedrijventerrein in een landschappelijke setting is gelegen. Dit deel van het bedrijventerrein wordt doorkruist en omringt door een landschappelijk casco. Binnen het casco wordt een bedrijventerrein ontwikkeld. In het bijbehorende concept-beeldkwaliteitsplan "Beeldkwaliteitsplan Noord 2" wordt de gewenste beeldkwaliteit van de bebouwing en de buitenruimte beschreven en bevat dit beeldkwaliteitsplan toetsbare criteria ten behoeve van de welstand. Het beeldkwaliteitsplan is een verbindend element tussen landschap, architectuur en stedenbouw. Het beeldkwaliteitsplan geeft aanbevelingen en richtlijnen voor de vormgeving van bebouwing en de inrichting van het terrein. De openbare ruimte sluit aan op het landschap en op bestaand Laarberg. Hiermee wordt de samenhang en inbedding in het landschap geborgd. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft vijf toetsbare criteria: vormgeving; materiaal en kleur; signing en reclame-uitingen; verlichting; groen. De focus in het beeldkwaliteitsplan ligt op het realiseren van heldere gebouwen, oftewel gebouwvolumes met een grote mate van eenvoud, waardoor samenhang kan ontstaan tussen de verschillende gebouwen op het bedrijventerrein.

Een te grote gebouwdiversiteit kan leiden tot verrommeling. Toekomstwaarde wordt gezien als een belangrijk aspect van de planontwikkeling. Per ontwerp dient in beeld gebracht te worden op welke wijze het ontwerp flexibel en adaptief is naar de toekomst, met behoud van de beoogde beeldkwaliteit. Dit kan te maken hebben met mogelijke uitbreidinging en fasering van de bouwplannen, maar ook met het faciliteren van verandering in toekomstig gebruik.

3.4

Versterken Groene Ontwikkelingszone

De Groene ontwikkelingszone (GO) is het gebied dat tussen en rondom natuurgebieden ligt. Hierin liggen onder andere de ecologische verbindingszones (EVZ), de verbindende schakels tussen de natuurgebieden. Bouwen of ontwikkelen in deze zone toegestaan, mits de de natuur wordt versterkt, ook wanneer als gevolg van de ontwikkeling geen natuur verloren gaat. De regels voor ontwikkelingen binnen de GO, zijn vastgesteld in de omgevingsverordening. Het doel van de GO is het stimuleren van nieuwe ontwikkelingen met tegelijkertijd versterking van de bestaande natuur. Hiervoor moeten de kernkwaliteiten van het gebied versterkt worden door natuur en landschapselementen aan te leggen. Centraal in de regeling staat een vereveningsmethodiek. Voor elke vierkante meter die ontwikkeld wordt binnen de GO worden verliespunten toegekend, afhankelijk van het type ontwikkeling. Voor het verlies van kernkwaliteiten, open landschap, aardkundige waarden en EVZ kunnen extra verliespunten worden toegekend. Voor een geselecteerd aantal natuur- en landschapselementen zijn echter compensatiepunten te verdienen. De beoogde ontwikkeling kan doorgaan wanneer alle verliespunten door compensatiepunten zijn verevend. Voor Laarberg Noord 2 geldt ook een versterkingsopgave. Daarom is er een analyse van kernkwaliteiten, de verliesfactor en de impactfactor uitgevoerd.

Eveneens is een inrichtingsplan met versterkingsmaatregelen opgesteld, waarbij rekening is gehouden met de ontwikkelingsdoelstellingen van het EVZ-model. De analyse en het inrichtingsplan zijn opgenomen in de rapportage "Kernkwaliteitenanalyse en inrichtingsplan GO Laarberg" (Ecochore, november 2023). De rapportage is als Bijlage 3 opgenomen bij de regels van dit plan. Samenvatting resultaten kernkwaliteitenanalyse

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

17

Het plangebied betreft bouwgrond dat reeds nog in gebruik is. Verspreid staan enkele solitaire bomen. Deze zullen echter behouden blijven binnen de inrichtingsmaatregelen. Uit recente onderzoeksgegevens (Wamelink, 2021 en Kouters, 2023) is naar voren gekomen dat er geen kernkwaliteiten verloren zullen gaan door de geplande ontwikkelingen. Voor de ontwikkeling is geen sprake van toeslagfactoren op de aspecten Nieuwe functie, Waardevol open gebied en Aardkundige waarden. Voor de ontwikkeling is wel een toeslagfactor op het het aspect Ecologische verbindingszone van toepassing. Samenvatting compenserende inrichtingsmaatregelen De volgende inrichtingsmaatregelen worden getroffen ter compensatie van het ontwikkelen binnen EVZ: poelen; droge natuurgraslanden; houtsingel; zoom; takkenrillen; bosuilkast. In de voornoemde rapportage wordt gedetailleerd ingegaan op de verevening (puntentelling) en de uitvoering van de genoemde maatregelen. Uitvoering van het inrichtingsplan is in de regels van het bestemmingsplan geborgd.

Figuur 3.2: kaart inrichtingsmaatregelen uit het inrichtingsplan GNN Laarberg Noord 2 Resultaat Met de inrichtingsmaatregelen worden voldoende compensatiepunten behaald om de industriële ontwikkelingen binnen het plangebied te nivelleren. Daarnaast is er bij de implementatie van inrichtingsmaatregelen niet alleen gekeken naar de te behalen punten maar is ook ingespeeld op het ecologische gezien, maximaal haalbare binnen deze inrichtingsmaatregelen. Door de uitvoering van deze inrichtingsmaatregelen voldoet Bedrijventerrein de Laarberg ruimschoot aan de noodzakelijke compensatie en zal er in de nieuwe situatie meer ruimte zijn voor zowel industriële ontwikkeling als de natuur.

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

18

3.5

Duurzaam ontwikkelen

Algemeen De regio Achterhoek heeft sterke ambities rond windenergie, zonne-energie en gebruik van warmte, om te komen tot een energieneutrale regio. Bedrijventerrein Laarberg biedt mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie. Ook op het gebied van innovatie zijn er kansen op Bedrijvenpark Laarberg, zoals verduurzaming van productieprocessen. Met de ontwikkeling van Laarberg Noord 2 wordt nadrukkelijk verder vormgegeven aan het duurzame imago voor het hele bedrijventerrein. Laarberg wil letterlijk ruimte voor ondernemingen creëren om de krachten te bundelen en kennis te delen. Hierbij moeten koppelingen worden aangebracht tussen de (zwaardere) maakindustrie, de agro-food en duurzame energie. Recentelijk zijn op Laarberg al enkele ontwikkelingen gerealiseerd die passen in de ambities op het gebied van innovatie en duurzaamheid, zoals de aanleg van een zonnepark en de vestiging van een duurzaam tankstation. Daarnaast stimuleert Gebiedsonderneming Laarberg de individuele bedrijven tot (onder meer) het plaatsen van zonnepanelen op het dak van bedrijfsgebouwen en het bevorderen van andere duurzaamheidsambities die ook in het RPW zijn opgenomen. Speerpunten Voor de ontwikkeling van Laarberg Noord 2 is een stedenbouwkundige visie opgesteld.

Daarin zijn drie speerpunten voor duurzaamheid genoemd: het terrein wordt klimaatadaptief ingericht, kansen voor een duurzame energievoorziening worden benut, en bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt optimaal aangesloten bij het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Oost Gelre. Ambities De ambities voor Laarberg zijn nader uitgewerkt in concrete tussendoelen: 1. Laarberg heeft de ambitie om 25% van zijn energieverbruik duurzaam op te wekken. 2. Nieuwbouw is aardgasloos. 3. Om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen streeft Laarberg naar een verbeterde opvang en afvoer van regenwater en het dempen van hittestress, onder andere door groene inrichting en bomenplannen en zo mogelijk groene daken en groene gevels. Op Laarberg wordt gestreefd naar een klimaatbestendige ontwikkeling, waarin ruimte is gereserveerd voor het opwekken van duurzame energie. Sinds op 1 juli 2018 de wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) in werking is getreden, worden bedrijven in principe niet meer aangesloten op het aardgasnet. Verder wordt op Laarberg het belang van klimaatadaptief bouwen benadrukt en om daarin gezamenlijk op te trekken om te leren en te versnellen. Gestreefd wordt naar minder wateroverlast, meer biodiversiteit, minder hittestress, minder langdurige droogte en minder nadelige gevolgen ervan.

Uitvoering De uitvoering van de genoemde ambities wordt langs verschillende wegen tot stand gebracht. Parkmanagement Doorslaggevend voor een duurzaam bedrijventerrein is een goede organisatiegraad van de bedrijven op een terrein. Parkmanagement en verplichte aansluiting daarbij van zich vestigende bedrijven is een een basisvoorziening op Laarberg. Co-siting Verwante bedrijven clusteren op een bedrijventerrein is een manier om de samenhang van een terrein te bevorderen en transportbewegingen te minimaliseren. Co-siting is een strategie voor de uitgifte van kavels om deze samenhang te bevorderen. Co-siting kan uitgewerkt worden op basis van grondstoffenen reststromen van zich vestigende bedrijven. Ook kan bij de uitgifte van kavels gelet worden om warmtevraag en eventuele restwarmte uit bedrijfsprocessen aan elkaar te koppelen. Ook bij vraag en

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

19

aanbod van (duurzaam opgewekt) stroom zijn kansen voor co-siting. Biodiversiteit beschermen en klimaatadaptatie bevorderen Gescheiden rioolstelsels voor regenwater en vuilwater is de standaard op Laarberg. Aanvullend daarop is het belangrijk regenwater zo lang mogelijk in het gebied vast te houden en waar mogelijk te benutten om schoon drinkwater te besparen. De waterbuffers die in periodes met veel regen gevormd worden, zorgen voor verkoeling tijdens warme periode en kunnen ingezet worden tijdens langere periodes van droogte. Naast ruimte voor waterberging in het gebied, draagt ook het in stand houden of herstellen van ecologische verbindingen op het terrein bij aan het beschermen van de biodiversiteit. Aanvullend aan de verkoelende werking van waterpartijen op het terrein, is het belangrijk voor voldoende schaduw te zorgen in de buitenruimte voor periodes met hoge temperaturen. Verwarmen en koelen van gebouwen Door een slimme mix van bedrijfsprocessen op het bedrijventerrein kunnen vraag naar koeling en vraag naar warmte gekoppeld worden, waardoor de reststroom van het ene proces het ander voedt. Infrastructuur voor de uitwisseling van warmte en koelen en voorzieningen voor opslag van warmte en koude in de bodem kunnen dit mogelijk maken en zijn dan aantrekkelijk voor de zich vestigende bedrijven.

Duurzame opwek van energie De norm van Bijna Energie Neutraal Gebouwd (BENG) uit het bouwbesluit stuurt al aan op lokale opwek van duurzame stroom of warmte. Aangrijpingspunt is echter het gebouw. Daardoor worden mogelijk kansen voor duurzame opwek van stroom en warmte gemist. Een bedrijf met een grote hal (dus een groot dakoppervlak) en weinig stroomverbruik mist een prikkel om het hele dak voor duurzame opwek te benutten. Infrastructuur voor uitwisseling van stroom en warmte tussen bedrijven op het terrein bevordert het optimaal benutten van bedrijfsdaken voor de opwek van duurzame energie. Ook loopt er momenteel een concreet onderzoek naar een energiehub. Daarnaast heeft de gemeenteraad van Oost Gelre heeft in vergadering d.d. 18 oktober 2022 besloten dat onderstreept dient te worden zonnepanelen op bedrijfsdaken een belangrijke bijdage leveren aan de gemeentelijke energietransitiedoelstellingen. Ten behoeve hiervan is besloten het gebiedsperspectief Laarberg Noord 2 aan te vullen met de tekst dat er met eigenaren van nieuw te bouwen bedrijven door Laarberg B.V. contractueel wordt vastgelegd dat hun dak van het totale gebouw geschikt dient te worden gemaakt voor het leggen van zonnepanelen of andere vormen van energieopwekking. Duurzame mobiliteit Laarberg stimuleert duurzaam en emissieloos vervoer. Langzaam verkeer (fietsen, lopen) is gezond en emissieloos.

Openbaar en elektrisch vervoer zijn emissiearm. Om dit te stimuleren op het terrein is het belangrijk te zorgen voor: Veilige routes voor langzaam verkeer. Makkelijke bereikbaarheid van het terrein met openbaar vervoer. Voorzieningen voor slimme laadinfrastructuur, waar mogelijk gekoppeld met duurzame opwek van stroom op het terrein. Conclusie Parkmanagement Parkmanagement is een voorwaarde voor het creëren van een duurzaam bedrijventerrein op Laarberg. Verplichte deelname aan een parkmanagementorganisatie is opgenomen in de contracten bij de uitgifte van kavels. Energie Bij ontwerp en aanleg van het energiedistributienetwerk is het belangrijk rekening te houden met eisen vanuit duurzaamheid. Belangrijk is dat er ondergronds ruimte wordt gereserveerd voor uitwisseling en tijdelijke opslag van warmte, koude en stroom. Ook is het belangrijk voorzieningen aan te brengen voor het slim laden van elektrische voertuigen. Voor het optimaal benutten van beschikbare bedrijfsdaken is co-siting van relevante bedrijven van belang, alsmede infrastructuur die uitwisseling en opslag van duurzame stroom, warmte en koude

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

20

kan accommoderen. Om voldoende capaciteit voor de opwek van duurzame energie te bewerkstelligen is er ruimte in het bestemmingsplan opgenomen worden voor een energiehub met opwek en opslag van stroom bijvoorbeeld gecombineerd met waterberging of een parkeerterrein. Andere maatregelen voor verduurzaming Voor de andere duurzaamheidsthema's zijn de concrete randvoorwaarden voor de robuuste ontwikkeling van Laarberg: Het verbeteren van de klimaatbestendigheid (water vasthouden en dempen van hittestress) en beschermen van de biodiversiteit door: 1. een zoveel mogelijk groene inrichting met hoog en laag groen; 2. het in stand houden van ecologische verbindingszones in het gebied, zodat het bedrijventerrein geen barrière creëert voor insecten en kleine zoogdieren; 3. creëren van koele en schaduwrijke plekken in de buitenruimte met bijvoorbeeld bomen, pergola's en waterpartijen, zodat de openbare ruimte en buitenruimte ook tijdens hittegolven aantrekkelijk verblijfsgebied blijft; 4. het toepassen van half open verharding op plekken waar het kan; 5. naast het verplichte gescheiden rioolstelsel voor de afvoer van regenwater en vuil water, ook voorzieningen voor het langer vasthouden en zo mogelijk benutten van regenwater; dat kan door de realisatie van extra wateropvang voor perioden met hevige regenval en als buffer bij droogte. Het bevorderen van duurzame mobiliteit door: 1.

aanleggen van veilige routes voor langzaam verkeer, zo mogelijk vrij van gemotoriseerd verkeer; 2. goede ontsluitingsroutes van en naar het bedrijventerrein voor langzaam verkeer; 3. bushaltes in of op korte afstand van het terrein; 4. voorzieningen voor laden van elektrische voertuigen op (semi-)openbare parkeerplaatsen op en rond het terrein en stimuleren van laadinfrastructuur op de bedrijfskavels voor werknemers, bezoekers en bedrijfsvoertuigen.

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

21

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

22

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Daarin beschrijft het kabinet in welke infrastructuurprojecten het wil investeren. De Rijksoverheid richt zich daarnaast op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water-)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen inzake (inter-)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen heeft het Rijk in de SVIR een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Deze ladder omvat een aantal beoordelingsstappen en heeft als doel duurzame gebiedsontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is vervolgens als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. In paragraaf 4.1.4 is de ladder voor duurzame verstedelijking toegepast. 4.1.2

Nationale omgevingsvisie

In 2020 is de structuurvisie Nationale omgevingsvisie (hierna: "NOVI") vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen, waaronder woningbouw, duurzame energie, klimaatadaptatie en circulariteit. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Voor een duurzaam economisch groeipotentieel moeten bedrijventerreinen passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven, en zo de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. 4.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 heeft gevolgen voor de doorwerking van het nationale ruimtelijke beleid. Totdat de Wro in werking was getreden was het geldende rijksbeleid vastgelegd in Planologische Kernbeslissingen (PKB's). Sinds 1 juli 2008 zijn deze documenten alleen nog bindend voor het rijk en niet meer voor andere overheden. Het rijk kiest ervoor om het deel van het ruimtelijk beleid dat bedoeld is bindend te zijn voor andere overheden, ook onder de Wro te borgen. Dit kan via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt over ruimtelijke ordening. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau, in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

23

grote rivieren, de Waddenzee, defensie, erfgoederen en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. In deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's. Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, reserveringsgebieden voor nieuwe hoofdwegen en spoorlijnen en reserveringsgebieden voor uitbreiding van enkele bestaande hoofdwegen. In artikel 2.6.8 (zend- en ontvangstinstallaties en beperkingen in de nabijheid daarvan) van het Barro (geconsolideerde versie, d.d. 01-12-2020) zijn regels opgenomen voor zogenaamde bouwbeperkingengebieden. Het bedrijventerrein Laarberg ligt binnen een aangewezen zone rond een antennepark in Eibergen, zoals is opgenomen in bijlage 6.2 van het Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) (geconsolideerde versie, d.d. 01-12-2020). Artikel 2.6.8 van het Barro stelt voor deze aangewezen gebieden dat geen bestemmingen opgenomen worden die een wijziging bewerkstelligen die het oprichten van bouwwerken hoger dan 22 meter gemeten vanaf het maaiveld mogelijk maken. De bouwhoogte van de nieuwe bedrijfsbebouwing binnen het plangebied wordt bij recht beperkt tot maximaal 20 meter.

Er wordt echter een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor hogere bebouwing tot 30 voor verticale productieprocessen. Daarom is in de afwijkingscriteria onder andere de eis opgenomen dat bij bebouwing hoger dan 22 m een positief advies van het Ministerie van Defensie nodig is. Hierdoor is de bovengenoemde bouwbeperking juridisch gewaarborgd. 4.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking

Wettelijk kader Het Rijk heeft de toepassing van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: ladder) verplicht gesteld voor de uitbreiding van bedrijventerreinen als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het doel van deze ladder is een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Dit door een zorgvuldige afweging van de behoefte en locatiekeuze van nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het Rijk wil met de ladder vraaggerichte programmering bevorderen en overaanbod van plancapaciteit van nieuwe stedelijke ontwikkelingen voorkomen. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder een wettelijke verplichte toets in het kader van procedures voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Op 1 juli 2017 is voornoemde regelgeving gewijzigd. Sindsdien geldt een nieuwe laddersystematiek. De nieuwe ladder bevat geen treden meer. De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. Het doorlopen van de 'ladder' betreft feitelijk een ruimtelijk-economische toets, waarbij het aspect 'ruimtelijke behoefte' het belangrijkste criterium is. Stedelijke ontwikkeling De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.

Daarvan is bijvoorbeeld sprake wanneer het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Het is duidelijk dat Laarberg Noord 2 voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de ladder. Daarom is de ladder ook voor deze ontwikkeling doorlopen. Hierna wordt ingegaan op de vraag waarom deze nieuwe stedelijke ontwikkeling niet op een andere locatie en/of binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kan worden. Geen reële alternatieve locaties

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

24

In het Regionaal Programma Werllocaties 2019-2023 (Bijlage 1) is bedrijvenpark Laarberg opgenomen als ontwikkeling waar grootschalige en/of zware milieuhinderlijke bedrijvigheid kan worden opgevangen. Op deze manier kan op de andere bedrijventerreinen in Groenlo en Lichtenvoorde ruimte gecreëerd worden voor kleinschaligere bedrijven. Het is belangrijk dat de gemeente Oost Gelre verschillende kavelgroottes kan bieden. Laarberg biedt hiervoor de mogelijkheid. Beschrijving van de behoefte De behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling, verminderd met het aanbod in reeds genomen planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. Dat laatste wordt ook wel de harde plancapaciteit genoemd. Hierna wordt stapsgewijs ingegaan op zowel de ruimtevraag als bestaand aanbod. Ruimtebehoefte Marktgebied De relevante schaal voor het regionale bedrijventerrein Laarberg is primair de Oost-Achterhoek. Secundair is ook West-Achterhoek bij de analyse betrokken. Kwalitatief De belangrijke dragers van de economie in de Achterhoek zijn de maakindustrie, de handel en de zorg.

De aanwezigheid van veel innovatieve MKB-bedrijven en de aanwezige landbouw zijn troeven voor een succesvolle verdere ontwikkeling van de economische clusters waar Laarberg op mikt: maakindustrie, biobased economy en circulaire economie. Daarbij gaat het om relatief zware milieucategorieën (van tenminste categorie 3.1 als bedoeld in de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, 2009) met de daarbij behorende grotere bedrijfskavels (vanaf 5.000 m² oppervlakte). De toekomstverwachtingen voor deze bedrijven zijn zowel landelijk als regionaal goed. De bedrijven waar Laarberg zich op richt hebben een lokale en regionale binding, maar hun afzetgebied is nationaal en vaak ook internationaal. Als deze bedrijven niet op de gewenste locatie een plek kunnen krijgen, is de kans groot dat ze helemaal uit de Achterhoek vertrekken. Bedrijventerrein Laarberg is hiermee van aanzienlijk (bovengemeentelijk) belang voor het behoud van bedrijvigheid en banen voor de regio. Kwantitatief Kijkend naar de huidige uitgiftesituatie op Laarberg dan wordt ook hier dan zichtbaar dat er momenteel sprake is van een inhaalvraag na de crisis vanaf 2008. Laarberg hanteert een flexibele programmering op basis van de marktvraagontwikkeling. Omdat Laarberg is gevestigd aan de N18, die inmiddels als autoweg is aangelegd, mag bovendien enig effect worden verwacht ten gunste van de arbeidsmarkt en/of grondmarkt.

Dit kan zich vertalen in een (beperkte) extra vraag naar kavels op bedrijvenpark Laarberg, waardoor de ruimtebehoefte nog sneller toeneemt en nog zal toenemen. Conclusie Er is een aantoonbare behoefte aan bedrijventerrein in de regio Oost-Achterhoek. Deze behoefte vertaalt zich in een gerichte marktvraag naar bedrijfskavels op Laarberg. De beoogde bedrijvigheid is, gelet op de gevraagde schaal en functies niet binnen bestaand stedelijk gebied in de regio in te passen. De ontwikkeling van Laarberg Noord 2 is dan ook niet van invloed op vraag en aanbod op reguliere bedrijventerreinen in de regio. Concluderend: de ladder voor duurzame verstedelijking is met goed gevolg doorlopen. De uitkomst is dat de ladder zich niet verzet tegen de ontwikkeling van Laarberg Noord 2. 4.1.5

Conclusie Rijksbeleid

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

25

Het voorliggende bestemmingsplan is niet in strijd met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, de Nationale omgevingsvisie, het Barro en het Rarro en de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarmee vormt het Rijksbeleid geen belemmering voor de uitbreiding van bedrijvenpark Laarberg middels onderliggend bestemmingsplan. Het bestemmingsplan Laarberg Noord 2 is in overeenstemming met het beleid en de instructieregels van het Rijk.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De omgevingsvisie Gaaf Gelderland (vastgesteld, d.d. 19-12-2018) is een integrale visie, niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook voor waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling, natuur en milieu, inclusief de sociale gevolgen daarvan. Nieuwe bedrijven concentreren zich bij voorkeur op bestaande bedrijventerreinen en zijn schoon en groen. Regionale bedrijventerreinen De omgevingsvisie beoogt een gevarieerd aanbod aan goed ontsloten, kwalitatief hoogwaardige, duurzame werklocaties mogelijk te maken door hierover in gesprek te gaan met de Gelderse regio's en regionale afspraken te maken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van werklocaties. Het concentreren van economische activiteiten heeft daarbij de voorkeur, boven versnippering. Ook wordt we het omvormen van bestaande gebouwen en locaties gestimuleerd zodat deze weer aansluiten bij de wensen van bedrijven en werknemers. Het gaat om het juiste bedrijf op de juiste -optimale- plaats. Ondernemerschap en innovatie wordt ook gestimuleerd, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten.

Zeker wanneer ondernemers een duurzaam Gelderland dichterbij brengen Energieopwekking en energieneutraliteit in de Achterhoek In een regionaal 'routekaart'-proces maakt de provincie afspraken met regio's, gemeenten, terreinbeherende organisaties en netwerkbedrijven over hoe de ambities voor energietransitie per regio waar te maken. Uitgangspunt van de routekaarten is de ambitie die binnen de regio leeft rond windenergie, zonne-energie, gebruik van warmte en energie uit biomassa. Het routekaartproces resulteert in een overzicht van de locaties en ambities die de provincie en partijen in de Achterhoek hebben voor hernieuwbare energie: windenergie, zonne-energie, gebruik van warmte en energie uit biomassa. In de regio Achterhoek is er een sterke ambitie om te komen tot een energieneutrale regio. Organisatiestructuren als AGEM en BION zijn samenwerkingsvormen om die energieneutraliteit te verwezenlijken. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

Bij de Omgevingsvisie Gelderland zijn regels gesteld in de Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd, versie januari 2023). Door deze integrale verordening stelt de provincie algemene regels aan de inhoud, toelichting en/of onderbouwing van bestemmingsplannen. Deze regels kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen daarvan of gebiedsgerichte thema's betreffen. De volgende onderdelen uit de Omgevingsverordening zijn relevant voor het plangebied: Regionale bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn primair bedoeld voor functies die zich moeilijk laten combineren met andere functies vanwege omvang, vervoersbewegingen en milieuhinder. In artikel 2.10 is opgenomen dat de bestemming tot bedrijventerreinen slechts toegestaan is indien dit past in het vigerende Regionaal programma werklocaties. In het Regionaal programma werklocaties wordt Laarberg aangeduidt als een noodzakelijke locatie voor grootschalige bedrijvigheid, zodat er op andere bedrijventerreinen in Groenlo en Lichtenvoordee ruimte gecreëerd kan worden voor kleinschaligere bedrijven. Gelders Natuurnetwerk Een gedeelte van het plangebied ligt in het Gelders Natuurnetwerk. Overleg met Provincie Gelderland

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

26

heeft geleid tot goede afspraken over compensatie, die in dit plan zijn geborgd. Zie hiervoor paragraaf 3.4 van deze toelichting. 4.2.3

Conclusie provinciaal beleid

Laarberg betreft een regionaal bedrijvenpark dat voorziet in de opvang van grootschalige bedrijven. Met de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van het plangebied wordt voorzien in de visie van de provincie ten aanzien van de opvangfunctie van grootschalige bedrijven. De uitbreiding van bedrijvenpark Laarberg sluit aan bij het vigerende Regionaal programma werklocaties. Tevens is voorzien in een inrichtingsplan in het kader van de groene versterkingsopgave (GNN). Daarmee sluit het onderliggende bestemmingsplan aan bij het provinciale beleid en vormt het provinciale beleid geen belemmering voor de uitbreiding van bedrijvenpark Laarberg middels onderliggende bestemmingsplan.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale structuurvisieAchterhoek

De structuurvisie 'Speerpunten voor het regionale ruimtelijke beleid Achterhoek 2011-2020' geeft de beleidsambities van acht Achterhoekse gemeenten voor de regionale economie, volkshuisvesting, landschappelijke kwaliteit, leefbaarheid en mobiliteit. Ten aanzien van bedrijventerreinen is het algemene uitgangspunt: het juiste bedrijf op de juiste locatie. Er wordt ruimte geboden voor groei van lokale bedrijvigheid in bestaande sectoren als detailhandel, bouwnijverheid en industrie en in relatief nieuwe sectoren als recreatie, toerisme, dienstverlening en op het gebied van gezondheid en zorg. Aan nieuwe keuzes en ontwikkelingen gaat regionale afstemming vooraf. Speerpunten zijn: demografische ontwikkeling; oriëntatie op externe relaties (Arnhem-Nijmegen, Twente, Duitsland, Stedendriehoek); de verandering van het platteland; duurzame energie. 4.3.2

Regionaal Programma Werklocaties (RPW) Regio Achterhoek

In regionaal verband hebben de gemeenten en de provincie in de regio Achterhoek afspraken rondom bedrijventerreinen vastgelegd in het Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2019 - 2023 (RPW). Het RPW is vastgesteld door de gemeenteraden in de regio Achterhoek en op 12 november 2019, door Gedeputeerde Staten van Gelderland. Met het RPW wordt invulling gegeven aan de Structuurvisie bedrijventerreinen en werklocaties. Het RPW biedt het kader voor concrete werk- en projectafspraken tussen de regiogemeenten. De provincie Gelderland is partner op diverse onderwerpen. Zij is nauw betrokken bij afspraken over vraag en aanbod, aanpak van de herstructurering en implementatie van ladder voor duurzame verstedelijking. Op subregionaal niveau zijn aanvullende afspraken gemaakt over planning en programmering van bedrijventerreinen tussen Regio Achterhoek en provincie; de vertaling en uitwerking van de gemeentelijke, regionale en provinciale doelstellingen op het gebied van bedrijventerreinen; het toetsingskader voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio. In het RPW is bedrijvenpark Laarberg opgenomen als ontwikkeling waar grootschalige en/of zware milieuhinderlijke bedrijvigheid kan worden opgevangen. Op deze manier kan op de andere bedrijventerreinen in Groenlo en Lichtenvoorde ruimte gecreëerd worden voor kleinschaligere bedrijven.

Het is belangrijk dat de gemeente Oost Gelre verschillende kavelgroottes kan bieden. Laarberg biedt hiervoor de mogelijkheid. Naar aanleiding van de vaststelling van het RPW heeft de Regio Achterhoek uitvoeringsafspraken vastgesteld, zoals het verwerken van duurzaamheidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Dat betekent voor de uitbreiding of aanleg van bedrijventerreinen dat er wordt ingezet op: het benutten van daken voor zonnepanelen;

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

27

gasloos bouwen; het benutten van daken voor zonnepanelen; gasloos bouwen (tenzij noodzakelijk voor het productieproces); uitwisseling restwarmte, elektriciteit en grondstoffen binnen het terrein en de directe omgeving het reserveren van ruimte voor bijvoorbeeld (elektrische) oplaadpunten, waterstof tanken, batterij/voorzieningen t.b.v. opslaan elektriciteit; het opstellen van een materialenpaspoort voor gebouwen; voldoende waterberging, natuurinclusief bouwen en het vergroenen van de openbare ruimte waardoor samen een goede groene structuur en aantrekkelijkere omgeving ontstaat; parkmanagement of een andere vorm van organisatiegraad. Er wordt afgesproken dat ontwikkelplannen vroegtijdig met de provincie worden doorgesproken om op grond daarvan tot een goede invulling komen. Het uitvoeren van duurzaamheidsmaatregelen wordt klimaatrechtelijk geborgd bij de uitgifte van de kavels. 4.3.3

Conclusie regionaal beleid

Laarberg betreft een regionaal bedrijvenpark dat voorziet in de opvang van grootschalige bedrijven. Met de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van het plangebied wordt voorzien in de visie van de gemeenten in de regio Achterhoek ten aanzien van de opvangfunctie van grootschalige bedrijven. De uitbreiding van bedrijvenpark Laarberg sluit aan bij het vigerende Regionaal programma werklocaties. Daarmee sluit het onderliggende bestemmingsplan aan bij het regionale beleid en vormt het regionale beleid geen belemmering voor de uitbreiding van bedrijvenpark Laarberg middels onderliggende bestemmingsplan.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Oost Gelre 2040 (concept) De gemeente Oost Gelre is bij uitstek een ondernemersgemeente en dat wil men zo houden in de toekomst. Daarom stimuleert Oost Gelre bedrijvigheid en wil men koploper worden in toekomstbestendige werklocaties, dit geldt voor zowel de bestaande als nieuwe bedrijventerreinen, die duurzaam, klimaatadaptief en groen worden gemaakt. Het bedrijfsleven in Oost Gelre heeft meer ruimte nodig. Er wordt daarom gekozen voor twee economische clusters aan de N18, waaronder de Laarberg. Grote (regionale) bedrijvigheid kan hier worden gevestigd. Ook uitbreidingsmogelijkheden worden verkend om voldoende werkgelegenheid in de gemeente richting 2040 mogelijk te maken. Tegelijkertijd onderzoekt de gemeente, samen met het bedrijfsleven, naar mogelijkheden voor (onder meer) efficiënter ruimtegebruik. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden die het water- en bodemsysteem biedt. Klimaatadaptatie en duurzaamheid zijn in deze ontwikkelingen randvoorwaardelijk. Ook wordt samen met het bedrijfsleven naar slimme koppelingen met de opwek van duurzame energie gezocht. Nieuwe risico’s op het gebied van veiligheid in het kader van de energietransitie worden daarbij beheerst en waar mogelijk beperkt, dan wel weggenomen. Er is in de visie speciale aandacht voor Laarberg vanwege haar regionale functie.

Hier is uitbreiding nodig, omdat het bedrijventerrein vol begint te raken en er mogelijk over een aantal jaar geen kavels meer beschikbaar zijn. Er wordt daarom samen met de gemeente Berkelland een langjarige aanpak opgezet. 4.4.2

Toekomstvisie 2020 Oost Gelre

In de 'Toekomstvisie 2020 Oost Gelre', vastgesteld in 2009, zijn de wensbeelden van de gemeente voor 2020 weergegeven. Ook komt aan de orde hoe de gemeentelijke organisatie met dat toekomstbeeld omgaat. In 2020 komt dat onder andere tot uiting in het feit dat Oost Gelre voor Oost-Achterhoek de belangrijkste speler is op het gebied van industriële bedrijvigheid. De (gerevitaliseerde) industrieterreinen

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

28

concentreren zich daarbij rond de verbindingsweg tussen Groenlo en Lichtenvoorde. Er zijn goede mogelijkheden voor betaalbaar openbaar vervoer, wat overigens gestimuleerd wordt door de aanwezige bedrijven. Het bedrijvenpark Laarberg is gevuld met diverse verhuisde bedrijven, afkomstig uit de gehele Oost Achterhoek, maar ook met een groot aantal nieuwe bedrijven. Aan duurzame energie en duurzaamheid in zijn algemeenheid wordt veel waarde gehecht. Alle milieubelastende bedrijven zijn uit de kernen verdwenen. Verder zijn de bedrijven zo ingericht dat mogelijke milieuproblemen al bij de bron worden aangepakt. Dit maakt het wonen en recreëren in Oost Gelre prettig en veilig. Er zijn dan ook geen klachten meer als gevolg van industriële bedrijvigheid en aan het industrieel erfgoed worden nieuwe bestemmingen gegeven. Bedrijven kunnen ook buurten en buurtschappen 'adopteren' om zo de sociale duurzaamheid in Oost Gelre te stimuleren. 4.4.3 Structuurvisie Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg Voor de uitbreiding van het regionaal bedrijvenpark Laarberg is een structuurvisie 'Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg' en bijbehorend plan-m.e.r. opgesteld (vastgesteld op 17 december 2013). De structuurvisie vormt het kader voor de toekomstige ontwikkelingen voor het regionaal bedrijvenpark.

Aan de hand van de structuurvisie kunnen voor concrete ontwikkelingen bestemmingsplannen op maat worden opgesteld. In de structuurvisie zijn voorwaardelijke bepalingen opgenomen. Deze bepalingen komen voort uit de opgestelde plan-m.e.r. Het stellen van voorwaardelijke bepalingen voor de thema's natuur, verkeer, geluid en geur is noodzakelijk gebleken om de uitvoerbaarheid van de structuurvisie te waarborgen. Deze voorwaarden werken door onderliggende bestemmingsplannen. De visie beschrijft het plan voor Laarberg op hoofdlijnen. Laarberg wil over enige jaren de bindende economische schakel zijn voor de regio. De ambitie ligt er om Laarberg een duurzame motor te laten worden voor de regio om ondernemers in de drie topsectoren ' Maakindustrie', 'AgroFood' en 'Duurzame Energie' maximaal te faciliteren. De eerste twee industrietakken zijn zeer sterk vertegenwoordigd in de regio en behoren tot de negen topsectoren die de Rijksoverheid heeft aangewezen. Tevens is Laarberg de plek waar ruimte is voor de provinciale opgave voor zwaardere bedrijvigheid. Ondernemingen worden steeds vaker ingericht op basis van het 'open innovatie model'. Dat vraagt om fysieke plekken waar de sector zich kan clusteren. Laarberg kan zo'n omgeving worden. De directe omgeving en delen van Laarberg hebben ook landschappelijke waarde.

De ontwikkeling van het bedrijventerrein maakt, daar waar mogelijk, zoveel mogelijk gebruik van die kwaliteiten. Daarmee kan een terrein ontwikkeld worden dat functionaliteit laat samengaan met ruimtelijke kwaliteit. Er wordt rekening gehouden met de specifieke kwaliteiten van de omgeving. Dit kan er toe leiden dat op de ene plek het bedrijventerrein juist wordt tentoongesteld aan de omgeving (rond de Grolse Linie), terwijl het op een andere plek voor de omgeving 'verstopt' wordt en juist een hele groene uitstraling krijgt, aansluitend op het bestaande landschap (aan de westzijde). Alvorens een ontwikkeling plaatsvindt aan een rand, worden groenstructuren gerealiseerd, welke tevens als compensatiegebied kunnen dienen. De structuurvisie maakt onderscheid in vier ruimtelijke eenheden, met elk haar eigen ruimtelijke en functionele kenmerken (zie afbeelding 3.1). Dit zijn de Verbindingszone; het Biobased Transitiepark; het Bedrijventerrein; het Agrarisch Landschap. De inzichten rondom het Biobased Transitiepark zijn inmiddels achterhaald. Zie paragraaf 1.1 voor nadere duiding. De samenhang tussen de ondergrond en de nieuwe ontwikkeling bovengronds, wordt door deze bovengenoemde zones zichtbaar gemaakt. De bestaande structuren van Laarberg worden doorgezet in de uitbreiding.

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

29

Afbeelding 3.1: Structuurvisie Uitbreiding regionaal bedrijvenpark Laarberg. De uiteindelijke structuur van het bedrijvenpark dient aan te sluiten op de Verbindingszone, het Agrarisch Landschap en het bestaande deel van het bedrijvenpark. De exacte ligging van de wegen is bekend en biedt een doorlopende structuur. In de noord-zuidrichting zijn de profielen minder breed maar functioneel. Kwalitatief groen wordt samengebracht in de Verbindingszone.

Regionaal Bedrijvenpark Laarberg, Laarberg Noord 2

30

4.4.4 Beleid installaties opwekking hernieuwbare energie De gemeente Oost-Gelre wil energieneutraal zijn in 2030. Daartoe is beleid opgesteld voor de plaatsing van installaties waarmee hernieuwbare energie kan worden opgewekt. Dit beleid wordt gehanteerd om initiatieven goed te kunnen begeleiden en af te wegen. Daarbij gaat het om initiatieven zoals windenergie, zonne-energie, maar ook om energiebesparing. De gemeente richt zich in haar beleid op bewezen en betaalbare technieken. Voor alle initiatieven geldt dat er maatschappelijk draagvlak moet zijn, mogelijkheden voor financiële participatie moet worden geboden en dat de aanleg economisch en duurzaam moet plaatsvinden (bijvoorbeeld transportbewegingen beperken door inzet van lokale bedrijven). Voor bedrijventerreinen zoals de Laarberg noemt de beleidsnotitie bijvoorbeeld de plaatsing van zonnepanelen (tot circa 2 ha) bij grote parkeerplaatsen bij bedrijven, en uiteraard zonnepanelen op gebouwen. Daarbij gelden wel voorwaarden, onder meer op het gebied van landschappelijke inpassing en beleving. Dit bestemmingsplan voorziet op voorhand geen grootschalige installaties. De voorgenomen ontwikkeling volgt het genoemde beleid, zie hiervoor paragraaf 3.5 van deze toelichting. 4.4.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14091410/1