CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp kerkstraat 36 toelichting bijlagen

Raadscommissie 30 november 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Herziening woningbouw Kerkstraat 36 te Harreveld’23.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.5

Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Voor het dekzandlandschap geldt dat de meest reliëfrijke delen (goed ontwaterde dekzandruggen en –koppen) die grenzen aan of worden omgeven door laaggelegen, natte gebieden een hoge archeologische verwachting hebben. Door plaggenbemesting zijn esdekken ontstaan op het dekzand. Binnen het plangebied is naar verwachting sprake van dekzandwelvingen en/of een dekzandrug. Door deze geo(morfo)logische situatie was het gebied geschikt voor bewoning en/of landgebruik vanaf de vroegste prehistorie. Eventuele vindplaatsen uit het Paleolithicum en Mesolithicum, de tijd van de jagers/verzamelaars, kunnen bestaan uit basis- en/of jachtkampementen die zich kenmerken door een strooiing van vuursteen, alsmede resten van houtskool, haardkuilen, kookstenen en andere stenen gebruiksvoorwerpen. Eventuele resten van (on)verbrande gereedschappen en gebruiksvoorwerpen van organisch materiaal (m.n. hout, leer, bot) zullen gezien de zandige ondergrond minder goed bewaard zijn gebleven.

Aangezien vondsten uit deze periode tot dusver binnen het onderzoeksgebied nog niet in situ zijn aangetroffen,45 wordt voor dit onderzoek uitgegaan van een lage tot middelhoge archeologische verwachting voor het Paleolithicum en Mesolithicum. Vanaf het Neolithicum deed de landbouw zijn intrede en werden de nederzettingen meer plaatsvast. Uit de periode Neolithicum tot en met de Romeinse tijd kunnen daarom ook resten van nederzettingen (met o.a. paalsporen, wandstructuren en funderingsgreppels van houtbouw, haardkuilen en afvalkuilen, waterputten, erfafscheidingen, veekralen; vanaf de Romeinse tijd in beginsel ook resten van gedeeltelijk in steen opgetrokken gebouwen) worden verwacht, hoewel deze binnen het huidige onderzoeksgebied nog niet zijn aangetoond. Naast deze sporen van (agrarisch) landgebruik kunnen tevens begravingen (crematies, vanaf de laat-Romeinse tijd ook inhumaties) en off–site fenomenen zoals infrastructuur, alsmede resten van kleinschalige ambachtelijke activiteiten worden verwacht. Naast de eerder genoemde voorwerpen kunnen vanaf het Neolithicum ook (fragmenten van) handgevormd aardewerk en voorwerpen van metaal, vanaf de ijzertijd ook van glas en vanaf de Romeinse tijd ook gedraaid aardewerk en keramisch bouwmateriaal worden verwacht.

Gelet op het volledig ontbreken van vondsten uit deze periode binnen het onderzoeksgebied is de verwachting voor de periode Neolithicum-Romeinse tijd eveneens laag tot middelhoog.

45

De enige vondst uit deze periode, een fragment van een vuurstenen kling (biface) uit het laat-Mesolithicum of vroegNeolithicum, is waarschijnlijk met grond van elders aangevoerd: De Graaf, Rohling en Van der Kuijl 2015, 27-30 met afb. 15 (Archis3 zaaknr. 2471726100).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

27 van 46

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

De grootste trefkans op archeologische resten bestaat voor vindplaatsen uit de periode vanaf de vroege middeleeuwen tot en met de recente tijd. Dit is de periode van tijdens en na de ontginning en de vestiging van kleine boerderijen en het klooster van Harreveld. Binnen het onderzoeksgebied is een erf/huisplaats uit de vroege middeleeuwen B aangetroffen aan de Freule van Dorthstraat/hoek Korenbloemstraat (zaaknr. 2251268100) op ca. 260 m ten zuiden van het huidige plangebied. De (ondiepe) sporen werden zichtbaar onder het plaggendek. Door het ontbreken van vondsten is de fasering van de vindplaats (huisplattegrond en niet gelijktijdige spieker) onduidelijk. Uit de periode van ná de huisplaats/erf dateert een vermoedelijke roedenberg die aangeeft dat de locatie ook na de vroege middeleeuwen B nog is gebruikt voor bewoning en/of agrarisch landgebruik. Uit de periode van de ontginning van de es tenslotte dateren enkele esgreppels. Elders binnen het onderzoekgebied is bewoning uit de Nieuwe tijd aangetoond (Archis3 zaaknrs. 2110546100/2176157100), mogelijk ook infrastructuur (zaaknr. 4891018100, zie afb. 12). De verwachting voor het plangebied is daarom hoog. Gelet op de cartografische informatie geldt voor de (late) Nieuwe tijd een hoge archeologische verwachting op resten van bouwland en evt. infrastructuur, alsmede bebouwing uit de periode vanaf de vroege 20e eeuw.

De kans op het aantreffen van vondsten van organisch materiaal en van paleo–ecologische resten is sterk afhankelijk van de bodemgesteldheid ter plaatse. Onverbrande vondsten van organisch materiaal en paleo–ecologische resten zullen over het algemeen slechts beneden de grondwaterspiegel kunnen worden aangetroffen. Gelet op de grondwatertrap is dit hier mogelijk vanaf 1,8 m –mv (Gt Vbo). Verbrande vondsten van organisch materiaal en paleo– ecologische resten kunnen daarnaast ook in grondsporen worden aangetroffen. Algemeen is de zandige bodem ongunstig voor de conservering van organisch materiaal. De gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is opgenomen in tabel 3. De potentiële archeologische niveaus worden direct onder het maaiveld verwacht op of in de top van de dekzandafzettingen. Door de vorming van een subrecent eerddek van meer dan 0,5 m dikte, na de heideontginning van de middeleeuwen zijn mogelijk aanwezige archeologische vindplaatsen naar verwachting goed bewaard gebleven. Tabel 3: Archeologische verwachting plangebied Periode Tweede Wereldoorlog midden-Nieuwe tijd-recent

Verwachting Laag

vroege middeleeuwenvroege/midden Nieuwe tijd

Hoog

Hoog

NeolithicumRomeinse tijd

Laag tot middelhoog

Paleolithicum/ Mesolithicum

Laag tot middelhoog

Verwachte vindplaatstypen Geen concrete verwachting, evt. losse vondsten bouwland (tot ca. 1920/1925) eventueel infrastructuur; vanaf 1920/1925 bebouwing nederzettingsresten (hout- en ged. steenbouw) met archeologische laag; resten van ijzerbewerking, meilers; sporen van landgebruik (akkerbouw, infrastructuur). Grafvelden/ groepen graven nederzettingsterreinen (paalsporen, wandgreppels, kuilen, waterputten), evt. met archeologische laag; sporen van landgebruik (akkerbouw, infrastructuur), resten van ijzerbewerking, meilers, afvaldumps. Graven Jachtkampen, haardplaatsen/haardkuilen, vuursteenconcentraties en strooivondsten

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Verwachte bodemlaag (diepte) Vanaf maaiveld vanaf maaiveld

late middeleeuwen/Nieuwe tijd: vanaf maaiveld in of direct onder esdek tot ca. 0,5 m -mv vroege middeleeuwen: in de B- of B/C-, alsmede de top van de Chorizont, vanaf ca. 0,5 m -mv in de B- of B/C-, alsmede de top van de C-horizont, vanaf ca. 0,5 m -mv, top dekzand wrs. ca. 1,0 m -mv

in de B- of B/C-, alsmede de top van de C-horizont, vanaf ca. 0,5 m -mv, top dekzand wrs. ca. 1,0 m -mv

28 van 46

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

Verstoringskans Volgens de resultaten van het cartografische onderzoek is het plangebied (vanaf) in ieder geval de 19e eeuw tot en met het begin van de 20e eeuw agrarisch gebruikt. Agrarische werkzaamheden kunnen verstoring tot in de C-horizont hebben veroorzaakt. Vanaf de jaren ’20 van de 20e eeuw is het plangebied bebouwd. Over de oudste bebouwing zijn geen verdere gegevens beschikbaar gekomen. Voor de meest recente bebouwing is volgens informatie van de opdrachtgever een vlakdekkende bouwput uitgegraven. Hierdoor zal de bodem ter plaatse van het nu te slopen zaalgebouw tot ca. 0,8 à 1,0 m -mv verstoord zijn. Afhankelijk van de dikte van het esdek in het plangebied moet ervan worden uitgegaan dat de verstoring door de meest recente bebouwing tot in de (top van de) C-horizont reikt. Dit is ook aannemelijk, omdat funderingen doorgaans op het dekzand worden gerealiseerd. Buiten de bestaande bebouwing zal het naar verwachting een beschermend effect hebben gehad op eventuele archeologische resten ter plaatse. Dit zal door middel van bodemonderzoek moeten worden aangetoond. Booronderzoek In eerste instantie dient een verkennend booronderzoek te worden uitgevoerd naar de intactheid van het bodemprofiel. De boringen zullen buiten de bestaande bebouwing in de zones worden geplaatst die door de geplande nieuwbouw verstoord zullen worden.

De boringen zullen worden doorgezet tot in ieder geval 0,25 m in de C-horizont Voorafgaand aan het booronderzoek is conform de BRL 4003 een Plan van Aanpak opgesteld.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

29 van 46

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

3

Resultaten van het booronderzoek

3.1

Werkwijze booronderzoek In totaal zijn op 8 april 2021 vijf (5) verkennende grondboringen gezet binnen het plangebied. Boring 1 t/m 3 zijn ter plaatse van de geplande bouwkavels aan de voorzijde van het zalencentrum gezet en Boring 4 en 5 zijn aan de achterzijde gezet. De boringen zijn uitgevoerd door E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector). Het booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA versie 4.1, specificatie VS03 protocol 4003 en het vooraf opgestelde Plan van Aanpak. Alle boringen zijn, voor zover dat mogelijk was, tot 25 centimeter in de top van de C-horizont gezet met een edelmanboor met een boordiameter van 7 centimeter. De boorlocaties zijn uitgezet met een meetwiel ten opzichte van de perceelsgrenzen en ingemeten met GPS (xen y-waarden). De maaiveldhoogte van de boringen is afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). Alle afzonderlijke bodemlagen zijn vervolgens droog gezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4 millimeter en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc.

Ten tijde van het onderzoek was het terrein verhard met betonklinkers en opgehoogd en verhard met gebroken puin (zie Afb. 14 en Afb. 15). De aanwezige puinlaag is met een stootijzer en - voor zover dat mogelijk was - met de hand verwijderd. Boring 3 is tweemaal verzet en bij alle 3 boorpunten (3A, 3B, 3C) is de boor binnen 40 cm-mv vastgelopen in de puinlaag, waarna de boring gestaakt is. De overige boringen konden na het verwijderen van de puinlaag wel doorgezet worden tot in de C-horizont.

3.2

Resultaten Geologie en Bodem Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar Bijlage 3. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn opgenomen in Bijlage 4. In geen enkele boring is sprake van een intact bodemprofiel. In alle gevallen is sprake van een subrecent ophogingspakket met voornamelijk gebroken betonpuin en baksteenpuin. De bodemopbouw van de boring met de minste bodemverstoring kan als volgt worden weergegeven: Tabel 2: Boring 4

Diepte (cm – mv) 0-10 10-45 45-70 70-95 95-130

130-145 145-170

Samenstelling Grijs, zwak siltig, fijn zand met kiezels Bruin humeus siltig, fijn zand met iets puin Geelgrijs,bruin gevlekt, siltig, fijn zand met puin Grijsbruin gevlekt, iets humeus siltig fijn zand, met iets puin en hout Bruingrijs gevlekt, sterk siltig en sterk lemig fijn zand Blauwgrijs sterk siltig en sterk lemig fijn zand met roestvlekken

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Interpretatie betonklinker Ap1; subrecent opgebrachte laag Ap2; idem Ap3; idem Ap4; idem A/C; menglaag C; dekzand

30 van 46

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

Beantwoording onderzoeksvragen Op grond van de resultaten van het booronderzoek kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: •

Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied?

Er zijn geen intacte bodems aangetroffen in het plangebied. In het plangebied is in alle boringen onder de klinkerverharding sprake van een ophoogpakket met subrecent geroerde lagen met een bijmenging van gebroken betonpuin en baksteenpuin. Ter plaatse van boring 3A, 3B en 3C zijn de boringen vastgelopen in de puinlaag op een diepte vanaf 30 cm-maaiveld. Er zijn geen eerdlagen aanwezig. Alle laagovergangen zijn scherp. De natuurlijke ondergrond is aangetroffen op minimaal 70 cm-mv (boring 1) en 95 cm-mv (boring 2, zie Afb. 13) tot maximaal 145 cm-mv (boring 4) en 170 cm-mv (boring 5), en bestaat uit fijn sterk siltig dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden.

Afbeelding 13: Foto van de boorkern van boring 2 met een A-C profiel

Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? Het oorspronkelijke bodemprofiel is in alle boringen volledig verstoord tot een diepte van minimaal 70 cm-mv en maximaal 170 cm-mv. De op basis van het bureauonderzoek verwachtte hoge zwarte enkeerdgrond is niet aangetroffen in het plangebied. •

Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan?

Vanwege het ontbreken van een intacte bodem is deze vraag niet langer van toepassing. •

Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan?

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

31 van 46

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

Zie het antwoord op de vorige vraag. In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen? Zoals verwacht werd op basis van het bureauonderzoek en het bouwdossieronderzoek is de bodem in het plangebied sterk verstoord geraakt door subrecente bodemingrepen, waaronder de bouw van het zalencentrum. De oorspronkelijke bodem in het plangebied is een hoge zwarte enkeergrond op een dekzandrug. De eerdlaag is niet aangetroffen. In plaats daarvan is sprake van een dik pakket met subrecente puinrijke ophogingslagen onder een subrecente puinverharding. Hierdoor is de kans zeer gering dat de in het plangebied intacte behoudenwaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Is vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt? Vanwege de grote mate van bodemverstoring waarbij de oorspronkelijke bodemopbouw en de eerdlaag verloren zijn gegaan, is de kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan gering. Daarom adviseren wij om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren en het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.

Afbeelding 14: Impressie van het plangebied. Foto genomen vanaf de Kerkstraat in oostelijke richting.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

32 van 46

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

4

Conclusie en aanbeveling

4.1

Conclusie Bureauonderzoek Het plangebied ligt in het pleistocene dekzandlandschap van het Oostnederlands Plateau (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Geomorfologisch is (na extrapolatie) waarschijnlijk sprake van dekzandwelvingen en/of een dekzandrug, beide met een vrij vlak, laaggelegen reliëf (steilste hellingen ¼° - 1° [2°]) en een lokaal maximaal hoogteverschil van 0,5-1,5 m met op de hogere delen soms een oud-bouwlanddek, bodemkundig is sprake van een hoge zwarte enkeerdgrond van lemig fijn zand. Het plangebied is nog niet eerder archeologisch onderzocht, evenmin zijn in Archis3 vondstmeldingen in het plangebied geregistreerd. Hoewel archeologische resten vanaf het laat-Paleolithicum verwacht kunnen worden zijn deze in het onderzoeksgebied vooralsnog niet aangetoond. De vroegste op dit moment bekende bewoning dateert in de vroege middeleeuwen B. Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek wordt voor het plangebied uitgegaan van een lage tot middelhoge verwachting op archeologische resten uit de periode laatPaleolithicum tot en met de Romeinse tijd en een hoge verwachting op resten van nederzettingen en landgebruik vanaf de vroege middeleeuwen tot en met de recente tijd. Volgens de resultaten van het cartografische onderzoek is het plangebied (vanaf) in ieder geval de 19e eeuw tot en met het begin van de 20e eeuw agrarisch gebruikt.

Agrarische werkzaamheden kunnen een bodemverstoring tot in de C-horizont hebben veroorzaakt. Vanaf de jaren ’20 van de 20e eeuw is het plangebied bebouwd. Over de oudste bebouwing zijn geen verdere gegevens beschikbaar. Voor de meest recente bebouwing is volgens informatie van de opdrachtgever een vlakdekkende bouwput uitgegraven. Hierdoor zal de bodem ter plaatse van het nu te slopen zaalgebouw tot ca. 0,8 à 1,0 m -mv verstoord zijn. Afhankelijk van de dikte van het esdek in het plangebied moet ervan worden uitgegaan dat de verstoring door de meest recente bebouwing tot in de (top van de) C-horizont reikt. Dit is ook aannemelijk, omdat funderingen doorgaans op het dekzand worden gerealiseerd. Buiten de bestaande bebouwing zal het naar verwachting een beschermend effect hebben gehad op eventuele archeologische resten ter plaatse. Dit zal door middel van bodemonderzoek moeten worden aangetoond. Booronderzoek Tijdens het verkennend booronderzoek zijn geen intacte bodems aangetroffen in het plangebied. In het plangebied is in alle boringen onder de klinkerverharding sprake van een ophoogpakket met subrecent geroerde lagen met een bijmenging van gebroken betonpuin en baksteenpuin. Ter plaatse van boring 3A, 3B en 3C zijn de boringen vastgelopen in de puinlaag op een diepte vanaf 30 cm-maaiveld. Er zijn geen eerdlagen aanwezig. Alle laagovergangen zijn scherp.

De natuurlijke ondergrond is aangetroffen op minimaal 70 cm-mv (boring 1) en 95 cm-mv (boring 2) tot maximaal 145 cm-mv (boring 4) en 170 cm-mv (boring 5), en bestaat uit fijn sterk siltig dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden.

4.2

Selectieadvies Vanwege de grote mate van bodemverstoring waarbij de oorspronkelijke bodemopbouw en de eerdlaag verloren zijn gegaan, is de kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan gering. Daarom adviseren wij om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren en het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

33 van 46

Project Kenmerk

4.3

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. De resultaten van het bureauonderzoek en het booronderzoek dienen te worden getoetst door het bevoegd gezag, de gemeente Oost Gelre (dhr. P. Ballast) en diens adviseur, de Regioarcheoloog van de ODA, voordat met de geplande bodemingrepen gestart kan worden. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Oost Gelre (dhr. P. Ballast) hiervan per direct in kennis te stellen.

Afbeelding 15: Impressie van het plangebied. Foto genomen aan de achterzijde van het zalencentrum richting het zuidwesten.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

34 van 46

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

Gebruikte literatuur Bakker, H. de, en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland: De fysisch-geografische regio’s, Assen. Berendsen, H.J.A., 2008: De vorming van het land: inleiding in de geologie en de geomorfologie, Assen. Broeke, E.M. ten, 2009: Eindrapportage archeologisch bureauonderzoek en karterend booronderzoek hoek Korenbloemstraat en Freule van Dorthstraat te Harreveld, gemeente Oost Gelre, Doetinchem (Econsultancy Archeologie rapport 09025233). Broeke, E.M. ten, 2016a: Archeologisch bureauonderzoek Grachtlaan, Blaauwgeersstraat, Lindeboomweg, Freule van Dorthstraat, Klaproosstraat en Korenbloemstraat te Harreveld, gemeente Oost Gelre, Doetinchem (Econsultancy Archeologie rapport 15126493). Broeke, E.M. ten, 2016b: Archeologisch verkennend booronderzoek Grachtlaan, Blaauwgeersstraat, Lindeboomweg, Freule van Dorthstraat, Klaproosstraat en Korenbloemstraat te Harreveld, gemeente Oost Gelre, Doetinchem (Econsultancy Archeologie rapport 16025137). Broeke, E.M. ten, en P.J.L. Wemerman, 2017: Rapportage archeologische inspectie/extensieve begeleiding diverse straten en gracht langs de Kerkstraat en Grachtlaan te Harreveld, gemeente Oost Gelre, Doetinchem (Econsultancy Archeologie rapport 2983.001). Derks, G.J.M., J.B. Bootsma, R.J.A. Crols en S.

van Roode, 2006: Cultuurhistorische gebiedsbeschrijving Oost Gelre. Een beeld van ontginningssporen tot wederopbouwarchitectuur, Arnhem. Eimermann, E., en J.J. van Ams, 2011: Vroege Middeleeuwen binnen de Harreveldschen Esch. Archeologisch onderzoek d.m.v. proefsleuven en begeleiding aan de Freule van Dorthstraat/Korenbloemstraat te Harreveld, gem. Oost-Gelre (Gld.), Geldermalsen/Groningen (ARC-Rapport 2010-236) Ewolds, D., en W.J. Weerheijm, 2020: Archeologisch onderzoek Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG), deellocatie N18_CL 11 te Harreveld, gemeente Oost Gelre, Groningen (Sweco Archeologische Rapporten 2328). Fijma, P., 2010: Archeologisch onderzoek Jongerenhuis Harreveld. Inventariserend veldonderzoek, Arnhem (Grontmij Archeologische Rapporten 872). Gedeputeerde Staten van Gelderland (ed.), 2020a: Uitgangspuntennotitie aanpak Cultuur en Erfgoed, Arnhem. Gedeputeerde Staten van Gelderland (ed.), 2020b: Statenbrief Vervolgvoorstel Uitgangspuntennotitie aanpak Cultuur en Erfgoed, Arnhem (brief d.d. 8 december 2020, zaaknummer 2019-012596). Gedeputeerde Staten van Gelderland (ed.), 2020c: Bijlage bij Statenbrief. Overzicht financiële middelen, Arnhem (brief d.d. 8 december 2020, zaaknummer 2019-012596). Gemeente Oost Gelre (ed.), 2017: Bestemmingsplan Kern Harreveld 2015, NL.IMRO.1586.BPHAR900-VG01, vastgesteld d.d.

30-05-2017, geraadpleegd via ruimtelijkeplannen.nl, 17-03-2021. Graaf, R. de, J.F.M. Rohling en E.E.A. van der Kuijl, 2015: Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Blauwgeerstraat/Lindeboomweg te Harreveld, Gemeente Oost Gelre, Zelhem (Hamaland Advies projectnr. 1508920). Groenewoudt, B.J., 1994: Prospectie, waardering en selectie van archeologische vindplaatsen. Een beleidsgerichte verkenning van middelen en mogelijkheden, Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 17). Haar, L.J. van der, A. Vissinga en I. Vossen, 2011: OTB N18 Varsseveld-Enschede. Een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterende fase), Heerenveen (Archeologische Rapporten Oranjewoud 2009/143). Holl. J., 2020: Verkennend archeologisch booronderzoek Looweg 27 te Harreveld, gemeente Oost Gelre, Zwolle (Econsultancy Archeologie rapport 12849.001). Knotters, M., D. Walvoort, F. Brouwer, L. Stuyt en J. Okx, 2018: Landsdekkende, actuele informatie over grondwatertrappen digitaal beschikbaar, H2O-Online d.d. 28 november 2018. Nillisen,R., en H. Kremer, 2014: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Ursulastraat 2 te Harreveld, gemeente Oost Gelre, Doetinchem (Synthegra Rapport S110012).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

35 van 46

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

Roode, F. de, en K.J. van den Berghe, 2008: Archeologische monumentenzorg in de gemeente Oost Gelre. Deel 1: startnota archeologische monumentenzorg. Deel 2: toelichting op de archeologische landschappen- en beleidskaart, Weesp (RAAP-rapport 1757). Schokker, J., 2010: Geologische overzichtskaart van Nederland, Utrecht (TNO Bouw en Ondergrond). Thijs, W.J.F., 2009: Een karterend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen op het terrein op de hoek van de Freule van Dorthstraat en de Korenbloemstraat te Harreveld, gemeente Oost Gelre (Gld), Geldermalsen (ARC rapport 2009-42). Tol, A.J., et al., 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: Verkennend booronderzoek Archeologie. Status: versie 2.0. Geactualiseerd op 4 december 2012. Versie 1.0 van deze leidraad is op 30 maart 2006 vastgesteld door het CCvD. Versfelt, H.J. 2003: De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland, Groningen. Weerheijm, W.J., en K. Klerks, 2015: Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de reconstructie van 4 kruispunten aan de N36 en N18, gemeenten Ommen en Oost Gelre. Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek, Amersfoort (Vestigia rapport V1246). Wilbers, A., 2006a: Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase Looweg in Harreveld, gemeente Oost Gelre, Katwijk (Becker & Van de Graaf briefrapport 16032).

Wilbers, A., 2006b: Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase De Bothweg in Harreveld, gemeente Oost Gelre, Katwijk (Becker & Van de Graaf Rapport projectnr. 03051006/19863). Willemse, N.W., en M.H.J.M. Kocken, 2012: Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek, Weesp (RAAP-rapport 2501).

Geraadpleegde websites https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/ voor informatie over meldingen, kadastraal minuutplan, Bonneblad ca. 1900, geomorfologie, bodem, luchtfoto, kadaster, RD-coördinaten en het doen van de zaakmelding http://ahn.maps.arcgis.com/ voor hoogte-informatie www.topotijdreis.nl; voor informatie m.b.t. historische kaarten en luchtfoto’s http://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens en /ondergrondmodellen voor informatie over bodemopbouw www.dans.easy.nl voor rapporten www.ruimtelijkeplannen.nl voor bestemmingsplaninformatie www.molendatabase.nl voor werkende en www.molendatabase.org voor verdwenen molens https://www.bodemloket.nl/kaart voor milieukundige informatie http://www.ikme.nl voor informatie over de Tweede Wereldoorlog https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl voor gebouwde monumenten http://decentrale.regelgeving.overheid.nl https://originals.dotkadata.com voor luchtfoto’s https://www.ecal.nu voor bouwdossiers http://gelderland.maps.arcgis.com/ voor cultuurhistorie, zandbanen en andere kaarten

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

36 van 46

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

BIJLAGEN

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

37 van 46

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

Bijlage 1: Impressie van de bouwplannen opdrachtgever)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

in het plangebied (bron:

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

Bijlage 2:

Overzicht van archeologische en geologische perioden

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

Bijlage 3: Boorpuntenkaart en tabel met x-, y- en z-coördinaten van de boorpunten

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

boorpunt

x-coördinaat

y-coördinaat

01 02 03A 03B 03C 04 05

232.623 232.618 232.592 232.593 232.593 232.601 232.603

443.917 443.924 443.907 443.907 443.905 443.902 443.891

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Maaiveldhoogte in meters t.o.v. NAP 20,44 20,38 20,20 20,26 20,22 20,39 20,18

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

Bijlage 4: Boorlegenda en boorprofielen (separaat bijgevoegd)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO (O) Archeologie Plangebied Kerkstraat 36 te Harreveld : AW/DIR/HAMA/213185

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Herziening woningbouw Kerkstraat 36 Harreveld vastgesteld

Bijlage 2

Bodemonderzoek

BJZ.nu Bestemmingsplannen

51

Verkennend bodemonderzoek Kerkstraat 36 te Harreveld

Milieutechniek Rouwmaat Groenlo bv Postbus 74 Den Sliem 93 7140 AB Groenlo 7141 JG Groenlo TEL. 0544-474040 FAX. 0544-474049

TITELBLAD

Projectnaam

Kerkstraat 36 te Harreveld

Projectnummer

MT-210156

Opdrachtgever

Cafe de Boer

Adres

Kerkstraat 36

Postcode en plaats

7135JL te Harreveld

Versienummer

2 (PFAS ingevoegd)

Status

Definitief

Datum

5 mei 2021

Vestiging

Groenlo

Opsteller

Dhr. J. Nijenhuis

Paraaf

Autorisatie Paraaf

Dhr. A.W. Ursinus

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ................................................................................................................................................................ 3 1.1

Achtergrond .................................................................................................................................................... 3

1.2

Kwaliteit.......................................................................................................................................................... 3

1.3

Betrouwbaarheid ............................................................................................................................................ 3

1.4

Onafhankelijkheid ........................................................................................................................................... 3

1.5

Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 3

2.

VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 4 2.1

Geraadpleegde bronnen .................................................................................................................................. 4

2.2

Omschrijving onderzoekslocatie ...................................................................................................................... 4

2.3

Historie ........................................................................................................................................................... 5

2.4

Asbest ............................................................................................................................................................. 6

2.5

Voorgaande onderzoeken................................................................................................................................ 7

2.6

Geohydrologie ................................................................................................................................................ 7

2.7

Locatie inspectie ............................................................................................................................................. 7

2.8

Conclusie vooronderzoek ................................................................................................................................ 7

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ......................................................................................................................... 8 3.1

Hypothese ...................................................................................................................................................... 8

3.2

Onderzoeksopzet ............................................................................................................................................ 8

4.

RESULTATEN ............................................................................................................................................................ 9 4.1

Uitvoering veldwerk ........................................................................................................................................ 9

4.2

Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses .................................................................................. 10

4.3

Interpretatie analyseresultaten ..................................................................................................................... 11

4.4

K-waardebepaling ......................................................................................................................................... 11

5.

CONCLUSIE............................................................................................................................................................. 12 5.1

Algemeen...................................................................................................................................................... 12

5.2

Conclusie en aanbevelingen........................................................................................................................... 12

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11

Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorbeschrijvingen Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen

1.

INLEIDING

1.1 Achtergrond In opdracht van Cafe de Boer heeft Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. een verkennend bodemonderzoek verricht aan de Kerkstraat 36 te Harreveld (gemeente Oost Gelre). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en bouwvergunning. Het onderzoek heeft tot doel vaststellen of er een grond- of grondwaterverontreiniging aanwezig is, welke mogelijk een belemmering kan vormen. Tevens wordt op deze locatie een K-waarde onderzoek t.b.v. waterinfiltratie uitgevoerd, minstens twee boringen worden doorgezet tot 5,- m -mv voor inzicht in de laagopbouw. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRL-SIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters) en 2002 (nemen van grondwatermonsters). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000-methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico te Barneveld.

1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN 5740 (NEN 5740:2009+A1:2016 nl ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’). Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze norm, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN 5725 (NEN 5725:2017 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'). Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. 1.4 Onafhankelijkheid Tussen Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 10. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de erkende medewerker(s), de heer N. ten Brinke. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.

3

2.

VOORONDERZOEK

2.1 Geraadpleegde bronnen Voor aanvang van het bodemonderzoek zijn de (historische) gegevens, die relevant zijn voor het onderzoek, verzameld. In bijlage 9 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de opdrachtgever informatie van de gemeente/omgevingsdienst informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website bodemloket.nl locatie inspectie 2.2 Omschrijving onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Kerkstraat 36 te Harreveld (gemeente Oost Gelre). De locatie is kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde, sectie M, nummer 337. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1175 m2. In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening met monsternamepunten weergegeven. De onderzoekslocatie is gelegen in het centrum van Harreveld. De onderzoekslocatie bestaat in de huidige situatie uit een deel van het totale perceel, waarop zich een gebouw bevindt met een horecabestemming. De initiatiefnemer is voornemens de bebouwing te slopen en vervolgens nieuwbouw op het perceel te realiseren.

Figuur 1: Overzichtsfoto

4

2.3 Historie Informatie van de gemeente/omgevingsdienst Er zijn geen relevante gegevens van de historie van het terrein bekend welke van invloed zouden kunnen zijn op de onderzoeksstrategie. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten voorgedaan. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat de locatie in het verleden was bebouwd en in gebruik is geweest voor agrarische doeleinden.

Figuur 2: Historische kaart 1900

Figuur 3: Historische kaart 1930

Figuur 4: Historische kaart 1960

Figuur 5: Historische kaart 2020

5

Informatie van de website bodemloket.nl Uit informatie van het bodemloket blijkt dat er geen historische activiteiten bekend zijn die van invloed kunnen zijn op de onderzoeksstrategie.

Figuur 6: Weergave bodemloket.nl 2.4 Asbest Bij het vooronderzoek zijn geen gegevens naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest op of in de bodem van de onderzoekslocatie. Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland heeft de locatie een lage verwachtingskans op het voorkomen van asbest. Plaatselijk is onder de betonverharding inpandig een puinbijmenging aangetroffen. Onder de klinkerverharding is plaatselijk een dun laagje puin aangetroffen. Formeel gezien maakt het aantreffen van puin de locatie asbestverdacht. Bij de visuele inspectie van het materiaal en het maaiveld zijn echter geen asbestverdachte materialen waargenomen. Ten einde een uitspraak te kunnen doen over de concentratie aan asbest kan een asbestonderzoek uitgevoerd worden conform de NEN 5707 (bodem) en/of NEN 5897 (granulaten). Op basis van de beschikbare informatie is ons inziens een asbestonderzoek op voorhand niet direct noodzakelijk. Derhalve is de locatie onverdacht op het voorkomen van asbest in de bodem.

Figuur 7: Weergave asbestdakenkaart

6

Figuur 8: Overzichtsfoto bebouwing

Figuur 9: Overzichtsfoto bebouwing

2.5 Voorgaande onderzoeken Op en in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie hebben voor zover bekend geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden. 2.6 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa 20,25 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 17,75 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,5 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting noordwestelijk is gericht. Het grondwater is voor zover bekend niet onderhevig aan invloeden van buitenaf. 2.7 Locatie inspectie Bij de locatie inspectie is westelijk aan het maaiveld een afscheider ten behoeve van plantaardige olie en vetten waargenomen. Voor het overige deel is de locatie aangetroffen zoals op basis van het vooronderzoek kon worden verwacht. Het buitenterrein is geheel verhard met klinkers. In het gebouw bevindt zich een betonvloer. 2.8 Conclusie vooronderzoek De onderzoekslocatie is op basis van het vooronderzoek onverdacht op het voorkomen van bodemverontreinigingen. De peilbuis zal ter plaatse van de afscheider van plantaardige vetten worden geplaatst.

De onderzoekslocatie is eveneens onverdacht op het voorkomen van asbest in de bodem.

7

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET

3.1 Hypothese De onderzoekslocatie is op basis van het vooronderzoek onverdacht en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' gehanteerd. Ter plaatse van de plantaardige olie en vetafscheider worden boringen gecombineerd uit voornoemde onderzoeksopzet. 3.2 Onderzoeksopzet In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Aantal boringen (excl. peilbuizen) Aantal peilbuizen Analyses grond Analyses water 6 tot ± 0,5 m-mv 1 2 Standaardpakket grond + 1 1 Standaardpakket grondwater 1 tot ± 2,0 m-mv PFAS Standaardpakket grond: • Lutum en organische stof (volgens AS3010)(bovengrond en optioneel in de ondergrond) • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) (volgens AS3010) • PCB's (volgens AS3010 en AS3020) • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (10 PAK uit Leidraad Bodembescherming, volgens AS3010) • Minerale olie (C10-40) )(volgens AS3010) Standaardpakket grondwater: • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn)(volgens AS3110) • Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) (volgens AS3110 en AS3130) • Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) (volgens AS3110) • Minerale olie (C10-40), (volgens AS3110)

8

4.

RESULTATEN

4.1 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 30 maart 2021 en op 6 april 2021 is de peilbuis bemonsterd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op korrelgrootte (=textuur), kleur, geur, oliewaterreactie en andere bijzonderheden. De bovengrond bestaat overwegend uit donkerbruin, matig fijn zand. Daaronder bestaat de ondergrond overwegend uit lichtbruin, matig fijn zand. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Boring 02 05 07 08

Diepte boring (m-mv) 0,50 5,00 5,00 1,40

Traject

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

0,15 - 0,50 0,08 - 0,20 0,08 - 0,20 0,20 - 0,40

Zand

sterk puinhoudend Puin zwak zandig zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend

Zand Zand

In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Peilbuis 03

Filterstelling (m-mv) 2,28 - 3,28

Grondwaterstand (m-mv) 1,75

Zuurgraad (pH) 6,8

Geleidbaarheid EGV (µS/cm) 1250

Troebelheid (NTU) 21,9

Geen van de gemeten waarden van de zuurgraad en de geleidbaarheid wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. De waarde van de troebelheid is verhoogd t.o.v. de natuurlijke achtergrondwaarde (tussen 0 en 10 NTU). Deze hoge troebelheid kan een overschatting van organische parameters ten gevolg hebben.

9

4.2 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. In onderstaande tabel staan de mengmonsters weergegeven. Grond(meng)monster(s) 02-1

Samenstelling 02 (0,15 - 0,50)

Traject (m-mv) 0,15 - 0,50

MM01

01 (0,30 - 0,70) + 03 (0,08 - 0,50) + 04 (0,08 - 0,50) + 05 (0,20 - 0,50) + 06 (0,08 - 0,50) + 07 (0,20 - 0,50) + 09 (0,30 - 0,60) 07 (0,08 - 0,20) + 08 (0,20 - 0,40)

0,08 - 0,70

MM03

03 (0,80 - 1,30) + 04 (0,50 - 0,70) + 05 (0,90 - 1,40) + 07 (1,00 - 1,40)

0,50 - 1,40

MM04 PFAS

01 (0,18 - 0,30) + 02 (0,15 - 0,50) + 03 (0,08 - 0,50) + 04 (0,08 - 0,50) + 05 (0,20 - 0,50) + 06 (0,08 - 0,50) + 07 (0,08 - 0,20)

0,08 - 0,50

PFAS (28) Handelingskader

-

2,28 - 3,28

Standaardpakket grondwater

MM02

Grondwatermonster(s) 03-1-1

0,08 - 0,40

Analyse

Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS

Motivatie: MM01 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de zintuiglijk schone bovengrond. MM02 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond met zintuiglijke bijmenging van baksteen. MM03 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de ondergrond. MM04 PFAS is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ten behoeve van PFASanalyse. 02-1 wordt separaat geanalyseerd in verband met zintuiglijke bijmenging van puin.

10

4.3 Interpretatie analyseresultaten In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen en in bijlage 6 van het grondwater. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 7. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is een indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse volgens het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. Grond (meng)monster(s) 02-1

Traject (m-mv)

Gehalte > AW/S

Gehalte > T

Gehalte > I

Indicatie BBK

0,15 - 0,50

-

-

Industrie

MM01

0,08 - 0,70

-

-

AW

MM02

0,08 - 0,40

PCB Kobalt Zink Lood Lood PAK Lood PAK -

-

-

AW

-

-

AW -

MM03 0,50 - 1,40 MM04 PFAS 0,08 - 0,50 Grondwatermonster(s) 03-1-1 2,28 - 3,28 Barium Betekenis van de tekens en afkortingen WBB: S = streefwaarde AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) - = onder achtergrondwaarde of detectiegrens

-

N.v.t. Betekenis van de afkortingen BBK: AW= toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde Wonen= toepasbaar (functieklasse Wonen) Industrie= toepasbaar (functieklasse industrie) NT= niet toepasbaar

Toelichting: Het is bekend dat in de grond en het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen bronlocatie aanwezig of aanwezig geweest, die een lichte verontreiniging met PCB’s in de grond ter plaatse van boring 02 veroorzaakt kan hebben. Mogelijk is de verontreiniging afkomstig van een bron elders. PCB's werden onder andere toegepast als isolatievloeistof in transformatoren, als hydraulische vloeistof, koelvloeistof en weekmaker in kunststoffen. De verhoogde gehalten PAK in de grond kunnen veroorzaakt worden door de aanwezigheid van puin/baksteendeeltjes of door microscopisch kleine deeltjes (bijv. roet). Het betreffen dan diffuus verspreide verontreinigingen. De bodemkwaliteit voldoet niet aan bodemkwaliteitsklasse Wonen, bij eventuele herinrichting/ gebruikswijziging dient hier rekening mee te worden gehouden. De in bijlage 3 met oranje aangegeven zone (± 215 m2 tot een diepte van 0,5 m) is op basis van het uitgevoerde onderzoek geclassificeerd als industrie. In het grond(meng)monster van de bovengrond voldoen de aangetroffen gehalten PFAS aan de normering voor ‘vrije’ toepassing op land. 4.4 K-waardebepaling In bijlage 7 zijn de rapporten van de K-waardebepalingen opgenomen.

In onderstaande tabel zijn de K-waarden weergegeven. Boring K08 K09

Diepte boring (m-mv) 1,40 1,25

K-waarde (m per dag) 3,92 4.32

11

5.

CONCLUSIE

5.1 Algemeen In opdracht van Cafe de Boer heeft Milieutechniek Rouwmaat een verkennend bodemonderzoek verricht aan de Kerkstraat 36 te Harreveld (gemeente Oost Gelre). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en bouwvergunning. Tevens werd op deze locatie een K-waarde onderzoek t.b.v. waterinfiltratie uitgevoerd, minstens twee boringen werden doorgezet tot 5,- m -mv voor inzicht in de laagopbouw. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ Er zijn zintuiglijke bijmengingen van baksteen en puin waargenomen; ▪ De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen vanuit WBB geen belemmering voor het toekomstige gebruik. ▪ De hypothese “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd” wordt grotendeels aangenomen. ▪ De bodemkwaliteit ter plaatse van boring 02 voldoet niet aan bodemkwaliteitsklasse Wonen, bij herinrichting/ gebruikswijziging dient hier rekening mee te worden gehouden. De in bijlage 3 met oranje aangegeven zone (± 215 m2 tot een diepte van 0,5 m) is op basis van het uitgevoerde onderzoek geclassificeerd als industrie. Deze grond zal door middel van sanering geschikt gemaakt dienen te worden.

Sanering kan geschieden door afgraven of afdekken van de grond met een leeflaag of aaneengesloten duurzame verharding zoals kunstgras, klinkers, tegels enz. In dit geval is uitgraven het uitgangspunt. Na het uitgraven van de industriegrond dienen ter controle wand- en putmonsters genomen te worden alvorens de locatie met schone grond wordt aangevuld. Voorgaande dient in overleg met bevoegd gezag te gebeuren. ▪ In het grond(meng)monster van de bovengrond voldoen de aangetroffen gehalten PFAS aan de normering voor ‘vrije’ toepassing op land. Opmerking Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

12

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCHE KAART

Topografische kaart

A4

Bodemonderzoek Kerkstraat 36 Harreveld

SCHAAL:1:25.000

PROJECTNUMMER: 210156

GETEKEND: NTB DATUM: 19-4-2021 BIJLAGE: 1

BIJLAGE 2 KADASTRALE KAART

Kadastrale kaart

Kadastraal object Kadastrale gemeente:

Lichtenvoorde

Sectie:

M

Perceel:

337

A4

Bodemonderzoek Kerkstrraat 36 Harreveld

SCHAAL:1:1.000

PROJECTNUMMER: 210156

GETEKEND: NTB DATUM: 19-4-2021 BIJLAGE: 2

BIJLAGE 3 SITUATIETEKENING MET MONSTERNAMEPUNTEN

Legenda Bebouwing Locatiegrens Te slopen bebouwing Beton Klinker Olie/vetafscheider plantaardige olie/vetten

0

5

10

15

20

25 m

Situatietekening met monsternamepunten

A4

Boring tot 0,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m-mv Boring tot 1,5 m -mv/ bepaling K-waarde Boring tot 2,0 m -mv

Bodemonderzoek Kerkstraat 36 Harreveld

SCHAAL:1:500

PROJECTNUMMER: 210156

GETEKEND: NTB DATUM:9-4-2021

Boring tot 5,0 m -mv Peilbuis

BIJLAGE: 3

Legenda Bebouwing Locatiegrens Te slopen bebouwing Industrie Boring tot 0,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m-mv 0

Boring tot 1,5 m -mv/ bepaling K-waarde Boring tot 2,0 m -mv

5

10

15

20

25 m

Situatietekening met monsternamepunten

A4

Boring tot 5,0 m -mv Peilbuis

Bodemonderzoek Kerkstraat 36 Harreveld

SCHAAL:1:500

Beton

PROJECTNUMMER: 210156

GETEKEND: JNI DATUM:28-4-2021

Klinker Olie/vetafscheider plantaardige olie/vetten

BIJLAGE: 3

BIJLAGE 4 BOORBESCHRIJVINGEN

Boring:

01

Boring:

02

Datum:

30-3-2021

Datum:

30-3-2021

0 1 -50

2

0

beton

-18 -30

Kernboor

-70

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, Edelmanboor

0 -50

1

0

beton

-15

Kernboor

-50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, sterk puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

Boring:

03

Boring:

04

Datum:

30-3-2021

Datum:

30-3-2021

GWS:

180

Opmerking:

2 pogingen Tot 1,3m-mv

0 -8

0 1 -50 -100 -150

2

-130 -150

5 -200

Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor

-50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

-100

-200

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, lichtbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs, Zuigerboor

-250 -300 -330

Projectcode: 210156 Projectnaam: Kerkstraat 36 Harreveld

0 -8

0

-80

3 4

klinker

2

-50 -70

3 -130

klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, licht oranjebruin, Edelmanboor

Boring:

05

Boring:

06

Datum:

30-3-2021

Datum:

30-3-2021

GWS:

200 0 -8 -20

0 -50

1 2

-100

0 -8

0

Edelmanboor, Puin zwak zandig Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 -50

-50

klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, lichtbruin, Edelmanboor

-90

3 -140

-150

klinker

Zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk roesthoudend, lichtoranje, Edelmanboor

4 -200

-200

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, Edelmanboor

-250

-270

Zand, zeer fijn, matig siltig, neutraal grijsbruin, Zuigerboor

-300 -350 -400 -450 -500

-500

Boring:

07

Boring:

08

Datum:

30-3-2021

Datum:

30-3-2021

GWS:

200

0 -50

1 2

0 -8 -20

3 -100

-100

4

-150

-140

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak baksteenhoudend, lichtbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, sterk roesthoudend, neutraaloranje, Edelmanboor

5 -200

klinker

-200

Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige, Zuigerboor

-250 -300 -350

-360

Zand, zeer fijn, matig siltig, licht grijsbruin, Zuigerboor -400 -450 -500

-500

Projectcode: 210156 Projectnaam: Kerkstraat 36 Harreveld

0 -50 -100

1 2

0 -8 -20 -40

klinker Zuigerboor Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Zuigerboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, Edelmanboor

-120 -140

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, bruinrood, Edelmanboor

Boring:

09

Datum:

30-3-2021

0 -50 -100

0 -8

1

-30

2 -100 -125

klinker Zuigerboor Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor

Projectcode: 210156 Projectnaam: Kerkstraat 36 Harreveld

BIJLAGE 5 ANALYSECERTIFICATEN GROND

Rouwmaat Milieutechniek T.a.v. Jeroen Nijenhuis Postbus 74 7140 AB GROENLO NETHERLANDS

Analysecertificaat Datum: 09-Apr-2021

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2021053273/1 210156 Kerkstraat 36 Harreveld 02-Apr-2021

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

210156 Kerkstraat 36 Harreveld

2021053273/1 02-Apr-2021 09-Apr-2021 09-Apr-2021/13:46 A,B,C,D 1/2

1

2

3

4

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

% (m/m)

88.9

90.8

85.6

82.1

Eenheid

Analyse

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

2.1

2.1

2.1

3.8

Gloeirest

% (m/m) ds

98

98

98

96

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

4.3

2.5

3.9

4.3

S

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

57

33

36

34

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.25

<0.20

0.21

<0.20

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

15

<3.0

<3.0

<3.0

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

17

7.7

5.6

<5.0

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

<0.050

<0.050

0.059

<0.050

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

<1.5

<1.5

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

8.4

4.9

4.8

<4.0

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

39

33

33

18

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

71

50

61

<20

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

<5.0

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

5.9

<5.0

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

<11

<11

<11

<11

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

7.8

<5.0

<5.0

7.1

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

7.0

<6.0

<6.0

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

<35

<35

<35

<35

Minerale olie

S

Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 101

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 118

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

Nr. Uw monsteromschrijving

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

11964119

01 (30-70) 03 (8-50) 04 (8-50) 05 (20-50) 06 (8-50) 07 (20-50) 09 (30-60)

Grond (AS3000) Grond (AS3000)

3

07 (8-20) 08 (20-40)

Grond (AS3000)

11964121

4

03 (80-130) 04 (50-70) 05 (90-140) 07 (100-140)

Grond (AS3000)

11964122

1

02 (15-50)

2

11964120

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

S

210156 Kerkstraat 36 Harreveld

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

2021053273/1 02-Apr-2021 09-Apr-2021 09-Apr-2021/13:46 A,B,C,D 2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10802430/2