CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp gasteveldsdijk 6 toelichting bijlagen

Gemeenteraad 17 september 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde’16.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Kerkuil en steenuil Uit de NDFF blijkt dat rondom het plangebied waarnemingen bekend zijn van de kerkuil en steenuil, waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) kerk- of steenuilen (braakballen, uitwerpselen, veren, prooiresten etc.) waargenomen in het plangebied. De kerkuil en steenuil zijn voor de nesten in hoge mate afhankelijk van gebouwen of andere door de mens aangebrachte constructies zoals schuren en bruggen. Steenuilen broeden daarnaast ook wel in bijvoorbeeld knotwilgen. Op het erf zijn dergelijke nestgelegenheden mogelijk wel aanwezig, maar in de deelplangebieden zelf is geen sprake van bebouwing of knotwilgen die geschikte nestgelegenheid voor deze soorten kunnen bieden. Het erf kan wel door beide soorten gebruikt worden als onderdeel van het foerageergebied, maar door de geringe oppervlakte en beperkte geschiktheid is er geen sprake van een essentieel leefgebied. Nestlocaties van overige jaarrond beschermde vogelsoorten worden in het plangebied en in de directe omgeving niet verwacht. Voor overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten is het plangebied ook niet van belang als functioneel leefgebied. Grondgebonden zoogdieren De NDFF vermeldt het voorkomen van de beschermde soorten egel, haas, ree en steenmarter voor de omgeving van het plangebied.

Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied, behalve enkele molshopen, geen (sporen van) grondgebonden zoogdieren aangetroffen. Het plangebied is door het intensieve agrarische gebruik en door de inrichting met bebouwing en verhard terrein vooral geschikt als leefgebied voor soorten als egel, steenmarter en algemene (spits-)muizensoorten. Incidenteel kan het plangebied doorkruist worden door (vrij) algemene soorten grondgebonden zoogdieren als bunzing,

Pagina 16

eekhoorn, haas, konijn en wezel. Voor de genoemde soorten geldt, met uitzondering van de bunzing, eekhoorn, steenmarter en wezel, in provincie Gelderland vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Eekhoorn Er zijn diverse waarnemingen van de strikt beschermde eekhoorn bekend uit de omgeving van het plangebied (bron: NDFF). Het onderzoeksgebied is beperkt geschikt als leefgebied voor de eekhoorn door de aanwezigheid van bosschages. In één van de deelplangebieden, namelijk het deel waar de kaasmakerij gepland is, is sprake van een bosschage die potentieel geschikt is als leefgebied voor de eekhoorn. Deze bosschage, die een beperkte omvang en overzichtelijk is, is tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op mogelijke eekhoornnesten. In deze bosschages zijn geen eekhoornnesten of holten aangetroffen waardoor verblijfplaatsen van eekhoorns hier zijn uitgesloten. Incidenteel kunnen hier wel eekhoorns worden waargenomen, maar dit plangebied maar door de geringe oppervlakte geen essentieel onderdeel uit van het leefgebied van de eekhoorn. Door de afwezigheid van bosschages of andere opgaande structuren in de andere twee deelplangebieden zijn ook daar verblijfplaatsen van eekhoorns uit te sluiten. Kleine marterachtigen De NDFF vermeldt van de kleine marterachtigen bunzing en hermelijn ieder één waarneming uit de ruime omgeving van het plangebied.

Er zijn geen waarnemingen van de wezel bekend uit de directe omgeving van het plangebied, maar kleine marterachtigen blijven door hun verborgen levenswijze vaak onopgemerkt. De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, maar zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt. Dit kunnen oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden zijn, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt hij ook voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten (bron: Zoogdiervereniging). De overige kleine marterachtigen hermelijn en wezel komen in vergelijkbare landschapstypen voor, waarbij de hermelijn over het algemeen meer gebonden is aan waterrijke gebieden en de wezel juist minder. Alleen het deelplangebied waar de kaasmakerij is gepland zou in potentie door de aanwezigheid van een bosschage met een dichte ondergroei geschikt kunnen zijn als leefgebied voor kleine marterachtigen. Een verblijfplaats wordt hier niet waarschijnlijk geacht door de hoge grondwaterstand ter plekke en het ontbreken van geschikte schuilgelegenheden, zoals zoogdierholen en dichte vegetatie. Steenmarter Vanuit de omgeving van het plangebied zijn meerdere waarnemingen van de steenmarter bekend.

Dit betreft voornamelijk verkeersslachtoffers, waaronder een verkeersslachtoffer op de Gasteveldsedijk op korte afstand van het plangebied (bron: NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn geen steenmarters of sporen (uitwerpselen, prooiresten, krabsporen etc.) aangetroffen die duiden op het gebruik van het plangebied als vaste rust- of verblijfplaats. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke,

Pagina 17

als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. De agrarische opstallen op het erf bieden mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor steenmarters, maar hier zijn geen werkzaamheden gepland. In de feitelijke deelplangebieden is geen sprake van bebouwing of andere structuren die geschikt zijn als verblijfplaats voor de steenmarter. Aangezien er verblijfplaatsen van de steenmarter kunnen zijn op korte afstand van de plangebieden, kunnen de plangebieden behoren tot het leefgebied van steenmarters, maar door de geringe oppervlakte is een essentieel leefgebied van de steenmarter in de deelplangebieden uitgesloten. Overige beschermde grondgebonden zoogdiersoorten worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het bronnenonderzoek bevestigt de afwezigheid van overige beschermde grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen De NDFF maakt geen melding van het voorkomen van beschermde vleermuissoorten voor de omgeving van het plangebied. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen In de deelplangebieden zijn geen gebouwen aanwezig, waardoor verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten uitgesloten zijn. Op het erf in het onderzoeksgebied zijn wel diverse opstallen, waaronder een woning, waarin gebouwbewonende vleermuizen zouden kunnen verblijven.

Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen Tijdens het veldbezoek is specifiek gelet op holtes in de bomen in het deelplangebied waar de kaasmakerij zal worden gerealiseerd, omdat deze bomen worden gekapt of verplaatst. Hierbij is vastgesteld dat er geen bomen aanwezig zijn met voor vleermuizen geschikte holtes. Geschikte verblijfsruimten voor boombewonende vleermuizen zijn dan ook niet te verwachten. Vliegroutes en foerageergebied(en) van vleermuizen De deelplangebieden zijn door de aanwezigheid van groene structuren en vee geschikt als foerageergebieden voor diverse soorten vleermuizen, zoals de gewone dwergvleermuis, de gewone grootoorvleermuis en de laatvlieger. Echter door de geringe omvang van de deelplangebieden in relatie tot de beschikbare hoeveelheid gelijkwaardig foerageergebied in het onderzoeksgebied is er geen sprake van essentiële foerageergebieden. In de deelplangebieden is ook geen sprake van essentiële vliegroutes door de beperkte aanwezigheid van opgaande structuren en de aanwezigheid van alternatieve routes in de vorm van gebouwen en bosschages. Het is echter wel mogelijk dat het plaatsen van een windturbine langs een mogelijk foerageergebied een negatieve invloed heeft op het welzijn van vleermuizen. Het is namelijk bekend dat migrerende of foeragerende vleermuizen door de onderdruk die wordt veroorzaakt door de draaiende rotorbladen om het leven komen.

Pagina 18

Amfibieën, reptielen, vissen Beschermde amfibieën, reptielen of vissen zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De NDFF meldt de bastaardkikker, gewone pad, kleine watersalamander en poelkikker voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). Het erf waarop zich de plangebieden bevinden is plaatselijk geschikt als leefgebied voor met name algemene soorten amfibieën, zoals de gewone pad en de kleine watersalamander. Deze soorten kunnen ook gebruik maken van de bosschage die onderdeel uitmaakt van het deelplangebied voor de kaasmakerij. In de andere deelplangebieden kunnen hooguit rondzwervende, trekkende of foeragerende exemplaren van deze soorten worden aangetroffen. Voor de genoemde soorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van de beschermde, in de omgeving van het plangebied voorkomende poelkikker. Poelkikker Vanuit enkele poelen ten zuidwesten van het plangebied, aan de Huttendijk, zijn waarnemingen van deze beschermde amfibieënsoort bekend. Door het ontbreken van zowel geschikte voortplantingswateren als geschikt landhabitat wordt de poelkikker niet verwacht in of direct rond het plangebied.

Een incidenteel zwervend exemplaar kan niet worden uitgesloten in het plangebied, maar door het ontbreken van geschikte voortplantingswateren in het onderzoeksgebied wordt een essentieel leefgebied hier niet verwacht. Overige beschermde amfibieën, reptielen of vissen worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het bronnenonderzoek bevestigt tevens de afwezigheid van overige beschermde amfibieën, reptielen en vissen voor het plangebied en omgeving. Ongewervelde dieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde ongewervelde dieren aangetroffen. Deze zijn echter op het moment van het veldbezoek (december) grotendeels ook niet actief. De NDFF vermeldt geen beschermde ongewervelde dieren voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). Beschermde ongewervelde diersoorten worden ook niet in de deelplangebieden verwacht, door het ontbreken van geschikt leefgebied.

Pagina 19

5

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming volgt in hoofdlijnen de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn op. De belangrijkste beschermde natuurwaarden in de Wet Natuurbescherming zijn: • • • • •

Beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden). Aangepaste soortenlijst beschermde planten en dieren. Expliciete vermelding intrinsieke waarde van natuur (art. 1.10). Algemene zorgplicht voor natuurgebieden en in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving (art. 1.11). Actieve soortenbescherming (art. 1.12): verplichting voor provincies.

Alle natuurlijk in het wild levende vogels, meeste inheemse zoogdieren, alle inheemse amfibieën en reptielen, en een aantal vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten zijn beschermd. In hoofdstuk 4 is vastgesteld of beschermde soorten flora en fauna aanwezig zijn of verwacht worden op de locatie en is bepaald of ze mogelijk nadelige effecten kunnen ondervinden van de geplande werkzaamheden. In dit hoofdstuk worden deze effecten getoetst aan de verbondsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 2). Wanneer de Wet natuurbescherming (mogelijk) wordt overtreden wordt geadviseerd over het uitvoeren van aanvullend onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing. Flora Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht doordat er geen geschikte groeiplaatsen zijn, zo blijkt uit het veldonderzoek. Uit de NDFF zijn geen waarnemingen van beschermde plantensoorten bekend uit het plangebied. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen van beschermde plantensoorten en/of het aanvragen van een ontheffing is dan ook niet noodzakelijk. Broedvogels Alle vogelsoorten zijn beschermd krachtens de Wet natuurbescherming (Vogelrichtlijn). Dit betekent dat het opzettelijk verstoren, verontrusten, doden en anderszins nadelig beïnvloeden van deze soortgroep niet is toegestaan.

Werkzaamheden moeten bij voorkeur buiten het broedseizoen worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden, waarbij voorkomen wordt dat broedvogels zich vestigen op de planlocatie. Omdat niet alle vogelsoorten op hetzelfde moment broeden en omdat dit mede afhankelijk is van de weersomstandigheden is er geen vaste broedperiode vastgesteld. Er zijn voorbeelden van vroege broeders zoals de blauwe reiger en de bosuil. Deze broeden vaak al in februari. Daarnaast broeden soorten als houtduif en meerkoet vaak nog tot in augustus.

Pagina 20

Vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief, waarvan de vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocaties jaarrond beschermd zijn. Nestlocaties of vaste verblijfplaatsen van deze soorten zijn uit te sluiten in het plangebied. Het plangebied vormt geen essentieel onderdeel van functionele leefgebieden van soorten met jaarrond beschermde nesten. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nestlocaties. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is in geringe mate geschikt als leefgebied voor grondgebonden zoogdiersoorten als eekhoorn, egel, haas, konijn, steenmarter en de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel. Voor deze soorten geldt in provincie Gelderland vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van de bunzing, eekhoorn, steenmarter en wezel. Eekhoorn en steenmarter Het voorkomen van de beschermde eekhoorn en steenmarter is alleen ontheffingsplichtig wanneer er vaste verblijfplaatsen of functioneel leefgebied aanwezig zijn. Hiervan is geen sprake in het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden.

Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor de eekhoorn en steenmarter. Kleine marterachtigen De provincie Gelderland stelt: ‘Om kleine marterachtigen in geschikt leefgebied te mogen uitsluiten is nader onderzoek nodig’ (bron: ‘Toelichting aanvraag soorten 22 juni 2021’, provincie Gelderland, pag. 5). Door de geplande ruimtelijke ontwikkelingen is sprake van verstoring of fysieke aantasting van een vaste rust- en verblijfplaats van een kleine marterachtige. Gericht onderzoek naar het voorkomen van kleine marterachtigen is derhalve niet noodzakelijk. Aanvullend onderzoek of een ontheffingsaanvraag is ook niet nodig voor overige grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Om te bepalen of aanvullend onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk is, worden de resultaten van de quickscan getoetst aan de checklist van Het Protocol voor vleermuisinventarisaties van de Gegevensautoriteit Natuur en de Zoogdiervereniging. Hieronder zijn de relevante passages uit de checklist weergegeven: 1. Zijn er voor gebouwbewonende vleermuizen als verblijfplaats geschikte gebouwen die gesloopt of gerenoveerd worden?

Pagina 21

Nee → Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen in gebouwen is niet noodzakelijk. 2. Zijn er bomen met potentieel geschikte holten die gekapt of gesnoeid worden? Nee → Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen is niet noodzakelijk. 3. Worden er struiken, gewassen, bomen of andere elementen verwijderd of aangetast die deel uitmaken van een mogelijke route/verbinding of een essentieel foerageergebied? Ja → Nader onderzoek naar vliegroutes en foerageergebieden is mogelijk noodzakelijk. Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van boombewonende of gebouwbewonende vleermuizen is niet noodzakelijk aangezien er geen potentiele verblijfplaatsen zijn binnen de drie deelplangebieden en er dus geen sprake is van negatieve effecten op verblijfplaatsen. In de twee meest noordelijke deelplangebieden worden geen negatieve effecten op foerageergebieden of vliegroutes van vleermuizen verwacht. In het meest zuidelijke deelplangebied is sprake van de realisatie van een windturbine met een ashoogte van 20 meter, welke wordt geplaatst langs een houtwal. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat deze houtwal recent was afgezet, waardoor er weinig begroeiing aanwezig was.

De verwachting is echter dat hier weer een opgaande houtwal ontstaat die geschikt kan worden als foerageergebied en, door de ligging op de grens van het erf en de omliggende agrarische percelen, ook geschikt is als vliegroute. Als deze houtwal wordt gebruikt als vliegroute en/of foerageergebied door vleermuizen, is niet uit te sluiten dat vleermuizen omkomen door barotrauma, dit is de onderdruk die wordt veroorzaakt door de draaiende rotorbladen. Door deze houtwal regelmatig te snoeien zodat de begroeiing niet hoger wordt dan 3 meter, zal de betekenis van deze houtwal als vliegroute nihil zijn. Indien aan deze voorwaarde wordt voldaan, worden geen negatieve effecten op vleermuizen verwacht als gevolg van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen. Indien het niet mogelijk is om negatieve effecten op vleermuizen te voorkomen, is aanvullend onderzoek noodzakelijk om te bepalen of de houtwal gebruikt wordt als vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Het vleermuisprotocol 2021 adviseert om voor aanvullend vleermuisonderzoek naar de aanwezigheid van foerageergebied en vliegroutes voor de te verwachte soorten 2 avondbezoeken uit te voeren in de periode 15 april - 15 september. Overige soortgroepen Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn beschermde amfibieën, reptielen, vissen en/of ongewervelde dieren, met uitzondering van enkele algemene amfibieënsoorten als

Pagina 22

bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander niet te verwachten in het plangebied. Voor de te verwachten soorten is in de Gelderland de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soortgroepen.

Pagina 23

6

Conclusie

Aan de hand van de resultaten van de quickscan natuurtoets kan de volgende conclusie worden getrokken: Beschermde natuurgebieden Natuurnetwerk (GNN) Het plangebied ligt niet in het GNN en de GO. De kernkwaliteiten van het GNN worden niet aangetast. Er hoeft geen verdere toetsing uitgevoerd te worden. Natura 2000 Er vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats in of nabij een Natura 2000-gebied. Significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven van Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde. Houtopstanden Een kapmelding bij de provincie Gelderland voor beschermde houtopstanden is niet noodzakelijk. Beschermde flora en fauna Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Indien onvoldoende rekening kan worden gehouden met vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen, is aanvullend onderzoek noodzakelijk voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen. Broedvogels Bij werkzaamheden en activiteiten dient altijd rekening te worden gehouden met broedvogels. De werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen (globaal tussen 15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden en/of er dient te worden voorkomen dat broedvogels zich lokaal vestigen. Broedgevallen buiten deze periode zijn ook beschermd.

Zorgplicht Bij werkzaamheden en activiteiten dient in het kader van de zorgplicht rekening te worden gehouden met kwetsbare en niet mobiele soorten, zoals amfibieën en de egel. Tijdens de werkzaamheden aangetroffen individuen moeten voorzichtig worden verplaatst naar een veilige locatie buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.

Pagina 24

Bijlagen 1 2 3

Impressie plangebied Wettelijk kader Beschermde plant- en diersoorten

Pagina 25

Bijlage 1 Impressie plangebied

Pagina 26

Bijlage 2 Wettelijk kader Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming volgt in hoofdlijnen de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn op. De belangrijkste beschermde natuurwaarden in de Wet Natuurbescherming zijn: • • • • •

Beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden); Aangepaste soortenlijst beschermde planten en dieren; Expliciete vermelding intrinsieke waarde van natuur (art. 1.10); Algemene zorgplicht voor natuurgebieden en in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving (art. 1.11); Actieve soortenbescherming (art. 1.12): verplichting voor provincies.

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Toetsing van effecten van projecten op Natura 2000-gebieden blijft hetzelfde als nu. Beschermde natuurmonumenten Beschermde natuurmonumenten en bijbehorende doelen komen te vervallen. Hetzelfde geldt voor (nooit aangewezen) beschermde landschapsgezichten en beschermde leefomgevingen. De meeste natuurmonumenten vallen binnen het NNN areaal en zijn via dat beschermingsregime alsnog beschermd. Daarnaast kunnen gemeenten de natuurmonumenten via een bestemmingsplan als beschermde natuur aanwijzen. Provincies dienen gebieden aan te wijzen voor het NNN (voormalige EHS) en (evt. op verzoek) voor overige bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. Het rijk kan een gebied, niet zijnde een Natura 2000-gebied, als bijzonder nationaal natuurgebied aanwijzen.

Soortbescherming

Alle beschermde soorten worden aangewezen in de wet zelf (deels met verwijzing naar internationale regelgeving). Alle natuurlijk in het wild levende vogels, meeste inheemse zoogdieren, alle inheemse amfibieën en reptielen, en een aantal vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten zijn beschermd. Ongeveer 200 thans beschermde soorten (vooral vaatplanten en zeevissen) worden niet meer beschermd onder de Wet natuurbescherming (anders dan door algemene zorgplicht). De lijst met beschermde soorten is niet meer opgedeeld in tabellen, zoals in de huidige Flora- en faunawet. Zie bijlage 3 voor de nieuwe lijst met beschermde plant- en diersoorten.

Pagina 27

Totaal aantal beschermde soorten is slechts een fractie van ongeveer 35.000 soorten die in Nederland voorkomen. Groot aantal bedreigde (Rode lijst) soorten wordt niet passief beschermd (wel actieve bescherming vereist).

Drie regimes voor beschermde soorten 1. Regels ter bescherming van vogels die vallen binnen het bereik van de Vogelrichtlijn, i.e. alle natuurlijk in het wild levende vogels in EU (art. 3.1-3.4) 2. Regels ter bescherming van dier- en plantensoorten die strikt beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5-3.9) 3. Regels ter bescherming van niet onder 2 vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten vermeld in de bijlage bij de wet (art. 3.10-3.11) Inhoud beschermingsregimes • •

•

Geen uniform verbodsstelsel, maar aparte verboden voor elk van de drie categorieën beschermde soorten. Verboden en uitzonderingen sluiten nauw aan bij Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (regime 1 en 2), maar ‘soepeler’ regime voor aanvullend beschermde soorten (regime 3). Meeste verboden nu alleen van toepassing op ‘opzettelijk’ handelen, maar dat dekt ook voorwaardelijk opzet (=willens en wetens aanmerkelijke kans aanvaarden dat gedraging schadelijke gevolgen heeft voor beschermde soorten). Verschil met de huidige verboden zal in de praktijk dus waarschijnlijk gering zijn.

Alle in de Wet genoemde soorten zijn strikt beschermd. Voor de verbodsbepalingen is een ontheffing noodzakelijk. Dit geldt ook voor zeer algemene soorten waarvoor in het verleden automatisch de vrijstellingsregeling van kracht was bij ruimtelijke ontwikkelingen. Echter kunnen de provincies voor een aantal algemene soorten een vrijstellingslijst opstellen (op basis van Artikel 3.11). Dit betekent dat de beschermde soorten per provincie verschillen (zie bijlage 3). Met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen zijn de volgende verbodsbepalingen voor soorten het meest relevant.

Intrinsieke waarde natuur Artikel 1.10 Deze wet is gericht op: Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit.

Pagina 28

Algemene Zorgplicht Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.3 1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1, ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren.

Pagina 29

2. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1 en ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren. Ontheffing of vrijstelling Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig: • • • • • •

in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; ter bescherming van flora of fauna; voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;

c. de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. In een ontheffing, onderscheidenlijk vrijstelling worden in elk geval voorschriften opgenomen, onderscheidenlijk regels gesteld, over: a. de middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden, waarbij enkel het gebruik wordt toegestaan van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen middelen, installaties of methoden; b. de tijd en plaats waarvoor de ontheffing of vrijstelling geldt, en c. de wijze waarop het risico voor het behoud van de vogelstand wordt beperkt.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

Pagina 30

3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8 1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in artikel 3.5 ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in artikel 3.5 ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. Ontheffing of vrijstelling Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig: • • •

•

•

in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben;

Pagina 31

c. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b.

ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang.

Pagina 32

3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Artikel 3.11 1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de bij die regeling aan te wijzen verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b of c niet van toepassing zijn ten aanzien van bij die regeling aan te wijzen soorten, op bij die regeling aan te wijzen categorieën van handelingen die na een voorafgaande melding aan gedeputeerde staten worden uitgevoerd om een reden, genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onderdeel b, of in artikel 3.10, tweede lid. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen waaraan een melding als bedoeld in het eerste lid moet voldoen.

Gedragscodes De verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, zesde lid, 3.5, 3.6 tweede lid, of 3.10, en de krachtens artikel 3.11, eerste lid, geldende verplichting tot melding, zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van: a. een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; b. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; c. een bestendig gebruik, of d. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. 2. Een gedragscode als bedoeld in het eerste lid wordt goedgekeurd, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. in de gedragscode worden handelingen beschreven die nodig zijn voor: • • •

ingeval het handelingen betreft die invloed kunnen hebben op vogels, één van de in artikel 3.3, vierde lid, genoemde redenen; ingeval het handelingen betreft die invloed kunnen hebben op dieren als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, één van de in artikel 3.8, vijfde lid, genoemde redenen; ingeval het handelingen betreft die invloed kunnen hebben op dieren als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, of van planten als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c, één van de in artikel 3.8, vijfde lid, of in artikel 3.10, tweede lid, onder a, e, f of g, genoemde redenen;

Pagina 33

b. in de gedragscode een wijze van uitvoering van handelingen is beschreven, waarmee naar het oordeel van Onze Minister afdoende is gewaarborgd dat ten aanzien van de soorten, bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste of vijfde lid, 3.10, eerste lid, geen benutting of economisch gewin plaatsvindt; c. in de gedragscode een wijze van uitvoering van handelingen is beschreven, waarmee naar het oordeel van Onze Minister afdoende is gewaarborgd dat ten aanzien van de soorten, bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste of vijfde lid, 3.10, eerste lid, zorgvuldig wordt gehandeld.

Zorgvuldig handelen Van zorgvuldig handelen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, is in elk geval sprake, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er worden slechts handelingen verricht waarvan geen wezenlijke invloed uitgaat op de soorten, bedoeld in het tweede lid, en b. ingeval handelingen worden verricht die invloed hebben op dieren wordt voorafgaand en tijdens de handelingen in redelijkheid alles verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: • •

•

dieren als bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, worden gedood; nesten van vogels worden vernield, beschadigd of weggenomen, rustplaatsen van vogels worden vernield of beschadigd, dan wel voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de in artikel 3.5, eerste lid, of artikel 3.10, eerste lid, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield, en eieren van dieren als bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, worden vernield, of

c. ingeval handelingen worden verricht die invloed hebben op planten van soorten als bedoeld in artikel 3.5, vijfde lid, of 3.10, eerste lid, wordt voorafgaand aan en tijdens de handelingen in redelijkheid alles verricht of gelaten om te voorkomen dat deze planten worden geplukt, afgesneden, ontworteld of vernield. 4. Alvorens een gedragscode als bedoeld in het eerste lid, of een wijziging daarvan, goed te keuren of in te trekken, overlegt Onze Minister met gedeputeerde staten over zijn voornemen daartoe.

Pagina 34

Bijlage 3 Beschermde plant- en diersoorten Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Nog niet duidelijk is of er weer een lijst met jaarrond beschermde vogelnesten komt en/of dat de huidige lijst blijft gelden.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Niet-vogels) Naam

Wetenschappelijke naam

Soortgroep

Verdrag/ Richtlijn

baardvleermuis

Myotis mystacinus ssp. mystacinus

Zoogdierenvleermuizen

Bern II, HR IV

Weekdieren

HR IV

Zoogdierenvleermuizen Zoogdierenlandzoogdieren Amfibieën

Bern II, HR IV HR IV

bataafse stroommossel Unio crassus bechsteins vleermuis

Myotis bechsteini

bever

Castor fiber ssp. albicus

boomkikker

Hyla arborea ssp. arborea

bosvleermuis

Nyctalus leisleri ssp. leisleri Myotis brandti ssp. brandti

brandts vleermuis

brede Dytiscus latissimus geelrandwaterroofkever donker Maculinea nausithous pimpernelblauwtje drijvende Luronium natans waterweegbree franjestaart Myotis nattereri

Zoogdierenvleermuizen Zoogdierenvleermuizen Insecten-kevers Insectendagvlinders Zaadplanten Zoogdierenvleermuizen Insecten-libellen

gaffellibel

Ophiogomphus cecilia

geel schorpioenmos

Hamatocaulis vernicosus

geelbuikvuurpad

Bombina variegata ssp. variegata Graphoderus bilineatus

Insecten-kevers

Leucorrhinia pectoralis

Insecten-libellen

gestreepte waterroofkever gevlekte witsnuitlibel

Sporenplantenbladmossen Amfibieën

Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern I, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern I Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV

Pagina 35

gewone dwergvleermuis gewone grootoorvleermuis gladde slang grijze grootoorvleermuis groene glazenmaker

Pipistrellus pipistrellus Plecotus auritus ssp. auritus Coronella austriaca ssp. austriaca Plecotus austriacus ssp. austriacus Aeshna viridis

Zoogdierenvleermuizen Zoogdierenvleermuizen Reptielen Zoogdierenvleermuizen Insecten-libellen

groenknolorchis grote hoefijzerneus

Liparis loeselii Rhinolophus ferrumequinum ssp. ferrumequinum

Zaadplanten Zoogdierenvleermuizen

grote vuurvlinder

hazelmuis

Lycaena dispar ssp. batava Cricetus cricetus ssp. canescens Muscardinus avellanarius

heikikker

Rana arvalis ssp. arvalis

Insectendagvlinders Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Amfibieën

houting ingekorven vleermuis kamsalamander

Coregonus oxyrinchus Myotis emarginatus ssp. emarginatus Triturus cristatus

Vissen Zoogdierenvleermuizen Amfibieën

kleine dwergvleermuis

Pipistrellus pygmaeus

kleine vlotvaren

Salvinia natans

knoflookpad

Pelobates fuscus ssp. fuscus Apium repens

Zoogdierenvleermuizen Sporenplantenvarens Amfibieën

hamster

kruipend moerasscherm laatvlieger liggende raket meervleermuis mercuurwaterjuffer muurhagedis

Eptesicus serotinus ssp. serotinus Sisymbrium supinum Myotis dasycneme Coenagrion mercuriale ssp. mercuriale Podarcis muralis ssp. brongniardii

HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern I, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV HR IV Bern II, HR IV HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern I

Zaadplanten

Bern II, HR IV Bern I, HR IV

Zoogdierenvleermuizen Zaadplanten Zoogdierenvleermuizen Insecten-libellen

Bern II, HR IV Bern I Bern II, HR IV Bern II

Reptielen

Bern II, HR IV

Pagina 36

noordse winterjuffer

otter

Sympecma annulata ssp. braueri Microtus oeconomus ssp. arenicola Lutra lutra ssp. lutra

pimpernelblauwtje

Maculinea teleius

platte schijfhoren poelkikker rivierrombout

rugstreeppad

Anisus vorticulus Rana lessonae Gomphus flavipes ssp. flavipes Nyctalus noctula ssp. noctula Bufo calamita

ruige dwergvleermuis

Pipistrellus nathusii

sierlijke witsnuitlibel

Leucorrhinia caudalis

steur

Acipenser sturio

teunisbloempijlstaart

Proserpinus proserpina

tonghaarmuts

Orthotrichum rogeri

noordse woelmuis

rosse vleermuis

tweekleurige vleermuis Vespertilio murinus ssp. murinus vale vleermuis Myotis myotis ssp. myotis

Insecten-libellen Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Insectendagvlinders Weekdieren Amfibieën Insecten-libellen Zoogdierenvleermuizen Amfibieën Zoogdierenvleermuizen Insecten-libellen Vissen Insectennachtvlinders Sporenplantenbladmossen Zoogdierenvleermuizen Zoogdierenvleermuizen Insecten-kevers

vermiljoenkever

Cucujus cinnaberinus

vroedmeesterpad

Alytes obstetricans ssp. obstetricans Myotis daubentoni ssp. daubentoni Felis silvestris ssp. silvestris

Zoogdierenvleermuizen Zoogdierenlandzoogdieren

Lacerta agilis ssp. agilis

Reptielen

watervleermuis wilde kat zandhagedis

Amfibieën

Bern II, HR IV HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV HR IV HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern I Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV HR IV Bern II, HR IV

Pagina 37

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Vogels) Naam appelvink baardman bergeend bijeneter blauwborst blauwe kiekendief boerenzwaluw bontbekplevier bonte vliegenvanger boomklever boomkruiper boompieper boomvalk bosrietzanger bosruiter bosuil braamsluiper brandgans bruine kiekendief buizerd casarca cetti's zanger draaihals duinpieper dwergmeeuw dwergstern engelse kwikstaart

Wetenschappelijke naam Coccothraustes coccothraustes ssp. coccothraustes Panurus biarmicus ssp. biarmicus Tadorna tadorna Merops apiaster Luscinia svecica ssp. cyanecula Circus cyaneus ssp. cyaneus Hirundo rustica ssp. rustica Charadrius hiaticula ssp. hiaticula Ficedula hypoleuca ssp. hypoleuca Sitta europaea ssp. caesia Certhia brachydactyla ssp. megarhyncha Anthus trivialis ssp. trivialis Falco subbuteo ssp. subbuteo Acrocephalus palustris Tringa glareola Strix aluco ssp. aluco Sylvia curruca ssp. curruca Branta leucopsis Circus aeruginosus ssp. aeruginosus Buteo buteo ssp. buteo Tadorna ferruginea Cettia cetti ssp. cetti Jynx torquilla ssp. torquilla Anthus campestris ssp. campestris Larus minutus Sterna albifrons ssp. albifrons Motacilla flava ssp. flavissima

Soortgroep

Verdrag/ Richtlijn

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels Vogels

Bern II Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Pagina 38

europese kanarie fitis

Serinus serinus Phylloscopus trochilus ssp. trochilus flamingo Phoenicopterus ruber ssp. roseus fluiter Phylloscopus sibilatrix geelgors Emberiza citrinella ssp. citrinella gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus ssp. phoenicurus gele kwikstaart Motacilla flava ssp. flava geoorde fuut Podiceps nigricollis glanskop Parus palustris ssp. palustris goudhaan Regulus regulus ssp. regulus grasmus Sylvia communis ssp. communis graspieper Anthus pratensis ssp. pratensis graszanger Cisticola juncidis ssp. cisticola grauwe kiekendief Circus pygargus grauwe klauwier Lanius collurio ssp. collurio grauwe vliegenvanger Muscicapa striata ssp. striata

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels Vogels

Bern II Bern II Bern II

groene specht groenling grote barmsijs

Vogels Vogels Vogels

Bern II Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels Vogels Vogels

Bern II Bern II Bern II

grote bonte specht grote gele kwikstaart grote karekiet grote stern grote zilverreiger havik heggenmus huiszwaluw ijsvogel kerkuil

Picus viridis ssp. viridis Carduelis chloris ssp. chloris Carduelis flammea ssp. flammea Dendrocopos major ssp. pinetorum Motacilla cinerea ssp. cinerea Acrocephalus arundinaceus ssp. arundinaceus Sterna sandvicensis ssp. sandvicensis Casmerodius albus ssp. albus Accipiter gentilis ssp. gentilis Prunella modularis ssp. modularis Delichon urbica ssp. urbica Alcedo atthis ssp. ispida Tyto alba ssp. guttata

Pagina 39

klapekster

Lanius excubitor ssp. excubitor klein waterhoen Porzana parva kleine barmsijs Carduelis flammea ssp. cabaret kleine bonte specht Dendrocopos minor ssp. hortorum kleine karekiet Acrocephalus scirpaceus ssp. scirpaceus kleine plevier Charadrius dubius ssp. curonicus kleine zilverreiger Egretta garzetta ssp. garzetta kleinst waterhoen Porzana pusilla ssp. intermedia kluut Recurvirostra avosetta kneu Carduelis cannabina ssp. cannabina koolmees Parus major ssp. major kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris ssp. macrodactyla kraanvogel Grus grus ssp. grus kruisbek Loxia curvirostra ssp. curvirostra kuifmees Parus cristatus ssp. mitratus kwak Nycticorax nycticorax ssp. nycticorax kwartelkoning Crex crex lepelaar Platalea leucorodia ssp. leucorodia matkop Parus montanus ssp. rhenanus middelste bonte Dendrocopos medius ssp. specht medius nachtegaal Luscinia megarhynchos ssp. megarhynchos nachtzwaluw Caprimulgus europaeus ssp. europaeus nonnetje Mergus albellus noordse stern Sterna paradisaea oehoe Bubo bubo ssp. bubo oeverloper Tringa hypoleucos oeverzwaluw Riparia riparia ssp. riparia ooievaar Ciconia ciconia ssp. ciconia

Vogels

Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

Pagina 40

paapje pimpelmees porseleinhoen purperreiger putter ransuil rietgors rietzanger rode wouw roerdomp roodborst roodborsttapuit roodhalsfuut roodmus ruigpootuil sijs slechtvalk snor sperwer spotvogel sprinkhaanzanger steenuil steltkluut strandleeuwerik strandplevier taigaboomkruiper

Saxicola rubetra Parus caeruleus ssp. caeruleus Porzana porzana Ardea purpurea ssp. purpurea Carduelis carduelis ssp. carduelis Asio otus ssp. otus Emberiza schoeniclus ssp. schoeniclus Acrocephalus schoenobaenus Milvus milvus ssp. milvus Botaurus stellaris ssp. stellaris Erithacus rubecula ssp. rubecula Saxicola torquata ssp. hibernans Podiceps grisegena ssp. grisegena Carpodacus erythrinus ssp. erythrinus Aegolius funereus ssp. funereus Carduelis spinus Falco peregrinus ssp. peregrinus Locustella luscinioides ssp. luscinioides Accipiter nisus ssp. nisus Hippolais icterina Locustella naevia ssp. naevia Athene noctua ssp. vidalii Himantopus himantopus Eremophila alpestris ssp. flava Charadrius alexandrinus ssp. alexandrinus Certhia familiaris ssp. familiaris

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels Vogels

Bern II Bern II Bern II

Vogels Vogels Vogels

Bern II Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Pagina 41

tapuit tjiftjaf torenvalk tuinfluiter velduil visarend visdief vuurgoudhaan wespendief wielewaal winterkoning witgat witoogeend witte kwikstaart woudaap zeearend zwarte mees zwarte roodstaart zwarte specht zwarte stern zwartkop zwartkopmeeuw

Oenanthe oenanthe ssp. oenanthe Phylloscopus collybita ssp. collybita Falco tinnunculus ssp. tinnunculus Sylvia borin ssp. borin Asio flammeus ssp. flammeus Pandion haliaetus ssp. haliaetus Sterna hirundo ssp. hirundo Regulus ignicapillus ssp. ignicapillus Pernis apivorus Oriolus oriolus ssp. oriolus Troglodytes troglodytes ssp. troglodytes Tringa ochropus Aythya nyroca Motacilla alba ssp. alba Ixobrychus minutus ssp. minutus Haliaeetus albicilla Parus ater ssp. ater Phoenicurus ochruros ssp. gibraltariensis Dryocopus martius ssp. martius Chlidonias niger ssp. niger Sylvia atricapilla ssp. atricapilla

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Vogels Vogels Vogels

Bern II Bern II Bern II

Vogels Vogels Vogels Vogels

Bern II Bon I Bern II Bern II

Vogels Vogels Vogels

Bern II, Bon I Bern II Bern II

Vogels

Bern II

Vogels Vogels

Bern II Bern II

Larus melanocephalus

Vogels

Bern II

Pagina 42

Beschermingsregime andere soorten Naam

Wetenschappelijke naam

blaasvaren

Cystopteris fragilis

groensteel

Asplenium viride

schubvaren

Ceterach officinarum

akkerboterbloem akkerdoornzaad akkerogentroost

Ranunculus arvensis Torilis arvensis Odontites vernus subsp. vernus Euphrasia rostkoviana Teucrium montanum Platanthera montana Anagallis arvensis subsp. foemina Himantoglossum hircinum Ranunculus polyanthemos subsp. nemorosus

beklierde ogentroost berggamander bergnachtorchis blauw guichelheil bokkenorchis bosboterbloem

bosdravik brave hendrik brede wolfsmelk breed wollegras bruinrode wespenorchis dennenorchis dreps echte gamander franjegentiaan geelgroene wespenorchis geplooide vrouwenmantel getande veldsla gevlekt zonneroosje glad biggenkruid gladde zegge

Soortgroep Sporenplantenvarens Sporenplantenvarens Sporenplantenvarens Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Bromopsis ramosa subsp. benekenii Chenopodium bonushenricus Euphorbia platyphyllos Eriophorum latifolium Epipactis atrorubens

Zaadplanten

Goodyera repens Bromus secalinus Teucrium chamaedrys subsp. germanicum Gentianella ciliata Epipactis muelleri

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Alchemilla subcrenata

Zaadplanten

Valerianella dentata Tuberaria guttata Hypochaeris glabra Carex laevigata

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Zaadplanten Zaadplanten

Pagina 43

groene nachtorchis groot spiegelklokje grote bosaardbei grote leeuwenklauw honingorchis kalkboterbloem

kalketrip karthuizeranjer karwijselie kleine ereprijs kleine schorseneer kleine wolfsmelk kluwenklokje knollathyrus knolspirea korensla kranskarwij kruiptijm lange zonnedauw liggende ereprijs moerasgamander muurbloem naakte lathyrus naaldenkervel pijlscheefkelk roggelelie rood peperboompje rozenkransje ruw parelzaad scherpkruid schubzegge smalle raai spits havikskruid steenbraam stijve wolfsmelk stofzaad tengere distel tengere veldmuur trosgamander veenbloembies

Coeloglossum viride Legousia speculumveneris Fragaria moschata Aphanes arvensis Herminium monorchis Ranunculus polyanthemos subsp. polyanthemoides

Zaadplanten Zaadplanten

Centaurea calcitrapa Dianthus carthusianorum Selinum carvifolia Veronica verna Scorzonera humilis Euphorbia exigua Campanula glomerata Lathyrus linifolius Filipendula vulgaris Arnoseris minima Carum verticillatum Thymus praecox Drosera longifolia Veronica prostrata Teucrium scordium Erysimum cheiri Lathyrus aphaca Scandix pecten-veneris Arabis hirsuta subsp. sagittata Lilium bulbiferum subsp. croceum Daphne mezereum Antennaria dioica Lithospermum arvense Asperugo procumbens Carex lepidocarpa Galeopsis angustifolia Hieracium lactucella Rubus saxatilis Euphorbia stricta Monotropa hypopitys Carduus tenuiflorus Minuartia hybrida Teucrium botrys Scheuchzeria palustris

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Pagina 44

vliegenorchis vroege ereprijs wilde averuit

speerwaterjuffer aardbeivlinder

Ophrys insectifera Veronica praecox Artemisia campestris subsp. campestris Consolida regalis Melampyrum arvense Atropa bella-donna Euphorbia seguieriana Viola lutea subsp. calaminaria Cornus suecica Lucanus cervus Gomphus vulgatissimus Calopteryx virgo Coenagrion armatum Somatochlora flavomaculata Cordulegaster boltonii Somatochlora arctica Sympetrum depressiusculum Coenagrion hastulatum Pyrgus malvae

bosparelmoervlinder

Melitaea athalia

bruin dikkopje

Erynnis tages

bruine eikenpage

Satyrium ilicis

duinparelmoervlinder

Argynnis niobe

gentiaanblauwtje

Maculinea alcon

grote parelmoervlinder

Argynnis aglaja

grote vos

Nymphalis polychloros

grote weerschijnvlinder

Apatura iris)

iepenpage

Satyrium w-album

kleine heivlinder

Hipparchia statilinus

wilde ridderspoor wilde weit wolfskers zandwolfsmelk zinkviooltje zweedse kornoelje vliegend hert beekkrombout bosbeekjuffer donkere waterjuffer gevlekte glanslibel gewone bronlibel hoogveenglanslibel kempense heidelibel

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Insecten-kevers Insecten-libellen Insecten-libellen Insecten-libellen Insecten-libellen Insecten-libellen Insecten-libellen Insecten-libellen Insecten-libellen Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders

Pagina 45

kleine ijsvogelvlinder

Limenitis camilla

kommavlinder

Hesperia comma

sleedoornpage

Thecla betulae

spiegeldikkopje

Heteropterus morpheus

veenbesblauwtje

Plebejus optilete

veenbesparelmoervlinder Boloria aquilonaris

Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Insectendagvlinders Kreeftachtigen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën

veenhooibeestje

Coenonympha tullia

veldparelmoervlinder

Melitaea cinxia

zilveren maan

Boloria selene

europese rivierkreeft beekdonderpad beekprik elrits gestippelde alver grote modderkruiper kwabaal alpenwatersalamander bruine kikker gewone pad kleine watersalamander

Astacus astacus Cottus rhenanus Lampetra planeri Phoxinus phoxinus Alburnoides bipunctatus Misgurnus fossilis Lota lota Mesotriton alpestris Rana temporaria Bufo bufo Lissotriton vulgaris

meerkikker middelste groene kikker/bastaard kikker vinpootsalamander vuursalamander adder hazelworm levendbarende hagedis ringslang aardmuis

Rana ridibunda

Amfibieën

Pelophylax kl. esculentus

Amfibieën

Lissotriton helveticus Salamandra salamandra Vipera berus ssp. berus Anguis fragilis Zootoca vivipara Natrix natrix Microtus agrestis

boommarter

Martes martes

bosmuis

Apodemus sylvaticus

Amfibieën Amfibieën Reptielen Reptielen Reptielen Reptielen Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren

Pagina 46

bunzing

Mustela putorius

damhert

Dama dama

das

Meles meles

dwergmuis

Micromys minutus

dwergspitsmuis

Sorex minutus

edelhert

Cervus elaphus

eekhoorn

Sciurus vulgaris

egel

Erinaceus europeus

eikelmuis

Eliomys quercinus

gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

grote bosmuis

Apodemus flavicollis

haas

Lepus europaeus

hermelijn

Mustela erminea

huisspitsmuis

Crocidura russula

konijn

Oryctolagus cuniculus

molmuis

Arvicola scherman

ondergrondse woelmuis

Pitymys subterraneus

ree

Capreolus capreolus

rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

steenmarter

Martes foina

tweekleurige bosspitsmuis veldmuis

Sorex coronatus Microtus arvalis

Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren

Pagina 47

veldspitsmuis

Crocidura leucodon

vos

Vulpes vulpes

waterspitsmuis

Neomys fodiens

wezel

Mustela nivalis

wild zwijn

Sus scrofa

woelrat

Arvicola terrestris

gewone zeehond

Phoca vitulina

grijze zeehond

Halichoerus grypus

Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenzeezoogdieren Zoogdierenzeezoogdieren

Pagina 48

Vrijgestelde soorten provincie Gelderland

Nederlandse Naam

Wetenschappelijke Naam

Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos

Microtus agrestis Apodemus sylvaticus Micromys minutus Sorex minutus Erinaceus europaeus Sorex araneus Lepus europaeus Crocidura russula Oryctolagus cuniculus Pitymys subterraneus Capreolus capreolus Clethrionomys glareolus Sorex coronatus Microtus arvalis Vulpes vulpes

Woelrat

Arvicola terrestris

Amfibieën en reptielen Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander

Rana temporaria Bufo bufo Triturus vulgaris

Meerkikker

Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda)

Middelste groene kikker / Bastaardkikker

Pelophylax klepton esculentus (Rana esculenta)

Pagina 49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14491472/1