CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp gasteveldsdijk 6 toelichting bijlagen

Gemeenteraad 17 september 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde’16.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde vastgesteld

bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

6

Bijlage 2

Stikstofonderzoek

11

Bijlage 3

Vooradvies bodem woning

24

Bijlage 4

Vooradvies bodem biotel

27

Bijlage 5

Digitale Watertoets

30

Bijlage 6

Vooradvies geluid woning

42

Bijlage 7

Vooradvies luchtkwaliteit

47

Bijlage 8

Quickscan natuurtoets

50

Bijlage 9

Vooradvies geur

102

Bijlage 10

Advies SAAB tweede bedrijfswoning

108

Bijlage 11

Buurtdialoog

114

Bijlage 12

Zienswijzenota

119

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde

Bijlagen bij toelichting

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde

Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan

6

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

Landschappelijke inpassing Ekoboerderij Arink, Gasteveldsdijk 6, 7137 PD Lievelde Ekoboerderij Arink is een gemengd biologisch dynamisch bedrijf met de vanzelfsprekendheid van boeren samen met de natuur. (natuurinclusief) De nieuwe nog toe te voegen landschappelijk inpassing sluit aan bij de huidige bedrijfsvoering die geheel overeenkomt met het landschap in de directe omgeving en in het coulissen-landschap van de Achterhoek. De inpassingen die hieronder worden beschreven, zijn een aanvulling op de reeds bestaande elementen met het accent op biodiversiteit. Het vormt een geheel en versterken elkaar en het reeds bestaande. In de omgevingsvisie van de provincie staan de kernkwaliteiten per deelgebied omschreven. De locatie is ingedeeld bij gebiedsregio 184 (Zwolle-Meddo)

Erfbeplantingsplan en landschapsversterking

(zie legenda detailtekening van erf en bijbehorende percelen) •

Aanplant struweel De reeds bestaande aanplant langs de weg wordt uitgebreid en versterkt met inheems bosplantsoen. Totale oppervlak minimaal 325 m2 . Het bosplantsoen zal bestaan uit: 5 x Vuilboom – Rhamnus frangula 5 x Hazelaar – Corylus avellana 5 x Meidoorn – Crataegus laevigata 5 x Gelderse roos – Viburnum opulus 5 x Vogelkers – Prunus padus 5 x Lijsterbes – Sorbus aucuparia 5 x Liguster – Ligustrum vulgare 5 x Hulst – Ilex 5 x Hondsroos – Rosa canina 5 x kornoelje – cornus mas 5 x Vlinderstruik – Buddleja davidii Ook gaspeldoorn. (de naam Gasteveldsdijk zou afgeleid zijn van de gaspeldoorn, die hier vroeger welig heeft getierd in dit oorspronkelijke heide-ontginningsgebied. Dijk betekent zandweg in het Achterhoeks dialect. ) Het struweel biedt extra beschutting voor insecten en vogels. Beheer: Eens per 5 -10 jaar afzetten op 50 cm hoogte

•

Bloemrijk grasland Het reeds bestaande kruiden-grasland wordt zodanig beheerd dat er een grote verscheidenheid aan kruiden blijft; eventueel, indien wenselijk/nodig met een weidegrasmengel inzaaien ter versterking. Hiervoor wordt een biologisch bloemrijk graslandmengsel voor lichtere gronden gebruikt. (Cruydthoeck, mengsel G1)

Dit mengsel bevat o.a. Zandblauwtje, Slangenkruid, Brunel, Havikskruiden, Glad walstro en Hazenpootje. Kruiden die voorkomen in deze omgeving. De randen van het reeds bestaande kruidenrijk grasland wordt gefreesd en zaaiklaar gemaakt. Een bloemrijk grasland bevat naast grassen ook veel meerjarige bloemen. In een bloemrijk grasland wordt de bodem niet of nauwelijks verstoord en moet relatief schraal blijven. Beheer: 1 keer per jaar maaien, afvoeren en naweiden. •

Aanplant (geschoren) haag Aansluitend, letterlijk, aan struweel en bloemrijk grasland een haag van Spaanse aak / veldesdoorn. De aanslagkans is groot en groeit op alle grondsoorten. Het zal als heg worden onderhouden. De dichtheid van een heg biedt volop nestgelegenheid aan de vogels die o.a. op de insecten afkomen vanuit het struweel en bloemrijk grasland en voor de mussen die profiteren van granen enz. behorende bij de bedrijfsvoering

•

Opknappen bestaande poel De poel wordt opgeschoond en de oevers verflauwd aan de noordkant. Het flauwer maken van het oevertalud biedt meer waterkwaliteit door extra licht en warmte voor de kikkers en watersalamander. Daarnaast zal het aanliggende struweel deels afgezet worden waardoor er meer zonlicht op de poel kan vallen. Beheer: De poel moet eens in de 10 jaar opgeschoond worden en struweel verwijderen.

•

Hakhoutsingel In een van de weiden, die extensief beheerd en begraasd worden, is in november 2021 een extra houthaksingel aangelegd ter gelegenheid van de Boomfeestdag. Oppervlakte: +/- 1000 m2. Deze singel bestaat uit inheemse struiken en bomen. Beheer: Eens per 10-15 jaar terugzetten tot 50 cm hoogte. Enkele beeldbepalende bomen laten staan.

Ter aanvulling: Aanplant van minimaal 2 fruitbomen op een nader te bepalen plek op het erf nabij het nieuwe huis Er is een afwisseling in open en beschutte plekken. De ecologische samenhang biedt ook een gunstig leefomgeving voor de steen- en kerkuilen die in de stal kasten hebben en er gebruik van maken.

Legenda Ecoboederij Arink eigendom sloot WRIJ nieuwe woning nieuwe kaasmakerij pad (semi-verhard) windmolen bloemrijk grasland aanplant haag opknappen bestaande poel (talud en begroeiing) aanplant struweel recent geplante houtsingel (boomfeestdag)

Legenda Ecoboederij Arink eigendom sloot WRIJ nieuwe woning nieuwe kaasmakerij pad (semi-verhard) windmolen bloemrijk grasland aanplant haag opknappen bestaande poel (talud en begroeiing) aanplant struweel recent geplante houtsingel (boomfeestdag)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde

Bijlage 2 Stikstofonderzoek

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

11

MEMO Datum

: 23 november 2023

Van

:

Afdeling

: Omgeving

Onderwerp

: Stikstofonderzoek Gasteveldsdijk 6 te Lievelde

1

Inleiding

Op het perceel Gasteveldsdijk 6 te Lievelde is Ekoboerderij Arink gevestigd. Op deze locatie bestaat het voornemen om met een bestemmingsplanprocedure de realisatie van een tweede bedrijfswoning en kaasmakerij mogelijk te maken. Daarnaast wordt in deze procedure het bestaande biotel (B&B) en een kleinschalig restaurant juridisch planologisch verankerd. Het bestemmingsplan dat het gebruik van een tweede bedrijfswoning, kaasmakerij en biotel mogelijk maakt is een plan als bedoeld in de Wet natuurbescherming. Om die reden is het noodzakelijk om af te wegen of er significante effecten op Natura 2000-gebied kunnen plaatsvinden. In dit onderzoek wordt zowel de bouwfase (hoofdstuk 4) als de gebruiksfase (hoofdstuk 5) beschouwd om te bepalen of er significante effecten ten aanzien van stikstof kunnen optreden.

2

Wettelijk kader

Stikstofoxiden (NOx) komen vooral vrij bij verbranding van fossiele brandstoffen, bijvoorbeeld door het verkeer of stookinstallaties. Ammoniak (NH3) komt grotendeels uit de landbouw en met name uit mest. Met de Wet natuurbescherming (Wnb) worden soorten en habitattypen van Natura 2000-gebieden beschermd waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd. Hieruit volgt dat een project of plan niet mag leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. In veel Natura 2000-gebieden is door een overbelasting van NOx en NH3 een probleem met de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van habitattypen en leefgebieden. De Wet natuurbescherming is een wet die de bescherming van natuurgebieden, soorten en bos regelt. De wet is vanaf 1 januari 2017 van kracht. Met de invoering van deze wet zijn drie wetten vervallen, te weten de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. In de Wet natuurbescherming staat dat bij plannen en projecten bepaald moet worden of sprake is van significante gevolgen voor de Natura 2000gebieden. Een plan dat geen significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden behoeft niet passend beoordeeld te worden.

Indien een plan geen stikstofdepositie veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden, of geen toename ten opzichte van de referentiesituatie, kan worden uitgesloten dat het project een significant gevolg kan hebben. Hierbij wordt de stikstofdepositie inzichtelijk gemaakt met het rekenprogramma AERIUS Calculator en betreft de toetsingswaarde dus 0,00 mol N/ha/jaar (toename) op de hexagonen van de stikstofgevoelige habitats in de Natura 2000-gebieden.

Afbeelding 1: Ligging plangebied in relatie tot Natura 2000-gebieden

3

Uitgangspunten referentiesituatie

Het is vaste jurisprudentie dat bij een bestemmingsplan de feitelijk aanwezige planologisch legale situatie de referentiesituatie mag zijn waarmee mag worden gesaldeerd. Aangezien alle huidige activiteiten feitelijk aanwezig en planologisch legaal aanwezig zijn, met uitzondering van het biotel (B&B) en kleinschalige restaurant, betekent dit dat per saldo uitsluitend de nieuwe activiteiten in het onderzoek betrokken te worden. De gehele bedrijfsvoering kan immers in zowel de referentiesituatie en toekomstige situatie worden ingevoerd en per saldo maakt dit dus geen verschil. Gemakshalve is daarom gekozen om alleen de nieuwe activiteiten (woning en kaasmakerij) en nog niet juridisch verankerde functies (biotel en kleinschalig restaurant) in dit onderzoek te betrekken. Er is dus niet separaat een referentiesituatie opgenomen.

4

Uitgangspunten bouwfase

In de bouwfase wordt emissie gegenereerd door het bouwverkeer en de mobiele werktuigen die nodig zijn voor het bouwen van de woning. De kaasmakerij wordt gevestigd in reeds bestaande bebouwing. Het biotel is een reeds bestaande functie. Gemeente Oost Gelre heeft voor de bouwfase van grondgebonden woningen een gemeentebreed stikstofonderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt dat op basis van worst-case uitgangspunten op een afstand van 1.250 meter van Natura 2000-gebied geen significante effecten te verwachten zijn voor zowel de bouw- als gebruiksfase van één woning. De werkelijke afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebied bedraagt ruim 1.800 meter. Om die reden kan gemotiveerd worden uitgesloten dat significante effecten op Natura 2000-gebieden tijdens de bouwfase van de woning aan de orde zijn. Een Aerius-berekening voor de bouwfase is om die reden niet noodzakelijk.

2

5

Uitgangspunten gebruiksfase

Op basis van aangeleverde gegevens gelden de volgende uitgangspunten: •

•

•

•

• •

In de kaasmakerij zal geen stookinstallatie gerealiseerd worden omdat de kaas wordt gemaakt van rauwe melk. De lichaamswarmte van de koe wordt daarbij benut om de stremtemperatuur te bereiken. Het hete water dat nodig is voor de reiniging van de apparatuur zal door heatpipes gebeuren (zonne-energie) en bij ongunstig weer met een elektrische boiler. De kaasmakerij zal leiden tot een afname aan vrachtverkeersbewegingen omdat het bedrijf de gehele melkproductie (250.000 kg melk) zelf gaat verwerken. Hierdoor behoeven vrachtwagens niet meer regelmatig te komen. Door dat er wat extra verpakkingsmateriaal aangevoerd zal worden (een bestelbus per maand) zijn er wellicht wat meer lichte verkeersbewegingen. Er wordt geen extra personeel aangetrokken voor de kaas, maar de opzet is juist om met de nieuwe kaasmakerij meer melk te verwerken met dezelfde arbeid als in de oude situatie. Worst-case is rekening gehouden met 4 extra lichte verkeersbewegingen per etmaal en geen afname aan vrachtverkeer. Het kaasmaken van rauwe melk is een proces waarbij geen stikstof vrijkomt, het is een proces dat tot stand komt met stremsel en zuursel, dat zorgt voor het dik worden van de melk doordat eiwitstructuren samenklonteren. Hierbij ontstaan geen emissies maar het verandert slechts de vorm van de melk.

Voor het biotel (B&B) en kleinschalige restaurant wordt uitgegaan van 20 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Dit zal met zekerheid voldoende zijn, aangezien ook een groot deel van de bezoekers per fiets het restaurant bezoekt, het biotel geen volledige bezetting kent en het kleinschalige restaurant niet dagelijks geopend is. Voor de stookinstallatie van het biotel en kleinschalige restaurant is uitgegaan van de emissie die hoort bij een oude vrijstaande woning. Deze is gebaseerd op de Factsheet ruimtelijke plannen van het RIVM1. Het gaat om een jaarvracht van 3,59 kg NOx/jaar. De nieuwe woning wordt niet aangesloten op het aardgasnetwerk. Voor de verkeersaantrekkende werking van de woning is uitgegaan van 9 verkeersbewegingen per etmaal.

De verkeerslijnen zijn ingevoerd tot daar waar deze opgaan in het heersende verkeersbeeld. Aangenomen is dat dit in ieder geval zo is op het moment dat de N18 of N319 bereikt wordt. Dit zijn drukke doorgaande routes waar het extra verkeer van dit plan niet meer herleidbaar zal zijn tussen het overige verkeer. Gekozen is voor één rijlijn waarbij het uitgangspunt is dat 50% in/uit westelijke en 50% in oostelijke richting rijdt.

6

Resultaten

Met de in hoofdstuk 5 genoemde uitgangspunten is een berekening voor de gebruiksfase gemaakt in het rekenprogramma Aerius (versie 2023.0.1). Zoals uit afbeelding 2 is op te maken, wordt er in deze fase geen relevante depositie berekend. Het resultaat is voor de gebruiksfase dus 0,00 mol N/ha/jaar. Daarbij zijn ook eigen rekenpunten gelegd op Duitse Natura 2000-gebieden. Ook op deze buitenlandse gebieden resulteert een bijdrage van 0,00 mol N/ha/jaar. In een separate bijlage is de Aerius-berekening beschikbaar.

1

https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannen-emissiefactoren/05-07-2018 3

Afbeelding 2: Resultaten gebruiksfase

7

Conclusie

Voor het realiseren van een woning een kaasmakerij en het legaliseren van een biotel (B&B) en kleinschalig restaurant is een stikstofonderzoek uitgevoerd naar de gebruiksfase. Hierbij is gebruik gemaakt van diverse worst-case uitgangspunten. Uit dit onderzoek blijkt dat dit project leidt tot een resultaat van 0,00 mol/ha/jaar. Voor de bouwfase is gerefereerd aan het gemeentebrede stikstofonderzoek van gemeente Oost Gelre. Hieruit kan worden opgemaakt dat de bouw van één woning in het buitengebied op een afstand van 1.250 meter van Natura 2000-gebied niet leidt tot significante effecten. Om die reden is de bouwfase niet inzichtelijk gemaakt maar heeft gemeente Oost Gelre wel een goede afweging kunnen maken. Samengevat heeft dit plan geen significante effecten op Nederlandse of Duitse Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling is niet aan de orde. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van dit plan.

4

bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde

Bijlage 3 Vooradvies bodem woning

24

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

Vooradvies bodem bestemmingsplanprocedure Aan Zaaknummer Adres/onderwerp Behandeld door Datum

: Gemeente Oost Gelre, t.a.v. : 2022EA0094 : Gasteveldsdijk 6 Lievelde, woningbouw : : 02-02-2022

Advies De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling. Verwacht wordt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Het uitvoeren van bodemonderzoek is in deze fase niet nodig. Bij de bouw van een woon- of verblijfsruimte schrijft de Bouwverordening/Woningwet voor dat bodemonderzoek verricht moet worden. Er moet dan verplicht getoetst worden of de bodemkwaliteit voldoet aan de wettelijke normen die gelden voor de gebruiksfunctie wonen. Inleiding Voor Gasteveldsdijk 6 te Lievelde is een verzoek ingediend om een tweede bedrijfswoning te realiseren. Deze ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemming voor deze locatie. Er is daarom een planologische procedure nodig om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

luchtfoto 2021 Gasteveldsdijk 6 Lievelde

Voor deze wijziging van het bestemmingsplan is een onderbouwing nodig. De gemeente Oost Gelre vraagt de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) om advies over het onderwerp bodem. Onze beoordeling heeft betrekking op het rood omlijnde gebied zoals op bovenstaande afbeelding is weergegeven. Beoordelingskader Bij een bestemmingsplanprocedure geldt een verplichting om te toetsen of de bodemkwaliteit past bij de gevraagde ontwikkeling. De ODA voert een bodeminventarisatie uit om in beeld te brengen wat de lokale bodemkwaliteit is. We geven aan of er nog bodemonderzoek uitgevoerd moet worden of dat er maatregelen nodig zijn om de bodemsituatie te verbeteren. De ODA geeft haar beoordeling/advies onafhankelijk van mogelijke specifieke voorwaarden en/of uitzonderingen, van het vigerende bestemmingsplan.

Bij de bouw van een woon- of verblijfsruimte 1 schrijft de Bouwverordening/Woningwet voor dat bodemonderzoek verricht moet worden. Er moet dan verplicht getoetst worden of de bodemkwaliteit voldoet aan de wettelijke normen die gelden voor de gebruiksfunctie wonen. Inhoudelijke beoordeling Om in beeld te brengen of ter plaatse van de voorgenomen woningbouw aan de Gasteveldsdijk 6 te Lievelde mogelijk sprake is van een afwijkende bodemkwaliteit, heeft de ODA een inventarisatie uitgevoerd: - De deellocatie is in gebruik als wei- akkerland. Voor zover ons bekend hebben in het verleden geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. - Op deze deellocatie is, voor zover ons bekend, niet eerder bodemonderzoek verricht. - Voor deze deellocatie is geen melding voor het toepassen of opslaan van grond bekend. - Op oude luchtfoto’s (>2008) en historisch kaartmateriaal (http://www.topotijdreis.nl/) zijn geen bijzonderheden of bodemverstoringen zichtbaar. Conclusie en advies De bodemkwaliteit ter plaatse van Gasteveldsdijk 6 te Lievelde is niet eerder met bodemonderzoek vastgesteld. De uitgevoerde inventarisatie ter plaatse van de voorgenomen woningbouw geeft geen aanleiding om een afwijkende bodemkwaliteit te verwachten. Het uitvoeren van bodemonderzoek in het kader van de bestemmingsplanprocedure is niet nodig.

De bodemkwaliteit wordt geschikt geacht voor de toekomstige functie als wonen en vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Aandachtspunten In algemene zin gelden de volgende aanbevelingen: - Wanneer tijdens graafwerkzaamheden waarnemingen worden gedaan die op een verontreiniging wijzen, dan moet het werk direct gestopt worden en moet met de ODA worden overlegd. - Voor de toepassing van vrijkomende grond en bouwstoffen gelden de voorschriften uit het Besluit bodemkwaliteit.

1 Dat wil zeggen dat één en dezelfde persoon vrijwel dagelijks meer dan 2 uur per dag in het bouwwerk aanwezig is.

2 van 2

bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde

Bijlage 4 Vooradvies bodem biotel

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

27

Vooradvies bodem bestemmingsplanprocedure Aan Zaaknummer Adres/onderwerp Behandeld door Datum

: Gemeente Oost Gelre, t.a.v. : 2021EA1088 : Gasteveldsdijk 6 Lievelde : : 19 oktober 2021

Advies De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling. Verwacht wordt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Er is wel sprake van enkele bodembedreigende activiteiten, maar deze hoeven in dit kader (RO) niet onderzocht te worden. Inleiding Voor Gasteveldsdijk 6 in Lievelde is een verzoek ingediend om op een al bestaand agrarisch perceel een Bed en Breakfast te realiseren. Deze ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemming voor deze locatie. Er is daarom een planologische procedure nodig om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

Geïnventariseerde locatie

Asbestdaken (roze vlak)

Voor deze herziening van het bestemmingsplan is een onderbouwing nodig. De gemeente Oost Gelre vraagt de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) om advies over het onderwerp bodem. Beoordelingskader Bij een bestemmingsplanprocedure geldt een verplichting om te toetsen of de bodemkwaliteit past bij de gevraagde ontwikkeling. De ODA voert een bodeminventarisatie uit om in beeld te brengen wat de lokale bodemkwaliteit is. We geven aan of er nog bodemonderzoek uitgevoerd moet worden of dat er maatregelen nodig zijn om de bodemsituatie te verbeteren. De ODA geeft haar beoordeling/advies onafhankelijk van mogelijke specifieke voorwaarden en/of uitzonderingen, van het vigerende bestemmingsplan.

Bij de bouw van een woon- of verblijfsruimte 1 schrijft de Bouwverordening/Woningwet voor dat bodemonderzoek verricht moet worden. Er moet dan verplicht getoetst worden of de bodemkwaliteit voldoet aan de wettelijke normen die gelden voor de gebruiksfunctie wonen. Inhoudelijke beoordeling Om in beeld te brengen of op de locatie mogelijk sprake is van een afwijkende bodemkwaliteit, heeft de ODA een inventarisatie uitgevoerd: - Volgens het inrichtingenbestand / het historisch bodembestand (HBB) is melkveehouderij bedrijf aanwezig. Er is sprake van een bodembedreigende activiteit; opslag van brandstoffen. - Op de locatie is, voor zover ons bekend, geen ondergrondse tank aanwezig geweest. Voor deze locatie / dit perceel is geen melding voor het toepassen of opslaan van grond bekend. - Als gevolg van een mogelijk aanwezige erfverharding van puin of het (vml.) gebruik van asbesthoudend bouwmateriaal heeft het perceel een hoge asbest(bodem)verdenking. Een bureau kan ter plaatse beoordelen of deze verdenking terecht is. Uit de beschikbare luchtfoto’s en de asbestdakenkaart blijkt dat één of meerdere schuurtjes waarschijnlijk voorzien zijn van asbesthoudende dakbedekking.

Door afwatering of erosie kan een asbestverontreiniging in de onderliggende bodem ontstaan zijn - Op oude luchtfoto’s (>2008) en historisch kaartmateriaal (http://www.topotijdreis.nl/) zijn geen bijzonderheden of bodemverstoringen zichtbaar. Conclusie en advies Uit de bodeminventarisatie blijkt dat ter plaatse sprake is (geweest) van de opslag van vloeibare brandstof (diesel) en dat er sprake is van enkele asbestdaken. Niet uitgesloten kan worden dat als gevolg hiervan bodemverontreiniging is ontstaan. Omdat er geen sprake is va bedrijfsbeëindiging gaan we er vanuit dat de opslag van brandstof blijft voortduren. Als de asbestdaken niet worden gesaneerd is het niet zinvol om de druppelzone te onderzoeken op asbest, de bron blijft immers bestaan. Wanneer er geen sprake is van grondingrepen of kritischer gebruik van de buitenruimte is het uitvoeren van bodemonderzoek niet nodig Aandachtspunten In algemene zin gelden de volgende aanbevelingen - Bij de oprichting, verandering of beëindiging van een inrichting kan sprake zijn van een verplichting voor een nul- of eindsituatieonderzoek. De beoordeling hiervan vindt plaats bij het indienen van een melding in het kader van het Activiteitenbesluit of het aanvragen van een omgevingsvergunning milieu.

1 Dat wil zeggen dat één en dezelfde persoon vrijwel dagelijks meer dan 2 uur per dag in het bouwwerk aanwezig is.

2 van 2

bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde

Bijlage 5 Digitale Watertoets

30

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 09-02-2023 14:59

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

normale procedure

2.

Advies beheer en onderhoud van oppervlaktewater

3.

Advies klimaatadaptie

4.

Advies kwaliteit oppervlaktewater

5.

Advies afvalwaterketen

6.

Advies grondwaterbeheer

7.

Advies natte natuur

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

09-02-2023

P agina 1 van 11

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

09-02-2023

P agina 2 van 11

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt? nee

2.

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealis eerd? nee

3.

Is er in of rondom het plangebied wel eens s prake (gewees t) van wateroverlas t of grondwateroverlas t? nee

4.

Ligt in of nabij het plangebied een watergang? ja

5.

Ligt in of nabij het plangebied een waterkering? nee

6.

Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een mas terplan/ s tedenbouwkundige vis ie? nee

7.

Wordt water aangelegd, gedempt of aangepas t? ja

8.

Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waters chap mogelijk gemaakt? nee

9.

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 1500m2? nee

10.

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 500m2? nee

09-02-2023

P agina 3 van 11

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 11.

Bedraagt het vers chil tus s en de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? nee

12.

Z ijn er kans en voor afkoppelen van bes taand verhard oppervlak? nee

13.

Wordt regenwater ges cheiden van het afvalwater afgevoerd? nee

14.

ligt in het plangebied een bes chermd watererfgoed? nee

15.

ligt het plangebied in een grondwaterbes chermings gebied in Overijs s el nee

16.

ligt het plangebied in een grondwaterbes chermings gebied in Gelderland nee

17.

Ligt het plangebied nabij een rioolwaterzuivering? nee

18.

Ligt het plangebied nabij een rioolgemaal? nee

19.

Ligt in of nabij het plangebied een pers leiding? nee

20.

Ligt in of nabiji het plangebied een rioolwaterovers tort? nee

21.

Legt u drainagemiddelen aan? nee

09-02-2023

P agina 4 van 11

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

normale procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waters chaps belangen raakt.

Wat moet ik doen? Gebruik als tublieft de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" om een advies aan te vragen bij het waters chap. Hiervoor is een eenmalige regis tratie benodigd. In een s tartoverleg kan gezamenlijk bepaald worden welke wateras pecten een rol s pelen en tot welk detailniveau deze uitgewerkt dienen te worden. Dit kan ook betekenen dat er een waterhuis houdkundig plan, een geohydrologis ch onderzoek of een uitgebreide analys e van het huidige waters ys teem noodzakelijk is . Gezamenlijk wordt er invulling gegeven aan de wateras pecten. Als er overeens temming is over de inhoud van de waterparagraaf kan u de teks t opnemen in de toelichting van het ruimtelijk plan. U kunt ook contact opnemen via info@wrij.nl of met onze advis eurs : Marieke Brouwer-te Molder (m.brouwer@wrij.nl) voor de gemeenten: Deventer, Rijs s en-Holten, Hof van Twente, Haaks bergen, Z utphen, Lochem, Berkelland, Winters wijk. Jan van der Schoot (j.vanders choot@wrij.nl) voor de gemeenten: Does burg, Bronckhors t, Oos t Gelre, Oude IJs s els treek, Doetinchem, Aalten. Henk Meulenveld (h.meulenveld@wrij.nl) voor de gemeenten: Arnhem, Rozendaal, Rheden, Wes tervoort, Duiven, Z evenaar, Montferland.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

09-02-2023

P agina 5 van 11

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 2.

Advies beheer en onderhoud van oppervlaktewater Het beheer en onderhoud van het waters ys teem is erop gericht om de waterhuis houding op orde te houden of te verbeteren. Het gaat bij watergangen zowel om waterkwantiteit en -kwaliteit, als om beeldkwaliteit en waterbeleving. Het reguliere onderhoud bes taat voornamelijk uit het maaien van de water- en oevervegetatie.

Wat moet ik doen? Het beheer en onderhoud van het waters ys teem dient met het reguliere onderhouds materieel van het waters chap (of zijn aannemers ) mogelijk te zijn. In s ituaties waar de ruimte beperkt is , bijvoorbeeld bij s tedelijke herontwikkeling, is vroegtijdige afs temming met het waters chap nodig om te komen tot maatwerk.

Waar moet ik op letten? In de Legger zijn kern- en bes chermings zones vas tgelegd, waarmee de watergang en de bijbehorenden onderhouds troken worden bes chermd. De onderhouds s troken dienen vrij gehouden te worden van obs takels . Voor activiteiten binnen de kern-en bes chermings zone dient een watervergunning aangevraagd te worden.

Achtergrondinformatie

09-02-2023

P agina 6 van 11

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 3.

Advies klimaatadaptie We willen waters ys teem zo inrichten, dat het beter bes tand is tegen de effecten van de verwachte klimaatverandering, zoals zwaardere buien en langere droge perioden.

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

09-02-2023

P agina 7 van 11

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 4.

Advies kwaliteit oppervlaktewater Hemelwater dat van verhard oppervlak direct afs troomt naar het oppervlaktewater kan verontreinigd raken door s pecifieke activiteiten binnen een plan. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld agraris che bedrijven, indus trieterreinen, tanks tations , autobedrijven of s loperijen etc. Het waters chap zal in deze gevallen aanvullende voorzorgs maatregelen advis eren om verontreiniging van oppervlaktewater te voorkomen.

Wat moet ik doen? U zult voorzorgs maatregelen moeten nemen om verontreiniging van oppervlaktewater te voorkomen.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

09-02-2023

P agina 8 van 11

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 5.

Advies afvalwaterketen Wij s treven naar een doelmatige werking van de gehele afvalwaterketen. Wij treden daarom graag in een vroeg s tadium in ges prek over nieuwe ontwikkelingen. Hemelwater wordt min mogelijk afgevoerd naar de afvalwaterzuivering, zodat meer water in de bodem wordt vas tgehouden, de efficiëntie van de waterzuivering vergroot wordt, en het aantal rioolovers torten op het oppervlaktewater wordt teruggedrongen. Een toename van afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) riools tels el, de rioolgemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiverings ins tallatie (rwzi) dienen de toename te kunnen verwerken, zonder daarmee het milieu zwaarder te belas ten.

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

09-02-2023

P agina 9 van 11

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 6.

Advies grondwaterbeheer We s treven naar doelmatig waterbeheer dat optimaal de functies en het huidige gebruik onders teunt. Nieuwe functies s luiten aan bij het gewens t grond- en oppervlaktewaterregime. Hiermee willen we s tructurele overlas t door te hoog grondwater voorkómen en verdroging door te laag grondwater tegengaan.

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

09-02-2023

P agina 10 van 11

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 7.

Advies natte natuur Nieuwe ontwikkelingen mogen geen negatieve invloed hebben op de waterhuis houding in Natura2000 gebieden en gebieden met natte natuur.

Wat moet ik doen? Het aanleggen van drainagemiddelen of het onttrekken van grondwater is niet of beperkt toeges taan. Hier geldt een vergunningplicht. Vraag om advies of dien een vergunningaanvraag in.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

09-02-2023

P agina 11 van 11

https://dewatertoets.nl

bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde

Bijlage 6 Vooradvies geluid woning

42

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde

Bijlage 7 Vooradvies luchtkwaliteit

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

47

Vooradvies luchtkwaliteit bestemmingsplanprocedure Aan Zaaknummer Onderwerp Behandeld door Datum

: Gemeente Oost Gelre, t.a.v. : 2022EA0094 : Gasteveldsdijk 6, Lievelde, het plaatsen van een tweede bedrijfswoning : : 18 februari 2022

Advies Het onderwerp luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.

Inleiding Eko Boerderij Arink wil op de locatie Gasteveldsdijk 6, 7137 PD in Lievelde een tweede bedrijfswoning ontwikkelen. Deze ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemming voor deze locatie. Er is daarom een planologische procedure nodig om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Voor deze wijziging van het bestemmingsplan is een onderbouwing nodig. De gemeente Oost Gelre vraagt de Omgevingsdienst Achterhoek hiervoor om advies over het onderwerp luchtkwaliteit. Beoordelingskader De Nederlandse wetgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer (“Wet luchtkwaliteit”). In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan de grenswaarden (normen) voor verschillende luchtvervuilende stoffen. In de praktijk is alleen bij stikstofdioxide en fijn stof mogelijk sprake van normoverschrijding, zodat de beoordeling tot deze stoffen beperkt blijft. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende besluiten en regelingen met daarin het centraal staande begrip ‘niet in betekenende mate’1: - Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); - Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); - Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

1

Als een project ‘niet in betekenende mate’ (nibm)1 bijdraagt aan de luchtverontreiniging, dan is geen toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit nodig. De nibm-bijdrage komt overeen met 3% van de norm voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof of stikstofdioxide. Dit komt neer op 1,2 µg/m3.

Inhoudelijke beoordeling

Afbeelding 1: situatieschets Op en rondom deze locatie is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde2 uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer. De Regeling niet in betekenende mate bijdragen (nibm) is in dit geval van toepassing. De aanvraag heeft betrekking op 1 woning. De grens in de regeling ligt bij 1500 woningen met een enkele ontsluitingsweg of 3000 woningen met twee ontsluitingswegen. De aanvraag blijft daar ruimschoots onder. Een berekening van de gevolgen voor de luchtkwaliteit is daarom niet nodig. De ruimtelijke procedure heeft geen betrekking op de ontwikkeling van een gevoelige bestemming als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Deze gevoelige bestemmingen zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De locatie ligt bovendien op een afstand van: - meer dan 300 meter van een rijksweg; - meer dan 50 meter van een provinciale weg. Alleen bij realisatie van gevoelige bestemmingen binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden nodig. Nu dit niet aan de orde is, hoeft geen aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit plaats te vinden. Conclusie / advies De aangevraagde ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Er is geen sprake van een gevoelige bestemming.

De locatie ligt bovendien op voldoende afstand van rijks- en provinciale wegen. Er is geen sprake van feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden. Er is daarom geen aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit nodig. Het onderwerp luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.

2

Grenswaarden zijn de wettelijke normen voor concentraties van stoffen in de lucht.

2 van 2

bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde

Bijlage 8 Quickscan natuurtoets

50

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

Quickscan natuurtoets Gasteveldsdijk 6 in Lievelde In opdracht van Ekoboerderij Arink

Colofon Quickscan natuurtoets Gasteveldsdijk 6 in Lievelde

Opdrachtgever Contactpersoon

Ekoboerderij Arink

Opdrachtnemer

Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel

Rapportnummer Auteur Controle Publicatiedatum: Foto voorblad

2385

8 februari 2022 Plangebied (foto: J. Stronks)

Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. www.netwerkgroenebureaus.nl

Inhoud Colofon ............................................................................................................................... 1 Samenvatting ...................................................................................................................... 3 1

2

4

Inleiding en doel........................................................................................................... 4 1.1

Inleiding ................................................................................................................ 4

1.2

Doel ...................................................................................................................... 4

Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ..................................................... 5 2.1

Gegevens plangebied ........................................................................................... 5

2.2

Beschrijving van het plangebied ........................................................................... 5

2.3

Beschrijving van het onderzoeksgebied ................................................................ 5

2.4

Geplande werkzaamheden ................................................................................... 5

3.1

Gebiedsbescherming ............................................................................................ 7

3.2

Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................... 7

3.3

Natura 2000 .......................................................................................................... 9

3.4

Houtopstanden ................................................................................................... 11

Beschermde soorten plangebied ............................................................................... 12 4.1

Methode ............................................................................................................. 12

4.2

Resultaten .......................................................................................................... 13

5

Wet natuurbescherming ............................................................................................. 20

6

Conclusie ................................................................................................................... 24

Bijlage 1

Impressie plangebied ..................................................................................... 26

Bijlage 2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming ......................................................... 27

Bijlage 3

Beschermde plant- en diersoorten.................................................................. 35

Samenvatting Uit de quickscan natuurtoets blijkt dat voor de geplande ruimtelijke ontwikkelingen aan de Gasteveldsdijk 6 in Lievelde geen aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Ook is het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming en/of het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen niet noodzakelijk. De werkzaamheden moeten wel buiten het broedseizoen (globaal tussen 15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden en/of er moet worden voorkomen dat (overige) broedvogels zich lokaal vestigen. Het plangebied ligt niet in het GNN. De kernkwaliteiten van het GNN worden niet aangetast. Er hoeft geen verdere toetsing uitgevoerd te worden. Indien de geplande ruimtelijke ontwikkeling naar verwachting een (permanente) toename van gemotoriseerd verkeer tot gevolg heeft, wordt een AERIUS-berekening geadviseerd om vast te stellen of een vergunningsaanvraag met betrekking tot stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied “Korenburgerveen” noodzakelijk is. Een kapmelding bij de provincie Gelderland ten aanzien van beschermde houtopstanden is niet noodzakelijk. Dit zijn de uitkomsten van het onderzoek dat is gehouden naar aanleiding van de voorgenomen plannen om op het erf aan de Gasteveldsdijk 6 in Lievelde een woning, kaasmakerij en windmolen te realiseren.

Dit kan negatieve gevolgen hebben voor beschermde plant- en diersoorten. Daarom is dit onderzoek uitgevoerd om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Staring Advies voerde het onderzoek uit in opdracht van Ekoboerderij Arink. Het bureau deed literatuuronderzoek in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en veldonderzoek op de locatie.

Pagina 3

1

Inleiding en doel

1.1 Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, aangetoond worden dat er geen sprake is van aantasting van beschermde natuurgebieden en beschermde plant- en diersoorten. Hiervoor is in veel gevallen een gericht natuuronderzoek vereist. In eerste instantie is een quickscan natuurtoets noodzakelijk om een inschatting te kunnen maken over het effect van de plannen op beschermde natuurgebieden en soorten. Indien negatieve effecten verwacht worden is nader onderzoek noodzakelijk. Er zijn plannen voor de bouw van een nieuwe kaasmakerij, een nieuwe woning en het plaatsen van een kleine windmolen op het erf van Ekoboerderij Arink in Lievelde. Hiervoor is een bestemmingswijziging noodzakelijk. De heer is betrokken bij de plannen en heeft Staring Advies gevraagd voor het uitvoeren van deze quickscan natuurtoets.

1.2 Doel Het doel van de quickscan natuurtoets is om snel te inventariseren of door de geplande ontwikkelingen schade kan ontstaan aan beschermde natuurgebieden en beschermde flora of fauna. Wanneer dit het geval is wordt vervolgens geadviseerd over het noodzakelijk vervolgonderzoek en eventuele procedurele vervolgstappen.

Pagina 4

2

Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden

2.1 Gegevens plangebied Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:

Gasteveldsdijk 6 Lievelde Oost Gelre Gelderland

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Oost Gelre, ten oosten van de woonkern Lievelde (zie figuur 1). Het plangebied betreft drie afzonderlijke delen van het erf van Ekoboerderij Arink. Het erf bestaat uit onder andere een verhard terrein met diverse agrarische opstallen, een woning, een tuin, een varkensweide en enkele bosschages (zie figuur 2 en bijlage 1). De directe omgeving van het plangebied bestaat onder andere uit kleinschalige bospercelen, een meertje, infrastructuur en agrarische percelen met bijbehorende bebouwing.

2.3 Beschrijving van het onderzoeksgebied Om het eventuele verstorend effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten kan het noodzakelijk zijn om een groter gebied dan het plangebied zelf te onderzoeken. Het onderzoeksgebied omvat het erf van Ekoboerderij Arink (zie figuur 2).

2.4 Geplande werkzaamheden Er zijn plannen voor de bouw van een nieuwe kaasmakerij, de bouw van een nieuwe bedrijfswoning en het plaatsen van een kleine windmolen met een ashoogte van 20 meter op het erf van Ekoboerderij Arink in Lievelde.

Pagina 5

Lievelde

Figuur 1. Globale ligging van het plangebied (rood), bron: Provincie Gelderland (2022).

Figuur 2. Luchtfoto van het onderzoeksgebied (gele stippellijn) met daarbinnen drie deelplangebieden (rood): graspaden de te realiseren woning (meest noordelijk), de kaasmakerij (midden) en de windmolen (meest zuidelijk), bron: Provincie Gelderland (2022).

Pagina 6

3

Beschermde status plangebied

3.1 Gebiedsbescherming In Nederland bestaat het Natuurnetwerk Nederland. Dit is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In paragraaf 3.2 wordt het plangebied behandeld in relatie tot de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Wet natuurbescherming gaat over gebiedsbescherming en soortenbescherming. Wat betreft de gebiedsbescherming beschermt de Wet natuurbescherming Natura 2000gebieden. Dit is een Europees, samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. In paragraaf 3.3 wordt het plangebied behandeld in relatie tot de bescherming van Natura 2000-gebieden. Daarnaast beschermt de Wet natuurbescherming bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen. In paragraaf 3.4 wordt het plangebied behandeld in relatie tot deze beschermde houtopstanden.

3.2 Natuurnetwerk Nederland 3.2.1 Conclusie Het plangebied ligt niet in het NNN. De kernkwaliteiten van het NNN worden niet aangetast. Er hoeft geen verdere toetsing uitgevoerd te worden.

3.2.2 Natuurnetwerk De gebieden van het NNN worden in de provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk genoemd. In het Gelders Natuurnetwerk komen twee natuurcategorieën voor: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het GNN bestaat uit alle bestaande natuur en een zoekgebied voor nog te realiseren nieuwe natuur. In het GNN geldt: in de basis hier geen nieuwe initiatieven. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk. Dat zijn ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor - overtuigend gemotiveerd – geen alternatieven bestaan. Voor dergelijke uitzonderingen gelden specifieke spelregels die garanderen dat het Gelders Natuurnetwerk in stand blijft (het nee, tenzij principe). Dat betekent dat hier geen ruimte is voor nieuwe projecten die de aanwezige en potentiële natuurwaarden significant aantasten. Groene Ontwikkelzones (GO) De GO is een gebied waar partners en partijen worden uitgenodigd om actief 'groene' doelen mee te helpen realiseren. Er is in dit gebied ruimte voor de verdere ontwikkeling van bestaande en bij het gebied behorende bedrijvigheid of bewoning. Afhankelijk van het

Pagina 7

type en de schaal van de ontwikkeling vraagt de provincie om een (extra) bijdrage te leveren aan de GO.

3.2.3 Plangebied Het plangebied ligt niet in het GNN of in een GO (zie figuur 3). Diverse bos- en natuurpercelen rond de Besselinkschans, ten westen van het plangebied zijn aangewezen als bestaande natuur binnen het GNN. Rondom deze GNN-gebieden liggen agrarische percelen die vallen binnen de GO en fungeren als ecologische verbindingszone. Het dichtstbijzijnde GNN gebied, een bosperceel aan de Gasteveldsdijk, ten noordwesten van het plangebied, ligt ongeveer 100 meter van het plangebied. Doordat er geen werkzaamheden worden uitgevoerd binnen het GNN en de GO en doordat het GNN en de GO geen externe werking kennen, veroorzaken de plannen geen negatieve effecten op het oppervlakte of de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN en de GO.

Figuur 3. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het GNN en GO, bron: Provincie Gelderland 2021.

Pagina 8

3.3 Natura 2000 3.3.1 Conclusie Er vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats in of nabij een Natura 2000-gebied. Door de aard en de beperkte omvang van de activiteiten en door de afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Korenburgerveen” en overige Natura 2000gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven verwacht door directe verstoringsfactoren of indirecte verstoringsfactoren, met uitzondering van stikstofdepositie. Een AERIUS-berekening is alleen noodzakelijk als de extra woning en opschaling van de bedrijfsactiviteiten een aantrekkende werking hebben op gemotoriseerd verkeer. Mogelijk is een vergunningsaanvraag dan noodzakelijk ten aanzien van Natura 2000-gebieden.

3.3.2 Natura 2000 De Europese Unie heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. De Wet natuurbescherming beschermt onder andere Natura 2000-gebieden. Voor activiteiten die significante, negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig.

3.3.3 Plangebied Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied, “Korenburgerveen”, ligt op enige afstand van het plangebied, vanaf circa 1,8 kilometer (zie figuur 4). Overige Natura 2000-gebieden, zoals Bekendelle, Willinks Weust, Zwillbrocker Venn u. Ellewicker Feld en Wooldse Veen, liggen op grotere afstand, vanaf circa 5,5 km. Er vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats in of nabij een Natura 2000-gebied. Door de tijdelijke aard en de beperkte omvang van de activiteiten worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen verwacht door directe verstoringsfactoren als oppervlakteverlies of versnippering. Door de aard en omvang van de activiteiten, de relatief grote afstand en het ontbreken van een ecologische binding zijn ook significante negatieve effecten door indirecte verstoringsfactoren als verontreiniging, verdroging, geluidsverstoring of lichtverstoring op voorhand uit te sluiten. Negatieve effecten door stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten. Stikstofdepositie In veel Natura 2000-gebieden is stikstofdepositie een groot probleem voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Het gaat daarbij om de gevolgen van stikstofdepositie afkomstig uit de landbouw, het verkeer en de industrie op voor stikstof gevoelige habitats.

Ook in het nabijgelegen Natura 2000-gebied “Korenburgerveen” zijn stikstofgevoelige habitattypen en/of soorten aanwezig (bron:

Pagina 9

https://www.natura2000.nl/gebieden/gelderland/korenburgerveen). De afspraken over stikstof staan in de gebiedsanalyse van het Natura 2000-gebied. Alleen als de hoeveelheid op termijn vermindert, zijn nieuwe bedrijfsactiviteiten met stikstofuitstoot mogelijk. In het plangebied worden bosschages verwijderd en drie bouwwerken gerealiseerd. Door de inzet van werktuigen bij deze werkzaamheden is er sprake van stikstofuitstoot. In de nieuwe wet Stikstofreductie en natuurverbetering, welke op 1 juli 2021 in werking is getreden, staat echter een vrijstelling van de natuurvergunningsplicht voor sloop-, aanlegen bouwactiviteiten. Een (permanente) toename van stikstofdepositie in het onderhavige Natura 2000-gebied tijdens de gebruiksfase is alleen te verwachten als de extra woning en opschaling van de bedrijfsactiviteiten een aantrekkende werking hebben op gemotoriseerd verkeer, zoals personenauto’s en vrachtauto’s. Indien een dergelijke aantrekkende werking op gemotoriseerd verkeer wordt verwacht, wordt geadviseerd om een AERIUS-berekening uit te voeren. Hiermee kan worden vastgesteld of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op de stikstofgevoelige habitats van het Natura 2000-gebied “Korenburgerveen”, en om te bepalen of een vergunningsaanvraag nodig is. Zwillbrocker Venn u. Ellewicker Feld

Korenburgerveen

Willinks Weust

Bekendelle

Wooldse Veen Figuur 4. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het Natura 2000-gebied “Korenburgerveen” en overige Natura 2000-gebieden, bron: http://natura2000.eea.europa.eu/ (2021).

Pagina 10

3.4 Houtopstanden 3.4.1 Conclusie Een kapmelding bij de provincie Gelderland voor beschermde houtopstanden is niet noodzakelijk.

3.4.2 Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Als men voornemens is (delen van) houtopstanden te kappen die onder de Wet natuurbescherming vallen dan moet een kapmelding bij de provincie Gelderland worden ingediend. Er zijn enkele uitzonderingen waarbij een kapmelding niet is vereist.

3.4.3 Plangebied Er wordt geen bomenrij gekapt en er wordt minder dan 10 are houtopstand gekapt. Een kapmelding bij de provincie Gelderland is derhalve niet aan de orde. Indien er bomen gekapt worden is een melding of vergunningsaanvraag bij de gemeente mogelijk wel verplicht.

Pagina 11

4

Beschermde soorten plangebied

4.1

Methode

Het verzamelen van gegevens heeft op twee manieren plaatsgevonden: via een literatuuronderzoek en een gericht veldonderzoek.

4.1.1 Literatuuronderzoek Ter ondersteuning van het veldonderzoek werd de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Deze database geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren in Nederland. In de NDFF zijn uitsluitend gevalideerde gegevens opgeslagen. De NDFF is de meest complete databank voor de actuele verspreiding van Nederlandse flora en fauna met meer dan 100 miljoen waarnemingen. De databank wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. De NDFF is echter niet vlakdekkend en volledig. In de NDFF is voor het onderzoeksgebied gezocht naar waarnemingen van beschermde soorten. In de NDFF is voor een zoekgebied met een straal van circa 1 km rond het plangebied gezocht naar waarnemingen van beschermde soorten, uit de afgelopen 10 jaar.

4.1.2 Veldonderzoek Een onderzoeker van Staring Advies onderzocht het plangebied om een inschatting te maken van de beschermde soorten die aanwezig zijn en om beschermde flora en fauna waar te nemen (zie tabel 1). Onderzoeker

Bezoekronde

Datum

Tijd

J. Stronks

1

22-12-2021

10:30 uur

Weersomstandigheden Licht bewolkt, droog, -1°C, windkracht 0-1 Bft

Tabel 1. Veldonderzoek.

Pagina 12

4.2 Resultaten Deze paragraaf bespreekt de resultaten van het literatuuronderzoek en het veldonderzoek.

4.2.1 Literatuuronderzoek Flora De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied geen melding van het voorkomen van beschermde plantensoorten. Broedvogels De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van diverse beschermde vogelsoorten. Een deel van de waarnemingen betreft overvliegende vogels zonder binding met het gebied. Een deel van de vogelsoorten kunnen wel een territorium bezetten in het plangebied of in de directe omgeving hiervan, waardoor ze gebruik kunnen maken van het plangebied. Van de aangetroffen boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocaties jaarrond beschermd. Van de waargenomen soorten grote gele kwikstaart en slechtvalk zijn echter uitsluitend overvliegende exemplaren zonder binding met de omgeving. Deze soorten worden daarom niet verder behandeld. Zoogdieren De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van meerdere nationaal en internationaal beschermde zoogdiersoorten. Het betreft de volgende soorten: •

Nationaal beschermde soorten: bunzing, egel, haas, hermelijn, ree en steenmarter¹.

Amfibieën, reptielen en vissen De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van enkele beschermde amfibieënsoorten. Het betreft de volgende soorten: • •

Nationaal beschermde soorten: bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander1. Internationaal beschermde soorten: poelkikker.

Ongewervelde dieren De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied geen melding van het voorkomen van beschermde ongewervelde diersoorten.

1 Deze soorten zijn, met uitzondering van de bunzing, hermelijn en steenmarter, in de provincie Gelderland

vrijgesteld van de verboden als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdelen a en b, bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Pagina 13

4.2.2 Veldonderzoek In deze paragraaf worden per soortgroep de resultaten van het veldonderzoek besproken. Flora Het plangebied bestaat uit drie gescheiden delen van een bestaand erf. Eén deelgebied betreft de locatie waar een windmolen komt. Deze locatie bevindt zich geheel in een varkensweide, waarvan de bodem volledig omgewroet is. . Het deelgebied waar de kaasmakerij is gepland, bestaat deels uit verharding en deels uit een bosschage, waarin diverse bomen groeien met een ondergroei van algemene planten. In deze bosschage, die zich midden op het erf bevindt, zijn geen bijzondere of beschermde plantensoorten aangetroffen. Het derde deelgebied, welke bestemd is voor de bouw van een woning, bestaat voornamelijk uit gazon. In de laatste twee deelgebieden bestaat de vegetatie uit algemene soorten van ruderale en (matig) voedselrijke omstandigheden, zoals braam sp., gewone vlier, grote brandnetel, paardenbloem sp. en zomereik. Bijzondere vegetaties met kenmerkende plantensoorten zijn niet in de deelplangebieden aanwezig. De NDFF (zie paragraaf 4.2.1) maakt geen melding van beschermde plantensoorten voor de omgeving van het plangebied. Beschermde plantensoorten worden hier niet verwacht omdat er geen geschikte groeiplaatsen zijn, zo blijkt uit het veldonderzoek.

Broedvogels Een volledige broedvogelkartering heeft niet plaatsgevonden, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van de quickscan natuurtoets. Tijdens het veldbezoek zijn de volgende vogelsoorten aangetroffen in het plangebied en de directe omgeving: houtduif, huismus, koolmees, merel, pimpelmees, roodborst, Turkse tortel en winterkoning. De bosschage in het plangebied is geschikt als nestlocatie voor enkele soorten als houtduif, merel, roodborst, Turkse tortel en winterkoning. Verder ontbreken geschikte nestlocaties in het plangebied. Jaarrond beschermde nesten De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, kerkuil, roek, sperwer, steenuil en wespendief, waarvan de vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocaties jaarrond beschermd zijn (zie paragraaf 4.2.1). Tijdens het veldbezoek is de huismus aangetroffen in het plangebied. Boomvalk, buizerd, havik, roek, sperwer en wespendief Van de boomvalk en wespendief zijn verspreide waarnemingen bekend vanuit de omgeving van het plangebied, waarbij de meeste waarnemingen zijn gedaan in de richting van het Korenburgerveen. Van de wespendief is hier ook een vermoedelijk broedgeval bekend. Vanuit verschillende bosschages in de omgeving van het plangebied zijn territoria

Pagina 14

van de buizerd bekend, waarvan de dichtstbijzijnde zich op circa 300 meter ten noordwesten van het plangebied bevindt. Ook van de havik is in deze bosschage een mogelijk broedterritorium bekend. De sperwer is in de omgeving waargenomen, echter zonder aanwijzingen dat hier sprake is van een (mogelijk) broedterritorium. Van de roek zijn in de omgeving van het plangebied meerdere waarnemingen van foeragerende groepen, maar broedkolonies of broedterritoria worden uit de omgeving niet gemeld (bron: NDFF). Tijdens het veldbezoek is geen van bovenstaande soorten waargenomen in of in de omgeving van het plangebied. Aangezien er geen blad in aan de bomen zat kon ook de bosschage waar de kaasmakerij gepland is, goed worden geïnspecteerd, waarbij geen horsten zijn aangetroffen. De boomvalk, buizerd, havik, sperwer en wespendief broeden in bomen en bosschages die voldoende dekking en rust bieden. De groenstructuren in en om het plangebied bieden onvoldoende dekking en rust voor een nestlocatie voor deze soorten. Het plangebied heeft door de beperkte omvang en het gebruik als bedrijfsterrein ook geen belangrijke functie als foerageergebied voor deze soorten. Incidenteel kan een overvliegend, rustend of jagend exemplaar van bijvoorbeeld een buizerd of sperwer worden aangetroffen in het plangebied, maar van een essentieel leefgebied is geen sprake.

Foto 2. Plukplaats mogelijk veroorzaakt door buizerd of sperwer (foto: R. Top).

Pagina 15

Gierzwaluw en huismus Gierzwaluwen en huismussen zijn koloniebroeders die hun verblijfplaatsen doorgaans hebben in bebouwing. Nestlocaties liggen vaak in ruimtes tussen dakpannen en het dakbeschot, achter dakgootbekisting of in scheuren of spleten van muren van gebouwen. Tijdens het veldbezoek was het niet mogelijk waarnemingen te doen van gierzwaluwen, omdat die in de winter in Afrika verblijven. Er is echter wel een groep huismussen waargenomen op het erf waarbinnen de deelplangebieden zijn gesitueerd. Binnen de plangebieden is echter geen sprake van bebouwing, waardoor nesten van deze soorten zijn uitgesloten. De gierzwaluw wordt überhaupt niet verwacht binnen het onderzoeksgebied, omdat deze soort in Nederland voornamelijk broedt binnen de bebouwde kom. De huismus heeft waarschijnlijk nestlocaties in de dakconstructies van gebouwen op het erf, zoals de woning en agrarische opstallen. Delen van het plangebied kunnen wel deel uitmaken van het leefgebied van de huismus, zoals het gazon waar huismussen kunnen foerageren, de bosschages waar huismussen kunnen schuilen en mogelijk ook de varkensweide waar ze een zandbad kunnen nemen. De deelplangebieden maken echter steeds maar een klein deel uit van het totaal beschikbare leefgebied van de huismus.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14491472/1