CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp flierbos toelichting bijlage 7 archeologisch bureauonderzoek

Raadscommissie 18 juni 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan ‘Flierbeek fase 3, Flierbos’ met bijbehorende grondexploitatie15.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK FLIERBEEK FASE 3 TE LICHTENVOORDE GEMEENTE OOST GELRE

Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Flierbeek Fase 3 te Lichtenvoorde Opdrachtgever

Gemeente Oost Gelre Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde

Rapportnummer

15483D.002

Versienummer1

1

Datum

Vestiging

27 mei 2021

Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl

Opsteller Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

© Econsultancy bv, Doetinchem Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

15483D.002

Toponiem

Flierbeek Fase 3

Opdrachtgever

Gemeente Oost Gelre

Gemeente

Oost Gelre

Plaats

Lichtenvoorde

Provincie

Gelderland

Kadastrale gegevens

Gemeente Lichtenvoorde, sectie O, nummer 1349

Omvang plangebied

Circa 3,6 hectare

Kaartblad

41 B (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 234.745 / Y: 443.645

Bevoegde overheid

Gemeente Oost Gelre Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde Tel. 0544-393505

Deskundige namens de bevoegde overheid

Omgevingsdienst Achterhoek Postbus 200 7255 ZJ Hengelo (Gld.) Email: archeologie@odachterhoek.nl

ARCHIS3

Bureauonderzoek 5032784100

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

Booronderzoek 5032808100

Archeoregio NOaA

Overijssels-Gelders zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Doetinchem/Provinciaal Archeologisch Depot Gelderland

Uitvoerder

Econsultancy,

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Oost Gelre een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied Flierbeek Fase 3 te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre. De initiatiefnemer is voornemens de locatie te ontwikkelen. De daadwerkelijke toekomstige functie is echter nog niet bekend. Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied al een lage verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum. Het plangebied ligt namelijk binnen een dekzandvlakte en het gebied stond vroeger ook bekend onder de toponiem ’t Lichtenvoordse Veen, hetgeen een aanwijzing is voor zeer natte/moerasachtige omstandigheden. De verwachting is dan ook dat het plangebied weinig geschikt, zo niet ongeschikt zal zijn geweest als (tijdelijke) nederzettingslocatie. Ook reeds uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied, voornamelijk prospectief onderzoek, hebben tot op heden niet geresulteerd in het aantreffen van aanwijzingen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat verder zien dat het plangebied voor langere tijd in gebruik is geweest als (nat) heidegebied en na grootschalige ontginning geheel in agrarisch gebruik is geweest (grasland).

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat er binnen het plangebied geen diepgaande, grootschalige bodemverstorende ingrepen/vergravingen zijn uitgevoerd. Ten gevolge van alleen agrarisch gebruik (ploeg-/oogstwerkzaamheden) beperken bodemverstoringen zich tot de huidige bouwvoor. Het aanwezige bodemprofiel betreft echter wel een beekeerdgrond. Duidelijk ontwikkelde podzolbodems zijn in géén van de boringen aangetroffen. Voor de grootschalige ontginningen zal sprake zijn geweest van zeer ondiepe grondwaterstanden, waarmee de ongeschiktheid als (tijdelijke) nederzettingslocatie wordt bevestigd. Conclusie Op basis van de resultaten van het booronderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied in het verleden ongeschikt was als (tijdelijke) nederzettingslocatie. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een lage verwachting gold voor alle perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum, kan gehandhaafd blijven. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.

Het plangebied was in het verleden (voor de grootschalige ontginning) ongeschikt als (tijdelijke) nederzettingslocatie. Er is dan ook geen aanleiding om binnen het plangebied een archeologische vindplaats te verwachten. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oost Gelre). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.

Rapport 15483D.002 versie 1

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Rapport 15483D.002 versie 1

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 15 3.1 3.2 3.3

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 7 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................ 11 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 14 Afweging gekozen onderzoeksmethode inventariserend veldonderzoek ...................... 15

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 15 Methoden ........................................................................................................................ 15 Resultaten ....................................................................................................................... 16

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 17 4.1 4.2

Conclusie ........................................................................................................................ 17 Advies ............................................................................................................................. 17

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 18 BRONNEN .......................................................................................................................................... 20

Rapport 15483D.002 versie 1

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VII.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-vondsten Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting Algemene bodemopbouw plangebied

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart van de gemeente Oost Gelre Situering van het plangebied binnen de archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost Gelre Situering van het plangebied binnen de hoogtekaart van de gemeente Oost Gelre Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied met als achtergrond het AHN Situering van het plangebied binnen de Hottingerkaart uit 1773-1794 vanuit kaartblad 81 Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1822 (Minuutplan) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1885 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1936 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1966 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1987 Boorpuntenkaart plangebied met als achtergrond de luchtfoto

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Overzichtsfoto’s plangebied en foto’s van de opgeboorde profielen Boorprofielen

Rapport 15483D.002 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Oost Gelre een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied Flierbeek Fase 3 te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre (zie figuren 1 en 2). De initiatiefnemer is voornemens de locatie te ontwikkelen. De daadwerkelijke toekomstige functie is echter nog niet bekend. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 22 en 23 april 2021 door (Senior KNA Prospector). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 6 mei 2021 door (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door (Senior KNA Archeoloog).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 2 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:    

2

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04);

SIKB

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 1 van 20

opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:            2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); de Atlas Gelderland; literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Oost Gelre. Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 1.000 meter rondom het plangebied.3 Het plangebied Flierbeek Fase 3 heeft een oppervlakte van circa 3,6 hectare en ligt aan de rand van het zuidwestelijke deel van de bebouwde kom van Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre (zie figuren 1 en 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 19,7 m +NAP. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde, sectie O, nummer 1349. Volgens de topografische kaart van Nederland, 41 B (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 234.745 / Y: 443.645. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel geheel in agrarisch gebruik (grasland).

Ten noordwesten en noordoosten van het plangebied bevinden zich woonpercelen en ten zuidwesten en zuidoosten agrarische percelen. Vrijwel direct ten noordoosten en noordwesten van het plangebied liggen respectievelijk de straten Het Brook en Het Veen (zie figuur 3).

\3 Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 2 van 20

Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde (vastgesteld op 08-102013). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een bestemming Waarde – Archeologische verwachting categorie 2. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm -mv.4 Deze dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische beleidskaart van de gemeente Oost Gelre.5 Volgens deze kaart (zie figuur 4) ligt het gehele plangebied binnen een gebied met een middelhoge archeologische verwachting (Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied (AWV) categorie 8).

Huidig milieuonderzoek Gelijktijdig met het archeologisch vooronderzoek is er voor het plangebied door Econsultancy een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd (Econsultancy rapportnummer: 15483D.001). De resultaten van het milieuhygiënisch bodemonderzoek waren ten tijde van het afronden van het archeologisch vooronderzoek nog niet bekend. Atlas Gelderland6 Met de Atlas Gelderland wilt de provincie Gelderland inzicht geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit binnen de provincie in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat de Atlas Gelderland zien waar vroeger (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Op basis van het raadplegen van de Atlas Gelderland blijkt dat ter plaatse van het plangebied in 2005 door Econsultancy een milieuhygiënisch bodemonderzoek (verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740) is uitgevoerd (Econsultancy-rapport 05032133). De bodem is beschreven als bestaande voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn zand. De bovengrond is bovendien overwegend matig humeus. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Dit geeft de indruk dat er binnen het plangebied geen grootschalige bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd. 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. De initiatiefnemer is voornemens de locatie te ontwikkelen. De daadwerkelijke toekomstige functie is echter nog niet bekend. Vooralsnog is de verwachting dat ter plaatse van de toekomstige bebouwing, bij de aanleg van een standaard staalfundering op het gele zand (top van de C-horizont), de bodem tot minimaal een diepte van circa 100 cm -mv wordt afgegraven (bouwput). 4

Portaal voor Ruimtelijke Plannen De Roode & Van den Berghe, 2008 6 https://geoweb.gelderland.nl/WebViewer/Index.html?configBase=http://geoweb.gelderland.nl/Geocortex/Essentials/ REST/sites/Bodemverontreinigingen/viewers/test/virtualdirectory/Resources/Config/Default 5

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 3 van 20

2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie7

Dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden) op fluviatiele zanden van de Formatie van Kreftenheye.

Archeologische landschappenkaart gemeente Oost Gelre8

Binnen een dekzandvlakte met overwegend veldpodzolgronden (Ev).

Bodemkunde en grondwatertrap9

Veldpodzolgronden, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (Hn21) met grondwatertrap VI.

Landschappelijke ontwikkeling 10 De omgeving van Lichtenvoorde ligt binnen het Pleistocene Bekken. Op een afstand van circa 3 km ten oosten bevindt zich de terrasrand, welke de overgang vormt naar het Oost-Nederlandse Plateau. Tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 250.000 - 130.000 jaar geleden), lag een groot gedeelte van Nederland onder een vanuit Scandinavië naar het zuiden opgeschoven ijskap. De rand van het ijs bestond uit een aantal gletsjertongen. Aan weerszijden van deze ijsmassa’s werden stuwwallen opgeduwd. De rivier de Rijn, die normaliter van zuid naar noord stroomde door het Pleistocene Bekken, werd door deze ijskap gedwongen hun weg langs de zuidzijde van het ijs westwaarts naar de zee te zoeken. Tijdens het terugtrekken, en daarmee het afsmelten van het landijs, werd met name het Pleistocene Bekken gedeeltelijk opgevuld met glaciofluviale afzettingen (grove, grindhoudende zanden vermengd met leem), behorend tot de Formatie van Drente. Vervolgens hervatte de voorlopers van de Rijn weer hun loop door het Pleistocene Bekken naar het noorden, waarbij de afzettingen van de Formatie van Kreftenheye werden gevormd. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 tot 10.000 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland niet. Wel had het klimaat een continentaal karakter (koud en droog).

Het landschap bestond uit een poolwoestijn, waarin vrijwel geen vegetatie aanwezig was. De zeespiegel daalde tot wel 110 meter ten opzicht van het huidige niveau (NAP). Door een combinatie van deze daling van de zeespiegel en vernieuwde tektonische activiteiten, waarbij het Pleistocene Bekken verder daalde en een deel van het Oost Nederlandse Plateau omhoog kwam, is de Rijn zich gaan insnijden in zijn eigen sedimenten tot aan de lijn Aalten-Neede en loopt op een afstand van 2,5 km ten oosten van het plangebied. Hierbij is toen de terrasrand ontstaan. Het terrein ten oosten van deze terrasrand wordt daarom aangeduid als het Oost Nederlandse Plateau. Pas tijdens het Midden-Weichselien (ook wel aangeduid als Pleniglaciaal, 73.000 tot 13.000 jaar geleden) is de Rijn weer sedimentpakketten gaan opbouwen, echter nu alleen ten westen van de terrasrand. Deze sedimenten behoren tot de Formatie van Kreftenheye.

7

De Mulder et al., 2003 De Roode & Van den Berghe, 2008 9 Stichting voor Bodemkartering, 1975 10 De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2008 / De Roode & Van den Berghe, 2008 / Van Beek, 2009 8

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 4 van 20

Buiten de invloedsfeer van de Rijn werd een pakket dekzand afgezet. De dekzanden zijn onderverdeeld in het Oude en Jonge Dekzand. Het Oude Dekzand is afgezet tijdens het Pleniglaciaal. Het is veelal horizontaal gelaagd en er komen lemige banden in voor. Het Jonge Dekzand is afgezet tijdens het Laat-Weichselien (Laat-Glaciaal) in de vorm van langgerekte, vaak ZW-NO georiënteerde ruggen. Gelaagdheid is in het Jonge Dekzand meestal niet aanwezig. Ook komen er geen leemlagen in voor. Het water van de in het voorjaar smeltende sneeuwmassa´s erodeerde een deel van de dekzandruggen, waarna afzetting plaatsvond in de lagere delen van het landschap als vlaktes van verspoelde dekzanden. Door het hoogteverschil ontstonden bij de terrasrand lokale beekdalsystemen (sneeuwsmeltwaterdalen), waarbij aan de westzijde waaiers van uitgespoeld materiaal werden gevormd (daluitspoelingswaaiers). Op het Oost-Nederlandse Tertiaire Plateau is slechts een dunne laag Jong dekzand afgezet of ontbreekt het geheel, waardoor tertiaire kleien en keileem (vrijwel) dagzomen. Het dekzand wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, dat behoort tot de Formatie van Boxtel (voorheen de Formatie van Twente). Gedurende het merendeel van de laatste ijstijd, het Weichselien (ca.

120.000 - 10.000 jaar geleden), stroomde de Rijn ten oosten van de stuwwallen van Montferland, maar vanaf het Midden-Weichselien kreeg de Rijn een steeds belangrijk wordende tak naar het westen door de Gelderse Poort en de huidige Betuwe. Vanaf het begin van het Holoceen (circa 10.000 jaar geleden) heeft de Rijn het gebied ten oosten van de stuwwallen van Montferland in zijn geheel verlaten. In het Holoceen (vanaf ca. 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden ontstaan. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk heeft plaatsgevonden tijdens de laatste eeuwen. De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen in de omgeving afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Ook zijn in het Holoceen verspreid over delen van het Oost-Nederlandse dekzandlandschap veengebieden ontstaan, zoals het Lichtenvoordse Veen, waar het plangebied in heeft gelegen.

Deze ontstonden vooral daar waar sprake was van een slechte ontwatering vanwege het voorkomen van natte, vlakke delen (depressies) omgeven door hoger gelegen terreindelen en de aanwezigheid van ondoorlatende lagen. De veengebieden hadden vaak een kleine tot middelgrote omvang, samenhangend met de sterke landschappelijke variatie op relatief korte afstanden. Vooral langs de westzijde van de terrasrand kon onder invloed van kwelwater vanaf het Oost Nederlandse Plateau in de natte laagten uitgestrekte hoogveenkussens gaan groeien. Vanaf de Late-Middeleeuwen is het aanwezige veen vooral kleinschalig gewonnen. Vanwege de meestal vrij geringe dikte van de veenpakketten en de slechte ontsluiting was grootschalige veenwinning economisch niet rendabel. Aanwijzingen van de voormalige venen en het afgraven daarvan zijn in het huidige landschap nauwelijks meer herkenbaar. Nadat veenwinning had plaatsgevonden ontwikkelde zich op de braakliggende terreinen een natte heidevegetatie. In de 19e en 20e eeuw werden deze gebieden vervolgens ontgonnen ten behoeve van agrarisch gebruik, waardoor resten veen vaak volledig zijn vermengd met het onderliggende zanddek en volledig is geoxideerd, mede als gevolg van de gereguleerde grondwaterstanden. Dit (voormalige) hoogveen behoort tot de Formatie van Nieuwkoop.

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 5 van 20

DINO11 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. 12 Hieruit blijkt dat de ondergrond is opgebouwd uit de volgende lithostratigrafische afzettingen; vanaf het maaiveld tot circa 5 -mv matig fijn dekzand (Laagpakket van Wierden). Hieronder bevinden zich tot circa 15 m -mv grindrijke, grofzandige vlechtende rivierafzettingen (Formatie van Kreftenheye). Archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost Gelre De Geomorfologische kaart geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost Gelre, dat het meest actuele landschappelijke beeld weergeeft, ligt het plangebied binnen een dekzandvlakte met overwegend veldpodzolgronden (EV, zie figuur 5).

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)13/hoogtekaart van de gemeente Oost Gelre Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Op basis van het AHN is specifiek voor de gemeente Oost Gelre een hoogtekaart gemaakt (zie figuur 6). De relatief lage en vlakke ligging van het plangebied binnen een dekzandvlakte is goed te herkennen. Hoger gelegen dekzandruggen bevinden zich verder ten noordwesten en noorden van het plangebied, langs de Europaweg N18. Voor de bouw van de woonwijken aangrenzend ten noorden en noordoosten van het plangebied is waarschijnlijk een moderne ophooglaag aangebracht. Bodemkunde en grondwatertrap Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied gekarteerd als een veldpodzolgrond, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (Hn21) met grondwatertrap VI (zie figuur 7). Podzolgronden worden gekenmerkt door podzolering: er komt een duidelijke B-horizont voor die tot stand is gekomen door inspoeling van niet-amorfe humus samen met ijzerverbindingen (moderpodzolen), of door inspoeling van amorfe humus (humuspodzolen).

Veldpodzolgronden behoren tot de suborde van de humuspodzolen, waarbij de bovengrond sporen van sterke uitloging vertoond, in de vorm van gebleekte zandkorrels. De zandkorrels vertonen geen ijzerhuidjes als gevolg van de relatief hoge grondwaterstanden die tijdens de bodemvorming optraden. 14 Deze gronden zijn over het algemeen kenmerkend voor de overgang van de hoger terreindelen (dekzandruggen) naar de lager gelegen vlaktes (beekdalen, vlaktes van verspoelde dekzanden).

11

Dinoloket DINO boornummers B41B0010 en B41B0130 13 AHN 14 De Bakker & Locher, 1990 12

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 6 van 20

Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling15

Tabel II. Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI en VII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Gekoppeld aan de Bodemkaart van Nederland heeft plangebied een grondwatertrap VI. Op grond van de landschappelijke ligging van het plangebied, evenals de ligging binnen het voormalige Lichtenvoordse Veen, zal het plangebied waarschijnlijk wel te maken hebben gehad met relatief natte condities dan wel sterk variërende condities gekend, waarbij in de zomerperiode bij langdurige droogte het grondwater op enige diepte t.o.v. het maaiveld kwam te liggen, terwijl in de winterperiode met langdurige regenperioden het grondwater tot in de bovengrond (eerste 50 cm) kon reiken dan wel (bijna) aan het maaiveld stond. De grootschalige ontginning van het gebied en ingrepen in de waterhuishouding (aanleggen van sloten/watergangen, verleggen en rechttrekken/kanaliseren van lokale beeklopen) heeft geresulteerd in diepere grondwaterstanden. Vandaag de dag worden grondwaterstanden gereguleerd (regulatie van afvoer via de aanwezige en gekanaliseerde beeksystemen). Met zowel fluctuerende grondwaterstanden als vandaag de dag relatief diepe (gereguleerde) grondwaterstanden, zal echter sprake zijn geweest van minder goede conserveringscondities van eventueel aanwezige metalen en organische resten. 2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).16 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 1.000 meter rondom het centrale punt van het plangebied weergegeven.

15 16

Locher & De Bakker, 1990 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 7 van 20

AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied17 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen zowel het plangebied als het onderzoeksgebied liggen géén AMK-terreinen (zie figuur 8). In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 18 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal negen archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om acht bureau- en/of booronderzoeken (prospectief onderzoek) en een archeologische begeleiding (zie tabel III en figuur 8). Het merendeel van de prospectieve onderzoeken, waaronder de onderzoeken uitgevoerd meest nabij het plangebied, hebben geresulteerd in vrijgave van de onderzochte terreinen. Bij een onderzoek ten noordoosten van het plangebied is enkel wat materiaal uit de Nieuwe tijd aangetroffen, echter in verstoorde context.

Een uitgevoerde archeologische begeleiding van graafwerkzaamheden circa 550 meter ten noorden van het plangebied heeft eveneens geen archeologische waarden opgeleverd. Tabel III.

Overzicht onderzoeksmeldingen

Zaakindentificatie (OMnummer)

17 18

Situering t.o.v. plangebied

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

2248393100 (35700)

400 meter ten noordoosten van het plangebied Flierbeek Fase II te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 235103/443874

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Archeodienst Gelderland BV Datum: 6-7-2009 Resultaat: Uit het bureauonderzoek kwam naar voren dat het terrein tot 1845 uit moeras bestond. Na ontwatering is er turf gewonnen. Het terrein draagt het toponiem: -Het Veen-, hetgeen een aanwijzing is voor de natte omstandigheden ter plaatse van het terrein. Het terrein is vanwege deze natte omstandigheden slecht geschikt geweest voor bewoningsdoeleinden. In de nabijheid van het plangebied lag een hoge dekzandrug die vele malen geschikter was. Daarom werd de kans laag ingeschat dat er ter plaatse van het plangebied archeologische waarden in de ondergrond aanwezig zouden zijn. Het booronderzoek heeft deze aanname bevestigd. Het terrein bleek zelfs meer verstoord te zijn dan we op basis van de bodemkaart konden vermoeden want het grootste deel bestond uit vaaggronden. Een archeologisch vervolgonderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

4562863100

550 meter ten noorden van het plangebied Varsseveldseweg Locatie 1 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 234560/444193

Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: Antea Group Archeologie Datum: 5-9-2017 Resultaat: De locatie aan de Varsseveldseweg aan de zuidkant van Lichtenvoorde was in het voortraject van het tracébesluit voor de N18 geselecteerd voor vervolgonderzoek omdat uit het verkennend archeologisch booronderzoek was gebleken dat de bodem hier intact was. Er bestond echter geen mogelijkheid om tijdens de fase van het tracébesluit een nader karterend en/of waarderend onderzoek uit te voeren, bijvoorbeeld in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Om die reden was, ondanks het feit dat er geen directe aanwijzingen voor een archeologische vindplaats bestonden, een archeologische begeleiding van de werkzaamheden geëist in de uitvoeringsfase van het werk. Uit de archeologische begeleiding is gebleken dat het bodemprofiel inderdaad bestaat uit een relatief intact (wel verploegde of gekeerde) veldpodzol. In het vlak, het profiel, noch op het stort zijn resten van een archeologische vindplaats aangetroffen. Het plangebied is op basis van deze resultaten vrijgegeven.

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Idem

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 8 van 20

2326874100 (46402)

600 meter ten noorden van het plangebied Varsseveldseweg 62a te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 234724/444245

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 3-5-2011 Resultaat: Een natuurlijke veldpodzolgrond is in het hele plangebied niet aangetroffen onder het verstoorde plaggendek. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de bodem is verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. De hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen kan daarom naar laag worden bijgesteld. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Tijdens het booronderzoek zijn echter geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode. Daarom kan de hoge verwachting om archeologische waarden uit de perioden Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen aan te treffen voor het plangebied naar laag worden bijgesteld. De lage verwachting voor de periode Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd kan op grond van de resultaten van het veldwerk gehandhaafd blijven.

Op grond van de resultaten van het onderzoek is voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd.

4003598100

600 meter ten noorden van het plangebied Ontsluitingsweg te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 234588/444240

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Antea Group Archeologie Datum: 14-6-2016 Resultaat: Resultaat: Op basis van de verzamelde gegevens in het bureauonderzoek blijkt dat binnen het plangebied resten vanaf het Laat-Paleolithicum aanwezig kunnen zijn. Om deze verwachting te toetsen zijn binnen het plangebied vier boringen geplaatst. Uit het booronderzoek blijkt dat in het plangebied onder een dunne bosstrooisellaag een 0,1 tot 0,6 m dikke laag van zeer fijn zand aanwezig is. In het zand zijn puinresten en enkele brokken licht geel zand (waarschijnlijk Chorizont) waargenomen. Onder het zand is een ondoordringbare puinlaag aanwezig over het gehele terrein. Het terrein is in het verleden volgestort met puin van het voormalige woonhuis om de bodem te verstevigen voor de vrachtwagens die op het terrein hebben gereden/gestaan. Onder de puinlaag wordt evenmin nog een intacte bodemopbouw verwacht gezien de aanwezigheid van brokken Chorizont in de opgebrachte zandlaag. Gezien de resultaten van het booronderzoek worden geen intacte archeologische vindplaatsen binnen het plangebied verwacht. Het advies is dan ook het plangebied vrij te geven voor wat betreft archeologie. Er is geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk.

4653267100

650 meter ten noorden van het plangebied Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 234716/444313

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: KSP Archeologie Datum: 23-11-2018 Resultaat: De natuurlijke ondergrond bestaat uit zwak siltig zeer fijn zand dat in de meeste boringen wat scherp aanvoelt. Mogelijk dat hier de onderzijde van het dekzand door verspoeling is vermengd met het eronder liggende fluvioperiglaciale zand dat minder goed is afgerond en daardoor wat scherper aanvoelt. In de boringen 2 en 6 was het zand goed gesorteerd en goed afgerond. Dit zand is geïnterpreteerd als dekzand behorend tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel. De natuurlijke ondergrond is aangetroffen vanaf 55-120 cm beneden maaiveld, waarbij de natuurlijke ondergrond in het uiterste noordelijke deel van het plangebied (boring 3 en 4) het minst diep gelegen was. Met uitzondering van de boringen 3 en 4, in het uiterste noordelijke deel van het plangebied, was de bodem verstoord tot op/in de C-horizont (aangetroffen van 90-120 -mv). In de boringen 3 en 4 is onder een 55-75 cm dik ophogingspakket een begraven podzolbodem aangetroffen. Deze bestond uit een dunne Apb-horizont (bouwvoor) met daaronder een Bsb-horizont die overging in de C-horizont. Een deel van de oorspronkelijke podzolbodem is door verploeging opgenomen in de Apb-horizont. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.

Op grond van de aangetroffen en merendeels verstoorde bodemopbouw, en het verder ontbreken van archeologische waarden, is geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

2192113100 (27725)

700 meter ten noorden van het plangebied Varsseveldseweg 57 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 234985/444321

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 19-3-2008 Resultaat: Op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten. Omdat de voorgenomen werkzaamheden zullen leiden tot aantasting van eventuele archeologische resten, wordt een karterend veldonderzoek aanbevolen om de verwachting te testen en de mate van verstoring in het plangebied te

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 9 van 20

bepalen.. 2201103100 (29088)

700 meter ten noorden van het plangebied Varsseveldseweg 57 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 234976/444342

Type onderzoek: booronderzoek, naar aanleiding van een eerder uitgevoerd archeologisch bureauonderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2192113100 (27725)) Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 4-6-2008 Resultaat: Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, Geadviseerd is geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

2254621100 (36535)

900 meter ten noordwesten van het plangebied Varsseveldseweg 70 te Harreveld Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 233946/444055

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 1-9-2009 Resultaat: De ondergrond bestaat uit dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). Een natuurlijke bodem is niet aangetroffen. Het plangebied wordt gekenmerkt door overwegend diepe verstoringen. De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn, waardoor ook geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied. Op grond van de resultaten van het onderzoek is voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd.

4585502100 & 585510100

950 meter ten noorden van het plangebied Haydnstraat (ong.) te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 234792/444621

Type onderzoek: bureau- en onderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 30-1-2018 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek wordt verwacht dat het plangebied binnen een dekzandrug van aanzienlijke omvang zou liggen (waar ook het merendeel van de bebouwde kom van Lichtenvoorde op ligt). Op basis van de geraadpleegde historische kaarten blijkt dat het plangebied in ieder geval vanaf de tweede helft van de 18e eeuw geheel in agrarisch gebruik was en deel uitmaakte van het historische escomplex van Lichtenvoorde. De verwachting is dan ook dat er binnen het plangebied een dik plaggendek aanwezig is, waardoor sprake zou zijn van een hoge enkeerdgrond. Vrij recentelijk is het plangebied uit gebruik genomen als akkerland. Moderne bouwwerkzaamheden hebben voor zover bekend binnen het plangebied niet plaatsgevonden. Dekzandruggen nemen zowel landschappelijk als in archeologisch opzicht een hoge positie in, waar de kans op de aanwezigheid van archeologische resten relatief groot is. Het plangebied heeft dan ook een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum, conform de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Oost Gelre. De aangetroffen bodemopbouw bevestigd de ligging binnen een dekzandrug.

In de oorspronkelijke top van het dekzand heeft zich van nature een veldpodzolbodem ontwikkeld, waarop een plaggendek is opgebracht met een gemiddelde dikte van circa 60 cm. Het opbrengen van dit plaggendek is in ieder geval begonnen vanaf de tweede helft van de 18e eeuw, maar waarschijnlijk eerder. Van de natuurlijke bodemopbouw zal de oorspronkelijke minerale bovenlaag (Ah-horizont) en de eventuele uitspoelingshorizont (E-horizont) zijn opgemengd met/tijdens het aanbrengen van het plaggendek. Onder het plaggendek is van het intact veldpodzolprofiel namelijk nog de inspoelings-Bhe-horizont aanwezig, gevolgd door de overgangs-BC-horizont tot een gemiddelde diepte van circa 120 cm -mv. Op basis van deze bodemopbouw is het aanwezige bodemprofiel geclassificeerd als een hoge enkeerdgrond. Het potentiële archeologisch sporenniveau ligt gemiddeld rond 120 cm -mv, op de overgang van de BC- naar de C-horizont, wat betekent dat archeologische sporen binnen het plangebied nog intact zullen zijn, indien aanwezig. Alleen in het geroerde/verstoorde deel van het plaggendek zijn resten recent puin en baksteen aangetroffen van (sub)recente ouderdom (19e/20e eeuw, NTC). Waarschijnlijk betreffen het resten die bij de bewerking van het plaggendek (ploegwerkzaamheden en bemesting van het perceel) zijn meegeroerd.

Het plangebied is tot in de tweede helft van de 20e eeuw in gebruik geweest als akkerland. In de onverstoorde bodem (intacte deel van het onderliggend veldpodzolprofiel) zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek er geen aanwijzing zijn om resten van puntlocaties van zeer kleine omvang (complextype 0) of resten van een basis-/extractiekamp (Jagers-Verzamelaars) en/of van een nederzettingscomplex of huisplaats (Landbouwers) nog binnen het plangebied te verwachten. Er zijn voor de archeologie geen gevolgen vanuit de voorgenomen bodemingrepen. Op grond van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek is geadviseerd om geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 10 van 20

Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied19 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staat één vondstmelding geregistreerd (zie tabel IV en figuur 8). Deze vondstmelding is gekoppeld aan archeologische booronderzoek welke binnen het onderzoeksgebied is uitgevoerd en hierboven reeds samenvattend is beschreven. Tabel IV.

Overzicht ARCHIS-vondsten

Zaaknummer (waarnemingsnummer) 2248393100 (425393)

2.7

Situering t.o.v. plangebied

Aard van de melding

400 meter ten noordoosten van het plangebied Lichtenvoorde Flierbeek Fase II te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 235076/443875

Nieuwe tijd: - fragment van een keramisch bouwmateriaal Aangetroffen tijdens de uitvoering van een archeologisch booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2248393100 (35700))

Beschrijving van het historische gebruik

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis van het Oostelijk Dekzandlandschap20 Voor een uitgebreide bewoningsgeschiedenis, in relatie tot de landschappelijke ontwikkeling, wordt verwezen naar de rapportage bij de Archeologische Beleidsadvieskaart van de gemeente Oost Gelre. Hieronder volgt een korte beschrijving van de regionale bewoningsgeschiedenis. Al vanaf de Oude Steentijd (Laat-Paleolithicum, zie bijlage 1) werd het oostelijk dekzandlandschap bewoond door rondtrekkende Jagers/Verzamelaars. Deze Jagers/Verzamelaars leefden in eenvoudige hutten/tenten die gemakkelijk op te bouwen en af te breken waren, waardoor hier slechts weinig resten van bewaard zijn gebleven.

De tijdelijke nederzettingslocaties lagen veelal op terreindelen met een sterke gradiënt, zoals dekzandruggen en kopjes te midden van lager gelegen gebieden, flanken van beekdalen en de randen van plateaus en stuwwallen. Deze gebieden boden door de sterke gradiënt een afwisselende vegetatie en daarmee een grote verscheidenheid aan voedselbronnen. Vanaf de Nieuwe Steentijd (Neolithicum) deden landbouwactiviteiten hun intrede. De locatiekeuze werd in toenemende mate bepaald door de geschiktheid van de bodem voor de akkerbouw. Hierbij speelden vooral het grondwaterregime, de natuurlijke vruchtbaarheid en bewerkbaarheid van de bodem een belangrijke rol. De leemrijke, middelhoog gelegen zandgronden waren het meest geschikt. Daarbij speelde tevens de nabijheid van waterbronnen en een gevarieerde vegetatie een rol. Nederzettingen ontstonden doorgaans op de overgang van de hoge zandgronden naar de lage beekdalen, gunstig gelegen tussen de weidegebieden in de beekdalen en de akkers op de hogere gronden.

19 20

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Barends et al., 2006 / Berendsen, 2005

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 11 van 20

Vanaf de Bronstijd en vooral in de Middeleeuwen vond een (geleidelijke) omslag plaats in het agrarisch bedrijfssysteem, die ook landschappelijk gevolgen had. Door een intensiever bodemgebruik en het gelijktijdig in stand houden van de vruchtbaarheid van het steeds uitbreidende akkerareaal namen de heidevelden in omvang sterk toe. Door eeuwenlange bemesting werden vooral de hogere dekzandruggen geleidelijk opgehoogd. Deze staan voor de oostelijke zandgronden bekend als engen, enken, eenmans-essen of kampen. In het algemeen wordt de term "es" gebruikt. Doordat de hydrologische omstandigheden op korte afstand sterk wisselen, zijn nooit grote akkercomplexen tot ontwikkeling gekomen. Hier overheerste de individuele occupatie, waardoor kleine percelen ontstonden, met een afwisseling van grasland en akkerland. Vaak zijn de percelen omgeven door heggen of hakhout. De bewoning binnen het oostelijk dekzandlandschap was daardoor altijd sterk verspreid. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Geraadpleegd historisch kaartmateriaal21

Tabel V.

21

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Hottingerkaart

1773-1794

81

-

Plangebied gelegen binnen ’t Lichtenvoordse Veen.

Omvangrijk gebied aangeduid als ’t Lichtenvoordse Veen. Op grotere afstand ten noorden liep de van noordoost naar zuidwest georiënteerde verbindingsweg (zandweg) tussen Lichtenvoorde en Harreveld, met ten noorden hiervan ontgonnen gebied t.b.v. agrarisch gebruik (op de hoger gelegen dekzandruggen).

Kadastrale kaart (Minuutplan)

1822

Gemeente Lichtenvoorde, Sectie E, Blad 04

1:2.500

Heidegebied, doorsneden door een ZW-NO georiënteerde zandweg.

Heidegebied, doorsneden door enkele zandwegen.

Militaire topografische kaart

1885

495

1:50.000

Heidegebied.

Start van ontginning van ’t Lichtenvoordse Veen, t.b.v. agrarisch gebruik, enkele percelen akkerland, maar vooral grasland. Ook werden enkele percelen gebruikt voor productiebos/hakhoutbos.

Militaire topografische kaart (Bonneblad)

1936

495

1:50.000

In agrarisch gebruik, grasland.

Gehele onderzoeksgebied ontgonnen t.b.v. agrarisch gebruik.

Topografische kaart

1966

41 B

1:25.000

Geen noemenswaardige veranderingen.

De nieuwe verbindingsweg Europaweg N18 was aangelegd ten noordwesten van het plangebied. Enkele agrarische erven aanwezig langs ontginningswegen.

Topografische kaart

1987

41 B

1:25.000

Geen noemenswaardige veranderingen.

Geen noemenswaardige veranderingen.

www.topotijdreis.nl / beeldbank.cultureelerfgoed.nl / Versfelt, 2003

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 12 van 20

De naam Lichtevoorde is ontstaan toen een kasteel/waterburcht werd gebouwd in een doorwaadbare plaats (een voorde) in een beken- en moerassiggebied door de Gieselbert van Bronkhorst in 1277. In de 13e eeuw werd het gebied rondom Lichtenvoorde regelmatig verzadigd door het opkomende water van alle beken. Aan dit gegeven heeft Lichtevoorde zijn naam te danken (‘lichte voorde’). Het kasteel was verdedigbaar doormiddel van grachten, poorten. De burcht is regelmatig van eigenaar gewisseld en was onder andere in bezit van Joost Limburg-Stirum, graaf van Limburg, Bronckhorst, heer van Styrum, Wisch, Borculo, Lichtenvoorde en heer van Gerle en Zutphen. Deze hebben in 1616 ervoor gezorgd dat Lichtenvoorde een zelfstandige heerlijkheid werd. In 1496 liet Frederiek van BronkhorstBorculo en Steenderen een roomskatholieke kapel bouwen bij het kasteel. De kapel is gewijd en rond het kasteel ontstond toendertijd het dorp Lichtenvoorde. Het kasteel is afgebroken in 1790. In oude aktes is geschreven dat Lichtenvoorde ook een stad was, hiervoor zijn echter nooit bewijzen gevonden.22 Op basis van het beschikbare historische kaartmateriaal uit de tweede helft van de 18 e eeuw (hottinger Atlas) lag het plangebied destijds binnen ’t Lichtenvoordse Veen, een gebied dat in ieder geval nog niet ontgonnen was (zie figuur 9).

Waarschijnlijk betrof het voor een groot deel een nat/moerasachtig heidegebied met terreindelen waar hoogveen voorkwam. Op grotere afstand ten noorden van het plangebied liep de noordoost naar zuidwest georiënteerde verbindingsweg (zandweg) tussen Lichtenvoorde en Harreveld, met ten noorden hiervan ontgonnen gebied t.b.v. agrarisch gebruik (op de hoger gelegen dekzandruggen). Ook in de eerste helft van de 19e eeuw betrof het plangebied heidegebied, dat doorsneden werd door enkele zandwegen (zie figuur 10). Pas gedurende de tweede helft van de 19 e eeuw werd gestart met de ontginning van het gebied t.b.v. agrarisch gebruik. Voorafgaand zal na ontwatering het hoogveen zijn gewonnen als turf. Met de blokvormige verkaveling werden de percelen voornamelijk in gebruik genomen als grasland. Ook waren er enkele percelen akkerland aanwezig of werden gebruikt voor productiebos/hakhoutbos (zie figuur 11). Het plangebied is pas in de 20e eeuw ontgonnen en in gebruik genomen als grasland. Rond de jaren ’30 van de 20e eeuw was het gebied van ’t Lichtenvoordse Veen vrijwel geheel ontgonnen t.b.v. agrarisch gebruik (zie figuur 12). Gedurende het verdere verloop van de 20 e eeuw vonden weinig veranderingen plaats. de nieuwe verbindingsweg Europaweg N18 werd aangelegd ten noordwesten van het plangebied en er ontstonden enkele agrarische erven langs de ontginningswegen (zie figuren 13 en 14).

De uitbreiding van het deel van de bebouwde kom nabij het plangebied vond pas plaats in de 21 e eeuw. Bouwhistorische gegevens Het bouwdossier van de gemeente Oost Gelre is niet geraadpleegd omdat het plangebied volgens het historisch kaartmateriaal de laatste 250 jaar onbebouwd is geweest. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 23 Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn.

22

https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/182173-lichtenvoorde-en-het-voormalige-kasteel.html Amersfoort & Kamphuis, 1990/Jong, 1969 – 1994/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990 23

Rapport 15483D.002 versie 1

Pagina 13 van 20

2.8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel VI.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten resten en/of sporen

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum - VroegNeolithicum (JagersVerzamelaars)

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

In de top van de dekzandafzettingen, in en/of direct onder de bouwvoor

Midden- en Laat-Neolithicum (Landbouwers)

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

In de top van de dekzandafzettingen, in en/of direct onder de bouwvoor

Bronstijd - Romeinse tijd (Landbouwers)

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden/-heuvels, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

In de top van de dekzandafzettingen, in en/of direct onder de bouwvoor

Middeleeuwen

Laag

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

In de top van de dekzandafzettingen, in en/of direct onder de bouwvoor

Nieuwe tijd

Laag

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Aan het maaiveld en in en/of direct onder de bouwvoor

Uit de verzamelde aardwetenschappelijke gegevens blijkt dat het plangebied binnen een dekzandvlakte ligt. Het gebied stond vroeger bekend onder de toponiem ’t Lichtenvoordse Veen, hetgeen een aanwijzing is voor zeer natte/moerasachtige omstandigheden. De verwachting is dan ook dat het plangebied weinig geschikt, zo niet ongeschikt zal zijn geweest als (tijdelijke) nederzettingslocatie. Mogelijk is er sprake zijn geweest van hoogveen. De verwachting is dat hoogveenvorming met name vanaf de Bronstijd plaatsvond vanuit de meest laaggelegen terreindelen (stijging van grondwaterstanden gekoppeld aan een stijging van de zeespiegel en daarmee waterstanden in rivieren/beken). Uitgevoerde prospectieve onderzoeken binnen het onderzoeksgebied hebben tot op heden niet geresulteerd in het aantreffen van aanwijzingen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Een uitgevoerde archeologische begeleiding van graafwerkzaamheden circa 550 meter ten noorden van het plangebied heeft eveneens geen archeologische waarden opgeleverd. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat verder zien dat het plangebied voor langere tijd in gebruik is geweest als (nat) heidegebied en na grootschalige ontginning geheel in agrarisch gebruik is geweest (grasland).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14248316/1