bp europaweg 34 36 36a toelichting
Tekst van het document
5.4
Water
Wettelijk kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.
De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid.
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde
De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen). Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf. De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld.
Thema
Toetsvraag
Relevant
Hoofdthema's Veiligheid
1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale Nee waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?
Riolering afvalwaterketen
Nee
en 1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?
Ja
2. Ligt in het plangebied een persleiding van Waterschap Rijn en Nee IJssel? 3. Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie Nee van het waterschap? Wateroverlast (oppervlaktewater)
1. Is sprake van toename van verhard oppervlak?
Nee
2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard Nee oppervlak? 3. Bevinden zich in of nabij het plangebied natte en laaggelegen Nee gebieden, beekdalen en overstromingsvlaktes? Grondwateroverlast
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Nee ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of Nee IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel?
Nee
4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?
Nee
Oppervlaktewaterkwalit 1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd? Nee eit 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?
28
Nee
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde
3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een strategisch Nee actiegebied? Grondwaterkwaliteit
1. Ligt in het plangebied een beschermingszone van een Nee drinkwateronttrekking?
Volksgezondheid
1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het Nee gemengde of verbeterde gescheiden stelsel? 2. Bevinden zich of komen er functies in of nabij het plangebied die Nee milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?
Verdroging
1. Bevindt het plangebied zich in beïnvloedingsgebied voor natte land natuur?
een
hydrologisch Nee
Natte natuur
1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte ecologische Nee verbindingzone? 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor Nee natte landnatuur?
Inrichting en beheer
1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom Nee of beheer zijn van het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?
Nee
Aandachtsthema's Recreatie
1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?
Cultuurhistorie
1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?
Tabel: Watertoetstabel met waterhuishoudkundige thema's
In bovenstaand tabel is een vraag met 'ja' beantwoord. Deze wordt hieronder nader beoordeeld. Riolering en afvalwaterketen Een toename van het afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de gemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie dienen de toename te kunnen verwerken zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten. Voor onderhoud aan het persleidingenstelsel is bereikbaarheid van de leiding noodzakelijk. Tot slot mogen in de milieuzone van de RWZI geen hindergevoelige functies worden opgenomen. De drie woonhuizen worden aangesloten op de gemeentelijke riool persleiding. Deze heeft voldoende capaciteit om het afvalwater van drie woonhuizen te verwerken. Het hemelwater wordt niet aangesloten op het rioolstelsel en zal ter plaatse infiltreren/geborgen worden. Het functioneren van de riolering wordt niet nadelig beïnvloed en het milieu wordt niet zwaarder belast dan in de huidige situatie. In de zonering van de persleiding van Waterschap Rijn en IJssel vinden geen ontwikkelingen plaats die de bereikbaarheid van de persleiding kunnen belemmeren.
Conclusie water Het aspect water vormt geen belemmering voor dit plan.
Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde
5.5
Geluid
Wettelijk kader In het kader van de Wet geluidhinder is bij de wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Naast het wettelijk kader van de Wet geluidhinder moet ook een afweging gemaakt worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mogen toekomstige ontwikkelingen van aanwezige bedijven niet worden belemmmerd.
Verkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zich langs wegen geluidszones. In buitenstedelijk gebied geldt voor wegen, bestaande uit vijf of meer rijstroken een zone van 600 m, voor drie of vier rijstroken een zone van 400 m en voor wegen bestaande uit één of twee rijstroken een zone van 250 m, gemeten vanuit de as van de weg. Voor wegen binnen de bebouwde kom geldt een zone van 200 m. Binnen de zone moet in het geval van een nieuwe situatie met een geluidsgevoelige bestemming onderzoek worden verricht naar de optredende geluidsbelasting. Een aantal wegen heeft geen zone, te weten: wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De bestaande woningen en de nieuwe woning die ontstaat bij splitsing van de voormalige boerderij komen te liggen binnen de geluidszone van de N18. Er is hier sprake van een weg met twee rijstroken zodat hier een zone geldt van 250 m. Een onderzoek naar de optredende geluidsbelasting van het wegverkeer is eigenlijk noodzakelijk. De bestaande voormalige boerderij wordt bewoond door twee huishoudens in de vorm van inwoning. Dit is al jaren zo. Door de gevraagde woningsplitsing veranderd er niets aan de bestaande situatie met dien verstande dat er na splitsing sprake is van twee afzonderlijke wooneenheden.
De bestaande geluidsbelasting op de gevel van de bestaande woning, afkomstig van het wegverkeer, zal niet wijzigen. Deze geluidsbelasting wordt al jaren geaccepteerd. Door het formeel splitsen van de bestaande woning in twee afzonderlijke wooneenheden zal ook de geluidsbelasting op de gevel hetzelfde blijven. Een akoestisch onderzoek, welke onderzoek zal doen naar de geluidsbelasting op de nieuwe woning, zal in deze geen meerwaarde hebben. Onderzoek naar de geluidsbelasting afkomstig van het wegverkeer is dan ook achterwege gelaten.
Railverkeer- en industrieel lawaai zijn niet van toepassing op dit plangebied nu beide niet in de directe nabijheid van het plangebied aanwezig zijn.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen directe belemmering voor dit plan.
5.6
Geur
In de directe omgeving van het plangebied Europaweg 34 en 36 te Lievelde zijn geen in werking zijnde veehouderijbedrijven gelegen. Bij ruimtelijke besluitvorming is het volgende belangrijk: 1. het kunnen garanderen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; 2. het niet onevenredig schaden van iemands belangen oftewel de toekomstige ontwikkelingen van
30
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde omliggende veehouderijbedrijven of overige bedrijven niet belemmeren. Hiervoor is het nodig om voldoende afstand aan te houden tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten.
Situatie plangebied Het dichtstbijzijnde veehouderijbedrijf, een grondgebonden veehouderijbedrijf, is gelegen op ongeveer 670 meter van het plangebied, zijnde Brakerweg 1 te Lievelde. Voor dergelijke bedrijven gelden, ingevolge de Wet geurhinder en veehouderij, vaste afstanden tot aan geurgevoelige objecten zoals woningen. In onderhavig geval dient een afstand van 50 meter te worden aangehouden. Aan deze afstand wordt voldaan. Niet grondgebonden veehouderijbedrijven (intensieve veehouderijen) zijn niet binnen 1 km van het plangebied gelegen. Een goed woon- en leefklimaat kan dan ook in de nieuwe woning worden gegarandeerd.
Conclusie Het aspect geur vormt geen directe belemmering voor dit plan. Er kan een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe woning worden gegarandeerd en omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun toekomstige ontwikkelingen belemmerd door de komst van deze nieuwe woning.
5.7
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Rg/m³, NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.
Situatie plangebied De bestaande woningen en de nieuwe woning die ontstaat bij splitsing van de voormalige boerderij zijn gelegen in de directe nabijheid van de provinciale weg N18. Door de uitstoot van de motorvoertuigen op deze weg zou 'in betekende mate' kunnen bijdragen aan de luchtkwaliteit in de directe omgeving van het plangebied. De bestaande voormalige boerderij wordt bewoond door twee huishoudens in de vorm van inwoning. Dit is al jaren zo. Door de gevraagde woningsplitsing veranderd er niets aan de bestaande situatie met dien verstande dat er na splitsing sprake is van twee afzonderlijke wooneenheden. De bestaande luchtkwaliteit, afkomstig van de N18, zal niet wijzigen op deze woningen. Daarnaast kan worden gesteld dat, door het opheffen van een in werking zijnd agrarisch bedrijf, waardoor er geen uitstoot van ammoniak en fijnstof meer zal zijn, de luchtkwaliteit enigszins zal verbeteren. Nader onderzoek naar de Luchtkwaliteit kan hierdoor dan ook achterwege blijven.
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.
Toelichting (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde
5.8
Bedrijven en milieuzonering
Beoordelingskader De VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) is een hulpmiddel voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen bij en rondom bedrijven. De in deze uitgave voor bedrijven opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. De richtafstanden zijn voor drukkere gebieden (gemengd gebied) naar beneden bij te stellen. Aanvullend milieuonderzoek kan uitwijzen dat kleinere afstanden dan de richtafstanden mogelijk zijn. Verder hebben wettelijke afstanden voorrang op de richtafstanden.
Situatie plangebied In de dircte nabijheid van het plangebied zijn een tweetal bedrijfsbestemmingen in het buitengebied gelegen, namelijk Grolsedijk 3 te Lievelde en Europaweg 38 te Lievelde. Beide percelen zijn in gebruik voor de opslag van goederen. Ingevolge bovengenoemde VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering dienen voor bedrijven welke goederen opslaan zijnde opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) een afstand te worden aangehouden van minimaal 30 meter om geen overlast te ervaren van dergelijke bedrijven. De 30 meter is hierbij gekoppeld aan het aspect 'geluid'. De bedrijfsbestemming Grolsedijk 3 te Lievelde is gelegen op ongeveer 80 meter van het plangebied. Europaweg 38 te Lievelde op ongeveer 95 meter. Hierbij wordt dus ruim voldaan aan de minimale afstand van 30 meter.
Conclusie De aangevraagde ontwikkeling vormt geen belemmering voor omliggende bedrijven ingevolge de richtafstanden zoals genoemd in de Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'.
5.9
Natuurbescherming
Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de provinciale omgevingsvisie en -verordening.
Gebiedsbescherming Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig EHS) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De provincie Gelderland streeft naar het veiligstellen van de verscheidenheid (biodiversiteit) en kwaliteit van de Gelderse natuur. Hiertoe zet de provincie in op de realisatie van een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Dit wil de provincie bereiken door de bestaande natuur in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) te beschermen en de samenhang te versterken door het uitbreiden
32
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde van natuurgebieden in het GNN en het aanleggen van verbindingszones in de Groene Ontwikkelingszone (GO). Dit vindt plaats in de Omgevingsverordening Gelderland. De GNN en GO kent formeel geen externe werking.
Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn door de Europese Unie (EU) aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Binnen deze gebieden mogen geen significant negatieve effecten optreden vanwege nieuwe ontwikkelingen.
Afbeelding Ligging Natura 2000-gebieden binnen de gemeente en in de omgeving, bron http://natura2000.eea.europa.eu/
Stikstof De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 uitgesproken dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten gebruikt mag worden. Daarmee vervalt de in het PAS gehanteerde grenswaarde voor stikstofdepositie van 0,05 mol N/ha/jaar. Gevolg hiervan is dat alle ingrepen die de stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied in de omgeving ook maar enigszins verhogen in principe niet zijn toegestaan.
Toelichting (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde
Conclusie gebiedsbescherming Het plangebied is gelegen in de Groene ontwikkelingszone. In paragraaf 4.4.8.1 is beschreven dat de gevraagde ontwikkelingen geen negatieve invloed hebben op de doelstellingen in dit deel van de Groene ontwikkelingszone. Daarnaast is het plangebied gelegen op ongeveer 3 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Het opheffen van een veehouderijbedrijf zal een positieve invloed hebben op de instandhoudings doelstellingen voor dit Natura 2000-gebied. Ook zal hierdoor de stikstofuitstoot verminderen. Nader onderzoek of het opstellen van een passende beoordeling wordt dan ook niet nodig geacht.
Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4) dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11). Voor een groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb.
Conclusie soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats en bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien er gewerkt wordt nabij de beplanting, tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën die een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling.
Beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten.
Conclusie De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor dit plan.
5.10
Externe veiligheid
Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te
34
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.
Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Derhalve is de risicokaart geraadpleegd.
Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten. Het externe veiligheidsbeleid is samengevat in onderstaand figuur.
Toelichting (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde
Situatie plangebied Nabij het plangebied is een weg gelegen die is aangemerkt als een transportroute voor gevaarlijke stoffen, namelijk de provinciale weg N18. De bestaande voormalige boerderij wordt bewoond door twee huishoudens in de vorm van inwoning. Dit is al jaren zo. Door de gevraagde woningsplitsing veranderd er niets aan de bestaande situatie met dien verstande dat er na splitsing sprake is van twee afzonderlijke wooneenheden. Nu er al jaren sprake is van twee huishoudens in een bestaande woning, die nu formeel worden gesplitst, is de bestaande situatie geaccepteerd en is nader odnerzoek naar het spect externe veiligheid niet noodzakelijk. Op het perceel is een museum aanwezig waarbij voorwerpen uit de tweede wereldoorlog worden tentoongesteld. Ook bommen en munitie wordt hier tentoongesteld. Deze ontplofbare voorwerpen zijn allen onschadelijk gemaakt waardoor ontploffingsgevaar hier niet aan de orde is. Over het spoor vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Daarnaast zijn er in de directe nabijheid van het plangebied geen bedrijven aanwezig welke gevaar, schade of hinder voor de leefomgeving zullen veroorzaken. Op het perceel Europaweg 34, 36 en 36a te Lievelde worden ook geen gevaarlijke en/of ontplofbare stoffen opgeslagen of verhandeld zodat aanvullend onderzoek naar externe veiligheid niet noodzakelijk is.
Onderzoek naar externe veiligheid is in onderhavig geval niet noodzakelijk.
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit plan.
36
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde
5.11
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Europaweg, een parallelweg in het verlengde van de N18. Dit is een ontsluitingsweg in het buitengebied. Meerdere woningen van derden en bedrijven worden ontsloten via deze weg. Het verkeer naar en afkomstig van het plangebied maakt hiervan deel uit. Door het gewijzigd gebruik op het perceel zal het verkeer op de Europaweg niet of minimaal toenemen.
Parkeren Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren.
Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen.
Aanvulling Binnen het plangebied is voldoende parkeergelegenheid aanwezig op eigen terrein. Ook voor bezoekers van het aanwezige museum. In het wijzigingsplan is een regeling opgenomen, waarin wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. In de parkeernota is ook aangesloten op de bepalingen die waren opgenomen in de bouwverordening, maar door de recente wetswijziging zijn vervallen. Voor specifieke gevallen is een afwijkingsbevoegdheid (onder voorwaarden) opgenomen. Door het laten doorwerken van deze parkeerbepaling in alle geldende plannen is het wegvallen van de parkeerregels door de wetswijziging, hersteld.
Toelichting (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde
Conclusie Verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Er wordt gebruik gemaakt van een bestaande in- en uitrit ontsloten via de Europaweg. Parkeren geschiedt op eigen terrein.
38
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde
Hoofdstuk 6
Plantoetsing
Het perceel Europaweg 34, 36 en 36a te Lievelde is een agrarisch bedrijf die stopt met de bedrijfsmatige activiteiten. Op het perceel staan twee bedrijfswoningen, agrarische bedrijfsgebouwen en bijgebouwen. Ook is een kleinschalig museum aanwezig. Het agrarisch bedrijf stopt met het uitvoeren van bedrijfsmatige agrarische activiteiten. Door middel van functieverandering naar Wonen wordt de agrarische bestemming gewijzigd naar de bestemming Wonen. Er vindt geen sloop plaats. De bestaande voormalige boerderij wordt al jaren bewoond door twee huishoudens. De bestaande voormalige boerderij wordt nu formeel gesplitst in twee wooneenheden. Voor het perceel is een inpassingsplan voor het erf opgesteld. In het geldend bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011' met bijbehorende 'Reparatieplannen' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de agrarische bestemming te kunnen wijzigen naar een woonbestemming. Hier zijn voorwaarden aan gekoppeld. Het verzoek kan niet volledig voldoen aan deze opgenomen voorwaarden waardoor geen gebruik kan worden gemaakt van deze wijzigingsbevoegdheid uit het geldend bestemmingsplan. De functieverandering naar Wonen dient dan ook te worden geregeld met een herziening van het bestemmingsplan.
Toelichting (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit -met inachtneming van het vorenstaande- zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.
7.2
Bestemmingsplan
Het digitale bestemmingsplan 'Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand NL.IMRO.1586.BPBUI2037-VG01 met bijbehorende regels. De papieren plankaart (nu bekend als de analoge verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan) is getekend op een schaal 1:1.000 en omvat 1 kaartblad. Het kaartblad geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.
7.3
Plansystematiek
7.3.1
Indeling
De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn: Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en eventueel bouwregels opgesteld. In het bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen van toepassing: de bestemmingen 'Wonen' en de dubbelbestemming 'Waarde Archeologisch verwachtingsgebied 3'. Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
40
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde
7.3.2
Bestemmingsregels
Met dit wijzigingsplan wordt de bestemming 'Wonen' van toepassing binnen het gehele kadastrale perceel. De bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' binnen dit kadastrale perceel komt hierdoor te vervallen. Met een zogenaamde voorwaardelijke verplichting is bepaald dat binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van dit wijzigingsplan de landschappelijke inpassing aangelegd moet zijn. Het niet instandhouden of niet onderhouden van de landschappelijke inpassing is ook in strijd met het bestemmingsplan. In een voorwaardelijke verplichting wordt het onttrekken, lozen en gebruik van grondwater verboden. In verband met de archeologische verwachtingswaarde ligt op het gehele plangebied de dubbelbestemming "Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3". In deze dubbelbestemming zijn regels opgenomen die de mogelijke archeologische waarden in de bodem beschermen.
Toelichting (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde
Hoofdstuk 8 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1
Haalbaarheid
Het plan is een particulier initiatief. De uitvoering van de mogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt is voor rekening van de initiatiefnemers. Als het project aanleiding geeft tot vergoeding van planschade (artikel 6.1 Wro) zullen de kosten worden doorberekend aan verzoeker. Ten behoeve van het project is een anterieure overeenkomst afgesloten met verzoeker over planschade. Het is daarom niet meer nodig om een exploitatieplan op te stellen en vast te stellen.
8.2
Exploitatieplan
Met het voorliggende plan wordt de omschakeling van een agrarische bestemming naar een woonbestemming met woningsplitsing mogelijk gemaakt. Met de initiatiefnemer is een overeenkomst gesloten over het verhaal van kosten voor onder meer de exploitatie en eventuele planschade.
8.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
8.3.1
Inspraak
Het ontwerpwijzigingsplan wordt voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn zijn er geen zienswijzen ingekomen. Wel heeft de provincie Gelderland een opmerking gemaakt ten aanzien van opgenomen tekst in de Toelichting van het ontwerpbestemmingsplan over de Groene Ontwikkelingszone. Deze tekst is opgenomen in paragraaf 4.4.8.1, tweede alinea. De provincie heeft de juiste tekst hiervoor aangeleverd. De tekst is dan ook hierop aangepast. De provincie heeft hierbij tevens aangegeven dat deze opmerking niet als zienswijze behoeft te worden beschouwd. Zij geven daarbij aan dat met het bestemmingsplan er ruimtelijke gezien geen wijzigingen plaats vindt (geen nieuwbouw en sloop), het gaat alleen om functieverandering. In dat geval kan aan het einde van de paragraaf worden geconcludeerd dat er ruimtelijk gezien geen sprake is van een nieuwe activiteit of ontwikkeling en dat met het landschappelijk inpassingsplan voldoende versterking van de kernkwaliteiten plaatsvindt. Deze laatste zin is aan paragraaf 4.4.8.1. toegevoegd. 8.3.2
Artikel 3.1.1.-overleg
Op basis van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg gevoerd worden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en de relevante diensten van provincie en Rijk. Het bestemmingsplan heeft geen betrekking op provinciale belangen en is daarom niet opgestuurd naar de provincie. Het waterschap en de provincie kunnen reageren op het ontwerp wijzigingsplan. Van de provincie is dus een reactie ontvangen zoals hierboven in beschreven.
42
Toelichting (vastgesteld)
bezoek Varsseveldseweg 2 7131 BJ Lichtenvoorde post Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde telefoon (0544) 39 35 35 fax (0544) 37 29 69 e-mail gemeente@oostgelre.nl internet www.oostgelre.nl