CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp europaweg 34 36 36a toelichting

Raadscommissie 28 februari 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde'13.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde vastgesteld

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk1

5 Algemene gegevens bestemmingsplan

6

Hoofdstuk2 Inleiding 2.1 Aanleiding 2.2 Ligging plangebied 2.3 Geldende bestemmingsplannen

7 7 7 8

Hoofdstuk3 Bestaande en gewenste situatie 3.1 Bestaande situatie 3.2 Gewenste situatie 3.3 Landschapsplan

10 10 10 11

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Internationaal niveau 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

12 12 13 16 18

Hoofdstuk5 Uitvoeringsaspecten 5.1 Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Bodem 5.4 Water 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Luchtkwaliteit 5.8 Bedrijven en milieuzonering 5.9 Natuurbescherming 5.10 Externe veiligheid 5.11 Verkeer en parkeren

24 24 25 26 27 30 30 31 32 32 34 37

Hoofdstuk6

Plantoetsing

39

Hoofdstuk7 Juridische planbeschrijving 7.1 Algemeen 7.2 Bestemmingsplan 7.3 Plansystematiek

40 40 40 40

Hoofdstuk8 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Haalbaarheid 8.2 Exploitatieplan 8.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

42 42 42 42

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 2

Beoordeling ODA bodemonderzoek

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Bijlage 3

4

Landschappelijk inpassingsplan

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Hoofdstuk 1

Algemene gegevens bestemmingsplan

Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Januari 2023 Inlichtingen: afdeling Ruimte en Economie Team Beleid en Projecten

tel.nr. 0544 - 39 35 35

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Hoofdstuk 2 2.1

Inleiding

Aanleiding

Er is een verzoek ingekomen voor functieverandering naar Wonen voor het perceel Europaweg 34 te Lievelde. Op deze locatie is een agrarisch bedrijf gevestigd. Bij dit agrarisch bedrijf zijn twee bedrijfswoningen aanwezig namelijk nr. 34 en 36. Ook wordt er een nevenactiviteit uitgeoefend zijnde een museum. Het agrarisch bedrijf stopt met de agrarische bedrijfsvoering. Wel worden nog hobbymatig dieren gehouden in de bestaande bedrijfsgebouwen. Daarnaast vindt inwoning plaats in de bestaande bedrijfswoning Europaweg 36 te Lievelde (nr. 36a). Het verzoek is om de inwoning om te zetten naar twee afzonderlijke wooneenheden door middel van woningsplitsing. Op 29 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oost Gelre in principe besloten medewerking te verlenen aan de functieverandering naar wonen en een woningsplitsing bij het agrarisch bedrijf aan de Europaweg 34 en 36 te Lievelde, door middel van een bestemmingsplanherziening, met behoud van het museum en toekenning van agrarisch medegebruik voor de woning aan de Europaweg 34 te Lievelde.

In het geldende bestemmingsplan met bijbehorende Reparatieplannen voor het buitengebied is in de bestemming 'Agrarisch met waarden – landschapswaarden' een 'Algemene wijzigingsbevoegdheid' opgenomen voor 'functieverandering naar Wonen', waarbij de bestemming 'Agrarisch met waarden – landschapswaarden' kan worden gewijzigd naar 'Wonen'. Daarbij is woningsplitsing van de voormalige boerderij mogelijk. Er wordt echter niet voldaan aan de hierin opgenomen voorwaarde voor het aantal vierkante meters bijbehorende bouwwerken per woning, mede vanwege het aanwezige museum. Nu niet aan de voorwaarden behorende bij de wijzigingsbevoegdheid kan worden voldaan kan het verzoek worden behandeld met een herziening van het bestemmingplan.

2.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Oost Gelre ten noord-oosten van de bebouwde kom van Lievelde. Het gebied wordt gekenmerkt door een mix van woningen, overige bedrijven, agrarische bedrijven maar ook natuur. Daarbij is het plangebied gelegen in de directe nabijheid van de provinciale weg N18.

Omgeving Europaweg 34 en 36 Lievelde

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Europaweg 34 en 36 met inwoning 36a Lievelde

2.3

Geldende bestemmingsplannen

Het bestemmingsplan 'Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde' is een herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre op 18 december 2012 met de daarbij bijbehorende Reparatieplannen 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre' vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre op 15 juli 2014 en 'Buitengebied, Reparatieplan 2016' vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre op 4 april 2017. Op het perceel Europaweg 34 en 36 te Lievelde ligt de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden'. Het perceel is voorzien van een bouwvlak, de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - nevenactiviteit' en met de maatvoering 'maximum aantal wooneenheden' van twee. Daarnaast geldt voor het perceel nog een tweetal gebiedsaanduidingen zijnde 'overige zone - groene ontwikkelingszone' en 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'. Daarnaast geldt voor het gehele perceel het door de gemeenteraad op 22 februari 2022 vastgestelde ''Parapluplan Archeologie'. Ingevolge dit parapluplan ligt het gehele perceel binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3'. Uitsnede geldend bestemmingsplan op perceel niveau:

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Europaweg 34 en 36 met inwoning 36a Lievelde

Overzichtskaart met bestemmingen in omgeving plangebied Europaweg 34 en 36 Lievelde

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Hoofdstuk 3 3.1

Bestaande en gewenste situatie

Bestaande situatie

Op het perceel Europaweg 34 en 36, met inwoning 36a, te Lievelde is een agrarisch bedrijf met twee bedrijfswoningen aanwezig. De bestaande bebouwing bestaat uit de twee bedrijfswoningen, waarbij bij één van de bedrijfswoningen inwoning plaatsvindt, met diverse agrarische bedrijfsgebouwen. Daarnaast is op het perceel een bedrijfsgebouw aanwezig welke dienst doet als museum waarin voorwerpen uit de tweede wereldoorlog worden tentoongesteld. Dit museum is een nevenactiviteit naast de agrarische activiteiten.

Luchtfoto plangebied met het museum in het gele ovaal

3.2

Gewenste situatie

Het agrarisch bedrijf wordt beëindigd. Wel wordt er in de nieuwe situatie nog hobbymatig vee gehouden. De agrarische bestemming wordt omgezet naar de bestemming Wonen. Het agrarisch bouwvlak komt hiermee te vervallen. De bestaande bedrijfsgebouwen blijven behouden en gaan dienst doen als bijbehorende bouwwerken bij de aanwezige woningen, als veestalling en/of als museum en opslagruimte van voorwerpen behorende bij het museum. De bestaande voormalige boerderij nr. 36 wordt gesplitst in twee afzonderlijke wooneenheden. In een inrichtingsplan is de opzet van het erf met de woningen, de bijbehorende bouwwerken en de erfinpassing opgenomen. Het landschapsplan is beschreven in onderstaande paragraaf en bij dit bestemmingsplan als bijlage bijgevoegd.

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

3.3

Landschapsplan

Voor het perceel is door Buro Collou een erf-inpassingsplan gemaakt. Het plan is afgestemd op de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. Het plan is goedgekeurd door de landschapsdeskundige van de gemeente. Inpassingsplan Het voorstel voor inpassing van het nieuwe erf en de daaromheen liggende gronden bestaan uit verschillende onderdelen zoals hieronder op tekening is aangegeven. Beschrijving van het inpassingsplan is opgenomen in een rapport van Buro Collou van 22 oktober 2021 welke als bijlage is bijgevoegd.

Overzichtstekening erfinpassing van het erf

Het inpassingsplan is als voorwaardelijke verplichting aan dit bestemmingsplan gekoppeld. In een anterieure overeenkomst wordt met de eigenaar van het perceel afspraken gemaakt voor wat betreft aanleg en beheer van deze landschapselementen.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1

Internationaal niveau

4.1.1

Vogelrichtlijn

De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.

Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. 4.1.2

Habitatrichtlijn

De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 4.1.3

Het verdrag van Valletta (Malta)

Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

De archeologische waarden zijn opgenomen als dubbelbestemming in het 'Parapluplan Archeologie'. Hier zijn Regels aan gesteld ter bescherming van mogelijke archeologische waarden. In hoofdstuk 5, paragraaf 5.2 wordt dit nader toegelicht. 4.1.4

Kaderrichtlijn water

De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering) Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.

Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Een watertoets is beschreven in hoofdstuk 5 in paragraaf 5.4. Algemene conclusie De internationale regelgeving en/of de europese regelgeving is geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

4.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.2.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen.

Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.2.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling bij de functieverandering naar Wonen met woningsplitsing. 4.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.

Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. De uitgangspunten van het Barro zijn bij het opstellen van dit bestemmingsplan betrokken. 4.2.3

Besluit ruimtelijke ordening

Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied.

Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde van het bebouwde gebied behouden en versterkt.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft het toevoegen van een woning op perceelniveau binnen de nieuwe bestemming 'Wonen'. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, het gaat hier om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Het betreft hier dus toevoeging van één woning op perceelsniveau. Bij een kleinschalige woningbouwontwikkeling is de ladder niet van toepassing. Waar de grens precies ligt, blijkt niet expliciet uit het Besluit ruimtelijk ordening. Op basis van jurisprudentie blijkt dat bij woningbouw in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724). Voorliggende ontwikkeling betreft dus het toevoegen van een woning op perceelsniveau. Hierbij is sprake van een dusdanige kleinschalige woningbouwontwikkeling dat hier geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Afweging Uit bovenstaande onderbouwing kan worden geconcludeerd dat de toevoeging van een extra woning op perceelsniveau niet wordt beschouwd als een stedelijke ontwikkeling zodat gesteld kan worden dat er geen sprake is van een duurzame verstedelijking.

Conclusie Daarmee vormt de ladder van duurzame verstedelijking geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

Algemene conclusie Het Rijksbeleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling die dit wijzigingsplan mogelijk maakt.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 9 juli 2014. Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 19 december 2018 een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld en deze doorvertaald in de Omgevingsverordening. De meest recente Omgevingsverordening is een geconsolideerde versie van 1 februari 2022. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen. In de Omgevingsvisie is de Gelderse Ladder opgenomen. De Gelderse Ladder wordt gebruikt als afwegingskader voor de vestigingsplek van stedelijke ontwikkelingen. Als juridische basis voor de Gelderse Ladder gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking, genoemd in de vorige paragraaf. De juridische borging van de ladder is geregeld in de Bro en is niet nogmaals opgenomen in de provinciale verordening. Consequenties met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling zijn dan ook hetzelfde. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Voor het perceel Europaweg 34, 36 en 36a te Lievelde gelden ingevolge de Omgevingsverordening de volgende regels: Regels Landbouw: ammoniakbuffergebied; Regels glastuinbouw: glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied; Regels Natuur: groene ontwikkelingszone; Regels Water en Milieu. Ad.: Ammoniakbuffergebied (art. 2.33 Omgevingsverordening) Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen het ammoniakbuffergebied nieuw- en hervestiging van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of niet-grondgebonden veehouderijtak niet mogelijk waarbij uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijtak alleen mogelijk is als de emissie van ammoniak niet toeneemt. In onderhavig geval is er geen sprake van nieuw- of hervestiging van een veehouderijbedrijf. De bestaande veehouderij stopt met de agrarische werkzaamheden. In deze Toelichting wordt dit dan ook niet nader beschreven. Ad.: Glastuinbouw (art. 2.17 Omgevingsverordening) Er is hier geen sprake van glastuinbouw.

Deze wordt dan ook niet nader beschreven in deze toelichting. Ad.: Groene Ontwikkelingszone (paragraaf 2.6.5 Omgevingsverordening) In deze paragraaf zijn de artikel 2.52 t/m 2.54 opgenomen. In paragraaf 4.4.8.1. van deze Toelichting wordt nader ingegaan op deze artikelen. Ad: Water en Natuur: (art. 4.9 Omgevingsverordening). In dit artikel wordt ingegaan op realisatie van waterfuncties. Dit is bij deze ontwikkeling niet aan de orde en wordt in deze toelichting dan ook niet nader beschreven.

Bij het splitsen van de voormalige boerderij in twee wooneenheden wordt er planologisch een woning toegevoegd. Ook voor het toevoegen van een woning worden in de Omgevingsverordening regels gesteld. In de omgevingsverordening wordt aangegeven dat er een regionale woonagenda door Gedeputeerde Staten moet zijn vastgesteld. De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld, om in te spelen op de veranderde behoefte. In het najaar van 2019 is de Regionale Woonagenda op onderdelen aangepast. Daarmee wordt vooruit gelopen op de nieuwe Regionale Woonagenda. Het beleidskader is in lijn met de Koers Ruimte voor goed wonen van de provincie en met het provinciale coalitieakkoord. Daarnaast heeft de gemeente Oost Gelre een eigen woonvisie vastgesteld voor de periode 2016 – 2025. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 september 2016. In paragraaf 4.4.2 wordt deze woonvisie nader toegelicht.

Conclusie Het toevoegen van een woning op perceelsniveau (woningsplitsing), past in de regionale woonagenda en de daarbij opgesteld woonvisie voor de gemeente Oost Gelre. Versterking van de kernkwaliteiten in de Groene Ontwikkelingszone zijn beschreven in paragraaf 4.4.8.1. Hiermee wordt voldaan aan de regels uit de provinciale omgevingsverordening. Omgevingsvisie en -verordening vormen dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen die dit

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde bestemmingsplan mogelijk maakt.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020

Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; de identiteit onderstreept en versterkt. Op het perceel vindt geen sloop plaats. Alle aanwezige bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen blijven behouden. De voormalige boerderij wordt gesplitst in twee afzonderlijke wooneenheden. De uitstraling van deze boerderij is cultuurhistorisch waardevol. De voormalige boerderij is niet als monument aangemerkt. De aanwezige voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en de tweede bedrijfswoning op het perceel hebben geen cultuurhistorische waarde. 4.4.2

Woonvisie Oost Gelre

De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld. Een demografische ontwikkeling in deze regio is dat het aantal inwoners in de komende periode langzaam maar zeker afneemt. In de Regionale Woonvisie wordt ingespeeld op die bevolkingsdaling en afname van het aantal huishoudens. Concreet betekent dit voor iedere gemeente in de Achterhoek dat de aangegeven bouwvolumes in de gemeentelijke woonvisies naar beneden bijgesteld moeten worden. De gemeente Oost Gelre heeft een eigen woonvisie vastgesteld voor de periode 2016 - 2025 waarin de regionale woonvisie in is verweven. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 september 2016. De woonvisie Oost Gelre is een kernachtige en toegankelijke visie. De visie is vormgegeven op basis van een drietal thema's: kwantiteit & kwaliteit, beschikbaarheid & betaalbaarheid en wonen met zorg en welzijn. Bij ieder thema is aangegeven wat wordt gezien als ontwikkelingen, wat er bereikt moet worden en wat hiervoor moet worden gedaan. Voorafgaand hierop is ingegaan op de kwaliteiten van Oost Gelre, specifiek de verschillende kernen, en de maatschappelijke ontwikkelingen die het woonbeleid beïnvloeden. In een uitvoeringsprogramma is aangegeven welke activiteiten uit de woonvisie voortvloeien en wanneer en door wie deze worden uitgevoerd.

De ruimtelijke uitvoeringmaatregelen zoals het stoplichtmodel, vijfsporenstrategie, sturingstabel en de richtlijnen voor nieuwe principe verzoeken zijn als bijlage bij het uitvoeringsprogramma gevoegd. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de vastgestelde woonvisie. In de woonvisie zijn reserveringen gemaakt voor wooncontingenten om woningen, welke worden gerealiseerd in het kader van functieverandering en bij woningsplitsingen, mogelijk te maken. De ontwikkeling past daarom in de woningbouwprogrammering. Hiermee wordt dan ook voldaan aan het gestelde in de Woonvisie.

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

4.4.3

Beleidsvisie Externe veiligheid

Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. Externe veiligheid is nader beschreven in paragraaf 5.10. 4.4.4

Welstandsbeleid Oost Gelre 2017

Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Bovendien is aan onderhavig plan nog een beeldkwaliteitsplan gekoppeld, dat ook door de gemeenteraad is vastgesteld en eveneens richtinggevend is. 4.4.5

Economische visie - Economie Voorop !

Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden aangepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen. De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden. 4.4.6

Geluidbeleid gemeente Oost Gelre

Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van het geluidbeleid. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.

Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. Het geluid is nader beschreven in paragraaf 5.5. 4.4.7

Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024

Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen. Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma.

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

4.4.8

Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap'

Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!' In het Visiedeel van het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven dat het perceel Europaweg 34 en 36 Lievelde is gelegen in de zone 'Oost-Nederlands Plateau'. Binnen deze zone is voornoemd perceel gelegen in het landschaps-ensemble 'Lievelder krans'.

Hierbij geldt het motto: "Vang de dynamiek op door elke ingreep in het landschap te verevenen met een kwaliteitsverbetering op de plek en de omgeving daarvan: voor wat hoort wat! Kies daarbij voor de verschillende kanten van Lievelde voor verschillende thema’s: . Beoosten: ‘plateaurand en linie’ . Lievelder essen: ‘lindenlaan over open es’ . Bewesten: ’brinken en overlopers’". Op te poetsen parels: de vernieuwende en verbredende ondernemingen de grote open es met de lindenlaan de zuideres aan de dorpsrand Lievelderveld de restanten van circumvallatielinie, o.a. Engelse schans, landweer plekken om te verpozen eventueel met bankjes verschraalde bermen bij erf en typerende erfbeplantingen karakteristieke bestaande beplantingen bijv. op steilranden boerenbosjes, soms met hulst Te beschermen en stimuleren landschapselementen: kranspaden om de essen: eiken, linden en ook fruit bij erven

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde esrandpaden: steilrandbeplantingen eventueel met zandpad erlangs lindenlaan en lindebrinken op en om de essen boerenlanen; losse lanen met menging van eik en berk, zwarte els (nat) en es. Soms ook populier en wilg boerenhagen van meidoorn, beuk en hazelaar overlopers kunnen bestaan uit openbare stroken langs kavelgrenzen met daarin heischrale vegetatie in brongebied en verder benedenloops met beekbegeleidende beplanting. Deze uitgangspunten zijn de basis geweest voor het door Buro Collou opgestelde inpassingsplan. De geschiedenis van het landschap heeft hierbij als basis gediend voor de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. Het inpassingsplan 'Landschappelijk inpassingssplan Europaweg 34-36-36A Lievelde' is als bijlage bij deze onderbouwing bijgevoegd.

4.4.8.1 Kernkwaliteiten Groene Ontwikkelingszone “In paragraaf 4.3.1 is aangegeven dat de Provinciale Omgevingsverordening op de voorgenomen ontwikkelingen van toepassing is nu deze plaatsvinden binnen de Groene Ontwikkelingszone. Artikel 2.52 van de Omgevingsverordening is hierbij van toepassing op het perceel welke aangeeft dat een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toelaat als uit onderzoek blijkt dat: de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone, per salde en naar rato van de ingreep worden versterkt; en de samenhang niet verloren gaat. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken.

De hierboven genoemde kernkwaliteiten zijn genoemd in een bij de Omgevingsverordening behorende bijlage 'Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone'. Het perceel Europaweg 34 en 36 Lievelde is hierbij gelegen in deelgebied 27, met gebiedsnaam 'Baakse Beek en Lievelde'. De in dit deelgebied genoemde kernkwaliteiten zijn: overwegend kleinschalig kampenlandschap op dekzand in het oosten en grootschalig ontginningslandschap in het westen, met de Baakse Beek ontspringend in beekjes op het OostNederlands Plateau, vandaar snelstromend afdalend naar het vroegere moeras; oostelijk deel (Oost-Nederlands Plateau) onderdeel van Nationaal Landschap Winterswijk; de evz Baakse Beek - Veengoot vormt de verbinding tussen Winterswijk en de Graafschap; modellen: kamsalamander, hagedis, vuurvlinder en winde; spoordijk Winterswijk - Zutphen van belang als leefgebied en migratiezone voor reptielen, m.n.

zandhagedis; Parel Lievelderveld: natte heide met karakteristieke en bijzondere soorten; Parel Koolmansdijk: blauwgrasland, door natuurontwikkeling; sterk uitgebreid en spectaculair hersteld; leefgebied steenuil en boomkikker; kleinschalig en onregelmatig essen- en kampenlandschap op de rand van het Oost-Nederlands Plateau met duidelijk herkenbaar hoogteverschil; Lievelde en Vragender als esdorpen, snelstromende beken; kleinschalig kampenlandschap met intensieve groen-blauwe en recreatieve dooradering: klompenpaden Zieuwent; zichtbare en gerestaureerde resten van de Circumvallatielinie uit 1627 Beleg van Grol: o.a. Lievelder Schans; cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen; abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir.

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

De hierbij genoemde ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap in de Groene ontwikkelingszone zijn: ontwikkeling ecologische verbinding Baakse Beek - Veengoot met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, beschutte, zonnige plekjes (spoordijk), opgaande landschapselementen, etc.; herstel plateaurandbeken bij Vragender en Lichtenvoorde in combinatie met het vasthouden en bergen van water+X33; ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N18, N312 en N319; ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden; ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden; ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën (m.n. boomkikker), poelen; ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. ontginningen, houtwallen) en beheersvormen. Toetsing planontwikkeling Op het perceel Europaweg 34 en 36 te Lievelde wordt de agrarische bestemming omgezet naar een woonbestemming. Daarbij wordt de bestaande voormalige boerderij gesplitst in twee afzonderlijke wooneenheden. Sloop vindt op het perceel niet plaats. Ook geen nieuwbouw. De voornoemde ontwikkeling op perceelniveau is dermate klein dat daarmee de voornoemde kernkwaliteiten niet worden aangetast. Om enigszins aan de aangegeven doelstellingen mee te werken is door Buro Collou een landschappelijk inpassingsplan opgesteld.

In dit landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met de te ontwikkelen doelstellingen en deze worden, door uitvoering van dit landschappelijk inpassingsplan, versterkt. Het inpassingsplan 'Landschappelijk inpassingssplan Europaweg 34-36-36A Lievelde' is als bijlage bij deze onderbouwing bijgevoegd. Daarnaast zal de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan maar ook het onderhoud en beheer ervan als een 'voorwaardelijke verplichting' worden opgenomen in de herziening van het bestemmingsplan. Met het bestemmingsplan vinden er ruimtelijke gezien geen wijzigingen plaats (geen nieuwbouw en sloop), het gaat alleen om functieverandering. Ier kan worden geconcludeerd dat er ruimtelijk gezien geen sprake is van een nieuwe activiteit of ontwikkeling en dat met het landschappelijk inpassingsplan voldoende versterking van de kernkwaliteiten plaatsvindt. Hiermee wordt voldaan aan de regels uit de provinciale Omgevingsverordening voor wat betreft ontwikkelingen in de Groene ontwikkelingszone.

Conclusie Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Tevens wordt voldaan aan de provinciale Omgevingsverordening voor wat betreft ontwikkelingen in een Groene ontwikkelingszone.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoeringsaspecten

Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming

Het bestemmingsplan, waarin ruimtelijke belangen worden geborgd, is het resultaat van een integrale ruimtelijke afweging. In deze integrale afweging worden ook alle milieuonderwerpen meegewogen, los van de wettelijke verplichtingen van de milieueffectrapportage. Welke milieuonderwerpen vanuit een duurzame ruimtelijke ordening voor een plangebied van belang zijn, moet per plan in beeld worden gebracht. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied en de opgave en eventuele wettelijke eisen. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: a. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. b. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). c.

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Ad.a: Wanneer uit een toets blijkt dat de activiteit (mogelijk) significante negatieve effecten tot gevolg heeft, dan kan een vergunning alleen worden verleend als uit een passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast. Onderdeel van de passende beoordeling vormt de ADC-toets. De ADC-toets houdt een onderzoek in naar Alternatieven, het aantonen van Dwingende redenen van openbaar belang en het vooraf en tijdig treffen van Compenserende maatregelen. Het Natura 2000-gebied, het Korenburgerveen, is gelegen op ongeveer 3.100 meter van de planontwikkeling op het perceel Europaweg 34 en 36 te Lievelde. Op het perceel Europaweg 34 en 36 te Lievelde zal worden gewoond. Het aanwezige veehouderijbedrijf wordt bedrijfsmatig opgeheven. Het opheffen van een veehouderijbedrijf op deze afstand van het Natura 2000-gebied zal een positief effect hebben op de instandhoudings doelstellingen voor dit Natura 2000-gebied.

Deze opheffing van de veehouderij heeft meer positieve gevolgen voor de instandhoudings doelstellingen voor dit Natura 2000-gebied dan het gebruik van drie woningen op voornoemd perceel. Een passende beoordeling is dan ook niet noodzakelijk. Ad.b en c.: het toevoegen van een woning op perceelsniveau wordt niet als zodanig genoemd in de onderdelen C en D van de bijlage van het besluit milieueffectrapportage genoemde kolommen 3 en 4. Een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht is dan ook niet nodig. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteiten(en) die voorkomen op de D-lijst (kolom 2) die onder de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Het toevoegen van een woning op perceelsniveau wordt niet genoemd in kolom 2 van de D-lijst in het Besluit m.e.r. zodat een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is. Conclusie Een milieueffectrapportage, zowel -plicht, -beoordeling als -vormvrij, is niet nodig nu de gewenste activiteiten op perceelsniveau niet onder de genoemde drempelwaarden vallen en/of worden genoemd. Daarnaast is een passende beoordeling op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied niet noodzakelijk.

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

5.2

Archeologie en cultuurhistorie

De Erfgoedwet bevat de implementatie in de Nederlandse wetgeving van het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed, (ook wel het verdrag van Malta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het Verdrag in 1992 door verschillende EU-lidstaten is ondertekend). De Erfgoedwet verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden, rekening te houden met de in de bodem aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. IWAK en AMK Archeologische waarden zijn in Nederland veelal onzichtbaar, omdat ze grotendeels verborgen liggen in de bodem, waardoor ze niet eenvoudig te karteren zijn. Voor de onbekende waarden heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IWAK) opgesteld. Voor de bekende waarden is de Archeologische Monumentenkaart (AMK) opgesteld. Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient door te werken in het bestemmingsplan.

Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld.

Nieuw Archeologiebeleid Op 14 april 2020 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre nieuw archeologisch beleid vastgesteld met titel 'Archeologische monumentenzorg in de gemeente Oost Gelre, een actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtings- en beleidskaart'. Dit nieuwe beleid is opgenomen in het op 22 februari 2022 door de gemeenteraad vastgestelde 'Parapluplan Archeologie'. Onderhavig perceel is aan dit Parapluplan getoetst.

Situatie plangebied Ingevolge het 'Parapluplan Archeologie' geldt voor het gehele perceel de dubbelbestemming 'Waarde Archeologisch verwachtingsgebied 3'. Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3 Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt hierbij een vergunningplicht voor werkzaamheden in op of de bodem dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 1.000 m2. De gronden gelegen in deze dubbelbestemming zijn al gedeeltelijk geroerd door de aanwezigheid van bedrijfsgebouwen, verharding en overige bouwwerken. Daarbij worden binnen deze dubbelbestemming geen nieuwe bouwwerken of gebouwen opgericht. Een aanvullend archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Wettelijke meldingsplicht

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

In de Erfgoedwet is in artikel 5.10 en 5.11 de wettelijke meldingsplicht beschreven. Dit is om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: 'Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister'. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Oost Gelre hiervan per direct in kennis te stellen.

Conclusie archeologie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel geldt de algehele zorgplicht waarin wordt aangegeven dat bij toevalsvondsten het bevoegd gezag op de hoogte moet worden gesteld.

Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit); de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). De intentie van het bevoegd gezag is gericht op behoud van bestaande traditionele boerderijen. De bestaande boerderij blijft behouden. Conclusie cultuurhistorie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Bodem

Wettelijk kader Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Op 1 juli 2012 zijn in Oost Gelre de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart in werking getreden. De Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn bedoeld om de omgang met grond goed te regelen. Op basis van de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is het in veel gevallen mogelijk om het hergebruik van grond als bodem zonder extra keuringen toe te staan. Grondverzet op basis van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is mogelijk binnen de volgende gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Berkelland, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. De Nota Bodembeheer met bodemkwaliteitskaart vormt de basis van duurzaam bodembeheer binnen de regio Achterhoek.

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Europaweg 34-36-36a Lievelde

Situatie plangebied Door Rouwmaat Groep is een verkennend bodem- en asbestonderzoek op het perceel Europaweg 34 en 36 te Lievelde uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in een rapport met nummer MT-210410, d.d. 3 januari 2022. Dit rapport is als bijlage bijgevoegd. Het onderzoeksrapport is ter beoordeling voorgelegd aan de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Deze beoordeling met nummer 2022EA0307, d.d. 28 maart 2022 is als bijlage bijgevoegd. De ODA geeft aan dat het bodemonderzoek voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Met het onderzoek zijn licht verhoogde gehalten zware metalen in de grond en matig verhoogde concentraties nikkel in grondwater vastgesteld. De bodemkwaliteit is geschikt voor een gebruik als wonen. Het uitvoeren van nader bodemonderzoek is niet nodig. Aan de bestemmingsplanprocedure hoeven geen bodemspecifieke voorschriften te worden verbonden. Wel adviseert de ODA dat: Wanneer tijdens planrealisatie grondwater wordt onttrokken (bemaling) en wordt geloosd, vooraf toestemming moet zijn gegeven door het betreffende bevoegd gezag; Grondwater op de locatie niet wordt gebruikt voor consumptie en/of gewasbesproeiing. Dit advies van de ODA is overgenomen als 'voorwaardelijke verplichting' in de planregels van dit bestemmingsplan.

Conclusie bodem Het aspect bodem vormt geen belemmering voor dit plan. Wel is een voorwaardelijke verplichting aan de planregels toegevoegd voor het ontrekken, het lozen en het gebruik van grondwater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12430776/1