bp bommelwereld regels en toelichting
Tekst van het document
HEADELEMENT (vastgesteld)
77
bestemmingsplan Bommelwereld
Artikel 6 6.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; met de daarbij behorende: b. erfbeplanting; c. tuinen, erven en terreinen; d. wegen en paden; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 1 per bestemmingsvlak, tenzij anders is aangegeven door middel van de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden'. In de bestemming is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt met een gezamenlijk maximum van 50 m². De activiteit mag niet leiden tot belemmeringen voor de omliggende functies en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer. Ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 6.2
Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan in de onderstaande tabel is aangegeven: Bouwwerken Maximale Maximale Maximale Maximale inhoud in goothoogte in m bouwhoogte in m oppervlakte in m² m³ Woning
4,5, tenzij anders is 9 aangegeven.
Bijbehorende 4 bouwwerken bij de woning
6
Erf- en terreinafscheidinge n
2
750 150, met dien verstande dat het achtererfgebied voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd.
Bouwwerken, geen 2,5 gebouwen zijnde b. indien de bestaande bebouwing afwijkt van het bepaalde onder a dan geldt de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht; c. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan in het achtererfgebied, met uitzondering van erkers welke zijn toegestaan voor de voorgevel. Voor het bouwen van erkers gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; 2. de diepte mag niet meer bedragen dan 1,5 m; 3. de breedte mag niet meer bedragen dan 50% van de breedte van de voorgevel;
78
HEADELEMENT (vastgesteld)
bestemmingsplan Bommelwereld d. de afstand van de woning tot bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 25 m; e. herbouw van de woning is uitsluitend toegestaan op de bestaande locatie. 6.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 6.2 ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de woning tot 200 m2, met dien verstande dat: 1. de bijbehorende bouwwerken uitsluitend in het achtererfgebied gebouwd mogen worden; 2. het achtererfgebied voor niet meer dan 25% mag worden bebouwd; 3. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; b. lid 6.2 ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij de woning in combinatie met de sloop van gebouwen op een andere locatie, met dien verstande dat: 1. er op de slooplocatie op grond van de daar geldende bestemmingsplanregels geen nieuwe gebouwen kunnen worden opgericht; 2. er op de bouwlocatie geen functieverandering naar wonen is toegepast; 3. maximaal 30% van de elders te slopen gebouwen herbouwd mag worden; 4. er in totaal maximaal 350 m 2 aan bijbehorende bouwwerken bij de woning is toegestaan; 5. indien het bijbehorende bouwwerk gebruikt gaat worden als bouwlocatie voor corso- of carnavalswagens kan een grotere oppervlakte dan 350 m 2 worden toegestaan; 6.
voor zowel de slooplocatie als de herbouwlocatie geldt dat uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; 7. het te slopen gebouw geen karakteristiek gebouw is of aangewezen is als monument; 8. het achtererfgebied voor niet meer dan 25% mag worden bebouwd; 9. de afstand van het nieuwe gebouw tot het hoofdgebouw maximaal 25 m bedraagt; 10. de oppervlakte per nieuw bijbehorend bouwwerk maximaal 200 m 2 mag bedragen; 11. in de nieuwe bijbehorende bouwwerken geen nevenactiviteiten zijn toegestaan; c. lid 6.2 ten behoeve van het herbouwen van de bijbehorende bouwwerken op een andere locatie binnen het bestemmingsvlak, met dien verstande dat: 1. de totale oppervlakte aan bestaande bijbehorende bouwwerken meer bedraagt dan 200 m 2; 2. herbouw slechts mogelijk is indien een sanering van minimaal 70% van de bestaande oppervlakte boven de 200 m 2 plaatsvindt en de bestaande goot- en bouwhoogte niet wordt overschreden, tenzij de overschrijding bijdraagt aan verbetering van de ruimtelijke situatie; 3. indien de bestaande bijbehorende bouwwerken worden vervangen door één bijbehorende bouwwerk de oppervlakte van dit nieuwe bijbehorende bouwwerk niet meer mag bedragen dan 200 m2 en er sprake dient te zijn van een verbetering van de ruimtelijke situatie; 4.
de afstand tot het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan 25 m. d. lid 6.2 ten behoeve van het vergroten van de afstand tussen de woning en bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: 1. de bijbehorende bouwwerken uitsluitend in het achtererfgebied gebouwd mogen worden; 2. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; e. lid 6.2 sub e ten behoeve van het herbouwen van de woning op minder dan 25 m van de bestaande locatie, met dien verstande dat: 1. de agrarische functie van aangrenzende, niet bij de woning behorende gronden en bebouwing niet onevenredig wordt belemmerd; 2. voldaan wordt aan het bepaalde in de Wet geluidhinder; 3. de bestaande woning wordt gesloopt binnen drie maanden na oplevering van de herbouwde woning; 4. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; f. lid 6.5 ten behoeve van vervangende nieuwbouw voor nevenactiviteiten indien gebruik gemaakt wordt van de afwijking bij een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.5 sub e, met dien verstande dat: 1. minimaal een gelijke oppervlakte gesloopt wordt van de bestaande gebouwen als bedoeld in artikel 6.2 sub c lid 1; 2. de oppervlakte van de nieuwbouw niet meer bedraagt dan 350 m 2;
HEADELEMENT (vastgesteld)
79
bestemmingsplan Bommelwereld 3. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt. 6.4
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving. 6.5
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 6.1 ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf, mits de woonfunctie in overwegende mate wordt behouden en onder de voorwaarden dat: 1. het medegebruik van ondergeschikte betekenis moet zijn en maximaal 30% mag beslaan van de totale nettovloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken tot een gezamenlijk maximum van 50 m²; 2. slechts bedrijven toelaatbaar zijn, die behoren tot de categorie 1 van de in Bijlage 2 opgenomen Lijst aan huis verbonden bedrijven; 3. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop -als ondergeschikte nevenactiviteit- van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis verbonden bedrijf; 4. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken; 5. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de leefomgeving; 6. op eigen terrein moet worden geparkeerd door eigenaar/huurder en bezoekers; b. in lid 6.1 jo 6.5 sub a ten behoeve van het toestaan van: 1. aan huis verbonden bedrijven welke niet zijn genoemd in de in Bijlage 2 opgenomen Lijst aan of, 2.
aan huis verbonden bedrijven die worden genoemd in categorie 2 van de in Bijlage 2 opgenomen Lijst aan huis verbonden bedrijven, mits deze naar aard en effecten op het woonen leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, al dan niet onder te stellen voorwaarden, wat betreft geur, stof, geluid en gevaar, kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1, mits geen onevenredige aantasting ontstaat van: het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. c. lid 6.1 ten behoeve van het toestaan van kleinschalig kamperen, met dien verstande dat: 1. de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - gelders natuur netwerk', 'overige zone - groene ontwikkelingszone' en 'natte - natuur'; 2. is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied; 3. het aantal kampeermiddelen niet meer mag bedragen dan 25; 4. kleinschalig kamperen enkel is toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 5. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; 6. de afstand van het kleinschalig kampeerterrein tot het hoofdgebouw niet meer is dan 100 m; 7.
de afstand tot de bestemmingsgrens van de nabijgelegen woningen niet minder dan 50 m bedraagt; 8. Er vanuit landschappelijk oogpunt gezien voldoende ruimte zit tussen het kleinschalige kampeerterrein en omliggende functies; 9. stacaravans, trekkershutten en chalets niet zijn toegestaan; 10. kleinschalig kamperen geen belemming oplevert voor de omliggende functies; 11. sanitaire voorzieningen worden gerealiseerd in bestaande gebouwen; 12. indien het niet wenselijk is om sanitaire voorzieningen te realiseren in bestaande gebouwen een omgevingsvergunning kan worden verleend voor de nieuwbouw van sanitaire voorzieningen, mits:
80
HEADELEMENT (vastgesteld)
bestemmingsplan Bommelwereld de gezamenlijke oppervlakte van deze voorzieningen niet meer bedraagt dan 50 m 2; de bouwhoogte van de gebouwen niet meer bedraagt dan 3,5 m. d. lid 6.1 ten behoeve van het toestaan van de nevenactiviteiten welke zijn genoemd in de Indicatieve bedrijvenlijst in Bijlage 3, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 350 m 2 van de bestaande gebouwen per erf welke, in afwijking van het bepaalde in artikel 1 lid 1.14, aanwezig waren op 27 april 2006; 2. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - gelders natuur netwerk' zijn enkel de functies verblijfsrecreatie/toerisme en dagrecreatie/toerisme toegestaan; 3. buitenopslag en -uitstalling niet is toegestaan; 4. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; 5. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken; 6. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de milieusituatie.
6.6
Wijzigingsbevoegdheid
6.6.1
Verruiming inhoudsmaat woning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning tot 850 m 3 dan wel het betrekken van de van de voormalige boerderij bij de woning, met dien verstande dat: a. het aantal woningen niet mag toenemen; b. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; c. er geen sprake is van een locatie waar functieverandering naar wonen is toegepast.
6.6.2
Woningsplitsing
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het splitsen van een voormalige boerderij in twee woningen, met dien verstande dat: a. de inhoud van het te splitsen gebouw (dus zonder vrijstaande stallen, schuren en loodsen e.d.) niet minder bedraagt dan 900 m 3; b. bij alle woningen 150 m 2 aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan, met dien verstande dat het achtererfgebied voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd; 1. er sprake is van een landschappelijke inpassing door middel van erfinrichtingsplan; uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; c. de wijziging mag niet leiden tot aantasting van landschappelijke waarden en natuurwaarden, waarvan laatstgenoemde door middel van onderzoek dient te worden aangetoond; d. de wijziging geen onevenredige aantasting tot gevolg heeft voor: 1. de milieusituatie; 2. de verkeersveiligheid; 3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 4. de sociale veiligheid. e. het (wijzigings-)plan per saldo een positief effect heeft op de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en de omgeving. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften verbinden aan het wijzigingsplan ter bevordering van de kwaliteit van de omgeving.
HEADELEMENT (vastgesteld)
81
bestemmingsplan Bommelwereld
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. 7.2
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; b. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven (al dan niet ten behoeve van het oprichten van een bouwwerk), verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen en de bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden; c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; waarbij de vergunningplicht voor sub b. tot en met g. geldt voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 50 m 2.
82
HEADELEMENT (vastgesteld)
bestemmingsplan Bommelwereld
Artikel 8 8.1
Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. 8.2
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; b. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven (al dan niet ten behoeve van het oprichten van een bouwwerk), verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen en de bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden; c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; waarbij de vergunningplicht voor sub b. tot en met g. geldt voor werkzaamheden dieper dan 40 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 250 m 2.
HEADELEMENT (vastgesteld)
83
bestemmingsplan Bommelwereld
Artikel 9 9.1
Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. 9.2
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; b. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven (al dan niet ten behoeve van het oprichten van een bouwwerk), verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen en de bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden; c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; waarbij de vergunningplicht voor sub b. tot en met g. geldt voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 1.000 m 2.
84
HEADELEMENT (vastgesteld)
bestemmingsplan Bommelwereld
Artikel 10 10.1
Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. 10.2
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; b. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven (al dan niet ten behoeve van het oprichten van een bouwwerk), verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen en de bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden; c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; waarbij de vergunningplicht voor sub b. tot en met g. geldt voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 5.000 m 2.
HEADELEMENT (vastgesteld)
85
bestemmingsplan Bommelwereld
Artikel 11 11.1
Leiding - Riool
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van hoofdrioolleidingen. 11.2
Bouwregels
Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten behoeve van het leidingbeheerder, met dien verstande dat: a. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 100 m2; b. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m. 11.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 11.2 ten behoeve van het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de voor deze gronden geldende onderliggende bestemmingen, mits daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de betreffende leiding en ter zake vooraf advies van de leidingbeheerder is ingewonnen. 11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden op de in lid 11.1 bedoelde gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: 1. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; 2. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; 3. het bebossen of anderszins beplanten van gronden met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters in verband met tuinbouw of als (agrarische) houtteelt; 4. het aanleggen van landschapselementen; 5. het vellen of rooien van bos, alsmede het verwijderen van landschapselementen; 6.
het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; 7. het verwijderen van onverharde wegen of paden; 8. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. b. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing: 1. op werken of werkzaamheden waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden is verleend; 2. op werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; 3. op werken of werkzaamheden welke betreffen het normale onderhoud en beheer van leidingen. a. De in sub a genoemde werken en werkzaamheden zijn toelaatbaar, indien en voorzover geen onevenredige aantasting van de belangen van de leidingen en/of energievoorziening ontstaat of kan ontstaan.
86
HEADELEMENT (vastgesteld)
bestemmingsplan Bommelwereld
Hoofdstuk 3 Artikel 12
Algemene regels
Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
HEADELEMENT (vastgesteld)
87
bestemmingsplan Bommelwereld
Artikel 13 13.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
Binnen het plangebied mag, tenzij anders is aangegeven in de regels, onder gebouwen ondergronds worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bovengrondse gebouwen niet zijn toegestaan; b. de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5 m onder peil.
13.2
Parkeerregelgeving
In aanvulling op het bepaalde in de andere voorkomende bestemming gelden de volgende regels: a. een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; b. burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien; c. afwijken van de regels, als bedoeld in sub b is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie; d. burgemeester en wethouders passen deze bouwregels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die zijn opgenomen in de nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre, dan wel haar rechtsopvolger.
88
HEADELEMENT (vastgesteld)
bestemmingsplan Bommelwereld
Artikel 14
Algemene gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met de bestemmingen van het bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen: a. het gebruik van de gronden en/of bouwwerken als seksinrichting of ten behoeve van prostitutie.
HEADELEMENT (vastgesteld)
89
bestemmingsplan Bommelwereld
Artikel 15 15.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijkingsregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan ten behoeve van: a. het oprichten van bouwwerken voor doeleinden van openbaar nut met een oppervlakte, voor zover het een gebouw betreft, van maximaal 25 m 2 en een maximale goothoogte van 3 m, in verband waarmee bij het oprichten van bedoelde bouwwerken langs een weg, de kade of een waterloop, de wegbeheerder en/of het waterschap gehoord worden; b. het aanbrengen van geringe wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bebouwingsgrenzen voor zover niet zijnde bestemmingsgrenzen, mits het wijzigingen betreft ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan, waarbij belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden in de verbeelding; c. afwijkingen van regels, gesteld ten aanzien van maten en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages. Deze afwijking geldt niet voor maten met betrekking tot: 1. de inhoud van wooneenheden; 2. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken.
90
HEADELEMENT (vastgesteld)
bestemmingsplan Bommelwereld
Artikel 16 16.1
Algemene wijzigingsregels
Vergroten oppervlakte bijbehorende bouwwerken
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken binnen de bestemming 'Wonen' in combinatie met de sloop van gebouwen op een andere locatie, met dien verstande dat: a. aan de herbouwlocatie de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende oppervlakte' wordt toegevoegd, waarbij geldt dat deze oppervlakte maximaal 350 m 2 mag zijn; b. aan de slooplocatie de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende oppervlakte' wordt toegevoegd, waarbij geldt dat de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen op de slooplocatie na sloop de maximaal toegestane oppervlakte is; c. er op de bouwlocatie geen functieverandering naar wonen is toegepast; d. maximaal 30% van de elders te slopen gebouwen herbouwd mag worden; e. er in totaal maximaal 350 m 2 aan bijbehorende bouwwerken bij de woning is toegestaan f. indien het bijbehorende bouwwerk gebruikt gaat worden als bouwlocatie voor corso- of carnavalswagens kan een grotere oppervlakte dan 350 m 2 worden toegestaan; g. voor zowel de slooplocatie als de herbouwlocatie geldt dat uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; h. het te slopen gebouw geen karakteristiek gebouw is of aangewezen is als monument; i.
het achtererfgebied voor niet meer dan 25% mag worden bebouwd; j. de afstand van het nieuwe gebouw tot het hoofdgebouw maximaal 25 m bedraagt; k. de oppervlakte per nieuw bijbehorend bouwwerk maximaal 200 m 2 mag bedragen; l. in de nieuwe bijbehorende bouwwerken geen nevenactiviteiten zijn toegestaan;
HEADELEMENT (vastgesteld)
91
bestemmingsplan Bommelwereld
Hoofdstuk 4 Artikel 17 17.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10 %. c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
17.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
92
HEADELEMENT (vastgesteld)
bestemmingsplan Bommelwereld
Artikel 18
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Bommelwereld.
HEADELEMENT (vastgesteld)
93
bestemmingsplan Bommelwereld
94
HEADELEMENT (vastgesteld)
bestemmingsplan Bommelwereld
Bijlagen bij de regels
HEADELEMENT (vastgesteld)
95
bestemmingsplan Bommelwereld
Bijlage 1
96
Inrichtingsplan
HEADELEMENT (vastgesteld)
bestemmingsplan Bommelwereld
Bijlage 2
Lijst aan huis verbonden bedrijven
HEADELEMENT (vastgesteld)
97
bestemmingsplan Bommelwereld
Bijlage 3
98
Indicatieve bedrijvenlijst
HEADELEMENT (vastgesteld)