CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing etfal

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Omgevingsplan en beeldkwaliteitsplan woningbouw ’t Jozefhof, Schatbergstraat 81 te Lichtenvoorde20.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. In voorliggend initiatief zijn de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van belang. In paragraaf 5.7 wordt hier nader op ingegaan.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

36

Omgevingsadvies en Landschap

5 Fysieke leefomgeving In dit hoofdstuk worden de termen Bkl en Bal gebruikt. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) stelt het Rijk algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving.

5.1 Geluid Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid.

(Wettelijk) kader De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid, het Aanvullingsbesluit geluid en de Aanvullingsregeling geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: • Het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties; • Het reduceren van geluidbelastingen op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen; • Het bevorderen van bronmaatregelen;

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

37

Omgevingsadvies en Landschap

• Het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels; • Het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels. Onder de Omgevingswet wordt gewerkt met geluidaandachtsgebieden. De geluidaandachtsgebieden worden rekenkundig afgeleid van geluidproductieplafonds en basisgeluidemissies. De geluidaandachtsgebieden moeten op termijn digitaal op kaart worden ontsloten in de Centrale Voorziening Geluidgegevens. De geluidnormen zijn opgenomen in het Bkl. Er moet ook rekening worden gehouden met cumulatie van alle relevante geluidbronnen. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw of locatie binnen een geluidaandachtsgebied moet het aspect geluid beoordeeld worden. Overigens moet ook waar geen sprake is van een geluidaandachtsgebied in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties het aspect geluid afgewogen worden.

Onderzoek In onderhavige situatie worden aan de Schatbergstraat 12 nieuwe woningen gerealiseerd. Daarbij moet worden beoordeeld of er ter plaatse van deze wooneenheden een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ook moet er worden beoordeeld of bestaande activiteiten/ geluidsbronnen in de omgeving van een planlocatie aanwezig zijn, welke door de voorgenomen activiteit kunnen worden belemmerd. Verkeerslawaai Het plangebied aan de Schatbergstraat is gelegen in een woonwijk van Lichtenvoorde. Dit is een 30 km-zone. Wegen/ straten met een toegestane snelheid van maximaal 30 km/uur hebben geen zone, waarbinnen in principe onderzoek moet worden verricht naar de mate van geluidshinder ten gevolgen van verkeersgeluid. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Sound Force One, waarin het geluid afkomstig van verkeerslawaai wordt beoordeeld. In dit onderzoek is onderzocht of er bij realisatie van het plan, wat betreft het aspect wegverkeerslawaai, sprake is van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit onderzoeksrapport is als bijlage 7 opgenomen in deze ruimtelijke onderbouwing. Kort samengevat luidt de conclusie van dit akoestisch onderzoek:

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

38

Omgevingsadvies en Landschap

In opdracht van CPO ’t Jozefhof is een akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de herontwikkeling aan de Schatbergstraat 81 in Lichtenvoorde. De schoolbebouwing wordt gesloopt en 12 nieuwe grondgebonden duurzame woningen worden gerealiseerd. Het plan ligt in het aandachtsgebied voor geluid van de Varsseveldseweg en de Europaweg. In het geval van de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen geldt voor nieuwbouw binnen de bebouwde kom in een aandachtsgebied van gemeentelijke wegen een standaardwaarde van 53 dB en een grenswaarde van 70 dB en voor rijkswegen een standaardwaarde van 50 dB en een grenswaarde van 60 dB voor binnenstedelijke situaties. Nabij het plangebied liggen de geluidsbronnen de Europaweg (N18) en de Varsseveldseweg die het plangebied belasten. Omgevingswet gemeentelijke wegen Uit het onderzoek is gebleken dat vanwege alle relevante wegen de gezamenlijke gevelbelasting maximaal 34 dB bedraagt. De standaardwaarde en de maximale grenswaarde worden niet overschreden Omgevingswet rijksweg Zoals blijkt uit het onderzoek wordt de standaardwaarde van 50 dB voor de rijksweg de Europaweg (N18) niet overschreden en bedraagt de gevelbelasting maximaal 43 dB. De maximale grenswaarde van 63 dB wordt ook niet overschreden. Uit het onderzoek is gebleken dat de standaardwaarde niet wordt overschreden en verdere maatregelen niet nodig zijn.

Conclusie Uit het uitgevoerde akoestische onderzoek (zie Bijlage 7) blijkt dat, ten gevolge het verkeersgeluid, de standaardwaarden en maximale grenswaarden niet worden overschreden. Er kan in alle redelijkheid van worden uitgegaan dat er ter hoogte van de te realiseren woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast zal de gewenste situatie niet leiden tot belemmering van omliggende functies.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

39

Omgevingsadvies en Landschap

5.2 Luchtkwaliteit In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit.

(Wettelijk) kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden; 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

40

Omgevingsadvies en Landschap

Buiten de zogenaamde aandachtsgebieden (die liggen in de grotere stedelijke agglomeraties) blijft toetsing aan het onderwerp luchtkwaliteit in het omgevingsplan beperkt tot de aanleg van auto(snel)wegen en langere tunnelbuistrajecten. De rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit gelden niet voor arbeidsplaatsen. Daartoe behoren bijvoorbeeld bedrijventerreinen, maar ook bedrijfswoningen. Tenslotte moet in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet afgewogen worden of de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is om een nieuwe woning te realiseren.

Onderzoek Effect van het project op de luchtkwaliteit Op basis van voorschrift 4 van de Regeling NIBM worden woningbouwlocaties, wanneer er sprake is van een project van minder dan 1.500 woningen, aangewezen als NIBM-projecten. Bij de ontwikkeling op de Schatbergstraat 81 in Lichtenvoorde worden 12 woningen gebouwd. Het is daarmee duidelijk dat het hier een NIBM-project betreft, waardoor dit aspect geen belemmering voor de ontwikkeling van het project betekent. Effect van de luchtkwaliteit voor het project De ruimtelijke procedure heeft geen betrekking op de ontwikkeling van een gevoelige bestemming als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Er is bij dit project echter wel sprake van een locatie waar getoetst moet worden aan de luchtkwaliteit. Er wordt immers voldaan aan de eisen van het toepasbaarheidsbeginsel en blootstellingscriterium. Zoals hierboven al aangegeven bevat de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl) de voorschriften voor het meten en berekenen van de concentratie van luchtverontreinigende stoffen. De regeling legt onder andere de standaardrekenmethoden vast waarmee de gevolgen van ruimtelijke plannen voor de luchtkwaliteit worden berekend.

In dit kader zijn relevant: a) Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verstrekt elk jaar generieke gegevens (bijvoorbeeld achtergrondconcentraties, emissiefactoren voor weg en dier, dubbeltellingcorrectiegegevens en meteorologische gegevens) die gebruikt worden bij het uitvoeren van berekeningen. b) Het berekenen van de luchtkwaliteit bij een relevante puntbron (inrichting) gebeurt met SRM3, gebaseerd op het Nieuw Nationaal Model

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

41

Omgevingsadvies en Landschap

(NNM). Het rekenmodel ISL3a volgt SRM3. Bij voor de luchtkwaliteit relevante inrichtingen wordt gerekend vanaf de grens van de inrichting bij elk relevant toetspunt. Andere generieke gegevens of rekenmethoden mogen ook gebruikt worden, maar daarvoor is wel toestemming van het Ministerie vereist. Ad a) Op de Atlasleefomgeving.nl/kaarten kunnen voor het gebied rondom Schatbergstraat 81 in Lichtenvoorde de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 worden afgelezen. Voor het jaar 2023 konden de volgende data worden gevonden:

Figuur 16: Jaargemiddelde concentratie Stikstofdioxide (NO2) (bron RIVM)

Ter hoogte van de Schatbergstraat 81 in Lichtenvoorde bedraagt de jaargemiddelde stikstofdioxide-concentratie minder dan 10 microgram/m3.

Figuur 17: Jaargemiddelde concentratie Fijn stof (PM10) (bron RIVM)

Ter plaatse van Schatbergstraat 81 in Lichtenvoorde ligt de fijnstof (PM10) concentratie lager dan 15 microgram/m3.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

42

Omgevingsadvies en Landschap

Toetsing Schatbergstraat Zoals is aangegeven zijn in Nederland alleen stikstofoxide en fijnstof (PM10) relevant voor de beoordeling van de luchtkwaliteit. De volgende grenswaarden voor deze stoffen zijn gesteld:

Op basis van het bovenstaande kan dus geconcludeerd worden dat er op de planlocatie aan de Schatbergstraat geen sprake is van overschrijding van de grenswaarden.

Conclusie Voor de gewenste 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 geldt dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Er is ook geen sprake van gevoelige bestemmingen. Ten aanzien van de effecten van het project voor de luchtkwaliteit, als ten aanzien van de effecten van de luchtkwaliteit op het woon- en leefklimaat, voldoen beide projecten ruimschoots aan de Nederlandse en Europese regelgeving in dit kader. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit.

5.3 Geur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur.

(Wettelijk) kader De instructieregels van het Bkl voor geur afkomstig van rioolwaterzuiveringen en landbouwhuisdieren zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

43

Omgevingsadvies en Landschap

Op industrie- en bedrijventerreinen kunnen bedrijfsmatige activiteiten voorkomen die geurhinder veroorzaken. Die activiteiten zijn dan zelf een relevante geurbron. Het bevoegd gezag bepaalt echter zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. Er moet dus worden beoordeeld of de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar is.

Onderzoek Het voorgenomen project voorziet in de realisatie van 12 nieuwe woningen. Woonverblijven zijn als geurgevoelig aan te merken objecten. Schatbergstraat De aangevraagde ontwikkeling vindt plaats in de bebouwde kom, in een woonwijk van Lichtenvoorde. In de omgeving van de locatie Schatbergstraat 81 in Lichtenvoorde bevinden zich geen veehouderijen. Ook zijn er in de nabijheid van het initiatief geen andere bedrijfsmatige geurbronnen aanwezig (zie hiervoor ook Bijlage 11 ODA advies geur).

Conclusie Er worden aan de Schatbergstraat 81 in Lichtenvoorde, 12 woningen gerealiseerd. Deze woningen liggen op voldoende afstand van veehouderijen en andere bedrijfsmatige geurbronnen. De voorgenomen ontwikkeling werkt niet belemmerend voor deze bedrijven. Ook het woon- en leefklimaat op de locatie zelf is hierbij niet in het geding. De geur afkomstig van veehouderijen en andere bedrijfsmatige geurbronnen vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.

5.4 Trillingen (Wettelijk) kader De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 4.2 van de Omgevingswet. Trillinghinder kan op twee manier optreden. Ten eerste kan er sprake zijn van de toevoeging van een milieubelastende activiteit met een trillingsemissie. In artikel 22.88 van het omgevingsplan zijn maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen opgenomen.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

44

Omgevingsadvies en Landschap

Daarnaast kan er sprake zijn van de toevoeging van een trillinggevoelig gebouw. De Omgevingswet beschermt trillinggevoelige gebouwen tegen trillingen van activiteiten. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan hiervoor instructieregels. Voor de activiteiten wonen, wegen, vaarwegen en spoorwegen zijn er geen instructieregels voor trillingen. De gemeente kan hier eigen regels voor opstellen.

Onderzoek In dit geval bevindt de dichtstbijzijnde spoorlijn (Winterswijk-Zutphen) zich op circa 4 kilometer afstand van het plangebied. Op basis van de SBR-richtlijn, de Beleidsregel Trillinghinder Spoor en de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen bedraagt de gebruikelijke gehanteerde afstand waarbinnen trillinghinder als gevolg van een spoorweg kan optreden 100 meter van het spoor. Deze situatie doet zich hier niet voor. Een onderzoek trillinghinder is dan ook niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect ‘trillingen’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit project.

5.5 Bodemkwaliteit Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem.

(Wettelijk) kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

45

Omgevingsadvies en Landschap

De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • Beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • Evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • Duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen.

Onderzoek Naar aanleiding van het initiatief is ter plaatse van de locatie Schatbergstraat 81 een bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy, (projectnummer 15483A.001, d.d. 27 mei 2021, deze is als bijlage 8 bijgevoegd). Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging en omgevingsvergunning van de onderzoekslocatie. Op basis van het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt, dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” gebied wordt gekenmerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten van dit PFAS voorkomen. PFAS komt diffuus in Nederland voor. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Uit het vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFASverontreiniging op het de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV).

Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak grindig, zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus en plaatselijk zwak wortelhoudend. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden niet conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

46

Omgevingsadvies en Landschap

"Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" zijn uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek is met betrekking tot de parameter asbest derhalve indicatief. Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In de ondergrond zijn eveneens geen verontreinigingen geconstateerd. In het grondwater zijn geen verontreinigingen geconstateerd. Advies/Aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten is er op grond van de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem geen bezwaar het onderzochte terrein zoals voorgenomen te gebruiken.

Conclusie De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Er bestaan volgens Econsultancy met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging van en de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. De bodemkwaliteit is geschikt voor het voorgenomen gebruik.

5.6 Water (Wettelijk) kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

47

Omgevingsadvies en Landschap

watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd. De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.

In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen). Het beleid gaat uit van:  een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater);  water meer ruimte geven;  versterken van de ecologische waarden;  creëren van een vitaal watersysteem Specifiek voor het stedelijk gebied is het volgende van belang:  De waterketen moet worden geoptimaliseerd (meer afkoppelen en infiltreren). In het GRP wordt hiertoe een aanzet gegeven;  Kwaliteit oppervlaktewater en waterbodem: Saneren overstorten en afkoppeling en ontlasting van het riool;  Wateroverlast in stedelijk gebied: reguleren van de piekafvoeren door middel van het vasthouden van het water bovenstrooms, actief stuwbeheer, extra retentie en herverdeling van het water.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

48

Omgevingsadvies en Landschap

Onderzoek Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf. De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld. Het gebruik op de percelen zal niet wijzigen. Hierdoor zijn een aantal thema's minder relevant. Thema's

Toetsvraag

Relevant

1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale waterkering?

Nee

2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?

Nee

1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?

Nee

2. Ligt in het plangebied een persleiding van Waterschap Rijn en IJssel?

Nee

3. Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap?

Nee

1. Is sprake van toename van verhard oppervlakte?

Nee

2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?

Ja

3. Bevinden zich in of nabij het plangebied natte en laaggelegen gebieden, beekdalen en overstromingsvlaktes?

Nee

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond?

Nee

2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of IJssel?

Nee

3. Is in het plangebied sprake van kwel?

Nee

Hoofdthema's Veiligheid

Riolering en afvalwaterketen

Wateroverlast (oppervlaktewater)

Grondwateroverlast

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

49

Omgevingsadvies en Landschap

4. Beoogt het plan dempen van slootjes Nee of andere wateren? Oppervlaktewaterkwaliteit

1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd?

Nee

2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?

Nee

3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een strategisch actiegebied?

Nee

Grondwaterkwaliteit

1. Ligt in het plangebied een beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

Nee

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of verbeterde gescheiden stelsel?

Nee

2. Bevinden zich of komen er functies Nee in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in een hydrologisch beïnvloedingsgebied voor natte land natuur?

Nee

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte ecologische verbindingzone?

Nee

2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte landnatuur?

Nee

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of Nee beheer zijn van het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Nee

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief

Nee

Aandachtsthema's Recreatie

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

50

Omgevingsadvies en Landschap

recreatief medegebruik mogelijk wordt? Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

Tabel: Watertoetstabel met waterhuishoudkundige thema' In bovenstaand tabel is een enkele vraag met 'ja' beantwoord. In het kader van de planontwikkeling is er door LBA een wateronderzoek en een watertoets uitgevoerd (Bijlage 12 Waterhuishoudingsplan). Hierin wordt beschreven en getoetst hoe in de toekomstige situatie wordt omgegaan met de waterhuishouding van het plan. Samengevat wordt het volgende geconcludeerd: Grondwater en ontwatering Het huidige maaiveld ligt gemiddeld op een hoogte van circa 20,50 m +NAP. De GHG is ingeschat op 19,27 m +NAP. De ontwateringsdiepte bedraagt daarmee 1,23 m. Weg- en bouwpeilen Om te voldoen aan de ontwateringseisen zoals beschreven in hoofdstuk 4.1.1, dienen de woningen inclusief kruipruimte een minimaal vloerpeil van 20,17 m +NAP te hebben. De gemiddelde hoogte van het maaiveld ligt op 20,50 m +NAP en het huidige gebouw op 20,60 m +NAP. Geadviseerd wordt het vloerpeil op 20,70 m +NAP aan te houden, zodat het vloerpeil 20 cm boven het bestaande wegpeil ligt.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

51

Omgevingsadvies en Landschap

Hemelwater Op de percelen kan het hemelwater ondergronds worden ingezameld, waarna het via een welput bovengronds op de openbare ruimte wordt geloosd. Daarna wordt het water via goten naar de wadi’s geleid om daar geborgen en geïnfiltreerd te worden. De insteek van de wadi’s moet hoger liggen dan het trottoir van de Lisztstraat en Schatbergstraat, en lager dan de woningen. Elke wadi moet worden ontworpen met een slokop die is aangesloten op het vuilwaterriool. In de afvoerleiding moet een terugslagklep worden aangebracht, zodat rioolwater nooit terug kan stromen richting de wadi. De wadi’s in het gebied moeten gezamenlijk de vereiste berging van 190 m3 kunnen opvangen. Hiervoor dienen in het plan vier wadi’s te worden aangelegd, die zijn berekend op basis van het afstromende oppervlak. Wadi 1 moet een diepte van 0,8 m hebben, wadi 2 van 0,6 m, wadi 3 van 0,8 m en wadi 4 van 0,4 m. Deze wadi’s hebben samen een totale capaciteit van 205,40 m3, waarmee de vereiste berging wordt gehaald. Vuilwater Het nieuwe vuilwaterriool wordt via een hondenhokput aangesloten op het bestaande gemengde rioolstelsel in de Schatbergstraat. In het nieuwe rioolstelsel moet een terugslagklep worden aangebracht om te voorkomen dat water uit het gemengde rioolstelsel terugstroomt naar het kleinere vuilwaterstelsel van ‘t Jozefhof. De pieklozing is berekend op 432 liter per uur (oftewel 0,43 m3 per uur).

De maximale vullingsgraad van 50% mag hierbij niet worden overschreden. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de afvoer van overtollige neerslag van meer dan 80 mm naar het gemengde rioolstelsel, aangezien er in de buurt geen oppervlaktewater aanwezig is. De wadi’s worden via een slokop in combinatie met een leiding aangesloten op het vuilwaterriool. Infiltratieonderzoek Door Buro Antares is in opdracht van LBA Achterhoek in april 2025 een infiltratieonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied gelegen aan Schatbergstraat 81 te Lichtenvoorde. De aanleiding tot het onderzoek komt voort uit de voorgenomen realisatie van meerdere infiltratievoorzieningen. Ten behoeve van de voorgenomen realisatie van een infiltratie voorziening zijn ter plaatse van de toekomstige wadi’s 3 boringen tot 2,5 m-mv geplaatst. De bovengrond uit de boringen bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand welke zwak tot matig humeus is. De ondergrond bestaat uit matig fijn en zwak siltig

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

52

Omgevingsadvies en Landschap

zand. Er zijn geen storende bodemlagen lagen aangetroffen waarvan op voorhand een negatieve invloed op de doorlatendheid wordt verwacht. Ter plaatse van de voorgestelde toekomstige wadi is op drie locaties de doorlaatbaarheid bepaald. De metingen zijn op 0,8, 1,0 en 1,3 m-mv uitgevoerd. Ter plaatse van alle drie de meetpunten blijkt de grond goed doorlatend te zijn. Dit infiltratieonderzoek is toegevoegd als bijlage 12-1.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling aan de Schatbergstraat 81.

5.7 Mobiliteit en parkeren In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met de aspecten verkeer en parkeren.

(Wettelijk) kader In de Omgevingswet is geen regelgeving opgenomen met betrekking tot mobiliteit en parkeren. De verkeersveiligheid is primair geborgd in de weg- en verkeerswetgeving, waaronder de Wegenverkeerswet. Daarnaast zijn richtlijnen opgenomen in het ASVV (Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom).

Onderzoek Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Schatbergstraat. Dit is een doorgaande weg in een woonwijk van Lichtenvoorde waaraan meerdere woon- en bedrijfspanden zijn gevestigd. Het verkeer naar en afkomstig van het plangebied maakt hiervan deel uit. In de bestaande situatie is de planologische ruimte van het plangebied (als basisschool), met betrekking tot de verkeersaantrekkende werking groter dan in de gewenste situatie. Door het bouwen van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 te Lichtenvoorde zal het verkeer op deze weg niet toenemen ten opzichte van de planologische

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

53

Omgevingsadvies en Landschap

verkeersaantrekkende ruimte welke de locatie nu heeft (basisschool). Deze neemt in de gewenste situatie af. Parkeren Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.

Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren. Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Lichtenvoorde en Lichtenvoorde, schil rond centrum Lichtenvoorde en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Lichtenvoorde en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Lichtenvoorde, Lichtenvoorde, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen. Planspecifiek: Schatbergstraat 81

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

54

Omgevingsadvies en Landschap

Voor de 2x2 onder-een-kap is parkeerruimte voorzien op eigen terrein. Voor de overige wooneenheden (6 x rij en een onder- en bovenwoning) zijn 16 parkeerplaatsen beschikbaar. Hiermee kan voldaan worden aan het parkeerbeleid.

Conclusie Verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het planvoornemen. De verkeersaantrekkende werking van het plan neemt af. Daarnaast wordt voorzien in de eigen parkeerbehoefte.

5.8 Omgevingsveiligheid In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de omgevingsveiligheid gewaarborgd wordt. Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

(Wettelijk) kader De hoofdlijnen van het (Wettelijk) kader voor de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; • Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; • Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Omgevingsveiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties.

Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

55

Omgevingsadvies en Landschap

als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); • Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Gemeentelijk omgevingsveiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie omgevingsveiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie omgevingsveiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan.

Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van omgevingsveiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten. Het omgevingsveiligheidsbeleid is samengevat in onderstaand figuur.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

56

Omgevingsadvies en Landschap

Onderzoek Effecten door het plan Op de planlocatie aan de Schatbergstraat 81 te Lichtenvoorde worden geen gevaarlijke en/of ontplofbare stoffen opgeslagen of verhandeld zodat aanvullend onderzoek naar omgevingsveiligheid van het plan, niet noodzakelijk is. Kwetsbare objecten Zoals beschreven worden er in de gewenste situatie 12 woningen gerealiseerd. Deze moeten, conform het Bkl (bijlage VI, onder C, lid a) beoordeeld worden als kwetsbare objecten. Nieuwe kwetsbare objecten moeten getoetst worden aan het beleid voor de omgevingsveiligheid. Door de ODA is een (voor)onderzoek uitgevoerd naar de omgevingsveiligheid van het plan (de resultaten daarvan zijn als Bijlage 10 toegevoegd). Aan de hand van de Signaleringskaart Veilige omgeving (Atlas leefomgeving) is gekeken of in de omgeving van het plangebied relevante risicobronnen aanwezig zijn (zie figuur 20).

Figuur 18: Ligging Schatbergstraat 81 (rode stip) t.o.v. risicobronnen en veiligheidszones in de omgeving (Bron: Atlas leefomgeving).

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

57

Omgevingsadvies en Landschap

Stationaire risicobronnen Op ruim 250 meter afstand, ten noordwesten van de planlocatie, is aan de Twenteroute (N18) een tankstation gelegen. In de directe omgeving van de locatie Schatbergstraat 81 in Lichtenvoorde bevinden zich geen relevante stationaire risicobronnen. Mobiele risicobronnen Op circa 260 meter ten noordwesten van het plangebied aan de Schatbergstraat, is de N18 gelegen. Deze regionale weg is opgenomen in Basisnet, voor de transport van gevaarlijke stoffen. De planlocatie is gelegen buiten de aandachtsgebieden en zones waarbinnen plaatsgebonden risico’s gelden. Zodoende is de ligging van het plangebied ten opzichte van de N18 niet relevant in het kader van externe veiligheid. Niet gesprongen explosieven (NGE) Naast de risicobronnen in de directe omgeving is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE’s). Dit aangezien er in de Achterhoek gevechten hebben plaatsgevonden tijdens de Tweede Wereldoorlog waarbij munitie en explosieven zijn achtergebleven. Om te kunnen bepalen of er in een gebied waar plannen worden ontwikkeld, risico bestaat op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven heeft gemeente Oost Gelre onderzoek laten uitvoeren. De resultaten daarvan zijn opgenomen in het ‘Begeleidend document Risicokaart Oost Gelre’, d.d. 11 mei 2022 en de bijbehorende risicokaart. Onderzoek NGE

Figuur 19: uitsnede Risicokaart Oost Gelre, planlocatie in de rode cirkel.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

58

Omgevingsadvies en Landschap

Op basis van de inhoud van het ‘Begeleidend document Risicokaart Oost Gelre’ en de bijbehorende risicokaart (zie figuur 19) kan worden geconcludeerd dat de planlocatie niet is gelegen in een risicozone voor niet gesprongen explosieven.

Conclusie Het onderwerp externe veiligheid is geen belemmering voor dit initiatief. De planlocatie ligt niet binnen een risicocontour van een risicobron. Er wordt hiermee voldaan aan de grens- en richtwaarden van het plaatsgebonden risico. Het groepsrisico hoeft niet verantwoord te worden. Er is geen risico op niet gesprongen explosieven. Ook bevinden zich in het plangebied geen belemmerende kabels en leidingen. Wettelijk advies van de veiligheidsregio is niet nodig voor het onderdeel externe veiligheid. Het onderwerp externe veiligheid vormt voor dit plan geen belemmering.

5.9 Natuur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de omliggende natuur door stikstofdepositie.

(Wettelijk) kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden (buiten bebouwingscontour en erven). Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).

Onderzoek Door Econsultancy is een Quickscan Wet natuurbescherming op de planlocatie uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in een onderzoeksrapport met

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

59

Omgevingsadvies en Landschap

nummer 15483A.003 versie D1, d.d. 5 mei 2021 welke als bijlage 4 is bijgevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing. In het onderzoeksrapport wordt het volgende geconcludeerd: Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone geen externe werking kennen.

Figuur 20: ligging planlocatie t.o.v. Groene Ontwikkelingszone (bron Omgevingsverordening Gelderland)

Het plangebied ligt op ongeveer 5,6 km afstand van het Natura-2000 gebied het Korenburgerveen dat stikstofgevoelige habitats heeft. De overige stikstofgevoelige natura ligt verder weg van het plan. De effecten van stikstofdepositie in de beoogde gebruiksfase en de aanlegfase van deze ontwikkeling dient berekend te worden om eventuele effecten uit te sluiten.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

60

Omgevingsadvies en Landschap

Figuur 21: ligging planlocatie t.o.v. Natura 2000 (Natura2000 viewer Europa)

Beoordeling Stikstof Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van 12 woningen. Om te kunnen bepalen of het plan, met betrekking tot de stikstofuitstoot een negatief effect heeft op de Natura-2000-gebieden, is er een onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie ten gevolge van het plan. Dit onderzoek is uitgevoerd door Sound Force One. De resultaten van dit stikstofonderzoek zijn opgenomen in een rapportage (projectnr. Licht202512 v2.0, d.d. 6 mei 2025). Deze is als bijlage 6 toegevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing. In dit stikstofonderzoek is onderscheid gemaakt tussen de aanleg- en bouwfase en de gebruiksfase van het project. Aanleg- en bouwfase Om te bepalen of de aanleg- en bouwfase een effect heeft op de Natura-2000gebiede zijn voor deze fase alle te verwachten (tijdelijke) stikstofbronnen meegenomen. Daarbij zijn vervoersbewegingen (bouwverkeer) en alle in te zetten bouwmaterieel gemodelleerd (zie uitgangspunten aanlegfase, bijlage 6). Gebruiksfase Aangezien er in dit plan sprake is van nieuwbouw, wordt er gasloos gebouwd. Verwarming vind plaats door elektriciteit. De enige project gerelateerde stikstofbron in de gebruiksfase is zodoende de verkeersgeneratie van het project (zie uitgangspunten gebruiksfase, bijlage 6).

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

61

Omgevingsadvies en Landschap

Uitgevoerde Aerius-berekeningen Voor het opstellen van de stikstofdepositieberekening in de AERIUS Calculator is gekozen voor uitgangspunten volgens het worst-case principe. Met de invoer van dit worst case principe als uitgangspunt blijkt dat de stikstofdepositie, zowel voor de aanleg- en bouwfase als de gebruiksfase, kleiner is dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit betekent dat er met grote zekerheid kan worden aangenomen dat er geen significant negatief effect zal plaatsvinden op de omliggende natuur in de Natura2000-gebieden. In bijlage 6-1 is het advies van de ODA opgenomen. De conclusie is dat op grond van de worstcase, in de indicatieve berekening de significante depositie van reactief stikstof worden uitgesloten. Conclusie gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het GNN (geen externe werking). Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen de plangebieden en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden. Overige negatieve effecten kunnen ook worden uitgesloten. Wettelijke consequenties m.b.t.

soortbescherming: Door Econsultancy is een Quickscan Wet natuurbescherming op de planlocatie uitgevoerd. Deze is als Bijlage 4 toegevoegd. Resultaten Quickscan inzake soortenbescherming Huismus en Gierzwaluw Indien er op de onderzoekslocatie nestplaatsen van huismus of gierzwaluw aanwezig zijn, hetgeen op basis van de huidige informatie niet is uit te sluiten, zal de voorgenomen ingreep leiden tot overtreding van de wet natuurbescherming. Om vast te stellen of er broedgevallen van de huismus of de gierzwaluw op de onderzoekslocatie aanwezig zijn dient een vervolgonderzoek uitgevoerd te worden tijdens het broedseizoen van de soorten. Algemene broedvogels Ten aanzien van algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten, geldt dat indien werkzaamheden worden uitgevoerd buiten het broedseizoen, er geen overtreding van de wet natuurbescherming zal plaatsvinden. Voor het broedseizoen wordt volgens de wet natuurbescherming geen standaard periode gehanteerd maar hiervoor kan de periode maart tot half

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

62

Omgevingsadvies en Landschap

augustus worden gebruikt. Geldend is de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Vleermuizen De dakconstructie op de onderzoekslocatie is in principe geschikt als verblijfplaats oor vleermuizen. Gezien deze geschiktheid van de onderzoekslocatie, zal aanvullend onderzoek nodig zijn om de daadwerkelijke functie en gebruik van deze locatie door vleermuizen te kunnen vaststellen. Soorten die moeten worden onderzocht zijn gebouw bewonende soorten als gewone dwergvleermuis, laat-vlieger en ruige dwergvleermuis. Dit aanvullende onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het protocol voor vleermuisonderzoek (Netwerk Groene Bureaus). Dit houdt in dat er in de periode april tot en met september een aantal veldbezoeken uitgevoerd dient te worden. Aan de hand van de uitkomsten van deze onderzoeken kan worden vastgesteld of er overtreding van de wet natuurbescherming zal plaatsvinden bij de uit te voeren werkzaamheden van dit project. Voor een volledige weergave wordt verwezen naar bijlage 4. Nader onderzoek Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen, 2021 In het kader van de zorgplicht (Art. 11.27, Bal) moet voorafgaand aan een ingreep, welke mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde diersoorten, een effectbeoordeling plaats vinden.

Omdat met een visuele inspectie, de functie en betekenis van de aanwezige bebouwing voor vleermuizen niet (volledig) vastgesteld kan worden, was gericht vervolgonderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek is in de zomer en nazomer van 2021 uitgevoerd. De rapportage is bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd als Bijlage 4-1 (nr. 15483A.004 versie D1, d.d. 28 september 2021). Voor de gevolgde onderzoeksmethodiek van het aanvullende ecologisch onderzoek wordt verwezen naar bijlage 4-1. Kort samengevat komen de resultaten van dit aanvullende ecologisch onderzoek neer op: Huismus De huismus valt onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming (Omgevingswet). Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Omdat de onderzoekslocatie geen beschermde functie heeft voor de huismus is er geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de huismus als gevolg van de werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

63

Omgevingsadvies en Landschap

uitgevoerd worden zonder verdere maatregelen te treffen ten aanzien van de huismus. Gierzwaluw De gierzwaluw is een beschermde diersoort als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. De nesten van gierzwaluwen zijn jaarrond beschermd. De verboden handelingen die van toepassing zijn, betreffen het opzettelijk doden of vangen van vogels, het opzettelijk verstoren van de vogels en beschadigen of vernielen van nest, eieren en rustplaatsen. Uit het verrichte onderzoek is gebleken dat er geen gierzwaluwen op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is daarom geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de gierzwaluw. De werkzaamheden kunnen daarom uitgevoerd worden zonder daarbij vaste rust- of voortplantingsplaatsen van gierzwaluwen te verstoren, beschadigen of te vernielen. Er zijn daarom geen aanvullende maatregelen nodig bij de uitvoering van de werkzaamheden. Vleermuizen Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5. De verboden handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen.

Uit het verrichte onderzoek naar vleermuizen blijkt dat er geen beschermde functies op de planlocatie aanwezig zijn. De voorgenomen werkzaamheden zullen daarom niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen. Er zijn geen maatregelen noodzakelijk gedurende de werkzaamheden ten aanzien van vleermuizen. Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar Bijlage 4-1. Geactualiseerd onderzoek vleermuis en steenmarter, 2025 Aangezien het hierboven beschreven nader onderzoek in 2021 heeft plaatsgevonden en het te slopen pand reeds lange tijd leegstaat, is er in 2025 opnieuw onderzoek uitgevoerd naar de eventuele aanwezigheid van vleermuis en steenmarter. Dit onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen en steenmarter is uitgevoerd door Natuurbank Overijssel. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in Bijlage 4-2 achter deze onderbouwing. Kort samengevat luidt de conclusie van dit onderzoek: het onderzoek heeft aangetoond dat vleermuizen en steenmarter geen verblijfplaats bezetten in het onderzoeksgebied. Er hoeft met de sloop van het gebouw geen rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen of steenmarter in het gebouw.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

64

Omgevingsadvies en Landschap

Conclusie gebieds- en soortenbescherming Voor een volledige beschrijving van het Wet natuurbescherming wordt verwezen naar Bijlagen 4, 4-1 en 4-2. Voor een volledige beschrijving van het stikstofonderzoek wordt verwezen naar Bijlage 6. Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het GNN (geen externe werking). Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen de plangebieden en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000gebied, op voorhand uitgesloten worden. Overige negatieve effecten kunnen ook worden uitgesloten. Het uitgevoerde stikstofonderzoek toont in de worst-case situatie aan dat een negatief effect door de stikstofemissie ten gevolge van het project, ook kan worden uitgesloten. Soortenbescherming Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren, amfibieën of vogels gedood. De natuur(bescherming) vormt geen belemmering voor de sloop van het gebouw, de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan en de te verlenen omgevingsvergunning.

5.10

Cultureel erfgoed en archeologie

(Wettelijk) kader De Erfgoedwet bevat de implementatie in de Nederlandse wetgeving van het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed, (ook wel het verdrag van Malta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het Verdrag in 1992 door verschillende EU-lidstaten is ondertekend). De Erfgoedwet verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden, rekening te houden met de in de bodem aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

65

Omgevingsadvies en Landschap

IWAK en AMK Archeologische waarden zijn in Nederland veelal onzichtbaar, omdat ze grotendeels verborgen liggen in de bodem, waardoor ze niet eenvoudig te karteren zijn. Voor de onbekende waarden heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IWAK) opgesteld. Voor de bekende waarden is de Archeologische Monumentenkaart (AMK) opgesteld. Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient door te werken in het bestemmingsplan. Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren.

Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan/ omgevingsplan geregeld.

Onderzoek Binnen het bestemmingsplan (dat onderdeel is van Omgevingsplan gemeente Oost Gelre), ‘Woonwijken Lichtenvoorde’ (vastgesteld op 8 oktober 2013) is voor de Schatbergstraat 81 de enkelbestemming ‘Maatschappelijk” opgenomen, met daarbij een functieaanduiding ‘onderwijs’. Ook gelden de enkelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde 2’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Verder is een bouwvlak opgenomen en is er met betrekking tot de maatvoering het volgende opgenomen: - Maximum bouwhoogte: 10 m.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

66

Omgevingsadvies en Landschap

Figuur 22: uitsnede uit bestemmingsplan ‘Woonwijken Lichtenvoorde’, opgenomen in Omgevingsplan gemeente Oost Gelre. In rood om het plangebied. Binnen het bestemmingsplan “Parapluplan Archeologie” (vastgesteld d.d. 22 februari 2022, tevens onderdeel van Omgevingsplan gemeente Oost Gelre) is voor de Schatbergstraat 81 een archeologische waarde opgenomen: - ‘Waarde – Archeologisch verwachtingsgebied 2’ (zie figuur 24); Een ‘Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2’, houdt in dat er voor werkzaamheden dieper dan 40 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 250 m2, een vergunningplicht geldt.

Figuur 24: uitsnede uit bestemmingsplan ‘Parapluplan Archeologie’, opgenomen in Omgevingsplan gemeente Oost Gelre.

Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

67

Omgevingsadvies en Landschap

Ingevolge bovenstaande archeologische waarden is door Econsultancy een Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn als bijlage 5 toegevoegd. Kort samengevat luidt het advies uit dit onderzoek: Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m de Middeleeuwen. Het plangebied ligt namelijk op de zuidflank van een dekzandrug van aanzienlijke omvang, waar ook het merendeel van de bebouwde kom van Lichtenvoorde op ligt. Deze dekzandruggen hadden een gunstige ligging voor Jager-Verzamelaars (LaatPaleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). Ook voor Landbouwers waren de dekzandruggen de meest gunstige locaties. De grootte van de dekzandruggen vormde voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden. Tevens zijn deze gronden voor langere tijd in gebruik geweest als oude bouwlandgronden die direct buiten de dorpskern van Lichtenvoorde lagen (worden ook wel aangeduid als enken, essen of kampen). Wel is het zo dat er binnen het onderzoeksgebied geen archeologische complexen bekend zijn, en dat bij geen van de uitgevoerde onderzoeken zijn archeologische vindplaatsen aangetroffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16600464/1