Bijlage 1 transitievisie warmte oost gelre
Tekst van het document
Dit kan door goed te isoleren en door gebruik te maken van een hybride warmtepomp in combinatie met een HR ketel. Hierbij zorgt elektriciteit voor verwarming op de warme dagen en wordt alleen het groen gas gebruikt als het buiten te koud is of voor verwarming van tapwater.
Productie van deze groene waterstof vindt op dit moment nog nauwelijks plaats. Of en hoe de productie en het gebruik van groene waterstof zich gaat ontwikkelen is nog onbekend. Waarschijnlijk wordt een groot deel van de groene waterstofproductie door de industrie en mobiliteitssector gebruikt. Of en hoeveel er voor de gebouwen overblijft en tegen welke prijs is nog onzeker. Wij houden daarom de optie voor waterstofgas in de toekomst zeker open, maar kiezen daar waar andere opties beschikbaar zijn voor andere, meer toekomst zekere alternatieven voor aardgas. Andere alternatieven Naast bovengenoemde technieken zijn er nog andere alternatieven voor aardgas beschikbaar. Dit zijn veelal alternatieven die op individueel niveau en kleine schaal worden toegepast en nog in ontwikkeling zijn. Deze alternatieven worden daarom nooit voor een gehele wijk aangewezen, maar bieden op individueel niveau en op termijn mogelijk wel uitkomsten. Het gaat bijvoorbeeld om Triple Solar waarbij PVT panelen worden gecombineerd met een warmtepomp, de individuele hoogtemperatuurwarmtepomp, zonnecollectoren i.c.m. een Hocosto of andere kleinschalige opslag, warmte uit melk of zeer lokale biomassa zoals mestbriquetten of snoeiafval inzetten in biomassaketels.
Dit zijn technieken die de komende jaren verder zullen ontwikkelen of die alleen in specifieke (landelijke) gebieden kunnen worden ingezet en door de bewoner zelf overwogen kunnen worden.
Waterstofgas - gas Waterstofgas is geen bron die van nature voorkomt. Waterstof ontstaat op dit moment vooral door een chemische reactie waarbij aardgas wordt omgezet naar waterstof en CO2. Waterstof kan echter ook duurzaam worden verkregen door met veel elektriciteit water te splitsen, waarbij waterstof en zuurstof vrijkomt. In dit laatste geval waarbij alleen gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energie spreken we over groene waterstof, een geschikt duurzaam alternatief voor aardgas.
66
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
Bijlage 3: Nationale marktrijpheid technieken
De weergegeven marktrijpheid betreft een landelijk beeld, en is niet specifiek toegespitst op de gemeente Oost Gelre.
67
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
Bijlage 4: Relatie bouwjaren en isolatiewaarde Het bouwjaar van een gebouw geeft een inschatting van de mate van isolatie en daarmee de geschiktheid voor HT-, MT- of LT-alternatieven. Over het algemeen geldt: hoe ouder een gebouw, hoe slechter de isolatiewaarde en hoe hoger de benodigde temperatuur om een gebouw te verwarmen. Energielabels geven een accuratere inschatting van de isolatiewaarde van een woning ten opzichte van het bouwjaar, maar niet van alle gebouwen is het energielabel bekend of actueel. Hieronder geven we per bouwperiode weer wat in de basis de benodigde isolatiemaatregelen zijn en welke warmtebron het beste past bij deze woningen. Bij onderstaande informatie is uitgegaan van gemiddelden. Het kan zijn dat een individuele woning uit een bepaald bouwjaar beter of slechter presteert dan de genoemde gemiddelde prestaties. Bestaande isolatie kan bijvoorbeeld slecht aangebracht zijn of degradeert na verloop van jaren, waardoor het een deel van de isolatiewaarde verliest. Woningen voor 1980 - Voor woningen van voor 1980 is het nodig om de woning beter te isoleren om van LT-warmte gebruik te kunnen maken. Echter lopen de kosten van isolatie voor dit soort huizen snel op. Hierdoor kan het kostenefficiënter zijn om van een andere bron gebruik te maken (HT).
Woningen van 1980 tot 1992 - Voor woningen van na 1980, maar voor 1992, is er een minimale isolatie van 5 cm in de spouwmuren aanwezig. De woningen hebben gemiddeld een Rc-waarde van 1,5. De Rc-waarde geeft het totale isolerende vermogen van een gebouw weer. Rc staat voor Resistance of Construction, oftewel warmteweerstand. Bij deze
woningen is het vaak voldoende om de vloer, de ramen en het dak extra te isoleren om naar LT-warmte over te gaan. Er dient dan ook een groter warmteafgifteoppervlak te worden gecreëerd. Vaak zit de spouwmuur van deze woningen al bijna vol met isolatie waardoor het navullen hiervan wel zinvol is, maar minder bijdraagt dan de reeds aanwezige isolatie. Hierdoor is de terugverdientijd van muurisolatie voor dit soort woningen een stuk langer. Woningen vanaf 1992 - Dankzij de invoer van het bouwbesluit van 1992 zijn woningen met een bouwjaar van 1992 of later relatief goed geïsoleerd of ‘eenvoudiger’ te isoleren. Het bouwbesluit schrijft minimale isolatie standaarden voor. Zo is er een minimale Rc-waarde voor gevels, ramen en vloeren van 2,5. Dit houdt onder andere in dat panden gebouwd onder het Bouwbesluit 1992 voorzien zijn van een gevulde spouwmuur en dubbel glas. Aanvullende isolatie en aanpassingen elders in het gebouw zijn wel aan te bevelen. Dit gaat voornamelijk om, wanneer het moment daar is, dubbel glas te vervangen door minimaal HR++ en idealiter HR+++ glas. Daarnaast zijn er voldoende grote warmteafgifteoppervlakten nodig (zoals grotere radiatoren, convectoren of vloerverwarming) om LT mogelijk te maken. Nieuwbouw - Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie (VET) in werking getreden en geldt dat alle nieuwbouwwoningen aardgasvrij moeten zijn.
Omdat nieuwbouwwoningen zeer goed geïsoleerd zijn, kunnen deze goed aangesloten worden op een LT-warmtenet of retourleiding van een MT- of HT-warmtenet, als deze beschikbaar is. Als een warmtenet niet mogelijk is, dan zijn deze woningen zeer geschikt voor een all-electric oplossing (warmtepomp). Wat is goede isolatie? In de onderstaande tabel geven we weer wat voor Rc-waardes we verstaan onder slechte, gemiddelde of goede isolatie. Mate van isolatie Geen/slecht Matig Redelijk Goed
Dikte isolatiemateriaal of Rc-waarde van vloer, muren en dak 0-3 cm of een Rc-waarde < 1,0 5-7 cm of een Rc-waarde van 1,0 - 1,7 8-12 cm of een Rc-waarde van 2,2 - 2,9 13 cm of meer of een Rc-waarde > 3,5
Type ramen Enkel glas Dubbel glas HR++ glas HR+++ glas
68
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
Bijlage 5: Theoretische potentie bronnen De grafiek hiernaast laat een overzicht zien van de theoretische potentie aan warmte uit de verschillende bronnen in de gemeente. De potenties zijn uitgedrukt in woonequivalenten en uitgezet tegen het totaal aantal woonequivalenten in de gemeente, inclusief utiliteitspanden. Voor de laagtemperatuurbronnen is de potentie uitgedrukt in combinatie met een warmtepomp. Zonthermie en warmte uit de lucht zijn niet in de grafiek opgenomen omdat deze potenties ruim voldoende zijn en slechts worden gelimiteerd door het beschikbare oppervlakte voor zonnecollectoren en luchtwarmtepompen.
worden door het aantal woningen dat geschikt is om aan te sluiten op een TEO warmtenet. Ditzelfde geldt voor TEA van de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Lichtenvoorde.
Een woningequivalent is een eenheid om woningen en andere gebouwen met elkaar te vergelijken. Eén woningequivalent is het gemiddelde warmteverbruik per jaar van een gemiddelde woning in Nederland. Om het warmteverbruik van woningen en gebouwen te kunnen vergelijken, wordt het energieverbruik van gebouwen omgerekend naar woningequivalenten. De data komt uit openbare databronnen van RvO (Georegister) en STOWA en betreft de maximale theoretische potentie. Dit betekent dat deze potenties ons richting geven maar de werkelijke inzetbare potentie hiervan af zal wijken. Voor biogas bijvoorbeeld komt 30% van de potentie uit mest en 70% uit akkerbouwreststromen. De potentie van biogas uit het slib van de rioolwaterzuiveringsinstallatie bij Lichtenvoorde is onbekend. Het is nog onduidelijk wat er nu met deze mest, akkerbouwrestromen en slib gebeurt. In werkelijkheid zal niet al deze biomassa verzamelt en vergist kunnen worden zowel uit financiële als logistieke overwegingen. De potentie van TEO is grotendeels gelokaliseerd rondom Groenlo maar zal in werkelijkheid gelimiteerd
69
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
Bijlage 6: Buurten per categorie Categorie routekaart
Buurtnamen
Bedrijventerreinen/ industriegebieden
Brandemate
Buitengebied Groenlo Buitengebied
Den Sliem Laarberg Lindebrook De Kamp Zuid Nieuwe Kamp Oude Kamp
Kleine kernen
Bebouwde kom Lievelde Bebouwde kom Harreveld Bebouwde kom Zieuwent Bebouwde kom Marienvelde Zwolle Bebouwde kom Vragender
Buitengebied Lichtenvoorde Buitengebied Harreveld Buitengebied Zieuwent Buitengebied Lievelde Buitengebied Vragender Buitengebied Groenlo Buitengebied Marienvelde Noordrand
Oude buurten, gemengde functie, gemengde jaren Centrum Groenlo
Binnenstad Groenlo
Molenberg (centrum)
Broek
Centrum
Groenlo-Zuid oude deel Gebouwd na 1992 Groenlo Kunne, Hartreize, Brouwhuizen, nieuwbouw Zuidwest Lichtenvoorde en zuid Groenlo (clustering na 1992) Recreatieterrein Marveld
Hartreize Groenlo-Zuid nieuwe deel Marveld Zuid-West Flierbeek
70
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
Seriematige jaren 60/70 bouw en jaren 80 bouw gemengd Groenlo - Noord west, 1945-1991, seriematig
Noord-West
Groenlo Muziekbuurt jaren 60-70
Oosteres
Groenlo rijwoningen huur
Broekdijk
Lichtenvoorde: zwembad, gemeentehuis, tennis en voetbalver. Hooiland
Het Blik Hooiland 't Zand Banninghof Papendijk Den Esch Veld Oost Veld West Schatberg
71
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
Bijlage 7: Achtergronddocument weging criteria analyse In de Transitievisie Warmte (TVW) van de gemeente Oost Gelre wordt de routekaart voor de warmtetransitie in de gemeente gepresenteerd. Hierin wordt vermeld wat de startwijken of -gebieden zijn waar we voor 2030 aan de slag willen met de transitie naar duurzame warmtebronnen. Door de oogharen heen kijken we ook naar logische en passende oplossingen richting 2050. Voor de langere termijn hebben we al wel inzicht in welke techniek het meest passend lijkt, maar is de planning nog niet bekend. De routekaart wordt opgesteld aan de hand van een uitgebreide analyse in de vorm van een atlas die is opgesteld door Over Morgen en data uit de PBL Startanalyse. In verschillende (routekaart) sessies hebben we gezamenlijk met de stakeholders meer betekenis gegeven aan deze data. Vervolgens is er per criterium bepaald hoe zwaar we dat criterium willen laten meetellen. Deze bijlage dient als achtergronddocument bij de gemaakte afwegingen en keuzes. Weging criteria bij prioritering startwijken warmtetransitie Thema en themabeschrijving
Weging
Achtergrond
Kosteneffectiviteit warmteoptie Dit criterium laat zien welke buurten het meest kosteneffectief van aardgas afgehaald kunnen worden. Hoe
Extra zwaar meewegen
De buurten worden toebedeeld aan een score tot en met tien, gericht op een onrendabele top. De buurten die hierin naar voren komen zijn onder andere Schatberg, bedrijventerrein Brandemat. We
lager de laagst maatschappelijke kosten, hoe gemakkelijker een buurt aardgasvrij te maken is.
kunnen moeilijk inschatten waarom de onrendabele top in deze buurten zo hoog is in relatie tot andere buurten. Wel vinden we kosten een belangrijk aspect en willen we dit zwaar laten meewegen. Deze keuze komt voort uit alle sessies die zijn georganiseerd in het kader van de Transitievisie Warmte, waaronder de sessie met de projectgroep. De keuze voor de weging ‘extra zwaar’ vinden we hier het meest passend.
Warmteoptie-consensus warmtemodellen Komt er uit de modellen dezelfde warmteoptie met de laagste nationale kosten naar voren? Buurten met meer consensus zijn daardoor robuuster qua resultaat. Er kan beoordeeld worden waar de uitslagen qua kosteneffectiviteit van strategieën het meest duidelijk zijn.
Niet meewegen
We besluiten dit criterium niet mee te laten wegen. De verschillen tussen de modellen zijn in werkelijkheid klein. De vergelijking tussen beide modellen vinden we wel relevant, maar wordt uitgevoerd door de specialist van TAUW en is op deze wijze indirect al van invloed op de techniekkeuze. We vinden echter niet dat we verschillen in de warmte-optie consensus van de warmtemodellen moeten laten meewegen in de planning en het bepalen van de startwijken en gebieden. We onderbouwen dit apart.
Homogeen eigenaarschap In buurten waar een relatief beperkt aantal partijen een groot deel van het vastgoed bezit, wordt het contracteren van de warmtevraag eenvoudiger omdat er maar met een beperkt aantal partijen afspraken hoeven te worden gemaakt.
Zwaar meewegen
Bij dit criterium gaat het om het percentage woningcorporatiebezit, wederom wordt er een getal tussen 0-10 toebedeeld. We willen in oost Gelre de woningcorporaties als startmotor inzetten op de warmtetransitie vorm te geven in de gemeente. Tegelijkertijd wordt vanuit de woningcorporaties aangegeven dat er wel een wisselwerking tussen gemeente en woningcorporatie moet zijn, in afstemming met de netbeheerder.
72
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
We laten dit criterium zwaar meewegen, mede gebaseerd op de uitkomsten van de routekaartsessie. Uniformiteit wijk gelijksoortige woningen Een wijk of buurt waar veel gelijksoortige woningen staan, maakt het mogelijk om tot een eenduidige aanpak te komen waardoor het bereiken van schaalgrootte eenvoudiger is en daarmee kostenefficiënter.
Gasnet - afschrijving van het gasnet & grondroerdersgevoelige leidingen De voorkeur van Liander voor het starten in bepaalde buurten wordt mede bepaald door de mate waarin het gasnet is afgeschreven en het voorkomen van grondroerdersgevoelige leidingen.
Zwaar meewegen
Niet meewegen
Als woningen meer uniform zijn kan het efficiënt zijn om deze gezamenlijk op te pakken. Dit is financieel een voordeel. Dat kan bijvoorbeeld voor jaren ‘70 bouw. WTM kijkt naar het percentage woningen uit hetzelfde bouwjaar. Die keuze is begrijpelijk, maar het bouwjaar alleen zegt weinig over het type woningen. We weten dus niet of bijvoorbeeld de spouw van de woningen even breed is. We verwachten dat we er veel ingezet moet worden op individuele oplossingen in de gemeente Oost Gelre. Het projectmatig oppakken van individuele oplossingen kan daarbij goed zijn. Zo kunnen collectieve inkoopacties in deze gemeente bijvoorbeeld goed werken. In de kern kunnen we dan uitgaan van een zelfde soort aanpak, waarbij ook de communicatie (boodschap) richting ondernemers en inwoners kan overeenkomen. Dit criterium laten wij dus zwaar meewegen. Delen van het gasnet zijn (sterk) verouderd in de gemeente. Volgens Liander zijn er echter geen delen van het gasnet afgeschreven, waarvoor de grond open moet voor een vervangingsopgave. Vandaar dat we dit criterium niet willen laten meewegen.
Agenda buurtontwikkeling Is er transformatie of grootschalige nieuwbouw gepland. In welke buurten of buurten wordt begonnen om deze te herontwikkeling, op te waarderen en toekomstbestendig te maken?
Licht meewegen
Aandachtspunt bij dit criterium is dat het hier gaat om percentages. Dit kan een vertekend beeld geven in de (zeer) kleine kernen en het buitengebied. Daarnaast sluit ‘grootschalige’ nieuwbouw niet aan op de plannen die we nu voor ons zien in de gemeente, van 10-20 nieuwe woningen en wordt er geen grote bevolkingstoename in de regio op de langere termijn verwacht. Op basis van deze kanttekeningen en gebaseerd op de uitkomsten van de routekaartsessie bepalen we daarom dat dit criterium licht meeweegt.
Investeringsagenda infrastructuur Om kansen in kaart brengen om werk-met-werk te maken bij de aanleg van nieuwe warmteinfrastructuur is afstemming met planningen voor vervangingen of onderhoudswerkzaamheden aan rioleringen en wegen nodig.
Licht meewegen
We willen rekening houden met het weg- en rioleringsonderhoud, bijvoorbeeld bij de kern van Lichtenvoorde. We zien dit als relevante koppelkans, ook gerelateerd aan de verzwaring van het net. Belangrijk aandachtspunt is echter de planning van de werkzaamheden. In de investeringsagenda wordt slechts voor een paar jaar vooruitgekeken. Dat is voor de Transitievisie Warmte een (te) korte termijn om mee rekening te houden in de planning. Daarom laten we deze licht mee wegen. Side note: meekoppelkansen vinden we belangrijk, maar het gaat uiteindelijk om de kosten en efficiëntie. We willen kijken naar wat logisch is vanuit bronnen en de ‘harde kant’ van de warmtetransitie: geredeneerd vanuit bebouwingsdichtheid. Tegelijk stelt ook de techniekkeuze beperkingen
73
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
aan de planning. Omdat we in Oost Gelre veelal individuele oplossingen zien, kijken we sneller naar de langere termijn (natuurlijke momenten). Dat kan vragen om andersom te redeneren: we gaan hier aan de slag en laten plannen op het gebied van riolering en vervanging van wegen volgen op de werkzaamheden rondom de warmtetransitie (evenals de opgaven voor klimaatadaptatie). Dit vraagt om veel afstemming binnen de gemeente. Wanneer richting de WUP’s het concreter wordt waar we (als eerste) aan de slag gaan, dan is deze afstemming helemaal belangrijk. Aandachtspunt is het risico dat partijen op elkaar gaan wachten: de netbeheerder mag niet verzwaren tot er plannen zijn volgens de huidige wetgeving (zal dit gaan veranderen in de toekomst?), de gemeente wacht op de woningcorporatie, de corporatie kijkt naar de gemeente, etc. Investeringsagenda vastgoedeigenaren De natuurlijke investeringsmomenten van lokale vastgoedeigenaren met betrekking tot het renoveren van vastgoed en/of sloop- en nieuwbouwplannen.
Niet meewegen
Het gaat hierbij voornamelijk om de plannen van de woningbouwcorporaties. Deze zijn echter niet bekend/openbaar. Daarom kiezen we ervoor om dit criterium niet mee te laten tellen. Echter, we vinden dit wel een belangrijk criterium en de plannen zijn er óók. Dat vraagt om een gesprek met corporaties: we snappen dat jullie nog niet de agenda willen delen gezien bewonerscommunicatie en gevoelige informatie, maar we vinden het wel een belangrijk criterium en hopen dat jullie mee
willen denken in de warmtetransitie. Als actie voor het vervolg willen we daarom de routekaart (in de concept Transitievisie Warmte) voorleggen aan de woningcorporaties en hen hierop laten reageren. Aandacht – collectief Zijn er burgerinitiatieven of energie-corporaties actief in de buurt? Er is gekeken naar de aanwezigheid van buurtinitiatieven op het thema duurzaamheid. Buurten krijgen een maximale score toegekend als er een initiatief aanwezig is, overige buurten krijgen 0 punten. Aandacht – individueel Zijn inwoners bezig met overwegen van aardgasvrije opties? In de analyse is hiervoor de aanwezigheid van zonnepanelen op woningen meegenomen.
Zwaar meewegen
Bij dit criterium is te zien dat alleen de wijk Hooiland is doorgegeven door Agem. (Deels onbewust) hebben wij dit criterium zwaar laten meewegen in de routekaartsessie. We willen dit criterium even zwaar laten meewegen als de individuele aandacht/initiatieven en wegen daarom dit criterium zwaar mee.
Zwaar meewegen
Bij dit criterium gaat het om de zonnepanelen op het dak, het (geschatte) percentage woningen dat een stap heeft gemaakt van 2 energielabels en de aanvraag duurzaamheidsleningen. Dit criterium willen we nuanceren: de andere gemeenten werken met het Energieloket en die kunnen dit projecteren op postcodeniveau. Ook Oost Gelre heeft veel leningen verstrekt, maar dat is niet op de kaart geprojecteerd. We weten wel de aantallen, maar niet de regionale verdeeldheid. Dat geldt ook voor de subsidieregeling. Mogelijk zijn er patronen te herkennen in de collega’s ( van de gemeente) die deze leningen hebben uitgegeven, dan kunnen we hier rekening mee houden. Het percentage zonnepanelen vinden we in elk geval belangrijk: ‘het steekt elkaar aan!’ De (sociale) wisselwerking tussen inwoners is van grote invloed.
74
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
Dat kan ook verklaren dat de kleine kernen op de kaart naar voren springen wat dat betreft. We willen dit criterium zwaar laten meewegen. Mogelijkheid Hierbij gaat het om de vraag of inwoners praktisch in staat zijn om aardgasvrije maatregelen te nemen. In de analyse is hiervoor het inkomen van de inwoners als indicator meegenomen. Daarnaast is gekeken naar de aanwezigheid van sociale minima.
Licht meewegen
Dit criterium is mede gebaseerd op inkomen. We willen hiermee oppassen, ook politiek gezien. We zien een risico op stigmatisering: ‘hoe gaat de overheid om met de lagere inkomens klassen?’ ‘Zijn de hogere inkomensklassen investeringsbereid?’ ‘Willen we starten om sociale redenen bij de lagere inkomens?’ We ervaren dit als omstreden: dit beschouwen we als politieke keuzes en laten we daarom alleen licht meewegen.
Intentie Zijn inwoners bereid om te investeren in aardgasvrije maatregelen? De indicatoren die hier een rol spelen zijn opleidingsniveau, honkvastheid en de eigendomssituatie van de woning.
Licht meewegen
Dit criterium gaat om honkvastigheid, opleidingsniveau en het percentage koopwoningen. Ook dit ervaren wij als enigszins omstreden. Woningduur vinden we een relevant sub criterium: als je ergens langer woont ben je waarschijnlijk meer bereid te investeren, maar bij de andere factoren hebben we meer twijfels. Het zou prettig zijn als we dit criterium op konden splitsen: daarvoor kunnen we wel mogelijk zelf een aparte uitsnede uit de kaart krijgen. De variatie in de kaart is echter klein: 48-64%... daarom zien we voornamelijk reden om dit criterium licht te laten meewegen.
75
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
Bijlage 8: communicatie- en participatieplan
76
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
77
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
78
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
79
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
80
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
81
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
82
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
83
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
84
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
85
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
86
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
Bijlage 9: Verduurzamen referentiewoningen (handelingsperspectief) Het verduurzamen van woningen is maatwerk. De mogelijkheden zijn afhankelijk van de beginstatus van de woning. Zoals eerder aangegeven, bepaalt het bouwjaar in grote mate wat er nodig en mogelijk is bij het isoleren van een woning. Daarnaast bepaalt het type pand, gebruik en de locatie welke specifieke kansen er zijn met betrekking tot de warmtetechniek en of er gezamenlijk met buren verduurzaamd kan worden (de organisatie). In deze paragraaf bekijken we enkele woningen die kenmerkend zijn voor de gemeente. We bekijken welke uitdagingen en kansen er zijn voor deze specifieke woningen. Referentiewoningen in Oost Gelre Oost Gelre bestaat uit acht kernen, waarvan Groenlo en Lichtenvoorde de grootste zijn, en een groot buitengebied. In de dorpskernen staan veel zeer oude, vooroorlogse panden en in de meeste dorpskernen zijn meerdere monumenten te vinden. Daaromheen zien we jongere wijken met panden uit de jaren 60/70 en jonger. De bouwjaren van de panden in de lintbebouwing en het buitengebied zijn zeer gevarieerd. Om de inwoners van Oost Gelre een eerste idee te geven van de verduurzamingsopgave hebben we vijf referentiepanden gedefinieerd. Onder deze referentiepanden kunnen een groot deel van de woningen en gebouwen in de gemeente geschaard worden. De referentiewoningen zijn:
1. 2. 3. 4. 5.
Oude boerderij en/of vrijstaande woning in het buitengebied Monumenten en/of vooroorlogse panden dorpskern Gelijksoortige jaren ‘60-‘70 woningen in de dorpen Jongere dorpsranden vanaf late jaren ‘80 Utiliteitsbouw (mix van nieuw en oud)
Per gebouwtype beschrijven we de kernmerken, uitdagingen en kansen rondom verduurzaming. Oude boerderij/vrijstaande woning in het buitengebied In het buitengebied zien we veel oude woningen, veelal grote boerderijen. Deze vrijstaande panden hebben vaak geen, of nauwelijks isolatie. Dit betekent dat dak, vloer en muren moeten worden geïsoleerd en enkel glas vervangen moet worden door minimaal HR++ glas. Dit is een lastige en dure opgave. Dat komt doordat de muren meestal geen spouw hebben, de vloeren geen kruipruimte en de daken en geveloppervlakten groot zijn. Het isoleren zal daarom moeten gebeuren op momenten dat inwoners al iets aanpakken in de woning en een logische combinatie kan worden gemaakt met het treffen van isolatiemaatregelen. Voor grotere vrijstaande woningen kan het ook een goede keuze zijn om alleen het leefgedeelte van de woning te isoleren. De geschikte duurzame alternatieven voor aardgas voor dit type woning in Oost Gelre zijn de hybride warmtepomp of individuele hoogtemperatuurwarmtetechnieken. Deze laatste technieken zijn nog in ontwikkeling. Voorbeelden hiervan zijn groengas (hr-ketel), hoogtemperatuur individuele warmtepompen of zonnecollectoren met opslag in een Hocosto. De hybride warmtepomp kan nu al worden toegepast en kan worden gecombineerd met de bestaande warmtetechniek(en) in de woning.
De hybride warmtepomp kan gecombineerd worden met een hr-ketel op aardgas of een hout- of gaskachel. Voordat de overstap gemaakt kan worden moet de woning (of het leefgedeelte) wel minimaal een isolatiewaarde hebben overeenkomstig met schillabel D, liever hoger. Anders wordt alsnog het merendeel van de tijd op gas gestookt. Houd er rekening mee dat de warmtepomp in de buurt van de hr-ketel moet komen. Daarnaast komt buiten een apparaat dat qua formaat en uiterlijk vergelijkbaar is met een
87
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
airco. Naast de combinatie aardgas hr-ketel en hybride warmtepomp kan een hybride warmtepomp ook prima gecombineerd worden met een hout- of gaskachel als dat reeds aanwezig is in de woning. Soms kan er warmte gewonnen worden op het terrein zelf. Denk bijvoorbeeld aan biogas uit mest of warmte uit melk. Een andere bijzondere kans voor dergelijk woningen is de ruimte. Er is vaak veel ruimte voor zonne-opwek. Het combineren van eigen zonne-opwek met een warmtesysteem die om elektriciteit vraagt zoals een hybride warmtepomp of hoogtemperatuur warmtepomp, biedt financieel voordeel. Uitdagingen en kansen oude boerderijen/vrijstaande woningen in het buitengebied Uitdagingen - Slechte isolatiewaarde - Geen spouw of kruipruimte aanwezig - Groot dak, gevel en vloeroppervlak om te isoleren - Weinig opties voor collectieve warmtesystemen of een collectieve aanpak Kansen + Groot dakoppervlak, dus mogelijkheden voor zonne-opwek + Alleen leefgedeelte isoleren + Specifieke warmtebronnen voor buitengebied zoals biogas uit mest of warmte uit melk
De schil (de schil bestaat uit het dak, gevel en kozijnen) van deze panden komt overeen met de schil van de oude panden in het buitengebied: de isolatiewaarde is erg slecht en de panden hebben vaak geen spouwmuur of kruipruimte. Daarnaast betekent de monumentale status dat er specifieke eisen worden gesteld aan het veranderen van de constructie of het plaatsen van zichtbare warmtesystemen en moet er vaak een omgevingsvergunning aangevraagd worden. Uit onderzoek van het Erfgoed Oost Achterhoek blijkt echter dat ondanks de technische uitdagingen van deze panden, verduurzamen tot label B of zelfs A in veel gevallen goed mogelijk is en tegen aanvaardbare terugverdientijden. Zo kan een bewoner er voor kiezen om niet de woonkamer te vestigen in het woongedeelte met de hoogste monumentale interieurwaarde maar in een ander deel dat beter te isoleren is. Voor een klein deel van deze panden zal vergaande naisolatie te kostbaar of uitdagend zijn. Het zijn deze panden waar groengas of individuele hoogtemperatuur warmtepompen mogelijk een oplossing kunnen bieden. De mogelijkheden wat betreft isolatie moeten per pand worden vastgesteld. Hier kan de bewoner ondersteuning bij krijgen via Erfgoed Oost Achterhoek in de vorm van keukentafelgesprekken.
Andere informatiepunten voor monumenteigenaren zijn het Gelders Genootschap, het restauratiefonds, de Gelderse Erfgoed Alliantie en Monumentenwacht. Voor zowel Rijks- als gemeentemonumenten is er extra financiële ondersteuning. Lees meer in hoofdstuk 6 over de vergoedingsvrije leningen en regionale fondsen voor monumenten.
Vooroorlogse panden in de dorpskernen (waaronder monumenten) In de dorpskernen zien we veel zeer oude panden. Met name in Groenlo en Lichtenvoorde heeft een deel daarvan een monumentale status. De panden zijn vaak utiliteitsbouw, zoals winkels, maar er zijn ook woningen binnen deze categorie.
88
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
Uitdagingen en kansen monumenten of oude panden in de dorpskernen Uitdagingen - Slechte isolatiewaarde - Geen spouw of kruipruimte aanwezig - Beperkingen in maatregelen die constructie of esthetische waarde van het pand beïnvloeden Kansen + Gemeentelijke, provinciale en landelijke adviesorganen gericht op monumenten + Leningen voor monumenten
Gelijksoortige jaren 60-70 woningen in de dorpen Rondom de dorpskernen zien we veel straten met rijtjeswoningen of twee-onder-één-kap die in éénzelfde bouwperiode zijn opgetrokken. Veelal komen deze woningen uit de jaren 60-70. In deze periode zijn in het gehele land veel woningen in een korte tijd gebouwd en is er veel homogeniteit in de bouwkenmerken door systeembouw en prefab. Voor veel straten in Oost Gelre zijn de woningen identiek. Het zijn deze jaren 60/70 woningen in Lichtenvoorde en Groenlo waar de woningcorporaties ProWonen en De Woonplaats veel bezit hebben. Die homogeniteit in bouw en de aanwezigheid van de woningcorporaties biedt kansen voor het gezamenlijk of projectmatig isoleren van de woningen en/of inkopen van warmtepompen of zonnepanelen. Sinds 1965 worden er eisen gesteld aan de energetische kwaliteit van woningen. Toch werden de woningen naar huidige nieuwbouw maatstaven niet erg goed geïsoleerd. Er werd enkel glas geplaatst en slechts een klein deel van de daken en vloeren werd geïsoleerd. In deze woningen zie we ook veel ongeïsoleerde betonnen vloeren. Wel zijn de woningen voorzien van een spouw en kruipruimte. Na-isolatie van de
spouwmuur, vloer en dak geeft extra verbetering en resulteert vaak in een label B. De woningen hebben meestal al dubbel glas dat is geplaatst door bewoners. Dubbel glas moet in de ruimtes die u het meest verwarmd (zoals woonkamer, keuken en badkamer) worden vervangen voor minimaal HR++ glas. Dit kan gedaan worden op het moment dat de bewoner de kozijnen gaat vervangen. De woningen binnen deze categorie in het bezit van woningcorporaties ProWonen en De Woonplaats zijn reeds of worden in de komende jaren geïsoleerd tot label B. In de gemeente zijn de hybride- of all-electric warmtepomp (waar kan) de meest geschikte warmtetechnieken voor deze woningen. Daarnaast zijn er mogelijk kansen voor warmtenetten uit TEO en TEA in Groenlo door de aanwezigheid van de Slinge, maar deze zijn beter realiseerbaar in combinatie met jongere bouw. De bouwdichtheid in de gemeente van deze buurten is niet bijzonder hoog maar voldoende voor lage temperatuur netten of kleine zeer lokale hoge temperatuur netten. Zowel voor de individuele als de collectieve technieken geldt dat er voordeel te behalen valt door samen met de buren of samen met de woningcorporatie de transitie te organiseren. Alle bewoners in een straat kunnen gezamenlijk hun woningen laten isoleren, of gezamenlijk warmtepompen (en zonnepanelen) aanschaffen.
Dit kunnen zij zelf organiseren maar kan ook in samenwerking met het Agem Energieloket. Dankzij de homogeniteit zijn de benodigde isolatiemaatregelen en vermogen van de warmtepomp hetzelfde. In samenwerking met de woningcorporatie kan er nog meer voordeel behaald worden door grootschalige inkoop. Voor bewoners van gespikkeld bezit met een kleine beurs is er extra financiële steun om hen mee te laten verduurzamen met de plannen van de woningcorporatie. Meer over deze Energiebespaarhypotheek is te vinden in hoofdstuk 6.
89
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
plaatsvindt, moeten grotere radiatoren of vloerverwarming worden Jongere dorpsranden met woningen vanaf de late jaren 80 Aan de buitenranden van dorpskernen zien we ook straten met jongere bouw vanaf de late jaren 80. Dit zijn hoofdzakelijk vrijstaande of 2-onder1-kap woningen. Vanaf 1992 is in het Bouwbesluit een eis opgenomen voor de isolatiewaarde van een nieuwbouwwoning. Hierdoor zijn woningen gebouwd vanaf 1992 vaak al goed geïsoleerd. Bij woningen gebouwd vóór 1992 varieert de isolatiewaarde aanzienlijk en moet deze per woning worden vastgesteld. In Nederland wordt daarom vaak een onderscheid gemaakt bij een techniekkeuze tussen woningen gebouwd ná 1992 en woningen gebouwd vóór 1992. In realiteit hoeft deze grens niet zo scherp te zijn en zijn ook veel woningen gebouwd na 1980 geschikt voor lage temperatuurwarmte wanneer vloer/kruipruimte, ramen en dak (op natuurlijke momenten) zijn na-geïsoleerd. Omdat deze woningen al betrekkelijk goed geïsoleerd zijn, kunnen zij mettertijd overstappen op lage temperatuur warmtetechnieken. In Oost Gelre kunnen de volgende laagtemperatuur warmtetechnieken worden toegepast: elektrische warmtepompen - individueel en kleine collectieven met diepere bodemlussen – en TEO en TEA netten voor respectievelijk Groenlo en Lichtenvoorde.
Het zijn met name deze jongere woningen aan de randen van Groenlo en Lichtenvoorde waar aquathermie warmtenetten een grotere kans van realisatie hebben omdat de businesscase gunstiger is voor woningen die gemakkelijker over kunnen op laagtemperatuurwarmte. Voor zowel de warmtenetten als individuele warmtepompen zijn de isolatiemaatregelen die getroffen moeten worden gelijk. Welk deel van de woning het beste geïsoleerd kan worden, verschilt per woning en kan worden nagevraagd bij het Agem Energieloket of een installateur.
Uitdagingen en kansen gelijksoortige jaren 60-70 woningen in de dorpen Uitdagingen - Gevel, vloer, dak en ramen moeten na-geïsoleerd worden - Inwoners met kleinere beurs wonen met name binnen deze categorie Kansen + Homogeniteit in bouwkenmerken biedt kansen voor collectieve inkoop en organisatie + Veel woningcorporatiebezit biedt kansen om samen te werken + Kunnen betrekkelijk snel over op hybride verwarming geplaatst. Daarnaast is er een zwaardere stroomaansluiting nodig, omdat een all-electric warmtepomp op koude dagen veel elektriciteit gebruikt. Ook moet de bewoner over gaan op koken op inductie als de bewoner van het gasnet afgekoppeld wil worden. Houd er rekening mee dat het deel van de warmtepomp dat in het huis geplaatst wordt, de grootte heeft van een koelkast. Dit komt door het voorraadvat voor warm water. De grootte, plaatsing en zichtbaarheid van de buitenunit is afhankelijk van of er gekozen wordt voor het gebruik van warmte uit de lucht of de bodem. Een nieuwe ontwikkeling in lage temperatuur individuele oplossingen is Triple Solar. Dit is een combinatie van PVT panelen en een warmtepomp. De techniek is nu nog betrekkelijk prijzig maar dit kan mogelijk veranderen in de toekomst. Deze combinatie resulteert in een beter rendement van de zonnepanelen en de warmtepomp heeft geen buitenunit met ventilator die geluid maakt.
Ook voor dit type woningen geldt dat er financieel voordeel behaald kan worden als bewoners gezamenlijk inkopen.
Om te controleren of de woning geschikt is voor een all-electric warmtepomp kan eerst worden geëxperimenteerd met het terugdraaien van de temperatuur van de hr-ketel. Voor de overstap naar all-electric
90
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
zorginstellingen een hoge koudevraag. Tot slot hebben utiliteitspanden Utiliteitsbouw (mix nieuw en oud) Naast woningen is 13,6 procent van de panden in de gemeente utiliteitsbouw. Dit zijn hoofdzakelijk winkels in de dorpscentra, enkele kantoorpanden, scholen en zorgcentra en de bedrijventerreinen. De bouwjaren, opmaak en warmtevraag van deze panden lopen uiteen. Daarnaast hebben bedrijven naast specifiek de warmtetransitie ook de bredere opgave om energie te besparen, duurzame energie op te wekken en hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Zo zijn kantoren wettelijk verplicht om vanaf 2023 minimaal een energielabel C te hebben. Daarnaast is het voor bedrijven met een jaarlijks elektriciteitsgebruik van meer dan 50.000 KWh of een aardgasgebruik van meer dan 25.000 m3 verplicht om zelf energiebesparende maatregelen te nemen, de Energiebesparingsplicht. Dit is verplicht vanuit de Wet Milieubeheer. Om deze redenen is het verduurzamen van utiliteitspanden maatwerk en moet per pand bekeken worden wat de meest geschikte techniek is en welke isolatiemaatregelen getroffen nodig zijn. De Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) stimuleert ondernemers om stappen te zetten bij het verduurzamen van de bedrijfsvoering. Bij bedrijven waarvoor de energiebespaarplicht geldt heeft de ODA een controlerende rol. Ondernemers kunnen zich verenigen in een ondernemersfonds.
Een ondernemersfonds is een fonds van en voor ondernemers, waarbij de inzet naar rato verdeeld en beoordeeld kan worden. Via een ondernemersfonds kunnen ondernemers met elkaar kennis uitwisselen, mogelijk gezamenlijke inkopen organiseren of projecten organiseren door gebruik te maken van de gezamenlijke inzet.
Uitdagingen en kansen jongere dorpsranden met woningen vanaf de late jaren 80 Uitdagingen en kansen utiliteitsbouw Uitdagingen Uitdagingen - Echte overstap naar aardgasvrij betekent dat het warmte afgifte - Zeer uiteenlopende panden, gebruiken en warmtevragen dus oppervlak vergroot moet worden en er een nieuw warmtesysteem verduurzamen is maatwerk (warmtepomp) aangeschaft moet worden Kansen Kansen + Soms gunstigere verhouding in warmte/koudevraag dan + Reeds goed geïsoleerd woningen + Kunnen betrekkelijk snel over op lage temperatuur verwarming + Ondernemers kunnen zich verenigen in een ondernemersfonds en + Homogeniteit in bouwkenmerken biedt kansen voor collectieve daarmee elkaar motiveren stappen te zetten inkoop en organisatie
soms zelf restwarmte over, zoals warmte van koelcellen bij supermarkten. Deze warmte kunnen zij terugwinnen voor eigen gebruik of cascaderen naar panden in de omgeving. Ondernemers kunnen belastingvoordelen krijgen als ze investeringen in energiebesparing van een bedrijfspand via de Energieinvesteringsaftrek (EIA). Ook kunnen ondernemers gebruik maken van de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE). Lees in hoofdstuk 6 meer over mogelijkheden voor financiële ondersteuning.
Een andere manier om ondernemers te stimuleren duurzaamheidsmaatregelen te nemen kan doordat eigenaren van bedrijventerreinen eisen stellen aan de verduurzamingsopgave van nieuw te vestigen ondernemers. Ook kunnen kleine collectieven met WKO systemen een economische keuze zijn wanneer er een gunstige combinatie in warmte- en koudevraag gemaakt kan worden van verschillende bedrijven. Zo hebben bijvoorbeeld kantoorpanden en
91
Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre
Colofon Titel
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Oost Gelre
Status
Transitievisie Warmte
Datum
Oktober 2021
Deze visie is geschreven door TAUW in samenwerking met de gemeente Oost Gelre.
92