CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 transitievisie warmte oost gelre

Raadscommissie 30 november 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Transitievisie Warmte32.363 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

8.4 Waar kunt u terecht voor ondersteuning/informatie? Inwoners kunnen op verschillende kanalen terecht voor informatie over het verduurzamen van hun woning. Ten eerste kunt u als inwoner terecht op de website van de gemeente. Op de website van de gemeente kan onder andere gevonden worden welke subsidies er binnen de gemeente beschikbaar zijn voor het nemen van duurzaamheidsmaatregelen en de plannen die spelen binnen de

46

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

gemeente. Daarnaast is er het Agem Energieloket waar u terecht kunt voor gerichte informatie over de verduurzaming van uw woning. Ook kunt u als bewoner terecht bij verschillende sites van de overheid. Een voorbeeld is de website van Milieucentraal. Hier vindt u veel verschillende praktische tips vinden om duurzamer te wonen en leven. Doe daarbij de check op verbeterjehuis.nl. Met deze check ziet u welke stappen passen bij uw woning en krijgt u een indicatie in de kosten. Informatie over het verduurzamen van een woning is sterk in ontwikkeling. Als monumenteneigenaar kunt u terecht bij Erfgoed Oost Achterhoek. Hier kunt u terecht voor advies op maat voor uw monument evenals hulp bij het aanvragen van gemeentelijke en provinciale subsidies voor het verduurzamen van uw monument. Daarbij is verduurzaming maatwerk per woning. Voorgaande websites zijn daarom een goede eerste start om u als bewoner te oriënteren en de eerste stappen te zetten.

Wilt u aan de slag met het energiezuinig maken van uw huis? Maar wilt u nog meer informatie of weet u niet waar u moet beginnen? Neem dan contact op met het Agem Energieloket. Het Agem Energieloket is het energieloket van de Achterhoek. Er zijn negen gemeenten bij het Agem Energieloket aangesloten. Woningeigenaren kunnen hier kosteloos en onafhankelijk advies krijgen. Klik hier om naar de website te gaan.

47

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

Hoofdstuk 9 Uitvoeringsstrategie De Transitievisie Warmte geeft focus en richting aan de aanpak naar duurzame manieren van verwarmen en koken in de gemeente Oost Gelre. Wanneer deze visie is afgerond is dit geen eindpunt: vanaf dan gaat de gemeente verder met de uitvoering van de visie en het zetten van stappen richting aardgasvrij. Die stappen zetten we samen met de inwoners, ondernemers en onze samenwerkpartners.

48

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

9.1 Waar gaat de uitvoeringsstrategie over?

9.2 Samenwerking met partners

De Transitievisie Warmte geeft focus en richting aan de aanpak naar duurzame manieren van verwarmen en koken in de gemeente Oost Gelre. Wanneer deze visie is afgerond is dit geen eindpunt: vanaf dan gaat de gemeente verder met de uitvoering van de visie en het zetten van stappen richting aardgasvrij. Dat doen we samen met de belangrijkste partners, inwoners en ondernemers in de gemeente. Hoe we de komende jaren te werk gaan, beschrijven we in de uitvoeringsstrategie. De uitvoeringsstrategie is afgestemd op de kansen en ontwikkelingen die zich voordoen in de verschillende buurten en bedrijventerreinen.

De warmtetransitie vindt niet van de ene op de andere dag plaats. We gaan stap voor stap met elkaar aan de slag. De gebouwen en de infrastructuur moeten aangepast worden. Dit kan alleen als inwoners, ondernemers, de gemeente, woningcorporaties, netbeheerder Liander, en alle andere organisaties samenwerken. Dit houdt in dat werkzaamheden en planningen op elkaar afgestemd moeten worden. Daarnaast brengt het ook een uitdaging met zich mee op het gebied van communicatie, participatie en financiering.

De uitvoeringsstrategie beschrijft de eerste stappen met daaraan gekoppelde acties om de weg naar een aardgasvrije gemeente in gang te zetten. Om de Transitievisie Warmte daadwerkelijk tot realisatie te brengen, gaan wij uit van drie randvoorwaarden. Dit zijn: ▪ Financiële regelingen om de in het Klimaatakkoord genoemde woonlastenneutraliteit te realiseren; ▪ Voldoende menskracht / personeel om alle maatregelen uit te voeren (dit betreft zowel de bouw- en installatiebranche als de netbeheerder); ▪ Voldoende middelen vanuit het Rijk richting gemeenten om hun regierol uit te voeren. In deze uitvoeringsstrategie maken we de concretisering van een visie naar mogelijke activiteiten. De activiteiten in deze uitvoeringsstrategie gaan we nog verder uitwerken en uitzetten in de tijd. In de uitvoeringsstrategie komt aan bod: - Wat de belangrijkste partners van de gemeente zijn in de uitvoering van de TVW, welke rol zij hebben en wat hun doelstelling is; - Wat de eerste stappen zijn die we in de startbuurten gaan zetten (bewonersparticipatie, organisatorisch en onderzoeken); - En welke overkoepelende activiteiten er op gemeenteniveau worden georganiseerd.

Wie zijn de belangrijkste samenwerkpartners in de warmtetransitie? De belangrijkste partners in de warmtetransitie zijn inwoners en ondernemers (mogelijk verenigd in een energiecoöperatie) die hun woningen en gebouwen moeten verduurzamen. Daarnaast is er een aantal partijen die een organiserende rol in de warmtetransitie heeft. Allereerst is de gemeente Oost Gelre zelf een belangrijke stakeholder. De gemeente heeft een regierol in de warmtetransitie. De gemeente Oost Gelre heeft gekozen om een procesrol op zich te nemen. Dat betekent dat de gemeente omgevingsbewust is, met oog voor participatie en verbinding met andere partijen. De gemeente wil verduurzaming stimuleren en versnellen door partijen te enthousiasmeren en met elkaar in verbinding te brengen, zodat inspiratie, samenwerking en uitvoering gaat ontstaan. De gemeente volgt het doel vanuit het rijk (het Klimaatakkoord) om in 2050 aardgasvrij te zijn. Zij heeft daarvoor de andere partners nodig, waaronder het Agem Energieloket voor de uitvoering van de adviesfunctie richting inwoners, Liander voor de aanpassingen aan het netwerk en woningcorporaties ProWonen en De Woonplaats voor het verduurzamen van hun woningvoorraad. De twee woningcorporaties ProWonen en De Woonplaats hebben daarnaast een eigen rol in de warmtetransitie.

Het doel van de woningcorporaties is om blijvend kwalitatief goede en betaalbare woningen te bieden. Daarbij hebben zij doelstellingen op het gebied van duurzaamheid:

49

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

▪

▪

ProWonen kiest voor een gedifferentieerde verduurzaming van hun woningbezit. Hun doel is om in 2030 al hun woningen die ze langjarig in de woningvoorraad houden minimaal op energielabel B te krijgen en op portefeuilleniveau gemiddeld op energielabel A. In de komende jaren richten zij zich op het hoogwaardig verduurzamen van de buitenschil van hun bestaande woningen. In 2050 zijn al hun woningen CO2neutraal in verbruik. De doelstelling van De Woonplaats komt daarmee overeen, ook zij streven er naar al hun woningen in 2050 CO 2-neutraal te hebben. De komende jaren gaan zij door met verduurzamen naar gemiddeld energielabel A. Dat doen zij door bij de verhuizing van een huurder de woning naar minimaal label B te brengen voordat de nieuwe bewoner erin trekt. Daarnaast kunnen zittende huurders van eengezinswoningen contact met De Woonplaats opnemen als ze hun huurwoning willen verduurzamen. Ook de appartementencomplexen worden in de toekomst verduurzaamd, maar dit gebeurt dan per gebouw.

Beide woningcorporaties staan in contact met elkaar op het gebied van verduurzaming en stemmen bijvoorbeeld af over de projectmatige aanpak van verduurzaming. De woningcorporaties staan in verbinding met de gemeente voor het richting geven aan een integrale wijkaanpak. Liander is als netbeheerder betrokken in de warmtetransitie in Oost Gelre. Liander is verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van de elektriciteits- en gasnetten. Aanpassingen van deze netten moeten aansluiten bij de keuzes die de gemeente maakt voor aardgasalternatieven. Daarbij moet rekening worden gehouden met de doorlooptijd en ruimtelijke impact van de netaanpassingen. Dit maakt Liander een belangrijke partner in de warmtetransitie. Liander beschikt daarnaast over data en kennis van energie, die kan helpen bij de te maken keuzes. Het doel van Liander is om gezamenlijk te komen tot een maakbare en planbare warmtetransitie zodat de netten in de toekomst ook betaalbaar, betrouwbaar en bereikbaar zijn. Om te komen tot deze plannen is het belangrijk om de planning van de gemeente en woningcorporaties af te stemmen op die van Liander.

In de samenwerking tussen gemeente (met plannen voor de openbare ruimte), woningcorporaties en Liander is het inzicht krijgen in planning en timing belangrijk. Het net kan niet van de één op de andere dag op orde worden gebracht. Er kan niet worden gesteld dat één van deze drie partijen per definitie leidend is de warmtetransitie. Naar verwachting verschilt dat per deelgebied. Dat gaat samen met de uitdaging dat er niet een duidelijke agenda is met welke wijk wanneer van het aardgas afgaat. Dit komt omdat inwoners van de gemeente Oost Gelre vooral over zullen gaan op individuele technieken. Hierdoor ligt een groot deel van de regie bij de inwoners. Tot slot is het Agem Energieloket een belangrijke partner in de warmtetransitie. Alle inwoners en ondernemers in de Achterhoek kunnen bij Agem terecht voor advies op het gebied van energiebesparing, duurzaam (ver)bouwen en financieringsmogelijkheden. Agem voert het Energieloket uit voor de acht Achterhoekse gemeenten, voor inwoners en gebouwgebruikers. Zij hebben als doelstelling om tot 2023 alle gebouweigenaren in de gemeente te bereiken en te voorzien van informatie. Daarnaast is het streven om 10% van de gebouweigenaren aan te zetten tot actie, bijvoorbeeld in de vorm van het treffen van maatregelen richting aardgasvrij, isolatie en gedragsverandering.

Dit vormt onderdeel van hun zogenoemde ‘basiscampagne’; meer specifieke acties (bijvoorbeeld op doelgroepen gericht) worden ontwikkeld. De innovatiekant van Agem is actief met de ontwikkeling van een one-stop-shop. Bovenstaande is geen uitputtende lijst van stakeholders, gaandeweg de transitie naar aardgasvrij spelen vele andere stakeholders eveneens een rol. Geen enkele stakeholder kan deze transitie zelfstandig bereiken, samenwerking is daarom noodzakelijk.

9.3 Inwoners en ondernemers meenemen in de transitie Uit onderzoek van Platform 31 (Kleine gemeenten aan de slag met de energietransitie, 2020) blijkt dat draagvlak bij inwoners en ondernemers

50

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

in de gemeente voor de warmtetransitie en energietransitie als geheel een belangrijk element is om de energietransitie in de gebouwde omgeving op gang te kunnen brengen of te versnellen. Participatie van inwoners en ondernemers in de gemeente is daarmee essentieel, dat kan in de vorm van actieve inwoners, bewonersinitiatieven of energiecoöperaties. Aandacht voor bottom-up Een bottom-up benadering is belangrijk omdat het bij de warmtetransitie gaat om samenwerking met de inwoners als gelijkwaardige partners. De bottom-up aanpak heeft ook belangrijke voordelen: het vergroot het draagvlak onder inwoners, het verhoogt de kosteneffectiviteit bij de ontwikkeling en de realisatie van het alternatief en het vergroot de praktische uitvoerbaarheid van de gekozen oplossing. We willen daarom inwoners die zelf stappen willen zetten richting aardgasvrij en handige, ondernemende inwoners stimuleren en ondersteunen om zelf aan de slag te gaan. Dit willen we bijvoorbeeld doen door het geven van de juiste informatie en het doorverwijzen naar mogelijke subsidies. Daarbij gaat het zowel om bewonersinitiatieven die zich richten op praktische energiebesparingsmaatregelen – aardgasvrij ready maken van de woning -, andere verduurzamingsinitiatieven in de wijk en om initiatieven die een concreet plan maken om de eigen wijk aardgasvrij te maken.

Aandacht voor de verschillende kernen Uit het onderzoek blijkt ook dat de samenhang (of gemeenschapszin) in soortgelijke gemeenten als Oost Gelre sterk is. Er is een levendige verenigingsleven, hoge dorpsbinding, sociale cohesie en organiserend vermogen. Die sociale cohesie is in veel gevallen ook aanwezig in de (kleine) kernen. De kleine kernen verschillen vaak op voorhand al qua enthousiasme voor de warmtetransitie. Dit kan in positieve zin, dankzij een energiecoöperatie of enthousiaste inwoners die als voorbeeld dienen voor omwonenden, maar kan ook andersom: een kern waarin juist veel weerstand is voor de transitie. We streven daarom als gemeente naar een eenduidige, objectieve stroom van informatie over de warmtetransitie, maar hebben daarbij aandacht voor de identiteit van de verschillende kernen in de gemeente.

Aandacht voor verschillende doelgroepen We hebben daarnaast ook gericht aandacht voor twee doelgroepen: de verhuizers en senioren. Bij deze twee doelgroepen is communicatie over de mogelijkheden van maatregelen richting aardgasvrij op natuurlijke momenten extra belangrijk. In de gemeente Oost Gelre is in totaal 52% van de inwoners 45 jaar of ouder. 22% van de inwoners is 65 jaar of ouder. Het percentage ouderen ligt daarmee iets hoger dan het Nederlands gemiddelde (19 %). Uit het onderzoek van het EIB komt naar voren dat onder senioren het draagvlak voor de warmtetransitie laag is. Dat komt doordat ouderen kritischer tegenover het aardgasvrij-beleid staan, waarbij de 65- tot 74-jarigen het meest kritisch zijn. Daarbij is gebleken dat ouderen minder bereid zijn investeringen te doen in hun eigen woning. Enerzijds komt dat door de leeftijd en de vraag of investeringen zich terug verdienen, anderzijds komt dat omdat ouderen vaak niet meer de financiële middelen beschikbaar hebben om investeringen te doen. Een gerichte communicatieaanpak voor deze doelgroep is daarom belangrijk, waarbij aandacht is voor: ▪

▪

Het ondervangen van de beperkte financieringsmogelijkheden van senioren door het promoten van het gebruik van het Warmtefonds. Het Warmtefonds maakt in 2021 leningen beschikbaar voor senioren die op basis van hun leeftijd geen financiering (meer) kunnen krijgen. Daarbij kunnen duurzaamheidsmaatregelen gecombineerd worden met levensloopbestendig maken van de woning. De Toekomstbestendig Wonen Lening van de gemeente Oost Gelre is al een mooi voorbeeld hoe dit gecombineerd wordt. Het verleggen van de focus in de communicatie. De focus in de communicatie kan dan gaan naar maatregelen die comfort vergroten, maatregelen die kleine, korte terugverdientijd hebben en gedragsverandering en te focussen op doelgroepen die wél investeringsbereidheid hebben. De focus op comfort en kleine maatregelen en gedragsverandering zorgt toch voor stappen in de goede richting, zonder te veel te vragen van een

51

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

kwetsbare doelgroep. Voorbeelden van comfort voordelen van isolatie zijn vermindering van tocht en koudeval. Daarnaast is het interessant om bij de transitie naar aardgasvrij wonen in te spelen op natuurlijke momenten. Eén van de natuurlijke momenten waarop de overweging om aardgasvrij te wonen urgent wordt, is een verhuizing of verbouwing. Omdat aardgasvrij wonen, in tegenstelling tot het plaatsen van zonnepanelen bij bestaande bouw, vaak een ingrijpende actie is, is het logisch om de overstap te maken op een moment dat inwoners ook andere aanpassingen aan hun woning doen. Huurders hebben over het algemeen minder invloed op het bepalen van het momentum, omdat zij afhankelijk zijn van hun verhuurder voor de overstap naar aardgasvrij wonen. Als gemeente willen we kijken naar de mogelijkheden om makelaars te betrekken in deze natuurlijke momenten om maatregelen te treffen. Ook willen we onderzoeken of we middels monitoring mensen kunnen ondersteunen (met bijvoorbeeld informatie) die een lening of vergunning aanvragen voor een verbouwing, rekening houdend met AVG. Een andere optie is om de mensen die gaan verbouwen of verhuizen te koppelen aan de one-stop-shop van het Agem Energieloket die inwoners kan helpen ontzorgen.

9.4 De uitvoering uitgesplitst in sporen De uitvoeringsstrategie is opgesplitst in een aantal sporen die hieronder staan weergegeven en deels parallel aan elkaar verlopen. Spoor 1: samenwerking met partners De transitie naar aardgasvrij wonen in Oost Gelre heeft veel consequenties voor de inwoners. Daarom willen we hen zo vroeg en goed mogelijk meenemen in wat de transitie inhoudt en hen bewust maken van kansen en ontwikkelingen waar we ons op kunnen voorbereiden. De uitvoering van de visie vraagt om veel samenwerking, acties en afstemming. Alle partijen informeren en afstemmen met alle

belanghebbenden over voortgang, initiatieven, ontwikkelplannen en nieuwe kansen is een belangrijke regietaak die de gemeente oppakt. Regionaal werkt de gemeente samen met andere gemeenten in de Achterhoek en de provincie om onderling kennis uit te wisselen en regionale warmtekansen te onderzoeken. Op gemeentelijk niveau stemmen we met Liander af hoe we de transitie kunnen laten verlopen in relatie tot het verzwaren van het elektriciteitsnet en het verwijderen van het gasnet. We maken daarbij gebruik van het informatiepakket Wijkuitvoeringsplan in samenwerking met de netbeheerder van Netbeheer Nederland. Liander kan op basis van deze visie geen concrete plannen maken voor het verzwaren van het elektriciteitsnet en het verwijderen van het gasnet. Omdat we in de gemeente voornamelijk overgaan op individuele technieken wordt het tempo van de transitie hoofdzakelijk bepaald door de inwoners. Risico is dat veel werkzaamheden naar achteren schuiven en verderop in de tijd tegelijkertijd moeten plaatsvinden. De arbeidscapaciteit voor het aanleggen of verzwaren van netten is schaars waardoor niet alles tegelijkertijd kan. Een ander risico vanuit de betaalbaarheid en maakbaarheid van de warmtetransitie vormt de aanwezigheid van ‘gasklevers’.

Het is belangrijk dat er geen gasklevers komen in buurten waar de woningen voor het overgrote deel overgaan op een alternatief voor aardgas (bijvoorbeeld een warmtepomp). Voor een beperkt aantal woningen die op het aardgasnet blijven aangesloten moet namelijk het gehele gasnet in stand gehouden worden. Bovendien moet er een nieuwe infrastructuur (een warmtenet of een versterkt elektriciteitsnet) aangelegd worden. Om deze risico’s te minimaliseren willen we de komende jaren gebruiken om te kijken óf we meer zicht kunnen krijgen op het tempo van de transitie naar aardgasvrij gemeente breed. De startbuurten gebruiken we in deze periode om samen met Liander te zoeken naar de ‘kritische netwerken’ en hoe we daar tot gezamenlijke oplossingen kunnen komen. Tussen de woningcorporaties ProWonen en De Woonplaats en gemeente vindt periodiek ambtelijk en bestuurlijk overleg plaats.

52

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

Tijdens die overleggen staan (projectmatige) ontwikkelingen op de agenda en worden activiteiten en planningen op elkaar afgestemd. Voorstel is om de uitvoering van de warmtetransitie structureel onderdeel te maken van deze overleggen om zo inzicht in de voortgang van de uitvoering te borgen. Voor de woningcorporaties is het van belang om tijdig te weten in welke buurten actief aan de slag gegaan wordt. Dit is van belang omdat zij (in tegenstelling tot particulieren) grootschalige verduurzamingsprojecten van hun bezit hebben waarbij veel woningen in één keer naar label A gaan. De laatste stappen van label B naar label A vragen veelal een relatief grote investering van de woningcorporaties. De gemeente en het Agem Energieloket werken al lang samen op het gebied van advisering richting inwoners. Zo worden gebouweigenaren voorzien van informatie en worden aangezet tot actie. In de komende periode wordt onderzocht welke specifieke, op doelgroep gerichte, acties daarop aanvullen en het meest van meerwaarde zijn in de gemeente. Mogelijk kan er bijvoorbeeld extra aandacht in de communicatie en adviezen komen voor mensen die gaan verhuizen of verbouwen, of senioren. Met de energiecoöperaties wil de gemeente het contact (blijven) onderhouden. We zien een belangrijke rol weggelegd voor de energiecoöperaties in de warmtetransitie.

Niet alleen bij het initiëren en realiseren van projecten, maar ook bij het verhogen van de betrokkenheid van inwoners en ondernemers in de gemeente. Initiatieven mobiliseren positieve energie in een buurt: dankzij een goed voorbeeld van inwoners zijn andere inwoners sneller geneigd om te volgen. De gemeente wil daarnaast een rol spelen in het samenbrengen van energiecoöperaties om ideeën en ervaringen uit te wisselen. Overige professionele belanghebbenden nodigen we in diverse bijeenkomsten uit om mee te denken en om te reageren op plannen en voorstellen. Tevens gaan we graag in gesprek met partijen die nieuwe initiatieven willen opzetten.

Spoor 2: communicatie met inwoners en ondernemers De communicatie naar inwoners en ondernemers is essentieel om bewustwording te creëren en voldoende draagvlak voor de warmtetransitie te organiseren. Dat vraagt om een duidelijke, begrijpelijke en eenduidige boodschap, zowel vanuit de gemeente als vanuit Agem Energieloket en de woningcorporaties. Via de website https://energieneutraaloostgelre.nl houden we inwoners, bedrijven en alle andere partijen op de hoogte van de stand van zaken rond de energietransitie en de overgang naar een aardgasvrij Oost Gelre. Onder meer is hier de lijst met veel gestelde vragen aan de gemeente over aardgasvrij wonen te vinden. Ieder die wil, kan op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en voortgang via de nieuwsbrief en via lokale media. Op de website van Energieneutraal Oost Gelre kunnen inwoners en ondernemers de nieuwsbrieven terug lezen of zich aanmelden voor de nieuwsbrief. Daarnaast wordt vanuit de gemeente het handelingsperspectief voor inwoners gedeeld, waarin wordt gewerkt met referentiewoningen en inwoners een beter beeld krijgen van de te zetten stappen en consequenties voor een soortgelijke woning. Voor de buurten waarin individuele technieken het meest voor de hand liggen willen we woningeigenaren in staat stellen optimaal gebruik maken van logische momenten van overgang.

Momenten die bijvoorbeeld aansluiten op benodigd onderhoud of wijzigingen in de woonsituatie. Verhuizingen, vervanging van de CV-ketel en grote verbouwingen zijn bij uitstek momenten om woningen klaar te maken voor een toekomst zonder aardgas. Het Agem Energieloket biedt advies en informatie voor individuele inwoners die aan de slag willen met hun woning. Wanneer nieuwe stimulerings- en ondersteuningstrajecten voor inwoners of ondernemers volgen willen we hierover blijven communiceren. Zo sturen we aan op een slimme overstap naar aardgasvrij.

53

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

Samen met Agem Energieloket gaat de gemeente aan de slag met het onderzoeken van andere mogelijke communicatiemiddelen en mogelijkheden voor inwoners en ondernemers. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld het opzetten van een kennisuitwisselingsplatform voor inwoners en ondernemers waarop ervaringen en ideeën uitgewisseld worden en de mogelijkheden voor het organiseren of ondersteunen van een collectieve inkoop aanpak.

Spoor 3: aanpak verkenningsbuurten/startbuurten In Hooiland (Lichtenvoorde) en Noord-West (Groenlo) zien we concrete kansen liggen om te verkennen. Daarom hebben we deze twee buurten aangewezen als zogenoemde startbuurten. Starten houdt in dat de gemeente samen met de belangrijkste partners de communicatie en samenwerking met inwoners (intensiever) oppakt en onderzoekt wat de mogelijkheden zijn voor de verschillende duurzame warmtealternatieven. Hierbij gaan we uit van de volgende uitgangspunten voor een succesvolle verkenning: ▪ We stellen een specifiek, op de startbuurten gericht, communicatieen participatieplan op. Daarin wordt rekening gehouden met de verschillende doelgroepen in die buurt, niet alleen gebaseerd op woningtypen maar ook op type gebouweigenaren en leefstijlen. ▪ We zorgen voor heldere informatie over wat de warmtetransitie inhoudt en de mogelijkheden om aardgasvrij te wonen en aardgasvrij-ready te worden. ▪ We onderzoeken de mogelijkheden waar woningcorporaties en particulieren samen kunnen optrekken, in de startbuurt of straten waar zij vergelijkbaar (of gespikkeld) bezit hebben. ▪ Naast het verder communiceren van het handelingsperspectief voeren we woningscans uit bij veelvoorkomende woningtypes in de buurt. Zo kunnen mogelijke maatregelen en verwachte besparingen voor een herkenbare woning in de wijk inzichtelijk worden gemaakt.

▪ We zetten enthousiaste bewoners met voorbeeldwoningen in de spotlights (wanneer zij daarmee instemmen) en laten daarmee zien wat de effecten en ervaringen van verduurzaming zijn.

▪

We motiveren woningeigenaren niet alleen via eventuele financiële prikkels als subsidies of collectieve inkoop, maar ook door samen naar een duidelijke doelstelling te streven en hen een rol te geven tijdens het opstellen van een gezamenlijk plan om aardgasvrij te worden.

De vervolgstap op de verkenning van de startbuurten is het opstellen van een (wijk)uitvoeringsplan. Hierin wordt de overstap naar aardgasvrij wonen concreet gemaakt. Voor het opstellen van het uitvoeringsplan nemen we de tijd, zodat we alle betrokkenen goed kunnen betrekken. In de volgende paragraaf bespreken we wat een uitvoeringsplan inhoudt. Het opstellen van het uitvoeringsplan wordt gecoördineerd door een projectgroep van de gemeente. Die projectgroep betrekt actief de inwoners (eigenaren en huurders), betrokken organisaties in Oost Gelre en andere belanghebbenden in de wijk. Het opstellen van een uitvoeringsplan duurt 1,5 tot 3 jaar, afhankelijk van de complexiteit en omvang van de buurt of wijk. Wanneer het uitvoeringsplan is opgesteld geven we zorgvuldig en stap voor stap invulling aan de uitvoering. De overgang naar aardgasvrij wonen gaat nooit van vandaag op morgen: we geven iedereen de tijd om zich goed voor te bereiden. Op dit moment zijn Hooiland en Noord-West aangewezen als startbuurten. In de komende jaren breiden we het aantal startbuurten die we gaan verkennen verder uit.

Los van startbuurten zijn logische plekken om te beginnen: kleine kernen (sociale cohesie), buurten met gespikkeld bezit (organisatorische en financiële voordelen) en buurten met soortgelijke nieuwere bouw die relatief eenvoudiger zijn over te brengen naar duurzame lage temperatuur warmte en waar kansen liggen voor een lage temperatuur warmtenet. Het datamodel met de multicriteria-analyse (zie hoofdstuk Routekaart) kan input leveren bij het maken van deze afweging. Voor bijzondere typen gebouwen zoals monumentale panden of utiliteitsbouw zien we de mogelijkheid om hier een apart plan voor op te stellen dat richting geeft aan de transitie naar aardgasvrij.

54

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

Spoor 4: aanpak bedrijventerreinen en utiliteitsgebouwen Naast woningen is 13,6 % van de panden in de gemeente utiliteitsbouw. Het aardgasvrij of aardgasvrij-ready maken van utiliteitsbouw is voor het grootste deel maatwerk. Wel zien we kansen liggen voor de aanleg van warmtenetten die gebruik maken van TEO, TEA en WKO. Utiliteitsbouw heeft een bredere verduurzamingsopgave dan alleen het aardgasvrij maken van de panden. Voor kantoren komt een landelijke verplichting om een energielabel C te hebben in 2023 en energielabel A in 2030. Ondernemers komen vaak met een eigen initiatief, bijvoorbeeld in de vorm van een ondernemersfonds. Een ondernemersfonds is een fonds van en voor ondernemers, waarbij de inzet naar rato verdeeld kan worden. Via een ondernemersfonds kunnen ondernemers met elkaar kennis uitwisselen, mogelijk gezamenlijke inkopen organiseren of projecten organiseren door gebruik te maken van de gezamenlijke inzet. We willen ondernemers voldoende vrijheid geven en onderzoeken of zij ondersteuning nodig hebben vanuit de gemeente. Een belangrijk obstakel is op dit moment de beperking in het terug leveren van elektriciteit. Dit vraagt om een oplossing die we de komende jaren gaan onderzoeken en invulling aan gaan geven. In de komende jaren willen we de aanpak voor bedrijventerreinen, utiliteitsbouw en maatschappelijk vastgoed opzetten.

In de gemeente Oost Gelre liggen verschillende bedrijventerreinen. Sommige hebben een centrale organisatie, andere niet. Daarnaast zijn er bedrijven en ondernemers verspreid over Oost Gelre aanwezig, waardoor deze doelgroep versnipperd is. De gemeente gaat aan de slag met een communicatie- en/of overlegstructuur met ondernemers om het contact met bedrijven vorm te geven. Wanneer er concrete ontwikkelkansen of gebiedsontwikkelplannen zijn op een bedrijventerrein, zal er een verkenning worden gestart, waarbij lokale bedrijven betrokken zullen worden. Spoor 5: onderzoeken

In de gemeente liggen kansen voor warmtewinning uit oppervlakte- en afvalwater (TEO en TEA). Een aquathermieproject is altijd maatwerk. De uitvoering is afhankelijk van het type en mate van isolatie van gebouwen, warmte- en eventueel koudevraag, de waterbron(nen) en eventuele andere bronnen, en de mogelijkheden van warmteopslag. Daarom is onderzoek naar TEO- en TEA-netten noodzakelijk. We willen in eerste instantie kiezen voor het laten doorrekenen van de mogelijkheden op één of twee locaties in de gemeente, om deze informatie en inzichten vervolgens te kunnen extrapoleren naar andere locaties in de gemeente. Op korte termijn is het plan om onderzoek uit te voeren naar de potentie van een lage temperatuur TEO warmtenet bij woonzorgcentrum Molenberg. Hier kan het warmtenet mogelijk uitgebreid worden naar de omliggende (utiliteits)panden en/of de jaren 60-70-80 woningen. Ook kan er onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheden voor, en potentie van kleine collectieven zoals ondiepe bodemlussen en WKO systemen. Zo kan worden gekeken welke gebieden van de gemeente zich in het bijzonder lenen voor bodemsystemen als gevolg van een gunstige situatie in de ondergrond (grondwaterstand, pakketten en redox potentiaal) en een gunstige bebouwing bovengronds (grote koudevraag).

Zo kan de gemeente borgen dat er in de toekomst bodemsystemen aangelegd kunnen worden daar waar deze met name gewenst zijn. Daarnaast is in de uitvoeringsfase een visie op en onderzoek naar groengas mogelijk. Voor de overgang op groengas (al dan niet in combinatie met een hybride warmtepomp) is het belangrijk om in de uitvoeringsfase stakeholders en partners op het gebied van groengas met elkaar te verbinden en actief de samenwerking op te zoeken. Om groengas in de gemeente te kunnen benutten is een samenwerking nodig tussen de gemeente, provincie Gelderland (vergunningsprocedures), exploitanten en producenten (boeren), leveranciers en netbeheerders. Zij dienen daarbij mede te communiceren met omwonenden, ondernemers en energiecoöperaties. Onderzoeksvragen die geformuleerd kunnen worden met betrekking tot groengas zijn onder andere:

55

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

▪ ▪

▪

In hoeverre is het reëel dat groengas beschikbaar wordt voor het verwarmen van woningen? Wat is de werkelijke potentie van vergistbare biomassa (akkerbouwreststromen, mest, rioolslib) in de gemeente, en hoe ontwikkelt deze zich in de toekomst? Hoe zorgen we ervoor dat groengas bij de inwoners (afnemers) terecht komt? En welke rol kan een energiecoöperatie hierin spelen?

Een meer specifieke onderzoeksvraag om in de komende periode op te pakken is de potentie van de mogelijke mestvergister op het bedrijventerrein Laarberg.

onze meerjaren-onderhoudsplanning, extra investeringen om onze gebouwen verder te verduurzamen. De inzet van middelen door de gemeente is nader te bepalen. De benodigde middelen zijn afhankelijk van de ambities, omvang van de startbuurten, voorkeursoptie, gekozen werkwijze, doorlooptijd en afspraken met betrokken organisaties. De gemeente voert een onderzoek uit dat een eerste inzicht geeft in de benodigde capaciteit voor de uitvoering van de Transitievisie Warmte. In dit onderzoek komt naar voren dat de capaciteitsvraag afhangt van: ▪

Tot slot vormt de netcapaciteit (verzwaringsopgave in relatie tot de voornamelijk individuele technieken in de gemeente) een aandachtspunt. Het uitvoeren van een impactanalyse zien we hierbij als een goede eerste vervolgstap op deze visie. In de impactanalyse onderzoeken we wat de impact van de individuele warmtetechnieken op het netwerk in Oost Gelre gaat zijn. Dit levert inzichten op die gebruikt kunnen worden voor afstemming tussen de gemeente en Liander. ▪ Er blijven tot slot nieuwe technische ontwikkelingen plaatsvinden zoals de individuele hoogtemperatuur warmtepomp, Triple Solar systemen (PVT + warmtepomp) of kleine collectieven met zonthermie en een Hocosto. Er is gelegenheid om tijdens de uitvoeringsfase van deze visie dergelijke nieuwe ontwikkelingen mee te nemen en/of een plek te geven in de herziening van de Transitievisie Warmte (elke 5 jaar). Naast technische ontwikkelingen zal er ook steeds meer duidelijkheid komen over de potentie en mogelijkheden van groengas. Dit zal de uiteindelijke techniekkeuze beïnvloeden. Dit beïnvloedt niet de voorlopige stappen die inwoners kunnen maken. Spoor 6: interne organisatie In 2019 heeft de gemeenteraad het energiebeleid voor het gemeentelijk vastgoed vastgesteld. In het kort komt dit beleid erop neer dat we het gemeentelijk vastgoed verder verduurzamen. Dit ook vanwege onze gemeentelijke voorbeeldfunctie.

Hiervoor doen we, naast

▪

De rol die de gemeente Oost Gelre kiest in de uitvoering van de Transitievisie: in dit geval de procesrol. Dit houdt in dat de gemeente de plannen tot stand wil brengen in co-creatie met een brede groep inwoners en andere stakeholders, zodat voor iedereen duidelijk is wat de warmtetransitie inhoudt en betekent. In deze samenwerking neemt de gemeente het initiatief, verzorgt zij de afstemming tussen de verschillende partijen en stimuleert zij de samenwerking door te verbinden op inhoud en proces. De technieken die in de gemeente het meest voor de hand lijken te liggen: in dit geval vooral individuele of klein-collectieve systemen, waardoor de snelheid van de verduurzaming sterk afhankelijk is van inwoners. Het scenario dat de gemeente kiest voor het ambitieniveau van de uitvoering van de activiteiten zoals in deze uitvoeringsstrategie beschreven. Deze scenario’s verschillen onder andere in de hoeveelheid inzet op communicatie en participatie, de pro-activiteit van de gemeente en de hoeveelheid acties die worden uitgevoerd. De keuze voor een scenario wordt naar verwachting aan de start van de uitvoeringsfase gemaakt.

Na vaststelling van deze Transitievisie Warmte door de gemeenteraad starten we met de gemeente brede aanpak met een focus op participatie, communicatie en onderzoeken en starten we met de verkenning in de startbuurten. Wanneer het uitvoeringsplan van de startbuurten is opgesteld wordt dit ook voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling.

56

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

Tot slot wil de gemeente zich inzetten om te leren van de lessen en ervaringen elders. Dit willen we doen door waar mogelijk samen op te trekken met de andere (Achterhoekse) gemeenten, gebruik te maken van de bestaande kennisnetwerken, externe adviezen vergoed door de EAW subsidie en te leren van de PAW wijken.

9.5 (Wijk)uitvoeringsplannen In hoofdstuk 5 is in hoofdlijnen de route naar een aardgasvrije gemeente Oost Gelre beschreven: de routekaart. De opties in de routekaart vormen een eerste verkenning, gebaseerd op openbare data, aangevuld met lokale kennis. In deze visie staan nog geen keuzes vast. Pas in de (wijk/buurt)uitvoeringsplannen (WUP) wordt bepaald met welke technieken en op welke termijn woningen van het aardgas afgaan. We starten met het opstellen van een WUP in de startwijken. Wanneer een (deel van een) wijk of kleine kern is aangewezen als startwijk, dan houdt dat in dat we daar beginnen met het uitzetten van onderzoeken naar de mogelijkheden voor duurzame warmtebronnen en een intensief communicatietraject starten met de inwoners. Samen met inwoners onderzoeken we de technische, financiële en maatschappelijke mogelijkheden waarvan we de uitkomsten in een WUP opnemen. Een uitvoeringsplan hoeft niet per definitie te gaan over een officiële wijk of dorp (of kleine kern), maar kan ook gaan om een deel van een dorp of wijk, een combinatie van wijken, ,gebouwen in het buitengebied of gebouwen met een vergelijkbare bouwstijl en bouwjaar. Dit is afhankelijk van de samenhang die er is in een gebied. Samen met inwoners en andere stakeholders willen wij een gedragen plan tot stand brengen.

In het WUP bepaalt de gemeente met de inwoners en andere betrokken stakeholders de definitieve keuze voor de warmtebron en -techniek voor het gebied. Daarnaast maken we inzichtelijk op welke termijn de levering van aardgas daadwerkelijk eindigt. Ook zijn belangrijke onderdelen in het WUP de financiering van de transitie, de ruimtelijke inpassing, de organisatie van de uitvoering en

communicatie & participatie. Als uitgangspunt willen we de uitvoeringsplannen starten met een actieve groep inwoners (een duurzaam netwerk). Deze inwoners werken het gehele proces mee aan de totstandkoming en de uitvoering van het WUP. Een WUP wordt vastgesteld door het college van Burgemeesters & Wethouders (B&W).

Onderdelen van een WUP zijn: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Een uitgesproken bestuurlijke ambitie Een business case voor de gekozen techniek Participatieproces: welke vorm en welke doelgroepen? Technisch inzicht: welke warmtebronnen en wat betekent dat voor gebouwen? Koppelkansen in beeld: welke benut je wel en welke benut je niet en wanneer? Een risico- en kansenanalyse Financieringsmogelijkheden Organisatie van de transitie Een uitvoeringsplanning en -begroting

9.6 Doorontwikkeling van de Transitievisie Warmte De Transitievisie Warmte is een levend document en een startpunt voor het gesprek met alle inwoners, bedrijven en organisaties in onze gemeente. De warmtetransitie is een langdurig proces, dat doorloopt tot 2050. Nieuwe ontwikkelingen en inzichten zullen ervoor zorgen dat we de visie gaandeweg bijstellen en concretiseren. Zo ontstaat er meer inzicht in de haalbaarheid van nieuwe warmtebronnen en -oplossingen in specifieke buurten. Ook spelen we in op nieuwe technologieën en ontwikkelingen in de prijsstelling van de verschillende warmteoplossingen en installaties. Door in gesprek te gaan met alle betrokkenen in onze gemeenten kunnen we de visie sterker maken en in samenspraak concrete plannen opstellen. Zo doen we steeds meer

57

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

ervaring op met het transitie gereed maken van gebouwen en complete buurten. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen nemen we mee door de Transitievisie Warmte iedere 5 jaar te actualiseren.

58

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

Bijlagen Bij de concept Transitievisie Warmte Samen aan de slag voor een aardgasvrij Oost Gelre

59

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

Bijlage 1: Begrippenlijst Begrip

Toelichting

Alternatieve warmtebronnen

Water verwarmingssystemen die geen gebruik maken van de fossiele brandstof aardgas noemen we alternatieve duurzame warmtebronnen.

Collectieve oplossingen

Warmteoplossingen waarbij meer dan één woning of gebouw aangesloten zijn op de warmtebron of -techniek zijn collectieve oplossingen.

Duurzaamheidsleningen

Energietransitie

Duurzaamheidsleningen zijn leningen die gebruikt worden om duurzaamheidsmaatregelen te nemen. Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent in de regel een lage rente. De overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen naar het gebruik van hernieuwbare brandstoffen voor onze energievoorziening noemen we de energietransitie.

Gebouwvoorraad

De gebouwvoorraad is het totale aantal gebouwen in een gebied.

Individuele oplossingen

Warmteoplossingen waarbij één woning of gebouw aangesloten is op de warmtebron of -techniek zijn individuele oplossingen.

Klimaatakkoord

In het Klimaatakkoord heeft Nederland afspraken gemaakt om maatregelen te nemen die de gevolgen van klimaatverandering tegengaan. Er zijn twee soorten Klimaatakkoorden: het Klimaatakkoord van Parijs en het nationale Klimaatakkoord.

Levensloopbestendigheid

Het levensbestendig maken van je woning houdt in dat de woning voorbereid is op alle levensfasen die je als bewoner doorloopt.

Maatschappelijke kosten

Maatschappelijke kosten zijn de totale financiële kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een gebouw, wijk of dorp van het aardgas af te halen, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit heet ook wel nationale kosten en wordt gedragen door meerdere partijen, zoals de netbeheerder, inwoners, woningcorporatie en gemeente.

Marktrijpheid

Een warmtebron of -techniek is marktrijp als deze zodanig ontwikkeld is dat hij klaar is om de 'markt' op te gaan. Oftewel, als de techniek volwassen is en gebruikt kan worden om woningen en gebouwen te verwarmen.

No-regret of 'geen spijt' maatregelen

Maatregelen die je als woning- of gebouweigenaar hoe dan ook kan nemen om je woning of gebouw te verduurzamen

60

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

zonder dat je al weet op welk duurzaam warmte alternatief je overgaat. Voorbeelden van dit soort maatregelen zijn isoleren, elektrisch koken of het plaatsen van een waterbesparende douche. Proceswarmte

Regionale Energiestrategie

Subsidies

Proceswarmte is warmte die nodig is voor industriële processen. Als we het hebben over de warmtetransitie gaat dit over warmte die nodig is voor het verwarmen van gebouwen en niet over proceswarmte. De Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft de bovenregionale afstemming om warmtebronnen te verdelen tussen regio’s en gemeenten. Daarnaast geeft de RES aan hoe gemeenten kunnen samenwerken voor de opwekking van duurzame elektriciteit en bevat het inzicht in hoe de regio de energieproductiecapaciteit voor de regio kan realiseren. Een nieuwe duurzame maatregel levert vaak op termijn een besparing, of meerwaarde voor het gebouw op. Aan de start kost dit vaak juist (extra) geld. Soms hebben mensen niet genoeg geld om de maatregel te kunnen betalen, of is het goed om deze maatregel extra te stimuleren. Subsidies worden dan gebruikt om inwoners te helpen de maatregel te nemen.

Transitievisie Warmte

De Transitievisie Warmte (TVW), soms ook de Warmtevisie genoemd, is een document waarin de route naar een aardgasvrije gemeente wordt beschreven. Elke gemeente moet een TVW in 2021 hebben vastgesteld en tenminste eens in de vijf jaar herzien. Op deze manier wordt de visie steeds concreter en blijft er ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of nieuwe onderzoeksinzichten.

Utiliteitsgebouwen

De gebouwen die niet bedoeld zijn om in te wonen, zoals kantoren en scholen, noemen we utiliteitsgebouwen.

Warmtetransitie

De overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardgas naar het gebruik van hernieuwbare brandstoffen voor onze warmtevoorziening noemen we de warmtetransitie.

Warmtevraag

De hoeveelheid warmte die nodig is om een gebouw, wijk of gemeente te voorzien van warmte.

Woningequivalent

Een woningequivalent is een eenheid om woningen en andere gebouwen met elkaar te vergelijken. Eén woningequivalent is het gemiddelde warmteverbruik per jaar van een gemiddelde woning in Nederland. Om het warmteverbruik van woningen en gebouwen te kunnen vergelijken, wordt het energieverbruik van gebouwen omgerekend naar woningequivalenten.

61

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

Bijlage 2: Overzicht technieken Individuele of collectieve technieken Afhankelijk van het gebouwtype liggen bepaalde systemen meer voor de hand dan andere. Bij een lage bebouwingsdichtheid, zoals vaak in het buitengebied en kleine kernen het geval is, gebruiken we vaak individuele technieken. In het geval van nieuwere gebouwen bij een lage bebouwingsdichtheid kan gebruik gemaakt worden van warmte uit de lucht of bodem in combinatie met een warmtepomp. Dit is een allelectric oplossing. Naast individuele technieken zijn er ook collectieve oplossingen die ofwel gebruik maken van het bestaande aardgasnet, zoals voor groengas of waterstofgas, ofwel via een warmtenet warmte naar de woning transporteren. Hieronder staat in meer detail beschreven welke type warmtebronnen er zijn en of die zich lenen voor collectieve of individuele technieken en voor welk type gebieden zij geschikt zijn.

MT (tussen 40°C en 70°C) vereist wel goede isolatie. Ook is een tweede technologie nodig om warm tapwater te leveren, zoals een elektrische boiler. Een optie is om MT-warmte met een collectieve HT warmtepomp eerst centraal naar een HT te brengen en vervolgens alsnog via een warmtenet te transporteren. Een HT, collectief systeem is vaak de meest geschikte keuze bij hoogbouw en voor oude dorps- en stadskernen vanwege de betrekkelijk slechte isolatiewaarde van de panden en beperkte ruimte rondom het pand. Bij deze HT netten is vergaande isolatie van de panden geen vereiste, maar rendabele isolatie wel gewenst om zoveel mogelijk energie te besparen en, indien mogelijk, meer panden op het warmtenet te kunnen aansluiten. Voorwaarden voor het realiseren van een hoogtemperatuur warmtenet is dat er een bron aanwezig is, dat de bron op een kleine afstand staat van de te verwarmen panden, dat de bouwdichtheid van de panden voldoende hoog is, en dat er voldoende woningen in totaal zijn om alle warmte af te kunnen zetten. Het warmtenet zelf vormt het grootste aandeel van de investeringskosten. Dit betekent dat een hoge bouwdichtheid een noodzaak is om deze infrastructuurkosten beperkt te houden. oftewel, zo min mogelijk meters leiding per woning.

Collectieve warmtetechnieken Collectieve warmtealternatieven zijn warmtesystemen waarbij meerdere gebouwen of woningen zijn aangesloten op dezelfde warmtebron (zoals het huidige gasnet of stadsverwarming). De warmte of brandstof wordt via een warmte- of gasnet getransporteerd naar de individuele woningen of gebouwen.

Voor duurzame gassen, welke in het aardgasnet kunnen worden getransporteerd, ligt dit anders omdat het gasnet er al ligt. Voor duurzame gasnetten is er zodoende geen eis aan de bouwdichtheid of het totale aantal woningen. Op de lange termijn echter is het voor het netbeheer niet houdbaar als slechts enkele woningen verspreid nog aangesloten zijn op het gasnet. Concentratie van dergelijke woningen is dus een vereiste.

Bij gebouwen met een aardgasaansluiting wordt het water in het gebouw op dit moment verwarmd tot ongeveer 80°C. Collectieve alternatieven met HT- warmte (> 70°C), zoals restwarmte van industrie of geothermie kunnen een gebouw direct verwarmen zonder dat daar aanpassingen aan de woning voor nodig zijn. Een collectief systeem op

Naast hoogtemperatuur collectieve systemen zijn er ook laagtemperatuur warmtenetten. Voorbeelden zijn warmte-koudeopslag (WKO) en thermische energie uit oppervlaktewater of afvalwater (aquathermie). Dit zijn bronnen die warmte winnen uit de bodem en het riool- of oppervlaktewater. Vanwege de lage temperatuur van de

62

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

bronnen moet de temperatuur op individueel of collectief niveau met een warmtepomp omhoog gebracht worden naar ten minste 35°C. Bij deze vorm van warmtelevering is vergaande isolatie nodig. Maar de koudere bron maakt het mogelijk om in de zomermaanden passief te koelen. Laagtemperatuur warmtenetten kunnen duur uitvallen omdat er naast een warmtenet en warmtepomp ook vaak seizoenale opslag van warmte nodig is. Een gunstige businesscase kan worden gemaakt bij de juiste bouwdichtheid en een hogere isolatiewaarde van de woningen. Een groot voordeel van laagtemperatuur warmtenetten is dat het aantal aan te sluiten woningen lager mag zijn (vanaf enkele honderden). Daarnaast zijn er meer lage en midden temperatuur (MT) bronnen beschikbaar in vergelijking tot hoge temperatuur bronnen die schaars zijn. Dit maakt dat laagtemperatuur warmtenetten veel vaker ingezet kunnen worden met name in plattelandsgemeenten als Oost Gelre. Individuele warmtetechnieken Individuele alternatieven zijn warmtesystemen die per individueel pand worden toegepast. Voorbeelden zijn warmtepompen waarbij de toevoer aan warmte afkomstig kan zijn uit de lucht, bodem(lus), riool, warmtekoudeopslag (WKO) of oppervlaktewater uit de directe nabijheid van het gebouw. Zonneboilers zijn ook duurzame warmte alternatieven.

Voor een individuele warmtepomp (LT warmte) moet een gebouw vergaand geïsoleerd zijn of worden, om in de wintermaanden voldoende comfort te kunnen garanderen. Is volledige isolatie te kostbaar omdat het pand oud is? Dan is een hybride warmtepomp een optie. In de meeste gevallen van een hybride warmtepomp is spouw-, vloer- en dakisolatie en HR++-glas nodig. Het pand blijft bij een hybride warmtepomp aangesloten op het bestaande gasnet. Dan worden de piekvragen (de warmtevraag op erg koude dagen) met (duurzaam) gas ingevuld. Bij LT-oplossingen zal de manier van warmteafgifte in het gebouw vaak moeten worden aangepast; ruimteverwarming gaat dan niet meer via traditionele radiatoren, maar met grote radiatoren,

convectoren of vloerverwarming, omdat deze een groter oppervlak voor warmteafgifte hebben. Deze LT/all-electric opties lenen zich met name voor relatief nieuwe panden, van na 1992, waarbij isoleren relatief ‘eenvoudig’ is of niet nodig. Er zijn ook hoogtemperatuur individuele systemen. Zoals een houtpellet gestookte ketel of een hoogtemperatuur individuele warmtepomp. Deze vragen geen tot weinig aanpassingen aan de woning maar de duurzaamheid van biomassa is omstreden en het elektriciteitsverbruik van een hoogtemperatuurwarmtepomp ligt hoger. Meer hierover in de volgende paragrafen. Kleine collectieven Tot slot zijn er technieken die tussen collectief en individueel in liggen: de kleine collectieven. Dit zijn zeer kleine, lokale warmtenetjes van enkele tientallen woningen. Deze zijn geschikt daar waar er geen bronnen zijn voor een collectief warmtenet of er onvoldoende woningen bijeen staan zoals aan de randen van dorpen of binnen lintbebouwing. Kleine collectieven kunnen gebruik maken van bodemwarmte d.m.v. diepere bodemlussen of warmte uit lucht. Deze warmte wordt dan met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd en naar de woningen getransporteerd.

Kleine collectieven zijn een opkomende techniek waar nu nog weinig praktijk voorbeelden van zijn maar zijn veelbelovend voor plattelandsgemeenten waar buren wel gezamenlijk iets op willen pakken maar de bouwdichtheid lager is en het aantal warmtebronnen beperkt. Alle alternatieven op een rij Elektrische warmtepomp – elektriciteit Een warmtepomp maakt het elektrisch verwarmen van een goed geïsoleerd gebouw mogelijk. Het brengt warmte afkomstig uit lucht, bodem of water middels elektriciteit naar een hogere temperatuur, geschikt voor het verwarmen van een gebouw en het leveren van warm water. Dit doet het tegen een gunstig rendement, oftewel het elektriciteitsverbruik ligt veel lager dan wanneer je je woning met een

63

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

elektrische ketel verwarmt. Omdat ook na het elektrisch opwaarderen de warmte nog steeds een lage temperatuur betreft, is een goed geïsoleerd huis noodzakelijk. Een gebouw moet geschikt zijn of gemaakt worden voor lage temperatuur verwarming om voldoende comfort te kunnen bieden. Dit houdt in dat je een groter oppervlak nodig hebt dat warmte uitstraalt. Vloerverwarming of andere radiatoren zijn dan noodzakelijk om voldoende warmte in het gebouw te krijgen. Ook is vaak een aparte (zonne- of elektrische) boiler nodig voor het tapwater. Er bestaan hoogtemperatuur individuele warmtepompen maar deze zijn nog in ontwikkeling en nu nog betrekkelijk duur. Daarnaast ligt het elektriciteitsverbruik van hoogtemperatuur warmtepompen hoger. Een warmtepomp kan ook gecombineerd worden ingezet met een andere/reeds aanwezige warmtetechniek. We spreken dan van een hybride warmtepomp. De hybride warmtepomp wordt meestal gecombineerd met een gasketel maar dit kan ook een combinatie van warmtepomp en houtkachel of gaskachel zijn. De hybride warmtepomp verwarmt de woning met de warmtepomp gedurende de milde dagen maar stookt bij op piekmomenten en zeer koude dagen. Dit maakt het mogelijk om een groot deel van de warmtevraag in te vullen met de warmtepomp zonder de woning helemaal naar energielabel A te hebben geïsoleerd.

Bij een energielabel B kan het aardgasverbruik van de woning toch al snel 70% worden verminderd. De hybride warmtepomp wordt zodoende als een goede transitietechniek gezien. Bodemlussen – klein warmtenet en elektriciteit Bodemlussen zijn dichte lussen die gemiddeld tot een diepte van 100150 meter diep de bodem in worden geslagen. Er zijn gemiddeld 2 lussen nodig per woning. Het vloeistof in de lussen neemt de temperatuur aan van de bodem. Deze temperatuur is in de winter hoger dan de buitentemperatuur. De warmte wordt gewonnen en met een warmtepomp opgewaardeerd. Een voordeel van een bodemlusgekoppelde warmtepomp tegenover een luchtwarmtepomp is dat het elektriciteitsverbruik lager ligt omdat de temperatuur in de bodem niet

zo sterk afneemt als de buitenlucht. Dit geldt met name in de koudere winterdagen. Dit is ook gunstig voor de technische levensduur en het benodigd vermogen van de warmtepomp. Met de bodemlusgekoppelde warmtepomp staat er geen ventilator naast het huis zoals bij een luchtwarmtepomp wat scheelt in aanzicht en geluid. Tot slot kan er in de zomer passief gekoeld worden wat gewenst is bij goed geïsoleerde woningen. Nadelen zijn dat de investering hoger is en dat de tuin overhoop wordt gehaald bij het plaatsen van de lussen. Ook moet er voldoende ruimte bewaart worden tussen de bodemlussen wat betekent dat individuele bodemlussen geen optie zijn voor rijwoningen met kleine tuinen of hoogbouw. Bodemlussen kunnen ook dieper worden geslagen tot een diepte van 450 meter. Er kan dan meer warmte worden gewonnen. Met een collectieve warmtepomp kan zo een tiental aantal woningen met een klein warmtenet worden verwarmd. Voor een dertigtal woningen zijn zo’n 15-20 diepe lussen nodig. WKO – warmtenet en elektriciteit Op ondiepe schaal kan middels een warmte-koude-opslag (WKO) een kantoorpand of een woonwijk verwarmd worden. Een WKO is als het ware een opslagvat onder de grond dat warmte vast kan houden. Een WKO zorgt voor opslag van warmte in de zomer die in de winter gebruikt kan worden om te verwarmen en opslag van koude in de winter die in de zomer gebruikt kan worden om te koelen.

Het in balans houden van een WKO is essentieel. Dit betekent dat een WKO alleen geschikt is voor wijken of gebieden die naast een warmtevraag ook te maken hebben met een koudevraag, waardoor een WKO niet overal toepasbaar is. Daarnaast levert een WKO lage temperatuurwarmte waardoor gebouwen net als bij een elektrische warmtepomp geschikt moeten zijn voor lage temperatuur verwarming of de temperatuur collectief in de wijk naar een hogere temperatuur gebracht dient te worden.

64

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

Aquathermie – warmtenet en elektriciteit Aquathermie gaat over het gebruiken van warmte uit oppervlaktewater (TEO), drinkwater (TED) en afvalwater (TEA). Warmte uit drinkwater ontstaat bij het afkoelen van drinkwater, voordat het in het net gaat. Warmte uit oppervlaktewater en afvalwater kan direct uit de bron (rivier, rioolwaterzuivering) worden gewonnen. De warmte van deze 3 bronnen zorgt voor de verwarming van een lage temperatuur warmtenet. Bij oppervlaktewater wordt hierbij vaak een koppeling gemaakt met een WKO, omdat de warmte in de winter nodig is, maar vooral in de zomer aanwezig is en daarom opgeslagen moet worden. Het gebruik van warmte uit rioolwater heet ook wel riothermie. Geothermie - warmtenet Geothermie is warmte afkomstig uit de bodem en aarde en kan middels verschillende technieken een gebouw van warmte voorzien. Met geothermie in de warmtetransitie bedoelt men meestal het gebruik van warmte uit diepe aardlagen die gebruikt kan worden voor de verwarming van water in een warmtenet. In diepe aardlagen (dieper dan 500 meter) wordt de aarde verwarmd door de kern van de aarde. Hierdoor kunnen we ‘onbeperkt’ grondwater uit deze diepe lagen oppompen en hier afgekoeld water voor terug in de plaats stoppen. Dit afgekoelde water warmt vervolgens op den duur vanzelf weer op en de warmte die vrijkomt gebruiken we om een hoge temperatuur warmtenet te realiseren.

In Nederland kunnen we echter niet overal in de grond boren en niet elke aardlaag is geschikt voor geothermie. Daarnaast zijn de investeringen voor het oppompen van water uit diepe aardlagen hoog, waardoor er veel gebouwen dichtbij de bron nodig zijn om het betaalbaar te houden. Een warmtenet gevoed door geothermie is daarom lang niet overal mogelijk. Geothermie systemen zoals in de vorige alinea beschreven zijn zogenaamde open systemen. Er bestaan ook gesloten systemen waarbij een niet-gift antivriesmiddel door middel van buizen verwarmd en gekoeld wordt door de aarde. Gesloten

systemen worden nog maar weinig toegepast in Nederland en de toepassing ervan is nog sterk in ontwikkeling Restwarmte – warmtenet Warmte kan ook afkomstig zijn van bedrijven. In dit geval spreken we vaak van restwarmte. Bij industriële processen ontstaat er soms warmte die een bedrijf zelf niet meer nuttig kan gebruiken en een warmtenet van warmte kan voorzien. Voordat een restwarmtebron als bron voor een warmtenet wordt gekozen moet er altijd een garantie van leveringszekerheid komen dat ook als het bedrijf weg gaat een andere bron het net van warmte kan voorzien. Dit in verband met de leveringszekerheid. Daarnaast is van veel bedrijven onvoldoende bekend hoeveel restwarmte er in potentie beschikbaar is en hoe zich dat in de toekomst ontwikkelt. Restwarmte is daarom als warmtebron voor een warmtenet organisatorisch vaak complexer te realiseren, als er geen grote restwarmtebronnen aanwezig zijn, dan bijvoorbeeld aqua- of geothermie. Afhankelijk van de leveringstemperatuur kan het nodig zijn om (op buurtniveau of individueel) met warmtepompen de temperatuur van het tapwater op te hogen naar minimaal 55-60 ⁰C4 en ruimteverwarming van minimaal 35 ⁰C. Biomassa – warmtenet Biomassa is plantaardig en dierlijk restmateriaal (GFT, mest, snoeiafval) dat gebruikt kan worden om warmte uit te krijgen. Door biomassa, vooral snoeiafval, in een biomassacentrale te verstoken ontstaat warmte.

Doordat er bij dit proces fijnstof vrijkomt en er geen ongelimiteerde regionale biomassavoorraad is, wordt deze warmtebron minder snel gekozen. wanneer de houtpellets niet geproduceerd zijn met hout uit de regio. Daarnaast duurt het tientallen jaren voordat de CO2 die vrijkomt bij verbranding weer opgenomen wordt door bomen. Op korte termijn zorgt dit daarom niet voor CO2-reductie. Tenslotte levert het discussies op over luchtkwaliteit, zeker in dichtbebouwde gebieden. Daarom kan de houtpelletkachel worden gezien als een aanvullende optie voor het

Tapwater (water voor douche/bad/keuken) moet tot minimaal 55 ⁰C verwarmd worden in verband met legionella. 4

65

Concept Transitievisie Warmte gemeente Oost Gelre

buitengebied waar de gebouwdichtheid laag is. Liever echter wordt houtachtige biomassa gereserveerd voor het opvangen van piekvragen van grootschalige warmtenetten. Groen gas – gas Biogas ontstaat door het vergisten van biomassa. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van mest, GFT-afval en rioolslib. Door dit te vergisten ontstaat biogas. Biogas kunnen we echter niet zomaar in ons bestaande aardgasnet invoeren. De eigenschappen (calorische waarde) van biogas verschillen te sterk van aardgas. Daarom moet biogas worden opgewaardeerd naar groen gas. Door biogas te zuiveren en te drogen ontstaat een (groen) gas met dezelfde eigenschappen als aardgas, waardoor het in het bestaande gasnet kan worden ingevoerd. Groen gas is een hoge temperatuur warmtebron. Doordat groen gas dezelfde eigenschappen als aardgas heeft vraagt dit weinig aanpassingen aan de bestaande infrastructuur en gebouwen. We kunnen immers onze gebouwen middels gas blijven verwarmen. Dit klinkt aantrekkelijk, maar de benodigde biomassa in Nederland is slechts beperkt aanwezig, waardoor we zuinig om moeten gaan met de inzet van groen gas. Daarbij is groengas vooralsnog voorbehouden aan de industrie. Dit betekent dat ook gebouwen die aangesloten blijven op een gasnet hun warmtevraag naar beneden moeten brengen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10803252/1