CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 planregels

Raadscommissie 23 mei 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij'14.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij vastgesteld

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

6 6 15

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1 Waarde - Archeologisch rijksmonument

16 16 25 27

Hoofdstuk3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Parkeerregelgeving Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

28 28 29 31 32 33 34

Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

37 37 38

Bijlagen bij regels Bijlage 1

Lijst aan huis verbonden bedrijven

Bijlage 2

Indicatieve bedrijvenlijst

Bijlage 3

Beplantingsplan

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

Regels

Regels (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij met identificatienummer NL.IMRO.1586.BPBUI2014-VG01van de gemeente Oost Gelre; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aan huis verbonden bedrijf:

het uitsluitend door de bewoner(s) van een woning verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel uitgezonderd verkoop via internet en voor zover toegestaan, die in een woning en/of bijbehorende bouwwerken worden of wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitstraling hebben of heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4

aan huis verbonden beroep:

een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, niet zijnde detailhandel, uitgezonderd verkoop via internet, dat uitsluitend door de bewoner(s) in een woning en/of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.5

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar, ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7

achtererfgebied:

erf aan de achterkant en de niet naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant van het hoofdgebouw; 1.8

afhankelijke woonruimte:

een deel van een woning, of een woonunit die qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning, waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; 1.9

agrarisch bedrijf:

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren;

6

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

1.10

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11

bebouwingspercentage:

een percentage van een deel van een terrein dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12

bedrijfsgebouwen

Gebouwen die dienen voor de uitoefening van een bedrijf of bedrijfsactiviteit, inclusief bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij de woning. 1.13

bedrijfsmatige exploitatie verblijfsrecreatieterrein:

het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/exploitatie, dat in de logiesverblijven daadwerkelijk recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden; 1.14

bedrijfswoning:

een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (een huishouding van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; 1.15

beperkt kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.16

bestaand:

onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie’ welke op een legale wijze tot stand is gekomen en is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals de gemeente deze bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij; 1.17

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.18

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.20

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

Regels (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

1.21

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.22

bouwlaag:

een al dan niet doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.23

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.24

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.25

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.26

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.27

chalet:

een gebouw, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, niet zijnde een kampeermiddel of stacaravan, dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf, waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben en geen grotere oppervlakte heeft dan 55 m²; 1.28

daghoreca:

horeca dat is gericht op het overdag tot 23:00 uur verstrekken van dranken en etenswaren aan bezoekers; 1.29

deel:

de aan een bestaande of voormalige agrarische bedrijfswoning gekoppelde rechtstreeks (of via een tussenlid) vanuit de woning toegankelijke stalruimte (als onderdeel van het hoofdgebouw), die beeldbepalend, visueel, en van oorsprong functioneel verbonden is met de betreffende woning en daarmee een onlosmakelijke eenheid vormt, één en ander exclusief eventuele aan de deel grenzende ondergeschikte en niet meer met de woning in verbinding staande bebouwing; 1.30

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.31

duurzaam beëindigd

een activiteit wordt meer dan 12 maanden niet meer uitgevoerd;

8

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

1.32

erfinpassing

erfinpassing vindt plaats op het erf en omliggende gronden. Hiertoe behoort in ieder geval de situering van opstallen, de inrichting van het perceel en de aansluiting van het erf op de omgeving. Het gaat hierbij onder andere om aanleg van opgaande beplanting op of direct aangrenzend aan het erf. 1.33

evenementen:

elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, zowel in als buiten een bouwwerk, uitgezonderd: a. bioscoopvoorstellingen; b. een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; f. muziekevenementen. Onder een evenement wordt mede verstaan een jaarmarkt of een braderie; 1.34

extensieve dagrecreatie:

extensieve vorm van dagrecreatie, zoals wandelen, fietsen, vissen, picknicken en paardrijden, inclusief naar de aard en omvang daartoe behorende voorzieningen, zoals picknicktafels en informatieborden, waarbij de recreatievorm geen specifiek beslag legt op de ruimte; 1.35

extensieve dagrecreatieve nevenactiviteiten

extensieve, eendaagse recreatieve activiteiten tijdens daglicht als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf zonder vast ruimtebeslag, vaste voorzieningen of vaste opstellingen waaronder begrepen, maar niet beperkt tot, rondleidingen, sportieve buitenactiviteiten en behendigheidsspellen; 1.36

functieverandering naar wonen

het toevoegen van een woning op een locatie van een voormalig agrarisch bedrijf. 1.37

gebiedsgebonden bedrijven:

een bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven, niet gebiedsgebonden bedrijven of particulieren door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing van andere landbouwkundige werkzaamheden, waaronder in ieder geval worden verstaan: grootveeklinieken, KI-stations, mestopslag- en mesthandelsbedrijven, agrarische loonbedrijven, (inclusief verhuurbedrijven voor landbouwwerktuigen), drainagebedrijven, veetransportbedrijven en veehandelsbedrijven, zaaizaad en pootgoedbedrijven, opslag agrarische producten, hoefsmederijen, dierenasiels, dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven, boomverzorgingsbedrijven, bosbouwbedrijven, bedrijven voor natuur- en landschapsbeheer en proefbedrijven of bedrijven die naar aard en omvang op de omgeving gelijk te stellen zijn met de gebiedsgebonden bedrijven, met uitzondering van mestbewerking; 1.38

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

Regels (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

1.39

grondgebonden agrarisch bedrijf:

een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden bedrijven zijn landbouwbedrijven die niet zijn aan te merken als intensieve veehouderijbedrijven waaronder in ieder geval worden verstaan: akkerbouw-, fruitteelt- en vollegrondstuinbouwbedrijven en boomteeltbedrijven, waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn geplant. Melkveebedrijven zijn ook grondgebonden; 1.40

hoofdgebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.41

hergebruik

het gebruik van bestaande, voormalig agrarische, gebouwen voor een andere functie. 1.42

horeca:

een bedrijf gericht op één of meer van de navolgende bedrijfsmatige activiteiten: het verstrekken van voedsel en/of dranken met de mogelijkheid deze ter plaatse te nuttigen; het verstrekken van nachtverblijf; het exploiteren van zaalaccommodatie; het bieden van gelegenheid tot dansen;. het uitoefenen van een kans- en/of behendigheidsspel, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie (uitgezonderd een erotisch getinte vermaaksfunctie); niet zijnde discotheken, casino's en coffeeshops. horeca 1: een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het verstrekken van nachtverblijf, al dan niet in combinatie met het exploiteren van zaalaccommodaties, en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken daaraan ondergeschikt is, zoals een hotel of pension; horeca 2: een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren ten behoeve van consumptie ter plaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van nachtverblijf en/of zaalverhuur, zoals een (hotel)restaurant, pannenkoekenhuis, eetcafé en pizzeria, uitgezonderd een maaltijdafhaalcentrum; horeca 3: een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide snacks, ijs en kleine maaltijden voor consumptie, zowel ter

plaatse als elders, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken, zoals een snackbar, cafetaria, maaltijdafhaalcentrum, lunchroom en ijssalon; horeca 4: een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, al dan niet in combinatie met kleine etenswaren en het exploiteren van zaalaccommodaties, zoals een café;

10

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

1.43

intensieve dagrecreatie

intensieve vorm van dagrecreatie, zoals een survivalbaan, inclusief naar de aard en omvang daartoe behorende voorzieningen, waaronder begrepen klimtoestellen en lichtmasten, waarbij de recreatievorm geen specifiek beslag legt op de ruimte; 1.44

intensieve veehouderij:

agrarisch bedrijf òf deel van een agrarisch bedrijf waar tenminste 250 m2 aan bedrijfsvloeroppervlakte aanwezig is dat gebruikt wordt als veehouderij volgens de wet Milieubeheer voor het houden van vee, pluimvee en nertsen, waarbij dit houden van vee geheel of nagenoeg geheel plaatsvindt in gebouwen. Het biologisch houden van dieren conform een regeling krachtens artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet en het houden van melkrundvee, schapen of paarden, wordt niet aangemerkt als intensieve veehouderij; 1.45

inwoning:

twee of meer huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meer voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn; 1.46

kampeermiddelen:

tenten, tentwagens, toercaravans en kampeerauto's of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 1.47

karakteristieke gebouwen:

een traditionele boerderij, waarvan de originele kenmerken in hoofdzaak nog aanwezig zijn en welke is gebouwd volgens de principes van de hallenhuisboerderij; 1.48

kleinschalig kampeerterrein

een kampeerterrein met een capaciteit voor maximaal 25 kampeermiddelen in de periode 15 maart tot en met 31 oktober, waarbij stacaravans niet zijn toegestaan; 1.49

landschapsversterking

Landschapsversterking vindt plaats buiten het erf, met als doel de gewenste karakteristieken en kwaliteiten van het landschap te versterken. Het betreft bijvoorbeeld de aanleg van paden, lanen, bossen en houtwallen. 1.50

maatschappelijke voorzieningen:

educatieve, sociale, medische, culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening alsmede soortgelijke voorzieningen, of een combinatie daarvan, alsook ondersteunende detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.51

manegebedrijf:

gebruiksgerichte paardenhouderij, bestaande uit één of meerdere binnenrijbanen dat is gericht op het bieden van paardrijdmogelijkheden en het geven van instructie aan derden met gebruik van paarden in eigendom van het bedrijf, al dan niet met een horecavoorziening die is gericht op het verstrekken van dranken en etenswaren aan bezoekers van het manegebedrijf;

Regels (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

1.52

mantelzorg:

het bieden van zorg aan een ieder die aantoonbaar hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband, meer dan 8 uur per week en langer dan 6 maanden; 1.53

mestvergistingsinstallatie:

een (co-vergistings)installatie, welke onderdeel is van het op dezelfde locatie aanwezige agrarische bedrijf en met als oogmerk om op een duurzame wijze energie op te wekken (of producten te produceren ten behoeve van energieopwekking), ten behoeve van het vergisten/verwerken van o.a. mest en het bewerken van vergiste mest. De capaciteit van de installatie bedraagt maximaal 36.000 ton mest en/of cosubstraten per jaar, met dien verstande dat alle mest van het desbetreffende agrarische bedrijf welke niet op eigen grond uitgereden kan worden, ingebracht moet worden, met een minimum van 15% van het te verwerken tonnage van de maximale capaciteit van de installatie. (Voorbeeld: een installatie van 36.000 ton (100%) moet minimaal 5400 ton (15%) zelf inbrengen. Wordt er een kleinere installatie gebouwd (20.000 ton), dan is het minimum aantal ton eigen mest 3000 ton); 1.54

muziekevenement

een evenement met in hoofdzaak een muzikaal karakter waarbij bij de optredens gebruik wordt gemaakt van versterkte muziek; 1.55

nevenactiviteit:

een activiteit van beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft; 1.56

nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d; 1.57

ondersteunende detailhandel:

niet-zelfstandige detailhandel, die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is, welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdfunctie en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie; 1.58

ondersteunende horeca:

horeca die onlosmakelijk is verbonden met de bestemming van een perceel en daaraan ondersteunend is, en dus niet geldt voor zelfstandige feesten, partijen en soortgelijke activiteiten; 1.59

paardenbak:

een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen; 1.60

peil:

gemiddelde hoogte van aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein;

12

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

1.61

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.62

relatie:

ter plaatse van de aanduiding 'relatie' wordt de verbinding aangegeven tussen twee of meer afzonderlijk begrensde bouwvlakken of bestemmingsvlakken, inclusief de daaraan toegekende aanduidingen waarmee die bouwvlakken of bestemmingsvlakken één vlak vormen; 1.63

reële agrarische bedrijfsvoering:

een niet volwaardig agrarisch bedrijf met een zodanige arbeidsomvang, dat toch van een beroepsmatige beroepsuitoefening kan worden gesproken en dat een serieuze aanzet kan zijn tot een doorgroei naar een volwaardig bedrijf; 1.64

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.65

slijterij

de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van de in de aanduiding 'stokerij' geproduceerde sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse; 1.66

springkussenfestival

een dagrecreatieve activiteit waarbij in hoofdzaak gebruik gemaakt wordt van meerdere springkussens; 1.67

stacaravan:

een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen dat, mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op verkeerswegen over grotere afstanden als aanhangels van een auto te worden voortbewogen; 1.68

stokerij

het op ambachtelijke wijze door middel van een destillatieproces produceren van (sterk) alcoholische dranken zoals whiskey en likeuren; 1.69

teeltondersteunende voorzieningen:

voorziening in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten wordt gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen onkruidbestrijding, effectief omgaan met water); Voorbeelden van teeltondersteunende voorzieningen zijn: aardbeiteelttafels, afdekfolies, antiworteldoek, boomteelthekken, hagelnetten, insectengaas, plastic tunnels, ondersteunende kas, schaduwhallen en vraatnetten;

Regels (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

1.70

tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen:

teeltondersteunende voorzieningen welke zo lang als de teelt dit vereist aanwezig zijn, met een maximum van drie maanden per jaar; 1.71

verblijfsrecreatie

een vorm van recreatief nachtverblijf, waarbij sprake is van overnachtingen in kampeermiddelen, geen stacaravans zijnde; 1.72

verkoopvloeroppervlakte

de som van de vloeroppervlakte van ruimten die rechtstreeks ten dienste staan van de detailhandelsactiviteiten en voor publiek toegankelijk zijn (kantoren, magazijnen en overige dienstruimten worden hieronder niet begrepen), binnenwerks gemeten; 1.73

voorgevel:

de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, die gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.74

voorgevelrooilijn:

denkbeeldige lijn getrokken langs de voorgevel van een gebouw en het verlengde daarvan; 1.75

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden dan wel inwoning. 1.76

woningsplitsing:

het bouwkundig en functioneel in tweeën delen van een woning (c.q. de woning met de aangrenzende deel) op zodanige wijze dat, met handhaving van de bestaande woning, een tweede zelfstandig functionerende woning ontstaat;

14

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2

bovenkant spoorstaaf:

de hoogte van de bovenkant van de laagst gesitueerde spoorstaaf; 2.3

breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.4

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7

de hoogte van een windturbine:

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de afwijking niet meer dan 1 m bedraagt.

Regels (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden - Landschapswaarden

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. behoud van landschappelijke en natuurwaarden; c. het bouwen van corso- of carnavalswagens uitsluitend in bestaande bedrijfsgebouwen en met dien verstande dat het bouwen van corsowagens uitsluitend is toegestaan in de periode van maart tot en met september en het bouwen van carnavalswagens uitsluitend is toegestaan in de periode november tot en met maart en de activiteit niet bedrijfsmatig wordt uitgevoerd; d. het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - nevenactiviteit' zijn de volgende nevenactiviteiten toegestaan: 1. een kaas- en zuivelmakerij met een verwerkingscapaciteit van maximaal 2 miljoen liter melk per jaar met een maximale oppervlakte van 715 m2, waarbij minimaal 75% van de te verwerken melk van het agrarisch bedrijf komt dat op hetzelfde bouwvlak gevestigd is; 2. extensieve dagrecreatieve nevenactiviteiten; 3.

ondersteunende detailhandel, uitsluitend op de begane grond en met maximaal 250 m2 verkoopvloeroppervlak (exclusief de oppervlakte van de slijterij als bedoeld in lid g.) en met dien verstande dat minimaal 50% van de omzet van deze detailhandel (exclusief de omzet van de slijterij als bedoeld in lid g.) wordt verkregen uit de verkoop van de op hetzelfde bouwvlak geproduceerde melk en melkproducten en met dien verstande dat behalve in de slijterij als bedoeld in lid g. de verkoop van sterk alcoholische dranken in de zin van de Alcoholwet niet is toegestaan; 4. intensieve dagrecreatie, uitsluitend in de vorm van een springkussenfestival gedurende één periode van maximaal 10 dagen aaneengesloten per jaar, met maximaal 200 bezoekers per dag (totaalaantal en piekaantal) dagelijks van 07:00 tot uiterlijk 20.00 uur. De maximale op- en afbouwtijd voor het springkussenfestival is 3 dagen. Als gevolg van het springkussenfestival mag de geluidbelasting op de eerstelijns gevels van geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - nevenactiviteit' maximaal 55 dB(A) bedragen met een maximale LAmax van 65 dB(A); f.

ter plaatse van de aanduiding 'horeca' : een horecagelegenheid conform horeca 2 met een oppervlakte van maximaal 245 m2 waarbij geldt dat de horeca dagelijks geopend mag zijn van 07:00 tot maximaal 01:00 uur met dien verstande dat het gebruik als café en/of hotel is uitgesloten; een keuken ten behoeve van de horeca welke tevens te gebruiken is voor kookworkshops met een maximale oppervlakte van 107 m2, en; bijbehorende voorzieningen zoals entrees, gangen etc. met een oppervlakte van maximaal 65 m2; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - stokerij' uitsluitend een stokerij en slijterij voor de verkoop van de binnen deze aanduiding gestookte dranken; h. terrassen met een oppervlakte van maximaal 200 m2 uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'terras', waarbij het ook mogelijk is om ter plaatse van de aanduiding 'terras' buiten maaltijden te bereiden door middel van barbecues, foodtrucks of daarmee gelijk te stellen middelen. De terrassen mogen na 23:00 uur niet meer geopend zijn; i. een kleinschalig kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein'; j. extensieve dagrecreatie, waaronder begrepen boerengolf; k. een evenemententerrein ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein', met dien verstande dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

16

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

omvang maximum piekaantal evenementen totaal aantal bezoekers bezoekers (per dag)

maximale duur (in dagen)

maximale duur evenement

maximum aantal (per jaar)

op-en afbouwtijd in dagen (per evenement)

groot 7.500 (belastende evenementen )

5000

2

07:00-20:00

3

maximaal 5

klein 2.500 (niet-belasten de evenementen )

500

1

07:00-20:00

7

maximaal 3

waarbij geldt dat; 1. de op- en afbouw van een evenement uitsluitend plaats mag vinden tussen 7:00 en 19:00 uur, en; 2. de geluidbelasting op de eerstelijns gevels van geluidgevoelige bestemmingen rond de gronden als gevolg van een evenement mag maximaal 55 dB(A) bedragen met een maximale LAmax van 65 dB(A) . l. een parkeerterrein ten behoeve van de onder 3.1 onder k genoemde evenemententerrein uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; m. bijbehorende parkeervoorzieningen, met dien verstande dat het parkeren ten behoeve van de onder a tot en met j genoemde functies binnen het bouwvlak moet plaatsvinden. met de daarbij behorende: n. o. p. q. r. s.

erfbeplanting; nutsvoorzieningen; erven en terreinen, waarbij geldt dat erfverharding uitsluitend binnen het bouwvlak is toegestaan; wegen en paden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; in/-en uitritten, mede ten behoeve van de aangrenzende bestemming.

Het aantal bedrijfswoningen mag per bouwvlak niet meer bedragen dan 1, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden' anders is bepaald. In de bedrijfswoning is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de bedrijfswoning en 100% van de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt met een gezamenlijk maximum van 50 m². De activiteit mag niet leiden tot belemmeringen voor de omliggende functies en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer. Ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Onder het doel 'behoud van landschappelijke en natuurwaarden': is de instandhouding begrepen van de landschappelijke - en natuurwaarden behorend tot de volgende landschapstyperingen: 1. landbouwgronden met cultuurhistorisch bepaalde kleinschalige akkercomplexen, waaronder begrepen de Vragender es en Lievelder es, het natte en oude heide- en broekontginningenlandschap rond het Vragender Veld, Lievelder Veld en het Zwolsche Veld en het kampenlandschap rond Zwolle en rond Harreveld; 2.

landbouwgronden met een oorspronkelijke kavelstructuur (strokenverkaveling), ontsloten via kronkelende wegen en gescheiden van andere kavels door middel van wallen of singels met opgaande eiken en hakhout van berk, els en eik en rijbeplanting in los plantverband van zomereik, soms beuk, berk of andere soorten als wilg of populier; 3. landbouwgronden grenzend aan waterafhankelijke natuurgebieden, waarbij het agrarisch gebruik van de gronden niet mag leiden tot veranderingen in de grondwatersituatie,

Regels (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij oppervlaktewaterpeilen en waterkwaliteit; 4. (kleinschalige) hoogteverschillen, zoals steilranden (oude essen) en het terras en terrasrand Aalten–Eibergen; 5. de grotere open ruimtes, ter plaatse van de aanduiding 'openheid'; 6. kleinschalige besloten ruimtes; 7. rustige omstandigheden en onverharde wegen; 8. beplantingselementen zoals houtwallen, houtsingels, hagen, bosjes, boomgroepen, solitaire monumentale en waardevolle bomen, weg- en erfbeplanting; zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied 'Korenburgerveen' alsmede bouwwerken ten behoeve van onderhoud en beheer en het behouden en versterken van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van het Nationaal Landschap Winterswijk mede begrepen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Toegestane bouwwerken binnen bouwvlakken

Binnen elk bouwvlak op de gronden als bedoeld in lid 3.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d. e.

de bij één agrarisch bedrijf of de aanduidingen behorende bedrijfsgebouwen; bedrijfswoning; andere bouwwerken, waaronder begrepen mestplaten, mestsilo's en kuilvoeropslag; teeltondersteunende voorzieningen; windturbines ten behoeve van de eigen energievoorziening, mits de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduidingen: 1. 'overige zone - gelders natuur netwerk'; 2. 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; 3. 'openheid'.

3.2.2

Toegestane bouwwerken buiten bouwvlakken

Buiten bouwvlakken als bedoeld in lid 3.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bestaande schuilgelegenheden, met dien verstande dat de schuilgelegenheden op een legale wijze tot stand zijn gekomen; b. bestaande bebouwing, met dien verstande dat de bestaande bebouwing op een legale wijze tot stand is gekomen; c. in afwijking van het bepaalde onder b. zijn kuilvoerplaten uitsluitend buiten het bouwvlak toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kuilvloerplaat'; d. informatiepanelen en schuilgelegenheden voor fietsers en wandelaars. 3.2.3

Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in de subleden 3.2.1 en 3.2.2, gelden de volgende regels: a. de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan in de onderstaande tabel is aangegeven: Bouwwerken

Maximale goothoogte m

Maximale Maximale Maximale inhoud in bouwhoogte in m oppervlakte in m² in m³

Bedrijfsgebouwen

7

10

Bedrijfswoning

4,5

9

Bijbehorende bouwwerken bij 4 de bedrijfswoning

6

Teeltondersteunende voorzieningen

3

Sleufsilo's en mestplaten

3

18

750 150

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

Mestsilo's

7

Hooibergen, voedersilo's

15

Erf- en terreinafscheidingen

2

Informatiepanelen schuilgelegenheden fietsers en wandelaars

2,5

en voor

Windturbines

15

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen bouwvlak

3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten bouwvlak en ten behoeve van het agrarisch gebruik.

2

30

b. indien de bestaande bebouwing afwijkt van het bepaalde onder a dan geldt de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht; 3.3

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 3.2 ten behoeve van het overschrijden van het bouwvlak voor het bouwen van gebouwen op de gronden welke niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij', met dien verstande dat: 1. de overschrijding niet meer mag bedragen dan 10% van de oppervlakte van het bouwvlak, met dien verstande dat het maximale oppervlak van het bouwvlak na overschrijding niet meer mag bedragen dan 1,5 ha; 2. de overschrijding aantoonbaar noodzakelijk dient te zijn in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering; 3. de bebouwing een compact geheel dient te vormen met de bestaande bebouwing; 4. natuur- en landschapswaarden door de overschrijding niet onevenredig worden aangetast; 5. is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied; 6. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing en landschapsversterking blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; 7. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld; b.

sublid 3.2.1 ten behoeve van het realiseren van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals mestplaten, mestsilo's, sleufsilo's en kuilvoeropslag buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: 1. de realisering van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde aantoonbaar noodzakelijk is in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering; 2. de bebouwing een compact geheel dient te vormen met de bestaande bebouwing; 3. natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden aangetast; 4. is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied; 5. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld; c. sublid 3.2.1 ten behoeve van het oprichten van bouwwerken voor energievoorziening voor agrarische bedrijven met een oppervlakte, voor zover het een gebouw betreft, van maximaal 25 m2 en een

Regels (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij maximale goothoogte van 3 m; d. sublid 3.2.3 sub a ten behoeve vergroten van de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen niet meer bedraagt dan 12 m; 2. de bouwhoogte van een ligboxenstal niet meer bedraagt dan 15 m; 3. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; e. sublid 3.2.3 sub a ten behoeve vergroten van de bouwhoogte van mestsilo's, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van mestsilo's niet meer bedraagt dan 10 m; 2. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; f. sublid 3.2.3 sub a ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning tot 200 m2, met dien verstande dat uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; g. lid 3.1 sub k.1 ten behoeve van vervangende nieuwbouw voor nevenactiviteiten, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan de in 3.1 onder e toegestane oppervlakte voor nevenactiviteiten; 2.

uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; 3.4

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk voor het houden van dieren. b. het gebruik van gronden wordt aangemerkt als strijdig gebruik als niet binnen één jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan de landschappelijke inpassing met behulp van streekeigen beplanting is gerealiseerd conform het in Bijlage 3 Beplantingsplan opgenomen inrichtings- en beplantingsplan. Dit gebruik wordt ook aangemerkt als strijdig gebruik als de gerealiseerde inrichting niet of onvoldoende in stand wordt gehouden; c. detailhandel in sterk alcoholische dranken anders dan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - stokerij'; d. de in 3.1 onder g genoemde zelfgestookte alcoholische dranken verkopen zonder een verleende slijterijvergunning als bedoeld in de Alcoholwet; e. het voortzetten van de in 3.1 onder e tot en met h en onder k en l genoemde bedrijfsactiviteiten na beëindiging van de bedrijfsmatige agrarische bedrijfsvoering; f. het gebruik van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'horeca' ten behoeve van horeca 2 indien ramen en deuren niet gesloten zijn; g. het gebruik van gronden ter plaatse van de aanduiding 'terras' indien er, al dan niet versterkte, muziek ten gehore wordt gebracht; h.

Het gebruik van gronden en bouwwerken voor zover de hieronder genoemde aantallen en/of soorten dieren wordt overschreden of een afwijkend stalsysteem wordt gebruikt: 1. 160 melk- en kalfkoeien, overige huisvestingssystemen (A1.100); 2. 118 stuks vrouwelijk jongvee, overige huisvestingssystemen (A3.100); 3. 4 schapen, overige huisvestingssystemen (B1.100); 4. 2 volwassen paarden, overige huisvestingssystemen (K1.100). 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 3.1 ten behoeve van het huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten, met dien verstande dat: 1. het uitsluitend voorzieningen betreffen in de vorm van overnachtingsmogelijkheden en verblijfsruimten voor tijdelijke arbeidskrachten, die benodigd en werkzaam zijn in de agrarische sector gedurende de maanden maart tot en met oktober op het bedrijf waar ze gevestigd zijn; 2. de voorzieningen binnen de bedrijfsgebouwen gerealiseerd dienen te worden tot een maximum vloeroppervlakte van 200 m2.

20

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij b. lid 3.1 ten behoeve van het toestaan van mantelzorg in de bedrijfswoning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken dan wel voor het bouwen van een mantelzorgunit, onder de voorwaarden dat: 1. er aantoonbaar behoefte bestaat aan mantelzorg in verband met medische, psychische en/of sociale omstandigheden, in welk kader een indicatie voor mantelzorg aanwezig is; 2. de totale oppervlakte ten behoeve van mantelzorg per bouwvlak niet meer dan 55 m² mag bedragen; 3. er maximaal sprake mag zijn van 1 bouwlaag; 4. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 5. een vrijstaande mantelzorgunit binnen een afstand van 10 m gerekend van de bedrijfswoning wordt gebouwd; 6. in alle gevallen sprake is en blijft van afhankelijke woonruimte; 7. indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen, de omgevingsvergunning wordt ingetrokken en de situatie in en om de bedrijfswoning wordt teruggebracht in de oude staat (voor units), dan wel in overeenstemming met het bestemmingsplan; c. lid 3.1 ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf in de bedrijfswoning, mits de woonfunctie in overwegende mate wordt behouden en onder de voorwaarden dat: 1.

het medegebruik van ondergeschikte betekenis moet zijn en maximaal 30% mag beslaan van de totale nettovloeroppervlakte van de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken tot een gezamenlijk maximum van 50 m²; 2. slechts bedrijven toelaatbaar zijn, die behoren tot de categorie 1 van de in Bijlage 1 Lijst aan huis verbonden bedrijven opgenomen; 3. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop -als ondergeschikte nevenactiviteit- van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis verbonden bedrijf; 4. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken; 5. het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de leefomgeving; 6. op eigen terrein moet worden geparkeerd door eigenaar/huurder en bezoekers; d.

in lid 3.1 jo 3.5 sub d ten behoeve van het toestaan van: aan huis verbonden bedrijven welke niet zijn genoemd in de in Bijlage 1 Lijst aan huis verbonden bedrijven opgenomen of, aan huis verbonden bedrijven die worden genoemd in categorie 2 van de in Bijlage 1 Lijst aan huis verbonden bedrijven opgenomen mits deze naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, al dan niet onder te stellen voorwaarden, wat betreft geur, stof, geluid en gevaar, kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1, mits geen onevenredige aantasting ontstaat van: het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. e. lid 3.1 ten behoeve van het toestaan van wonen, anders dan ten behoeve van het agrarische bedrijf, in een voormalige agrarische bedrijfswoning, op de gronden welke niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voormalige bedrijfswoning' met dien verstande dat: 1. het aantal (bedrijfs)woningen op het desbetreffende perceel niet toeneemt; 2. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld. f.

lid 3.1 ten behoeve van het wijzigen van een stalsysteem, het soort en/of aantal te houden dieren of toepassen of wijzigen van emissiebeperkende maatregelen, onder de voorwaarden dat: 1. er een passende beoordeling in het kader van de Natuurbeschermingswet is gemaakt; 2. er voldaan is aan de relevante milieueisen voor wat bereft geur, geluid en luchtkwaliteit; 3. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

Regels (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij het landschaps- en bebouwingsbeeld.

3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden op de in lid 3.1 bedoelde gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: 1. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; 2. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; 3. het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; 4. het bebossen of anderszins beplanten van gronden met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters in verband met tuinbouw of als (agrarische) houtteelt, indien de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'openheid'; 5. het aanleggen van landschapselementen, indien de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'openheid'; 6.

het vellen of rooien van bos, alsmede het verwijderen van landschapselementen, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'openheid'; 7. het aanleggen, verbreden, halfverharden (door middel van granulaat) en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² ten behoeve van de aangrenzende bestemming; 8. het verwijderen van onverharde wegen of paden; 9. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. b. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing: 1. op werken of werkzaamheden waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden is verleend; 2. op werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; 3. op werken of werkzaamheden welke het normale onderhoud en beheer betreffen; 4. indien de gronden zijn gelegen binnen het bouwvlak. c.

Een omgevingsvergunning als bedoeld in sub a mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen en is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 3.7

Wijzigingsbevoegdheid

3.7.1

Vergroten van het bouwvlak

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten van het bouwvlak, met dien verstande dat: a. de vergroting van het bouwvlak voor grondgebonden agararische bedrijven niet meer dan 50% van het bouwvlak mag bedragen, mits de oppervlakte van het bouwvlak na vergroting niet meer dan 2 ha

22

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij bedraagt; b. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing en landschapsversterking blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; c. er geen sprake is van een significante aantasting van bestaande natuurwaarden en er geen belemmeringen voor de gewenste samenhang worden gecreeerd ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; d. is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied; e. aangetoond is dat de vergroting van de oppervlakte van het bouwvlak noodzakelijk is in het kader van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; f. omliggende waarden door de vergroting van de oppervlakte van het bouwvlak niet onevenredig worden aangetast, waartoe in ieder geval onderzoek dient plaats te vinden naar flora en fauna, archeologische waarden, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden; g. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden, waartoe in ieder geval dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de normen inzake geur, geluid en luchtkwaliteit. 3.7.2

Vervorming van het bouwvlak

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vervormen van het bouwvlak, met dien verstande dat: a. de vervorming niet mag leiden tot een vergroting van het bouwvlak; b. aangetoond is dat het vervormen van het bouwvlak noodzakelijk is in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering; c. alle bedrijfsbebouwing binnen het bouwvlak gesitueerd dient te blijven; d. het verschuiven van de grens van het bouwvlak mag niet tot gevolg hebben dat voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning kan worden gebouwd; e. er geen sprake is van een significante aantasting van bestaande natuurwaarden en er geen belemmeringen voor de gewenste samenhang worden gecreeerd ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; f. is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied; g. omliggende waarden door de vervorming van de oppervlakte van het bouwvlak niet onevenredig worden aangetast, waartoe in ieder geval onderzoek dient plaats te vinden naar flora en fauna, archeologische waarden, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden; h. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden, waartoe in ieder geval dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de normen inzake geur, geluid en luchtkwaliteit; i.

uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt.

3.7.3

Mestvergistingsinstallatie

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten van het bouwvlak met het doel het realiseren van een mestvergistingsinstallatie, met dien verstande dat: a. de oppervlakte van het bouwvlak na vergroting niet meer mag bedragen dan 2 ha; b. de vergroting van het bouwvlak uitsluitend gebruikt mag worden ten behoeve van een mestvergistingsinstallatie; c. er sprake is van een agrarisch bedrijf met een omvang van 20 NGE of meer; d. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 7 m; e. de bebouwing een compact geheel dient te vormen met de bestaande bebouwing; f. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing en landschapsversterking blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; g. er geen sprake is van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen; h. er geen sprake is van een significante aantasting van bestaande natuurwaarden en er geen

Regels (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij belemmeringen voor de gewenste samenhang worden gecreëerd ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; i. is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied; j. de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduidingen: 1. 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied'; 2. 'overige zone - gelders natuur netwerk'; 3. 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; 4. 'milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied'; 5. 'openheid'; 6. 'natte natuur'; k. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: 1. de milieusituatie; 2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. het landschaps- en bebouwingsbeeld. 3.7.4

Zon op erf

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen teneinde de bestemming 'Bedrijf nutsvoorziening' met de aanduiding 'zonne-installatie' op te kunnen nemen met het doel het realiseren van grondgebonden zonne-installaties waarvan de energieproductie wordt afgenomen door derden, mits: a. de oppervlakte van het bouwvlak niet wordt vergroot; b. bestaande bedrijfsgebouwen worden gesloopt m.u.v. de bedrijfswoning, 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken, monumentale- en karakteristieke gebouwen; c. de zonne-installaties uitsluitend binnen het bouwvlak zijn gesitueerd; d. de bouwhoogte van de zonne-installaties maximaal 3 m is; e. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; f. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden niet onevenredig worden geschaad.

24

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. 4.2

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; b. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven (al dan niet ten behoeve van het oprichten van een bouwwerk), verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen en de bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden; c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; waarbij de vergunningplicht voor sub b. tot en met g. geldt voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 250 m2. 4.3

Algemene bepalingen

Ten aanzien van de gronden met archeologische waarden en/of gronden met archeologische verwachtingswaarden als bedoeld in dit artikel zijn de volgende regels van toepassing: a. Bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 4.2, dient de aanvrager een rapport te overleggen op basis van nader onderzoek, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. Indien uit het in sub a. van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door de werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de vergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c.

Het overleggen van een rapport als bedoeld in sub a. van dit artikel is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, afdoende is vastgesteld. Het bepaalde in sub b. van dit artikel is van overeenkomstige toepassing in die situatie; d. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit nader onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden;

Regels (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij e. De in artikel 4.2 opgenomen verboden gelden niet: 1. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en van kabels en leidingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 2. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor ten tijde van het inwerkingtreden van dit bestemmingsplan een omgevingsvergunning in dit kader is verleend; 3. ingeval op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn; 4. indien op basis van nader onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 5. indien de werken of werkzaamheden betrekking hebben op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; f. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.2 kan slechts worden verleend voor zover het belang van het behoud van de archeologische waarden in de grond niet opweegt tegen het belang van de realisatie van het project waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd; g.

Voor zover het belang van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 4.2 zwaarder weegt dan het belang van realisatie van het project, kan de omgevingsvergunning slechts onder voorwaarden worden verleend.

26

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

Artikel 5

Waarde - Archeologisch rijksmonument

Voor het bouwen van bouwwerken, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is een vergunning van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noodzakelijk. 5.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologisch rijksmonument' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.

Regels (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Eimersweg 3 en 3a te Lievelde, kaasboerderij

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12733276/1