CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

begroting fijnder 2026

Raadscommissie 24 juni 2025, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Fijnder begroting 202617.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

8 september 2025

Begroting 2026 Meerjarenbegroting 2027 - 2029

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................................... 3 1.1 Algemeen .......................................................................................................................................................................3 1.2 Inhoud programma’s ...................................................................................................................................................3 1.3 Landelijke trends en ontwikkelingen ........................................................................................................................4 1.4 Regionale ontwikkelingen...........................................................................................................................................4 1.5 Speerpunten vanuit de opdrachtgevende gemeenten ..........................................................................................7 1.6 Uitgangspunten begroting 2026 ................................................................................................................................8 2. Programma werk en activering .......................................................................................................................

10 2.1 Visie...............................................................................................................................................................................10 2.2 Programmadoelen ......................................................................................................................................................10 2.3 Kritische prestatie-indicatoren (KPI’s)....................................................................................................................10 2.4 Totale kosten programma Werk en Activering .....................................................................................................15 3. Programma Bestaanszekerheid ...................................................................................................................... 16 3.1 Visie...............................................................................................................................................................................16 3.2 Programmadoel ..........................................................................................................................................................16 3.4 Totale kosten programma Bestaanszekerheid .....................................................................................................20 4.

Programma overhead en algemene kosten ................................................................................................... 21 4.1 Visie...............................................................................................................................................................................21 4.2 Programmadoel ..........................................................................................................................................................21 4.3 Kritische prestatie-indicator (KPI) ...........................................................................................................................21 4.4 Totale kosten programma overhead en algemene kosten .................................................................................23 5. Paragrafen .........................................................................................................................................................

24 5.1 Algemeen .....................................................................................................................................................................24 5.2 Financiering .................................................................................................................................................................24 5.3 Bedrijfsvoering ...........................................................................................................................................................25 5.4 Wet Open Overheid ....................................................................................................................................................26 5.5 Weerstandsvermogen ...............................................................................................................................................26 5.6 Onderhoud kapitaalgoederen ..................................................................................................................................29 5.7 Verbonden partijen .....................................................................................................................................................30 6. Financiële begroting .........................................................................................................................................

31 6.1 Overzicht van baten en lasten ..................................................................................................................................31 6.2 Geprognosticeerde balans en EMU-saldo .............................................................................................................33 6.3 Incidentele baten en lasten .......................................................................................................................................34 6.4 Overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld ..................................................................................34 6.5 Overzicht verloop reserves en voorzieningen ......................................................................................................34 6.6 Investeringsbegroting ...............................................................................................................................................36 6.7 Jaarlijks terugkerende arbeidskosten ....................................................................................................................37 6.8 Vennootschapsbelasting ..........................................................................................................................................37 6.9 Beleidsindicatoren

.....................................................................................................................................................37 BIJLAGEN .............................................................................................................................................................. 38 Bijlage A. Overzicht baten en lasten begroting 2026 .................................................................................................39 Bijlage B: Verklaring afkortingen ...................................................................................................................................47

2

1. Inleiding 1.1 Algemeen Bij de dienstverlening van Fijnder staat de vraag van de individuele inwoner centraal.

Missie Fijnder heeft als doel inwoners van Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk die op zoek zijn naar werk en ontwikkelmogelijkheden een sluitende aanpak te bieden. Als uitvoeringsorganisatie leveren we snel en effectief werk. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt profiteren van goede begeleiding op weg naar werk, een opleiding of een zinvolle dagbesteding. Visie

Wij geloven dat iedereen van betekenis wil en kan zijn! Uitgaande van de cliëntvraag bieden we maatwerk. Een efficiënt proces, met veel focus. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt worden snel verder geholpen en krijgen gedurende het proces inkomensondersteuning. Na een analyse waarin we een compleet cliëntprofiel vormen, maken we samen een duidelijke route naar het hoogst haalbare resultaat. Passend bij het vermogen van de mens. Daarbij kijken we naar mogelijkheden, stimuleren we vooruitgang en bewegen we mee met de vraag. Ook bieden we waar dat nodig is een beschutte werkplek. Strategie Wij helpen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt participeren in de samenleving. We bieden een financieel vangnet op het gebied van inkomen, helpen terug naar school, helpen bij het inburgeren en/of ondersteunen om aan het werk te komen en te blijven. Als het laatste niet lukt, zoeken we naar een passende lokale plek waarin mensen betrokken zijn bij de samenleving. Dat kan ook in onze werkplaats.

1.2 Inhoud programma’s Fijnder kent drie uitvoeringsprogramma’s: a. Programma Werk en Activering: Het re-integreren van werkzoekenden met een gemeentelijke uitkering (inclusief nieuw Beschut), maar ook van niet-uitkeringsontvangers en daarnaast het matchen en detacheren van Wsw-medewerkers. Het activeren van cliënten voor wie de stap naar betaald werk vooralsnog niet mogelijk is. Het inzetten van re-integratieinstrumenten om cliënten stappen te laten zetten in hun ontwikkeling; b. Programma Bestaanszekerheid: De voormalige programma’s Inkomen en Ondersteuning zijn met ingang van 2026 samengevoegd tot het nieuwe programma Bestaanszekerheid. Het verlenen van bijstand of leefgeld voor levensonderhoud aan cliënten die niet zelfstandig in hun bestaan kunnen voorzien. De inzet van Fijnder is tevens gericht op het voorkomen dat personen die een uitkering aanvragen deze ten onrechte krijgen (poortwachtersfunctie).Daarnaast wordt binnen dit programma voorzien in een financieel vangnet voor inwoners die onvoorziene kosten hebben en door buitengewone omstandigheden in financiële problemen dreigen te raken of zijn geraakt of willen participeren in 3

de samenleving. Het minimabeleid is in de drie samenwerkende gemeenten voor een deel lokaal vormgegeven en kan dan ook tot enigszins verschillende uitkomsten leiden voor de betreffende inwoners. Daarnaast is er nog een afgeleid programma dat vanwege de specifieke aard niet onder de hoofdprogramma’s is gebracht; c. Programma Overhead en algemene kosten: Hier worden de algemene bedrijfsvoeringskosten, treasury en de incidentele baten en lasten geraamd.

1.3 Landelijke trends en ontwikkelingen Participatiewet in Balans Het kabinet startte in 2023 het programma Participatiewet in Balans om de balans tussen vertrouwen, verplichtingen, ondersteuning en de menselijke maat te herstellen in de uitvoering van de Participatiewet. In het programma komen drie sporen om de Participatiewet te verbeteren samen. Het wetsvoorstel van spoor 1 met ruim twintig maatregelen treedt naar verwachting in werking op 1 januari 2026. De herziening van de Participatiewet (spoor 2) gaat in 2025 door. In spoor 3 wordt samen met gemeenten, uitvoeringsorganisaties en stakeholders gewerkt aan het versterken van de vakkundigheid met het oog op de mogelijke nieuwe wetgeving. Simpel Switchen in de Participatieketen Het kabinet heeft de ambitie om het voor mensen makkelijker te maken vanuit de uitkering (deeltijd) te gaan werken en de overgangen heen-en-weer tussen dagbesteding, beschut werk, banenafspraak en regulier werk voor hen te versoepelen. Daartoe is het programma Simpel Switchen in de Participatieketen opgezet. Er komt expliciete aandacht voor de rol van werkgevers en de veilige weg terug. Voor de uitvoering van de doelstellingen is voor de periode van 2024 tot en met 2027 € 5 miljoen beschikbaar.

Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten Het wetsvoorstel voor de vereenvoudiging van de banenafspraak en de quotumregeling voor mensen met een arbeidsbeperking is op 17 oktober 2023 ingediend bij de Tweede Kamer. Het doel van dit wetsvoorstel is om het voor werkgevers eenvoudiger en aantrekkelijker te maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Het wetsvoorstel is in behandeling en zal na goedkeuring worden voorgelegd aan de Eerste Kamer voor verdere behandeling. Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven Sociaal ontwikkelbedrijven spelen een belangrijke rol om mensen mee te laten doen. Mede door hun inzet krijgen mensen die niet, of niet zondermeer bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen, een kans op de arbeidsmarkt. Het kabinet wil dat sociaal ontwikkelbedrijven ook in de toekomst banen kunnen blijven bieden aan mensen voor wie werk niet vanzelfsprekend is. Daarom is er een groot pakket van maatregelen gepresenteerd waarmee beschutte banen verder worden gestimuleerd en gemeenten worden geholpen om de lokale infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven toekomstbestendig in te richten. Voor deze toekomstbestendige inrichting ontvangen gemeenten een impulsbudget van € 35 miljoen in 2025. Dit budget loopt door tot 2034 en loopt af naar € 19,8 miljoen. Daarnaast wordt een structurele infrastructurele opslag ingevoerd.

Hierdoor krijgen sociaal ontwikkelbedrijven meer ruimte om banen te realiseren voor mensen voor wie het hebben van werk niet vanzelfsprekend is. Deze basisfinanciering bedraagt in 2025 € 19,8 miljoen en loopt op naar structureel € 35,9 miljoen.

1.4 Regionale ontwikkelingen De hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur / regionaal werkcentrum Achterhoek Het kabinet wil de arbeidsmarktdienstverlening structureel verbeteren door hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. De hervorming richt zich op het structureel versterken van de publiek-private samenwerking en dienstverlening aan werkenden, werkzoekenden en werkgevers in de 35 arbeidsmarktregio’s. Ook wordt ingezet op het beter toegankelijk maken van deze dienstverlening door de vorming van 35 Werkcentra in de arbeidsmarktregio’s. De hervorming wordt gefinancierd met structurele middelen en tijdelijke 4

middelen die aflopen tot 2034. Deze structurele middelen worden ingezet voor de basisinrichting van het Werkcentrum en de publiek-private samenwerking. De tijdelijke middelen geven een impuls aan de arbeidsmarktdienstverlening in de regio en aan de van-werk-naar-werk dienstverlening. De maatregelen worden, waar nodig, vastgelegd in de SUWI wet- en regelgeving. In 2025 gaat het regionaal werkcentrum Achterhoek van start met de dienstverlening van het voormalige Leerwerkloket en het Regionaal Mobiliteitsteam. Ook de werkgeversdienstverlening vanuit het Werkgeverservicepunt Achterhoek (WSPA) zal onderdeel worden van het Werkcentrum Achterhoek. Voor de inbedding van deze dienstverlening wordt 2025 als overgangsjaar gehanteerd. In 2025 wordt de impact op de dienstverlening van Fijnder, de werkgeversdienstverlening zoals deze wordt geboden door het WSPA en de samenwerking met regionale partners verder uitgewerkt. Inzet ten aanzien van onbenut arbeidspotentieel In de Arbeidsmarktregio wordt samengewerkt aan de uitvoeringsagenda Inclusieve Arbeidsmarkt. Hiervoor zijn verschillende prioriteiten benoemd. Voor de prioriteit onbenut arbeidspotentieel wordt onder andere gewerkt aan het beter leren kennen en ondersteunen van (terugkerende) ‘cliënten’ ten behoeve van duurzame deelname aan de arbeidsmarkt.

Dit wordt gedaan door een sluitende aanpak te ontwerpen voor alle cliënten die zich melden voor een uitkering bij alle uitvoeringsorganisaties in de regio. De opzet is om samen met werkgevers in verschillende sectoren op verschillende niveaus modulaire leerlijnen te ontwikkelen. De werkleerlijnen bieden ruimte voor maatwerk. De doelgroep bestaat uit cliënten, terugkerende cliënten en niet-uitkeringsontvangers. Ongeacht de regionale ambitie en of er via de Regiodeal middelen vrijgespeeld worden, heeft Fijnder de ambitie om één of meerdere werkleerlijnen op te zetten. De eventuele impact op de begroting is nog niet bekend en zal zo nodig via een begrotingswijziging worden meegenomen in een bestuursrapportage. Cliëntstromen Onderstaand de verwachting van het landelijk aantal bijstandsontvangers zoals opgenomen in de septembercirculaire 2024. Aantal bijstandsontvangers (landelijk)

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

September circulaire

386.549

393.931

400.597

409.713

418.343

1,91%

1,69%

2,28%

2,11%

Procentuele wijziging

Fijnder heeft tot 2023 ten aanzien van de bestandsontwikkeling een positieve afwijking laten zien ten opzichte van landelijke cijfers. Vanaf 2023 was er een trendbreuk zichtbaar als gevolg van de instroom van statushouders en toename van het aantal cliënten met een grotere ondersteuningsvraag. Hieruit volgt dat voor 2026 en de volgende jaren landelijk gezien een stijging van het bijstandsvolume wordt verwacht. Het Dagelijks Bestuur van Fijnder hanteert voor de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 vooralsnog een volumestijging overeenkomstig de landelijke verwachting. Niet uitgesloten kan worden dat in het komend jaar via de bestuursrapportage deze verwachting moet worden bijgesteld. BUIG-budget De ontwikkeling van het BUIG-budget van de individuele gemeenten hangt nauw samen met het landelijke macrobudget. Om een inschatting te kunnen maken van het BUIG-budget voor de jaren 2026 tot en met 2029 is de ontwikkeling van het macrobudget van belang. In de Rijksbegroting 2025 van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid is hierover het volgende vermeld. • Op basis van de CPB-raming van de werkloosheid wordt de bijstandsraming naar beneden bijgesteld in 2025. • Daarnaast leidt een aantal (eerdere) wetswijzigingen tot een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven.

Dit betreft onder andere de invoering van maatregelen uit het wetsvoorstel Participatiewet in balans, de afloop van de IOAW en de ingroei van de nieuwe doelgroep als gevolg van de invoering van de Participatiewet in 2015. 5

•

• •

De uitgaven aan loonkostensubsidie nemen jaarlijks toe doordat de doelgroep van LKS sinds invoering van de Participatiewet ingroeit. Daarnaast stijgt de gemiddelde hoogte van LKS door de koppeling met het wettelijk minimumloon. Het aantal mensen dat een beroep doet en/of kan doen op de IOAW neemt af. De stijging van de AOW-leeftijd en invoering van maatregelen uit het wetsvoorstel Participatiewet in Balans voor hogere uitgaven aan de IOAW en IOAZ.

De ontwikkeling van het macrobudget ziet er als volgt uit: Overzicht participatiewet uitkeringen (x €1.000) Macrobudget totaal

Voorlopig budget 2025 7.479.711

Procentuele ontwikkeling

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

7.685.400

7.796.827

8.010.222

8.168.382

2,75%

1,45%

2,74%

1,97%

Raming ontwikkeling BUIG-budgetten per gemeente Het meerjarenbeeld met betrekking tot de ontwikkeling van lasten in de begroting van Fijnder zal in de begroting 2026-2029 opgesteld worden aan de hand van bovenstaande gegevens en de werkelijke ontwikkeling t/m ultimo 2024 en de verwachting voor 2025. Het voorlopig BUIG-budget 2025 is in oktober 2024 bekend geworden (zie hiervoor de tabel onder deze alinea). Om een inschatting te maken van het BUIG-budget voor de jaren 2026 tot en met 2029 is het aandeel per gemeente in het macrobudget constant verondersteld. Doordat het macrobudget vanaf 2025 toeneemt, zal naar verwachting het BUIG-budget per gemeente vanaf 2025 ook toenemen. In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het BUIG-budget weergegeven: Raming BUIG budget per gemeente (x €1)

Voorlopig budget 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

Berkelland

11.190.183

11.570.315

11.829.447

12.220.610

12.538.956

Oost Gelre

5.525.065

5.695.240

5.800.284

5.975.662

6.112.622

Winterswijk

10.386.847

10.676.342

10.834.027

11.132.881

11.355.227

Voor de ontwikkeling van de kosten per uitkering hanteren we dezelfde trend. Er is echter een aantal elementen dat het moeilijk maakt om in te schatten hoe de kosten zich zullen ontwikkelen: • Steeds vaker zullen er mensen met loonkostensubsidie aan het werk gaan. Dit bespaart wel op de bijstandskosten, maar betreft niet meer de hele uitkering; • De samenstelling van huishoudens kan wijzigen waardoor de hoogte van de uitkeringen zal wijzigen. Per saldo is op basis van de macroraming en de raming van de ontwikkeling van het aantal klanten wel te verwachten dat de kosten in de komende jaren zullen stijgen. Re-integratiebudgetten Het cluster Participatie binnen de Algemene Uitkering bestaat uit de volgende verdeelkenmerken: bijstandsontvangers, loonkostensubsidies, inschrijvingen doelgroepenregister en huishoudens met laag inkomen. Alleen de budgetten voor de Wsw en de begeleiding van Nieuw Beschut werk zijn opgenomen in een afzonderlijke integratie uitkering.

6

Integratie uitkeringen Participatie Re-integratie uitkeringen (x € 1)

Voorlopig 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

Berkelland Wsw Begeleiding Nieuw Beschut Totaal

5.755.811 301.413 6.057.224

5.528.023 324.130 5.852.154

5.237.431 346.842 5.584.293

4.989.798 369.295 5.359.093

4.831.091 392.010 5.223.101

Oost Gelre Wsw Begeleiding Nieuw Beschut Totaal

6.162.059 164.162 6.326.221

5.954.807 176.535 6.131.342

5.558.998 188.905 5.747.903

5.277.979 201.134 5.479.113

5.003.252 213.505 5.216.758

Winterswijk Wsw Begeleiding Nieuw Beschut Totaal

6.056.972 180.310 6.237.281

5.857.336 193.899 6.051.236

5.499.043 207.486 5.706.529

5.353.087 220.917 5.574.005

5.149.124 234.506 5.383.630

Cluster participatie vanuit algemene uitkering Gemeentefonds Re-integratie uitkeringen (x € 1) Berkelland Bijstandsontvangers Doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep Huishoudens laag inkomen met drempel Loonkostensubsidie Totaal Oost Gelre Bijstandsontvangers Doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep Huishoudens laag inkomen met drempel Loonkostensubsidie Totaal Winterswijk Bijstandsontvangers Doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep Huishoudens laag inkomen met drempel Loonkostensubsidie Totaal

Voorlopig 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

3.737.650 567.025

3.806.426 611.037

4.012.328 677.407

4.205.648 737.075

4.419.280 811.527

1.989.971

1.997.526

2.082.173

2.147.180

2.224.734

1.283.090 7.577.737

1.369.875 7.784.864

1.510.810 8.282.717

1.643.723 8.733.626

1.787.421 9.242.961

2.084.266 305.442

2.122.618 329.150

2.237.437 364.901

2.345.240 397.043

2.464.370 437.148

1.186.927

1.191.432

1.241.920

1.280.694

1.326.952

556.006 4.132.640

593.612 4.236.813

654.684 4.498.943

712.280 4.735.258

774.549 5.003.020

4.125.945 374.362

4.201.866 403.420

4.429.158 447.238

4.642.561 486.632

4.878.387 535.787

1.444.622

1.450.106

1.511.555

1.558.747

1.615.048

513.236 6.458.165

547.950 6.603.341

604.324 6.992.275

657.489 7.345.430

714.968 7.744.190

1.5 Speerpunten vanuit de opdrachtgevende gemeenten De opdrachtgevende gemeenten hebben de volgende speerpunten meegegeven aan Fijnder. • Duidelijke informatievoorziening Bestuur en raden worden in de positie gebracht om hun rol op de juiste wijze te vervullen. • Proactieve samenwerking met alle ketenpartners in het sociaal domein Fijnder werkt onder andere nauw samen met lokale teams, ketenpartners zoals UWV, ROZ, 7

onderwijsinstellingen, doorstroompunt en andere gemeenten. Daarbij wordt actief bijgedragen aan regionale en lokale initiatieven. • Werken vanuit de bedoeling Bij het werken vanuit de bedoeling staat de cliënt centraal. De basis voor het werken vanuit de bedoeling is vastgelegd in de verordening sociaal domein. Dit gedachtengoed krijgt blijvende aandacht binnen de dienstverlening van Fijnder. • Fijnder biedt een doorgaande ontwikkellijn waarbij een cliënt kan switchen. De infrastructuur is erop gericht een doorlopende ontwikkelijn te bieden van arbeidsmatige dagbesteding naar een baan bij een reguliere werkgever. Hiervoor is een maatwerkvoorziening mogelijk passend bij de wensen en mogelijkheden van de cliënt. • Doorontwikkeling van lokale initiatieven Voor een cliënt wordt de meest passende werkplek gezocht. Waar het cliënten betreft met een grote afstand tot de arbeidsmarkt geschiedt dit bij voorkeur zo lokaal als mogelijk omdat het vaak gaat om cliënten die beperkt zijn in mobiliteit. Aan de werkgever wordt passende ondersteuning geboden om deze werkplekken te realiseren.

1.6 Uitgangspunten begroting 2026 Bij het opstellen van de begroting 2026 en meerjarenraming 2027 - 2029 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemeen: • Het vastgestelde/bestaande beleid 2025 van de drie gemeenten dient als vertrekpunt voor de begroting 2026. • Het bestuur van Fijnder is zich bewust van de financiële uitdagingen waar de gemeenten de komende jaren voor staan als gevolg van het ‘ravijnjaar 2026’. Door de vorming van werkleerbedrijf Fijnder - vanuit de samenvoeging van de Sociale Dienst Oost Achterhoek en Werkbaan Oost - is voor de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk gezamenlijk reeds een structurele besparing gerealiseerd van € 1,6 miljoen. Daarnaast is of worden in de begroting van 2025 van Fijnder reeds structurele besparingen gerealiseerd ter hoogte van € 246.000. In de komende periode moet voor de gemeenten duidelijk worden welke aanpassingen er op gemeentelijk niveau eventueel nodig zijn om de (meerjaren)begrotingen sluitend te krijgen. Afhankelijk van deze uitkomst zal het bestuur van Fijnder, in afstemming met de gemeenten, zoeken naar verdere mogelijke bezuinigingen. Deze zullen alsdan worden doorgevoerd in de begroting via de reguliere cyclus van begrotingswijzigingen in de bestuursrapportages. • De programma’s en producten zoals vastgesteld in de begroting 2025 worden herzien.

De programma’s Inkomen en Ondersteuning worden gecombineerd tot één programma: Bestaanszekerheid. De uitvoering binnen de huidige programma’s Inkomen en Ondersteuning is gericht op het verbeteren van bestaanszekerheid. De uitvoering kent veel overlap, hetgeen een zuivere toerekening van uitvoeringskosten zeer arbitrair maakt. • De programmadoelen zijn geactualiseerd. Voor de begroting 2026 worden de volgende prestatie-indicatoren gehanteerd: ❖ Excellente dienstverlening ❖ Flexibilisering en maatwerk ❖ Samenwerking met gemeenten, ketenpartners en werkgevers ❖ Vernieuwend aan de slag • Borging en doorontwikkeling van de ingezette lijn met betrekking tot de integrale dienstverlening (Samen aan het stuur) is een doorlopend proces; • Fijnder werkt zoveel als mogelijk gebiedsgericht. Hierbij wordt rekening gehouden met een indeling die effectief is en efficiënt is, en waarbij kwaliteit, kennis en expertise op het vlak van de Participatiewet gewaarborgd blijft;

8

•

Indexatie vindt plaats op basis van de in de septembercirculaire 2024 gepubliceerde indexatiecijfers volgens de macro-economische verkenning; Mutaties per jaar in %

2024

2025

2026

2027

2028

2029***

Nationale consumentenprijsindex (cpi) Loonvoet sector overheid

2,9 6,4

3,4 4,7

2,4 3,8

2,3 4,8

2,3 4,0

2,3 4,0

Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)

2,9

2,7

2,2

2,2

2,2

2,2

Tabel 1 Prijsindexen CPB* MEV 2025 en CEP 2024** * Toelichting/verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bij-kerngegevenstabel ** 2025 is op basis van de MEV 2025, 2024 en 2026-2028 is op basis van de CEP 2024 *** cijfers 2028 zijn doorgetrokken naar 2029

•

De cao SGO heeft een looptijd tot en met 31 maart 2025. De uitkomsten van de cao-onderhandelingen over de periode na afloop van de looptijd kunnen gevolgen hebben voor de begroting 2025 en de jaren daarna die mogelijkerwijs afwijken van de gehanteerde indexatie;

Verdeelsleutel bedrijfsvoeringskosten De uitvoeringskosten van Fijnder worden op basis van de verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld. Deze verdeelsleutel wordt jaarlijks bepaald op basis van het aantal cliënten dat Fijnder per gemeente bedient op 1 januari van het voorgaande begrotingsjaar. De uitkomst leidt tot de volgende verdeling voor het begrotingsjaar 2026: Bijdrage uitvoeringskosten (x € 1.000)

Verdeel sleutel

Uitvoeringskosten

Bij: extra taken per gemeente

Berkelland Oost Gelre Winterswijk Totaal

39,3% 24,5% 36,2% 100,0%

6.777 4.219 6.227 17.223

110 10 101 221

Bijdrage uitvoeringskosten 6.887 4.229 6.328 17.444

Onvoorzien In de begroting is een stelpost onvoorzien opgenomen van € 30.000.

9

2. Programma werk en activering 2.1 Visie “Door samenwerking met ketenpartners proactief inzetten op een zo optimaal mogelijke deelname van onze inwoners aan de samenleving. Financiële en sociale zelfredzaamheid is hierin een belangrijk streven.”

2.2 Programmadoelen Het bevorderen van duurzame werkgelegenheid, persoonlijke ontwikkeling door middel van diagnostiek, gerichte training, begeleiding, werkervaring en bemiddelen naar werk en opleiding, met als doel inwoners (met een kwetsbare arbeidsmarktpositie) ongeacht hun achtergrond of beperkingen, te ondersteunen bij het vinden van een passende en duurzame baan. Zoveel mogelijk lokaal. Wanneer regulier of gesubsidieerd werk niet mogelijk is, wordt ingezet op activering om de betrokkenheid en maatschappelijke participatie van de cliënten te vergroten.

2.3 Kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) Excellente dienstverlening: Het bieden van service die de verwachtingen van cliënten overtreft. Fijnder is betrokken, flexibel en doelgericht. Flexibilisering en maatwerk: Fijnder heeft een sluitende aanpak voor alle doelgroepen. Vernieuwend aan de slag: het voortdurend zoeken naar en implementeren van innovatieve oplossingen en methoden om processen te verbeteren en diensten te optimaliseren. Dit kan inhouden dat er gebruik wordt gemaakt van nieuwe technologieën, creatieve benaderingen en het voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden en behoeften van de doelgroepen die Fijnder bedient. Samenwerking met gemeenten, ketenpartners en werkgevers: betrokken partijen zijn nauw betrokken bij de dienstverlening van Fijnder.

2.3.1 Excellente dienstverlening Doel: Fijnder werkt toe naar het optimaal benutten van alle kansen op uitstroom. De uitstroom van cliënten naar werk ligt hoger dan de landelijke ontwikkeling en met name met vergelijkbare gemeenten. Doel: Fijnder zet extra in op duurzame plaatsing, zodat nieuwe werknemers worden ondersteund en snelle uitval na werkaanvaarding wordt verminderd. Doel: Het aantal cliënten uit de Meedoen-groep, die een actieve bijdrage leveren aan de maatschappij, zal in de komende jaren stijgen in samenspraak en wisselwerking met ondersteuning van de sociale teams. Doel: Het bevorderen van duurzame inzetbaarheid en persoonlijke ontwikkeling voor inwoners (met een kwetsbare arbeidsmarktpositie) ongeacht hun achtergrond of beperkingen.

10

De ondersteuning van cliënten is gelaagd en gericht op de begeleiding naar een passend traject. 1. Regulier Werk: Het primaire doel is om cliënten zo snel mogelijk naar regulier werk te begeleiden, waar mogelijk zonder aanvullende bijstandsuitkering. Dit betekent dat ze een baan vinden zonder enige vorm van subsidie of ondersteuning, waarbij ze volledig zelfstandig functioneren in de arbeidsmarkt. 2. Gesubsidieerd Werk: Als regulier werk niet haalbaar is, wordt het volgende doel om cliënten te plaatsen in gesubsidieerde banen. Dit kan betekenen dat werkgevers een financiële tegemoetkoming krijgen om de cliënt in dienst te nemen, of dat er andere vormen van ondersteuning zijn om de overgang naar regulier werk te vergemakkelijken. 3. Sociale Activering: Wanneer gesubsidieerd werk ook niet mogelijk blijkt, wordt de client geschaard onder de doelgroep Meedoen. Fijnder richt zich dan op sociale activering. Dit omvat activiteiten die gericht zijn op het verbeteren van de sociale vaardigheden, zelfvertrouwen en het algemene welzijn van de deelnemers. Denk hierbij aan vrijwilligerswerk, trainingen, en andere vormen van maatschappelijke participatie. Deze gelaagdheid zorgt ervoor dat er voor elke cliënt een passend traject is, afgestemd op hun individuele mogelijkheden en behoeften.

Zichtbaar is dat het aantal cliënten dat deels afhankelijk blijft van een bijstandsuitkering toeneemt als gevolg van het sluiten van de Wsw en de Wajong. Voor cliënten die deels nog uitkeringsafhankelijk zijn, blijft alertheid gewenst op de belastbaarheid van cliënten. Het blijvend onderhouden van het contact is daarbij een belangrijke voorwaarde. SW-ers participeren maximaal binnen de doorgaande ontwikkellijn waarbij de werkplaats een vangnetvoorziening blijft. Kansen en risico’s Fijnder ziet een steeds grotere instroom van cliënten die een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Zo is er een steeds grotere instroom van statushouders. Hiervoor geldt dat zij het inburgeringstraject moeten volgen, waar mogelijk in combinatie met re-integratieactiviteiten. Dit maakt dat zij geruimere tijd afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering voordat zij volledig kunnen uitstromen. Dit betekent dat er een opwaartse financiële druk op het re-integratiebudget zal gaan ontstaan door: • De kosten voor (individuele) begeleiding op de werkplek door de jobcoach; • De kosten voor (individuele) opleidingsprogramma’s gericht op basisvaardigheden en vakvaardigheden; • De kosten om huidige doelgroepen effectief opwaarts of neerwaarts door te laten stromen.

Om de trend van een stijgend uitkeringsbestand te breken, onderzoekt Fijnder de volgende mogelijkheden: • Werken met lagere caseloads, waarbij de kosten en baten worden afgezet tegen huidige caseloads. Insteek hierbij is dat intensivering van de dienstverlening per saldo meer uitstroom oplevert. • Inzet op stijging van het aantal plaatsingen met inzet van loonkostensubsidie en realisatie van loonwaarde. Doordat de gemeentelijke taakstellingen nieuw Beschut Werk (nBW) jaarlijks slechts licht stijgen, is het niet mogelijk om iedere geïndiceerde inwoner direct een dienstverband te bieden. De jaarlijkse ontwikkeling van de taakstelling wordt geraamd op basis van de toename in afgelopen jaren. Het ministerie van SZW is bezig om te kijken naar een ander verdeelmodel voor de taakstelling nBW. Vooralsnog wordt in de begroting 2026 van Fijnder geen rekening gehouden met een herziening van het verdeelmodel. Aan cliënten met een indicatie beschut werk kan een (onbetaald) voortraject aangeboden ter voorbereiding op plaatsing op een passende plek bij een reguliere werkgever. De zoektocht naar een passende werkplek kan enige tijd vergen gelet op de begeleidingsintensiteit van deze doelgroep. Het wetsvoorstel Toelating ter beschikking stellen van arbeidskrachten introduceert een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen.

Fijnder zal alleen samenwerken met uitzendbureaus die aan de nieuwe toelatingscriteria voldoen. Dit kan het aantal beschikbare uitzendbureaus beperken. Uitzendbureaus moeten een waarborgsom betalen en een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) indienen. Deze extra kosten kunnen worden doorberekend aan de werkleerbedrijven, wat kan leiden tot hogere tarieven voor het inhuren van arbeidskrachten.

11

2.3.2 Flexibilisering en maatwerk Doel: De werkplaats van Fijnder wordt optimaal ingericht om ontwikkelruimte te bieden en te benutten voor alle doelgroepen op hun weg buiten Fijnder.

Doel: Fijnder zet extra in op ondersteuning aan inburgeraars en ontheemden. Hierbij wordt een accent gelegd op duale trajecten.

Het cliëntenbestand is ingedeeld in de doelgroepen Werk, Perspectief en Meedoen. Direct bij instroom wordt op basis van een meting de doelgroep bepaald en de daarbij behorende cliëntroute richting werk en/of participatie. Cliënten die perspectief hebben om door te stromen naar een werktraject stromen direct door. Dit kan bijvoorbeeld door te starten op een werkervaringsplek of door een opleidingstraject te volgen. Binnen de Perspectief doelgroep wordt een onderscheid gemaakt in de verwachte duur van het traject om de cliënt klaar te stomen voor de stap richting de arbeidsmarkt. Naast de algemene groep cliënten is er aandacht voor specifieke groepen. De doelgroep statushouders en inburgeraars wordt ondersteund door ‘dedicated’ consulenten die ondersteuning kunnen bieden bij specifieke vraagstukken. Dit geldt ook voor jongeren. Een aantal ontwikkelingen maakt het urgent en belangrijk om te kijken wat er nodig is om de werkplaats ook in de toekomst een bijdrage te laten leveren aan Fijnder als sociaal ontwikkelbedrijf. Fijnder is, naast de SW doelgroep, verantwoordelijk voor de doelgroep die nu of in de toekomst landt in de Participatiewet, waaronder jongeren en anderstaligen. De doelgroepen zijn ingedeeld in werk, perspectief en meedoen. Bij deze doelgroepen zien we de volgende ontwikkelingen: • Het aantal niet-werkfitte cliënten neemt toe.

Vooral binnen de groep Perspectief is veelal sprake van multiproblematiek. • De groep die wel werkfit is, is steeds moeilijker plaatsbaar. Sinds de afschaffing van de Wet sociale werkvoorziening is de doelgroep die landt in de Participatiewet uitdagender geworden. Van hen wordt verwacht dat zij in de reguliere arbeidsmarkt werken met ondersteuning van de gemeenten. Dit leidt voor mensen met een beperking tot een lagere kans op duurzame werkgelegenheid en uitdagingen bij het vinden van passend werk. • Een steeds groter deel van het cliëntenbestand is niet in Nederland geboren. Zo’n 44% van het cliëntenbestand is niet in Nederland geboren. Zij hebben vaak een taalachterstand en culturele verschillen bemoeilijken de plaatsing. Deze ontwikkelingen maken dat een kleiner aandeel van het aantal cliënten van Fijnder direct de stap naar betaald werk of een leerwerkplek bij een reguliere werkgever kan maken. De kennis, kunde en werkzaamheden in de werkplaats kunnen voor deze cliënten van grote toegevoegde waarde zijn. Zij kunnen zich binnen de veilige omgeving van Fijnder in de werkplaats tijdelijk ontwikkelen en vervolgens wel de stap zetten naar een betaalde (leerwerk) baan. We zien hier een waardevolle rol voor de werkplaats. We voorzien dat de werkplaats zich naar de toekomst toe dus naast werk, nog meer zal richten op ontwikkeling.

De werkplaats die zowel de springplank is naar een betaalde baan als een veilige haven om naar terug te keren als het buiten even niet gaat. Het hoogste doel is dat iedere cliënt die kan, zo snel als mogelijk de stap naar betaald werk buiten maakt. Kansen en risico’s In 2025 wordt het uitvoeringsplan naar een nieuwe werkplaats opgeleverd en ter besluitvorming aan het bestuur voorgelegd. Bij het opstellen van de begroting 2026 kan hier nog geen rekening mee worden gehouden. Eventuele aanpassingen zullen dan ook in de begroting worden verwerkt via de bestuursrapportage. Op 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering 2021 in werking getreden. Met deze wet wordt beoogd dat nieuwkomers zo snel mogelijk de taal beheersen op een zo hoog mogelijk niveau en dat zij snel én volwaardig mee kunnen doen in de maatschappij, bij voorkeur via betaald werk. Fijnder verzorgt een aantal taken in 12

opdracht van de gemeenten. De gemeenten blijven eindverantwoordelijk. Met ingang van 1 februari 2024 is de Spreidingwet (Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen) in werking getreden. Ondanks dat het kabinet de wet wil afschaffen, blijft deze voorlopig van kracht en worden er structurele verhogingen van het aantal inburgeraars verwacht. In het kader van de Spreidingswet zal er geanticipeerd moeten worden op ontwikkelingen (met name groei) van het aantal statushouders dat wordt gehuisvest. Fijnder hanteert vooralsnog de gemeentelijke taakstellingen voor het eerste half jaar van 2025 als uitgangspunt voor de uitgaven in 2026 voor die onderdelen die bij Fijnder zijn belegd. Om de trend van een stijging van het uitkeringsbestand te doorbreken, wordt in 2026 een verdiepende analyse uitgevoerd op het NT-2 bestand. Hierop worden vervolgacties geformuleerd. Ook ontheemden uit Oekraïne worden toegeleid naar de arbeidsmarkt. De ondersteuning vindt plaats vanuit de huidige Regeling opvang ontheemden Oekraïne. De gemeenten Berkelland en Oost Gelre nemen extra reintegratiedienstverlening af bij Fijnder. De voorlopige einddatum van deze opdracht ligt in 2025. Vooralsnog wordt deze dienstverlening niet opgenomen in de begroting van 2026. Mochten de gemeenten deze opdracht verlengen, dan volgt hiervoor een begrotingswijziging in de bestuursrapportage.

Het is verder ongewis hoe de wet- en regelgeving zich zal ontwikkelen.

2.3.3 Vernieuwend aan de slag Doel: Fijnder heeft een sturende- en leidende rol bij het opzetten van een werkleerlijn Productie binnen Fijnder. Doel: Fijnder benut de mogelijkheden van inclusieve technologie om plaatsingen te realiseren en te verduurzamen.

De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zorgen voor een mismatch tussen vraag en aanbod. De arbeidsmarkt verandert snel. Enerzijds zijn plotselinge maatschappelijke gebeurtenissen direct voelbaar op de arbeidsmarkt. Anderzijds zorgen meer duurzame, technologische economische en demografische ontwikkelingen voor groeiende tegenstellingen op de arbeidsmarkt. In wisselwerking met werkgevers en ketenpartners zet Fijnder in op activiteiten die deze kloof verkleinen. Kansen en risico’s In de Arbeidsmarktregio werken we samen aan de Inclusieve Arbeidsmarkt. Eén van de prioriteiten is het benutten van onbenut arbeidspotentieel door cliënten beter te leren kennen en te ondersteunen voor duurzame arbeidsmarktdeelname. Dit doen we door een sluitende aanpak te ontwerpen voor alle uitkeringsaanvragen in de regio. Samen met werkgevers ontwikkelen we modulaire leerlijnen op verschillende niveaus, met ruimte voor maatwerk. De doelgroep omvat cliënten, terugkerende cliënten en niet-uitkeringsontvangers. Fijnder streeft ernaar om, ongeacht de regionale ambitie of Regiodeal-middelen, één of meerdere werkleerlijnen op te zetten. De impact op de begroting is nog onbekend en zal indien nodig via een begrotingswijziging worden opgenomen in een bestuursrapportage.

Fijnder streeft verder naar een inclusieve samenleving waarin technologische hulpmiddelen worden ingezet om arbeidsplekken toegankelijk(er) te maken voor inwoners die nu nog aan de kant staan. Fijnder is in 2025 een ontwikkelopdracht gestart. Deze opdracht richt zich op het onderzoeken, (mede) aanschaffen en implementeren van technologieën die de toegankelijkheid en inclusiviteit binnen Fijnder en bij werkgevers waarmee wordt samengewerkt te bevorderen.

13

2.3.4 Samenwerking met gemeente, ketenpartners Doel: Fijnder is betrokken en actief deelnemer in de voorbereiding van de Wet van School naar Duurzaam Werk en wil pilots draaien als daar behoefte aan is.

Doel: Versterken van de regionale publiek-private dienstverlening om de dienstverlening aan werkgevers, werkenden en werkzoekenden te verbeteren tijdens werk of in de ontwikkeling naar (ander) werk. Regionaal werken wij samen met het RWC (hiervoor levert Fijnder in-kind personeel) De Wet van school naar duurzaam werk heeft als doel om de kansengelijkheid te vergroten door jongeren met een (mogelijke) afstand tot de arbeidsmarkt beter te begeleiden bij de overgang van school naar werk. Dit wetsvoorstel richt zich primair op jongeren in het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, en middelbaar beroepsonderwijs, evenals voortijdige schoolverlaters. De wet introduceert vier belangrijke maatregelen: • Aanvullende loopbaanbegeleiding tot een jaar na diplomering of het verlaten van de school in het beroepsonderwijs, praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. • Uitbreiding van de doelgroep van het Doorstroompunt (voorheen RMC-functie). • Gemeentelijke ondersteuning bij het begeleiden van jongeren naar werk vanuit de Participatiewet. • Verplichte samenwerking tussen scholen, Doorstroompunten en gemeenten op regionaal niveau. Werkgevers worden nauw betrokken bij de re-integratie en plaatsingen van perspectief en werkcliënten. In de regio wordt veel samengewerkt met de lokale werkgevers in sterke wisselwerking met het WSPA.

Kansen en risico’s De maatregelen vanuit de Wet van School naar duurzaam werk zijn bedoeld om een samenhangende aanpak te creëren voor het bestrijden van jeugdwerkloosheid en het verbeteren van de overgang van school naar werk. Fijnder kan voor meer jongeren eerder in het proces worden betrokken om te voorkomen dat zij zonder diploma de arbeidsmarkt betreden. Betrokken partijen werken samen aan de totstandkoming van een regionaal plan. De verdeling van de middelen is nog niet bekend. Daarmee is nog niet duidelijk of de huidige aanpak (transitieroute Pro/VSO), waarbij aan jongeren intensieve begeleiding wordt gegeven tijdens het laatste schooljaar ongewijzigd kan worden voortgezet. Het kabinet wil de arbeidsmarktdienstverlening verbeteren door de arbeidsmarktinfrastructuur te hervormen. Dit omvat het versterken van publiek-private samenwerking en dienstverlening in 35 arbeidsmarktregio's, met de oprichting van Werkcentra. Deze hervorming wordt gefinancierd met structurele en tijdelijke middelen tot 2034. In 2025 start het regionaal werkcentrum Achterhoek, inclusief het voormalige Leerwerkloket, Regionaal Mobiliteitsteam en Werkgeverservicepunt Achterhoek (WSPA). 2025 wordt als overgangsjaar gebruikt om de impact op de dienstverlening van Fijnder en de samenwerking met regionale partners verder uit te werken. Hieronder valt ook de werkgeversdienstverlening.

14

2.4 Totale kosten programma Werk en Activering Begroting 2026 Programma Werk en Activering (x 1.000)

Rekening 2024

Baten Lasten Resultaat baten en lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Resultaat

16.120 16.164 -44 337 0 293

Specificatie per product (x € 1.000)

Rekening 2024

Baten Overige ontvangsten Debiteurenontvangsten LKS Wsw detacheringen Bijdrage Wsw algemene kosten Bijdrage Wsw begeleid werken Bijdrage gemeenten Wet inburgering Bijdrage gemeenten Dagbesteding Bijdrage gemeenten loonkostensubsidies Bijdrage gemeenten impulsbudget sociaal ontwikkelbedrijven Bijdrage gemeenten programmakosten Bijdrage gemeenten uitvoeringskosten Totaal baten Lasten Re-integratie Wet inburgering Dagbesteding Doorbetaling Wsw detacheringen Wsw algemene kosten Wsw begeleid werken subsidies Beschut werken Bijdrage voorziening dubieuze debiteuren Langdurige loonkostensubsidies Directe uitvoeringskosten Totaal lasten

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 na 2026 2027 2028 2029 wijzigingen 16.797 17.086 -289 289 0 0

17.807 17.640 167 22 189 0

18.576 18.387 189 0 189 0

19.271 19.082 189 0 189 0

20.037 19.848 189 0 189 0

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 na 2026 2027 2028 2029 wijzigingen

90 26 3.358 273 230 801 8 3.538

0 0 3.500 347 213 811 150 3.521

0 0 3.407 286 227 846 0 3.809

0 0 3.329 290 227 884 0 4.106

0 0 3.216 294 227 918 0 4.417

0 0 3.115 323 227 953 0 4.737

0

0

189

189

189

189

1.732 6.064 16.120

1.829 6.426 16.797

2.193 6.850 17.807

2.311 7.240 18.576

2.435 7.575 19.271

2.567 7.926 20.037

1.186 801 13 3.358 273 230 636 0

1.137 811 150 3.500 347 213 692 0

1.429 846 0 3.407 286 227 764 0

1.488 884 0 3.329 290 227 823 0

1.551 918 0 3.216 294 227 884 0

1.619 953 0 3.115 323 227 948 0

3.564 6.103 16.164

3.521 6.715 17.086

3.809 6.872 17.640

4.106 7.240 18.387

4.417 7.575 19.082

4.737 7.926 19.848

15

3. Programma Bestaanszekerheid 3.1 Visie “Fijnder helpt inwoners die – tijdelijk – niet genoeg geld hebben om te leven of om te kunnen (blijven) deelnemen aan de samenleving door het verstrekken van financiële bijstand.”

3.2 Programmadoel Het bevorderen van financiële stabiliteit en maatschappelijke participatie door inwoners te ondersteunen bij veranderingen. Fijnder verstrekt op een rechtmatige, tijdige, volledige en efficiënte wijze inkomensvoorzieningen aan inwoners die (nog) niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Daarnaast biedt Fijnder aanvullende inkomensondersteuning om betrokkenheid en deelname aan de samenleving te vergroten.

Excellente dienstverlening: Het bieden van service die de verwachtingen van cliënten overtreft. Fijnder is betrokken, flexibel en doelgericht. Flexibilisering en maatwerk: Het bieden van oplossingen, passend bij de cliëntvraag en indien nodig het uitzetten van vervolgacties naar samenwerkingspartners. Vernieuwend aan de slag: het voortdurend zoeken naar en implementeren van innovatieve oplossingen en methoden om processen te verbeteren en diensten te optimaliseren. Dit kan inhouden dat er gebruik wordt gemaakt van nieuwe technologieën, creatieve benaderingen en het voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden en behoeften van de doelgroepen die Fijnder bedient. Samenwerking met gemeenten, ketenpartners en werkgevers: betrokken partijen zijn nauw betrokken bij de dienstverlening van Fijnder.

3.3.1 Excellente dienstverlening Doel: Werkprocessen worden binnen de gestelde termijn afgehandeld.

Fijnder biedt oplossingen passend bij de cliëntvraag. Inwoners worden op een rechtmatige en snelle manier van een (tijdelijk) inkomen of een inkomensaanvulling voorzien. Afhankelijk van leeftijd en voorafgaande inkomensbron wordt er een uitkering verstrekt vanuit één van de onderstaande wetten: • Participatiewet • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen • Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 Gestreefd wordt om de doorlooptijd zo kort mogelijk te houden. Fijnder gaat flexibel om met termijnoverschrijdingen als dit ten gunste is van de inwoner en problemen daarmee kunnen worden voorkomen. Kansen en risico’s Onderstaand de verwachting van het aantal bijstandsontvangers zoals opgenomen in de septembercirculaire 2024.

16

Aantal bijstandsontvangers Landelijk September circulaire 2024 Procentuele wijziging Raming Fijnder (*) Berkelland Oost Gelre Winterswijk Totaal

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

386.549

393.931 1,91%

400.597 1,69%

409.713 2,28%

418.343 2,11%

561 293 576 1.430

572 299 587 1.458

581 304 597 1.482

594 311 611 1.516

607 317 623 1.548

(*) De cijfers Fijnder zijn gebaseerd op de verwachte eindstanden per einde jaar

Fijnder wordt vanaf 2023 geconfronteerd met een negatieve sterkere stijging van het bijstandsvolume ten opzichte van landelijke cijfers. De oorzaken hiervoor zijn divers van aard. Onder andere een verhoogde instroom van statushouders en meer instroom door verhuizingen naar het werkgebied. Mensen in de bijstand hebben vaak te maken met multiproblematiek. Denk aan problemen op het gebied van gezondheid, schulden of huisvesting. Het aanbieden van werk is dan veelal niet voldoende. De verzwaring van de problematiek onder het cliëntenbestand leidt tot een langer durende bijstandsafhankelijkheid. Voor de bestandsontwikkeling van het uitkeringsvolume wordt vooralsnog voor 2026 aangesloten bij het verwachte uitkeringsvolume zoals opgenomen in de septembercirculaire 2024. Het uitgangspunt blijft om het bestand niet te laten stijgen, maar een bestandsstijging van 1,91% wordt door het Dagelijks Bestuur als reëel en ambitieus beschouwd. Niet uitgesloten kan worden dat in het komend jaar via de bestuursrapportages deze verwachting moet worden bijgesteld. Dit leidt tot de raming voor 2026 zoals weergegeven in onderstaande tabel, gebaseerd op de in de Eerste bestuursrapportage 2025 opgenomen prognose. Inkomenswaarborg Participatiewet, IOAW en IOAZ Berkelland Oost Gelre Winterswijk Totaal

Prognose eindstand 2025

561 293 576 1.430

Prognose eindstand 2026 (aantal uitkeringen) 572 299 587 1.458

Gemiddeld aantal 2026 566 296 582 1.444

Gemiddeld uitkeringsbedrag (x € 1) € 17.945 € 18.091 € 19.198 € 18.480

Raming 2026 (x € 1.000) 10.157 5.355 11.173 26.685

De Bbz wordt door Fijnder uitbesteed aan de ROZ. De ROZ voert de Bbz dienstverlening uit voor een groot aantal gemeenten. Daardoor kan Fijnder slechts beperkt invloed uitoefenen op de wijze waarop de ROZ haar dienstverlening aan zelfstandigen uitvoert. De ROZ legt op kwartaalbasis verantwoording af over haar dienstverlening. Fijnder voert de leefgeldregeling voor ontheemden uit Oekraïne uit. Vooralsnog wordt voor de begroting 2026 rekening gehouden met het aantal ontheemden per 31 maart 2025. Mocht de bijzondere status van deze ontheemden wijzigen, dan kan dit leiden tot wijziging van dienstverlening en daarmee tot een begrotingswijziging. Tevens verzorgt Fijnder de inning van de eigen bijdrage van Oekraïense ontheemden. Met ingang van 1 januari 2025 int Fijnder voor de gemeenten bij Oekraïners met inkomsten uit werk, de verplichte eigen bijdrage voor huisvesting in de gemeentelijke opvang. Ook hiervoor wordt als basis 31 maart 2025 aangehouden.

17

3.3.2 Flexibilisering en maatwerk Doel: Fijnder biedt oplossingen waar de cliënt echt mee geholpen is, waar nodig in samenwerking met andere partijen.

Doel: Fijnder informeert cliënten vroegtijdig en herhaaldelijk, controle en sancties vinden plaats.

In de dienstverlening staat integraliteit en het werken vanuit de bedoeling van de wet centraal. Een uitkering wordt toegekend op basis van gespreksvoering om de hulpvraag zo volledig mogelijk in beeld te krijgen en de administratieve belasting zoveel als mogelijk in te perken. De Doorbraakmethode is een beproefde manier van werken langs een aantal processtappen, waarmee de professional makkelijk en onderbouwd maatwerk kan leveren in het sociaal domein. Binnen Fijnder wordt veel ingezet op preventie en voorlichting om naleving te bevorderen en terugvorderingen te voorkomen. Bezwaar- en beroepsprocedures kunnen worden voorkomen wanneer de werkwijze helder is en de benadering van Fijnder positief wordt gewaardeerd. Kansen en risico’s Specifiek aandachtspunt is preventie en naleving. Het vergroten van kennis over onrechtmatige situaties blijft een terugkerend aandachtspunt. Zeker wanneer gedurende langere tijd sprake is van (aanvullende) bijstandsverlening, bestaat de kans dat een cliënt minder aandacht heeft voor de aan de uitkering verbonden rechten en plichten. Cliënten worden proactief hierover geïnformeerd. Een groep huishoudens ontvangt door een ongelukkige samenloop van wet- en regelgeving te weinig toeslagen. Het besteedbaar inkomen komt hierdoor onder het niveau voor (echt)paren met een volledige bijstandsuitkering en daarmee onder het bestaansminimum.

Gemeenten ondersteunen deze huishoudens tot er in 2028 een definitieve oplossing via een fiscale regeling komt. Vanaf 1 januari 2025 geldt fase II: de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Wtrap). Hiermee is een wettelijke grondslag ontstaan om aan huishoudens in de alleenverdienersproblematiek ambtshalve en op aanvraag een vaste tegemoetkoming toe te kennen. Bijzondere bijstand biedt inwoners met een laag inkomen de mogelijkheid om voor bijzondere kosten een vergoeding te krijgen. Op individueel niveau wordt met behulp van een afwegingskader voor maatwerk beoordeeld of een inwoner hierop recht heeft. Een risico hierbij is dat het bieden van maatwerk kan leiden tot verschillen in de uitvoering. Situationele gelijkheid vergt een zorgvuldige afweging en de bereidheid om steeds opnieuw verantwoording af te leggen over die afweging en de daaruit voortvloeiende beslissingen. Fijnder verzorgt de financiële ontzorging voor inburgeraars. Financiële problemen leiden tot veel stress en zijn mede bepalend voor het succes van het inburgeringstraject. In combinatie met financiële educatie kan de zelfredzaamheid van de inburgeraar worden vergroot waardoor het financieel ontzorgen tot een minimale termijn kan worden beperkt.

3.3.3 Vernieuwend aan de slag Doel: Fijnder onderzoekt welke aanvragen vereenvoudigd en ambtshalve verstrekt kunnen worden. Doel: Fijnder heeft aandacht voor de overgang van uitkering naar werk en vice versa.

18

Bestaanszekerheid is landelijk een belangrijk thema. Bestaanszekerheid is niet alleen de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen. Ook de zekerheid om betaalbaar te wonen, toegang tot betaalbare zorg te hebben, en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen voor onverwachte uitgaven zijn bouwstenen van bestaanszekerheid. Het zijn noodzakelijke voorwaarden om de rust en ruimte te vinden om te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. Fijnder wil hieraan bijdragen. Zo ondersteunt Fijnder inwoners met een laag inkomen door het verstrekken van financiële ondersteuning voor bijzondere en noodzakelijke kosten die niet via een andere regeling vergoed kunnen worden. Daarnaast beogen de professionals van Fijnder financiële problemen tijdig te signaleren met als doel om de financiële zelfredzaamheid te bevorderen. Ook wordt doorlopend kennis vanuit het veld vergaard om passend binnen de eigen context tot oplossingen te komen om de bestaanszekerheid te verbeteren. Afhankelijk van de keuzen kunnen effecten ontstaan op de begroting van Fijnder. Deze worden te zijner tijd zo nodig meegenomen in de bestuursrapportage. Kansen en risico’s Voor inwoners die langdurig leven van een inkomen net boven de bijstandsnorm is er de individuele inkomenstoeslag. Consulenten brengen het mogelijke recht actief onder de aandacht bij bekende cliënten.

Dit draagt bij aan de bestaanszekerheid. Wanneer er perspectief is op inkomensverbetering, kan tijdig worden geanticipeerd op de gevolgen voor de inkomenspositie. In dat geval bestaat geen recht op een individuele inkomenstoeslag. Fijnder onderzoekt in 2025 de inzet van de Voorzieningenwijzer in combinatie met gesprekken. Het verkregen inzicht moet bijdragen aan financiële rust bij de overstap van uitkering naar werk en vice versa. De voortzetting van deze opdracht is nog niet bekend.

3.3.4 Samenwerking met gemeenten, ketenpartners en werkgevers Doel: Borging en doorontwikkeling van de ingezette lijn met betrekking tot de integrale dienstverlening (Samen aan het stuur). Doel: Niet-gebruik van regelingen en voorzieningen wordt zoveel mogelijk voorkomen.

Externe factoren hebben invloed op het proces van verwerking aanvragen levensonderhoud. Er wordt door medewerkers van Fijnder en het sociaal team integraal gewerkt. Een aantal professionals vanuit verschillende disciplines van Fijnder werkt als vooruitgeschoven post in het sociaal wijkteam van de gemeente en heeft hierdoor kortere lijnen onderling. Indien noodzakelijk zijn verschillende organisaties binnen het sociaal domein bij de inwoner betrokken en wordt onderling hierover afstemming gezocht binnen multidisciplinaire overleggen. Fijnder voert verschillende regelingen uit voor de gemeenten. De beleidsontwikkeling voor de meedoenregelingen is belegd bij de gemeenten. De gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk zullen mogelijk het gemeentelijk minimabeleid gaan herijken. De impact hiervan is nog ongewis. Vooralsnog wordt voor de uitgaven het bestaande beleid aangehouden. Kansen en risico’s Niet alle rechthebbende huishoudens zullen gebruikmaken van gemeentelijke regelingen. Dit kan onder meer worden veroorzaakt doordat inwoners laaggeletterd of digibeet zijn. Om inwoners in staat te stellen om te participeren in de samenleving, is het noodzakelijk om regelingen laagdrempelig aan te bieden aan de beoogde doelgroep.

Om het risico op niet-gebruik te verkleinen zijn alle ketenpartners op de hoogte van de inkomensaanvullende regelingen en de gemeentepolis voor de collectieve zorgverzekering.

19

3.4 Totale kosten programma Bestaanszekerheid Begroting 2026 Programma Bestaanszekerheid (x € 1.000) Baten Lasten Resultaat baten en lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Resultaat Specificatie per product (x € 1.000) Baten Debiteurontvangsten Debiteurontvangsten Bbz Debiteurenontvangsten Oekraïne Debiteurontvangsten Tozo Bijdrage gemeenten Tozo Bijdrage gemeenten leefgeld Oekraïne Bijdrage gemeenten programmakosten Bijdragen gemeenten uitvoeringskosten Totaal baten Lasten Inkomenswaarborg (PW/IOAW/IOAZ) Bijstandsbesluit zelfstandigen (Bbz) Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) Leefgeld Oekraïne Bijzondere bijstand Meedoenregelingen Schuldhulpverlening/Stadsbank Directe uitvoeringskosten Totaal lasten

Rekening 2024

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 na 2026 2027 2028 2029 wijzigingen

29.780 29.981 -201 32 0

31.480 31.480 0 0 0

33.746 33.746 0 0 0

35.979 35.979 0 0 0

38.400 38.400 0 0 0

41.065 41.065 0 0 0

-169

0

0

0

0

0

Rekening 2024

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 na 2026 2027 2028 2029 wijzigingen

371 183 1 0 0 700 26.429 2.096 29.780

315 62 0 0 0 800 27.865 2.438 31.480

278 47 0 0 0 829 29.938 2.654 33.746

282 47 0 0 0 834 32.024 2.792 35.979

288 47 0 0 0 839 34.307 2.919 38.400

292 48 0 0 0 845 36.831 3.049 41.065

23.323 258 0

24.683 222 0

26.685 227 0

28.689 239 0

30.899 242 0

33.347 245 0

701 2.927 441 32 2.299 29.981

800 2.797 528 12 2.438 31.480

829 2.797 540 12 2.656 33.746

834 2.860 552 12 2.793 35.979

839 2.924 564 12 2.920 38.400

845 2.989 577 12 3.050 41.065

20

4. Programma overhead en algemene kosten 4.1 Visie “Innovatie en flexibiliteit zijn belangrijke drijfveren voor Fijnder. Fijnder is een lerende organisatie en voortdurend op zoek en in beweging naar nieuwe creatieve wegen om de cliënt centraal te stellen, te voldoen aan de vraag van de doelgroepen en de behoefte van opdrachtgevers”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15664310/1