basisset planregels
Tekst van het document
Artikel 5.103 Locaties met het werkingsgebied Waterstaat - waterberging Gronden ter plaatse van de locaties met het werkingsgebied ‘ Waterstaat - waterberging ‘ hebben als functie waterberging.
Artikel 5.104 Locaties met het werkingsgebied Groene ontwikkelingszone
1.
Ter plaatse van de locaties met het werkingsgebied ‘ Groene ontwikkelingszone ‘ zijn de gronden bedoeld voor de bescherming, behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van: a. de ecologische kenmerken, alsmede het voorkomen van significante effecten op kernkwaliteiten en omgevingscondities die de realisatie van de groene ontwikkelingszone in de weg staan; b. landbouwgebieden met natuurwaarden en landbouwgebieden met een hoge dichtheid aan natuur- en boselementen.
2.
Onder een strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Groene ontwikkelingszone ‘ wordt in ieder geval verstaan: a. kleinschalig kamperen.
https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
48/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
Artikel 5.105 Locaties met het werkingsgebied Natte natuur
1.
2.
Ter plaatse van de locaties met het werkingsgebied ‘ Natte natuur ‘ zijn de gronden bedoeld voor de bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kernmerken van waterafhankelijke natuurgebieden Onder strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Natte natuur ‘ wordt in ieder geval gerekend: a. kleinschalig kamperen.
Artikel 5.106 Locaties met het werkingsgebied Landschapswaarden - 1 (agrarisch met waarden) Gronden ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Landschapswaarden - 1 ‘ zijn bestemd voor de instandhouding van landschappelijke en natuurwaarden. Hieronder wordt begrepen de instandhouding van de landschappelijke- en natuurwaarden behorend tot de volgende landschapstyperingen:
a. landbouwgronden met cultuurhistorisch bepaalde kleinschalige akkercomplexen, waaronder begrepen de Vragender es en Lievelder es, het natte en oude heide- en broekontginningenlandschap rond het Vragender Veld, Lievelder Veld en het Zwolsche Veld en het kampenlandschap rond Zwolle en rond Harreveld; b. landbouwgronden met een oorspronkelijke kavelstructuur (strokenverkaveling), ontsloten via kronkelende weg(en) en gescheiden van andere kavels door middel van wallen of singels met opgaande eiken en hakhout van berk, els en eik en rijbeplanting in los plantverband van zomereik, soms beuk, berk of andere soorten als wilg of populier; c. landbouwgronden grenzend aan waterafhankelijke natuurgebieden, waarbij het agrarisch gebruik van de gronden niet mag leiden tot veranderingen in de grondwatersituatie, oppervlaktewaterpeilen en waterkwaliteit; d. (kleinschalige) hoogteverschillen, zoals steilranden (oude essen) en het terras en terrasrand Aalten–Eibergen; e. de grotere open ruimtes, ter plaatse van het werkingsgebied ' Openheid '; f. kleinschalige besloten ruimtes; g. rustige omstandigheden en onverharde weg(en); h. beplantingselementen zoals houtwallen, houtsingels, hagen, bosjes, boomgroepen, solitaire monumentale en waardevolle bomen, weg(en)- en erfbeplanting; i.
de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied ‘Korenburgerveen’ alsmede bouwwerken ten behoeve van onderhoud en beheer en het behouden en versterken van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van het Nationaal Landschap Winterswijk.
Artikel 5.107 Locaties met het werkingsgebied Landschapswaarden - 2 (agrarisch) Gronden ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Landschapswaarden - 2 ‘ zijn bestemd voor de instandhouding van landschappelijke en natuurwaarden die aanwezig zijn in het desbetreffende gebied.
Artikel 5.108 Locaties met het werkingsgebied Landschapswaarden - 3 (wonen in het buitengebied) Gronden ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Landschapswaarden - 3 ‘ zijn bestemd voor de instandhouding van landschappelijke en natuurwaarden die aanwezig zijn in het desbetreffende gebied.
Paragraaf 5.2.13 Locaties met de functies Maatschappelijk
Artikel 5.109 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - begraafplaats Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - begraafplaats ‘ is een begraafplaats toegestaan.
https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
49/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
Artikel 5.110 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - bestaand Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - bestaand ‘ zijn de bestaand(e)maatschappelijke voorzieningen toegestaan.
Artikel 5.111 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - bibliotheek Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - bibliotheek ‘ is een bibliotheek toegestaan.
Artikel 5.112 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - dagbesteding Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - dagbesteding ‘ is dagbesteding toegestaan.
Artikel 5.113 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - expositieruimte Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - expositieruimte ’ is een expositieruimte toegestaan.
Artikel 5.114 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - gezondheidszorg Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - gezondheidszorg ’ zijn (para) medische diensten toegestaan waaronder mede worden begrepen: a. geneeskundige activiteiten; b. apotheek; c. fysiotherapie activiteiten;. d. activiteiten ten behoeve van het verzorgen en verplegen van mensen met medische of psychosociale medische behoefte.
Artikel 5.115 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - wonen - gezondheidszorg Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - wonen - gezondheidszorg ’ zijn woningen of wooneenheden toegestaan bestemd voor individueel beschut wonen voor mensen met een (intensieve) ondersteuningsvraag, die niet via de reguliere woningdistributie beschikbaar komt, maar waarvan minimaal een van de bewoners van de wooneenheid vanwege de beperkte zelfredzaamheid vanaf aanvang van bewoning - op basis van een ter zake van overheidswege gehanteerd systeem - is geïndiceerd voor zorg, waarbij die zorg beschikbaar is in de directe nabijheid van de woning en welke zorg door minimaal een van de bewoners van de wooneenheid ook daadwerkelijk wordt afgenomen. Daarbij zijn ook de volgende ondersteunende voorzieningen toegestaan: a. centrale keukens ten behoeve van de bewoners; b. buurtkamers; c. kantoren; d. ontmoetingsruimten; e. bergruimten; f. (MIVA)toiletten; g. behandelruimten; h. opslagruimten; i. thematisch ingerichte ruimten.
Artikel 5.116 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - wonen - asielopvang Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - wonen - asielopvang ’ zijn woningen of wooneenheden toegestaan bestemd voor asielzoekers, waarbij 24 uurs begeleiding en toezicht aanwezig is. Daarbij zijn ook de volgende ondersteunende voorzieningen toegestaan:
a. centrale keukens ten behoeve van de bewoners; https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
50/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
b. kantoren; c. sport- en recreatievoorzieningen ten behoeve van de bewoners; d. ontmoetingsruimten; e. gebouwen ten behoeve van toezicht.
Artikel 5.117 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - kinderopvang Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - kinderopvang ‘ is een kinderopvang toegestaan.
Artikel 5.118 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - onderwijs Op locaties met het werkingsgebied ' Maatschappelijk - onderwijs ' is een onderwijsfunctie en/of kinderopvang toegestaan.
Artikel 5.119 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - religie Op locaties met het werkingsgebied ' Maatschappelijk - religie ' zijn religieuze functies toegestaan.
Artikel 5.120 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - scouting Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - scouting ‘ zijn scoutingactiviteiten toegestaan.
Artikel 5.121 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - wagenbouwlocatie Op locaties met het werkingsgebied ' Maatschappelijk - wagenbouwlocatie ' zijn activiteiten toegestaan in de vorm van het bouwen en afbreken van praalwagens voor bloemencorso, carnaval en andere optochten.
Paragraaf 5.2.14 Locaties met de functies Natuur
Artikel 5.122 Locaties met het werkingsgebied Natuur Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Natuur ‘ zijn uitsluitend de volgende gebruiksfuncties toegestaan: a. het behoud en herstel en ontwikkeling van natuurwaarden; b. het behoud en herstel van ter plaatse aanwezige graslanden, heideveldjes, (gerief)bosjes, weg(en) - en erfbeplanting, houtwallen en – singels en boomgroepen; c. extensieve dagrecreatie ; d. weg(en) en paden;
Paragraaf 5.2.15 Locaties met de functies Nutsvoorziening
Artikel 5.123 Locaties met het werkingsgebied Nutsvoorzieningen Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Nutsvoorzieningen ' zijn voorzieningen van openbaar nut toegestaan.
Artikel 5.124 Locaties met het werkingsgebied Antennemast Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Antennemast ‘ zijn antennemasten en daarbij behorende voorzieningen toegestaan.
Paragraaf 5.2.16 Locaties met de functies Recreatie
https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
51/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
Subparagraaf 5.2.16.1 Locaties met functie Dagrecreatie
Artikel 5.125 Locaties met het werkingsgebied Dagrecreatie - attractiepark Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Dagrecreatie - attractiepark ' zijn gebruiksactiviteiten in de vorm van attracties toegestaan.
Artikel 5.126 Locaties met het werkingsgebied Dagrecreatie - escaperoom Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Dagrecreatie - escaperoom ' zijn gebruiksactiviteiten in de vorm van een escaperoom toegestaan.
Artikel 5.127 Locaties met het werkingsgebied Dagrecreatie - kinderspeelparadijs Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Dagrecreatie - kinderspeelparadijs ' zijn gebruiksactiviteiten in de vorm van attracties voor kinderen toegestaan.
Artikel 5.128 Locaties met het werkingsgebied Dagrecreatie - visvijver Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Dagrecreatie - visvijver ’ zijn dagrecreatieve activiteiten toegestaan in de vorm van vissen in en bij een visvijver.
Subparagraaf 5.2.16.2 Locaties met het werkingsgebied Verblijfsrecreatie
Artikel 5.129 Locaties met het werkingsgebied Verblijfsrecreatie - recreatiewoningen. Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Verblijfsrecreatie - recreatiewoningen ' zijn de gebruiksactiviteiten in de vorm van bedrijfsmatige exploitatie van recreatiewoningen toegestaan.
Artikel 5.130 Locaties met het werkingsgebied Verblijfsrecreatie - chalets Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Verblijfsrecreatie - chalets ' zijn gebruiksactiviteiten in de vorm van bedrijfsmatige exploitatie van chalet(s) toegestaan
Artikel 5.131 Locaties met het werkingsgebied Verblijfsrecreatie - Bed & breakfast Op locaties met het werkingsgebied ‘ Verblijfsrecreatie - bed & breakfast ' is een Bed & Breakfast toegestaan.
Artikel 5.132 Locaties met het werkingsgebied Verblijfsrecreatie - ondersteunende voorzieningen Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Verblijfsrecreatie - ondersteunende voorzieningen ' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
a. dagrecreatieve voorzieningen; b. voorzieningen ten behoeve van beheer; c. douche- en toiletgebouwen; d. sportvoorzieningen; e. zwemvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen.
Subparagraaf 5.2.16.3 Locaties met het werkingsgebied Kamperen https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
52/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
Artikel 5.133 Locaties met het werkingsgebied Kamperen - 1 Op locaties met het werkingsgebied ' Kamperen - 1 ' is verblijfsrecreatie in de vorm van kamperen toegestaan onder de voorwaarde dat het kampeerterrein bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd.
Artikel 5.134 Locaties met het werkingsgebied Kamperen - 2 Op locaties met het werkingsgebied ‘ Kamperen - 2 ’ is verblijfsrecreatie in de vorm van kamperen toegestaan, met dien verstande dat er aan maximaal 30 kampeermiddelen in de periode 15 maart tot en met 31 oktober plaats wordt geboden.
Artikel 5.135 Locaties met het werkingsgebied Kamperen - 3 Op locaties met het werkingsgebied ‘ Kamperen - 3 ’ is verblijfsrecreatie in de vorm van kamperen toegestaan, met dien verstande dat er aan maximaal 15 kampeermiddelen en maximaal 90 kampeerders in de periode 15 maart tot en met 31 oktober plaats wordt geboden.
Artikel 5.136 Locaties met het werkingsgebied Kamperen - 4 Op locaties met het werkingsgebied ‘ Kamperen - 4 ‘, mogen tijdelijk maximaal 10 kampeermiddelen worden geplaatst en mogen er maximaal 60 kampeerders aanwezig zijn gedurende maximaal 10 dagen per jaar en verdeeld over maximaal 10 perioden, gekoppeld aan een meerdaags evenement.
Artikel 5.137 Locaties met het werkingsgebied Kamperen - ondersteunende voorzieningen Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Kamperen - ondersteunde voorzieningen ' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
a. dagrecreatieve voorzieningen; b. voorzieningen ten behoeve van het beheer; c. douche- en toiletgebouwen; d. sportvoorzieningen; e. zwemvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen.
Subparagraaf 5.2.16.4 Locaties met het werkingsgebied Seksbedrijf
Artikel 5.138 Locaties met het werkingsgebied Seksbedrijf Op locaties met het werkingsgebied ' Seksbedrijf ' is het toegestaan een seksinrichting te exploiteren.
Paragraaf 5.2.17 Locaties met de functies Sport
Artikel 5.139 Locaties met het werkingsgebied Sport
1.
Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Sport ' zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
53/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
a. sportvoorzieningen; b. ondersteunende horeca.
2.
Tot een strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Sport ‘ wordt in ieder geval gerekend: a. gebruik van gronden voor opslag van materialen en goederen in de open lucht met uitzondering van materialen ten behoeve van de sportieve recreatie zelf.
3.
Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Sport ‘ zijn gebouw(en) uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak(ken). Bouwwerken geen gebouw zijnde, zijn toegestaan in het hele werkingsgebied.
4.
Indien de aanwezige bebouwing op locaties met het werkingsgebied ‘ Sport ‘ afwijkt van derde , geldt de bestaand(e) maatvoering van de aanwezige bebouwing als maximum.
5.
Op locaties ter plaatste van het werkingsgebied ‘ Sport ‘ bedraagt de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw(en) zijnde 2 meter.
Artikel 5.140 Locaties met het werkingsgebied Sport - manege Uitsluitend op locaties met het werkingsgebied ‘ Sport ’ ter plaatse van het werkingsgebied ' Sport - manege ' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. manegebedrijf; b. met de daarbij behorende voorzieningen behorende bij een manegebedrijf , zoals een stapmolen, longeercirkel, één of meer binnenrijbanen en één of meer buitenrijbanen, weg(en) en paden.
Artikel 5.141 Locaties met het werkingsgebied Sport - sporthal Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Sport - sporthal ‘ zijn sportactiviteiten en activiteiten ten behoeve van openbare dienstverlening toegestaan
Paragraaf 5.2.18 Locaties met de functies Tuin
Artikel 5.142 Locaties met het werkingsgebied Tuin Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Tuin ' is het gebruik van gronden als tuin ten behoeve van wonen toegestaan.
Paragraaf 5.2.19 Locaties met de functies Verkeer
Artikel 5.143 Locaties met het werkingsgebied Verkeer
1.
Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Verkeer ’ zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
a. verharde en onverharde weg(en), straten, pleinen, paden voor verkeer en verblijf; b. fiets- en voetpaden; c. parkeervoorzieningen en fietsenstallingen; d. groenvoorzieningen, https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
54/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
e. bermen en sloten; f. ondergrondse afvalcontainers; g. wateren en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; h. geluidswerende voorzieningen; i. nutsvoorzieningen en straatmeubilair; j. evenement(en), markten en incidentele standplaats(en); k. bruggen.
Artikel 5.144 Locaties met het werkingsgebied Parkeerterrein Op de locaties met het werkingsgebied ‘ Parkeerterrein ’ zijn uitsluitend erfverhardingen en parkeervoorzieningen toegestaan.
Artikel 5.145 Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van verkeer - standplaats
1.
Vaste standplaats(en) voor de verkoop van goederen met verkoopwagens zijn binnen het werkingsgebied ‘ Verkeer ‘ uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van verkeer standplaats ’
2.
Op locaties met het werkingsgebied ‘ Verkeer ‘ geldt het bepaalde in eerste lid niet voor evenementen en markten.
Artikel 5.146 Locaties met het werkingsgebied Verkeer railverkeer Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Verkeer - railverkeer ‘ is het gebruik van gronden ten behoeve van railverkeer toegestaan.
Paragraaf 5.2.20 Locaties met de functie Verkooppunt motorbrandstoffen
Artikel 5.147 Locaties met het werkingsgebied Verkooppunt motorbrandstoffen
1.
2.
Een verkooppunt van motorbrandstoffen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Verkooppunt motorbrandstoffen ’. Onder een strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Verkooppunt motorbrandstoffen ‘ wordt in ieder geval verstaan: a. een verkooppunt van motorbrandstoffen met lpg; b. een verkooppunt van motorbrandstoffen met cng; c. een verkooppunt van motorbrandstoffen met waterstof. Het voorgaande geldt niet voor locaties die expliciet daarvoor zijn aangewezen op grond van dit omgevingsplan.
Artikel 5.148 Locaties met een werkingsgebied Verkooppunt motorbrandstoffen - cng Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Verkooppunt motorbrandstoffen ‘ is een verkooppunt van motorbrandstoffen met cng toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Verkooppunt motorbrandstoffen - cng '.
Artikel 5.149 Locaties met een werkingsgebied Verkooppunt motorbrandstoffen - lpg https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
55/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Verkooppunt motorbrandstoffen ‘ is een verkooppunt van motorbrandstoffen met lpg toegestaan op locatie met het werkingsgebied ‘ Verkooppunt motorbrandstoffen - lpg ’.
Artikel 5.150 Locaties met een werkingsgebied Verkooppunt motorbrandstoffen - waterstof Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Verkooppunt motorbrandstoffen ‘ is een verkooppunt van motorbrandstoffen met waterstof toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Verkooppunt motorbrandstoffen - waterstof '.
Artikel 5.151 Locaties met een werkingsgebied Vulpunt - cng Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Verkooppunt motorbrandstoffen ‘ is een cng-vulpunt toegestaan op de locaties met het werkingsgebied ‘ Vulpunt - cng ‘.
Artikel 5.152 Locaties met een werkingsgebied Vulpunt - waterstof Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Verkooppunt motorbrandstoffen ‘ is een waterstof-vulpunt toegestaan op de locaties met het werkingsgebied ‘ Vulpunt - waterstof ‘.
Paragraaf 5.2.21 Locaties met de functie Water
Artikel 5.153 Locaties met het werkingsgebied Water Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Water ‘ zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
a. water, watergangen en waterpartijen; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. oevers en taluds; d. extensieve dagrecreatie; e. behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden.
Artikel 5.154 Locaties met het werkingsgebied Beduikerde watergang Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Beduikerde watergang ‘ dient de perceeleigenaar de aanwezigheid van een (beduikerde) watergang te gedogen.
Paragraaf 5.2.22 Locaties met de functie Windturbine
Artikel 5.155 Locaties met het werkingsgebied Windturbine Op locaties met het werkingsgebied ' Windturbine ' zijn windturbines met bijbehorende voorzieningen toegestaan.
Paragraaf 5.2.23 Locaties met de functies Wonen
Artikel 5.156 Locaties met het werkingsgebied Wonen - binnen de bebouwde kom Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Wonen - binnen de bebouwde kom ’ zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: wonen.
Artikel 5.157 Locaties met het werkingsgebied Wonen - buiten de bebouwde kom https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
56/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Wonen - buiten de bebouwde kom ' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
a. wonen, mede in de vorm van inwoning; b. paardenbak tot een oppervlakte van 800 m²;
Artikel 5.158 Locaties met het werkingsgebied Bedrijfwoning bedrijfswoning(en) zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijfswoning '.
Artikel 5.159 Locaties met het werkingsgebied Bedrijfswoning - voormalig Voormalige bedrijfswoning(en) zijn enkel toegestaan ter plaatse van de werkingsgebieden ‘ Bedrijfswoning - voormalig ’.
Artikel 5.160 Locaties met het werkingsgebied Sociale huurwoningen
1.
Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Sociale huurwoningen ’ zijn uitsluitend sociale huurwoning(en) toegestaan.
2.
Ter plaats van het werkingsgebied ' Sociale huur minimaal 25 jaar ' geldt dat het gebruik van woningen als bedoeld in het eerste lid voor sociale huurwoning(en), tenminste gedurende 25 jaar na de eerste ingebruikname in stand dient te blijven.
3.
Ter plaats van het werkingsgebied ' Sociale huur minimaal 30 jaar ' geldt dat het gebruik van woningen als bedoeld in het eerste lid voor sociale huurwoning(en), tenminste gedurende 30 jaar na de eerste ingebruikname in stand dient te blijven.
Artikel 5.161 Locaties met het werkingsgebied Sociale koopwoningen
1.
Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Sociale koopwoningen ’ zijn uitsluitend sociale koopwoningen toegestaan.
2.
Ter plaats van het werkingsgebied ' Sociale koop minimaal 1 jaar ' geldt dat het gebruik van woningen als bedoeld in het eerste lid voor Sociale koopwoning(en), tenminste gedurende 1 jaar na de eerste ingebruikname in stand dient te blijven.
3.
Ter plaats van het werkingsgebied ' Sociale koop minimaal 10 jaar ' geldt dat het gebruik van woningen als bedoeld in het eerste lid voor Sociale koopwoning(en), tenminste gedurende 10 jaar na de eerste ingebruikname in stand dient te blijven.
Artikel 5.162 Locaties met het werkingsgebied Geliberaliseerde woningen voor middenhuur
1.
Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Geliberaliseerde woningen voor middenhuur ’ zijn uitsluitend geliberaliseerde woningen voor middenhuur toegestaan.
2.
Ter plaats van het werkingsgebied ' Geliberaliseerde woningen voor middenhuur minimaal 10 jaar ' geldt dat het gebruik van woningen als bedoeld in het eerste lid voor geliberaliseerde woning(en) voor middenhuur, tenminste gedurende 10 jaar na de eerste ingebruikname in stand dient te blijven.
3.
Ter plaats van het werkingsgebied ' Geliberaliseerde woningen voor middenhuur minimaal 20 jaar ' geldt dat het gebruik van woningen als bedoeld in het eerste lid voor geliberaliseerde woning(en) voor middenhuur,
https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
57/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
tenminste gedurende 20 jaar na de eerste ingebruikname in stand dient te blijven. 4.
Ter plaats van het werkingsgebied ' Geliberaliseerde woningen voor middenhuur minimaal 25 jaar ' geldt dat het gebruik van woningen als bedoeld in het eerste lid voor geliberaliseerde woning(en) voor middenhuur, tenminste gedurende 25 jaar na de eerste ingebruikname in stand dient te blijven.
Artikel 5.163 Locaties met het werkingsgebied Woningen voor particulier opdrachtgeverschap
1.
2.
Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Woningen voor particulier opdrachtgeverschap ’ zijn uitsluitend woningen voor particulier opdrachtgeverschap toegestaan. Bouwactiviteiten die plaatsen vinden op locaties met het werkingsgebied ' Woningen voor particulier opdrachtgeverschap ' als bedoeld in het eerste lid dienen te worden verricht door een burger en/of een groep van burgers, georganiseerd als rechtspersoon zonder winstoogmerk of krachtens een overeenkomst die: a. ten minste een zakelijk recht op het gebruik van de grond verkrijgt; en b. volledige zeggenschap heeft en verantwoordelijkheid draagt over het gebruik van de grond en over het ontwerp en de bouw van de woning.
Artikel 5.164 Locaties met het werkingsgebied Wonen - op verdieping Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Wonen - op verdieping ‘ zijn uitsluitend woningen op de verdieping(en) toegestaan.
Artikel 5.165 Locaties met het werkingsgebied Wonen - in de kap uitgesloten Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Wonen - in de kap uitgesloten ‘ zijn woningen in de kap niet toegestaan.
Artikel 5.166 Locaties met het werkingsgebied Pre-mantelzorgwoning Ter plaatse van het werkingsgebied ' Pre-mantelzorgwoning ', zijn pre-mantelzorgwoning(en) toegestaan.
Artikel 5.167 Locaties met het werkingsgebied Wonen - bestaand Ter plaatse van het werkingsgebied ' Wonen - bestaand ' zijn de bestaande woning(en) toegestaan.
Artikel 5.168 Locaties met het werkingsgebied Wonen - kamerbewoning Ter plaatse van het werkingsgebied ' Wonen - kamerbewoning ' is kamerbewoning toegestaan.
Artikel 5.169 Locaties met het werkingsgebied Wonen - kamerbewoning - bestaand Ter plaatse van het werkingsgebied ' Wonen - kamerbewoning - bestaand ' is enkel de bestaand(e) kamerbewoning toegestaan.
Artikel 5.170 Locaties met het werkingsgebied Wonen - kamerbewoning - op verdieping Ter plaatse van het werkingsgebied ' Wonen - kamerbewoning - op verdieping ' is kamerbewoning enkel op de verdieping(en) toegestaan.
Paragraaf 5.2.24 Locaties met de functie Zonnepark
Artikel 5.171 Locaties met het werkingsgebied Zonnepark - tijdelijk
https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
58/311
07-11-2024, 16:30
1.
Procedure - Tekst item | Rx.Base
Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Zonnepark - tijdelijk ‘ zijn de volgende gebruiksfuncties toegestaan: a. het opwekken van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit met gebruik van zonnepaneel/zonnepanelen met de daarbij behorende voorzieningen; b. agrarisch medegebruik; c. nutsvoorzieningen.
2.
Onder een strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Zonnepark - tijdelijk ‘ wordt in ieder geval gerekend: het in gebruik hebben van het zonnepark 25 jaar na de ingebruikname van het zonnepark voor het opwekken van energie, zoals bedoeld in eerste lid onder a.
Artikel 5.172 Locaties met het werkingsgebied Zonnepark - permanent Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Zonnepark - permanent ‘ zijn de volgende gebruiksfuncties toegestaan:
a. het opwekken van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit met gebruik van zonnepaneel/zonnepanelen met de daarbij behorende voorzieningen; b. agrarisch medegebruik; c. nutsvoorzieningen.
Afdeling 5.3 Gebruiksvoorschriften locatiespecifiek
Paragraaf 5.3.1 Landschappelijke inpassing
Paragraaf 5.3.2 Hagenplan
Hoofdstuk 6 Bouwvoorschriften
Afdeling 6.1 Bouwvoorschriften algemeen
Paragraaf 6.1.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten
Artikel 6.1 Werkingsgebied De voorschriften in deze paragraaf zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Algemene bepalingen bouwactiviteiten '.
Artikel 6.2 Toepassingsbereik
https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
59/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
1.
Afdeling 6.1 bevat bepalingen voor de omgevingsplanactiviteit bouwen en het gebruik van bouwwerken en terreinen.
2.
Bouwwerken die in overeenstemming zijn met de voorschriften van Afdeling 6.1 zijn, als voor een locatie geen afwijkende voorschriften gelden op grond de afdelingen 6.2 en 6.3 van dit omgevingsplan, van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan.
Artikel 6.3 Oogmerken De regels in Afdeling 6.1 zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het uiterlijk aanzien van bouwwerken, terreinen en de omgeving hiervan; b. het beschermen van de veiligheid en gezondheid van gebruikers van gebouwen, terreinen en de omgeving hiervan; c. het beschermen van een goed woon- een leefklimaat van gebruikers van gebouwen, terreinen en de omgeving hiervan.
Paragraaf 6.1.2 Bouwactiviteiten
Subparagraaf 6.1.2.1 Algemene bouwvoorschriften
Artikel 6.4 Werkingsgebied De voorschriften in deze subparagraaf zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Algemene bouwvoorschriften '.
Artikel 6.5 Algemene bouwvoorschriften bouwwerken
1.
Bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd als het beoogde gebruik in overeenstemming is met de functies die op grond van dit omgevingsplan aan de desbetreffende locatie zijn toegekend met de werkingsgebieden in Hoofdstuk 5.
2.
Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op locaties waar het omgevingsplan van rechtswege nog van toepassing is, in de zin dat het beoogde gebruik in overeenstemming dient te zijn met de functies die op grond van het omgevingsplan van rechtswege zoals dat geldt vanaf 1-1-2024 aan een locatie zijn toegekend.
3.
Tenzij uit de overige bepalingen van Hoofdstuk 6 iets anders volgt, dan geldt een maximum bebouwingspercentage voor het bouwperceel van 50% en van het bouwvlak(ken) van 100%.
4.
Bij het bouwen van de volgende bouwwerken mogen bouwgrenzen worden overschreden: a. toegangsbruggen en funderingen, waarbij de grens van de weg niet mag worden overschreden; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen, gevelisolatie en schoorstenen, indien de overschrijding van de bouwgrens, waaraan de voorgevel gelegen is, niet meer dan 12 cm bedraagt en daarbij de grens van de weg niet wordt overschreden; c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, bloemenkozijnen, balkons, entreepartijen, galerijen en luifels, mits zij de bouwgrens, waaraan de voorgevel gelegen is, met niet meer dan 50 cm overschrijden en niet lager zijn aangebracht dan:
https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
60/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
- 4,20 m boven een rijbaan of boven een strook ter breedte van 1,50 m langs een rijbaan; - 2,20 m boven een voetpad, voor zover dit voetpad geen deel uitmaakt van de genoemde strook; d. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden en daarbij de grens van de weg niet wordt overschreden; e. goten en ondergrondse afvoerleidingen en inrichtingen voor de verzameling van water en rioolstoffen; f. hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand de bouwgrens, waaraan de voorgevel gelegen is, met meer dan 1 m overschrijden en voor zover zij de grens van de weg niet overschrijden en niet lager zijn geplaatst dan 4,20 m boven de hoogte van de rijbaan. 5.
Tenzij uit de overige bepalingen van Hoofdstuk 6 van dit omgevingsplan iets anders volgt, dan geldt dat het aantal woning(en)en kamers voor kamerbewoning dat per locatie is toegestaan, niet meer mag bedragen dan het bestaand(e) aantal.
6.
bestaand(e) bouwwerken die aanwezig zijn in afwijking van dit omgevingsplan, zijn toegestaan in de bestaand(e) vorm en omvang en mogen ook binnen de contouren van die bestaand(e) vorm en omvang worden gewijzigd en vervangen.
Artikel 6.6 Algemene bouwvoorschriften Hoofdgebouwen
1.
Hoofdgebouwen dienen te voldoen aan de volgende regels: a. De hoofdgebouw(en) dienen binnen het werkingsgebied “ Bouwvlak ” te worden gebouwd. b. woning(en), niet zijnde bedrijfswoning(en), dienen met de voorgevel in of maximaal 1 meter achter de bouwgrens aan de zijde van de weg(en) te worden gebouwd. c. De minimale voorgevelbreedte van woning(en) bedraagt 4,5 meter. d. Tenzij uit de overige bepalingen van Hoofdstuk 6 van dit omgevingsplan iets anders volgt, dan geldt als maximale bouwhoogte voor hoofdgebouw(en) een bouwhoogte van 10 meter en een maximale goothoogte van 6,5 meter. Bij een plat dak geldt een maximale bouwhoogte van 6,5 meter. e. Vrijstaande hoofdgebouw(en)dienen op minimaal 1 meter afstand van de zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd.
2.
Kelders dienen te voldoen aan de volgende regels a. Kelders zijn toegestaan onder hoofdgebouwen en bijbehorend(e) bouwwerk(en) tot maximaal 3 meter onder het peil van woning(en) of bijbehorend(e) bouwwerk(en). b. Tenzij uit de overige bepalingen van Hoofdstuk 6 van dit omgevingsplan iets anders volgt, dan geldt dat kelders maximaal 1 meter uit de gevel(s) mogen worden gebouwd,
Artikel 6.7 Algemene bouwvoorschriften bijbehorende bouwwerken
1.
Tenzij uit de overige bepalingen van Hoofdstuk 6 van dit omgevingsplan iets anders volgt, dan moeten bijbehorend(e) bouwwerk(en) bij een hoofdgebouw(en) voldoen aan de volgende regels: a. bijbehorend(e) bouwwerk(en)mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak(ken) worden gebouwd, mits de bijbehorend(e) bouwwerk(en) worden gebouwd in een vlak waar op grond van Hoofdstuk 5 dezelfde gebruiksactiviteiten zijn toegestaan als op de locatie van het bijbehorende bouwvlak(ken);
https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
61/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
b. bijbehorend(e) bouwwerk(en) mogen uitsluitend op minimaal 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw(en) worden gebouwd; c. in afwijking van het bepaalde onder b van dit lid, mogen carports en overkapping(en) op 0,3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het voorgevel worden gebouwd, mits het boeibord niet hoger is dan 30 cm; d. als maximale bouwhoogte voor bijbehorend(e) bouwwerk(en) geldt een bouwhoogte van 6 meter en een maximale goothoogte van 3 meter. Bij een plat dak wordt uitgegaan van enkel de maximale goothoogte. Een bijbehorend(e) bouwwerk(en) mag niet hoger zijn dan het hoofdgebouw(en); e. in afwijking van het bepaalde in onder d van dit lid, geldt er een maximale goothoogte voor aangebouwd(e) bijbehorend(e) bouwwerk(en) van 3 meter dan wel de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw(en) vermeerderd met 0,25 meter; f. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend(e) bouwwerk(en) buiten het werkingsgebied ‘ Bouwvlak ’ mag maximaal 100 m² bedragen, waarbij het bebouwingspercentage van het bebouwingsgebied niet meer dan 50% mag bedragen; g. indien het bebouwingsgebied groter is dan 400 m², is de maximale oppervlakte van bijbehorend(e) bouwwerk(en) buiten het werkingsgebied ' Bouwvlak ', 100 m² vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied groter dan 400 m², tot een maximum van totaal 150 m²; h.
de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens voor aangebouwd(e) bijbehorend(e) bouwwerk(en) bij vrijstaande hoofdgebouw(en) bedraagt 1 meter. Voor aangebouwd(e) bijbehorend(e) bouwwerk(en) bij een vrijstaand hoofdgebouw(en) geldt dat als deze op minimaal 3 meter achter de voorgevel is gebouwd, deze tot op de perceelgrens gebouwd mag worden; i. bijbehorend(e) bouwwerk(en) moeten in het achtererfgebied worden gebouwd, met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid; j. de breedte van aangebouwd(e) bijbehorend(e) bouwwerk(en) aan de zijgevel van een hoofdgebouw(en)mag maximaal 80% zijn van de breedte van het oorspronkelijke hoofdgebouw(en).
2.
Tenzij uit de overige bepalingen van Hoofdstuk 6 van dit omgevingsplan iets anders volgt, dan geldt dat het uitbreiden van een woning aan de voorzijde met een uitbouw door middel van een overschrijding van de voorgevel is toegestaan onder voorwaarden dat: a. de bouwhoogte van de uitbouw maximaal 3 meter bedraagt, maar niet hoger dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw(en); b. de breedte van de uitbouw maximaal 50% mag bedragen van de breedte van de oorspronkelijke voorgevel van de woning; c. de diepte van de uitbouw maximaal 50% mag bedragen van de diepte van de aanwezige ruimte tussen de voorgevel en de aan de weg(en) gelegen bouwperceelgrens, met een maximum van 1,5 meter.
3. bijbehorend(e) bouwwerk(en) als bedoeld in dit artikel moeten zijn gelegen bij een hoofdgebouw welke niet is; a. een woonwagen(s); b. een small House; c. een tiny house; d. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden; e. een hoofdgebouw(en) waarvoor een tijdelijke vergunning is verleend, waarna de vergunninghouder verplicht is de toestand in bestaand(e) situatie te herstellen.
4.
bijbehorend(e) bouwwerk(en) welke zijn gelegen bij hoofdgebouwen als bedoeld in het derde lid van dit artikel, zijn enkel toegestaan voor zover voor die locatie in afdeling 6.2 of afdeling 6.3 bouwmogelijkheden zijn opgenomen voor bijbehorend(e) bouwwerk(en).
Artikel 6.8 Algemene voorschriften bouwwerken geen gebouw zijnde https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
62/311
07-11-2024, 16:30
1.
Procedure - Tekst item | Rx.Base
Tenzij uit de overige bepalingen van Hoofdstuk 6 van dit omgevingsplan iets anders volgt, dan gelden voor bouwwerken geen gebouw zijnde de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte voor bouwwerken geen gebouw(en)zijnde bedraagt 2 meter; b. de maximale bouwhoogte voor erfafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevel bedraagt 1 meter; c. bij woning(en) mogen antennes, verlichtingsmasten, vlaggenmasten en vergelijkbare andere bouwwerken maximaal 5 meter hoog zijn; d. bij woning(en) mag het aantal vlaggenmasten per bouwperceel niet meer dan 1 bedragen; e. bij andere gebruiksfuncties dan wonen mogen trappen, antennes, verlichtingsmasten, vlaggenmasten en vergelijkbare andere bouwwerken maximaal 10 meter hoog zijn; f. bij andere gebruiksfuncties dan wonen mag het aantal vlaggenmasten per bouwperceel niet meer dan 3 bedragen; g. bij andere gebruiksfuncties dan wonen mogen ballenvangers maximaal 6 meter hoog zijn; h. informatiepanelen voor fietsers en wandelaars zijn toegestaan tot maximaal 2,5 meter hoog.
2.
Airco-units, warmtepompen of soortgelijke installaties zijn toegestaan aan gevels, op daken en op het bouwperceel.
3.
Installaties op het dak mogen niet hoger zijn 2 meter (gemeten vanaf onderkant installatie) waarbij de minimale afstand tot de dakrand in acht wordt genomen. De afstand van de installatie tot de dakrand moet minimaal de hoogte van de installatie bedragen.
4.
Bouwwerken geen gebouw zijnde in een bouwvlak(ken) die bedoeld zijn om een hoofdgebouw uit te breiden, mogen dezelfde hoogte hebben als het hoofdgebouw(en) heeft.
Artikel 6.9 Maatwerkvoorschriften bouw Het college van burgemeester en wethouders kan voor de volgende onderwerpen maatwerkvoorschriften stellen en/of voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning: a. dakvormen, dakhellingen en nokrichting van de bebouwing; b. de goot- en bouwhoogte van de gebouw(en); c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw(en) zijnde; d. de breedte van de gebouw(en); e. de breedte van bouwwerken, geen gebouw(en) zijnde; f. de oriëntering van de gebouw(en); g. de oriëntering van bouwwerken, geen gebouw(en) zijnde; h. de wijze van afdekking van de gebouw(en); i. de wijze van afdekking van bouwwerken, geen gebouw(en) zijnde; j. het aantal en de situering van de parkeerplaatsen op het terrein. De maatwerkvoorschriften mogen niet op onevenredige wijze het gebruik van bouwwerken en gronden aantasten.
Subparagraaf 6.1.2.2 Vergunningplicht bouwactiviteiten
Artikel 6.10 Werkingsgebied De voorschriften in deze subparagraaf zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Vergunningsplicht bouwactiviteiten '. https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
63/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
Artikel 6.11 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.
Artikel 6.12
1.
Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, instand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van het bepaalde in 6.1.3.4,; b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid,van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of de op grond van artikel 4.19 van de Omgevingswet vastgestelde beleidsregels; c. de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en: 1°. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2°. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen.
Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
2.
Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing als: a. het gaat om een in het tijdelijke deel van een omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, of in dit omgevingsplan aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of b. het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, toch moet worden verleend.
3.
Het eerste lid aanhef en onder a is, voor wat betreft de regels in dit omgevingsplan niet van toepassing, indien een vergunning is verleend voor een omgevingsplanactiviteit voor het gebruiken van gronden en/of het bouwen van bouwwerken en het beoogde gebruik van het aangevraagde bouwwerk daarmee in overeenstemming is en de aanvraag in overeenstemming is met de aan die vergunning verbonden bouwvoorschriften. De uitzondering met betrekking tot het bepaalde in 6.1.3.4 blijft van toepassing.
Artikel 6.13 Beoordelingsregels parkeervoorzieningen bij het bouwen van gebouwen
1.
2.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouw(en) wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of het gebruik van het gebouw(en) in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van voertuigen (waaronder fietsen) in, op of onder het gebouw(en), dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw(en) behoort; Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het eerste lid: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien.
https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
64/311
07-11-2024, 16:30
3.
Procedure - Tekst item | Rx.Base
Afwijken van het bepaalde in het eerste lid is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de parkeersituatie in de openbare ruimte; b. de woon- en leefsituatie.
4.
Burgemeester en wethouders passen deze bouwregels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre, dan wel haar rechtsopvolger.
Subparagraaf 6.1.2.3 Uitzonderingen vergunningplicht bouwactiviteiten
Artikel 6.14 Werkingsgebied De voorschriften in deze subparagraaf zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Uitzonderingen vergunningsplicht bouwactiviteiten '.
Artikel 6.15 Algemene bepalingen vergunningsvrije bouwwerken
1.
Bouwwerken die in afwijking van artikel 6.11 op grond van het bepaalde in deze paragraaf zonder vergunning gebouwd kunnen worden, dienen te allen tijde eveneens te voldoen aan het bepaalde in subparagraaf 6.1.2.1 en 6.1.2.3 .
2.
De uitzonderingen op de vergunningplicht van artikel 6.11 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.
3.
Bij de toepassing van artikel 6.16 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend(e) bouwwerk(en) of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 6.16 gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
Artikel 6.16 Vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken
1.
Een bijbehorend(e) bouwwerk(en) bij een hoofdgebouw is zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.11 toegestaan indien het bijbehorende bouwwerk voldoet aan het bepaalde het bepaalde in subparagraaf 6.1.2.1, 6.1.2.3 en aan het bepaalde in dit artikel. Een bijbehorend(e) bouwwerk(en) die aan het bepaalde in de eerste volzin van dit lid voldoet, is van rechtswege in overeenstemming met het omgevingsplan.
2.
Een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in deze paragraaf moet zijn gelegen bij een hoofdgebouw(en)welke niet is; a. een woonwagen(s) ; b. een small House; c. een tiny house; d. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden; e. een hoofdgebouw(en) waarvoor een tijdelijke vergunning is verleend, waarna de vergunninghouder verplicht is de toestand in bestaand(e) situatie te herstellen.
3. https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
65/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
Aangebouwde bijbehorend(e) bouwwerk(en) achter het hoofdgebouw(en) binnen het bouwvlak(ken) die voldoen aan de voorschriften voor de desbetreffende locatie, zijn zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.11 van dit omgevingsplan toegestaan. Het voorgaande geldt enkel voor aangebouwde bijbehorend(e) bouwwerk(en) die de breedte van het hoofdgebouw(en) niet overschrijden. 4.
Voor het bouwen van vergunningvrije bijbehorend(e) bouwwerk(en) gelden naast de overige bepalingen in dit artikel de volgende regels: a. Voor het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend(e) bouwwerk(en) of een uitbreiding daarvan, wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. op de grond staand; 2°. gelegen in achtererfgebied, met uitzondering van carports en overkapping(en); 3°. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied; b. Een bijbehorend(e) bouwwerk(en) mag zowel binnen als buiten het bouwvlak(ken) worden gebouwd; c. Carports en overkapping(en) mogen op 0,3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw(en) worden gebouwd, mits het boeibord niet hoger is dan 30 cm. d. Een verblijfsgebied is uitsluitend toegestaan op de eerste bouwlaag; e. Voor zover voorzien van een buitenruimte: de buitenruimte op de grond is gelegen;
5.
Voor het bouwen van vergunningvrije bijbehorend(e) bouwwerk(en) gelden naast de overige bepalingen in dit artikel de volgende regels: a. de afstand van aangebouwde bijbehorend(e) bouwwerk(en) tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt minimaal 1 meter bij vrijstaande woningen. b. aangebouwde overkapping(en) bij vrijstaande woning(en)mogen tot op de perceelgrens gebouwd worden als de afstand tot het verlengde van de overkapping(en) van het hoofdgebouw(en) minimaal 3 meter is. c. Bij vrijstaande woning(en)mogen vrijstaande bijbehorend(e) bouwwerk(en) tot op de perceelgrens gebouwd worden mits deze functioneel ondergeschikt zijn. d. Bij overige typen woning(en) mogen bijbehorend(e) bouwwerk(en) tot op de perceelgrens gebouwd worden.
6.
Voor het bouwen van vergunningvrije bijbehorend(e) bouwwerk(en) gelden naast de overige bepalingen in dit artikel de volgende regels: a. Indien het een niet-aangebouwd bijbehorend(e) bouwwerk(en) betreft mag de goothoogte niet meer bedragen dan 3 meter b. Indien het een aangebouwd(e) bijbehorend(e) bouwwerk(en) betreft mag de goothoogte niet meer dan 3 meter bedragen dan wel de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw(en) vermeerderd met 0,25 m, c. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m en niet hoger zijn de bouwhoogte van het hoofdgebouw(en) . d. De bouwhoogte van een aangebouwd(e) bijbehorend(e) bouwwerk(en) op een afstand van meer dan 4 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw(en) mag niet meer zijn dan 3 meter.
7.
Voor het bouwen van vergunningvrije bijbehorend(e) bouwwerk(en) gelden naast de overige bepalingen in dit artikel de volgende regels: a. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend(e) bouwwerk(en) buiten het bouwvlak(ken) mag maximaal 100 m² bedragen, waarbij het bebouwingspercentage van het bebouwingsgebied niet meer dan 50% mag bedragen; b. Indien het bebouwingsgebied groter is dan 400m2, 100m2 vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied groter dan 400m2, tot een maximum van totaal 150m2.
8. https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
66/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
De breedte van (aangebouwde) bijbehorend(e) bouwwerk(en) aan de zijgevel, gemeten in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw(en) , mag niet meer bedragen dan 4 meter . 9.
Het gebruiken van een bestaande bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg
Artikel 6.17 Vergunningsvrij gebouw voor recreatief nachtverblijf Een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf is zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.11 toegestaan indien het bouwwerk voldoet aan het bepaalde in subparagraaf 6.1.2.1, 6.1.2.3 en als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. op de grond staand; 2°. niet hoger dan 5 m; en 3°. de oppervlakte niet meer dan 70 m2;
Artikel 6.18 Mantelzorg vergunningsvrij
1.
Voor de huisvesting in verband met mantelzorg is geen vergunning vereist als bedoeld in artikel 6.11 , mits wordt voldaan aan het bepaalde in dit artikel en het bepaalde in subparagraaf 6.1.2.1, 6.1.2.3. Het gebruik van) bijbehorend(e) bouwwerk(en) die aan het bepaalde in de eerste volzin van dit lid voldoen, (is) zijn van rechtswege in overeenstemming met het omgevingsplan.
2.
Huisvesting in verband met mantelzorg is uitsluitend toegestaan indien: a. Er sprake is en blijft van afhankelijke woonruimte . b. mantelzorg plaatsvindt in de woning of in de bijbehorend(e) bouwwerk(en) die op grond van dit omgevingsplan zijn toegestaan. c. Indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen, de situatie in en om de woning wordt teruggebracht in oude staat en in overeenstemming met het omgevingsplan (waaronder het maximaal aantal wooneenheden).
3.
In aanvulling op het bepaalde in 6.16 mogen ten behoeve van mantelzorg tevens bijbehorend(e) bouwwerk(en) worden opgericht die voldoen aan de volgende eisen:: a. in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; b. de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en c. buiten de bebouwde kom ; waarbij als eis geldt dat indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen, de situatie in en om de woning wordt teruggebracht in oude staat en in overeenstemming met het omgevingsplan (waaronder het maximaal aantal wooneenheden).
Artikel 6.19 Vergunningsvrije dakkapellen De vergunningplicht van 6.11 geldt niet voor een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan het bepaalde in subparagraaf 6.1.2.1, 6.1.2.3 en de volgende eisen: 1°. gelegen ter plaatse van het werkingsgebied 'Specifieke vorm van wonen - welstandsvrij ' waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; 2°. voorzien van een plat dak; 3°. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m;
https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
67/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
4°. onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 5°. bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en 6°. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak;
Artikel 6.20 Binnenplanse vergunningsvrije activiteiten voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde
1.
Een bouwwerk geen gebouw(en) , zijnde is toegestaan zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.11 indien het bouwwerk voldoet aan het bepaalde in subparagraaf 6.1.2.1, 6.1.2.3 en het bepaalde in dit artikel.
2.
Een erf- of perceelafscheiding niet hoger dan 1 meter;
3.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel zijn erf- of perceelsafscheidingen met een maximale bouwhoogte van 2 meter ook toegestaan zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.11 als ze voldoen aan de volgende bepalingen: a. Op een erf of perceel waarop al een hoofdgebouw(en) staat waarmee de erf - of perceelafscheiding in functionele relatie staat en achter de lijn die langs de voorkant van het hoofdgebouw(en) evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied;, b. en op meer dan 1 meter van openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn;
4.
Toegestaan zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.11 zijn: a. Antennes, verlichtingsmasten, vlaggenmasten en vergelijkbare andere bouwwerken bij woningen van maximaal 5 meter hoog. Het aantal vlaggenmasten per bouwperceel mag niet meer dan 1 bedragen. b. Antennes, verlichtingsmasten, vlaggenmasten en vergelijkbare andere bouwwerken bij andere gebruiksfuncties van maximaal 10 meter hoog. Het aantal vlaggenmasten per bouwperceel mag niet meer dan 3 bedragen. c. Airco-units, warmtepompen of soortgelijke installaties, mits niet geplaatst aan of voor de voorgevel of een (zij)gevel of erf gericht naar openbaar toegankelijk gebied.
5.
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, is toegestaan zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.11 voor zover het gaat om: 1°. een silo; of 2°. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m
6.
Een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is, is toegestaan zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.11;
7.
Een te veranderen bouwwerk, is toegestaan zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.11 als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; 2°. geen uitbreiding van het bouwvolume; en 3°. geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.
8. https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
68/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
Een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, is toegestaan zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.11 als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. niet hoger dan 4 m; en 2°. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; 9.
Een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien is toegestaan zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.11;
Artikel 6.21 Inperkingen vanwege cultureel erfgoed
1.
Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument zijn de uitzonderingen op de vergunningplicht als genoemd in subparagraaf 6.1.2.3 niet van toepassing.
2.
Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument zijn alleen de uitzonderingen van artikel 6.20 van toepassing.
3.
Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is de uitzondering op de vergunningplicht in artikel 6.11 alleen van toepassing voor zover het gaat om: a. inpandige wijzigingen; b. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; c. een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of d. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.
4.
De uitzondering op de vergunningplicht van artikel 6.11 is voor wat betreft de bouwwerken uit artikel 6.16 en artikel 6.17 ook niet van toepassing als in dit omgevingsplan voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of b. dit omgevingsplan, of het tijdelijk deel van het omgevingsplan, een verbod bevat om grondwerkzaamheden, die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning, te verrichten waarop regels over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.
Artikel 6.22 Inperking vanwege externe veiligheid
1.
Artikel 6.16, 6.17 en artikel 6.18 is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht:
https://rx-base.nl/procedure/334901bc-e7bd-42a2-9644-0abeb17c6e17/tekst/tekstItem/691f6372-e463-49ff-a3f4-72c56987d3e5/
69/311
07-11-2024, 16:30
Procedure - Tekst item | Rx.Base
a. op een locatie opgenomen in veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen; b. op een locatie waarop de activiteit niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding;.
2.
Artikel 6.16, 6.17 en artikel 6.18 is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:
a. artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is; b. artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; c. artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; d. artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; e. artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; f. artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; g. artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; h. artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; i. artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; j.