CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

ab vergadering regio achterhoek dd 10-03-2021

Raadscommissie 30 maart 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden van de Regio Achterhoek37.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Nadere regels Projecten Achterhoek Visie 2030 Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1.1 Definities a. Drie O samenwerking : de samenwerking tussen Ondernemers, maatschappelijke Organisaties en Overheid in de Achterhoek. b. Achterhoek Raad: een bestuurlijk platform van 8RHK Ambassadeurs met daarin één vertegenwoordiger per fractie van elke deelnemende gemeente van Regio Achterhoek; c. Achterhoek Board: een bestuurlijk platform van 8RHK Ambassadeurs met vertegenwoordigers van de drie O’s en de Provincie Gelderland die over de thema’s van de Achterhoek Visie 2030 heen kijkt. De leden van de Achterhoek Board worden benoemd door de Achterhoek Raad; d. Thematafel: een bestuurlijk platform van 8RHK Ambassadeurs met vertegenwoordigers van de drie O’s en de Provincie Gelderland per thema uit de Achterhoek Visie 2030; e. ‘Achterhoek Spreekt’: een panel van inwoners van de Achterhoek; f. Achterhoek Visie 2030: visie voor de Achterhoek, vastgesteld door de Achterhoek Raad op 8 april 2019 en eventueel daarna geactualiseerde versies; g. Regio Deal Achterhoek: een overeenkomst tussen het Rijk, Provincie Gelderland en de Regio Achterhoek, genaamd ‘Regio Deal Achterhoek 2019-2022’; h. Investeringsfonds Achterhoek: fonds ten behoeve van subsidiëring van initiatieven van de Achterhoek Visie 2030, beheerd door Regio Achterhoek; i.

AGVV: Algemene Groepsvrijstellingsverordening, Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; j. LVV: de Landbouwvrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard. Deze verordening is gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 1 juli 2014 onder nummer (wetgeving) L193). k. Cofinanciering: een bijdrage in de subsidiabele kosten vanuit andere partijen dan de Regio Achterhoek; l. Directe loonkosten: het totaal van het bruto loon volgens de loonstaat, de vakantie-uitkering, de niet van winst afhankelijke eindejaarsuitkering of 13e maand, de werkgeverslasten (werkgeversdeel pensioenpremie, WW-premie, WIA/WAO-premie en bijdrage Zorgverzekeringswet) en de overige werkgeverspremies voor werkloosheids- en ziektekostenuitkeringen; m.

Indirecte kosten: het totaal van indirecte loonkosten en kosten voor overhead.

Artikel 1.2 Reikwijdte Deze nadere regels zijn van toepassing op het verstrekken van subsidie door het Dagelijks Bestuur van Regio Achterhoek ten behoeve van projecten die bijdragen aan de realisatie van de doelen van de Achterhoek Visie 2030 of de programmalijnen van de Regio Deal Achterhoek. Artikel 1.3 Staatssteun 1. Indien de verstrekking van subsidie als een steunmaatregel in de zin van artikel 107, eerste lid, van het VwEU moet worden aangemerkt en er geen andere staatssteunoplossing voor handen is, wordt de subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de deminimissteun (PbEU L 352). 2. Geen subsidie wordt verstrekt indien tegen een subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. 3.

Geen subsidie wordt verstrekt onder toepassing van de Algemene groepsvrijstellingsverordening of de Landbouw groepsvrijstellingsverordening aan ondernemingen in moeilijkheden als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014/C 249/01). Artikel 1.4 Wijze van verdeling 1. Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen. 3. Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt. Paragraaf 1.5 Aanvraag Artikel 1.5.1 Aanvraag 1. Een aanvraag heeft betrekking op de realisatie van één of meerdere doelen zoals omschreven in de Achterhoek Visie 2030 of de Regio Deal Achterhoek. 2. Een aanvraag om subsidie heeft betrekking op: a.

projecten die betrekking hebben op onderzoek, ontwikkeling en opleiding ter bevordering van innovatie in het MKB, energie-efficiëntie en milieustudies in een drie O samenwerking, of; b. projecten die betrekking hebben op kennisoverdracht, voorlichting, onderzoek en ontwikkeling ter bevordering van innovatie in een drie O samenwerking in de landbouwsector, of; c. overige projecten ter realisatie van de Achterhoek Visie 2030 of de Regio Deal Achterhoek. 3. Subsidie ten behoeve van projecten zoals genoemd in het tweede lid onder a wordt slechts verstrekt als is voldaan aan hoofdstuk 1 en de artikelen 17, 18, 22, 25, 27, 28, 29, 31, 38 en 49 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. 4. Subsidie ten behoeve van projecten zoals genoemd in het tweede lid onder b wordt slechts verstrekt als is voldaan aan hoofdstuk 1 en de artikelen 21 en 31 van de Landbouwvrijstellingsverordening.

Artikel 1.5.2 Inhoud aanvraag 1. Bij de aanvraag om subsidie wordt gebruik gemaakt van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde format ‘Aanvraagformulier projecten Achterhoek Visie 2030’, inclusief bijbehorende bijlagen en worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee beoogde doelstellingen; b. een begroting van de opbrengsten en kosten voor de activiteiten, voorzien van een toelichting; c. indien de activiteiten een tijdvak van meer dan 12 maanden beslaan: een planning van de uitvoering van de activiteiten in de eerste 12 maanden en de daaraan verbonden kosten, alsmede een planning voor het resterende deel van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd; 2. Een aanvraag is compleet als er een rapport van bevindingen aan is toegevoegd van de betreffende thematafel; 3. Indien voor dezelfde activiteiten tevens subsidie is aangevraagd bij een ander bestuursorgaan, doet de aanvrager daarvan mededeling in de aanvraag. Artikel 1.5.3 Subsidiabele kosten 1. De kosten zijn direct verbonden aan de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. 2. De kosten zijn redelijk en noodzakelijk. 3. De kosten zijn gemaakt door, of in opdracht van, de aanvrager. Voor de kosten van inhuur derden gelden de volgende maximale tarieven (excl.

btw): Specialistische kennis € 125,00 Adviseur € 100,00 Projectleider/programmamanager € 90,00 Het Dagelijks Bestuur kan op verzoek afwijken van bovenstaande. 4. De kosten van vergoedingen voor vrijwilligers zijn subsidiabel voor zover: a. deze aan de vrijwilliger zijn uitbetaald; b. het aantal gewerkte uren in de administratie met bijhorende vergoeding per vrijwilliger zijn vastgelegd; c. de hoogte van de vergoeding bedraagt maximaal het bedrag per uur, per maand en per jaar als door de Belastingdienst voor dat jaar is vastgesteld. 5. Geen subsidie wordt verstrekt in verband met: a. kosten ten behoeve van het opstellen van de aanvraag; b. kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen; c. verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten; d. kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, provinciale leges, boetes en sancties; e. legeskosten indien de aanvraag wordt gedaan door een bestuursorgaan; f. kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of gangbare minimumkwaliteitseisen; g. kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager; h. kosten gemaakt na beëindiging van activiteiten met uitzondering van accountantskosten; i. fooien, geschenken, gratificaties en bonussen; j. kosten voor representatie, personeelsactiviteiten, overboekingen, annuleringen en outplacementtrajecten; k. niet noodzakelijke of bovenmatige kosten.

Artikel 1.5.4 Methode berekening loonkosten 1. Voor loonkosten kan worden gekozen uit twee rekenmethoden: a. Vast uurtarief: dit betreft een vast uurtarief als vergoeding voor de directe loon- en arbeidskosten en de indirecte kosten. Het vaste uurtarief bedraagt ten hoogste € 35,=; b. Werkelijke loonkosten: dit is een uurtarief voor directe loonkosten met een maximum van € 91,= per uur, verhoogd met een opslag van maximaal 20% als vergoeding voor de indirecte kosten. 2. Het aantal gewerkte uren moet in de administratie per medewerker worden vastgelegd en bedraagt op jaarbasis ten hoogste 1.600. 3. Op verzoek van de aanvrager kan het Dagelijks Bestuur in afwijking van het eerste lid een andere methode toestaan. Artikel 1.5.5 Cofinanciering 1. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten. 2. Het Dagelijks Bestuur kan van het percentage zoals genoemd in het eerste lid afwijken als dit op grond van de staatssteunregels noodzakelijk of mogelijk is of als geen sprake is van staatssteun. 3. Voor het kapitaliseren van ‘in kind’ inzet gelden de bepalingen uit artikel 1.5.4. Paragraaf 1.6 Beslissing op de aanvraag Artikel 1.6.1 Toetsingscriteria 1. Een aanvraag wordt aan de volgende punten getoetst. Aan alle punten moet zijn voldaan om voor subsidie in aanmerking te komen; dit wordt toegelicht in een rapport van bevindingen: a.

bijdrage aan de doelstellingen van de Achterhoek Visie 2030; b. draagvlak bij de drie O’s; c. regionale impact; d. sluitende begroting; e. doelmatigheid van de kosten; f. doeltreffendheid; g. looptijd valt binnen de looptijd van de Achterhoek Visie 2030. 2. Een aanvraag om subsidie vanuit de Regio Deal Achterhoek, wordt ook getoetst door middel van het invullen van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde beoordelingsmatrix Regio Deal Achterhoek. De minimale totale score moet 30 punten zijn. Artikel 1.6.2 Besluitvormingsprocedure 1. Een aanvraag doorloopt de volgende procedure: a. De conceptaanvraag wordt geagendeerd voor de betreffende Thematafel. b. De betreffende Thematafel bespreekt de aanvraag op het thema van de Achterhoek Visie 2030 en deelt de bevindingen daarover met de Achterhoek Board. c. De Achterhoek Board neemt de aanvraag in behandeling en beoordeelt integraal alle thema’s van de Achterhoek Visie 2030. De Achterhoek Board adviseert het Dagelijks bestuur. d. Het Dagelijks Bestuur beslist vervolgens op de aanvraag met in achtneming van het advies van de Board. 2. Indien een aanvraag de thema’s van de Achterhoek Visie 2030 overstijgt, dan wordt de stap van bespreking door Thematafel overgeslagen en komt een aanvraag direct voor beoordeling in de Achterhoek Board.

Artikel 1.7 Voorschotten De aanvrager ontvangt bij toekenning van de subsidie een voorschot van maximaal 80%, gebaseerd op de uitgavenplanning. Artikel 1.8 Verantwoording 1. De aanvrager rapporteert eenmaal per jaar over de inhoudelijke en financiële voortgang van het project. Het moment van rapporteren is opgenomen in de beschikking. 2. De rapportage wordt ingediend via het daarvoor door het Algemeen Bestuur vastgestelde format ‘Rapportagemodel projecten’.

Hoofdstuk 2: Slotbepalingen Artikel 2.1 Citeertitel Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als “Nadere regels Projecten Achterhoek Visie 2030”. Artikel 2.2 Inwerkingtreding Deze nadere regels treden in werking op de dag nadat de door het Algemeen Bestuur vastgestelde nadere regels bekend gemaakt zijn in het Blad gemeenschappelijke regeling.

Toelichting Nadere regels Projecten Achterhoek Visie 2030 Relatie Algemene wet bestuursrecht en Algemene subsidieverordening Regio Achterhoek 2021 De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat in hoofdstuk 4 een titel (4.2) voor subsidies. De doelstellingen van de Awb op het onderdeel subsidies zijn de beheersbaarheid van de overheidsuitgaven, het verschaffen van rechtszekerheid voor aanvragers en het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik. Subsidieverstrekking vindt mede met het oog daarop plaats op wettelijke grondslag. Met ingang van 27 januari 2021 is de Algemene subsidieverordening Regio Achterhoek 2021 (ASV-RA 2020) in werking getreden. De ASV-RA 2021 bepaalt in artikel 3, eerste lid, dat het Algemeen Bestuur bevoegd is om nadere regels te stellen. De Nadere regels Projecten Achterhoek Visie 2030 voorzien daarin voor de onderwerpen binnen de Achterhoek Visie 2030 en de Regio Deal Achterhoek. Daarnaast bevat de ASV-RA 2021 diverse en uiteenlopende algemeen geldende bepalingen in verband met subsidieverstrekking, waaronder het uitgangspunt van subsidieverstrekking aan rechtspersonen, diverse termijnen, algemene weigeringsgronden, regels over bevoorschotting en vaststelling. Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1.1 Definities Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 1.2 Reikwijdte Deze nadere regels hebben betrekking op de Achterhoek Visie 2030 en de Regio Deal Achterhoek. De Achterhoek Visie 2030 richt zich op de thema’s Smart Economy (Smart Werken & Innovatie, Onderwijs & Arbeidsmarkt en Mobiliteit & Bereikbaarheid), Smart Living (Wonen & Vastgoed, Circulaire Economie & Energietransitie en De Gezondste Regio) en Smart Governance. De Regio Deal Achterhoek richt zich op de pijlers Smart Economy (met programmalijnen Slim innoveren, Slim werken, werven en leren, Fijnmazige bereikbaarheid, Circulair ondernemen en kringlooplandbouw), Smart Living (met programmalijnen Kwaliteitsverbetering bestaande woningvoorraad, Passende nieuwe woningen, Transformeren en slopen van (leegstaand) vastgoed, inclusief kernwinkelgebieden, Vitaal buitengebied) en Smart Governance. Artikel 1.3 Staatssteun Bij het verstrekken van subsidie moeten de regels over staatssteun in acht worden genomen. Europeesrechtelijk is vastgelegd dat staatssteun alleen is toegestaan als een uitzondering op het staatssteunverbod geldt (artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie). Alvorens te toetsen aan het staatssteunverbod en eventuele uitzonderingen moet eerst worden vastgesteld of er sprake is van staatssteun. Daarvoor gelden de volgende cumulatieve eisen: a.

er is sprake van een steunmaatregel die een voordeel verschaft, in welke vorm dan ook; b. dit voordeel wordt direct of indirect bekostigd uit overheidsmiddelen; c. hierdoor worden één of meer specifieke ondernemingen begunstigd; d. dit vervalst de mededinging of dreigt dat te doen; e. hierdoor wordt de handel tussen de Europese lidstaten ongunstig beïnvloed. Om te kunnen spreken van staatssteun moet aan al deze criteria zijn voldaan. Is dat niet het geval dan is er geen sprake van staatssteun.

De activiteiten die worden uitgevoerd ter uitvoering van een wettelijke taak door overheden dan wel door overheid gelieerde instanties zijn aan te merken als overheidstaken en hebben derhalve geen economisch karakter. Gelet hierop vallen deze subsidies buiten de werking van het staatssteunrecht. In het bijzonder bij subsidieverstrekking aan gemeenten kan de situatie zich voordoen dat de subsidieverstrekking op zichzelf geen staatssteun oplevert, maar dat de subsidie wordt gebruikt voor het ondersteunen van activiteiten van derden. In die gevallen zal de gemeente een staatssteunbeoordeling moeten maken en de relatie met genoemde derden zo moeten vormgeven dat geen ongeoorloofde staatssteun optreedt. Voor bepaalde activiteiten heeft de Europese Commissie specifieke vrijstellingsverordeningen vastgesteld. Het gaat daarbij vooral om de Algemene groepsvrijstellingsverordening, de Landbouw groepsvrijstellingsverordening en de Landbouw de-minimisverordening. Daar waar een specifieke vrijstellingsverordening van toepassing is, wordt niet getoetst aan de De-minimisverordening of andere vrijstellingsverordeningen.

Voor alle overige activiteiten geldt dat indien de subsidie valt binnen de reikwijdte van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en er geen andere staatssteungrondslag is, zij alleen kan worden verstrekt in overeenstemming met de Deminimisverordening. Op grond van die verordening bedraagt de totale overheidssteun maximaal € 200.000 over een periode van drie jaren. De verordening bevat een aantal (procedurele) voorwaarden waaraan in alle gevallen moet worden voldaan. Artikel 1.4 Wijze van verdeling De subsidieplafonds worden periodiek vastgesteld door het Algemeen Bestuur van regio Achterhoek. Paragraaf 1.5 Aanvraag Artikel 1.5.1 Aanvraag De in lid drie genoemde artikelen 17, 18, 22, 25, 27, 28, 29, 31, 38 en 49 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening zijn onderstaand toegelicht. Investeringssteun voor MKB-bedrijven (artikel 17 AGVV) Deze steunvorm is met name bedoeld voor investeringssteun aan MKB-bedrijven en is gebaseerd op artikel 17 van de AGVV. Steun voor advies aan MKB-bedrijven (artikel 18 AGVV) Deze steunvorm is met name bedoeld voor adviesdiensten aan MKB bedrijven. Niet altijd gaat het daarbij om innovatie. Als er echt innovatie aan de orde is, dan is steunvorm 6 van deze Cascaderegeling beter geschikt, deze is op artikel 28 van de AGVV gebaseerd.

Bij advies ondersteuning die maximaal 16 uur bedraagt is doorgaans geen staatssteun aan de orde, aangezien dergelijke korte adviestrajecten primair het karakter hebben van algemene voorlichting en kennisdeling en daarmee niet-economische activiteiten betreffen. Starterssteun (artikel 22 AGVV) Ieder startend bedrijf, niet noodzakelijk een innovatief bedrijf, mag maximaal € 400.000 krijgen. Voor kleine innovatieve ondernemingen mag het bedrag verdubbeld worden conform artikel 22, vijfde lid AGVV. Een innovatieve starter mag dus € 800.000 ontvangen. De steun onder artikel 22 AGVV mag waar gewenst op verschillende momenten door verschillende overheden verstrekt worden, zo lang de begunstigde onderneming voldoet aan de criteria van een klein startend bedrijf.

Steun voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten (artikel 25 AGVV) Deze steunvorm is bedoeld voor ondernemingen van elke omvang en is gebaseerd op artikel 25 van de AGVV. Bij steun op het gebied van onderzoek en ontwikkeling wordt onderscheid gemaakt tussen fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling en haalbaarheidsonderzoeken. Steun voor innovatieclusters (artikel 27 AGVV) Deze steunvorm is bedoeld voor innovatieclusters en is gebaseerd op artikel 27 AGVV. Innovatieclusters kunnen bestaan uit verschillende organisaties. Steun kan alleen aan een rechtspersoon worden verstrekt die in het innovatiecluster opereert. Innovatiesteun voor MKB bedrijven (artikel 28 AGVV) Steun mag worden verleend voor innovatie gerelateerde kosten, gebaseerd op artikel 28 van AGVV. Daarnaast kunnen MKB-bedrijven ook steun voor innovatieadviesdiensten en diensten inzake innovatieondersteuning ontvangen. Steun voor proces- en organisatie-innovatie (artikel 29 AGVV) Steun voor proces- en organisatie-innovatie is gebaseerd op artikel 29 AGVV. Onder dit artikel is ook steun aan grote ondernemingen mogelijk. Opleidingssteun (artikel 31 AGVV) Steun voor opleiding mag niet gaan over opleidingen om te voldoen aan bindende nationale opleidingsnormen. Deze steun is gebaseerd op artikel 31 van de AGVV.

Investeringssteun ten behoeve van energie-efficiëntiemaatregelen (artikel 38 AGVV) Deze steun is bedoeld voor ondernemingen die energie-efficiëntiemaatregelen willen nemen. De steun mag niet worden gebruikt om aan reeds vastgestelde Unienormen te voldoen; het moet gaan om kosten die nodig zijn om het hogere niveau aan energie-efficiëntie te behalen. Steun ten behoeve van milieustudies (artikel 49 AGVV) Artikel 49 van de AGVV is bedoeld voor milieustudies op het gebied van o.a. energie-efficiëntie, hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, energie en elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en energie-infrastructuur. De in lid vier genoemde artikelen 21 en 31 van de Landbouwvrijstellingsverordening zijn onderstaand toegelicht. Steun voor acties inzake kennisoverdracht en voorlichting (artikel 21 LVV) Deze steunvorm is met name bedoeld voor kennisoverdracht en voorlichting en is gebaseerd op artikel 21 van de LVV. Deze steun is onder voorwaarden toegankelijk voor alle ondernemingen die daarvoor in het betrokken gebied in aanmerking komen. Belangrijke voorwaarde bij dit artikel is dat de steun alleen mag worden uitgekeerd aan de aanbieder van de acties inzake kennisoverdracht en voorlichting. Als de activiteiten door producentengroeperingen en –organisaties wordt verricht mag lidmaatschap hiervan geen voorwaarde zijn om toegang tot die activiteiten te krijgen.

Steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw- en bosbouwsector (artikel 31 LVV) Deze steunvorm is met name bedoeld voor onderzoek en ontwikkeling en is gebaseerd op artikel 31 van de LVV. Projecten moeten van belang zijn voor alle ondernemingen die in de betrokken specifieke landbouw- of bosbouwsector actief zijn. Voor de begindatum moet informatie over het project bekend worden gemaakt. En achteraf moeten resultaten via internet worden gedeeld. Steun kan alleen worden toegekend aan de organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding. Artikel 1.5.2 Inhoud aanvraag De aanvraag is compleet indien deze is voorzien van een rapport van bevindingen van de betreffende Thematafel (1.5.2 lid 2). Een aanvraag komt het ter bespreking in de Thematafel; de aanvrager krijgt dan de mogelijkheid om een pitch te houden. De Thematafel bespreekt de aanvraag inhoudelijk, toetst deze aan de doelstellingen van de Achterhoek Visie 2030 en de Regio Deal Achterhoek en geeft feedback aan de initiatiefnemer. Het kan voorkomen dat een aanvraag voor een tweede keer ter bespreking in de Thematafel komt. De Thematafel legt haar bevindingen neer in een rapport van bevindingen; in dat rapport wordt tevens toegelicht of de aanvraag voldoet aan de toetsingscriteria van artikel 1.6.1. Het rapport van bevindingen maakt de aanvraag compleet.

De Achterhoek Board adviseert vervolgens het Dagelijks Bestuur, dat een beslissing neemt met in achtneming van dat advies (zie 1.6.2). Artikel 1.5.3 Subsidiabele kosten Bij kosten die redelijk en noodzakelijk zijn (1.5.3, tweede lid), moet uit te leggen zijn waarom niet wordt volstaan met een eenvoudiger, goedkoper product of dienst, met een lager ingeschaalde arbeidskracht, een minder dure expert of met minder uren. Bij het afwijken van de vastgestelde tarieven voor externe inhuur (1.5.3, derde lid) moet uit te leggen zijn waarom wordt afgeweken. Dit is mogelijk indien: - er meerdere offertes zijn aangevraagd en er over het uurtarief is onderhandeld. Hiermee wordt aangetoond dat de markt deze opdracht niet voor minder kan uitvoeren. - er sprake is van een monopolypositie van een bedrijf - er vanwege een wettelijke verplichting gebruik moet worden gemaakt van het betreffende bedrijf. Artikel 1.5.4 Methode berekening loonkosten Naast de berekening van de loonkosten op basis van een vast tarief (eerste lid) en werkelijke loonkosten (tweede lid), kan het Dagelijks Bestuur op basis van het derde lid hiervan afwijken en een andere methode vaststellen. De aanvrager moet hiervoor met documenten onderbouwen waarom er een uitzondering nodig is.

Artikel 1.5.5 Cofinanciering Soms kan gedurende (de voorbereiding op) de besluitvormingsprocedure van een aanvraag blijken dat een andere verhouding gewenst/noodzakelijk is om het project te kunnen uitvoeren. Dit kan onder andere komen doordat voldaan moet worden aan staatssteunregels.

Paragraaf 1.6 Beslissing op de aanvraag Artikel 1.6.1 Toetsingscriteria Onder regionale impact (lid 1c) wordt verstaan dat de aanvraag moet bijdragen aan de regionale opgaven en niet puur een lokaal karakter heeft. Dit betekent niet dat een aanvraag per definitie gemeentegrensoverschrijdend moet zijn. Ook kan het om een pilot gaan die in een later stadium breder toepasbaar is in de regio. Met doelmatigheid (lid 1e) wordt bedoeld dat de kosten in verhouding staan tot de gewenste effecten/resultaten. Oftewel, een aanvraag moet aantoonbaar efficiënt zijn. Met doeltreffendheid (lid 1f) wordt bedoeld dat de aanvraag effectief moet zijn, dus in aantoonbare mate moet bijdragen aan het bereiken van de gewenste doelen/effecten/resultaten. Voor de beoordeling van de projecten voor de Regio Deal Achterhoek wordt gebruik gemaakt van de beoordelingsmatrix Regio Deal Achterhoek. In deze matrix worden punten toegekend aan de verschillende criteria; het totaal aantal punten moet minimaal 30 zijn om subsidie vanuit de Regio Deal Achterhoek te ontvangen. Artikel 1.6.2 Besluitvormingsprocedure Een conceptaanvraag wordt geagendeerd voor de betreffende Thematafel. De Thematafel bespreekt de aanvraag inhoudelijk en geeft feedback aan de initiatiefnemer. Het kan voorkomen dat een aanvraag voor een tweede keer ter bespreking in de Thematafel komt, omdat de aanvraag aanpassing of aanvulling behoeft.

Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de nadere regels, zoals het afgeven van beschikkingen en vaststellen van subsidies. In de praktijk is deze taak gemandateerd aan de secretaris/directeur; als er een positief advies ligt van de Achterhoek Board, kan de secretaris/directeur de beschikking namens het Dagelijks Bestuur afgeven. Artikel 1.7 Voorschotten Bij toekenning van de subsidie ontvangt de aanvrager een voorschot van maximaal 80%. Het resterende bedrag, zijnde het vastgestelde bedrag minus het ontvangen voorschot, wordt uitbetaald of teruggevorderd bij de definitieve vaststelling van het gehele project. Artikel 1.8 Verantwoording Dit artikel behoeft geen toelichting.

Hoofdstuk 2 Slotbepalingen Dit hoofdstuk behoeft geen toelichting.

1 bijlage 3 - Notitie werkwijze Projecten Achterhoek Visie 2030.pdf

Notitie rol provincie Gelderland en werkwijze bij de Projecten van de Achterhoek Visie 2030 In 2021 wordt een optimalisatie doorgevoerd in de werkwijze voor de subsidieverlening aan projecten die een bijdrage leveren aan de Achterhoek Visie 2030 en de doelen van de provincie Gelderland. Een onderdeel daarvan is dat Regio Achterhoek subsidie aanvraagt voor de uitvoering van de Achterhoek Visie 2030 voor zover die bijdraagt aan de doelen van de provincie Gelderland. De provincie Gelderland verleent vervolgens in één keer de subsidie aan Regio Achterhoek met de reeds beschikbaar gestelde middelen voor de Gebiedsagenda Achterhoek. In die beschikking kunnen nadere voorwaarden worden opgenomen, zoals bijvoorbeeld de bevestiging van de werkwijze zoals uiteengezet in deze notitie. Een andere voorwaarde is dat Regio Achterhoek een subsidieplafond bepaalt voor een bepaalde periode. Rol provincie Gelderland De formele rol van de provincie Gelderland bij het toekennen van provinciale middelen aan de projecten die een bijdrage leveren aan de Achterhoek Visie 2030 verandert. Werd er tot op heden op projectniveau beslist of een project voor provinciale subsidie in aanmerking kwam, in de nieuwe situatie wordt dit op programmaniveau beslist.

De provincie kan op basis van de beschikking, die op programmaniveau wordt afgegeven, niet meer bepalen voor welke concrete projecten zij provinciale middelen wil inzetten en hoeveel. Echter, de werkwijze en de subsidieregeling van Regio Achterhoek is zo ingericht dat de bestaande inbreng vanuit de provincie onderdeel uitmaakt van het besluitvormingsproces via Thematafel en Achterhoek Board. Werkwijze Iedereen kan een conceptaanvraag indienen bij een thematafel. Een thematafel stelt vervolgens een advies op (rapport van bevindingen). Voorafgaand aan en tijdens dit traject zijn provinciale ambtenaren betrokken bij het opstellen/beoordelen van een aanvraag. Er wordt ambtelijk aangegeven of de conceptaanvraag bijdraagt aan de Achterhoek Visie 2030 en de provinciale doelen en welke voorwaarden eventueel nog extra gesteld kunnen worden aan het verbeteren van het projectvoorstel. De Achterhoek heeft namelijk alleen subsidie gekregen voor het uitvoeren van de Achterhoekvisie 2030 voor zover die ook bijdraagt aan provinciale doelen. Deze informatie wordt in het rapport van bevindingen verwerkt en pas daarna is de aanvraag compleet. De complete aanvraag gaat vervolgens naar de Achterhoek Board, die advies uitbrengt aan het Dagelijks Bestuur. Over het algemeen dragen de meeste projecten bij aan zowel de doelen van de Achterhoek Visie als de provinciale doelen.

Stel dat het project niet bijdraagt aan de provinciale doelen, dan kan het project via dezelfde transparante procedure afgehandeld worden en kan de Regio toch subsidie verlenen, echter dan zonder een bijdrage vanuit de ‘provinciale’ middelen. 8RHK Ambassadeurs is voornemens deze werkwijze in ieder geval te continueren gedurende de uitvoering van de Achterhoek Visie 2030. Eventuele wijzigingen in de werkwijze zullen in overleg met de provincie Gelderland plaatsvinden. Verantwoording De Regio moet jaarlijks verantwoording afleggen aan de provincie over de programma’s (op inhoud) en de besteding van de middelen. Mocht het nodig zijn, dan kan de provincie hier bijsturen. Achteraf moet een inhoudelijke en financiële verantwoording met een controleverklaring worden afgelegd op programmaniveau. Mocht de Regio de afspraken in de beschikking niet nakomen, dan kan de provincie de subsidie lager vaststellen.

6 Projecten Regio Deal en Investeringsagenda 1 Voorstel goedkeuren projecten.docx

ALGEMEEN BESTUUR Vergadering d.d. Agendapunt Onderwerp

: 10 maart 2021 :6 : Projectaanvragen Regio Deal, investeringsfonds en gebiedsopgave Achterhoek Portefeuillehouder : De heer M. Boumans De volgende drie projecten liggen voor: 1. Uuthuuskes Aalten 2. Duurzame Onkruidbestrijding Ruwvoer 3. Achterhoek Gezond Gemeenten Voorstel 1. De provincie verzoeken de gevraagde bijdragen uit de Gebiedsagenda of sectorale middelen beschikbaar te stellen voor de projecten:  Uuthuuskes Aalten € 83.250 (7%)  Duurzame Onkruidbestrijding Ruwvoer € 6.044 (41%) 2. De gevraagde bijdragen uit de Regio Deal beschikbaar te stellen voor de projecten:  Uuthuuskes Aalten € 83.250 (7%)  Duurzame Onkruidbestrijding Ruwvoer € 6.044 (41%) 3.

De gevraagde bijdrage van € 80.262 uit het investeringsfonds beschikbaar te stellen voor het project Achterhoek Gezond Gemeenten.

Na akkoord van het AB wordt het beschikkingstraject verder doorlopen. Advies Achterhoek Board De Achterhoek Board is 5 februari akkoord gegaan met de eerste twee projecten. Bij het project Uuthuuskes is aangegeven dat de exploitatie bij dit soort projecten lastig is. Daarom moet een een goede evaluatie met leerpunten komen voor eventuele opschaling. Het project Achterhoek Gezond gemeenten wordt 4 maart besproken in de thematafel en Achterhoek Board. De uitkomst hiervan wordt mondeling ingebracht.

Procedure: Thematafel: januari Board: februari

Vervolgactie: communicatie: Mededeling beslissing aan:

Nadere informatie bij: Wilma Stortelder

Bijlagen: Meegezonden: Projectaanvragen en beoordelingsformulier Ter inzage: Plaats van inzage:

Consequenties: Financieel: Personeel:

Tel.nr.: (0314) 32 12 42

1 Aanvraagformulier-project Uuthuuskes Aalten.docx

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030 (versie 1-4-2020)

Fantastisch dat u een project aanmeldt voor de Achterhoek Visie 2030. Om te beoordelen of het project past binnen de visie, vragen wij u dit formulier volledig in te vullen. U kunt het ingevulde formulier sturen naar de betreffende programmaregisseur, die zal daarna zo spoedig mogelijk contact met u opnemen.

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030

Projecten dienen te voldoen aan de algemene voorwaarden en toetsingscriteria Projecten Achterhoek Visie 2030 (bijlage 1) 1

Naam project

Uuthuuskes Aalten

2

Betrokken Thematafel

Wonen en Vastgoed

3

Doel/effect van het project

Betaalbaar wonen voor jonge starters in de kleine kernen.

4

Vooral starters zijn de dupe van de huidige krapte op de woningmarkt. Koopwoningen zijn te duur, bovendien moet je flink gespaard hebben om een woning te kunnen kopen, de bijkomende kosten kunnen al enkele jaren niet meer worden meegefinancierd. Het alternatief is huren, maar in de kleine kernen staan amper huurwoningen en deze komen ook nauwelijks vrij. Woningen in de kleine kernen en het buitengebied zijn groot met veel grond. Mooi en comfortabel wonen, maar voor een starter onbetaalbaar, zeker in de huidige woningmarkt. Reden voor de gemeente Aalten om te starten met het project Uuthuuskes. Betaalbare woningen voor starters uit de kleine kernen staat daarbij voorop. Bijdrage aan Achterhoek Visie 2030 Een van de belangrijkste doelstellingen van de Achterhoek Visie 2030 is een leefbare regio. Belangrijke voorwaarde voor een leefbare regio zijn passende woningen voor iedereen. Met de Uuthuuskes kunnen in de kleine kernen de echte starters voor het eerst op zichzelf gaan wonen. Deze groep graat echt Uut Huus. a. Aan welke subdoelstelling(en) van de Visie 2030 levert dit project een bijdrage? (let ook op cross-overs)

b. Is er draagvlak bij de drie O’s? Zo ja, licht toe.

c. Heeft het project regionale impact? Zo ja, licht toe. 5 Opdrachtnemer/aanvrager

Pagina 1 van 13

Het project past daarmee in de programmalijn passende nieuwe woonvormen. Daarnaast gaan we in de regio Achterhoek voor energieneutraal in 2030. De woningen worden nul op de meter, biobased materiaalgebruik en zijn remontabel. Daarmee leveren de woningen een belangrijke bijdrage aan de ambitie voor energieneutraal in 2030 en is een cross over met de thematafel Circulaire Economie & Energietransitie. Ja. Het concept is een voorbeeld voor andere kleine kernen en betreft een aanvulling op de meer traditionele woningbouwprojecten. Daarnaast is het voor woningcorporaties op dit moment moeilijk extra te investeren in dergelijke projecten en voorziet het in een vraag waar zij geen antwoord op hebben. Het project is een voorbeeld/ pilot voor andere gemeenten en kan uitgerold worden in andere gebieden/kernen. Gemeente Aalten

Achterhoek Raad Achterhoek Board Achterhoek Thematafels

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030 (versie 1-4-2020) 6

Projectleider

Margot Vreman

7

Coalition of the willing (betrokken organisaties en personen noemen)

Wam & VanDuren Bas Hommelink – Anton Aragelian Achterhoekse Wooncoöperatie Peter van Heek Belangenverenigingen kleine kernen

8

Looptijd (aanvang/einde)

9

Korte projectbeschrijving

18 december 2020 - 31 december 2022

In de gemeente Aalten worden 10 Uuthuuskes gerealiseerd. De woningen zijn in principe bedoeld voor jongeren onder de 28 jaar: - Afkomstig uit de kleine kern - Of met een sociale/maatschappelijke binding(tijdelijk) zo lang er vraag is - Jongeren tot 28 jaar krijgen een huurcontract voor 5 jaar met eventueel verlenging 2 jaar - Indien onvoldoende kandidaten tot 28 jaar, dan is verhuur aan jongeren vanaf 28 jaar mogelijk, maximale duur van het huurcontract is dan 2 jaar. In 4 van de 5 kernen stelt de gemeente ‘om niet’ de gronden beschikbaar. In één kern zijn we nog op zoek naar een oplossing. Verhuur en exploitatie verloopt via Achterhoekse WoonCoöperatie (AWC). De woningen worden door de gemeente Gekocht en geplaatst en middels een recht van opstal uitgegeven aan de AWC. De woningen worden verhuurd met een betaalbare huurprijs van ca. € 525,-maand. De woningen zijn verplaatsbaar, modulair, remontabel, circulair en nul op de meter. Verwachte plaatsing en oplevering staat gepland in mei 2021. Als bijlage zijn toegevoegd: - Offerte / productbeschrijving Wam & VanDuren - Situatietekeningen en doorsnede woningen in 4 van de 5 kernen - Gedetailleerde begroting (incl.

stichtingskostenopzet) 10 Beoogde resultaten Het project levert de volgende resultaten op: • Behoud van de jeugd in de kleine kernen • Innovatie participatieproces met dorpsbelangen • Snelheid in proces en aanpak vanuit de gemeente • Innovatief bouwproduct, remontabel, flexibel, circulair en duurzaam • Betaalbaar voor de jeugd en inzicht in de financieel/juridische constructies die daarvoor nodig zijn Bovenal: maakt de weg vrij om ook in andere delen in de Achterhoek (met bijdrage vanuit de regiodeal) vergelijkbare projecten te realiseren. 11 Kunt u de BTW op dit project verrekenen? O Ja (dan onderstaand bij 12. de kosten excl. BTW weergeven) x Nee (dan onderstaand bij 12. de kosten incl. BTW weergeven) O Gedeeltelijk

Pagina 2 van 13

Achterhoek Raad Achterhoek Board Achterhoek Thematafels

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030 (versie 1-4-2020) 12 Begrote kosten (incl./excl.* BTW) Stichtingskosten Notaris, overdracht en advieskosten Ontwikkelkosten gemeente (435u a € 69,-) Ontwikkelkosten W&VD (725u a € 69,-)

€ 1.121.500,00 € 10.000,00 € 30.000,00 € 50.000,00

Totale kosten

€ 1.211.500,00

13 Financiering a. Bijdrage vanuit de aanvrager: Recht van opstal en restwaarde Bijdrage gemeente

€ 828.500 € 166.500

b. Overige bijdragen/cofinanciering: - Bijdrage W&VD

€ 50.000 Subtotaal € 216.500

c. Per saldo gevraagde bijdrage: - Provincie € 83 250 - Regio Deal € 83 250

€ 166.500 Totaal € 1.211.500

14 Communicatie Wij communiceren regelmatig via de bekende kanalen bij het behalen van de volgende mijlpalen als vergunningverlening, start productie, levering/transport, oplevering en sleuteloverdracht. Wij stemmen in overleg met de communicatieafdeling van de 8RHK, de communicatie uitingen nader af. Daarbij zal worden vermeld dat het project mede mogelijk gemaakt wordt door provincie en de regio.

15 Mogelijke risico’s Of oplevering 1 mei 2021 uitvoerbaar is, is afhankelijk van twee belangrijke zaken: - Huisaansluitingen nutsvoorzieningen, verzoek bij de nutsbedrijven is ingediend, maar de leveranciers kampen met achterstanden. - Voor de Uuthuuskes moet nog een omgevingsvergunning verleend worden. Er kan mogelijk bezwaar komen van direct omwonenden. 16 Overige aandachtspunten -

17 Is een Europese aanbesteding noodzakelijk? (zie bijlage 2) O Ja x Nee

Pagina 3 van 13

Achterhoek Raad Achterhoek Board Achterhoek Thematafels

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030 (versie 1-4-2020) 18 Is er sprake van staatssteun? (zie bijlage 3) O Ja (geef onderstaand aan of er sprake is van geoorloofde staatssteun en ga verder met punt 20, ‘gegevens aanvrager’) O AGVV, artikel: O LVV, artikel: O DAEB O Deminimis (vul eerst punt 19 in en ga daarna verder met punt 20) x Nee (ga verder met punt 20) (overheid naar overheid) 19 Heeft uw organisatie in de afgelopen 3 belastingjaren minder dan € 200.000,= publieke middelen ontvangen? O Ja, namelijk € … (indien er geen vrijstelling mogelijk is, dan bijlage 4 invullen: De Minimis-verklaring) O Nee (verder met volgende vraag) 20. Gegevens aanvrager Soort instantie O Rechtspersoon, namelijk: x Overheidsinstantie, namelijk: Gemeente Aalten O Anders, namelijk: Naam organisatie Contactpersoon Telefoonnummer E-mailadres Postbus Straat en huisnummer Postcode en plaats IBAN rekeningnummer Tenaamstelling rekening Onder vermelding van

Gemeente Aalten Margot Vreman 0543-493333 m.vreman@aalten.nl Postbus 119 Bezoekadres: Hofstraat 8 7121 DM Aalten 7120 AC Aalten NL 06 BNGH 0285 0000 20 Gemeente Aalten Bijdrage regiodeal Uuthuuskes

Ondertekening Aldus naar waarheid ingevuld en ondertekend Plaats: Aalten

Datum: 18 december 2020

Naam: Margot Vreman Functie: Projectleider Uuthuuskes Handtekening:

BIJLAGEN 1. Algemene voorwaarden en toetsingscriteria projecten Achterhoek Visie 2030 2. Aanbestedingsschema 3. Staatssteun en vrijstellingsgronden 4. Verklaring De-minimis

Pagina 4 van 13

Achterhoek Raad Achterhoek Board Achterhoek Thematafels

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030 (versie 1-4-2020)

Bijlage 1 Algemene voorwaarden en toetsingscriteria projecten Achterhoek Visie 2030 1. DEFINITIES 1.1 Regio Achterhoek. Regio Achterhoek is een samenwerkingsverband van zeven gemeenten. De bestuursorganen van Regio Achterhoek zijn het dagelijks en algemeen bestuur. In het verlengde van deze samenwerking werkt Regio Achterhoek samen met ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere overheden in de Achterhoek Raad, Achterhoek Board en Achterhoek Thematafels onder de naam Achterhoek Ambassadeurs. Achterhoek Ambassadeurs is verantwoordelijk voor het realiseren van de visie 2030 door het uitvoeren van projecten die passen binnen deze visie. 1.2 Achterhoek Visie 2030, vastgesteld in april 2019. 1.3 Regiofonds. Regio Achterhoek beheert de middelen van het Rijk (Regio Deal Achterhoek) en het investeringsfonds (Regio Achterhoek). Daarnaast fungeert de Regio als aanvrager en betaal- en beheerautoriteit voor additionele middelen van de Provincie Gelderland. 1.4 Het Overleg Rijk-Regio is het afstemmingsorgaan tussen Rijk en Regio voor de uitvoering van de Regio Deal Achterhoek. 1.5 Regio Deal Achterhoek. De Regio Deal Achterhoek bevat de programmalijnen en kaders waarbinnen partijen zich inspannen om de bijdrage van 20 miljoen euro die het Rijk heeft gereserveerd voor Regio Deal Achterhoek in te zetten. 1.6 Beschikking financiële bijdrage.

In de beschikking financiële bijdrage is aangegeven welke bijdrage de aanvrager ontvangt en de hieraan verbonden voorwaarden/verplichtingen. 2. FORMELE VEREISTEN 2.1 De subsidieaanvraag wordt ingediend bij Regio Achterhoek. 2.2 De aanvraag wordt ingediend via het format ‘Aanvraagformulier projecten Achterhoek Visie 2030. 2.3 De aanvraag wordt vooraf getoetst door de thematafel waaronder het project valt. 2.4 Een volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekende aanvraag die duidelijk maakt welke partij de subsidie aanvraagt en op welke wijze het project wordt uitgevoerd, is begroot en wordt gefinancierd. 2.5 De in het aanvraagformulier genoemde bijlagen zijn bijgevoegd. 2.6 De getekende cofinancieringsverklaring(en) van de (co)financier(s) van het project waarop de aanvraag betrekking heeft zijn beschikbaar, rechtsgeldig ondertekend en bijgevoegd. 3. SUBSIDIABELE KOSTEN 3.1 De kosten zijn direct verbonden aan de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. 3.2 De hoogte van de kosten is onderbouwd. 3.3 De kosten zijn redelijk en noodzakelijk (uit te leggen moet zijn waarom niet wordt volstaan met een eenvoudiger, goedkoper product of dienst, met een lager ingeschaalde arbeidskracht, een minder dure expert of met minder uren). 3.4 De kosten zijn gemaakt door, of in opdracht van, de aanvrager. 3.5 Voor de kosten van inhuur derden gelden de volgende maximale tarieven (excl.

btw): Specialistische kennis € 125,00 Adviseur € 100,00 Projectleider/programmamanager € 90,00 Regio Achterhoek kan op basis van aanvullende motivering afwijken van bovenstaande.

Pagina 5 van 13

Achterhoek Raad Achterhoek Board Achterhoek Thematafels

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030 (versie 1-4-2020)

3.6

3.7

Voor loonkosten kan worden gekozen uit twee rekenmethoden: a. Vast uurtarief: dit betreft een vast uurtarief als vergoeding voor de directe loon- en arbeidskosten en de indirecte kosten. Het vaste uurtarief bedraagt ten hoogste € 35,=. Bij deze systematiek hoeven de kosten niet verantwoord te worden, de uren wel. b. Werkelijke loonkosten: dit is een uurtarief voor directe loonkosten (het ‘kale’ tarief) met een maximum van € 91,= per uur. Verhoogd met een opslag van maximaal 20% als vergoeding voor de indirecte kosten. Deze werkelijke loonkosten moeten kunnen worden aangetoond en verantwoord. Geen subsidie wordt verstrekt in verband met: a. kosten ten behoeve van het opstellen van de aanvraag; b. kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen; c. kosten die uit anderen hoofde worden gesubsidieerd; d. verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten; e. kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, provinciale leges, boetes en sancties; f. legeskosten indien de aanvraag wordt gedaan door een bestuursorgaan; g. kosten van activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden gedekt uit de opbrengsten die met de activiteiten verband houden; h. kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of gangbare minimumkwaliteitseisen; i. kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager; j.

kosten gemaakt na beëindiging van activiteiten met uitzondering van accountantskosten; k. fooien, geschenken, gratificaties en bonussen; l. kosten voor representatie, personeelsactiviteiten, overboekingen, annuleringen en outplacementtrajecten; m. niet noodzakelijke of bovenmatige kosten.

4. VOORWAARDEN COFINANCIERING 4.1 De cofinanciering mag niet bestaan uit reeds geïnvesteerde en/of toegezegde middelen aan lopende projecten. 4.2 De cofinanciering van het project dient in principe plaats te vinden op basis van de verhouding 50% cofinanciering : 50% subsidie. Regio Achterhoek kan hiervan afwijken. 4.3 De cofinanciering moet direct verband houden met het betreffende project waaraan de bijdrage wordt toegekend. 4.4 De verhouding bijdrage : cofinanciering moet zowel aan de voorkant (door middel van ondertekende toezegging) als aan de achterkant (door middel van gerealiseerde kosten) onderbouwd zijn. 4.5 De cofinanciering mag bestaan uit zowel een ‘in kind’ als een ‘in cash’ bijdrage. 4.6 De cofinanciering hoeft niet afkomstig te zijn van de projectaanvrager zelf, maar mag ook afkomstig zijn van derden. 4.7 Voor het kapitaliseren van ‘in kind’ inzet gelden de richtlijnen uit artikel 3.6. 4.8 Regio Achterhoek heeft de bevoegdheid om te bepalen of iets wel of niet redelijkerwijs als cofinanciering voor het betreffende project wordt geaccepteerd. 5. TOETSING EN TOEKENNING 5.1. De financiële bijdrage voor projecten in het kader van de Achterhoek Visie 2030 wordt enkel verstrekt aan een rechtspersoon. 5.2. De financiële bijdrage is maximaal en inclusief eventuele niet-verrekenbare of niet-compensabele btw.

De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het eventueel afdragen, verrekenen, dan wel compenseren van de btw. 5.3. Er is geen sprake van ongeoorloofde staatssteun. 5.4 Het project past binnen een van de programmalijnen in de Regio Deal Achterhoek dan wel binnen de Achterhoek Visie 2030.

Pagina 6 van 13

Achterhoek Raad Achterhoek Board Achterhoek Thematafels

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030 (versie 1-4-2020) 5.5

5.6

5.7 5.8 5.9

De projecten worden getoetst aan:  De mate waarop het project bijdraagt aan de doelstellingen van de Achterhoek Visie 2030; • De criteria zoals verbonden aan de Regio Deal  De kwaliteit van het projectplan (inhoudelijk en financieel)  De uitvoerbaarheid van het project in een vastgelegde periode, dat wil zeggen dat de startdatum en de einddatum eenduidig moeten kunnen worden geïnterpreteerd. Regio Achterhoek beoordeelt de aanvraag op volledigheid en correctheid en geeft hierover advies af aan de Thematafel. De Thematafel beoordeeld het project inhoudelijk en toetst deze aan de Regio Deal/ Visie 2030. Op basis van het advies van de Thematafel neemt de Achterhoek Board een besluit betreffende het toekennen van een bijdrage. Een positief besluit leidt tot het afgeven van een beschikking aan de aanvrager met daarin opgenomen de voorwaarden/verplichtingen (waaronder de verhouding cofinanciering) waaronder de aanvraag wordt gehonoreerd. De beschikking wordt ondertekend door of namens het algemeen bestuur van Regio Achterhoek. Het uitgangspunt is dat de indiener zorgdraagt voor eventuele voorfinanciering van het project. Bij toekenning wordt een werkvoorschot verstrekt van 20%. Op verzoek kan een aanvullend voorschot worden verstrekt (zie artikel 7.2).

6. TUSSENTIJDSE RAPPORTAGE 6.1 De projectaanvrager rapporteert eenmaal per jaar (uiterlijk per 1 maart) over de inhoudelijke en financiële voortgang van het project. 6.2 De rapportage wordt ingediend via het daarvoor bestemde format. 7. BETALINGEN 7.1 De wijze van betaling van de bijdrage wordt vastgelegd in de beschikking. 7.2 Aanvrager kan jaarlijks een verzoek indienen voor een aanvullend voorschot tot maximaal 80%. 7.3 Het resterende bedrag (20%) wordt uitbetaald op basis van de inhoudelijke en financiële eindrapportage en bij de definitieve vaststelling van het gehele project (zie artikel 8). 8. VASTSTELLING 8.1 Uiterlijk 3 maanden na afronding van het project (conform einddatum in de projectaanvraag) dient de aanvrager een verzoek tot definitieve vaststelling in bij Regio Achterhoek. 8.2 De aanvrager dient samen met het verzoek tot definitieve vaststelling een inhoudelijk en een financieel eindverslag in. 8.3 Bij de aanvraag tot vaststelling toont de aanvrager aan dat: • de activiteiten waarvoor de bijdrage is verleend, zijn verricht; • de aan de bijdrage verbonden verplichtingen is voldaan. 8.4 De aanvrager dient bij het financiële eindverslag een (goedkeurende) controleverklaring van een onafhankelijke accountant te overleggen. Een en ander volgens het opgestelde controleprotocol.

8.5 De definitieve totale bijdrage zal nooit hoger zijn dan het oorspronkelijk toegekende bedrag. Bij lagere kosten zal de bijdrage naar rato worden verlaagd. 9 WEIGERINGSGRONDEN De bijdrage kan geweigerd worden indien: 9.1 met de toekenning van de aanvraag in strijd wordt gehandeld met dwingendrechtelijke wettelijke bepalingen, zoals bepalingen van het Europese staatssteunrecht; 9.2 een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de bijdrage is aangevraagd; 9.3 een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de continuïteit van de activiteiten van de aanvrager niet voldoende is gewaarborgd 9.4 de aanvraag niet voldoet aan deze algemene voorwaarden.

Pagina 7 van 13

Achterhoek Raad Achterhoek Board Achterhoek Thematafels

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030 (versie 1-4-2020)

TOT SLOT Het algemeen bestuur van Regio Achterhoek kan op basis van besluitvorming door de Achterhoek Board en ná afstemming met de projectaanvragers waaraan al financiering is toegekend, óf indien een wijziging in de Nederlandse Wet, Europese regelgeving, of vanuit de overheid bijv. in het kader van de Regio Deal een aanpassing dwingend en met onmiddellijke werking oplegt, de Algemene Voorwaarden wijzigen. De Algemene Voorwaarden van Projecten Achterhoek Visie 2030 worden vastgesteld door het algemeen bestuur van Regio Achterhoek. Voor die specifieke gevallen waarin deze algemene voorwaarden niet voorzien, zullen Regio Achterhoek en de aanvrager te goeder trouw met elkaar in overleg treden en streven naar een voor beide partijen acceptabele oplossing.

Pagina 8 van 13

Achterhoek Raad Achterhoek Board Achterhoek Thematafels

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030 (versie 1-4-2020)

Bijlage 2 Aanbestedingsschema Het onderstaande schema is bedoeld als ondersteuning en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Er kunnen zich altijd uitzonderlijke situaties voordoen waarin dit schema niet voorziet. Voor specifieke informatie kunt u terecht op de volgende websites: www.rijksoverheid.nl of www.europadecentraal.nl.

Bent u een aanbestedende dienst? O De Staat O Provincie O Gemeente O Waterschap O Publiekrechtelijke instelling (1) O Samenwerkingsverband tussen bovenstaande organisaties

Bedrag van de aanschaffing excl. btw boven: O € 5.225.000,= (werken) O € 209.000,= (leveringen) (2) O € 209.000,= (diensten)

ja

ja

Verplicht tot Europees aanbesteden volgens Aanbestedingswet

nee

nee

ja

Hanteert u een eigen aanbestedingsbeleid?

U kunt uw eigen aanbestedingsbeleid volgen

nee nee U dient uit te gaan van de beleidsregels aanbesteding 2013 van de provincie Gelderland

Geen van bovenstaande, maar opdracht wordt voor meer dan 50% door de overheid gesubsidieerd?

nee

Geen verplichting tot openbaar aanbesteden

Pagina 9 van 13

ja

Bedrag van de aanschaffing excl. btw boven:

O € 5.225.000,= (werken) O € 209.000,= (leveringen) O € 209.000,= (diensten)

ja

Verplichting tot Europees aanbesteden volgens Aanbestedingswet 2012

Bedrag van de aanschaffing excl. btw tussen: O € 1.500.000 en € 5.225.000 (werken) O boven € 209.000 (leveringen) O boven € 209.000 (diensten)

ja

Verplichting tot openbaar aanbesteden

nee

Bedrag van de aanschaffing excl. btw tussen: O € 150.000 en 1.500.000 (werken) O €50.000 en 209.000 (leveringen) O €50.000 en 209.000 (diensten)

ja

Onderhands meervoudig aanbesteden

ja

Onderhands enkelvoudig aanbesteden

nee

Bedrag van de aanschaffing excl. btw tot: O € 150.000 (werken) O € 50.000 (leveringen) O € 50.000 (diensten)

Achterhoek Raad Achterhoek Board Achterhoek Thematafels

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030 (versie 1-4-2020)

Bijlage 3 Staatssteun en vrijstellingsgronden Stappenplan Staatssteun Bij het bepalen of sprake is van geoorloofde staatssteun moet het volgende stappenplan worden gevolgd: 1) Bepaal of er sprake is van staatssteun, 2) Zo ja, bepaal of de steun ter goedkeuring aan de Europese Commissie moet worden voorgelegd, 3) Zo ja, bepaal op welke gronden de Europese Commissie de steun zal goedkeuren. Voor algemene informatie over staatssteun verwijzen we u naar www.europadecentraal.nl. Bepalen van staatssteun Er is sprake van staatssteun indien aan de volgende criteria wordt voldaan:  De middelen worden door een overheid verstrekt,  De middelen komen ten goede aan bepaalde ondernemingen of organisaties die marktactiviteiten uitvoeren,  Het voordeel dat door de overheidsmiddelen is verkregen hebben deze partijen niet langs normale commerciële weg kunnen verkrijgen,  De mededinging zou kunnen worden vervalst,  Er ontstaat een ongunstige beïnvloeding van de Europese handel. Als voldaan wordt aan de eerste drie criteria moet de steunmaatregel in principe aan de Europese Commissie worden voorgelegd. Pas na goedkeuring kan de steun worden verleend. Er zijn echter uitzonderingen op deze aanmeldingsplicht. Dit zijn de vrijstellingen die in de volgende paragraaf worden beschreven.

De Europese Commissie heeft bepaald dat steun van minder dan € 200.000, onder voorwaarden, niet als staatssteun wordt aangemerkt (voor landbouwprojecten geldt een lagere grens). Dit wordt ‘de minimis’ genoemd. Deze ‘de minimis’ grens geldt per onderneming of marktpartij voor een periode van 3 jaar. Om te bepalen of van deze uitzondering gebruik kan worden gemaakt moet zorgvuldig worden nagegaan of in de afgelopen 3 jaar niet meer dan € 200.000 aan steun is ontvangen. De ondernemer moet hiervoor een ‘deminimis-verklaring’ afleggen. In bijlage 4 wordt hier een nadere toelichting op gegeven. Vrijstellingen van aanmelding De Europese Commissie heeft regels vastgesteld op grond waarvan de steunmaatregelen niet aan de Europese Commissie hoeven worden voorgelegd. Dit zijn de zogenoemde vrijstellingsverordeningen. In de zogenoemde Groepsvrijstellingsverordening is een aantal categorieën van steun ondergebracht die van aanmelding zijn vrijgesteld. Het gaat dan bijvoorbeeld om steun voor het midden- en klein bedrijf, onderzoek en innovaties of op het gebied van milieu. Om voor de vrijstelling in aanmerking te kunnen komen moet aan alle voorwaarden van de vrijstellingsverordeningen zijn voldaan. Aanmelding bij de Europese Commissie Als de steunmaatregel niet onder één van de vrijstellingen valt dan moet de maatregel ter goedkeuring aan de Europese Commissie worden voorgelegd.

De Europese Commissie heeft regels vastgesteld op grond waarvan een maatregel goedgekeurd kan worden. Een voorbeeld hiervan is het Milieusteunkader of het kader voor Onderzoek, Ontwikkeling & Innovatie. Die maatregel zal dan aan de voorwaarden van de steunkaders moeten voldoen.

Pagina 10 van 13

Achterhoek Raad Achterhoek Board Achterhoek Thematafels

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030 (versie 1-4-2020)

Bijlage 4 Verklaring De-minimis Deze toelichting dient als hulpmiddel bij het invullen van de hierna volgende de minimis-verklaring. Staatssteun Het begrip staatssteun (overheidssteun) omvat steunmaatregelen van de overheid, die door begunstiging van bepaalde ondernemingen of producties de mededinging kunnen vervalsen. Dergelijke steunmaatregelen zijn onverenigbaar met de gemeenschappelijke Europese markt. Dit verbod geldt ongeacht de vorm van staatsmiddelen en voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt (art. 87, lid 1 EG-verdrag1). De Europese Commissie is echter bevoegd om staatssteun, na een aanmelding door de overheid, toe te staan. De-minimisverordening De Europese Commissie heeft bij verordening2 een drempel vastgesteld waaronder steunmaatregelen (zoals subsidieverlening) worden geacht niet aan de criteria van artikel 87, eerste lid, van het EG-verdrag te voldoen en derhalve niet hoeven te worden aangemeld. Deze drempel is gesteld op een bedrag van € 200.000,-- (€ 100.000,-- voor ondernemingen in de sector wegvervoer). Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Voor de sectoren van de primaire productie van landbouwproducten, de visserij en de aquacultuur is de drempel gesteld op € 3.000,--3. Steun die genoemde bedragen niet overschrijdt wordt aangemerkt als ‘de-minimissteun’.

De de-minimisvrijstelling is van toepassing op steun die aan ondernemingen wordt verleend in alle sectoren. De verwerking en afzet van landbouwproducten valt sinds 1 januari 2007 onder de 'gewone' de-minimisvrijstelling nr. 1998/2006. Van de de-minimisregel zijn echter uitgezonderd: exportsteun en steun waardoor binnenlandse producten ten opzichte van ingevoerde producten worden bevoordeeld, steun aan ondernemingen die actief zijn in de kolenindustrie en steun verleend aan ondernemingen in moeilijkheden. Ook steun voor de aanschaf van vrachtwagens (‘wegvervoermiddelen voor vracht door ondernemingen die vrachtvervoer voor rekening van derden uitvoeren’) valt buiten de de-minimisvrijstelling. In deze gevallen dient steun aangemeld te worden bij de Europese Commissie. De aanmelding wordt gedaan door de provincie Gelderland. Bedrag van de-minimissteun Door middel van deze verklaring geeft u aan, dat met de huidige subsidieverlening voor uw onderneming alsmede het gehele moederconcern waartoe uw onderneming behoort4, de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. U moet daarom nagaan of gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren enige vorm van de-minimissteun door een overheidsinstantie aan uw onderneming is verstrekt. De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop uw onderneming een wettelijke aanspraak op de steun verwerft.

Dit betekent concreet de datum waarop het besluit tot subsidieverlening (of verlening van een voordeel) aan uw onderneming is genomen.

1 Voor de sectoren van de primaire productie van landbouwproducten, de visserij en de aquacultuur is de Verordening (EG) Nr.

1860/2004 van de Commissie van 6 oktober 2004 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op deminimissteun in de landbouwsector en de visserijsector bepalend. Deze verordening is gewijzigd door Verordening (EG) Nr. 1998/2006. 2 Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EGverdrag op de-minimissteun. 3 Verordening (EG) Nr. 1860/2004. 4 Van belang is hier het zogenaamde zelfstandigheidscriterium. Indien een onderneming niet als zelfstandig kan worden aangemerkt, dan dient voor de bepaling van de hoeveelheid ontvangen de-minimissteun ook rekening te worden gehouden met de de-minimissteun verstrekt aan het moederconcern. In algemene zin wordt als ‘zelfstandig’ beschouwd een onderneming die niet voor 25% of meer van het kapitaal of van de stemrechten in handen is van één onderneming of van verscheidene ondernemingen gezamenlijk.

Pagina 11 van 13

Achterhoek Raad Achterhoek Board Achterhoek Thematafels

Aanvraagformulier project Achterhoek Visie 2030 (versie 1-4-2020) Het steunplafond van € 200.000,-- (respectievelijk € 100.000,--/ € 3000,--) wordt als subsidiebedrag uitgedrukt. Alle bedragen die dienen te worden gebruikt bij het invullen van de verklaring, zijn brutobedragen vóór aftrek van belastingen. Behalve om subsidieverlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden, de verkoop van grond tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of kwijtschelding van directe of indirecte belastingen etc. Het gaat daarbij niet alleen om steun die u hebt ontvangen van de provincie Gelderland, maar ook om steun die u heeft ontvangen van andere overheidsinstanties. Ook Europese subsidies dienen te worden meegerekend. Het is raadzaam om zorgvuldig na te gaan of in uw geval de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. Bij het bedrag van de onderhavige subsidieverlening dient u eventuele andere in de afgelopen drie jaar ontvangen deminimissteun op te tellen. Immers bij overschrijding van de drempel dient de steun aangemeld te worden en kan geen beroep meer worden gedaan op de de-minimisregel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9898577/1