aanpak droogte
Tekst van het document
Collegeformulier “besluitvorming” Datum B&W-vergadering: Portefeuillehouder: Zaaknummer: 1december 2020 wethouder Porskamp 59533-2020 Onderwerp: Openbaarheid: Aanpak droogte in de Achterhoek Openbaar Voorstel: 1. In te stemmen met de lijn van doen, delen, doordenken en doorpakken, aanpak droogte in de Achterhoek, programmaplan 2020-2021 Afdeling: Auteur: Afdelingshoofd: Meegeadviseerd door: Omgeving Stephan Papen Jeannet Ordelman Marcel Reintjes, Thijs Evers en Mirjam Peters (0544) 39 34 57 Past het binnen de begroting: Ja Financieel advies: Ja Akkoord Financiën: Ja Financieel consulent: Cobi Pasman Juridisch advies:
Nee
Personele gevolgen:
Nee
Voor behandeling naar de Raad(scommissie): Nee Collegelid: Burgemeester Wethouder Bonsen Wethouder Frank Wethouder Hoenderboom Wethouder Porskamp Secretaris B&W-besluit:
59533-2020:578836
Akkoord:
Bespreken:
Opmerking:
Inleiding Droogte is een urgent probleem in de Achterhoek. Droogte is een effect van klimaatverandering en de aanpak van droogte zal leiden tot fundamentele keuzes en op termijn ongebruikelijk gebiedsoplossingen. Waterschap, de Achterhoek+ gemeenten en Provincie willen het voortouw nemen in de aanpak van droogte. Het voorliggende programmaplan (bijlage 1) vloeit voort uit de Verkenning droogte Achterhoek. De Verkenning Droogte is opgestart naar aanleiding van een bestuurlijke bijeenkomst over droogte op 24 september 2019. Aan de verkenning droogte nemen Provincie Gelderland, Waterschap Rijn en IJssel, de 10 Achterhoek+ gemeenten, de Achterhoek Board, Vitens, LTO en Natuurmonumenten deel. (zie ook bijlage 2 “proces naar een programmaplan droogte”) Tijdens deze verkenning is in beeld gebracht welke initiatieven er al zijn rondom droogte, zijn toekomst scenario’s (Een klimaat robuuste Achterhoek in 2120, bijlage 3) opgesteld en is vanuit het NSOB (Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, bijlage 4) gereflecteerd op de wijze waarop we in de Achterhoek samenwerken op dit dossier. Door de betrokken partijen is geconstateerd dat partijen in eerste aanleg vooral vertrekken vanuit het eigen perspectief/ het eigen belang, met eigen taal, eigen overlegtafels en een eigen tijdshorizon.
Veel is geleerd over de noodzaak integraal om te gaan met het complexe vraagstuk droogte, dat het gaat om het gebied en om de gedeelde verantwoordelijkheid. De resultaten van de verkenning droogte zijn gepresenteerd tijdens het Bestuurlijk overleg Droogte Achterhoek op 23 april 2020. Tijdens dit overleg is afgesproken een aanpak droogte voor de regio te ontwikkelen. De eerste contouren van deze aanpak in de vorm van drie sporen (Etalage, Werkatelier en Fieldlabs) zijn gepresenteerd aan het Bestuurlijk overleg Droogte Achterhoek op 2 juli 2020. Daar is de opdracht gegeven om de aanpak uit te werken in een programmaplan. De beide bestuurlijke bijeenkomsten werden goed bezocht door de betrokken wethouders van de 10 Achterhoek+ gemeenten. Dit programmaplan ligt nu voor aan de colleges, met het verzoek in te stemmen met de lijn van het programmaplan. Het gaat om de colleges van de 10 gemeenten en ook om de colleges van de provincie en het waterschap. Hiernaast wordt het plan voor commitment voorgelegd aan de besturen van Vitens, Natuurmonumenten, LTO-Noord en de Achterhoek Board. Mogelijke beleidskeuzes 1. In te stemmen met de lijn van doen, delen, doordenken en doorpakken, aanpak droogte in de Achterhoek, programmaplan 2020-2021 2. Niet in te stemmen met de lijn van doen, delen, doordenken en doorpakken, aanpak droogte in de Achterhoek, programmaplan 2020-2021 Voorstel 1.
In te stemmen met de lijn van doen, delen, doordenken en doorpakken, aanpak droogte in de Achterhoek, programmaplan 2020-2021 Beoogd effect Het gezamenlijk vergroten van de veerkracht in de Achterhoek om in de toekomst beter bestand te zijn tegen extreme weeromstandigheden: 'nat en droog' Argumenten 1.1 Droogte is een urgent probleem in de Achterhoek. De droogte in de Achterhoek laat zich nadrukkelijk zien en voelen. Al drie jaar achtereen snakken gewassen en de natuur naar water. Droogte is een effect van klimaatverandering en de gevolgen ervan zijn bijvoorbeeld minder gewasopbrengst, minder drinkwatervoorraden, meer ziektes in de gewassen, meer stinkend oppervlaktewater en blauwalg. Droogte heeft een enorme maatschappelijke impact!.
59533-2020:578836
2
1.2 De aanpak droogte vraagt om een transitie De aanpak droogte vraagt om een transitie in het gebruik en de inrichting van het gebied en een transitie in ons denken en doen en onze manier van samenwerken. We zullen het onbekende moeten omarmen, nieuwe aanpakken uitproberen en dromen over een nieuwe toekomst. Dit houdt onder meer in een integrale benadering nodig is vanuit diverse beleidsterreinen. Een sectorale aanpak vanuit waterbeheer is niet toereikend om het probleem aan te pakken. 1.3 De transitie vraagt om een lange adem De bestuurlijke ambitie is de veerkracht in de Achterhoek vergroten om in de toekomst beter bestand zijn tegen grillige weersomstandigheden: ‘nat en droog’. Hiervoor zijn omslagen nodig met een lange adem. Het vraagt een transitie in het ruimtelijk-economisch gebruik en de onderliggende waterbodemcondities van het gebied. Om hierin te slagen, gaan we nu al dingen concreet doen en meer in samenhang delen. Maar daarmee zijn we er nog niet. We zullen ook het onbekende moeten omarmen, nieuwe aanpakken uitproberen en een nieuwe toekomst doordenken. 1.4 Gemeente kan dit niet alleen Gemeenten, waterschap en provincie slaan met deze aanpak de handen inéén en werken aan de aanpak van droogte in afstemming met de gebiedspartners Vitens, LTO, Natuurmonumenten en de regio Achterhoek.
Voorstel is om werk met werk te gaan maken, doelen te koppelen en middelen te stapelen. Om de koppelingen tussen de verschillende dossiers en organisaties goed te leggen, is het noodzakelijk om ontwikkelingen, verantwoordelijkheden en sleutelfiguren op ambtelijk, management en bestuurlijk niveau in beeld te hebben: lokaal, regionaal en nationaal. Een aanzet van overzicht hiervan staat in bijlage 2 van het programmaplan. Het voorstel is om deze de komende tijd nader uit te werken. 1.5 Het voorliggende programmaplan droogte geeft richting aan de aanpak droogte. Met het voorliggende programmaplan droogte wordt commitment opgehaald op de richting en de organisatie van de aanpak droogte. Met dit commitment wordt het plan de komende tijd uitgewerkt om - via de vier sporen doen, delen, doordenken en doorpakken - alle nodige besluiten en investeringen in beeld te krijgen die voor de aanpak van droogte noodzakelijk zijn. Tegelijkertijd worden al werkende weg noodzakelijke en waardevolle stappen gezet. 1.6 De vier sporen dragen bij het behalen van het beoogde doel De vier sporen die we samen inzetten zijn: 1. Doen: we zetten waardevolle stappen waar het kan, ook in 2020. Zoals bv het op verhogen van het winterpeil, plaatsen van boerenstuwen en oproep tot vermindering van het drinkwater verbruik. 2. Delen: we dragen uit wat we doen. “We etaleren dat wat bijdraagt aan het beoogde effect”.
3. Doordénken: we maken een lange termijnvisie (2050) als kompas, met een strategie en uitvoeringsprogramma. “Extreme scenario’s en onorthodoxe oplossingsrichtingen fundamenteel doordenken, uitwerken, uittekenen en uitrekenen”. 4. Doorpakken: we innoveren door te experimenteren. “We durven andere aanpakken uit.” Concreet aan de slag, experimenteren en leren in het veld. De vier sporen zijn nader uitgewerkt in het programmaplan. 1.7 Samen regie voeren op samenwerken in het gebied is wenselijk Droogte raakt veel thema’s. Als partners streven we naar meer gezamenlijke regie op initiatieven voor landbouwtransitie, natuurontwikkeling, biodiversiteit en stikstof. Ook zoeken we samen naar bundeling van middelen en menskracht: Deltaplan Zoetwater Oost Nederland (ZON), Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie(DPRA), regionaal waterplan en waterbeheer-programma maken we expliciet inhoudelijk samenhangend. De bestaande bestuurlijke gremia blijven we benutten (Platform Landbouw Natuur Water, thematafel Circulaire Economie & Energietransitie en het Bestuurlijk overleg Water Achterhoek+). Deze afstemming krijgt door dit traject een flinke impuls. Ook ontstaat met de voorgestelde werkwijze zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau een sterk netwerk. Kanttekeningen 1.1 Er zijn meer onderwerpen actueel in het buitengebied.
Naast droogte en andere weersextremen (DPRA) zijn er meer grote dossiers in het landelijk gebied die aandacht vragen van de gemeentelijke organisaties. De meeste in het oog springende dossiers van het moment zijn het stikstof dossier, de Regionale Energie Strategie en de transitie landelijk gebied. Al deze
59533-2020:578836
3
dossiers betreffen hetzelfde gebied. Positieve kanttekening bij dit advies is dat vanuit het dossier droogte nadrukkelijk afstemming wordt gezocht met de andere dossiers. De samenwerking binnen de aanpak droogte biedt kansen om doelstellingen te koppelen, middelen te stapelen en werk met werk te maken. 1.2 Er is capaciteit nodig maar die omvang is beperkt Dit projectvoorstel vereist personele inzet vereist/capaciteit; 1 à 2 fte, verdeeld over de 10 gemeenten en daarnaast inzet van eigen vakspecialisten. Ten aanzien van de eigen inbreng is op dit moment nog onduidelijk: • welke capaciteit en deskundigheid precies de gemeente Oost Gelre eventueel aan het project dient te leveren • hoe dit is in te vullen (interne medewerker, externe inleen) Het uitganspunt is dat dat binnen de reguliere bezetting is in te vullen. Uitvoering Kosten Vooralsnog leidt het programmaplan droogte niet tot financiële consequenties voor de betrokken gemeenten, behoudens de inzet van 1 tot 2 fte aan medewerkers van de 10 betrokken gemeenten gezamenlijk. Feitelijk toekomstige investeringen, zoals bijvoorbeeld in het kader van het DPRA of ZON vormen geen onderdeel van dit advies. In het programmaplan wordt vanuit de gemeenten gevraagd om een gezamenlijke inzet van 1 tot 2 fte op de vier sporen. Dit is een relevante vraag omdat deze vier sporen per definitie gaan over het gebied van de gemeenten.
Gemeenten zullen hoe dan ook betrokken zijn. Het gevraagde commitment is ook om commitment te verkrijgen op de inzet van gemeentemensen. De kosten van de organisatie van het programmaplan worden gedragen door het waterschap en de provincie. Op dit moment in het proces is het te vroeg om te bepalen welke gemeente welke inzet levert en hoe dit onderling door de gemeenten verrekend wordt. Om dit plaatje te kunnen maken zijn heldere profielschetsen nodig. Waar je in ieder geval aan kunt denken als het om de 1 tot 2 fte gaat is vertegenwoordiging in het managementteam droogte (Gert Jan van Vliet, gemeente Aalten), vertegenwoordiging in het kernteam droogte (nader) en een inhoudelijke rol bij de sporen delen/etalage, doordenken, de lange termijn visie (relatie met eigen omgevingsvisie) en actieve betrokkenheid van gemeente ambtenaren bij de gebiedsprocessen in het spoor doorpakken/veldwerk . Het lijkt voor de hand te liggen om de kosten voor de regionale gemeentelijke inbreng te delen door alle Achterhoek+ gemeenten. De kosten die daaruit voortvloeien komen te laste van het voorbereidingskrediet DPRA (FCL 7722129). Planning De uitvoering van dit programmaplan zal in de periode november-december van dit 2020 van start gaan.
Het is de bedoeling om medio 2021 een eerste glimp te laten zien van hoe de sporen bijdrage aan het beoogde effect, de grotere ambitie, (veerkracht in de Achterhoek vergroten). Het programmaplan is er op gericht om in 2021 een meerjarige overeenkomst af te sluiten. Communicatie Met de woordvoerders van de medeoverheden, natuurorganisaties en landbouwpartijen zal met nadruk een heldere communicatiestrategie en kalender worden uitgewerkt om gezamenlijke communicatie momenten beter dan nu te voorzien en te benutten. Om vragen uit de media gezamenlijk te beantwoorden en met een nauwe samenwerking met bv Vitens en andere partijen. Noodzakelijke lobbyactiviteiten worden onderling bepaald, gedeeld en besproken. Het kernteam brengt na het bestuurlijk overleg op 25 november een (gezamenlijk) persbericht uit. De Gemeente Oost Gelre zal onder voorbehoud van de besluitvorming in het college van B&W op de 1 december instemmen met dit persbericht. Evaluatie De scope van de looptijd is vooralsnog ingeschat op minimaal 10-12 jaar met elk vier jaar een evaluatiemoment en nieuwe handtekeningen.
59533-2020:578836
4
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Programmaplan Droogte Achterhoek 2020-2021 Achterhoek+ proces naar een programmaplan droogte Een klimaatrobuuste Achterhoek Verdeel(de) verantwoordelijkheid
59533-2020:578836
5
DOEN, DELEN, DOORDÉNKEN EN DOORPAKKEN AANPAK DROOGTE IN DE ACHTERHOEK
PROGRAMMAPLAN 2020-2021
4 november 2020
1
Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................................. 3 Samenvatting ........................................................................................................................................ 4 1.
Urgentie ..........................................................................................................................................5
2.
Aanpak: Doen, delen, doordénken en doorpakken ..................................................................... 6 2.1 Doen: nu al maatregelen uitvoeren ........................................................................................... 6 2.2 Delen: de etalage ........................................................................................................................ 6 2.3 Doordénken: werkatelier ............................................................................................................ 7 2.4 Doorpakken: veldwerk ............................................................................................................... 9
3.
Samen regie op samenwerken in het gebied ............................................................................... 11
4.
Organisatie van de aanpak en vervolg ......................................................................................... 13
BIJLAGE 1
Achtergrond: verkenning Droogte Achterhoek ........................................................ 15
BIJLAGE 2
Raakvlakken andere dossiers & investeringen in gebied ......................................... 16
BIJLAGE 3
Bestuurlijke samenwerking, overzicht deelnemers ................................................. 17
2
Voorwoord De droogte in de Achterhoek laat zich nadrukkelijk zien en voelen. Al drie jaar achtereen snakken gewassen en de natuur naar water. Klimaatverandering heeft vele facetten. Droogte is een effect van klimaatverandering en de gevolgen ervan zijn bijvoorbeeld minder gewasopbrengst, minder drinkwatervoorraden. Meer ziektes in de gewassen, meer stinkend oppervlaktewater en blauwalg. Droogte heeft een enorme maatschappelijke impact! De Achterhoek heeft eigenschappen die bij droogte tot acute problemen leiden: de grond bestaat overwegend uit zand, veel grond is verdicht en het landschap is hellend en in grote mate ontwaterd waardoor neerslag sneller wordt afgevoerd dan dat het de bodem intrekt. Zowel droogte als extreme buien hebben impact op de gebruiksfuncties en we weten dat de frequentie en intensiteit van allebei zal toenemen. Inmiddels is duidelijk dat de droogte zich niet zomaar laat oplossen door extra wateraanvoer, waterwinningen te stoppen of bestaande landbouw naar kringlooplandbouw om te vormen. Aanpassingen in het gebied van decennia laten zich niet in dezelfde tijdspanne herstellen. Een onderdeel van de complexiteit zit daarnaast in balans vinden tussen ‘nat en droog’. Er moet iets anders, maar hoe en wat is een zoektocht en zal steeds herijking vragen.
We denken wel dat sommige oplossingen die we nu zien, de Achterhoek op korte termijn meer klimaatbestendig maken. Dat ze ons richting geven voor wat voor de lange termijn nodig is. Er moet meer gebeuren en het zal anders moeten. De noodzaak om ervoor te zorgen dat de Achterhoek is aangepast op de gevolgen van het veranderend klimaat dwingt ons tot keuzes, een trendbreuk met het verleden, en het vinden van alternatieve antwoorden. Geen eenvoudige opgave, maar we gaan er wel mee aan de slag. Leren door te doen, door kennis te delen, onorthodoxe maatregelen en oplossingsrichtingen op het niveau van de Achterhoek te doordénken en hierop door te pakken met experimenten in het veld. Wij, bestuurders van het waterschap, gemeenten en provincie, voorzien dat we bij de aanpak van droogte in de Achterhoek voor enkele fundamentele keuzes en op termijn voor ongebruikelijke gebiedsoplossingen staan. Het in beeld krijgen van deze keuzes en oplossingen: daarin nemen we het voortouw met deze aanpak. Voor u ligt een document om commitment te krijgen op de richting en organisatie hiervan. Dit document is nog geen voldragen programmaplan. In november 2020 volgt de meer gedetailleerde uitwerking in doelstellingen, aansturing, activiteiten, middelen en organisatie onder voorbehoud van commitment van betrokken partijen op dit plan.
We gaan dit programmaplan de komende tijd uitwerken om via doen, delen, doordénken en doorpakken alle nodige besluiten en investeringen in beeld te krijgen die hiervoor noodzakelijk zijn. We zetten tegelijk al werkende weg waardevolle, noodzakelijke stappen.
Burgemeester Van Oostrum, gemeente Berkelland Dijkgraaf Pieper, Waterschap Rijn en IJssel Gedeputeerde Van ’t Hoog, provincie Gelderland
3
Samenvatting
De ambitie is de veerkracht in de Achterhoek vergroten en in de toekomst beter bestand zijn tegen grillige weersomstandigheden: ‘nat en droog’. Dit vraagt een transitie in het gebruik en de inrichting van het gebied. Dat vraagt een transitie in ons denken en doen, onze manier van samenwerken. Beide vragen een lange adem. Om hierin te slagen, zetten we nu al stappen maar daarmee zijn we er nog niet. We zullen het onbekende moeten omarmen, nieuwe aanpakken uitproberen en dromen over een nieuwe toekomst. We zijn ons ervan bewust dat we niet weten of alles voldoende zal zijn. We verwachten wel dat we hiermee de ambitie dichterbij brengen. Tussentijdse reflecties op ons lerend vermogen blijven noodzakelijk en gaan we actief oppakken. We blijven alert op gebruik van taal, tijd en tafels1. De vier sporen in een notendop: 1. Doen: we zetten waardevolle stappen waar het kan, ook in 2020. 2. Delen: we dragen uit wat we doen. “We etaleren dat wat bijdraagt aan de ambitie”. 3. Doordénken: we maken een lange termijnvisie (2050) als kompas, met een strategie en uitvoeringsprogramma. “Extreme scenario’s en onorthodoxe oplossingsrichtingen fundamenteel doordenken, uitwerken, uittekenen en uitrekenen”. 4. Doorpakken: we innoveren door te experimenteren. “We durven andere aanpakken uit.” Concreet aan de slag, experimenteren en leren in veldwerk.
We erkennen de onzekerheid over hoe en wanneer grillige weersomstandigheden zich voordoen. We weten dat we nog niet alle kennis hebben. Daarom stellen we voor dat we: • Oplossingen toejuichen die flexibel zijn. Zoals het allengs concreter maken en uitvoeren van de gebiedsvisie voor de Baakse Beek met bewoners, overheden en bedrijven. • Meerdere strategieën parallel uitwerken: om te kunnen wisselen als omstandigheden veranderen. Zo brengen we voor agrariërs in waterwingebied ’t Klooster zowel voor de korte als lange termijn oplossingen in beeld en bouwen we herijkingsmomenten in. • Ernaar streven om medio 2021 een eerste glimp te zien van hoe deze vier sporen uitpakken en bijdragen aan de gezamenlijk grotere ambitie. • Dat moet partijen het vertrouwen geven om in 2021 een meerjarige overeenkomst af te sluiten; het veerkrachtig maken van de Achterhoek vraagt meer tijd dan wat we kunnen doen, delen, doordénken – laat staan realiseren – in 1 jaar! 1
Zie Essay NSOB (2020): https://www.nsob.nl/denktank/overzicht-van-publicaties/verdeelde-verantwoordelijkheid .
4
1.
Urgentie
De natuurwaarde in de Achterhoek is groot. Het landschap van de Achterhoek is onweerstaanbaar door de afwisseling van nieuwe en oude elementen in de vorm van bomen, kronkelende beekjes, landgoederen en boerderijen. De Achterhoek is tegelijk een gevoelige regio voor droogte, omdat het een zandgebied is en aanvoer van rivierwater zeer beperkt mogelijk is. In het beeld hieronder is een tekening opgenomen van hoe het gebied qua ruimte boven- en ondergronds functioneert en zich in de tijd heeft ontwikkeld. De druk op de ruimte neemt bovendien toe door verschillende maatschappelijke ontwikkelingen, zoals verstedelijking, intensivering van bedrijvigheid, de energietransitie en groei van recreatie.
De zichtbare en voelbare gevolgen van het tekort aan water leggen bloot dat de huidige inrichting en het huidige gebruik van de Achterhoek niet goed vol te houden zijn. De schade en hinder zijn groot en de natuur, bodem, waterwinning, voedselproductie, recreatie, bedrijvigheid hebben daar last van. De aanpak van droogte heeft effect op die functies en daardoor is ook een aanpak met doorwerking op andere ruimtelijke, economische en maatschappelijke functies van en in de Achterhoek nodig. Klimaatverandering zet de komende jaren door. Er komen meer extreem droge en natte periodes, inclusief piekbuien. Er komt ook meer druk op de ruimte door energietransitie, behoefte aan wonen, vervoer. Hoe deze ruimtelijke ontwikkelingen zich voltrekken en wanneer en waar deze weersextremen gaan plaatsvinden is niet exact te voorspellen. Klimaatverandering laat zich gelden; we krijgen te maken met weersextremen, oplopende temperaturen en toenemende droogte. De laatste drie jaren waren ongekend droog en het KNMI laat ongunstige prognoses voor het neerslagtekort zien.
Bron: KNMI en WRIJ bijgewerkt t/m 2 november 2020
5
2.
Aanpak: Doen, delen, doordénken en doorpakken
Inleiding De bestuurlijke ambitie is de veerkracht in de Achterhoek vergroten om in de toekomst beter bestand zijn tegen grillige weersomstandigheden: ‘nat en droog’. Hiervoor zijn omslagen nodig met een lange adem. Het vraagt een transitie in het ruimtelijk-economisch gebruik en de onderliggende waterbodemcondities van het gebied. En dit vraagt om een ander doen en laten, ander denken, een andere manier van samenwerken en sturen op met elkaar samenhangende condities (waterbodemsysteem) en gebruik van het gebied. Om hierin te slagen, gaan we nu al dingen concreet doen en meer in samenhang delen. Maar daarmee zijn we er nog niet. We zullen ook het onbekende moeten omarmen, nieuwe aanpakken uitproberen en een nieuwe toekomst doordénken. Daarbij wetend dat we nog niet alles kunnen overzien. Hiervoor hebben we vier zaken voor ogen waarvan we menen dat deze de ambitie dichterbij brengen en die we in dit hoofdstuk beschrijven. Deze aanpak kan alleen slagen als veel partijen hun rol pakken en meedoen. Het gaat om al die partijen die een relatie hebben met de ruimtelijke, economische en maatschappelijke functies in het gebied. Uiteindelijk gaat het om de toekomst van de Achterhoek, en raakt het alle Achterhoekers. Per spoor beschrijven we hieronder het ‘waarom’, wat en hoe.
Wat dit vraagt van ontwikkelteams en organisatiekracht beschrijven we nu op hoofdlijnen en deze informatie werken we in november 2020 nader uit bij bestuurlijk commitment voor de aanpak. 2.1 Doen: nu al maatregelen uitvoeren In 2021 moeten we beter toegerust zijn op een mogelijke vierde2 droge zomer. Elke nieuwe droge zomer wordt het namelijk moeilijker hiervan te herstellen, dus snel handelen is noodzakelijk. De meest in het oog springende maatregelen zijn als volgt. • Het waterschap zet in het winterseizoen van 2020/2021 op grote schaal het peil op in de door het waterschap beheerde watergangen om water maximaal vast te houden. Er worden tijdelijk hogere peilen ingesteld dan tot nu toe. Waar nodig treft het waterschap aanvullende maatregelen om bijvoorbeeld stuwen tijdelijk op te hogen. • Het waterschap ‘gaat de boer op’ om agrariërs en natuurorganisaties te helpen om meer water op eigen terrein vast te houden met o.m. duikerafsluiters en stuwtjes. • Vitens roept inwoners en bedrijven samen met partijen op om het watergebruik te verminderen en daar waar mogelijk i.s.m. het waterschap zoveel mogelijk water in het gebied vast te houden. Voor de langere termijn is het doel te komen tot een robuuster en adaptievere drinkwaterwinning wat kwetsbare gebieden kan ontzien. Vitens start een lange termijn verkenning naar een duurzame en robuuste infrastructuur.
• Natuurgebieden en beken worden structureel beschermd met toezicht en handhaving door de waterschappen op de beschermingszones waarin sinds 2013 geen nieuwe grondwateronttrekkingen zijn toegestaan. • Het waterschap verkent of in meer kwetsbare natuurgebieden dan in 2020 een onttrekkingsverbod voor grondwater moet worden ingesteld. • Daarnaast maken provincie, waterschap, gemeenten en het Rijk de komende jaren vele tientallen miljoenen vrij om te investeren in water vasthouden en infiltreren als onderdeel van integrale gebiedsaanpakken in o.m. Winterswijk, waterwingebied ‘t Klooster en de Baakse Beek landgoederenzone. 2.2 Delen: de etalage Om te zien en weten welke initiatieven er al lopen en welke projecten uitgevoerd worden in het hier en nu maken we een digitale etalage. Om gezamenlijk te leren en te delen waar we het meest trots op zijn, om te weten wat bijdraagt aan de gezamenlijke ambitie. Een etalage stelt ons in staat om onderling te leren over al die (nieuwe) zaken die plaatsvinden. Een 2
De jaren 2018, 2019, 2020 gelden als jaren met drie droge zomers sinds 1976 en 2003/2005.
6
etalage geeft ons o.m. een beeld van activiteiten en maatregelen in het kader van de grotere plannen zoals het Deltaprogramma Zoetwater Oost-Nederland en Ruimtelijke Adaptatie. Het geeft ons inzicht in welke innovaties in beeld worden gebracht door allianties van kennisinstellingen, overheden en bedrijven voor waterbeschikbaarheid op de zandgronden. De etalage biedt actuele informatie over de (gebieds)initiatieven in de veldwerkplaatsen (in paragraaf 2.4 meer hierover). Het vertelt verhalen van inwoners over de hobbels en successen bij het halen van de ambitie. Met verhalen over bezieling, inspiratie, innovatie. Intermezzo We vragen voor de etalage advies aan een professioneel bureau over hoe we dit kunnen inrichten? Daar is al veel ervaring mee opgedaan (Samen Klimaatbestendig, Kennis voor Klimaat etc.). Hoe gaat een etalage ons bij de grote ambitie helpen? Om in beeld te blijven, laten we niet alleen zien waar we trots op zijn maar willen we ook verbinden, en verbeteren i.r.t. de vele lopende initiatieven. Een verkoop/marketing/ontwikkel strategie is nodig en hierover laten we ons adviseren. Om eind 2020 een eerste prototype van de etalage te hebben, gaat een klein ontwikkelteam aan de slag. Op basis van dit prototype worden begin 2021 gesprekken gevoerd met potentiële partijen die de etalage verder vorm willen geven.
In het derde kwartaal van 2021 moet de etalage er staan; in het vierde kwartaal kan een eerste beeld tot stand komen van wat belangrijke leringen tot dan toe zijn: wat doen we voldoende, wat doen we nog onvoldoende? Bij de etalage kan gedacht worden aan een mix van papieren documenten, een krant of bulletin, een website, gebruik van social media, een roadshow, manifestaties, enz. enz. Hier zal een nadere keuze in gemaakt moeten worden. Voorgesteld wordt de inrichting en het beheer onder te brengen bij een bestaande organisatie. Bij voorkeur een organisatie dichter bij de bevolking of een te bereiken doelgroep in samenwerking met echte Achterhoekse marketeers. Ook denken we aan het inschakelen van bekende Achterhoekers als ambassadeurs van de droogte-aanpak. En aan mensen die helpen de verbinding tussen initiatieven te leggen. De etalage heeft de ‘pak an’mentaliteit van de Achterhoek, zelfbewust, nuchter, realistisch en praktisch. 2.3 Doordénken: werkatelier In het werkatelier werken we in 2021 toe naar de eerste richting voor een lange termijnvisie met mogelijk meerdere strategieën. Dit komt voort uit de urgentie om structureel en fundamenteel anders naar de condities van het waterbodemsysteem in relatie tot het gebruik van het gebied te kijken. Onomkeerbare veranderingen zijn nodig omdat we verwachten dat kleine aanpassingen onvoldoende zijn.
Het zal consequenties hebben die ver kunnen gaan in termen van ruimtelijke inrichting. Het raakt het hele gebied: natuur, landbouw, steden en woonwijken. We verkennen extremere maatregelen zoals grootschalig water aanvoeren voor drinkwater, en het gebied herinrichten met functies en een bijbehorend waterbodemsysteem. In het werkatelier doordénken we een toekomstperspectief van een andere Achterhoek (van na de transitie) door gezamenlijk scenario’s uit te werken en oplossingsrichtingen door te rekenen. Dat geeft houvast voor een nieuwe visie. De visie geeft op haar beurt mede richting voor wat we in de etalage willen zetten en wat we qua ‘veldwerkplaatsen’ (zie paragraaf 2.4) nog meer willen uitproberen en
7
ontdekken. De visie is een strategisch kompas voor de nader te bepalen verandering. Dataanalyse is hierbij nodig. Om dit te bereiken werken we in het werkatelier aan een: • Lange termijnvisie en doelen (stip op de horizon 2050); • Strategie die leidt tot uitvoering van deze visie; • Uitvoeringsprogramma (2021-2025 en/of 2021-2030). De lange termijnvisie geeft aan welke leidende principes (o.m. voor structureel meer water vasthouden) we hanteren en hoe dit in 2050 tot een klimaat robuuste Achterhoek leidt. De visie maakt inzichtelijk welke noodzakelijke keuzes i.v.m. de door te maken transitie eruitzien. In 2021 formuleren we een eerste gezamenlijke richting (koers), als stap in de ontwikkeling van een gezamenlijke lange termijnvisie op het niveau van de Achterhoek. De strategie geeft aan hoe we de doelen gaan halen, hoe we lange- en de korte termijn activiteiten met elkaar verbinden en hoe we in gebieden in samenhang gaan investeren. Het uitvoeringsprogramma gaat over de eerste vijf tot tien jaar en brengt gezamenlijke keuzes voor investeringen in beeld, ook voor potentiele gebiedsveldwerkplaatsen, het uitvoeren van lange termijn verkenningen, het ontwikkelen van nieuwe financiële arrangementen, etc. en zal dynamisch zijn. We gaan niet meteen gebiedsdekkend aan de slag.
We pakken als eerste door in deelgebieden, waar de droogte nu ontwrichtend werkt, en fundamentele keuzes gevraagd worden. Waar dit om een experimenteel karakter vraagt, brengen we dat in beeld (zie paragraaf 2.4). Daarvan kunnen we weer leren voor andere gebieden. Met partners ontwikkelen we eerst de strategie. Bijvoorbeeld met onderstaande stappen. 1. In een roadshow een inhoudelijke kennisbasis leggen en gezamenlijk feiten delen om op door te ontwikkelen. O.m.: hoe werkt het systeem, impact van klimaat, oplossingsrichtingen. Hiermee leggen we een eerste basis voor een gezamenlijke taal en onderling begrip. Tijdens die roadshow leiden we waar mogelijk leidende principes af waarmee de Achterhoek beter kan dealen met droogte en weersextremen. Hoe we dat gaan doen, werken we nader uit. 2. Parallel verkenningen uitvoeren rond die principes (wat zijn consequenties; ruimtelijk, financieel, …). We gaan gezamenlijk met alle stakeholders in de volle breedte scenario’s ontwikkelen en doorrekenen op de positieve en negatieve effecten van onorthodoxe/extreme oplossingen/maatregelen, gedacht kan worden aan grondwaterstanden grootschalig omhoog, waterwinning op netto nul door grootschalige wateraanvoer, etc. 3.
Deze feitenbasis (1 en 2) breed terugleggen bij maatschappelijke partijen en overheden op uitvoeringsniveau en besluitvormingsniveau; (h)erkenning organiseren, gezamenlijk (concept) leidende principes ontwikkelen en afleiden. 4. Verbindingen met andere beleidsdossiers organiseren (dit vraagt inzet van provincie, gemeenten), koppeling leggen tussen investeringen en instrumenten in beeld brengen. 5. Contacten in het gebied hierover leggen, met bewoners en bedrijven (in verbinding met de etalage). 6. Elementen voor de strategie (incl. visie en uitvoeringsprogramma) leggen we in een tweede ronde breed terug. (H)erkenning organiseren, gezamenlijk (concept) strategie, ontwikkelen. 7. Bestuurlijk commitment ophalen voor gezamenlijke strategie, eerste richting (koers) voor de lange termijnvisie en een dynamisch uitvoeringsprogramma.
8
2.4 Doorpakken: veldwerk Omdat droogte bij uitstek niet los te zien is van thematieken als wonen, waterwinning, natuur, en bodemvraagstukken zijn op plekken initiatieven gestart om te zoeken naar meer innovatieve, integrale en creatieve antwoorden en oplossingen op het niveau van een deelgebied in de Achterhoek. Vier lopende initiatieven hiervoor vinden nu al plaats en het zouden er meer kunnen worden. Vier worden op dit moment getrokken door gebiedspartners. In Winterswijk, Landgoederenzone Baakse Beek, ’t Klooster en Zutphen. In het kader van dit ‘veldwerk’ wordt doorgepakt met bottom up experimenten in deelgebieden. Zo wordt in ‘t Klooster geëxperimenteerd met een duurzamere manier van drinkwaterwinnen, gaan partijen in de landgoederenzone samen met landgoedeigenaren en boeren zoeken naar klimaatbestendige inrichting in combinatie met betere verdienmodellen en wordt in Winterswijk de koppeling gelegd tussen maatregelen tegen droogte in combinatie met de aanpak van de stikstofproblematiek. Doel is om deze in dit kader zichtbaar te maken, te weten wat ze kunnen betekenen voor de ambitie en bewust extra support op maat organiseren als ze aan de grotere ambitie bijdragen. Deze support op maat zal nader worden uitgewerkt. Ook gaan we scherper maken wat de mogelijke bijdrage is van de werkplaats tot de gewenste innovatie voor het grotere gebied.
Support kan als een ‘vangnet’ en impuls werken voor het experiment, bijvoorbeeld in termen van juridische, communicatieve of organisatorische zin of qua coaching. Dat kan per veldwerkplaats verschillen. Evident is dat een gebiedsveldwerk gedragen wordt (autonoom is) door meerdere initiatiefnemers van onderop; geen puur overheidsinitiatief hoewel overheden betrokken zijn. Of een veldwerkplaats in het kader van de aanpak droogte in beeld komt; hiertoe wordt integraal advies aan bestuurders voorbereid in overleg met de initiatiefnemers ervan. Hoe zorgen we hiervoor? In het begin brengt elke initiatiefnemer in beeld: • Wie is/ voelt zich eigenaar van het veldwerk? Is deze bekwaam en bevoegd om de rol te vervullen? Wie zijn andere stakeholders? • Hoe draagt de aanpak in het veldwerk bij aan het grotere geheel van de aanpak droogte Achterhoek? Welke leerervaringen voorzie je? Welke zaken worden opgelost? • Welke hulpvragen en behoefte aan ondersteuning zie je? Wat zijn de condities die nodig zijn om aan de slag te gaan? • Hoe ziet het ideale vangnet eruit? • Wat kan er misgaan, welke risicofactoren of aandachtspunten? • Wat is de aspiratie achter de gebiedsveldwerk en de innovatie? De initiatiefnemers van de veldwerkplaatsen bespreken deze opbrengst en bepalen samen wat hen samenbindt, welke zaken collectief of voor ieder apart geregeld en gemonitord zou moeten worden.
En welke vorm van gezamenlijk leren, coaching on the job nodig en gewenst is in 2021-2022. Ze geven inzicht in effecten van maatregelen die worden uitgevoerd in een gebied en zorgen voor ontdekkingen die straks in de etalage komen en onderdeel worden van onze visie op de Achterhoek. Ze: • Innoveren op basis van verbeeldingskracht en zetten stappen. • Worden gedekt door bestuurders, gestimuleerd door ambtenaren en gedaan door/samen met gebiedspartners. • Mogen mislukken: elke ervaring is waardevol, ook als deze niet levensvatbaar is gebleken. • Zijn eindig: ze heffen zichzelf op en gaan op in de ‘nieuwe normaal’. • Zijn bij voorbaat niet genoeg om de hele Achterhoek te transformeren tot een duurzaam volhoudbare regio. 9
•
Vormen belangrijke plekken voor verandering (ambtelijk, bestuurlijk, maatschappelijk). Ze mogen afwijken van wat we nu als norm beschouwen. Ze leggen vandaag en morgen al de kiemen voor de toekomst.
We beschouwen veldwerkplaatsen als prototypes (0.8 versies), als omgevingen waarin initiatiefnemers (met overheden) zelf concreet aan de slag gaan. De initiële betrokkenheid vanuit overheden zal op een gegeven moment overbodig blijken en geleerde lessen maken onmiddellijk/ op termijn onderdeel uit van dagelijkse bedrijfsvoering, middellange termijn keuzes voor bedrijven en lange termijn ontwikkeling van het gebied. Hierover gaan we met de trekkers in gesprek hoe dat geborgd kan worden. Kiek’n wat ’t wöt & veldwerk In relatie tot inwoners willen we voorstellen de term ‘kiek’n wat ’t wöt’ op sommige momenten te hanteren in aanvulling op de term ‘veldwerk’ omwille van contact en taal die de Achterhoekers aanspreekt, zonder de intentie en essentie van het programma daarbij uit het oog te verliezen. De term is ontsproten in september 2020 bij een werkbijeenkomst in september 2020 tijdens het uitwerken van dit spoor in het programmaplan.
10
3.
Samen regie op samenwerken in het gebied
Thematisch Droogte raakt veel thema’s. Als partners streven we naar meer gezamenlijke regie op initiatieven voor landbouwtransitie, natuurontwikkeling, biodiversiteit en stikstof. Denk aan de verbinding tussen droogte en de stikstofopgave. Denk aan de verbinding tussen droogte en de stikstofopgave. Net als de droogte is ook de stikstofproblematiek urgent. Landelijk komt € 3 miljard beschikbaar om de natuur – als onderdeel van de stikstofaanpak – de komende tien jaar robuuster te maken. In de Achterhoek passen maatregelen om de natuur robuuster te maken vaak één op één bij een droogte aanpak. Hiervan profiteren niet alleen natuur, maar ook landschap, landbouw, cultuurhistorie en biodiversiteit. Denk aan investeringen in meer ruimte om water vast te houden door ander (landbouwkundig) gebruik. We gaan werk met werk maken, koppelen doelen en stapelen middelen. Om de koppelingen tussen deze en andere dossiers goed te leggen, is het noodzakelijk om ontwikkelingen en sleutelfiguren op ambtelijk, management en bestuurlijk niveau in beeld te hebben: lokaal, regionaal en nationaal. Een goed overzicht hiervan werken we de komende tijd nader uit. Grensoverschrijdende samenwerking Meer dan de helft van het stroomgebied van de beken in de Achterhoek, zoals de Berkel, ligt in Duitsland.
We kennen al grensoverschrijdende initiatieven, zoals het Interregproject Waterrobuuste Steden; in de veldwerkplaats rond Zutphen wordt samengewerkt met de Duitse steden Bocholt en Münster. Gezien de ligging van de Achterhoek en de onderlinge relaties hechten wij belang aan verdergaande grensoverschrijdende samenwerking. Financieel Doel is om financiële middelen in de Achterhoek te bundelen. O.m. door investeringen van het Deltaplan Zoetwater Oost-Nederland, Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, regionaal waterplan en waterbeheerprogramma expliciet inhoudelijk samenhangend te maken, vanuit prioritering in het uit te werken uitvoeringsprogramma droogte Achterhoek. Daarnaast bundelen we middelen en inzet van menskracht met andere ambities, waaronder landbouwtransitie, natuurrealisatie en stikstof. Gezamenlijke investeringen die nu al plaatsvinden: • Gemeenten, provincie en waterschap hebben voor de periode 2022 – 2028 een investeringsbereidheid van 40 á 50 mln. in klimaatmaatregelen via de Deltaprogramma’s Zoetwater en Ruimtelijke Adaptatie. Daar komen de investeringen vanuit de agrarische sector, natuurorganisaties en drinkwaterbedrijf Vitens nog eens bij. Dit is exclusief middelen voor stikstof, landbouwtransitie en natuur. • Rijk, provincie, waterschap en gemeenten zetten in het kader van het Interbestuurlijk Programma (IBP) Vitaal Platteland voor o.m.
de Baakse Beek (een van de gebiedsveldwerkplaatsen) middelen in. • In combinatie met de aanpak van natuur en stikstof en andere gebiedsgerichte initiatieven zorgen we zo voor een krachtige sturing ook op de financiële motor voor de veerkracht van het gebied. Sturing geven op de raakvlakken en samenwerking (tafels) Om samen regie te voeren op de samenwerking in het gebied hebben we op dit moment drie bestuurlijke lagen die we met elkaar verbinden: 1. Bestuurlijk kernteam met Joost van Oostrum, Peter van ’t Hoog en Hein Pieper. Zij zijn de bestuurlijke boegbeelden, trekkers. 2. De groep bestuurders die drie keer bijeen is geweest, twee keer live en één keer digitaal in 2020. Met deze groep komen we opnieuw bij elkaar begin november 2020, in het voorjaar van 2021 en najaar van 2021. Drie momenten om de voortgang te bespreken. 11
3. De drie bestaande Achterhoekse gremia: Platform Landbouw Natuur Water, thematafel Circulaire Economie & Energietransitie en het Bestuurlijk overleg Water Achterhoek+: waarin we afstemmen, draagvlak houden en verdieping aanbrengen. We weten dat we meerdere jaren, vijf tot tien jaar, samen moeten werken om invulling te geven aan transities om het gebied klimaat robuuster te maken. We evalueren als partners het komend jaar hoe bestuurlijke tafels elkaar aanvullen, en welke vorm van gezamenlijke regie op de lange termijn handig is om een samenhangende aanpak in de beleidsontwikkeling en uitvoering te borgen.
12
4.
Organisatie van de aanpak en vervolg
Overall -aansturing bestuurlijk Het bestuurlijk kernteam van Joost van Oostrum, Peter van ’t Hoog en Hein Pieper vraagt de brede bestuurlijke groep rond Droogte Achterhoek die al drie keer bij elkaar is gekomen en stappen heeft gezet in het proces naar dit plan toe (zie bijlage 3, laatste pagina voor deelnemers) om gezamenlijk richting te geven aan de uitvoering van deze aanpak. Deze groep monitort: zitten we op de juiste weg, op het goede spoor? Namens deze groep vervullen Joost van Oostrum, Peter van ’t Hoog en Hein Pieper, als bestuurlijk kernteam, de rol van bestuurlijk opdrachtgever. Mijlpalen • Oktober 2020: gezamenlijk bestuurlijk commitment op voorliggend programmaplan. • Eind 2020: bestuurlijk commitment op de drie lopende bestuurlijke gremia en betrokken bestuurders tot nu toe voor de aanpak, inclusief verdeling taken en middelen (bijlage 1). • Voor de zomer 2021: commitment op eerste versie (0.8) concept uitvoeringsprogramma. • Najaar 2021: ondertekende meerjarenovereenkomst en uitvoeringsprogramma. Overall-aansturing ambtelijk Er zal vanaf november 2020 tot en met (vooralsnog minimaal) eind 2021 een team komen voor de ontwikkeling van de sporen en de samenhang ertussen.
Continuïteit en versterking van een dergelijk team in de vorm van een bij de aanpak horende en nader te ontwikkelen programmaorganisatie is nodig om er zeker van te zijn dat de aanpak en de sporen ook daadwerkelijk (in samenhang) tot wasdom komen. Hierbij is het idee dat elke bestuurlijk opdrachtgever ook aanspreekpunt en opdrachtgever is voor een concreet spoor, in samenhang met de andere(n). Dit wordt eind 2020 verder geconcretiseerd. De uitvoering van de concrete taken en maatregelen doen organisaties zelf. De aanpak en de sporen kunnen niet puur op routine of op basis van eerdere ervaringen georganiseerd worden. De wil en wens is om hierin vernieuwing te willen & kunnen organiseren. In de overall-aansturing is het wenselijk dat er expliciet gestuurd wordt op gewenste ‘nieuwe’ leiderschapskwaliteiten. De moed-spier is nodig. Verbinding tussen de sporen moet worden bewaakt en versterkt. Er zijn feedbackloops te organiseren: van lessons learned naar actie. Dit vereist het faciliteren en activeren van leertijd en leervormen. Monitoring Monitoring zal plaatsvinden op de voortgang per spoor in relatie tot de totale ambitie. (Dit werken we eind 2020 nader uit.) Daarnaast zal er monitoring zijn op de sturing op mogelijke financieringskoppelingen, op inzet van capaciteit en op gewenst leervermogen en bijbehorend gedrag.
We staan stil bij de voortgang qua opwaartse dynamiek in de gehele samenwerking rond de sporen en het gebruik van tijd, tafels en taal erbij. Gewenst gedrag Een paar sleutelbegrippen bij gewenst gedrag van de betrokkenen: • Oog voor complexiteit; het ís ingewikkeld. • Oog voor urgentie: de toekomst begint vandaag. • Wens om samen ergens verantwoordelijk te zijn; niet afschuiven of afwachten. • Zeker in gebiedsveldwerkplaatsen; bereidheid tot leren en experimenteren. Kunnen ontspannen in het ‘niet weten’.
13
Communicatie Met de woordvoerders van de medeoverheden, natuurorganisaties en landbouwpartijen zal met nadruk een heldere communicatiestrategie en kalender worden uitgewerkt om gezamenlijke communicatie momenten beter dan nu te voorzien en te benutten. Om vragen uit de media gezamenlijk te beantwoorden en met een nauwe samenwerking met bv Vitens en andere partijen. Noodzakelijke lobbyactiviteiten worden onderling bepaald, gedeeld en besproken. Bestuurlijke stappen Gezamenlijk commitment uitspreken voor de gevraagde inzet (oktober 2020) tot en met handtekeningen onder een (voortschrijdend meerjaren) uitvoeringsprogramma (medio/ eind 2021). En de scope van de looptijd die we voor ons zien: minimaal 10 – 12 jaar, met elke vier jaar een evaluatiemoment en nieuwe handtekeningen.
14
BIJLAGE 1 Achtergrond: verkenning Droogte Achterhoek Verkenning Achterhoek Aan deze gezamenlijke gebiedsaanpak ligt een verkenning van het vraagstuk ten grondslag met collega's bij Waterschap Rijn en IJssel, Natuurmonumenten, Vitens, LTO Noord, tien gemeenten, Provincie Gelderland. Reflecties van o.m. Wing, Wageningen Environmental Research en de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, NSOB hebben daarbij ook een rol gehad. Op basis van o.m. consulatie van ambtelijke stakeholders in het gebied in 2019-2020, bijeenkomsten en een uitgebreide evaluatie van plannen en initiatieven in het gebied is deze integrale en gezamenlijke doen-, denken droomaanpak in het gebied tot stand gebracht. In de verkenning droogte Achterhoek (juli 2020) is geconstateerd dat er vele nuttige, waardevolle programma’s en projecten bezig zijn die gericht zijn op het kunnen omgaan met de gevolgen van droogte. Een zorgelijke constatering is dat het totaal van deze acties niet zal leiden tot een ‘klimaatadaptieve Achterhoek’. Er moet dus meer gebeuren en de dingen die we doen, moeten we anders aanpakken De volgende zaken zijn hierbij genoemd als van belang voor een aanpak droogte: • De landbouwsector en bedrijven in de sector zijn cruciaal; • In het gebied komen ontwikkelingen en opgaven bij elkaar zoals klimaatopgave, stikstofproblematiek, energietransitie.
Het is noodzakelijk om al deze actuele ontwikkelingen op diverse manieren te verbinden; • Er is behoefte aan meer (gezamenlijke) regie op de veelheid aan initiatieven in de Achterhoek; • Er is veel energie, draagkracht voor innovaties bij de mensen, de Achterhoek kan bouwen op veel bijzondere tradities, een eigen identiteit en taal.
15
BIJLAGE 2 Raakvlakken andere dossiers & investeringen in gebied Deze bijlage zal in 2020 en 2021 een dynamische en nadere uitwerking krijgen. Regionale energietransitie (RES) Dit najaar 2020 zijn er bijeenkomsten vanuit de regionale energiestrategieën (RES) om koppelkansen vanuit energie (met dus o.m. droogte) te signaleren en qua locatie te duiden. Deelgebieden hiervoor zijn nader te bepalen. Kansen liggen in de sfeer van meervoudig ruimtegebruik; opstellingen van m.n. zon of zelfs wind gecombineerd met vasthouden of bergen van water. Uitwerken kansen kan ook in 2021. Ambtelijk trekker Achterhoek: Frank Duenk. Bestuurlijk trekker: PM Biodiversiteit en stikstof Droogte staat symbool voor de transitie die nodig is in het waterbodemsysteem. Dit systeem heeft ook te kampen met wateroverlast en met onvoldoende vitaliteit (bodemstructuur en bodemleven). Deze ‘transitie’ ligt dan ook heel dicht aan tegen de ‘landbouwtransitie’ die gericht is op verduurzaming van de landbouw/voedselproductie. Het is van groot belang dat de aanpak van droogte in nauwe afstemming met de aanpak van stikstof wordt vormgegeven.
De fysieke scope van droogte is in essentie breder dan stikstof; als de stikstofaanpak zich in smallere zin richt op verminderde emissie richting Natura 2000 gebieden en herstel van deze Natura 2000 gebieden, zal dit zonder meer betekenen dat er op lange termijn nieuwe stikstof opgaven komen. Droogte zorgt voor grotere emissie van stikstof. Door de droogte groeiden gewassen minder, waardoor ze minder stikstof opnemen. Om dit structureel aan te pakken en op te lossen zijn er meer hydrologische (herstel)maatregelen nodig en meer robuuste natuurgebieden. Een kritische blik op de voorgenomen maatregelen en hun bereik is dan ook voortdurend nodig om er zeker van te zijn dat ook daadwerkelijk systeemherstel wordt gerealiseerd. Alleen systeemherstel zal structureel tot effecten voor robuuste natuur en stikstof leiden. Ambtelijk trekker Achterhoek: Gert-Jan van Vliet. Bestuurlijk trekker: Ted Kok Agrifood Voor de agrifood-sector is het doel het vernieuwen, verduurzamen van de hele keten en vernieuwde verdienmodellen en waardevermeerdering. Ruim de helft van de oppervlakte van Gelderland bestaat uit landbouwgronden met agrarische bedrijvigheid. De rol en meerwaarde van de overheden hierbij zien we hierbij op een aantal vlakken: • We initiëren of ondersteunen gebiedsprocessen en ontwikkelplannen voor bedrijven. • We stimuleren innovaties en het gebruik van Europese subsidies.
• We werken met actief grondbeleid t.b.v. ruilverkavelingen. • We sluiten convenanten met (keten)partijen voor een duurzaam verdienmodel. • We zijn mede (lobby)partner voor waar regelgeving belemmerend werkt. Ambtelijk trekker Achterhoek: PM. Bestuurlijk trekker: PM Andere onderwerpen: nog verder uitwerken • Strategische grondwateragenda • Prioritering verdeling drinkwater bij schaarste n.a.v. onderzoek Beleidstafel Droogte • Strategische voorraden drinkwater voor lange termijn (ASV) • Gebiedsagenda Achterhoek • Pilot landelijk gebied NOVI • Gebiedsagenda Oost • Deltaplan Zoetwater Oost-Nederland • Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (RAS) • …
16
BIJLAGE 3 Bestuurlijke samenwerking, overzicht deelnemers
17
18
19
Het proces naar een programmaplan over droogte WIE: Provincie, gemeenten, waterschap, LTO-Noord, natuurmonumenten, regio Achterhoek, Vitens AANLEIDING: bestuurlijk gedeelde urgentie over toekomstige weersextremen (bijeenkomst 24 september in De Wildenborch)
Wie van jullie is al op de hoogte?
• Wie kent het niet?
De opdracht met als deadline de bestuurlijke bijeenkomst van 23 april • Niet alleen droogte maar “beter omgaan met weersextremen” • Gezamenlijk beeld van: o Speelveld in de Achterhoek: wat kan en wil elke partij? o De opgave: waar zijn we het over eens of oneens? (wat is de bril waarmee we elk de opgave zien, wat zijn de beelden van wat er al aan oplossingen loopt, waarvoor hebben we elkaar nodig om verder te komen) o Oplossingsrichtingen:
Kort samengevat: maak een goede analyse en een advies dat inzicht geeft in 1. 2. 3.
aard en inhoud van een gemeenschappelijke agenda; inhoudelijke bouwstenen die nodig zijn om de agenda tot uitvoering te brengen; stappen (wie doet wat) in de tijd om de uitvoering van de agenda verder te brengen.
Vervolg opdracht: werk een en ander uit in een programmaplan
Wij hebben een opdracht Wij zijn: • Bestuurlijk: Peter van ‘t Hoog, Joost van Oostrum en Hein Pieper • Management: Wim Athmer, Fred van de Ward en Gert Jan van Vliet • Kernteam: Ronald van Ark, Natasha Groot, Jaap Ruiter en Aad Visser, • Wergroep: Ronald van Ark (waterschap Rijn en IJssel), Bas Berends (gemeente Doetinchem), Ingrid Canter-Cremers (Vitens) Joke Emaus (8HK Ambassadeurs) , Natasha Groot (provincie Gelderland) Hille Kraak (LTO-Noord), Michiel Schaap (Natuurmonumenten)en Aad Visser (Achterhoek+) en nog veel meer verschillende soorten mensen die aan het programmaplan hebben bijgedragen tijdens de 2-daagse op 3 en 4 september
Wat we gedaan hebben • Facts & figures rondom droogte • Overzicht brengen in vele initiatieven die nu lopen. Wat doen ze, wie bereiken ze, welke tijdshorizonnen hebben ze, effecten • Een analyse van het NSOB over de governance: hoe benut en bereik je als partijen de broodnodige interactieve netwerken die gewenste bewegingen mogelijk maken? • WING/WUR visualisatie van een drietal toekomst-scenarios • Waardevolle onderlinge discussie en delen van beelden, het zien van het perspectief van de ander, het uitspreken van de wens integraler te werken
• EN………. Het gaat natuurlijk niet alleen over droogte maar over aanpassen aan toenemende weersextremen • Programmaplan maken
De lopende initiatieven in beeld
Heel interessant moment in het proces Komen we met deze 50 initiatieven op het juiste niv eau van impact? Wie
Ieder voor zich
Collectief
Vitens
Ja. Voldoen aan wettelijke taak (NB: met medewerking pr ovincie.
Nee , we realiseren collectief niet de opgave om op een klimaatbestendige te zorgen voor voldoende drinkwater.
Nee , biodiversiteit neemt zichtbaar af. Risico: soorte n verdwijnen. Samenwerking met
Nee , we doen collectief onvoldoende met het huidige te mpo. Bezorgdheid om het tempo,
Duitsland te smal: we zijn afhankelijk van onze Oos terburen.
zelfs als het gaat om maatregelen van niveau 1 (bra nden blussen).
LTO Noord
Ieder doet zo veel mogelijk, maar het is wel zoeken naar waar naartoe en waarom.
Nee , we ‘blussen branden’ maar bouwen niet samen aan e en duurzaam systeem.
Waterschap Rijn en IJssel
Ja goede dingen met wat haalbaar is. Visieontwikkeling door te doen, leren en
Ja, het staat bij alle organisaties op de agenda. We doen voldoende. Nog wel richten op inhoud
experimenteren in klimaatpilots. Branden blussen be langrijk voor bewustwording.
en organisatie. Geen blauwdruk, want dat werkt in d eze context niet of werkt averechts.
Ja. Achterhoek is een klein gebied in het perspectief van de wereld. Iedereen werkt
Ja. Bestuurlijk is wat we doen het meest haalbaar.
Natuur-monumenten
Gemeente Doetinchem
hard. Er vinden veel gesprekken en analyses plaats.
Samenwerking 10 gemeenten
Ja, we doen de goede dingen. Achterhoek is t.o.v. de wereld maar een klein gebied.
Achterhoek+
Ja, we gaan schades oplopen, ellende incasseren. We z ullen uitvinden hoe we daar mee omgaan.
Regio Achterhoek
Ja, we voeren ieder elkaars taken goed uit.
Nee , collectief meer samenhang en regie nodig, meer st uring en afstemming. Hoe is een vraag.
Provincie Gelderland
Nee , er is onvoldoende zicht op uitvoering. Onzeker wa t en wie nodig is om de plannen
Nee , de waarde van de gezamenlijke plannen geeft onvol doende beeld bij de relatie tussen de
tot uitvoering te laten komen en wanneer er welke r esultaten zijn.
tijdsinzet van de plannen, en er is geen gezamenlij ke richting om initiatieven te ijken.
Nog een interessante constatering • Mijn eigen foute aanname: • Iedereen zal toch zo langzaamaan wel weten dat we als waterschappen en gemeenten heel druk zijn met het Deltaprogramma en dat we schouder aan schouder toewerken naar een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van het gebied in 2050 en dat dat heel belangrijk is!!!!!
• Iedereen werkt en oordeelt vooral nog vanuit zijn eigen perspectief (50-60 initiatieven) • Des te belangrijker om met elkaar in gesprek te zijn • Stap voor stap toewerken naar een gezamenlijke/ integrale koers
NSOB: verdeel(de) verantwoordelijkheid • Heel theoretisch en ongelooflijk waardevol! Erg de moeite waard. • De uitdagingen van taal, tijd en tafel • De voorwaarden zijn er in de Achterhoek om samen werk te maken van……! • Dat is niet voldoende, dynamiek kan opwaarts, spiraal kan ook neerwaarts
Er zijn in het gebied ook andere dingen belangrijk naast droogte • Het traject gaat plotseling niet alleen meer om droogte, weersextremen en het DPRA. • Er zijn in het gebied ook andere dossiers die ruimte vragen, belangrijk zijn in de mindset van mensen, die mogelijk concurrerend zijn qua inzet en middelen en misschien kunnen ze elkaar ook versterken • Verbinding is noodzakelijk met “De andere dossiers” en hun taal, tijd en tafels ( Stikstof, Regionale Energie Strategie, de transitie landelijk gebied)
WING WUR: Een klimaatrobuuste Achterhoek 3 verhalen uit 2120 • De productieve achterhoek • Natuurlijk! Achterhoek • Metropool Achterhoek
• 3 mooie platen met toelichting om naar te kijken en om over na te denken! • Heel interessant ook om de verschillende perspectieven in het gesprek over de scenario’s te mogen aanschouwen
De productieve Achterhoek
Natuurlijk! Achterhoek
Metropool Achterhoek
23 april: de resultaten van de verkenning droogte worden gepresenteerd aan de bestuurders • Verhalen gepresenteerd! Goed gediscussieerd! • Bestuurders delen de urgentie op het onderwerp en herkennen de conclusies van het NSOB • Het gaat om fundamentele vragen, nieuwe problematiek en dat past niet in ons referentiekader • Hoe zorgen we dat we deze ruimtelijke vragen integraal aanpakken? • Waarschijnlijk moeten we ons anders organiseren en dat moeten we samen doen….. • Niet alleen in de Achterhoek maar ook verbinding met het Rijk • Tussen de bestuurders is iets ontstaan, dat moet je niet iemand horen vertellen, dat moet je dat meemaken….
Bestuurlijke afsluiting van fase van verkenning op 2 juli
Dit zijn de eerste contouren
Sfeer tijdens bestuurlijke afsluiting? • “We moeten het momentum/ het urgentiebesef benutten en we willen niet dat we volgend jaar weer met een mond vol tanden staan als het vierde droge jaar op rij zich aan dient” • Alle betrokken partijen zeggen inzet toe voor een gezamenlijke meerjarige vervolgaanpak
En dat is het programmaplan droogte geworden
De ambitie • De ambitie is de veerkracht in de Achterhoek vergroten en in de toekomst beter bestand zijn tegen grillige weersomstandigheden: ‘nat en droog’. Dit vraagt een transitie in het gebruik en de inrichting van het gebied. Dat vraagt een transitie in ons denken en doen, onze manier van samenwerken. Beide vragen een lange adem
De aanpak in vier sporen
En ook……. Samen regie op samenwerken in het gebied • Droogte raakt veel thema’s. Als partners streven we naar meer gezamenlijke regie op initiatieven voor landbouwtransitie, natuurontwikkeling, biodiversiteit en stikstof. • Grensoverschrijdend samenwerken (doen we al) • Middelen en menskracht bundelen: DeltaplanZoetwater Oost-Nederland, Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie regionaal waterplan en waterbeheer-programma expliciet inhoudelijk samenhangend maken. Daarnaast bundelen we middelen en inzet van menskracht met andere ambities, waaronder landbouwtransitie, natuurrealisatie en stikstof. • De bestaande bestuurlijke gremia blijven we benutten en we weten dat we meerjarig met elkaar optrekken en daarom evalueren we als partners het komend jaar hoe bestuurlijke tafels elkaar aanvullen, en welke vorm van gezamenlijke regie op de lange termijn handig is om een samenhangende aanpak in de beleidsontwikkeling en uitvoering te borgen.
Vervolgtraject • Nu bestuurlijk commitment ophalen voor het programmaplan! • Bij alle partijen! • Dus ook bij gemeenten, collegevoorstel is in de maak, middelenparagraaf wordt opgesteld door het managersoverleg Achterhoek+. Er wordt gemikt op een collegebesluit in de eerste helft van november
Een klimaatrobuuste Achterhoek 3 verhalen uit 2120
Afbeelding: Pixabay
Colofon In opdracht van Provincie Gelderland Natasha Groot-Braaksma Tel: 026 359 8446 | 06 5280 2032 E-mail: n.groot@gelderland.nl In samenwerking met Marjolein Sterk (WUR) Natasha de Sena (WUR) Tel: (+31) 06 285 78 651 Tel: +31317485405 marjolein.sterk@wur.nl natasha.desena@wur.nl Ytsen Deelstra (Wing) Ties Blaauw (Wing) Tel: 0621240531 Tel: 0631967413 Ytsen.deelstra@wing.nl ties.blaauw@wing.nl
Verhaallijnen Achterhoek Geïnspireerd op de kaart ‘Nederland in 2120’ (Wageningen University & Research) zijn voor de Achterhoek 3 verhaallijnen uitgewerkt: Productieve Achterhoek, Metropool Achterhoek en Natuurlijk Achterhoek. Dit is gedaan aan de hand van de 4 thema’s landbouw, natuur, bodem en water. De keuze voor deze thema’s betekent overigens niet dat andere thema’s zoals cultuur of recreatie minder belangrijk zijn. De verhaallijnen verschillen van elkaar wat betreft de klimaatrobuustheid op de korte en lange termijn. Verhaallijn Productieve Achterhoek vertelt hoe de 4 thema’s zich verder ontwikkelen bij de huidige klimaatscenario’s van het KNMI. De verhaallijnen Metropool Achterhoek en Natuurlijk Achterhoek omschrijven toekomstbeelden waarin gewerkt is aan een duurzamere en klimaatrobuustere inrichting van de 4 thema’s in de Achterhoek.