02 Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Tekst van het document
Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning Driejarig onderzoek naar de budgetten voor de ondersteuning van gemeenteraden en provinciale staten.
Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning Driejarig onderzoek naar de budgetten voor de ondersteuning van gemeenteraden en provinciale staten.
Versie: v1.0 Datum: april 2024
Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning Driejarig onderzoek naar de budgetten voor de ondersteuning van gemeenteraden en provinciale staten.
Sira Consulting april 2024
Auteurs Peter Bex Lieneke Beukers Stefan Prij
Sira Consulting B.V. is inhoudelijk verantwoordelijk voor deze rapportage. De in deze rapportage opgenomen teksten en onderzoeksresultaten mogen uitsluitend worden gebruikt als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldiging en/of openbaarmaking in welke vorm ook, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van Sira Consulting B.V. Sira Consulting B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
Inhoud Managementsamenvatting
5
1
Inleiding
7
2
Definities en afbakening
10
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Ondersteuningsvormen en (budget)componenten Rekenkamer(functie) Griffie Fractieondersteuning Enquêterecht
10 11 12 13 14
3
Dataverzameling en weergave
15
3.1 3.2 3.3
Dataverzameling Huidige dataset en weergave inzichten Online dashboard
15 15 16
4
Raadsondersteuning: een eerste kwantitatieve weergave van de data 18
4.1 4.2 4.3 4.4
Rekenkamer(functie) Griffie Fractieondersteuning Enquêterecht
5
Statenondersteuning: een eerste kwantitatieve weergave van de data 31
5.1 5.2 5.3 5.4
Rekenkamer Griffie Fractieondersteuning Enquêterecht
31 33 34 34
6
Bevindingen tot nu toe
35
7
Aandachtspunten bij het vervolg
37
I
Bijlage – Projectaanpak deel 1
38
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
19 24 27 30
Pagina 4
Managementsamenvatting Gemeenteraden en Provinciale Staten vervullen een belangrijke rol als het gaat om volksvertegenwoordiging, kaderstelling en controle, binnen het duale stelsel. Een toereikende en adequate ondersteuning is van groot belang voor raden en staten om hun taken uit te voeren. In 2022 heeft toenmalig Kamerlid Strolenberg een motie ingediend over de ondersteuning door middel van gemeentelijk rekenkameronderzoek. Hij verzocht de regering om in beeld te brengen welk bedrag per inwoner per gemeente aan rekenkameronderzoek wordt besteed en om na te gaan welk bedrag toereikend zou zijn. Om deze motie te beantwoorden, is het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in 2023 het driejarige onderzoek “Zicht op raads- en statenondersteuning” gestart, in samenwerking met Sira Consulting. Het onderzoek is breder ingestoken dan alleen gemeentelijke rekenkameronderzoek en kijkt naar meerdere ondersteuningsvormen. Het onderzoek is voor het eerst uitgevoerd in 2023 en wordt herhaald in 2024 en 2025. Voorliggend tussenrapport gaat in op de eerste bevindingen en legt de basis voor het vervolgonderzoek de komende jaren. Om objectief vast te stellen hoe raads- en statenondersteuning is vormgegeven, is het essentieel dat heldere definities beschikbaar zijn.
Alleen dan is het mogelijk om data eenduidig en vergelijkbaar weer te geven voor beleidsanalyse en monitoring. In samenwerking met de Vereniging van Griffiers, Nederlandse Vereniging van Rekenkamers & Rekenkamercommissies (NVRR), Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, Statenlidnu, Vereniging van Gemeentesecretarissen (VGS) en experts op het gebied van raads- en statenondersteuning zijn deze definities bepaald en zijn er keuzes gemaakt die zorgen voor een eenduidige en zo eenvoudig mogelijke wijze van gegevensverzameling. In 2023 is een eerste gegevensuitvraag gedaan bij gemeenten en provincies via een vragenlijst. Hiermee werd inzichtelijk of en in welke mate het decentrale bestuur inzicht kan geven in de gevraagde (financiële) gegevens. Dit vooruitlopend op de ontwikkeling van een monitor. Aan deze uitvraag heeft 54% van de gemeenten en 75% van de provincies deelgenomen. Tijdens de analyse van de ingevulde vragenlijsten is vast komen te staan dat gemeenten en provincies de gevraagde gegevens bijhouden in verschillende (financiële) systemen en/of brondocumenten en dat de (financiële) administratie van gemeenten en provincies niet naadloos aansluit op het gewenste niveau van data-uitvraag in dit onderzoek. Daarmee is het voor sommige gemeenten en provincies makkelijker aan te sluiten bij de uitgevraagde uitsplitsing van gegevens dan andere.
Deze constatering is belangrijk voor de vervolguitvragen en bij de ontwikkeling van de monitor. Om een eerste beeld te geven van de omvang van raads- en statenondersteuning, is de data geanalyseerd zoals deze door gemeenten en provincies zijn aangeleverd in de vragenlijsten. Vanwege de grote variatie in de aangeleverde gegevens worden deze eerste bevindingen met voorzichtigheid gebracht en moeten deze uitsluitend als indicatief worden gezien. De analyses zoals gepresenteerd in dit tussenrapport zijn vooral bedoeld als voorbeeld van het inzicht dat op termijn ontstaat in de omvang van de raads- en statenondersteuning. Raadsondersteuning Het totale budget voor raadsondersteuning (som van budgetten voor de griffie, de rekenkamer(functie), de fractieondersteuning en het enquêterecht) loopt uiteen van € 100.000 voor gemeenten tot 5.000 inwoners tot € 10.400.000 voor gemeenten vanaf 250.000 inwoners. Vertaald naar inwoners betekent dit bedragen uiteenlopend tussen € 10,00 en € 15,00 per inwoner. Het overall gemiddelde (alle deelnemende gemeenten gezamenlijk) is € 12,76 per inwoner.
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 5
Uitgesplitst naar ondersteuningsvorm gaat het om de volgende bedragen: ▪ Rekenkamer(functie): tussen € 0,88 en € 2,38 per inwoner. Het overall gemiddelde is € 1,31. ▪ Griffie: tussen € 8,22 en € 14,06 per inwoner. Het overall gemiddelde is € 9,97. ▪ Fractieondersteuning: tussen € 0,50 en € 3,71 per inwoner. Het overall gemiddelde is € 1,32. ▪ Enquêterecht: tussen € 0,00 en € 0,66 per inwoner. Het overall gemiddelde is € 0,16. Gekeken naar het budget voor raadsondersteuning als zijnde een percentage van het aandeel van het totaal beschikbare budget voor het bestuur van de gemeente ligt dit tussen de 12% en 23%. Van de 183 deelnemende gemeenten hebben 6 gemeenten het enquêterecht in de periode 2018 t/m 2022 toegepast. In 5 gemeenten is het enquêterecht 1 keer toegepast en in 1 gemeente is dit zelfs 3 keer voorgekomen. Totaal 11 gemeenten hebben een budget gereserveerd voor enquêterecht. De gereserveerde bedragen lopen uiteen van € 1.200 tot € 775.338. Statenondersteuning Van de 9 deelnemende provincies hadden 8 provincies een samenwerkingsvorm, alle op basis van een samenwerkingsverband dat is ingesteld op grond van de Provinciewet. Alleen de provincie Zeeland heeft geen afspraken gemaakt over samenwerking.
Het totale budget voor statenondersteuning (som van budgetten voor de griffie, de rekenkamer, de fractieondersteuning en het enquêterecht) loopt uiteen van € 1,7 miljoen tot € 6,5 miljoen. Vertaald naar inwoners betekent dit dat de bedragen uiteenlopen tussen € 0,99 en € 10,00 per inwoner. Het gemiddelde is € 2,68 per inwoner. Onderverdeeld per ondersteuningsvorm gaat het om de volgende bedragen: ▪ Rekenkamer: tussen € 0,13 en € 0,86 per inwoner. Het gemiddelde is € 0,28. ▪ Griffie: tussen € 0,58 en € 7,15 per inwoner. Het gemiddelde is € 1,83. ▪ Fractieondersteuning: tussen € 0,21 en € 2,16 per inwoner. Het gemiddelde is € 0,55. ▪ Enquêterecht: tussen € 0,00 en € 0,23 per inwoner. Het gemiddelde is € 0,01. Gekeken naar het budget voor statenondersteuning als zijnde een percentage van het aandeel van het totaal beschikbare budget voor het bestuur van de provincie ligt dit tussen de 10% en 70%. Van de 9 deelnemende provincies heeft alleen de provincie Limburg één keer het enquêterecht in de periode 2018 t/m 2022 toegepast. Totaal 2 provincies hebben budget gereserveerd voor enquêterecht. Vervolg Met heldere definities (voor gegevensuitvraag) en eerste bevindingen legt dit tussenrapport de basis voor meerjarige monitoring (en normstelling) van de budgetten.
In aanvulling hierop worden in de komende uitvragen in 2024 en 2025 naast de oorspronkelijke begrote budgetten ook de daadwerkelijk bestede budgetten in beeld gebracht en afgezet tegen elkaar. Om gemeenten en provincies beter te faciliteren, wordt in 2024 en 2025 de gegevensuitvraag verder geoptimaliseerd en gedigitaliseerd. Met herhaling van de gegevensuitvraag ontstaat op termijn een eenduidig beeld over de ingezette middelen voor raads- en statenondersteuning (in euro’s en fte). De omvang hiervan is een belangrijk startpunt voor de discussie over de werkzaamheden en taken die hiervoor worden uitgevoerd in relatie tot de ambities van deze raden en staten. Dat geeft een beeld over de toereikendheid van de beschikbaar gestelde budgetten. En in vervolg hierop: de impact die raden en staten hebben met de ingezette middelen.
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 6
1 Inleiding Voorgeschiedenis en aanleiding Voor de kwaliteit van de democratische besluitvorming is het belangrijk dat gemeenteraden en provinciale staten voldoende zijn toegerust om hun taken adequaat te vervullen. Hierbij is het van groot belang dat zij investeren in en gebruikmaken van de beschikbare ondersteuning. Ten behoeve van de beleidsontwikkeling ter versterking van deze ondersteuning zijn het afgelopen decennium meerdere onderzoeken uitgevoerd. Deze zijn gericht op verschillende doelgroepen en verschillend in omvang. Daarnaast zijn in deze onderzoeken verschillende definities gehanteerd en wordt bij de financiële gegevens afwisselend gebruik gemaakt van begrote budgetten en bestede budgetten. In onderstaand tekstkader zijn een aantal relevante onderzoeken opgenomen. Tekstkader 1. Tijdlijn onderzoeken raads- en statenondersteuning
▪ In 2015 heeft adviesbureau Berenschot een kwantitatief onderzoek uitgevoerd naar de budgetten, organisatie en samenwerking van gemeentelijke rekenkamer(functie)s op basis van een enquête onder griffiers in alle gemeenten.1 De enquête is volledig ingevuld door 277 van de 393 aangeschreven griffiers. Daarnaast hebben 24 griffiers de enquête gedeeltelijk ingevuld. ▪ In 2016 heeft De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden een onderzoek uitgevoerd naar het “Zelfstandig Raadsbudget”2 om zo een bijdrage te leveren aan de bewustwording van de raad over de eigen rol en positie en over het belang van ondersteuning en opleiding voor de raad als hoogste bestuursorgaan van de gemeente. ▪ In 2019 heeft de Werkgroep lokale rekenkamers een beeld geschetst van het functioneren van rekenkamers aan de hand van gesprekken met 37 gemeenten. Het rapport van de werkgroep3 gaf geen landelijk dekkend beeld over het functioneren van lokale rekenkamers, maar toonde volgens de regering wel aan dat er gemeenten waren zonder (actieve) rekenkamer(functie).
De voormalige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft naar aanleiding daarvan aangegeven het landelijke beeld ten aanzien van het functioneren van lokale rekenkamers te vervolmaken.4 ▪ Vervolgens heeft Zicht Op Overheid (ZOO) in 2020 een nieuw onderzoek uitgevoerd naar de staat van de rekenkamer(functie) in alle gemeenten.5 Het onderzoek is uitgevoerd op basis van openbare bronnen, aangevuld met kort telefonisch contact met ongeveer 60 gemeenten. In het onderzoek is een dashboard opgesteld dat in één oogopslag en op hoofdlijnen weergeeft wat de ‘stand van het land’ is inzake rekenkamers. De weergegeven data heeft betrekking op de organisatie en samenstelling van de rekenkamer(functie), mate van rekenkameronderzoek en activiteit van de rekenkamer(functie) en het totaalbudget van de rekenkamer(functie).
1 Berenschot, Onderzoek naar budgetten en samenwerking van gemeentelijke rekenkamers en rekenkamercommissies, 12 juni 2015. 2 NVvR, zelfstandig_raadsbudget.pdf (raadsleden.nl), maart 2016 3 Werkgroep lokale rekenkamers, Stand van zaken m.b.t. lokale rekenkamers, obv een landelijke gespreksronde, 16 april 2019. 4 Aanhangsel Handelingen II, 2018/19, nr. 3065. 5 Zicht Op Overheid, Zicht op rekenkamers met bijbehorend dashboard, oktober 2020.
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 7
▪ Eind 2020 concludeerde de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) dat de ondersteuning van raden en staten voor verbetering vatbaar is. De ROB adviseerde daarbij om vast te stellen aan welke normen rekenkamers – en eigenlijk ook andere vormen van ondersteuning – moeten voldoen ten behoeve van voldoende budget.6 De Raad adviseerde ook om duidelijk aan te geven hoeveel geld beschikbaar is voor ondersteuning van decentrale volksvertegenwoordigingen. Die herkenbaarheid kan in de praktijk dienen als een soort impliciete bestedingsnorm. ▪ In 2022 heeft BureauMB een benchmarkrapport opgesteld over de organisatie van raadsgriffies.7 Hierbij is in eerste instantie een benchmark uitgevoerd naar de inrichting van raadsgriffies van 34 gemeenten. Vervolgens zijn alle gemeenten in de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg aangeschreven, hetgeen leidde tot een respons van bijna 80%. ▪ Later in 2022 heeft adviesbureau PBLQ de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers & Rekenkamercommissies (NVRR) ondersteund bij het DoeMee-onderzoek over de ondersteuning van de volksvertegenwoordiging in het decentraal bestuur.8 In het onderzoek is bruikbare data verstrekt door rekenkamer(functie)s van 70 gemeenten, 6 provincies en 6 waterschappen. De dataverzameling heeft plaatsgevonden op basis van een vragenlijst en korte verdiepende gesprekken met vrijwel alle deelnemende overheden.
De data heeft betrekking op de griffie, de rekenkamer(functie), fractieondersteuning en diverse mogelijkheden voor de versterking van de informatiepositie van de volksvertegenwoordiging.
In 2022 heeft toenmalig Kamerlid Strolenberg een motie ingediend over de ondersteuning door middel van gemeentelijk rekenkameronderzoek. Hij verzoekt de regering om in beeld te brengen welk bedrag per inwoner per gemeente aan rekenkameronderzoek wordt besteed en om na te gaan welk bedrag toereikend zou zijn.9 Om objectief vast te stellen hoe raads- en statenondersteuning is vormgegeven is het essentieel dat er heldere definities beschikbaar zijn. Alleen dan is het mogelijk om data eenduidig en vergelijkbaar weer te geven voor beleidsanalyse en monitoring. Het ministerie van BZK onderkent dat een toereikende en adequate ondersteuning voor raden en staten van groot belang is om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rollen te kunnen uitoefenen. De voormalige minister heeft haar beleidsinzet op dit gebied uiteengezet in een brief die op 4 september 2023 aan de Tweede Kamer is gestuurd.10 Hierin aankondigt zij aan de Kamer begin 2024 te informeren over de budgetten voor de verschillende vormen van ondersteuning van raden en staten. De minister zou samen met het decentraal bestuur en de beroeps- en belangenverenigingen bekijken hoe die budgetten zich verhouden tot een goede uitoefening van de verschillende ondersteuningsvormen.
Hiertoe voert het ministerie in samenwerking met Sira Consulting een driejarig onderzoek uit “Zicht op raads- en statenondersteuning”. Voorliggend tussenrapport gaat in op de eerste bevindingen en legt de basis voor het vervolgonderzoek de komende jaren. Doelstelling De centrale doelstellingen voor het driejarig onderzoek naar zicht op raads- en statenondersteuning zijn: 1. Het geven van inzicht in de verschillende vormen van raads- en statenondersteuning en de beschikbare budgetten van alle gemeenten en provincies door middel van een digitaal dashboard. 2. Het geven van een volledig kwantitatief beeld per ondersteuningsvorm bij gemeenten en provincies. 3. Het op basis van de verkregen inzichten geven van een advies dat bijdraagt aan het versterken van raden en staten en de ontwikkeling van beleid ter versterking van hun positie.
6 Raad voor het Openbaar Bestuur, Goede ondersteuning, sterke democratie., november 2020. 7 BureauMB, Raadsgriffies anno 2022: De toekomstbestendige lijn!, 30 april 2022. 8 PBLQ, De bevindingen uit het DoeMee-onderzoek 2022 in breder perspectief, 15 december 2022. 9 Kamerstukken II, 2021/22, 35 298, nr. 19. 10 Kamerstukken II, 2022/23, 36 200 VII, nr. 178.
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 8
Aanpak op hoofdlijnen: deel 1 van het driejarig onderzoek Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met een begeleidingscommissie. Samen met hen is zorgvuldig aandacht besteed aan het formuleren van de definities en afbakeningen. Vervolgens heeft op basis hiervan een eerste dataverzameling plaatsgevonden, met behulp van een vragenlijst die is verstuurd naar de griffiers van alle gemeenten en provincies. Aan deze uitvraag hebben 183 van de totaal 342 gemeenten deelgenomen en 9 van de 12 provincies. De data is vervolgens geanalyseerd en voorlopige inzichten zijn gedeeld met de begeleidingscommissie. Het resultaat hiervan is opgenomen in voorliggend tussenrapport. Hiermee is de basis gelegd voor het vervolg van het onderzoek de komende jaren. In bijlage I is een nadere beschrijving opgenomen van de projectaanpak en de samenstelling van de begeleidingscommissie. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de definities en afbakening, met onder andere een beschrijving van de verschillende ondersteuningsvormen. In hoofdstuk 3 is beschreven op welke wijze de verzameling en weergave van de data tijdens de eerste uitvraag heeft plaatsgevonden. Hoofdstuk 4 geeft een eerste inzicht in de data die de deelnemende gemeenten in 2023 beschikbaar hebben over raadsondersteuning.
Hierin zijn diverse analyses gemaakt die vooral als voorbeeld gezien moeten worden voor het kwantitatieve beeld wat in de komende jaren steeds vollediger wordt. Hoofdstuk 5 bevat voor provincies een vergelijkbaar inzicht in statenondersteuning. Tot slot worden de bevindingen tot nu toe en aandachtspunten bij het vervolg beschreven in hoofdstuk 6 en 7.
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 9
2 Definities en afbakening Voor een bruikbaar inzicht in raads- en statenondersteuning is het essentieel dat heldere definities beschikbaar zijn. Alleen dan is het mogelijk om data eenduidig en vergelijkbaar weer te geven voor beleidsanalyse en -monitoring. In samenspraak met de begeleidingscommissie en het ministerie zijn keuzes gemaakt die zorgen voor een eenduidige en zo eenvoudig mogelijke wijze van gegevensverzameling.
2.1
Ondersteuningsvormen en (budget)componenten Raads- en statenondersteuning zijn de (juridische) instrumenten die de raad en staten tot hun beschikking hebben om controlerende en kaderstellende taken uit te voeren. Deze ondersteuning heeft verschillende vormen. Hiervoor zijn bij de dualisering middelen beschikbaar gesteld in het algemene deel van het Gemeentefonds en het Provinciefonds.11 Deze bedragen ontwikkelen mee met de ontwikkeling van het accres (trap op-trap af-systematiek). De ontwikkeling van het aan de algemene uitkering toegevoegde bedrag kan niet meer separaat inzichtelijk worden gemaakt, omdat het bedrag onderdeel is geworden van het grotere geheel van de ondeelbare algemene uitkering en de stijging daarvan. Het gaat om vrij besteedbaar geld: gemeenten en provincies bepalen zelf hoeveel zij besteden aan raads- en statenondersteuning. Budgetten zijn opgebouwd uit bepaalde (budget)componenten, bijvoorbeeld de kosten voor onderzoek, loonkosten en kosten voor bedrijfsvoering. Om een eenduidig inzicht te krijgen in de hoogte van deze budgetten is het juiste niveau van uitsplitsing belangrijk. Deze moet gedetailleerd genoeg zijn om de data met elkaar te kunnen vergelijken. Bijvoorbeeld: bij uitvraag van het totaalbudget wil je weten of het budget volledig kan worden uitgegeven aan onderzoek of dat hieruit ook andere kosten moeten worden betaald.
Bij het juiste niveau van uitsplitsing is rekening gehouden met de balans tussen de volledigheid van kostenopbouw en de tijdsbesteding om deze informatie te achterhalen. Samen met de begeleidingscommissie is enerzijds een afweging gemaakt voor de uit te werken vormen van ondersteuning en anderzijds in de (budget)componenten die hierover relevante informatie bevatten. Deze zijn in onderstaande paragrafen in samenhang met elkaar beschreven. Het onderzoek richt zich op (i) de wettelijke ondersteuningsvormen, (ii) waarbij relevante componenten worden uitgevraagd, maar (iii) omwille van een proportionele balans tussen enerzijds complexiteit van de gegevensuitvraag en anderzijds inzicht en vergelijkbaarheid van gegevens geen nadere uitvraag gedaan naar eventuele overige vormen van ondersteuning. Dit heeft ertoe geleid dat enkele ondersteuningsvormen niet zijn opgenomen in het verdere onderzoek, zie tekstkader 1. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de verschillende ondersteuningsvormen. Tabel 1. Overzicht ondersteuningsvormen bij gemeenten en provincies
Ondersteuningsvorm Rekenkamer Rekenkamerfunctie (tot 1 januari 2024) Griffie Fractieondersteuning Enquêterecht Ambtelijke bijstand en ondersteuning Burgerleden in raadscommissies
Gemeenten
Provincie n.v.t.
11 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30902-15.html#v10.3
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 10
Tekstkader 2. Vormen van raads- en statenondersteuning niet opgenomen in de monitor.
Ambtelijke bijstand en ondersteuning Een raads- of statenlid kan een beroep doen op de ambtelijke organisatie als dat voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijk is. Het instrument is onder meer bedoeld voor ondersteuning bij het opstellen van moties, amendementen en schriftelijke vragen ten behoeve van werkzaamheden van de raad of staten. Deze vorm van ondersteuning is niet meegenomen in de opzet van de monitor omdat: ▪ Ambtelijke bijstand en ondersteuning vinden vaak plaats “om-niet” zonder toerekening van kosten: hiervoor wordt geput uit de reguliere capaciteit van de ambtelijke organisatie. ▪ Het aantal keer dat er bijstand wordt verleend, veelal niet wordt bijgehouden. Daarnaast zegt het aantal keer verleende bijstand niets over de omvang hiervan. Burgerleden in raadscommissies Ook wel bekend als: fractievolgers, duo-raadsleden, fractie-vertegenwoordigers, steunfractieleden, schaduwfractieleden, etc. Het zijn personen die de lokale fractie (politiek-inhoudelijk) ondersteunen binnen een commissie. Zij vertegenwoordigen de fractie onder andere bij werkbezoeken, in commissies en fractievergaderingen. De burgerleden hebben geen stembevoegdheid (zij zijn niet gekozen als raadslid) en nemen ook geen deel aan de raadsvergaderingen.
Deze vorm van ondersteuning is niet meegenomen in de opzet van de monitor omdat: ▪ Burgerleden in raadscommissies een wettelijk vastgestelde vergoeding ontvangen op basis van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
2.2
Rekenkamer(functie) Rekenkamers onderzoeken de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gevoerde beleid (art. 182 Gemeentewet en artikel 183 Provinciewet) van de gemeente of provincie. De rekenkamer is onafhankelijk en bepaalt zelf welk onderwerp zij wil (laten) onderzoeken. Raden en staten stellen in overleg met de rekenkamer de nodige middelen beschikbaar voor de uitoefening van diens werkzaamheden. Met de wet versterking decentrale rekenkamers dienen alle gemeenten, waterschappen12 en provincies per 1 januari 2024 over een onafhankelijke rekenkamer te beschikken. Dit kan zelfstandig of gezamenlijk met andere gemeenten, provincies of waterschappen. Bij de eerste gegevensuitvraag in 2023 is ook de uitvraag gedaan naar rekenkamerfuncties13. De taak van de rekenkamer en rekenkamerfuncties is hetzelfde, beide doen onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gevoerde beleid. Het belangrijkste verschil zit in de onafhankelijkheid. De onafhankelijkheid van de rekenkamer is in de wet verankerd. Raadsleden kunnen lid zijn van de rekenkamerfunctie, maar niet van de rekenkamer. Ten aanzien van de rekenkamer(functie) wordt inzicht gegeven in de volgende (budget)componenten: ▪ Organisatie van de rekenkamer(functie): - Rekenkamer of rekenkamer(functie).
Per 1 januari 2024 moeten gemeenten en provincies een onafhankelijke rekenkamer hebben.14 Tijdens de gegevensuitvraag in 2023 is het onderscheid tussen rekenkamer en rekenkamer(functie) nog relevant. - Actief of niet. Een rekenkamer is niet actief als er in de afgelopen twee jaar geen onderzoeken zijn uitgevoerd. - Aantal gepubliceerde onderzoeken in de afgelopen twee jaar.
12
Waterschappen zijn niet meegenomen in de monitor. Waterschappen zijn niet gedualiseerd en hebben geen griffier, fractieondersteuning en enquêterecht. Daarnaast ontvangen de waterschappen geen geld vanuit een fonds maar financieren zichzelf. 13 Een rekenkamerfunctie wordt in de praktijk vaak een rekenkamercommissie genoemd. 14 De facto hadden alle provincies voor deze datum al een rekenkamer.
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 11
-
Samenwerking. Van een structurele samenwerking is sprake als er afspraken zijn gemaakt en vastgelegd. Bijvoorbeeld op basis van Artikel 81l Gemeentewet, resp. artikel 79l Provinciewet, informeel samenwerkingsverband, zoals personele unie of een convenant. ▪ Omvang. Dit is gespecifieerd in aantallen en de aantallen fulltime equivalent (fte), uitgaande van een voltijdse werkweek van 36 uur per week. Gemeenten en provincies wordt gevraagd als volgt onderscheid te maken: - Interne leden van de rekenkamer(functie): in aantallen en het totaal aantal uren van alle interne leden gezamenlijk. Interne leden zijn (altijd) raadsleden die tevens lid zijn van de rekenkamerfunctie. - Externe leden van de rekenkamer(functie): in aantallen en het totaal aantal uren van alle externe leden gezamenlijk. Er is sprake van externe leden als zij van buiten de raad worden geworven en onafhankelijk en op basis van expertise opereren. - Medewerkers (niet-leden) van de rekenkamer(functie): in totaal fte. Niet-leden ondersteunen primair de rekenkamer(functie) maar zijn geen lid, zoals de secretaris en het stafbureau. In de praktijk komt het regelmatig voor dat medewerkers van de griffie ook werkzaamheden uitvoeren voor de rekenkamer(functie) of andersom.
Bij de eerste gegevensuitvraag is gevraagd om de fte van medewerkers niet dubbel te tellen, maar toe te rekenen óf bij de griffie óf de rekenkamer(functie), op basis van het zwaartepunt in uren. ▪ Budget. Naast het totale budget voor de rekenkamer(functie) wordt gevraagd naar de volgende budgetonderdelen: Loonkosten, vergoedingen en onderzoekskosten. Het totale budget (bedrag) dat is gereserveerd voor de gezamenlijke posten: loonkosten + kosten externe leden + onderzoek. Bij de hoogte van het onderzoeksbudget hoeft geen onderscheid gemaakt te worden tussen onderzoeken in eigen beheer en extern uit te voeren onderzoeken. Indien het voor de gemeente of provincies niet mogelijk is om een uitsplitsing te maken naar deze budgetonderdelen wordt gevraagd om een schatting te maken van het percentage van het totale budget dat wordt gebruikt voor de gezamenlijke posten: loonkosten + kosten externe leden + onderzoek. Overige kosten. Zie hiervoor de toelichting onder budget bij de ondersteuningsvorm griffie. Indexatie. Zijn er afspraken over jaarlijkse indexatie? Afspraken hierover zijn soms opgenomen in de verordening op de rekenkamer(functie).
2.3
Griffie De griffie staat de raad/staten, raads-/statenleden en de door de raad/staten ingestelde commissies terzijde in de uitoefening van hun functie. Aan het hoofd van de griffie staat de griffier. De griffier biedt ondersteuning aan raads-/statenleden bij hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taak. De griffier plant onder meer alle vergaderingen, zorgt voor een volledige en juiste informatievoorziening (zoals vergaderstukken) richting de raad/staten en adviseert over voorstellen, werkwijze en/of aanpak. De griffier is bij alle raads-/statenvergaderingen aanwezig om het verloop ervan te stroomlijnen en ondertekent alle officiële stukken. De griffier vervult daarmee de functie van secretaris tijdens de vergaderingen. De griffier verzorgt ook de voorlichting vanuit de raad/staten en bereidt hoorzittingen en werkbezoeken van de raad/staten voor.15 Ten aanzien van de griffie wordt inzicht verkregen in de volgende (budget)componenten: ▪ Omvang. Dit is gespecifieerd in aantallen en de aantallen fulltime equivalent (fte), uitgaande van een voltijdse werkweek van 36 uur per week. Gemeenten en provincies wordt gevraagd om zowel het aantal medewerkers als het aantal fte per functiesoort aan te geven, voor de volgende functiesoorten: - Griffier 15 Bron: Vereniging van Griffiers
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 12
- Raadsadviseur/commissiegriffier - Communicatie- en participatieadviseur - Griffiemedewerker ondersteunend personeel - Secretaris van de rekenkamer(functie) In de praktijk komt het regelmatig voor dat medewerkers van de griffie ook werkzaamheden uitvoeren voor de rekenkamer(functie) of andersom. Bij de eerste gegevensuitvraag is gevraagd om de fte van medewerkers niet dubbel te tellen, maar toe te rekenen óf bij de griffie óf de rekenkamer(functie), op basis van het zwaartepunt in uren. ▪ Budget. Naast het totale budget voor de griffie wordt gevraagd naar de volgende budgetonderdelen: - Loonkosten. Onder loonkosten wordt verstaan het totaal van verschillende onderdelen van personeelskosten, zoals lonen, sociale lasten, pensioenlasten en overige personeelskosten. - Overige kosten. Dit zijn ook wel generieke kosten of overheadskosten en beslaan in ieder geval de kosten voor bedrijfsvoering, ter ondersteuning van het primaire proces en huisvestingskosten.
Meer specifiek: o Kosten voor (ondersteuning van): financiën, ict, hr, communicatie, administratie en facilitaire dienstverlening; o Kosten voor de huisvesting: huur, servicekosten en energie/water; o Kosten voor opleiding: opleidingen en trainingen ten dienste van de kwaliteit van de raden en staten; o Diverse kosten, zoals: abonnementen/vakliteratuur, representatiekosten, contributies en bijdragen Indien het voor de gemeente of provincies niet mogelijk is om een uitsplitsing te maken naar deze budgetonderdelen wordt gevraagd om aan te geven of deze wel/niet in het totaalbudget van de griffie zijn opgenomen.
2.4
Fractieondersteuning Het recht op fractieondersteuning is ingevoerd met de wet op de dualisering om alle fracties afzonderlijk de mogelijkheid te bieden hun eigen inhoudelijke ondersteuning te organiseren, met het oog op een (meer) gelijke informatiepositie voor oppositie- en andere fracties. De raad verstrekt de financiële bijdrage om fracties te ondersteunen. Het bedrag bestaat meestal uit een vast bedrag per fractie en een variabel deel per raadszetel. Uit de praktijk blijkt dat er verschillende varianten bestaan om het budget voor fractieondersteuning te berekenen. In voorliggend tussenrapport is uitgegaan van de standaard variant (vast bedrag per fractie + bedrag per zetel). De wet verplicht gemeenten en provincies om een verordening op de fractieondersteuning vast te stellen met regels voor de besteding en de verantwoording van de fractieondersteuning. De VNG heeft een modelverordening vastgesteld. Bij de uitvraag van de fractieondersteuning zijn zoveel mogelijk relevante componenten uitgevraagd, maar omwille van een proportionele balans tussen enerzijds complexiteit van de gegevensuitvraag en anderzijds inzicht en vergelijkbaarheid van gegevens is geen nadere uitvraag gedaan naar eventuele overige vormen van ondersteuning van de raad. Ten aanzien van de fractieondersteuning wordt inzicht gegeven in de volgende (budget)componenten: ▪ Omvang.
Het aantal raadszetels in de gemeente of provincie. ▪ Budget. Naast het totale budget voor fractieondersteuning wordt gevraagd naar de volgende budgetonderdelen: - Budget voor opleidingen. Het gaat hierbij om opleidingen en trainingen ten dienste van de kwaliteit van de raden en staten. De vergoeding voor scholing van raads- en statenleden is vastgelegd in respectievelijk het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Bedrag per fractie. Bedrag per zetel.
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 13
Indexatie. Zijn er afspraken over jaarlijkse indexatie? Indien de berekeningswijze van de fractieondersteuning afwijkt van de standaard (vast bedrag per fractie + bedrag per zetel) wordt gevraagd aan te geven op welke wijze de berekening tot stand komt. Hierbij is bij de eerste gegevensuitvraag gebruik gemaakt van de informatie uit het vooronderzoek waarin de verschillende varianten zijn gereduceerd tot de volgende mogelijkheden: Er wordt uitsluitend gerekend met een bedrag per fractie. Er wordt uitsluitend gerekend met een bedrag per zetel. Er wordt gerekend met een bedrag per fractie en een bedrag per zetel. Echter, het bedrag per zetel vervalt voor zetels boven een bepaald maximum per fractie. Er wordt gerekend met een bedrag per fractie en een bedrag per zetel. Echter, het bedrag per zetel is lager voor zetels boven een bepaald maximum per fractie. Er wordt gerekend met een bedrag per fractie en een bedrag per zetel. Echter, het bedrag per fractie is (al dan niet via een rekenformule) afhankelijk van het aantal zetels van de fractie. Er wordt gerekend met een totaalbedrag dat aan een fractie beschikbaar wordt gesteld. Dit bedrag is (al dan niet via een rekenformule) afhankelijk van het aantal zetels van de fractie.
2.5
Enquêterecht Het lokale enquêterecht houdt in dat door een raad of staten onderzoek ingesteld kan worden naar een specifiek onderwerp, om op die manier het door het college gevoerde bestuur te controleren. Enquêterecht wordt lokaal niet vaak toegepast en derhalve worden vooraf hiervoor niet altijd budgetten gereserveerd. Wanneer er behoefte is aan een enquête, dan moet de raad toestemming vragen aan het college om daarvoor geld beschikbaar te stellen. Dat kan tot gevolg hebben dat het moeilijker wordt om een lokale enquête te houden.16 Ten aanzien van het enquêterecht wordt inzicht gegeven in de volgende (budget)componenten: ▪ Organisatie van het enquêterecht: Heeft de gemeente of provincie een verordening met nadere regels vastgesteld met betrekking tot onderzoek in het kader van het enquêterecht? Het gaat hierbij om de nadere regels zoals bedoeld in artikel 155a en verder van de Gemeentewet en artikel 151a en verder van de Provinciewet. ▪ Toepassing. Aantal keer dat het enquêterecht is toegepast in de laatste 5 jaar. Hierbij is tevens de status van de laatste toepassing in kaart gebracht aan de hand van de categorieën: moet nog starten, lopend, afgerond of onbekend. ▪ Budget. Het totale budget (bedrag) dat is gereserveerd voor enquêterecht.
16
I. de Haan, Functionele waarde van het lokale enquêterecht: Onderzoek naar waarheidsvinding met en proportioneel gebruik van het lokale enquêterecht ter versterking van de controlerende rol van de gemeenteraad (p. 213).
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 14
3 Dataverzameling en weergave 3.1
Dataverzameling Pilot Op basis van de vastgestelde ondersteuningsvormen is vervolgens een pilot uitgevoerd naar de (budget)componenten. De pilot is uitgevoerd bij 8 gemeenten van verschillende omvang en 2 provincies. In de pilot is getoetst in hoeverre de informatie: ▪ van toegevoegde waarde is voor het verkrijgen van zicht op de ondersteuningsvorm; ▪ vindbaar is via openbare bronnen; ▪ voldoende is uitgesplitst zodat het vergelijkbaar is. De belangrijkste conclusies uit de pilot waren: ▪ Beperk de geselecteerde (budget)componenten alleen tot diegene die een directe toegevoegde waarde hebben voor het vaststellen van de omvang van de ondersteuning die gemeenten en provincies beschikbaar stellen. Dit is verwerkt tot de (budget)componenten zoals opgenomen in hoofdstuk 2. ▪ Voor een aantal geselecteerde (budget)componenten is het niet mogelijk om vergelijkbare informatie aan te leveren. Posten op de begroting 2023 en in de aanvullende financiële documenten kunnen niet ver genoeg worden uitgesplitst om te achterhalen wat deze omvatten. ▪ Voor het merendeel van de gemeenten uit de pilot geldt dat op basis van de begroting 2023 niet is vast te stellen wat de hoogte is van de budgetten voor de rekenkamer(functie) en de griffie. Reden hiervoor is dat deze informatie alleen op het niveau “taakveld bestuur” is opgenomen.
Vragenlijst De uitkomsten van de pilot hebben ertoe geleid dat, in overleg met de begeleidingscommissie, is besloten tot een individuele uitvraag van de omvang van de ondersteuning bij gemeenten en provincies. Hiervoor is een vragenlijst opgesteld, zie bijlage I. Om gemeenten en provincies hierbij zoveel mogelijk te ontlasten zijn de vragenlijsten per gemeente en provincie ‘vooringevuld’ met informatie die beschikbaar was uit openbare bronnen. De vragenlijst is verstuurd naar de griffiers van alle 342 gemeenten en 12 provincies en is door 183 gemeenten en 9 provincies ingevuld.
3.2
Huidige dataset en weergave inzichten Inzichten Tijdens de analyse van de ingevulde vragenlijsten is vast komen te staan dat gemeenten en provincies de gevraagde gegevens bijhouden in verschillende (financiële) systemen en/of brondocumenten en dat de (financiële) administratie van gemeenten en provincies niet overal naadloos aansluit op de gewenste datauitvraag. Daarmee is het voor sommige gemeenten en provincies makkelijker aan te sluiten bij de uitgevraagde uitsplitsing van gegevens dan andere. De eerste kwantitatieve analyses zoals gepresenteerd in hoofdstukken 4 en 5 zijn gebaseerd op de data zoals deze door gemeenten en provincies is aangeleverd. Deze uitkomsten zijn uitsluitend indicatief en vooral bedoeld als voorbeeld van het inzicht wat op termijn ontstaat over de omvang van de raads- en statenondersteuning. Indeling gemeenten naar omvang Op 1 januari 2023, de peildatum van het de eerste gegevensuitvraag, telt Nederland 342 gemeenten. De gemeenten variëren sterk in omvang. Voor het analyseren van de gegevens is gekozen om gebruik te maken van een indeling van gemeenten naar omvang volgens de CBS-indeling in 8 clusters op basis van het aantal
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 15
inwoners. 17 Deze indeling borgt dat analyses in het juiste perspectief worden geplaatst. Een voordeel van deze indeling ten opzichte van een meer grove indeling van gemeenten is dat deze in analyses recht doet aan het verschil in omvang tussen kleinere gemeenten onderling. Een nadeel van de CBS-indeling is dat sommige clusters maar enkele gemeenten omvatten. Om statistisch verantwoorde uitspraken te kunnen doen zouden voor die clusters alle gemeenten gegevens moeten aanleveren. Een veelgebruikte grove indeling is kleine gemeenten (tot 50.000), middelgrote gemeenten (tussen 50.000100.000), grote gemeenten (100.000-250.000) en 250.000+ gemeenten (de G4). Tabel 2. Overzicht CBS-indeling gemeenten naar omvang.
3.3
CBS-clustering gemeenten
Aantal gemeenten in cluster
Tot 5.000 inwoners 5.000 - 10.000 inwoners 10.000 - 20.000 inwoners 20.000 - 50.000 inwoners 50.000 - 100.000 inwoners 100.000 - 150.000 inwoners 150.000 - 250.000 inwoners Vanaf 250.000 inwoners (G4) Totaal
5 7 58 181 59 14 14 4 342
Online dashboard Onderdeel van het driejarig onderzoek is het presenteren van de budgetten via een online dashboard. Het doel van dit dashboard is enerzijds het geven van inzicht in de hoogte van de budgetten. Gemeenten en provincies krijgen op vergelijkbare wijze inzicht in hun eigen gegevens en die van andere gemeenten en provincies. Anderzijds zet het gemeenten en provincies aan tot nadenken over hun eigen budget in relatie tot de ondersteuning die hiervoor wordt uitgevoerd. De verwachting hierbij is dat dit vervolgens leidt tot de vraag of dit voldoende is en hoe is geoptimaliseerd kan worden. In samenspraak met de begeleidingscommissie is besproken dat het online dashboard, naast de budgetten op individueel niveau ook een aantal analyses laat zien: Totalen budget 1. Per gemeente en provincie het totaalbudget wat beschikbaar is gesteld (en vanaf de uitvraag in 2024 wat hiervan is gebruikt) voor alle ondersteuningsvormen samen. 2. Per gemeente en provincie het totaalbudget wat beschikbaar is gesteld (en vanaf de uitvraag in 2024 wat hiervan is gebruikt) voor griffie, rekenkamer(functie), fractieondersteuning, enquêterecht.
Verhoudingen budget ▪ Per gemeente en provincie het totaalbudget wat beschikbaar is gesteld (en vanaf de uitvraag in 2024 wat hiervan is gebruikt) voor de griffie en rekenkamer(functie) uitgewerkt naar budgetcomponenten. ▪ Voor de griffie ontstaat inzicht in de verhouding (percentage) tussen de loonkosten en de overige kosten (ondersteuning, huisvesting, opleiding en divers). Hierbij zijn de loonkosten de indicator voor de mate van ondersteuning en daarmee de bijdrage aan het uitvoeren van controlerende en kaderstellende taken. 17 Gemeentegrootte en stedelijkheid (cbs.nl)
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 16
▪ Voor de rekenkamer(functie) ontstaat inzicht in de verhouding (percentage) tussen de loonkosten + kosten externe leden + onderzoekskosten en de overige kosten (ondersteuning, huisvesting, opleiding en divers). Hierbij zijn de loonkosten + kosten externe leden + onderzoekskosten de indicator voor de mate van ondersteuning en daarmee de bijdrage aan het uitvoeren van controlerende en kaderstellende taken. ▪ Voor fractieondersteuning ontstaat inzicht in de hoogte van het budget waarbij specifiek aandacht is voor het onderdeel opleiding, als zijnde een belangrijk onderdeel om fractieondersteuning effectief plaats te laten vinden. Bedragen per inwoner Per gemeente en provincie het totaalbudget wat beschikbaar is gesteld (en vanaf de uitvraag in 2024 wat hiervan is gebruikt) voor alle ondersteuningsvormen samen én het budget per ondersteuningsvorm, afgezet tegen het totaal aantal inwoners van de gemeente of provincie. Een bedrag per inwoner geeft inzicht in de hoogte van de ondersteuning op het niveau van omvang van gemeente en provincie. Anders dan de indeling van gemeenten naar omvang volgens de CBS-clustering geeft dit een specifiek beeld over de budgetten per inwoner en eventuele wijzigingen door de jaren heen.
Verhouding bestuurskosten Per gemeente en provincie het totaalbudget wat beschikbaar is gesteld (en vanaf de uitvraag in 2024 wat hiervan is gebruikt) voor alle ondersteuningsvormen samen, afgezet tegen de totale bestuurskosten van de gemeente of provincie. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de informatie vanuit Informatie voor Derden (taakveld 01 uit de begroting). In onderstaand tekstkader is een korte toelichting hierover opgenomen. De verhouding tussen het totale budget voor bestuurskosten en het budget voor de ondersteuning van raden en staten kan een beeld geven over de positie hiervan binnen gemeenten en provincies. Tekstkader 3. Informatie voor Derden (Iv3) en Taakveld 01 Bestuur.
Totaalbudget voor het bestuur van de gemeente of provincie (taakveld 01) Informatie voor Derden (Iv3) is het informatiesysteem van de Rijksoverheid waarvoor gemeenten en provincies financiële gegevens aanleveren, conform een vastgestelde taakveld-indeling. De informatie is onder meer bedoeld voor de verdeling van het Gemeentefonds en het Provinciefonds. Het totaalbudget voor bestuur van de gemeente of provincies staat in taakveld 01 Bestuur. Hieronder vallen de volgende posten: ▪ college van burgemeester en wethouders (loonkosten, reiskosten en verblijfkosten e.d.); ▪ raad en raadscommissies (vergoedingen, excursies e.d.); ▪ de ondersteuning van de raad, de griffie; ▪ regionale, landelijke en internationale bestuurlijke samenwerking; ▪ lokale rekenkamer, lokale ombudsfunctie, accountantscontrole.
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 17
4 Raadsondersteuning: een eerste kwantitatieve weergave van de data Om een eerste beeld te geven van de omvang van raadsondersteuning is de data geanalyseerd zoals deze door gemeenten is aangeleverd in de vragenlijsten. Vanwege de grote variatie in de aangeleverde gegevens worden deze eerste bevindingen met voorzichtigheid gebracht en moeten uitsluitend indicatief worden gezien. De analyses zoals gepresenteerd in dit tussenrapport zijn vooral bedoeld als voorbeeld van het inzicht wat op termijn ontstaat over de omvang van de raadsondersteuning. Daar waar dit leidt tot onduidelijkheden of onjuiste berekeningen zijn de aangeleverde gegevens buiten het rapport gehouden en is dit tekstueel toegelicht. Deelname en eerste weergave per clustering In 2023 hebben totaal 183 gemeenten (54%) deelgenomen aan de eerste gegevensuitvraag. Deze gemeenten lopen uiteen in omvang. In onderstaande tabel is de deelname aangegeven per clustering van gemeenten. Hieruit blijkt dat voor de meeste clusters meer dan de helft van de gemeenten uit dat cluster heeft deelgenomen. Alleen voor de clusters 5.000-10.000 en 100.000-150.000 inwoners blijft de deelname achter. Tabel 3. Overzicht deelnemende gemeenten
Aantal gemeenten in cluster Tot 5.000 inwoners 5 5.000 – 10.000 inwoners 7 10.000 – 20.000 inwoners 58 20.000 – 50.000 inwoners 181 50.000 – 100.000 inwoners 59 100.000 – 150.000 inwoners 14 150.000 – 250.000 inwoners 14 Vanaf 250.000 inwoners (G4) 4 Totaal 342 CBS-clustering gemeenten
Deelnemende gemeenten 3 1 30 99 33 4 10 3 183
Percentage deelname 60% 14%* 52% 55% 56% 29%* 71% 75% 54%
* Zoals beschreven in paragraaf 3.2 is de CBS-clustering gekozen om recht te doen aan de grote verschillen in omvang tussen gemeenten. Hierdoor is het niet voor alle clusters mogelijk om statistische uitspraken te doen, gezien de deelname. Onderstaande tabel geeft, per cluster gemeenten, het gemiddelde totaalbudget weer voor raadsondersteuning. Het totaalbudget voor raadsondersteuning is de som van de budgetten voor de griffie, de rekenkamer(functie), de fractieondersteuning en het enquêterecht. In dezelfde tabel is vervolgens berekend hoe het gemiddelde totaalbudget zich verhoudt tot het aantal inwoners van iedere gemeente: het budget per inwoner. Daarnaast is in deze tabel weergegeven welk percentage het gemiddelde totaalbudget uitmaakt van het gehele budget voor taakveld 01 bestuur, waar het totaalbudget voor raadsondersteuning onderdeel van is.
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 18
Tabel 4. Overzicht gemiddeld budget raadsondersteuning
CBS-clustering gemeenten
Totaalbudget ondersteuning
Tot 5.000 5.000 – 10.000 10.000 – 20.000 20.000 – 50.000 50.000 – 100.000 100.000 – 150.000 150.000 – 250.000 Vanaf 250.000
€ 102.618 € 154.300 € 241.400 € 413.205 € 862.133 € 1.641.311 € 1.914.935 € 10.431.890
Percentage van Budget per inwoner totale budget taakveld 01 bestuur € 45,89 12,3% € 19,31 15,3% € 15,76 14,8% € 12,35 18,7% € 12,27 23,1% € 13,76 21,6% € 10,44 19,4% € 14,96 30,5%
Gezien de eerdergenoemde verschillen in de aangeleverde data is in de paragrafen over de rekenkamer(functie), de griffie en de fractieondersteuning gebruik gemaakt van een boxplot. Dit is vooral bedoeld om inzicht te geven in de verdeling van de gebruikte data per cluster. Het is niet bedoeld als statistische analyse. Uit een boxplot blijkt de verdeling van de data binnen een cluster: de blauwe box. De spreiding hiervan is gemarkeerd door de ondergrens (laagste waarde) en bovengrens (hoogste waarde). Daarnaast zijn met stippen de uitschieters of outliers in kaart gebracht. Dit zijn gegevens die dermate verschillen van de andere punten in de dataset dat deze apart zijn weergegeven. De mediaan, zijnde de middelste waarde van de dataset, is aangegeven met een streep binnen de box. De gemiddelde waarde van de van het cluster is weergegeven met een X.
4.1
Rekenkamer(functie) In de onderstaande tabel is aangegeven hoeveel gemeenten een rekenkamer en hoeveel gemeenten een rekenkamerfunctie hadden. Ook is aangegeven hoeveel gemeenten een actieve rekenkamer(functie) en hoeveel gemeenten een niet-actieve rekenkamer(functie) hadden. Tabel 5. Aantal (niet-)actieve rekenkamers
Rekenkamer(functie) Rekenkamer Rekenkamerfunctie Totaal
Actief 32 127 159
Niet actief 1 15 16
Totaal18 33 142 175
Van de 183 deelnemende gemeenten hadden 76 gemeenten een samenwerkingsvorm. Van deze 76 gemeenten hebben 72 gemeenten opgegeven wat de formele basis was voor de samenwerkingsvorm. In de onderstaande tabel is per formele basis voor samenwerking aangegeven hoeveel gemeenten hiervan gebruikmaakten.
18 Berekening van gegevens over 175 gemeenten. In totaal hebben 8 gemeenten tegenstrijdige gegevens ingevuld, dat wil zeggen:
ingevuld dat zij ofwel (i) een actieve rekenkamer(functie) hadden doch in 2021-2022 geen onderzoeken hebben gepubliceerd ofwel (ii) een niet-actieve rekenkamer(functie) hadden doch in 2021-2022 wel onderzoeken hebben gepubliceerd.
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 19
Tabel 6. Samenwerkingsvormen rekenkamers van gemeenten
Samenwerkingsvorm Personele unie Convenant Gemeentewet Overig
Aantal 24 14 18 16
In de onderstaande figuur is een boxplot weergegeven per cluster gemeenten. Ten behoeve van een zuiver beeld zijn de budgetten van de gemeenten met een niet-actieve rekenkamer(functie) hierin niet meegenomen; het gaat derhalve alleen om de budgetten van de gemeenten met een actieve rekenkamer(functie). Figuur 1. Budget actieve rekenkamer(functie)
Toelichting: ▪ De deelnemende gemeente met 5.000 – 10.000 inwoners heeft geen actieve rekenkamer en is daarom niet opgenomen in deze figuur. ▪ Omwille van de leesbaarheid zijn de 3 deelnemende G4-gemeenten buiten de figuur gelaten. Zij hebben significant hogere budgetten, waardoor het opnemen hiervan vanwege de schaalweergave van de figuur zou leiden tot een zeer kleine weergave van de budgetten van de andere gemeenteclusters. Voor de deelnemende G4-gemeenten was het minimale budget € 987.000, het maximale budget € 2.592.720 en het gemiddelde budget € 1.659.907. ▪ Van de 30 deelnemende gemeenten met 10.000 – 20.000 inwoners hebben 21 gemeenten een actieve rekenkamer(functie). De spreiding van de budgetten van deze 21 gemeenten is weergegeven in de onderstaande tabel.
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 20
Tabel 7. Spreiding budgetten actieve rekenkamer(functie) voor gemeenten met 10.000 – 20.000 inwoners
▪
Van de 99 deelnemende gemeenten met 20.000 – 50.000 inwoners hebben 87 gemeenten een actieve rekenkamer(functie) en hiervoor een budget ingevuld. De spreiding van de budgetten van deze 87 gemeenten is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 8. Spreiding budgetten actieve rekenkamer(functie) voor gemeenten met 20.000 – 50.000 inwoners
▪
Van de 33 deelnemende gemeenten met 50.000 – 100.000 inwoners hebben 30 gemeenten een actieve rekenkamer(functie). De spreiding van de budgetten van deze 30 gemeenten is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 9. Spreiding budgetten actieve rekenkamer(functie) voor gemeenten met 50.000 – 100.000 inwoners
▪
De spreiding van de budgetten van de 4 deelnemende gemeenten met 100.000 – 150.000 inwoners is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 10. Spreiding budgetten actieve rekenkamer(functie) voor gemeenten met 100.000 – 150.000 inwoners
▪
De spreiding van de budgetten van de 10 deelnemende gemeenten met 150.000 – 250.000 inwoners is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 11. Spreiding budgetten actieve rekenkamer(functie) voor gemeenten met 150.000 – 250.000 inwoners
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 21
In de onderstaande tabel is per cluster gemeenten aangegeven wat het minimale, maximale en gemiddelde budget voor de rekenkamer(functie) was. Ten behoeve van een zuiver beeld zijn de budgetten van de gemeenten met een niet-actieve rekenkamer(functie) hierin niet meegenomen; het gaat derhalve alleen om de budgetten van de gemeenten met een actieve rekenkamer(functie). Tabel 12. Overzicht budget actieve rekenkamer(functie)
CBS-clustering gemeenten Tot 5.000 5.000 – 10.000 10.000 – 20.000 20.000 – 50.000 50.000 – 100.000 100.000 – 150.000 150.000 – 250.000 Vanaf 250.000
Aantal gemeenten19 2 0 21 87 30 4 10 3
Minimum
Maximum
Gemiddeld
€ 6.500 n.v.t. € 6.600 € 6.500 € 30.000 € 70.000 € 50.000 € 987.000
€ 7.900 n.v.t. € 35.000 € 110.700 € 150.000 € 295.000 € 250.000 € 2.592.720
€ 7.200 n.v.t. € 17.779 € 37.114 € 71.817 € 179.512 € 161.133 € 1.659.907
Van de 16 gemeenten met een niet-actieve rekenkamer(functie) hebben 12 gemeenten wel een budget voor de rekenkamer(functie) opgenomen. De gereserveerde bedragen lopen uiteen van € 10.000 tot € 75.769. Een belangrijk onderdeel van het budget voor de rekenkamer(functie) is het budget voor loon, vergoedingen voor externe leden en onderzoek. In de onderstaande tabel is per cluster gemeenten aangegeven wat het gemiddelde budget voor de rekenkamer(functie) was en daarnaast is aangegeven wat het aandeel was van het gemiddelde budget voor loon, vergoedingen voor externe leden en onderzoek in het gemiddelde totaalbudget voor de rekenkamer(functie). Tabel 13. Overzicht gemiddeld budget rekenkamer(functie) en aandeel loon, externe vergoedingen en onderzoek daarin
CBS-clustering gemeenten
Gemiddelde totaalbudget rekenkamer20
Gemiddeld loon, extern budget en onderzoeksbudget
Percentage van totaalbudget rekenkamer
Tot 5.000 5.000 – 10.000 10.000 – 20.000 20.000 – 50.000 50.000 – 100.000 100.000 – 150.000 150.000 – 250.000 Vanaf 250.000
€ 8.133 € 15.000 € 18.099 € 36.168 € 72.391 € 179.512 € 164.814 € 1.659.907
€ 8.002 € 15.000 € 13.118 € 32.376 € 66.819 € 170.205 € 136.476 € 1.460.059
98,4% 100,0% 72,5% 89,5% 92,3% 94,8% 82,8% 88,0%
19
Berekening van gegevens over 157 gemeenten. Van de 159 deelnemende gemeenten met een actieve rekenkamer(functie) hebben in totaal 2 gemeenten het budget voor de rekenkamer(functie) niet ingevuld. 20 Berekening van gegevens over 166 gemeenten. In totaal hebben 6 gemeenten het budget voor de rekenkamer(functie) niet ingevuld. Daarnaast zijn totaal 11 gemeenten niet meegenomen omdat de som van het opgegeven budget voor loon, vergoedingen voor externe leden en onderzoek hoger was dan het totaalbudget. Hierbij is de aanname gemaakt dat dit niet correct is.
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 22
Van de 166 gemeenten waarover de gegevens zijn berekend, hebben 64 gemeenten aangegeven dat zij naast een budget voor loon, vergoedingen voor externe leden en onderzoek ook overig budget hadden. Dit overige budget betrof voornamelijk budget voor ondersteuning en opleiding. In de onderstaande tabel is per cluster gemeenten aangegeven wat het gemiddelde aantal leden van de rekenkamer(functie) was. Daarnaast is aangegeven wat het gemiddelde aantal uren per maand van deze leden gezamenlijk was. Ook is aangegeven wat het gemiddelde aantal fte van de medewerkers (niet-leden) van de rekenkamer(functie) gezamenlijk was. Tabel 14. Overzicht gemiddelde omvang rekenkamer(functie)
Intern CBS-clustering gemeenten
Extern Aantal Aantal leden uren
Niet-leden
Aantal leden
Aantal uren
Tot 5.000 5.000 – 10.000 10.000 – 20.000
1,0
0,0
2,0
0,0
0,0
0,0 0,9
0,0 0,6
0,0 2,5
0,0 9,6
0,0 0,2
20.000 – 50.000 50.000 – 100.000 100.000 – 150.000 150.000 – 250.000
0,9 0,7 0,8 0,8
1,8 3,8 6,3 0,0
2,7 3,0 4,5 3,0
14,7 19,3 53,8 60,0
0,2 0,3 0,7 0,8
Vanaf 250.000
0,0
0,0
2,0
140,3
13,2
Fte
In de onderstaande tabel is per cluster gemeenten aangegeven wat het gemiddelde aantal onderzoeken was dat in 2021 en 2022 is uitgevoerd. Tabel 15. Overzicht gemiddeld aantal onderzoeken uitgevoerd
CBS-clustering gemeenten Tot 5.000 5.000 – 10.000 10.000 – 20.000 20.000 – 50.000 50.000 – 100.000 100.000 – 150.000 150.000 – 250.000 Vanaf 250.000
2021
2022
1,0 0,0 0,8 1,5 2,0 2,8 3,4 10,7
2,0 0,0 1,4 1,3 1,5 3,0 2,4 7,0
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 23
4.2
Griffie In de onderstaande figuur is een boxplot weergegeven per cluster gemeenten. Figuur 2. Budget griffie
Toelichting: ▪ Omwille van de leesbaarheid zijn de 3 deelnemende G4-gemeenten buiten de figuur gelaten. Zij hebben significant hogere budgetten, waardoor het opnemen hiervan vanwege de schaalweergave van de figuur zou leiden tot een zeer kleine weergave van de budgetten van de andere gemeenteclusters. Voor de deelnemende G4-gemeenten was het minimale budget € 3.354.000, het maximale budget € 9.964.000 en het gemiddelde budget € 5.728.318. ▪ Van de 30 deelnemende gemeenten met 10.000 – 20.000 inwoners hebben 28 gemeenten een budget ingevuld voor de griffie. De spreiding van de budgetten van deze 28 gemeenten is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 16. Spreiding budgetten griffie voor gemeenten met 10.000 – 20.000 inwoners
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 24
▪
De spreiding van de budgetten van de 99 deelnemende gemeenten met 20.000 – 50.000 inwoners is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 17. Spreiding budgetten griffie voor gemeenten met 20.000 – 50.000 inwoners
▪
Van de 33 deelnemende gemeenten met 50.000 – 100.000 inwoners hebben 32 gemeenten een budget ingevuld voor de griffie. De spreiding van de budgetten van deze 32 gemeenten is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 18. Spreiding budgetten griffie voor gemeenten met 50.000 – 100.000 inwoners
▪
De spreiding van de budgetten van de 4 deelnemende gemeenten met 100.000 – 150.000 inwoners is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 19. Spreiding budgetten griffie voor gemeenten met 100.000 – 150.000 inwoners
▪
In het cluster gemeenten met 150.000 – 250.000 inwoners zijn twee gemeenten die eruit springen. Beide gemeenten hebben in hun toelichting omschreven dat het totaalbudget voor de griffie niet duidelijk uit te splitsen is vanuit hun begroting. Hierdoor hebben beide gemeenten een budget opgegeven dat een gecombineerd aantal posten omvat waardoor deze totalen hoog uitvallen. De spreiding van de budgetten van de 10 deelnemende gemeenten met 150.000 – 250.000 inwoners is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 20. Spreiding budgetten griffie voor gemeenten met 150.000 – 250.000 inwoners
- Tussenrapport Zicht op raads- en statenondersteuning
Pagina 25
In de onderstaande tabel is per cluster gemeenten aangegeven wat het minimale, maximale en gemiddelde budget voor de griffie was. Tabel 21. Overzicht budget griffie
CBS-clustering gemeenten Tot 5.000 5.000 – 10.000 10.000 – 20.000 20.000 – 50.000 50.000 – 100.000 100.000 – 150.000 150.000 – 250.000 Vanaf 250.000
Aantal gemeenten21
Minimum
Maximum
Gemiddeld
3 1 28 99 32 4 10 3
€ 46.020 € 136.000 € 25.887 € 21.845* € 384.000 € 646.474 € 703.000 € 3.354.000
€ 132.433 € 136.000 € 537.000 € 1.187.550 € 2.416.660 € 2.466.000 € 3.852.000 € 9.964.000
€ 91.318 € 136.000 € 230.751 € 360.135 € 768.632 € 1.337.922 € 1.509.169 € 5.728.318
Uit bovenstaande tabel blijkt dat er grote verschillen zitten in de minimum- en maximumbudgetten. * Dit is het meest zichtbaar in het cluster 20.000-50.000. Wanneer wordt gekeken naar de individuele vragenlijsten, dan lijkt het alsof bij de minimumbedragen de loonkosten voor de griffie niet zijn meegenomen omdat deze gemeenten het budget niet op die wijze konden uitsplitsen. Daarmee is het minimum lager dan het waarschijnlijk hoort te zijn. Bij deze gemeenten is onduidelijk of het budget voor loon voor de griffie terugkomt onder het totale budget voor taakveld 01 bestuur. Een belangrijk onderdeel van het budget voor de griffie is het budget voor loon. In de onderstaande tabel is per cluster gemeenten aangegeven wat het aandeel was van het gemiddelde budget voor loon in het gemiddelde totaalbudget voor de griffie. Tabel 22. Overzicht gemiddeld budget griffie en aandeel loon daarin
CBS-clustering gemeenten Tot 5.000 5.000 – 10.000 10.000 – 20.000 20.000 – 50.000 50.000 – 100.000 100.000 – 150.000 150.000 – 250.000 Vanaf 250.000
Gemiddeld totaalbudget griffie22 € 113.967 € 136.000 € 241.588 € 361.397 € 768.632 € 1.337.922 € 1.509.169 € 5.728.318
Gemiddeld budget voor loon
Percentage van totaalbudget griffie
€ 102.467 € 136.000 € 152.860 € 264.422 € 563.921 € 956.728 € 944.861 € 2.469.370
89,9% 100,0% 63,3% 73,2% 73,4% 71,5% 62,6% 43,1%
Van de 175 gemeenten hebben 154 gemeenten aangegeven dat zij naast een budget voor loon ook overig budget hadden. Dit overige budget betrof voornamelijk budget voor opleiding.