CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

02 reactie oda zienswijze programmabegroting 2026

Gemeenteraad 14 oktober 2025, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Ingekomen stukken11.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aan Gemeenteraden en Provinciale Staten Onderwerp: reactie op zienswijze begroting 2026

Geachte leden van de Achterhoekse gemeenteraden en Provinciale Staten, Hartelijk dank voor uw zienswijze op de jaarstukken 2024 en de ontwerpbegroting 2026 van de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Het Algemeen Bestuur (AB) waardeert het dat u actief gebruikmaakt van uw recht om een zienswijze in te dienen. De signalen uit de raden zijn voor ons van groot belang. Ze helpen ons om als bestuur weloverwogen besluiten te nemen over de koers en financiële kaders van de ODA. Deze reactie is opgesteld naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen van onze deelnemers. Wij constateren dat 4 van de deelnemers geen zienswijze hebben ingediend. In deze reactie gaan wij in op de belangrijkste punten die door de deelnemers zijn benoemd en geven wij aan hoe het Algemeen Bestuur hiermee omgaat. Meer hierover leest u in deze brief. 1. Uitgangspunt: minimale indexering in begroting 2026 Het Algemeen Bestuur heeft er bewust voor gekozen om voor 2026 uit te gaan van minimale indexering: 3,8% voor loon en 2,2% voor prijs. Daarmee sluit de begroting aan bij het besluit van het AB van 23 april 2025 en bij de wens van veel gemeenten om financiële rust en voorspelbaarheid te behouden. Het AB heeft daarnaast besloten de eerder voorgestelde begrotingswijziging voor 2025 niet door te voeren in de begroting 2026, maar om het verschil af te rekenen tijdens eindejaarafrekening. 2.

Efficiency maatregelen naar aanleiding van uw zienswijze 2024 Uw zienswijze op de begroting 2024 hebben wij ter harte genomen. Mede naar aanleiding van uw opmerkingen hebben wij een aantal gerichte efficiencymaatregelen doorgevoerd. Deze maatregelen dragen bij aan een effectievere inzet van middelen, beheersing van de kosten en een betere ondersteuning van onze deelnemers. Optimalisatie huisvesting We hebben onze huisvestingssituatie kritisch beoordeeld. De noodzakelijke uitbreiding van werkplekken is gerealiseerd op een meer centrale én kostenefficiënte locatie. Hierdoor is de benodigde investering niet gestegen met gemiddeld € 160.000 maar met € 80.000 gerealiseerd, dit is inclusief verbouwingskosten waarvoor we een bestemmingsreserve hebben ingezet. Zonder die verbouwkosten stijgen de huurkosten € 35.000 Dit levert een structurele besparing op van circa € 80.000 per jaar. Efficiëntere inzet van omgevingsadviseurs Onze omgevingsadviseurs zijn nauwer betrokken bij het ondersteunen van gemeenten bij ruimtelijke initiatieven en de totstandkoming van omgevingsplannen. Door kennis en ervaring eerder en gerichter in processen te brengen, wordt efficiënter gewerkt en worden vertragingen beperkt. Maximale benutting van subsidiemogelijkheden Zoals ieder jaar hebben we actief gebruikgemaakt van beschikbare subsidieregelingen ten behoeve van de fysieke leefomgeving.

Denk hierbij onder andere aan: - 2e SPUK IBP (Integrale benadering fysieke leefomgeving),

AB2

De Omgevingsdienst Achterhoek voert de milieutaken uit voor de Achterhoekse gemeenten en de provincie Gelderland.

Pagina 1 van 4

-

SPUK IenW voor de inzet van een ZZS-specialist (Zeer Zorgwekkende Stoffen), energiesubsidies, subsidies op het gebied van externe veiligheid.

Versterking samenwerking en kennisdeling We participeren actief in samenwerkingsverbanden met andere omgevingsdiensten en binnen het landelijke netwerk van Omgevingsdienst NL. Dit betreft onder meer samenwerking op het gebied van: - de ODNL Academie (voor opleiding en ontwikkeling), - landelijke kennisnetwerken (zoals Bodem, Lucht, Geluid), - informatieveiligheid en gegevensuitwisseling. Inspelen op landelijke ontwikkelingen en kennisinfrastructuur Nieuwe landelijke aandachtspunten vragen om versterking van onze kennispositie. Voorbeelden hiervan zijn: - het dossier staalslakken (opslag en hergebruik in relatie tot milieubelasting), - de Kaderrichtlijn Water, met nadruk op indirecte lozingen op oppervlaktewateren, - de aanwezigheid van PFAS in bodem, water en lucht. Om adequaat op deze thema’s te kunnen inspelen, wordt geïnvesteerd in de opbouw van een robuuste kennisinfrastructuur. Dit stelt ons in staat om informatie gericht te verzamelen en te duiden, zowel richting overheden als richting de samenleving. Daarbij speelt ook de toegenomen maatschappelijke betrokkenheid van inwoners bij hun leefomgeving een rol, bijvoorbeeld via persvragen of verzoeken om transparantie. 3.

Wat is wél meegenomen in de begroting 2026 Hoewel de begroting is gebaseerd op minimale indexering zijn er een beperkt aantal vaste en onvermijdelijke kostenposten opgenomen die wij als bestuur noodzakelijk achten om de organisatie op orde te houden en aan de wettelijke en bestuurlijke eisen te kunnen blijven voldoen. Deze posten zijn structureel van aard en betreffen onder meer: - CAO-aanpassing reiskosten voor de Gelderse omgevingsdiensten; - Actualisatie van huisvestingskosten na de verhuizing naar het Hanzenpand; - Structurele inzet van twee dataspecialisten op verzoek van het bestuur en de ambtelijke opdrachtgevers om bestuurlijke en managementinformatie beter toegankelijk te maken. Deze onderdelen zijn niet vrijblijvend maar nodig om onze organisatie functioneel, toekomstgericht en wettelijk op orde te houden. Wij vinden het belangrijk om hierover transparant te zijn. 4. Signaal: groeiend verschil tussen begroting en realisatie In de afgelopen jaren is gebleken dat de werkelijkheid structureel duurder uitvalt dan begroot. Indexatie alleen blijkt onvoldoende om de groeiende uitvoeringsvraag en complexiteit te dekken. Daardoor is het verschil tussen de begroting en de jaarrekening jaar op jaar opgelopen. Het algemeen bestuur wil u hier eerlijk op wijzen: zonder verdere aanpassing zal dit verschil in 2026 naar verwachting opnieuw toenemen.

Dit vraagt op termijn om heroverweging, ook met het oog op financiële stabiliteit.

AB2

De Omgevingsdienst Achterhoek voert de milieutaken uit voor de Achterhoekse gemeenten en de provincie Gelderland.

Pagina 2 van 4

5. Onderbouwing van kostenontwikkeling Verschillende gemeenten hebben gevraagd om een betere toelichting op de kosten. Deze onderbouwing wordt op dit moment uitgewerkt en zal bij een eventuele begrotingswijziging beschikbaar worden gesteld. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar personele inzet, wettelijke taken, bedrijfsvoering en externe ontwikkelingen. De punten uit uw zienswijze worden hierin meegenomen. Om deze kostenontwikkeling zo goed en transparant mogelijk te onderbouwen, maken wij gebruik van Power BI. Dit instrument stelt ons in staat om financiële en operationele gegevens op een interactieve en visuele manier te analyseren en te presenteren. Met behulp van Power BI kunnen wij trends inzichtelijk maken, koppelingen leggen tussen inzet en kosten, en gerichter duiden waar eventuele verschuivingen of knelpunten zich voordoen. Dit stelt zowel het Algemeen Bestuur als onze deelnemers in staat om beter geïnformeerde keuzes te maken op basis van actuele en overzichtelijke informatie. 6. Stand van zaken verkenning en bestuurlijke koers Zoals eerder met u gedeeld is ODA begin 2025 gestart met een verkenning van een mogelijke fusie met de Omgevingsdienst Veluwe. De eerste fase – de interne analyse – is inmiddels afgerond. Op 10 september 2025 heeft het Algemeen Bestuur tevens een koersbesluit over het vervolg genomen.

Het Algemeen Bestuur heeft ingestemd met het opstarten van de gezamenlijke verkenning met Omgevingsdienst Veluwe, met as uitgangspunt een geleidelijke fusie startend met de integratie van de bedrijfsvoering. Binnen dit proces zijn enkele bestuurlijke keuzemomenten. Zo moet eind 2025 de intentieverklaring worden vastgesteld en het implementatieplan voor 1 april 2026. Totdat de richting definitief is bepaald worden grote investeringen uitgesteld. Op deze manier houden we flexibiliteit en verantwoordelijkheid in balans. 7. Begrip voor financiële situatie gemeenten Het AB heeft oog voor de krappe financiële ruimte bij gemeenten. Wij begrijpen dat hogere bijdragen zonder duidelijke noodzaak lastig zijn in te passen. Deze signalen nemen wij serieus en ze hebben direct bijgedragen aan het sobere karakter van deze begroting 2026. 8. Vervolg in het najaar Op basis van het koersbesluit zal een begrotingswijziging volgen. Daarbij blijft minimale indexering het uitgangspunt. Alleen als er zwaarwegende en goed onderbouwde redenen zijn, worden aanvullende aanpassingen voorgesteld. Uiteraard worden deze opnieuw aan u voorgelegd met ruimte voor zienswijzen. 9. Dank voor het goede gesprek in de raden Tot slot willen wij u bedanken voor de prettige en open gesprekken die wij het afgelopen jaar met veel gemeenteraden hebben mogen voeren.

We kijken met volle tevredenheid terug op de bezoeken die we aan uw raden hebben gebracht. We zijn overal hartelijk ontvangen en hebben waardevolle gesprekken kunnen voeren over de koers, uitdagingen en toekomst van onze organisatie.

AB2

De Omgevingsdienst Achterhoek voert de milieutaken uit voor de Achterhoekse gemeenten en de provincie Gelderland.

Pagina 3 van 4

Wij komen dan ook graag bij u terug om u in de komende periode verder te informeren over de uitkomsten van de verkenning en de richting die wij samen inslaan. Uw betrokkenheid en inbreng blijven daarin onmisbaar. Tot slot Namens het Algemeen Bestuur danken wij u voor uw betrokkenheid, uw zienswijze en het vertrouwen in onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Wij blijven inzetten op een toekomstbestendige en robuuste omgevingsdienst die recht doet aan de verwachtingen van onze deelnemende gemeenten én aan de maatschappelijke opgaven waarvoor wij samen staan. Met vriendelijke groet, Namens het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Achterhoek, Joost van Oostrum Voorzitter Algemeen Bestuur Omgevingsdienst Achterhoek

AB2

De Omgevingsdienst Achterhoek voert de milieutaken uit voor de Achterhoekse gemeenten en de provincie Gelderland.

Pagina 4 van 4

3

Begroting 2026 Meerjarenbegroting 2027 - 2029

1

Begroting 2026 Meerjarenbegroting 2027 - 2029

Datum: 10 september 2025 Status: Definitief © Omgevingsdienst Achterhoek

Hanzestraat 3, 7006 RH Doetinchem info@odachterhoek.nl www.odachterhoek.nl www.gelderseomgevingsdiensten.nl @omgevingsdienstachterhoek

2

AANBIEDINGSBRIEF ......................................................................................................................... 3 INLEIDING ............................................................................................................................................ 5 I. DE BELEIDSBEGROTING............................................................................................................... 6 II.PROGRAMMA 1 – VERGUNNINGVERLENING ......................................................................... 8 III.PROGRAMMA 2 – TOEZICHT EN HANDHAVING ............................................................... 10 IV.PROGRAMMA 3 – ADVIES ......................................................................................................... 13 V.PROGRAMMA 4 – STELSEL TAKEN.......................................................................................... 14 VI.PROGRAMMA 5 – PROJECTEN ................................................................................................. 16 VII.DE PARAGRAFEN ....................................................................................................................... 18 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING ...........................................................................................................

18 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ................................................... 19 PARAGRAAF FINANCIERING ................................................................................................................ 25 PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN .......................................................................... 25 VIII.DE FINANCIËLE BEGROTING ............................................................................................... 26 OVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN ............................................................................................................. 26 TOELICHTING FINANCIËLE BEGROTING ......................................................................................................... 26 FINANCIËLE MEERJARENBEGROTING 2026 – 2028......................................................................................... 29 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ....................................................................................... 29 OVERZICHTEN OVERHEAD EN ONVOORZIEN .............................................. FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. GEPROGNOSTICEERDE BALANS ....................................................................................................................

30 IX.BESLUIT ALGEMEEN BESTUUR .............................................................................................. 32 BIJLAGE 1: BEVOORSCHOTTING DOOR DE PARTNERS 2025........................................................................... 33

3

Voorwoord Voor u ligt de begroting 2026, inclusief de meerjarenraming 2027–2029, van de Omgevingsdienst Achterhoek. Het Dagelijks Bestuur heeft de ingediende zienswijzen op de vorige begroting kritisch beoordeeld en financieel verwerkt in deze begroting 2026. Deze begroting is gebaseerd op een geüpdatete (geïndexeerde) versie van de vastgestelde begroting 2025, aangevuld met noodzakelijke aanpassingen zoals de kosten voor nieuwe huisvesting en de stijgende reiskosten. Dit betekent wel dat we een aantal ontwikkelingen en werkzaamheden zoals oorspronkelijk voorgesteld niet kunnen worden doorgezet of leiden tot een naheffing over het jaar 2026. Daarnaast signaleren onze gemeenten de behoefte aan uitgebreider onderbouwde rapportages. Om hier structureel aan te voldoen, vragen wij in deze begroting om de inzet van twee dataspecialisten. Met hen aan boord kan de ODA sneller en vollediger onderbouwen, wat het bestuur extra stuurinformatie biedt. Tegelijk blijven we scherp op onze uitgaven. Zo hebben we de verhoging van de huisvestingslasten beperkt weten te houden en hebben we enkele werkzaamheden kunnen herzien en verminderen. Samen met onze gemeenten en andere partners zetten we ons onvermoeibaar in om de Achterhoek schoon, gezond, duurzaam en veilig te houden. Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Achterhoek Joost van Oostrum Voorzitter

4

INLEIDING Bestuursorganen De ODA is opgericht op 7 november 2012, de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur van de ODA. De ODA kent twee bestuursorganen namelijk het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur gekozen. Op 1 januari 2025 waren de besturen als volgt samengesteld: Algemeen Bestuur: Lid

Plaatsvervanger

Functie

Wethouder Burgemeester vz Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Gedeputeerde

Gemeente/ Provincie Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Lochem Montferland Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Zutphen Gelderland

A.B. Stapelkamp A.K. van Gijssel E.M. Gosselink L.T.M. Steintjes S.W. van ‘t Erve J.A.M. Derksen J.B.M. Hoenderboom J. Kock B.J.J. Bengevoord S.J.H.G. Wannet

Burgemeester Wethouder Wethouder Wethouder Burgemeester Wethouder Wethouder Wethouder Burgemeester Wethouder

Directeur

ODA

R. Reinders

Afdelingshoofd

Lid

Functie

Plaatsvervanger

Functie

J.H.A. van Oostrum M. Eggink-Meuleman M.A.J. Bennink H.J.M. Verschure

Burgemeester vz Wethouder Wethouder Wethouder

Gemeente/ Provincie Berkelland Lochem Oude Ijsselstreek Zutphen

J. Verstand

Directeur

ODA

R. Reinders

Afd.hoofd

T.M.M. Kok J.H.A. van Oostrum W.J.P. Pelgrom H.G. Bulten M. Eggink-Meuleman G.J.M. Nijland B.T.M. Porskamp M.A.J. Bennink G.E. Visser H.J.M. Verschure D.E. Vreugdenhil Secretaris J. Verstand

Functie

Dagelijks Bestuur:

5

I.

DE BELEIDSBEGROTING

Het Programmaplan Het programmaplan van de Omgevingsdienst is opgebouwd uit de volgende programma’s: ➢ Programma 1 – Vergunningverlening ➢ Programma 2 – Toezicht en Handhaving ➢ Programma 3 - Advies ➢ Programma 4 – Stelseltaken ➢ Programma 5 - Projecten Overzicht van baten en lasten per taakveld x € 1.000 Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening Programma 2 Toezicht en handhaving Programma 3 Advies Programma 4 Stelseltaken

Programma 5 Projecten Overzichten

Taakveld 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer Eigen stelseltaak Kosten Gelders stelsel van Omgevingsdiensten Omgevingsdiensten 7.4 Milieubeheer

Overhead Algemene dekkingsmiddelen

0.4 Overhead ondersteuning organisatie 0.5 Treausury

0.8 Algemene baten en lasten Bedrag onvoorzien Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten normale bedrijfsvoering Bijdrage deelnemers in het tekort 2023 Toevoegingen en ontrekkingen aan de reserves Resultaat

Begroting 2026 Baten Lasten 2.703 6.649 2.603 0 85 0 0

1.935 3.859 1.675 0 114 0 668 176

0

3.611 0

12.039

12.039

12.039

12.039

De begroting 2026 wordt gebaseerd op de begroting 2025. Beleidswijzigingen die consequenties hebben voor de begroting 2026 (en volgende jaren), worden in de begroting 2027 verwerkt, dan wel via de eerste begrotingswijziging 2026. Bovenregionale taken Taken die bovenregionaal worden uitgevoerd, maar inrichting gebonden zijn, zijn opgenomen in ons productenboek. Deze lopen dus gewoon mee in de begrote dienstverlening. De programmatische stelseltaken worden afgerekend op uren op basis van een vastgesteld werkplan met een passende verdeelsleutel, afhankelijk van het onderwerp. Indexatie Zowel de loonindex als de prijsindex baseren we op de externe berichtgeving aan de hand van de septembercirculaire. Deze geeft voor 2026 een loonindexatie aan 3,8% en een prijsindexatie aan van 2,2%. Mochten bij nader inzien de indexaties toch duidelijk anders uitpakken dan kunnen deze, zo nodig, in de begrotingswijziging 2026 meegenomen worden. Deze (mogelijke) begrotingswijziging is een wijziging die, op basis van artikel 28 lid 10 van de GR, niet voor zienswijze naar de gemeenten en de Provincie hoeft. Mocht op het moment van opstellen van de begroting er een nieuw (meerjarig) cao-akkoord liggen dan zullen we rekenen met de percentages uit het akkoord. Kortom: De loonindex te bepalen op 3,8%; De prijsindex te bepalen op 2,2%.

6

Ondersteunende diensten Voor de bestaande ondersteunende diensten zullen de in de begroting 2026 opgenomen bedragen worden geactualiseerd aan de hand van de eind 2024 geldende DVO’s. Weerstandsvermogen/Onvoorzien De relatie tussen weerstandsvermogen en benodigde weerstandscapaciteit is in een verhoudingsnorm weer te geven. In het Algemeen Bestuur van 9 november 2016 is besloten om te streven naar een voldoende weerstandscapaciteit. Volgens de robuustheidscriteria moet de weerstandsratio minimaal ≥0,8 zijn. Hier voldoet de ODA aan. Financieringssystematiek: Vrijwel alle OD’s, en zo ook de ODA, verrekenen de bedrijfsvoeringskosten momenteel door een opslag in de uurtarieven. Bij de realisatie van meer of minder uren dan geraamd, ontstaat een verschil tussen de ontvangen bijdragen voor bedrijfsvoering en de (geraamde) kosten. Daardoor is er onvoldoende zekerheid voor de dekking van de bedrijfsvoeringskosten én hebben OD en deelnemers te maken met ongewenste fluctuaties. Dit zijn fluctuaties naast de fluctuaties die al kunnen ontstaan doordat de feitelijke bedrijfsvoeringskosten hoger of lager worden dan begroot. We stellen voor de bedrijfsvoeringskosten via een begrotingsbijdrage af te rekenen en niet meer te verrekenen via een opslag in de uurtarieven.

Door de kosten op begrotingsbasis af te rekenen, is er direct zekerheid over de dekking en de hoogte van de bijdrage van deelnemers. De daadwerkelijke bedrijfsvoeringskosten worden verantwoord bij de jaarrekening. Het totaal van de ODA begroting voor bedrijfsvoering wordt naar rato over de deelnemers verdeeld. De verdeelsleutel bepaalt het AB. Het voorstel is om naar rato te verdelen waarbij wij een relatie voorstellen met de ingebrachte omvang van basis- en plustaken. Ondanks dat het financiële effect in de begroting nul is, wil de ODA deze (kleine) verandering in de financieringssystematiek, in navolging van meerdere OD’s en het advies vanuit het onderzoek Financieringssystematiek Omgevingsdiensten vanuit het IPB VTH, doorvoeren. Dit helpt de ODA bij het versterken van de financiële stabiliteit. Tot slot Het blijft de opmaat naar een begroting; gebaseerd op een inschatting met de kennis van dit moment. Zeker nu er volop beweging is rondom de omgevingsdienst. Eventuele wijzigingen nemen we mee in de begrotingswijziging 2026. In de partner- en bestuursrapportages zullen we de daadwerkelijke ontwikkeling ten opzichte van afgesproken doelen, kaders en eventuele risico’s inzichtelijk maken. Procedure Voor de aanbieding en vaststelling van de (ontwerp) begroting geldt de volgende procedure. 1.

Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting 2026 vóór 1 september 2025 aan provinciale staten en aan de gemeenteraden. 2. Provinciale staten en de gemeenteraden kunnen hun zienswijzen over de ontwerpbegroting indienen bij het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst. 3. Het dagelijks bestuur verzamelt de zienswijzen en biedt de ontwerpbegroting voorzien van de zienswijzen aan het algemeen bestuur aan. 4. Het algemeen bestuur stelt de begroting 2026 vervolgens 10 september 2025 vast. 5. Onmiddellijk na vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur zendt deze de begroting ter kennisname aan provinciale staten en de gemeenteraden. 6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval 15 oktober aan de minister.

7

II.

PROGRAMMA 1 – VERGUNNINGVERLENING

1. Wat willen we bereiken? Vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijnen afhandelen en dat de verleende vergunningen bijdragen aan een veilige leefomgeving en handhaafbaar zijn. Meldingen en informatie in het kader van de meldings- en informatieplicht worden beoordeeld op juistheid en volledigheid. Vergunningverlening is lastig te plannen omdat dit voor een groot deel afhankelijk is van aanvragen van de bedrijven. De volgende prioriteiten worden hierbij gehanteerd: • aanvragen worden op volgorde van binnenkomst opgepakt; • aanvragen krijgen altijd voorrang voor ambtshalve wijzigingen; Daarnaast verliezen door diverse oorzaken afgegeven vergunningen hun actualiteit. Voorbeelden zijn: • jurisprudentie en wijzigingen in wet- en regelgeving; • wijzigingen in de meest milieuvriendelijke technieken die een bedrijf kan toepassen op basis van Europese regelgeving (BREF’s en BBT); • wijzigingen in Nederlandse BBT-informatiedocumenten (best beschikbare technieken); 2. Wat gaan we daarvoor doen? • Meedenken in mogelijkheden en oplossingen, waarbij de belangen van de aanvrager, de omgeving en de gemeenten/provincie afgewogen worden. • De inzet van menskracht en deskundigheid zodanig plannen dat producten met kwaliteit en integraal tot stand komen. Het klantgericht werken staat hierbij centraal. • Het uitvoeren van afspraken met de opdrachtgevers.

• Kennis van medewerkers up-to-date houden • Prioriteiten stellen en het maken van meetbare doelstelling voor vergunningverlening en de actualisatie daarvan Beperkingen De afgelopen jaren is gebleken dat, door de steeds complexer wordende wet- en regelgeving, onvoldoende menskracht en het feit dat door de provincie weinig verklaringen van geen bedenkingen in het kader van de Wet Natuurbescherming worden afgehandeld, de doelstelling van 90% voor het tijdig leveren van vergunningen niet gehaald wordt. Rekening houdend met de beperkte middelen zich inzetten om de meest noodzakelijke actualisaties op ad hoc basis wel uit te voeren. De huidige vergunningen dienen te worden omgezet naar Milieubelastende Activiteiten (MBA’s). In verband met de beperkte beschikbare middelen zal hieraan naar verwachting geen of weinig invulling worden gegeven. Met betrekking tot het tijdig leveren van vergunningen wordt een doelstelling van circa 60% haalbaar geacht. Actualisaties van vergunningen worden uitsluitend op basis van noodzaak ad hoc uitgevoerd. Risico van het niet tijdig actualiseren van vergunning is dat dit kan leiden tot complexe handhavingsprocedures.

8

3. Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 1 Vergunningverlening x € 1.000

Budget 2026 Baten

Lasten

Saldo

Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening

2.703

1.917

786

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead

0

Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien Saldo van baten en lasten

2.703

18

-18

1.935

767

9

III. PROGRAMMA 2 – TOEZICHT EN HANDHAVING 1. Wat willen we bereiken? Toezicht De ODA houdt toezicht op de naleving van milieuregelgeving. Hiervoor worden milieubelastende activiteiten gecontroleerd aan de hand van omgevingsplannen, een omgevingsvergunning of een melding. Als er voor de betreffende activiteit geen benodigde vergunning is verleend of wanneer er geen benodigde melding is ingediend, wordt erop toegezien dat dit alsnog gebeurt. Maar nog belangrijker: we zien erop toe dat bedrijven de (landelijke) regels op het gebied van milieu naleven. Naast het toezicht op bedrijven worden in het uitvoeringsprogramma 2026 ook andere aspecten van toezicht meegenomen. Hierbij moet je denken aan bodemtoezicht, toezicht op evenementengeluid, toezicht op asbestsloop en toezicht op aspecten zoals vuurwerk en energiebesparing. Verder blijft ook ondermijning en ketentoezicht de komende jaren een grote rol spelen bij onze werkzaamheden. Milieuklachten- en meldingen De ODA neemt door burgers en/of bedrijven ingediende milieuklachten in behandeling en geeft daar een vervolg aan. Het indienen van klachten gaat via het meldpunt voor milieuklachten in Gelderland. Dit kan zowel telefonisch als digitaal. Handhaving, bezwaar en beroep De inzet vanuit de ODA is met name gericht op toezicht met daarin het bewustmaken van het naleven van de regelgeving.

Maar helaas leidt alleen toezicht niet altijd tot het beoogde resultaat. Dan moeten we de naleving van de regels afdwingen door gebruik te maken van bestuursrechtelijke en/ of strafrechtelijke handhavingsinstrumenten. De afhandeling van de in dit kader ingediende bezwaar- en beroepschriften wordt ook door de ODA verzorgd. 2. Wat gaan we daarvoor doen? Risico-, effect en naleefgericht toezicht op bedrijven We werken met een risico & effectgerichte benadering, gebaseerd op steeds meer beschikbare informatie vooraf. Dit hebben we voor enkele branches vertaald naar specifieke brancheplannen. Hierin staan verschillende manieren van toezicht houden, zoals de traditionele reguliere controle, de aspectcontrole en de zelfcontrole (bedrijven vullen vooraf zelf een checklist in, waarna gekeken wordt waar de ODA zelf nog langs moet gaan voor een controle). Verder wordt in een brancheplan ook beschreven welke overtredingen het meest voorkomen in zo’n branche en hoe je mogelijke overtredingen kunt voorkomen door bijvoorbeeld voorlichting. We hebben samen met onze partners in concept een vernieuwde risicoanalyse en PVTHuitvoeringsbeleid (De P staat voor preventie zoals het geven van voorlichting) opgesteld die de eerdere risicoanalyse van 2017 moet gaan vervangen. Dit betreft een doorontwikkelde risicogerichte aanpak van milieutaken binnen de Omgevingsdienst Achterhoek.

Hiermee komt de aanpak ook in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingswet. Deze wordt in 2025 aan de gemeentes voorgelegd ter goedkeuring. Hiervoor wordt met name het resultaat uit de risicoanalyse (de benodigde capaciteit en kosten daaruit) eerst bestuurlijk afgestemd met onze partners en ons bestuur. Als deze goedgekeurd wordt, wordt dit vertaald in de komende begrotingen en uitvoeringsprogramma’s. Omgevingswet Aandachtsbedrijven Dit betreft bedrijven die extra aandacht nodig hebben en daardoor vaak ook veel tijd kosten. Elk jaar vallen er bedrijven af, maar er komen ook wat bij. Er zijn 4 verschillende categorieën, aandachtsbedrijven met: - een hoog risicoprofiel; - een slecht naleefgedrag; - veel klachten uit de omgeving; - gevaar voor ondermijning/ milieucriminaliteit. 10

Het aantal bedrijven is dynamisch en het kan ook een combinatie van bo 2. Wat willen we bereiken? Vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijnen afhandelen en dat de verleende vergunningen bijdragen aan een veilige leefomgeving en handhaafbaar zijn. Meldingen worden beoordeeld op juistheid en volledigheid. Vergunningverlening is lastig te plannen omdat dit voor een groot deel afhankelijk is van aanvragen van de bedrijven. De volgende prioriteiten hanteren we: • aanvragen worden op volgorde van binnenkomst opgepakt; • aanvragen krijgen altijd voorrang voor ambtshalve wijzigingen; • bij piekaanbod krijgen reguliere procedures voorrang boven uitgebreide procedures, omdat in de meeste gevallen bij een (korte) reguliere procedure de vergunning na het verlopen van de proceduretermijn van rechtswege van kracht wordt. Daarnaast verliezen door diverse oorzaken afgegeven vergunningen hun actualiteit. Voorbeelden zijn: • jurisprudentie en wijzigingen in wet- en regelgeving; • wijzigingen in de meest milieuvriendelijke technieken die een bedrijf kan toepassen op basis van Europese regelgeving (BREF’s en BBT); • wijzigingen in Nederlandse BBT-informatiedocumenten (best beschikbare technieken); 4. Wat gaan we daarvoor doen? • Meedenken in mogelijkheden en oplossingen, waarbij de belangen van de aanvrager, de omgeving en de gemeenten/provincie afgewogen worden.

• De inzet van menskracht en deskundigheid zodanig plannen dat producten met kwaliteit en integraal tot stand komen. Het klantgericht werken staat hierbij centraal. • Het uitvoeren van afspraken met de opdrachtgevers. • Kennis van medewerkers up to date houden • Prioriteiten stellen en het maken van meetbare doelstelling voor vergunningverlening en de actualisatie daarvan • Klanttevredenheidsonderzoek uitvoeren. Projectmatige en niet geplande werkzaamheden Naast het uitvoeren van regulier werk worden taken ook projectmatig opgepakt. Deze projecten hebben bijvoorbeeld betrekking op de branchegerichte aanpak of op stelseltaken zoals ketentoezicht. Daarnaast vinden waar nodig ook niet geplande werkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden ontstaan als gevolg van wensen van onze partners op dat moment, landelijke ontwikkelingen, klachten en/ of onvoorziene voorvallen/ incidenten. Ons uitvoeringsprogramma is daarom flexibel opgesteld, waardoor waar nodig ook verschuivingen van werkzaamheden binnen de ODA plaats kunnen vinden. Daarbij moet natuurlijk wel gekeken worden of deze verschuivingen geen extra nieuwe risico's met zich meebrengen en mocht dit wel zo zijn dat deze werkzaamheden alsnog later in het jaar gedaan moeten worden. Ondersteuning bij het voorkomen en bestrijden van ondermijning

Ook in 2026 zal er weer aandacht worden besteed aan ondermijning. Ondermijning is de vermenging van de onderwereld met de bovenwereld. In de Achterhoek hebben wij er helaas ook regelmatig mee te maken. Denk daarbij aan de drugslabs en hennepkwekerijen die zijn aangetroffen en waar lozingen of dumpingen van (gevaarlijke) afvalstoffen op bodems, in mestkelders, etc. hebben plaatsgevonden. Daar wordt o.a. de expertise van de ODA met betrekking tot handhaving en het veiligstellen van de omgeving in de praktijk gebracht. De ODA helpt verder door de ogen en oren te zijn voor het signaleren van dit soort zaken en het meegaan met de politie en gemeentes naar verdachte situaties en bedrijven. 11

Landelijke Handhaving Strategie Omgevingswet (LHSO) In ons werkproces is de LHSO geïmplementeerd. Deze werkwijze is onze basis voor de inzet van handhaving, waarbij we rekening houden met het mogelijk aanwezige specifieke handhavingsbeleid bij onze partners. Gebruik van strafrecht In het kader van de toetsing van overtredingen aan de hand van de LHSO zijn de werkzaamheden in het kader van het strafrecht door de BOA’s ook van belang. Verder wordt er ook gekeken naar een continue verbetering van de samenwerking met het OM, FP en de politie. De onderlinge contacten zijn goed, maar de verwachtingen en daarmee de werkafspraken en de -processen worden waar nodig nog beter op elkaar afgestemd. Programmasturing complexe bedrijven: Binnen het Gelders stelsel is er een gezamenlijk Gelders programma voor de gemeentelijke complexe bedrijven. Hiermee willen we een kwalitatief betere en uniforme werkwijze creëren voor de bedrijven met de grootste milieurisico’s. Ook zorgen we hiermee voor een goede kennisdeling over dit soort bedrijven binnen het Gelders stelsel. Uitstoot van stikstof (N) Al jaren is de stikstofdiscussie in Nederland gaande. Gezien de politieke en maatschappelijke onenigheid zal dit ook niet direct tot duidelijkheid leiden. Wat dit voor toezicht en handhaving gaat betekenen blijft dan ook onduidelijk.

Mogelijk houdt dit voor ons wel in dat de komende jaren ons wordt gevraagd om bij specifieke bronnen extra toezicht te gaan houden. Denk daarbij aan de grotere veehouderijen of de fabrieken met grote stookinstallaties. 5. Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 2 Toezicht en Handhaving x € 1.000

Budget 2026 Baten

Lasten

Saldo

Programmaplan Programma 2 Toezicht en Handhaving

6.649

3.815

2.834

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen

0

Overhead

0

Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien Saldo van baten en lasten

6.649

44

-44

3.859

2.790

12

IV.

PROGRAMMA 3 – ADVIES

1. Wat willen we bereiken? Het verstrekken van (milieu)advies over het ontwikkelen, inrichten en beheren van een duurzame leefomgeving. Enerzijds zijn de adviezen een onderdeel van de vergunning- en handhavingsprocedures en anderzijds zijn de adviezen gericht op ruimtelijke processen waarbij voor alle relevante aspecten een beoordeling wordt gegeven over de (on)mogelijkheden van een ruimtelijke ontwikkeling. Het betreft adviezen op het gebied van archeologie, constructie, geluid, bodem, lucht, geur, licht, externe veiligheid, milieueffectrapportage, milieuzonering, ecologie natuurbeschermingswet, water, juridische ondersteuning en ZZS. Opgemerkt wordt dat de gemeenten mogelijk leges kunnen heffen of anterieure overeenkomsten kunnen sluiten zodat de kosten hiervoor deels worden gedekt. In het kader van de Omgevingswet waarbij bij het toekennen van functies aan een Omgevingsplan sprake dient te zijn van een integrale afweging van de diverse belangen wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een vorm van integrale advisering voor de milieuaspecten waar de ODA op adviseert. 2. Wat gaan we daarvoor doen? • Meedenken in mogelijkheden en oplossingen, waarbij de belangen van de aanvrager, de omgeving en de gemeenten/provincie in het oog worden gehouden. • Het verstrekken van gevraagde specialistische en juridische adviezen aan in- en externe opdrachtgevers.

• De inzet van menskracht en deskundigheid zodanig plannen dat producten met kwaliteit en integraal tot stand komen. Het klantgericht werken staat hierbij centraal. • Binnen afgesproken termijnen leveren van advies dat voldoet aan gevraagde en/of geformuleerde afspraken • Kennis van medewerkers up –to-date houden. 3. Wat mag het kosten? Overzicht baten en lasten Programma 3 Advies x € 1.000

Budget 2026 Baten

Lasten

Saldo

Programmaplan Programma 3 Advies

2.603

1.657

946

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen

0

Overhead

0

Heffing vennootschapsbelasting

0

Onvoorzien Saldo van baten en lasten

2.603

18

-18

1.675

928

13

V.

PROGRAMMA 4 – STELSELTAKEN

Inleiding De individuele Gelderse omgevingsdiensten zijn niet voor alle opgedragen taken voldoende “robuust”. Om die robuustheid wel te garanderen, is een Gelders stelsel ontwikkeld. Omgevingsdiensten waar bovenregionale taken zijn belegd, zorgen voor de uitvoering daarvan ten behoeve van alle Gelderse omgevingsdiensten. De volgende bovenregionale taken zijn als volgt belegd: Bovenregionale taak

Belegd bij

Kwaliteit en coördinatie Gelders stelsel Ketentoezicht Portaal en kenniscentrum Complexe vergunningverlening (provinciale bedrijven)

Omgevingsdienst De Vallei (ODDV) Omgevingsdienst Rivierenland ODR) Omgevingsdienst Veluwe (ODV) Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)

Complexe toezicht en handhaving (provinciale bedrijven), meetdienst en bezwaar en beroep Personeel en Organisatie BSBm (Bestuurlijke Straf Beschikking milieu)

Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) Omgevingsdienst Veluwe (ODV)

1. Wat willen we bereiken? In Gelderland hebben gemeenten en provincie gekozen voor een samenhangend stelsel van uitvoeringsdiensten waarin nabijheid, samenhang, kwaliteit en efficiency belangrijke uitgangspunten zijn. De keus om zo veel mogelijk in de regio en daarmee in de eigen organisatie te blijven werken, maakt samenwerking tussen de uitvoeringsdiensten nodig en gewenst. Nodig omdat niet in alle regio’s de uitvoering van alle taken robuust en volgens de landelijk opgestelde en vereiste kwaliteitscriteria 3.0 mogelijk is. Samenwerking is gewenst omdat het een goede manier is om kwalitatief goede producten tegen een redelijke prijs te leveren. 2. Wat gaan we daarvoor doen? Kwaliteit en coördinatie Gelders stelsel Om het Gelders stelsel van zes uitvoeringsdiensten blijvend, op een kwalitatief goed niveau te laten functioneren, is het van groot belang duurzaam met elkaar in gesprek te zijn. De ODDV voert daarover de regie. Ketentoezicht De ODR is verantwoordelijk voor de analyses, de keuze van de ketens en de uitvoeringsplanning. De ketenprogramma’s worden uitgevoerd in samenwerking met de medewerkers van de verschillende omgevingsdiensten. In overleg met de ODR worden projecten bepaald voor de inzet op ketentoezicht. Hiervoor is vanuit de ODA capaciteit beschikbaar gesteld. Portaal en kenniscentrum De ODV fungeert als portaal en kenniscentrum.

De ODV verzorgt de gemeenschappelijke contacten vanuit het stelsel met andere organisaties zoals het OM. Daarmee hebben deze organisaties in Gelderland één aanspreekpunt. Complexe vergunningverlening en toezicht en handhaving Vanuit de Omgevingswet geldt dat het bevoegd gezag voor complexe bedrijven ligt bij de provincie. De provincie heeft deze taken belegd bij de ODRN voor vergunningverlening en de ODRA voor toezicht en handhaving. Dit geldt ook voor toezicht en handhaving van vuurwerk en bodemsaneringen waarbij de provincie bevoegd gezag is. Personeel en Organisatie De ODA fungeert als trekker van de stelseltaak HRM. Vanuit deze rol coördineren we het Centraal Lokaal Overleg (CLO) en leveren we de ondersteuning voor het CLO. Bij de oprichting van de Gelderse Omgevingsdiensten zijn de meeste regelingen collectief met de vakbonden afgestemd. Door de inwerkingtreding van de WNRA ligt hier ook een rol 14

grotere rol voor de OR. Waar dat zinvol is stemmen we met de OR-en af welke regelingen we uniform kunnen uitvoeren in Gelderland. Ook coördineren we de taken van de Expertgroep HRM. Deze expertgroep is gezamenlijk verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering van P&O-taken. We worden hierbij ondersteund door een arbeidsjurist. Het grote voordeel van deze gezamenlijke aanpak is dat niet elke Omgevingsdienst “het wiel hoeft uit te vinden”. In brede zin moeten we denken aan: evaluatie van bestaande regelingen (o.a. reiskosten, IKB), arbeidsmarktcommunicatie en de gesprekkencyclus. Onze gemeenschappelijke arbeidsvoorwaarden liggen vast in de lokale arbeidsvoorwaardenregeling Gelderse Omgevingsdiensten (LAGO) en het Arbeidsvoorwaardenreglement Gelderse Omgevingsdiensten (AvR). Kosten (vooral personele inzet) die hiervoor door de ODA worden gemaakt, worden verdeeld over de zes omgevingsdiensten. Bestuurlijke Straf Beschikking milieu (BSBm) De stelseltaak coördinatie BSBm is belegd bij de ODV . Dit gaat om de ‘grijze’ BSBm. Voor deze taak wordt gebruik gemaakt van een centrale registratie. Ook de afstemming met het Openbaar Ministerie wordt door de ODV gedaan. 3. Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 4 Stelseltaken x € 1.000

Budget 2026 Baten

Lasten

Saldo

Programmaplan Programma 4 Stelseltaken

85

782

-698

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead

0

Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien Saldo van baten en lasten

0 85

782

-698

15

VI.

PROGRAMMA 5 – PROJECTEN

Inleiding In dit programma staan projecten die een incidenteel karakter hebben. 1. Wat willen we bereiken? Projecten worden meestal gestart om een impuls te geven aan nieuwe onderwerpen of zaken die onvoldoende zijn geborgd in het primaire proces. We zijn ons aan het wikkelen op gebied van data. We zetten sterk in op data gedreven werken. Onze partners wensen dat wij sneller en in meer detail onze stukken kunnen onderbouwen. De enige manier om dit te realiseren is door sterk in te zetten op het verbeteren van onze datakwaliteit. Hiervoor hebben we structureel 2 dataspecialisten nodig. Deze uitbreiding vragen wij dan ook doormiddels deze begroting aan ons bestuur. Daarnaast zien wij de snelle ontwikkeling van AI en zijn wij aan de mogelijkheden van het gebruik AI binnen onze organisatie aan het onderzoek. Dit is een ingewikkeld proces en vergt veel voorzichtigheid vanwege de mogelijke gevaren op gebied van privacy. Wat gaan we daarvoor doen? Interbestuurlijk programma Vanaf 2023 werkt ODA aan het Interbestuurlijk programma versterking VTH. Dit programma is gestart vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met als doel om voor 1 april 2026 de omgevingsdiensten te laten voldoen aan de robuustheidscriteria. Samen met het bestuur en de ambtelijk opdrachtgevers worden de acties opgesteld en uitgewerkt.

Naast het werken aan een de eigen zelfstandige robuustheid worden ook verkennende gesprekken gevoerd met omliggende Gelderse omgevingsdiensten. ODA voldoet inmiddels aan alle robuustheidscriteria, behalve het omzetcriterium. Omgevingswet na invoering Samen met de deelnemers heeft ODA zich voorbereid op de invoering van de Omgevingswet. Na invoering van de wet is het gewenst om de samenwerkingsafspraken blijvend te monitoren en actuele kennis te blijven uitwisselen om het ieders en ons gezamenlijke dienstverleningsniveau hoog te houden. 2. Wat mag het kosten? Kosten voor het Interbestuurlijk programma versterking VTH worden gedekt uit de daarvoor bedoelde SPUK-middelen. Wanneer wordt gekozen voor een uitbreiding van de activiteiten of een formele verkenning dan zullen deze kosten apart worden voorgelegd aan de ambtelijk opdrachtgevers. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven we de samenwerkingsafspraken in de regio evalueren en optimaliseren. In 2024 zijn we gestart met de normuren en ons (norm)producten te monitoren en daarmee het productenboek aan te passen gaande het jaar. Dit betekent dat de begroting van 2026 en de opvolgende jaren gewijzigd zullen worden aan de hand van de dan bekende wijzigingen.

16

Overzicht baten en lasten Programma 5 Projecten x € 1.000

Budget 2026 Baten

Lasten

Saldo

Programmaplan Programma 5 Projecten

0

176

-176

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead

0

Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien Saldo van baten en lasten

0 0

176

-176

17

VII. DE PARAGRAFEN Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de omgevingsdienst Achterhoek. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen achterwege gelaten. De volgende paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: 1. Bedrijfsvoering 2. Risicobeheer en weerstandsvermogen 3. Financiering 4. Onderhoud kapitaalgoederen PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING Kwaliteit Voor de beoordeling van kwaliteit zijn de kwaliteitscriteria 3.0 de uitgangspunten. Periodiek worden zowel de procescriteria als de criteria voor de kritieke massa (op basis van capaciteit, kennis en ervaring van de medewerkers) gemonitord. Daaruit blijkt dat we over het algemeen aan alle kwaliteitscriteria volledig voldoen. We hebben ons als doel gesteld om robuust te zijn op alle deskundigheidsgebieden waarvoor de ODA aan de lat staat. Daarnaast streven we ernaar dat onze medewerkers zoveel mogelijk individueel voldoen. Ons opleidingsplan en andere acties zijn daarop gericht. Informatiebeleid en ICT De ODA heeft een aantal systemen in gebruik. Voorbeelden van deze systemen zijn een vergunningen, toezicht- en handhavingssysteem), een systeem waar documenten worden opgeslagen en een systeem die de informatie van de ODA op de kaart toont.

Al deze systemen staan in verbinding met elkaar. De komst van de Omgevingswet en de huidige AVG-wetgeving stellen specifieke eisen aan enerzijds gegevensuitwisseling en anderzijds aan het beheer van gegevens. Om aan de regelgeving te kunnen voldoen zijn er regelmatig aanpassingen aan de systemen nodig. Binnen het Gelders Stelsel is er een kernregistratie waarmee we binnen Gelderland informatie over bedrijven uitwisselen. Dit centrale systeem kan ook gebruikt worden voor koppelingen met bijvoorbeeld landelijke gegevensbanken, zoals Inspectieview Milieu (IVM). Bij de aanschaf van een nieuw systeem wordt ook steeds gekeken naar wat er gezamenlijk binnen het stelsel kan worden opgepakt. Organisatieondersteuning De ondersteuning is nu deels belegd bij 3 en in 2026 2 partners. Dit is vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten met een relatief korte looptijd. Dit om telkens te beoordelen of de samenwerking met de huidige partners nog wel de beste keuze is. Een korte looptijd houdt andere opties voor de toekomst open.

18

PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING De wereld om ons heen verandert snel. Dat betekent dat er altijd ontwikkelingen zijn waar geen rekening mee is gehouden. Neem als voorbeeld de corona. Deze ontwikkelingen kunnen geld kosten. Het is daarom verstandig financiële middelen te reserveren voor eventuele tegenvallers. Hoeveel we moeten reserveren hangt af van de risico’s die we lopen. Het algemeen Bestuur van de ODA heeft daartoe in november 2015 een notitie vastgesteld waarin de risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit zijn bepaald. Overigens merken we dat het benoemen van de risico’s al helpt bij het beperken van de gevolgen. We letten meer op de mogelijke risico’s en proberen eerder in te grijpen. Definities Hieronder worden de begrippen weerstandscapaciteit, risico en weerstandsvermogen gedefinieerd. Voor de begrippen bestaan soms meerdere definities. Er is steeds gekozen voor de definitie die het meest algemeen in gebruik is of die het beste bij de ODA past. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de ODA beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die posten waaruit tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden, zoals de algemene reserve.

Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de organisatie heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit verstaan we middelen die permanent inzetbaar zijn om structurele tegenvallers op te vangen. Risico Een risico is een onzekere en ongewenste gebeurtenis die een nadelig effect kan hebben op de ODA, de doelen die zijn gesteld of de financiële positie van de ODA. Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit noemen we ‘weerstandsvermogen’. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Anders gezegd: Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van een organisatie is. Door voldoende aandacht aan het weerstandsvermogen te besteden, kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigingen of een hogere bijdrage van de deelnemers. Om het weerstandsvermogen objectiever te kunnen beoordelen is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) een waarderingstabel ontwikkeld: Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen Groter dan 2,0 Groter dan 1,4 maar kleiner dan 2,0 Groter dan 1,0 maar kleiner dan 1,4 Groter dan 0,8 maar kleiner dan 1,0 Groter dan 0,6 maar kleiner dan 0,8 Kleiner dan 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Bepaling weerstandscapaciteit ODA De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Binnen de ODA kan de beschikbare weerstandscapaciteit uit twee posten worden berekend: •

Post onvoorzien (structurele weerstandscapaciteit) begroting 2026: € 81.000;

•

Algemene reserve (incidentele weerstandscapaciteit) stand 1-1-2025: € 118.000;

De verwachting is dat de algemene reserve met het positieve jaarrekening resultaat 2025 aangevuld gaat worden naar € 150.000. 19

Welk bedrag is er met de risico’s gemoeid? Om tot een waardering van een risico te komen moeten de (financiële) gevolgen/impact van een risico worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn. Daarom maken we gebruik van onderstaande tabel:

Klasse 1 2 3 4 5

Omvang €0-€25.000 €25.000-€75.000 €75.000-€200.000 €200.000-€500.000 > €500.000

Hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet? Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kans-klasse indeling: Klasse

Waarschijnlijkheid

Kans

Referentiebeeld

1

Zeer klein

10%

1 keer per 10 jaar of >

2

Klein

30%

1 keer per 5-10 jaar

3

Gemiddeld

50%

1 keer per 2-5 jaar

4

Groot

70%

1 keer per 1-2 jaar

5

Zeer groot

90%

1 keer per jaar of <

Gekozen uitgangspunten voor inventarisatie van de risico’s Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Met de deelnemers worden afspraken gemaakt over de dienstverlening en de informatievoorziening over en weer voor de taakuitoefening. Afwijkende situaties per deelnemer kunnen de efficiency-doelstellingen onder druk zetten of kunnen leiden tot te weinig werk per medewerker. Het is ook van belang de afspraken met de andere ’OD’s juridisch goed te verankeren. Het risico bestaat uit dat er meer uren noodzakelijk zijn om de taken uit te voeren waardoor minder vraag naar producten ontstaat dan verwacht. Door regelmatig overleg met de partners wordt de kans hierop risico verkleind. Het risico schatten we op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Taakuitvoering Hieronder verstaan we het risico van aansprakelijkheidsstelling bij de reguliere taakuitoefening. Hiervoor zijn de gebruikelijke aansprakelijkheidsverzekeringen gesloten. Het restrisico bestaat uit het betalen van schadevergoedingen waarbij het eigen risico voor de ODA blijft. We schatten de omvang op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein). Deelnemers treden uit de gemeenschappelijke regeling Mocht een van de deelnemers de keuze maken om uit de gemeenschappelijke regeling te treden, dan zal dit een groot (financieel) effect kunnen hebben op de ODA.

We schatten de omvang op €1.000.000 en de kans dat zicht dit voordoet op 10% (zeer klein). Calamiteit bij bedrijf De ODA kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld, nalatig te zijn geweest of onvoldoende te hebben gecommuniceerd tijdens of na een calamiteit. Ook is het mogelijk dat de ODA het verwijt krijgt dat ze vooraf (dus voordat de calamiteit plaats vond) niet goed heeft gehandeld. Het vertrouwen in de ODA bij opdrachtgevers en burgers neemt af; schadeclaims en negatieve pers. Voor financiële consequenties zie taakuitvoering. 20

Als beheersingsmaatregel stellen we hier tegenover het opstellen van een communicatieplan/protocol hoe te handelen bij calamiteiten, praktijksituaties simuleren, kwaliteitsborging producten en kennis blijven delen binnen omgevingsdiensten en met de partners. Het (rest)risico schatten we daarmee op nihil. Rechtmatigheid Het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen kan leiden tot juridische procedures en claims. De ODA wordt geacht rechtmatig, d.w.z. overeenkomstig wet- en regelgeving te handelen en moet daarin de opdrachtgevers adviseren. Het onvoldoende rechtmatig functioneren doet afbreuk aan het imago en het vertrouwen in de ODA. Bovendien vormt het rechtmatigheidsaspect onderdeel van de interne controle. We schatten het (rest)risico op nihil. Bezuinigingen bij de deelnemers Het risico is dat het rijk bezuinigt op provinciale- en gemeentelijke uitkeringen (Provinciefonds /Gemeentefonds) en/of dat de partner zelf bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Voor de ODA bestaat het risico dat provincie en gemeenten een deel van de rijks- of eigen bezuinigingen afwentelen op de ODA. In de eind 2016 vastgestelde verrekensystematiek zijn onder meer afspraken gemaakt, hoe we met tekorten omgaan wanneer deze worden veroorzaakt door bezuinigingen bij de partner. Ondanks deze afspraken schatten we het risico op €250.000 (klasse 4) en de kans dat het zich voordoet op 10% (klein).

Loon- en prijsontwikkelingen Aan het einde van 2023 is een nieuwe cao vastgesteld wat zal resulteren in loonstijgingen voor 2024 en 2025: in totaal 6%. De daadwerkelijke verhoging bleef hiermee binnen het gestelde risico. Het risico hebben we ingeschat op € 150.000 (klasse 3) en de kans dat het zich voordoet op 50% (gemiddeld). Eigen risico voor werknemersverzekeringen De ODA is eigen risicodrager voor de ziektewet, WW en premiedifferentiatie voor WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgehandicapten). De ODA betaalt het eigen risico en de premiedifferentiatie indien een medewerker ziek, verplicht uit dienst gaat of in de WGA komt. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Ziekteverzuim De ODA werkt met een norm aan productieuren van 1.350. Omgerekend is dit 72% naar beschikbare uren. Indien het ziekteverzuim te hoog is, denk bijvoorbeeld aan de medewerkers die werkzaam zijn binnen het primair proces, zet dat de productieve norm onder druk en daardoor de opbrengsten. We schatten het risico op € 70.000 (klasse 2) en de kans dat dit zich voordoet op 50% (gemiddeld). Het ziekteverzuim van de ODA over 2023 bedraagt 5,6%. Dit ligt boven het landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten (circa 5,0%; bron CBS). Wel stellen we vast dat het ziektepercentage vooral zichtbaar is in het primair proces.

Werkkostenregeling Op 1 januari 2015 is de werkkostenregeling in werking getreden. Deze regeling begrenst het maximaal te besteden bedrag aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Boven de vrije ruimte is loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80% verschuldigd. Deze regeling kan financiële gevolgen hebben voor de loonkosten. We gaan daar vooralsnog niet van uit. We schatten het risico in op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (gemiddeld). BTW 21

Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond wordt overschreden, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Het risico is dat de gemeenten deze overschrijding (deels) gaan afwentelen op de ODA en daardoor minder producten gaan afnemen. Vooralsnog schatten we dit risico op nihil. Vennootschapsbelastingplicht Met ingang van 1 januari 2016 worden ook de lokale overheden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt in beginsel ook voor de gemeenschappelijke regelingen zoals de ODA. In 2016 zijn door de Omgevingsdiensten afspraken gemaakt met de Belastingdienst. De inschatting is dat de kans dat ODA vennootschapsbelasting moet betalen zeer klein is. Productenboek Het risico is dat de gehanteerde normen in het productenboek afwijken af van de werkelijkheid waardoor de kosten per product hoger of lager zijn dan vooraf verwacht. Het is zaak de normen regelmatig te toetsen en bij te stellen waar nodig. In 2019 had de ODA een behoorlijk tekort. In 2020 hebben we een tijdschrijfanalyse uitgevoerd.

Aan de hand hiervan bleek dat de productvergoeding voor specialistische ondersteuning onvoldoende kostendekkend was en zijn daarop de normen aangepast. We schatten het risico van onvoldoende dekking op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

Automatisering Het risico is productieverlies door uitval en reparatie van de verschillende systemen waardoor meer uren noodzakelijk zijn om de taken te verrichten dan waarmee rekening is gehouden. We schatten het risico op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Aanbestedingen Het risico is dat aanbestedingen niet worden uitgevoerd volgens vastgesteld (Europese en ODA) inkoop- en aanbestedingsbeleid waardoor financiële middelen zijn benodigd voor rechtszaken en de consequenties van deze rechtszaken. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (klein). Outputmodel (medewerkers) Het outputmodel vanaf 2017 vergt een geheel andere strategie in de bedrijfsvoering dan we tot dusverre gewoon zijn. De ODA wordt tot op zekere hoogte afhankelijk van de vraag van onze klanten (lees: de partners). Ook voor de medewerkers betekent dit een omslag. We zullen hiermee ervaring moeten opdoen. Het beleid van onze partners kan leiden tot meer of minder vraag naar producten, incidenteel maar wellicht ook structureel. Het zal niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de vraag naar de (soort) producten overeenkomt met de beschikbare capaciteit. We zullen daarop tijdig moeten inspelen. De strategische personeelsplanning die regelmatig bijgesteld wordt, kan ons daarbij uitstekend van dienst zijn.

We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Gelders Stelsel Er is een verbeterplan opgesteld op basis van de uitgevoerde evaluatie van het Gelders Stelsel. De mogelijke maatregelen zijn niet op geld doorgerekend. Mogelijk kunnen een aantal maatregelen leiden tot extra kosten voor de ODA. We schatten het risico op € 12.500 en de kans dat zich dit voordoet op 70% (groot).

22

Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet kan tot een andere taakverdeling tussen gemeenten, provincie en de ODA leiden. Het is zowel mogelijk dat dit tot meer als tot minder taken voor de ODA leidt die in de begroting zo mogelijk worden meegeraamd. Het risico schatten we daarom op nihil. Datalekken Iedereen heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn persoonsgegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Hierin staat dat persoonsgegevens moeten worden beveiligd tegen verlies en tegen onrechtmatige verwerking. Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens, of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens. Het datalek moet daarnaast ook worden gemeld aan de betrokkene indien het waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. Bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wbp kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein)

Financieel effect van deze risico’s We willen het totale financiële effect van deze risico’s weten. Dit hebben we nodig om vast te stellen of onze financiële buffer voldoende is. In de volgende tabel wordt het financieel effect berekend. Niet alle risico’s komen tegelijk voor. Ook zijn de gevolgen van de risico’s niet altijd maximaal. Het geld dat nodig is om de risico’s op te kunnen vangen is daarom minder dan alle risico’s bij elkaar opgeteld. Een praktische methode om het effect te berekenen is het maximale risico te vermenigvuldigen met de kans dat het risico zich voordoet. We noemen dit het kwantificeren van de risico’s. In de tabel kwantificering risico’s zijn de eerdergenoemde risico’s gekwantificeerd.

Geschatte Geschatte omvang kans (in %) Afspraken dienstverleningsovereenkomsten € 50.000 30% Taakuitvoering € 12.500 10% Uitreden deelnemer GR € 1.000.000 10% Calamiteit bij bedrijf nihil 0 Rechtmatigheid nihil 0 Bezuinigingen bij de deelnemers € 250.000 20% Loon- en prijsontwikkelingen € 150.000 50% Eigen risico voor werknemersverzekeringen € 50.000 50% Ziekteverzuim € 70.000 50% Werkkostenregeling € 12.500 30% BTW nihil Vennootschapsbelastingplicht nihil Productenboek € 50.000 30% Automatisering € 12.500 50% Aanbestedingen € 137.500 10% Outputmodel € 50.000 30% Gelders Stelsel € 12.500 70% Omgevingswet €0 0% Datalekken € 150.000 20% Totaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16075496/1