CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief Ethos telling + bijlage

Raadscommissie 15 januari 2026, gemeente OmmenBij agendapunt: Raadsbrief Ethos telling13.933 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

49

Stem geven

Hoopverlener

Natasja bleef daarom zelf ‘naar de straat gaan.’ ‘Ik had een auto, dus ik vulde tanks met water. Zorgde voor eten en drugs. Ik deed wasjes. Regelde dat mensen konden douchen. Ik werd bevriend met die straat en dat is tot op de dag van vandaag zo.’ Sinds ze in haar onderkomen ongelukkig ten val kwam en hersenletsel opliep, is haar wereld echter steeds kleiner geworden. Toch blijft ze ‘doen wat ik geloof’. Ze noemt zichzelf een hoopverlener. ‘Mijn lijf kan ik niet meer handelen. En mijn brein schakelt soms uit door de stress. Maar ik kan mensen wel een USB-stick met mogelijkheden geven.’ Op die stick zet Natasja belangrijke documenten, praktische tips en door haarzelf geschreven liedjes. ‘Ik wil dat ze zich weer mens gaan voelen. Ik vertel ze dat ik ze kan helpen, want ik heb het netwerk, maar ik ga het niet voor ze doen, ik ga het met ze doen.’

Ze wil dakloze mensen een stem geven. ‘Je moet je stem laten horen, maar wel op een positieve manier.’ Natasja vindt dat kille cijfers en bureaucratisch beleid plaats moeten maken voor menselijkheid en verbinding. Geëmotioneerd: ‘Ik denk dat ik voor ieder dakloos persoon in heel Nederland spreek en misschien wel wereldwijd als ik zeg: Ik kan niet zijn wie ik ben als ik geen veiligheid heb, dus ik ga langzaam kapot en ik verlies mezelf. En hoe extremer ik mezelf verlies, hoe minder hoop er is. Of je nou immigrant bent, of hulpverlener, of gescheiden vader, of crimineel. En de maatschappij wil jou niet helpen, want ze schamen zich voor jouw gedrag. Iedere dakloze persoon die ik ken schaamt zich voor hoe er met ons wordt omgegaan. Ik voel me nu door de ETHOS-telling wel echt geteld, maar niet gezien.’

Aanpasser

Ondanks de moeilijke situatie waarin ze verkeert probeert Natasja positief te blijven. Haar geloof helpt haar zich staande te houden. ‘Bij stress reageert je brein heel primair. Je gaat vluchten, vechten, bevriezen of je aanpassen. Ik ben een aanpasser. Altijd.’ Ze verwacht dat ze dat ook weer zal doen als het niet lukt om nieuwe woonruimte te vinden en ze weer op straat terechtkomt. ‘Na die val heb ik hersenletsel, ik blijk een nekhernia te hebben, een oogziekte, bloedende darmen. Ik leef op Nutridrink en babyvoeding en ik kan eigenlijk niet dakloos worden. Maar als ik voor de derde keer in mijn leven dakloos word, dan heb ik een netwerk op de straat die mij een jaar geleden ook opgeraapt heeft. Ik ben een lotgenoot. Dus er zal voor mij gezorgd worden.’

50

Anoeska

‘Ik heb mezelf eigenlijk nooit als thuisloos gezien’

51

Anoeska

Anoeska (49) heeft haar leven op de rit. Een leuke man, een koophuis en een baan als hulpverlener. Twaalf jaar geleden was dat wel anders. Door een burn-out kwam ze in de ziektewet terecht en daalden haar inkomsten zo dat ze uiteindelijk noodgedwongen weer bij haar moeder moest gaan wonen. Drie jaar lang was Anoeska thuisloos- al noemde ze dat toen zelf niet zo.

Op je 37e weer in je ouderlijk huis gaan wonen, dat was wel even wennen. ‘Ik had toen al een jaar of vijftien op mezelf gewoond, dus ik vond het een hele lastige stap. Ik voelde heel veel schaamte. Ook nu nog, als ik eraan terugdenk, kan ik het er warm van krijgen.’ Anoeska praat rustig en beheerst, maar voelt zich zichtbaar ongemakkelijk als ze vertelt hoe ze twaalf jaar geleden, na jaren stilzwijgen, haar moeder om hulp vraagt. ‘Het kostte echt heel veel moeite om te zeggen: het gaat heel slecht met me. Ik denk dat ik mijn trots opzijgezet heb, bij mijn moeder heb aangeklopt en gewoon maar hoopte dat ik bij haar zou kunnen intrekken. Ik wist van tevoren niet hoe ze zou reageren, en een plan B had ik niet.’

Op achterstand

Anoeska zat diep in de problemen en kwam er zelf niet meer uit. Dat durven toegeven, was een enorme overwinning. Jarenlang hield ze de schijn op. ‘Ik kon heel goed mooi weer spelen.’ Tegen iedereen: familie, vrienden, collega’s. Niemand wist wat er aan de hand was. ‘Ik heb jarenlang samengewoond en we hadden het financieel prima. We hadden een leuke huurwoning in een leuke wijk. Op een gegeven moment zijn we uit elkaar gegaan en toen moest ik het in mijn uppie doen. Ik werkte toen 24 uur in de week

in een baan waarin ik niet zoveel geld verdiende. Eigenlijk kwam ik al vrij snel op achterstand. Het lukte mij om mijn huur te blijven betalen en de andere vaste lasten, maar het ging steeds meer wringen.’

Geen geld voor eten

Ondertussen was Anoeska aan een deeltijdopleiding begonnen, ‘allemaal zelf betaald, omdat ik niet wilde dat mijn werkgever dat betaalde’. Daardoor namen haar financiële problemen toe. ‘Je auto gaat een keer stuk, dus ik kreeg steeds meer kosten erbij. Op een gegeven moment ben ik dusdanig in de schulden geraakt dat ik twee weken kon leven en na die twee weken was mijn bankrekening echt diep, diep in het rood. Mijn huur ben ik altijd blijven betalen, maar eten kopen lukte niet meer. Daar kom je nog wel een poosje mee weg als je met je moeder mee kunt eten of jezelf ergens uitnodigt, maar op een gegeven moment kon ik geen brood of warm eten meer kopen. Dan ga je je redden met van die goedkope noedels, of een kopje rijst.’

Eigen schuld

Erover praten of hulp zoeken deed ze niet. Best vreemd als je bedenkt dat ze ook toen al in de hulpverlening werkte.

52

‘Ik hielp mensen om uit de schulden te blijven, of schulden op te lossen. Maar ik was niet in staat om dat op mezelf toe te passen.’ Waarom niet, daarover heeft ze veel nagedacht. ‘Schaamte, en misschien ook wel een stukje trots, koppigheid en eigenwijsheid. En hier in het oosten is het heel erg van: je zorgt voor jezelf. Je praat vooral niet over je problemen en je laat zien dat het goed gaat.’ Bovendien vond ze dat het haar eigen schuld was. ‘Achteraf kan ik zien dat er gewoon veel te weinig geld binnenkwam en dat ik misschien wel recht had op bijvoorbeeld huurtoeslag, maar destijds heb ik daar niet aan gedacht. Ik had helemaal geen ruimte meer in mijn hoofd om überhaupt te denken aan oplossingen of mogelijkheden.’

Schaamte overwonnen

Door haar financiële problemen kreeg ze ook mentale problemen. ‘Het lukte gewoon niet meer. Ik liep compleet vast, zowel in mijn opleiding als mijn werk.’ Zowel letterlijk, want ze kon bijna niet meer bewegen, als figuurlijk. Door haar burn-out belandde ze in de ziektewet. ‘Het eerste jaar lukt dat dan nog wel. Maar dan kom je in het tweede ziektejaar en dan vervalt er een heel stuk van je inkomen. Dat heeft me genekt.’ Pas toen lukte het haar om haar moeder -haar vader was al jaren geleden overleden- om hulp te vragen. ‘Ik heb mezelf over heel veel trots heen moeten zetten en heel veel schaamte moeten overwinnen.’ Gelukkig mocht ze bij haar moeder in huis komen wonen. Tijdelijk was het idee, maar het werden drie jaar. ‘Achteraf is het voor onze band wel heel goed geweest. Daar ben ik wel heel dankbaar voor.’

Thuisloos

Anoeska heeft zichzelf nooit als dak- of thuisloos gezien. Totdat de organisatie waar ze bij werkt meedeed aan de ETHOS-telling. ‘Ik ben er toen door iemand anders op gewezen dat ik ook thuisloos ben geweest. Zo heb ik mezelf eigenlijk nooit gezien, maar het klopt wel. Ik had geen eigen plek.’ Ook bij haar leefde het idee dat je pas dakloos bent als je op straat leeft, maar inmiddels weet ze beter. ‘Wij moesten bijvoorbeeld ook de mensen tellen die op een vakantiepark wonen. Nooit geweten dat mensen die daar tijdelijk wonen na bijvoorbeeld een scheiding of omdat ze financiële problemen hebben, ook behoren tot de dak- en thuisloze mensen.’ En wat ze zich nu ook realiseert: het kan iedereen gebeuren. ‘Je komt in de ziektewet, je valt in inkomen achteruit, je raakt je baan kwijt of je relatie gaat uit en dan raak je de controle kwijt.’

Controle terugkrijgen

Toen Anoeska haar schulden had afbetaald en weer wat financiële ruimte had opgebouwd, reageerde ze op elke woning die vrijkwam. ‘Op een gegeven moment kon ik een heel leuk klein huisje huren. Weer je eigen plekje hebben en zelf je vloerbedekking, bank en gordijnen kunnen uitzoeken, heerlijk! De controle terugkrijgen, dat vond ik het fijnste.’ Na drie maanden trok haar vriend, tegenwoordig haar echtgenoot, bij haar in. Na het overlijden van haar moeder hebben ze samen het ouderlijk huis kunnen kopen. ‘Dat voelt nog steeds heel onwerkelijk. Ik ben altijd heel bang geweest voor de verantwoordelijkheid die bij het kopen van een woning komt

53

kijken. En soms vind ik het nog steeds spannend. Dan denk ik: wat gebeurt er als de auto stuk gaat? Of de wasmachine? Bij grotere uitgaven denk ik drie keer na. Alles om maar te voorkomen dat het weer gebeurt.’

Ervaringsdeskundige hulpverlener

Anoeska gebruikt haar ervaringen nu om andere mensen te helpen. ‘Ik weet dat iemand zich de ogen uit de kop kan schamen. Ik kan aanvoelen hoe het voelt om schulden te hebben. En ik weet dat iemand ook gekke sprongen kan maken, en grote uitgaven gaat doen die misschien helemaal niet handig zijn. Ik kan doorverwijzen. Juist omdat ik daar zelf die weerstand tegen heb gehad, kan ik daar doorheen kijken en zeggen dat het verstandig is om een stap te maken naar een professional. Hoe meer je in de problemen zit, hoe meer je het idee hebt dat je op je eigen eiland zit. Maar als je er dan uiteindelijk over praat of hulp zoekt, blijkt dat je een van de velen bent.’ Dat is dan ook Anoeska’s tip: ‘Hoe zwart het er ook uitziet, probeer toch, al komt het van onderuit je tenen, om hulp te zoeken.’

54

Kiz

‘Ik leef van dag tot dag’

55

Kiz

Kiz* (37) is in maart 2024 gevlucht uit Oeganda. In zijn korte tijd in Nederland heeft hij al het nodige meegemaakt. Eerst verbleef hij in een opvang voor vluchtelingen, daarna sliep hij op de bank bij een kennis, toen noodgedwongen op straat en sinds drie maanden verblijft hij in een opvanglocatie voor mensen zonder geldige verblijfspapieren.

‘Ik deel de ruimte met vier andere mannen, afkomstig uit alle delen van de wereld. Iedereen heeft zijn eigen slaapkamer, maar we delen de woonkamer, badkamer, keuken en toilet.’ Kiz, een rustige, goedgeklede man, is blij met zijn gedeelde onderkomen. Hij brengt zijn dagen voornamelijk door met lezen, schrijven en sporten. ‘Ik ben niet zo’n goede kok, dus ik eet veel pasta, fruit en melkproducten. Maar dat is gezond, toch?’ Kiz kwam naar Nederland omdat hij in Oeganda als homoseksuele man altijd over zijn schouder moest kijken. ‘Het was daar niet veilig voor mij’. Wie in Oeganda tot de LHBTIQ+ gemeenschap behoort, riskeert namelijk een levenslange gevangenisstraf of zelfs de doodstraf.

Geen geldige verblijfspapieren

Na zijn vlucht naar Nederland kwam Kiz terecht in de mallemolen van de asielprocedure. Hij hoopt dat het hem gaat lukken om over een tijd een verblijfsvergunning te krijgen, maar op dit moment is hij een zogenoemd ongedocumenteerd persoon, iemand zonder geldige verblijfspapieren. De eerste periode in Nederland verbleef Kiz in de vluchtelingenopvang. Toen hij daar niet meer kon blijven, kon hij terecht bij een vriend van iemand die hij kende uit de opvang. Ondertussen had hij contact gezocht met een organisatie die mensen

zonder verblijfsvergunning begeleidt, en die ging voor hem op zoek naar een woonplek. ‘Het kostte veel meer tijd dan ik had gedacht om onderdak te vinden, dus na een tijdje moest ik weg bij die kennis en belandde ik op straat.’

Slapen onder de brug

Van de bank naar de straat was een hele overgang. ‘Ik bracht mijn dagen door in de openbare bibliotheek of bij een inloophuis voor ongedocumenteerde mensen. Daar kreeg je ontbijt en een warme lunch, maar ze gingen al om drie uur ’s middags dicht, dus daarna vertrok ik dan naar de bibliotheek, totdat ook die ’s avonds zijn deuren sloot.’ ‘Soms was ik sterk genoeg om de hele nacht door de stad te lopen. Maar er waren ook nachten dat ik onder de brug sliep, op een plek waar ook andere dakloze mannen verbleven. Ze verwelkomden me, omdat ze mijn situatie begrepen.’ De mannen onder de brug wisselden elkaar af. ‘Ik gebruikte de slaapplek bijvoorbeeld een uurtje of twee, totdat de ander weer terugkwam. Dan ging ik weer rondlopen.’

Hazenslaapjes overdag

Elke nacht was het weer zoeken naar een slaapplek. ‘Het is lastig om een warme en comfortabele plaats te vinden. Dus de

56

meeste nachten liep ik gewoon rond, van de ene plek naar de andere. Of ik ging ergens op een bankje zitten en dan dommelde ik weg.’ Zijn slaap inhalen deed hij overdag. ‘Na het eten in het inloophuis legde ik mijn hoofd op tafel en deed een hazenslaapje. Ook in de bibliotheek deed ik vaak dutjes. Maar daar houden ze niet van slapende mensen, dus ik moest altijd een plek in een hoekje zoeken zodat ze me niet zagen. Of ik moest doen alsof ik een boek las, door het boek voor mijn gezicht te houden. Als ze je zagen slapen, werd je wakker gemaakt.’

Gemakkelijk om je verstand te verliezen

Drie-en-een-halve week leefde Kiz op straat. Een moeilijke tijd. ‘Mensen zien dat je dakloos bent. Ze kijken naar je en zien dat er iets niet klopt, dat je bijvoorbeeld niet zo schoon bent. Ik kon me soms wel ergens douchen en de weinige kleren die ik had wassen. Maar als ze droog waren, pakte ik mijn boeltje weer op en ging ik weer op weg.’ ‘Als je op straat leeft, ben je de hele tijd bezorgd en angstig. Ik ook. Ik was de hele tijd aan het piekeren. En elke keer als er een bericht binnenkwam op mijn telefoon hoopte ik dat ze een plek voor me hadden gevonden. In zo’n situatie is het zo gemakkelijk om je verstand te verliezen.’

Van dag tot dag leven

Kiz hield het leven op straat vol dankzij de steun van de organisatie voor mensen zonder verblijfspapieren. ‘Mijn begeleider zei steeds: we vinden onderdak voor je. Hou nog even vol.

Weten dat er mensen zijn die hun best doen om je uit die positie te halen, is zo belangrijk. Het geeft je hoop. Iets om naar uit te kijken. Dat is echt anders dan wanneer je dakloos bent en niks meer hebt om naar toe te leven.’ ‘Je moet mentaal sterk zijn en positief en hoopvol blijven. Blijven denken: er komt een opvangplek voor me. Als je dat niet doet, kan het heel snel bergafwaarts gaan.’ Kiz leefde van dag tot dag, en doet dat nog steeds. Het is zijn overlevingsstrategie. ‘Als vluchteling houd je het alleen maar vol door niet verder vooruit te kijken dan de dag van morgen. Je bent continu in survivalmode.’

Afleiding om niet vast te lopen

Kiz is bezig een boek te schrijven over zijn ervaringen tot nu toe in Nederland. ‘Alle tegenslagen, de uitdagingen, de ups en downs. Alle complicaties. Hoe slopend en stressvol het kan zijn, hoe sterk je moet zijn om de asielprocedure hier te doorstaan. Ik heb veel mensen zien instorten, verhalen gehoord van mensen die suïcide plegen. Niet iedereen kan de druk aan.’ Schrijven is voor hem een uitlaatklep. ‘Het houdt me bezig. Het leidt me af zodat ik niet helemaal vastloop. En ik lees boeken, veel boeken. Ik kijk documentaires. En ik probeer de Nederlandse taal te leren. Ik probeer mezelf te blijven ontwikkelen.’ *Kiz is een alias. Voor de veiligheid van Kiz gebruiken we niet zijn echte naam, maar die is wel bij ons bekend.

57

Van inzicht naar actie

Van inzicht naar actie Om dak- en thuisloosheid te voorkomen en uit te bannen, is inzicht in de aard en omvang van het probleem essentieel. De ETHOS-telling biedt gemeenten waardevolle informatie over het aantal dak- en thuisloze mensen en hun leefsituaties. Een belangrijke vraag is vervolgens hoe deze inzichten kunnen bijdragen aan het oplossen van dak- en thuisloosheid. Uit gesprekken met contactpersonen in de regio’s die deelnamen aan ronde 1 en 2 van de ETHOS-telling (in 2023 en 2024) blijkt dat deze inzichten in verschillende regio’s leiden tot concrete maatregelen en beleidsontwikkeling voor het voorkomen en beëindigen van dakloosheid.

‘Gemeenten kunnen het verschil maken door het stigma rondom dakloosheid weg te nemen, juist bij alledaagse procedures zoals briefadresaanvragen of woningtoewijzing.’ Carlos Weijers, Projectleider Actieplan Dak- en Thuisloosheid Gelderland-Zuid

58

1. Nieuwe kijk op dakloosheid

De toepassing van de ETHOS-definitie en het gebruik van concrete casuïstiek heeft in veel regio’s geleid tot beter inzicht in wat dak- en thuisloosheid inhoudt. Professionals en beleidsmakers geven aan dat hun beeld van dakloosheid is veranderd: zij zien nu ook mensen in minder bekende situaties – zoals jongeren die bij vrienden op de bank slapen of gezinnen die noodgedwongen in een vakantiehuisje verblijven. Dit helpt hen om breder te kijken en ook voor deze mensen oplossingen te zoeken.

2. Urgentiebesef en handelingsperspectief

De ETHOS-tellingen hebben in deelnemende regio’s geleid tot sterk toegenomen urgentiebesef. Niet alleen in de centrumgemeenten, maar ook in kleinere regiogemeenten waar de problematiek voorheen nog minder zichtbaar was dan in de centrumgemeenten. Regio’s geven aan dat de telling ‘de vinger op de zere plek legde’ en hielp om de problematiek van dak- en thuisloosheid zichtbaar te maken. Niet alleen voor bestuurders en beleidsmakers, maar voor alle partijen die dak- en thuisloze personen in beeld hebben en daarmee een onderdeel van de oplossing kunnen zijn. Voor het eerst is er feitelijke onderbouwing waarmee het gesprek gevoerd kan worden: niet op basis

59 Er is onder meer gewerkt aan: van aannames, maar op basis van data. Die helderheid brengt beweging: het maakt duidelijk waarom actie nodig is en waar deze nodig is.

Het opstellen van woonzorgvisies waarin specifieke aandacht is voor mensen in alle leefsituaties van dak- of thuisloosheid volgens ETHOS-Light;

3. Beleid in beweging

Herziening van de regels en voorwaarden voor de aanvraag van urgentieverklaringen voor sociale huurwoningen;

De resultaten van de telling helpen regio’s bij het concretiseren van beleid en het stellen van prioriteiten. Verschillende regio’s zijn inmiddels gestart met het ontwikkelen van beleidsplannen, concrete woonoplossingen en preventieve maatregelen.

Het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties op basis van de resultaten van de telling; De herziening van een convenant huisuitzettingen en verruiming van het tweedekansbeleid; Het mogelijk maken van het delen van een sociale huurwoning voor een bredere doelgroep;

‘De cijfers zijn zorgwekkend, vooral door het aantal getroffen kinderen en jongeren en de duur van hun dakloosheid. Slechts 10% van de doelgroep wordt bereikt met de huidige voorzieningen, wat de vraag oproept of deze toereikend zijn.’ Saskia Lekkerkerker, Beleidsadviseur Maatschappelijke Zorg Leidse Regio

De opzet van Wonen Eerst-projecten voor jongeren, volwassenen en gezinnen; Het toegankelijker maken van de opvang voor mensen die voorheen als ‘zelfredzaam’ werden aangeduid en voor arbeidsmigranten; De opzet van een financieel ondersteuningsprogramma (‘het Bouwdepot’) voor dak- en thuisloze jongeren; Het beter benutten van de mogelijkheden binnen al bestaande voorzieningen voor dak- en thuisloze mensen (het bieden van maatwerk bij de toepassing van de kostendelersnorm en meer flexibiliteit bij het verstrekken van briefadressen); Het vergroten van de betrokkenheid van de afdeling wonen van gemeenten en van de wethouders wonen, om de uitvoering van woonoplossingen beter mogelijk te maken.

60

4. Versterking van samenwerking

De gezamenlijke organisatie van de telling bracht veel uiteenlopende partijen samen. In veel regio’s leidde dit tot nieuwe samenwerkingen of nieuwe verbindingen binnen bestaande netwerken. Gemeenten geven aan dat de contacten die tijdens de telling zijn gelegd of versterkt ook daarna waardevol blijven: men weet elkaar sneller te vinden en de gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt sterker gevoeld. Deze samenwerking is essentieel, omdat dak- en thuisloosheid een complex en domeinoverstijgend probleem is dat niet door één organisatie of sector kan worden opgelost. Alleen door structurele afstemming tussen alle betrokkenen kunnen effectieve en duurzame oplossingen worden ontwikkeld.

‘Organisaties zoals maatschappelijk werk en woningbouwcorporaties en gemeentelijke afdelingen die gaan over bijvoorbeeld inkomen, schulden, wonen en jeugdhulp hadden voorheen geen focus op dak- en thuisloosheid. Deze organisaties weten nu dat zij ook een sleutelrol kunnen spelen in het voorkomen dat mensen dakloos worden. Dat is goud waard.’ Esther van Tilburg, voorzitter van het Netwerk Opvang en Wonen van Regio Meierij en Bommelerwaard

61

Op weg naar landelijk en structureel inzicht in dak- en thuisloosheid

62

Op weg naar landelijk en structureel inzicht in dak- en thuisloosheid Hogeschool Utrecht en Kansfonds streven ernaar om landelijk een helder en betrouwbaar beeld te krijgen van de omvang en aard van dak- en thuisloosheid. Binnen het Nationaal Actieplan Dakloosheid is afgesproken dat alle dak- en thuisloze mensen in beeld worden gebracht op basis van de ETHOS-Light definitie. Vanuit de landelijke politiek is het afgelopen jaar gewerkt aan het verankeren van deze definitie in beleid en wetgeving. In de komende jaren wordt ingezet op een verdere landelijke uitbreiding van de ETHOS-tellingen.

Vierde telronde (2026)

Op weg naar deze landelijke opschaling breiden we het aantal regio’s dat deelneemt aan de ETHOS-tellingen opnieuw uit: in 2026 nemen 11 regio’s met in totaal 96 gemeentes deel aan de ETHOS-tellingen. Dit zijn: Bergen op Zoom, Dordrecht, Groningen, Midden-Holland, Midden-IJssel, Noord- en MiddenLimburg, Noord-Veluwe, Rotterdam, Utrecht, Zeeland en Zuid Hollandse Eilanden. Daarmee wordt ook in de overige twee G4-steden geteld. De resultaten van de vierde telronde verwachten we in het najaar van 2026. Op basis van de vier telrondes, waarin in totaal 219 van de 342 Nederlandse

gemeenten zijn meegenomen, streven we ernaar een landelijke extrapolatie te maken van het totaal aantal dak- en thuisloze mensen in Nederland.

Groot draagvlak voor herhaaltellingen

Veel regio’s die al een telling hebben uitgevoerd, willen dit over vier jaar herhalen. Volgens hen zijn herhaaltellingen essentieel om ontwikkelingen binnen de groep dak- en thuisloze mensen zichtbaar te maken en om te beoordelen of beleid en interventies effect hebben. Ook worden herhaaltellingen gezien als een belangrijk middel om de betrokkenheid van organisaties vast te houden en de urgentie van het vraagstuk blijvend op de bestuurlijke agenda te houden.

63 Overzicht deelnemende regio’s aan ETHOS-telling Groningen

Noordkop West friesland IJssel-Vecht

Zaanstreek

Noord-Veluwe

Amsterdam-Amstelland

Midden-IJssel

Holland-Rijnland Utrecht U16 Den Haag Midden-Holland Rotterdam

Maassluis Vlaardingen Schiedam

Valleiregio

Zuid-Hollandse Eilanden

Gelderland-Zuid Brabant Noordoost-Oost Meierij en Bommelerwaard

Zeeland

Dordrecht Hart van Brabant Bergen op Zoom 2023: eerste telronde 2024: tweede telronde 2025: derde telonde 2026: vierde telronde

Noord- en Midden-Limburg

Westelijke Mijnstreek

Regio Breda Eindhoven

Maastricht-Heuvelland

Bronnen 1. Ministerie van Binnenlandse Zaken, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid & Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2022). Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis. https://open.overheid.nl/documenten/ronl-bb529bd58adc8061e5c058d2fe9671197ba6244f/pdf 2. Edgar, B. (2012). The ETHOS definition and classification of homelessness and housing exclusion. European Journal of Homelessness, 6, 219-226. 3. FEANTSA (2018). ETHOS Light: European Typology of Homelessness and Housing Exclusion. Measurement of Homelessness at European Union Level. https://www.feantsa.org/download/fea-002-18-update-ethos-light-0032417441788687419154.pdf 4. Wewerinke, D., Schel, S., Kuijpers, M., De Vries, J. & Van Doorn, L. (2023). Iedereen telt mee. Resultaten eerste ETHOS telling dak- en thuisloosheid regio Noordoost Brabant. Utrecht: Hogeschool Utrecht. 5. Schel, S., Wewerinke, D., Kuijpers, M., Scheepers, A., Scholten, L., Akkermans, C., De Vries, J., Bruijns, R., & Van Doorn, L. (2024). Iedereen telt mee! Resultaten tweede ETHOS-telling van dak- en thuisloosheid in 55 gemeenten. Utrecht: Hogeschool Utrecht.

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16312473/1