Raadsbrief Ethos telling + bijlage
Tekst van het document
Gemeente
Ommen
Postadres
Aan de Gemeenteraad Ommen Postbus 100 7730 AC Ommen
Postbus 100 7730 AC Ommen
Bezoekadres Chevalleraustraat 2 7731 EE Ommen
Uw kenmerk
Internet
www.ommen.nl
Telefoon
14 0529
VERZONDEN 8 0K1 2025
Zaaknummer
999124
Portefeuillehouder
Wethouder A. (Alice) van den Nieuwboer
Onderwerp
De resultaten van de Ethos-telling in de regio IJssel-Vecht.
Ommen, 7 oktober 2025
Geachte raadsleden, Op 8 april 2025 heeft de regio IJssel-Vecht, samen met 57 andere gemeenten, deelgenomen aan de landelijke ETHOS-telling. Deze telling is onderdeel van het Nationaal Actieplan 'Eerst een Thuis' en heeft als doel om in heel Nederland beter in beeld te brengen hoeveel mensen geen vaste verblijfplaats hebben, in welke situaties zij zich bevinden en welke ondersteuning nodig kan zijn. Betrouwbare cijfers zijn hierbij belangrijk om beleid en uitvoering goed te kunnen afstemmen. Graag informeren wij u over de resultaten die u ter kennisgeving in de bijlage vindt. Voor Ommen zijn de resultaten helder: wij hebben onze gegevens volledig en zorgvuldig kunnen aanleveren. Dankzij de inzet van onze gemeente en samenwerkingspartners zijn de inwoners die (tijdelijk) geen vaste woonplek hebben in beeld. Waar nodig zijn er korte lijnen om ondersteuning te bieden. De belangrijkste uitkomsten voor Ommen: Er zijn 157 inwoners geteld zonder vaste verblijfplaats, waaronder 15 kinderen. Het gaat vooral om mensen die tijdelijk in alternatieve woonvormen verblijven, bijvoorbeeld op vakantieparken of bij familie. De administratie en registratie in Ommen zijn op orde; de resultaten bieden voor onze gemeente geen aanleiding tot aanvullend onderzoek. Met onze netwerkpartners blijven we preventief werken aan het bieden van passende hulp en het voorkomen van huisuitzettingen.
De ETHOS-telling bevestigt dat Ommen haar inwoners in kwetsbare woonsituaties in beeld heeft. Dit vormt voor ons een nuttige 0-meting. 1
999124
Resultaat is verschillend Elke gemeente heeft de inwoners geteld die mogelijk dak- en thuisloos zijn. Echter is het niet altijd volledig gelukt om deze aantallen in beeld te krijgen. Hierdoor kan het een vertekend beeld geven binnen de regio en is het lastig om de aantallen te vergelijken met de andere gemeentes. Zo kent Ommen een groot aantal vakantieparken waar mensen ook tijdelijk verblijven. Vervolg De uitkomsten van de Ethos-telling vormen een eerste beeld binnen de regio. Ze geven beter inzicht in de omvang en diversiteit van dak- en thuisloosheid, maar maken ook zichtbaar waar nog hiaten zitten in kennis en aanpak. De telling is daarmee niet het eindpunt, maar een begin; Eerste stap richting het bepalen van koers en het ontwikkelen van nodige structurele oplossingen. Ommen werkt samen met de Regio IJssel-Vecht aan een richting en aanpak hiervoor.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van de gemeente Ommen,
Seer:
ri ,
¥
2
999124
S-telling van Resultaten derde ETHO 57 gemeenten dak- en thuisloosheid in
2
Colofon De ETHOS-telling is een initiatief van Hogeschool Utrecht en Kansfonds. Uitvoering: Hogeschool Utrecht, Lectoraat Wonen en Welzijn Auteurs: Marte Kuijpers MSc, Dr. Sandra Schel, Annabel Scheepers Msc, Dr. Marjam Smeekens, Dr. Gercoline van Beek & Drs. Dorieke Wewerinke Met dank aan: Robin Heijna, Anke van Gorp, Lincy Scholten, Pien de Jonge, Martine Zanen, Aline Korver, Ronja Bruijns-Shoblak, Catelijne Akkermans, Esther van Eijk en Lia van Doorn Met medewerking van regio’s: Amsterdam-Amstelland, Den Haag, Noordkop, Eindhoven, IJssel-Vecht, Maastricht-Heuvelland, MaassluisVlaardingen-Schiedam, Valleiregio en Zaanstreek Coördinatie Kansfonds: Willem van Sermondt, Esther Vogel en Eva Mos Vormgeving: Ontwerpstudio Spanjaard Ervaringsverhalen: Valerie Kierkels Fotografie: Marieke Odekerken Datum publicatie: 8 oktober 2025 Deze publieksrapportage geeft een samenvatting van de resultaten die staan weergegeven in de onderzoeksrapportages van de negen deelnemende regio’s. Bronvermelding bij gebruik van deze rapportage: Kuijpers, M., Schel, S., Scheepers, A., Smeekens, M.V., Van Beek, G. & Wewerinke, D., (2025). Iedereen telt mee! Resultaten derde ETHOS-telling van dak- en thuisloosheid in 57 gemeenten. Utrecht: Hogeschool Utrecht.
Dit onderzoek en project is mogelijk gemaakt met financiering van Kansfonds, Fonds 1818, Fonds Schiedam Vlaardingen en omstreken, Dioraphte en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Inhoud
3
Voorwoord 4
Dak- en thuisloosheid in de grote steden 33
Onderzoeksmethode 6
Belangrijkste conclusies 35
Resultaten derde telronde in negen regio’s 9
Reflectie op de telling 38
Resultaten per regio 14
Ervaringsverhalen 41
•
Amsterdam-Amstelland 15
•
Corine 42
•
Den Haag 17
•
Natasja 46
•
Eindhoven 19
•
Anoeska 50
•
IJssel-Vecht 21
•
Kiz 54
•
Maassluis-Vlaardingen-Schiedam 23
Van inzicht naar actie 57
•
Maastricht-Heuvelland 25
Structureel inzicht in dak- en thuisloosheid 61
•
Noordkop 27
Bronnen 64
•
Valleiregio 29
•
Zaanstreek 31
4
Voorwoord Wat begon als een kleinschalige pilot in twee regio’s, is inmiddels uitgegroeid tot een telling van substantiële omvang. In april 2025 werd voor het derde jaar op rij de ETHOS-telling uitgevoerd. Het doel van deze telling is om de aantallen, leefsituaties en profielkenmerken van dak- en thuisloze mensen in Nederlandse regio’s in kaart te brengen. Bij de telling wordt de ETHOS-Light definitie gebruikt, die een breed scala aan leefsituaties van dak- en thuisloosheid omvat. De telmethode maakt het mogelijk om ook mensen te tellen die vaak buiten beeld blijven in bestaande registraties en daarmee verborgen dak- en thuisloosheid zichtbaar te maken. Daardoor krijgen we beter zicht op de werkelijke aard en omvang van dak- en thuisloosheid in Nederland. Deze derde ronde van de telling vormt een belangrijke mijlpaal. De telling groeide dit jaar aanzienlijk in omvang: maar liefst 9 regio’s en 57 gemeenten namen deel, een forse uitbreiding ten opzichte van voorgaande jaren. Voor het eerst werd ook in G4-steden geteld, namelijk in Amsterdam (regio Amsterdam-Amstelland) en Den Haag (regio Den Haag). Hun deelname is belangrijk, omdat we weten dat dakloze mensen relatief vaker in grote steden verblijven. Door ook in de grote steden te tellen, ontstaat een realistischer en representatiever beeld van de aard en omvang van dak- en thuisloosheid in Nederland.
Dit is een belangrijke stap richting heldere en betrouwbare cijfers voor heel Nederland.
5 Overzicht deelnemende regio’s aan ETHOS-telling
Noordkop West friesland IJssel-Vecht
Zaanstreek Amsterdam-Amstelland Holland-Rijnland Den Haag
Valleiregio
Maassluis Vlaardingen Schiedam
Gelderland-Zuid Brabant Noordoost-Oost
De telling die is uitgevoerd is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen gemeenten, een grote verscheidenheid aan organisaties, mensen met ervaringskennis en onderzoekers. Duizenden betrokkenen in de deelnemende regio’s hebben zich ingezet om zoveel mogelijk mensen in leefsituaties van dak- en thuisloosheid mee te tellen. Onze dank gaat uit naar iedereen die deze telling mogelijk heeft gemaakt: de regionale coördinatoren van de telling, de organisaties die geteld hebben en de mensen met ervaringskennis die hun kennis, ervaring en verhalen deelden. We danken Fonds 1818, Fonds Schiedam Vlaardingen en omstreken, Dioraphte en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor hun financiële ondersteuning. Zonder hun bijdrage was deze opschaling van de telling niet mogelijk geweest.
Meierij en Bommelerwaard
Een effectieve aanpak van dak- en thuisloosheid begint bij betrouwbare cijfers. Met deze telling en rapportage hopen wij inzicht en bewustwording te bieden, en vooral ook bij te dragen aan concrete stappen richting oplossingen.
Regio Breda Hart van Brabant Eindhoven
Westelijke Mijnstreek Maastricht-Heuvelland
2023: eerste telronde 2024: tweede telronde 2025: derde telronde
Hogeschool Utrecht en Kansfonds
6
Onderzoeksmethode
Onderzoeksmethode De ETHOS-Light definitie
Een van de doelen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023–2030) (1) is dat alle regio’s in Nederland dakloosheid in beeld brengen aan de hand van de ETHOS-Light definitie. Deze Europese definitie van dakloosheid is binnen Europa de meest geaccepteerde en onderbouwde standaard om dakloosheid in kaart te brengen (2). ETHOS staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’ en definieert dakloosheid als een gebrek aan volwaardige huisvesting (3). De brede ETHOS-definitie omvat in totaal 13 categorieën van uitsluiting van behoorlijke huisvesting. Voor het meten van dakloosheid werd in 2006 een afgeslankte versie van de ETHOS-definitie geïntroduceerd met 6 categorieën: ETHOS-Light (3). In lijn met de aanpak van de Katholieke Universiteit Leuven voegen wij een zevende categorie toe: mensen met een dreigende huisuitzetting zonder passende vervolghuisvesting. Ook in Nederland is dit een bekende route naar dakloosheid.
7
Leefsituatie als uitgangspunt voor dak- en thuisloosheid
De ETHOS-Light definitie bepaalt dak- of thuisloosheid op basis van iemands leefsituatie. Alle mensen in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid (de ETHOS-Light categorieën) worden meegeteld, ook mensen die worden aangemerkt als zelfredzaam of niet rechthebbend. Hierdoor geeft de telling zicht op groepen die in eerdere cijfers buiten beeld blijven.
Figuur 1 ETHOS-Light categorieën + dreigende huisuitzetting
1 Mensen die leven in de openbare ruimte 2 Mensen in de noodopvang voor dakloze mensen 3 Mensen in tijdelijke opvang voor dakloze mensen 4 Mensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting en mensen die langer in een instelling verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisvesting 5 Mensen in niet-conventionele woonruimten vanwege een gebrek aan passende huisvesting 6 Mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of derden + Mensen met een dreigende huisuitzetting zonder passende vervolghuisvesting
8
Brede telling in samenwerking met lokale organisaties
De ETHOS-telling is een extended service-based count, waarbij wordt samengewerkt met zoveel mogelijk lokale organisaties die in contact staan met dak- en thuisloze personen. Medewerkers van deze organisaties vullen voor iedereen in een situatie van dak- en thuisloosheid een korte vragenlijst in. Zo worden niet alleen aantallen in beeld gebracht, maar worden ook belangrijke profielkenmerken zoals leeftijd, duur dakloosheid, nationaliteit of samenstelling huishouden verzameld. Er wordt geteld op één specifieke dag in een geografisch afgebakend gebied. Daarmee is deze telling een zogeheten pointin-time telling. Op 8 april 2025 vond de ETHOS-telling plaats in regio Amsterdam-Amstelland, Den Haag, Eindhoven en Maassluis-Vlaardingen-Schiedam; op 10 april in regio IJssel-Vecht, Maastricht-Heuvelland, Noordkop, Valleiregio en Zaanstreek.
Organisatie van de telling
De tellingen worden gecoördineerd door een regionale coördinator, in dienst bij de betreffende regio. Zij werken nauw samen met het onderzoeksteam en een regionale werkgroep met vertegenwoordigers van deelnemende organisaties, waaronder ook mensen met ervaringskennis. Gezamenlijk werd in kaart gebracht welke organisaties contact hebben met mensen in verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid. Naast opvangorganisaties en bemoeizorg namen buurtteams, (school)maatschappelijk werk, welzijnsorganisaties, jeugdhulpverlening, verloskundigen, organisaties voor sekswerkers, boswachters, havenopzichters, woningcorporaties, kerken, gemeentelijke afdelingen zoals burgerzaken en werk en inkomen,
GGZ-instellingen, penitentiaire inrichtingen, ziekenhuizen, campings en vakantieparken en vele andere organisaties deel aan de telling. In totaal namen 645 organisaties deel. Ter voorbereiding op de telling verzorgde het onderzoeksteam (online) informatiesessies waarin deelnemende organisaties werden geïnstrueerd over het correct invullen van de vragenlijsten.
Uitfilteren van dubbeltellingen
Om herleidbaarheid te voorkomen, zijn in de vragenlijsten geen namen of BSN-nummers opgenomen. Dubbeltellingen werden uitgefilterd aan de hand van een gepseudonimiseerde naamcode bestaande uit de eerste letter van de voornaam en de eerste en laatste letter van de (volledige) achternaam.
Toetsing van de resultaten in de regio
Om te toetsen in hoeverre de resultaten een goede weerspiegeling zijn van de werkelijke situatie in de regio werden de resultaten tijdens feedbackbijeenkomsten voorgelegd aan vertegenwoordigers van de telorganisaties en medewerkers van de deelnemende gemeenten. Zij reflecteerden uitgebreid op de resultaten. Daarmee werd nagegaan in hoeverre de resultaten aansluiten bij de situatie in de regio.
Meer informatie over de onderzoeksmethode en een uitgebreide weergave van de resultaten per regio is te vinden in de uitgebreide regionale onderzoeksrapportages via ETHOS-telling dak- en thuisloosheid | Hogeschool Utrecht
Resultaten derde telronde in negen regio’s
9
Noordkop IJssel-Vecht
Zaanstreek Amsterdam-Amstelland Den Haag
Valleiregio
Maassluis Vlaardingen Schiedam
9 regio’s 57 gemeenten 4.094.693 inwoners
Eindhoven Maastricht-Heuvelland
Resultaten derde telronde in negen regio’s ETHOS-Light categorie
10
Volwassenen
%
Mannen
%
Vrouwen
%
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
2.393
10%
2.062
14%
275
4%
19
<1%
2 In noodopvang voor dakloze mensen
1.392
6%
961
6%
403
5%
207
5%
3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
4.268
17%
2.643
18%
1.576
21%
1.109
27%
4 In instelling
2.409
10%
835
6%
299
4%
302
7%
5 In niet-conventionele woonruimte (stacaravan, auto…)
4.387
18%
2.326
15%
1.760
23%
766
19%
6 Bij familie/vrienden/derden
7.548
31%
4.704
31%
2.640
35%
1.297
32%
+ Dreigende huisuitzetting
510
2%
266
2%
211
3%
202
5%
Situatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd
1.752
7%
1.215
8%
426
6%
160
4%
Totaal
24.659
100%
15.012
100%
7.590
100%
4.062
100%
De aantallen mannen en vrouwen tellen niet op tot het aantal volwassenen, omdat personen met andere, non-binaire of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet altijd op tot 100%.
57 GEMEENTEN IN NEGEN REGIO’S: Amsterdam-Amstelland; Den Haag; Eindhoven; IJssel-Vecht; Maassluis-Vlaardingen-Schiedam; Maastricht-Heuvelland; Noordkop; Valleiregio; Zaanstreek
8 en 10 april 2025
645
deelnemende organisaties
28.721
dak- en thuisloze personen
7.415
Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij een situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dak- of thuisloos is, maar een of beide ouders wel.
24.659 volwassenen
4.062 kinderen
Resultaten derde telronde in negen regio’s GENDER #24.659
61%
Man
#15.012
<1%
Trans(gender) #72
31%
Vrouw #7.590
<1%
Anders #6
11
SAMENSTELLING HUISHOUDEN #24.659
<1%
54%
3%
2%
Non-binair
Alleenstaand zonder kinderen
Koppel zonder kinderen
Anders
#661
#449
8%
7%
2%
32%
Onbekend
Alleenstaand met kinderen
Koppel met kinderen
Onbekend
#34
#1.945
#13.402
#1.777
#550
#7.820
Resultaten derde telronde in negen regio’s
12
NATIONALITEIT #24.659
RNI <1%
45%
Nederlandse nationaliteit #11.085
Nederlandse nationaliteit maar uitgeschreven uit het BRP #75
ID-CARD
9%
Ander EU land #2.269
17%
1%
28%
Niet-EU-burger
Staatloos
Onbekend
#4.277
#136
#6.817
VERBLIJFSSTATUS #11.230
Aantal verschillende nationaliteiten
155
7%
19%
32%
Permanent verblijfrecht
Tijdelijk verblijfrecht
Onwettig verblijf
#765
#2.103
#3.646
2%
40%
In procedure
Onbekend
#254
#4.462
Resultaten derde telronde in negen regio’s
13
LEEFTIJD #28.721 30% 25%
26%
20% 19%
19%
15% 14%
14%
10% 5% 0%
6% 1%
0-17 jaar
18-27 jaar
28-39 jaar
40-49 jaar
50-59 jaar
60-69 jaar
<1%
70-79 jaar
80 jaar of ouder
DUUR DAK- EN THUISLOOSHEID #24.659 35% 30%
32%
25% 20% 15% 10%
16% 14%
14%
11%
11%
5% 0%
2%
<4 maanden
4-12 maanden
1-2 jaar
2-5 jaar
* Dit betreft personen met een dreigende huisuitzetting
>5 jaar
Er is nog Onbekend huisvesting*
14
Resultaten per regio > Amsterdam-Amstelland > Den Haag > Eindhoven > IJssel-Vecht > Maassluis-Vlaardingen-Schiedam > Maastricht-Heuvelland > Noordkop > Valleiregio > Zaanstreek
Amsterdam-Amstelland
15 Verblijfplaats 8 april 214 20
501 64
in andere regio
onbekend*
8 april 2025
119
9.619 1.446
deelnemende organisaties
Amsterdam
388 137
Totaal regio Amsterdam-Amstelland
13.070
dak- en thuisloze personen
11.352
Amstelveen
1.718
Diemen
21 3
Amsterdam
OuderAmstel
volwassenen
476 11
53 10
80 27
Aalsmeer Uithoorn
kinderen
3.183
Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dak- of thuisloos is, maar een of beide ouders wel.
*
Van de door het COA geregistreerde personen is niet bekend in welke gemeente zij binnen de regio verblijven. Daarom zijn ze bij onbekend opgeteld.
x x
= aantal volwassenen = aantal kinderen
Amsterdam-Amstelland
16
Verblijfplaats 8 april Verblijfplaats
Volwassenen
%
Mannen
%
Vrouwen
%
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
1.353
12%
1.195
17%
120
4%
14
1%
2 In noodopvang voor dakloze mensen
640
6%
389
5%
236
7%
200
12%
3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
2.026
18%
1.404
19%
597
17%
381
22%
4 In instelling
717
6%
256
4%
107
3%
66
4%
5 In niet-conventionele woonruimte (stacaravan, auto…)
1.420
13%
841
12%
531
15%
169
10%
6 Bij familie/vrienden/derden
3.649
32%
2.093
29%
1.442
42%
667
39%
+ Dreigende huisuitzetting
222
2%
103
1%
106
3%
87
5%
Situatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd
1.325
12%
934
13%
314
9%
134
8%
Totaal
11.352
100%
7.215
100%
3.453
100%
1.718
100%
De aantallen mannen en vrouwen tellen niet op tot het aantal volwassenen, omdat personen met andere, non-binaire of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet altijd op tot 100%.
REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Amsterdam zijn veel voorzieningen met een regionale functie voor dak- en thuisloze mensen, waaronder ook voorzieningen voor mensen zonder geldige verblijfstatus. Dit is een verklaring voor het relatief hoge aantal getelde personen in Amsterdam. 2. In zowel Aalsmeer als Amstelveen zijn relatief veel dak- en thuisloze mensen geteld. Dit is te verklaren door de aanwezigheid van een hotel voor arbeidsmigranten in Aalsmeer en de relatief
grote groep dak- en thuisloze personen en gezinnen die worden opgevangen in hotels en B&B’s in Amstelveen. 3. Jeugdzorgorganisaties, Ouder-Kind teams (OKT), onderwijsinstellingen en brugfunctionarissen hebben heel beperkt meegeteld. Professionals uit de regio geven aan dat er, mede hierdoor, sprake is van een ondertelling van het aantal dak- en thuisloze kinderen en jongeren.
Den Haag
17 Verblijfplaats 8 april
8 april 2025
95
186 35
14 13
in andere regio
onbekend*
83 11 Wassenaar
deelnemende organisaties
106 26 LeidschendamVoorburg
5.301 945
Totaal regio Den Haag
7.201
dak- en thuisloze personen
99 21
Den Haag
6.089
94 60
volwassenen
Zoetermeer
Rijswijk
1.112 kinderen
1.682
Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dak- of thuisloos is, maar een of beide ouders wel.
*
Van de door het COA geregistreerde personen is niet bekend in welke gemeente zij binnen de regio verblijven. Daarom zijn ze bij onbekend opgeteld.
x x
= aantal volwassenen = aantal kinderen
Den Haag
18
Verblijfplaats 8 april Verblijfplaats
Volwassenen
%
Mannen
%
Vrouwen
%
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
500
8%
413
12%
70
3%
5
<1%
2 In noodopvang voor dakloze mensen
356
6%
260
7%
91
4%
-
-
3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
869
14%
417
12%
439
21%
353
32%
4 In instelling
402
7%
130
4%
27
1%
30
3%
5 In niet-conventionele woonruimte (stacaravan, auto…)
1.394
23%
689
19%
678
32%
363
33%
6 Bij familie/vrienden/derden
2.324
38%
1.547
43%
707
34%
301
27%
+ Dreigende huisuitzetting
87
1%
38
1%
33
2%
53
5%
Situatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd
157
3%
84
2%
49
2%
7
<1%
Totaal
6.089
100%
3.578
100%
2.094
100%
1.112
100%
De aantallen mannen en vrouwen tellen niet op tot het aantal volwassenen, omdat personen met andere, non-binaire of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet altijd op tot 100%.
REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Den Haag zijn veel voorzieningen met een regionale functie voor dak- en thuisloze mensen, waaronder ook voorzieningen voor mensen zonder geldige verblijfsstatus. Dit is een verklaring voor het relatief hoge aantal getelde personen in Den Haag. 2. Het aantal getelde kinderen in Rijswijk ligt hoger dan elders, omdat daar gezinnen in hotels worden opgevangen.
3. Lokale partijen in gemeente Zoetermeer hebben niet of beperkt meegeteld. In de gehele regio Den Haag geldt dit ook voor onderwijsinstellingen.
Eindhoven
19 Verblijfplaats 8 april
66 6
8 april 2025
84
13 1
26 4
Son en Breugel
Best
Oirschot
deelnemende organisaties 36 5 ReuselDe Mierden
Totaal regio Eindhoven
2.440
dak- en thuisloze personen
56 14 28 5 Bladel
33 9
1.420 166
11 7
17 8
volwassenen
Bergeijk
320
in andere regio
onbekend*
Nuenen
47 16 GeldropMierlo
18 1
Waalre
Eersel
2.120
153 30
13 0
Eindhoven
Veldhoven
115 29
30 14 Valkenswaard
HeezeLeende
38 5 Cranendonck
kinderen
879
Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dak- of thuisloos is, maar een of beide ouders wel.
*
Van de door het COA geregistreerde personen is niet bekend in welke gemeente zij binnen de regio verblijven. Daarom zijn ze bij onbekend opgeteld.
x x
= aantal volwassenen = aantal kinderen
Eindhoven
20
Verblijfplaats 8 april Verblijfplaats
Volwassenen
%
Mannen
%
Vrouwen
%
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
257
12%
214
15%
42
7%
-
-
2 In noodopvang voor dakloze mensen
112
5%
89
6%
23
4%
<1
<1%
3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
467
22%
311
22%
155
25%
110
34%
4 In instelling
209
10%
85
6%
24
4%
32
10%
5 In niet-conventionele woonruimte (stacaravan, auto…)
431
20%
244
18%
185
30%
78
24%
6 Bij familie/vrienden/derden
501
24%
349
25%
151
24%
77
24%
+ Dreigende huisuitzetting
63
3%
38
3%
25
4%
20
6%
Situatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd
80
4%
60
4%
19
3%
2
1%
Totaal
2.120
100%
1.390
100%
624
100%
320
100%
De aantallen mannen en vrouwen tellen niet op tot het aantal volwassenen, omdat personen met andere, non-binaire of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet altijd op tot 100%.
REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Eindhoven zijn veel voorzieningen met een regionale functie voor dak- en thuisloze mensen, waaronder ook voorzieningen voor mensen zonder geldige verblijfsstatus. Dit is een verklaring voor het relatief hoge aantal getelde personen in Eindhoven. 2. In de hele regio zijn relatief veel campings en vakantieparken. Mensen die daar uit nood verblijven zijn in wisselende mate in beeld gebracht door de betrokken
organisaties en dit heeft invloed op het aantal getelde mensen per gemeente. 3. Jeugdzorgvoorzieningen, onderwijsinstellingen en veilig thuis hebben niet tot heel beperkt meegeteld. Professionals uit de regio geven aan dat er, mede hierdoor, sprake is van een ondertelling van het aantal dak- en thuisloze kinderen.
IJssel-Vecht
21 Verblijfplaats 8 april
175 13
8 april 2025
110
29 3
250 54
in andere regio
onbekend*
Steenwijkerland
deelnemende organisaties 8 0
13 8
Totaal regio IJssel-Vecht
1.611
dak- en thuisloze personen
90 24
1.376
Kampen
volwassenen
35 4
Staphorst
Zwartewaterland
Hardenberg
602 104
32 10
142 15
Zwolle
Dalfsen
Ommen
235 kinderen
433
Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dak- of thuisloos is, maar een of beide ouders wel.
*
Van de door het COA geregistreerde personen is niet bekend in welke gemeente zij binnen de regio verblijven. Daarom zijn ze bij onbekend opgeteld.
x x
= aantal volwassenen = aantal kinderen
IJssel-Vecht
22
Verblijfplaats 8 april Verblijfplaats
Volwassenen
%
Mannen
%
Vrouwen
%
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
25
2%
22
4%
3
1%
-
-
2 In noodopvang voor dakloze mensen
99
7%
83
15%
14
4%
-
-
3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
189
14%
97
17%
90
24%
62
26%
4 In instelling
290
21%
48
9%
20
5%
61
26%
5 In niet-conventionele woonruimte (stacaravan, auto…)
554
40%
178
32%
160
43%
54
23%
6 Bij familie/vrienden/derden
170
12%
104
19%
65
18%
48
20%
+ Dreigende huisuitzetting
33
2%
21
4%
12
3%
10
4%
Situatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd
16
1%
6
1%
6
2%
-
-
Totaal
1.376
100%
559
100%
370
100%
235
100%
De aantallen mannen en vrouwen tellen niet op tot het aantal volwassenen, omdat personen met andere, non-binaire of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet altijd op tot 100%.
REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Zwolle zijn veel voorzieningen met een regionale functie voor dak- en thuisloze mensen. Dit is een verklaring voor het relatief hoge aantal getelde personen in Zwolle. 2. Door de aanwezigheid van een groot aantal campings en vakantieparken in de regio zijn er in een aantal gemeenten relatief veel mensen in niet-conventionele woonruimten geteld.
Desalniettemin zijn deze niet in alle gemeenten goed in kaart gebracht. 3. Instellingen (o.a. jeugdzorg- en beschermd wonen voorzieningen), basisonderwijs, campings en vakantieparken hebben beperkt meegeteld.
Maassluis-Vlaardingen-Schiedam
23 Verblijfplaats 10 april 36 5
101 3
in andere regio
onbekend*
10 april 2025
51
deelnemende organisaties 89 7
Totaal regio Maassluis-Vlaardingen -Schiedam
Maassluis
219 47
156 27 SChiedam
Vlaardingen
601
volwassenen
690
dak- en thuisloze personen
89
kinderen
245
Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dak- of thuisloos is, maar een of beide ouders wel.
*
Van de door het COA geregistreerde personen is niet bekend in welke gemeente zij binnen de regio verblijven. Daarom zijn ze bij onbekend opgeteld.
x x
= aantal volwassenen = aantal kinderen
Maassluis-Vlaardingen-Schiedam
24
Verblijfplaats 10 april Verblijfplaats
Volwassenen
%
Mannen
%
Vrouwen
%
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
49
8%
42
11%
7
4%
-
-
2 In noodopvang voor dakloze mensen
71
12%
49
13%
17
11%
-
-
3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
64
11%
12
3%
50
32%
53
60%
4 In instelling
83
14%
14
4%
6
4%
4
4%
5 In niet-conventionele woonruimte (stacaravan, auto…)
89
15%
63
17%
26
17%
5
6%
6 Bij familie/vrienden/derden
181
30%
143
38%
38
24%
20
22%
+ Dreigende huisuitzetting
8
1%
5
1%
3
2%
1
1%
Situatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd
56
9%
46
12%
9
6%
6
7%
Totaal
601
100%
374
100%
156
100%
89
100%
De aantallen mannen en vrouwen tellen niet op tot het aantal volwassenen, omdat personen met andere, non-binaire of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet altijd op tot 100%.
REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. Een groot aantal regionale voorzieningen voor dak- en thuisloze mensen zijn gevestigd in centrumgemeente Vlaardingen. Dit is een verklaring voor het relatief hoge aantal getelde personen in Vlaardingen. 2. Dak- en thuisloze arbeidsmigranten (o.a. afkomstig vanuit de haven van Rotterdam en het Westland) zijn slechts gering naar voren gekomen in de telling. Professionals in de regio geven
aan moeite te hebben met het aanhaken van telorganisaties die deze groep in beeld hebben. 3. Telorganisaties als onderwijsinstellingen en reclassering zagen geen mogelijkheid om mee te tellen. Jeugdzorginstellingen hebben slechts beperkt meegeteld.
Maastricht-Heuvelland
25 Verblijfplaats 10 april
18 2 Meerssen
10 april 2025
34
460 86
deelnemende organisaties
43 22
in andere regio
onbekend
30 13 Valkenburg aan de Geul
Maastricht
24 7 EijsdenMargraten
Totaal regio Maastricht-Heuvelland
57 21
55 0
700
13 2
volwassenen
853
dak- en thuisloze personen
Vaals
153 kinderen
251
Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dak- of thuisloos is, maar een of beide ouders wel.
*
Van de door het COA geregistreerde personen is niet bekend in welke gemeente zij binnen de regio verblijven. Daarom zijn ze bij onbekend opgeteld.
x x
= aantal volwassenen = aantal kinderen
Maastricht-Heuvelland
26
Verblijfplaats 10 april Verblijfplaats
Volwassenen
%
Mannen
%
Vrouwen
%
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
40
6%
34
7%
6
3%
-
-
2 In noodopvang voor dakloze mensen
23
3%
18
4%
4
2%
-
-
3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
224
32%
132
29%
89
47%
48
31%
4 In instelling
207
30%
135
31%
32
17%
66
43%
5 In niet-conventionele woonruimte (stacaravan, auto…)
30
4%
21
5%
9
5%
5
3%
6 Bij familie/vrienden/derden
155
22%
108
23%
45
24%
34
22%
+ Dreigende huisuitzetting
17
2%
13
3%
2
1%
-
-
Situatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd
4
<1%
2
<1%
2
1%
-
-
Totaal
700
100%
463
100%
189
100%
153
100%
De aantallen mannen en vrouwen tellen niet op tot het aantal volwassenen, omdat personen met andere, non-binaire of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet altijd op tot 100%.
REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Maastricht zijn veel voorzieningen met een regionale functie voor dak- en thuisloze mensen. Dit is een verklaring voor het relatief hoge aantal getelde personen in Maastricht. 2. Er zijn relatief veel volwassenen in gemeente Gulpen-Wittem geteld vanwege de aanwezigheid van een voorziening voor beschermd wonen.
3. Vakantieparken en campings, huisartsen, kerken, onderwijsinstellingen, verschillende afdelingen van de gemeente Gulpen-Wittem, bibliotheken en anti-kraak organisaties hebben niet tot heel beperkt meegeteld.
Noordkop
27 Verblijfplaats 10 april
14 0
10 april 2025
18
10 2
101 20
in andere regio
onbekend*
Texel
deelnemende organisaties 302 62 Den Helder
Totaal regio Noordkop
35 1
523
volwassenen
621
dak- en thuisloze personen
Schagen
61 13 Hollands Kroon
98
kinderen
159
Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dak- of thuisloos is, maar een of beide ouders wel.
*
Van de door het COA geregistreerde personen is niet bekend in welke gemeente zij binnen de regio verblijven. Daarom zijn ze bij onbekend opgeteld.
x x
= aantal volwassenen = aantal kinderen
Noordkop
28
Verblijfplaats 10 april Verblijfplaats
Volwassenen
%
Mannen
%
Vrouwen
%
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
66
13%
47
16%
19
14%
-
-
2 In noodopvang voor dakloze mensen
36
7%
26
9%
10
7%
-
-
3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
54
10%
32
11%
22
16%
42
43%
4 In instelling
97
19%
14
5%
8
6%
16
16%
5 In niet-conventionele woonruimte (stacaravan, auto…)
73
14%
48
16%
19
14%
10
10%
6 Bij familie/vrienden/derden
126
24%
77
26%
40
30%
23
23%
+ Dreigende huisuitzetting
14
3%
9
3%
5
4%
3
3%
Situatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd
57
11%
42
14%
11
8%
4
4%
Totaal
523
100%
295
100%
134
100%
98
100%
De aantallen mannen en vrouwen tellen niet op tot het aantal volwassenen, omdat personen met andere, non-binaire of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet altijd op tot 100%.
REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Den Helder zijn veel voorzieningen met een regionale functie voor dak- en thuisloze mensen. Dit is een verklaring voor het relatief hoge aantal getelde personen in Den Helder. 2. Er zijn relatief veel kinderen in gemeente Den Helder geteld vanwege de aanwezigheid van een gezins- en 24-uurs opvang. 3. Jeugdzorgvoorzieningen, onderwijsinstellingen, vakantieparken en campings hebben niet tot heel beperkt meegeteld.
Valleiregio
29 Verblijfplaats 10 april 145 16
in andere regio
onbekend*
173 42
10 april 2025
101
26 10
Barneveld
deelnemende organisaties 11 5 Scherpenzeel
Totaal Valleiregio
1.237
dak- en thuisloze personen
451 54
10 6
Ede
Renswoude 135
1.051
26
Veenendaal
volwassenen
25 8
186
Rhenen
kinderen
75 19 Wageningen
230
Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dak- of thuisloos is, maar een of beide ouders wel.
*
Van de door het COA geregistreerde personen is niet bekend in welke gemeente zij binnen de regio verblijven. Daarom zijn ze bij onbekend opgeteld.
x x
= aantal volwassenen = aantal kinderen
Valleiregio
30
Verblijfplaats 10 april Verblijfplaats
Volwassenen
%
Mannen
%
Vrouwen
%
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
47
4%
44
7%
3
1%
-
-
2 In noodopvang voor dakloze mensen
28
3%
26
4%
2
1%
-
-
3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
194
18%
124
19%
69
20%
30
16%
4 In instelling
170
16%
61
10%
40
12%
16
9%
5 In niet-conventionele woonruimte (stacaravan, auto…)
288
27%
161
25%
126
37%
68
37%
6 Bij familie/vrienden/derden
248
24%
166
26%
78
23%
58
31%
+ Dreigende huisuitzetting
32
3%
23
4%
9
3%
7
4%
Situatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd
44
5%
31
5%
13
4%
7
4%
Totaal
1.051
100%
636
100%
340
100%
186
100%
De aantallen mannen en vrouwen tellen niet op tot het aantal volwassenen, omdat personen met andere, non-binaire of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet altijd op tot 100%.
REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Ede zijn veel voorzieningen met een regionale functie voor dak- en thuisloze mensen. Dit is een verklaring voor het relatief hoge aantal getelde personen in Ede. 2. In de hele regio zijn relatief veel campings en vakantieparken. Mensen die daar uit nood verblijven zijn in wisselende mate in beeld gebracht door de betrokken organisaties en dit heeft invloed op het aantal getelde mensen per gemeente.
3. Vakantieparken en campings, ziekenhuizen, studentenhuisvester(s), leegstandsbeheerders en de reclassering hebben niet tot heel beperkt meegeteld.
Zaanstreek
31 Verblijfplaats 10 april 82 13
81 -
in andere regio
onbekend*
10 april 2025
33
19 6
deelnemende organisaties
Wormerland 661 130
Totaal regio Zaanstreek
Zaanstad
847
4 2
volwassenen
998
Oostzaan
dak- en thuisloze personen
151 kinderen
353
Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dak- of thuisloos is, maar een of beide ouders wel.
*
Van de door het COA geregistreerde personen is niet bekend in welke gemeente zij binnen de regio verblijven. Daarom zijn ze bij onbekend opgeteld.
x x
= aantal volwassenen = aantal kinderen
Zaanstreek
32
Verblijfplaats 10 april Verblijfplaats
Volwassenen
%
Mannen
%
Vrouwen
%
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
56
7%
51
10%
5
2%
-
-
2 In noodopvang voor dakloze mensen
27
3%
21
4%
6
3%
6
4%
3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
181
21%
114
23%
65
28%
30
20%
4 In instelling
234
28%
92
18%
35
15%
11
7%
5 In niet-conventionele woonruimte (stacaravan, auto…)
108
13%
81
16%
26
11%
14
9%
6 Bij familie/vrienden/derden
194
23%
117
23%
74
32%
69
46%
+ Dreigende huisuitzetting
34
4%
16
3%
16
7%
21
14%
Situatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd
13
2%
10
2%
3
1%
-
-
Totaal
847
100%
502
100%
230
100%
151
100%
De aantallen mannen en vrouwen tellen niet op tot het aantal volwassenen, omdat personen met andere, non-binaire of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet altijd op tot 100%.
REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Zaanstad zijn veel voorzieningen met een regionale functie voor dak- en thuisloze mensen. Dit is een verklaring voor het relatief hoge aantal getelde personen in Zaanstad. 2. Dak- en thuisloze EU-burgers (voornamelijk uit Bulgarije) zijn beperkt naar voren gekomen in de telling. Professionals in de regio geven aan dat het een uitdaging was om telorganisaties te betrekken die zicht hebben op deze groep.
3. Onderwijsinstellingen, bibliotheken, leegstandbeheerders, huisartsen, religieuze en diaconale organisaties en vakantieparken en campings hebben niet tot heel beperkt meegeteld.
33
Dak- en thuisloosheid in de grote steden
Dak- en thuisloosheid in de grote steden
34 Grotere diversiteit in nationaliteit In de grote steden is de diversiteit aan nationaliteiten groot: 136 in Amsterdam-Amstelland, 93 in Den Haag en 74 in Eindhoven. In de overige regio’s loopt het aantal nationaliteiten uiteen van 15 tot 44. Het aandeel mensen met de Nederlandse nationaliteit ligt in de regio’s Den Haag en met name Amsterdam-Amstelland duidelijk lager: 34% in Amsterdam-Amstelland en 46% in Den Haag, tegenover 54%-69% in de overige regio’s.
De tellingen in de regio’s Amsterdam-Amstelland, Den Haag en Eindhoven laten zien dat dak- en thuisloosheid in deze regio’s in grote lijnen overeenkomt met het beeld in de regio’s zonder grote steden: de groep is zeer divers, met mannen en een substantieel percentage vrouwen, uiteenlopende leeftijden en leefsituaties. Tegelijkertijd wijken de regio’s met grote steden op meerdere punten af van de regio’s zonder grote steden. Niet op alle onderdelen laten deze drie regio’s dezelfde afwijkingen zien, maar als geheel onderscheiden de grote steden zich duidelijk van de overige regio’s. Op deze pagina worden de belangrijkste verschillen toegelicht.
NL
Relatief veel dak- en thuisloze mensen
Meer mensen in de openbare ruimte
In gemeente Amsterdam en gemeente Den Haag is het aantal dak- en thuisloze mensen relatief hoog: meer dan 1% van de bevolking is dak- of thuisloos, tegenover gemiddeld 0,24% in regio’s zonder grote steden. Eindhoven wijkt hierin niet af van de overige regio’s.
In Amsterdam-Amstelland en Eindhoven verblijft 12% van de dak- en thuisloze mensen in de openbare ruimte, tegenover gemiddeld 7% in andere regio’s. Opvallend is dat in de grote steden ook relatief veel vrouwen in de openbare ruimte zijn geteld. Bovendien werden er ook kinderen geteld in de openbare ruimte (14 in Amsterdam-Amstelland en 5 in Den Haag). Tot dusver werden er geen kinderen in de openbare ruimte geteld.
Veel mensen zonder geldige verblijfsstatus Binnen de groep getelde dak- en thuisloze mensen is het aandeel zonder geldige verblijfsstatus in de grote steden hoog: 20% in gemeente Amsterdam, 19% in gemeente Den Haag en 13% in gemeente Eindhoven (in totaal 3.616 personen). In de overige regio’s ligt het aandeel lager, tussen de 0,5% en 2%.
<18 Relatief minder jongeren Het aandeel jongeren is in Amsterdam-Amstelland (14%) en Eindhoven (19%) lager dan in andere regio’s (23%-29%). Voor Den Haag (24%) geldt dit verschil niet.
35
Belangrijkste conclusies
Belangrijkste conclusies In deze derde ronde van de ETHOS-tellingen is dak- en thuisloosheid in kaart gebracht in negen regio’s: AmsterdamAmstelland, Den Haag, Noordkop, Eindhoven, IJssel-Vechtstreek, Maastricht-Heuvelland, Maassluis-VlaardingenSchiedam, Valleiregio en Zaanstreek. Meegeteld zijn alle mensen die volgens de ETHOS-Light classificatie dak- of thuisloos zijn en die in beeld waren bij de betrokken organisaties. In totaal zijn in deze regio’s 28.721 dak- en thuisloze personen geteld, waarvan 24.659 volwassenen en 4.062 kinderen.
Algemene beeld blijft stabiel: grote diversiteit aan mensen en leefsituaties
De derde telronde bevestigt het beeld dat uit de eerdere ETHOS-tellingen naar voren kwam: de groep dak- en thuisloze mensen is zeer divers (4-5). De meeste volwassenen verbleven bij familie of vrienden (31%), gevolgd door mensen in nietconventionele woonruimten zoals een auto, schuur of stacaravan (18%). Een derde bevond zich in de openbare ruimte, in de noodopvang of een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (33% in totaal). Ook deze ronde blijkt dat dak- en thuisloosheid in alle deelnemende regio’s in zowel grotere gemeenten als in kleinere gemeenten voorkomt. Van de getelde volwassenen was 61% man en 31% vrouw. Daarnaast werd bij een klein deel het gender als non-binair of trans geregistreerd; samen vormden zij minder dan 0,5%. Bij 8% was het gender onbe-
36
kend. Van alle getelde personen was 14% kind en 19% jongere (18-27 jaar). 45% van de volwassenen had de Nederlandse nationaliteit en in totaal werden 155 verschillende nationaliteiten geteld. Met vertegenwoordigers van de betrokken organisaties en gemeenten reflecteerden de onderzoekers op de resultaten van de tellingen. Een aantal resultaten viel op:
1. Opvallend hoge cijfers en meer mensen in de openbare ruimte in de grote steden
Hoewel de resultaten in grote lijnen overeenkomen met eerdere rondes, wijkt de situatie in regio’s met grote steden op diverse punten af. In gemeente Amsterdam en gemeente Den Haag is het aantal dak- en thuisloze mensen aanzienlijk hoger: meer dan 1% van de bevolking is daar dak- of thuisloos, tegenover 0,04%-0,64% in middelgrote en kleine gemeenten, op een enkele uitzondering na. Ook het aandeel mensen dat in de openbare ruimte verblijft is met 12% in AmsterdamAmstelland en Eindhoven relatief hoog, tegenover gemiddeld 7% in de overige regio’s. In Amsterdam-Amstelland, Den Haag en Eindhoven verblijven bovendien relatief veel vrouwen in de openbare ruimte. Voor het eerst zijn ook kinderen in de openbare ruimte geteld: 14 in Amsterdam-Amstelland en 5 in Den Haag.
37
2. Regionale verschillen onderstrepen de noodzaak van maatwerk
De telling laat duidelijke regionale verschillen zien. Zo wijkt de situatie in regio’s met grote steden vaak sterk af van die in andere regio’s, maar ook tussen regio’s zonder grote steden bestaan belangrijke verschillen. In de grote steden is het aantal nationaliteiten bijzonder hoog: 136 in Amsterdam-Amstelland, 93 in Den Haag en 74 in Eindhoven, tegenover 15 tot 44 in de overige regio’s. Daarentegen is het aandeel mensen met de Nederlandse nationaliteit in Amsterdam-Amstelland en Den Haag relatief laag: respectievelijk 34% en 46%, tegenover 54%-69% in de overige regio’s. Ook is het aandeel dak- en thuisloze jongeren in Amsterdam-Amstelland (14%) en Eindhoven (19%) lager dan in de overige regio’s (23%-29%). Ook in regio’s zonder grote steden zijn lokale verschillen zichtbaar. Zo verblijven in de Valleiregio relatief veel mensen op campings en vakantieparken. In Maastricht-Heuvelland en Zaanstreek werd een groot aandeel mensen in instellingen geteld en in de regio IJssel-Vecht een relatief hoog aantal mensen in antikraaklocaties. De regionale verschillen onderstrepen het belang van regionale cijfers. Deze cijfers bieden belangrijke aanknopingspunten voor preventie en aanpak van dak- en thuisloosheid.
3. Instellingen worden noodgedwongen gebruikt als opvanglocaties
De ETHOS-Light classificatie omvat ook mensen die langer dan nodig in een instelling verblijven, uitsluitend vanwege het ontbreken van passende huisvesting; de instelling fungeert daarmee feitelijk als opvanglocatie. De tellingen laten zien
dat dit veel voorkomt bij instellingen zoals beschermd wonen, jeugdzorg, GGZ en asielopvang (AZC’s). In totaal verblijven 1.970 personen (8%) in een instelling vanwege gebrek aan passende huisvesting. Dit heeft veel impact op de levens van deze mensen en vergroot de druk op instellingen. Instellingsplekken blijven daardoor bezet en zijn niet beschikbaar voor wie daar echt op is aangewezen. Vooral binnen AZC’s telden we een grote groep mensen (1.263 personen; 5% van het totaal) die daar noodgedwongen langer verblijven. Professionals signaleren dat er te weinig betaalbare en passende woonplekken zijn voor mensen die een instelling verlaten.
4. Veel dak- en thuisloze mensen zonder geldige verblijfsstatus
Het aantal dak- en thuisloze mensen zonder geldige verblijfsstatus is hoog: 3.646 volwassen personen, oftewel 15% van alle volwassen dak- en thuisloze mensen. Vooral in de grote steden is dit aandeel hoog: 20% in Amsterdam, 19% in Den Haag en 13% in Eindhoven, samen goed voor 3.616 personen. In kleinere gemeenten ligt dit aandeel aanzienlijk lager, tussen de <0,5% en 2%. Betrokken professionals benadrukken dat het aantal waarschijnlijk een onderschatting is, omdat vooral mensen in beeld bij hulpverleners zijn geteld. Volgens hen zorgt de (voormalige) aanwezigheid van voorzieningen voor mensen zonder geldige verblijfsstatus in de grote steden ervoor dat deze groep daar relatief goed in beeld is. Uit de telling blijkt dat deze mensen vooral verblijven bij vrienden, familie of derden (51%) en in mindere mate in niet-conventionele woonruimten (23%), tijdelijke opvangvoorziening voor mensen zonder geldige verblijfsstatus (8%) en de openbare ruimte (8%).
38
Reflectie op de telling
Reflectie op de telling In de derde ronde van de ETHOS-telling is het opnieuw gelukt om dak- en thuisloosheid in de deelnemende regio’s goed in beeld te brengen. In de regio’s met grote steden bracht de omvang van de groepen bij sommige diensten uitdagingen met zich mee. Desondanks was het draagvlak voor de telling groot: in alle regio’s namen de meeste relevante organisaties deel. In totaal werkten 645 organisaties mee aan de telling. De eerste telling in 2023 diende als pilot, de tweede ronde in 2024 liet zien dat de methode breed toepasbaar is. Deze derde ronde bevestigt dat de ETHOS-telling in heel Nederland uitvoerbaar is, ook in de grote steden waar relatief veel mensen in een situatie van dak- of thuisloosheid verkeren. De resultaten van de drie telrondes geven een overwegend consistent beeld en geven aanzienlijk beter zicht op dak- en thuisloosheid dan voorheen mogelijk was.
Verbreding en optimalisatie van de telling
Sinds de eerste ETHOS-telling in 2023 werkt het onderzoeksteam van Hogeschool Utrecht voortdurend aan het optimaliseren van de telling. Het doel van het onderzoek is om zoveel mogelijk mensen in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid in beeld te krijgen. Daarvoor is het belangrijk dat zoveel mogelijk organisaties die met deze mensen in contact staan, meedoen aan de telling. De afgelopen jaren is het netwerk van telorganisaties verder verbreed. In deze derde ronde sloten
39
wederom nieuwe typen organisaties aan. Dit waren onder meer: de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV’s), belangenbehartigingsorganisaties voor dak- en thuisloze mensen, organisaties actief in het woonwagenwerk en de sekswerkerszorg, beheerders van parkeergarages, verloskundigenpraktijken, thuiszorgorganisaties, migrantenkerken, moskeeën, een uitzendbureau voor arbeidsmigranten, Vereniging Alternatief Wonen, beveiligingsorganisaties en mediators bij scheidingen. Hierdoor konden meer mensen in beeld worden gebracht dan voorheen mogelijk was.
Zicht op veel mensen, maar nog niet op iedereen
De ETHOS-telling geeft een beter en vollediger beeld van daken thuisloosheid dan bestaande statistieken kunnen bieden. Dankzij de methode worden ook verborgen situaties van dakloosheid beter zichtbaar. Desondanks blijft het een uitdaging om sommige groepen volledig in beeld te krijgen. Samen met medewerkers van betrokken gemeenten en telorganisaties reflecteerden we op de vraag of de resultaten van de telling een realistisch beeld geven van de situatie in de regio. In grote lijnen bevestigen betrokkenen dat dit het geval is. Groepen die nog onvoldoende in beeld zijn gekomen zijn dak- en thuisloze arbeidsmigranten en personen die noodgedwongen verblijven op campings, vakantieparken of in antikraakwoningen. Dat komt vooral doordat zij vaak geen contact hebben met
40
deelnemende organisaties, soms uit onwetendheid, soms vanwege wantrouwen of angst. Opvallend is dat in deze derde ronde mensen zonder geldige verblijfsstatus beter in beeld zijn gekomen dan in eerdere jaren, mede dankzij de betrokkenheid van nieuwe organisaties die met deze doelgroep werken. De resultaten van deze derde ronde en het toenemende aantal deelnemende organisaties laten zien dat het mogelijk is om ook verborgen dakloosheid steeds beter in beeld te brengen.
Tot slot
Betrokken professionals signaleren dat de gevolgen van de wooncrisis steeds sterker en breder voelbaar zijn, en dat de impact ervan diep ingrijpt in het leven van mensen. Zij wijzen op een groeiende groep mensen in precaire woonsituaties die niet onder de ETHOS-Light classificatie vallen, maar van wie de situatie wel ernstig en zorgwekkend is. Het gaat bijvoorbeeld om jongeren die noodgedwongen bij hun ouders blijven wonen terwijl de thuissituatie gekenmerkt wordt door spanningen of conflicten, of om mensen die in een onveilige of onhoudbare woonsituatie leven maar geen mogelijkheid hebben om te verhuizen vanwege het tekort aan betaalbare woonruimte. Hoewel deze situaties niet onder de ETHOS-Light definitie vallen en daarmee geen onderdeel uitmaken van de telling, willen we hier toch nadrukkelijk aandacht voor vragen, omdat deze mensen zich op de rand van dak- en thuisloosheid bevinden. Vanuit het oogpunt van preventie is het van groot belang dat er ook aandacht is voor hun situatie.
41
Ervaringsverhalen > Corine > Natasja > Anoeska > Kiz
42
Corine
‘Alle dakloze mensen moeten urgentie krijgen’
43
Corine
Corine (47) is na haar scheiding in februari 2023 in een bizarre situatie terechtgekomen. Met haar twee kinderen (nu 18 en 13) vond ze noodgedwongen onderdak in een B&B en daarna tot twee keer toe bij vrienden, maar een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning kreeg ze niet. Nu zitten ze in een veel te dure particuliere huurwoning. Al Corine’s spaargeld gaat op aan de huur, maar voor urgentie komt ze nog steeds niet in aanmerking. En de huisbaas heeft laten weten dat ze over een paar maanden weg moeten. ‘Ik wist wel dat de woningmarkt op slot zat, maar het valt me toch vies tegen. Hoe slecht het echt is ervaar je pas als je er zelf middenin zit’. Tweeëneenhalf jaar na haar scheiding hebben Corine en haar zoon en dochter er al een hele tocht langs tijdelijke woonplekken op zitten. Die begon in een bed and breakfast, ‘om even op adem te komen’. In deze periode klopte Corine aan bij het sociaal wijkteam, maar ‘zij konden niks doen’. Na drie maanden moesten ze de B&B verlaten en stonden ze opnieuw op straat. Gelukkig konden ze terecht bij vrienden, een gezin met drie jonge kinderen. Terwijl Corine met haar zoon en dochter op de zolderverdieping bivakkeerde, vroeg ze een urgentieverklaring aan.
‘Ik dacht dat ik in aanmerking zou komen omdat we al een paar maanden officieel dakloos waren en alleen een briefadres hadden.’ Maar tot haar grote verbazing kreeg ze te horen dat je als dakloos persoon geen urgentie mag aanvragen. ‘Echt bizar.’
Bij ex wonen
Ze deed een nieuwe aanvraag, omdat ze wilde weten of ze wel in aanmerking zou komen voor urgentie met een tijdelijk huurcontract. Op de vraag voor wie en waarom ze urgentie
aanvroeg, antwoordde ze: ‘Voor de geestelijke gezondheid van mijn kinderen onder de 18 jaar.’ En bij de reden vulde ze in dat ze gescheiden was. Corine viel weer van de ene verbazing in de andere toen ze na het insturen van het formulier werd gebeld. ‘De ambtenaar vroeg of ik de scheiding zelf had veroorzaakt. En of we niet toch bij mijn ex konden blijven wonen’. Corine was razend. ‘Denk je dat ik voor de lol ben weggaan bij mijn ex? Ik had het vertrek al uitgesteld omdat ik wist van het woningprobleem en hoopte dat het misschien toch nog goed zou komen, maar toen oplossingen uitbleven realiseerde ik me dat we echt niet meer in hetzelfde huis moesten blijven zitten.’ Daarop vroeg de ambtenaar of ze dat kon bewijzen. Was er bijvoorbeeld een melding bij Veilig Thuis gedaan? ‘Nee, dat wilde ik nou net voorkomen.’
Tussen wal en schip
Een urgentie kreeg ze weer niet. Ze vroeg nog: ‘Hadden mijn kinderen en ik dan onder de brug moeten liggen? Waren we dan wel in aanmerking gekomen voor hulp? Het antwoord was “ja, dan wel”. Nu was ik te zelfredzaam.’ Maar in de praktijk valt Corine tussen wal en schip. Ze baalt ervan dat ze zich nooit heeft ingeschreven bij een woningbouwvereniging.
44
‘Zo stom. Ik dacht: dat is niet nodig, een scheiding overkomt mij niet.’ Ze probeerde het ook via particuliere verhuurders, maar de inkomenseisen waren absurd. ‘Je moet soms wel 3x de brutohuur verdienen. Hoe dan?’ Ondertussen moesten ze na vijf maanden inwonen bij het gezin op zoek naar ander onderdak. ‘Zij trokken het niet meer, en dat begreep ik. Onze levens verschilden erg van elkaar, en ook wij ervoeren weinig ruimte en vrijheid. Gelukkig waren er opnieuw mensen die ons wilden opvangen. Een ouder echtpaar dat ons al heel lang kent en ons opving alsof wij hun eigen kinderen zijn. Daar zijn wij nog steeds zo dankbaar voor.’
Spaargeld raakt op
Eind 2023 hoorde ze via-via over een verhuurder die per 2024 een woning te huur had en accepteerde dat ze de huur betaalde van haar spaargeld. ‘Zo fijn! Eindelijk een eigen plek, waar ieder van ons een eigen slaapkamer heeft.’ Daar komt echter binnenkort een einde aan, want ze heeft net te horen gekregen dat ze de woning in februari 2026 moeten verlaten. In de tussentijd gaat al haar spaargeld op aan de huur. ‘Ik heb onlangs Woonkostentoeslag aangevraagd want mijn spaargeld gaat eraan. Ik wil weg zijn voordat het zover is want als ik een eigen huurwoning krijg moet ik die ook kunnen inrichten. En wat als bijvoorbeeld de wasmachine stukgaat?’
Mensen vragen soms of haar zoon dan niet kan meebetalen aan de huur. Stellig: ‘Hij betaalt al veel mee aan het huishouden. De boodschappen bijvoorbeeld. Hij moet ook aan zijn toekomst denken en dus kunnen sparen.’ Haar kinderen lijden toch al onder de situatie. ‘Mijn kinderen hebben allebei een stap terug moeten doen op school. Mijn zoon is wat ouder en kan beter relativeren, maar mijn dochter heeft veel last van de situatie. Ze had het vooral moeilijk toen we dakloos waren, maar de onzekere situatie zorgt nog steeds voor spanningen. Ze beseft dat we nog een keer weg moeten.’
Slapeloze nachten
Ook haarzelf gaat het allemaal niet in de koude kleren zitten. ‘Tijdens mijn huwelijk had ik al fysieke problemen, en die zijn nu alleen maar erger geworden. Mentaal gaat het nu redelijk, maar soms bezorgt de uitzichtloosheid me slapeloze nachten. Dan ben ik overdag een wrak. Heel stil, of juist snel boos. Ik voel een grote verantwoordelijkheid tegenover mijn kinderen en baal ervan dat ik ze niet kan geven wat ik ze wil geven. Gelukkig blijven ze achter me staan. “Jij bent niet de schuldige” zeggen ze me. Dat is mooi. Het is heel lastig maar ook fijn dat ze het begrijpen als er weer eens wat afgewezen is.’ Corine is net bij een hypotheekadviseur geweest om te kijken of ze toch niet wat kan kopen. Maar wat ze al vermoedde: haar inkomen is te laag. ‘Ik kan met mijn inkomen nog net een garagebox kopen. En ik kom niet in aanmerking voor een star-
45
terslening, omdat ik in het verleden een koophuis heb gehad met mijn ex. Dat dacht ik al, maar ja, je probeert alles. Ik bekijk alle mogelijkheden die er zijn.’ Zo is ze nu ook aan het kijken naar huizen in de regio. Eerst wilde ze niet weg uit de gemeente waar haar kinderen op school zitten en zij werk heeft. ‘Maar je gaat je eisen veranderen om te zorgen dat je je eigen woning krijgt.’
Urgentie voor alle dakloze mensen
Corine blijft zoeken en aan de bel trekken. ‘In 2023 had ik dat niet gekund hoor, maar na anderhalf jaar een eigen woning te hebben ben ik een beetje bijgekomen van alles en ben ik sterker.’ Als het dan niet voor haarzelf is, dan toch hopelijk voor andere vrouwen met kinderen in dezelfde positie. ‘De woningmarkt ligt op zijn kant en dat is om te janken. Er moeten veel meer sociale huurwoningen worden gebouwd, niet alleen maar huizen in het dure segment zoals nu gebeurt. Daardoor zitten starters en mensen zoals ik in de problemen. Ik hoop dat dat duidelijker wordt door de ETHOS-telling. En het allerbelangrijkste: alle dakloze mensen moeten urgentie krijgen! Of je nu zogenaamd zelfredzaam bent of niet.’
Dit verhaal is mede gebaseerd op een artikel van Dakloosheid Voorbij
46
Natasja
‘Ik kan niet zijn wie ik ben als ik geen veiligheid heb’
47
Natasja
Natasja (39) dreigt voor de derde keer in haar leven dakloos te worden. Op haar 18e, na een jeugd in pleeggezinnen en instellingen, belandde ze voor het eerst op straat. Na vele ups-and-downs leidde ze vanaf haar 21e jarenlang een ‘normaal’ leven, met een man, een huis en werk. Vijf jaar geleden kwam ze uit de kast en trok in bij haar nieuwe liefde. Toen die relatie stukliep, zat ze opnieuw zonder woonplek. Sinds mei 2024 woont de ernstig zieke Natasja antikraak, maar dat contract loopt binnenkort af.
‘Ik ben gered doordat ik hier door een zorginstelling ben geplaatst. Maar nu ziet het ernaar uit dat ik hier niet meer mag wonen, dus ik ben echt op zoek naar een woonplek. Anders ben ik straks weer dakloos.’ Natasja doet alles wat in haar macht ligt om dat te voorkomen, maar of het lukt weet ze niet. Die onzekerheid vreet aan haar, zeker omdat ze zo ziek is en afhankelijk is van medische zorg. Ze heeft last van verlammingsverschijnselen, lopen gaat moeizaam en alles aan haar lichaam doet pijn. Haar geest maakt overuren. Natasja praat veel en snel. Met humor. Maar soms ook in tranen. ‘Ontremd’ noemt ze zichzelf. Stress loopt als een rode draad door haar leven.
Stuur- en dakloos
‘Ik heb echt een rotleven gehad.’ Zo vat Natasja het kort en krachtig samen. Door een onveilige thuissituatie zat ze vanaf haar 6e in jeugdzorg. ‘Ik heb nog steeds contact met mijn mentor van toen. Wij hebben elkaar uitgekozen als familie. Zij is mijn moeder, ik ben haar dochter en zij is nu 60 en ik ben bijna 40. Dus de banden met de zorgverleners waren goed, maar het protocol zei dat ik eruit moest toen ik 18 werd. Terwijl ik stuurloos was.’ Natasja was drugsverslaafd,
manipulatief ‘want zo redt een kind zich’ en suïcidaal. ‘Ik beschadigde mezelf heel erg. Ik zit onder de littekens. Nadat ik dakloos werd vanuit jeugdzorg heb ik zeven maanden op straat en in een dak- en thuislozenopvang geleefd. Alleen werd ik toen zo knettergek dat ik de psychiatrie in ging.’
Eigen huis
Zeven maanden zat ze in een psychiatrische instelling. Dankzij de hulp van een psychiater kreeg ze haar financiën op orde en met een urgentieverklaring kwam ze aan woonruimte. Ze begon als vrijwilliger te werken op een kinderboerderij en klom op tot het bestuur. ‘Toen ging mijn leven supertof. Ik raakte van mijn verslavingen af, kreeg een relatie met God en mijn psychiater koos er bewust voor al mijn diagnoses te schrappen. Hij zei: er is niet zoveel mis met jou. Je bent gewoon je leven lang verkeerd ingeschat.’ Na twee jaar stopte ze bij de kinderboerderij en werd hulpverlener. In vijftien jaar tijd bekleedde ze allerlei verschillende functies. Daarnaast had ze haar eigen bedrijfje als schrijfcoach en uitgever van levensverhalen. En met haar echtgenoot had ze achttien jaar lang een eigen huis.
48
Uit de kast
Vijf jaar geleden kwam daar een einde aan. Ze was verliefd geworden op een vrouw en vertrok voor haar naar de andere kant van het land. ‘We waren allebei net uit de kast gekomen. Twee vrouwen, allebei twaalf jaar getrouwd geweest met een kerel. Nou, dan flikker je hard uit die kast. Ik lach er nog steeds om, want god, er gingen ook wat heilige huisjes omver van mij als christen.’ Ze trok in bij haar geliefde en haar drie kinderen. Een hele verandering, en toen Natasja in therapie ging om aan zichzelf te werken, zorgde dat voor frictie binnen het gezin. Uiteindelijk liep de relatie stuk. Natasja dacht dat ze met haar grote netwerk en hulpverlenerservaring wel snel onderdak zou vinden. ‘Dat was een inschattingsfout’.
Leven in een tentje
Na de breuk ging het bergafwaarts met Natasja. ‘Ik raakte alles kwijt. Ik was een vrouw van 115 kilo, met lange haren, mooie partner, tof figuur, supercharmant karakter, ik likte me overal binnen. Nu ben ik 70 kilo, gehandicapt, mijn brein doet het op vijf vlakken niet meer. Ik heb een baard en alles aan mij lijkt mannelijk en non-binair, zelfs mijn stem. Maar dat komt door Ritalin en andere medicatie. Die hebben mijn hele hormoonhuishouding vernacheld en vernield omdat ik als kind onterecht een ADHD-diagnose heb gekregen.’ In maart 2024 stond Natasja voor de tweede keer in haar leven op straat. Ze leefde in een tentje aan de bosrand, te midden van andere dakloze mensen. ‘Ik was de moederkloek, zag de straat als mijn baby’s.’
Schaamte
De eerste twee maanden werkte ze nog door. Ze schaamde zich voor haar situatie. ‘Ik was iemand die workshops over kwetsbaarheid mocht geven aan de mensen achter de bureaus. Maar ondertussen was ik zelf hartstikke dakloos geworden. Mijn werkgevers zeiden: meld je nou alsjeblieft ziek. De straat is niet romantisch en je bent maar over je grenzen aan het gaan.’ Dat klopte. ‘Het was heel gezellig in mijn tentje, maar het was niet zo gezond voor mijn lichaam.’ Het regende veel, ze was teruggevallen in haar drugsgebruik en werd ziek. ‘Dakloze mensen zorgen voor elkaar, dus ik werd door de dakloze mensen verzorgd.’ Totdat het niet langer meer ging. Een longontsteking dwong haar de nachtopvang voor dakloze mensen op te zoeken. ‘Daar rook ik de plas van mijn voorganger aan mijn kussen.’
Geen vrienden ontvangen
Ontzet mailde Natasja iedereen die ze kende: de burgemeester, wethouders, de gemeente, haar directeur. ‘Daar kreeg ik een onwijs toffe reactie op. Een paar van die bestuurders kwamen serieus kijken aan de onderkant van de ladder.’ Er kwamen gesprekken met bewoners, en er werden aanpassingen doorgevoerd. Voor haar kwam er vanwege haar slechte gezondheid al snel een tijdelijke oplossing: de antikraakplek waar ze nu nog woont. ‘Die wilde ik eerst niet, want waarom ik wel en de andere dakloze mensen niet?’ Nog steeds voelt ze zich schuldig dat zij in haar eentje in een groot voormalig zorgpand zit. ‘Maar van de makelaar mag ik hier geen vrienden ontvangen, dakloze mensen die nog op straat leven, omdat dat onrust creëert in de buurt.’