Bijlage 2 Wijzigingstabel RvO gemeenteraad Ommen 2026
Tekst van het document
Bijlage: Wijzigingstabel ‘Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Ommen 2018’ en de ‘Verordening, regelende de instelling, de samenstelling en de bevoegdheden van de commissies van advies aan de raad van de gemeente Ommen 2018’ Toelichting op de kolommen: 1e Kolom: Bestaande reglement van orde 2018 (hierna: RvO raad Ommen 2018), of Verordening, regelende de instelling, de samenstelling en de bevoegdheden van de commissies van advies aan de raad van de gemeente Ommen (hierna: RvO raadscommissie Ommen 2018) 2e Kolom: VNG Model RvO raad 2022, of VNG Model RvO raadscommissies 2022 3e Kolom: Tekstvoorstel RvO gemeenteraad van Ommen 2026, waarbij het in vet geschrevene afwijkt van de modelverordeningen 4e Kolom: Het geel gearceerde zijn de nog te maken keuzes. Onder de blauwe kopjes is de toelichting grotendeels uit de VNG modelverordeningen overgenomen RvO raad Ommen 2018
VNG Model RvO raad 2022
RvO gemeenteraad Ommen 2026
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger; b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; c. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; d. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; e. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; f. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel; g. raad: de gemeenteraad; h. presidium: het raadspresidium als bedoeld in artikel 5; i. agendacommissie: de commissie als bedoeld in artikel 6; j. de raadscommissies: de commissies als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet; k. de rekeningcommissie: de commissie als bedoeld in artikel 44a; l. griffier: de raadsgriffier zoals bedoeld in artikel 3; m. portefeuillehouder: een lid van het college dat in die hoedanigheid optreedt; n. secretaris: de gemeentesecretaris.
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: - amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; - motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; - subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; - voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; - wet: Gemeentewet.
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: - amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ommen; - commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. - fractievoorzitter: raadslid waarvan door de voorzitter is vastgesteld dat dit lid fractievoorzitter is dan wel enig lid van een fractie; - gemeentebestuur: ieder bevoegd orgaan van de gemeente; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - kandidaat-wethouder: persoon die door de raad of een fractie is voorgedragen als kandidaat voor het wethouderschap of persoon die is voorgedragen als tegenkandidaat; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; - motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; - raadsrapporteur: door de raad aangewezen raads- of commissielid die de raad informeert over de samenwerkingsverbanden waarin de gemeente Ommen participeert; - subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; - voorzitter: voorzitter van de raad of diens waarnemer; - wet: Gemeentewet.
Pagina 1 van 62
Toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet (hierna: wet) schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, van de wet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de wet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. De raad heeft de keuze om niet-gekozen personen op basis van artikel 82 lid 1 Gemeentewet zitting te laten nemen in de commissie(s) die de raadsbesluiten voorbereiden. Deze commissieleden hebben geen democratische legitimatie.
RvO raadscommissie Ommen 2018
VNG Model RvO raadscommissies 2022 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - wet: Gemeentewet.
RvO raad Ommen 2018 Artikel 2 De voorzitter De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.
VNG Model RvO raad 2022
RvO gemeenteraad Ommen 2026 Samengevoegd in artikel 1 Begripsbepalingen van het RvO gemeenteraad van Ommen 2026.
RvO gemeenteraad Ommen 2026
Toelichting
Toelichting
Vervallen, want dit is in de artikelen 9 en 77 van de wet uitgewerkt.
RvO raad Ommen 2018
VNG Model RvO raad 2022
RvO gemeenteraad Ommen 2026
Artikel 3 De griffier 1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen waarnemend griffier. 3. De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in de reglement deelnemen.
Artikel 4 De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en kan aanwezig zijn in de commissievergaderingen van de raad. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.
Artikel 2 Griffier 1. De griffier legt, alvorens zijn ambt te aanvaarden dan wel in de eerste raadsvergadering na de aanvaarding in handen van de voorzitter de volgende eed of verklaring en belofte af: ‘Ik zweer (verklaar) dat ik om tot griffier benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof), dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als griffier van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig!” (Dat verklaar en beloof ik!’). 2. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van het presidium en in de raadscommissies van de raad. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervangend griffier die door de raad is
Pagina 2 van 62
Toelichting
Lid 1 + 3 Toevoeging afleggen eed/belofte voor de griffier en plaatsvervangend griffier. Na vaststelling wordt de ambtseed doorgegeven aan het ministerie van Binnenlandse Zaken om opgenomen te worden in het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017. Artikel 2 Griffier De raad is verplicht een griffier aan te wijzen (artikelen 100 en 107 van de wet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. In artikel 7 van de Ambtenarenwet staat dat de ambtenaar een eed of belofte aflegt. Het hoe en wat ervan wordt geregeld in een Algemene Maatregel van Bestuur, te weten het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017. De raad stelt de eed of belofte vast, inclusief de daarbij behorende procedure. De griffier is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig (tweede lid). De wet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid, van de wet). In het derde lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de wet (verschoningsrecht) is in het vierde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. De aanwijzing van de griffier is een raadsbesluit dat binnen artikel 32 van de wet thuishoort: hetzij geen stemming (als
RvO raadscommissie Ommen 2018
VNG Model RvO raadscommissies 2022
Artikel 6 (Commissie)Griffier 1. De griffier ondersteunt de raadscommissie. 2. Zonodig laat hij zich vervangen door de waarnemend griffier.
Artikel 6 De commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier. 2. Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.
RvO raad Ommen 2018
VNG Model RvO raad 2022
aangewezen. Alvorens de plaatsvervangend griffier zijn functie uitoefent legt hij de eed of verklaring en belofte af overeenkomstig het eerste lid. 4. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen en raadscommissies deelnemen.
niemand deze verlangt), hetzij een hoofdelijke en dus mondelinge stemming.
RvO gemeenteraad Ommen 2026
Toelichting
Samengevoegd in het nieuwe artikel 2 Griffier van het RvO gemeenteraad van Ommen 2026.
RvO gemeenteraad Ommen 2026 Artikel 3 Nestor van de raad 1. De raad wijst uit zijn midden de nestor van de raad aan. 2. De aanwijzing vindt in principe plaats in de eerste vergadering van een nieuwe raadsperiode en bij het tussentijds openvallen van deze functie. 3. De nestor van de raad vervult informele en ceremoniële taken.
Toelichting
Toelichting
RvO raad Ommen 2018
VNG Model RvO raad 2022
RvO gemeenteraad Ommen 2026
Artikel 5 Het presidium 1. De raad heeft een presidium. 2. Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad, die ook voorzitter van het presidium is, en de fractievoorzitters. 3. De griffier en/of diens waarnemer is in elke vergadering van het presidium aanwezig.
Artikel 2. Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt.
Artikel 4 Presidium 1. De raad heeft een presidium dat bestaat uit de fractievoorzitters. 2. De fractievoorzitters wijzen uit hun midden een vaste voorzitter aan, zijnde een fractievoorzitter.
Pagina 3 van 62
Toevoeging van een artikel over de Nestor, ter verduidelijking van rol en taken. Artikel 3 Nestor van de raad De nestor van de raad is doorgaans het langst onafgebroken zittende raadslid. Deze rol is niet wettelijk vastgelegd, maar heeft een aantal informele en ceremoniële taken zoals het woord voeren bij bijzondere aangelegenheden, zoals installatie, beëdiging of bij een afscheid. Daarnaast fungeert de nestor ook als een soort wijze raadgever binnen de raad. Hij kent het beste de geldende mores binnen de raad. Door ervaring en kennis van procedures kan hij nieuwe raads- en commissieleden ondersteunen.
Artikel 4 Presidium Het presidium is een artikel 84-commissie. De raad stelt deze commissie in. De burgemeester kan geen lid zijn van een artikel 84-commissie (artikel 84, tweede lid 2, van de wet), maar deze wel voorzitten. Zoals de burgemeester als
4. De voorzitter kan voorstellen één of meer wethouders en/of de secretaris uit te nodigen voor de vergadering van het presidium. 5. Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het presidium vervangt. 6. Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium. 7. De taken van het presidium zijn: - het bespreken van de organisatie en werkwijze van de gemeenteraad en de commissies en het doen van voorstellen daarover; - het evalueren van het functioneren van raad en commissies; - het voeren van informeel overleg met de voorzitter van de raad over onderwerpen waarover eventueel in een later stadium nog besluitvorming moet plaatsvinden; - advies aan de raad uitbrengen over de procedure voor behandeling van de planning- en control cyclus (p&c-cyclus).
3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad [en de raadscommissies] voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie.
3.
Fractievoorzitters kunnen zich bij afwezigheid in het presidium laten vervangen door een lid van de fractie. 4. De voorzitter van de raad neemt als adviseur deel aan de vergaderingen van het presidium. 5. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergadering. 6. Het presidium: a. draagt zorg voor het functioneren van de raad; b. bereidt besluiten voor daar waar het gaat om de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie; 7. Het presidium vergadert als regel zes keer per jaar en verder zo vaak als nodig is. Deze vergaderdata worden opgenomen in het jaarschema van de raad. De voorzitter van het presidium kan een extra vergadering bijeenroepen op eigen initiatief of als tenminste twee leden een verzoek hebben ingediend. 8. Het presidium kan ook buiten de vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid zijn gesteld hun mening te uiten. Een aldus genomen besluit wordt toegevoegd aan de besluitenlijst van het eerstvolgende presidium. 9. Elke fractie heeft één stem in het presidium. 10. Het presidium besluit bij meerderheid van stemmen. Als er geen meerderheid is, wordt het voorstel verworpen. 11. De vergaderingen van het presidium vinden plaats met gesloten deuren. 12.
De agenda en overige stukken van het presidium worden voorafgaand aan de vergadering beschikbaar gesteld aan raads- en commissieleden en het college. 13. De (concept-)besluitenlijst wordt verstrekt aan de raads- en commissieleden en het college.
niet-raadslid ook de raadsvergadering voorzit. Het staat de raad uiteraard vrij om deze commissie te laten voorzitten door een raadslid. Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Diverse gemeenten hebben dit takenpakket uitgebreid met meer inhoudelijke taken. De VNG is van mening dat het presidium voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een ondergeschikte rol dient te vervullen, omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen niet strookt met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet). Men zou ervoor kunnen kiezen de regie van enkele interne of organisatorische kwesties bij het presidium neer te leggen. In het zesde lid is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium aanbevelingen doet aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van dit Reglement van Orde van de raad, het instrueren van de griffier en het bespreken van agenda-technische zaken. Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt.
Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten (negende lid). De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig (artikel 2, tweede lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De aanwezigheid van de gemeentesecretaris kan ook gewenst zijn, omdat de secretaris aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie. Overeenkomstig het vijfde lid kan de gemeentesecretaris worden uitgenodigd. Als dit een ‘staande’ uitnodiging wordt, dan kan overwogen worden zijn aanwezigheid expliciet in dit Reglement van Orde van de raad te regelen. Op grond van artikel 84, derde lid en artikel 23 van de wet kan het presidium besluiten besloten te vergaderen, als
Pagina 4 van 62
uitzondering op de hoofdregel van openbare raads- en commissievergaderingen (elfde lid). Ten aanzien van besloten commissievergaderingen regelt de wet dat van rechtswege een geheimhoudingsplicht geldt omtrent de informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. Artikel 87 van de wet bepaalt dat er een grond moet bestaan voor het presidium voor het opleggen van een geheimhouding ten aanzien van schriftelijke informatie die bij de commissie berust. De gronden zijn te vinden in artikel 5.1 van de Wet open overheid. Het presidium verstrekt deze informatie vervolgens onder geheimhouding aan de raads- en commissieleden, het college en eventueel de rekenkamer. De geheimhouding geldt totdat het presidium of de raad de geheimhouding opheft.
RvO raad Ommen 2018 Artikel 5a Werkgeverscommissie 1. Er is een werkgeverscommissie. 2. De werkgeverscommissie bestaat uit een voorzitter uit de raad en een viertal daartoe door de raad aangewezen raadsleden. 3. De werkgeverscommissie vervult de werkgeversrol voor de griffier en de waarnemend griffier, inclusief de advisering aan de raad inzake benoeming en ontslag. De uitwerking heeft plaats in de Verordening werkgeverscommissie griffie-r.
VNG Model RvO raad 2022
RvO gemeenteraad Ommen 2026
Toelichting
Toelichting
Vervallen, want de taken en bevoegdheden van de werkgeverscommissie zijn uitgewerkt in de Verordening werkgeverscommissie griffie-r Ommen.
RvO raad Ommen 2018
VNG Model RvO raad 2022
RvO gemeenteraad Ommen 2026
Artikel 6 De agendacommissie
Artikel 3 De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen 4. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van de raadscommissie [,de voorzitter] en één raadslid per fractie die anders niet vertegenwoordigd is. 1. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies, en c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de wet, en in het derde lid. 2. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter
Artikel 5 Agendacommissie
1. Er is een agendacommissie. 2. De agendacommissie bestaat uit: - de waarnemend voorzitter van de raad, tevens voorzitter van de agendacommissie; - een drietal daartoe door de raad aangewezen raadsleden en plaatsvervangende raadsleden; - de voorzitter van de raad c.q. college als adviseur. 3. De agendacommissie wordt bijgestaan door de griffier en/zijn waarnemer. 4. De agendacommissie heeft tot taak: - het op voorspraak van de griffie, voorbereiden en opstellen van de conceptagenda’s voor de vergaderingen van de raad en de commissies, raadsinformatiebijeenkomsten en werkbezoeken;
Pagina 5 van 62
1.
2. 3.
De raad heeft een agendacommissie die bestaat uit vijf leden uit de raad, waaronder de waarnemend voorzitter van de raad (tevens voorzitter van de agendacommissie). De voorzitter van de raad neemt als adviseur deel aan de vergaderingen van de agendacommissie. De agendacommissie heeft tot taak: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor vergaderingen van de raad en zijn raadscommissies; b. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet; c het besluiten over afwijkende verzoeken vanuit het college met betrekking tot agendering;
Artikel 5 Agendacommissie De agendacommissie is ook een artikel 84-commissie. De raad stelt deze commissie in. De agendacommissie speelt een centrale rol in de voorbereiding en structurering van het politieke besluitvormingsproces. Door het vaststellen van voorlopige agenda’s en het bewaken van de bestuurlijke planning via de lange termijnagenda (LTA), draagt de commissie bij aan een ordentelijk en efficiënt verloop van de vergadercyclus. Het vaststellen van voorlopige agenda’s gebeurt veelal op basis van de agenda van het college zonder dat de stukken al ter agendering zijn aangeboden. De commissie fungeert tevens als schakel tussen het college, ambtelijke organisatie en de raad, door te besluiten
- alle verzoeken om agendawijzigingen voor een vergadering te bespreken; - te bepalen welke stukken behandeld worden in de raadscommissies; - te bezien of stukken rechtstreeks, gemotiveerd, doorgeleid kunnen worden naar de raad; - het opstellen van een vergaderrooster voor de raad en de commissies en raadsinformatieavonden; - het presidium te adviseren over de werkwijze van de raad en de commissies; - procedurevoorstellen te doen aan het presidium; - de Lange Termijn (beleids) Agenda (LTA) te bewaken en heeft daarbij een sturende rol.
het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.
4.
5. 6.
7.
RvO raad Ommen 2018 Artikel 10 Vergaderfrequentie
Pagina 6 van 62
VNG Model RvO raad 2022
d. het aanwijzen van voorzitters voor raadscommissies en overige bijeenkomsten van de raad; e. het bewaken van de bestuurlijke planning met behulp van de lange termijnagenda (LTA); f. het uitvoeren van technische evaluaties van vergaderingen en andere bijeenkomsten; g. het opstellen van een jaarschema voor vergaderingen, bijeenkomsten en werkbezoeken van de raad; h. het adviseren van het presidium over de werkwijze van de raad en raadscommissies; i. overige werkzaamheden die samenhangen met agendavorming, waaronder het bepalen van onderwerpen voor raadsinformatiebijeenkomsten en werkbezoeken op voorstel. De agendacommissie komt bijeen zo vaak als nodig. Bij een gering aantal agendapunten of tussentijdse verzoeken kan de griffier een digitale raadpleging houden onder de leden van de agendacommissie. De vergaderingen van de agendacommissie vinden plaats met gesloten deuren. De agenda en overige stukken van de agendacommissie worden voorafgaand aan de vergadering beschikbaar gesteld aan raads- en commissieleden. Er wordt geen besluitenlijst opgesteld.
RvO gemeenteraad Ommen 2026
over verzoeken tot agendering en het aanwijzen van voorzitters voor bijeenkomsten. De mogelijkheid tot digitale raadpleging biedt flexibiliteit bij minder omvangrijke agendawijzigingen. Het vooraf beschikbaar stellen van de agenda en overige stukken aan raads- en commissieleden draagt bij aan een zorgvuldige voorbereiding van de vergaderingen van de agendacommissie (zesde lid). De vergaderingen van de agendacommissie vinden plaats met gesloten deuren. Daarmee geldt van rechtswege een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in de vergadering ter kennis van de aanwezigen komt (artikel 23 van de wet). Aan het einde van de vergadering wordt besloten of de geheimhouding op de mondeling verstrekte informatie van kracht blijft op grond van de wet. De agendacommissie neemt geen besluiten die rechtsgevolgen hebben. Daarom wordt er geen besluitenlijst opgesteld (zevende lid). Dit voorkomt onnodige administratieve lasten en sluit aan bij het karakter van de commissie als voorbereidend orgaan. De commissie stelt de agenda's van de raad en raadscommissies voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda volgt bij aanvang van de betreffende vergadering.
Ingevolge artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. De (commissie)voorzitter pleegt in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Uitzonderingen daargelaten, houdt de agendacommissie rekening met een voorbereidingstijd van in ieder geval 48 uur. Toelichting
1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel tenminste eenmaal per maand plaats op een nader door de agendacommissie te bepalen dag(en) en tijdstip. De vergaderingen worden gehouden in het gemeentehuis. Eindtijd van de vergadering is 23.00 uur. 2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.
Vervallen, want deze taken zijn belegd bij de agendacommissie.
Samengevoegd in artikel 5 Agendacommissie van het RvO gemeenteraad van Ommen 2026.
RvO raad Ommen 2018 Artikel 8 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders 1. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden. 2. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet.
Op de werkwijze van deze commissie is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 7. In opdracht van de burgemeester wordt voor aanvang van elke ambtstermijn en, in geval van een tussentijdse
VNG Model RvO raad 2022 Artikel 5 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
RvO gemeenteraad Ommen 2026 Artikel 6 Commissie geloofsbrieven
Toelichting
1. Aan het begin van een raadsperiode stelt de raad een commissie geloofsbrieven in bestaande uit drie raadsleden en drie plaatsvervangende raadsleden. Van elke fractie mag maximaal één lid een zetel in de commissie bezetten. De benoeming geldt voor de gehele raadsperiode. De raad voorziet zo spoedig mogelijk in tussentijdse vacatures. 2. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan. 3. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven van de nieuw benoemde raadsleden en te benoemen commissieleden of deze voldoen aan de vereisten van artikelen 10, 11, 12, 13, en 15 van de wet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating cq. benoeming van deze raads- en commissieleden. 4. Indien van toepassing, maakt de commissie bij haar advisering melding van een minderheidsstandpunt. 5. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 6. Na een gemeenteraadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden en benoemde commissieleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe
Artikel 6 Commissie geloofsbrieven Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt legt hij aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: - een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt (artikel 13 van de wet), - een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum en - (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de wet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren.
Pagina 7 van 62
Aan het begin van een raadsperiode wordt er één commissie geloofsbrieven ingesteld voor de gehele raadsperiode. Dit is een artikel 82-commissie: de commissie bereidt raadsbesluiten voor over toelating van benoemde leden tot de raad en de benoeming tot commissielid. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de
vacaturevervulling, voor aanvang daarvan, ten behoeve van de wethouders een risicoanalyse integriteit uitgevoerd. De burgemeester informeert de raad over de uitkomsten van deze integriteitstoets voordat de raad de wethouders benoemt.
samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 7. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw raads- of commissielid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating cq. benoeming wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 8. Bij hun aantreden ontvangen raads- en commissieleden de gedragscode zoals genoemd in artikel 15, derde lid van de wet.
vervulling van een tussentijdse vacature. Na de gemeenteraadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de wet en artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet). Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Vijfde lid Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten. Het vijfde lid ziet toe op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de raadsverkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau.
De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de raadsverkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad een dergelijk besluit kan baseren. Op 28 februari 2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin toegelicht wordt wanneer de raad gebruik kan maken van deze bevoegdheid (Gemeenteraadsverkiezingen: hertellingen, kenmerk 20140000116196, 28 februari 2014, Ministerie van BZK. Zie: https://vng.nl/files/vng/publicatie_bijlagen/2014/2014031 9-hertelling-gemraadsverk-bzk2014-0000116196.pdf). Deze circulaire was ook bij de raadsverkiezingen in 2018 en 2022 van toepassing. In deze circulaire wordt onder meer uiteengezet wanneer de raad tot hertelling kan besluiten. Het ligt niet voor de hand dat besloten wordt tot een
Pagina 8 van 62
hertelling waarvan tevoren duidelijk is dat deze niet tot een andere samenstelling in de raad kan leiden. Ook een verschil in zetels tussen de voorlopige uitslag en de definitieve uitslag is geen reden om over te gaan tot hertelling. Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de wet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de wet vastgelegd. RvO raadscommissie Ommen 2018 Artikel 3 Samenstelling 1. De commissie bestaat uit tenminste zoveel leden als er fracties in de raad zijn. Indien een fractie uit de raad tenminste 1/3 deel van het aantal zitting hebbende leden van de raad bestaat, heeft zij het recht op een tweede lid in de commissie. 2. a. De raad benoemt een voorzitter van de raadscommissie. b. De raad benoemt één of meerdere plaatsvervangend voorzitter(s) van de raadscommissie. c. De voorzitter heeft geen stemrecht. 3. Alle raadsleden kunnen lid zijn van de commissie en kunnen elkaar per fractie onderling vervangen. 4.
De raadsleden kunnen zich laten vervangen door plaatsvervangende leden als bedoeld in de leden 5 en 6. 5. Vaste plaatsvervangende leden, die geen lid zijn van de raad, worden op schriftelijke voordracht van de fractie door de raad benoemd. 6. Voor plaatsvervangende leden, die geen lid zijn van de raad, komen uitsluitend in aanmerking personen, die op de kandidatenlijst van de desbetreffende politieke partij staan. Plaatsvervulling dient zoveel mogelijk te geschieden volgens de volgorde, waarop die kandidaten op die kandidatenlijst zijn vermeld. 7. Alvorens tot plaatsvervangend lid van de commissie te worden benoemd, overlegt het kandidaat-plaatsvervangend lid aan de voorzitter van de gemeenteraad een Pagina 9 van 62
VNG Model RvO raadscommissies 2022 Artikel 4 Samenstelling; benoeming commissievoorzitter 1. Een raadscommissie bestaat uit ten minste [aantal] en maximaal [aantal] commissieleden per fractie [naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad]. 2. De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 4. De raad benoemt op voordracht van de fracties voor iedere raadscommissie ten minste één plaatsvervangend lid per fractie, dat bij afwezigheid van een commissielid zitting heeft in de betreffende raadscommissie. [De raad benoemt de commissievoorzitters. OF Een raadscommissie benoemt haar commissievoorzitter.]
RvO gemeenteraad Ommen 2026 Artikel 7 Benoeming niet-raadsleden tot commissieleden 1. Een fractie kan twee niet-raadsleden voordragen voor benoeming als commissielid. 2. Voor benoeming als commissielid in de eerste drie jaren van een raadsperiode komen uitsluitend niet-raadsleden in aanmerking die op de kandidatenlijst staan voor de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen van de desbetreffende politieke partij. Plaatsvervulling vindt zoveel mogelijk in volgorde van de kandidatenlijst plaats. 3. Voor benoeming als commissielid in het vierde jaar van een raadsperiode komen ook niet-raadsleden in aanmerking die niet op de kandidatenlijst staan van de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen voor de desbetreffende politieke partij. 4. De niet-raadsleden worden door de raad benoemd tot commissielid. 5. De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op het te benoemen commissielid. 6.. De commissie geloofsbrieven, als bedoeld in artikel 6, onderzoekt de geloofsbrieven van het te benoemen commissielid. 7. Bij een (tussentijdse) vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw te benoemen commissielid op voor de vergadering van de
Toelichting
Artikel 7 Benoeming niet-raadsleden tot commissieleden De commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties (eerste lid). Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk – overeenkomstig het vijfde lid zelfs verplicht - de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het een ‘commissielid’ betreft dat niet voldoet aan bepaalde vereisten van de wet (zie verder de toelichting op het derde lid). Op grond van het vijfde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10 t/m 15 van de wet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 van de wet mogen vervullen. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de wet ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die voor raadsleden het op basis van artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de commissieleden benoemd worden.
schriftelijke verklaring, waarvan de tekst luid: om tot lid van de commissie te worden benoemd, verklaar ik te voldoen aan het gestelde in artikel 10 van de Gemeentewet, niet te vervullen een functie als bedoeld in artikel 13 van de Gemeentewet, niet te vervullen een functie als bedoeld in artikel 15 van de gemeentewet. Ik zal de bepalingen van deze verordening en alle overige door de gemeenteraad vastgestelde of vast te stellen regelingen met betrekking tot de werkzaamheden van een commissie stipt en nauwgezet in acht nemen, waaronder begrepen de geheimhouding als bedoeld in artikel 86 of 25 van de Gemeentewet”. 8. Per onderwerp is er één woordvoerder. Per vergadering met verschillende onderwerpen kunnen er verschillende woordvoerders zijn.
raad waarin over diens benoeming wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen: ‘Ik zweer (verklaar) dat ik om tot commissielid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof), dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als commissielid naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig!’ (Dat verklaar en beloof ik!’).
RvO raadscommissie Ommen 2018
VNG Model RvO raadscommissies 2022
Artikel 5 Beëindiging lidmaatschap 1. De voorzitter, de leden c.q. de plaatsvervangende leden kunnen tussentijds ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als een opvolger is benoemd. 2. De raad kan een lid van de commissie ontslaan op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen. 3. De raad kan de voorzitter of de plaatsvervangende voorzitter van de commissie ontslaan. 4. De door ontslag, overlijden of door een andere oorzaak opengevallen plaats wordt zo spoedig mogelijk na dat open vallen aangevuld. RvO raad Ommen 2018
Toelichting
Samengevoegd in artikel 7 Benoeming nietraadsleden tot commissieleden van het RvO gemeenteraad van Ommen 2026.
VNG Model RvO raad 2022
RvO gemeenteraad Ommen 2026
Artikel 6. Benoeming wethouders
Artikel 8 Risicoanalyse integriteit kandidaatwethouder 1. Voorafgaand aan de benoeming van een kandidaat-wethouder wordt er een risicoanalyse uitgevoerd door een extern bureau, dat beschikt over een vergunning op grond van de Wet particuliere
1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b,
Pagina 10 van 62
RvO gemeenteraad Ommen 2026
Toelichting
Artikel 8. Benoemingsprocedure en beëdiging wethouders Artikel 8 geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrieven-onderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet
eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.
2. 3.
4.
5.
6.
7. 8. 9.
beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). De raad wijst de burgemeester aan als gedelegeerd opdrachtgever voor de risicoanalyse. Het externe bureau onderzoekt de volgende onderdelen: a. wettelijke bepalingen; b. persoonlijke aspecten; c. financiële/functionele aspecten; d. persoonlijkheidsaspecten die een raakvlak hebben met integriteit. De hiervoor genoemde risicoanalyse vindt plaats binnen de volgende kaders: a. er vindt raadpleging plaats van open bronnen zoals bijvoorbeeld het Bureau Krediet Registratie; b. er vindt raadpleging van informatie die de kandidaat-wethouder zelf aanlevert in een persoonlijk gesprek en/of een vragenlijst; c. de kandidaat-wethouder krijgt de rapportage te zien voordat deze aan de burgemeester wordt gestuurd; d. de burgemeester en de kandidaatwethouder bespreken de rapportage. Er wordt een ad-hoc commissie Integriteit ingesteld onder voorzitterschap van de burgemeester, aangevuld met drie raadsleden en met ondersteuning van de griffier. De commissie voert een gesprek met de kandidaat-wethouder over de conclusies, aanbevelingen en beheersmaatregelen. De ad-hoc commissie Integriteit brengt vervolgens een advies uit aan de raad. Indien de kandidaat-wethouder zich naar aanleiding van de risicoanalyse besluit terug te trekken, wordt er geen informatie over de kandidaat gedeeld met de commissie en de raad.
De conclusies, beheersmaatregelen en aanbevelingen worden onder geheimhouding met de raad gedeeld. Bij hun aantreden ontvangen wethouders de gedragscode zoals genoemd in artikel 41c, tweede lid, van de wet. Als bewaartermijn wordt bepaald de bestuursperiode tot aan de volgende gemeenteraadsverkiezingen.
geregeld. De wet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. Bij de benoeming van een wethouder kan een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode (artikel 41c van de wet) wordt hierbij betrokken. Na het onderzoek en het gesprek, als bedoeld in het vijfde lid, brengt de commissie advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook de ad-hoc commissie integriteit in te zetten voor het geloofsbrievenonderzoek. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadslidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet). Voor wethouders is er de aanvullende verplichting om een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te kunnen overleggen (artikel 36a, tweede lid, van de wet). De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. De kandidaat-wethouders kunnen in opdracht van de burgemeester voor aanvang van iedere ambtstermijn aan een integriteitstoets worden onderworpen. De burgemeester krijgt zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft hij een goed beeld van de kandidaat en kan hij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies geheimhouding opleggen aan de raad.
Met artikel 88,derde lid, van de wet is de burgemeester hiertoe expliciet bevoegd gemaakt. Artikel 8 is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten, maar uit de raad wordt benoemd. De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen dan immers opnieuw beoordeeld te worden. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de wet). Het raadsbesluit voor de benoeming van een wethouder komt tot stand met toepassing van artikel 31 van de wet: een geheime schriftelijke stemming.
RvO raad Ommen 2018
VNG Model RvO raad 2022
RvO gemeenteraad Ommen 2026
Toelichting
Artikel 9 Fractie 1. De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst
Artikel 7 Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst
Artikel 9 Fractie 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst
Lid 1: toevoegen en de commissieleden die door deze fractie zijn voorgedragen en benoemd
Pagina 11 van 62
verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Indien één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad. 5. De nieuwe naam van de fractie wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad.
verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
verkozen zijn verklaard en de commissieleden die door deze fractie zijn voorgedragen en benoemd, worden bij de aanvang van een raadsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie zal voeren. 3. De naam van de fractievoorzitter wordt zo spoedig mogelijk door het partijbestuur doorgegeven aan de voorzitter. 4. Er wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter als: a. één of meer leden van fractie als zelfstandige fractie verdergaan; b. twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; c. één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Lid 4 vervangen door een overzichtelijke opsomming. Artikel 9 Fractie Eerste en tweede lid De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In artikel 33, tweede lid, van de wet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). Vanaf de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd (eerste lid). De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de inwoner duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee (tweede lid). Vierde lid In de loop van een raadsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede (vierde lid). Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt.
Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Van deze afscheiding uit de fractie stuurt de fractievoorzitter dan wel het betreffende raadslid/-leden schriftelijk bericht aan de voorzitter van de raad waarin wordt meegedeeld dat een of meer personen niet langer deel uitmaken van de fractie en waarin de naam/namen van die persoon/personen worden genoemd. Dit bericht wordt gepubliceerd op de lijst van ingekomen stukken. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet en artikel 129 van de Grondwet,
Pagina 12 van 62
waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.
Dit betekent ook dat: kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn vanwege strijd met de wet en de Kieswet; personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren. Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben. Te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door burgerraadsleden. Pagina 13 van 62
Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst (zonder medeneming van zetel), wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde: deze toetsing vindt immers ook plaats wanneer een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam. RvO raad Ommen 2018
VNG Model RvO raad 2022
RvO gemeenteraad Ommen 2026 Artikel 10 Onderscheid soorten bijeenkomsten De gemeenteraad van Ommen kent de volgende soorten bijeenkomsten: a. Raadsvergadering: vergadering van de raad (artikel 17 van de wet) heeft tot doel het voeren van debat en het nemen van besluiten door de raad. b. Raadscommissie: vergadering van een raadscommissie (artikel 82 van de wet) heeft tot doel een oordeel te vormen om besluitvorming van de raad voor te bereiden en te overleggen met elkaar, het college of de burgemeester. c. Raadsinformatiebijeenkomsten: vergadering van een raadscommissie (artikel 82 van de wet) met als doel voorzien in de informatiebehoefte en beeldvorming van de raads- en commissieleden over een onderwerp of thema. De vorm is vrij. d. Werkbezoeken: raads- en commissieleden kunnen zich op locatie laten informeren over initiatieven, algemene en bijzondere beleidsontwikkelingen.
Toelichting Artikel 10 Onderscheid soorten bijeenkomsten Verduidelijking van de verschillende soorten bijeenkomsten van de raad van Ommen. Ad c Raadsinformatiebijeenkomsten Doel en karakter Raadsinformatiebijeenkomsten zijn beeldvormende bijeenkomsten die tot doel hebben raads- en commissieleden in staat te stellen informatie te vergaren over onderwerpen die relevant kunnen zijn voor het gemeentelijk beleid. Er hoeft geen sprake te zijn van voorbereiding op een raadsbesluit en er hoeft geen raadsvoorstel aan ten grondslag te liggen. De besproken onderwerpen kunnen op termijn wel op de raadsagenda verschijnen. De vorm is vrij. Overleg kan plaatsvinden in de vorm van een klankbordgroep. Deelnemers en uitnodiging Bij het onderwerp betrokken belanghebbenden, deskundigen, ambtenaren, collegeleden of andere derden kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan de bijeenkomst. De agendacommissie beslist hierover op basis van een ingevuld aanvraagformulier voor beeldvormend overleg. Vervolg en duiding Aan het einde van de raadsinformatiebijeenkomst bepalen de raads- en commissieleden gezamenlijk op welke wijze het onderwerp een vervolg krijgt binnen het politieke proces.
Pagina 14 van 62
Openbaarheid en publicatie Raadsinformatiebijeenkomsten zijn in beginsel openbaar. De agenda van de bijeenkomst wordt gepubliceerd via de gemeentelijke website. De agendacommissie kan besluiten dat een bijeenkomst in beslotenheid plaatsvindt, als daartoe aanleiding bestaat. Toepassingsdoeleinden Raadsinformatiebijeenkomsten kunnen worden ingezet voor: - Beeldvorming over een (actueel) onderwerp; - Kaderstelling ten behoeve van een onderwerp dat op een later moment ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. Ad d. Werkbezoeken Werkbezoeken door de raad zijn georganiseerde bezoeken van raads- en commissieleden aan locaties, organisaties, instellingen of projecten binnen of buiten de gemeente, met als doel het verkrijgen van inzicht in de praktijk, het opdoen van kennis en het versterken van de beeldvorming rondom maatschappelijke of beleidsmatige onderwerpen. Werkbezoeken zijn informatief van aard en kunnen bijdragen aan de voorbereiding op toekomstige besluitvorming, maar zijn daar niet direct aan gekoppeld. RvO raad Ommen 2018
Pagina 15 van 62
VNG Model RvO raad 2022
RvO gemeenteraad Ommen 2026 Artikel 11 Vergadertijdstippen en voortzetting 1. De vergaderingen van de raad, de raadscommissie en de raadsinformatiebijeenkomsten worden in de regel gehouden op een donderdag, met een aanvang om 19:30 uur, in de raadszaal van het gemeentehuis. 2. De (commissie)voorzitter eindigt in beginsel uiterlijk om 23:00 uur de vergadering. Als om 22:30 uur de agenda van de vergadering nog niet is afgewikkeld, doet de (commissie)voorzitter een voorstel van orde met betrekking tot de punten die nog behandeld moeten worden. Op basis van de reacties van de aanwezige leden beslist de (commissie)voorzitter. 3. Als, met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid, de agenda van de vergadering nog niet volledig is afgehandeld, wordt de behandeling voortgezet op de eerstvolgende maandag, of als deze dag een feestdag is de eerstvolgende dag die geen feestdag is, om 19:30 uur. Deze voortgezette vergadering wordt gesloten nadat alle resterende agendapunten zijn behandeld.