CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Toelichting - Bijlage 4 Geactualiseerd vooronderzoek bodemkwaliteit, Geofoxx, 25-03-2021

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OmmenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Haven Oost (257274)19.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Projectnummer

Datum

20191175/JGRO

maart 2020

10 / 34

Gecombineerd onderzoek (bodem en asbest)

Haven Oost 24 te Ommen

Afbeelding 2.6: Verontreinigingssituatie tot 7 m-mv

In diepere grondwater nabij Strangeweg 16 vinylchloride boven de interventiewaarde Afbeelding 2.7: Verontreinigingssituatie tot 13 m-mv

Projectnummer

Datum

20191175/JGRO

maart 2020

11 / 34

Gecombineerd onderzoek (bodem en asbest)

Haven Oost 24 te Ommen

In diepere grondwater nabij Strangeweg 16 vinylchloride boven de interventiewaarde Afbeelding 2.8: Schematische doorsnede verontreinigingssituatie VOCl-verontreiniging

2.6

Bodemopbouw en geohydrologie

Onderstaande afbeelding (afbeelding 3) en tabel 4 geven schematisch de globale geologische bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocaties, bepaald op basis van een doorsnede in het REGIS-II model van TNO (DinoLoket). De afzettingen zijn met toenemende diepte (van jong naar oud) weergegeven.

Projectnummer

Datum

20191175/JGRO

maart 2020

12 / 34

Gecombineerd onderzoek (bodem en asbest)

Haven Oost 24 te Ommen

Onderzoekslocatie:

Afbeelding 2.9: Globale geologische bodemopbouw

In tabel 2.7 is schematisch de regionale bodemopbouw weergegeven.

Tabel 2.7: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0–9 9 – 20 20 – 31 31 – 42 42 – 56

Samenstelling matig fijn t/m matig grof zand (slibhoudend) zeer grof t/m uiterst grof zand matig grof t/m matig fijn zand zeer grof t/m uiterst grof zand zandige klei

Projectnummer

Datum

20191175/JGRO

maart 2020

13 / 34

Gecombineerd onderzoek (bodem en asbest)

Haven Oost 24 te Ommen

De grondwaterstroming van het freatische grondwater is zuidwestelijk gericht. Lokaal wordt de grondwaterstroming beïnvloed door de Overijsselse Vecht. De onderzoekslocatie ligt buiten een grondwaterbeschermingsgebied. In onderstaande afbeelding is een visuele weergave van de isohypsenkaart weergegeven.

Afbeelding 2.10: Isohypenkaart

2.7

Conclusie vooronderzoek en onderzoekshypothese

2.7.1

Conclusie

Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is de relevante bodeminformatie van de onderzoekslocatie verkregen. Hiermee kan een inschatting worden gemaakt over de kans op een bodemverontreiniging. Gezien de eigendomsgegevens is de onderzoekslocatie opgedeeld in een terreindeel dateigendom is van de gemeente Ommen (circa 4.000 m2) en een terreindeel dat momenteel nog eigendom is van O.C.B (circa 5.000 m2). Momenteel is op de locatie firma Straal & Spuitbedrijf Buitenhuis aanwezig en vindt hoofdzakelijk assemblage aan (motor/vracht)voertuigen plaats. In afbeelding 2.11 is de huidige situatie weergegeven. Gezien deze decennia lange bedrijfsmatige activiteiten op het terrein (intensief gebruik) is een diffuus, heterogene bodemverontreiniging niet uitgesloten. Hierdoor is met name de bovengrond verdacht op de aanwezigheid van hoofdzakelijk licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK. Daarnaast blijkt uit het milieudossier dat bij het bedrijfsproces enkele verdachte bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden, die geleid kunnen hebben tot een plaatselijke bodembelasting met diverse parameters (waaronder vluchtige componenten en asbest).

Projectnummer

Datum

20191175/JGRO

maart 2020

14 / 34

Gecombineerd onderzoek (bodem en asbest)

Haven Oost 24 te Ommen

Op het terrein zijn de volgende bedrijfsmatige activiteiten aanwezig:  Straalunit incl. een afzuigunit van het straalgrit (blauw en rode aanduiding);  Spuitinrichting (incl. een verfkluis, verfmengmachine en twee spuitcabines); licht groene aanduiding;  Mobiele spuitcabine (westelijk in de werkplaats); donker groene aanduiding’  Assemblage aan (vracht)voertuigen in de werkplaats. Op basis van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat ten zuiden van de bedrijfsruimte een beperkte zinkverontreiniging is aangetoond. Deze verontreiniging is tijdens het ‘laatste’ bodemonderzoek uit 2007 (Aveco de Bondt) niet bevestigd (gele aanduiding). Daarnaast blijkt uit informatie van de gemeente Ommen dat er vermoedens zijn dat bij de bouw van het bedrijfspand chemisch afval onder de betonvloer is gestort. Tijdens geen van de uitgevoerde bodemonderzoeken in het verleden is hier echter een bevestiging van verkregen. Op het terrein direct ten zuiden van de locatie (Haven Oost 22) is in het recente verleden o.a. een asbestbodemsanering uitgevoerd. In combinatie met de occupatiegeschiedenis van het terrein, dient onderhavige locatie als asbestverdacht beschouwd te worden. Een groot gedeelte van het buitenterrein is verhard met asfalt. Uit eerder uitgevoerde onderzoeken bestaat het vermoeden dat onder het asfalt een (puin)fundatie aanwezig kan zijn.

Vanwege het feit dat er geen aanleggegevens van een eventuele fundatie beschikbaar zijn, dient, indien aanwezig, deze laag ook als asbestverdacht te worden beschouw.

Afbeelding 2.11: Overzicht terreindeel, incl. de verdachte bedrijfsmatige activiteiten

2.7.2

Onderzoekshypothese

Op basis van de beschikbare informatie is gebleken dat op de locatie meerdere deellocaties zijn te onderscheiden. In onderstaand tabel zijn de deellocaties, oppervlakte en bijbehorende hypothese opgenomen.

Tabel 2.8: Deellocaties met bijbehorende onderzoekshypothese Deellocatie 1.

Omschrijving Spuitinrichting (twee cabines, pompinstallatie, verfkluis en CPR-ruimte))

Projectnummer

Datum

20191175/JGRO

maart 2020

Oppervlakte Circa 200 m2

Hypothese Verdacht op een plaatselijke bodembelasting met zware metalen en vluchtige componenten

15 / 34

Gecombineerd onderzoek (bodem en asbest)

Haven Oost 24 te Ommen

2. 3.

Afzuiginstallatie straalgrit Plaatselijke bodembelasting met zink ten zuiden van de bedrijfshal Overig terrein

4.

2.8

< 100 m2 < 100 m2

Zware metalen en asbest Zware metalen (hoofdzakelijk zink)

Circa 9.000 m2

Zware metalen, PAK en asbest

Onderzoeksstrategie

Bij het opstellen van het onderzoeksstrategie is uitgegaan van de NEN5740/A13. Op basis van de gestelde hypotheses wordt de locatie onderzocht volgens de volgende strategieën:

Tabel 6: Deellocaties met bijbehorende onderzoekshypothese Deellocatie 1. 2. 3. 4.

Omschrijving Spuitinrichting (200 m2) Afzuiginstallatie (<100 m2) Zinkverontreiniging

Hypothese Verdacht

Overig terrein (9.000 m2)

Verdacht

Verdacht Verdacht

Hypothese Plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) Plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP Plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP diffuus belaste niet lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL)

Alle boringen worden minimaal doorgezet tot 1 m-mv danwel ongeroerde bodem. Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond zijn voor de ondergrond de genoemde strategie:en gecombineerd met de strategie voor een “onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL). Hierdoor zijn twee aanvullende grondmengmonsters van de ondergrond geanalyseerd op een breed analysepakket. Bij de positionering van één van de drie geplande peilbuizen zal rekening worden gehouden met de grondwaterverontreiniging met VOCl-componenten afkomstig van het Etiflex terrein aan de Strangeweg 17 en 18. Onderzoeksstrategie asbest Bij het opstellen van het onderzoeksstrategie wordt uitgegaan van de NEN57074. Op basis van de beschikbare bodeminformatie is gekozen voor de onderzoeksstrategie voor een verdachte bovengrond, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (opp. < 9.000 m2). Wanneer onder de asfaltverharding een fundatielaag wordt aangetroffen, zal vanuit de NEN58975, gekozen worden voor de onderzoeksstrategie voor afgedekte funderingslagen op een kleinschalige locatie (opp. 2.750 m2). Voor een overzicht van de werkzaamheden en analyses wordt verwezen naar paragraaf 3.2.

3

NEN 5740/A1 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, februari 2016) 4 NEN 5707+C2:2017 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017) 5 NEN 5897+C2:2017 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, december 2017)

Projectnummer

Datum

20191175/JGRO

maart 2020

16 / 34

Gecombineerd onderzoek (bodem en asbest)

Haven Oost 24 te Ommen

3

Veld- en laboratoriumwerkzaamheden

3.1

Kwaliteit

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de richtlijnen en kwaliteitseisen zoals genoemd in de Beoordelingsrichtlijn veldwerk voor milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, nummer 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek" (kortweg: BRL SIKB 2000) en:  Vigerend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen);  Vigerend protocol 2002 (Het nemen van grondwatermonsters);  Vigerend protocol 2018 (locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem). Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform het AS3000 kwaliteitssysteem door een onafhankelijk, door de Raad voor Accreditatie erkend, laboratorium. Een algemene toelichting op de werkwijze bij het verrichten van boringen, het plaatsen van peilbuizen en het bemonsteren van de grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 5. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de volgende geregistreerde veldmedewerkers:  de heer J. de Vries;  de heer R. Blokhuis;  de heer P. Kamp (veldmedewerker in opleiding).

3.2

Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden

In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de verrichte analyses.

Tabel 3.1: Overzicht uitgevoerde werkzaamheden (Deel)locatie

Veldwerk aantal

A) Spuitinrichting (o.a. twee cabine, pompinstallatie, verfkluis) B) Afzuiginstallatie straalunit

4x boring 1x peilbuis

diepte (m-mv) 1,0 3–4

3x boring/gat ((0.3x0,3)1)

1,0

C) Zinkverontreiniging D) Overig terrein (9.000 m2)

5x boring 17x boring 4x boring 2x peilbuis

1,0 1,0 2,0 3–4

Asbest 8x gaten (0.3x0,3)1) 13x gaten Middellijn: Ø 35 cm

Projectnummer

Datum

20191175/JGRO

maart 2020

0,5 0,5

Analyses aantal

pakket

1x 1x 1x 1x 1x 6x 9x 2x 1x 1x 2x Uitsplitsing 3x

Vluchtige componenten4 STAPgr2) STAPgw3) STAPgr2) NEN 5898grond6) Zware metalen 5 STAPgr2) STAPgw3) Vluchtige componenten4 Zware metalen 5 Zink (grond)

5x

NEN 5898grond6)

Zink (grond)

17 / 34

Gecombineerd onderzoek (bodem en asbest)

Haven Oost 24 te Ommen

Toelichting tabel 3.1: 1 : gecombineerd met bodemonderzoek; 2 : STAPgr: bepaling van percentages droge stof, organische stof en lutum, en analyse op barium, zware metalen (cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10), polychloorbifenylen (som-PCB) en minerale olie; 3 : STAPgw: analyse op barium, zware metalen (cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie, vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen) en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som-1,2-dichlooretheen, 1,1dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som-dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen (per) en bromoform); 4 : Vluchtige componenten: bepaling van percentages droge stof, organische stof en analyse op vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som-1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform,

1,1,1trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som-dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen (per) en bromoform); 5 : zware metalen: bepaling van percentages droge stof, organische stof en lutum, en analyse op barium, zware metalen (cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); 6 : kwantitatieve analyse asbest in grond fijne fractie (<20mm) conform NEN5898.

Het verrichten van de boringen, het graven van de gaten, het plaatsen van de peilbuizen en de bemonstering van de grond heeft plaatsgevonden op 12 en 13 december 2019. Het grondwater is bemonsterd op 20 december 2019. Tijdens de veldwerkzaamheden is gebleken dat onder het asfalt geen (puin)fundatie is toegepast. Hierdoor heeft het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in puin (conform de NEN 5897) niet plaatsgevonden. De meetpunten buiten de bebouwing zijn ingemeten met een RTK-dGPS. De inpandige boringen zijn vanaf een vast punt ingemeten. De situering van de monsternamepunten is weergegeven in bijlage 1.2. De vrijgekomen grond uit de boringen is in het veld geclassificeerd (vaststellen bodemopbouw), beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en voor chemisch onderzoek bemonsterd. Een grondmonster heeft betrekking op een maximaal bodemtraject van 0,5 meter. Enkele van de mogelijk aanwezige verontreinigende stoffen hebben een relatief lage dampspanning waardoor, wanneer deze stoffen worden blootgesteld aan de buitenlucht, zij gemakkelijk vervluchtigen. Bij de bemonstering van de grond is daarom tevens gebruik gemaakt van steekbussen. Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de diepte van de grondwaterspiegel bepaald en zijn de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater vastgesteld.

De vrijgekomen grond uit asbestgaten is in het veld geclassificeerd (vaststellen bodemopbouw), beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen (na zeving op 20 mm zeef) en voor chemisch onderzoek bemonsterd.

Projectnummer

Datum

20191175/JGRO

maart 2020

18 / 34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10839055/1