3. Toelichting - Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 (29-10-2021)
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26
Oktober 2021
Status: Vastgesteld
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26”
Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:
Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 NL.IMRO.0175.buiten2012bp0065-VG01 Bestemmingsplan Vastgesteld Oktober 2021
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 9
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ....................................................................... 10 2.1 2.2 2.3
ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 10 DEELGEBIED WETHOUDER PETTERWEG 19 (SLOOPLOCATIE)............................................................................... 10 DEELGEBIED BERGWEG 26 (BOUWLOCATIE) .................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 12 3.1 3.2
GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 12 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 15
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 17 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 17 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 19 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 28
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 35 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID .................................................................................................................................................... 35 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 36 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 37 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 38 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 40 GEUR ...................................................................................................................................................... 42 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 43 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 45 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 46
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 49 6.1 6.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 49 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 50
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 51 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 51 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 51 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 53
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 55 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 56 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 56 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 56 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 56
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 57 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
RUIMTELIJKE KWALITEITSPLAN .............................................................................................................. 57 BODEMONDERZOEK WETHOUDER PETTERWEG ........................................................................................ 58 VERKENNEND BODEMONDERZOEK BERGWEG 26...................................................................................... 59 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA .............................................................................................................. 60 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 61 WATERTOETS .................................................................................................................................... 62
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Aan de Wethouder Petterweg 19, in het buitengebied van de gemeente Ommen bevindt zich een voormalig agrarisch erf waar de bedrijfsactiviteiten gestaakt zijn. Het erf was voorheen in gebruik als varkenshouderij. De bedrijfsactiviteiten op deze locatie zijn beëindigd. Sindsdien staan de varkenstallen leeg. Er wordt dan ook niet langer in het onderhoud van deze stallen geïnvesteerd, waardoor de bouwkundige staat op den duur zal gaan verslechteren. Initiatiefnemer is voornemens om deel te nemen aan de Rood voor Rood regeling in de gemeente Ommen. Concreet bestaat het voornemen uit het slopen van alle voormalige bedrijfsbebouwing, met een totale oppervlakte van circa 1.328 m2, met uitzondering van één gebouw. Op het erf zal één gebouw behouden blijven om als bijgebouw bij de woning te fungeren. Tevens wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Tenslotte wordt het geheel landschappelijk ingepast. Het bouwrecht voor één compensatiewoning, dat door de sloop wordt verkregen, wordt naar de Bergweg 26 te Ommen verplaatst. Dit vanwege het feit dat bouw aan de Wethouder Petterweg 19 niet mogelijk is vanwege de omliggende bedrijven, een gastrace en de N48. Op het woonerf aan de Bergweg 26 te Ommen zijn in een eerder stadium al twee compensatiewoningen met bijgebouwen gerealiseerd.
Ter plaatse zal de compensatiewoning worden gerealiseerd en het geheel landschappelijk worden ingericht. Het voornemen is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is dan ook noodzakelijk om de ontwikkeling mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan voorziet in de benodigde juridisch-planologische kaders. Aangetoond zal worden dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’ (Artikel 3.1 van de Wro).
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Ommen en bestaat uit een tweetal locaties. In afbeelding 1.1 en 1.2 is de ligging van deze locaties ten opzicht van de nabij gelegen kern en de directe omgeving indicatief weergegeven. De twee locaties zijn in afbeeldingen en het vervolg van deze toelichting als volgt aangegeven: 1. 2.
Gele ster/omlijning: Wethouder Petterweg 19 (slooplocatie) Rode ster/ omlijning: Bergweg 26 (bouwlocatie)
Afbeelding 1.1 PDOK)
Ligging van het plangebied (Wethouder Petterweg 19) ten opzichte van Arriërveld en de directe omgeving (Bron:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
Afbeelding 1.2
1.3
Ligging van het plangebied (Bergweg 26) ten opzichte van Ommen en de directe omgeving (Bron: PDOK)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan: “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. IMRO-nummer: NL.IMRO.0175.buiten2012bp0065-VG01) en een renvooi; regels.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het deelgebied aan de Wethouder Petterweg 19 ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Ommen Buitengebied” en “Facetherziening parkeren Ommen” welke door de gemeenteraad op respectievelijk 8 april 2010 en 19 juli 2018 zijn vastgesteld. Het deelgebied aan de Bergweg 26 ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Buitengebied, Bergweg 26, Ommen” en “Facetherziening parkeren Ommen” welke door de gemeenteraad op respectievelijk 12 juli 2018 en 19 juli 2018 zijn vastgesteld. In afbeeldingen 1.3, 1.4 en 1.5 zijn uitsneden van de verbeeldingen van de geldende bestemmingsplannen “Ommen Buitengebied” en “Buitengebied, Bergweg 26, Ommen” weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
Afbeelding 1.3
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan “Ommen Buitengebied” (Bron: gemeente Ommen)
Afbeelding 1.4 Ommen)
Uitsnede verbeelding gebiedsbestemmingen geldend bestemmingsplan “Ommen Buitengebied” (Bron: gemeente
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
Afbeelding 1.5
1.4.2
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan “Buitengebied, Bergweg 26, Ommen” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving bestemmingen en aanduidingen
Binnen de deelgebieden bevinden zich de volgende bestemmingen en aanduidingen: Wethouder Petterweg 19 • • • •
Agrarische doeleinden; Subbestemming: intensieve veehouderij; Bouwvlak; Gebiedsbestemming Agrarisch gebied met landschappelijke openheid.
Het deelgebied aan de Wethouder Petterweg is voorzien van de bestemmingen ‘Agrarische doeleinden’ en de subbestemming ‘intensieve veehouderij’. Tevens is het gehele deelgebied voorzien van een bouwvlak. Daarnaast ligt de gebiedsbestemming ‘Agrarisch gebied met landschappelijke openheid’ op het deelgebied. Gronden die zijn voorzien van de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ en zijn voorzien van de subbestemming ‘intensieve veehouderij’ zijn uitsluitend bestemd voor intensieve veehouderijen en de bijbehorende voorzieningen. Gebouwen en bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Ter plaatse is één bedrijfswoning toegestaan. Voor de bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en dergelijke gelden tevens maatvoeringeisen voor onder andere de maximale inhoudsmaat van de bedrijfswoning en de maximale goot- en bouwhoogte van alle gebouwen. Voor gebieden die zijn aangewezen als ‘Agrarisch gebied met landschappelijke openheid (Zone Ao)’ gelden aanvullende bouwregels een en ander met inachtneming van de in het gebied voorkomende landschappelijke
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld waarden in de vorm van grootschalige openheid, een rationele verkavelings- en wegenpatroon en verspreid liggende boscomplexen. Alsmede de in de gebied voorkomende cultuurhistorisch waardevolle elementen. Bergweg 26 • •
Wonen; Dubbelbestemming “Waarde – Archeologisch verwachting 1”.
Het deelgebied aan de Bergweg 26 is voorzien van de bestemming “Wonen” en de dubbelbestemming “Waarde – Archeologisch verwachting 1”. Gronden met de bestemming “Wonen” zijn bestemd voor maximaal twee woningen met de daarbij behorende voorzieningen. Per woning is maximaal 150 m2 aan bijgebouwen toegestaan. De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarden. 1.4.3
Strijdigheid
Het regulier bewonen van de bestaande bedrijfswoning aan de Wethouder Petterweg is niet in overeenstemming met de geldende bestemmingen, aangezien de bouw- en gebruiksmogelijkheden hiervoor ontbreken. Momenteel is er namelijk een agrarisch bedrijf toegestaan. Wonen is enkel toegestaan ten behoeve van een agrarische bedrijf. Het realiseren van de compensatiewoning aan de Bergweg 26 is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan, aangezien ter plaatse maximaal twee woningen zijn toegestaan. Hier ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een derde woning. In voorliggend bestemmingsplan wordt ter plaatse de bouwen gebruiksmogelijkheden voor een derde woning opgenomen. Tot slot wordt opgemerkt dat binnen voorliggend bestemmingsplan specifieke regelingen worden opgenomen ter waarborging van de landschappelijke inpassing. In dit bestemmingsplan wordt het gewenste voornemen mogelijk gemaakt, waarbij wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie in en om het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 betreft de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Ommen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema’s de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, inspraak en zienswijzen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE SITUATIE
Algemeen
Zoals reeds vermeld bestaat het plangebied uit twee deelgebieden in het buitengebied van de gemeente Ommen. In de volgende paragrafen wordt afzonderlijk op de huidige situatie ter plaatse van deze locaties ingegaan.
2.2
Deelgebied Wethouder Petterweg 19 (slooplocatie)
De locatie aan de Wethouder Petterweg 19 betreft een agrarisch perceel. De locatie ligt in het buitengebied van de gemeente Ommen. Ten oosten van het plangebied ligt de N48, tussen Balkbrug en Ommen. Ten noorden, zuiden en westen van het plangebied bevinden zich agrarische gronden. Het voormalige agrarisch erf bestaat uit erfverharding, boerderij en verschillende opstallen. De opstallen zijn voornamelijk gedekt met golfplaten de boerderij is gedekt met dakpannen. De staat van onderhoud van de gebouwen is gemiddeld genomen redelijk. De opstallen staan momenteel leeg. Rondom de gebouwen ligt erfverharding en gazon. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie aan de Wethouder Petterweg (rode omlijning) op een luchtfoto weergegeven. In afbeelding 2.2 is een straatbeeld opgenomen van de slooplocatie.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto huidige situatie plangebied Wethouder Petterweg (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
Afbeelding 2.2
2.3
Straatbeeldfoto’s (Bron: Streetview Google.maps)
Deelgebied Bergweg 26 (bouwlocatie)
De locatie aan de Bergweg 26 betreft een woonperceel. De locatie ligt ten oosten van Ommen in het buitengebied van de gelijknamige gemeente. Rondom het plangebied bevinden zich agrarische gronden. Op het woonperceel zijn/worden twee vrijstaande woningen met bijgebouwen gerealiseerd. Daarnaast is/wordt het geheel landschappelijk ingepast met o.a. streekeigen beplanting. In afbeelding 2.3 is de meest recente luchtfoto uit 2019 van de situatie aan de Bergweg 26 (rode omlijning) weergegeven. Hierop is te zien dat reeds alle aanwezige bebouwing is gesloopt en de grond bouwrijp gemaakt is.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto 2019 situatie deelgebied Bergweg 26 (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
HOOFDSTUK 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Gewenste ontwikkeling
Zoals in de inleiding van deze toelichting reeds aangegeven bevindt zich aan de Wethouder Petterweg, in het buitengebied van de gemeente Ommen, een voormalige agrarisch bedrijf. Ter plaatse wordt een deel van de voormalige bedrijfsgebouwen, circa 1.328 m2, gesloopt. Op basis van het rood voor rood beleid van de gemeente Ommen geeft dit recht op één compensatiewoning. Realisatie van de compensatiewoning op de slooplocatie aan de Wethouder Petterweg is niet mogelijk vanwege milieukundige en veiligheidsbelemmeringen van omliggende bedrijven, een gastrace en de N48. Om die reden is gekozen om de woning te verplaatsen. Bergweg 26 bleek een geschikte locatie om de compensatiewoning naartoe te verplaatsen. In de volgende paragrafen wordt per locatie ingegaan op de ontwikkeling en de gewenste situatie. Voor het hierbij behorende ruimtelijke kwaliteitsplan wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. 3.1.2
Deelgebied Wethouder Petterweg 19 (slooplocatie)
Het gewenste voornemen bestaat uit slopen van de aanwezige varkensstallen en de mestputten. Op het erf blijft een gebouw staan bij de woning om als bijgebouw te fungeren. Na sloop van de opstallen moet het erf weer een logische eenheid vormen. Op het dak van de te behouden schuur komen zonnepanelen. Het is daardoor niet mogelijk om hoge bomen rond de schuur te zetten. In het jonge ontginningslandschap is het daarentegen onwenselijk om de schuren naakt in het landschap te zetten. Door een hakhoutsingel rondom de schuur aan te leggen wordt enerzijds het volume verzacht en komt er anderzijds geen schaduw op het dak. Het erf wordt hiermee weer landschappelijk goed ingepast. De tuin voor de boerderij wordt afgeschermd middels een beukenhaag en langs de weg middels een ligusterhaag. Deze kunnen behouden blijven. Opvallende materialen moeten voorkomen worden. Enkel materialen die mooi verouderen en passen in de streek zullen de ruimtelijke kwaliteit verbeteren. De te behouden schuur wordt opgeknapt en ontdaan van asbest. In afbeelding 3.1 is een impressie van de gewenste situatie aan de Wethouder Petterweg weergegeven (zie hiervoor ook bijlage 1 bij deze toelichting).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
Afbeelding 3.1
3.1.3
Gewenste situatie Wethouder Petterweg (Bron: Erfontwikkelaar)
Deelgebied Bergweg 26 (bouwlocatie)
Het gewenste voornemen maakt een extra vrijstaande woning aan de Bergweg 26 mogelijk. De woning sluit aan op de geldende bouw- en gebruiksmogelijkheden ter plaatse van het perceel. De maximale goothoogte zal 4,5 meter bedragen met een bouwhoogte van maximaal 10 meter. De compensatiewoning wordt zo bij de twee andere woningen gepositioneerd dat er een cluster van gebouwen ontstaat. Dit in combinatie met landschappelijke inpassing zorgt ervoor dat het erf zich als één geheel in het landschap presenteert. In afbeelding 3.2 is een impressie van de gewenste situatie aan de Bergweg weergegeven (zie hiervoor ook bijlage 1 bij deze toelichting). In afbeelding 3.3 is een uitsnede opgenomen van het oorspronkelijke erfinrichtingsplan behorend bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Bergweg 26, Ommen uit 2018. Op deze manier is goed te zien wat er wordt toegevoegd. Na de afbeeldingen wordt de nieuwe erfinrichting nader uiteengezet.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
Afbeelding 3.2
Gewenste situatie Bergweg 26 (Bron: Erfontwikkelaar)
Afbeelding 3.3
Erfinrichtingsplan Bergweg 26 behorend bij bestemmingsplan uit 2018 (Bron: Erfontwikkelaar)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
Situering compensatiewoning Bergweg Het plangebied bestaat naast het erf uit verschillende akkers en weiden. Deze ‘kamers’ waren van oorsprong meer afgeschermd. Het erf was onderdeel van deze kamers en lag op de scheiding van deze ruimten. Dit was efficiënt in de bedrijfsvoering en het lag op de rand van een hogere es (noord-oostzijde), en de lagere heidevelden (zuid-westzijde). Binnen het plan is gekozen om de woningen zo te positioneren dat ze, samen met de bijgebouwen, één erfensemble vormen maar toch eigen identiteit behouden waardoor de “kamers” zichtbaar blijven. Het erf ligt grotendeels op dezelfde plek als waar ook het oorspronkelijk erf was. De noordelijke woningen zullen gezamenlijk met de reeds in uitvoering zijnde woning een cluster moeten vormen. De woning die reeds in uitvoering is komt daarbij op de oorspronkelijke plek waar ook de boerderij heeft gestaan. Er is gekozen om de compensatiewoning net als de andere woningen ook verspreid op het bestaande bouwvlak te situeren. Daarbij sluit het aan op het advies van de ervenconsulent. Architectuur bebouwing De bebouwing heeft een vernieuwend karakter met respect voor de landelijke omgeving en ruimte voor duurzame toepassingen met een ingetogen uitstraling. De architectuur vormt een abstracte vertaling van het agrarisch silhouet; c.q. een erfwoning.
De gebouwen worden zorgvuldig gedetailleerd in lijn met de architectuurstijl met als belangrijk aandachtspunt de beëindiging van het dakvlak. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van overstekken met een heldere dakrand of een dakvlak dat doorloopt in de gevel. Beide woningen kennen een inhoudsmaat van maximaal 750 m3. Zo ontstaat, overeenkomstig de beoogde beeldkwaliteit, een passend ensemble. Inrichting erf De erven in het ‘essenlandschap’ kennen een groene uitstraling die met name door de aanwezigheid van grote bomen en struiken in de tuin en op het erf. Met bomen worden de kamers versterkt. Deze groene lijnen komen bij elkaar op het erf. Hier clusteren de bomen zich met de verspreid liggende bebouwing er tussen. Op het erf wordt met hagen enige afscherming privacy gecreëerd. Schuttingen moeten vermeden worden in het buitengebied. De kamers zijn zo open mogelijk gehouden met twee solitaire bomen als blikvangers. De gronden zijn ingericht als weide of akker. Al dan niet met een sober raster van eikenhoutenpalen met glad draad of donker lint. Opvallende afscherming moet voorkomen worden. Enkel materialen die mooi verouderen en passen in de streek zullen de ruimtelijke kwaliteit verbeteren.
Ondanks dat we spreken over een geclusterd erf heeft iedere kavel een eigen ontsluiting die reeds mogelijk is gemaakt bij eerdere planvorming (bestemmingsplan Buitengebied, Bergweg 26, Ommen 2018). Wel is er een onderscheid, de voormalige hoofdentree mag formeler en bijvoorbeeld verhard worden terwijl de noordelijke en oostelijke ontsluiting een minder formeel karakter dient te behouden middels karrespoor of een halfverharding. Verharding is in algemene zin in een gedekte kleurstelling (bruin-rood-antraciet) en sober toegepast. Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van de gebouwen.
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. De gemeente hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018', echter wordt hierin voor het buitengebied verwezen naar de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Op basis van deze publicatie kan eveneens de verkeersgeneratie worden bepaald. In voorliggend geval is sprake van de volgende uitgangspunten: • •
Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk / gemeente Ommen (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: buitengebied. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld 3.2.2 Deelgebied Wethouder Petterweg (slooplocatie) Met het initiatief worden voormalige agrarische opstallen op dit erf gesloopt. Parkeren ten behoeve van de toekomstige woonfunctie (huidige bedrijfswoning) vindt plaats op eigen terrein. Gezien de ruime omvang van het perceel en gezien de nieuwe inrichting zoals weergegeven in afbeelding 3.1, zijn er op eigen terrein voldoende parkeermogelijkheden. Wat betreft ontsluiting zal gebruik worden gemaakt van de bestaande inen uitritten op de Wethouder Petterweg. Met de voorgenomen ontwikkeling neemt de verkeersdruk, ten opzichte van de huidige situatie, af. De bestaande agrarische bestemming (intensieve veehouderij) en bijbehorende verkeersbewegingen komen namelijk te vervallen. De Wethouder Petterweg beschikt bovendien over voldoende capaciteit om de verkeersbewegingen behorende bij de woning veilig te kunnen afwikkelen. 3.2.3 Deelgebied Bergweg (bouwlocatie) In voorliggend geval wordt de compensatiewoning gerealiseerd aan de Bergweg 26. Dit leidt tot een stijging van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie ter plaatse. Naast de reeds vermelde uitgangspunten in paragraaf 3.2.1 worden voor het berekenen van de extra parkeerbehoefte en verkeersgeneratie de volgende uitgangspunten gehanteerd op basis van de CROW publicatie: • • •
Functie: wonen, koop, vrijstaand; Parkeerbehoefte (per woning): minimaal 2,0 en maximaal 2,8; Verkeersgeneratie (per woning): minimaal 7,8 en maximaal 8,6 per etmaal.
3.2.2.2 Parkeren Het parkeren ten behoeve van de compensatiewoning vindt plaats op eigen erf. Voor de compensatiewoning geldt op basis van de publicatie van het CROW een toename van de parkeerbehoefte van afgerond 3 parkeerplaatsen. Ter plaatse van het nieuwe erf is voldoende ruimte aanwezig om hierin te voorzien. Daarnaast is in de regels van voorliggend bestemmingsplan bepaald dat het gewenste gebruik van de gronden alleen is toegestaan, wanneer in deze parkeerbehoefte wordt voorzien. Voor wat betreft de parkeerbehoefte zijn dan ook geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.2.2.3 Verkeer Als gevolg van de realisatie van de compensatiewoning geldt op basis van de publicatie van het CROW een toename van de verkeersgeneratie van afgerond 8 tot 9 verkeersbewegingen per etmaal. De Bergweg kan de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen zonder problemen opvangen. Voor wat betreft de verkeersgeneratie zijn dan ook eveneens geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.2.3 Conclusie Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel
Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio’s
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
4.1.2
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. 4.1.3
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
De Nationale omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen Rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat de “Ladder voor duurzame verstedelijking” betreft is een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van belang. Hierin is uitgesproken dat met de realisatie van 11 woningen niet wordt voorzien in een woningbouwlocatie of andere stedelijk ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van één woning. Gelet op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling is in voorliggend geval dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Geconcludeerd wordt dat geen verdere toetsing plaats hoeft te vinden aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” en dat het initiatief voldoet aan het rijksbeleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomst vaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: • •
• •
4.2.2
goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.
Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken.
Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of – generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven.
In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
Afbeelding 4.1
4.2.4
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of – generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de beleidskeuzes ‘Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’, ‘Ruimtelijke kwaliteit’ en ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’ van toepassing. De artikelen 2.1.3, 2.1.5 en2.1.6 uit de Omgevingsverordening Overijssel worden hierna beschreven en getoetst. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: • •
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen een bestaand woonvlak. Hiermee is geen sprake van een extra ruimtebeslag op de groene omgeving. Daarnaast vindt er sloop plaats aan de Wethouder Petteweg
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld waardoor er per saldo zelfs sprake is van een afname aan bebouwing in het buitengebied. Het voornemen is in overeenstemming met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (lid 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.
Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 en artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling gaat uit van de sloop van de landschapsontsierende gebouwen en de sanering van asbest en overtollige erfverharding aan de Wethouder Petterweg. Hiervoor in de plaats wordt binnen de bestaande woonbestemming aan de Bergweg 26 een extra woning gerealiseerd. Tenslotte worden beide erven landschappelijk ingepast conform de geldende gebiedskenmerken. Voor een nadere onderbouwing hiervan, wordt verwezen naar paragraaf 3.1. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening.
De uitvoering van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid vloeit in feite voort uit artikel 2.1.6 van de provinciale verordening, het voornemen voldoet aan het Rood voor Rood beleid (zie hiervoor ook paragraaf 4.3.4 van deze toelichting) waardoor voldaan wordt aan artikel 2.1.6. Zoals in het ruimtelijk kwaliteitsplan in bijlage 1 van deze toelichting wordt beschreven staan de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit in verhouding tot de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. Voor de toepassing van het uitvoeringsmodel, het ontwikkelingsperspectief, de vier-lagenbenadering en de gebiedskenmerken wordt verwezen naar de hierop volgende tekst in deze toetsing. 4.2.4.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart is het plangebied aan de Bergweg 26 aangemerkt met de ontwikkelingsperspectieven “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Het plangebied aan de Wethouder Petterweg 19 valt binnen het ontwikkelingsperspectief “Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap”.. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel Oranje ster(1) Wethouder Petterweg en Rode ster (2) Bergweg 26 (Bron: Provincie Overijssel)
“Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap” Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap” Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan de “Ontwikkelingsperspectieven” Het deelgebied aan de Wethouder Petterweg is gelegen in het “Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap”. Hier staat landbouw voorop. Initiatieven mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw niet in de weg zitten. Mede daarom wordt vindt ter plaatse van de Wethouder Petterweg ook geen nieuwbouw van de compensatiewoning plaats. Het deelgebied aan de Bergweg 26 ligt in het “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. De compensatiewoning beperkt de omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering (zie ook paragraaf 5.5 en 5.6). Daarnaast is de functie wonen passend binnen het mixlandschap. Met het voornemen wordt bijgedragen aan de ambities in het kader van een zichtbaar en beleefbaar mooi landschap en de sterke ruimtelijke identiteiten, zo blijkt onder meer uit paragraaf 3.1 en bijlage 1 bij deze toelichting. Voorliggende ontwikkeling betreft een kleinschalige ontwikkeling in het buitengebied van de gemeente Ommen, die bijdraagt aan de ambities van het geldende ontwikkelingsperspectief.
4.2.4.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Stedelijke laag” wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor het plangebied geen specifieke eigenschappen vanuit deze laag geldt. 1.
De “Natuurlijke laag”
De deelgebieden zijn op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype Dekzandvlakte en ruggen’. De onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag”. Het deelgebied aan de Wethouder Petterweg is met een Oranje ster(1) en het deelgebied Bergweg 26 is met een Rode ster (2) weergegeven.
Afbeelding 4.3
Uitsnede ‘Natuurlijke laag’ (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de “Natuurlijke laag” De nog aanwezige kenmerken van het oorspronkelijk landschap worden met het initiatief niet aangetast, omdat het gaat om reeds bestaande erven. Voorliggende ontwikkeling kent een dusdanig kleine aard en omvang dat het geen onevenredige gevolgen heeft voor de natuurlijke gronden en systemen. Geconcludeerd wordt dat de “Natuurlijke laag” geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 2.
De “Laag van het agrarische cultuurlandschap”
De deelgebieden zijn op de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype ‘Jonge heide- en ontginningslandschap’. De onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarische cultuurlandschap”. Het deelgebied aan de Wethouder Petterweg is met een Oranje ster(1) en het deelgebied Bergweg 26 is met een Rode ster (2) weergegeven.
Afbeelding 4.4
Uitsnede ‘Laag van agrarisch cultuurlandschap’ (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld “Jonge heide- en ontginningslandschap” De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’ landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat.
Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” De landschapsmaatregelen zijn gericht op behoud en de ontwikkeling van de dragende groenstructuren en het verbeteren van de kenmerkende ruimtematen. Voor een nadere toelichting op de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en het ruimtelijke kwaliteitsplan (bijlage 1). De ontwikkeling is in overeenstemming met de gebiedskenmerken van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 3. De 'Laag van de beleving' In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid.
De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het ‘belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe ‘erfgoed’ van de provincie. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van de beleving’ aangeduid met ‘Donkerte’. In afbeelding 4.5 wordt dit weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld
Afbeelding 4.5
Laag van beleving (Bron: provincie Overijssel)
“Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.
Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een compensatiewoning ter plaatse van het deelgebied Bergweg 26, rode ster in afbeelding 4.5. Ter plaatse van het deelgebied Wethouder Petterweg 19 vindt alleen de sloop plaats van de voormalige agrarische gebouwen. Hier geldt tevens het aspect ‘Donkerte’. Door de sloop ter plaatse van de Wethouder Petterweg worden de stallen met de bijbehorende licht uitstoot gesaneerd. Dit draagt bij aan het behoud van de ‘donkerte’. Het deelgebied aan de Bergweg 26 is niet gelegen binnen het aspect ‘Donkerte’ echter wordt opgemerkt dat één woning in zeer beperkte mate licht veroorzaakt BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26” Vastgesteld wat inherent is aan de woonfunctie. Gelet hierop levert dit dan ook geen gevolgen op voor de laag van beleving. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Toekomstvisie “Het Ommer Motief”
4.3.1.1 Algemeen Het Ommer Motief bevat de strategische koers van de gemeente Ommen tot en met 2020. Deze toekomstvisie is vastgesteld door de raad op 18 december 2008. Het Ommer Motief is samen met bewoners, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven opgesteld. Het doel van Het Ommer Motief is om een betekenisvol kader te bieden dat mede richting geeft aan de besluiten en het handelen van de gemeente, maar dat ook bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties prikkelt tot het (mede) ontwikkelen en uitvoeren van plannen. 4.3.1.2 Toekomstperspectief Ommen zet in op ontwikkeling op basis van haar sterke en kenmerkende kwaliteiten, het groene en gastvrije toeristische karakter. Een plek waar het aangenaam wonen en verblijven is. Deze kernkwaliteiten vormen het fundament voor nieuwe ontwikkelingen. Eén en ander is uitgewerkt in een aantal speerpunten, te weten: leven, wonen, werken en landschap. Met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan zijn de thema’s ‘wonen’ en ‘landschap’ van belang. Wonen In 2020 biedt Ommen volop ruimte om te wonen. Ruimtelijk zet Ommen in op campusachtige ontwikkelingen met nieuwe woningen in een groene setting. Streefbeeld is een zo evenwichtig mogelijke bevolkingsopbouw, zonder dat de gemeente de kop in het zand steekt voor de gevolgen van ontgroening en vergrijzing.