3. Ruimtelijke motivering BOPA Ommen, Bermerstraat 1
Tekst van het document
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Ruimtelijke motivering Ommen, Bermerstraat 1 Concept
Afbeelding 2.6
Projectgebied (rode ster) en omliggende parkeerplaatsen (rode omlijning) (Bron: OpenStreetMap (bewerkt))
Voor de functie wonen wordt overeenkomstig de ‘Parkeernormennota Ommen’ de minimale CROWnorm gehanteerd. Voor functies die niet specifiek genoemd zijn, wordt de meest vergelijkbare functie gebruikt. Voor het beoogde appartementengebouw is daarmee sprake van de volgende parkeernorm. Parkeernorm huidige situatie Voor de huidige fietsenwinkel is sprake van de volgende parkeernorm. Functie
Kengetal parkeernorm
Aantal BVO
of
Buurt- en dorpscentrum*
2,4 (per 100 m² BVO)
Circa 500 m²
12
Huur, appartement, vrije sector
0,3
2
0,6
Totaal
Totale parkeerbehoefte
12,6
De parkeernorm van de te slopen fietsenwinkel komt neer op afgerond 13 parkeerplaatsen. Parkeernorm voorgenomen ontwikkeling Voor het beoogde appartementengebouw is sprake van de volgende parkeernorm. Functie
Kengetal parkeernorm
Aantal BVO
of
Buurt- en dorpscentrum
2,4 (per 100 m² BVO)
Circa m²
67,5
Huur, appartement, vrije sector 75100 m²
0,3
14
Totale parkeerbehoefte 1,6
4,2
Totaal
5,8
*voor buurt- en dorpscentrum in centrum gebied is er alleen een kengetal voor niet stedelijk.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Ruimtelijke motivering Ommen, Bermerstraat 1 Concept De totale parkeernorm in de voorgenomen situatie komt neer op afgerond naar boven 6 parkeerplaatsen. Ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling is er geen sprake van toename in de parkeerbehoefte. Gelet op het vorenstaande vorm het aspect parkeren geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 10.2.3 Verkeersgeneratie en ontsluiting Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de publicatie van het CROW parkeerkencijfers 2024. Het projectgebied valt in het centrum, onder stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’. Hieruit komt de volgende verkeersgeneratie: Verkeersgeneratie huidige situatie Functie
Kengetal verkeersgeneratie
Aantal of BVO
Totale verkeersgeneratie
Buurt- en dorpscentrum
36,2
Circa 500 m²
181
Huur, appartement, vrije sector
3,3
2
6,6
Totaal
187,6
De verkeersgeneratie in de huidige situatie zit afgerond op 188 verkeersbewegingen per etmaal. verkeersgeneratie voorgenomen ontwikkeling Voor het beoogde appartementengebouw is sprake van de volgende parkeernorm. Functie
Kengetal verkeersgeneratie
Aantal of BVO
Totale verkeersgeneratie
Buurt- en dorpscentrum
36,2
Circa 67,5 m²
24,4
Huur, appartement, vrije sector 75-100 m²
3,3
14
46,2
Totaal
70,8
Door de nieuwe functies daalt de verkeersgeneratie met 117. Dit komt ten goede van het bestaande wegennetwerk.
10.3
Conclusie
Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het voornemen voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Ruimtelijke motivering Ommen, Bermerstraat 1 Concept
Hoofdstuk 11
11.1
M.e.r.- Beoordeling
Wettelijk kader
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: • • • •
In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-m.e.r. verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-m.e.r.-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de m.e.r.-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.
Bij de project-m.e.r.-beoordeling is een mededeling nodig aan het bevoegd gezag. Deze mededeling bevat een beschrijving van de eisen die zijn opgenomen in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit en bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Als is besloten dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt in ieder geval verwezen naar: 1. de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en 2. het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd. Kenmerken en maatregelen als bedoeld in artikel 11.10, lid 3 Ob Bij een mededeling als bedoeld in artikel 16.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is het project uit te voeren in ieder geval een beschrijving van: 1. het project, met in ieder geval een beschrijving van: a. de fysieke kenmerken van het gehele project; b. de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; 2. de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en 3. voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project ten gevolge van: a. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en b.
het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit.
11.2
Situatie projectgebied
De ontwikkeling betreft een stedelijk ontwikkelingsproject (J11). Op basis van kolom 3 van bijlage V van het Omgevingsbesluit geldt voor deze ontwikkeling een m.e.r.-beoordelingsplicht indien er sprake is van een aanleg, wijziging of uitbreiding. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling wordt gesteld dat er geen significante negatieve effecten voortkomen uit het initiatief.
11.3
Conclusie
Gelet op de beoordeling van de bovengenoemde kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Ruimtelijke motivering Ommen, Bermerstraat 1 Concept
Hoofdstuk 12
12.1
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat in artikel 8.13, 8.14 en 8.15 relevante regels over (verplicht) kostenverhaal. Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten worden verhaald, is de bouw van één of meer gebouwen met een woonfunctie (artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen. In dit geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico op nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten zijn hier ook in opgenomen. Het kostenverhaal voor de gemeente is hiermee volledig verzekerd.
12.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
12.2.1 Participatie Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. Op donderdagavond 6 november 2025 is door initiatiefnemer een inloopavond gehouden voor de omwonenden van de Bermerstraat 1 in Ommen. Uiteindelijk zijn 8 adressen op de informatieavond geweest. Ze zijn plenair bijgepraat over de plannen en men had de mogelijkheid vragen te stellen en reactieformulieren in te vullen. Naast initiatiefnemer was de architect van het plan aanwezig. Vanuit de gemeente was centrummanager Leo Hoksbergen aanwezig. De aanwezigen staan positief tegenover de plannen. Het verslag is meegenomen als bijlage 7. 12.2.2 Advies en instemming De provincie heeft een lijst vastgesteld met gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor op grond van artikel 16.15a sub d Omgevingswet advies met instemming nodig is (Lijst advies en instemming (lijst BOPA)). Als de gewenste activiteiten zijn opgenomen op deze lijst dan is de provincie bevoegd om advies te geven en instemming te verlenen. Onthoudt de provincie instemming dan kan de omgevingsvergunning niet verleend worden.
In gevallen waarvoor GS in de Uitzonderingenlijst vooroverleg 2023 hebben bepaald dat er geen vooroverleg hoeft plaatst te vinden met de provinciale diensten is geen advies met instemming vereist. Dit is het geval. Advies met instemming is dan ook niet aan de orde.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Ruimtelijke motivering Ommen, Bermerstraat 1 Concept
Bijlagen bij de ruimtelijke motivering
Bijlage 1
watertoets
Bijlage 2
akoestisch onderzoek
Bijlage 3
AERIUS berekening
Bijlage 4
ecologie quickscan
Bijlage 5
ecologie vervolgonderzoeken en vergunning
Bijlage 6
windhinder
Bijlage 7
participatie
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50