CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-11-23 Nota van behandeling zienswijze ontwerp-omgevingsvisie Gemeente Ommen geanonimiseerd

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OmmenBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie Ommen Jouw Toekomst (259984)12.940 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van behandeling zienswijzen Ontwerp-omgevingsvisie Ommen Jouw Toekomst’ 1. Inleiding 1.1 Terinzagelegging omgevingsvisie De ontwerp-Omgevingsvisie ‘Ommen Jouw Toekomt’ is op 6 oktober 2021 ter inzage gelegd. Hierop kon iedereen vervolgens een zienswijze indienen. Deze zienswijzenota beantwoordt de ingekomen zienswijzen op de ontwerpOmgevingsvisie. Aanvullend hierop is vanuit de organisatie een aantal (ambtshalve) wijzigingen voorgesteld. Meer informatie over de wijzigingen staat in hoofdstuk 3. De gemeenteraad stelt de definitieve omgevingsvisie vast, inclusief deze zienswijzenota. Tegen het besluit van de gemeenteraad is geen beroep mogelijk. 1.2 Procedure ter inzagelegging De stukken hebben van 6 oktober 2021 tot en met 16 november 2021 ter inzage gelegen via:  Digitaal op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl.

De stukken zijn hier terug te vinden via het planidentificatienummer (IDN): NL.IMRO.0175.omgevingsvisieOV01-on01  Digitaal op de gemeentelijke website www.ommen.nl/jouwtoekomst  Op papier, op afspraak in te zien bij de publieksdienst in het gemeentehuis te Ommen Het indienen van een zienswijze was mogelijk op één van de volgende manieren:  Schriftelijk gericht aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ommen  Digitaal via het mailadres gemeente@ommen.nl  Mondeling door het telefonisch indienen van een zienswijze 1.3 Overzicht van reacties Binnen de inzagetermijn heeft de gemeente negentien zienswijzen ontvangen. Zienswijze nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

Zaaknummer

Datum ontvangst

262188 262196 257207 257468 257278 258686 258360 259172 259170 259177 259235 259066 259167 259190 259191 259719

7 september 2021 5 november 2021 5 november 2021 8 november 2021 6 november 2021 11 november 2021 15 november2021 15 november 2021 15 november 2021 15 november 2021 15 november 2021 15 november 2021 15 november 2021 15 november 2021 15 november 2021 16 november 2021

Zienswijze nr. 17 18 19

Zaaknummer

Datum ontvangst

259703 259982 259981

16 november 2021 17 november 2021 17 november 2021

2. Beantwoording zienswijzen Inleiding De ingekomen zienswijzen zijn puntsgewijs samengevat, voorzien van een reactie en een conclusie over eventuele aanpassingen van de omgevingsvisie. 2.1 Zienswijze nummer 1 – 262188 Samenvatting zienswijze: Inhoudelijk zijn wij enthousiast over het feit dat de gemeente Ommen onderkent dat op dit moment gewoond en gewerkt wordt in een regio Zwolle met veel kansen en uitdagingen. Daarbij wil de indiener een aantal onderwerpen onder de aandacht brengen omdat de indiener de visie graag tot 2050 wil oprekken in plaats van 2040. 1. Wij zijn blij verrast dat gemeente Ommen onderkent dat Regio Zwolle is aangewezen als NOVI-gebied en dat hier ook op de langere termijn voor Ommen een enorme uitdaging en kans ligt op duurzame groei van de “Centrale-Hanzestad”. De indiener vraagt een weloverwogen besluit te nemen bij dit thema en stil te staan met alle stakeholders. 2. Gesteld wordt dat de volledig netwerk-regie gemeente op papier ideaal lijkt. In realiteit moet het gezien worden als overgangsproces, als gevolg van de “ontvlechting” met Hardenberg. Op cruciale functies zijn weer betrokken medewerkers nodig, die in vast dienstverband een collectief geheugen/kennis tonen. Die zich echt kunnen inleven in kwesties en zo nodig hun verantwoordelijkheid nemen. De indiener geeft aan dat er te veel kansen blijven liggen en/of het niet de juiste mensen bereikt.

3. Wij zouden graag willen vragen om samen met VNO-NCW, regio Zwolle een onderzoek te starten naar een goede verkeersontsluiting van OmmenZuid. Naar onze mening zou dit onderzoek gemeente Ommen overstijgend uitgewerkt moeten worden. Dit verder in afstemming met gemeente Hardenberg, Twenterand en Dalfsen, alsmede Provincie Overijssel. 4. Graag zouden wij de aandacht vragen voor het verhogen/beweegbaar maken van de Voorstraatbrug in Hardenberg. De doorgaande bevaarbaarheid van de Vecht is een belangrijk thema voor Ommen als woon- en recreatieve gemeente. Daarbij is dit de laatste hindernis i het gehele vaargebied van de Vecht om deze geschikt te maken voor de kleine recreatievaart (DM-klasse). 5. In aanvulling op de omgevingsvisie, hebben wij een aantal wensen als ondernemend Ommen uitgewerkt die wij graag onder de aandacht brengen, zelfs als visie tot 2050. a. Het zoekgebied Werken welke op een natuurlijke wijze wordt vormgegeven door de nieuwe Rondweg N36, de Haarsweg, het Ommerkanaal en het Ommerbos. Wij zouden willen vragen om dit gebied op te nemen als zoekgebied voor het toekomstige bedrijfsleven in de gemeente Ommen, op een ecologische verantwoorde manier ondernemen op een fraaie zichtlocatie, welke perfect ontsloten is. b. In de omgevingsvisie lezen wij dat wellicht wordt overwogen om de rioolwaterzuivering in de Dante te verplaatsen.

Vanuit Wonen, zou het prachtig zijn als deze locatie wordt opgenomen als mogelijke invulling met appartementen. c. In de omgevingsvisie wordt genoemd een erg kleine locatie voor wellicht werken in de omgeving van het Broekdijkje. Hoe mooi zou het zijn om dit gebied te laten aansluiten bij de Ommer Mars welke

op dit moment in uitvoering is, en op te nemen in de omgevingsvisie als zoekgebied werken, natuur, zonopwekking in combinatie met bijzondere woonvormen.

Reactie van de gemeente: 1. Wij danken u voor uw complimenten. Wij zijn blij met uw betrokkenheid en positief kritische houding. 2. In de Omgevingsvisie is 2040 als horizon genomen waarbij is aangegeven dat op onderdelen (zoals klimaatbeleid en -wetgeving) er landelijk al ambities richting 2050 zijn geformuleerd. Het nu alsnog verlengen van de horizon naar 2050 vinden wij geen recht doen aan de horizon die wij vanaf de start van de Omgevingsvisie eind 2019 hebben aangehouden en ook breed hebben gecommuniceerd gedurende het gehele totstandkomingsproces van de omgevingsvisie. 3. De aanwijzing als NOVI-gebied is een vaststaand feit en kans voor de verdere ontwikkeling van onze gemeente en de regio. In samenwerking met de partners in de Regio Zwolle en in samenhang met de verdere uitwerking van de verstedelijkingsstrategie en het BO MIRT wordt gewerkt aan de verdere concretisering van deze aanwijzing. Dit is een complex traject in het kader waarvan op dit moment op regionaal niveau meerdere onderzoeken lopen. Doel ervan is te komen tot bij de Regio Zwolle passende afspraken met het Rijk. De omgevingsvisie Ommen biedt na vaststelling de kaders voor onze gemeentelijk ambities, inbreng en bijdrage in dit proces.

Tot die tijd gelden de startnotitie annex position paper verstedelijkingsstrategie Ommen en de brief van de drie Vechtdal gemeenten aan de Regio Zwolle als uitgangspunt voor onze inbreng. Wat betreft de groei van het aantal woningen is daarbij maximaal 1.250 woning tot 2040 aangehouden. De ondernemers in de Regio Zwolle worden en zijn betrokken bij de onderzoeken en uitwerking van de verstedelijkingsstrategie/BO MIRT die mede als opmaat dienen voor de afspraken met het Rijk via de BMAG (Bestuurlijk Maatschappelijke Advies Groep). Wij onderkennen het belang van onze lokale stakeholders rond de aanwijzing tot NOVI-gebied, verstedelijkingsstrategie en BO MIRT. 4. Wij onderkennen als netwerk-regiegemeente het belang van een goede uitvoeringsorganisatie. We hebben n.a.v. de bijeenkomsten over de bespreekversie van de omgevingsvisie met inwoners, stakeholders, partners en raad in de Ontwerp Omgevingsvisie hier extra aandacht aan besteed door de omslag in houding en gedrag die deze rol van de gemeente vraagt expliciet te benoemen in hoofdstuk 8. 5. In de omgevingsvisie is opgenomen dat er nader onderzoek wordt gedaan naar een nieuwe zuidelijk ontsluiting. We onderkennen dat het belang van een dergelijke ontsluiting het belang van Ommen overstijgt. Bij het onderzoek zal afstemming met buurgemeenten en provincie nodig zijn. 6.

Het belang van een doorvaarbare Vecht wordt ook in de Omgevingsvisie benoemd als kans voor de recreatieve ontwikkeling van onze gemeente. Wij vinden het echter niet gepast in onze omgevingsvisie een verhoging van een in de gemeente Hardenberg gelegen brug te agenderen. 7. De wensen die u bij ons onder de aandacht brengt hebben wij met interesse gelezen. In de omgevingsvisie is de keuze gemaakt om tot 2040 in te zetten op vestiging van nieuwe bedrijven op De Rotbrink en op te revitaliseren bestaand bedrijventerrein. Pas daarna willen wij een nieuwe bedrijventerrein voor nieuw te vestigen bedrijven aanwijzen. Om die reden

is nu geen zoekgebied voor nieuw bedrijventerrein opgenomen in de omgevingsvisie. Wij hebben begrip voor uw zorg aan voldoende bedrijventerrein voor lokale Ommense ondernemers, mede vanuit de langere ontwikkelhorizon tot 2050 die u voorstelt. Wij zullen in de omgevingsvisie opnemen dat we ruim voor 2040 starten met een behoeftenonderzoek en indien een behoefte aan nieuw bedrijventerrein blijkt, een onderzoek naar mogelijke zoeklocaties. 8. In de omgevingsvisie is een mogelijke verplaatsing van de rioolwaterzuiveringsinstallatie in de Dante in samenhang met de mogelijke ontwikkeling van een energielandschap benoemd. Daarbij is in het energielandschap (omgeving Broekdijkje) een combinatie van meerdere functies benoemd (energie, klimaat en natuur). In de omgevingsvisie is dit als een mogelijke ontwikkeling benoemd. Op het moment dat deze meer concreet wordt zal nader worden bezien of en hoe de herinrichting van de huidige locatie van de rioolwaterzuivering in de Dante gestalte krijgt en zo ook de verdere uitwerking van het mogelijk te ontwikkelen energielandschap in de omgeving Broerdijkje. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie? De zienswijze geeft aanleiding om in paragraaf 5.3 op te nemen “We starten met een behoeftenonderzoek naar nieuw bedrijventerrein.

Indien een behoefte aan nieuw bedrijventerrein blijkt vindt vervolgens een onderzoek naar mogelijke zoeklocaties plaats.” 2.2 Zienswijze nummer 2 – 262196 Samenvatting zienswijze: De twee beschermde dorpsgezichten in Ommen (Beerze en Vilsteren) en beschermde monumenten worden niet specifiek genoemd in de omgevingsvisie, terwijl deze als zeer positief ervaren wordt door het merendeel van de inwoners van Beerze. Ik denk ook dat het recht doet aan het belang van de beschermde dorpsgezichten voor zowel de inwoners van Ommen als ook de recreatie in Ommen als ze wel specifiek genoemd worden. Reactie van de gemeente: Het belang van de beschermde (dorps)gezichten en monumenten in Ommen is evident. In de omgevingsvisie zullen we dit belang alsnog opnemen. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie? De zienswijze geeft aanleiding om in paragraaf 4.5, onderdeel “Palet aan cultuur en erfgoed” op te nemen: “Ommen kent meerdere beschermde (dorps)gezichten en een groot aantal beschermde monumenten” (1e alinea na de zin: “Het gaat naast het actief beoefenen …. Erfgoedlocaties in het veld.”) en in paragraaf 6.3 in de 1e alinea na erfgoedwaarden op te nemen “(zoals beschermde gezichten en monumenten)”.

2.3 Zienswijze nummer 3 – 257207 Samenvatting zienswijze: In paragraaf 5.5 staat de tekst “Voor de nietgrondgebonden intensieve veehouderij geldt dat we een verdere groei van deze sector niet ambiëren, maar wel bestaande bedrijven in staat stellen te moderniseren waarbij ze hun impact op de leefomgeving gelijktijdig ingrijpend dienen te verminderen”. Op deze tekst ben ik als eigenaar van een intensief bedrijf in de gemeente Ommen tegen. Wij

hebben namelijk een modern bedrijf met heel weinig impact op de omgeving. Wij hebben een bedrijf die door forse gedane investeringen aan alle eisen voldoen. In deze tekst wordt geschetst dat er alleen nog ontwikkelingsruimte voor ons mogelijk is door de impact op de leefomgeving gelijktijdig ingrijpend te verminderen. Maar dit kan dus niet als je een modern bedrijf hebt die al fors geïnvesteerd heeft aan het inperken van de impact op de omgeving. Kortom, met deze visie worden de meest vooruitstrevende ondernemers in de gemeente die meegaan met de maatschappij afgestraft. Mijn voorstel is om deze tekst aan te passen naar bijvoorbeeld: Wij willen bestaande bedrijven de ruimte geven om hun plannen uit te voeren als deze passen bij onze visie van weinig impact op de omgeving en als de plannen gericht zijn op duurzaamheid. Reactie van de gemeente: 1. Inhoudelijk komt de strekking van uw zienswijze overeen met de zienswijze nr. 6 (258686), zienswijze nr. 7 (258360), zienswijze nr. 8 (259172), zienswijze nr. 9 (259170), zienswijze nr. 10 (259177), zienswijze nr. 11 onderdeel samenvatting nummer 2 (259235), zienswijze 17 (259703), zienswijze nr. 18 (259982) en zienswijze nr. 19 (259981). 2. Voor de reactie van de gemeente verwijzen wij naar het antwoord en aanpassingen in de omgevingsvisie op de zienswijze nummer 11 (259235).

Het betreft het antwoord dat bij de reactie van de gemeente staat vermeld onder nummer 3 en de tekstaanpassingen zoals die inde omgevingsvisie worden gedaan (zie kopje “Wat betekent dit voor de omgevingsvisie?” bij zienswijze nr. 11 als ook paragraaf 3 Gewijzigde vaststelling). Wat betekent dit voor de omgevingsvisie? Zie “Wat betekent dit voor de omgevingsvisie?” bij zienswijze nr. 11, als ook paragraaf 3 “Gewijzigde vaststelling” de tekstaanpassingen in de paragrafen 5.5 en 6.3. 2.4 Zienswijze nummer 4 - 257468 Samenvatting zienswijze: 1. Wij hebben een visie op de omgeving van het spoor. Wij delen deze graag zodat deze kan worden meegenomen in de omgevingsvisie. 2. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van het spoor verzoeken wij u om de onderstaande aspecten op te nemen c.q. te verwerken, met uitgangspunt dat de bedrijfsvoering niet wordt belemmerd. a. Maak gebruik van de meest recente beschikbare gegevens (basisnet, geluidproductieplafonds). b. Voor het aspect trillinghinder bestaan geen wettelijke normen. Dit vraagt daarom specifieke aandacht. c. Onze percelen mogen niet worden gebruikt. Onze percelen en de spoorbaan zelf moeten altijd toegankelijk zijn voor aannemers en hulpdiensten. Wij verzoeken u al onze percelen te bestemmen als ‘verkeer-railverkeer’ d.

De gemeente wordt verzocht om, vooruitlopend op de Omgevingswet, haar actief te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan. e. De omgevingsvisie, of ruimtelijke ontwikkelingen die hieruit voortkomen, kunnen effect hebben op overwegen. Voorbeelden zijn gewijzigd gebruik van de overweg door de aanleg van een nieuwe ontsluitingsroute of ontwikkelingen rondom geestelijke gezondheidzorg nabij het spoor. Het ministerie van Infrastructuur en

Waterstaat streeft, samen met de infrabeheerder, decentrale overheden, recreatieve belangenorganisaties en burgers naar nul dodelijke slachtoffers en nul verstoringen op en rondom overwegen (trein- en wegverkeer) om een veilige, vlotte en duurzame mobiliteit te kunnen garanderen. Wij worden graag in een vroeg stadium betrokken als plannen effect (kunnen) hebben op overwegen. f. De stabiliteit van de spoorbaan en bijbehorende voorzieningen mogen niet worden beïnvloed. Het waterpeil mag bijvoorbeeld niet wijzigen. g. Houd rekening met het gestelde in artikel 19 van de Spoorwegwet. Onder Omgevingswet is de gemeente bevoegd gezag voor meervoudige aanvragen. Vergunningen kunnen alleen worden verleend als wij als beheerder ons gemandateerde advies met instemming hebben gegeven. h. De gemeente wordt verzocht om de gronden die momenteel voorzien zijn van de bestemming Spoorwegdoeleinden of Railverkeer dit ook in de toekomst te behouden. Ook wordt verzocht om geen dubbelbestemmingen mogelijk te maken. i. De binnen het plangebied aanwezige onderstation mogen niet komen te vervallen en moeten te allen tijde bereikbaar zijn voor onderhouds- en hulpdiensten. j. De laatste jaren wordt steeds meer verdichting en hoogbouw rondom het station gezien, er wordt gevraagd om rekening te houden met de vindbaarheid van het station en de windbeleving op het perron.

De hoogbouw heeft ook invloed op de windbeleving op stations. k. Er wordt verzocht om bij het maken van plannen rekening te houden met schaduwwerking op de zonnepanelen en indien nodig in contact te treden. Reactie van de gemeente: 1. Wij nemen uw visie ter kennisgeving aan en houden hiermee rekening in de uitwerking van ons beleid. 2. De omgevingsvisie legt de basis voor ruimtelijke ontwikkelingen maar de concrete uitwerking ervan vindt plaats in concrete plannen en deze worden ingekaderd door het onder meer het omgevingsplan en programma’s. Uw aandachtspunten nemen we ter harte, op het moment dat we met concrete ruimtelijke ontwikkelingen aan de slag gaan. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie? De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de omgevingsvisie. 2.5 Zienswijze nummer 5 – 257278 Samenvatting zienswijze: 1. Ten eerste een woord van waardering voor de verwording van de heldere en veel omvattende omgevingsvisie. De paragrafen over Ommen als woon- verblijfsgemeente en de kwaliteit van natuur en landschap is met veel belangstelling gelezen 2. De zienswijze agendeert de zuidelijke rondweg. Het is onderzocht dat de verbinding vooral doorgaand verkeer van Twente richting Zwolle zal aantrekken. Met het opwaarderen van de N340 en N35 lijkt zo’n verbinding onlogisch en voor Ommen ongewenst.

Het Reggedal, de Giethmense Es en de omgevende bossen zijn belangrijke elementen die Ommen als

toeristische gemeente aantrekkelijk maken. De seizoensgebonden congestie van het verkeer rond de Vechtbrug is een serieus probleem. Er zijn ongetwijfeld creatievere oplossingen voor dit probleem dan een weg aan te leggen met onherstelbare schade voor landschap, toerisme, natuur en sociale cohesie. Wij zijn bereid om mee te denken over zulke oplossingen. Reactie van de gemeente: 1. Wij danken u voor uw complimenten. Wij zijn blij met uw betrokkenheid en positief kritische houding. 2. Inhoudelijk komt de reactie van deze zienswijze overeen met de zienswijzen nr. 14 (259190) en zienswijze nr. 15 (259191). 3. Wij onderkennen de gevoeligheden en mogelijk impact van een zuidelijk ontsluiting op de kern Giethmen en het natuur en landschap van onze gemeente. Het vinden van een structurele oplossing op de lange termijn via een zuidelijke aansluiting op de N348 is geen eenvoudige opgave en vraagt om een zeer zorgvuldige inpassing. Juist om deze redenen is besloten voor een breed verkennend onderzoek naar de mogelijkheden en varianten. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie? De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de omgevingsvisie. 2.6 Zienswijze nummer 6 – 258686 Samenvatting zienswijze: De zienswijze heeft betrekken om de zin in hoofdstuk 6.3 Ommen biedt ontwikkelmogelijkheden aan de grondgebonden landbouw.

We ambiëren geen verdere groei van de in het gebied aanwezige niet-grondgebonden intensieve veehouderij. Het laatste gedeelte is de indiener niet mee eens. Als een bedrijf geen groeimogelijkheden heeft in de toekomst, dan is het op termijn einde verhaal en dat moet wij niet willen, elk bedrijf of instantie moet kunnen groeien anders is er geen perspectief voor de toekomst Reactie van de gemeente: 1. Inhoudelijk komt de strekking van uw zienswijze overeen met de zienswijze nr. 3 (257207), zienswijze nr. 7 (258360), zienswijze nr. 8 (259172), zienswijze nr. 9 (259170), zienswijze nr. 10 (259177), zienswijze nr. 11 onderdeel samenvatting nummer 2 (259235), zienswijze 17 (259703), zienswijze nr. 18 (259982) en zienswijze nr. 19 (259981). 2. Voor de reactie van de gemeente verwijzen wij naar het antwoord en aanpassingen in de omgevingsvisie op de zienswijze nummer 11 (259235). Het betreft het antwoord dat bij de reactie van de gemeente staat vermeld onder nummer 3 en de tekstaanpassingen zoals die inde omgevingsvisie worden gedaan (zie kopje “Wat betekent dit voor de omgevingsvisie?” bij zienswijze nr. 11 als ook paragraaf 3 Gewijzigde vaststelling). Wat betekent dit voor de omgevingsvisie? Zie “Wat betekent dit voor de omgevingsvisie?” bij zienswijze nr. 11, als ook paragraaf 3 “Gewijzigde vaststelling” de tekstaanpassingen in de paragrafen 5.5 en 6.3.

2.7 Zienswijze nummer 7 – 258360

Samenvatting zienswijze: De zienswijze betref hoofdstuk 5 Ommer Karakter, paragraaf 5.5, hierin staat onderstaande zin geschreven: 'Voor de niet-grondgebonden intensieve veehouderij geldt dat we een verdere groei van deze sector niet ambiëren, maar wel bestaande bedrijven in staat stellen te moderniseren waarbij ze hun impact op de leefomgeving gelijktijdig ingrijpend dienen te verminderen'. Dit kan voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor een intensief bedrijf zeer grote gevolgen hebben. Het zou in de praktijk kunnen betekenen, dat het bedrijven, die nu al aan alle moderne voorschriften en regelgeving voldoen, geen ruimte biedt om te innoveren. Dat kan niet de bedoeling zijn. Er moet door de gemeente Ommen geen onderscheid gemaakt worden tussen grondgebonden en intensieve bedrijven, iets dat nu wel zo staat omschreven. De bovenstaande zin moet dus worden geschrapt uit de definitieve omgevingsvisie. Reactie van de gemeente: 1. Inhoudelijk komt de strekking van uw zienswijze overeen met de zienswijze nr. 3 (257207), zienswijze nr. 6 (258686), zienswijze nr. 8 (259172), zienswijze nr. 9 (259170), zienswijze nr. 10 (259177), zienswijze nr. 11 onderdeel samenvatting nummer 2 (259235), zienswijze 17 (259703), zienswijze nr. 18 (259982) en zienswijze nr. 19 (259981). 2.

Voor de reactie van de gemeente verwijzen wij naar het antwoord en aanpassingen in de omgevingsvisie op de zienswijze nummer 11 (259235). Het betreft het antwoord dat bij de reactie van de gemeente staat vermeld onder nummer 3 en de tekstaanpassingen zoals die inde omgevingsvisie worden gedaan (zie kopje “Wat betekent dit voor de omgevingsvisie?” bij zienswijze nr. 11 als ook paragraaf 3 Gewijzigde vaststelling). Wat betekent dit voor de omgevingsvisie? Zie “Wat betekent dit voor de omgevingsvisie?” bij zienswijze nr. 11, als ook paragraaf 3 “Gewijzigde vaststelling” de tekstaanpassingen in de paragrafen 5.5 en 6.3. 2.8 Zienswijze nummer 8 – 259172 Samenvatting Zienswijze: Het mag duidelijk zijn dat we met onze 140.000 vleeskuikens tot de intensieve veehouderij horen. In het ontwerp-omgevingsvisie wordt er op meerdere plekken (o.a. paragraaf 5.5 en 6.3) gemeld dat de gemeente Ommen geen verdere groei ambieert van de in het gebied aanwezige niet-grondgebonden intensieve veehouderij. Maar daarmee zetten jullie de toekomst van ons bedrijf wel op slot. In ieder geval voor de vleeskuikentak. Niemand weet wat de toekomst brengt en wat de markt of politiek gaat doen. Graag willen wij met ons bedrijf flexibel blijven, zodat wij in staat zijn om ons verdienvermogen op peil te houden. Dus de mogelijkheid tot eventueel uitbreiden of aanpassen willen wij wel graag open houden.

Ommen pretendeert een agrarische gemeente te zijn en ruimte te bieden aan schaalvergroting maar niet aan ons bedrijf, of de andere ca 22 intensieve veehouderijbedrijven. Terwijl juist de intensieve veehouderijen veel investeren in duurzaamheid, dierwelzijn en innovaties. Maar dan moet er wel voldoende verdienvermogen zijn. Ook in de toekomst. Veelal is dit alleen haalbaar door uit te breiden. Graag zien we dat de Gemeente Ommen de mogelijkheid open houdt voor bestaande intensieve veehouderijen om wel uit te breiden indien dit nodig is om te kunnen blijven bestaan. Modernisering vraagt vaak om uitbreiding en hopelijk

is dat in de toekomst per individueel bedrijf wel mogelijk binnen de landelijke richtlijnen. Reactie van de gemeente: 1. Inhoudelijk komt de strekking van uw zienswijze overeen met de zienswijze nr. 3 (257207), zienswijze nr. 6 (258686), zienswijze nr. 7 (258360), zienswijze nr. 9 (259170), zienswijze nr. 10 (259177), zienswijze nr. 11 onderdeel samenvatting nummer 2 (259235), zienswijze 17 (259703), zienswijze nr. 18 (259982) en zienswijze nr. 19 (259981). 2. Voor de reactie van de gemeente verwijzen wij naar het antwoord en aanpassingen in de omgevingsvisie op de zienswijze nummer 11 (259235). Het betreft het antwoord dat bij de reactie van de gemeente staat vermeld onder nummer 3 en de tekstaanpassingen zoals die inde omgevingsvisie worden gedaan (zie kopje “Wat betekent dit voor de omgevingsvisie?” bij zienswijze nr. 11 als ook paragraaf 3 Gewijzigde vaststelling). Wat betekent dit voor de omgevingsvisie? Zie “Wat betekent dit voor de omgevingsvisie?” bij zienswijze nr. 11, als ook paragraaf 3 “Gewijzigde vaststelling” de tekstaanpassingen in de paragrafen 5.5 en 6.3. 2.9 Zienswijze nummer 9 – 259170 Samenvatting Zienswijze: De Zienswijze is gericht op hoofdstuk 5.5,paragraaf: ruimte bieden voor een toekomstbestendige landbouw. U geeft aan: Voor de nietgrondgebonden intensieve veehouderij geldt dat we een verdere groei van deze sector niet ambiëren.

U geeft geen concrete argumenten waarom u de intensieve veehouderij niet ambieert, dus deze regel kan wat ons betreft geschrapt worden. Voedselproductie is belangrijk en zal bij een groeiende wereldbevolking alleen maar belangrijker worden, de intensieve veehouderij kan hierop een efficiënte manier aan bijdragen. U geeft in een andere paragraaf aan dat er een sluitend verdienmodel primair uit een agrarische bedrijfsvoering mogelijk moet zijn, dit houdt in dat bij veranderende economische omstandigheden schaalvergroting nodig kan zijn. Reactie van de gemeente: 1. Inhoudelijk komt de strekking van uw zienswijze overeen met de zienswijze nr. 3 (257207), zienswijze nr. 6 (258686), zienswijze nr. 7 (258360), zienswijze nr. 8 (259172), zienswijze nr. 10 (259177), zienswijze nr. 11 onderdeel samenvatting nummer 2 (259235), zienswijze 17 (259703), zienswijze nr. 18 (259982) en zienswijze nr. 19 (259981). 2. Voor de reactie van de gemeente verwijzen wij naar het antwoord en aanpassingen in de omgevingsvisie op de zienswijze nummer 11 (259235). Het betreft het antwoord dat bij de reactie van de gemeente staat vermeld onder nummer 3 en de tekstaanpassingen zoals die inde omgevingsvisie worden gedaan (zie kopje “Wat betekent dit voor de omgevingsvisie?” bij zienswijze nr. 11 als ook paragraaf 3 Gewijzigde vaststelling).

Wat betekent dit voor de omgevingsvisie? Zie “Wat betekent dit voor de omgevingsvisie?” bij zienswijze nr. 11, als ook paragraaf 3 “Gewijzigde vaststelling” de tekstaanpassingen in de paragrafen 5.5 en 6.3.

2.10 Zienswijze nummer 10 – 259177 Samenvatting Zienswijze: De klant kan zich niet verenigen met het voorgenomen op slot zetten van de uitbreidingsmogelijkheden voor niet-grondgebonden veehouderijen in Ommen. 1. Het ontwerp maakt een onderscheid tussen grondgebonden landbouw en niet-grondgebonden landbouw. De eerste sector krijgt ruimte voor schaalvergroting. De niet-grondgebonden intensieve veehouderij mag echter niet meer uitbreiden, maar enkel investeren in modernisering van de bestaande bedrijfsvoering, waarbij de emissie op de omgeving flink teruggebracht moet worden. Waar de grondgebonden landbouw dus mag groeien, gaat de niet-grondgebonden intensieve veehouderij op slot. Met het ontwikkelperspectief voor het grootschalige open veenontginningsgebied wordt de indruk gewekt dat niet-grondgebonden veehouderijen schadelijk zijn voor de volksgezondheid en daarmee niet verder mogen uitbreiden, maar enkel dienen te investeren in het fors terugdringen van de emissies. Kunt u ons aangeven op basis van welke wetenschappelijk inzichten u tot de conclusie komt dat nietgrondgebonden veehouderijen in het algemeen negatieve effecten op de volksgezondheid hebben? 2. Het voornemen uit het ontwerp dat niet-grondgebonden veehouderijen de veestapel niet meer mag vergroten, ontneemt intensieve veehouderijen in Ommen het perspectief op een verdere groei van het bedrijf.

Voor individuele bedrijven in de intensieve sector heeft dit verregaande consequenties. Om als bedrijf mee te kunnen (blijven) doen in een markt met flinterdunne marges, is kostenefficiëntie een absolute must voor het voortbestaan. In dat kader geldt in de intensieve sector de wetmatigheid dat stilstand achteruitgang betekent: alleen door te groeien kunnen kosten (verder) beteugeld worden. Dit maakt het voornemen uit het ontwerp onmogelijk. Wij vragen ons dan ook af wie de hiervoor genoemde waardedaling van de niet-grondgebonden bedrijven voor zijn of haar rekening neemt? De ondernemers die hierdoor geraakt worden, zullen zich begrijpelijkerwijze op het standpunt stellen dat de gemeente hiervoor aan de lat staat. 3. In feite komt het voornemen om niet-grondgebonden veehouderijen op slot te zetten aldus neer op een sanering van de aanwezige intensieve veehouderijen. Intensieve veehouderijen die op grond van de Reconstructiewet in extensiveringsgebieden kwamen te liggen en op een vergelijkbare situatie als onderhavige beperkt werden in hun uitbreidingsmogelijkheden, werden hiervoor evenwel gecompenseerd. In het kader van dit bestemmingsplan lijkt daar geen sprake van te zijn. Hiermee ontstaat de situatie van saneren zonder compenseren. 4.

Gelet op voorgaande zal het voornemen om niet-grondgebonden veehouderijen op slot te zetten uiteindelijk resulteren in sanering van deze bedrijven: de economische waarde van de bedrijven gaat onderuit, de financiering van de huidige en toekomstige bedrijfsvoering is daardoor niet langer mogelijk, waarna sluiting volgt. Aangezien deze bedrijfslocaties zeer moeilijk verkoopbaar zullen zijn, dreigt leegstand en verloedering. De voorgenomen inperking heeft dus niet alleen een zeer negatieve economische impact voor het buitengebied, maar ook voor de leefbaarheid. Daarbij komt dat de intensieve sector in vergelijking met de grondgebonden veehouderijen over meer en beter renderende mogelijkheden beschikt om de milieuhinder (o.a. ammoniakemissie, fijnstof en geurhinder) door de toepassing van nieuwe technieken terug te

dringen, hetgeen ook ten goede kan komen aan de leefbaarheid van het buitengebied. Om dit te kunnen financieren, moet er wel zicht zijn om de gedane investering terug te kunnen verdienen. Met de voorgenomen inperking van de uitbreidingsmogelijkheden is dat perspectief zoals opgemerkt niet langer aanwezig. Met uw voornemen bereikt u dus juist het tegenovergestelde van wat u beoogt: met het op slot zetten van nietgrondgebonden veehouderijen zullen zij niet meer in staat zijn om te investeren in het terugdringen van de emissies op de omgeving. 5. Namens de klant verzoek ik u het voornemen met betrekking tot de nietgrondgebonden veehouderij te herzien. Juist door deze sector dezelfde uitbreidingsmogelijkheden te bieden als de grondgebonden landbouw maakt u verdere modernisering mogelijk. Reactie van de gemeente: 1. Inhoudelijk komt de strekking van uw zienswijze overeen met de zienswijze nr. 3 (257207), zienswijze nr. 6 (258686), zienswijze nr. 7 (258360), zienswijze nr. 8 (259172), zienswijze nr. 9 (259170), zienswijze nr. 11 onderdeel samenvatting nummer 2 (259235), zienswijze 17 (259703), zienswijze nr. 18 (259982) en zienswijze nr. 19 (259981). 2. Voor de reactie van de gemeente verwijzen wij naar het antwoord en aanpassingen in de omgevingsvisie op de zienswijze nummer 11 (259235).

Het betreft het antwoord dat bij de reactie van de gemeente staat vermeld onder nummer 3 en de tekstaanpassingen zoals die inde omgevingsvisie worden gedaan (zie kopje “Wat betekent dit voor de omgevingsvisie?” bij zienswijze nr. 11 als ook paragraaf 3 Gewijzigde vaststelling). Wat betekent dit voor de omgevingsvisie? Zie “Wat betekent dit voor de omgevingsvisie?” bij zienswijze nr. 11, als ook paragraaf 3 “Gewijzigde vaststelling” de tekstaanpassingen in de paragrafen 5.5 en 6.3. 2.11 Zienswijze nummer 11 – 259235 Samenvatting Zienswijze: 1. Ommen een gemeente met meerder typen landschappen. Geen eenheidsworst, maar gebieden met specifieke mogelijkheden. Binnen die gebieden zijn ook nog eens verschillende belanghebbenden. Dit vraagt meer maatwerk, maar geeft juist ook kansen om in samenwerking de doelen van de gemeente en de sector in het betreffende gebied te realiseren. In de voorgaande visie 2012 (GOP/GOV) van de gemeente Ommen hiervoor een sturingsfilosofie opgenomen. Deze werkwijze heeft geleid tot meer gebiedsgericht maatwerk. We zien graag dat de gemeente deze werkwijze continueert. 2. Uiteraard heeft de uitwerking voor het buitengebied onze grote interesse. Tal van maatschappelijke thema’s en ontwikkelingen zetten druk op de ontwikkelingen in het landelijke gebied. Tegelijk werkt borging van die thema’s heel anders dan in bebouwd gebied.

Het buitengebied kent minder betrokkenen, maar wel betrokkenen met een grote grondpositie die overwegend beroepsmatig/economisch actief met het buitengebied bezig zijn. De contacten met de gemeente Ommen zijn de laatste tijd intensiever geworden. Dit is zowel noodzakelijk als wenselijk en een goede ontwikkeling waarbij voor zowel de gemeente als agrariërs winst te behalen valt. In de bijlage van deze brief hebben we t.a.v. de paragraaf landbouw en agrofood (P 5.5) enkele tekstuele suggesties gedaan. Deze

aanpassingen/vervangingen zien wij als een verbetering en een versterking voor de samenwerking met de diverse belanghebbenden. De aanpassingen betreft als volgt, waarbij eerst de tekst in de ontwerpomgevingsvisie wordt gegeven en daarna de aanpassing/vervanging.

Dynamische opgaven voor landbouw Ontwerp: ‘Tegenwoordig moet de landbouw duurzamer en groener worden en aan de klimaattafel is het ontwikkelen tot een circulaire landbouw met gesloten kringlopen afgesproken’. Aanpassing: ‘De sector heeft in de afgelopen decennia laten zien prima in staat te zijn de innovaties op het gebied van duurzaamheid in de bedrijven te implementeren. Door de bouw van emissiearme stallen en een beter management op voeding en gewasbeschermingsmiddelen, zijn er al grote stappen gezet. De volgende stap om te komen tot circulaire landbouw met gesloten kringlopen, beperkt zich niet tot de grens van Ommen en zal dus in samenwerking met de sector vorm moeten gaan krijgen.’ Ontwerp: Ook de aanpak van de stikstofproblematiek landt voor een aanzienlijk deel als opgave bij de landbouw. Aanpassing: De aanpak van de stikstofproblematiek landt, naast de verduurzaming van de bouw en de mobiliteit ook als opgave bij de landbouw. Het landbouw economische beleid Ontwerp: Het landbouw economische beleid in Nederland is grotendeels gericht op de verhoging van de productiviteit om de concurrentiepositie te verbeteren. Aanpassing: Het landbouw economische beleid in Nederland is grotendeels gericht op de verhoging van de productiviteit om de concurrentiepositie te verbeteren met oog voor de steeds groter wordende voedselvraagstukken wereldwijd.

Ontwerp: Al deze opgaven vragen om innovaties, aanpassingen in productietechnieken en teelten, aanpassingen van stalsystemen, etc. Het vraagt tegelijkertijd ook om voldoende landbouwgrond voor ontwikkelruimte en deels nieuwe en additionele verdienmodellen. Aanpassing: Al deze opgaven vragen om innovaties, aanpassingen in productietechnieken en teelten, aanpassingen van stalsystemen, etc. en bestendig beleid. Het vraagt tegelijkertijd ook om voldoende geschikte landbouwgrond voor ontwikkelruimte en deels nieuwe en additionele verdienmodellen. Ruimte bieden voor een toekomstbestendige landbouw Ontwerp: Voor de intensieve veehouderij geldt dat we een verdere groei van deze sector niet ambiëren, maar wel bestaande bedrijven in staat stellen te moderniseren waarbij ze hun impact op de leefomgeving gelijktijdig ingrijpend dienen te verminderen. Aanpassing: Voor de intensieve veehouderij geldt dat we een verdere groei van deze sector niet ambiëren, maar wel bestaande bedrijven in staat stellen te moderniseren waarbij ze hun impact op de leefomgeving gelijktijdig verhoudingsgewijs dienen te verminderen en de ruimtelijke kwaliteit versterken. Daar waar de modernisering vraagt om uitbreiding

van het bedrijf zal er maatwerk geleverd moeten worden op basis van de landelijke richtlijnen. 3. In deze omgevingsvisie komt aan de orde, dat er voor veel verschillende functies ruimte nodig is. Er gaat een verdere differentiatie ontstaan in de agrarische sector. Een deel zal voornamelijk productiegericht gaan werken, een deel zal juist de weg kiezen van verbreding en weer een ander deel zal dit combineren. Een aantal functies kunnen zeker goed gecombineerd worden, uiteraard met duidelijke spelregels voor iedereen, denkt u hierbij bijvoorbeeld aan recreatie. De afgelopen jaren zijn we als agrarische sector intensief betrokken geweest bij veel gebiedsprocessen (denkt u hierbij met name aan N2000). Het betekent voor de agrarische bedrijven, dat er zeker verbinding gezocht wordt met andere functies, maar dat het benutten van agrarische grond voor andere functies wel grenzen heeft bereikt. Bij bepaalde functies kunnen zeker ook kansen benut worden, denkt u hierbij zeker aan het opwekken van energie op het agrarisch bedrijf. 4. Wij zien net zoals in de visie beschreven wordt, tal van ontwikkelingen en maatschappelijke trends op ons afkomen. We willen zeker meedenken in oplossingen. We vinden het belangrijk om te benadrukken dat we al veel inspanningen doen om proactief mee te werken en vooruit te zien.

Denkt u hier bijvoorbeeld aan onze inzet bij de kringloopwijzer, het Delta Programma Agrarisch Waterbeheer of aan het meerjarige programma Ruimte voor de Vecht. We vinden het belangrijk dat we als agrarische sector zelf de innovatie opzoeken en dat de overheden faciliteren en meedenken. Het is begrijpelijk dat de gemeente deze ontwikkelingen en trends beschrijft. Het is van belang dat de gemeente uiteindelijk in de uitwerking en in het ruimtelijk ordeningsspoor de nodige ruimte blijft bieden voor agrarisch ondernemers die willen werken aan een duurzame en bedrijfseconomische gezonde bedrijfsvoering. We brengen graag onze kennis, ervaringen en bespiegelingen in bij de uitvoering van deze visie. Verder vragen we de gemeente Ommen gebruik te maken van de genoemde bestaande initiatieven en niet overal een eigen programma voor op te bouwen. 5. In het Vechtdal staat het 'Noaberschap' centraal. Dit betekent dat we oog voor elkaar hebben en elkaar waar dat nodig is helpen. Door deze kracht kunnen we als samenleving meer voor elkaar betekenen. We zien dat door de gebiedsprocessen ook andere effecten kunnen optreden. Idealiter is het natuurlijk heel mooi dat inwoners met elkaar in overleg gaan en tot een gedragen plan komen waarin iedereen tevreden is.

De realiteit is weerbarstiger en verschillende belangen zijn moeilijk met elkaar te vergelijken (bijvoorbeeld woonplezier ten opzichte van economische belangen). We maken ons zorgen over de grote impact van dergelijke trajecten op de sociale cohesie in de gebieden. Het zullen niet de eerste 'Noaberschappen’ zijn die uit elkaar vallen door dit soort tegenstrijdigheden. We benadrukken dat dit behoort tot de categorie niet direct zichtbaar en meetbare effecten. 6. Naast ammoniakemissie (stikstof) is geurhinder voor veehouderijen, met name intensieve veehouderijen, de meest bepalende factor voor bedrijfsontwikkeling. Op dit moment wordt geurhinder door het houden van dieren in stallen exclusief getoetst aan landelijke normen die zijn opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit. De omgevingsvisie gaat meer richting geven aan het gemeentelijk geurbeleid in het omgevingsplan moet worden opgenomen. Bij de voorbereiding van de omgevingsvisie is door Witteveen en Bos de 'Notitie

intensieve veehouderij omgevingsvisie Ommen’ (16 juli 2021) opgesteld. We willen een aantal inhoudelijke opmerkingen plaatsen.  De conclusie is dat de notitie geen goed beeld geeft van de bestaande en mogelijk toekomstige geurhinder (en concentratie fijnstof en stikstofdepositie). De Notitie draagt op deze wijze niet bij aan de discussie over de toekomst van de (intensieve) veehouderij in de gemeente Ommen. In de notitie wordt het advies gegeven om 'Voor het schetsen van een volledig beeld over de toekomst van de intensieve veehouderij binnen uw gemeente raden wij aan om als follow-up van de korte notitie een verdiepende studie uit te voeren. Deze verdiepende studie kan bestaan uit gerichte gesprekken met betrokkenen uit de sector, een diepgaand effectafstandenonderzoek en een detailstudie naar het economisch perspectief.” Dit plaatst de notitie en de uitgevoerde berekeningen in perspectief: het betreft een globale benadering op basis van zeer beperkte gegevens. Mogelijk is dit voldoende om een indicatief beeld te krijgen van de effecten van de veehouderij, maar de notitie is niet geschikt om toekomstig geurbeleid te onderbouwen.  Door Witteveen en Bos zijn indicatieve berekeningen uitgevoerd van de geurbelasting, de concentratie fijnstof en de depositie van ammoniak. Dat is gedaan voor drie scenario’s.

Scenario 1 betreft de 'vergunde situatie’ waarbij wordt uitgegaan van het vergunde soort en aantal dieren dat op een veehouderij mag worden gehouden. Daarbij is aangenomen dat de dieren worden gehouden in traditionele stallen. Dat dieren worden gehouden in traditionele stallen is zeker voor de intensieve veehouderij geen realistisch uitgangspunt. De stallen voor het houden van varkens en pluimvee moeten, op grond van het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij, emissiearm zijn. Dat geldt voor de ammoniakemissie, maar heeft ook gevolgen voor de emissie van geur en fijnstof. Bij emissiearme stallen is de geuremissie tot 45% lager. Bij een varkenshouderij waar een chemische luchtwasser wordt toegepast is de ammoniakemissie zelfs 70 tot 95% lager dan in deze notitie wordt aangenomen. Bovendien is er ook sprake van reductie van geur als gevolg van het gebruik van luchtwassers. Tevens wordt ervan uitgegaan dat de vergunde capaciteit volledig wordt benut. In realiteit is er vaak onderbezetting. De berekende emissies van de vergunde situatie worden daarmee overschat. In de notitie wordt onderkend dat de emissies mogelijk worden overschat, maar desondanks worden daar conclusies op gebaseerd. Dit is niet terecht. De emissies worden zéker en in hoge mate overschat. Lokaal kan een berekening met de werkelijke emissies daarom een totaal ander beeld geven, met name bij de geurbelasting.

Dat deze uitgangspunten door een extern bureau worden gebruikt is vreemd. De gemeente Ommen en omgevingsdienst beschikken immers over specifieke informatie over de emissies per bedrijf. Uit de geldende omgevingsvergunningen-milieu en milieumeldingen van de bedrijven kan deze informatie eenvoudig worden verkregen.  De conclusie die in de notitie voor geurhinder wordt getrokken is als volgt: ‘Op basis van de berekende resultaten kan ervan worden uitgegaan dat veehouderijen in Ommen een geuremissie veroorzaken die boven de maximaal toelaatbare grenswaarde ligt’. Deze resultaten zijn een mogelijke overschatting omdat de vergunde aantallen dieren en de hoogste emissiefactoren zijn

gebruikt voor de berekeningen. Wat betreft de afstandsrichtlijn voldoen de veehouderijen met dieren, waarvoor de emissiefactoren niet zijn vastgesteld, aan de vereiste afstand tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten. Niettemin kan er geconcludeerd worden dat de veehouderijen een substantiële hoeveelheid bijdragen aan de totale geurbelasting. Deze conclusies kunnen op grond van de berekening in de notitie helemaal niet getrokken worden, daarvoor zijn de uitgangspunten niet specifiek genoeg. In de notitie staat dat aan de WHO-advieswaarden voor fijnstof wordt voldaan. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft de jaargemiddelde advieswaarde voor PMIO onlangs verlaagd van 20 µg/m3 naar 15 µg/m3 De achtergrondwaarde in de gemeente Ommen is volgens de notitie 16 tot 17 µg/m 3 Dat is dus hoger dan de WHO-advieswaarde. Toen Witteveen en Bos de notitie schreef was dit nog niet bekend. De bijdrage van individuele veehouderijen op de concentratie in de directe omgeving verandert hier niet door. Die bijdrage blijft relatief gering. In hoofdstuk 4.4 worden de regels uit de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) en het Activiteitenbesluit als wettelijk kader beschreven. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de Wav. Het wettelijk kader wordt dan gevormd door de provinciale omgevingsverordening.

De Natura 2000-gebieden en het stikstofbeleid zijn het meest bepalend voor de ammoniakemissie van een veehouderij in Ommen. Bijzonder is dat in scenario 2 wordt gerekend met een 20% hogere ammoniakemissie per bedrijf, terwijl dit enkel mogelijk is als in de omgeving een grotere emissiereductie wordt bereikt (door extern salderen). De aanbevelingen die in hoofdstuk 5 van de notitie worden gedaan zijn niet erg realistisch en bieden geen perspectief voor agrarisch ondernemers. Er wordt voorgesteld om "de nieuwvestiging van bedrijven in de intensieve veehouderij binnen de gemeente te ontmoedigen” en "indien nieuwvestiging van (intensieve) veehouderij wordt toegestaan dan moet die gekoppeld zijn aan het verdwijnen van (intensieve) veehouderij elders binnen de gemeentegrenzen”. Op grond van de provinciale ruimtelijke verordening van Overijssel, die al vele jaren geldt. Het voorgestelde beleid is dus al jaren bestaand beleid. De tweede aanbeveling luidt: "Voor huidige bedrijven in de intensieve veehouderij binnen de gemeente wordt voorgesteld om een constructief dialoog te gaan tot wat er wel mogelijk is. Zodat er grenzen kunnen worden gesteld aan de grote van bedrijven in de intensieve veehouderij.

Deze aanbeveling gaat er blijkbaar vanuit dat er voor intensieve veehouderijen geen ontwikkelingsmogelijkheden zijn en dat er grenzen gesteld moeten worden aan de grootte van deze bedrijven. Welke grenzen dat moeten zijn wordt niet nader gespecificeerd. Voor veehouderijen gelden er (landelijk en provinciaal) al grenzen waaraan moet worden voldaan, op het gebied van emissies. Uit deze notitie kan niet geconcludeerd worden dat er in de gemeente Ommen aanvullende grenzen moeten worden gesteld. Ook wordt niet nader aangegeven op welke wijze de gemeente economisch perspectief of financiële compensatie kan bieden. In de notitie is geen aandacht voor aspect van kapitaalsvernietiging. Wij constateren dat deze aanbevelingen, niet volledig zijn en dat de uitgangspunten niet actueel en compleet zijn.

Ter visie ligt de 'Omgevingsvisie Ommen - Ommen Jouw Toekomst’, gedateerd 14 september 2021. De omgevingsvisie bevat geen specifiek (nieuw) beleid m.b.t. geur. Op twee plaatsen worden wel beleidsuitspraken gedaan. Omgevingsvisie blijkt niet dat de inhoud en de conclusies van de Notitie daar in zijn overgenomen. De Omgevingsvisie gaat uit van ontwikkeling van agrarische bedrijven binnen nog vast te stellen kaders. Dat intensieve veehouderijen hun impact op de leefomgeving dienen te verminderen is bestaand beleid dat ook door de sector zelf wordt nagestreefd. Daar zijn ook al veel stappen in gezet.

Reactie van de gemeente: 1. Wij onderschrijven dat de omgevingsvisie een strategische visie op hoofdlijnen is die nader wordt uitgewerkt in programma’s en omgevingsplan. Ook klopt uw constatering dat de omgevingsvisie niet direct bindend is voor ondernemers maar wel voor de gemeente Ommen. 2. Uw oproep tot maatwerk binnen de variatie aan landschappen hebben we uitgewerkt in de omgevingsvisie en daarbij is voorgebouwd op het GOP uit 2013. Dit geldt zowel de sturingsfilosofie gericht op het kunnen bieden van maatwerk en flexibel ruimte bieden aan ontwikkelingen (Hoofdstuk 3 omgevingsvisie) als de gebiedsgerichte aanpak met daarbinnen een onderscheid naar twee ontwikkelperspectieven voor respectievelijk de landgoederenzone en dalen van Vecht en Regge en voor het grootschalige open veenontginningsgebied. We zijn ons bewust van de uiteenlopende belangen in deze gebieden en hebben daarom bewust voor de term ontwikkelperspectief gekozen. 3. Dat de contacten intensiever zijn geworden vinden ook wij een goed en zowel noodzakelijke als wenselijke ontwikkeling. Wij waarderen de tekstvoorstellen en de constructieve houding die deze kenmerken. Wij nemen deze tekstvoorstellen aangaande 5.5. over. Dit impliceert tevens dat geen onderscheid in de tekst van 6.3 wordt gemaakt tussen grondgebonden en niet grondgebonden intensieve veehouderij.

Over de duiding van intensieve en grondgebonden landbouwbedrijven gaan we met de indiener en de sector in gesprek. Inhoudelijk raakt de strekking van uw zienswijze aan de zienswijze nr. 3 (257207), zienswijze nr. 6 (258686),zienswijze nr. 7 (258360), zienswijze nr. 8 (259172), zienswijze nr. 9 (259170), zienswijze nr. 10 (259177), zienswijze 17 (259703), zienswijze nr. 18 (259982) en zienswijze nr. 19 (259981). 4. De stapeling van functies en nieuwe functies zijn herkenbaar ook benoemd in de omgevingsvisie en onderdeel van de ontwikkelperspectieven voor een leefbaar landelijk gebied. Een toekomstbestendig en actieve agrarische sector is daar onlosmakelijk mee verbonden zoals we ook in onze omgevingsvisie expliciet benoemen. Bij de uitwerking van de visies in programma’s en plannen zal de sector actief worden betrokken. Ommen wil zo staat ook in de omgevingsvisie de regeldruk verlagen en hierbij past het slim combineren van programma’s en het dus niet voor ieder deelaspect ontwikkelen van eigen programma’s. We onderkennen de zorg die wordt geuit waar het gaat om zachtere niet direct meetbare effecten op de leefbaarheid van ons landelijk gebied. 5. De Notitie intensieve veehouderij omgevingsvisie Ommen van 16 juli 2021 is opgesteld als bouwsteen voor de omgevingsvisie. Er wordt dan ook terecht geconstateerd dat wij de inhoud en conclusies en aanbeveling uit

deze notitie niet in de omgevingsvisie hebben overgenomen en ontwikkelperspectieven hebben uitgewerkt die zich moeten bewegen binnen de al bestaande en deels nog vast te stellen kaders. De inhoudelijke opmerkingen die zijn gemaakt ten aanzien van de Notitie intensieve veehouderij omgevingsvisie Ommen nemen wij in relatie tot de omgevingsvisie voor kennisgeving aan. Laat onverlet dat we waardering hebben voor en waarde hechten aan de gemaakt opmerkingen en daarover in gesprek willen blijven met de sector. We zullen de opmerking inbrengen op het moment dat de behoefte aan nader of verdiepend onderzoek zich lokaal of in Vechtdalverband aandient bijvoorbeeld in het kader van de verstedelijkingsstrategie/BO MIRT in de Regio Zwolle. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie? De zienswijze geeft aanleiding om in paragraaf 5.5 de onderstaande passages aan te passen:  Dynamische opgaven voor landbouw Ontwerp: ‘Tegenwoordig moet de landbouw duurzamer en groener worden en aan de klimaattafel is het ontwikkelen tot een circulaire landbouw met gesloten kringlopen afgesproken’. Aanpassing: ‘De sector heeft in de afgelopen decennia laten zien prima in staat te zijn de innovaties op het gebied van duurzaamheid in de bedrijven te implementeren. Door de bouw van emissiearme stallen en een beter management op voeding en gewasbeschermingsmiddelen, zijn er al grote stappen gezet.

De volgende stap om te komen tot circulaire landbouw met gesloten kringlopen, beperkt zich niet tot de grens van Ommen en zal dus in samenwerking met de sector vorm moeten gaan krijgen.’ Ontwerp: Ook de aanpak van de stikstofproblematiek landt voor een aanzienlijk deel als opgave bij de landbouw. Aanpassing: De aanpak van de stikstofproblematiek landt, naast de verduurzaming van de bouw en de mobiliteit ook als opgave bij de landbouw.  Het landbouw economische beleid Ontwerp: Het landbouw economische beleid in Nederland is grotendeels gericht op de verhoging van de productiviteit om de concurrentiepositie te verbeteren. Aanpassing: Het landbouw economische beleid in Nederland is grotendeels gericht op de verhoging van de productiviteit om de concurrentiepositie te verbeteren met oog voor de steeds groter wordende voedselvraagstukken wereldwijd. Ontwerp: Al deze opgaven vragen om innovaties, aanpassingen in productietechnieken en teelten, aanpassingen van stalsystemen, etc. Het vraagt tegelijkertijd ook om voldoende landbouwgrond voor ontwikkelruimte en deels nieuwe en additionele verdienmodellen. Aanpassing: Al deze opgaven vragen om innovaties, aanpassingen in productietechnieken en teelten, aanpassingen van stalsystemen, etc. en bestendig beleid.

Het vraagt tegelijkertijd ook om voldoende geschikte landbouwgrond voor ontwikkelruimte en deels nieuwe en additionele verdienmodellen.  Ruimte bieden voor een toekomstbestendige landbouw Ontwerp: Voor de intensieve veehouderij geldt dat we een verdere groei van deze sector niet ambiëren, maar wel bestaande bedrijven in staat stellen te moderniseren waarbij ze hun impact op de leefomgeving gelijktijdig ingrijpend dienen te verminderen.

Aanpassing: Voor de intensieve veehouderij geldt dat we een verdere groei van deze sector niet ambiëren, maar wel bestaande bedrijven in staat stellen te moderniseren waarbij ze hun impact op de leefomgeving gelijktijdig verhoudingsgewijs dienen te verminderen en de ruimtelijke kwaliteit versterken. Daar waar de modernisering vraagt om uitbreiding van het bedrijf zal er maatwerk geleverd moeten worden op basis van de landelijke richtlijnen. De zienswijze geeft aanleiding om in paragraaf 6.3 de term “nietgrondgebonden” te laten vervallen en te spreken over intensieve veehouderij en de tekst in overeenstemming te brengen met de aanpassingen in par. 5.5. 2.12 Zienswijze nummer 12 – 259066 Samenvatting Zienswijze: De recreatiesector is één van de spelers die vooral op het platteland haar bedrijfsvoering heeft. Maar die ook een belangrijke bijdrage levert aan de leefbaarheid zowel op het platteland als de omringende kernen waaronder Ommen. Inwoners van uw gemeente zien eveneens het belang van de vrijetijdssector en geven aan dat toerisme een belangrijke pijler voor de gemeente is. De recreatieondernemers doen hun uiterste best elk jaar opnieuw in een landelijke maar ook een mondiale concurrentiestrijd - hun bedrijven te laten excelleren zodat ze aantrekkelijk zijn en blijven voor de recreant. De faciliterende en stimulerende rol van de gemeente is daarbij van belang. 1.

Om het economisch belang van de vrijetijdssector goed zichtbaar te maken wordt er gepleit voor een cijfermatige onderbouwing van de sector in deze gemeente. Daarbij kan ook het economisch belang van de landbouw cijfermatig worden onderbouwd. De werkgelegenheid in beide sectoren en de trends in deze laten een beeld zien die bepalend wordt voor de toekomst. Dit zou toch een uitgangspunt van deze visie moeten zijn. Uiteindelijk is het aan de gemeente om weloverwogen keuzes te maken en hiervoor is een cijfermatige onderbouwing onontbeerlijk. Onderbouw het economisch belang van de (recreatie)sectoren. 2. In het hoofdstuk dat zich op landbouw richt valt op dat er aangegeven wordt dat er bij nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied het al aanwezige agrarische gebruik in dat gebied niet in de weg mag zitten ook qua ontwikkelruimte. Waarom wordt bij de vrijetijdssector niet een dergelijke paragraaf opgenomen? Juist ontwikkelingen in het buitengebied kunnen het attractieve verblijf van gasten aantasten. Denk hierbij aan windmolens, intensieve veehouderij, etc. Een speciaal recreatief ontwikkelingsgebied voor de vrijetijdssector wordt niet aangewezen. Waarom niet? Wij zouden graag zien dat analoog aan de landbouw functieveranderingen in dergelijke vrijetijdsgebieden geen beperkingen zouden mogen opleveren voor de vrijetijdssector.

Ook bieden diverse bedrijven activiteiten waar eigen inwoners gebruik van kunnen maken. Een vitale sector is dus niet alleen van belang vanwege de economische component maar draagt bij aan de leefbaarheid van de regio. De gemeente laat hier kansen liggen. Wijs ook vrijetijdsontwikkelingsgebieden aan waar andere functies ondergeschikt zijn. Maak duidelijke onderbouwde keuzes in het buitengebied want alles stimuleren en nog meer functies toelaten in het buitengebied die ruimte innemen gelieerd aan de energietransitie- en klimaatopgaven werken wel op papier maar zullen in de praktijk de ruimte en beleving van andere functies beïnvloeden. 3. Daarnaast wordt er graag meer focus gezien op de ondernemerskracht van recreatieondernemers in de gemeente. Er wordt veel van

recreatieondernemers gevraagd, de lastendruk maar ook de wet- en regeldruk is hoog en de ondernemer moet voortdurend voldoen aan de veranderende vraag van de gast op zijn bedrijf. Flexibiliteit en experimenteerruimte op zijn bedrijf zijn belangrijke aandachtspunten en zouden we graag terug zien in de visie. Ken recreatieondernemers experimenteerruimte toe en wees flexibel t.a.v. zijn bedrijfsvoering. Reactie van de gemeente: 1. De gemeente heeft in het kader van de omgevingsvisie de ontwikkelingen en trends in onder meer de recreatieve sector in kaart gebracht. Dit is breed gedaan voor demografie en sociaal-maatschappelijke en economische onderwerpen. Daarbij is gebruik gemaakt van data-analyses van de provincie, monitorgegevens van onder meer de GGD en specifiek voor de vrijetijdsector diverse onderzoeksrapporten naar de ontwikkeling van de vrijetijdseconomie in onze gemeente, het Vechtdal en het werkgebied van MarketingOost voor zowel dag- als verblijfsrecreatie. We hebben een bewuste keuze gemaakt in de omgevingsvisie beperkt met cijfers te komen omdat deze een dynamisch karakter kennen. 2. We maken in de omgevingsvisie onderscheid naar twee hoofdgebieden met ieder een ander ontwikkelperspectief. De vrijetijdseconomie en ontwikkelmogelijkheden maken onderdeel uit van die ontwikkelperspectieven.

Daarbij is met name in het fijnmazige landschap van de rivierdalen van Vecht en Regge en landgoederen er sprake van een zeer grote verwevenheid tussen vrijetijdsbesteding/-economie, natuur en landschap en landbouw. Een scherpe scheiding van functies is in deze gebieden niet wenselijk en de ontwikkeling van de vrijetijdseconomie is daar ook niet bij gebaat. In deze gebieden is juist het samengestelde karakter bepalend voor de kwaliteit en waarde van het toeristischrecreatief product. We hebben om die reden niet gekozen voor het aanwijzen van een vrijetijdsontwikkelingsgebied met de ontwikkeling van de vrijetijdseconomie integraal onderdeel gemaakt van de ontwikkelperspectieven voor onze gebieden. De uitwerking van het onderdeel vrijetijdseconomie en de daarmee samenhangende uitwerking van de ontwikkelperspectieven per gebied is overigens ook besproken met de ondernemers die zijn vertegenwoordigd in het recreatieplatform in onze gemeente waar ook uw organisatie onderdeel van uitmaakt. 3. Ommen werkt al jaren met een bepaalde mate van experimenteerruimte voor haar recreatiebedrijven. De sturingsfilosofie als beschreven in Hoofdstuk 3 van de omgevingsvisie richt zich op het flexibel bieden van ruimte voor ontwikkelingen en wordt in de basis al vanaf 2013 toegepast.

Laat onverlet dat we uw roep om flexibiliteit en maatwerk herkennen ook vanuit onze contacten met de lokale bedrijven. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie? De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de omgevingsvisie. 2.13 Zienswijze nummer 13 – 259167 Samenvatting Zienswijze: 1. Onderhavige zienswijze beperkt zich tot één onderdeel van de Omgevingsvisie, te weten de bereikbaarheid van Ommen (par. 5.2). Daarin wordt de ambitie uitgesproken aan de zuidzijde van Ommen een verbinding te creëren tussen de N348 en de N341/N347. Realisatie daarvan laat echter nog enige tijd op zich wachten. Instandhouding van de

huidige verkeerssituatie in het centrum van Ommen in de tussentijd, zou echter geen optie zijn. Door de hoge verkeersintensiteit zouden bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid namelijk onder druk staan. Vandaar dat in de Omgevingsvisie wordt volstaan met een verkeerskundige 'tussenoplossing'. Het "slim weren van doorgaand verkeer over de Vechtkade en Julianastraat-Schurinkstraat" is genoemd als één van de belangrijkste maatregelen van die tussenoplossing. 2. In een inspraaknotitie van 16 juni 2021 is de onvrede al geuit over de voorgenomen 'knip' in de Julianastraat-Schurinkstraat. In een brief van 25 juni 2021 is de raad nogmaals verzocht de voorgestelde knip niet verder te onderzoeken. In beide documenten is er gewezen op de kapitaalvernietiging als gevolg van een knip, zowel aan de kant van de gemeente als aan de kant van de indiener. Los daarvan leidt een knip ook tot forse omzetschade, die op uw gemeente verhaald zal worden. Bovendien blijkt daaruit hoe verbolgen de indiener is over het handelen van uw college c.q. de gemeente in dezen, door fors te laten investeren en een jaar later alweer aan de stoelpoten van die investering te gaan zagen. Voor de bedenkingen van de indiener tegen de knip wordt dan ook verwezen naar voornoemde inspraaknotitie en brief aan de raad. Daarop is namelijk nog geen inhoudelijke reactie gekomen. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10838864/1