2. Toelichting
Tekst van het document
6
SAB (2020). Woningbouw Tolhuisweg fase 2, Witharen. Onderzoek agrarisch geur - gebiedsvisie. Projectnummer: 150387. 21 september 2020. 29
Uit de resultaten van het geuronderzoek volgt dat met de toepassing van een gemeentelijke geurnorm van 4 ouE/m³ de beoogde woningen in het plangebied gerealiseerd kunnen worden zonder dat de rechten van de veehouderij worden geschaad. De geurbelasting op het plangebied op basis van het werkelijk gerealiseerde deel van 3 de vergunning van Olde Venneweg 3 bedraagt 4,7-4,9 ouE/m . Op grond daarvan wordt het leefklimaat beoordeeld als “redelijk goed”. Door de eventuele uitbreiding met stal 7, zal voor alle bestaande woningen de milieukwaliteit verslechteren en afnemen 3 naar 11,1 tot 12,1 ouE/m en een beoordeling van “tamelijk slecht”. De oorzaak hiervan is de verandering van de regeling in de wetgeving (aanpassing geuremissiefactoren van het stalysteem van stal 7). Ten tijde van de vergunde situatie in 2011 zou uitbreiding van stal 7 nog resulteren in een “redelijke goede” milieukwaliteit. In het kader van absolute geurgehinderden komt dit in de vergunde situatie neer op 4 à 6 personen. In de huidige situatie ligt het aantal geurgehinderden tussen de 10 en 15%, dit komt neer op 2 à 3 personen voor Fase 2. Daarnaast is de geurbelasting afweegbaar aangezien het een uitbreiding bij een kleine kern in landelijk gebied betreft, de geurbelasting altijd lager ligt dan de standaard norm voor objecten in het buitengebied en het de vraag is of stal 7 gerealiseerd gaat worden.
Daarnaast zijn voor het woon-en leefklimaat naast geur ook andere milieuaspecten van belang. Zo betreft het een groene omgeving, met veel ruimte, weinig geluidoverlast en weinig lichthinder. De overwegingen van de totstandkoming van de geurverordening van de eerste fase van de dorpsuitbreiding van Witharen kunnen ook in voorliggende situatie worden overgenomen. In navolgend kader zijn deze opgenomen. Overwegende dat: door aanpassing van de geurnorm ter plaatse van de woningbouwlocatie aan de noordwestzijde van de kern van Witharen er geen sprake zal zijn van aantasting van bestaande rechten van omliggende veehouderijen na realisatie van de nieuwe woningen op de uitbreidingslocatie (omgekeerde werking); de voorgestelde versoepeling van de geurnorm zeer gering is ten opzichte van de wettelijk geldende norm; er geen aanleiding is te verwachten dat in de toekomst een toename van de geurbelasting zal optreden; er sprake is van een hogere geurbelasting, vooral voor woningen in het meest westelijk deel van het plangebied. Een dergelijke (hogere) geurbelasting is “afweegbaar” gezien de aard van de gewenste ontwikkeling: de bouw van een beperkt aantal woningen, grenzend aan een kleine kern in een agrarisch gebied, met een menging van woon- en agrarische functies.
De gemeente(raad) kan het behoud en versterken van de leefbaarheid van de kern afwegen tegen het niet accepteren van nieuwe woningen met een mindere milieukwaliteit. Om te komen tot een bruikbaar en toekomstbestendig geurbeleid voor Witharen en versnippering van het geurbeleid te voorkomen is gekozen om de geurverordening niet te beperken tot de gronden van de tweede fase van de dorpsuitbreiding, maar van toepassing te verklaren op de gronden tot aan de Olde Venneweg. Zo geeft de gemeente Ommen met deze geurverordening een duurzame en langetermijnvisie voor het aspect geur in relatie tot het buurtschap, zonder daarbij het goed woon- en klimaat
30
van haar inwoners en het ondernemingsklimaat uit het oog te verliezen. De geurverordening voor de eerste fase van de dorpsuitbreiding zal daarnaast onverminderd van kracht blijven. De navolgende figuur laat het gebied zien waarop de aangepaste normstelling betrekking heeft.
Nieuwe plangebied ten behoeve van “Verordening geurhinder en veehouderij Witharen” (rood + oranje). In rood is het bestaande plangebied aangegeven.
Witharenweg 27 Ter plaatse van de Witharenweg 27 wordt voorzien in de herbestemming van een agrarische functie naar wonen. Met dit plan wordt de ter plaatse aanwezige intensieve veehouderij gesaneerd, waardoor de geursituatie in en rondom het plangebied zal verbeteren. Tevens bevindt de voormalige bedrijfswoning zich op meer dan 50 meter afstand van de naastgelegen melkveehouderij, zodat voldaan wordt aan de afstandsnorm. Onderzoek ten aanzien van geur in relatie tot de herontwikkeling van Witharenweg 27 is niet noodzakelijk. Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect geur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.7
Externe veiligheid Algemeen Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen (route gevaarlijke stoffen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico.
31
Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (of-6 wel 10 ). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risi-6 co van 10 als grenswaarde. Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand/het invloedsgebied van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Toetsing Tweede fase dorpsuitbreiding Witharen Raadpleging van de digitale risicokaart wijst uit dat in een straal van 1 kilometer rondom het plangebied drie risicobronnen aanwezig zijn in de vorm van een cluster aardgasbuisleidingen. In navolgende afbeelding is een uitsnede van de digitale risicokaart weergeven, met daarop het plangebied globaal geel gemarkeerd.
Uitsnede risicokaart met daarop het plangebied globaal aangegeven met een ster (bron: risicokaart.nl)
Transportroute A-514 A-502 A-501
Uitwendige diameter hogedrukaardgasleiding 48 inch 42 inch 36 inch
Buisleidingen in de omgeving van de ontwikkellocatie.
32
Werkdruk 66,20 66,20 66,20
Invloedsgebied groepsrisico 540 meter 490 meter 430 meter
De afstand tussen bovenstaande buisleidingen en de beoogde dorpsuitbreiding bedraagt circa 465 meter. Het plangebied ligt dan binnen het invloedsgebied van twee buisleidingen. Omdat er sprake is van de realisatie van kwetsbare objecten (woningen) die zijn gelegen binnen het invloedsgebied van buisleidingen zal de hoogte van het groepsrisico moeten worden bepaald. Formeel dient er een kwantitatieve risico analyse (qra) verricht te worden. De uitbreiding betreft 11 woningen, waarvan drie woningen mogelijk in het invloedsgebied liggen. Het onderzoeksgebied van de leidingen is gelegen in het buitengebied van de gemeente Ommen. Buitengebieden worden gekenmerkt door de beperkte aanwezigheid van personen. Het groepsrisico bedraagt minder dan 0,1 maal de oriënterende waarde van het groepsrisico. Door de toevoeging van ongeveer 3 woningen (met gemiddeld 2,4 aanwezigen per woning) in het invloedsgebied van de buisleidingen zal het groepsrisico met minder dan 10% toenemen. Gekozen is om geen qra voor deze zeer beperkte toename op te stellen. Wel is een verantwoording van het groepsrisico opgesteld en is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Witharenweg 27 Voor de locatie Witharenweg 27 is eveneens de risicokaart bekeken. De cluster buisleidingen, zoals besproken in het voorgaande, ligt op circa 500 meter afstand.
Hiermee valt de locatie Witharenweg 27 eveneens in het invloedsgebied van de gasleidingen. Verantwoording groepsrisico Ten aanzien van het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding dient te worden ingegaan op de elementen van verantwoording. Het heeft hier dan betrekking op zelfredzaamheid en beheersbaarheid/bestrijdbaarheid: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Scenario’s Het scenario dat hier een rol speelt betreft een fakkelbrand. Hieronder wordt de beheersbaarheid en bestrijdbaarheid van dit scenario besproken. Tevens wordt ingegaan op het aspect zelfredzaamheid. 1 Beheersbaarheid/bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid dient op twee aspecten te worden beoordeeld: - Bestrijden rampscenario Bij een fakkelbrand komt een grote hoeveelheid aardgas vrij. Dit aardgas zal in de meeste gevallen direct ontsteken, wat een (verticale) fakkel tot gevolg heeft. De fakkel kan afhankelijk van de eigenschappen van de aardgastransportleiding tot een hoogte van enkele honderden meters reiken.
De brand is hevig en kan daardoor leiden tot secundaire branden in de omgeving en daarmee ook in het plangebied. Bronbestrij-
33
ding zal plaatsvinden door het afschermen van de omgeving met behulp van waterschermen. Dit betekent dat er voldoende bluswatervoorzieningen aanwezig dienen te zijn. De brandweer zal zich daarnaast richten op het redden van mensen, het ontruimen van het gebied en het blussen van secundaire branden. - Inrichting van het gebied om bestrijding faciliteren Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van belang. Naast het tijdig aanwezig zijn met voldoende materiaal bij de bron is tevens de bereikbaarheid van de ontwikkellocatie cruciaal in het kader van eventuele secundaire branden. De brandweer kan snel via de Balkerweg (en de Witharenweg) de ontwikkellocatie bereiken. De inschatting is dat de brandweer binnen 15 minuten aanwezig kan zijn. In de Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid zijn normen voor maximale opkomsttijden gesteld. Bij de Veiligheidsregio dient advies te worden ingewonnen of de bereikbaarheid en daarmee de opkomsttijden voldoende zijn gewaarborgd. Voor de bestrijding is bluswater ook van belang, zowel ter plaatse van de bron als bij de ontwikkellocatie. Hier gaat het om een beoordeling van de feitelijk aanwezige bluswatercapaciteit, zowel primair (brandkranen), secundair (geboorde putten en open water) en tertiair bluswater (aanvullende bluswatervoorzieningen).
Daarbij wordt beschouwd of dit overeenkomt met de benodigde bluswatercapaciteit in het geval van een calamiteit. Op dit punt dient de Veiligheidsregio om advies te worden gevraagd. 2 Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. Door het waarschuwings- en alarmeringssysteem (Was-sirenes) en NL-Alert kunnen de aanwezigen in het gebied gealarmeerd worden. Voor aanwezigen in het invloedsgebied, wordt geadviseerd om het gebied te ontvluchten. Wanneer sprake is van brandoverslag naar de gebouwen van het plangebied wordt geadviseerd het gebouw te ontvluchten van de bron af. De woningen zijn niet expliciet bedoeld voor minder zelfredzame personen. Advies Veiligheidsregio IJsselland Op 9 maart 2020 heeft de Veiligheidsregio advies uitgebracht over de vestiging van 11 woningen aan de Tolhuisweg in Witharen.
Ten aanzien van de aspecten zelfredzaamheid, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid wordt het volgende geadviseerd: de woningen te laten voorzien van een vluchtroute die van de hogedruk aardgasleidingen af is gericht; voor het bestrijden van secundaire branden te laten zorgen voor voldoende bluswater in de vorm van een geboorde put met een minimale capaciteit van 90m³/uur. De locatie hiervan dient bij de verdere uitwerking van het plan in overleg met de veiligheidsregio bepaald te worden; de toekomstige bewoners te laten informeren over de risico’s die zij lopen en wat zij bij een incident zelf kunnen doen.
34
De initiatiefnemer zal bij de verdere uitwerking van het plan rekening houden met het gestelde advies. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.8
Water Rijksbeleid – Het Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld. Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater. Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement. Nederlanders leven waterbewust. Het kabinet zet de veranderingen in het waterveiligheidsbeleid voort en zal hiertoe een wetsvoorstel met nieuwe normen voor de primaire keringen voorbereiden. Nieuwe normen zijn nodig, omdat de huidige eisen aan primaire keringen grotendeels uit de jaren zestig van de vorige eeuw dateren. Sindsdien zijn het aantal mensen en de economische waarde achter de dijken toegenomen. Ook is nieuwe kennis beschikbaar gekomen over de werking van de keringen en de gevolgen van overstromingen. De doelen op het gebied van waterveiligheid zijn omgerekend naar normspecificaties voor de keringen.
Deze zijn niet meer gebaseerd op dijkringen, maar op dijktrajecten. Elk dijktraject krijgt een norm-specificatie die past bij de gevolgen in dat specifieke gebied. De normspecificaties zijn ingedeeld in zes klassen, waarbij de overstromingskans varieert van 1/300 per jaar tot 1/100.000 per jaar. Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven. Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit.
35
Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van de wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. Waterschap Drents Overijsselse Delta - Waterbeheerplan 2016 - 2021 Waterschappen hebben een speciale verantwoordelijkheid voor het water. Wettelijk vastgelegde taken zijn onder andere: een goede bescherming tegen hoogwater: Overstromingen, wateroverlast of droogte voorkomen of beperken; een goed functionerend regionaal watersysteem: Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het water in de volle breedte; het zuiveren van afvalwater: In het Waterbeheerplan wordt beschreven hoe het waterschap deze taken wil uitvoeren in de periode 2016-2021. Ook worden in het plan de benodigde maatregelen voorgesteld. Het waterbeheerplan geeft vooral de koers aan voor de komende jaren. Toetsing Tweede fase dorpsuitbreiding Witharen Voor de tweede fase van de dorpsuitbreiding van Witharen is de digitale watertoets doorlopen. Daaruit volgt dat het plan onder de normale procedure valt en dat waterschap Drents Overijsselse Delta een uitgangspuntennotitie toestuurt.
Uit de uitgangs7 puntennotitie volgt dat het plangebied in het stroomgebied Stouwe ligt. Rond het plangebied liggen geen primaire of secundaire watergangen die in het beheer van het waterschap zijn. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP +4,3 m. Dit peil is de instelhoogte van het kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte. De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP +5,7 m. De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit zandgronden. Er kunnen, door de aanwezigheid van slecht doorlatende kleilagen, schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen. De maximale grondwaterstand ligt op circa 120 cm onder het maaiveld. Voor het toekomstige watersysteem wordt rekening gehouden met de toegestuurde uitgangspunten. Daarbij geldt dat het regenwater in de bodem middels wadi's of infiltratievoorzieningen wordt geïnfiltreerd. Dit zal voor wat betreft de woningen op eigen grond worden geregeld en voor de infra in de bermen of met infiltratie kratten onder de weg of onder groenstroken. De DWA al worden aangesloten op de bestaande drukriolering, hierover is overleg geweest met de gemeente Ommen. In het kader van het uitvoeringsontwerp zal het watersysteem verder op detailniveau worden uitgewerkt.
Witharenweg 27 Ter plaatse van de Witharenweg 27 wordt voorzien in de herbestemming van een agrarische functie naar wonen. De bestaande bedrijfswoning wordt ter plaatse omgezet naar een ‘reguliere’ burgerwoning. Een groot deel van de aanwezige voormalige bedrijfsbebouwing zal daarnaast gesloopt worden. Het verhard oppervlak zal ter
7
Drents Overijsselse Delta (2019). Uitgangspuntennotitie Tolhuisweg Balkerweg. 20 augustus 2019. 36
plaatse dan ook afnemen, hetgeen de mogelijkheden voor hemelwaterinfiltratie via de natuurlijke weg vergroot. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.9
Natuur Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Toetsing Tweede fase dorpsuitbreiding Witharen Ten behoeve van de tweede fase van de dorpsuitbreiding van Witharen is een quick 8 scan natuur uitgevoerd. Uit dit onderzoek volgt dat het plangebied vermoedelijk behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, amfibieën-, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en/of voortplantingsplaats. Voor de beschermde grondgebonden zoogdiersoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden en verwonden’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling.
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, wordt er geen essentieel foerageergebied van beschermde diersoorten aangetast. Het plangebied ligt op enige afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000 behoren. Vanwege de ligging buiten beschermd (natuur)gebied en de lokale invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten, hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op (beschermd) natuurgebied. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de ligging buiten beschermd natuurgebied en de lokale invloedsfeer, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Overijssel vormen geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteiten.
8
Natuurbank Overijssel (2020). Quickscan natuurwaardenonderzoek Tolhuisweg (ongenummerd) te Witharen. In het kader van de Wet natuurbescherming. 14 september 2020. 37
Witharenweg 27 Ten behoeve van de Rood voor Rood-ontwikkeling van de Witharenweg 27 is een 9 quick scan natuur uitgevoerd. Uit dit onderzoek volgt dat het plangebied vermoedelijk behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, amfibieën-, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en/of voortplantingsplaats en nestelen er vogels in de bebouwing. In het plangebied nestelen alleen vogelsoorten waarvan uitsluitend het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. De klimop mag alleen gerooid worden buiten de voortplantingsperiode van vogels of uit een broedvogelscan moet blijken dat er geen bezette vogelnesten in de klimop aanwezig zijn. Voor de beschermde grondgebonden zoogdiersoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden en verwonden’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling.
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, wordt geen essentieel foerageergebied van beschermde dieren aangetast. Het plangebied ligt op enige afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000 behoren. Vanwege de ligging buiten beschermd (natuur)gebied en de lokale invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten, hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op (beschermd) natuurgebied. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Mits bezette vogelnesten beschermd worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de ligging buiten beschermd natuurgebied en de lokale invloedsfeer, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Overijssel vormen geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect natuur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.10
Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden
9
Natuurbank Overijssel (2019). Quickscan natuurwaardenonderzoek Witharenweg 27 te Witharen. In het kader van de Wet natuurbescherming. 5 augustus 2019. 38
moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing Tweede fase dorpsuitbreiding Witharen Ter plaatse van het plangebied is door Hamaland Advies een archeologisch bureau10 en verkennend booronderzoek uitgevoerd . Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een matige trefkans heeft op archeologische resten van het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Met uitzondering van de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen toen het gebied natter was en een lage trefkans heeft. Uit het verkennend bodemonderzoek is gebleken dat de bodem tot in de top van het dekzand verstoord is. Het onderzoek heeft geen archeologische indicatoren opgeleverd. Witharenweg 27 Ter plaatse van de Witharenweg 27 worden geen ingrepen gedaan in de bodem. De kans op eventuele aantasting van archeologische waarden is hiermee uitgesloten. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.11
Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Toetsing Tweede fase dorpsuitbreiding Witharen Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart Overijssel, in het plangebied zelf geen rijks- c.q. gemeentelijke monumenten. Nabij het plangebied, aan de Balkerweg 60, zijn een drietal gebouwen van het vroegere Tolhuis aangewezen als rijksmonument. Belangrijke keuze in de stedenbouwkundige opzet voor dit plan is om de rijksmonumenten in de vrije setting te respecteren. De grens tussen het bestaande perceel Balkerweg 60, het Tolhuis, en het plangebied aan de oostzijde zal worden voorzien van een struweelhaag en een groene erfafscheiding, zodat de afscherming met het Tolhuis gewaarborgd blijft. Tot slot geldt ook dat de woningbouwontwikkeling rekening houdt met de ter plaatse aanwezige kenmerken en naar aard en omvang aansluit bij de karakteristieken van Witharen.
10
Hamaland Advies (2019). Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek archeologie. Plangebied Tolhuisweg 1 t/m 9, 2e fase te Witharen, gemeente Ommen. Projectnummer: 192371. 24 juli 2019. 39
Witharenweg 27 In de omgeving van dit deel van het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. De instandhouding van de cultuurhistorische waarde van dergelijke bebouwing staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. Ook de te slopen bebouwing kennen geen monumentale en/of cultuurhistorische waarde. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.12
Verkeer en parkeren Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid die wordt gegenereerd bij 11 een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Tweede fase dorpsuitbreiding Witharen Onderhavige ontwikkeling richt zich op het bouwen van 11 woningen. Gelet op het feit dat het plangebied binnen de bebouwde kern van Witharen ligt, wordt gesteld dat de kencijfers voor ‘rest bebouwde kern’ aangehouden kunnen worden. De gemeente Ommen wordt conform CBS-gegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een ‘niet stedelijk gebied’. Voor de ontwikkeling van 11 woningen, bestaande uit drie vrijstaande woningen, twee twee-onder-één-kapwoningen en vier rijwoningen, volgt uit deze kencijfers dat er maximaal 90 extra verkeersbewegingen per etmaal ontstaan. De doodlopende Tolhuisweg wordt richting onderhavig plangebied doorgetrokken. De extra verkeersbewegingen kunnen opgenomen worden in het verkeersbeeld. Woningtype
Aantal Kencijfer (maximaal) Verkeersgeneratie
Vrijstaand
3
8,6
3 x 8,6 = 25,8
Twee-onder-één-kap 4
8,2
4 x 8,2 = 32,8
Rij
4
7,8
4 x 7,8 = 31,2
Totaal
11
n.v.t.
89,8
Witharenweg 27 De ontwikkeling aan de Witharenweg 27 voorziet in het beëindigen van een agrarische bedrijfsvoering ter plaatse. Enkel de reeds aanwezige woning en één kapschuur worden behouden. Hiermee mag worden aangenomen dat de verkeersbewegingen afnemen en dat dit aspect daarmee positief wordt beïnvloed door onderhavige ontwikkeling.
11
CROW, publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren. 40
Parkeren De gemeente Ommen heeft beleidsregels ten aanzien van parkeren vastgesteld in de vorm van ‘Facetherziening parkeren Ommen’. Hierin is vastgelegd dat voor ruimtelijke ontwikkelingen middels herziening van het bestemmingsplan aan de hand van de Parkeernormennota Ommen inzichtelijk wordt gemaakt hoeveel parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. Tweede fase dorpsuitbreiding Witharen Volgens de parkeernormennota worden de minimale CROW normen (publicatie 317, 2012) gehanteerd. De gehele gemeente Ommen wordt daarbij als een weinig stedelijk gebied gezien. Tevens volgt uit het beleid dat de normen behorende bij ‘rest bebouwde kom’ aangehouden kunnen worden. Voor de ontwikkeling van drie vrijstaande woningen, vier twee-onder-één-kapwoningen en vier rijwoningen, volgt uit deze kencijfers dat er 20 parkeerplaatsen nodig zijn. In deze behoefte zal worden voldaan. Woningtype
Aantal Parkeernorm
Parkeerbehoefte
Vrijstaand
3
1,9
3 x 1,9 = 5,7
Twee-onder-één-kap 4
1,8
4 x 1,8 = 7,2
Rij
4
1,6
4 x 1,6 = 6,4
Totaal
11
n.v.t.
19,3
Daarbij komt dat in de regels behorende bij onderhavig bestemmingsplan een parkeerregeling is opgenomen. Dit betekent dat bij de omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst zal worden of het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Daarmee wordt gesteld dat het aspect ‘parkeren’ voldoende in dit plan is gewaarborgd. Witharenweg 27 De ontwikkeling aan de Witharenweg 27 voorziet in het beëindigen van een agrarische bedrijfsvoering ter plaatse. Enkel de reeds aanwezige woning en één kapschuur worden behouden. Hiermee mag worden aangenomen dat het aandeel benodigde parkeerplaatsen afneemt. Daarbij komt dat er voldoende ruimte op eigen terrein aanwezig is om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
41
5
Wijze van bestemmen
5.1
Algemeen
5.1.1
Wat is een bestemmingsplan Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1 de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2 de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (bouwvergunning) en regels voor het verrichten van ‘werken’ (aanlegvergunning). Een bestemmingsplan regelt derhalve: het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.
Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid.
5.1.2
Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in het bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1 Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen.
42
2 Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 5.1.3
Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2 Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen ontheffingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel een aanlegvergunningstelsel en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3 Algemene regels.
In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. In dit plan is een anti-dubbeltelregel opgenomen. 4 Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
5.2
Dit bestemmingsplan
5.2.1
Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het be-
43
stemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 5.2.2
Bijzonderheden in dit bestemmingsplan De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hiervoor is beschreven. Agrarisch De gronden van het ‘wegbestemde’ agrarische bouwvlak van het adres Witharenweg 27 heeft de bestemming ‘Agrarisch’ toegekend gekregen. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor grondgebonden veehouderij en akkeren vollegrondstuinbouw, hobbymatig agrarisch gebruik, kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen en natuurontwikkeling, alsmede bijbehorende voorzieningen. Op deze gronden mogen enkel erf- en terreinafscheidingen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 1 meter voor de voorgevelrooilijn en 2 meter op overige plaatsen. Wonen De voormalige bedrijfswoning en te behouden kapschuur aan de Witharenweg 27 zijn bestemd als ‘Wonen’. Deze gronden zijn bestemd voor wonen, aan-huis-gebonden beroepen, kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, bed & breakfast en bijbehorende voorzieningen. De woningen (inclusief aan- en uitbouwen), maximaal één per bestemmingsvlak, dienen binnen het bouwvlak te worden opgericht, met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5 en 10 meter. Bijgebouwen en overkappingen mogen maximaal 4,5 meter goothoogte en 9 meter bouwhoogte behelzen. 2 Daarbij geldt een maximum oppervlak van 350 m voor bijgebouwen.
Ten slotte geldt voor erf- of terreinafscheidingen een maximale bouwhoogte van 1 meter voor de voorgevelrooilijn en 2 meter op overige plaatsen en mogen overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 3 meter hoog zijn. Woongebied De voor ‘Woongebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het op de verbeelding aangegeven aantal woningen, aan-huis-gebonden beroepen en bijbehorende voorzieningen. De hoofdgebouwen mogen de rooilijn niet overschrijden en mogen uitsluitend worden opgericht in de vorm van vrijstaande, twee-aan-een-gebouwde en aaneengebouwde woningen. Aaneengebouwde woningen zijn daarentegen niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘aaneengebouwd uitgesloten’. De hoofdgebouwen (woningen) mogen de rooilijn (10 meter vanaf de wegas) niet overschrijden. De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 3 en 9 meter. Voor maximaal 30% van de totale gootlijn van vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen geldt dat de goothoogte maximaal 4,5 meter mag bedragen. Voor aaneengebouwde woningen geldt dit voor maximaal 50% van de totale gootlijn. Voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen geldt dat de goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan respectievelijk 3 en 6 meter. Tot slot zijn bouwregels opgenomen voor nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
44
Waarde - Agrarisch gebied met landschappelijke openheid (dubbelbestemming) De gronden ter plaatse van de bestemming ‘Agrarisch’ zijn mede bestemd met de dubbelbestemming ‘Waarde - Agrarisch gebied met landschappelijke openheid’. Deze dubbelbestemming is bestemd voor: de in dit gebied voorkomende landschappelijke waarden in de vorm van grootschalige openheid, een rationeel verkavelings- en wegenpatroon en verspreid liggende boscomplexen in onderlinge samenhang en verhouding; de in dit gebied voorkomende cultuurhistorisch waardevolle elementen in de vorm van: 1 monumenten en karakteristieke boerderijvormen; 2 archeologisch waardevolle gebieden; 3 toekomstige robuuste verbindingszones. 5.2.3
Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht. Noemenswaardig is nog wel de regeling ten aanzien van parkeren en het grondwaterbeschermingsgebied. Parkeren In de overige regels is een parkeerregeling opgenomen. Deze regeling houdt in dat een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor het afwijking van het bestemmingsplan slechts wordt verleend indien voldoende parkeergelegenheid is gerealiseerd, conform de Parkeernormennota van de gemeente Ommen. Hier kan onder voorwaarden van worden afgeweken. Grondwaterbeschermingsgebied In de algemene aanduidingsregels is voor de gronden van de beoogde dorpsuitbreiding de aanduiding ‘milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' opgenomen. Deze regeling regelt dat de gronden mede beschermd zijn voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de kwaliteit van het grondwaterbeschermingsgebied.
45
6 6.1
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door het bestemmingsplan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De gemeente en de initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten waarin de rechten en plichten van zowel de ontwikkelaar als de gemeente zijn aangegeven, alsmede de definitieve regeling van kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking, het opstellen van een exploitatieplan is daarom overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Overleg en inspraak Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van het bestemmingsplan. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. De provincie Overijssel en het Waterschap Drents Overijsselse Delta hebben positief gereageerd op het bestemmingsplan.
6.2.2
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 22 oktober 2020 tot en met 2 december 2020 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
46