CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Toelichting

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente OmmenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Woningbouw Tolhuisweg fase 2, Witharen'14.974 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan | Toelichting

Woningbouw Tolhuisweg fase 2, Witharen Gemeente Ommen

Datum: 28 januari 2021 Projectnummer: 150387 ID: NL.IMRO.0175.klkernen2012bp0009-vg01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 4 5 6

2

Planbeschrijving

7

2.1 2.2

Huidige situatie Toekomstige situatie

7 10

3

Beleidskader

15

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

15 16 21

4

Milieu- en omgevingsaspecten

24

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Milieueffectrapportage Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Water Natuur Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren

24 24 25 26 27 29 31 35 37 38 39 40

5

Wijze van bestemmen

42

5.1 5.2

Algemeen Dit bestemmingsplan

42 43

6

Uitvoerbaarheid

46

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

46 46

Bijlagen         

Bijlage 1: Locatieonderzoek Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek dorpsuitbreiding Witharen Bijlage 3: Bureauonderzoek bodem Witharenweg 27 Bijlage 4: Fijnstofberekening Bijlage 5: Geurgebiedsvisie Bijlage 6: Uitgangspuntennotitie watertoets Bijlage 7: Quick scan natuur dorpsuitbreiding Witharen Bijlage 8: Quick scan natuur Witharenweg 27 Bijlage 9: Archeologisch onderzoek

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Voorliggend plan voorziet in de tweede fase van de woningbouwontwikkeling aan de Tolhuisweg aan de noordwestzijde van buurtschap Witharen (gemeente Ommen). Nu fase 1 bijna is uitgegeven en gebouwd, is er vanuit Plaatselijk Belang Witharen het verzoek gekomen om een vervolg op te zetten voor de woningbouw in Witharen. Net zoals in fase 1 is de doelstelling voor de tweede fase van de dorpsuitbreiding te bouwen voor jongeren en starters, maar ook voor senioren die kleiner willen bouwen. Er is op dit moment al voldoende vraag om een vervolg op fase 1 te gaan realiseren, waarbij de vraag ook past binnen de doelgroepen. Het voornemen bestaat om maximaal 11 grondgebonden woningen ter realiseren verdeeld over 3 vrijstaande woningen, 4 twee-onder-één-kapwoningen en 4 geschakelde rijwoningen. Deze woningen zullen dezelfde hoge kwaliteit uitstalen als de woningen die in fase 1 gerealiseerd zijn. Met deze tweede fase van de dorpsuitbreiding wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de leefbaarheid en toekomst van Witharen. Momenteel bestaat het plangebied uit onbebouwde agrarische gronden. In het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Ommen” is het realiseren van woningbouw ter plaatse niet mogelijk. De locatie heeft namelijk de bestemming “Agrarische doeleinden” waarbinnen de woonfunctie niet is toegestaan.

Naast de beoogde woningbouwontwikkeling aan de Tolhuisweg maakt ook het perceel Witharenweg 27 te Witharen deel uit van voorliggend plan. Dit adres was tot voor kort in gebruik als intensieve veehouderij, maar heeft inmiddels haar bedrijfsactiviteiten ter plaatse beëindigd. Het voornemen bestaat om toepassing te geven aan de zogenoemde “Rood voor Rood regeling” door een groot deel van de bebouwing ter plaatse te slopen en de bestaande bedrijfswoning om te zetten naar een reguliere burgerwoning. Vanwege een nabijgelegen toekomstbestendige veehouderij is het ter plaatse niet mogelijk en ook niet wenselijk de compensatiewoningen te realiseren. De bestaande veehouderij laat het vanuit milieukundig oogpunt niet toe om aan de Witharenweg 27 woningen te realiseren. Bovendien zouden nieuwe woningen het bedrijf beperken richting de toekomst. Daarom is een combinatie gezocht met de dorpsuitbreiding aan de Tolhuisweg, waar dan de compensatiewoningen zullen worden gerealiseerd. Zo wordt én het beëindigde agrarische bedrijf gesaneerd én een bijdrage geleverd aan het realiseren van aanwezige woonwensen in Witharen. Om realisatie van de beoogde dorpsuitbreiding en de Rood voor Rood-ontwikkeling van de Witharenweg 27 mogelijk te maken dient daarom een nieuw bestemmingsplan te worden vastgesteld. Voorliggend document voorzien daarin.

3

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bestaat uit een tweetal plandelen, namelijk een woningbouwlocatie ter uitbreiding van Witharen en het adres Witharenweg 27. Navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en begrenzing van de twee plandelen. De twee plandelen tezamen vormen het plangebied van dit plan. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.

Globale ligging van de twee plandelen (rode stippen) bron:pdokviewer.pdok.nl

Globale begrenzing plandelen bestemmingsplan (rode kaders) bron: pdokviewer.pdok.nl

4

1.3

Vigerend bestemmingsplan Voor beide plandelen geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Ommen’, zoals vastgesteld op 18 februari 2010 door de gemeenteraad van Ommen. In dit plan geldt ter plaatse van de woningbouwontwikkeling de enkelbestemming ‘Agrarische doeleinden’. Voor de locatie Witharenweg 27 geldt de enkelbestemming ‘Agrarische doeleinden intensieve veehouderij’, met nadere aanduidingen ‘bouwvlak’ en ‘aantal bedrijfswoningen - 2’.

Vigerend bestemmingsplan met locatie woningbouw (rood kader) bron: RBOI

Vigerend bestemmingsplan met locatie Witharenweg 27 (rood kader) bron: RBOI

5

De enkelbestemming ‘Agrarische doeleinden’ is bestemd voor grondgebonden veehouderij en akker- en vollegrondtuinbouw, alsmede bijbehorende voorzieningen. Inclusief subbestemming ‘intensieve veehouderij’, zoals het geval bij de locatie Witharenweg 27, zijn de gronden uitsluitend bestemd voor deze functie. Ter plaatse van de aanduiding (2) zijn twee bedrijfswoningen toegestaan. De beoogde tweede fase van de dorpsuitbreiding van Witharen past niet binnen de geldende gebruiks- en bouwregels van het geldende bestemmingsplan. Het initiatief voorziet immers is een woonfunctie in plaats van een agrarische functie op een locatie zonder bouwvlak. Ook de beoogde Rood voor Rood-ontwikkeling van de Witharenweg 27 is niet mogelijk binnen de geldende gebruiksregels. Een reguliere burgerwoning past namelijk niet binnen de geldende agrarische bestemming. Een nieuw bestemmingsplan is noodzakelijk om de ontwikkelingen mogelijk te maken. Voorliggend document voorziet hierin.

1.4

Leeswijzer Dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst. Hoofdstuk 4 omvat de toetsing aan de planologische haalbaarheidsaspecten en milieuaspecten. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw van de planregels (hoofdstuk 5) en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (hoofdstuk 6).

6

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

2.1.1

Witharen Witharen ontstaat op een dekzandrug te midden van het veen. Rond 1800 bevinden zich al enkele huizen langs de Balkerweg, de verbindingsweg tussen Ommen en e Balkbrug. Daarnaast is er een boerderij, ‘de Withaar’. In de 19 eeuw wordt rondom Ommerschans gestart met het grootschalig ontginnen van het veen. Het veen wordt e steeds verder in zuidelijke richting ontgonnen totdat men eind 19 eeuw op de dekzandrug bij Witharen stuit. De groei van de kern is nihil totdat er omstreeks 1985 een kleinschalige planmatige uitbreiding plaatsvindt aan de Tolhuisweg, westelijk van de Balkerweg. Enkele jaren geleden is gestart met een kleinschalige uitbreiding aan de noordzijde van de Tolhuisweg. Aan de Balkerweg staat het monumentale tolhuis, Tolhekke. Dit tolhuis met het witte tolhek is in 1856 gebouwd. De Ommerschans ten noorden van Witharen was de eerste veenkolonie, de Maatschappij van Weldadigheid, waar verplicht mensen (o.a. bedelaars) te werk gesteld werden. Als tegenprestatie moet de Maatschappij een kanaal aanleggen. Toen dat niet lukte, omdat zij op de dekzandrug stuitten verplichtte de stad Ommen de Maatschappij om de weg de Ommerdijk (nu Balkerweg) te verbeteren. Vervolgens moest de Stad Ommen de weg onderhouden en ging daarvoor tol heffen. Daarvoor is het tolhuis gebouwd. Het tolhuis met het markante witte hek is dan ook van grote cultuurhistorische waarde in Witharen.

Witharen maakt onderdeel uit van het jong heide- en broekontginningslandschap. Dit landschapstype gekenmerkt zich door dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Dit is ook goed zichtbaar in de ruimtelijke structuur. De Balkerweg is de doorgaande weg met haaks daarop een aantal ontginningslinten. Witharen zelf maakt geen deel uit van de ontginningslinten.

Schematische weergave van Witharen in het landschap (bron: SAB)

7

Aan de ontginningslinten liggen verspreid erven in het open landschap. De bebouwing in Witharen concentreert zich rond de Balkerweg. Aan de oostzijde bevindt zich alleen eerstelijns lintbebouwing. Direct daarachter bevindt zich het waterwingebied en pompstation van Vitens. Aan de zuidzijde markeert de bosrand (natuurgebied) het einde van de kern. Aan de noordzijde ligt de kleine dorpsschool met aangrenzend sportveld. Aan de westzijde van de Balkerweg staan twee opvallende gebouwen in de eerste lijn. Dit zijn het Tolhuis en het verenigingsgebouw de Irene. In de jaren ‘80 is hieromheen een kleine uitbreiding gerealiseerd. Deze bebouwing is georiënteerd op de Tolhuisweg en staat aan de westzijde met de achterzijde naar het landschap. Aan de noordzijde stond de bebouwing met de voorzijde naar het landschap. Recent is er een nieuwe dorpsuitbreiding gerealiseerd vanaf de Tolhuisweg die aansluit op de eerdere dorpsuitbreiding uit de jaren ‘80. 2.1.2

Tweede fase dorpsuitbreiding Het plandeel van de beoogde tweede fase voor de dorpsuitbreiding van Witharen ligt aan de rand van het buurtschap. De ontwikkeling voorziet in noordelijke richting in een verdere uitbreiding van de recente nieuwe dorpsuitbreiding aan de Tolhuisweg. Deze eerste fase is momenteel in aanbouw en bestaat uit 9 woningen, variërend in tweeonder-één-kap- en vrijstaande woningen. De onderstaande afbeelding bevat een impressie van deze eerste fase.

Impressie huidige situatie eerste fase dorpsuitbreiding met doorzicht naar het plandeel van de tweede fase (bron: Output Projecten B.V.)

Het plangebied voor de tweede fase van de dorpsuitbreiding bestaat in de huidige situatie uit agrarisch grasland. Er is geen bebouwing of opgaande beplanting aanwezig in het plangebied. De nieuwe fase van de dorpsuitbreiding wordt aan de oostzijde begrensd door het perceel Balkerweg 60, waar het cultuurhistorisch waardevolle Tolhuis is gevestigd. Het plangebied voor de tweede fase van de dorpsuitbreiding wordt aan

8

de west- en noordzijde omgeven door agrarische gronden. De navolgende afbeelding geeft deze situatie weer.

Impressie huidige situatie plandeel van de tweede fase van de dorpsuitbreiding en directe omgeving, gezien vanuit noordoostelijke richting (bron: Output Projecten B.V.)

2.1.3

Witharenweg 27 Het tweede plandeel, welke deel uitmaakt van het plangebied, is gesitueerd aan de Witharenweg 27, buiten de bebouwde kom van Witharen. Ter plaatse is momenteel een intensieve veehouderij gevestigd, die inmiddels haar bedrijfsactiviteiten ter plaatse heeft beëindigd. De functionele structuur van de omgeving van de locatie bestaat voornamelijk uit agrarische (cultuur)gronden, agrarische erven en/of veehouderijen. Een impressie van de huidige situatie op deze locatie wordt weergegeven op navolgende afbeelding. Op het perceel staan momenteel zes gebouwen, te weten één bedrijfswoning en vier bedrijfsgebouwen/schuren. Het overige deel van het plangebied is ingericht als agrarische cultuurgrond c.q. grasland, dan wel tuin.

Impressie huidige situatie locatie Witharenweg 27 (bron: Google Maps)

9

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Toekomstvisie 2020-2025 Witharen Het Plaatselijk Belang Witharen heeft een toekomstvisie opgesteld voor de kern Witharen voor de periode 2020-2025. De visie bestaat uit een drietal pijlers, namelijk leefbaarheid en woningbouw, energietransitie en sportaccommodatie. Voor de pijler leefbaarheid en woningbouw is een woonenquête uitgevoerd onder de inwoners van de kern Witharen. Uit deze enquête is naar voren gekomen dat 8 jongeren uit Witharen geïnteresseerd waren voor het realiseren van een nieuwbouwwoning in de periode 2015-2020. Ook voor de periode 2020-2025 zijn 8 geïnteresseerden. Daarnaast zijn er ook 5 geïnteresseerden buiten de enquête om die of uit Witharen komen of terugkomers zijn. De geïnteresseerden kennen een brede woonwens, waardoor kavels in alle woningbouwcategorieën van waarde zijn. Naast de woonwensen die in Witharen leven, heeft het Plaatselijk Belang Witharen in haar toekomstvisie ook aandacht besteed ten aanzien van agrarische bedrijven. Het Plaatselijk Belang ziet gevaar van verpaupering van het buitengebied als gevolg van het feit dat agrarische bedrijven het moeilijk hebben en soms stoppen. Om negatieve effecten tegen te gaan is het Plaatselijk Belang voorstander van de toepassing van de regeling van ‘Rood-voor-Rood’.

Enerzijds om leegstandproblemen op te lossen en anderzijds om mogelijkheden te creëren om de aanwezige woonwensen in Witharen te kunnen vervullen. Dit met het uiteindelijk doel om de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Witharen ook richting de toekomst te kunnen blijven waarborgen. In de praktijk is gebleken dat niet alle (voormalige) agrarische bedrijfslocaties geschikt zijn om woningen in het kader van de ‘Rood-voor-Rood’-regeling op het (voormalige) agrarische bedrijfsperceel te realiseren. Dit komt bijvoorbeeld vanwege omliggende milieuhindercontouren van andere (agrarische) bedrijven, waardoor het niet altijd mogelijk is om nieuwe woningen te realiseren. Het Plaatselijk Belang vindt het daarom van belang om alternatieve locaties voor nieuwbouw voor handen te hebben en zien daarbij de mogelijkheid om een “win-win” situatie te realiseren en deze woningen te bouwen aansluitend op de nu in uitvoering zijnde woningbouwlocatie aan de Tolhuisweg. Al met al geeft het Plaatselijk Belang Witharen aan de voorkeur te hebben om, aansluitend bij de woonwensen die voortkomen uit de woonenquête, diverse typen woningen (geschakelde (rij), twee-onder-één-kap- én vrijstaande woningen) aan de woningvoorraad van Witharen toe te voegen. Deze diversiteit wordt ook noodzakelijk geacht om het woningaanbod in Witharen niet te eenzijdig te houden door enkel vrijstaand aanbod te hebben.

Daarbij komt dat door woningbouw ook de wens voor instandhouding van de sportaccommodatie nader onderbouwd kan worden. De voorkeur wordt uitgesproken om voor de periode 2020-2025 in te zetten op een vervolg op de huidige woningbouwontwikkeling aan de Tolhuisweg.

10

2.2.2

Locatieonderzoek woningbouw Tolhuisweg, fase 2 Naar aanleiding van de toekomstvisie 2020-2025 is geconstateerd dat een aantal startende jongeren graag in Witharen wil blijven wonen. Daarnaast zijn er ook diverse jongeren die graag terug willen keren naar Witharen. Op basis van de positieve resultaten van de ontwikkeling van de woningbouw aan de Tolhuisweg (fase 1) en de aangetoonde vraag vanuit de lokale bevolking is de initiatiefnemer voornemens nogmaals een aantal woningen te realiseren op de gronden ten noorden van fase 1. De belangstelling voor een volgende fase is aangetoond op basis van de aanmeldingen in de uitgevoerde woonenquête. Eén van de voorwaarden van de gemeente Ommen en de provincie Overijssel om medewerking te verlenen aan onderhavige woningbouwont1 wikkeling is het opstellen van een locatieonderzoek. Dit onderzoek is door SAB uitgevoerd. Op basis van een ruimtelijke analyse en een analyse van het provinciale en gemeentelijke beleid komt naar voren dat een kleinschalige dorpsuitbreiding van Witharen mogelijk is, mits deze goed landschappelijk wordt ingepast en aan enkele voorwaarden wordt voldaan. Door de ligging van het Natuur Netwerk Nederland ten zuidwesten van de kern is een dorpsuitbreiding aan die zijde uitgesloten. Een uitbreiding in oostelijke richting is uitgesloten vanwege de aanwezigheid van het pompstation van Vitens.

Direct aansluitend op de kern is eigenlijk alleen uitbreiding in noordelijke richting mogelijk. Uit de ruimtelijke structuur blijkt dat aan de oostzijde de eerste lijnsbebouwing in tact is. Bovendien ligt hier de school met aangrenzend sportveld, belangrijke voorzieningen voor de leefbaarheid van de kern. Een uitbreiding die voortborduurt op de eerdere uitbreidingen aan de westzijde van de Balkerweg ligt dan ook het meest voor de hand. Daarbij gelden een aantal uitgangspunten:  Respecteer de vrije ligging van ontginningslinten met erven in het landschap.  Houd rekening met de cultuurhistorische waarde van het Tolhuis.  Zorg voor een goede landschappelijke inpassing van nieuwe woningen, zodat de uitbreiding Witharen als buurtschap in het landschap versterkt. Uit dit onderzoek volgen twee denkrichtingen om tot een goede ruimtelijke inpassing van de woningbouwontwikkeling te komen. In de navolgende paragraaf wordt de gekozen denkrichting nader toegelicht.

2.2.3

Woningbouwlocatie De beoogde woningbouw aan de Tolhuisweg borduurt voort op fase 1. De woningen zijn beoogd achter het Tolhuis in de tweede lijn. Hierdoor blijft zicht op het Tolhuis behouden. Om te voorkomen dat de achterzijdes van de woningen in het zicht van de Balkerweg liggen, is het van belang om de westgrens van de kavel van het Tolhuis met een hoge struweelhaag te omzomen. De uitbreiding krijgt aan de west- en noordzijde wordt beëindigd middels een lage landschappelijke haag (bijvoorbeeld meidoorn of sleedoorn) waarin de bestaande bomen worden ingepast. Hiermee wordt voortgeborduurd op de aanwezige losse bomen, die de westelijke erfgrens markeren, aangevuld met de lage landschappelijke

1

SAB (2019). Locatieonderzoek, dorpsuitbreiding Witharen, Tolhuisweg fase 2. Projectnummer 150387. 12 september 2019. 11

haag. De bebouwing aan de landschapszijde heeft een los karakter (vrijstaande woningen) met veel ruimte voor doorzichten naar het achterliggende landschap. De twee-onder-een-kapwoningen en rijwoningen zijn beoogd direct achter het Tolhuis. Deze woningbouwontwikkeling betekent dat er een nieuwe dorpsrand ontstaat. Onderstaande afbeelding geeft het hiervoor beschreven initiatief weer, waarbij onderhavig plan wordt weergegeven door het gele deel (fase 2).

Impressie toekomstige situatie, met aanduiding fase 1, fase 2 en de bestaande bebouwing (bron: SAB)

12

De initiatiefnemer heeft op basis van de resultaten van het locatieonderzoek een eerste verdere uitwerking van het woningbouwplan gedaan. De uitwerking bestaat uit 11 wooneenheden, waarvan drie vrijstaande woningen, vier twee-onder-éénkapwoningen en vier rijwoningen (zie navolgende afbeelding).

Impressie nadere uitwerking toekomstige situatie, met aanduiding fase 1, fase 2 en de bestaande bebouwing (bron: Output Projecten B.V.)

2.2.4

Witharenweg 27 Het gevestigde veehouderijbedrijf op het adres Witharenweg 27 heeft haar bedrijfsactiviteiten ter plaatse beëindigd. Met gebruikmaking van de regeling ‘Rood voor Rood gemeente Ommen’ wil men de bedrijfsgebouwen saneren. In de genoemde regeling wordt aangegeven dat er een bouwkavel voor de realisatie van een woning wordt toe2 gekend per 850 m gesaneerde bedrijfsbebouwing. In totaal worden er vier van de zes 2 gebouwen gesloopt, wat neerkomt op een afname van 1.806 m aan bedrijfsbebouwing. Hiermee kunnen er twee nieuwe woningen worden toegekend. De bestaande bedrijfswoning evenals een kapschuur blijven behouden en zullen worden ingezet ten behoeve van een ‘reguliere’ woonfunctie. De twee ‘compensatiewoningen’ als gevolg van de Rood voor Rood-regeling kunnen in principe na toepassing van een wijzigingsbevoegdheid uit het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Ommen’ ter plaatse mogelijkheid worden gemaakt. Uitgangspunt daarbij is echter wel dat sprake moet zijn van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Als gevolg van de nabijheid van een agrarisch bedrijf op het perceel Witharenweg 29 met bijbehorende milieuhindercontour is het echter vanuit milieukundig oogpunt niet mogelijk en wenselijk om de woningen aan de Witharenweg 27 te re-

13

aliseren. De locatie Tolhuisweg is op basis van het locatiekeuzeonderzoek, zoals beschreven in paragraaf 2.2.2, als geschikt alternatief naar voren gekomen. De twee toegekende (vrijstaande) woningen kunnen daarmee op desbetreffende locatie worden opgericht. Dit alternatief is ruimtelijk en milieukundig haalbaar, zoals gemotiveerd in voorliggend bestemmingsplan. Navolgende afbeelding toont de te slopen gebouwen aan de Witharenweg 27 (rood), inclusief bijbehorende omvang. De niet gearceerde gebouwen blijven behouden.

Overzicht te behouden/te slopen bebouwing aan de Witharenweg 27

14

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (thans: Natuurnetwerk Nederland), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (thans: NNN) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS (thans: NNN) is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen c.q. wijzigingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Toetsing Voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in de SVIR en het Barro.

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien.

15

Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of ande2 re stedelijke voorzieningen’. Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan die voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen binnen een dorpskern niet hoeft te worden aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Met onderhavige ontwikkeling is de oprichting van maximaal 11 woningen gemoeid. Daarmee hoeft er voor dit plan geen toets aan de Ladder worden doorlopen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter wel ingegaan te worden op de behoefte van de ontwikkeling. Gelet op het feit dat 2 van de 11 woningen tot stand worden gebracht op basis van de Rood voor Rood-ontwikkeling van de Witharenweg 27 en er reeds diverse geïnteresseerden mensen uit Witharen en terugkerende jongeren naar Witharen hebben aangegeven een nieuwbouwwoning te willen betrekken, kan worden geconstateerd dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte. De ontwikkeling is daarmee niet in strijd met de ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Het plan is niet in strijd met het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel In de omgevingsvisie wordt het provinciaal belang en het beleid voor de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel uiteengezet. De Omgevingsvisie heeft de status van structuurvisie onder de Wro. De omgevingsvisie bevat de visie, beleidskeuzes en de uitvoeringsstrategie op het hele ruimtelijk-fysieke domein en is opgesteld met een doorkijk tot 2030. De hoofdambitie van de provincie is om een vitale samenleving tot ontplooiing te laten komen in een mooi en vitaal landschap (ruimtelijke kwaliteit). De centrale beleidsambitie hierbij is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn (sociale kwaliteit) met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke voorraden (duurzaamheid). Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Duurzaamheid wil de provincie realiseren door een transparante en evenwichtige afweging van ecologische, economische en sociaal-culturele beleidsambities. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door naast bescherming in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast zet de provincie Overijssel in op de sociale kwaliteit. Dit gaat over het welzijn of ‘goed voelen’ van de mens.

Daarbij spelen zaken als gezondheid en vitaliteit een belangrijke rol, maar ook arbeidsparticipatie (mede in relatie tot onderwijs), sociale uitsluiting en armoede. In de Omgevingsvisie ligt de focus ten aanzien van sociale kwaliteit op het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.

2

Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921). 16

Toetsing De Omgevingsvisie van de provincie Overijssel bevat een uitvoeringsmodel. Vanuit dit model wordt bepaald of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities. In het model staan de stappen of, waar en hoe centraal. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door provinciale generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven geven richting aan waar wat ontwikkeld kan worden en de gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief ingepast kan worden. Hierna wordt voorliggend initiatief besproken aan de hand van de of-waar-hoebenadering. Of Of een initiatief mogelijk is hangt af van een aantal generieke en gebiedsspecifieke beleidskeuzes die gelden. De generieke beleidskeuzes die voor de gehele provincie gelden hebben betrekking op integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In algemene zin geldt dat voorliggende ontwikkeling in direct aansluit op bestaand stedelijk gebied, een bijdrage levert aan de leefbaarheid en toekomstbestendigheid van de kern Witharen, voorziet in de beëindiging van een intensieve veehouderij en het programma voorziet in een behoefte. Daarbij is rekening gehouden met aspecten als groen, duurzaamheid en klimaat. Dit maakt dat het plan aansluit bij de generieke beleidsambities van de provincie Overijssel.

Gebiedsspecifiek geldt dat het plandeel van de Witharenweg 27 geen provinciale belangen raakt. Voor de tweede fase van de dorpsuitbreiding is dat wel het geval en geldt dat dit plandeel is aangewezen als grondwaterbeschermingsen intrekgebied. Aangezien sprake is van een woningbouwinitiatief zal er geen sprake zijn van reële kansen tot verslechtering van de grondwaterkwaliteit ter plaatse. De ligging in waterwingebied vormt daarom geen belemmering voor het woningbouwinitiatief. Daarbij komt dat de gronden in dit bestemmingsplan de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' toegekend gekregen hebben, waarmee ook de kwaliteit van het grondwater juridisch-planologisch is gewaarborgd. Waar Overijssel onderscheidt in de Omgevingsvisie zes ontwikkelingsperspectieven: drie voor de Groene Omgeving en drie voor de Stedelijke Omgeving. Deze perspectieven geven een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities voor de provincie leidend zijn. Witharen behoort vrijwel geheel tot het ‘ontwikkelingsperspectief agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’. Binnen deze gebieden heeft de provincie de ambitie om voort te bouwen op de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen.

De omgevingsvisie geeft aan dat dit ontwikkelingsperspectief gebieden omvat waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. In algemene zin zet de provincie in beide gebieden in op een aantal ruimtelijke kwaliteitsambities:  Zichtbaar en beleefbaar mooi landschap.  Sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel.  Continu en beleefbaar watersysteem. Voor de beoogde dorpsuitbreiding van Witharen is het dan ook van belang de kenmerken van het ter plaatse aanwezige landschap en de aanwezige ruimtelijke identiteit te respecteren. Verder geldt dat in dit bestemmingsplan wordt geconcludeerd dat

17

omliggende agrarische belangen niet onevenredig worden geschaad als gevolg van de beoogde dorpsuitbreiding. Dit geldt ook voor de Rood voor Rood-ontwikkeling van Witharenweg 27. Hoe Ruimtelijke kwaliteit is, naast duurzaamheid en sociale kwaliteit, ook één van de rode draden binnen de beleidsambities van de provincie Overijssel bij initiatieven in de fysieke leefomgeving. De inzet op ruimtelijke kwaliteit is daarbij volgens de provincie van belang voor het vestigingsklimaat van onder andere bedrijven en bewoners. Een belangrijk instrument dat de provincie heeft opgesteld ten aanzien van het sturen op ruimtelijke kwaliteit is de Catalogus Gebiedskenmerken. De Catalogus is opgenomen binnen de Omgevingsvisie en hierbinnen wordt een onderscheid gemaakt in vier lagen, namelijk: 1 Natuurlijke laag; 2 Laag van agrarisch cultuurlandschap; 3 Stedelijke laag; 4 Laag van de beleving. Iedere laag kent vervolgens weer haar eigen gebiedstypen, die elk weer eigen kwaliteiten en ambities hebben. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden verbonden met bestaande gebiedskenmerken. Het plandeel van de beoogde dorpsuitbreiding kent de volgende gebiedskenmerken:

Voor de Witharenweg 27 geldt dat het eveneens behoort tot de dekzandvlaktes en ruggen (natuurlijke laag) en het jong heide- en broekontginngingslandschap (laag van agrarisch cultuurlandschap). Tevens hebben de Witharenweg en Balkerweg dezelfde ‘status’ in de stedelijke laag en laag van de beleving.

18

Natuurlijke laag Witharen behoort binnen de natuurlijke laag tot de gebiedskenmerken van ‘dekzandvlakte en ruggen’. Op iets grotere afstand bevinden zich ‘beekdalen en natte laagtes’. De provincie zet binnen de dekzandvlakte en ruggen in op ontwikkelingen die bijdragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Bij de nieuwe fase van de dorpsuitbreiding van Witharen vindt geen aantasting plaats van de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de hoogteverschillen, het watersysteem en andere gebiedskenmerken van dekzandvlakten en ruggen. De Rood voor Rood-ontwikkeling van de Witharenweg 27 leidt eveneens niet tot aantasting van de gebiedskenmerken van de dekzandvlakten en ruggen. Laag van agrarisch cultuurlandschap Binnen de laag van het agrarisch cultuurlandschap behoort Witharen tot het gebiedstype ‘jong heide- en broekontginningslandschap’ Binnen het jong heide- en broekontginningslandschap zet de provincie Overijssel in op het behoud en de versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

Bij de opzet van de tweede fase van de dorpsuitbreiding van Witharen is nadrukkelijk rekening gehouden met de gebiedskenmerken van de laag van het agrarisch cultuurlandschap. Zo wordt de vrije ligging van ontginningslinten met erven in het landschap gerespecteerd en wordt bij de westelijke zijde van het plandeel rekening gehouden met doorzicht op het landschap. De Rood voor Rood-ontwikkeling van de Witharenweg 27 leidt eveneens niet tot aantasting van de gebiedskenmerken van de laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag Binnen de stedelijke laag zet de provincie in op het principe van concentratie en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Buiten de stedelijke omgeving hebben ‘groene’ functies prioriteit, ontwikkelingen die hier niet primair thuishoren, zoals woningbouw, worden alleen toegestaan als zij een meerwaarde opleveren voor de kwaliteit zoals landschap, cultuurhistorie, water- en natuuropgaven. Zowel beide plandelen als de bestaande bebouwing van Witharen maken geen onderdeel uit van de stedelijke laag. Voor de beoogde nieuwe woningen is nadrukkelijk gekozen om direct aan te sluiten op de bestaande kern van Witharen. Deze afweging is tot stand gekomen op basis van een locatie-onderzoek. Laag van de beleving De laag van de beleving verbindt het stedelijke met het landelijke en geeft belevenis, betekenis en identiteit.

Over de Balkerweg en Witharenweg zijn recreatieve routes aanwezig. De provincie zet bij ontwikkelingen in de directe invloedssfeer van deze routes in op het leveren van een bijdrage aan het behoud en de verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. De Balkerweg en Witharenweg blijven bij de voorgenomen ontwikkeling in haar huidige vorm ongewijzigd en blijft als recreatieve route gehandhaafd. Het gebied ten noordwesten van Witharen is aangewezen als ‘donkerte’. Dit zijn de gebieden waarbinnen het ’s nachts nog ‘echt’ donker is. Het gaat om de relatief ‘luwe’

19

dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. De provincie ambieert in deze gebieden om het zo donker mogelijk te houden en terughoudend om te gaan met lichtbronnen. Aangezien sprake is van een woningbouwontwikkeling zal, buiten de noodzakelijke straatverlichting, geen sprake zijn van een substantiële toename aan lichtbronnen in het plangebied. Dit aspect vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Conclusie Dit tezamen maakt dat voorliggend initiatief past binnen de doelstellingen van de provinciale omgevingsvisie. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De Omgevingsverordening is een uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie en is opgesteld in de vorm van regels. In veel regels is gekozen voor proces- en motiveringsvereisten. In de Omgevingsverordening moet elk inhoudelijk thema geregeld zijn, waar de provincie de mogelijkheid voor wil hebben om juridische instrumenten in te kunnen zetten. Het inzetten van juridische instrumenten vindt plaats op basis van de interventieladder. Wat betreft wonen zet de provincie in op differentiatie in woonmilieus om nu en in de toekomst voldoende ruimte te kunnen bieden aan de huisvesting van alle doelgroepen. Voor het realiseren van de opgave van nieuwbouw en herstructurering is naast een sterke gemeentelijke regie, regionale afstemming nodig omdat de woningmarkt (boven)regionaal is georiënteerd. De provincie ziet hierin voor zichzelf een rol weggelegd en zal erop toezien dat er afstemming plaatsvindt van de woningbouwprogrammering tussen gemeenten zodat vraag en aanbod op regionaal niveau in evenwicht zijn. De provincie voorziet een afname van groei van de bevolking en wijzigingen in de samenstelling van de bevolking (vergrijzing, huishoudensverdunning).

Gemeenten zullen in gemeentelijke woonvisies moeten aangeven hoe zij in een teruglopende woningbouwmarkt de regie voeren om de woningvoorraad ook in de toekomst te laten aansluiten op de behoeften van hun inwoners. De provincie stelt geen rechtstreekse eisen aan woonvisies, maar wel aan de onderbouwing van bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe woningbouwlocaties. In die onderbouwing spelen gemeentelijke woonvisies een wezenlijke rol vanwege hun functie voor integrale afweging van woningbouwontwikkelingen. In de Omgevingsverordening is het provinciale belang voor concentratie en een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik vastgelegd. Dit betekent dat bestemmingsplannen uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen voorzien om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Daarbij komt dat stedelijke ontwikkelingen met een extra ruimtebeslag enkel buiten bestaand bebouwd gebied kunnen voorzien indien er in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door her-

20

structurering en/of transformatie én dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van de tweede fase van de dorpsuitbreiding van Witharen binnen de Groene Omgeving van de provincie Overijssel. Dit betekent dat ontwikkelingen hier enkel zijn toegestaan indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Gelet op het feit dat met de beoogde woningen de toekomstbestendigheid en leefbaarheid van de kern Witharen wordt verzekerd, de nieuwe woningen landschappelijk worden ingepast en de in onbruikgeraakte bedrijfsgebouwen van Witharenweg 27 worden gesaneerd wordt aan de gestelde voorwaarden voldoen. Verder geldt dat nieuwe woningen enkel zijn toegestaan indien sprake is van een behoefte. Uit de Toekomstvisie met bijbehorende woonenquête van het Plaatselijk Belang Witharen volgt dat daar sprake van is. Daarmee wordt gesteld dat de ontwikkeling niet in strijd is met de provinciale verordening. Conclusie Voorliggend plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie Overijssel en de Omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen Het Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen (GOP) bundelt de ambities op alle voor het omgevingsbeleid relevante beleidsterreinen: sociaal, economisch en fysiek. Het plan biedt een integrale visie en een helder en compact fundament voor het gemeentelijk beleid en de uitvoering ervan. Ten aanzien van de kleine kernen, zoals Witharen, geldt dat de gemeentelijke ambitie voornamelijk gericht is op het behouden van het eigen karakter van de kernen en het zo veel mogelijk behouden van de leefbaarheid met bijbehorende voorzieningen. Woningbouw moet in de kleine kernen mogelijk zijn, mits de ontwikkeling aansluit bij de schaal van de kern en sprake is van een goede landschappelijke inpassing. Daarbij komt dat de woningbouwontwikkeling gericht moet zijn op het beantwoorden van de lokale woningbehoefte. In algemene zin geeft de gemeente Ommen in het GOP aan meer ontwikkel- en gebruiksruimte en flexibiliteit te willen bieden aan burgers, agrariërs, ondernemers, recreatiebedrijven en landgoedeigenaren, om op eigen kracht te investeren in de kwaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid van de eigen leefomgeving.

Daarbij geldt wel dat initiatiefnemers zich moeten houden aan enkele spelregels, namelijk:  Het tijdig informeren van belanghebbenden over voorgenomen initiatieven;  Het verkrijgen van acceptatie/draagvlak voor het initiatief bij belanghebbende partijen;  Het aantoonbaar op duurzame wijze realiseren van het voorgenomen initiatief; 21

 Het vanuit het initiatief bijdragen aan het versterken van de omgevingskwaliteit;  Het vanuit het initiatief bijdragen aan de leefbaarheid van wijk of buurt;  Het adequaat compenseren van eventuele negatieve effecten op de omgevingskwaliteit, leefbaarheid of duurzaamheid. Toetsing De beoogde woningbouw sluit aan bij de schaal van Witharen als kleine kern. Zo worden enkel grondgebonden woningen gerealiseerd en wordt qua massa aangesloten bij de eerste fase van de dorpsuitbreiding van Witharen. Verder wordt de woningbouw voorzien van een goede landschappelijke inpassing en wordt een bijdrage geleverd aan het beantwoorden van de lokale woningbehoefte van onder andere starters uit Witharen. Tot slot houdt de initiatiefnemer in de verdere planvorming rekening met de genoemde spelregels uit het Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen. Al met al sluit dit plan dan ook aan op het gestelde in het gemeentelijk Omgevingsplan. 3.3.2

Woonvisie 2015-2025 De gemeente Ommen heeft een nieuwe, actuele en moderne woonvisie opgesteld. Hierin wordt de visie op het wonen in Ommen in 2025 verwoord. De woonvisie vormt de basis voor strategische afwegingen, die de gemeente maakt op het gebied van wonen. De vraag hoe de woonaantrekkelijkheid van de gemeente Ommen kan worden versterkt staat hierbij voorop. Daarnaast hebben enkele belangrijke thema’s die spelen in Ommen een plek gekregen. De focus ligt op de bestaande voorraad, inclusief de opgaven die daarmee samenhangen. Nieuwbouw is daaraan complementair. Nieuwbouw blijft nodig om in de behoefte te voorzien en in te kunnen spelen op de verwachte huishoudengroei. Voorts wordt omschreven welke inzet de gemeente pleegt voor groepen die zonder steun moeite hebben om een passende woning te vinden en hoe ingespeeld wordt op de veranderingen in het kader van het scheiden van wonen en zorg. De gemeente zet in op versterking van de vitaliteit van het platteland en waarborg van de vitaliteit in de kernen. De gemeente doet dat door het karakter van de kernen te behouden. De gemeente zorgt samen met haar partners voor (het behoud van) fysieke en sociale voorzieningen in de buurt conform het uitvoeringsprogramma woonservicezones. Woningbouw in de kleine kernen en bij vrijkomende agrarische bebouwing faciliteert de gemeente bij concrete behoefte van onderop, van de inwoners zelf.

Daarnaast is het van belang dat met deze woningbouw een bijdrage geleverd wordt aan de vitaliteit/leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit.

22

Toetsing Passend binnen de lijn van de Woonvisie is het gewenst om lokale woonbehoefte binnen de gemeente Ommen daar waar mogelijk te faciliteren. In dit geval is de concrete behoefte bepaald in overleg met Plaatselijk Belang Witharen en aspirant kopers, door middel van een woonenquête, bijbehorende bij de toekomstvisie. Voor een toelichting op deze voorgeschiedenis wordt graag verwezen naar de paragrafen 2.2.1 en 2.2.2. De concrete vraag wordt bepaald door de lokale markt. De stedenbouwkundige opzet is dat relatief eenvoudig organisch ontwikkeld kan worden, waarmee vraaggestuurd ontwikkeld kan worden. De doelgroep bestaat hoofdzakelijk uit starters die toe willen treden tot de woningmarkt en terugkomers naar Witharen. Indien in Witharen geen ruimte geboden wordt, zullen de woningzoekers wegvloeien naar elders. Wellicht zal deze doelgroep wegvloeien naar buiten de gemeente, wat als ongewenst wordt gezien. Tevens biedt de woningbouw de mogelijkheid om jongeren terug naar Witharen te laten keren. Daarnaast draagt woningbouw bij aan het behouden van de leefbaarheid en vitaliteit van Witharen. Een passend (kwalitatief) aanbod is daarbij van belang. Daarbij komt dat de woningvoorraad als gevolg van de beoogde ontwikkeling uitgebreid zal worden met twee-onder-één-kap- en rijwoningen, daar vrijwel alleen vrijstaande woningen in de kern zijn terug te vinden.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het gemeentelijk beleid van Ommen.

23

4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten Milieueffectrapportage Algemeen De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. Toetsing Onderhavig plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling aan de rand van de kern Witharen en de sanering van een intensieve veehouderij aan de Witharenweg 27. Met dit plan wordt slechts in zeer geringe mate het areaal aan stedelijke functies vergroot en zijn gelet op het feit dat het een woningbouwontwikkeling betreft niet tot nauwelijks milieueffecten te verwachten. Daarbij komt dat met de beëindiging van de intensieve veehouderij zeer waarschijnlijk sprake zal zijn van een positief milieueffect. Dit maakt dat, gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, gesteld wordt dat er geen sprake is van een activiteit zoals genoemd in het Besluit m.e.r. Conclusie Een nadere beoordeling in een (vormvrije) m.e.r-beoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk.

4.2

Bodem Algemeen In het kader van de te verlenen omgevingsvergunning moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodem- en grondwateronderzoek noodzakelijk. Toetsing Tweede fase dorpsuitbreiding Witharen Voor de tweede fase van de dorpsuitbreiding van Witharen is een verkennend bo3 demonderzoek uitgevoerd om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te kunnen bepalen. Uit het onderzoek volgt dat er geen noemenswaardige verontreinigingen zijn aangetroffen. Enkel in het grondwater is een (zeer) lichte verhogingen aangetoond aan barium en koper. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de beoogde woonbestemming (wonen met tuin). Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. De hypothese van een asbestonverdachte locatie kan worden gehandhaafd.

3

Grondslag (2019). Verkennend bodemonderzoek Achter Balkerweg 60 te Witharen. Project: 30475. 8 mei 2019. 24

Witharenweg 27 In verband met het veranderende gebruik van het perceel Witharenweg 27 naar ‘wo4 nen met tuin’ is met een vooronderzoek conform de NEN 5725 bepaald of er verdenkingen zijn voor een bodemverontreiniging. Uit het onderzoek volgt dat er geen concrete verdenkingen zijn op een potentiële bodemverontreiniging. Ook een eventuele asbestverdachte puinverharding die aanwezig kan zijn onder het beton op het erf vormt op dit moment geen humaan risico omdat er geen zichtbaar puin aan het maaiveld voorkomt. De locatie is daarom geschikt voor de functie wonen met tuin. Er wordt daarom geen noodzaak gezien voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek. Wanneer eventueel gebouwd gaat worden zal hiervoor een omgevingsvergunning worden aangevraagd, waarbij ook een bodemonderzoek zal worden ingediend. Ook zal bij een eventuele sloop en verwijdering in de toekomst van de betonpaden op het erf en het asfaltpad geverifieerd moeten worden dat er inderdaad geen puinverhardingen aanwezig zijn onder het asfalt of het beton. Indien toch een puinverharding van onbekende herkomst aangetroffen wordt dient een verkennend onderzoek asbest in grond of puin uitgevoerd te worden. In dat geval is er namelijk een kans dat het sloop- en bouwpuin betreft. Dit sloop- en bouwpuin is verdacht voor een asbest verontreiniging.

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.3

Geluid Algemeen De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het kader van de te verlenen omgevingsvergunning moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Toetsing Tweede fase dorpsuitbreiding Witharen Voorliggend plan voorziet in de realisatie van nieuwe geluidgevoelige functies (woningen) ter plaatse van de Tolhuisweg fase 2. De woningen zijn gelegen binnen de geluidzone van de Olde Venneweg en de Balkerweg. De overige wegen nabij het plangebied betreffen wegen met een maximaal toelaatbare rijsnelheid van 30 km/u. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/uur-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd.

Gelet op de beperkte verkeersintensiteiten van de wegen en de afstand tot de Olde Venneweg en Balkerweg is de verwachting gerechtvaardigd dat de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB ter plaatse van het plangebied niet zal worden overschreden en het uitvoeren van een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk is.

4

Grondslag (2020). Vooronderzoek Witharenweg 27 te Witharen. Project: 31395. 1 april 2020. 25

Witharenweg 27 Op de locatie Witharenweg 27 vindt een herbestemming plaats waarbij de huidige agrarische functie wordt gewijzigd naar een woonbestemming. De voormalige bedrijfswoning wordt daarmee een ‘reguliere’ burgerwoning. Zowel bedrijfswoningen als burgerwoningen betreffen geluidgevoelige objecten. Ter plaatse wijzigen de ligging en positie van de woning niet en neemt het aantal geluidgevoelige functies binnen het plangebied niet toe. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.4

Luchtkwaliteit Algemeen Eisen met betrekking tot luchtkwaliteit zijn verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2 en vormen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM 10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM.

26

Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen, zoals scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico’s optreden. Toetsing Voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen en in de sanering van een voormalig agrarisch bedrijf naar een woonperceel. Het plan draagt daarom ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Raadpleging van de NSL-monitoringstool heeft aangetoond dat er geen sprake is van 3 (dreigende) grenswaarde-overschrijdingen.

Uit deze tool blijkt dat NO2 12,8 µg/m , 3 PM10 15,6 µg/m en 6 overschrijdingsdagen kent. Vanwege het feit op ruim 200 meter afstand van het plangebied een veehouderij aanwezig is, is tevens met het programma ISL3a de fijn stof (PM10) ten gevolge van de veehouderij berekend. Hieruit blijkt 3 dat de fijn stof concentratie in totaal op het plangebied 18,0 µg/m bedraagt en 6 overschrijdingsdagen. Hieruit blijkt dat ruim voldaan wordt aan de grenswaarden uit de 5 Wet. In de bijlage is de berekening van fijn stof weergegeven. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Vanuit zowel de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt het plan op het gebied van luchtkwaliteit daarom geen belemmering. Conclusie Het aspect lucht vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.5

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Indien door middel van een ruimtelijke ontwikkeling nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie.

5

SAB (2020). ISL3a fijn stof berekening Witharen. 15 mei 2020. 27

Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel. Toetsing Tweede fase dorpsuitbreiding Witharen In onderhavige situatie is sprake van het mogelijk maken van nieuwe, gevoelige functies in de zin van het aspect bedrijven en milieuzonering.

De directe omgeving van het plangebied kent een gering niveau aan functiemenging en kan daarmee worden getypeerd als een ‘rustige woonwijk’. De dichtstbijzijnde bedrijvigheid is in de navolgende tabel opgenomen inclusief de bijbehorende omschrijving uit de VNG-publicatie en de daaruit volgende grootste richtafstanden. Bedrijfssoort

Adres

Buurthuis

Balkerweg 56

Basisschool

Balkerweg 59

Horecabedrijf cat. 3 Intensieve veehouderij

Balkerweg 55 Olde Venneweg 3

Omschrijving VNG Buurt- en clubhuizen Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs Discotheken, muziekcafés Fokken en houden van varkens

Grootste richtafstand (m) 30 (geluid)

Gemeten afstand(m) 75

30 (geluid)

70

30 (geluid)

110

200 (geur)

180

Uit voorgaande tabel blijkt dat niet voor alle omliggende functies kan worden voldaan aan de grootste richtafstanden. Voor de varkenshouderij aan de Olde Venneweg 3 wordt niet voldaan aan de richtafstand voor het aspect ‘geur’. Voor de andere twee milieuaspecten ten aanzien van deze bedrijfsfunctie, stof en geluid, wordt wel voldaan aan de richtafstand. Om te garanderen dat de varkenshouder niet wordt geschaad in zijn/haar ontwikkelingsmogelijkheden en dat een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is ter plaatse van het plangebied is een geuronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn gepresenteerd in paragraaf 4.6.

28

Witharenweg 27 Ter plaatse van de Witharenweg 27 wordt voorzien in de herbestemming van een agrarische functie naar wonen. De bestaande bedrijfswoning binnen het plangebied blijft een milieugevoelige functie voor omliggende bedrijven. Met het voorliggende bestemmingsplan wijzigt deze situatie in die zin niet en neemt het aantal milieugevoelige functies in het plangebied dan ook niet toe. Nader onderzoek naar bedrijven en milieuzonering is daarmee niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavige ontwikkeling.

4.6

Geur Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag om een milieuvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft hiervoor geurbelastingsen afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (geprojecteerde) veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening, een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging voor een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Toetsing Tweede fase dorpsuitbreiding Witharen 6 Voor de tweede fase van de dorpsuitbreiding van Witharen is een geuronderzoek uitgevoerd. Aan de hand van dit onderzoek is in dezelfde rapportage een geurgebiedsvisie opgesteld. Uit het onderzoek volgt dat voor wat betreft de voorgrondbelasting 3 sprake is van een overschrijding van de wettelijke norm (3 ouE/m ) ten gevolge van de veehouderij Olde Venneweg 3. De realisatie van de woningen kan als gevolg van de overschrijding van de wettelijke norm wat betreft de voorgrondbelasting in principe geen doorgang vinden.

In lijn met de planvorming voor de eerste fase van de dorpsuitbreiding van Witharen wenst de gemeente Ommen om de bestaande geurverordening van Witharen vanuit de eerste fase van de dorpsuitbreiding uit te breiden. Concreet betekent dit dat de wettelijke geurnorm van 3 ouE/m³ wordt gewijzigd naar een gemeentelijke geurnorm van 4 ouE/m³. Zo wordt de tweede fase van de dorpsuitbreiding op basis van dezelfde uitgangspunten als de eerste fase mogelijk gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9584438/1