2. Onderzoeksrapport Rekenkamer Ommen Vitale Kernen voor gemeenteraad 11 september 2025
Tekst van het document
Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
Rekenkamer gemeente Ommen 24 juni 2025
DATUM
24 juni 2025
TITEL
Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
OPDRACHTGEVER
Rekenkamer gemeente Ommen
AUTEUR(S)
Pim Tiggeloven Wido Scholte
PROJECTNUMMER
175.118/G
STATUS
Definitief
Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01
Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding en vraagstelling Aanleiding Achtergrond Vraagstelling Onderzoeksaanpak Leeswijzer
4 4 4 5 5 5
2 2.1 2.2
Kaders voor de dorpsvisies Gemeentelijk kader Samenvatting
6 6 7
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Stand van zaken rond de dorpsvisies Ruim de helft van de kernen beschikt over een dorpsvisie Inhoud: veel aandacht voor woningbouw, voorzieningen, verkeer Verschillende redenen waardoor er nog geen dorpsvisie is Leefbaarheid in de kernen staat er goed voor Samenvatting
8 8 8 9 9 11
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Totstandkoming van de dorpsvisies De start van het proces Individuele inwoners vrijwel altijd betrokken Vrijheid over inhoud en proces wordt gewaardeerd Samenwerking gemeente: veel waardering, aantal aandachtspunten Ondersteuning overige partijen Status van de dorpsvisie Samenvatting
13 13 13 14 15 16 17 18
5 5.1 5.2 5.3 5.4
De uitvoering Acties uitwerken: werkgroepen of organisch proces Behoefte aan duidelijkheid onder Plaatselijke Belangen Regiegemeente: voor- en nadelen Samenvatting
19 19 20 21 21
Bijlage: Samenvatting afgeronde dorpsvisies
22
1 Inleiding en vraagstelling 1.1
Aanleiding
In het coalitieakkoord 2022 van de gemeente Ommen neemt het thema “Bevordering Vitale Kernen” een belangrijke plaats in. Eén van de afspraken is dat er in de kleine kernen (dus exclusief Ommen) een dorpsvisie wordt opgesteld. De gemeente neemt hierin een faciliterende rol aan. De gemeente helpt de Plaatselijke Belangen om in de kern met elkaar het gesprek over de opgaven aan te gaan en is bereid om deel te nemen aan bijeenkomsten en geeft informatie over zowel inhoudelijke als organisatorische zaken rondom de dorpsvisies. Jaarlijks overlegt de gemeente met de Plaatselijke Belangen (over de voortgang van de dorpsvisies, maar ook over andere zaken) en er is een vast ambtelijk aanspreekpunt voor de Plaatselijke Belangen binnen de gemeente. Het uitwerken van dorpsvisies komt voort uit de ambities van de Omgevingsvisie, waarin het bevorderen van de leefbaarheid en vitaliteit van de kleine kernen als speerpunt is opgenomen. Inmiddels is een aantal dorpsvisies gereed en in uitvoering. Met het opstellen van enkele andere dorpsvisies is een begin gemaakt. Reden voor de rekenkamer om Companen te vragen een analyse te maken van de dorpsvisies (met name hoe het traject naar uitvoering verloopt).
1.2 Achtergrond Plaatselijke Belangen zijn belangrijk omdat ze de stem van bewoners vertegenwoordigen in lokale besluitvorming en bijdragen aan het leefbaar en sociaal houden van een dorp of wijk. Ze zijn een aanspreekpunt voor de gemeente en vormen de schakel tussen inwoners en gemeenten of andere overheden en behartigen de belangen van inwoners richting de gemeente, provincie of andere instanties. Ze fungeren als een vroegsignalering voor de gemeente omdat ze snel opmerken wat er in de dorpen speelt. Daarnaast moedigen ze bewoners aan om actief mee te denken en mee te doen in hun omgeving, bijvoorbeeld in de vorm van projecten die worden opgestart. Lokale zorgen en ideeën worden gehoord, bijvoorbeeld over woningbouw, verkeersveiligheid of groenvoorzieningen. Een waardevol instrument voor de Plaatselijke Belangen is het opstellen van dorpsvisies: het creëren van een gezamenlijk toekomstbeeld voor een dorp, waarbij bewoners, organisaties en de gemeente samenwerken om wensen, behoeften en plannen voor de leefomgeving vast te leggen. Enkele belangrijke redenen waarom dorpsvisies van waarde zijn: inwonersparticipatie wordt gestimuleerd. Doordat de inwoners zich meer betrokken gaan voelen bij hun dorp versterkt dit de sociale cohesie en kan het gemeentelijk beleid worden gestimuleerd. Met de invoering van de Omgevingswet zijn gemeenten verplicht een omgevingsvisie te ontwikkelen.
Dit biedt dorpen de mogelijkheid om hun eigen dorpsvisie te integreren in het bredere gemeentelijke beleid. Hoewel er geen landelijke verplichting is voor het opstellen van dorpsvisies, wordt het in de praktijk steeds gebruikelijker, vooral in gemeenten met actieve dorpsraden zoals de Plaatselijke Belangen. Het aantal gemeenten dat dorpsraden kent is niet precies bekend. Volgens een al wat ouder 1 onderzoek waren er in 2013 ruim 1.100 dorpsraden in 200 overwegend plattelandsgemeenten . Een aantal van deze gemeenten is echter door samenvoegingen verdwenen.
1
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: ‘Dorps- en wijkraden in Nederland’.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
4
1.3 Vraagstelling Het onderzoek heeft zich gericht op een analyse van de dorpsvisies gedurende het gehele traject van de voorbereiding tot de uitvoering van de dorpsvisies. Concreet gaat het om beantwoording van de volgende vragen: 1) Hoe verloopt het proces van de totstandkoming van de dorpsvisies? 2) Wat is de stand van zaken met betrekking tot de dorpsvisies? 3) Hoe worden de dorpsvisies vertaald in concrete acties? 4) Hoe staat het met de monitoring van de voortgang en de ontwikkeling van de leefbaarheid in de kernen? 5) In hoeverre is de Raad betrokken bij de totstandkoming en de uitvoering van de dorpsvisies? Het onderzoek heeft daarmee uitsluitend betrekking op het proces rond de totstandkoming en uitvoering van de dorpsvisies. Het gaat niet om een inhoudelijke beoordeling. Dat is aan de bewoners van de dorpen en de gemeente Ommen.
1.4
Onderzoeksaanpak
Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen is het volgende gedaan. • Een bureaustudie bestaande uit een analyse van gemeentelijke beleidsnota’s, waarbij het vooral gaat om een beeld te krijgen van het kader waarbinnen de dorpsvisies zijn opgesteld, alsook vanzelfsprekend een analyse van de dorpsvisies zelf. Daarnaast is de leefbaarheid in de dorpen in beeld gebracht op basis van de zogeheten ‘Leefbaarometer’ van het Ministerie van BZK; daarmee kan op basis van een identieke maatstaf de leefbaarheid in alle dorpen onderling worden vergeleken. • Een beknopte enquête bij alle Plaatselijke Belangen waarbij is ingegaan op het proces rondom de dorpsvisies. Hierin zijn vragen opgenomen als: In welk stadium van het opstellen en uitwerken van de dorpsvisie bevinden de Plaatselijke Belangen zich? Waarom is men nog niet begonnen? Hoe wordt de medewerking van betrokkenen, waaronder de gemeente, ervaren? Wat vindt men van de concreetheid van de acties in de visie? Hoe worden de vorderingen en resultaten bijgehouden? • Interviews met betrokken partijen om aanvullende informatie boven tafel te krijgen en hen te laten reflecteren op de bevindingen van de bureaustudie. Het gaat hierbij om twee groepsgesprekken met respectievelijk Plaatselijke Belangen waarvan de visie gereed is en Plaatselijke Belangen waarvan de visie nog wordt opgesteld.
Daarnaast zijn er gesprekken geweest met de gemeente Ommen (bestuurlijk en ambtelijk), provincie Overijssel en enkele organisaties die de Plaatselijke Belangen hebben ondersteund bij het opstellen van de dorpsvisie (Overijsselse Vereniging voor Krachtige Kernen en Stimuland). • Tot slot heeft de rekenkamer een discussieavond met de gemeenteraad georganiseerd.
1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een overzicht van de gemeentelijke kaders die aan de dorpsvisies gesteld worden. In hoofdstuk 3 gaan we in op de huidige stand van zaken rond de dorpsvisies en de leefbaarheid in de kernen. Hoofdstuk 4 gaat in op het proces rond het opstellen van de dorpsvisies. Hoofdstuk 5 beschrijft de stap van visie naar uitvoering.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
5
2 Kaders voor de dorpsvisies 2.1 Gemeentelijk kader In veel documenten van de gemeente Ommen wordt aandacht besteed aan participatie en het belang van het opstellen van dorpsplannen.
Omgevingsvisie (2021) Zo wordt in de Omgevingsvisie van eind 2021 onderkend dat maatschappelijke opgaven een dynamisch karakter kennen. Het betreft bovendien, zonder uitzondering, opgaven die de gemeente niet alleen kan of wil oppakken. Dit maakt het nodig steeds uit te gaan van een participatieve aanpak. De mate van participatie en de bestuursstijl van de gemeente verschilt daarbij, afhankelijk van de opgave. Voor deze participatieve aanpak geldt als uitgangspunt de dubbele participatieladder, zoals die in het hiernaast afgebeelde figuur is geschetst. De Omgevingsvisie geeft ook de kaders en speelregels van participatie (en dus ook de dorpsvisies) aan.
Woonprogramma 2021 - 2025 Voor het Woonprogramma 2021 2025 hebben de Plaatselijke Belangen input geleverd. In samenwerking met hen wordt in de kleine kernen gekozen voor vraaggestuurd bouwen. De vraag naar woningen wordt nader uitgewerkt, waarbij wordt gedacht aan in totaal 50 tot 100 woningen in de kleine kernen. Deze plannen worden gefaciliteerd en waar nodig wordt met de Plaatselijke Belangen in gesprek gegaan over de behoefte aan woningen. In het uitvoeringsprogramma worden de Plaatselijke Belangen verder niet genoemd.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
6
Raadsbrief ‘Aanpak vitale kernen en wijken’ (2021) In de Raadsbrief ‘Aanpak vitale kernen en wijken’ van 2 maart 2021 wordt de wijze uiteengezet waarop de opgaven en daarbij behorende aanpak ter hand worden genomen. Uitgegaan wordt van vitale kernen en sterke gemeenschappen, waardoor de eigen kracht van de kernen de basis is. De opgaven en aanpak worden per kern geagendeerd. De aanpak van de opgaven vindt plaats op basis van coproductie. Hiermee wordt beoogd sterke gemeenschappen te krijgen die zelf, samen met partners, aan de slag gaan en zijn met het versterken van de vitaliteit en leefbaarheid. Dat kan leiden tot dorpsvisies per kern met daarin de opgaven, aanpak, eigen inbreng en bijdrage vanuit de gemeente. Interview gemeente: bewust ruimte laten voor de kernen om hun eigen inhoudelijke agenda op te stellen Deze aanpak wordt bevestigd in de interviews met de gemeente. De wethouder geeft daarbij aan dat de Plaatselijke Belangen aan zet zijn om tot een dorpsvisie in hun kern te komen. Het proces om tot een dorpsvisie te komen biedt voor hen een mooie kans om (1) een goed zicht te krijgen op de lange termijn opgaven voor hun kern, onder andere op basis van inzichten van de inwoners en (2) de eigen zeggenschap van kernen te vergroten. De Plaatselijke Belangen (en overige inwoners) mogen zelf hun agenda voor de toekomst bepalen.
Tot slot (3) is het proces een oefening in een gezamenlijke beleidsafstemming tussen Plaatselijke Belangen (als vertegenwoordiging van de inwoners) en de gemeente. Op voorhand geeft de gemeente dus niet aan welke onderwerpen of actiepunten wel of niet realiseerbaar zijn. Dit wordt bewust opengelaten. Met name in de uitvoering (dus na afronding van de dorpsvisie) moet blijken wat wel of niet realiseerbaar is en welk tijdspad daarbij hoort, zo stelt de gemeente.
Raadsbrief ‘Stand van zaken dorps- en buurtvisies’ (2023) Als vervolg hierop is in de Raadsbrief ‘Stand van zaken dorps- en buurtvisies’ van 19 december 2023 aangegeven dat de gemeente de Plaatselijke Belangen helpt bij het proces om in de kern of buurtschap met elkaar in gesprek te gaan, de opgave te benoemen en aan te pakken. Er is ondersteuning door te werken met vaste aanspreekpunten, zowel bestuurlijk als ambtelijk. De kernen en buurtschappen worden gestimuleerd om een dorps- of buurtvisie op te stellen. Dit wordt gefaciliteerd vanuit de subsidie maatschappelijke initiatieven. Verder is er een jaarlijkse bijeenkomst met de Plaatselijke Belangen en verschijnt twee tot drie keer per jaar een gezamenlijke nieuwsbrief. Daarnaast is er een duurzaamheidsplatform waarin ook een aantal Plaatselijke Belangen participeren.
2.2
Samenvatting
De gemeente Ommen is sterk gericht op interactieve beleidsvorming door de Plaatselijke Belangen. De kaders waarbinnen wordt samengewerkt zijn in de Omgevingsvisie helder geformuleerd. In een Raadsbrief is het beschikbare instrumentarium aangegeven: bijdrage voor onder andere dorpsvisies, vaste bestuurlijke en ambtelijke aanspraakpunten om tot dorpsvisies te komen, jaarlijkse bijeenkomst en gezamenlijke nieuwsbrieven. Kortom; de voorwaarden voor het maken van dorpsvisies zijn aanwezig. Een belangrijk doel van het opstellen van de dorpsvisies is het vergroten van het zelforganiserend vermogen van de Plaatselijke Belangen en afstemming van beleid met de gemeente. De gemeente kiest er daarom bewust voor om vooraf geen strikte kaders over de inhoudelijke koers of actiepunten van de dorpsvisies mee te geven.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
7
3 Stand van zaken rond de dorpsvisies In dit hoofdstuk kijken we hoe ver de verschillende kernen zijn met het opstellen van de dorpsvisies en welke inhoudelijke focus de visies hebben. We maken hiervoor gebruik van de informatie in de afgeronde dorpsvisies en de uitgevoerde enquête onder Plaatselijke Belangen (eind 2024). Daarnaast geven we inzicht in de huidige staat van de leefbaarheid in de verschillende kernen, op basis van de landelijke Leefbaarometer.
3.1 Ruim de helft van de kernen beschikt over een dorpsvisie Ongeveer de helft van de kleine kernen beschikt over een afgeronde dorpsvisie: Giethmen, Lemele, Ommerkanaal, Vilsteren en Witharen. Ariën, Dalmsholte, Stegeren-Junne en Vinkenbuurt zijn bezig met het opstellen van een dorpsvisie of treffen hiervoor de nodige voorbereiding. Beerze en Beerzerveld hebben al wel een eerste globale opzet voor een dorpsvisie (toekomstschets), maar dit moet volgens de Plaatselijke Belangen in beide kernen nog nader uitgewerkt worden. Varsen heeft geen dorpsvisie of plannen hiervoor. Tabel 3.1: Rekenkamer Ommen. Voortgang dorpsvisies en kenmerken per dorpsvisie en kern Kern Stand van zaken Met Integraal Aanwezigheid Aanwezigheid Financiële dorpsvisie bewoners karakter concrete uitvoeringsonderopgesteld? maatregelen plan bouwing Ariën Binnenkort starten N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. Beerze Tussenproduct ja ja nee nee nee Beerzerveld Tussenproduct ja ja nee aanzet nee Dalmsholte* In ontwikkeling Ja Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Giethmen Gereed Ja Ja Nee Nee Nee Lemele Gereed Ja Ja Soms Nee Nee Ommerkanaal Gereed Ja Ja Soms Nee Ja Stegeren-Junne Binnenkort starten N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. Varsen Geen plannen N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. Vilsteren Gereed Ja Ja Ja Nee Nee Vinkenbuurt Binnenkort starten N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Witharen Gereed Ja ja Bron: Enquête dorpsvisies ten behoeve van rekenkameronderzoek (2024 - 2025). * Plaatselijke Belangen Dalmsholte heeft in de enquête aangegeven over een dorpsvisie te beschikken. We hebben deze visie echter niet kunnen achterhalen. Wel zijn er diverse processtappen gezet (enquête, bewonersavond).
Alle afgeronde dorpsvisies kenmerken zich door een integrale opzet waarbij veel thema’s aan de orde komen. Hierbij worden per dorpsvisie verschillende accenten gelegd, wat te maken heeft met de specifieke ruimtelijke en maatschappelijke situatie in elke kern.
3.2 Inhoud: veel aandacht voor woningbouw, voorzieningen, verkeer In alle dorpsvisies komt woningbouw aan de orde, evenals voorzieningen en verkeer. In mindere mate wordt aandacht besteed aan andere thema’s. Veel kernen vergrijzen sterk. Een proces dat nog diverse jaren zal voortzetten. De wijze waarop de dorpsvisies hierop inspelen is verschillend. Sommige visies richten zich met name op aangepaste woonvormen voor ouderen, andere visies gaan daarnaast ook in op aanvullende zorg.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
8
Tabel 3.2: Rekenkamer Ommen. Overzicht thema’s per afgeronde dorpsvisies Beerze BeerzerGiethmen Lemele veld Woningbouw X X X X Openbare ruimte X Zorg X X X Voorzieningen X X X Verkeer X X X X Energie/verduurzaming X X Landbouw X X Natuur X Recreatie X X Economie X X X Samenleving X X X X Bron: Afgeronde dorpsvisies gemeente Ommen.
Ommerkanaal X X X X X X
Vilsteren
Witharen
X X X X X
X X X X X
X X X
X
X
X
Het betekent niet dat in de dorpsvisies alle thema’s zijn uitgewerkt tot concrete beleidsvoorstellen. Sommige dorpsvisies benoemen concrete activiteiten, zoals de dorpsvisies van Beerzerveld, Vilsteren en Witharen. Andere visies schetsen meer in grote lijn de ambities zonder dat ze nog in concrete activiteiten zijn uitgewerkt, bijvoorbeeld omdat ideeën nog nader verkend moeten worden. In sommige dorpsvisies wordt voor bepaalde thema’s alleen een analyse gegeven. Bij het thema ‘woningbouw’ wordt meestal wel in kwalitatieve zin aangegeven welk type woningen gewenst zijn (bijvoorbeeld woningen voor starters en ouderen) en in een enkel geval mogelijke locaties, maar de gewenste aantallen worden niet genoemd. De gewenste voorzieningen (school, buurthuis, sport) en recreatieve maatregelen (zoals wandel- en fietsroutes) worden wel vaak concreet genoemd, evenals de gewenste verkeersmaatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren. In de bijlage I is meer informatie over de dorpsvisies opgenomen.
3.3 Verschillende redenen waardoor er nog geen dorpsvisie is De vier Plaatselijke Belangen die nog niet met een dorpsvisie zijn gestart of ervan af zien, geven hiervoor verschillende redenen. Twee Plaatselijke Belangen zitten nu in de voorbereidende fase, namelijk het afronden van een enquête of op andere wijze nagaan waar de inwoners behoefte aan hebben. Twee Plaatselijke Belangen gaven aan dat een dorpsvisie weinig bijdraagt aan de leefbaarheid en er geen grote opgaven liggen (Plaatselijke Belangen Ariën is hier overigens inmiddels op teruggekomen en gaat wel een dorpsvisie opstellen). Eén Plaatselijk Belang wist niet dat er van hen werd verwacht een dorpsvisie op te stellen. Uit de interviews kwam ook naar voren dat een deel van de kernen waar nog niet gestart is met een dorpsvisie wordt gevormd door relatief kleine buurtschappen met een beperkt aantal inwoners. Dit kan consequenties hebben voor zowel het aantal opgaven als de eventuele mogelijkheden om actiepunten in de toekomst te realiseren, waardoor Plaatselijke Belangen enigszins terughoudend zijn om een (uitgebreid) traject voor een dorpsvisie te starten.
3.4 Leefbaarheid in de kernen staat er goed voor Een belangrijke reden om met een dorpsvisie aan de slag te gaan is om de leefbaarheid in de kern op peil te houden of, bij voorkeur, te verbeteren. Het is daarom goed om een beeld te krijgen van de huidige staat van de leefbaarheid. De Leefbaarometer van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft al vele jaren inzicht in de leefbaarheid in alle bewoonde wijken, buurten en
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
9
straten van Nederland. De Leefbaarometer laat zien hoe de situatie van de leefbaarheid is en hoe die zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Dit gebeurt op basis van een oordeel van de inwoners aan de hand van 94 indicatoren binnen vijf dimensies, te weten: ‘fysieke leefomgeving’, ‘woningvoorraad’, ‘voorzieningen’, ‘sociale samenhang’ en ‘overlast en onveiligheid’. Als we kijken naar de totale leefbaarheidsscore zien we dat de leefbaarheid in de kleine kernen in 2022 positief tot zeer positief wordt beoordeeld. Voor Ommerkanaal en Varsen zijn geen afzonderlijke scores bekend. Tabel 3.3: Rekenkamer Ommen. Ontwikkeling totale leefbaarheidsscore per kern (2002 - 2022)*
Ariën Beerze Beerzerveld Dalmsholte Giethmen Lemele Stegeren-Junne Vilsteren Vinkenbuurt Witharen Gemeente
2002 9 9 7 8 9 7 9 7 9 8 7
2008 9 9 7 7 7 8 8 9 9 7 7
2012 9 9 6 7 7 8 7 8 9 7 7
2014 8 9 7 7 8 8 8 8 9 7 7
2016 9 9 6 7 8 8 7 9 9 7 7
2018 9 8 7 8 9 8 8 9 9 8 7
2020 8 8 7 7 8 8 8 9 8 7 7
2022 9 9 8 7 9 7 8 9 8 8 8
Bron: Leefbaarometer, Ministerie van Binnelandse Zaken (2025). * Geen afzonderlijke cijfers beschikbaar voor Ommerkanaal en Stegeren-Junne (worden meegerekend bij de kern Ommen). Hoe (donker)groener de cel, hoe hoger het rapportcijfer voor de leefbaarheid.
Op de volgende pagina is de staat van de leefbaarheid in de gemeente Ommen op kaart weergegeven. Daarbij is gekeken naar zowel de algemene staat van de leefbaarheid, als de stand van zaken rond vijf deelaspecten. Dat leidt tot de volgende conclusies: • Het totaalbeeld voor de leefbaarheid in de kernen in de gemeente Ommen is bijzonder goed en ligt boven het landelijk gemiddelde (zie figuur 3.1). Hoewel niet geheel zichtbaar op kaart, blijkt uit de Leefbaarometer ook dat de leefbaarheid in de gemeente Ommen vergelijkbaar is (en soms zelfs beter) met die van kernen van omliggende gemeenten. • De meeste deelaspecten (woningvoorraad, sociale samenhang en overlast/veiligheid) scoren zeer goed. De score op deze deelaspecten draagt in (grote) positieve mate bij aan de leefbaarheid in de kernen. • Ook de fysieke omgeving draagt in de meeste kernen in positieve zin bij aan de ervaren leefbaarheid, zij het in iets mindere mate dan bovengenoemde drie aspecten. In Dalmsholte en Stegeren levert de fysieke omgeving een (kleine) negatieve bijdrage aan de leefbaarheid. • Het voorzieningenniveau is het deelaspect dat het minst goed wordt beoordeeld in de kernen. In alle kernen draagt dit aspect in (kleine) negatieve zin bij aan de leefbaarheid. Figuur 3.1: Gemeente Ommen. Algemene leefbaarheid per kern (links) en afwijking ten opzichte van het landelijk gemiddelde (rechts) in 20222
2
Nummering kernen: 1 Arriënveld, 2 Beerze, 3 Beerzerveld, 4 Dalmsholte, 5 Giethmen, 6 Lemele, 7 Ommerkanaal, 8 Stegeren, 9 Varsen, 10 Vilsteren, 11 Vinkenbuurt en 12 Witharen.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
10
Figuur 3.2: Gemeente Ommen. Leefbaarheid per deelaspect per kern in 2022
woningvoorraad
Sociale samenhang
Overlast en onveiligheid
Bron: Leebaarometer, Ministerie van Binnenlandse Zaken (2025)
3.5 Samenvatting
Vijf van de twaalf Plaatselijke Belangen beschikken over een afgeronde dorpsvisie. In twee kernen is er een tussenproduct gereed en nog een andere visie is in ontwikkeling. Vier andere Plaatselijke Belangen gaan binnenkort van start met het opstellen van een dorpsvisie. Slechts één Plaatselijk Belang (Varsen) heeft geen plannen om een dorpsvisie op te stellen. • De afgeronde dorpsvisies kennen een breed spectrum aan thema’s. Wonen, voorzieningen en verkeer komen altijd aan de orde. De andere thema’s komen afhankelijk van de lokale situatie al dan niet aan de orde. • Gezien de functie van de dorpenplannen als het gaat om het behoud of verbeteren van de leefbaarheid, is een beeld van de leefbaarheid per kern gegeven. In zijn algemeenheid is deze positief, waarbij vooral de sociale samenhang en de afwezigheid van overlast en sociale onveiligheid positief scoren. In wat mindere mate geldt dit ook voor de woningvoorraad. Het beeld voor de fysieke woonomgeving is wisselend; als het gaat om het voorzieningenniveau scoren de kernen minder positief.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
11
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
12
4 Totstandkoming van de dorpsvisies Zoals gezegd beschikt inmiddels de helft van de kleine kernen in de gemeente Ommen over een dorpsvisie. In de meeste andere kernen is men van start gegaan om een dorpsvisie op te stellen of gaat men hier binnenkort mee van start. In dit hoofdstuk gaan we nader in op het proces om tot een dorpsvisie te komen. Welke stappen zijn hierin gezet en hoe hebben betrokkenen dit proces ervaren?
4.1 De start van het proces Veelal gestart naar aanleiding ‘Aanpak vitale kernen’, enkele uitzonderingen Het is aan de Plaatselijke Belangen zelf om over te gaan tot het opstellen van een dorpsvisie. De meeste Plaatselijke Belangen zijn hiermee aan de slag gegaan naar aanleiding van de ‘Aanpak vitale kernen en wijken’ (2021). Enkele Plaatselijke Belangen zijn echter al veel eerder gestart met het opstellen van een dorpsvisie, zoals Ommerkanaal en Lemele. In die gevallen was er meestal een specifieke aanleiding om een dorpsvisie op te stellen. Ommerkanaal stelde in 2010 haar eerste dorpsvisie op naar aanleiding van een prijsvraag die vanuit de provincie werd gehouden over het verduurzamen van dorpen. Hiermee heeft de Plaatselijke Belangen een prijs gewonnen (inclusief een aanzienlijk geldbedrag) waarmee diverse maatregelen gerealiseerd zijn (zoals de verduurzaming van het buurthuis). De Plaatselijke Belangen met een afgeronde dorpsvisie zijn hier tussen de 12 en 20 maanden mee bezig geweest.
4.2 Individuele inwoners vrijwel altijd betrokken De Plaatselijke Belangen nemen dan wel het initiatief om een dorpsvisie op te stellen, zij zijn zeker niet als enige verantwoordelijk voor de inhoudelijke koers van de visie. In alle kernen waar inmiddels een afgeronde dorpsvisie ligt zijn één of meerdere gesprekken geweest met inwoners (zijnde niet actief bij de Plaatselijke Belangen). Ook heeft in al deze kernen een enquête gelopen waarbij inwoners konden aangeven welke inhoudelijke opgaven zij van belang vinden voor hun kern. Uit de interviews komt naar voren dat zo’n enquête soms kan leiden tot te hoge verwachtingen bij inwoners over wat er de komende jaren gerealiseerd kan worden (met name als vragen zeer open worden geformuleerd). In de meeste afgeronde dorpsvisies hebben de Plaatselijke Belangen ook op basis van hun eigen ervaringen input geleverd voor de dorpsvisie. In de helft van de dorpsvisies is daarnaast ook gebruik gemaakt van statistische data, een wijkschouw en gesprekken met de gemeente, aldus de Plaatselijke Belangen in de enquête.
Verschillende ideeën bij de achterban Meerdere Plaatselijke Belangen vinden het lastig hoe om te gaan met de verschillende meningen van inwoners in de kern. Zeker bij sommige specifieke onderwerpen (bijvoorbeeld de plaatsing van windmolens) kan de mening van voor- en tegenstanders sterk uiteenlopen, waardoor het voor de Plaatselijke Belangen moeilijk wordt de uiteindelijke koers te bepalen. Soms speelt ook de veranderende bevolkingssamenstelling een rol; nieuwe vestigers in de kern denken over sommige thema’s anders dan inwoners die er geboren en getogen zijn.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
13
4.3 Vrijheid over inhoud en proces wordt gewaardeerd De gemeente heeft er bewust voor gekozen om op voorhand geen vastomlijnd inhoudelijk kader en vaste werkwijze mee te geven. De reden hiervan is dat de kernen van elkaar verschillen (zowel qua bevolkingssamenstelling, omvang als fysieke kenmerken). Bovendien wordt het proces door de gemeente gezien als een gezamenlijke zoektocht om beleid te vormen en op elkaar af te stemmen. Veel Plaatselijke Belangen, met name met een afgeronde dorpsvisie, waarderen de vrijheid die ze van de gemeente krijgen om inhoud en proces naar eigen inzicht in te vullen. Hiermee wordt gestimuleerd dat de dorpsvisie het product van het dorp zelf is. Bovendien vinden diverse Plaatselijke Belangen dat het helemaal niet verkeerd hoeft te zijn als de inwoners van een kern anders kijken naar de inhoudelijke opgaven dan de gemeente. Als het op de inhoud af en toe tussen partijen schuurt, houdt dat iedereen alleen maar scherp. Volgens deze Plaatselijke Belangen is het goed mogelijk dat er in hun dorpsvisie soms een hoger ambitieniveau wordt nagestreefd dan de gemeente op dit moment ambieert, of wat misschien in de praktijk realistisch zal zijn. Volgens de Plaatselijke Belangen is de dorpsvisie ook bedoeld om een stip op de horizon te zetten.
Misschien zijn sommige zaken daardoor niet eenvoudig te realiseren, maar dat hoeft volgens de Plaatselijke Belangen geen reden te zijn om op voorhand al voor een lager ambitieniveau te gaan.
Sommige Plaatselijke Belangen zijn zoekende Enkele Plaatselijke Belangen vinden het lastig om van start te gaan met een dorpsvisie vanwege het ontbreken van richtlijnen over inhoud en proces. Enige afbakening zou hen helpen om focus aan te brengen over de thema’s die in hun dorpsvisie zouden moeten komen. Dit geldt zeker als er op voorhand niet een of meerdere concrete aanleidingen zijn om aan de slag te gaan (zoals een sterke behoefte aan woningen, een verkeersknelpunt of het openhouden van een belangrijke voorziening).
Zelforganiserend vermogen verschilt per Plaatselijk Belang De gemeente is zeer positief over de inzet van de Plaatselijke Belangen om tot een dorpsvisie te komen. De meeste Plaatselijke Belangen blijken goed in staat om hierin de nodige stappen te zetten, ieder in een tempo dat past bij hun mogelijkheden. De gemeente constateert dat het zelforganiserende vermogen (en daarmee ook het vermogen om om te gaan met de inhoudelijke en procesmatige vrijheid die geboden wordt) per Plaatselijk Belang verschilt. Dit heeft onder andere te maken met de expertise die leden van de Plaatselijke Belangen hebben opgebouwd, bijvoorbeeld vanuit hun eigen werk, betrokkenheid bij initiatieven in de kern of omdat ze raadslid zijn (geweest). Daarnaast is er ook een verandering in de bevolkingssamenstelling in de kernen. Het aantal vestigers vanuit andere gemeente (en landsdelen) neemt toe. Zij kijken niet alleen inhoudelijk soms anders tegen opgaven aan als mensen die geboren en getogen zijn in de kern, ze zijn soms ook mondiger. De gemeente ziet het verschil in organiserend vermogen niet als een probleem, maar wel als verklaring voor het verschil qua inhoud en voortgang waarmee de dorpsvisies worden opgesteld en uitgevoerd.
Resultaat: zeer uiteenlopende dorpsvisies qua inhoud en vormgeving De vrijheid over inhoud en proces heeft geleid tot zeer uiteenlopende dorpsvisies, qua inhoudelijke thematiek, omvang en uitvoeringsgerichtheid. De gemeente ziet dit allerminst als een probleem. Eerder als weergave van de grote variatie aan kernen. Hierdoor kan er ook ruimte worden gegeven aan een bijzondere situatie die in sommige kernen speelt. Een voorbeeld is de dorpsvisie Vilsteren, waar vanwege het landgoed (terrein en enkele gebouwen is particulier eigendom) andere partijen betrokken moeten worden in het proces (bijvoorbeeld de
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
14
eigenaren van het landgoed, maar ook de provincie en het waterschap) en de uiteindelijke vormgeving van de visie, dan in veel andere kernen. Met name Plaatselijke Belangen die het lastig vinden om een start te maken met het proces gaven in de interviews aan dat zij aan de hand van gerealiseerde dorpsvisies een beter beeld konden krijgen van hoe een dorpsvisie eruit zou moeten zien. De grote variatie aan dorpsvisies heeft hen echter nog niet kunnen helpen daar grip op te krijgen, zo gaf men in de interviews aan. Ook de uitvoeringsgerichtheid van de dorpsvisies verschilt sterk. In sommige dorpsvisies zijn alleen ambities geformuleerd, andere dorpsvisies geven aan wat de voorgenomen vervolgstappen zijn (zoals consultatie van inwoners, formeren werkgroepen) en er zijn dorpsvisies die beschrijven welke maatregelen gewenst zijn (soms verdeeld naar korte en lange termijn maatregelen).
4.4 Samenwerking gemeente: veel waardering, aantal aandachtspunten Uit de enquête komt naar voren dat veruit de meeste Plaatselijke Belangen contact hebben (of hadden) gedurende het opstellen van de dorpsvisie. Ruim de helft van hen heeft maandelijks contact (gehad) met de gemeente. Een enkeling geeft aan slechts eenmaal per jaar (of nog minder) contact te hebben gehad met de gemeente over de dorpsvisie. De gemeente geeft zelf aan in ieder geval jaarlijks contact te hebben met alle Plaatselijke Belangen (zie paragraaf hieronder). In de interviews geeft de gemeente aan dat het haar rol is om Plaatselijke Belangen te stimuleren om een dorpsvisie op te stellen, maar niet meer dan dat. De intrinsieke wens om een dorpsvisie op te stellen moet vanuit de Plaatselijke Belangen zelf komen. Een exacte afbakening van de rollen en verantwoordelijkheden van zowel gemeente als Plaatselijke Belangen aangaande het opstellen en uitvoeren van dorpsvisies is nergens vastgelegd.
Betrokkenheid contactambtenaren op initiatief Plaatselijke Belangen De gemeente Ommen beschikt over vier contactambtenaren die de spil vormen in het contact tussen gemeente en Plaatselijke Belangen. Iedere contactambtenaar fungeert als contactpersoon voor enkele Plaatselijke Belangen. De contactambtenaar heeft regelmatig contact met de Plaatselijke belangen over de voortgang van de dorpsvisie. Zij dienen daarmee als vraagbaak (bijvoorbeeld over subsidiemogelijkheden, relevante contactpersonen voor vervolgstappen) en zijn bereid deel te nemen aan bijeenkomsten over de dorpsvisie. Hierbij ligt het initiatief wel bij de Plaatselijke Belangen. Elk jaar is er een bijeenkomst met alle Plaatselijke Belangen, het college en de contactambtenaren. De voortgang van de dorpsvisies is hier standaard een van de agendapunten. Daarnaast is er minimaal één keer per jaar een overleg tussen Plaatselijke Belangen, wethouder en contactambtenaar. De 3 contactambtenaren en contactwethouders gaan ook naar Algemene Ledenvergaderingen van de Plaatselijke Belangen. Het tijdsbeslag is naar de mening van de ambtenaren groot en kost steeds meer tijd. Dat geldt voor zowel de contactambtenaren als voor de overige inhoudelijk betrokken ambtenaren. Naar hun mening verlopen de contacten over het algemeen goed.
De contactambtenaren helpen reflecteren, het aanvragen en indienen van subsidies en het verder concretiseren van de dorpsvisies in te nemen stappen. De Plaatselijke Belangen verschillen van mening over de samenwerking met de contactambtenaren. De Plaatselijke Belangen met een afgeronde dorpsvisie zijn over het algemeen positiever over de contactambtenaren dan de Plaatselijke Belangen waar men nog aan het begin van een proces staat. Een groot deel van de Plaatselijke Belangen is positief en geeft aan dat de contactambtenaar snel reageert op vragen. Het komt wel eens voor dat een vraag niet geheel wordt beantwoord of dat een
3
Elke wethouder is contactwethouder voor vier tot vijf kernen (en/of wijken) in de gemeente.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
15
verslag van een gesprek niet of laat wordt toegestuurd. De persoonlijke klik tussen iemand van de Plaatselijke Belangen en de contactambtenaar speelt hierin soms ook een rol. Uit de interviews komt naar voren dat de ene Plaatselijke Belang zeer goed samenwerkt met een contactambtenaar, terwijl een ander Plaatselijke Belang met dezelfde ambtenaar veel minder goede ervaringen heeft. Diverse Plaatselijke Belangen geven aan dat een kleine investering (vanuit beide partijen) in de persoonlijke relatie al kan helpen om de samenwerking te verbeteren. Tenslotte zouden Plaatselijke Belangen het waarderen als de contactambtenaar zo nu en dan ook op eigen initiatief contact op zou nemen.
Waardering voor de financiële ondersteuning Alle Plaatselijke Belangen krijgen van de gemeente Ommen een jaarlijkse subsidie van € 3.000 tot € 6.000, afhankelijk van de grootte van de kern. Aanvankelijk diende de helft van dat budget ten goede te komen aan activiteiten voor de sociale cohesie in de kernen. Nu de gemeente ziet dat het geld goed besteed wordt kunnen ze het geld meer naar eigen inzicht besteden. Deze jaarlijkse subsidie (en de flexibiliteit die de gemeente daarbij geeft) waarderen de Plaatselijke Belangen enorm. Daarnaast krijgen ze een financiële bijdrage voor het opstellen van de dorpsvisie. Deze bijdrage varieert. Vaak zit deze bijdrage rond de € 10.000 tot € 15.000 (in enkele gevallen (Vilsteren) is een hogere bijdrage uitgekeerd). Volgens de Plaatselijke Belangen is dat niet voldoende om het gehele proces van de dorpsvisie te doorlopen, maar de financiële ondersteuning wordt wel gewaardeerd. Het toont volgens hen aan dat de gemeente de rol van de Plaatselijke Belangen belangrijk vindt. Daarnaast kunnen de Plaatselijke Belangen via de contactambtenaar ook informatie krijgen over subsidieverzoeken die kunnen bijdragen aan de realisatie van maatregelen of via deze weg ook subsidieverzoeken indienen.
Verschil van mening over betrokkenheid raad De gemeenteraad wordt middels raadsbrieven (zie hoofdstuk 2) op de hoogte gehouden van de voortgang van de dorpsvisies. Verder lopen de meningen uiteen over de betrokkenheid van de raad. Raadsleden geven zelf aan periodiek op bezoek te gaan bij de Plaatselijke Belangen. In de ogen van sommige Plaatselijke Belangen is die betrokkenheid met name rond verkiezingstijd te zien en neemt de belangstelling daarna af. De Plaatselijke Belangen geven zelf aan onvoldoende zicht te hebben op hoe de raad op de hoogte wordt gehouden van de voortgang van de dorpsvisies.
4.5 Ondersteuning overige partijen Naast de gemeente zijn er nog andere organisaties die de Plaatselijke Belangen kunnen helpen bij het opstellen van een dorpsvisie.
Provincie Overijssel: te weinig gebruik van subsidiemogelijkheden De provincie Overijssel biedt vanuit het programma Leefbaar Platteland financiële ondersteuning voor het opstellen en uitvoeren van dorpsvisies. Per dorpsvisie kan een subsidie van maximaal € 25.000 worden aangevraagd (hiervan moet minimaal 20% worden besteed aan de uitvoering). Daarnaast zijn er andere subsidiemogelijkheden, bijvoorbeeld voor fysieke investeringen, beschikbaar. De provincie communiceert over deze subsidiemogelijkheden via het wethoudersoverleg, met contactambtenaren en via mails, nieuwsbrieven en de website. Ondanks dat constateert de provincie dat de Plaatselijke belangen niet of nauwelijks gebruik hebben gemaakt van deze subsidiemogelijkheden.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
16
Uit andere interviews komt naar voren dat het voor meerdere Plaatselijke Belangen lastig is om de kennis over subsidiemogelijkheden (of andere ondersteuning) up to date te houden. Soms verliezen zij het overzicht. Er is onder de Plaatselijke Belangen behoefte om naast de huidige communicatiemiddelen ook iets gerichter informatie te krijgen over financiële of andere ondersteuningsmogelijkheden, bijvoorbeeld tijdens een gezamenlijke bijeenkomst of themasessie met andere Plaatselijke Belangen in de gemeente. De provincie is positief over de rol die de Plaatselijke Belangen in Ommen spelen bij het opstellen van dorpsvisies, ook vergeleken met andere Overijsselse gemeenten. Wel geeft de provincie in het interview aan dat de contacten met de Plaatselijke Belangen wel wat intensiever mogen zijn.
Ondersteunende bureaus: goed in verwachtingsmanagement Voor veel Plaatselijke Belangen is het opstellen en uitvoeren van een dorpsvisie een grote uitdaging. Daar komt bij dat veruit de meeste leden hun werkzaamheden voor de Plaatselijke Belangen naast hun dagelijks werk en andere bezigheden moeten combineren. Veel Plaatselijke Belangen schakelen daarom de hulp van een ondersteunend bureau in om dit proces te begeleiden. Voorbeelden hiervan zijn: AnnoNu, Moventum, Stimuland en de Overijsselse Vereniging voor Krachtige Kernen (OVKK). Veel van deze bureaus organiseren het proces om tot een dorpsvisie te komen (bijvoorbeeld de organisatie rond bewonersavonden) en zijn betrokken bij het opstellen van de visie. Enkele organisaties zijn alleen betrokken als inhoudelijk klankbord, bijvoorbeeld door deel te nemen aan bijeenkomsten. De meeste bureaus worden gefinancierd via één of meerdere subsidieregelingen (van gemeente en/of provincie). Het beschikbare budget ervaren zij als krap, maar werkbaar. Dit betekent in de praktijk vaak wel dat na afronding van de visie hun rol ophoudt. Tot op zekere hoogte is men daarna wel beschikbaar voor vragen, maar in de uitvoering spelen deze bureaus doorgaans geen (of een marginale) rol. Plaatselijke Belangen geven aan dat zij vooral geholpen zijn door het ondersteunende bureau aan het begin van het proces.
Zij helpen vooral bij inzicht geven in hoe het proces eruit zou kunnen zien, wat mogelijk relevante thema’s zijn, maar met name ook bij het in beeld brengen van het krachtenveld (welke partijen zijn betrokken? Hoe ga je om met verschillende meningen?). Verschillende bureaus gebruiken een simulatiespel om de rolverdeling van verschillende partijen na te spelen. Volgens veel Plaatselijke Belangen heeft dat goed geholpen om een beeld te krijgen bij wat ze konden verwachten van het proces. Tijdens het proces is het aan de ondersteunende bureaus ook de taak om te zorgen dat Plaatselijke Belangen alvast gaan anticiperen op de fase na afronding van de visie. Hoe houd je inwoners betrokken bij de uitvoering? Hoe borg je de verdere uitwerking als het ondersteunende bureau niet meer aanwezig is om de organiserende rol te vervullen? Vaak zijn Plaatselijke Belangen via het contact met de gemeente (en soms provincie) gewezen op de mogelijkheden van ondersteuning door een bureau. Een enkele keer heeft een verkennend gesprek tussen Plaatselijke Belangen en het bureau ertoe geleid om juist geen dorpsvisie op te stellen (vanwege beperkte urgentie qua thema’s).
4.6 Status van de dorpsvisie Uit zowel de bureaustudie als de interviews komt naar voren dat er geen kaders zijn over de status van de dorpsvisies. De visies worden ook niet vastgesteld door de gemeenteraad. De wethouder geeft in het interview wel aan dat het mogelijk is dat dorpsvisies na verloop van tijd worden opgenomen in gemeentelijk beleid. Dat hangt echter mede af van de inhoud van de dorpsvisies. Bovendien kunnen de mogelijkheden om aansluiting te vinden bij gemeentelijk beleid sterk per onderwerp verschillen.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
17
Met de gemeenteraad van Ommen is de optie verkend maatregelen in de dorpsvisies altijd als uitgangspunt van gemeentelijk beleid te hanteren, tenzij acties aantoonbaar strijdig zijn met de gemeentelijk visie. In de basis vinden veel raadsleden deze zienswijze een sympathieke gedachte om het initiatief van onderop mogelijk te maken. Wel is het belangrijk dat de ambities in de dorpsvisies realistisch moeten zijn, zowel qua tijdspad, financieel, organisatorisch en juridisch. Goed verwachtingsmanagement richting de Plaatselijke Belangen vindt men belangrijk. Het moet voor hen duidelijk zijn dat niet alles mogelijk is. Ook moet worden gekeken naar een mogelijke precedentwerking en naar de gevolgen van oplossingen die ook de andere kernen raken. Als voorbeeld wordt de aanleg van de zuidelijke ringweg in Dalmsholte genoemd. In die gevallen is wel enig kader vanuit de gemeente nodig.
Voorbeelden van andere gemeenten: gezamenlijk uitvoeringsprogramma Ondersteunende bureaus geven in de interviews voorbeelden aan van gemeenten waar gemeente en Plaatselijke Belangen in gezamenlijkheid een uitvoeringsprogramma opstellen, waardoor duidelijkheid komt over maatregelen waar alle betrokkenen achter staan. Soms wordt deze gezamenlijkheid ook onderstreept door een ondertekening van betrokken organisaties.
4.7 Samenvatting • Er is een flinke vooruitgang gemaakt met het opstellen en uitvoeren van de dorpsvisies: ruim de helft van de Plaatselijke Belangen heeft een dorpsvisie opgesteld en daar weer de helft van is bezig met de uitvoering ervan. De overige Plaatselijk Belangen gaan, op één na, nog aan de slag met het opstellen van een dorpsvisie. • Bij vrijwel alle dorpsvisies worden individuele inwoners (zijnde niet onderdeel van de Plaatselijke Belangen) betrokken bij het opstellen van de visie. Diverse Plaatselijke Belangen vinden het lastig om op onderwerpen waar de meningen sterk uiteenlopen tot een gezamenlijke ambitie te komen. • De meeste Plaatselijke Belangen waarderen de ruimte die de gemeente geeft qua inhoud en proces voor de totstandkoming van de dorpsvisie. Enkele Plaatselijke Belangen hebben behoefte aan iets meer richting om met vertrouwen aan de slag te gaan met een visie. • Er is veel variatie in de expertise en organisatiekracht van de Plaatselijke Belangen. Dit heeft gevolgen voor de voortgang van het proces. • Er is waardering bij de Plaatselijke Belangen voor de samenwerking met de gemeente en de financiële ondersteuning die zij krijgen. Wel zouden zij het op prijs stellen als contactambtenaren op sommige momenten iets meer initiatief zouden nemen bij de informatievoorziening en ondersteuning rondom het opstellen van de dorpsvisies.
• Er wordt veel gebruik gemaakt van de inzet van ondersteunende bureaus. De rol van de provincie (en daarmee ook de beschikbare financiële middelen) blijft tot op heden beperkt, terwijl de provincie graag meer in contact zou komen met de Plaatselijke Belangen. • Veel betrokkenen zouden graag zien dat er meer duidelijkheid komt in de status van dorpsvisies en welke maatregelen wel of niet uitgevoerd gaan worden. Tegelijkertijd leven er ook enkele bezwaren waardoor tot op heden de optie wordt opengehouden om (onderdelen van) een dorpsvisie op te nemen in gemeentelijk beleid, maar niet standaard alle dorpsvisies worden overgenomen.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
18
5 De uitvoering Waar inmiddels de meeste Plaatselijke Belangen al zijn gestart met het opstellen van een dorpsvisie (of deze zelfs al hebben afgerond), is men nog veel minder ver gevorderd met het realiseren van maatregelen. Uit zowel de enquête als de interviews komen verschillende aandachtspunten naar voren.
5.1 Acties uitwerken: werkgroepen of organisch proces Net als voor het proces en de inhoud van de dorpsvisie is er voor de uitvoering geen blauwdruk vanuit de gemeente waar de Plaatselijke Belangen zich aan moeten houden. Zij kunnen de vervolgfase naar eigen inzicht vormgeven. Het initiatief daarvoor ligt volgens de gemeente ook bij de Plaatselijke Belangen. Wel zijn contactambtenaren bereid om mee te denken over hoe de vervolgstappen eruit zouden kunnen zien. Ook de ondersteunende bureaus attendeerden de Plaatselijke Belangen al tijdens het opstellen van de visie op de vervolgfase (zie paragraaf 4.5). In de praktijk gaan Plaatselijke Belangen op verschillende manieren te werk in deze vervolgfase.
Aanwezigheid uitvoeringsprogramma in dorpsvisies In geen van de dorpsvisies is expliciet een concreet uitvoeringsplan beschreven in de zin van concrete termijnen waarop deze gerealiseerd zouden kunnen of moeten worden. Ook kennen de dorpsvisies geen financiële onderbouwing van de uitvoering van de plannen. Evenmin wordt duidelijk welke rol de gemeente bij een eventuele realisering zou moeten vervullen. In de enquête hebben drie van de zeven kernen aangegeven dat zij hun dorpsvisie al in concrete acties en maatregelen hebben vertaald. Daarnaast hebben de interviews duidelijk gemaakt dat in een aantal kernen acties en maatregelen al daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Door het ontbreken van een concreet uitvoeringsplan is het niet verwonderlijk dat in geen van de dorpsvisies aandacht is besteed aan de monitoring van de uitvoering van de plannen.
Werkgroepen per speerpunt Meerdere Plaatselijke Belangen hebben wel algemene ambities geformuleerd, maar vaak nog geen zeer concrete maatregelen uitgewerkt. Vaak is de eerstvolgende stap om mogelijke maatregelen uit te werken. Per onderwerp worden daarom werkgroepen ingericht, bestaande uit veelal betrokken inwoners, relevante organisaties die mogelijk een rol moeten spelen in de uitvoering (zoals een lokale ontwikkelaar of eigenaar van een voorziening). Aan de meeste werkgroepen neemt vaak ook iemand uit de Plaatselijke Belangen deel, zodat er een verbinding blijft tussen de uit te werken actie en de oorspronkelijke ambitie uit de dorpsvisie.
Focus op waar de energie zit Enkele Plaatselijke Belangen beperken zich bij de uitvoering op één, of slechts een beperkt aantal thema’s. Met name onderwerpen waar binnen de gemeenschap de meeste noodzaak wordt gevoeld (en daarmee ook verantwoordelijkheid wordt genomen). Ook kan samenwerking met een naastgelegen kern helpen om snel iets realiseren, bijvoorbeeld door een route iets te verleggen waardoor een buurtbus door meerdere kernen kan lopen en daardoor op een groter draagvlak in de gemeenschappen kan rekenen. De slaagkans wordt ook vergroot als lokale bedrijven aanhaken, zoals een aannemer of ontwikkelaar daar waar het gaat om woningbouw.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
19
Enkele Plaatselijke Belangen zet in de uitvoering vooral in op actiepunten waarvan men weet dat de gemeente hier ook een ambitie in heeft, bijvoorbeeld verduurzaming. Dat kan helpen om snel medewerking te krijgen voor een plan of om voor subsidie in aanmerking te komen.
Focus op ‘laaghangend fruit’ Zowel gemeente als ondersteunende bureaus geven in de interviews aan dat veel dorpsvisies gericht zijn op ambities die een lange doorlooptijd kennen, zoals woningbouw en verkeer (vaak het aanpassen van een weg). Niet alleen de financiering van dergelijke acties is complex, er zijn vaak ook meerdere organisaties betrokken (bijvoorbeeld provincie of regiogemeenten), waardoor een langdurig besluitvormingstraject in het verschiet ligt om maatregelen te realiseren. Zowel gemeente als ondersteunende bureaus wijzen Plaatselijke Belangen er daarom op om ook aandacht te hebben voor relatief kleine maatregelen die toch al snel zichtbaar zijn voor de lokale gemeenschap. Bijvoorbeeld het vergroenen van een plein of de aanleg van bank of ontmoetingsplek in de openbare ruimte. Daarmee laat je zien dat er daadwerkelijk actiepunten gerealiseerd worden en het helpt ook de energie erin te houden bij betrokken werkgroepen voor de meer lange termijn acties.
Termijn voor realisatie In de enquête gaven drie Plaatselijke Belangen aan hun uitvoeringsprogramma binnen vijf jaar te kunnen uitvoeren. De andere Plaatselijke Belangen denken hier meer tijd voor nodig te hebben (tussen de vijf en tien jaar). De helft van de Plaatselijke Belangen weet nog niet welke partners zij voor de uitvoering nodig hebben. De andere helft noemt hiervoor verschillende organisaties, zoals de gemeente, school, het bestuur van het buurthuis, de Oranjevereniging en de werkgroep energietransitie. Ook de bewoners zelf (werkgroepen) worden genoemd, evenals een (nog op te richten) collectief opdrachtgeverschap voor woningbouwprojecten.
5.2 Behoefte aan duidelijkheid onder Plaatselijke Belangen De gemeente is bereid om over elk actiepunt van een dorpsvisie in gesprek te gaan met de Plaatselijke Belangen. Deze open houding van de gemeente wordt door de Plaatselijke Belangen gewaardeerd. Een aantal gevallen heeft dit geleid tot enkele mooie resultaten waarbij dankzij het lobbywerk van de gemeente bij de provincie meer ruimte is verkregen voor woningbouw in het buitengebied (Witharen). Soms heeft deze open houding volgens de Plaatselijke Belangen een keerzijde. Zij krijgen dan het gevoel dat er wel diverse gesprekken worden gevoerd, maar er geen voortgang wordt geboekt. Als na verloop van tijd blijkt dat een voorgenomen maatregel toch niet haalbaar is, hadden de Plaatselijke Belangen dit liever in een eerder stadium van de gemeente willen weten. Ook geven Plaatselijke Belangen aan dat de gemeente in sommige situaties te rigide denkt en vasthoudt aan haar eigen beleid, bijvoorbeeld op het vlak van verkeer of parkeren. De Plaatselijke Belangen ervaren dat de gemeente te weinig open staat voor oplossingen die iets afwijken van de gemeentelijke beleidskaders.
Denkers versus doeners Gemeente en ondersteunende bureaus zien in bovenstaande situaties vooral een verschil in houding; het verschil tussen ‘denkers’ en ‘doeners’. De Plaatselijke Belangen zien het liefst dat maatregelen zo snel mogelijk gerealiseerd worden. Zij kunnen zich soms moeilijk vinden in lange besluitvormingstrajecten die voor sommige ingrepen nodig zijn. Medewerkers vanuit de gemeente zijn zich meer bewust van de bestuurlijke, juridische en financiële context. Dit verschil in houding bijt op
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
20
sommige momenten met elkaar. Dit speelt met name bij maatregelen van complexe opgaven, zoals woningbouw en verkeersmaatregelen. Voor beide partijen is het belangrijk oog te hebben voor elkaars uitgangspositie en houding hierin.
5.3 Regiegemeente: voor- en nadelen De gemeente Ommen is een regiegemeente. Dit houdt in dat een deel van de gemeentelijke taken wordt uitbesteed aan externe organisaties en medewerkers. Ten aanzien van de dorpsvisies speelt dit gegeven vooral een rol bij de informatievoorziening bij specifieke inhoudelijke vragen en bij de uitvoering van maatregelen. De gemeente geeft aan dat de werkwijze met externe inhuur een zekere aanlooptijd heeft gehad maar inmiddels haar vruchten begint af te werpen. De gemeente erkent dat de extern ingehuurde medewerkers niet altijd de lokale kennis heeft, zoals dat bij ambtenaren die volledig in dienst van de gemeente zijn wel het geval is. Daar staat tegenover dat de ingehuurde krachten vaak een zeer grote inhoudelijke expertise op een bepaald onderwerp hebben, die in de oude situatie (waarbij iedereen in dienst zou zijn van de gemeente) niet haalbaar zou zijn. De Plaatselijke Belangen vinden dat de gemeente nog zoekende is naar haar nieuwe rol. Op een aantal deelonderwerpen functioneert de werkwijze zeer goed (zoals het onderhoud van de buitenruimte door ROVA). Voor Plaatselijke Belangen is vooral de structuur van de gemeente (en wie waarvoor inhoudelijk de expert en verantwoordelijk is) niet duidelijk.
Zij geven aan dat het zou helpen als de contactambtenaar duidelijk aangeeft hoe de structuur van de gemeente eruitziet, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe deze medewerkers kunnen worden bereikt. De Plaatselijke Belangen geven aan dat om iets voor elkaar krijgen (qua regelgeving en subsidie), niet alleen de contactambtenaar, maar zeker ook de inhoudelijke expertise van andere ambtenaren noodzakelijk is.
5.4 Samenvatting • Hoewel een aantal Plaatselijke Belangen aangeeft de dorpsvisie in concrete acties te hebben vertaald, is de daadwerkelijke uitvoering van die acties een proces dat langere tijd vergt. Zo wordt gemeld dat veel onderdelen van het programma pas over geruime tijd zijn afgerond (soms een periode van vijf tot tien jaar), terwijl ook de financiering ervan nog niet is geregeld. Voor een aantal dorpsvisies is nog niet duidelijk welke partijen hierbij worden betrokken. • Het is aan de Plaatselijke Belangen zelf om de stap te zetten van visie naar uitvoering. In de praktijk gaan Plaatselijke Belangen hier verschillend mee om. In diverse kernen worden diverse werkgroepen georganiseerd, andere kernen gaan meer uit van een organisch proces en leggen de focus op zaken waar veel energie of draagvlak op zit. • Door een verschil in houding tussen Plaatselijke Belangen (sterk uitvoeringsgericht) en gemeente (meer beleidsmatig, bewust van besluitvorming en beperkingen) kan de lengte van het uitvoeringstraject frustrerend zijn voor met name Plaatselijke Belangen. Hierbij is het belangrijk om bewust te zijn van elkaars vertreksituatie en houding. • De werkwijze van een regiegemeente heeft een aanlooptijd gekend, maar heeft zeker voordelen (zoals de inhoudelijke expertise).
Plaatselijke Belangen hebben wel behoefte aan meer zicht op de organisatiestructuur en relevante contactpersonen op deelonderwerpen.
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
21
Bijlage: Samenvatting afgeronde dorpsvisies Beerze: Toekomstschets Beleef Beerze Jaar: Opsteller:
2022 Plaatselijke Belangen, ondersteund door de Buurtontdekkers
Aantal inwoners: 170 (2024) Inhoudelijke thema’s • Erfgoed en cultuurhistorie: hoe kunnen we het beschermde dorpsgezicht en cultuurhistorie versterken en beter voor het voetlicht brengen? • Samen leven: Hoe kunnen we het noaberschap behouden? Hoe zorgen we ervoor dat ouderen in het eigen dorp kunnen blijven wonen (en niet vereenzamen)? • Wonen en werken: Hoe kunnen we ervoor zorgen dat er voldoende woningen zijn en blijven voor met name jongeren en ouderen? • Duurzaamheid en biodiversiteit: Veel inwoners vinden dit belangrijk, maar niet iedereen. Hoe vinden we een gulden middenweg in de verduurzaming en energietransitie? • Ondernemerschap: Hoe kunnen we het ondernemende karakter versterken (agrarische sector, recreatie)? • Sociale en fysieke veiligheid: Preventieplan bosbranden, aanrijtijden hulpdiensten, preventieapp. • Verkeersveiligheid: aanpak Zwarteweg, verkeersgedrag motoren • Goed contact met andere organisaties (zoals gemeente, Overijssels Landschap, zorgaanbieders) Betrokkenheid inwoners In 2021 is een enquête onder de inwoners uitgevoerd, waarbij gevraagd werd of er draagvlak was voor een dorpsvisie en welke thema’s daarin terug moesten komen. Vervolgens is een werkatelier en verhalenmuseum met Plaatselijke Belangen, bewoners en de Buurtontdekkers georganiseerd om de Toekomstschets uit te werken.
De resultaten van de enquête zijn aan inwoners tijdens de Algemene Ledenvergadering toegelicht. Uitvoeringsgerichtheid Er worden suggesties gedaan voor maatregelen, maar die zijn nog niet uitgewerkt. In fase 2 van het proces worden zes van de genoemde thema’s nader uitgewerkt in een uitvoeringsplan, samen met bewoners en de Buurtontdekkers. Hierbij zal ook gekeken moeten worden hoe plannen gefinancierd moeten worden. Monitoring Het plan omvat geen voorstel voor monitoring.
Beerzeveld: ‘Expeditie Verkiezingen’ en Toekomstschets ‘Beerzerveld groeit 2022 - 2030’ Jaar: Opsteller:
2020 respectievelijk 2022 Plaatselijk Belangen, ondersteund door de Buurtontdekkers
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
22
Aantal inwoners: 1.055 (2024) Expeditie Verkiezingen Op basis van huisbezoeken bij inwoners zijn ideeën voor een toekomstvisie opgehaald. Dit diende o.b.v. verkiezingen te leiden tot een top 10 van ideeën. Ook zijn gesprekken met organisaties gevoerd. De ideeën betreffen: - Inrichting Beerzerveld (sport- en speelvoorzieningen, marktkraam) - Wonen: bouw van meer woningen w.o. seniorenwoningen en starterswoningen, mogelijkheid om langer thuis te blijven wonen, oprichten wooncollectief - Ontmoeting: Kulturhus, activiteiten voor ouderen, beter benutten buurthuizen, vermaak voor de jeugd - Openbare ruimte: beter onderhoud w.o.
renoveren stoepen, bankjes langs het kanaal, verlichting, meer parkeergelegenheid, hondenpoep - Verbeteren verkeersveiligheid op diverse plaatsen - Groenbeplanting en (vis-)vijver - Verplaatsen speeltuin en meer mogelijkheid om op straat te spelen - Overig: aanleg glasvezelkabel, winkel in het dorp, luierdepot, lokale taxiservice - Oprichten bewonerscoöperatie Toekomstschets In totaal 111 ideeën zijn in 9 thema’s ondergebracht, waarbij ze steeds zijn gerangschikt naar mogelijke realisering op korte en op lange termijn: • Herinrichting openbare ruimte • Verkeer • Wonen • Sporten • Lokale economie • Groen • Activiteiten • Spelen • Noaberschap/thuis kunnen blijven wonen/informele zorg Betrokkenheid inwoners Om de plannen te kunnen realiseren worden voor de thema’s ontwikkelgroepen geformeerd van elk ongeveer vijf bewoners als kartrekkers. Een buurtcoach is de coördinator van de ontwikkelgroep. Uitvoeringsgerichtheid Het plan omvat per thema concrete maatregelen. Ook wordt het punt van de financiering aangekaart, echter alsnog te beantwoorden vragen hoe deze tot stand kan komen. Plaatselijk Belang realiseert zich dat een sterke bewonersorganisatie de uitvoering ter hand moet nemen. De voorkeur van de meeste inwoners gaat uit naar de omvorming tot een bewonerscoöperatie. Monitoring: Het plan omvat geen voorstel voor monitoring.
Buurtschapvisie Giethmen 2025 - 2035 Jaar: Opsteller:
2024 Plaatselijk Belang
175.118/G | Vitale kernen in Ommen: nota van bevindingen dorpsvisies
23
Aantal inwoners: 235 (2024) Inhoudelijke thema’s uit het plan • Economie, natuur en landbouw: grote uitdagingen om landbouw meer in evenwicht met de natuur te brengen en te houden. Boeren moeten daarbij een goed inkomen verdienen. Realisering ligt ver buiten het bereik van het buurtschap. • Wonen: geen draagvlak voor nieuwbouw, wel behoefte aan starterswoningen door ombouw leegstaande stallen en bebouwing bestaande erven. Transparanter welstandstoezicht is wenselijk. • Sociaal leven: er is behoefte aan ontmoetingsmogelijkheden. • Onderwijs: voortbestaan basisschool net buiten buurtschap is van belang • Verkeer: handhaving max. snelheid 60 km is van belang. Aanleg zuidelijke rondweg leidt tot verzet. Buurtschap onaantrekkelijk maken voor sluipverkeer bij afsluiting Vechtkade. • Noaborskop 2.0: vroegtijdig anderen informeren bij nieuwe ontwikkelingen om juridische procedures te voorkomen. Tegengaan gebruik bestrijdingsmiddelen. Betrokkenheid inwoners Er is een enquête onder de inwoners gehouden en er zijn 2 gespreksavonden over de thema’s gehouden. De visie is met wijzigingen in een ledenvergadering vastgesteld. Uitvoeringsgerichtheid Er is geen uitvoeringsprogramma. Monitoring: Het plan omvat geen voorstel voor monitoring.