2. Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief (1)
Tekst van het document
Als er bomen 31
‘‘Voorbeeldberekening bomenbalans
1. In een straat worden kabels en leidingen en de verharding vervangen. Er staan 10 bomen met een kroon van 8 meter breed. Het totale kroonoppervlak is dan 500 m2. 2. Bij de herinrichting kunnen 6 bomen behouden blijven en moeten er 4 worden gekapt. 3. Voor de 6 bomen geldt dat de groeiplaats minimaal gelijk moet blijven aan de oude situatie. De 4 gekapte bomen waren goed voor 200 m2 aan kroonoppervlak. 4. Uitgangspunt is dat iedere m3 groeiplaats zorgt voor 4 m2 aan kroonoppervlak. Dat betekent dat voor 200 m2 aan kroonoppervlak ca. 50 m3 aan groeiplaats nodig is. Deze kan worden verdeeld over 4 (middelmatige) bomen, 2 grote of 8 kleine.
’’
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief weg moeten, worden deze gecompenseerd. We beginnen natuurlijk met een kleine boom, maar na verloop van tijd moet het volume gelijk zijn aan vóór het project. Beschadiging van bomen Helaas komt het, ondanks goede regels, nog te vaak voor dat deze (bewust of onbewust) niet goed worden nageleefd. Dit kan gebeuren bij werkzaamheden, maar het komt ook voor dat bewoners of bedrijven bomen van de gemeente beschadigen of vergiftigen, bijvoorbeeld bij hinder. Bij beschadiging of vandalisme bij onze bomen, taxeren we de schade volgens het ‘Rekenmodel Vervangingskosten’ van de NVTB of een vergelijkbare methode. Dit nemen we op in ons Omgevingsplan, zodat we hier ook op kunnen handhaven en beboeten. Aanvullend kan de gemeente ook aangifte doen bij de politie van beschadiging van haar eigendommen.
5.6 Goed communiceren over bomen Bomenpagina Op de website van de gemeente willen we een speciale ‘Bomenpagina’ gaan inrichten. Dit wordt een verzamelpunt van de relevante gemeentelijke informatie over bomen, zoals: - Informatie over het beleid en het belang van bomen. Hier kunnen de verbeeldingen van de visie en uitgangspunten een belangrijke plek krijgen. - Online digitale kaart waarop zichtbaar is welke bomen we gaan snoeien en kappen. - Online digitale kaart met de Lijst beschermwaardige bomen, inclusief de bijbehorende regels. - Link naar de regels rondom vergunningen. - Informatie over het gebruik en onderhoud van (inDe participatieladder (naar: gemeentepeiler.nl) heemse) bomen en beplanting in 1. Informeren – basisniveau van participatie. Overeigen tuin. heden of organisaties verstrekken bewoners in- Informatie over formatie over plannen, projecten of beleid, zonhoe de gemeente der dat er directe feedback van bewoners wordt omgaat met hingevraagd of verwacht. der door bomen. 2. Raadplegen – bewoners worden gevraagd om hun mening te geven over plannen of projecten. Wat doet de geDit kan via enquêtes, publieke bijeenkomsten of meente wel, en forums. De input van bewoners kan invloed hebwat niet? Hier kan ben, maar dit is niet verplicht. ook worden ver3.
Adviseren – bewoners krijgen meer invloed, wezen naar de doordat ze actief worden betrokken bij adviseren protocollen over plannen en beleid. Hun adviezen worden serondom plaagdierieus genomen, maar uiteindelijke beslissingen ren. liggen nog steeds bij de besluitvormers. - Wat mag wel en 4. Coproduceren – hier ontwikkelen bewoners en niet bij wortelbesluitvormers samen van plannen, projecten of groei? Hierbij krijbeleid. Er is sprake van partnerschap waarbij gen bewoners het beide partijen invloed hebben op de uitkomsten. advies om eerst 5. Meebeslissen – hoogste niveau van participatie, waarbij bewoners direct betrokken zijn bij becontact op te nesluitvorming. Bijv. via formele structuren zoals men met de geburgerjury’s of referenda, waarbij de besluiten meente. bindend zijn voor de overheid of organisatie.
“
’’ 32
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief Informatie over ‘bomen met een verhaal’ in Ommen. Informatie over acties om meer groen en bomen te stimuleren bij bewoners.
-
Participatie De gemeente biedt ruimte aan participatie van inwoners en organisaties bij de uitvoering van het bomenbeleid. Dit vergroot het draagvlak en daarmee de zorg voor bomen. We volgen het vastgestelde participatiebeleid van de gemeente Ommen. De participatieladder (zie kader) kent verschillende niveaus van inspraak en invloed. In het laagste niveau is de inwoner alleen de ontvanger. In het hoogste niveau is de inwoner zelf initiatiefnemer. In tabel 3 is voor veel voorkomende bomenkwesties aangegeven welke rol aan de inwoners wordt toegekend. Inwoners en organisaties kunnen ook zelf initiatieven ontplooien. De gemeente levert aan deze initiatieven een bijdrage. Voorwaarde is dat het initiatief een duidelijke bijdrage levert aan de doelen van het bomenbeleid. tabel 3: participatie bij het bomenbeleid van Ommen
Onderwerp/ voorbeelden Aanvraag/ verlening kapvergunning Plaatsing boom (eigendom) op de monumentale bomenlijst Vervanging of nieuwe aanplant bomen in de eigen straat/ directe omgeving Inwonersinitiatief voor meer groen in de eigen straat
Participatieniveau Informeren Informeren Raadplegen of Adviseren Coproduceren of Meebeslissen
Informatie over bijzondere gemeentebomen Als gemeente zijn we trots op onze bijzondere bomen en kennen we ook hun waarde. Dit willen we ook graag aan onze bewoners laten zien. Bij de meest bijzondere bomen willen we, verspreid over de gemeente, een informatiebordje plaatsen met het verhaal of de bijzonderheden van de boom. In de begroting nemen we hier (incidenteel) budget voor op.
33
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
6 Deel 2 – Versterken en vergroenen 6.1 Kwaliteit voor kwantiteit – investeren in de groeiplaats Een goede groeiplaats is de eerste levensbehoefte voor een boom. Zonder een goede bodem functioneert de boom niet en gaat deze nooit zijn waarde optimaal vervullen. Dit sluit ook aan bij het uitgangspunt van de provinciale omgevingsvisie: ‘bodem en water sturend.’ Meestal planten we bomen als vervanging voor een gekapte boom. Dit thema is als eerste uitgewerkt. Daarna gaan we in op de aanplant van bomen. Kappen van zieke, slechte of dode bomen Uit onze boomveiligheidscontroles (zie paragraaf 5.1) komen regelmatig bomen die ziek, slecht of dood zijn. Als deze bomen waardevol zijn voor de natuur en ecologie, proberen we deze zo lang mogelijk te behouden. Soms hebben de bomen echter maar weinig waarde, bijvoorbeeld als de bomen staan te ‘kwijnen’ vanwege een slechte groeiplaats, of omdat de bodem van slechte kwaliteit is. In onze gemeente staan ook grotere structuren van matige of slechte kwaliteit. In die gevallen kan het efficiënter zijn om over te gaan tot planmatige vervanging. De gezonde bomen laten we daarbij uiteraard wel staan. We stellen iedere vijf jaar een vervangingsplan op. Dit doen we als volgt: 1. Op basis van de boomveiligheidscontrole worden de boomstructuren beoordeeld.
Daarbij wordt gekeken naar aspecten als de conditie, toekomstverwachting en beheeraspecten zoals overlast of boomziekten 2. Dit resulteert in een lijst met (deel)structuren die in aan- afb. 28: In woonwijken staan soms structuren merking komen voor vervanging. Binnen de lijst wordt van slechte kwaliteit, zoals hier aan de Jonkheer van Nahuysstraat in Ommen nog een verdeling gemaakt in urgentie. 3. Vervolgens wordt gekeken naar het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) van wegbeheer. Als binnen 5 jaar een reconstructie gepland staat, wachten we tot deze reconstructie. Als deze nog langer dan 5 jaar duurt, worden de bomen projectmatig vervangen. 4. Waar mogelijk worden de structuren herplant. Daarbij geldt dat deze bomen een goede groeiplaats krijgen en dat we meer diversiteit aanbrengen. Soms kan het beter zijn om minder bomen terug te planten, die wel een goede groeiplaats meekrijgen, zie daarvoor paragraaf 6.3. De gemiddelde leeftijd van ons bomenbestand is 75 jaar. Op basis daarvan zouden we in onze begroting ook kunnen uitgaan van deze vervangingscyclus. Dat betekent dat we jaarlijks gemiddeld 1,3% van het areaal zouden moeten vervangen. Als we deze vervangingscyclus goed organiseren, besparen we ook op onderhoudskosten. Herplanten gekapte bomen In principe planten we voor iedere gekapte boom weer een nieuwe terug. Dit is echter niet altijd een goed idee.
Voorwaarde is dat de te planten boom voldoende ruimte heeft om uit te groeien tot een volwassen boom. Soms kan dit niet op dezelfde plek, omdat de groeiplaats niet voldoet. Dan kijken we naar een andere plek. Verder geldt het uitgangspunt ‘kwaliteit gaat voor kwantiteit’. Situaties waar het 1-op-1 herplanten bijvoorbeeld niet mogelijk is, zijn: 34
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief -
-
De beschikbare ruimte is leidend voor het type en formaat boom. Als de groeiplaats niet geschikt is of niet geschikt te maken is, planten we een kleinere boom, of zetten we struiken of andere begroeiing terug. Als de boom onderdeel is van een toekomstig vervangingsplan (zie hierboven). We willen meer variatie in ons bomenareaal (zie paragraaf 6.3). Daarom kiezen we soms om één grote boom terug te planten voor meerdere kleine bomen.
De openbare ruimte is schaars en de publieke financiële middelen zijn niet eindeloos. Dit betekent dat we soms andere keuzes moeten maken dan wat optimaal is. De minimumeis is dat de boom die we planten voldoende levenskansen heeft. Anders is de aanplant verspilling van afb. 29: De concurrentie om de beperkte ruimte is groot, helemaal hier, in het centrum van Ommen. Maar op deze plek publieke middelen. zijn bomen misschien wel het allerbelangrijkst Groeiplaats en omloop De groeiplaats is afhankelijk van de beschikbare ondergrondse en bovengrondse groeiruimte. De beschikbare ruimte is leidend in de boomgrootte en de beoogde omlooptijd. Daarvoor hanteren we standaard categorieën. Bij het ontwerp en de aanleg/reconstructie van wegen houden we rekening met groeiruimte voor bomen. Zo voorkomen we dure maatregelen, zoals het innemen van een kroon. Daardoor behoudt de boom zijn waarde. Alle technische eisen rondom de groeiplaats en aanplant van bomen zijn opgenomen als bijlage 6. Op afb. 30 is te zien met welke aspecten we onder andere te maken hebben.
afb. 30: enkele technische ontwerpeisen, zoals de beoogde kroondiameter, de afstand tot obstakels boven en onder de grond, en de grootte van een boomspiegel
35
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief Afstand tot de erfgrens Volgens artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek11 geldt standaard een afstand van bomen tot de erfgrens van 2,0 meter. Bij dit artikel wordt de mogelijkheid geboden om deze afstand te verkleinen. We kiezen ervoor de afstand als bedoeld in artikel 5:42 BW voor bomen in gemeentelijk eigendom te verkleinen naar nihil. Verder geldt: - Uitgangspunt bij nieuwe aanleg blijft dat we bomen zoveel mogelijk planten op minimaal 2 meter van de erfgrens. - Hiervan kan worden afgeweken als hierover een schriftelijke afspraak wordt overeengekomen met de eigenaren van de aangrenzende percelen. - Bij bestaande situaties in bebouwd gebied waar sprake is van een kleinere afstand is het uitgangspunt dat bij vervanging de bomen op minimaal 2 meter van de erfgrens te plaats. Waar dat niet mogelijk kunnen we (afhankelijk van de inspraak) een kleinere afstand hanteren. Standplaats Een boom groeit van nature in een bos, met daaronder struiken, kruiden en een strooisellaag. In die situatie is er een natuurlijke kringloop van voedingsstoffen en zijn de groeiomstandigheden optimaal. In de openbare ruimte staan veel bomen in een strak gemaaid gazon of in verharding. In die gevallen zijn de omstandigheden dus verre van ideaal. Dit is de belangrijkste oorzaak van problemen, zoals slechte groei, ziektes en wortelopdruk.
We hanteren technische eisen voor de standplaats. Deze technische eisen zijn opgenomen in bijlage 6. Bij jonge bomen proberen we de natuurlijke groeiomstandigheden zoveel mogelijk te imiteren. Daarbij zijn belangrijke uitgangspunten: - Het is voor de boom het beste om deze te planten in open grond en op een plek waar deze vrijuit kan groeien. - Het planten van bomen langs wegen en fiets- en wandelpaden is belangrijk voor schaduw. Dit sluit aan op de plannen van de gemeente voor klimaatadaptatie - De ruimte rond bomen in een groenstrook wordt bij voorkeur ingeplant met bosplantsoen, heesters of vaste planten. Daartussen wordt een strooisellaag aangebracht, met bijvoorbeeld Bokashi of bladcompost. - In veel gevallen kan een boom niet vrij uitafb. 31: Verharding onder een boomkroon is verre van idegroeien en moet er wel worden gemaaid. aal, maar soms is het ook helemaal niet nodig, zoals hier aan Als we bomen wel in het gras planten, de Van Alewijkstraat in Beerzerveld brengen we bij aanplant een strooisellaag rond de stam aan, zodat er weinig concurrentie van grassen en minder kans op verdichting is. - Onder boomkronen waar het gras geen duidelijke functie heeft, maaien we het gras niet of zo weinig mogelijk en laten blad en strooisel van de boom zoveel mogelijk liggen. Bij bijvoorbeeld wegen en speelweides wordt het gras wel kort gehouden.
11
De wettekst luidt: “lid 1: Het is niet geoorloofd binnen de in lid 2 bepaalde afstand van de grenslijn van eens anders erf bomen, heesters of heggen te hebben, tenzij de eigenaar daartoe toestemming heeft gegeven of dat erf een openbare weg of een openbaar water is. Lid 2: De in lid 1 bedoelde afstand bedraagt voor bomen twee meter te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom (…), tenzij ingevolge een verordening of een plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegelaten.”
36
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief -
Verharding is de slechtst denkbare groeiplaats voor een boom. Dit doen we alleen als het niet anders kan. In dat geval krijgen bomen een zo groot mogelijke boomspiegel, zie bijlage 6. De verharding is bij voorkeur waterdoorlatend en de ondergrond onder de verharding wordt geschikt gemaakt als doorwortelbare zone. We passen geen gesloten verhardingen toe.
Planten van toekomstbomen In onze gemeente hebben we veel bijzondere bomen, ook Toekomstboom: in de openbare ruimte. Vaak staan deze bomen op plekken Een boom die alle ruimte waar ze alle ruimte hebben om groot en oud te worden. De heeft. Toekomstbomen worruimte in bebouwd gebied staat echter onder druk vanden geplant én goed bewege de aanleg van bijvoorbeeld kabels en leidingen. Daarschermd zodat ze minimaal door lopen we het risico dat de aanwas van nieuwe bijzon120 jaar oud kunnen worden. dere bomen beperkt blijft. We willen daarom toekomstbomen gaan aanwijzen: - De boom heeft zowel boven- als ondergronds alle ruimte om uit te groeien. - Deze bomen krijgen al vanaf de aanplant een beschermde status, zie paragraaf 5.4. - Waar mogelijk worden bestaande (jonge) bomen met veel potentie ook aangewezen als toekomstboom. Vaak zullen het echter nieuwe bomen zijn van de 1e grootte. - Het is vanzelfsprekend dat we deze toekomstbomen niet overal kunnen aanwijzen, vaak is hier gewoonweg de ruimte niet voor. - We gaan hier de aandacht op vestigen, door bij deze bomen een informatiebordje afb. 32: voorbeeld van een bordje bij een toekomstboom in Antwerpen, waar al honderden toekomstbomen staan te plaatsen. - Bij de soortkeuze voor toekomstbomen kijken we nadrukkelijk naar autochtoon plantmateriaal, maar kan binnen de bebouwde kom ook juist bewust voor ‘klimaatbomen’ worden gekozen.
‘‘
’’
6.2 Robuust raamwerk met boomstructuren Een boomstructuurkaart is belangrijk voor goede samenhang in het bomenareaal. De boomstructuur vormen een raamwerk met robuuste elementen dat de stad en dorpen verbindt met de omliggende groen- en natuurgebieden. Deze groen(blauwe) aders zijn ook belangrijke ecologisch verbindingen. We categoriseren de boomstructuren naar de specifieke waarde van de structuur, zoals biodiversiteit, cultuurhistorie of klimatologische waarde. Voor deze kaart is al een aanzet gegeven, die is opgenomen in bijlage 7. Deze kaart wordt als vervolgactie op het bomenbeleidsplan uitgebreid en gedetailleerd, zie hoofdstuk 8. Op de boomstructuurkaart komen de belangrijke boomstructuren. Op de kaart maken we onderscheid in: - Bestaande groene gebieden, zoals parken, begraafplaatsen. - Bestaande boomstructuren, zoals ecologische verbindingen of historische bomenlanen. - Landschapselementen die voorheen werden beschermd via het Landschapsontwikkelingsplan. - Groene kansen. Dit zijn de ontbrekende schakels op de kaart of kansen om bestaande structuren te versterken of aan te vullen.
37
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief Voor de bomen op de boomstructuurkaart gelden de volgende beleidsregels: - De bomen binnen de boomstructuur hebben een verhoogde beleidsstatus: categorie E met beleidsklasse II, zie paragraaf 5.4. - Voor het vellen van bomen op de boomstructuurkaart is geen vergunning nodig, maar wordt een afweging vanuit beheeroogpunt gemaakt. Binnen de structuren staat namelijk niet de bescherming en ontwikkeling van het individu, maar die van de structuur voorop. - De groeiplaats van de boomstructuur is wel beschermd en bestemd voor bomen. Als er dus bijvoorbeeld werkzaamheden worden uitgevoerd, geldt als uitgangspunt dat de groeiplaats voor de bomen behouden blijft. - Binnen de boomstructuur heeft de beheerder de vrijheid om een dunning uit te voeren om de structuur te versterken: bestendig beheer. Dat kan belangrijk zijn om de boomstructuur toekomstbestendig te houden. - In de boomstructuren richten we ons op een hoge ecologische waarde. Daarvoor is het belangrijk dat waar mogelijk horizontale en verticale gelaagdheid wordt aangebracht. Dit zal moeten leiden tot een kern, mantel en zoom (zie paragraaf 6.3).
6.3 Voldoende variatie in het bomenbestand Al eeuwenlang worden bomen in lange lanen geplant, liefst van één soort en leeftijd. Van oorsprong is dit bedacht zodat soldaten in de schaduw konden marcheren. Eeuwen later is dit niet meer weg te denken uit ons land en is dit doorgevoerd tot in de kleinste straatjes. Het ziet er misschien mooi uit, maar het is niet goed voor de biodiversiteit. In onze gemeente zien we dit vooral bij de eiken in het buitengebied en op de brinken, zie afb. 33. Eiken zijn van grote waarde voor de biodiversiteit. Aan de andere kant vormen deze monoculturen wel een risico. Dit zien we bijvoorbeeld aan de eikenprocessierups, die voor grote overlast kan zorgen. Daarnaast is diversiteit belangrijk om de gevolgen van klimaatverandering te verminderen.
Boomsoorten Overig Kers Wilg Iep Esdoorn Els Linde Beuk Es Berk Eik
1% 1% 2% 2% 3% 3% 3% 3% 6% 69% 0
2000
4000
6000
8000 10000 Aantal bomen
12000
14000
16000
18000
afb. 33: De eiken zijn met zeer bepalend voor de samenstelling van ons bomenbestand. Dit brengt risico’s met zich mee.
Diversiteit in familie, geslacht en soort We streven op de lange termijn naar meer diversiteit. We doen dit door middel van vervanging en nieuwe aanplant. We stellen daarbij geen concreet doel, we volgen het natuurlijk verloop van ons areaal. Dat houdt in: we koesteren onze eiken tot het moment dat ze om een natuurlijke oorzaak moeten worden gekapt. Als we overgaan tot vervanging of nieuwe aanplant, planten we een variatie aan boomsoorten terug. In het algemeen hanteren we daarbij de regel: - Bij 0-20 bomen planten we minimaal twee soorten. - Bij 20-50 bomen planten we minimaal 3 soorten uit verschillende families. 38
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief -
Vanaf 50 bomen planten we minimaal 4 soorten uit verschillende families. Het aandeel eiken op locaties met nieuwe aanplant beperken we tot 25%. In uitzonderlijke situaties kunnen we afwijken van deze regel. Dit geldt bijvoorbeeld bij bomenlanen met een unieke landschappelijke of (cultuur)historische functie, waarbij deze functie aanzienlijke schade zou lijden als voor andere boomsoorten wordt gekozen.
Inheems en klimaatbestendig Inheemse boomsoorten komen al lange tijd in onze omgeving (West-Europa) van nature voor. Autochtone bomen zijn genetisch de directe ‘nakomelingen’ van de bomen die hier al duizenden jaren voorkwamen. Deze soorten hebben allerlei relaties met andere bomen, planten en dieren en zijn bijzonder waardevol voor de biodiversiteit. Aan de andere kant zien we dat ons klimaat verandert. Sommige inheemse bomen, zoals de inheemse beuk, hebben het in bebouwd gebied moeilijk. Aan de andere kant zullen boomsoorten uit Zuid-Europa het in de warmere bebouwde kom waarschijnlijk goed doen. We maken de volgende keuzes als het gaat om boomsoorten: - In het algemeen hanteren we het uitgangspunt: ‘inheems, tenzij …’ - Binnen de bebouwde kom kiezen we voor inheemse bomen die goed tegen het veranderende klimaat kunnen. Voorbeelden zijn de veldesdoorn, linde of haagbeuk. Inheemse soorten die niet goed tegen het veranderende klimaat kunnen (bijvoorbeeld berk en beuk) worden binnen de bebouwde kom minder toegepast. - Binnen de kom kiezen we vanwege de diversiteit ook weleens voor soorten die niet van nature in ons land voorkomen, zoals verschillende soorten esdoorns, paardenkastanjes, de netelboom, Perzische slaapboom of hopbeuk. - In de buitengebieden en op de brinken planten we inheems, zoals de veldesdoorn, haagbeuk, winter- en zomerlinde of zwarte populier.
Bij de kleinere bomen valt te denken aan de sleedoorn, tweestijlige meidoorn en de bittere wilg. - In gebieden met een hoge ecologische en (cultuur)historische waarde, zoals rondom afb. 34: Hier zien we 7 á 8 verschillende boomsoorten, vlaknatuurgebieden, passen we als uitgangs- bij elkaar langs de Chevalleraustraat bij het gemeentehuis punt autochtoon plantmateriaal toe, mits dit voorradig is. Dit geldt zowel voor bomen als struiken en andere onderbegroeiing (zoals passend bij de lokale bloeiende stroomdalvegetatie). - Bij aanplant van bomen (maar ook struiken) letten we op de bloeiperiode. We planten soorten die vroeg bloeien (bijv. hazelaar, wilg of kornoelje), maar denken ook aan soorten die tot heel laat bloeien, zoals de klimop. Diversiteit in plantverband en boomtype Een belangrijk aspect van (bio)diversiteit is variatie in de horizontale en verticale structuur van beplanting. Dus liever geen (hoog opgesnoeide) bomen in gazon, maar bomen in een omgeving met struiken en kruiden. Meer variatie in verbanden en omlooptijden voorkomt ook een kaalslag als de bomen in een bepaalde wijk hun eindleeftijd bereiken. Onze uitgangspunten zijn als volgt:
39
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief -
Bij groenstroken vanaf 15 meter breed is het uitgangspunt dat we rondom bomen een kernmantel-zoomvegetatie aanbrengen. Daardoor kan ook dood hout blijven liggen en kunnen dode bomen blijven staan.
Zoom
Mantel
Kern
afb. 35: Opbouw van een kern-mantel-zoomvegetatie
-
In boomstructuren langs wegen en in parken werken we met verschillende boomgroottes en omlooptijden. Bomen langs wegen worden vaker in een los of verspringend verband geplant. Dus minder in strakke en éénvormige lanen. We zijn terughoudend met de aanplant van vormbomen. We planten deze alleen op plekken waar dit vanuit cultuurhistorie of bepaalde afspraken nodig is. Als de groeiplaats alleen geschikt is voor een vormboom (zie paragraaf 6.1), planten we liever inheemse heesters of struiken.
6.4 Een haalbare norm voor bomen in nieuwe plannen Bomen zijn belangrijk voor onze levenskwaliteit. In nieuwe wijken en straten is het een ingewikkelde puzzel om ruimte te geven aan alle onderdelen die belangrijk zijn voor de openbare ruimte. Bomen verdienen hun plek in deze ruimte. In wijken zonder bomen is bijna per definitie sprake van hittestress. Een groene omgeving zorgt er ook voor dat we sneller naar buiten gaan. Een haalbare norm voor nieuwe situaties In paragraaf 4.1 hebben we de huidige situatie rond de 3-30-300-regel in beeld gebracht. Binnen bestaande wijken is deze niet meer te realiseren, vanwege gebrek aan ruimte. Maar in nieuwe situaties is dit wel ons uitgangspunt. We hebben de regel ‘versimpeld’ om deze beter toepasbaar te maken voor een ontwerper of ontwikkelaar. Vaak is het namelijk zo dat wanneer de 30%-regel wordt behaald, ook de 3- en 300-regel behaald worden. Op basis daarvan formuleren we een norm voor de inrichting van de openbare ruimte. Deze norm mag best van ambitie spreken, maar moet vooral praktisch uitvoerbaar en realistisch zijn:
40
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief 10% van de ondergrondse openbare ruimte in een nieuwe wijk, buurt of straat moet beschikbaar zijn als groeiplaats voor bomen. Zo realiseren we na 20 jaar een kroonbedekking van 30%1213.
afb. 36: voor een klimaatbestendige nieuwe woonwijk is het nodig dat we minimaal 10% van de ondergrondse openbare ruimte reserveren als groeiplaats voor bomen.
Bij de voorgaande regel is het belangrijk om te bedenken dat de gemeente vooral invloed heeft op het gemeentelijke eigendom: de openbare ruimte. Dit is slechts een klein deel van de totale ruimte. Van belang is dat ook bewoners worden gestimuleerd om hun tuinen groen in te richten. Om meer groeiruimte voor bomen te realiseren is het nodig om in het stedenbouwkundig ontwerp kritisch te kijken naar de parkeernorm en de situering van parkeerplaatsen. Ook moet onnodige verharding worden voorkomen. Vergroenen van bestaande openbare ruimte De ruimte om te vergroenen in de bestaande openbare ruimte is vaak beperkt. Toch zijn hier soms ook mogelijkheden om te vergroenen. Op het moment dat deze kansen zich voordoen, gaan we dit doen. Bijvoorbeeld door dit te combineren met projecten in het kader van klimaatadaptatie, stads- en dorpsvernieuwing of verkeerskundige projecten. Daarbij hanteren we de vuistregels: - Zoveel mogelijk benaderen van de geldende bomennorm bij reconstructies. - Overbodige parkeerruimte inwisselen voor afb. 37: Ook in de bestaande openbare ruimte is ruimte voor de groeiplaats van een boom. Vaak is de extra bomen, zoals hier bij De Garstenkamp in Ommen
12
Dit is gebaseerd op een berekening met het rekenprogramma ‘Boommonitor’. Uitgangspunt is een gemiddeld ambitieniveau, aanplant van 1e grootte bomen met een normale kroonbreedte en een hangwaterprofiel. In dat geval zorgt iedere m3 groeiruimte na 20 jaar voor ongeveer 3,5 m2 kroonoppervlak. 13 Belangrijk aandachtspunt is dat we uitgaan van een voedingsrijke groeiplaats die geschikt is voor de boom: 5 tot 8% organische stof. Als wordt gekozen voor een groeiplaats die wordt ingevuld met een substraat, zoals bomengranulaat of bomenzand, dan is meer ruimte nodig: 12% tot 15%.
41
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief ruimte van twee parkeerplaatsen al voldoende om een grote boom te planten. Bij herinrichting onderzoeken of parkeervakken efficiënter kunnen worden geplaatst, bijvoorbeeld geconcentreerd op de hoek van de straat. Daardoor ontstaat in de straat meer ruimte voor groen. Onderzoeken waar verharding ligt zonder functie. Vaak zijn dit kleine ‘overhoeken’ op kruisingen. Soms gaat het om onnodig brede trottoirs. De verharding kan hier worden ingeruild voor groen en soms ook bomen.
-
-
Vergroenen bij bewoners en bedrijven Onze bomennorm van 10% is een eerste stap richting een klimaatadaptieve en natuurvriendelijke openbare ruimte. Deze regel geldt echter voor het openbaar gebied. De meeste ruimte in een wijk, buurt of straat is in eigendom van bewoners en bedrijven. Het is daarom ook belangrijk dat zij worden gestimuleerd om bomen te planten. De eventuele aanpak hiervan plaatsen we onder het Duurzaamheidsprogramma. Hierbij sluiten we waar mogelijk aan bij de acties en uitgangspunten van Stichting Steenbreek.
‘‘Steenbreek Richtlijn: Groen vs verharding
afb. 38: uitsnede van de Steenbreekatlas: met name in de wijk Laarakkers is veel potentie
Steenbreek hanteert een richtlijn die rekening houdt met dagelijks gebruik, zonder de groene essentie van de tuin te verwaarlozen: Verharding is in bijna elke tuin noodzakelijk voor praktische functies zoals een gezellig terras, loopruimte en een plek voor de fiets of container. Dit lukt met een verhard oppervlak van pakweg 15 m2. Voor elke vierkante meter die boven deze basis van 15m uitkomt, adviseert Steenbreek om 20% verharding aan te houden vs 80% groen.
Deze aanpak bevordert infiltratie van water en biedt meer ruimte voor biodiversiteit. Door bewust te kiezen voor meer groen, dragen tuineigenaren bij aan een leefbare toekomst.
’’
42
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
7 Financieel kader Met dit bomenbeleidsplan werken we aan drie hoofddoelen: • We behouden onze bomen zo lang mogelijk; • We beschermen onze bomen zorgvuldig; • We versterken ons bomenbestand met kwalitatief betere bomen. Om deze doelen te realiseren, zijn financiële middelen nodig. Voor het in stand houden van het bomenbestand is regulier beheer vereist. Onder regulier beheer vallen onder andere controles, onderzoek, snoei, kap, inboet en herplant. Niet inbegrepen onder regulier beheer zijn projectmatige vervangingen van bomen (inclusief nazorg) en groeiplaatsverbeterende maatregelen. Dit zijn vaak kostbare ingrepen, waarvan de investering afhankelijk is van de locatie. In de begroting is structureel een onderhoudsbudget opgenomen voor het reguliere beheer. De uitvoering hiervan ligt bij ROVA.
7.1 Bomenbestand op orde De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van circa 22.600 bomen. Om dit bomenbestand gezond en toekomstbestendig te houden, is een structurele vervangingscyclus nodig. Een goed georganiseerde vervanging bespaart bovendien onderhoudskosten op de lange termijn. Om te komen tot een vervangingspercentage is er gebruik gemaakt van de uitgevoerde boomveiligheidsinspecties in 2025. Er volgen nog meer inspecties waarna er een steeds completer beeld van het bomenbestand ontstaat. Het huidige vervangingsbudget binnen het reguliere onderhoud bedraagt slechts 0,21% van het totale bomenbestand. Dit is te weinig. Ter vergelijking: Nederlandse gemeenten reserveren gemiddeld 2%, uitgaande van een levensduur van 50 jaar. Om de hogere groene ambities van de gemeente te realiseren, is het zowel logisch als noodzakelijk om dit vervangingspercentage te verhogen. De gemiddelde leeftijd van de bomen in Ommen is 75 jaar. Een structureel vervangingspercentage van 1,3% per jaar sluit beter aan bij de leeftijdsopbouw van het bomenbestand en bij de landelijke praktijk. Met een vervangingspercentage van 1,3% worden jaarlijks ongeveer 300 bomen vervangen. De kosten voor vervanging en nazorg bedragen gemiddeld € 1.000 per boom, afhankelijk van de locatie en de plaatselijke omstandigheden. Hiervoor is jaarlijks een aanvullend structureel budget van circa € 250.000 nodig.
Het resterende bedrag is opgenomen in het reguliere onderhoudsbudget. Uit de boomveiligheidscontroles is gebleken dat er een achterstand is ontstaan. Om deze in te halen, is eenmalig een extra investering van € 380.000 nodig. Het doel is om deze achterstand binnen vier jaar weg te werken, door jaarlijks ongeveer 100 extra bomen te vervangen. Samen met de reguliere vervanging komt dat neer op circa 400 bomen per jaar gedurende deze periode.
43
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
7.2 Beleidsmatig en overig In deze tweede begroting zijn de kosten voor aanvullende activiteiten opgenomen. Deze activiteiten zijn te relateren aan bepaalde doelen en ambities uit het bomenbeleid. Zie daarvoor ook hoofdstuk 8 van het bomenbeleidsplan. De eenmalige kosten voor 2026 zijn aanzienlijk hoger, omdat in dat jaar diverse beleidsmatige acties worden uitgevoerd. Onderdeel Website Inventariseren beschermwaardige bomen Opstellen boomstructuurkaart
Uitgangspunten Incidenteel in 2026 Incidenteel in 2026 Incidenteel in 2026
Bedrag € 7.500 € 25.000 € 7.500
Handboek Bomen - licentie Actualisatie beschermwaardige bomen Informatiebordjes bijzondere bomen Monitoring (BomenMonitor)
Jaarlijks (vierjarig contract) 1x/5 jaar, eerstvolgend in 2030 Incidenteel in 2026 1x/5 jaar, eerstvolgend in 2029/2030
€ € € €
Totaal incidenteel in 2026 Structureel jaarlijks (gemiddeld)
3.475 7.500 7.500 7.500
€ 47.500 € 6.475
Voor deze begroting geldt verder het volgende: - De kosten voor Bomen Effect Analyses, boomtechnisch onderzoek en verplantingen vallen binnen de kosten van het betreffende project. Deze zijn dus niet meegenomen in de begroting.
44
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
8 Uitvoering en monitoring In dit hoofdstuk zijn de zaken opgenomen die nodig zijn om het bomenbeleidsplan te implementeren en diverse maatregelen uit te voeren. Daarnaast is het nodig om te monitoren of de doelstelling van het bomenbeleidsplan worden gehaald. Bomenpagina - website Onder het hoofdstuk Communicatie is aangegeven dat we een bomenpagina inrichten op de website van de gemeente. Na vaststelling van het bomenbeleidsplan is dit de eerste actie die moet worden uitgewerkt. Zie hiervoor ook paragraaf 5.6. Op de website plaatsen we in iedere geval: - De tekst van het bomenbeleidsplan; - De kaarten behorende bij het bomenbeleidsplan; - De kaart met de beschermwaardige bomen; - De kaart met informatie uit de BomenMonitor; Herziening Lijst beschermwaardige bomen De Lijst beschermwaardige bomen moet worden herzien. Daarvoor moet ook een nieuwe inventarisatie plaatsvinden. Hiervoor hebben we het volgende stappenplan opgesteld: 1. Inventarisatie van we alle bomen die op de oude Lijst beschermwaardige bomen staan, zowel binnen als buiten de Bebouwingscontour houtkap. In deze fase krijgen inwoners en organisaties de mogelijkheid om bomen aan te dragen. Deze worden meegenomen bij stap 2. 2. Vervolgens voeren we een volledige inventarisatie uit van alle bomen binnen de bebouwde kom. Bij de inventarisatie kiezen we tussen: handhaven, toevoegen of verwijderen. 3.
Op basis van de inventarisatie stellen we een concept Lijst beschermwaardige bomen (ontwerpbesluit) op. De lijst is openbaar. Alle particuliere eigenaren worden persoonlijk geïnformeerd als zij een boom van de conceptlijst in eigendom hebben. Eigenaren en andere belanghebbenden kunnen een zienswijze indienen op de lijst. 4. De Lijst beschermwaardige bomen wordt ter vaststelling voorgelegd aan het college. Na vaststelling wordt de lijst gepubliceerd. Vanaf dat moment wordt de lijst meegenomen in de afweging van (vergunning)aanvragen. 5. De lijst worden eenmaal per 5 jaar gecontroleerd en geactualiseerd. Dit hoeft niet in één keer. In plaats daarvan kan de gemeente ook jaarlijks een deel actualiseren. Bij de actualisatie worden stappen 2, 3 en 4 doorlopen. Opstellen en aanvullen Boomstructuurkaart Binnen het Bomenbeleidsplan is een opzet gemaakt voor de Boomstructuurkaart, zie hoofdstuk 6.2 en bijlage 7. Deze wordt nog verder gedetailleerd en uitgebreid. Dit betreft nog de volgende acties: 1. Detailleren van de huidige boomstructuren (vakken en lijnen). 2. Toevoegen landschapselementen uit het voormalige Landschapsontwikkelingsplan (LOP) aan de kaart. Het LOP staat namelijk op gespannen voet met de Omgevingswet (artikel 4:35) en het BKL (artikel 5:165b). 3. Opnemen van potentiële (kansen)structuren als een afzonderlijke kaartlaag. 4.
Benoemen en categoriseren van de structuren naar hun specifieke functie, waarde en ecosysteemdiensten. De kaders en opzet van de structuurkaart zijn onderdeel van dit Bomenbeleidsplan die wordt behandeld in de gemeenteraad. De definitieve Boomstructuurkaart wordt op een later moment vastgesteld door het college van Burgemeester en wethouders.
45
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief Werken volgens de gedragscode In paragraaf 5.2 is vastgelegd dat we bij de uitvoering van het boombeheer rekening houden met flora en fauna. Daarbij willen we werken volgens de ‘Gedragscode soortbescherming gemeenten’. De gedragscode is te vinden via: https://stadswerk.nl/documenten/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1847788. Om deze van toepassing te verklaren moet de gedragscode bestuurlijk worden vastgesteld. Daarna zullen onze uitvoerende diensten en eventuele aannemers worden geinstrueerd, om te gaan werken volgens de nieuwe gedragscode. Werken met het Handboek Bomen – Norminstituut Veel uitgangspunten en technische eisen die in dit bomenbeleidsplan zijn benoemd, zijn opgenomen in het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Bij opdrachten aan uitvoerende diensten, aannemers, maar ook aan ontwerpers en ontwikkelaars kan veelal worden volstaan met verwijzing naar het Handboek Bomen. Hetzelfde geldt voor boomtaxaties en schadebepalingen met een eventueel juridisch vervolg. Toepassing vereist dat de gemeente zich door middel van het lidmaatschap aansluit bij het Norminstituut. Omgevingsplan Het Omgevingsplan is de juridische basis voor de beleidsregels rond het beschermen van bomen. Het Omgevingsplan is de opvolger van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De regels die golden in de APV, zijn per 1 januari beleidsneutraal overgenomen in een tijdelijk Omgevingsplan. Hierbij zijn verwijzingen opgenomen naar het bomenbeleidsplan. Ook is een nieuwe Bebouwingscontour houtkap opgenomen. Voor de uitvoering van het beleid rond de behandeling van vergunningaanvragen is dit afdoende. Bij herziening van het Omgevingsplan is het advies om een aantal zaken uit het bomenbeleidsplan uitdrukkelijk te regelen in het Omgevingsplan. Het gaat om: - Opnemen dat de gemeente vanwege besmettingsgevaar particulieren kan vorderen om binnen een bepaalde termijn een boom te verwijderen. - Opnemen dat bij beschadiging of vandalisme de schade wordt berekend volgens het ‘Rekenmodel Vervangingskosten’ van de NVTB of het hoofdstuk ‘Boomtaxatie’ uit het Handboek Bomen. Aanvullend kan de gemeente ook aangifte doen bij de politie van beschadiging van haar eigendommen. Monitoring effecten nieuw beleid Om het effect van het bomenbeleid te bepalen is monitoring noodzakelijk. Daarbij letten we op de hoofddoelstelling van dit bomenbeleidsplan: beschermen, behouden en versterken van het bomenbestand. Een goede manier om dit te meten is de BomenMonitor van Cobra Groeninzicht, zie paragraaf 2.1. De gegevens uit dit bomenbeleidsplan, kunnen worden beschouwd als nulmeting.
De bedoeling is om deze BomenMonitor vijfjaarlijks te herhalen en daarbij te letten op de verschillen in de volgende parameters: - Ontwikkeling kroonoppervlak - Ontwikkeling kroonvolume en CO2-opslag De bedoeling is om ook in te zoomen op bepaalde gebieden, zowel binnen de bebouwingscontour als de gebieden daarbuiten. De uitkomsten hiervan zullen worden gerapporteerd aan de raad.
46
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
Bijlage 1. Begrippenlijst APV
Bomen Effect Analyse (BEA)
Boomgrootte
Boomspiegel of boomkrans
Boomtype
Boomveiligheidscontrole (BVC)
European Tree Worker (ETW)
European Tree Technician (ETT)
Ecosysteemdiensten
47
De Algemene Plaatselijke Verordening. Hier staan alle gemeentelijke regels in op het gebied van de openbare orde en veiligheid. De APV van Ommen is opgenomen in het Omgevingsplan Onderzoek naar de effecten van (voorgenomen) werkzaamheden op bomen, meestal uitgevoerd door een European Tree Technician. Vaak bestaat dit uit een onderzoek naar de kwaliteit van de bomen, aangevuld met onderzoek naar dat zich specifiek richt op de effecten van werkzaamheden. Een verdeling van boomsoorten op basis van de grootte die ze normaliter in volwassen vorm in Nederland behalen. 1e grootte: bomen van meer dan 15 meter hoog 2e grootte: bomen van 8-15 meter hoog 3e grootte: bomen tot 8 meter hoog Een klein stuk grond rondom de stam van een boom in verharding. Via deze grond wordt de boom vaak voorzien van lucht en water. Soms wordt bij bomen in gazons ook een boomspiegel gemaakt. Hier maken we in de gemeente Ommen geen gebruik van. Indeling op basis van het snoeibeheer, gerelateerd aan de manier van snoeien. Dit vormt dus de verschijningsvorm van een boom. Het meest natuurlijke type is de ‘vrijuitgroeiende boom’. In de openbare ruimte staan vooral veel ‘niet vrijuitgroeiende bomen’. Tot slot zijn er diverse typen vormbomen, zoals een knotboom of leiboom. Een visuele inspectie van een boom op mechanische (bijvoorbeeld de sterkte van takken) en biologische (bijvoorbeeld de conditie) kenmerken.
Op basis van de constateringen wordt een advies gegeven voor de nodige maatregelen. Europees certificaat voor de allround vakbekwaam boomverzorger. Dit is een veelgebruikt en -gevraagd certificaat bij het uitvoeren van praktisch werk aan bomen, zoals snoei. Europees certificaat voor de allround boomtechnische adviseur. Dit is een veelgebruikt en -gevraagd certificaat bij het uit van onderzoek aan of rond bomen, zoals een Bomen Effect Analyse of groeiplaatsonderzoek. De diensten die door een ecosysteem aan ons mensen worden geleverd. Meestal wordt hierin onderscheid gemaakt tussen: - Productiediensten, zoals voedsel of hout. - Regulerende diensten, zoals zuivering van water, zuurstof of afvangen van fijnstof. - Culturele diensten, zoals recreatie of educatie.
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief Groeimedium of bomensubstraat
Groeiplaatsconstructie
Groeiplaatsonderzoek
Handboek Bomen
Informatiemodel Beheer Openbare Ruimte (IMBOR)
Inheems en uitheems (boomsoorten)
Autochtoon
Innemen kroon
Kandelaberen
Klimaatadaptatie/klimaatrobuust
Kroonprojectie
48
Specifiek samengesteld mengsel met onder andere grond, zand of granulaat voor de groeiplaats van een boom. Dit is bijvoorbeeld bomenzand (zand met organische stof ertussen), of een boomgranulaat zijn (mengsel van voedselrijke grond met basalt of lava). Een technische constructie die het mogelijk maakt om een boom te laten in een standplaats met verharding. Dit kan bijvoorbeeld een constructie met ‘kratjes’ zijn die drukverdelend werken, maar dit kan ook een complete ‘boombunker’ zijn. Dit is een dichte bak van kunststof of beton met daarin voedselrijke grond. Onderzoek naar de groei- en standplaats van bomen. Dit onderzoek wordt meestal door een European Tree Technician uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt gekeken naar de kwaliteit van de boom en de groeiplaats. Vaak wordt daarbij bodemonderzoek gedaan, bijvoorbeeld door proefsleuven of grondboringen te maken. Bundeling met gestandaardiseerde procedures, normen, kwaliteitseisen en resultaatsverplichtingen voor de uitvoering van werk in, rond en met bomen. Standaard vanuit het CROW voor uniforme benaming van alle objecten in de openbare ruimte, waaronder bomen. Dit is bedoeld zodat gegevens onderling altijd goed uitwisselbaar zijn. Inheems: soorten die van nature in een bepaald gebied (noordwest Europa) voorkomen. De meest gebruikte tijdsperiode hierbij is vanaf na de laatste ijstijd tot ongeveer het jaar 1500.
Deze soorten zijn hierbij dus niet geholpen van de mens. Uitheemse: soorten die niet van nature in noordwest Europa voorkomen, of pas na 1500 hier voorkomen. Individuele bomen die direct afstammen van bomen die zich als wilde populatie spontaan in ons land hebben gevestigd. Deze bomen zijn relatief zeldzaam in ons land. Innemen kroon: hierbij wordt de kroon(rand) rondom gelijkmatig en evenwichtig gereduceerd. De taklengte wordt tot maximaal 1/3 ingenomen, waarbij een kroonreductie van 20-30% wordt bereikt. Kandelaberen/kandelaren: hierbij wordt een reguliere kroon sterk teruggezet tot takstompen. Bij kandelaberen worden de gesteltakken 35-50% ingekort, bij kandelaren 50-75%. Aanpassen aan en voorbereiden van onze omgeving op de risico’s van het veranderende klimaat. Dit is bijvoorbeeld het verhogen van dijken, maar ook het planten van meer bomen en het zorgen dat grote bomen zo lang mogelijk blijven staan. Zone rond de boom die bestaat uit de loodrechte projectie van de boomkroon op de bodem. Dit is de zone waar zich meestal de meest essentiële wortels bevinden.
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief Niet vrij uitgroeiende boom
Monoculturen
Omlooptijd
Verplantbaarheidsonderzoek
Veterane bomen
Vormboom
Vrij uitgroeiende boom
49
Boom waaraan specifieke eisen worden gesteld aan een ‘vrije doorgang’. Deze bomen worden opgesnoeid om een bepaalde doorgangshoogte te realiseren. Deze doorgangshoogte is afhankelijk van de omgeving. Bomen langs een weg moeten hoger worden opgesnoeid dan bomen langs een wandelpad. Op een bepaald stuk grond of land één ‘gewas’ met weinig tot geen genetische variatie. Dit zien we bijvoorbeeld veel in de landbouw, maar ook bij bomen. Het gaat dan om een lange rij met tientallen of honderden dezelfde bomen, vaak bomen met exact dezelfde herkomst en plantjaar. Vooraf beoogde planologische periode die een boom minimaal zou moeten kunnen blijven bestaan. Dit is vaak afhankelijk van de grootte van de groeiplaats, boomsoort of voorgenomen ontwikkelingen. Onderzoek naar de verplantbaarheid van bomen. Dit onderzoek wordt meestal door een European Tree Technician uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt gekeken naar de kwaliteit van de boom en groeiplaats, daarnaast worden allerlei aspecten rond de verplantbaarheid onderzocht, zoals de samenstelling van de wortels en ‘kluit’, de transportroute en de nieuwe standplaats. Vaak wordt daarbij bodemonderzoek gedaan, bijvoorbeeld door proefsleuven of grondboringen te maken. Bomen die zogenaamde ‘veteraankenmerken’ vertonen. Deze bomen hebben hun hoogtepunt qua omvang achter zich liggen, maar hun levenscyclus is vaak nog lang niet voltooid.
De boom veroudert, verliest takken, zijn conditie gaat achteruit en hij neemt vaak af in omvang. In de boom zien we rottend hout, vruchtlichamen en holtes. Groepering van een aantal boomtypes waarbij het beheer erop gericht is een bepaalde boomvorm in stand te houden. Bijvoorbeeld een knotboom of leiboom. Boom waarbij geen eisen worden gesteld aan een ‘vrije doorgang’ onder de kroon. Deze bomen worden niet opgesnoeid. Vaak worden deze vanaf de kwekerij al geleverd als boom met takken die onderaan de stam beginnen. Dit is de vorm die de boom ‘van nature’ zou laten zien.
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
Bijlage 2. Overzichtskaarten
50
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
51
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
Bijlage 3. Bebouwingscontour houtkap Ommen
52
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
Bijlage 4. Voormalig beleid kap Onder het voormalige bomenbeleidsplan (versie 20 december 2011) werd een aanvraag getoetst volgens zes criteria: 1. Natuurwaarde 2. Landschappelijke waarde 3. Cultuurhistorische waarde. 4. Waarde voor stads- en dorpsschoon. 5. Beeldbepalende waarde. 6. Waarde voor de leefbaarheid. Daarnaast was er een ‘Lijst beschermwaardige bomen’ die tot stand kwam op basis van een toetsingsformulier met daarin de volgende aspecten: - Standplaats; nieuw, nulscore als de standplaats geen toegevoegde waarde heeft bijvoorbeeld in bosachtige omgevingen. - Plantwijze; nieuw, nulscore voor bomen die in een achtertuinbeplanting aanwezig zijn. Schaarste; nieuw, score met zes punten voor bomen in landelijk of bosachtig gebied in het oude toetsingsformulier was alleen een nulscore mogelijk. - Ruimtelijke bepaling; nieuw de hoogste score met 20 punten vervalt en was van toepassing op bomenstructuren. Echter bomenstructuren zijn al beschermwaardig en hebben geen hogere, toegevoegde waarde nodig. - Culturele waarde; nieuw, score met nul punten omdat de meeste bomen geen culturele waarde hebben. - Vorm van de boom; nieuw, een eenduidige puntentoekenning voor bomen met een bijzondere snoeivorm en krijgen vier punten toegekend. Ook nieuw is de score van nul punten omdat de meeste bomen niet aanmerking komen.
- Potentie: nieuw, een nul score omdat de meeste bomen niet kunnen uitgroeien tot een monumentale boom. - Soort; nieuw, de score van nul punten omdat de meeste bomen bij een Omgevingsvergunningaanvraag; activiteit kappen niet zeldzaam zijn. - Randvoorwaarden; nieuw is als het noodzakelijk is dat beschermwaardige bomen moeten worden gekapt altijd herplant moet worden ondanks negatieve voorwaarden als slechte conditie Bij kap van niet-beschermwaardige bomen gold een vrijwillige herplant: Vrijwillige herplant bij niet- beschermwaardige bomen Tijdens de bijeenkomsten van de klankbordgroep is de opmerking gemaakt om bij de kap van nietbeschermwaardige bomen aanvragers van een kapmelding te attenderen op het belang van bomen voor de leef- en woonomgeving en vrijwillig te laten herplanten op een locatie bijvoorbeeld het groeien leefbos aan de oostzijde van Ommen. De herplant kan juridisch niet worden afgedwongen. De herplant dient onder de volgende voorwaarden plaats te vinden: - Duurzaam. - Zo mogelijk - inheems sortiment. - Milieuverantwoord gekweekt plantsoen. - Minimale maatvoering 12 - 14 centimeter stamomvang gemeten op 1,00 meter boven het maaiveld. - Een groeiplaats waar bomen de kans krijgen om zich te ontwikkelen.
53
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief Volgens onderstaand puntenschema werd beoordeeld of een boom in aanmerking kwam voor de lijst beschermwaardige bomen.
54
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
Bijlage 5. Poster Boombescherming op bouwlocaties
55
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
Bijlage 6. Technische eisen aanplant bomen Omloop en boomgrootte 1. 1e grootte, 120 jaar15 2. 1e grootte, 80 jaar 3. 1e grootte, 60 jaar 4. 2e grootte, 40 jaar 5. 3e grootte 6. Knot-, lei- en bolbomen
Groeiplaats
Kroondiameter14
Obstakelvrije ruimte ondergronds
> 15 meter
Obstakelvrije ruimte bovengronds 9 meter
40 m3 25 m3
> 15 meter
9 meter
2 meter
20 m3
> 10 meter
9 meter
1,5 meter
15 m3
8-12 meter
5-7 meter
1,25 meter
7,5 m3 3 m3
3-6 meter 2-5 meter
2-4 meter 1-3 meter
1 meter 0,75 meter
4 meter
Ondergrondse ruimte - De ‘obstakelvrije ruimte ondergronds’ uit de tabel geldt voor alle ondergrondse objecten die rond een boom voorkomen. Bijvoorbeeld kabels en leidingen, riolering of verharding. - Kabels en leidingen en riolering kunnen niet achteraf binnen de obstakelvrije ruimte worden aangebracht, tenzij de boombeheerder goedkeuring geeft. - Uitgangspunt is dat kabels en leidingen bij voorkeur onder de stoep of de rijbaan worden aangebracht. - Kabels en leidingen moeten zoveel mogelijk in een afgesloten sleuf of goot worden geplaatst. Daardoor kan de ruimte voor bomen optimaal worden benut en beschadigen kabels en leidingen minder snel door boomwortels. - Als er geen ruimte voor een groenstrook is, wordt de ruimte tussen en onder de parkeerstroken benut als groeiplaats voor bomen. - Bij het planten van bomen in verharding wordt een groeimedium zoals bomenzand of bomengranulaat toegepast. - In situaties met goed drainerende zandbodems gaat de voorkeur uit naar ‘groene’ parkeerplaatsen, waarbij water infiltreert in de groeiplaats. De groeiplaats moet dan zo worden ingericht dat het water in de boomspiegel stroomt. - In smalle straten heeft een stoep aan één kant de voorkeur. De kabels en leidingen komen dan onder de stoep en aan de andere kant van de weg is ruimte voor groen en bomen.
Bovengrondse ruimte - De ‘obstakelvrije ruimte bovengronds’ uit de tabel geldt voor alle objecten, zoals woningen, lantaarnpalen of afvalcontainers.
14
De kroondiameter is leidend voor de plantafstand. We planten bomen op de ‘eindafstand’ Dit zijn de ‘toekomstbomen’, die alle ruimte krijgen uit te groeien tot monumentale boom van de toekomst 15
56
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief -
-
-
In nieuwe situaties houden we standaard een afstand van 20 meter aan tussen de gevel van nieuwbouw en het hart van de stam. De gemeente kan daar wel gemotiveerd van afwijken. In dat geval is dat geen reden om kap van de boom te kunnen vorderen. Bovengrondse objecten kunnen alleen achteraf binnen de obstakelvrije ruimte worden aangebracht als de boombeheerder hiervoor goedkeuring geeft. Volgens artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek16 mogen bomen niet binnen 2 meter afstand van een erfgrens staan. In smalle straten willen we echter waar mogelijk wel bomen planten. In dat geval kiezen we voor bomen van de 3e grootte, zuilvormige bomen of vormbomen. Daarnaast nemen we in het Omgevingsplan op dat de afstand wordt verkleind tot 0,5 meter. Vanwege potentiële hinder willen we daar echter alleen bij hoge uitzondering gebruik van maken. We planten bomen bij een enkele bomenrij zoveel mogelijk aan de zuidkant van de straat, zodat bewoners voldoende licht in huis krijgen en de opbrengst van zonnepanelen dan hoger blijft.
Overig - Bij het toepassen van substraten zoals bomenzand en bomengranulaat moet dit voldoen aan het RAG-keurmerk. - Bij aanplant worden altijd minimaal twee boompalen geplaatst, de palen zijn van niet verduurzaamd materiaal. Daarnaast wordt een gietrand geplaatst. Deze is bij voorkeur van een natuurlijke oorsprong (grondwal). In bebouwd gebied wordt voor een plastic gietrand gekozen. - De afmetingen van de boomspiegel bij bomen in verharding zijn: o bij bomen van de 1e grootte minimaal 2,0 bij 2,0 meter; o bij bomen van de 2e en 3e grootte minimaal 1,0 x 1,0 meter. - Bomen worden niet geplant in gesloten verhardingen, zoals asfalt, maar in elementenverharding of halfverharding. - Bij bomen in gras wordt bij aanplant een bij voorkeur ronde spiegel met een strooisellaag aangebracht. Waar nodig kan deze ook ovaal of vierkant zijn. - Bomen worden waar mogelijk aangeplant op een plaats waar deze vrij kunnen uitgroeien. In dat geval wordt de boom bij voorkeur geplant in een groenvak. Als de boom in gras staat, wordt binnen de boomkroon niet gemaaid. Uitzondering geldt waar het gras vanwege een specifieke functie (niet esthetisch) kort gemaaid moet zijn.
16
dat erf een openbare weg of een openbaar water is. 2: De in lid 1 bedoelde afstand bedraagt voor bomen twee meter te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom (…), tenzij ingevolge een verordening of een plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegelaten.”
57
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
Bijlage 7. Opzet boomstructuurkaart en uitsnede Ommen
58
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
59
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
60