2. Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief (1)
Tekst van het document
Bomen van de Vechtdalgemeente Bomenbeleidsplan van de gemeente Ommen voor 2026-2036
Colofon Opdrachtgever Adres Postcode en woonplaats Contactpersoon Functie Website Telefoon E-mail
gemeente Ommen Chevalleraustraat 2 7731 EE Ommen dhr. L. Slootjes beleidsadviseur www.ommen.nl 14-0529 gemeente@ommen.nl
Opdrachtnemer Adres Postcode en woonplaats Website Telefoon E-mail
Tree-O-Logic Westenengerdijk 11 6732 GP Harskamp www.treeologic.nl 0318-479166 info@treeologic.nl
Projectreferentie Auteur Versie Datum Bronvermelding foto’s
dhr. ing. W. Wassink (ETT/ETM) 6.0 (definitief) 29 oktober 2025 W. Wassink (tenzij anders vermeld)
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
Inhoudsopgave 1
Inleiding – Waarom een bomenbeleidsplan ................................................................................................ 4 1.1 1.2 1.3
Aanleiding ...........................................................................................................................................................4 Doelstelling ......................................................................................................................................................... 6 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 6
2
Waarom zijn bomen belangrijk....................................................................................................................... 7
3
Uitgangspunten bomenbeleid ........................................................................................................................ 9
4
Inventarisatie – De bomen in Ommen ........................................................................................................ 12 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
5
Deel 1 – Beschermen en behouden ............................................................................................................ 20 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
6
Kwaliteit voor kwantiteit – investeren in de groeiplaats ........................................................................ 34 Robuust raamwerk met boomstructuren ................................................................................................... 37 Voldoende variatie in het bomenbestand .................................................................................................. 38 Een haalbare norm voor bomen in nieuwe plannen ................................................................................ 40
Financieel kader ............................................................................................................................................... 43 7.1 7.2
8
Zorgvuldig beheer van bomen ...................................................................................................................... 20 Natuurvolgend en ecologisch beheren van bomen .................................................................................. 22 Heldere keuzes bij hinder van bomen ......................................................................................................... 24 Bijzondere bomen worden goed beschermd ............................................................................................. 26 Zorgvuldig omgaan met bomen ................................................................................................................... 30 Goed communiceren over bomen ............................................................................................................... 32
Deel 2 – Versterken en vergroenen ............................................................................................................ 34 6.1 6.2 6.3 6.4
7
Informatie uit de Steenbreek Atlas en de BomenMonitor ...................................................................... 13 De bomen per kern ......................................................................................................................................... 15 Typen bomen ................................................................................................................................................... 16 Boomsoorten ................................................................................................................................................... 17 Leeftijd .............................................................................................................................................................. 18 Beschermwaardige bomen ........................................................................................................................... 19
Bomenbestand op orde ................................................................................................................................. 43 Beleidsmatig en overig................................................................................................................................... 44
Uitvoering en monitoring .............................................................................................................................. 45
Bijlage 1.
Begrippenlijst .................................................................................................................................... 47
Bijlage 2.
Overzichtskaarten ............................................................................................................................ 50
Bijlage 3.
Bebouwingscontour houtkap Ommen ........................................................................................ 52
Bijlage 4.
Voormalig beleid kap ....................................................................................................................... 53
Bijlage 5.
Poster Boombescherming op bouwlocaties ............................................................................... 55
Bijlage 6.
Technische eisen aanplant bomen................................................................................................ 56
Bijlage 7.
Opzet boomstructuurkaart en uitsnede Ommen ...................................................................... 58
3
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
1 Inleiding – Waarom een bomenbeleidsplan Als we hoog over Ommen zouden vliegen, valt op dat onze gemeente zowel veelzijdig als erg groen is. Ook het van oorsprong agrarische karakter is op veel plaatsen duidelijk te zien. Ommen koestert de groene omgeving, zo is te lezen in de omgevingsvisie ‘Ommen Jouw Toekomst’. De kernwaarden van de gemeente zijn: groen, geïnspireerd, gezond en gastvrij. Ommen heeft volgens de omgevingsvisie de ambitie om de landschappelijke kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te versterken. De waarde van natuur, water en biodiversiteit moet goed worden beschermd. Ommen wil een inrichting van het openbaar gebied dat lang meegaat en van goede kwaliteit is: meer natuurvriendelijk, klimaatrobuust en circulair aanleggen, beheren en onderhouden van onze openbare ruimte. Bomen en boomstructuren zijn de dragers van de groene omgeving. Ze zijn van groot belang voor onze cultuurhistorie en biodiversiteit. Ze dragen bij aan het herstel van de bodem en matigen de effecten van klimaatverandering. Kortom: bomen zijn belangrijk. Bijzondere aandacht voor bomen en dus een bomenbeleidsplan is daarom terecht. In dit bomenbeleidsplan staan de regels, uitgangspunten en plannen voor behoud, bescherming, aanplant en beheer van de bomen.
In de hele gemeente staan ruim 550.000 bomen, maar de reikwijdte van het plan is kleiner: - Bomen in openbaar gebied: voor deze bomen zijn alle beleidsregels uit het bomenbeleidsplan van toepassing. Dus zowel behoud en bescherming, aanplant en beheer als het versterken. - Bomen van particulieren, bedrijven en andere organisaties: voor deze bomen zijn de vergunningsregels van toepassing. Hier vallen ook de regels voor compensatie en herplantplicht onder. Ook de plannen voor versterken en vergroenen zijn van toepassing op deze groep. - Bomen in bossen buiten de bebouwde kom: hier staan verreweg de grootste aantallen bomen. In veel gevallen is de provincie hier het bevoegd gezag. Wel kan de gemeente hier bijzondere beschermwaardige bomen aanwijzen. - Bossenstrategie: de bossenstrategie valt buiten dit bomenbeleidsplan.
1.1 Aanleiding De wereld verandert en dat merken we ook in Ommen. We zien steeds vaker extreme hitte en zware regenval. Maar ook de natuur en biodiversiteit staan onder druk. Een toekomstbestendige en duurzame samenleving is daarom belangrijk voor de gemeente. In het gemeentelijke beleid gaan we aan de slag met hogere doelstellingen, zoals het klimaatakkoord van Parijs en de Nederlandse Klimaatwet. Bomen zijn onmisbaar om de doelen uit deze plannen uit te voeren.
afb. 1: Lemele vanuit de lucht. In en rond het dorp staan veel bomen, zoals de houtwallen en het hondenspeelbos (bron: Cyclomedia)
4
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief Omgevingsvisie ‘Ommen Jouw Toekomst’ In de omgevingsvisie geeft de gemeente invulling aan haar kernwaarden: groen, gastvrij, geïnspireerd en gezond. Het groen is dus een kernwaarde. De gemeente heeft aandacht voor de openbare ruimte: - De landschappelijke kwaliteiten moeten worden behouden en waar mogelijk versterkt. Concreet: de waarde van natuur, water en biodiversiteit moet worden beschermd. - Het openbaar gebied moet toekomstbestendig en veilig worden ingericht. Meer natuurvriendelijk, klimaatrobuust1 en circulair aanleggen, beheren en onderhouden van de openbare ruimte. - Kansen voor nieuwe verdienmodellen vanuit klimaatadaptatie en compensatie CO2-uitstoot. afb. 2: Duurzaam ontwikkelen staat hoog - Meer groen en biodiversiteit bij herstructurering, revitali- op de gemeentelijke agenda sering en nieuwbouw. Duurzaamheidsprogramma ‘Het Roer Ommen’ In het duurzaamheidsprogramma is het onderdeel ‘Ommen duurzaam ontwikkelen’ uit de omgevingsvisie uitgewerkt. Met name de opgave Klimaatadaptatie heeft raakvlakken met bomen: - aanpak van wateroverlast en hittestress, onder andere door het stimuleren van vergroening; - behouden en versterken van de biodiversiteit door aandacht voor ecologie in boombeheer.
afb. 3: In de nieuwe wijken is meer aandacht voor groen en klimaatadaptatie, zoals hier aan de Vlierendreef in Ommen.
Provincie Overijssel In de omgevingsvisie Overijssel staat het beleid voor de leefomgeving in de provincie. De kern van de omgevingsvisie zijn vier leidende principes, waarvan vooral ‘Water en bodem als basis’ een belangrijk aanknopingspunt is voor ons bomenbeleidsplan.
1s
in bijlage 1 is een verklarende woordenlijst opgenomen.
5
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief Met het programma ‘Natuur voor Elkaar’ wil de provincie de natuur dichter bij mensen brengen. Een van de plannen is het vergroenen van steden en dorpen. Overijssel wil in dit programma onder andere 1,1 miljoen bomen in de provincie planten. Bomenbeleidsplan 2012-2021 Het vorige bomenbeleidsplan is vastgesteld in 2011. Dit nieuwe beleidsplan vormt als het ware een nieuwe versie van dat plan. Veel opgaven van die tijd zijn immers niet anders geworden. Toch hebben we ook nieuwe ambities en plannen. De urgentie van klimaatadaptatie en de biodiversiteitscrisis is groot. Thema’s als vergroening en diversiteit, maar ook aspecten als bomen en zonnepanelen zijn nu actueler dan ooit. Kortom: het is tijd voor een nieuw bomenbeleidsplan.
1.2 Doelstelling Bomen en boomstructuren zijn de dragers van de groene omgeving. Dit bomenbeleidsplan helpt om de opgaven en ambities van de gemeente te vertalen naar de praktijk, uiteraard toegespitst op bomen. In dit bomenbeleidsplan staan drie doelen centraal. Deze hebben we in hoofdstuk 3 uitgewerkt in negen uitgangspunten. 1. We behouden onze bomen zo lang mogelijk. Daarvoor is inzicht nodig in het bomenbestand. Daarnaast beheren we bomen zorgvuldig en natuurvolgend stellen we een boomstructuur op. 2. We beschermen onze bomen zorgvuldig. Zowel de beschermwaardige bomen van gemeente en particulieren, als wanneer gewerkt wordt rond de bomen. 3. We versterken ons bomenbestand door kwalitatief betere bomen: liever bomen in een ruime groeiplaats (kwaliteit) dan focus op het aantal bomen (kwantiteit). Ook zorgen we voor meer variatie en robuuste boomstructuren. Het bomenbeleidsplan heeft een looptijd van 10 jaar en loopt van 2026 tot 2036.
1.3 Leeswijzer Het bomenbeleidsplan is als volgt opgebouwd: 1. Inleiding Hierin staan de aanleiding, het doel, de leeswijzer en de werkwijze. 2. Visie Hierin staat de gemeentelijke visie op bomen. De centrale vraag daarbij is: waarom zijn bomen belangrijk? Ze bieden ons diensten en zijn waardevol op allerlei vlakken. 3. Uitgangspunten bomenbeleid Hierin staan onze strategie en onze uitgangspunten. We werken aan 10 ambities en deze vormen de leidraad voor de concrete uitwerking van het beleid in hoofdstuk 5 en 6. 4. De bomen in Ommen In dit hoofdstuk hebben we relevante informatie over ons bomenbestand opgenomen, zoals het aantal bomen, het kroonoppervlak, maar ook de leeftijdsopbouw en soortenverdeling. 5. Behouden en beschermen Hierin staat ons beleid rondom het behoud en de bescherming van bomen, zoals de regels voor boombescherming en beheer. 6. Versterken In dit hoofdstuk staat hoe we de gemeente verder willen vergroenen. Dit doen we zowel op gemeentelijk terrein, als door het vergroenen bij bewoners te stimuleren. 7. Financiën Hier is de financiële onderbouwing voor het beleid opgenomen. 8. Uitvoering en monitoring In dit hoofdstuk hebben we opgenomen hoe we vervolg geven aan dit bomenbeleidsplan. Welke acties moeten nog worden uitgevoerd en hoe worden deze geprioriteerd, evenals hoe de voortgang van de doelen van het plan worden gemonitord.
6
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
2 Waarom zijn bomen belangrijk Ommen heeft de ambitie om de landschappelijke kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te versterken. Bomen en boomstructuren zijn de dragers van onze waardevolle groene omgeving en hebben allerlei functies die waardevol zijn voor mens en dier: ecosysteemdiensten. Op onderstaande plaat zien we deze functies mooi weergegeven rond een van de indrukwekkende zomereiken in Ommen.
7
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief De waarde van natuur, water en biodiversiteit moet goed worden beschermd. Bomen zijn van groot belang voor onze cultuurhistorie. Dit zien we onder andere terug in de brinkdorpen Arriën en Junne, maar ook aan de vele oude bomen, bijvoorbeeld rond Vilsteren. Maar bomen doen meer. Ze zijn onmisbaar om onze stad en dorpen koel te houden in warme periodes en houden water vast bij zware regenval. Ook zijn bomen een belangrijke voedselbron en nest- en schuilgelegenheid voor bijvoorbeeld vogels, vleermuizen en insecten. En laten we ook niet vergeten dat bomen fijnstof afvangen, CO2 opnemen en zuurstof produceren. Het unieke van bomen is dat hun waarde met het ouder worden stijgt, in plaats van daalt: hoe ouder, hoe belangrijker. Dit in tegenstelling tot de andere objecten in de openbare ruimte, zoals lantaarnpalen of verharding. Wat dat betreft doen we het in Ommen al best heel goed. Maar helaas worden ook in onze gemeente veel gemeentebomen al op jonge leeftijd gekapt. Vaak komt dit door het opnieuw inrichten van de straat, of doordat de boom op een plek staat waar hij slecht groeit. Ook worden bomen vaak gekapt als er een nieuwe buurt of wijk wordt gebouwd. De waarden van bomen beginnen echter pas vanaf het 30e levensjaar echt serieus te worden. En juist de oude en aftakelende bomen hebben een hoge natuurwaarde.
Het is dus belangrijk dat we de investering in een boom zich ook laten terugbetalen. Dat betekent: goed zorgen voor onze bomen, deze zo lang mogelijk behouden en niet te gauw omzagen zodra ze minder worden. Zo kunnen bomen hun functie optimaal vervullen.
afb. 4: Het verloop van ecosysteemdiensten, afgezet tegen de leeftijd (bedragen ter indicatie)
8
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
3 Uitgangspunten bomenbeleid Met het bomenbeleidsplan werken we aan drie doelen, die al zijn genoemd in de inleiding: 1. We behouden onze bomen zo lang mogelijk. 2. We beschermen onze bomen zorgvuldig. 3. We versterken ons bomenbestand door kwalitatief betere bomen. Deze doelen vallen uiteen in tien thema’s of uitgangspunten. Deze zijn altijd in verband te brengen met één of meerdere van de drie doelen. Deze tien uitgangspunten vormen de leidraad voor de uitwerking van onze beleidsregels: 1. Zorgvuldig beheer van bomen
9
2. Natuurvolgend en ecologisch beheren van bomen
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief 3. Heldere keuzes bij hinder van bomen
4. Bijzondere bomen worden goed beschermd
5. Zorgvuldig omgaan met bomen
6. Goed communiceren over bomen
10
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
7. Kwaliteit gaat voor kwantiteit - investeren in de groeiplaats
8. Robuust raamwerk met boomstructuren
9. Voldoende variatie in het bomenbestand
10. Een haalbare norm voor bomen in nieuwe plannen
11
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
4 Inventarisatie – De bomen in Ommen Met luchtfoto’s en hoogtekaarten zijn alle bomen in de gemeente in kaart gebracht. In de gemeente blijken meer dan 550.000 bomen te staan, 29,5% van het oppervlak van de gemeente. Als al die bomen bij elkaar in één bos zouden staan, zou dat bos ruim 53 vierkante kilometer groot zijn.
afb. 5: Alle ruim 550.000 bomen staan op de kaart (bron: BomenMonitor, Cobra Groeninzicht)
Het beleid betreft vooral de bomen die als individu worden beheerd en in eigendom zijn van de gemeente. Deze bomen staan langs wegen en paden, in groenstroken en parken of op begraafplaatsen. In totaal heeft de gemeente 22.600 individueel beheerde bomen in eigendom. Soms heeft het beleid echter een bredere afbakening: - Het vergunningenbeleid (paragraaf 5.4) betreft alle beschermde bomen in de gemeente, ongeacht eigenaar of type beheer. Zie voor meer informatie daarover paragraf 4.6. - Op de boomstructuurkaart (paragraaf 6.2) komen ook boomstructuren die niet als individu worden beheerd. - Het beleid dat gaat over het stimuleren van aanplant van extra bomen (paragraaf 6.4) is ook gericht op eigendommen van andere eigenaren (bewoners, bedrijven of andere organisaties). In paragraaf 4.1 gaat het over alle bomen in de gemeente. In paragrafen 4.2 t/m 4.5 staat meer informatie over de gemeentebomen. Deze bomen staan in ons beheersysteem en worden regelmatig gecontroleerd. Daardoor hebben we veel informatie over deze bomen. Als bijlage 2 hebben we een aantal kaarten toegevoegd die meer informatie geven over de bomen die de gemeente beheert.
12
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
4.1 Informatie uit de Steenbreek Atlas en de BomenMonitor Gemeente Ommen is aangesloten bij de landelijke beweging Steenbreek. Zij brengen de negatieve gevolgen van verstening in kaart en zetten deze om in positieve effecten door vergroening. Via deze stichting krijgen we inzicht in de staat van ons bomenbestand. In de Steenbreek Atlas staat allerlei informatie over hoe groen (of juist versteend) de openbare ruimte en tuinen in onze gemeente zijn. Bij elkaar opgeteld ligt er zo’n 800 kiloton aan CO2 opgeslagen in onze bomen. Ter indicatie: dat is ongeveer evenveel als in onze gemeente tussen 2019 en 2022 aan CO2 is uitgestoten.
afb. 6: De contrasten tussen bosrijke en landelijke gebieden zijn groot in onze gemeente
Op afb. 7 kunnen we goed zien hoe groen de buurten van de gemeente zijn. De bosrijke omgeving rond Eerde, Besthmen en Junne scoort het hoogst. Het landbouwgebied rond Dalmsholte, Beerzerveld en de noordkant van de gemeente scoort minder goed.
afb. 7:Kroonbedekking per buurt volgens de CBS-buurtverdeling in Ommen (bron: Steenbreek IVN Atlas)
13
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief In 2023 is de 3-30-300-regel ontwikkeld door wetenschapper Cecil Konijnendijk2. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat de gezondheid van bewoners sterk verbetert als: - bewoners zicht hebben op minimaal 3 bomen van behoorlijke omvang; - de kroonbedekking in de woonomgeving minimaal 30% is; - de dichtstbijzijnde hoogwaardige groene ruimte of park minder dan 300 meter ver is. Met de Steenbreekatlas kunnen we voor ieder pand (alle gebouwen in de gemeente) de huidige situatie bepalen voor de 3-30-300-regel. We volgen de analyse en gaan uit van het aantal panden in de gemeente. In totaal zijn dit er in onze gemeente ruim 10.000. De situatie is dan als volgt:
afb. 8: de huidige stand van zaken in de gemeente, ten aanzien van de 3-30-300-regel
Als we de analyse op de kaart bekijken valt op dat de meeste panden in de landelijke omgeving van Dalmsholte, Lemele, Beerzerveld en Vinkenbuurt niet voldoen aan de 3-30-300-regel. De gebieden rond Witharen en Vilsteren en Beerze komen er aanzienlijk beter uit. De 3-30-300-regel is met name bedoeld voor de bebouwde kom. Als we daarop inzoomen, komen we al snel bij de kern Ommen terecht. Daarin zijn opvallende verschillen te zien: - Ommen-zuid, Dante-noord en de noordkant van Alteveer scoren goed. Hier voldoen de meeste panden aan de regel. - Dante-zuid, Alteveer, De Strangen en Laarakkers scoren matig. - Het centrum, de zuidkant van De Strangen en de nieuwbouw in De Vlierlanden scoren het slechtste. Deels komt dit ook omdat de bomen hier nog relatief klein zijn. Een andere informatiebron is de BomenMonitor van Cobra Groeninzicht. Hier is ook veel informatie over onze bomen uit af te leiden: - Ons kroonoppervlak is ruim 53 km2 groot: dat betekent dat ruim 30% van het oppervlak van de gemeente is bedekt door boomkronen. - Alle bomen samen hebben een volume van zo’n 400 miljoen m3. Als we dat als een ‘pannenkoek’ over de gemeente leggen, is de gemeente bedekt met een laag van ongeveer 2,5 meter dik aan boomkronen. Dit is belangrijk voor de totstandkoming van de Bomennorm uit paragraaf 6.4. - Bij elkaar opgeteld ligt er zo’n 800 kiloton aan CO2 opgeslagen in onze bomen.
Ter indicatie: dat is ongeveer evenveel als in onze gemeente tussen 2019 en 2022 aan CO2 is uitgestoten.
2
Konijnendijk, C.C. Evidence-based guidelines for greener, healthier, more resilient neighbourhoods: Introducing the 3–30–300 rule. J. For. Res. 34, 821–830 (2023). https://doi.org/10.1007/s11676-02201523-z
14
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
4.2 De bomen per kern Van de gemeentelijke bomen weten we aanzienlijk meer en daar richten we ons ook op met het bomenbeleidsplan. De kern met de meeste gemeentelijke bomen is uiteraard de stad Ommen. Maar ook in de buurtschappen Arriën, Vinkenbuurt en Witharen staan relatief veel gemeentelijke bomen.
afb. 9: Zowel onze dorpen als de buitengebieden staan vol met bomen. Links de bomen in Vilsteren, rechts een rij bomen langs het Giethemer Kerkpad
Opvallend genoeg staan er relatief veel gemeentelijke bomen in gebieden die verder arm zijn aan bomen. Dat heeft vooral te maken met de grote aantallen bomen langs wegen in landelijk buitengebied. Dat is vaak ook de enige plek waar bomen staan, zie afb. 10.
afb. 10: De verdeling van de bomen over onze plaatsen en buurtschappen
15
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
4.3 Typen bomen Verreweg de meeste bomen in Ommen worden beheerd als ‘niet vrij uitgroeiende boom.’ Deze bomen worden in hun jeugdfase gesnoeid om een vrije doorrijhoogte te krijgen. Dit gebeurt langs wegen, maar ook langs fiets- en voetpaden. De ongeveer 100 vrij uitgroeiende bomen worden niet gesnoeid.
afb. 11: Verreweg de meeste van onze bomen worden opgesnoeid omdat ze langs wegen en paden staan. We hebben echter ook bijzondere vormbomen, zoals de geschoren beuken op de Oude Algemene Begraafplaats in Ommen
De laatste 200 bomen zijn vormbomen. Deze staan vaak op cultuurhistorisch bijzondere plekken, zoals een stads- of dorpscentrum. We hebben ongeveer 150 knotbomen en daarnaast enkele tientallen andere vormbomen, zoals leibomen en gekandelaberde bomen. Dit zijn bijvoorbeeld de leilindes aan de Vrijthof in Ommen en de oude geschoren beuken op de Oude Algemene Begraafplaats. Vormbomen zijn vaak relatief duur door het regelmatige en intensieve onderhoud, terwijl de bomen vaak niet of nauwelijks toenemen in omvang en dus weinig toenemen in waarde. De gemeente is daarom terughoudend in het aanplanten van deze bomen.
afb. 12: Verreweg de meeste van onze bomen zijn niet vrij uitgroeiend
16
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
4.4 Boomsoorten In Ommen staan allerlei soorten bomen: in ons systeem staan ruim 200 unieke soorten benoemd. Sommige daarvan zijn inheems, deze komen al lange tijd voor in onze omgeving. Dit gaat bijvoorbeeld om de zomereik, de zwarte els en de ruwe berk. We hebben ook ‘exoten’, zoals Perzisch ijzerhout of de Japanse kornoelje.
afb. 13: Links zien we een van de vele eikenlanen, langs de Koloniedijk vlakbij Ommerschans. Rechts zien we juist een situatie met meer diversiteit, langs de Bouwmeesterstraat in Ommen
Op afb. 14 zijn onze boomsoorten te zien, samengevat per geslacht. De soorten in een geslacht zijn bij elkaar opgeteld. Dus de zomereik en de Amerikaanse eik vallen beide in de groep ‘eik’. Uit deze grafiek blijkt dat het gemeentelijke bomenbestand eenzijdig is: het overgrote deel bestaat uit zomereik. Deze eenzijdigheid is te verklaren uit de relatief arme zandbodems in onze gemeente, maar ook de (cultuurhistorische) traditie van de aanplant van eikenbomen langs wegen en op de brinken. Een veelgebruikte regel voor voldoende diversiteit bij bomen is de 10-20-30-regel van Santamour (1990). Deze stelt: maximaal 10% van één soort, 20% van één geslacht en 30% van dezelfde familie. Het mag duidelijk zijn dat onze gemeente daar bij lange na niet aan voldoet, maar dit is ook geen noodzaak. Het gebrek aan diversiteit maakt ons bomenbestand echter wel kwetsbaar voor boomziekten en plagen (zoals de eikenprocessierups), maar ook voor de gevolgen van klimaatverandering. Als gemeente koesteren we onze eiken, vanwege hun grote rol en betekenis voor ons landschap. Ook zijn eiken van grote waarde voor de biodiversiteit. Toch willen we in de toekomst werken aan meer diversiteit, door bij herplant niet alleen voor eiken, maar ook voor andere soorten te kiezen.
Boomsoorten Overig Kers Wilg Iep Esdoorn Els Linde Beuk Es Berk Eik
1% 1% 2% 2% 3% 3% 3% 3% 6%
69% 0
2000
4000
6000
8000 10000 Aantal bomen
12000
14000
afb. 14: De eiken zijn met 69% zeer bepalend voor de samenstelling van ons bomenbestand
17
16000
18000
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
4.5 Leeftijd De gemiddelde boom in Ommen is maar liefst 75 jaar, en dat is uitzonderlijk oud. Dat is iets om trots en zuinig op te zijn. In veel gemeenten in ons land ligt dit gemiddelde namelijk tussen de 30 en 40 jaar. De gemeente bezit maar liefst 2500 bomen van 100 jaar en ouder, zie afb. 16.
afb. 15: Veel oude bomen uit onze gemeente zijn opgenomen in het Landelijk Register van Monumentale Bomen. Links zien we een rij met oude lindes van ongeveer 1860. Rechts zien we een zomereik van zo’n 250 jaar oud. Deze staat vlakbij de theekoepel in Vilsteren (bron: Wim Eikelboom)
Daarnaast valt op dat veel bomen geplant zijn in de jaren ’60 en ’70. Vaak zijn dergelijke pieken te verklaren door grote nieuwbouwprojecten waarbij ook veel bomen zijn aangeplant. Het gaat dan onder andere om de wijken Laarakkers, Zeeheldenbuurt en Strangen in Ommen. Pieken in de aanplant in bepaalde periodes zorgen voor een risico. Vaak betekent dit dat bepaalde bomen ook op hetzelfde moment hun eindleeftijd bereiken. Daardoor kan een kaalslag ontstaan in de betreffende wijken. Het is in dergelijke gevallen beter om gefaseerd te vervangen. Ook kan in de toekomst meer spreiding in omlooptijden worden aangebracht in een gebied, zie hoofdstuk 6.
Plantjaar 5000
Aantal bomen
4000 3000 2000 1000 0
afb. 16: In Ommen staan opvallend veel oude bomen
18
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
4.6 Beschermwaardige bomen In het beleidsplan van 2012 waren criteria opgenomen voor de beoordeling van beschermwaardige bomen. Op basis daarvan heeft destijds een inventarisatie plaatsgevonden, waarna ruim 3.000 bomen op de kaart zijn opgenomen. Het gaat hier zowel om bomen van de gemeente, als bomen van particulieren. Daarnaast staan er enkele bomen van provincie Overijssel op de kaart, evenals 43 bomen waarvan de eigenaar niet is genoteerd. tabel 1: Overzicht Lijst beschermwaardige bomen per boomsoort en eigenaar
Soort/eigenaar Berk Beuk Cipres Eik Els Es Esdoorn Iep Japanse notenboom Kers Linde Onbekend Paardenkastanje Plataan Populier Tulpenboom Valse acacia Valse Christusdoorn Walnoot Watercipres Wilg Totaal
Gemeente Ommen 44 255 100 1112 1 1 59 1 90 12 385 6 11 213 12
Particulier 7 13
Provincie
Niet genoteerd
443
1
21
1
2 18
21 1
1
1
6
1 250 14 20 7
1
2 71 2397
1 1 1 765
2
43
Totaal 51 269 100 1577 1 1 65 1 90 13 638 24 25 233 19 1 22 1 1 3 72 3207
Bij analyse van de kaart blijkt dat in grote delen van de gemeente geen beschermwaardige bomen zijn aangewezen, zie afb. 17. In deze gebieden zijn vermoedelijk wel beschermwaardige bomen aanwezig, maar deze zijn nog niet in kaart gebracht. Dit is onder andere het geval in de dorpen Vilsteren, Junne, Beerze en Stegeren. Uit de analyse blijkt dat de systematiek bij het aanwijzen van de bomen eenvoudiger kan en dat het nodig is om een nieuwe en vollediger lijst met beschermwaardige bomen op te stellen. Dit nieuwe beleid is opgenomen in paragraaf 5.4. afb. 17: Uit de kaart blijkt dat in grote delen van de gemeente geen beschermwaardige bomen zijn aangewezen
19
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
5 Deel 1 – Beschermen en behouden In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels uitgewerkt die vallen onder de doelen ‘We behouden onze bomen zo lang mogelijk’ en ‘We beschermen onze bomen zorgvuldig’.
5.1 Zorgvuldig beheer van bomen Onze bomen staan vaak in openbaar gebied. Uit deze bomen kunnen takken vallen of de boom kan omwaaien. Op veel plekken is daar dan risico op schade. Daarom is het belangrijk dat we onze bomen aantoonbaar zorgvuldig beheren. We controleren onze bomen regelmatig en we beheren ze efficiënt en gestructureerd. Het thema vervanging van bomen (kap en herplant) valt buiten het reguliere beheer en is uitgewerkt in paragraaf 6.1. Alle bomen in beeld Onze beheercyclus vereist dat we meer datagestuurd gaan werken. Dat vereist inzicht. We zorgen er daarom voor dat we alle bomen die in ons eigendom zijn ook goed in beeld hebben en op de kaart hebben staan. De bomen staan als punt-object in ons online beheersysteem. We noteren belangrijke inventarisatiekenmerken, zoals soort, leeftijd en het formaat van de boom. Deze worden regelmatig geactualiseerd. Voor de kenmerken van de boom werken we volgens een landelijke standaard: het Informatiemodel Beheer Openbare Ruimte (IMBOR). Niet bij iedere boom is het risico op schade even groot. Bomen in het centrum van Ommen leveren meer risico op dan bomen langs een onderhoudspad. We bepalen daarom per boom de kans op schade en maken een indeling op het omgevingsrisico. Dit is bepalend voor de intensiteit van het beheer. Cyclisch beheer We beheren onze bomen volgens een vaste beheercyclus, zie afb. 18.
De gemeente wordt verdeeld in drie regio’s en ieder jaar volgen we in deze regio een vaste beheercyclus. Daarbij vormt de inspectie het uitgangspunt voor het normale onderhoudswerk dat daarop volgt: 1. Inspecteren – gecertificeerd boomveiligheidscontroleurs voeren een boomveiligheidscontrole uit. Zij beoordelen of er risicovolle gebreken zijn en adviseren waar nodig een veiligheidsmaatregel. Soms is een gebrek visueel niet goed te beoordelen. Bijvoorbeeld als er een spechtengat in de kroon zit, of als er een vermoeden is dat een boom van binnenuit is aangetast. In die gevallen wordt de boom nader onderzocht. 2. Beslissen – op basis van de adviezen beslist de beheerder welke bomen worden gesnoeid, vervangen of waar een alternatieve maatregel wordt uitgevoerd. 3. Voorbereiden – de voorbereiding van het werk bestaat uit het uitzetten van werkzaamheden naar de eigen dienst, of het uitzetten van een (deel)opdracht naar een aannemer. 4. Uitvoeren – de uitvoering verschilt voor het type werk. De snoei is daarbij het grootste onderdeel. Bij de inspectie wordt aangegeven óf en in welke mate de bomen moeten worden gesnoeid. De snoei wordt uitgevoerd door gecertificeerde boomverzorgers (ETW). 5. Afmelden – bij ‘aantoonbaar’ hoort ook dat we aangeven wanneer we bij welke bomen onderhoud hebben uitgevoerd. Alle reguliere werkzaamheden worden daarom afgemeld bij de betreffende boom.
20
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
afb. 18: Cyclisch beheren van bomen
Snoeien Verreweg de meeste van onze bomen moeten we opsnoeien, omdat deze langs wegen en paden staan. We snoeien daarbij niet meer dan nodig. Praktisch betekent dit het volgende: - Niet vrij uitgroeiende bomen staan langs wegen en paden. Deze worden in hun jeugdfase opgesnoeid om te zorgen voor de wettelijk vereiste doorgang, dit heet ‘begeleidingssnoei’. Langs autowegen is dit 4,2 meter en langs fietspaden 2,5 meter. We snoeien niet hoger dan nodig is. Vaak kan de kroon aan de ene kant lager blijven dan aan de andere kant. Bij deze bomen wordt bij de inspectie de noodzaak en mate van snoei bepaald. Dit is niet iedere drie jaar nodig. - Als de boom het beoogde beeld heeft bereikt wordt ‘onderhoudssnoei’ uitgevoerd. Dit blijft beperkt tot het wegnemen van risico’s zoals dood hout of gevaarlijke takken. - Als de kroon van een boom nooit een object kan bereiken zoals een weg, speeltoestel of gebouw, dan laten we de boom vrij uitgroeien en is direct sprake van onderhoudssnoei. - Vormbomen snoeien we volgens een vaste regelmaat, veelal gerelateerd aan de beheercyclus van drie jaar. Zo ontstaat hier geen snoeiachterstand. - In uitzonderlijke gevallen moet een boom sterk worden teruggesnoeid. Dit noemen we kandelaberen of het innemen van de kroon. Daarbij gaat een deel van de boom(kroon) en daarmee waarde verloren. Dit doen we dus alleen als dit noodzakelijk is.
Over het algemeen gelden de snoeifrequenties uit tabel 2. Bij de reguliere bomen betreft dit een globale inschatting. Deze bomen worden namelijk gesnoeid op basis van de driejaarlijkse inspectie (vooropname). Niet na iedere inspectie zal bij elke boom snoei nodig zijn. Bij de vormbomen is dat wel het geval. De snoeifrequentie is ook bepalend voor de begroting uit hoofdstuk 7. tabel 2: Snoeivorm en snoeifrequentie van vormbomen
Boomtype Regulier (niet vrij uitgroeiend) Knotboom Fruitboom Gekandelaberde boom Leiboom Vormboom (divers) 21
Snoeivorm Begeleidingssnoei Onderhoudssnoei Knotten Fruitsnoei (productie) Terugzetten Scheren of knippen Terugzetten
Snoeifrequentie 1x per 3 jaar 1x per 6 jaar 1x per 2 jaar 1x per jaar 1x per 6 jaar 1x per 1 jaar 1x per 1 jaar
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief Ziekten en aantastingen Bij de bomen in onze gemeente komen ziekten en plagen voor. Het gaat dan vooral om essentaksterfte, kastanjebloedingsziekte, iepziekte en de eikenprocessierups. Bij deze ziekten en plagen hanteren we een aantal uitgangspunten: - De meeste boomziekten verlopen langzaam. Daarom is het niet nodig iedere zieke boom te verwijderen. Het is vooral belangrijk het verloop van de ziekte goed in de gaten te houden. Waar nodig controleren we de boom vaker. We grijpen pas in als het noodzakelijk is. - Bij ziekten die zich snel verspreiden (zoals iepziekte) of ziekten die voor gezondheidsrisico’s zorgen, wordt de boom met spoed verwijderd. Als het nodig is volgen we een speciaal protocol. In deze gevallen kan de gemeente dit ook vragen van bewoners, om verspreiding van de ziekte te voorkomen. In het Omgevingsplan nemen we daar regels voor op. - Plagen zijn een (zware) aantasting door bepaalde insecten, waardoor een boom bijvoorbeeld wordt kaalgevreten. Ook kunnen plagen schadelijk zijn voor de volksgezondheid, zoals bij de eikenprocessierups. Plagen hebben meestal geen langetermijngevolgen voor de gezondheid van een boom. We zetten daarom in op natuurlijke afb. 19: De vele eiken in onze gemeente zorgen voor een plaagbeheersing, de boom wordt niet ge- overdaad aan voedsel voor de eikenprocessierups.
Helaas zorgt dit in potentie voor overlast voor ons mensen. kapt. - We werken bij plagen zoveel mogelijk volgens een vastgesteld protocol. In het geval van de eikenprocessierups werken we met het landelijke protocol: www.processierups.nu. - De beste manier om ziekten en plagen tegen te gaan is het aanpakken bij de bron. Veel boomziekten zijn het gevolg van een monocultuur. In onze omgeving zorgt het aandeel eiken ook voor zo’n probleem: de eikenprocessierups. In paragraaf 6.3 is uitgewerkt hoe we zorgen voor diversiteit. - We werken aan meer biodiversiteit rondom onze bomen, zie paragraaf 5.2. Als de biodiversiteit groot is, zijn er meer natuurlijke vijanden. De bomen zijn dan ook minder vatbaar voor ziekten. - In uitzonderingsgevallen komen nog weleens andere ziekten voor, zoals roetschorsziekte of massaria. In die gevallen is vaak maatwerk nodig en beslist de beheerder. We werken dan zoveel mogelijk volgens een landelijk geldend protocol.
5.2 Natuurvolgend en ecologisch beheren van bomen Risico’s bij bomen worden vaak hoger ingeschat dan ze zijn en daardoor worden bomen soms onnodig gekapt. Helaas gaat dit vaak om bomen die juist erg waardevol zijn voor de ecologie en die veel bijdragen aan de biodiversiteit. Het uitgangspunt dat de openbare ruimte ‘schoon, heel en veilig’ moet zijn, draagt daar ook niet aan bij. Goed boombeheer en ecologie moeten elkaar aanvullen in plaats van tegenspreken.
‘‘
Natuurvolgend beheren De beheerder moet een goede afweging kunnen maken tussen de risico’s en de waarde van de boom. Soms betekent dit dat we een risicovolle boom laten staan vanwege zijn waarde voor de natuur en de biodiversiteit, zoals de aanwezigheid van spechten, uilen en allerlei insecten en schimmels. Wat gaan we verder doen: 22
De boom heeft ons (meestal) niet nodig, wij die boom wel: laten staan dus.
’’
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief -
-
-
-
-
-
Dode takken snoeien we binnen onze reguliere beheercyclus. We verwijderen die takken alleen op de plekken waar ze risico kunnen opleveren, zoals boven wegen en paden. Dood hout boven bos, struiken of planten kan dus blijven zitten. Klimop is voor de boom geen probleem, en dit laten we dus zitten. We halen het er alleen uit als we denken dat er achter de klimop een risicovol gebrek zit. We onderzoeken of we het maaien onder boomkronen kunnen stoppen. Daardoor raakt de bodem minder verdicht en vormt zich vanzelf een laag met strooisel, net zoals in het bos. Als het nodig is kunnen we (tijdelijk) een mulchlaag aanbrengen, of piketpaaltjes plaatsen. We gaan rijen met knotwilgen in fasen snoeien: om-enom, of elke derde boom in de rij. Daardoor blijft de ecologische verbinding in stand. Wat wij vaak zien als ‘afval’ is voor de natuur juist een grote levensbehoefte. Daarom laten we de natuur zijn afb. 20: Dood hout doet leven, zoals hier aan werk doen. Takken en stammen blijven waar het kan, de Nieuwedijk in Ommen zoveel mogelijk op de plek liggen. We voeren het werk aan bomen uit zonder de flora en fauna te verstoren. Daarbij kan de ‘Gedragscode soortbescherming gemeenten’ van Stadswerk een handig hulpmiddel zijn.
Dode, slechte en veterane bomen Bij de levenscyclus van een boom hoort dat deze afsterft of omvalt. Het is niet normaal en erg onnatuurlijk, dat we deze bomen in onze openbare ruimte bijna nergens tegenkomen. Bomen die hun hoogtepunt achter zich hebben liggen, laten verouderingskenmerken zien. Ze verliezen takken, de conditie gaat achteruit en in de boom zien we rottend hout, vruchtlichamen en holtes. Dit is belangrijk voor allerlei andere organismen. We willen daarom meer van deze bomen, liefst als deze ook autochtoon zijn. Daarom geldt in het algemeen dat we bomen pas kappen als de kans op schade te groot is. Dit is afhankelijk van de plek waar de boom staat, maar ook de soort en gebreken spelen mee. Als het nodig is maken we de boom kleiner om de risico’s te verminderen. Daarnaast hebben we een speciale groep die we ‘veterane bomen’ noemen. Als we die bomen goed beschermen, kunnen eiken of lindes zomaar 300 jaar of ouder worden. We doen het volgende om deze bomen te beschermen: - Deze bomen krijgen een speciale status, zie paragraaf 5.4. - We laten deze bomen van hun oude dag ‘genieten’. Als het nodig is, kunnen we de groeiplaats beschermen met een hekwerk. Dit voorkomt ook schade als takken afbreken. Daarnaast kunnen we investeren in deze bomen via onderhoud en bijvoorbeeld het aanbrengen van een mulchlaag.
- Waar mogelijk proberen we, terwijl de oude boom er nog staat, een nieuwe boom te kweken op dezelfde locatie.
afb. 21: Meestal eindigt een boom al rond de 100 jaar. Als de boom ‘geluk’ heeft en kan uitgroeien, wordt deze vaak om23 gezaagd of teruggesnoeid, vanwege mogelijke risico’s. De laatste fasen van aftakeling worden vrijwel nooit bereikt
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
5.3 Heldere keuzes bij hinder van bomen Dat bomen belangrijk zijn, zullen de meeste mensen wel beamen. Maar bomen kunnen soms ook lastig zijn en de gemeente ziet dat zelf ook. Bomen zijn zelfs nummer één in de top tien ‘burenruzies’. In zijn algemeenheid volgt uit rechtszaken dat bomen niet snel onrechtmatige hinder veroorzaken. Er moet sprake zijn van ‘zwaarwegende en buitenproportionele hinder’. De aard, ernst en duur van hinder zijn daarbij doorslaggevend. Ook spelen vragen mee als: ‘Wie was er het eerst?’ en: ‘Is het een bosrijke omgeving?’ Op basis van deze juridische aspecten en de praktijk in Ommen heeft de gemeente per type overlast bepaald hoe we daarmee omgaan. Blad, zaad, pluis, vogelpoep en luizenplak Normale bladval, maar ook vallende vruchten (bijvoorbeeld eikels), zaad en bijvoorbeeld berkenpluizen horen bij een boom. Dit geldt ook voor vogelpoep, luizenplak (honingdauw) en roetdauw. Dit moeten we accepteren en dit is dus ook geen reden voor een maatregel. Allergieën Mensen kunnen allergisch zijn voor pollen van bijvoorbeeld berk, els of hazelaar. Deze allergie is echter heel moeilijk in verband te brengen met één specifieke boom omdat pollen zich vaak over grote afstanden verspreiden. Allergieën leiden daarom in principe niet tot een maatregel. Bomen en zonnepanelen De gemeente wil in 2050 energieneutraal zijn.
Daarom is het nodig om veel duurzame energie op te wekken. Veel bewoners en bedrijven hebben daarom zonnepanelen op de daken van hun woning of bedrijfspand gelegd. De schaduw van bomen kan daarbij roet in het eten gooien, omdat de opbrengst vermindert. Bomen leveren ons allerlei diensten, zie hoofdstuk 2. Dit vindt de gemeente minstens even belangrijk als het opwekken van energie door zonnepanelen. Bij het kappen of toppen van bomen komt bovendien CO2 vrij. De zonnepanelen moeten dat dan weer compenseren, niet bepaald duurzaam.
afb. 22: Bomen gaan voor zonnepanelen, maar bij aanplant kunnen we hier soms wel beter rekening mee houden
Bomen waren er ook bijna altijd eerder dan zonnepanelen. Daarnaast is de techniek sterk verbeterd waardoor zonnepanelen ook met schaduw energie blijven leveren. Verder zou de adviseur van zonnepanelen rekening moeten houden met bomen in de omgeving. Bomen worden daarom niet gekapt, gesnoeid of getopt voor zonnepanelen. Schaduw Schaduw kan voor sommigen hinderlijk zijn. Anderen vinden schaduw op hun woning juist fijn, omdat het huis daardoor koeler blijft. Vanwege klimaatverandering zal hittestress in de woonwijken toenemen en daarom is schaduw meestal geen reden voor kap. Maar in uitzonderlijke gevallen kan
24
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief een boom wel zorgen dat er vrijwel geen licht meer in woningen komt en dat kan in strijd zijn met artikel 5:37 Burgerlijk Wetboek3. We maken daarom een uitzondering als de hinder buitenproportioneel wordt. Dit is het geval als een bewoner via een ‘bezonningsstudie’ kan aantonen dat de hoofdverblijfsruimten (woonkamer of keuken) van een woning niet voldoet aan het Besluit bouwwerken leefomgeving artikel 4:147. Daarbij wordt getoetst aan de norm NEN 20574: woningen moeten minimaal 2 zonuren per dag hebben van 19 februari tot 21 okafb. 23: Schaduw vindt de één lastig terwijl de ander ervan tober. geniet
Overhangende takken Overhangende takken kunnen zorgen voor overlast. Volgens artikel 5:44 lid 1 Burgerlijk Wetboek5 moeten deze takken na een verzoek worden verwijderd en hebben bewoners op dit punt veel rechten. Bewoners mogen hier geen misbruik van maken. Alles eenzijdig snoeien mag dus niet. Ook mag de boom mag niet onherstelbaar beschadigd of verminkt worden of door de snoei afsterven. De gemeente vindt bomen zeer belangrijk (zie hoofdstuk 2). Daarnaast heeft de waarde van een boom een direct verband met het kroonvolume. Dat betekent dat de gemeente terughoudend omgaat met het innemen van takken of de kroon bij overhangende takken, omdat daarmee waarde verloren gaat6. Vanwege het grote gebied van de gemeente is het ook niet efficiënt en effectief om meteen te reageren op de meldingen. Bewoners wordt gevraagd om te wachten tot de reguliere snoeironde. Bij die snoei wordt ook gelet op de meldingen van overhangende takken. Snoei wordt terughoudend toegepast. Doorschietende wortels In het geval van doorschietende wortels gelden dezelfde rechten als bij overhangende takken. Volgens artikel 5:44 lid 2 Burgerlijk Wetboek7 mag de eigenaar deze wortels zelf doorhakken, zelfs zonder melding. Hierbij is het wel belangrijk dat dit goed gebeurt. De boom mag niet onherstelbaar worden beschadigd en er mogen geen stabiliteitswortels worden doorgehaald.
3
De wettekst luidt: “De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals (…) door het onthouden van licht of lucht (…).” 4 Artikel 4.147 Bbl is recent aangepast, maar nog niet in werking. Als dat wel zo is, wordt de nieuwe norm NEN-EN 17037 aangehouden, zie https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/technischebouwactiviteit/nieuwbouw/rijksregels/daglichttoetreding-nen-17037/. 5 De wettekst luidt: “Indien een nabuur wiens beplantingen over eens anders erf heenhangen, ondanks aanmaning van de eigenaar van dit erf, nalaat het overhangende te verwijderen, kan laatstgenoemde eigenaar eigenmachtig het overhangende wegsnijden en zich toeëigenen.” 6 In dit verband zijn de volgende rechterlijke uitspraken ondersteunend: ECLI:HR:1961:139; NJ:1961:433, GHSHE:2017:422. 7 De wettekst luidt: “Degene op wiens erf wortels van een ander erf doorschieten, mag deze voor zover ze doorgeschoten zijn weghakken en zich toeëigenen.”
25
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief Voorkomen van hinder en overlast Bij nieuwe aanplant houden we rekening met de overlast die bomen kunnen gaan veroorzaken, zie daarvoor paragraaf 6.1 en de technische eisen uit bijlage 6. We zijn hierbij als gemeente door schade en schande wijs geworden. Hoe doen we dit concreet? - We houden zoveel mogelijk rekening met plaatsing van zonnepanelen, door bomen waar mogelijk aan de zuidkant van de weg te planten. We houden rekening met molenbiotopen door geen bomen te planten die op termijn tot conflicten kunnen leiden met het vastgestelde molenbiotoop. - Als uitgangspunt geldt dat we bomen in nieuwe situaties zoveel mogelijk op ruime afstand van erfgrenzen planten. Dit lukt helaas niet altijd. - Binnen de kern proberen we cultivars aan te planten waarvan blijkt dat deze minder overlast geven. Zo zijn er diverse lindes die minder last hebben van de bladluis (luizenplak). - We planten bomen in een goede groeiplaats. Bomen met een te kleine groeiplaats geven uiteindelijk namelijk altijd overlast. De bomen zoeken naar voeding en vocht, en wortelen daarbij vaak heel oppervlakkig en tot ver in particuliere tuinen.
5.4 Bijzondere bomen worden goed beschermd In deze paragraaf staan de beleidsregels voor de kapvergunningen. Een goede vergunningsregeling is nodig om bomen te behouden en beschermen, zonder dat de gemeente ‘op slot’ gaat. De bevoegdheid is geregeld via de Omgevingswet, specifiek artikel 11.111 lid 2 Bal en artikel 5.165b Bkl.
afb. 24: Een kleine greep uit de indrukwekkende collectie bijzondere bomen in onze gemeente
26
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief Bebouwingscontour houtkap De Bebouwingscontour houtkap wordt opgenomen in Omgevingsplan. Binnen deze bebouwingscontour gelden alleen gemeentelijke regels rondom de Omgevingsvergunning voor het vellen van een boom. Buiten de Bebouwingscontour houtkap kunnen zowel de provincie Overijssel als de gemeente Ommen het bevoegd gezag zijn. Op afb. 25 is een uitsnede van de kern Ommen zichtbaar. In bijlage 3 is de volledige bebouwingscontour opgenomen. Vijf kernen hebben een eigen bebouwingscontour, omdat daar sprake is van een herkenbare grens tussen de kern en het buitengebied. Bij de begrenzing is zoveel mogelijk gekozen voor herkenbare grenzen en is ook rekening gehouden met mogelijk toekomstige bebouwing.
afb. 25: uitsnede bebouwingscontour van Ommen. De vastgestelde contour is opgenomen in het Omgevingsplan.
Vormgeving vergunningenbeleid Voor de bomen binnen de Bebouwingscontour houtkap hanteren we dezelfde systematiek als bij het voormalige beleidsplan. De voormalige regels zijn opgenomen als bijlage 4. Met de combinatie van een minimale stamomtrek en aanvullend de Lijst beschermwaardige bomen worden bomen goed beschermd. Wel willen we de selectie van de Lijst beschermwaardig bomen vereenvoudigen. De meeste aspecten uit de voormalige lijst komen terug. We werken echter niet meer met een puntensysteem maar met een beoordeling hoog-laag. Voor de nieuwe beschermingsregels is het nodig dat we een gebiedsdekkende inventarisatie doen en de bomen volgens de nieuwe criteria beoordelen. De regels gelden voor zowel gemeentelijke als particuliere bomen. Onderstaand beoordelingsschema kan helpen om te bepalen welk vergunningenbeleid van toepassing is.
afb. 26: de regels voor vergunningen in een overzicht
27
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
Bomen binnen de Bebouwingscontour houtkap De bescherming van bomen binnen de bebouwingscontour in Ommen is als volgt geregeld: 1. Voor het vellen van een boom met een omtrek van meer dan 95 cm. op 1,30 meter hoogte is een vergunning nodig. 2. Onder vellen wordt ook verstaan: 2.1. het snoeien van meer dan 20% van het levend kroonvolume van een volwassen boom; 2.2. het verplanten van een boom; 2.3. het beschadigen, vergiftigen of verminken van een boom. 3. Voor de bomen die WEL op de Lijst beschermwaardige bomen zijn opgenomen (zie het kopje ‘Lijst beschermwaardige bomen’), geldt het principe van ‘Nee, tenzij…’. De vergunning wordt dus in principe niet verleend. 3.1. Voor de beoordeling van een aangevraagde vergunning kan het nodig zijn dat de vergunningverlener van de gemeente de boom opnieuw beoordeelt. Daarbij toetst hij of de boom nog voldoet aan de criteria van de Lijst beschermwaardige bomen. 3.2. Uitzonderingen waarbij de vergunning wel wordt verleend zijn bijvoorbeeld: 3.2.1. De boom heeft een zeer beperkte toekomstverwachting. 3.2.2. De boom vormt een bedreiging voor de openbare veiligheid of vormt een besmettingsgevaar, bijvoorbeeld bij iepziekte. 3.2.3. De boom veroorzaakt schade die niet in verhouding staat tot de waarde van de boom. 4. Als een vergunning voor een boom van de Lijst beschermwaardige bomen wordt verleend, gelden minimaal de volgende voorschriften: 4.1.
Herplant van een of meerdere bomen met een minimale stamomtrek op 1,00 meter (kwekerijmaat) van 30-40 cm. 4.2. Het verlenen van nazorg, zodat de boom goed aanslaat en groeit. 4.3. Het inboeten van de boom als de herplante boom alsnog dood gaat. 4.4. Eventuele aanvullende eisen aan bijvoorbeeld de groeiplaats of boomsoort. 4.5. De boom wordt opgenomen als ‘toekomstboom’. Deze bomen zijn dus direct vanaf de aanplant weer beschermd en vergunningplichtig. 5. Voor de bomen die NIET op de Lijst beschermwaardige bomen zijn opgenomen, geldt het principe van ‘ja, mits…’. De aanvrager moet kunnen aantonen dat hij een zorgvuldige afweging heeft gemaakt en zorgt voor compensatie. Daarbij wordt een eenvoudige afweging gemaakt op basis van de volgende aspecten: 5.1. Wat is de waarde van te vellen boom? Is de boom bijvoorbeeld onderdeel van de Boomstructuurkaart (zie par. 6.2)? 5.2. Wat is de reden van het vellen van de boom? 5.3. Wat is de gezondheid en toekomstverwachting van de boom? 5.4. Op welke wijze wordt de boom gecompenseerd? 5.5. Welke boomsoort(en) worden herplant? 5.6. Wat is de boven- en ondergrondse groeiruimte in de nieuwe situatie? 6. Op dit moment is er (nog) geen actuele gebiedsdekkende Lijst beschermwaardige bomen. Voor deze (tijdelijke) situatie hanteren we voor alle vergunningplichtige bomen (zie art.
1) het principe ‘nee, tenzij.’ De boom wordt in dat geval altijd eerst beoordeeld of deze in aanmerking komt voor de Lijst beschermwaardige bomen. We beschouwen de Lijst als actueel en gebiedsdekkend, als in de afgelopen 5 jaar een herinventarisatie voor het betreffende deel van de gemeente heeft plaatsgevonden.
28
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief
A
B
C
D
E
Lijst beschermwaardige bomen De Lijst beschermwaardige bomen van Ommen komt als volgt tot stand. In de lijst wordt onderscheid gemaakt in een aantal categorieën. Bomen met beleidsklasse I worden opgenomen op de Lijst: Categorie Vergun- Beleids- Omschrijving ning? klasse Monumen- Ja I Bomen, bomenrijen en boomgroepen die zijn opgenomen in het Landelijk Retaal gister van Monumentale Bomen van de Bomenstichting. Deze worden integraal overgenomen. HerdenJa I Bomen die in de openbare ruimte zijn geplant vanwege bijzondere gebeurtekingsboom nissen, zoals de geboorte of het overlijden van een bekend persoon, of in het kader van de boomfeestdag. Waardevol Ja I Bomen die de gemeente zelf aanwijst. Deze bomen voldoen minimaal aan de volgende drempelcriteria: - leeftijd minimaal 50 jaar; - toekomstverwachting minimaal 10 jaar; - onder- en bovengrondse groeiplaats weinig tot niet belemmerd; - soort met een lange levensduur. EN heeft een hoge waarde op minimaal één van de volgende gebieden: - beeldbepalendheid; - klimaatadaptatie; - zeldzame afmetingen of formaat8; - biodiversiteit en ecologie (zoals autochtone wilde bomen9); - landschappelijk en/of cultuurhistorie; - dendrologie of zeldzaamheid. Toekomst- Ja I Boom op een zeer ruime en beschermde groeiplaats (>40 m3) die is geplant boom10 met als doel uit te groeien tot waardevolle of monumentale boom, zie paragraaf 5.3.
BoomNee II Alle bomen binnen de boomstructuurkaart. Deze bomen komen niet op de structuur Lijst en hiervoor geldt geen vergunningsplicht, tenzij deze ook al zijn aangewezen als categorie A t/m D). Zie verder paragraaf 6.2. Regels voor bomen buiten de Bebouwingscontour houtkap Voor de bomen buiten de Bebouwingscontour houtkap is de provincie in veel gevallen het bevoegd gezag. Hier gelden de volgende regels: 1. Houtopstanden met een oppervlakte vanaf 1000 m2 en/of struiken en rijen vanaf 21 bomen vallen onder de regels van de provincie. 2. Voor het vellen van een boom van de Lijst beschermwaardige bomen is een vergunning nodig. 3. Onder vellen wordt ook verstaan: 3.1. het snoeien van meer dan 20% van het levend kroonvolume van een volwassen boom; 3.2. het verplanten van een boom; 3.3. het beschadigen, vergiftigen of verminken van een boom.
8
Hierbij worden meetbare criteria aangehouden: minimaal 1 meter diameter, 24 meter hoogte of 20 meter kroonbreedte 9 Hierbij gebruiken we informatie van de Kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed: https://rce.webgis.nl/nl/map/groen-erfgoed. 10 In principe worden toekomstbomen alleen geplant op gemeentegrond. Uitzondering daarop kan zijn gecompenseerde bomen vanuit een herplantplicht of na illegale kap.
29
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief 4. Voor de bomen van de Lijst beschermwaardige bomen geldt het principe van ‘Nee, tenzij…’. De vergunning wordt dus in principe niet verleend. 5. Voor het overige gelden de regels onder artikel 3 t/m 6 zoals benoemd bij de bomen binnen de bebouwingscontour. Sancties bij overtreden van de beschermingsregels Als een boom wordt geveld zonder omgevingsvergunning, is sprake van illegale kap. In dat geval gaat een levend object met (soms) een aanzienlijke waarde verloren. De gemeente zal in dat geval een sanctie opleggen. De gemeente kan dan kiezen uit één of meerdere van de volgende opties: 1. Opleggen van een boete. De hoogte van de boete bepalen we via een taxatie volgens ‘Rekenmodel Vervangingskosten’ van de NVTB of hoofdstuk ‘Boomtaxatie’ uit het Handboek Bomen. Ter indicatie: het bedrag zal dan meestal liggen tussen € 12.000,- en € 128.000,- per boom. 2. Opleggen van een herplantplicht van een boom met een grote aanplantmaat (minimaal 30-40), waarbij de nieuwe boom binnen categorie D wordt opgenomen op de Lijst beschermwaardige bomen. De eigenaar wordt verplicht tot correcte nazorg van 3 jaar minimaal en moet de boom vervangen als deze dood gaat. 3. Volgen van een strafrechtelijke procedure vanwege een ‘economisch delict’. Deze straf loopt via het Openbaar Ministerie. Dit resulteert vaak in een geldboete en/of gevangenisstraf.
5.5 Zorgvuldig omgaan met bomen De openbare ruimte staat nooit stil. Werkzaamheden aan het riool, onderhoud van wegen en werk aan kabels en leidingen komen regelmatig voor. Beschadiging van de wortels, stam of kroon, maar ook schade aan en verdichting van de bodem ligt dan op de loer. Bij dit werk moeten gezonde bomen behouden blijven. Bomenparagraaf en Bomen Effect Analyse Bij alle werkzaamheden binnen de kroonprojectie van een boom moet een bomenparagraaf worden opgenomen. Dit geldt zowel bij bestaande locaties als bij nieuwbouw. 1. De bomenparagraaf bestaat in eerste instantie uit een inventarisatie van de bestaande bomen. Daarbij wordt in ieder geval bepaald: a. Aantal bomen. b. Soort en afmetingen. c. Beleidsklasse en kwaliteit. 2. Op basis van de kwaliteit en status van de boom kiest de boombeheerder met de projectleider of opdrachtgever wat er met de bomen gebeurt. Uitgangspunt is dat bomen van voldoende kwaliteit behouden blijven. Voor bomen met beleidsklasse I en II geldt dat uitgangspunt sowieso. Daarnaast geldt afb. 27: Bij het werken rond bomen gaat het vaak mis voor deze bomen dat de groeiplaats beschermd is en behouden blijft voor de boom of bomen. 3. Als de boombeheerder besluit de bomen te behouden, moet altijd een Bomen Effect Analyse (BEA) worden uitgevoerd. a. Onderdeel van deze BEA is de ‘Bomenbalans’, zie hieronder. b.
Als het nodig is, kan gevraagd worden om een planaanpassing uit te denken waarmee de bomen behouden kunnen blijven. Daarbij kan worden gedacht aan een andere
30
Bomenbeleidsplan 2026-2036 v6.0 definitief wegconstructie, het ‘relinen’ in plaats van vervangen van riool, het maken van uitsparingen bij bomen of het verplaatsen van bijvoorbeeld de verharding. c. Als het nodig is kan worden gevraagd een inschatting te maken van de mogelijkheid tot verplanten van de bomen, om deze zo toch te behouden. 4. Op basis van de BEA wordt een werkplan opgesteld waarin de uitvoerder van het werk aangeeft hoe hij de adviezen uit de BEA opvolgt. a. De boombeheerder is verantwoordelijk voor het toezicht of de voorwaarden uit het werkplan worden opgevolgd. Hij kan dit zelf doen of uitbesteden aan een European Tree Worker of European Tree Technician. b. We gebruiken de poster ‘Boombescherming op bouwlocaties’ (zie bijlage 5) als communicatiemiddel en brengen deze onder de aandacht bij onze projectleiders, toezichthouders en aannemers. 5. Als een boom (moedwillig) wordt beschadigd, taxeren we de schade volgens het ‘Rekenmodel Vervangingskosten’ van de NVTB of een vergelijkbare methode. Dit wordt vastgelegd in de contracten waarbij rond bomen wordt gewerkt. 6. We gaan onze toezichthouders en gebiedsbeheerders opleiden om problemen bij het werken rond bomen te herkennen. Zij zien veel gebeuren in onze gemeente en worden opgeleid om schade aan bomen of de groeiplaats te herkennen. Verplanten van bomen Het kappen van een gezonde boom is kapitaalvernietiging.
Als gemeente proberen we onze bomen daarom zo goed mogelijk te beschermen. Soms is het belang van een project echter zo groot, dat de boom niet behouden kan blijven. Althans: niet op zijn huidige plaats. Dan onderzoeken we of de boom te verplanten is. Een verplantbaarheidsonderzoek wordt uitgevoerd door een gecertificeerd boomtechnisch adviseur. Daarbij komen onder andere de volgende onderdelen terug: - Onderzoek naar de kwaliteit en omvang van de boom. - Onderzoek naar de groeiplaats, bodem, grondwater en wortels. - Gang van zaken bij verplanting, transport- en verplantmethode en de transportroute. - Voorbereiding van de nieuwe locatie. - Begeleiding bij de verplanting en nazorg. Bomenbalans bij projecten Het kappen van grote en gezonde bomen proberen we koste wat kost te voorkomen. We werken niet meer met de gedachte dat we bij een project met een ‘schone lei’ beginnen. De basisregel is: we behouden de bomen als ze gezond zijn en een goede toekomst hebben. Als de boom daarnaast ook van beleidsklasse I of II is (zie paragraaf 5.4), is kap al helemaal niet aan de orde. Aanvullend geven we het advies om te gaan werken met een ‘bomenbalans’. Zo zorgen we ervoor dat we niet compenseren in geld, maar in groeiplaats. De uitkomst van de bomenbalans moet zijn dat het totaal aan groeiruimte voor bomen minimaal gelijk blijft. Daarmee is het kroonvolume (op termijn) ook vergelijkbaar.