CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Woningbouw Beerzerveld_Motivering

Gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente OmmenBij agendapunt: Vaststellen TAM-omgevingsplan Woningbouw Beerzerveld (942210)26.808 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan

TAM-omgevingsplan Woningbouw Beerzerveld Ommen

DATUM IMRO IDN

NL.IMRO.0175.2024TAMOP0002-ON01

PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER AUTEUR STATUS

vastgesteld

Inhoudsopgave

Motivering

3/90

4

Motivering

4/90

Wijzigingsbesluit omgevingsplan | Motivering

Woningbouw Beerzerveld

Gemeente Ommen

Datum: 20 mei 2025 Projectnummer: 230302.01

INHOUD MOTIVERING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Situering en begrenzing besluitgebied Leeswijzer

3 3 4

2

Beschrijving van het project en zijn omgeving

6

2.1 2.2 2.3 2.4

Huidige situatie Huidige juridisch-planologische situatie Toekomstige situatie Strijdigheden met het (tijdelijke) omgevingsplan

6 8 10 13

3

Beleidskader

14

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

14 15 29 30

4

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

33

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18 4.19 4.20

Milieueffectrapportage Bodem Geluid Trillingen Luchtkwaliteit Geur Spuitzonering Kabels en leidingen Omgevingsveiligheid Ontplofbare Oorlogsresten Gezondheid Water Klimaatadaptatie Duurzaamheid Natuur Archeologie Cultuurhistorie en landschap Mobiliteit en parkeren Ladder voor duurzame verstedelijking Omgevingskwaliteit

33 35 36 42 43 44 46 48 48 51 51 53 58 63 64 67 69 69 72 73

5

Juridische toelichting

76

5.1 5.2 5.3

Inleiding Opzet van de regels Verantwoording van de regels.

76 76 79

6

Uitvoerbaarheid

81

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

81 81

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15

Stendenbouwkundig plan Beleidsregels beeldkwaliteit Mer-beoordeling Bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Quick scan geurhinder Geuronderzoek Onderzoek spuitzonering Quick scan omgevingsveiligheid Weging van het waterbelang Quick scan natuur Onderzoek stikstofdepositie Archeologisch onderzoek Toets ladder voor duurzame verstedelijking Onderzoek aanwezigheid steenuil

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De kern Beerzerveld in de gemeente Ommen kent de afgelopen jaren weinig nieuwbouw van huizen. Voor starters op de woningmarkt, maar ook voor de gezinnen en senioren zijn er geen mogelijkheden om te bouwen in Beerzerveld. Mensen blijven wonen waar ze al jaren wonen en er is geen doorstroming in de huizenmarkt. Dit gaat ten koste van de leefbaarheid en de toekomst van het dorp. Daarom bestaat het voornemen om ten zuiden van de Van Alewijkstraat in het noordwesten van de kern Beerzerveld 34 nieuwbouwwoningen te realiseren. De ontwikkeling kent een gevarieerd woningbouwprogramma bestaande uit zowel koop- als huurwoningen, zowel starters- als seniorenwoningen en rijwoningen, twee-onder-één kappers en vrijstaande woningen. De ontwikkeling past niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaats gelden op grond van het tijdelijk omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een wijzigingsbesluit omgevingsplan worden opgesteld. Het voorliggend document voorziet in de motivering behorende bij de wijziging van het omgevingsplan.

1.2

Situering en begrenzing besluitgebied Het besluitgebied maakt onderdeel uit van de kern Beerzerveld gelegen in het oosten van de gemeente Ommen. De Van Alewijkstraat begrenst het noorden van het besluitgebied. De oostelijke en zuidelijk grens van het besluitgebied worden opgemaakt door woningen en de westelijk grens wordt bepaald door de sloot en het naastliggende agrarische perceel. Kadastraal gezien maakt het besluitgebied deel uit van het kadastrale perceel Ommen, sectie K en nummers 1233 en 1703 (gedeeltelijk). De oppervlakte van het besluitgebied is circa 1,6 hectare. In navolgende afbeelding is het besluitgebied met een rode ster weergegeven binnen de kern Beerzerveld en haar omgeving. De volgende afbeelding geeft de begrenzing globale omtrek van het besluitgebied weer.

3

Projectlocatie, weergegeven met de rode ster, binnen de kern Beerzerveld (bron: arcgis.com/mapviewer)

Globale begrenzing besluitgebied weergegeven met het rode kader (bron: arcgis.com/mapviewer)

1.3

Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de bestaande ruimtelijke en juridisch-planologische situatie in het besluitgebied beschreven. Ook wordt ingegaan op de ruimtelijke en pragmatische aspecten van de ontwikkeling en de strijdigheden met het (tijdelijke) omgevingsplan. Hoofdstuk 3 omvat het beleidskader en in hoofdstuk 4 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische aspecten c.q. de plan verantwoording respectievelijk de procedure. In 4

hoofdstuk 6 wordt de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling nader toegelicht en hoofdstuk 7 concludeert of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5

2

Beschrijving van het project en zijn omgeving

2.1

Huidige situatie

2.1.1

Historische ontwikkeling Het buurtschap Beerzerveld is ontstaan langs het Overijssels Kanaal omstreeks het midden van de 19e eeuw tijdens de turfwinning en latere ontginning van de woeste gronden onder Beerze. De eerste aanzet tot een kern is ontstaan omstreeks het midden van de 19e eeuw als gevolg van turfafgravingen en ontginningen. In 1901 werd er een kerk gesticht, de huidige Nederlands Hervormde kerk. Voor transport over het water en de waterbeheersing in de veenontginningsgebieden werd het Overijssels Kanaal (Almelo-De Haandrik) (1859) gegraven. Bij een brug over het kanaal ontstond de kern Beerzerveld. Het onderstaande historisch kaartmateriaal geeft een overzicht van de ontwikkeling van de kern Beerzerveld sinds 1900.

Historische ontwikkeling van Beerzerveld vanaf 1900 (bron: toptijdreis.nl)

2.1.2

Ruimtelijke en functionele structuur Rondom de Beerzerbrug over het Overijssels Kanaal verdicht de lintbebouwing zich. De bebouwing ligt hier even hoog als de weg. De bebouwing staat voornamelijk aan de noordzijde van het kanaal. Achter deze bebouwing ligt bij Beerzerveld een kleine 6

naar binnen gekeerde woonwijk. Het wegenpatroon is blokvormig en loodrecht op het kanaal. Aan het kanaal staan de kerk, vrijstaande woningen en bedrijven. De nokrichting van de bebouwing aan het kanaal is loodrecht op de weg. De voorzieningen binnen de kern, zoals de sportzaal, de apotheek en een basisschool, bevinden zich voornamelijk aan de Van Alewijkstraat. Daarnaast ligt tussen de woningen aan de Liezenstraat, Oordtstraat en Schuurmanstraat een sportveld. Het besluitgebied ligt aan de Van Alewijkstraat in het noordwesten van de kern Beerzerveld. De gronden worden gebruikt voor agrarische doeleinden. Vrijwel het gehele besluitgebied is onverhard, met uitzondering van een oprit in het noorden van het besluitgebied welke is voorzien van betonnen platen. De brede sloot tussen het weiland en de woningen aan de Dominee Laurentiusstraat evenals het aansluitende hofje maken tevens onderdeel uit van het besluitgebied. De onderstaande afbeeldingen geven een impressie van het besluitgebied.

Uitsnede van een luchtfoto met besluitgebied rood omkaderd (bron: PDOK)

7

Uitzicht op het besluitgebied vanaf de Van Alewijkstraat (bron: google streetview)

Uitzicht op het besluitgebied vanaf de Dominee Laurentiusstraat (bron: google streetview)

2.1.3

Groenstructuur Van west naar oost loopt een belangrijke groenblauwe structuur door het dorp die het buitengebied verbindt met het hart van de kern. De structuur volgt de wegenstructuur van de Van Alewijkstraat en de Schuurmanstraat en loopt haaks op het kanaal. De groenstructuur start in het buitengebied om over te gaan in een brede sloot, het park bij de Nijboerstraat om te eindigen bij het sportveld. Het overige groen binnen het dorp wordt gevormd door hofjes tussen de woningen en de tuinen van de inwoners. Het besluitgebied is gelegen aan en maakt onderdeel uit van de groenblauwe structuur die door het dorp loopt en ligt op de rand van de kern naar het buitengebied. De brede sloot en een van de aanliggende hofjes maken onderdeel uit van het besluitgebied. Het overige deel van het besluitgebied is in gebruik als (agrarisch) grasland.

2.2

Huidige juridisch-planologische situatie Dit omgevingsplan vervangt de geldende bestemmingsplannen die zijn opgenomen in het tijdelijke omgevingsplan, voor zover van toepassing op dit besluitgebied. Op de planlocatie komt een deel van het bestemmingsplan ‘Kleine kernen’ van de gemeente Ommen te vervallen, welke is vastgesteld op 27 juni 2013 door de gemeenteraad. Binnen dit plan zijn aan de locatie de bestemming ‘Agrarisch’ en ‘Woongebied’ toegekend. In de navolgende afbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Kleine kernen’ opgenomen voor het besluitgebied.

8

Verbeelding geldend plan ‘Kleine Kernen’ met besluitgebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Daarnaast komen op de locatie het bestemmingsplan ‘Facetherziening parkeren Ommen’, welke is vastgesteld op 19 juli 2018 en het bestemmingsplan ‘Parapluplan kleine windmolens’ welke is vastgesteld op 29 september 2022, te vervallen. De op basis van het bestemmingsplan ‘Kleine kernen’ agrarisch bestemde gronden zijn bestemd voor grondgebonden veehouderij, akker- en vollegrondstuinbouw (fruitteelt, boomteelt en bollenteelt zijn niet toegestaan), (hobbymatige) agrarische doeleinden en extensieve dagrecreatie. Ook wegen, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen zijn op de locatie toegestaan. De voor ‘Woongebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het bestaande aantal woningen, aan huis gebonden beroepen, volkstuinen, verkeers- en verblijfs-, groen-, nuts-, parkeer- en speelvoorzieningen en waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven. Ter plaats van het besluitgebied zijn geen bouwvlakken opgenomen en geen bestaande woningen aanwezig. Hierdoor is onder voorwaarden alleen de realisatie van bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Tevens geldt ter plaatse van het besluitgebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting’.

De voor ‘Waarde - Archeologische verwachting’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarden. Gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemmingen zijn op deze gronden slechts toelaatbaar, indien daarvoor omgevingsvergunning door burgemeester en wethouders is verleend, tenzij op basis van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden

9

(meer aanwezig zijn, het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut of het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 2.500 m 2 en minder diep steekt dan 50 cm. Ten slotte kent het gebied de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - intrekgebied’. Voor deze gronden geldt dat deze tevens beschermd zijn voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de kwaliteit van het intrekgebied.

2.3

Toekomstige situatie

2.3.1

Ruimtelijke aspecten en programma Voor de ontwikkeling is door SAB een stedenbouwkundig plan 1 opgesteld. In dit stedenbouwkundig plan wordt uitgegaan van de realisatie van 34 woningen. Dit betreffen 25 tussen/hoek woningen, 6 twee-onder-één kap woningen en 3 vrijstaande woningen waarvan 35% is bestemd voor sociale huur, 38% voor de middeldure huur/koop en 27% bestaat uit koopwoningen in de vrije sector. In een aantal onderzoeken is als worst-case scenario rekening gehouden met de realisatie van 40 woningen, waaronder 15 vrijstaande woningen. Zo blijft er spelingsruimte om het stedenbouwkundig programma iets aan te passen, zonder dat de onderzoeken opnieuw moeten worden uitgevoerd. In de motivering wordt echter het feitelijke woningbouwprogramma van 34 woningen gehanteerd zoals hierboven beschreven.

Woningbouwprogramma nieuwbouw ontwikkeling (bron: SAB)

1

SAB (2024). Stedenbouwkundig plan uitbreiding Beerzerveld. 230302. 24 juli 2024. 10

De groeninrichting heeft een belangrijke plek in de ontwikkeling van het gebied. Er is zoveel mogelijk groen behouden door het toepassen van groenprofielen die aansluiten op de omgeving, het creëren van parkeerkoffers en een groen hofje. De bestaande bomen langs de brede sloot blijven behouden en er worden nieuwe bomen geplant door de gemeente. De sloot zal haar waterbergende functie tevens behouden en zal verder worden uitgebreid met natuurvriendelijk oevers.

Stedenbouwkundig plan nieuwbouw ontwikkeling (bron: SAB)

2.3.2

Verkeer en parkeren In het noorden van het besluitgebied wordt een aansluiting gerealiseerd op de Van Alewijkstraat, waarop de ontwikkeling zal worden ontsloten. Vanaf dat punt loopt de weg rechtdoor het besluitgebied in met vervolgens twee bochten van 90° naar respectievelijk het oosten en vervolgens weer naar het zuiden, waar de straat dood loopt. Parkeren wordt hoofdzakelijk gerealiseerd in parkeerkoffers of op eigen terrein van de toekomstige woningen. Daarnaast is er op verschillende locaties de mogelijkheid tot langsparkeren. In totaal worden er op basis van het stedenbouwkundig plan 54 parkeerplaatsen gerealiseerd binnen het besluitgebied.

2.3.3

Beeldkwaliteit In de beleidsregels beeldkwaliteit2 is opgenomen welke uitgangspunten er gelden voor de toekomstige beeldkwaliteit. Het document beschrijft de richtlijnen voor de uitbreiding van Beerzerveld, met een focus op de architectonische en ruimtelijke kwaliteit. Het plan is opgedeeld in twee hoofdtypen bebouwing: grondgebonden woningen langs de straat en clusterwoningen (seniorenwoningen en beneden-bovenwoningen)

2

SAB (2024). Beleidsregels beeldkwaliteit Beerzerveld. 230302. november 2024. 11

centraal in het plan. Daarnaast beschrijft het document de inrichting van de openbare ruimte. Grondgebonden woningen aan de straat: • Deze woningen omvatten vrijstaande, twee-onder-een-kap en rijwoningen, met een hedendaagse architectuur zonder een specifiek stijlidioom. • De woningen hebben een hoofdvolume met een kap, en zijn één of twee lagen hoog. • Als gevelmateriaal is metselwerk in baksteen voorgeschreven, in de kleuren rood, roodbruin of bruin, eventueel gekeimd in lichte aardse tinten. • Aangebouwde elementen kunnen optioneel in hout worden uitgevoerd. • De oriëntatie is op de straat gericht, met gevelopeningen aan de voor- en zijgevel voor woningen aan twee zijden van de openbare ruimte. • Voortuinen zijn verplicht, met een minimale diepte van 4 meter, om een groen straatbeeld te creëren. • Erfafscheidingen bestaan uit een wintergroene haag van 0.80 tot 1.20 meter hoog aan de voorzijde en zijkant van de tuin. Aan de zijkant of bij een achterom is een groen hekwerk van maximaal 2.00 meter hoog toegestaan. Er is een wens voor openingen aan de onderzijde van erfafscheidingen, voor dieren. • Parkeren is op eigen terrein, met minimaal 2 en maximaal 4 parkeerplaatsen per woning. Clusterwoningen: • Deze woningen zijn bestemd voor senioren en bestaan uit beneden- en bovenwoningen, gecombineerd in één cluster.

• Het cluster onderscheidt zich door een eigen architectonische uitwerking en positionering, met een meer contrastrijke uitstraling. • Er wordt een afwijkend kleur- en materiaalgebruik voorgesteld, zoals hout of gekeimde gevels in lichte aardse tinten. • De woningen in het cluster zijn één of twee lagen hoog met een kap. • De oriëntatie is gericht op de omliggende groene ruimte en de collectieve binnenruimte. • Tuinen zijn aanwezig aan de voor- en achterzijde, met een minimale diepte van 2 meter. • Erfafscheidingen kunnen verschillen, met een lage wintergroene haag bij beneden-bovenwoningen. Seniorenwoningen hebben aan de westzijde een tuinmuur als erfafscheiding, tot maximaal 2 meter hoog. Openbare ruimte: • De openbare ruimte wordt groen ingericht, met collectief groen en ontmoetingsplekken. • De straat heeft een breedte van ongeveer 5 meter. • Er is een groene berm aan minimaal één zijde van de straat, en de parkeergelegenheid is aan maximaal één zijde van de straat. • Parkeren is alleen toegestaan op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen, met langsparkeren en haaksparkeren aan de straat. Parkeerhoven zijn omzoomd met een wintergroene haag. • Wandelpaden in het gebied zijn uitgevoerd met halfverharding.

12

• • •

De bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden. Er wordt ingezet op het planten van gevarieerd inheems groen. Er is een wens voor een infiltratievoorziening om water vast te houden. De kleur van de verharding moet aansluiten bij de huidige kleurstelling van Beerzerveld.

Het document dient als toetsingskader en inspiratiebron voor de verdere ontwikkeling van de buurt.

2.4

Strijdigheden met het (tijdelijke) omgevingsplan De bouw en het gebruik van de woningen is niet toegestaan op basis van de opgenomen regels in het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Ommen. In het bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’ is ter plaatse van de agrarische bestemming wonen slechts toegestaan in de vorm van een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - agrarisch erf'. Naast het feit dat de nieuwbouwwoningen geen bedrijfswoningen van een agrarische bedrijf zijn, is deze aanduiding niet opgenomen in het besluitgebied. De voor ‘Woongebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het bestaande aantal woningen. De ontwikkeling betreft een uitbreiding van de bestaande woningvoorraad. De ontwikkeling past derhalve niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaats gelden op grond van het tijdelijke omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een wijzigingsbesluit omgevingsplan worden opgesteld.

13

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Toetsing Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 34 grondgebonden woningen. Binnen het plan wordt ingespeeld op een ruime verscheidenheid in behoefte, waar aandacht is besteed aan de kenmerken en identiteit van de al bestaande woningen. De inrichting van de openbare ruimte heeft een zo groen mogelijk karakter, onder andere door het behoud van de groen-blauwe zone aan de zuidzijde van het besluitgebied. Derhalve is er ruimte behouden voor klimaat adaptieve maatregelen. De voorliggende ontwikkeling is daarmee in lijn met de doelstellingen van de NOVI.

3.1.2

Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. In het besluit staan: − instructieregels voor programma’s, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en projectbesluiten: het betreft onder meer normen en regels voor geluid en geur van bedrijfsmatige activiteiten, externe veiligheid en erfgoed, maar ook inhoudelijke randvoorwaarden voor de programma’s voor de

14

kwaliteit van de buitenlucht, de waterprogramma’s, de actieplannen geluid en de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden. − omgevingswaarden: het Bkl bevat o.a. omgevingswaarden voor luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. − regels voor omgevingsvergunningen: dit betreft de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning. − monitoring en informatie: dit gaat over de regels over monitoring, gegevensverzameling, gegevensbeheer, toegang tot gegevens, kaarten en verslagen over de toestand van de fysieke leefomgeving. Toetsing Het besluitgebied is gelegen binnen een gebied waar zich een militaire laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen bevindt (artikel 5.150). Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een gebied waar zich een laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen bevindt, laat het omgevingsplan het bouwen van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 m vanaf het maaiveld niet toe (artikel 5.154). Dit zal bij de onderhavige ontwikkeling niet aan de orde zijn. Het project is niet in strijd met artikel 5.154 van het Bkl. 3.1.3

Conclusie Rijksbeleid Het onderhavig project is in lijn met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 1 mei 2017 is de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' in werking getreden. In 2018, 2022 en 2023 is de visie partieel herzien. Op 1 januari 2024 is de meest recente versie van de bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2024 in werking getreden.

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel In de Omgevingsvisie wordt het provinciaal belang en het beleid voor de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel uiteengezet. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie heeft de status van structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie bevat de visie, beleidskeuzes en de uitvoeringsstrategie op het hele ruimtelijk-fysieke domein en is opgesteld met een doorkijk tot 2030. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie:

15

− goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); − versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; − veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; − investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: − generieke beleidskeuzes (of); − ontwikkelingsperspectieven (waar); − gebiedskenmerken (hoe). Aan de hand van deze drie stappen kan bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) 16

Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.

Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de - voor dat ontwikkelingsperspectief - geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap.

De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Voor alle gebiedstypen in

17

Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.3

Omgevingsverordening Overijssel 2024 De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2024 van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Het uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.

3.2.4

Toetsing In deze paragraaf wordt het initiatief getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel en de Omgevingsverordening Overijssel 2024. Ruimtelijke kwaliteit (artikel 4.8 en 4.9) In de Omgevingsverordening zijn de volgende artikelen met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit opgenomen. Artikel 4.8

18

In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Artikel 4.9, lid 1 Omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: a het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de Omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; b wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de Omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en c inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 4.9, lid 2 In omgevingsplannen kan gemotiveerd worden afgeweken van het ontwikkelingsperspectief dat volgens de Omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied, als: a er sprake is van sociaaleconomische of maatschappelijke redenen; en b voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van de ruimtelijke kwaliteit in overeenstemming met de uitspraken die de Catalogus Gebiedskenmerken doet voor dat gebied. Doorwerking voor voorliggend plan Het plan is navolgend getoetst aan het uitvoeringsmodel. Hieruit volgt dat dat de nieuwe ontwikkeling past binnen de ter plaatse opgenomen ontwikkelingsperspectieven.

Daarnaast is ingegaan op de vier lagen benadering. Bij de ontwikkeling is rekening gehouden met de bestaande structuren in het plangebied, door behoud van de waterlopen en begeleidende groenstructuren. Generieke beleidskeuzes (Of) Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Bij de afwegingen in de eerste fase "generieke beleidskeuzes" zijn de artikelen 4.4 (Principe van concentratie), 4.5 (Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 4.11 kwaliteitsimpuls groene omgeving, 4.13 (Klimaatrobuust water- en bodemsysteem) en 4.15 (woningbouw in afwijking van woonafspraken) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Na de toetsing aan de artikelen over ruimtelijke kwaliteit wordt hierop ingegaan. Ontwikkelingsperspectieven (Waar) De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderligger.

19

Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) De ontwikkelingslocatie is grotendeels gelegen in het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Een klein deel valt binnen het ontwikkelingsperspectief ‘steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus’ en hierbinnen ‘woon- en werklocaties buiten stedelijke netwerken’. Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Agrarische ondernemers staan voor de uitdaging om hun – vaak grote – gebouwen en erven zo vorm te geven dat ze passen bij maat en schaal van het landschap en de ruimtelijke en milieukwaliteit versterken. Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes.

Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Qua ligging sluit de locatie echter meer aan op het ontwikkelingsperspectief ‘steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus’. Ter plaatse van 'woon- en werklocaties buiten stedelijke netwerken' is het beleid hier dat de steden en dorpen altijd mogen bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en

20

transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). In de omgeving van de ontwikkelingslocatie bevinden zich voornamelijk woningen. De ontwikkeling sluit aan op bestaande bebouwing en wegenstructuur. Het gebied maakt juridisch-planologisch gezien al deel uit van de kern Beerzerveld en gaat dat met de voorgenomen ontwikkeling nog meer doen. In de directe omgeving van het besluitgebied liggen geen agrarische bedrijven die worden belemmerd door de ontwikkeling, zoals geconcludeerd in paragraaf 4.6. Met de beoogde woningen wordt een stedelijke functie toegevoegd om te voorzien in de lokale behoefte.

Tevens is bij het ontwerp van de ontwikkelingslocatie aandacht besteed aan de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen en wordt in het omgevingsplan gewaarborgd dat wordt voorzien in voldoende waterberging. Gebiedskenmerken (Hoe) Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype verstaan. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'dekzandvlakte en ruggen' zoals weergegeven in de onderstaande afbeelding.

21

Uitsnede van de 'Natuurlijke laag', Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) In de occupatiegeschiedenis zijn de dekzandgebieden voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heideontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. De ambitie van de provincie speelt in op het gebruik van passende natuurlijke beplanting, evenals het versterken en beleefbaar (zichtbaar) maken van de natuurlijke ondergrond en het reliëf. In het inrichtingsplan wordt ingespeeld op de aanwezige waterstructuur. De aanwezige waterloop aan de zuid- en westzijde blijft behouden. Deze waterloop heeft een breed talud en aansluitend een groenzone. Door het behoud van de waterlopen blijft de aanwezige waterstructuur beleefbaar. Binnen de ontwikkelingslocatie blijven de bestaande groenelementen zo veel mogelijk behouden. Bomen zijn solitair en als boomgroep geplaatst opdat een zo natuurlijk mogelijk ogende inrichting wordt gerealiseerd.

Bermen en groenvoorzieningen hebben ook een vergelijkbaar natuurlijke uitstraling (bloemrijk grasland). Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorliggende ontwikkeling uitstekend aansluit bij de ambities binnen het ontwikkelingsperspectief van de 'Natuurlijke laag'. De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'jonge heide- en broekontginningslandschap' aan het gebied toe. In de onderstaande afbeelding is een uitsnede te zien van de betreffende kaart.

22

Uitsnede van de 'Laag van het agrarische cultuurlandschap', Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) De grote oppervlakte aan -voormalige- natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. Hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal. De bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Eerst kleinschalig, later werd de ontginningen planmatig en grootschalig aangepakt. De ambitie is om de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie als daartoe aanleiding is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijke raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Daarnaast is de ambitie om de landschappelijke karakteristieken voor weidevogels in stand te houden en te versterken. Het besluitgebied ligt in zijn geheel binnen het jonge heide- en broekontginningslandschap. De dragende structuren binnen dit landschap worden gevormd door landschappelijke raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die rechtlijnige ontginningsstructuren versterken.

Het projectgebied is al eerder als woningbouwlocatie aangemerkt en hiertoe bouwrijp gemaakt. De oorspronkelijke landschappelijke kenmerken zijn hierdoor niet meer aanwezig. Met het stedenbouwkundigplan is aansluiting gezocht bij de omliggende woonwijken. Wel blijft de bestaande waterstructuur behouden. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorliggende ontwikkeling voor zover relevant aansluit bij de ambities binnen het ontwikkelingsperspectief van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. De stedelijke laag kent het kenmerk 'verspreide bebouwing' en 'informele trage netwerk' aan het gebied toe. Er is hiervoor geen kaartmateriaal beschikbaar. In de laag 'verspreide bebouwing' hebben de agrarische erven van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in

23

cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Door deze 'eenheid in handelen' ontstonden er samenhangende landschappen, die nu nog steeds herkenbaar zijn: essenlandschap, oude hoevenlandschappen, broek- en heideontginningen, veenlandschappen etc. De ambitie is Levende erven! Opnieuw verbonden met het landschap, gaan de erven een serieus te verkennen alternatief woon/werkmilieu vormen. Dit biedt mogelijkheden om erven te transformeren, waarbij bijvoorbeeld opstallen worden gesloopt of herontwikkeld ten behoeven van woningbouw. Door voort te bouwen op de karakteristieken en kwaliteiten van de vaak eeuwenoude erven, ligt hier een kans om unieke, echt Overijsselse woon/werk-, recreatie- en zorgmilieus te ontwikkelen: sterk verbonden met de historie, het omliggende landschap en met veel ruimte voor individuele invulling en expressie. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en bouwwerken als identiteitsdrager van erftransformaties benut. Gebiedsgewijze aanpak van herstel erven en bebouwing volgens het 'Streekeigen huis en erf' concept. In de laag 'informele trage netwerk' betreft het 'langzame' netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien.

De maaswijdte van dit netwerk is sterk afhankelijk van het type landschap. Doordat bepaalde schakels in dit netwerk in de loop van de tijd zijn verdwenen (ruilverkaveling, opwaardering tot hoofdinfrastructuur en individuele ingrepen door particuliere grondeigenaren) is er sprake van discontinuïteit. De ambitie is verschuiving in het verplaatsingsgedrag van auto naar fiets door het opheffen van de discontinuïteiten in het padennetwerk. Bij een schaalniveau hoger is de ambitie om het fiets- en wandelpaden netwerk op niveau van de regio te integreren tot een compleet systeem onder andere door de aanleg van fietssnelwegen. Daarnaast is het doel om erfgoed langs het informele trage netwerk te benutten om de toeristische aantrekkelijkheid van gebieden te vergroten. Met het onderhavig project wordt ter plaatse van een agrarisch perceel een woonwijk gerealiseerd. In het stedenbouwkundigplan is aandacht besteed aan de huidige structuren in het plangebied. De bestaande groen- en waterstructuren zijn zo veel mogelijk behouden en de woningen zijn zo gepositioneerd dat er aansluiting ontstaat met de reeds bestaande bebouwing uit de omgeving. In de toekomstige situatie wordt daarnaast een voet-/fietsverbinding toegevoegd over de zuidelijk waterloop, waardoor er een versterking van het informele trage netwerk plaatsvindt.

Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorliggende ontwikkeling aansluit bij de ambities binnen het ontwikkelingsperspectief van de 'Stedelijke laag'. De laag van beleving kent het kenmerk ‘donkerte' aan het gebied toe. In de onderstaande afbeelding is een uitsnede te zien van de betreffende kaart.

24

Uitsnede van de 'Laag van beleving’, Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de ‘buitengebieden’ van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de ‘lichte’ gebieden.

De gehele kern Beerzerveld is gelegen in de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Met het onderhavig plan wordt een kleinschalig woningbouwplan gerealiseerd dat aansluit op het bestaand bebouwd gebied van de kern Beerzerveld. Hierdoor vindt bundeling van de ‘lichte’ gebieden plaats. Daarnaast is de ontwikkeling met 34 grondgebonden woningen zo kleinschalig dat de invloed op de donkerte minimaal zal zijn. Artikel 4.4 Principe van concentratie Lid 1 In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen 25

mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend plan De behoefte naar de woningen is nader toegelicht in paragraaf 4.19 en bijlage10 van deze motivering. Hieruit blijkt dat het project aansluit op de lokale behoefte. Artikel 4.5 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: − er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; − de ruimte binnen het bestaand bebouwde gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en − mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Lid 2 Omgevingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen in de Groene Omgeving die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen, als aannemelijk gemaakt is dat: a (her)benutten van bestaande bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; en b mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Lid 3 Het tweede lid is niet van toepassing op stedelijke functies waarvoor extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving plaatsvindt in de vorm van uitleg van dorpen en steden.

Doorwerking voor voorliggend plan Het besluitgebied sluit aan op bestaand bebouwd gebied: het besluitgebied wordt aan twee kanten begrensd door woningen en aan één zijde door de van Alewijkstraat. De woningbouw wordt gerealiseerd aansluitend aan de kern Beerzerveld, een kleine kern in het buitengebied van de gemeente Ommen. De kern kent een oppervlakte van 18 ha en telt in 2023 185 huishoudens verdeeld over 505 inwoners. Het voorliggende plan heeft een groen, dorps en ruim opgezet karakter. Voor een woningbouwontwikkeling met een dergelijke omvang en grote diversiteit aan woningtypen kan worden gesteld dat er binnen de planperiode onvoldoende potentiële inbreidingslocatie met voldoende capaciteit en dezelfde kwalitatieve kenmerken (tijdig) voorhanden zijn. Er is voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied is ook niet geschikt te maken door herstructurering en/of transformatie. Er wordt voldaan aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, zie verder ook bijlage 10 bij deze motivering (toets ladder voor duurzame verstedelijking).

26

Artikel 4.11 (kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) Lid 1 Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als: a daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Lid 2 Het eerste lid is in ieder geval van toepassing op: a nieuwe verblijfsrecreatieve complexen en verblijven; b uitbreidingen van bestaande verblijfsrecreatieve complexen; c de bouw van nieuwe woningen; d nieuwe bouwlocaties voor bedrijvigheid die niet aan de Groene Omgeving is gebonden; e grootschalige uitbreiding van bestaande locaties voor niet-agrarische bedrijvigheid die niet aan de Groene Omgeving is gebonden. Doorwerking voor voorliggend plan In de toelichting bij de regels uit de verordening stelt de provincie dat de kwaliteitsimpuls niet is bedoeld voor situaties van stadsuitleg.

De reden daarvoor is dat daarbij niet wordt afgeweken van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, als het doorlopen van de afwegingspunten leidt tot de conclusie dat een uitbreiding van het bestaand bebouwd gebied noodzakelijk is. Dat is het geval als niet in de opgave kan worden voorzien binnen het bestaand bebouwd gebied. In paragraaf 4.19 is voorliggend project getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierin is geconcludeerd dat het noodzakelijk is om te voorzien in de woningbehoefte van de kern Beerzerveld en dat niet binnen bestaande bebouwd gebied kan worden voorzien in deze opgave. Artikel 4.13 Klimaatrobuust water- en bodemsysteem Lid 1 In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Lid 2 In de onderbouwing bedoeld in lid 1 wordt bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is. Doorwerking voor voorliggend project In paragraaf 4.13. is onderbouwd hoe de ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Voor het project is

27

een afweging van het waterbelang opgesteld. Hierin is de bergingsopgave uiteengezet. De daadwerkelijk invulling van deze bergingsopgave zal worden onderzocht en vastgelegd in het kader van de omgevingsvergunning. In het omgevingsplan is gewaarborgd dat moet worden voorzien in voldoende waterberging. Artikel 4.15 (woningbouw in afwijking van woonafspraken) Lid 1 Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden: a moet de behoefte aan nieuwe woningen worden aangetoond met actueel onderzoek woningbouw waarop instemming is verkregen van de andere gemeenten in de regio en Gedeputeerde Staten; en b voorziet het omgevingsplan in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals is vastgesteld met het actueel onderzoek. Doorwerking voor voorliggend plan Het onderhavig plan voorziet in de realisatie van verscheidene grondgebonden woningen. De provincie heeft in samenspraak met de gemeenten, waaronder gemeente Ommen, afspraken gemaakt over de toe te voegen nieuwbouw en herstructurering. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Regionale woonagenda West-Overijssel en verder uitgewerkt in de Woondeal West Overijssel.

Hoewel de voorliggende locatie geen onderdeel uitmaakt van de (sleutel)projecten die specifiek worden benoemd in de woondeal en woonagenda, is de totale plancapaciteit nog onvoldoende om te voorzien in de woningbehoefte die hierin geconstateerd wordt. De realisatie van de 34 woningen past hiermee binnen de geldende afspraken. Dit is aangetoond in paragraaf 4.19. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn met het provinciaal beleid op het gebied van wonen en woningbouw en voldoet hiermee aan de regels uit de Omgevingsverordening. Artikel 4.73 (instructieregel functieaanduiding intrekgebieden) Lid 1 In een omgevingsplan dat betrekking heeft op een intrekgebied wordt daarvoor de functieaanduiding 'intrekgebied' opgenomen. Lid 2 Een omgevingsplan laat binnen een intrekgebied alleen activiteiten toe die goed samengaan met de betekenis van het grondwater voor de drinkwaterwinning. Doorwerking voor voorliggend plan De planlocatie ligt in het intrekgebied van grondwaterbeschermingsgebied Hammerflier. Het onderhavig plan voorziet in de realisatie van verscheidene grondgebonden woningen. De openbare ruimte heeft een zo groen mogelijk karakter en de sloot behoud haar waterbergende functie en zal worden uitgebreid met natuurvriendelijke oevers. Daarnaast zal er uitsluitend met materialen wordt gewerkt die geen negatief effect hebben op de drinkwatervoorziening.

Dit maakt dat de activiteit goed samengaat met de betekenis van het grondwater voor de drinkwaterwinning en voldoet aan de regels uit de Omgevingsverordening.

28

3.2.5

Conclusie provinciaal beleid Voorliggend project is in lijn met het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale woonagenda West-Overijssel In 2020 heeft de provincie Overijssel een nieuw provinciaal woonbeleid opgesteld. Dit woonbeleid is opgenomen in een ambitiedocument waarin de regionale Woonagenda’s in de provincie zijn geformuleerd. Hierbij zijn 7 te onderscheiden ambities opgenomen: 1 Toevoegen van 60.000 woningen tot 2030 in de provincie Overijssel; 2 Versnelling van de woningbouwproductie; 3 Voorsorteren op veranderende woningvraag; 4 Vormgeven aan verstedelijkingsopgave; 5 Sterke dorpen en platteland in het regionale netwerk; 6 Verduurzaming (nieuwbouw en bestaande woningvoorraad); 7 Vergroten toegankelijkheid en doorstroming. Op basis van de voorgaande ambities is in maart 2021 de ‘Regionale woonagenda West-Overijssel’ vastgesteld. Dit document richt zich vooral op de lokale woningbehoefte en de woningtekorten in de Overijsselse kernen en moet een bijdrage leveren aan de leefbaarheid en kwaliteit van de kleinere kernen en van het platteland. Er wordt daarbij uitgegaan van drie specifiek beschreven woonmilieus. De volgende woonmilieus komen expliciet terug in de ‘Regionale woonagenda West-Overijssel’: − Centraal wonen; − Stedelijk wonen; − Ontspannen wonen. Het woonmilieu ‘ontspannen wonen’ heeft daarbij betrekking op het landelijk gebied en de kleine kernen zoals Beerzerveld.

Dit woonmilieu richt zich op het kenmerkende landschap dat sterk verbonden is met het dorpse leven, de natuur en landbouw. Het bouwen van nieuwe woningen is volgens dit provinciale beleid een stimulans voor de vitaliteit van dorpen, en de vestigingsmogelijkheden voor jongeren. De provincie ziet hierbij kansen om op specifieke plekken in kleinere kernen nieuw aanbod te creëren op een wijze die passend is bij de leefomgeving en als tegenhanger van het wonen in een stedelijk gebied. De gemeenten zijn binnen dit beleidskader nog wel zelf verantwoordelijk voor een actueel en onderbouwd woonbeleid en woningbouwprogramma. Hierbij is terugkerende afstemming met de provincie noodzakelijk voor de verticale doorwerking van de ‘Regionale woonagenda West-Overijssel’. Toetsing Met de realisatie van 34 grondgebonden woningen binnen de kern Beerzerveld wordt de toegankelijkheid en doorstroming binnen het dorp vergroot. De kern kent de afgelopen jaren weinig nieuwbouw van huizen voor starters op de woningmarkt, maar ook voor de gezinnen en senioren zijn er weinig mogelijkheden in Beerzerveld. Door de realisatie van een gevarieerd woningbouwprogramma van sociale huurwoningen, huuren koopwoningen in de middeldure sector en koopwoningen in de vrije sector wordt 29

voorgesorteerd op de veranderde woningvraag. Door de woningen gasloos te ontwikkelen wordt ingespeeld op de verduurzaming van nieuwbouw. Daarnaast zullen de woningen de leefbaarheid van de kern vergroten, waardoor een sterk dorp wordt gecreëerd. Voornamelijk veel jongeren en senioren zijn op zoek naar nieuwe mogelijkheden binnen Beerzerveld en de voorliggende ontwikkeling sluit naadloos aan op deze vraag en op de kwaliteiten van het woonmilieu ontspannen wonen. Het project is derhalve in lijn met de ambities van de regionale woonagenda. 3.3.2

Woondeal West Overijssel: Wonen met Kwaliteit In deze Woondeal wordt vastgelegd welke bijdrage regio West-Overijssel kan leveren aan de nationale ambities op het gebied van woningbouw en wat daarvoor nodig is. West-Overijssel zet zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van minimaal 28.200 woningen tot en met 2030. In de regionale woonagenda West-Overijssel zijn in 2021 sleutelprojecten aangewezen: projecten met een significante impact op de betreffende stad of kern, projecten die onderdeel zijn van de verstedelijkingsstrategie (voor de gemeenten binnen de regio Zwolle), die bijdragen aan de ambities uit onze woonagenda en aan versnelling van de woningbouw door te starten met de bouw voor 2026. Deze lijst is voor de Woondeal geüpdatet. Voor nieuwe woningbouwplannen (plannen waarvan de ruimtelijke procedure op het moment van het sluiten van deze Woondeal nog moet starten) streeft de regio West Overijssel naar een verdeling van 30% sociale huur, 40% middenhuur en betaalbare koop en 30% dure woningen. Daarnaast is het doel om deze woningen duurzaam en toekomstbestendig te bouwen door bijvoorbeeld in te spelen op de circulaire bouw. Ook wordt ingespeeld op bepaalde aandachtsgroepen, zoals senioren en starters. Toetsing Met het onderhavig woningbouwplan wordt bijgedragen aan het doel om voor 2030 28.200 woningen te realiseren.

Hoewel het plan niet behoort tot één van de sleutelprojecten, sluit het woningbouwprogramma (34% sociale huur, 37% middeldure huur en koop en 29% vrij sector) naadloos aan op het streven van West Overijssel ten aanzien van nieuwbouwplannen. Daarnaast zullen de woningen gasloos en duurzaam worden ontwikkeld en wordt met het programma ingespeeld op de lokale behoefte van starters en senioren (16 starterswoningen en 6 senioren woningen) in de kern Beerzerveld.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Ommen: Ommen jouw toekomst Ommen Jouw Toekomst In deze Omgevingsvisie geeft de gemeente Ommen een integrale visie op de toekomst en de aanpak die de gemeente daarbij voorstaat. Met als thema “Ommen Jouw Toekomst” is de gemeente samen met haar inwoners, plaatselijke belangen, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners de toekomst gaan verkennen. De ambitie is dat Ommen zich op basis van haar kernkwaliteiten ontwikkelt tot een groene, gastvrije, geïnspireerde en gezonde woon- en verblijfsgemeente. Hieronder worden de meest relevante thema’s uit de omgevingsvisie voor het onderhavig project besproken.

30

Een vitale en gezonde samenleving Ommen wil als verblijfsgemeente haar inwoners een gezonde en vitale samenleving bieden. Het behouden en verbeteren van de samenhang en leefbaarheid in de kernen en wijken staat hoog op de agenda. Er wordt voorzien in de woonvraag van de eigen inwoners: jongeren, starters, jonge gezinnen, ouderen en bijzondere doelgroepen. De gemeente zet in op een bij Ommen passende groei van maximaal 1.250 woningen tot 2040. Hiermee maakt de gemeente het mogelijk om de kernkwaliteiten, zoals het voorzieningenniveau, op peil te houden en te versterken en draagt ze tegelijkertijd bij aan de verstedelijkingsopgave vanuit de Regio Zwolle. De gemeente bouwt woningen en gebouwen duurzaam en levensloopbestendig en draagt zorg voor een samenleving waar iedereen aan mee kan doen (arm en rijk), met goede, toegankelijke en hoogwaardige voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg, sport en cultuur en een gevarieerd aanbod aan winkels, horeca en ontspanning. Wonen in een lommerrijke, groene en veilige omgeving, die goed bereikbaar is over de weg en het spoor en beschikt over een goede utilitaire en recreatieve fiets- en wandelinfrastructuur. Ommen duurzaam ontwikkelen Ommen zet in op het leveren van haar bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15660123/1