1. Toelichting - Buitengebied, herziening Varsenerweg 7, Ommen (12-5-21)
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7
Mei 2021
Vastgesteld
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Varsenerweg 7
Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 NL.IMRO.0175.buiten2012bp0061-vg01 Bestemmingsplan Vastgesteld Mei 2021
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 9 2.1 2.2
KENMERKEN OMGEVING ............................................................................................................................... 9 KENMERKEN PLANGEBIED ............................................................................................................................ 10
HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE .................................................................... 13 3.1 3.2
ONTWIKKELING ......................................................................................................................................... 13 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 14
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ............................................................................ 15 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 24
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 30 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID .................................................................................................................................................... 30 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 31 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 32 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 33 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 36 GEUR ...................................................................................................................................................... 38 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 40 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 41 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 43
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN ........................................................................ 45 6.1 6.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 45 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 45
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING............................... 49 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 49 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 49 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 50
HOOFDSTUK 8 UITVOERBAARHEID ...................................................................... 52 8.1 8.2
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................................................ 52 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.......................................................................................................... 52
HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ........................................ 53 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 53 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 53 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 53
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 54 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
LANDSCHAPSPLAN .............................................................................................................................. 55 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 56 BEOORDELING WOON EN LEEFKLIMAAT (GEUR- EN FIJNSTOFONDERZOEK)...................................................... 57 STIKSTOFBEREKENING ......................................................................................................................... 58 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................................................... 59 ZIENSWIJZENNOTA ............................................................................................................................. 60
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Op het perceel Varsenerweg 7 te Ommen (in de buurtschap Varsen) is een voormalig agrarisch erf aanwezig. Het erf bestaat uit een bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken en enkele voormalige agrarische opstallen. Het erf was voorheen in gebruik als melkveehouderij. De bedrijfsactiviteiten op deze locatie zijn beëindigd. Sindsdien staat de melkveestal leeg. Er wordt dan ook niet langer in het onderhoud van deze stal geïnvesteerd, waardoor de bouwkundige staat op den duur zal gaan verslechteren. Initiatiefnemer is voornemens om op deze locatie deel te nemen aan de Rood voor Rood regeling. Concreet bestaat het voornemen uit het slopen van de melkveestal (met een oppervlakte van 870 m2). Het bouwrecht dat daarmee ontstaat wordt ingezet om de bestaande bedrijfswoning met twee wooneenheden te bestemmen. Diverse andere kleine schuren, waaronder een bestaande kapschuur en een garage zijn niet landschapsontsierend en blijven behouden. Om de kapschuur te kunnen behouden wordt de asbesthoudende dakbedekking verwijderd en wordt de schuur opgeknapt. Het gehele vernieuwde erf zal op passende wijze landschappelijk worden ingepast. Opgemerkt wordt dat de gemeente Ommen omtrent de ontwikkeling reeds een positief principebesluit heeft genomen. Het voornemen is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan.
Een herziening van het bestemmingsplan is dan ook noodzakelijk om de ontwikkeling mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan voorziet in de benodigde juridisch-planologische kaders. Aangetoond zal worden dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’ (Artikel 3.1 van de Wro).
1.2
Ligging van het plangebied
De locatie ligt aan Varsenerweg 7 te Ommen. In afbeelding 1.1 is de ligging van de locatie ten opzichte van de buurtschap Varsen, de kern Ommen en de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Ommen en de directe omgeving (Bron: ArcGIS)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Varsenerweg 7” bestaat uit de volgende stukken: •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0175.buiten2012bp0061-vg01) en een renvooi;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld •
regels.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied” en het bestemmingsplan “Facetherziening parkeren Ommen”, welke op respectievelijk 13 juli 2010 en 19 juli 2019 zijn vastgesteld door de gemeenteraad van Ommen. Het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ met de aanduiding ‘bouwvlak’. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Primair Waterstaatsdoeleinden’. Tevens gelden er voor dit perceel nog aanvullende bepalingen vanwege de gebiedsbestemming ‘Zone RN Rivier(oevers) met natuurwaarden. In onderstaande afbeeldingen is dit visueel weergegeven. Aansluitend worden de geldende bestemmingen toegelicht.
Afbeelding 1.2
Uitsnede geldende bestemmingsplan “Buitengebied” (Bron: Gemeente Ommen)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
Afbeelding 1.2
1.4.2
Bestemmingen op gebiedsniveau (Bron: Gemeente Ommen)
Beschrijving bestemmingen en strijdigheid
Beschrijving bestemmingen Gronden met de bestemming ‘Agrarische doeleinden’, zonder subbestemming, zijn met name bestemd voor grondgebonden veehouderij en akker- vollegrondstuinbouw. Gronden met de bestemming ‘Primair waterstaatsdoeleinden’ zijn, naast de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de waterhuishouding, waaronder begrepen de wateraanvoer en -afvoer, de waterberging alsmede dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering. Tevens gelden er voor dit perceel nog aanvullende bepalingen vanwege de gebiedsbestemming ‘zone Rn rivier(oevers) met natuurwaarden. Strijdigheid Het regulier bewonen en splitsen van de bestaande bedrijfswoning in het kader van Rood voor Rood is niet in overeenstemming met de geldende bestemmingen, aangezien de bouw- en gebruiksmogelijkheden hiervoor ontbreken. Momenteel is er namelijk een agrarisch bedrijf toegestaan, terwijl het plan voorziet in twee regulier te bewonen wooneenheden. Wonen is op dit moment enkel toegestaan ten behoeve van het agrarische bedrijf. Een herziening van het bestemmingsplan is benodigd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde juridisch-planologische kaders om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Ommen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en het vooroverleg. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE SITUATIE
Kenmerken omgeving
Het plangebied ligt centraal in het buurtschap Varsen, ingeklemd tussen de Varsener es in het noorden en de uiterwaarden van de Vecht ten zuidwesten. In het verleden betrof het plangebied het knooppunt van vele landweggetjes tussen de es, de uiterwaarden, de woeste gronden verder naar het noorden en de verbinding naar Ommen in het oosten. De landweggetjes werden omzoomd met laanbomen. Het brinkdorp was een clustering van boerderijen die gezamenlijk de Varsener es in gebruik hadden. De landschapsstructuur is dynamisch, de gronden langs de vecht, in gebruik als vee- en hooilanden kenden een rationele structuur, haaks op de Vecht, vaak begrensd door singels. Het plangebied was in 1920 onbebouwd met uitzondering van een schuur / boerderij die min of meer op de locatie van de huidige kapschuur heeft gestaan. Verder was deze locatie in gebruik als veeweide. Vanaf de jaren ‘30 neemt de bebouwing op de projectlocatie toe. Vanaf de jaren ‘40 nam het aantal landweggetjes af. Tegelijk is er een toename van boomgaarden, ook zichtbaar in het plangebied. Het plangebied wordt omringd door verharde en onverharde wegen. Ten zuidoosten van het plangebied is onlangs een nieuwe brink gerealiseerd die onder andere voor lokale activiteiten benut wordt. In afbeelding 2.1 zijn historische kaarten van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 2.1
Historische kaarten plangebied (Bron: Ontwerpbureau Luijendijk)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
2.2
Kenmerken plangebied
Het plangebied zelf betreft het perceel van een voormalige melkveehouderij. In het plangebied staan een woonhuis, een ligboxenstal, een bakhuisje, een kapschuur, een hooischuur en een andere schuur die gebruikt wordt voor privédoeleinden. De woning staat in het zuidwestelijke deel van het plangebied. Alle gebouwen staan ten noorden en oosten van deze woning (met uitzondering van een klein tuinhuisje). Rondom de gebouwen ligt erfverharding. Ook ligt er nabij de ligboxenstal een kuilvoerplaat en staan er voersilo’s. Voor het overige is het plangebied grotendeels groen ingericht. Er staan verscheidene bomen op het erf. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen. In afbeelding 2.3 is een impressie van de huidige situatie opgenomen en tot slot zijn in afbeelding 2.4 enkele straatbeelden opgenomen.
Afbeelding 2.2
Luchtfoto plangebied (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
Afbeelding 2.3
Impressie huidige situatie plangebied (Bron: Ontwerpbureau Luijendijk)
Afbeelding 2.4
Straatbeeld vanaf de westzijde (Bron: Google streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
Afbeelding 2.5
Straatbeeld vanaf de oostzijde (Bron: Google streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
HOOFDSTUK 3 3.1
Ontwikkeling
3.1.1
Algemeen
GEWENSTE SITUATIE
Zoals in de inleiding al aangegeven gaat het hier om een Rood voor Rood ontwikkeling. Initiatiefnemer wil de niet meer in gebruik zijnde ligboxenstal slopen en ter compensatie het extra bouwrecht gebruiken om de bestaande woning te splitsen in twee wooneenheden. Ook worden overtollige erfverharding, een kuilplaat en voersilo’s hierbij gesaneerd. De andere bebouwing op het erf blijft behouden en wordt in gebruik genomen ten behoeve van de woonfunctie. Het gaat om een kapschuur een hooiberg, een bakhuis en een aan het bakhuis aangebouwde schuur (zie ook afbeelding 2.3). De kapschuur wordt hierbij opgeknapt, waarbij het asbest wordt gesaneerd. Deze bebouwing is ook niet als landschapsontsierend aan te merken. De kapschuur heeft een landschappelijke meerwaarde en schermt het erf op een logische wijze af van het hoekpunt Larinkmars-Varsenerweg. Door het gepotdekselde uiterlijk versterkt dit gebouw het lokale en landelijke karakter van het erf. Ook het bakhuisje en de hooiberg zijn karakteristieke gebouwen die passen bij de uitstraling van het erf en de buurtschap Varsen. De kleine schuur (aangebouwd aan het bakhuisje) wordt in gebruik genomen als garage. 3.1.2
Landschappelijke inpassing
Voor het gehele plangebied is door Ontwerpbureau Luijendijk een landschapsplan opgesteld. Het gehele plan is als bijlage 1 van de toelichting opgenomen. Hierna wordt samengevat op de uitgangspunten van het plan ingegaan. De vrijkomende ruimte ter plaatse van de ligboxenstal wordt ingericht met oog voor de cultuurhistorische eigenschappen van langs de Vecht gelegen brinkdorpen. Dit houdt in dat de opzet dynamisch is van vorm. Concreet wordt het gebied ingericht als weide, die wordt afgeschermd door beukenhagen. In de weide worden enkele grote bomen aangeplant. Het gaat om een aantal lindebomen, die aansluiten bij het bestaande bestand van forse eikenbomen. Deze linden bieden diversiteit naast de eikenbomen. Aan de noordkant wordt langs de weide een singel/vogelbosje aangeplant met inheems bosplantsoen. Westelijk op het erf wordt de bestaande fruitgaard met twee fruitbomen versterkt. In afbeelding 3.1 is een impressie van het landschapsplan opgenomen:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
Afbeelding 3.1
3.2
Weergave landschapsplan (Bron: Ontwerpbureau Luijendijk)
Verkeer en parkeren
Met het initiatief worden voormalige agrarische opstallen gesloopt en ter compensatie planologisch één woning toegevoegd. Parkeren ten behoeve van de woonfunctie vindt plaats op eigen terrein. Gezien de ruime omvang van het perceel en gezien de nieuwe inrichting zoals weergegeven in afbeelding 3.1, zijn er op eigen terrein voldoende parkeermogelijkheden. Wat betreft ontsluiting zal gebruik worden gemaakt van de bestaande in- en uitritten op de Varsenerweg en de Larinkmars. Met de voorgenomen ontwikkeling neemt de verkeersdruk, ten opzichte van de huidige situatie, af. De bestaande agrarische bestemming bijbehorende verkeersbewegingen komen namelijk te vervallen. De Varsenerweg beschikt bovendien over voldoende capaciteit om de verkeersbewegingen behorende bij het erf adequaat af te kunnen wikkelen. Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •
•
• •
Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.
4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 is motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. 4.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921) van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat de realisatie van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van een toevoeging van één nieuwe woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel. In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. In 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel (2017)
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: • •
• •
goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel (2017)
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 4.1
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden.
De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase ‘Of – generieke beleidskeuzes’ zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1.
2.
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: • dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; • dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: • dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; • dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn een variant op ladder voor duurzame verstedelijking ten behoeve van de toepassing binnen de groene omgeving. Per saldo is door dit plan geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving. Er wordt circa 870 m2 aan bebouwing gesloopt. Hiervoor in de plaats wordt een extra bouwrecht gekregen om een bestaande woning te splitsen. Er is daarmee in het geheel geen sprake van bouwwerkzaamheden en extra ruimtebeslag. Samenvattend wordt geconcludeerd dat het voornemen voldoet aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1.
2.
3. 5.
In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.
Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (het buitengebied) van de gemeente Ommen. Deze meerwaarde vertaalt zich in: •
•
het slopen van landschapsontsierende bebouwing; door het slopen in totaal 870 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied aanzienlijk af; het versterken en behouden van waardevolle landschapselementen en het opknappen van de karakteristieke bebouwing.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld In de hierop volgende paragrafen blijkt dat de ontwikkeling bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken, hoe toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel, dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief en op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering en de Catalogus Gebiedskenmerken. Voor een nadere toelichting wordt ook verwezen naar paragraaf 3.2 en het ruimtelijke kwaliteitsplan, opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting, waarin uitgebreid op de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving wordt ingegaan. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van planologisch één extra woning in het kader van Rood voor Rood. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: • • •
de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.
Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘zone ondernemen met natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.
Afbeelding 4.2
Uitsnede van het ontwikkelingsperspectief (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
‘Zone ondernemen met natuur en water buiten het NNN’ Er zijn gebieden binnen de Zone ONW die buiten het natuurnetwerk liggen. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie. Initiatieven van bewoners en ondernemers zijn hier leidend: zij zijn eigenaar en vormgever van de omgevingskwaliteit. De na te streven kwaliteitsdoelen voor natuur en water zijn daarbij het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' In dit geval is het initiatief van bewoner om het agrarisch bedrijf te stoppen en deel te nemen aan Rood voor Rood leidend. Met het plan is sprake van een flinke impuls van de ruimtelijke kwaliteit in de kern van het buurtschap Varsen. De woonfunctie brengt geen beperkingen met zich mee ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven Gesteld wordt dat de realisatie van het plan bijdraagt aan de sociale vitaliteit van het buitengebied en voorziet in een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Geconcludeerd wordt dat het voornemen passend is binnen het ontwikkelingsperspectief.
4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Stedelijke laag” wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen specifieke eigenschappen voor deze laag gelden. Daarnaast kent het plangebied op basis van de “laag van beleving” geen bijzondere kenmerken, waardoor ook deze laag buiten beschouwing wordt gelaten. 1. De “Natuurlijke laag“ Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Natuurlijke laag" aangeduid met het gebiedstype "Dekzandvlakte en ruggen". In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
Afbeelding 4.3
Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
“Dekzandvlakte en ruggen” In deze gebieden is er afwisseling van opgewaaide ruggen en uitgesleten beekdalen. De daarbij horende hoogteverschillen kenmerken de dekzandvlaktes van Overijssel. In het geval dat er ontwikkelingen plaats vinden, dan moeten deze bijdragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Ter plaatse van het plangebied zijn de kenmerken van het oorspronkelijke landschap nog deels waarneembaar. Het plan heeft echter geen nadelige gevolgen voor de zichtbaarheid of beleefbaarheid van de hoogteverschillen. Door de sloop van de ontsierende bebouwing worden deze juist meer zichtbaar gemaakt. In de volgende subparagraaf wordt nader ingegaan op het agrarisch cultuurlandschap. Geconcludeerd wordt dat de ‘Natuurlijke laag’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 2. De ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd.
De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op basis van de gebiedskenmerkenkaart in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangemerkt als landschapstype “Essenlandschap”. In afbeelding 4.4 is dit weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
Afbeelding 4.4
Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)
“Essenlandschap” Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Conform de gebiedskenmerken van het oude hoevenlandschap wordt de ontwikkeling op een landschappelijk verantwoorde wijze ingepast. De positionering en uitstraling van de toekomstige bebouwing sluit aan bij het aanwezige landschap. In het Ruimtelijke kwaliteitsplan (Bijlage 1) wordt nader ingegaan op de te treffen landschapsmaatregelen en op welke wijze deze aansluiten op de gebiedskenmerken. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Toekomstvisie “Het Ommer Motief”
4.3.1.1 Algemeen Het Ommer Motief bevat de strategische koers van de gemeente Ommen tot en met 2020. Deze toekomstvisie is vastgesteld door de raad op 18 december 2008. Het Ommer Motief is samen met bewoners, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven opgesteld. Het doel van Het Ommer Motief is om een betekenisvol kader te bieden dat mede richting geeft aan de besluiten en het handelen van de gemeente, maar dat ook bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties prikkelt tot het (mede) ontwikkelen en uitvoeren van plannen. 4.3.1.2 Toekomstperspectief Ommen zet in op ontwikkeling op basis van haar sterke en kenmerkende kwaliteiten, het groene en gastvrije toeristische karakter. Een plek waar het aangenaam wonen en verblijven is. Deze kernkwaliteiten vormen het fundament voor nieuwe ontwikkelingen. Eén en ander is uitgewerkt in een aantal speerpunten, te weten: leven, wonen, werken en landschap. Met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan zijn de thema’s ‘wonen’ en ‘landschap’ van belang. Wonen In 2020 biedt Ommen volop ruimte om te wonen. Ruimtelijk zet Ommen in op campusachtige ontwikkelingen met nieuwe woningen in een groene setting. Streefbeeld is een zo evenwichtig mogelijke bevolkingsopbouw, zonder dat de gemeente de kop in het zand steekt voor de gevolgen van ontgroening en vergrijzing.
Het ingezette woningbouwbeleid voor starters en senioren wordt voortgezet. Dat betekent doelgroepneutrale en levensloopbestendige woningen nabij voorzieningen, zowel in het bereikbare als het luxe segment. Ook wordt door het aanbieden van woningen in een aantrekkelijke omgeving geïnvesteerd in het behouden en aantrekken van jonge gezinnen. Voorzieningen als sport, kinderopvang en onderwijs ondersteunen het woningbouwbeleid. Landschap Het Ommer landschap vormt een kwalitatief toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Het gaat om een goede balans tussen ruimte voor landbouw, toerisme & recreatie, water en natuur. Door een slimme wisselwerking tussen deze functies ontstaat letterlijk ruimte voor nieuwe ontwikkeling en kwaliteitsversterking. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie “Het Ommer Motief” Wanneer de gewenste ontwikkeling wordt getoetst aan bovenstaand beleid, wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling aansluit bij de gemeentelijke beleidsambities op het gebied van wonen en landschap. Het initiatief voorziet namelijk in het realiseren van (planologisch) een nieuwe woning in een te versterken groene setting. Hiermee wordt een concrete behoefte vervuld. Daarnaast draagt het plan bij aan het versterken van het landschap door het slopen van een forse omvang aan leegstaande agrarische bebouwing en het treffen van landschapsmaatregelen.
Het plan leidt dan ook tot een forse verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en is vanuit ruimtelijk en functioneel oogpunt goed ingepast. Er is sprake van nieuwe ontwikkeling en kwaliteitsversterking. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling aansluit bij de beleidsambities zoals genoemd in de “Toekomstvisie Het Ommer Motief”.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld 4.3.2
Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen (GOP)
4.3.2.1 Algemeen De gemeenteraad van Ommen heeft op 7 februari 2013 het Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen (GOP) vastgesteld. Het GOP is tevens een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het GOP wordt de missie uit het Ommer Motief (zie subparagraaf 4.3.1) concreet uitgewerkt. Het plan bundelt de ambities op alle voor het omgevingsbeleid relevante beleidsterreinen: sociaal, economisch en fysiek. 4.3.2.2 Ambities GOP In het GOP gaat men uit van de kernambitie uit het Ommer Motief. De kernambitie luidt: “Ommen ontwikkelt zich op duurzame wijze en uitgaande van haar kernkwaliteiten, tot een groene, gastvrije en geïnspireerde verblijfsgemeente. Een leefbare gemeente voor iedereen die er woont, werkt of recreëert.” In het omgevingsplan worden om dit te bereiken bewuste keuzes gemaakt op sociaal-maatschappelijk, economisch en fysiek ruimtelijk gebied. Keuzes die er op zijn gericht de ambities en het streefbeeld uit het Ommer Motief te realiseren. De kernambitie uit het Ommer Motief wil Ommen realiseren door op duurzame wijze in te zetten op het behouden en versterken van haar ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid. Rekening houdende met en anticiperende op lokale, landelijk en internationale trends en ontwikkelingen, brengt dit een groot aantal opgaven met zich mee. De kernambitie van Ommen is vertaald in meerdere thematische beleidsambities.
Per invalshoek zijn de beleidsambities zoveel mogelijk geïntegreerd en gebundeld in de volgende drie centrale thema’s (3-P’s): • • •
Welzijn en leefbaarheid (People) Thema’s: Wonen / Onderwijs / Veiligheid, gezondheid, zorg, sport en cultuur Welvaart en economie (Prosperity) Thema’s: Bedrijvigheid en voorzieningen / Landbouw / Recreatie en toerisme Omgevingskwaliteit (Planet) Thema’s: Milieu, klimaat en duurzaamheid en openbare ruimte / Natuur, landschap, water en erfgoed/ Infrastructuur, verkeer en vervoer en bereikbaarheid
In het voorliggende geval zijn name de thema’s “Wonen” en “Natuur en Landschap” van belang. Daarnaast zijn de gebiedsgerichte beleidsambities en de spelregels van bepaling. Op deze aspecten wordt hierna ingegaan. 4.3.2.3 Wonen De ambities voor het gemeentelijk woonbeleid zijn: •
•
•
Vraaggestuurd huisvesten: het aanbod aan woningen is niet langer het uitgangspunt, maar de vraag van de (toekomstige) bewoners, die gemiddeld steeds ouder worden. Mensen moeten zich zelf verantwoordelijk voelen voor hun eigen woon- en leefsituatie en de gemeente wil dat faciliteren; Evenwichtige leeftijdsopbouw: voorkomen moet worden dat Ommen op enig moment nog vrijwel uitsluitend bestaat uit ouderen. Dit is niet goed voor de leefbaarheid en voor het draagvlak van voorzieningen. Daarnaast zijn er jongeren nodig om de ouderen een goed woongenot te bieden (door bijvoorbeeld in winkels te werken en zorg aan huis te bieden). Daarom streeft de gemeente naar een evenwichtige leeftijdsopbouw; Streven naar een duurzame gemeente en samenleving: het gemeentebestuur heeft grote aandacht voor duurzaamheid (duurzame woningen qua materiaalgebruik, CO2-uitstoot en energiehuishouding) en wil stimuleren dat ouderen zo lang mogelijk in hun eigen, vertrouwde woning kunnen blijven wonen.
4.3.2.4 Natuur en Landschap De gemeente heeft de ambitie om de landschappelijke kwaliteiten en de verscheidenheid van de daarbinnen aanwezige ecologische waarden, te behouden, te beschermen en waar mogelijk te versterken. De gemeente BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld streeft er daarbij naar om het landschap beleefbaar en toegankelijk te houden voor bewoners en toeristen. Het op duurzame wijze versterken van de omgevingskwaliteit is een belangrijke drijfveer bij het toestaan van ontwikkelruimte aan de actoren, die binnen dit landschap actief zijn en voor een belangrijk deel het landschap vorm hebben gegeven en ook nu nog vormgeven. 4.3.2.5 Gebiedsgericht deel: Buitengebied Het gedifferentieerd naar deelgebieden ontwikkelruimte bieden aan de landbouw, landgoederen, recreatiebedrijven en andere partijen die in het buitengebied actief zijn, kent als uitgangspunt dat in het hele buitengebied de ruimte voor nieuwe woningen (inclusief woningen voor woon-zorg combinaties) en bedrijvigheid zeer beperkt is. Nieuwe woningen zijn uitsluitend mogelijk in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling (Rood voor Rood), rood voor groen strategie, of als onderdeel van het duurzaam in standhouden van landgoederen. Beperkt kan, in vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen en binnen de kaders van de sturingsfilosofie, ruimte worden geboden aan de ontwikkeling van nieuwe, bij voorkeur innovatieve, startende bedrijvigheid (kraamkamerfunctie). Daarnaast wordt enige ontwikkelruimte aan bedrijvigheid geboden in de nieuw te ontwikkelen kernrandzones.
4.3.2.6 Spelregels GOP In het GOP heeft de gemeente een aantal spelregels opgenomen voor ontwikkelingen waar initiatiefnemers rekening mee moeten houden. Deze luiden als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
U dient belanghebbenden tijdig te informeren over uw initiatief (beoogde ruimtelijke ontwikkeling). U hebt een inspanningsverplichting om draagvlak te verkrijgen voor uw initiatief bij belanghebbenden. Uw initiatief dient op aantoonbare duurzame wijze gerealiseerd te worden. Uw initiatief dient bij te dragen aan de versterking van de omgevingskwaliteit. Uw initiatief dient bij te dragen aan de leefbaarheid van wijk of buurt (Noaberschap). Wanneer er sprake is van negatieve effecten op de omgevingskwaliteit, leefbaarheid of duurzaamheid dient u deze effecten adequaat te compenseren.
De uitwerking van deze spelregels wordt vastgelegd in een overeenkomst of op onderdelen in de bestemmingsregels. Aangegeven dient te worden (per voorwaarde) op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de gestelde spelregels. 4.3.2.7 Toetsing van het initiatief aan het “Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen” Algemeen Het planologisch realiseren van één woning in het kader van Rood voor Rood is mogelijk binnen het GOP. Het plan voorziet in de behoefte aan wonen in het buitengebied. Daarnaast brengt de sloop van de voormalig agrarische opstallen een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering met zich mee. Het vervallen van de bedrijfsbestemming is vanuit milieutechnische overwegingen positief, aangezien hinder bij omwonenden door bedrijfsactiviteiten wordt voorkomen. Ook voorziet de gewenste ontwikkeling in het toekennen van een passende vervolgfunctie aan enkele behoudenswaardige en karakteristieke schuren. Tot slot wordt opgemerkt dat aan de spelregels van het GOP, wordt voldaan. Hierna wordt daar op ingegaan. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan de ambities en spelregels zoals opgenomen in het GOP.
Spelregels GOP Hierna wordt puntsgewijs aan de spelregels van het GOP getoetst: Ad 1: direct omwonenden zijn na het indienen van het principeverzoek geïnformeerd over het plan. Voordat het plan in procedure gaat, worden de direct omwonenden geïnformeerd. Ad 2: Initiatiefnemer is in gesprek gegaan met omwonenden, waarvan er een aantal een onderneming drijven. Zij zijn op de hoogte.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld Ad 3: binnen het plan is voldoende aandacht voor het aspect duurzaamheid. Daadwerkelijke duurzaamheidsmaatregelen worden in de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het bouwen meegenomen. Ad 4: Door het landschappelijk inpassen van het plangebied is voldoende aandacht voor de omgevingskwaliteit. Zowel stedenbouwkundig als landschappelijk wordt er een plan met voldoende (ruimtelijke) kwaliteit gerealiseerd. Ad 5: Door het voorkomen van verdere verpaupering wordt bijdragen aan de leefbaarheid van de omgeving. De ontwikkeling brengt door het realiseren van een twee extra woningen tevens een versterking van de sociale vitaliteit met zich mee. Ad 6: Uit deze toelichting blijkt dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op de omgevingskwaliteit, leefbaarheid of duurzaamheid. 4.3.3
Landschapsontwikkelingsplan (LOP)
4.3.3.1 Algemeen Het Landschapsontwikkelingsplan van de gemeente Ommen stamt uit 2011. De doelstelling van het LOP is om aan te geven hoe het landschap kan worden ontwikkeld, gebruikmakend van kwaliteiten en potenties. In het LOP wordt informatie gegeven omtrent het landschapsbeeld en cultuurhistorie van het landschap. Daarnaast worden kansen benoemd voor ontwikkeling van het landschap. In het Inspiratieboek behorend bij het LOP wordt aangegeven hoe de kenmerken behouden en versterkt kunnen worden door inpassing van bebouwing. Het doel is het inspireren van iedereen die bezig is met ruimtelijke plannen in het buitengebied van Ommen. Het inspiratieboek biedt ideeën ter verbetering van de kwaliteit van het buitengebied en vormt een kader waaraan de gemeente erfinrichtingsplannen toetst. Het plangebied ligt in het essen- en kampenlandschap. Dit landschapstype ligt in de gemeente Ommen verspreid langs de rivierdalen van de Regge en de Vecht. In de kern, of, zoals Varsen, tegen de rand van het rivierdal ligt een bebouwde kern (dikwijls brinkdorpjes) van waaruit hechte boeren gemeenschappen de essen en kampen hebben ontplooid. In afbeelding 4.5 is dit weergegeven.
Afbeelding 4.5
Uitsnede verbeelding LOP (Bron: Gemeente Ommen)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Buitengebied, herziening Varsenerweg 7 Vastgesteld Ook vanuit Varsen heeft zich zo een landschap ontwikkeld. In het LOP zijn voor dit landschapstype de volgende kansen aangewezen: • Versterken identiteit en ruimtelijke structuur van het es- en kampenlandschap; • Benutten van cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten ter versterking van recreatie en toerisme; • Versterken biodiversiteit door herstel en uitbreiden beplantingsstructuren (houtwallen), akkerranden en in stand houden van rust en verblijfsplaatsen voor zoogdieren en vogels (boerderijen en schuren); 4.3.3.2 Toetsing Voor het initiatief is een landschapsplan opgesteld. Onder andere het LOP heeft hiervoor als basis gediend. Met het plan wordt daarmee bijgedragen aan de doelstellingen van het LOP. Dit komt onder andere tot uiting door het versterken van de identiteit en ruimtelijke structuur door de sloop en landschappelijke inpassing, het late terugkomen van cultuurhistorische waarden door behoud en versterking karakteristieke gebouwen en het verbeteren en uitbreiden van beplantingsstructuren door de landschapsmaatregelen. 4.3.4
Beleidsnotitie Rood voor rood gemeente Ommen
4.3.4.1 Algemeen De gemeenten in Overijssel hebben van de provincie enige beleidsruimte gekregen om hun eigen invulling te geven aan het Rood voor Rood-beleid. Het gemeentelijk beleid van de gemeente Ommen met betrekking tot Rood voor Rood is beschreven in de ‘beleidsnotitie Regeling Rood voor Rood gemeente Ommen’. De in deze notitie beschreven beleidslijn wordt gebruikt als toetsingskader voor aanvragen. De beleidsnotitie wordt in samenhang gebruikt met het Welstandsplan, het Landschapsontwikkelingsplan en het bestemmingsplan Buitengebied. In de notitie staat beschreven wat de uitgangspunten zijn en aan welke voorwaarden dient te worden voldaan om in aanmerking te komen voor de regeling. 4.3.4.2 Beleidskaders Het hoofddoel van de regeling Rood voor rood met gesloten beurs is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied. Ter compensatie van de sloop van minimaal 850 m² landschapontsierende bedrijfsgebouwen kan onder voorwaarden een bouwkavel voor een woning worden toegekend. De inhoudsmaat van de woning op de bouwkavel mag niet meer bedragen dan 750 m³ en het maximum oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen op de bouwkavel mag niet meer bedragen dan 150 m². Bij de omvang van de compensatiekavel wordt in principe uitgegaan van 1.000 m². Uitgangspunt van de gemeentelijke regeling is het terugbouwen van de woning op de slooplocatie.