1. Toelichting - Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 vastgesteld
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40
Januari 2021
Status: Vastgesteld
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld
Bestemmingsplan Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40
Plannaam: Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 IMRO-nummer: NL.IMRO.0175.klkernen2012bp0010-vg01 Plantype: Bestemmingsplan Status: Vastgesteld Datum: Januari 2021
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 9 2.1 2.2
KENMERKEN OMGEVING ............................................................................................................................... 9 HET PLANGEBIED ......................................................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE .................................................................... 11 3.1 3.2
ONTWIKKELING ......................................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ............................................................................ 14 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 23
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 27 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
GELUID .................................................................................................................................................... 27 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 28 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 29 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 30 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 34 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 37
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN ........................................................................ 39 6.1 6.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 39 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 39
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING ............................... 41 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 41 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 41 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 42
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 44 HOOFDSTUK 9 INSPRAAK & VOOROVERLEG ........................................................... 45 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 45 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 45 ZIENSWIJZEN ............................................................................................................................................. 45
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 46 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
BODEMONDERZOEK KLOOSTERDIJK 40 ................................................................................................... 47 BODEMONDERZOEK KLOOSTERDIJK 42 ................................................................................................... 48 AKOESTISCH ONDERZOEK ..................................................................................................................... 49 AERIUS-BEREKENING 2020 .................................................................................................................. 50 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 51 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 52
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Aan de Kloosterdijk 36 t/m 40 in Beerzerveld (gemeente Ommen) is een bedrijfsperceel met een bouwbedrijf aanwezig. Nummer 40 betreft één van de bedrijfswoningen behorende bij het bouwbedrijf. Initiatiefnemer is voornemens om deze bedrijfswoning te slopen en vervangende nieuwbouw te plegen, waarna de woning regulier bewoond zal gaan worden. De gewenste ontwikkeling is op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’ niet mogelijk, aangezien ter plaatse van het bedrijfsperceel geen reguliere bewoning is toegestaan. Om het voornemen mogelijk te maken wordt het bestemmingsplan gewijzigd, waarbij de gronden behorende bij de vervangende woning van een passende woonbestemming wordt voorzien. Daarnaast wordt tevens een extra strook van het bedrijfsperceel, behorende bij de naastgelegen woning aan de Kloosterdijk 42, gewijzigd naar een woonbestemming. Dit is in overeenstemming met het feitelijke gebruik. Tot slot komen ter plaatse van het resterende deel van het bedrijfsperceel het relatieteken (die het bouwvlak van het bedrijf met de bedrijfswoning verbindt) en het recht op één bedrijfswoning te vervallen. De overige bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn overeenkomstig het geldende bestemmingsplan overgenomen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de voor de ontwikkeling benodigde juridisch-planologische kaders.
Aangetoond zal worden dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Opgemerkt wordt dat binnen het voornemen gebruik wordt gemaakt van de coördinatieregeling (Afdeling 3.6 Wro). Hiermee is het onder meer mogelijk om de benodigde uitvoeringsbesluiten te coördineren met het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied betreft het bedrijfsperceel aan de Kloosterdijk 36 t/m 40 te Beerzerveld. In afbeelding 1.1 is de ligging van de locatie ten opzichte van de kernen Beerzerveld en Mariënberg en de directe omgeving weergegeven. De blauwe ster en blauwe omlijning geven het plangebied aan. Met de rode onderbroken omlijning is de in het vervolg genoemde ‘ontwikkellocatie’ (locatie gewenste reguliere woning Kloosterdijk 40 en de te wijzigen strook Kloosterdijk 42) aangegeven.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied ten opzichte van (de nabij gelegen) kern(en) en de directe omgeving (Bron: PDOK)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0175.klkernen2012bp0010-vg01) en een renvooi; regels.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen ‘Kleine Kernen’ en ‘Facetherziening parkeren Ommen’, welke op respectievelijk 27 juni 2013 en 19 juli 2019 zijn vastgesteld door de gemeenteraad van Ommen. De gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Bedrijf’ met twee bouwvlakken (verbonden middels een relatieteken), met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – aannemersbedrijf met houtbewerking’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting’. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven. De blauwe omlijning geeft het gehele plangebied aan. Met de rode onderbroken omlijning is de ontwikkellocatie aangegeven. Aansluitend worden de geldende regels toegelicht.
Afbeelding 1.2
1.4.2
Uitsnede geldende bestemmingsplannen (Bron: Ruimtelijke plannen.nl / Gemeente Ommen)
Beschrijving bestemmingen en strijdigheid
‘Bedrijf’ De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor bepaalde bedrijven in de categorieën 1 en een aannemersbedrijf met houtbewerking ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf aannemersbedrijf met houtbewerking', met dien verstande dat de houtbewerkingactiviteiten inpandig plaatsvinden. Ook zijn onder meer productiegebonden detailhandel, internetwinkel, kantoren, dienstverlening en het wonen ten behoeve van een bedrijf, ter plaatse van de bestaande bedrijfswoningen, toegestaan. Bouwen voor het reeds vermelde gebruik is bij de aanwezigheid van een bouwvlak toegestaan, wanneer de gebouwen binnen het bouwvlak worden gebouwd. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld ‘Waarde – Archeologische verwachting’ De voor 'Waarde - Archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarden. Gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn op deze gronden onder meer toelaatbaar, indien het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 2.500 m² en minder diep steekt dan 50 cm. Strijdigheid De gewenste reguliere woning aan de Kloosterdijk 40 is binnen de geldende bedrijfsbestemming niet toegestaan. Daarom wordt een deel van de geldende bedrijfsbestemming voorzien van een passende woonbestemming. Opgemerkt wordt dat hierbij tevens direct een afwijking van de bouwregels binnen de woonbestemming uit het geldende bestemmingsplan wordt toegepast (16.3 onder e). Op basis hiervan mag de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ter plaatse maximaal 150 m² bedragen (in plaats van 90 m²), mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 60 % bedraagt.
Om dit toe te staan mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van: • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden (hieraan wordt voldaan, zie hoofdstuk 5.5 van deze toelichting); • het bebouwingsbeeld (hieraan wordt voldaan, zie paragraaf 4.3.2 van deze toelichting en het feit dat de stadsbouwmeester akkoord is met het voornemen); • de verkeersveiligheid (hieraan wordt voldaan, zie paragraaf 3.2 van deze toelichting); • de parkeervoorzieningen (hieraan wordt voldaan, zie paragraaf 3.2 van deze toelichting). Daarnaast wordt een strook binnen de geldende bedrijfsbestemming, behorende bij de naastgelegen woning aan de Kloosterdijk 42, gewijzigd naar een passende woonbestemming. Dit is in overeenstemming met het feitelijke gebruik. Tot slot komen ter plaatse van het resterende deel van het bedrijfsperceel het relatieteken (die het bouwvlak van het bedrijf met de bedrijfswoning verbindt) en het recht op één bedrijfswoning te vervallen. De overige bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn overeenkomstig het geldende bestemmingsplan overgenomen.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Ommen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE SITUATIE
Kenmerken omgeving
Het buurtschap Beerzerveld is ontstaan langs het Overijssels Kanaal omstreeks het midden van de 19e eeuw tijdens de turfwinning en latere ontginning van de woeste gronden onder Beerze. De eerste aanzet tot een kern is ontstaan omstreeks het midden van de 19e eeuw als gevolg van turfafgravingen en ontginningen. In 1901 werd er een kerk gesticht, de huidige Nederlands Hervormde kerk. Voor transport over het water en de waterbeheersing in de veenontginningsgebieden werd het Overijsselsch Kanaal (Almelo-De Haandrik) (1859) gegraven. Bij een brug over het kanaal ontstond de kern Beerzerveld. De lintbebouwing verdicht zich hier en ligt even hoog als de weg. De bebouwing staat voornamelijk aan de noordzijde van het kanaal. Achter deze bebouwing ligt bij Beerzerveld een kleine naar binnen gekeerde woonwijk. Het wegenpatroon is blokvormig en loodrecht op het kanaal. Aan het kanaal staan de kerk, vrijstaande woningen en bedrijven. De nokrichting van de bebouwing aan het kanaal is loodrecht op de weg. De bebouwing vormt hier een wand zonder dat er sprake is van een duidelijke rooilijn. Beerzerveld - Kloosterdijk ontstond eveneens bij een brug over het Overijsselsch Kanaal. De bedrijfsbebouwing concentreert zich rond de brug aan weerzijden van het kanaal. Tussen de N36 en de Kloosterdijk staat voornamelijk bedrijfsbebouwing. De woningen hebben één of twee lagen met kap.
Aan de Kloosterdijk in de richting van Mariënberg is voornamelijk woonbebouwing gelegen. De woningen hebben één laag met kap en de nokrichting volgt veelal de weg.
2.2
Het plangebied
Het plangebied betreft, zoals reeds vermeld, een bedrijfsperceel van een bouwbedrijf (Kloosterdijk 36 t/m 40). De locatie wordt begrensd door de Kloosterdijk in het noordoosten, het woonperceel Kloosterdijk 42 aan de zuidoostzijde, sportpark ‘Westerpark’ aan de zuidwestzijde en woonpercelen aan de noordwestzijde. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie ter plaatse van het plangebied op een luchtfoto weergegeven. De blauwe omlijning geeft het gehele plangebied aan. Met de rode onderbroken omlijning is de ontwikkellocatie aangegeven.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto huidige situatie (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld Binnen het plangebied bevindt zich een bouwbedrijf met bedrijfsbebouwing, een bedrijfswoning aan de Kloosterdijk 36 en de bestaande vervallen bedrijfswoning aan de Kloosterdijk 40. Daarnaast is tevens een strook behorende bij de naastgelegen woning aan de Kloosterdijk 42 onderdeel van het plangebied, waar zich een oprit met verharding en een overkapping bevinden. In afbeelding 2.2 is een foto van de bestaande bedrijfswoning aan de Kloosterdijk 40 weergegeven. In afbeelding 2.3 is een straatfoto met onder meer de oprit en de overkapping behorende bij de woning aan de Kloosterdijk 42 (links) en de bedrijfswoning (rechts) weergegeven.
Afbeelding 2.2
Foto huidige situatie bedrijfswoning Kloosterdijk 40 (Bron: Alcedo natuurprojecten)
Afbeelding 2.3
Straatfoto deel plangebied (Bron: Google Streetview, 2009)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld
HOOFDSTUK 3 3.1
GEWENSTE SITUATIE
Ontwikkeling
Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bedrijfswoning aan de Kloosterdijk 40 te vervangen en regulier te bewonen. De locatie wordt in het kader van de gewenste reguliere bewoning van een passende woonbestemming voorzien. Hierbij wordt tevens een strook met een bedrijfsbestemming behorende bij de naastgelegen woning aan de Kloosterdijk 42 gewijzigd naar een woonbestemming, in overeenstemming met het feitelijke gebruik. Ter plaatse van het resterende deel van het bedrijfsperceel komen het relatieteken (die het bouwvlak van het bedrijf met de te wijzigen bedrijfswoning verbindt) en het recht op de te wijzigen bedrijfswoning te vervallen. De overige bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn overeenkomstig het geldende bestemmingsplan overgenomen. In afbeelding 3.1 is de gewenste situering binnen de ontwikkellocatie aangegeven (rode onderbroken omlijning). De groene lijn duidt hierbinnen de grens tussen de locatie voor de gewenste reguliere woning aan de Kloosterdijk 40 (links) en de strook aan de Kloosterdijk 42 (rechts) aan.
Afbeelding 3.1
Impressie gewenste situering (Bron: Bouwbedrijf Regeling Beerzerveld B.V.)
In afbeelding 3.2 is daarnaast een impressie van het ontwerp van de gewenste reguliere woning aan de Kloosterdijk 40 opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld
Afbeelding 3.2
Impressie gewenste woning Kloosterdijk 40 (Bron: Bouwbedrijf Regeling Beerzerveld B.V.)
De woning bestaat uit drie bouwlagen. De bouwhoogte van de woning is maximaal 10 meter en de goothoogte is maximaal 6 meter. De woning krijgt, vanaf de Kloosterdijk gezien, aan de rechterzijde en achterzijde een uitbouw van circa 3 meter hoog. Tevens is het plan om achter de woning een vrijstaand bijgebouw te realiseren. In afbeelding 3.3 is een impressie van het vrijstaande bijgebouw opgenomen.
Afbeelding 3.3
Impressie gewenste bijgebouw bij woning Kloosterdijk 40 (Bron: Bouwbedrijf Regeling Beerzerveld B.V.)
De bouwhoogte van het bijgebouw is maximaal 5 meter en de goothoogte is maximaal 3 meter.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld
3.2
Verkeer en parkeren
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Opgemerkt wordt dat de bestemmingswijziging ter plaatse van het bestaande en te behouden deel van de bedrijfsbestemming en de strook behorende bij de woning aan de Kloosterdijk 42, feitelijk gezien geen gevolgen heeft voor de aspecten verkeer en parkeren. Dit is in het kader van voorliggend bestemmingsplan dan ook niet relevant. Hierna wordt dan ook enkel ingegaan op de gewenste ontwikkeling ten aanzien van de reguliere woning aan de Kloosterdijk 40. Parkeren De gemeente Ommen beschikt over eigen parkeerbeleid, namelijk de ‘Parkeernormennota 2017’. Op basis van deze nota valt het buurtschap Beerzerveld onder ‘het buitengebied’. Voor de functie wonen wordt de minimale CROW gehanteerd voor het gebied ‘weinig stedelijk’ en het betreffende gebiedskenmerk: in voorliggend geval, zoals reeds vermeld, ‘het buitengebied’. Voor zowel de bestaande als de gewenste vrijstaande (bedrijfs)woning geldt op basis hiervan een parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen (inclusief bezoekersparkeren). Het perceel is van voldoende omvang om op eigen terrein te voorzien in twee parkeerplaatsen.
Verkeer Op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW en de reeds vermelde uitganspunten (het minimum, ‘weinig stedelijk’ en ‘het buitengebied’) kan de verkeersgeneratie als gevolg van het voornemen worden bepaald. Voor zowel de bestaande als de gewenste vrijstaande (bedrijfs)woning geldt op basis hiervan een verkeersgeneratie van 7,8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Als gevolg van het voornemen neemt de verkeersgeneratie dan ook per saldo eveneens niet toe. Het woonperceel wordt ontsloten via een nieuw aan te leggen eigen ontsluiting op de Kloosterdijk. Deze weg kan de verkeersbewegingen veilig en eenvoudig afwikkelen. Als gevolg van het voornemen worden dan ook, gezien het aantal verkeersbewegingen per saldo niet toeneemt, geen problemen verwacht. Conclusie Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor deze ontwikkeling geldende uitgangspunten weergegeven. Opgemerkt wordt dat het plangebied het bedrijfsperceel aan de Kloosterdijk 36 t/m 40 te Beerzerveld betreft. Ter plaatse van een deel van het bedrijfsperceel wordt de functie gewijzigd ten behoeve van (reguliere) woonfuncties. In dit hoofdstuk wordt dan ook hoofdzakelijk getoetst ten behoeve van de ontwikkeling binnen dit deel van het bedrijfsperceel (ook wel ontwikkellocatie), aangezien ter plaatse van het overige deel geen sprake is van nieuwe functies.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •
•
• •
Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.
4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 is motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. 4.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921) van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat de realisatie van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is van het toevoegen van woningen geen sprake, aangezien de te vervangen bedrijfswoning wordt gewijzigd in een reguliere woning en binnen de bedrijfsbestemming de bedrijfswoning komt te vervallen. Wel worden binnen het plangebied planologisch gezien functies gewijzigd, aangezien de bedrijfsfuncties ter plaatse van een deel van het huidige bedrijfsperceel worden gewijzigd naar woonfuncties. Op een dergelijke planologische functiewijziging is onder andere de uitspraak ABRvS 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1075 van toepassing.
Uit deze uitspraak blijkt dat enkel een planologische functiewijziging in beginsel niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro, tenzij het een functiewijziging van zodanige aard en omvang betreft. Het voornemen betreft slechts het wijzigen van een bedrijfswoning naar een reguliere woning (Kloosterdijk 40) en het in overeenstemming brengen van een planologische situatie met de feitelijke situatie (strook Kloosterdijk 42). In beide gevallen gaat het om het toestaan van (reguliere) woonfuncties, in een omgeving waar reeds sprake is van bestaande woonfuncties. Dit maakt de ladder voor duurzame verstedelijking eveneens niet van toepassing, gezien de aard en kleinschalige omvang van het voornemen. Geconcludeerd wordt dan ook dat geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Overijssel en de Omgevingsverordening Overijssel 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
16
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld
Afbeelding 4.1
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
17
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld 4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase ‘Of – generieke beleidskeuzes’ zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op deze artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1.
2.
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: • dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; • dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: • dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; • dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggend voornemen heeft betrekking op een bestaand bedrijfsperceel en legt dan ook geen extra ruimtebeslag op de groene omgeving. Samenvattend wordt geconcludeerd dat het voornemen voldoet aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
18
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Binnen voorliggend voornemen wordt een bedrijfswoning gewijzigd naar een reguliere woning. Van het realiseren van extra woningen is hierbij geen sprake. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven De locatie waar de bedrijfsfuncties wijzigen in woonfuncties behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen, de locatie is aangegeven met de rode onderbroken omlijning.
Afbeelding 4.2
Uitsnede van het ontwikkelingsperspectief (Bron: Provincie Overijssel)
‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief komt niet (meer) overeen met de hier aanwezige functies, aangezien ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving hiervan geen sprake (meer) is van landbouwfuncties. Tegenwoordig is hier sprake van een bestaand bebouwd gebied, met verscheidende stedelijke functies. De gewenste woonfunctie is hier een passende functie. Desondanks wordt opgemerkt dat de gewenste ontwikkeling geen beperkingen met zich meebrengt ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven.
Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5 waar nader in wordt gegaan op de milieu- en omgevingsaspecten.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
19
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld Geconcludeerd wordt dat het voornemen niet in strijd is met ter plaatse geldende het ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Stedelijke laag” wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien hiervoor binnen het plangebied geen specifieke eigenschappen gelden. 1. De “Natuurlijke laag“ Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De locatie waar de bedrijfsfuncties wijzigen in woonfuncties is op de gebiedskenmerkenkaart de "Natuurlijke laag" aangeduid met het gebiedstype "Hoogveengebieden". In afbeelding 4.3 is dit weergegeven, de locatie is aangegeven met de rode onderbroken omlijning.
Afbeelding 4.3
Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
“Hoogveengebieden” Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). De ambitie is de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveenrestanten en de hoogveenontginningsgebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend en leesbaar landschap in de hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgraslanden eromheen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
20
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Ter plaatse van de locatie is niet of nauwelijks nog iets waarneembaar van de oorspronkelijke gebiedskenmerken van de ‘Natuurlijke laag’. De gewenste ontwikkeling heeft geen onevenredige negatieve effecten op het omliggende landschap en de landschappelijke kwaliteiten en structuren. Geconcludeerd wordt dat de wijziging van bestemming geen negatieve gevolgen heeft op de gebiedskenmerken van de ‘Natuurlijke laag’ 2. De “Laag van het agrarische cultuurlandschap” De ontwikkellocatie is op basis van de gebiedskenmerkenkaart in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangemerkt als landschapstype “Veenkoloniaal landschap”. In afbeelding 4.4 is dit weergegeven, de locatie is aangegeven met de rode onderbroken omlijning.
Afbeelding 4.4
Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)
“Veenkoloniaal landschap” Grootschalig open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur. Ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden ten behoeve van de turfwinning. Een ontwateringsstelsel van kanalen en wijken is typerend voor dit landschap. Vanuit nieuwe linten en kanaaldorpen werd het hoogveen ontgonnen. Het vergraven landschap werd vervolgens als akkerbouwgebied in gebruik genomen. Inmiddels heeft de melkveehouderij ook in grote delen zijn intrede gedaan. Kanaaldorp als karakteristiek dorpstype met het kanaal als centrale open(bare) ruimte en drager van de bebouwing. Het Overijssels veenkoloniaal landschap is deel van een groter geheel dat zich uitstrekt over Groningen en Drenthe. Het is mede gevormd door de vestiging van ontginners en boeren uit andere regio’s. In de boerderijbouw is dit herkenbaar: typisch Groningse boerderijen staan naast Overijsselse. De ambitie is de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en kwaliteit van de veenkoloniale landschappen te versterken. De opgave is aan de grote maat, de vergezichten en de schoonheid van de moderne landbouw, nieuwe, op leefbaarheid en economische veerkracht gerichte, ontwikkelingen te koppelen. Daarmee kan tevens het contrast tussen de grote open ruimtes en verdichte zones (linten en kanaaldorpen) worden versterkt.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
21
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld Ruimtelijke aanknopingspunten hiervoor zijn onder meer de relicten van het hoogveen, de formele kanalen en wijkenstructuur met mooie bruggen, royale laanbeplantingen en daaraan de soms landgoedachtige buitens, villa’s en herenboerderijen. Aandacht voor bijzondere architectuur en vormgeving van nieuwe bruggen en kunstwerken gegeven vorm aan de identiteit van het gebied. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Het voornemen heeft betrekking op een bestaand bedrijfsperceel, binnen een bestaand bebouwd gebied. Ter plaatse is geen sprake (meer) van agrarisch landschap. De gewenste ontwikkeling wordt stedenbouwkundig afgestemd op de omliggende bestaande bebouwing, waardoor deze past binnen het straatbeeld. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De “Laag van beleving” De ontwikkellocatie is op basis van de gebiedskenmerkenkaart in de “Laag van beleving” aangemerkt met “Donkerte”. In afbeelding 4.5 is dit weergegeven, de locatie is aangegeven met de rode onderbroken omlijning.
Afbeelding 4.5
Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel)
“Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de ‘buitengebieden’ van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de ‘lichte’ gebieden.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
22
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan de “Laag van beleving” De locatie bevindt zich in een gebied dat is aangemerkt als een ‘donkerte’ gebied. Binnen de gewenste ontwikkeling blijft het aantal woningen ter plaatse gelijk, de ontwikkeling zorgt daarmee feitelijk gezien niet voor een (onevenredige) toename van lichthinder mocht deze nu aanwezig zijn. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de “Laag van beleving”. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Toekomstvisie “Het Ommer Motief”
4.3.1.1 Algemeen Het Ommer Motief bevat de strategische koers van de gemeente Ommen tot en met 2020. Deze toekomstvisie is vastgesteld door de raad op 18 december 2008. Het Ommer Motief is samen met bewoners, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven opgesteld. Het doel van Het Ommer Motief is om een betekenisvol kader te bieden dat mede richting geeft aan de besluiten en het handelen van de gemeente, maar dat ook bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties prikkelt tot het (mede) ontwikkelen en uitvoeren van plannen. 4.3.1.2 Toekomstperspectief Ommen zet in op ontwikkeling op basis van haar sterke en kenmerkende kwaliteiten, het groene en gastvrije toeristische karakter. Een plek waar het aangenaam wonen en verblijven is. Deze kernkwaliteiten vormen het fundament voor nieuwe ontwikkelingen. Eén en ander is uitgewerkt in een aantal speerpunten, te weten: leven, wonen, werken en landschap. Met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is het thema ‘wonen’ van belang. Wonen In 2020 biedt Ommen volop ruimte om te wonen. Ruimtelijk zet Ommen in op campusachtige ontwikkelingen met nieuwe woningen in een groene setting. Streefbeeld is een zo evenwichtig mogelijke bevolkingsopbouw, zonder dat de gemeente de kop in het zand steekt voor de gevolgen van ontgroening en vergrijzing. Het ingezette woningbouwbeleid voor starters en senioren wordt voortgezet.
Dat betekent doelgroepneutrale en levensloopbestendige woningen nabij voorzieningen, zowel in het bereikbare als het luxe segment. Ook wordt door het aanbieden van woningen in een aantrekkelijke omgeving geïnvesteerd in het behouden en aantrekken van jonge gezinnen. Voorzieningen als sport, kinderopvang en onderwijs ondersteunen het woningbouwbeleid. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie “Het Ommer Motief” Binnen voorliggend voornemen wordt in hoofdzaak een bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning, waarbij van het toevoegen van een extra woning geen sprake is. De bestaande vervallen bedrijfswoning wordt vervangen door een kwalitatief hoogwaardige nieuwbouwwoning. Het voornemen draagt daardoor onder meer bij aan een aantrekkelijke omgeving en het verduurzamen van woningen. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de beleidsambities, zoals genoemd in de “Toekomstvisie Het Ommer Motief”.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
23
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld 4.3.2
Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen (GOP)
4.3.2.1 Algemeen De gemeenteraad van Ommen heeft op 7 februari 2013 het Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen (GOP) vastgesteld. Het GOP is tevens een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het GOP wordt de missie uit het Ommer Motief (zie subparagraaf 4.3.1) concreet uitgewerkt. Het plan bundelt de ambities op alle voor het omgevingsbeleid relevante beleidsterreinen: sociaal, economisch en fysiek. 4.3.2.2 Ambities GOP In het GOP gaat men uit van de kernambitie uit het Ommer Motief. De kernambitie luidt: “Ommen ontwikkelt zich op duurzame wijze en uitgaande van haar kernkwaliteiten, tot een groene, gastvrije en geïnspireerde verblijfsgemeente. Een leefbare gemeente voor iedereen die er woont, werkt of recreëert.” In het omgevingsplan worden om dit te bereiken bewuste keuzes gemaakt op sociaal-maatschappelijk, economisch en fysiek ruimtelijk gebied. Keuzes die er op zijn gericht de ambities en het streefbeeld uit het Ommer Motief te realiseren. De kernambitie uit het Ommer Motief wil Ommen realiseren door op duurzame wijze in te zetten op het behouden en versterken van haar ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid. Rekening houdende met en anticiperende op lokale, landelijk en internationale trends en ontwikkelingen, brengt dit een groot aantal opgaven met zich mee. De kernambitie van Ommen is vertaald in meerdere thematische beleidsambities.
Per invalshoek zijn de beleidsambities zoveel mogelijk geïntegreerd en gebundeld in de volgende drie centrale thema’s (3-P’s): • • •
Welzijn en leefbaarheid (People) Thema’s: Wonen / Onderwijs / Veiligheid, gezondheid, zorg, sport en cultuur Welvaart en economie (Prosperity) Thema’s: Bedrijvigheid en voorzieningen / Landbouw / Recreatie en toerisme Omgevingskwaliteit (Planet) Thema’s: Milieu, klimaat en duurzaamheid en openbare ruimte / Natuur, landschap, water en erfgoed/ Infrastructuur, verkeer en vervoer en bereikbaarheid
In het voorliggende geval is het thema “Wonen” van belang. Daarnaast zijn de gebiedsgerichte beleidsambities en de spelregels van belang. Op deze aspecten wordt hierna ingegaan. 4.3.2.3 Wonen De ambities voor het gemeentelijk woonbeleid zijn: • •
•
Vraag gestuurd huisvesten: het aanbod aan woningen is niet langer het uitgangspunt, maar de vraag van de (toekomstige) bewoners, die gemiddeld steeds ouder worden. Mensen moeten zich zelf verantwoordelijk voelen voor hun eigen woon- en leefsituatie en de gemeente wil dat faciliteren; Evenwichtige leeftijdsopbouw: voorkomen moet worden dat Ommen op enig moment nog vrijwel uitsluitend bestaat uit ouderen. Dit is niet goed voor de leefbaarheid en voor het draagvlak van voorzieningen. Daarnaast zijn er jongeren nodig om de ouderen een goed woongenot te bieden (door bijvoorbeeld in winkels te werken en zorg aan huis te bieden). Daarom streeft de gemeente naar een evenwichtige leeftijdsopbouw; Streven naar een duurzame gemeente en samenleving: het gemeentebestuur heeft grote aandacht voor duurzaamheid (duurzame woningen qua materiaalgebruik, CO2-uitstoot en energiehuishouding) en wil stimuleren dat ouderen zo lang mogelijk in hun eigen, vertrouwde woning kunnen blijven wonen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
24
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld 4.3.2.4 Gebiedsgericht deel: Kernen De ambities voor de kleine kernen zijn vooral gericht op het behouden van het eigen karakter van de kernen, en zo veel mogelijk behouden van de leefbaarheid en de daartoe benodigde voorzieningen, waarbij er in het welzijnsbeleid enige differentiatie geldt voor Lemele en Beerzerveld. Het gaat bij de leefbaarheid van de kleine kernen om verenigingsleven, onderwijs, sportfaciliteiten, lokale bedrijvigheid, detailhandel, horeca en dorpshuis, verenigingsgebouw of Kulturhus. De ontwikkelingsrichting voor de kernen is voornamelijk conserverend van karakter en er worden geen grootschalige ontwikkelingen voorzien. De gemeente Ommen is van mening dat ook in de kleine kernen woningbouw mogelijk moet zijn, mits rekening wordt gehouden met de schaal van de kern en er zorg gedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing. Op beperkte schaal zijn er in de kernen dan ook mogelijkheden tot woningbouw gericht op het voorzien in de eigen behoefte. Naast woningbouw wil de gemeente Ommen op beperkte schaal ruimte bieden aan de ontwikkeling van bedrijvigheid in de kern Beerzerveld (ontwikkelen kernrandzone en optimaliseren benutting bestaande bedrijventerrein). Op kleine schaal zijn er opgaven in de kernen.
Deze opgaven hebben betrekking op het bouwen van woningen (Lemele en Beerzerveld), voorzieningen in de sfeer van zorg (Beerzerveld) en bedrijvigheid (Beerzerveld), deels te realiseren via hergebruik van vrijkomende agrarische gebouwen, deels via herontwikkeling en het optimaliseren van het gebruik van het bestaande bedrijventerrein Beerzerveld en de ontwikkeling van een kernrandzone bij Beerzerveld (overgang kern naar buitengebied). Voor zowel Lemele als Beerzerveld is een dorpsplan opgesteld, onder meer gericht op het in stand houden van het nog aanwezige voorzieningenniveau als basis voor de leefbaarheid van beide kernen. De aanwezigheid van basisvoorzieningen, zoals onderwijs, winkel en/of zorgvoorziening in combinatie met onder meer mantelzorg, is ook voor de andere kernen van belang voor de leefbaarheid. Voor alle kernen geldt een basisniveau als woonservicegebied op het terrein van welzijn en zorg. Mantelzorg en nieuwe zorgconcepten op afstand van zorgaanbieders spelen daarbij een belangrijke rol in het bereiken van dit basisniveau. 4.3.2.5 Spelregels GOP In het GOP heeft de gemeente een aantal spelregels opgenomen voor ontwikkelingen waar initiatiefnemers rekening mee moeten houden. Deze luiden als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
U dient belanghebbenden tijdig te informeren over uw initiatief (beoogde ruimtelijke ontwikkeling). U hebt een inspanningsverplichting om draagvlak te verkrijgen voor uw initiatief bij belanghebbenden. Uw initiatief dient op aantoonbare duurzame wijze gerealiseerd te worden. Uw initiatief dient bij te dragen aan de versterking van de omgevingskwaliteit. Uw initiatief dient bij te dragen aan de leefbaarheid van wijk of buurt (Noaberschap). Wanneer er sprake is van negatieve effecten op de omgevingskwaliteit, leefbaarheid of duurzaamheid dient u deze effecten adequaat te compenseren.
De uitwerking van deze spelregels wordt vastgelegd in een overeenkomst of op onderdelen in de bestemmingsregels. Aangegeven dient te worden (per voorwaarde) op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de gestelde spelregels. 4.3.2.6 Toetsing van het initiatief aan het “Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen” Binnen voorliggend voornemen wordt in hoofdzaak een bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning in Beerzerveld, hierbij is van het toevoegen van een extra woning geen sprake. Als gevolg wordt bijgedragen aan de kernambitie van de gemeente Ommen, onder meer vanwege het feit dat de vervallen bedrijfswoning wordt gesloopt en vervangen door een gasloze, duurzame, kwalitatieve en stedenbouwkundig in de omgeving passende woning. De leefbaarheid ter plaatse wordt hierdoor op duurzame wijze versterkt. Hiermee wordt eveneens bijgedragen aan de ambities uit het gemeentelijk woonbeleid (o.a. streven naar duurzaamheid) en de ambities voor de kleine kernen (o.a. behoud karakter en leefbaarheid).
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
25
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld Daarnaast voldoet het voornemen aan de spelregels van het GOP: Ad 1: directe omwonenden zijn geïnformeerd over het plan. Voordat het plan in procedure gaat, worden de direct omwonenden geïnformeerd over de uiteindelijke uitwerking van het plan. Ad 2: Initiatiefnemer is, zoals reeds vermeld, in gesprek gegaan met omwonenden. De directe omwonenden zijn op de hoogte en positief gestemd. Ad 3: binnen het plan is voldoende aandacht voor het aspect duurzaamheid. Dit vertaalt zich onder meer in de realisatie van een gasloze en energiezuinige woning. Ad 4: als gevolg van de vervanging van een verouderde woning door een kwalitatieve en stedenbouwkundig op de omgeving afgestemde woning is binnen het voornemen voldoende aandacht voor de omgevingskwaliteit. Ad 5: door de sloop van de verouderde woning en de het realiseren van vervangende nieuwbouw wordt bijdragen aan de leefbaarheid van de omgeving en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Ad 6: uit deze toelichting blijkt dat geen sprake is van significant negatieve effecten op de omgevingskwaliteit, leefbaarheid of duurzaamheid. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan de ambities en spelregels zoals opgenomen in het GOP.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
26
Bestemmingsplan, Kloosterdijk 40 Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie en archeologie & cultuurhistorie. Opgemerkt wordt dat het plangebied het bedrijfsperceel aan de Kloosterdijk 36 t/m 40 te Beerzerveld betreft. Ter plaatse van een deel van het bedrijfsperceel wordt de functie gewijzigd ten behoeve van (reguliere) woonfuncties. In dit hoofdstuk wordt dan ook hoofdzakelijk getoetst ten behoeve van de ontwikkeling binnen dit deel van het bedrijfsperceel (ook wel ontwikkellocatie), aangezien ter plaatse van het overige deel geen sprake is van nieuwe functies.