1. Prinses Julianastraat 8, Motivering
Tekst van het document
10.3
Cultuurhistorie
Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. Hierbij kan ook gedacht worden aan in de nabijheid het plangebied gelegen werelderfgoed. Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met bepaalde uitgangspunten. In artikel 5.130 lid 2 Bkl staan de instructieregels gesteld door het Rijk. Deze gaan over: • • • • • •
ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; verplaatsing van beschermde monumenten; gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; aantasting van de omgeving van een beschermend monument; aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen; conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.
In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig, deze worden dan ook niet geschaad. Rondom het plangebied is echter wel een molen aanwezig die beschermd wordt in het omgevingsplan. Er is rekening met de molen gehouden door niet te hoog te bouwen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
TAM-omgevingsplan Prinses Julianastraat 8 Ommen Ontwerp
10.5
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat het voornemen in voldoende mate rekening houdt met de bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
TAM-omgevingsplan Prinses Julianastraat 8 Ommen Ontwerp
HOOFDSTUK 11 11.1
M.E.R.- BEOORDELING
Algemeen
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: • • • •
In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.
Indien een wijziging van het omgevingsplan wordt opgesteld dat een kader vormt voor een projectmer-(beoordelings)plichtige projecten dan is een plan-mer aan de orde (artikel 16.36 lid 1 Ow). Ook is een plan-mer aan de orde als voor een plan een passende beoordeling voor natuur moet worden opgesteld zoals bedoeld in artikel 16.53c Ow (artikel 16.36 lid 2 Ow). Als een plan wordt gemaakt voor een klein gebied op lokaal niveau of het plan maakt een kleine wijziging mogelijk, kan worden volstaan met een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36 lid 3 Ow) als uit de beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft.
11.2
Situatie plangebied
In voorliggend geval is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit verschilt sterk van regio tot regio. Het gaat in deze wijziging van het omgevingsplan om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toeneemt. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een ontwikkeling die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen en andere milieugevoelige functies. De omvang en opzet van het plan past binnen de functionele en stedenbouwkundige structuur van de directe omgeving. Er is slechts in zeer beperkte mate sprake van ruimtelijke gevolgen, zoals onder andere ook uit de voorliggende hoofdstukken uit deze onderbouwing bij de wijziging van het wijzigingsplan blijkt. Geconcludeerd wordt dan ook dat in voorliggend geval geen sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. In dit geval is het project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig.
11.3
Conclusie
Gelet op de beoordeling van de bovengenoemde kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
TAM-omgevingsplan Prinses Julianastraat 8 Ommen Ontwerp
HOOFDSTUK 12 12.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Algemeen
In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden.
12.2
Kostenverhaal
Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen.
12.3
Situatie plangebied
In dit geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico op nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten zijn hier ook in opgenomen. Het kostenverhaal voor de gemeente is hiermee volledig verzekerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
TAM-omgevingsplan Prinses Julianastraat 8 Ommen Ontwerp
HOOFDSTUK 13 13.1
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Participatie
Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. Vechtdal Wonen heeft de plannen gepresenteerd en daarnaast al enkele keren omwonende op de hoogte gebracht van de plannen. Tevens heeft Vechtdal Wonen na het ophalen van op- en aanmerkingen de bouwplannen aangepast. Voorgaande is verwerkt in een participatieverslag en toegevoegd als bijlage 10 bij deze motivering.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
TAM-omgevingsplan Prinses Julianastraat 8 Ommen Ontwerp
HOOFDSTUK 14 14.1
JURIDISCHE VERANTWOORDING
Algemeen
In de motivering bij dit wijzigingsbesluit is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het juridische deel van dit TAM-omgevingsplan: de regels en locaties. In deze juridische planbeschrijving wordt ingegaan op de opzet van dit juridische deel.
14.2
Opzet van de regels
14.2.1 Inleidende regels In het eerste hoofdstuk van het TAM-omgevingsplan worden een aantal algemene dingen geregeld. Zo worden in artikel 1 begripsbepalingen opgenomen. Voor dit TAM-omgevingsplan zijn naast de specifieke begrippen die zijn opgenomen in artikel 1, ook de begrippen die horen bij het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing verklaard. De specifieke begrippen uit het TAMomgevingsplan, krijgen voorrang op de begrippen die horen bij de amvb’s als sprake is van een andere definitie. Daarnaast zijn de begrippen uit bijlage 1 van de Omgevingswet altijd van toepassing op omgevingsplannen. Begrippen die al zijn opgenomen in bijlage 1 van de Omgevingswet zijn daarom niet opgenomen in de begripsbepalingen van het TAM-omgevingsplan. Artikel 2 regelt specifiek het toepassingsbereik van het TAM-omgevingsplan. Zo wordt geregeld dat het vigerende bestemmingsplan niet langer van toepassing is na inwerkingtreding van het TAMomgevingsplan. De overige onderdelen van het tijdelijke deel van het omgevingsplan blijven wel in stand. Ook wordt de verhouding met de bruidsschat (afdeling 22.2 en 22.3) geduid. Tot slot wordt geregeld dat de locaties die zijn gemaakt voor het TAM-omgevingsplan ook juridisch deel uitmaken van het TAM-omgevingsplan.
In artikel 3 wordt een aanvulling gedaan op de meetbepalingen uit de bruidsschat en geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze hoogtes, afstanden en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Tot slot wordt in artikel 4 het systeem van de toelatingsplanologie juridisch vastgelegd voor zover het gebruiks- of bouwactiviteiten betreft. Dat houdt in dat het TAM-omgevingsplan aangeeft welke gebruiks- en bouwactiviteiten mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Als hiervan wordt afgeweken, wordt dat op grond van artikel 4 aangemerkt als activiteit in strijd met het TAMomgevingsplan. Een uitzondering hierop vormen de bestaande bouwwerken. Deze bouwwerken zijn, ongeacht wat het TAM-omgevingsplan regelt, altijd toegestaan. Het moet dan wel gaan om legale bouwwerken. 14.2.2 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Het hoofdstuk aanwijzingen in de fysieke leefomgeving bevat de noodzakelijke aanwijzingen en aanwijzingen die goed aansluiten op de noodzakelijke aanwijzingen. In het geval van dit TAMomgevingsplan is daarom een aanwijzing opgenomen voor de molenbiotoop. De inhoudelijke regels voor de molenbiotoop zijn opgenomen in de hoofdstukken die de verschillende activiteiten reguleren. 14.2.3 Gebruiksactiviteiten Hoofdstuk 3 bevat regels voor hoofdgebruiksactiviteiten, die als
gebruiksactiviteiten.
Het
gaat
hierbij
om
zogenaamde
zelfstandige gebruiksactiviteit mogen worden uitgeoefend. Binnen het hele plangebied is alleen de hoofdgebruiksactiviteit wonen toegestaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
TAM-omgevingsplan Prinses Julianastraat 8 Ommen Ontwerp 14.2.4 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten Naast hoofdgebruiksactiviteiten zijn er ook regels opgenomen voor ondergeschikte gebruiksactiviteiten. Deze regels zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het TAM-omgevingsplan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee regelkwalificaties; toegestaan en vergunningplicht. Beroepen aan huis zijn onder voorwaarden bij recht toegestaan, terwijl voor de kleinschalige beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten aan huis een vergunningplicht geldt. 14.2.5 Bouwactiviteiten In hoofdstuk 5 zijn alle regels voor bouwactiviteiten opgenomen. Dit hoofdstuk begint met een artikel dat algemene regels bevat, waaronder de anti-dubbeltelregel en enkele andere algemene regels. Verder zijn in dit hoofdstuk regels opgenomen over het bouwen van gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken. Voor de molenbiotoop vind je hier ook een bouwregel terug. Elk van deze artikelen kent zijn eigen locatie/werkingsgebied. 14.2.6 Aanlegactiviteiten Hoofdstuk 6 bevat de regels voor aanlegactiviteiten. Hier vind je bijvoorbeeld de vergunningplicht voor het uitvoeren van aanlegactiviteiten in de molenbiotoop. 14.2.7 Algemene regels In hoofdstuk 7 van de regels van dit TAM-omgevingsplan is een regeling opgenomen over parkeren en laden en lossen.
14.2.8 Overgangs- en slotregels De regels worden afgesloten met hoofdstuk 8 die de overgangsbepalingen bevat. Hier wordt geen slotregel opgenomen omdat de slotregel al in het omgevingsplan gemeente Ommen staat, waar dit TAM-omgevingsplan juridisch gezien onderdeel van uitmaakt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
TAM-omgevingsplan Prinses Julianastraat 8 Ommen Ontwerp
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE MOTIVERING Bijlage 1 –
Watertoets
Bijlage 2 –
Akoestisch onderzoek
Bijlage 3 –
Bodemonderzoek
Bijlage 4 –
Nader bodemonderzoek
Bijlage 5
Aanvullend bodemonderzoek
Bijlage 6 -
AERIUS-berekening
Bijlage 7 –
Ecologische voortoets
Bijlage 8 -
Ecologisch Werkprotocol
Bijlage 9 -
Archeologisch onderzoek
Bijlage 10 - Participatieverslag
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53