CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Jaarstukken - Gemeente Ommen 2025

Gemeenteraad 1 juli 2026, gemeente OmmenBij agendapunt: Jaarstukken 2025 en budgetoverheveling 2025 annex begrotingswijziging 202626.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Inventarisatie risico's Hieronder volgt een vergelijkend overzicht van de risico's die zijn geïnventariseerd en gekwantificeerd in de begroting 2025, de begroting 2026 en nu in de jaarrekening 2025. Risico's (x € 1.000) Grondexploitatie Sociaal Domein Inflatie (stijgend) Samenwerkingsverbanden Algemene uitkering (gemeentefonds) Personeel en CAO Renterisico Informatiebeveiliging, AI en datalekken Overige risico's Totaal

Begroting 2025 405 1.460 1.000 400 880 360 320 0

Begroting 2026 562 500 1.000 400 920 360 350 0

Jaarrekening 2025 492 500 1.000 400 920 360 350 0

0 4.825

305 4.397

305 4.327

Grondexploitaties In het MJP 2026 is een risicoanalyse van de grondexploitaties uitgevoerd. De benodigde totale risicoreserve is berekend op een bedrag van € 492.000 en heeft alleen betrekking op Haven Oost en Van Alewijkstraat. Deze risicoreserve neemt met € 70.000 af bij de geactualiseerde grondexploitaties. Voor de overige grondexploitaties geldt dat de risico’s kunnen worden opgevangen binnen het grondexploitatieresultaat of dat deze minimaal zijn, omdat het project nagenoeg is afgerond. Benodigde risicoreserve per grondexploitatie Erve Arrierflier, Ommen Haven Oost, Ommen Meerkoet, Ommen De Rotbrink, Ommen Van Alewijkstraat, Beerzerveld Vinkenbuurt, Ommen Vlierlanden Fase 1+2, Ommen Vlierlanden Fase 3, Ommen Westflank, Ommen Totaal

MJP 2026

Jaarrekening 2025 € 420.000 € 40.000 € 102.000 € 562.000

€ 384.000 € 24.000 € 84.000 € 492.000

95

Jaarstukken 2025 Sociaal domein De Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn openeinderegelingen. Het aantal mensen dat zorg nodig heeft, kan toenemen. Wij hebben de plicht inwoners te ondersteunen. Een overschrijding van het budget in de begroting is geen reden om deze ondersteuning niet te bieden. Als meer zorg nodig is, stijgen de kosten. Gedurende het jaar 2025 hebben wij de structurele budgetten voor zowel Jeugd als WMO met € 1,9 miljoen verhoogd. Zodoende hebben wij het risico voor verdere stijging van deze kosten bij de begroting 2026 reeds verlaagd van € 1,46 miljoen verlaagd naar € 500.000 en deze op deze hoogte gehouden. Toenemende inflatie We zien dat de prijsstijging op dit moment nog steeds de reguliere indexatie overstijgt, hoewel het wel stabiliseert. Begin 2026 ligt de inflatie rond de 2,7%. In de begroting 2026 zijn we uitgegaan van een algemene verhoging van 2,7% en op onderdelen nog een aanvullende verhoging. Voor het risico van toenemende inflatie nemen wij een bedrag op van afgerond € 1 miljoen. Dit is gebaseerd op de uitgaven voor materiële uitgaven, subsidies en verbonden partijen. Samenwerkingsverbanden Los van de zojuist genoemde mogelijke verhoging als gevolg van toenemende inflatie, is het geen verrassing dat er ook andere risico’s verbonden zijn aan de samenwerkingsverbanden. Die risico's zijn op basis van eerdere ervaringen beperkt.

Voor de berekening van het weerstandvermogen gaan wij uit van een bedrag van € 400.000. Dit is gebaseerd op 5% van onze uitgaven aan samenwerkingsverbanden. Algemene uitkering uit het Gemeentefonds De algemene uitkering uit het Gemeentefonds is voor 2026 begroot op afgerond € 46 miljoen. Daarmee is deze rijksbijdrage de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De raming van de gemeentefondsuitkering is gebaseerd op decembercirculaire 2025. Om die reden stellen wij voor de algemene uitkering uit het Gemeentefonds nu nog als risico te blijven zien. Als we uitgaan van 2% van de omvang van de algemene uitkering, resulteert dit in een bedrag van € 920.000. Personeel In de begroting 2026 is rekening gehouden met een stijging voor lonen inclusief werkgeverslasten. De stijging van de loonkosten is afhankelijk van de landelijke cao-afspraken en de wijzigingen in de werkgeverslasten zoals de werkgeversbijdrage in de pensioenpremie. Een afwijking van 1% op de totale loonsom geeft een extra last van ruim € 0,12 miljoen. Voor de berekening van het weerstandvermogen gaan wij uit van 3% extra, wat overeenkomt met € 360.000. Renterisico De rente op de nieuwe geldleningen is hoger dan waarmee rekening is gehouden in de begroting. Tot nu toe is de gemeente nog niet genoodzaakt om leningen aan te trekken mede als gevolg van de goede verkopen op de Rotbrink en de Vlierlanden.

Als dit niet meer het geval is zal de gemeente voor een hoger rentepercentage een lening aan moeten trekken. De rente voor een langlopende lening van 20 jaar is 3,5%. Voor elke € 10 miljoen die wij extra lenen betekent dit een structurele last van € 350.000.

96

Jaarstukken 2025 Overige risico’s Bij het weerstandsvermogen hebben we een stelpost opgenomen van € 305.000, overeenkomstig met de begroting 2026 voor de overige mogelijke risico's die we lopen. Juridische risico’s zoals schadeclaims, milieuverontreiniging, (on)inbaarheid vorderingen en leningen en risico’s uit hoofde van garantiestellingen, rekenen wij tot de overige risico’s. Wij verwachten geen bijzondere risico’s uit hoofde van garantstellingen of uit juridische procedures. Voor deze risico’s wordt geen weerstandscapaciteit aangehouden.

Beoordeling weerstandsvermogen Ratio risico's versus algemene reserve. De som van de gekwantificeerde risico's bedraagt € 4,3 miljoen. De vrij beschikbare reserves per 31 december 2025 (inclusief het resultaat 2025) bedragen € 23,7 mln (exclusief de reserve dekking kapitaallasten). Weerstandsvermogen (bedragen x € 1.000) Beschikbare capaciteit per 31 december *) Benodigde capaciteit Ratio weerstandsvermogen

Realisatie 2024 20,4 5,1 4,0

Begroting 2025 35,9 4,8 7,4

Realisatie2025 23,7 4,3 5,5

*) Vanaf 2024 exclusief reserve dekking kapitaallasten van € 13,2 miljoen. Beoordeling weerstandsvermogen. Het is van belang te weten of er sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Als het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare (vrije) weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet worden vastgesteld welke ratio de gemeente nastreeft. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel. Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen 2,0 < x 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 x < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

De gemeente Ommen kiest ervoor om een minimale financiële buffer aan te houden met het waarderingscijfer C, dat overeenkomt met 'Voldoende'. De hiervoor voor Ommen berekende score van 5,5 kwalificeert als uitstekend. Verder merken wij op dat dit kengetal, één indicator is voor de robuustheid van de gemeentefinanciën.

97

Jaarstukken 2025

Kengetallen DEPLA Door de commissie DEPLA is een aantal indicatoren ontwikkeld, die de raad kunnen helpen in het verkrijgen van inzicht in de gemeentefinanciën, namelijk: • • • • •

de netto schuldquote inclusief de quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio kengetal grondexploitatie structurele exploitatieruimte belastingcapaciteit.

Voor onze gemeente is het beeld als volgt: Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Jaarverslag 2024 9% 7%

Begroting 2025 12% 11%

Jaarverslag 2025 9% 7%

43% 3%

54% 5%

50% 14%

-0,5% 80%

-3% 85%

4% 80%

Hieronder treft u voor de jaarrekening 2025 per genoemd kengetal een uitleg aan. 1. Netto schuldquote (gecorrigeerd) De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. In het verlengde hiervan kennen we ook de zogenoemde “Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen”. Bij deze specifieke quote wordt er gekeken naar het effect van door de gemeente verstrekte leningen op de schuldenlast van de gemeente. 2. Solvabiliteitsratio De mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt uitgedrukt in het percentage Eigen Vermogen ten opzichte van het balanstotaal. In het bedrijfsleven is dit een veelgebruikte ratio en daar wordt een minimum norm gehanteerd tussen 25% en 40% voor een solvabele vermogenspositie. 3. Structurele exploitatie ruimte Om een flexibele begroting te kunnen bewerkstelligen is het zinvol de structurele baten hoger te laten zijn dan de structurele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage.

98

Jaarstukken 2025 4. Kengetal grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond zijn van belang, want deze waarden moeten meerjarig worden terugverdiend bij de verkoop. De ratio wordt berekend door de niet in exploitatie genomen gronden op te tellen bij de bouwgrond in exploitatie. Vervolgens wordt dit totaalbedrag gedeeld door de totale baten van de programmabegroting of jaarrekening. 5. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert jaarlijks deze gegevens.

99

Jaarstukken 2025

1.2.3 Financiering In de ‘Financiële verordening’ staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De uitvoering van het treasurybeleid komt in de financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening aan de orde. In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vastgelegd, welke informatie in de financieringsparagraaf in ieder geval moet worden opgenomen. Het gaat daarbij om de beleidsvoornemens die belangrijk zijn voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Voor het risicobeheer voeren we als gemeente Ommen een prudent beleid.

Treasurybeheer / liquiditeitsbeheer De gemeente beperkt haar liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een middellange termijnplanning. Dit gebeurt met behulp van een zogenaamde liquiditeitsbegroting, waarin de belangrijkste (grote) geldstromen zijn opgenomen.

Leningenportefeuille In onderstaand overzicht worden de mutaties van de leningenportefeuille voor het jaar 2025 weergegeven. Mutaties in leningenportefeuille (bedragen x € 1.000) Stand per 1 januari Nieuwe leningen Reguliere aflossing Vervroegde aflossing Stand per 31 december

Begroting 2025

Realisatie 2025

20.416 1.835 18.581

21.296 2.715 18.581

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bedraagt de maximale omvang van de kortgeldpositie in enig jaar. Voor 2025 was de kasgeldlimiet berekend op € 5.718.000 (8,5% van de begrote lasten ad. € 67.275.000). Wanneer de gemiddelde liquiditeitspositie van 3 achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de gemeente de 3 kwartaalrapportages sturen naar de toezichthouder, als het kan zo snel mogelijk voor 3e overschrijding, met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Hiervan is in 2025 geen sprake geweest. Zie hiervoor de berekening in de bijlagen bij de jaarrekening.

Renterisicobeheer Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Voor de beheersing van de renterisico’s gelden twee concrete richtlijnen, namelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16972956/3