1.Jaarstukken GBLT 2024
Tekst van het document
Ond e rha nd e n we rk e ind vorig j a a r
Ontva nge n lop e nd j a a r
Verzoeken 2024
2.074
94.792
96.866
94.758
2.108
Verzoeken 2023
3.221
98.614
101.835
99.761
2.074
Beroepen 2024
239
2.019
2.258
2.080
178
Beroepen 2023
260
2.847
3.107
2.868
239
23
T ota a l te ve rwe rke n
Ve rwe rkt
Ond e rha nd e n we rk
G e me e nte n
Ond e rha nd e n we rk e ind
Ontva nge n lop e nd j a a r
T ota a l te ve rwe rke n
Ve rwe rkt
Ond e rha nd e n we rk
vorig j a a r Verzoeken 2024
275
9.321
9.596
9.370
226
Verzoeken 2023
432
9.590
10.022
9.747
275
Verzoeken diftar 2024
14
4.162
4.176
4.093
83
Verzoeken diftar 2023
18
585
603
589
14
Beroepen 2024
45
324
369
326
43
Beroepen 2023
39
433
472
427
45
Een van de deelnemers heeft vanaf 2024 diftar ingevoerd. Om de aantallen te kunnen vergelijken met 2023 zijn de verzoeken diftar afzonderlijk in de tabel van de gemeenten gepresenteerd. De aantallen in de eerste twee regels van de tabel zijn exclusief diftar. De toename van het aantal verzoeken voor diftar wordt grotendeels door deze invoering veroorzaakt. Ondanks verruiming in beleid is het aantal verzoeken, vooral bij de waterschappen, gedaald. Verder is bij de beroepen een overduidelijke absolute én procentuele daling te zien. Deze daling is het gevolg van kwaliteitsverbetering bij kwijtschelding in 2024. Deze verbetering is bereikt door het opleiden van nieuwe medewerkers en bijeenkomsten met alle interne en externe betrokkenen bij kwijtschelding. In deze bijeenkomsten worden wijzigingen op eenduidige manier doorgenomen en met elkaar besproken, wat leidt tot een goede borging van wijzigingen. In het laatste kwartaal is een start gemaakt met de overgang naar kwijtschelding 3.0. Dit project wordt in 2025 afgerond. In 2024 is daarnaast gewerkt aan de voorbereiding om in 2025 door verbetering van de datakwaliteit direct meer verzoeken kwijtschelding te verlenen en ook, op basis van goede datakwaliteit, direct af te wijzen. Deze voorbereidingen hebben in 2024 al geleid tot een verschuiving van 6% van handmatige kwijtschelding naar automatische kwijtschelding.
Bezwaren en beroepen In onderstaande tabellen geven we inzicht in het aantal ontvangen en verwerkte bezwaren en beroepen. In de tabellen wordt onderscheid gemaakt tussen heffings- en invorderingsbezwaren en -beroepen én WOZbezwaren en -beroepen. Daarnaast wordt de vergelijking gemaakt met 2023 om zo een beeld te geven van de ontwikkeling van het aantal bezwaren en beroepen en de verwerking ervan. Be zwa a rschrifte n 2 0 2 4
ontva nge n
ve rwe rkt
b e zwa re n p e r
toe ge ke nd
a fge we ze n
ond e rha nd e n
%
%
we rk
he ffingsj a a r heffingsbezwaren
15.492
14.677
65
35
815
invorderingsbezwaren
1.209
1.183
6
94
26
WOZ-bezwaren*, waarvan:
7.149
6.925
30
70
224
- WOZ-bezwaren NCNP
4.275
4.116
20
80
159
* aantal objecten
24
Be zwa a rschrifte n 2 0 2 3
ontva nge n
ve rwe rkt
b e zwa re n p e r
toe ge ke nd
a fge we ze n
ond e rha nd e n
%
%
we rk
he ffingsj a a r heffingsbezwaren
14.917
14.417
65
35
500
invorderingsbezwaren
1.245
1.216
9
91
29
WOZ-bezwaren*, waarvan:
12.038
11.628
31
69
410
- WOZ-bezwaren NCNP
6.170
5.923
25
75
247
* aantal objecten
Heffings- en invorderingsbezwaren Bij de heffingsbezwaren zien we in 2024 een stijging ten opzichte van 2023 van 4%. Dit betreft zowel de bezwaren als de ambtshalve verminderingen na bijvoorbeeld controles of telefonisch contact. In de afhandeling zien we gelijke getallen, zowel in 2023 als in 2024 is 35% van de bezwaren ongegrond verklaard. In het eerste kwartaal van 2025 wordt een evaluatie gedaan over de ontvangen bezwaren en met name de gegronde bezwaren. Uit deze evaluatie zal moeten blijken wat de oorzaken zijn van de gegronde bezwaren en waar we verbeteringen kunnen doorvoeren om het aantal bezwaren terug te dringen. Het aantal bezwaren tegen de invorderingskosten is in 2024 nagenoeg gelijk aan het jaar ervoor. Ook dit jaar zien we dat veel van de bezwaren ongegrond worden verklaard. Uit een steekproef blijkt dit om 94% van de bezwaren te gaan. WOZ-bezwaren Bij de WOZ-bezwaren zien we een forse daling van 40% van het aantal ontvangen bezwaarschriften ten opzichte van 2023. Het aantal bezwaarschriften is niet helemaal terug op het niveau van 2022, maar wel flink gedaald. Het aandeel NCNP-bezwaren is toegenomen ten opzichte van 2023, van 50% van het aantal bezwaarschriften naar 60%. De afhandelingspercentages van de bezwaarschriften zijn beide jaren nagenoeg gelijk: 30% van de bezwaren wordt gegrond verklaard, 70% ongegrond.
Als we inzoomen op de NCNP-bezwaren zien we daar waar in 2023 25% werd toegekend, dat in 2024 met 20% lager ligt. De afhandeling van de bezwaren ligt op schema, 97% van de bezwaren is op 31 december afgehandeld. De overige 3% is verdaagd met zes weken en wordt in de eerste zes weken van 2025 afgehandeld.
Proceskostenvergoeding Vanaf 2024 waren nieuwe regels van toepassing voor vergoeding van de proceskosten. Op het tarief van € 310 voor proceskosten in belastingzaken kon een factor 0,25 toegepast worden. Dit heeft geleid tot een bijstelling van de initiële begroting van € 690.000 naar € 373.000. De Hoge Raad heeft echter op 12 juli 2024 beslist dat het lagere tarief van € 310 voor belastingzaken buiten toepassing moet blijven in verband met een mogelijk discriminerend onderscheid. Daardoor is ook voor belastingzaken het tarief van € 624 per proceshandeling van toepassing. Verwacht werd dat het bedrag van de begrotingswijziging door het arrest van de Hoge Raad niet meer toereikend zou zijn, ook omdat het aantal bezwaren in 2024 hoger is dan waar bij de berekening van was uitgegaan. Het lagere toekenningspercentage NCNP-bezwaren zorgt ervoor dat de financiële gevolgen aanzienlijk minder groot zijn dan vooraf werd ingeschat bij de tweede bestuursrapportage van 2024 (€ 815.000). In totaal is in 2024 afgerond € 283.000 aan proceskosten in bezwaarzaken uitgekeerd over heffingsjaar 2024. Nog niet alle WOZ-bezwaren 2024 zijn afgehandeld. Dit geldt ook voor de nog lopende en nog te 25
verwachten beroepszaken. In 2025 zal dus nog een deel aan proceskosten uitgekeerd worden. De verwachting is dat het om circa € 182.000 zal gaan. Per 2025 is een wetswijziging van toepassing voor de vermenigvuldigingsfactor die toegepast wordt bij proceskosten in WOZ-zaken. De factor van 0,25 is per 2025 voor bezwaarschriften aangepast naar factor 0,125. Beroepen Onderstaande tabellen geven een overzicht van de beroepsprocedures. Daarbij is een onderverdeling gemaakt in de ontvangen heffings- en invorderingsberoepen en de ontvangen WOZ-beroepen. he ffe n e n invord e re n
Ond e rha nd e n
Ontva nge n
T ota a l
Ve rwe rkt
Ond e rha nd e n
we rk e ind
lop e nd j a a r
te
(uitsp ra a k/
we rk
vorig j a a r
ve rwe rke n
inge trokke n)
Beroepen
44
59
103
46
57
Hoger beroepen
7
2
9
7
2
Cassatie
0
2
2
0
2
T ota a l
51
63
114
53
61
WOZ (a a nta l ob j e cte n)
Ond e rha nd e n
Ontva nge n
T ota a l
Ve rwe rkt
Ond e rha nd e n
we rk e ind
lop e nd j a a r
te
(uitsp ra a k/
we rk
ve rwe rke n
inge trokke n)
vorig j a a r Beroepen
157
312
469
281
188
Hoger beroepen
13
7
20
15
5
Cassatie
1
0
1
1
0
T ota a l
171
319
490
297
193
Ten opzichte van het ‘Onderhanden werk eind vorig jaar’ is het aantal openstaande beroepen voor heffen en invorderen iets toegenomen. De voornaamste oorzaak is de beperkte capaciteit bij de rechtbank voor het inplannen van zittingen waardoor een uitspraak langer op zich laat wachten. Het aantal ontvangen WOZ-beroepen is voornamelijk begin 2024 voor het belastingjaar 2023 fors toegenomen. Dit is min of meer een logisch gevolg van de forse toename van het aantal WOZ-bezwaren vorig jaar. Dit jaar zijn voor 2023 in totaal 161 WOZ-beroepen ingediend bij de rechtbank en 78 beroepen tegen 2024. Voor 2024 gaat dit aantal in ieder geval nog stijgen, omdat voor een aantal uitspraken op bezwaarschriften de termijn voor het indienen van een beroep bij de rechtbank nog niet is verstreken. Gezien de beperkte capaciteit bij de rechtbank voor het inplannen van zittingen duurt de definitieve afhandeling van een procedure langer dan normaal. Hieronder zijn vier procedures van het afgelopen jaar nader toegelicht.
Hoger beroepsprocedure watersysteemheffing rijkswateren Een landelijke natuurorganisatie heeft bezwaar gemaakt tegen aanslagen watersysteemheffing voor ongebouwde onroerende zaken gelegen in rijkswateren. De natuurorganisatie wijst op het Waddenzeearrest en stelt dat de heffingsbevoegdheid niet geldt voor rijkswateren. In samenspraak met de 26
betrokken waterschappen en de natuurorganisatie is besloten een rechter te laten oordelen over enkele representatieve percelen. Die uitspraak is vervolgens richtinggevend voor de bezwaren waarop nog beslist moet worden. De rechtbank heeft uitspraak gedaan en geoordeeld dat percelen gelegen in rijkswateren niet aangeslagen mogen worden. In overleg met de betrokken waterschappen heeft GBLT hoger beroep ingesteld. Het Gerechtshof heeft op 26 november 2024 uitspraak gedaan en geoordeeld dat het hoger beroep van GBLT ongegrond is. In overleg met de betrokken waterschappen is besloten om geen beroep in cassatie in te stellen. Dit betekent dat de bezwaren voor de belastingjaren 2020 tot en met 2023 worden toegekend.
Beroepsprocedure drijvende zonneparken Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 4 juni 2024 uitspraak gedaan over het hoger beroep dat GBLT heeft ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank dat drijvende zonnepanelen op water roerende zaken zijn. Het Gerechtshof oordeelt dat het hoger beroep ongegrond is. Het drijvende zonnepark wordt gekwalificeerd als een schip en daarmee een roerende zaak. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat de opgelegde belastingaanslag moet worden vernietigd. In overleg met de gemeente is besloten om geen beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad.
Beroep in cassatie forfait voor woonruimten (zuiveringsheffing) De zuiveringsheffing voor een woonruimte bedraagt drie vervuilingseenheden, tenzij de woonruimte door één persoon wordt gebruikt, dan bedraagt het aantal vervuilingseenheden één. Dit forfait volgt uit de Waterschapswet. In een beroeps- en hoger beroepsprocedure stelde een belanghebbende zich op het standpunt dat de heffing naar drie vervuilingseenheden bij een tweepersoonshuishouden in strijd is met het discriminatieverbod. De rechtbank en het gerechtshof gaven belanghebbende hierin geen gelijk. Deze belanghebbende heeft inmiddels beroep in cassatie ingesteld. De Procureur-Generaal heeft een conclusie opgesteld en geeft hierin aan dat er inderdaad sprake is van een discriminatieverbod maar adviseert om dit door de wetgever aan te laten passen. Op een later moment doet de Hoge Raad uitspraak.
Beroep tegen beschikking hoedanigheidscorrectie Twee belanghebbenden hebben beroep ingesteld tegen de zogeheten beschikking T-correctie (ook wel hoedanigheidscorrectie). In deze beschikking staan voorschriften hoe belanghebbende de uitkomst van de methode tot bepaling van het chemisch zuurstofverbruik mag corrigeren als dit in belangrijke mate is beïnvloed door biologisch niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen. De hoedanigheidscorrectie leidt voor heffingsplichtigen tot een lagere heffing. De voorschriften in de beschikking T-correctie zijn daarom mede bepalend voor de hoogte van de belastingaanslag. Door GBLT is het verweerschrift in juni 2024 ingediend. Op 21 januari 2025 heeft de rechtbank een zitting hiervoor ingepland. Klachten Klachten
Ontvangen
Informeel
Formeel
Formeel afgehand eld - gegrond
afgehand eld afgehand eld ongegrond
b ejege-
b ereik-
communi-
ning
b aarheid
catie
In
overig
b ehand eling
2024
161
138
12
0
2
2
3
4
2023
228
182
24
1
0
4
10
7
De dalende trend in het aantal ontvangen klachten van afgelopen jaren heeft zich voortgezet in 2024. Het aantal ontvangen klachten in 2024 is met 29% gedaald ten opzichte van 2023. Van de 161 ontvangen 27
klachten zijn we bij het merendeel (86%) op informele wijze tot een oplossing gekomen. In totaal hebben we 19 klachten formeel afgehandeld. Daarvan zijn 12 klachten ongegrond verklaard en 7 klachten gegrond. Alle klachten zijn binnen de wettelijke termijn afgehandeld. Op 31 december zijn nog 4 klachten uit 2024 in behandeling. De belangrijkste reden voor klagen is de afhandeling van het kwijtscheldingsverzoek. Nadat een administratief beroep is ingediend staat alleen de mogelijkheid van een klacht open. Vaak gaat het om de wijze van berekening en komen we op informele wijze tot een oplossing. De Nationale Ombudsman heeft in 2024 30 klachten over GBLT ontvangen. Dat aantal ligt 29% lager dan in 2023, toen waren het er 42. In 2024 heeft de Nationale Ombudsman 13 klachten over GBLT inhoudelijk behandeld, waarvan 8 klachten tussentijds zijn beëindigd of opgelost. En 5 klachten zijn afgehandeld met een onderzoek en een brief naar de klager. Overige ontwikkelingen Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) De afgelopen periode hebben wij verder gewerkt aan de inrichting ten behoeve van de Wmebv om klaar te zijn voor de gestelde invoeringsdatum van 1 januari 2025. Het ministerie van BZK heeft echter de definitieve ingangsdatum voor de Wmebv aangepast naar 1 januari 2026.
Dit besluit is onder andere een gevolg van een onderzoek dat de VNG uitvoerde naar de haalbaarheid en uitdagingen van de Wmebv. Dit onderzoek werd eerder dit jaar uitgevoerd onder gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en gemeentelijke uitvoeringsorganisaties. Uit dit onderzoek bleek dat gemeenten het belang van digitale dienstverlening onderschrijven. De verwachting was echter dat slechts een beperkt aantal gemeenten op 1 januari 2025 volledig zou kunnen voldoen aan de vereisten van de wet. Doordat de ingangsdatum is aangepast naar 1 januari 2026 verwachten wij ruim vóór deze datum gereed te zijn. We voldoen al aan de zorgplicht die vanuit de Wmebv wordt opgelegd en is ingegaan per 1 januari 2024. Rechtmatigheidsverantwoording Vanuit wettelijke verplichtingen zijn wij ook bezig met de voorbereidingen op de rechtmatigheidsverantwoording. Vanaf 2025 zal het dagelijks bestuur verantwoordelijk worden voor het oordeel over rechtmatigheid, in plaats van de accountant. In voorbereiding hierop hebben wij in overleg met onze accountant Eshuis en met externe ondersteuning gewerkt aan een plan voor verdere ontwikkeling van de rechtmatigheidsverantwoording. Voor de jaarrekeningcontrole van 2024 is de accountant nog verantwoordelijk voor het rechtmatigheidsoordeel. In 2024 hebben we het kwaliteitsmanagementsysteem Key2Control aangeschaft.
Dit gaat ons de komende jaren helpen bij de rechtmatigheidsverantwoording. Wet versterking waarborgfunctie Awb De Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft ter consultatie voorgelegen. Dit wetsvoorstel past de Awb aan en heeft tot doel de overheid te stimuleren besluiten voor burgers begrijpelijker te maken, zich bij de uitvoering van taken meer te verplaatsen in de burger en zich minder formeel op te stellen. Door zowel de UvW als de VNG is een zogeheten uitvoeringstoets uitgevoerd. GBLT was vertegenwoordigd in de begeleidingscommissie van de uitvoeringstoets die de UvW heeft uitgevoerd.
28
De informatie die is opgehaald gaat nu het wetgevingstraject in. Het ministerie kan op basis van deze informatie nog aanpassingen doen in het wetsvoorstel voordat het naar de Tweede Kamer wordt gestuurd ter besluitvorming. Digitale toegankelijkheid Met het Besluit digitale toegankelijkheid overheid zijn overheidsorganisaties verplicht hun websites en apps toegankelijk te maken én te houden. Drie jaar geleden is op het digitale loket van GBLT een toegankelijkheidsonderzoek uitgevoerd en voldeed het loket volledig aan de normen (score A). In 2024 heeft de leverancier van Mijn Loket opnieuw een audit laten uitvoeren rondom digitoegankelijkheid. Een onderzoek om vast te stellen welke aanpassingen nodig zijn om weer de hoogste score te behalen. Dit rapport is vervolgens verwerkt in een nieuwe toegankelijkheidsverklaring en heeft geleid tot een score B. Momenteel vindt de voorbereiding voor de implementatie van een nieuwe Mijnloket-omgeving plaats. Een nieuwe omgeving waarin ook invulling wordt gegeven aan de benodigde wijzigingen voor de A-score. Na de implementatie van deze nieuwe omgeving volgt dan ook opnieuw een audit en een onderzoeksrapport. Daarna wordt de verklaring en bijbehorende score opnieuw geactualiseerd.
Om structureel invulling te geven aan de eisen vanuit digitale toegankelijkheid is gestart met de voorbereidingen om de eisen binnen het contractmanagement met leveranciers mee te nemen. Nieuw E-HRM-systeem Het huidige contract voor het HRM-systeem Motion verloopt per 1 januari 2025. In dit kader heeft GBLT, net als de waterschappen, een nieuw E-HRM-systeem aangeschaft, namelijk YouForce van Visma Raet in combinatie met een uitbesteding van het functionele beheer en de daadwerkelijke salarisverwerking door Confina BV. Wij volgen de arbeidsvoorwaardenregelingen van de waterschappen, waardoor de eisen van de waterschappen ten aanzien van het nieuwe E-HRM-systeem in grote lijnen overeen komen. In juli zijn wij begonnen met de implementatie van het nieuwe systeem. In het laatste kwartaal van 2024 heeft een intensief testtraject plaatsgevonden. Het nieuwe YouForce-systeem is vanaf 1 januari 2025 in gebruik. Aansluiting gemeente Veenendaal, Woudenberg en Renswoude In de vergadering van het algemeen bestuur is ingestemd met het voorstel voor aanpassing van de gemeenschappelijke regeling (GR) in verband met de beoogde toetreding van Veenendaal, Woudenberg en Renswoude per 1 januari 2025. Na de zienswijzeprocedure bij de deelnemers in GBLT heeft het algemeen bestuur besloten in te stemmen met de gewijzigde GR en deze vastgesteld.
De nieuwe GR inclusief de drie nieuwe gemeenten is per 1 januari 2025 gepubliceerd. Parallel aan het bestuurlijke besluitvormingstraject hebben de voorbereidende werkzaamheden voor het invlechten van de drie gemeenten in de processen van GBLT in een project plaatsgevonden samen met de drie gemeenten. Vanuit GBLT hebben daarnaast gegevensbeheerders en taxateurs woningen en nietwoningen meegeholpen in de herwaardering WOZ van de drie gemeenten. Dit met als doel kennis op te doen en kennis te maken met de bestanden en de werkwijze. In december heeft de definitieve dataconversie plaatsgevonden en zijn de inwoners van de toetredende gemeenten geïnformeerd middels een brief. Begin 2025 vinden de laatste afrondende werkzaamheden plaats ter voorbereiding op de eerste kohieren voor de drie gemeenten in februari 2025.
29
Nieuwe werkplek In juni 2024 hebben we de ‘moderne werkplek’ in gebruik genomen. GBLT is overgegaan naar Office365 en Onedrive en aan iedereen is een nieuwe laptop en telefoon verstrekt die hierop ingericht zijn. Ook ons wifi-netwerk is vernieuwd. Met de ingebruikname van de nieuwe werkplek zijn we op het vlak van toegangsbeveiliging helemaal up-to-date met onder andere biometrische beveiliging.
30
2.
Exploitatie
GBLT gaf in 2024 € 27,0 miljoen uit aan exploitatielasten voor de heffing en inning van belastinggelden en de ondersteuning van dat proces. De kosten worden voor een belangrijk deel (€ 20,5 miljoen) gedragen door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling. De inkomsten van GBLT bestaan voor ongeveer € 6,5 miljoen uit in rekening gebrachte (wettelijke) invorderkosten. Deze kosten komen voort uit het niet op tijd betalen van belastingaanslagen. We hebben de plicht om overtollige middelen bij de schatkist te stallen. Over deze middelen hebben we € 0,5 miljoen aan rente ontvangen. Daarnaast hebben we 1,0 miljoen onttrokken aan voorzieningen en de overige € 0,8 miljoen zijn baten van derden. De jaarrekening sluit af met een positief resultaat van ongeveer € 2,3 miljoen. Dit resultaat verrekenen we met de deelnemersbijdrage van 2024. De herberekening van de bijdragen is in de volgende tabel weergegeven. De e lne me r
Va stge ste ld e
Bij d ra ge
Na va stste lling
b ij d ra ge n
op b a sis va n
j a a rre ke ning 2 0 2 4
2024
J a a rre ke ning
ove rge ma a kt /
Drents Overijsselse Delta
2.651.251
2024 2.237.024
ve rre ke nd 414.227
Rijn en IJssel
2.750.781
2.321.004
429.777
Vallei en Veluwe Vechtstromen
4.460.263 3.307.844
3.763.399 2.791.032
696.864 516.812
Zuiderzeeland
1.799.873
1.518.664
281.209
Bunschoten
339.875
343.571
-3.696
Dalfsen Dronten
490.275 704.627
495.326 712.289
-5.051 -7.662
Leusden
521.944
527.291
-5.347
Nijkerk
739.060
746.727
-7.667
Ommen Zwolle
361.362 2.382.858
365.119 2.407.122
-3.757 -24.264
T ota a l
2 0 .5 1 0 .0 1 3
1 8 .2 2 8 .5 6 8
2 .2 8 1 .4 4 5
Voor de gemeenten geldt dat zij de btw op de dienstverlening kunnen compenseren. De toelichting hierop treft u aan in deel II Jaarrekening.
31
3.
Paragrafen
3.1 Ontwikkelingen in het vorige begrotingsjaar GBLT heeft de ambities beschreven in de Begroting 2024 grotendeels gerealiseerd. Dit is terug te lezen in de Programmaverantwoording. Voor het heffingsjaar 2024 zijn de waterschaps- en gemeentelijke belastingen bijna volledig opgelegd. Hiermee ligt de procentuele realisatie in lijn met dezelfde periode vorig jaar. De waardering van de onroerende zaken voor de zeven aangesloten gemeenten verliep volgens de afgesproken tijdslijn. De Waarderingskamer heeft GBLT nogmaals de kwalificatie ‘Goed’ gegeven. Dat betekent dat de uitvoeringsprocessen bij GBLT waarborgen dat we WOZ-beschikkingen nemen die voldoen aan de geldende kwaliteitseisen. In het kader van de toetreding van de drie gemeenten Veenendaal, Woudenberg en Renswoude heeft een bestuurlijk besluitvormingsproces plaatsgevonden inclusief aanpassing van de gemeenschappelijke regeling (GR) en zienswijze procedure. De nieuwe GR van GBLT, inclusief de toetreding van de drie gemeenten, is ingegaan op 1 januari 2025. In overleg met het bestuur is begin 2024 een begrotingswijziging vastgesteld. De begrotingswijziging is ingediend vanwege de nieuwe cao, structurele kostenbesparingen en toename in de kosten, aanpassing van de wet op de proceskostenvergoeding en hogere invorderbaten.
In de toelichting op de verschillen in de jaarrekening gaan we in op afwijkingen met de bedragen uit deze begrotingswijziging. Na het vaststellen van de begrotingswijziging 2024 hebben zich wijzigingen voorgedaan waardoor de lasten en baten autonoom zijn gestegen. In de initiële begroting was een bedrag van € 690.000 opgenomen voor de proceskostenvergoeding. Dit is in de begrotingswijziging 2024 op basis van gewijzigde wetgeving bijgesteld naar € 373.000. Op basis van het arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2024 en een hoger aantal NCNP-bezwaarschriften dan verwacht bij de begrotingswijziging 2024, zijn de verwachte proceskosten in de tweede bestuursrapportage bijgesteld naar € 815.000. Het lagere toekenningspercentage NCNP-bezwaren zorgt ervoor dat de financiële gevolgen aanzienlijk minder groot zijn. De stijging van de baten wordt onder meer veroorzaakt door de stijging van de rente op schatkistbankieren en hogere invorderopbrengsten door een andere wijze van verantwoorden in combinatie met een tariefstijging vanuit de Kostenwet invordering rijksbelastingen. Eventuele structurele opbrengsten worden meegenomen in toekomstige begrotingen en meerjarenramingen.
3.2 Uitgangspunten en normen Het jaarverslag en de jaarrekening zijn opgesteld aan de hand van de (gewijzigde) Begroting 2024. Deze begroting bevat uitgangspunten en normen over de te hanteren loon- en prijsstijgingen. Deze uitgangspunten zijn toereikend gebleken.
32
3.3 Incidentele baten en lasten In deze paragraaf wordt uiteengezet hoe de bepaling van de incidentele (en structurele) aard van de baten en lasten tot stand komt. Op hoofdlijnen wordt toegelicht waar deze in 2024 uit bestaan. In deze jaarrekening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
incidentele baten en lasten doen zich niet langer dan 4 begrotingsjaren voor;
•
alle overige baten en lasten worden als structureel aangemerkt.
Op grond van deze uitgangspunten zijn incidentele baten opgenomen voor ontvangen rentevergoeding op de middelen die wij aanhouden bij de schatkist, een ontvangst bij inruil van de oude telefoons en laptops en de kosten en vergoedingen voor de aansluiting van de gemeenten Veenendaal, Woudenberg en Renswoude. Naar verwachting zal de rentevergoeding die wij ontvangen voor de middelen die wij aanhouden bij de schatkist de komende jaren aan de orde blijven. Deze worden vanaf 2025 als structurele baat aangemerkt.
3.4 Kostentoerekening Voor informatie over de kostentoerekening verwijzen wij naar deel II Jaarrekening, Exploitatierekening naar kostendragers.
3.5 Onttrekkingen overige bestemmingsreserves en voorzieningen GBLT kent geen bestemmingsreserves, maar wel voorzieningen. Voorzieningen zijn bedragen die worden gevormd om: •
verplichtingen, verliezen en risico's op te kunnen vangen waarvan de omvang per balansdatum onzeker is, maar wel redelijkerwijs zijn in te schatten;
•
bepaalde jaaroverstijgende uitgaven gelijkmatig te kunnen verdelen over verschillende begrotingsjaren.
Bij de jaarrekening 2020 is door GBLT een voorziening Arbeidsgerelateerde verplichting voor toekomstige ambtsjubilea getroffen. Deze voorziening is bedoeld om aan alle uitkeringsverplichtingen voor jubilea te kunnen voldoen. Deze verplichtingen vloeien voort uit opgebouwde rechten uit hoofde van de geldende arbeidsvoorwaarden van werknemers van GBLT. De voorziening geldt voor de huidige werknemers en bestuurders en bij de berekening is rekening gehouden met de 'blijfkans'. In 2024 is voor € 51.000 aan deze voorziening onttrokken en voor € 39.000 gedoteerd. Bij de jaarrekening 2021 hebben we een voorziening Uitkeringen aan voormalig personeel getroffen. Deze is bedoeld om uitkeringen aan voormalig personeel te dekken. In 2024 is deze gebruikt voor dit doel en is er € 7.000 onttrokken. Het restant van € 17.000 is vrijgevallen ten gunste van het resultaat. Als laatste kennen we een voorziening voor proceskosten, waarvan de procedure is gestart in 2024, maar de financiële vertaling daarvan pas in 2025 plaatsvindt. In 2024 is voor € 216.000 aan deze voorziening onttrokken en voor € 182.000 gedoteerd.
33
De tabellen met betrekking tot de voorzieningen zijn opgenomen in deel II Jaarrekening, 4.1 Balans onder Toelichting op de passiva.
3.6 Waterschaps- en gemeentebelastingen De deelnemers beschrijven in hun begrotingen de soorten waterschaps- en gemeentebelastingen en het kwijtscheldingsbeleid. Daarbij gaan zij in op de kostendekkendheid van de tarieven. De belastingopbrengsten verantwoorden wij in aparte voortgangsrapportages en jaarrapportages aan de deelnemers. Hieronder volgt een overzicht van de belastingopbrengsten over 2024, onderverdeeld in totalen voor de waterschappen en voor de gemeenten. Waterschappen In onderstaande tabel is voor de waterschappen de realisatie tot en met 31 december 2024 van de opgelegde belastingaanslagen voor belastingjaar 2024 weergegeven. Ook geven we in de tabel een prognose van de nog op te leggen belastingaanslagen voor het belastingjaar 2024 af. De verschillen tussen de kerncijfers voor de begroting en de prognose einde belastingjaar verklaren we in de jaarrapportages van de individuele deelnemers van GBLT. Bed ra gen in € x 1 .0 0 0
Ke rncij fe rs
R e a lisa tie
b e groting 2024
tot e n me t 3 1 -1 2 -2 0 2 4
Nog op te
P rognose
le gge n / te e ind e ve rmind e re n b e la stingj a a r
Afwij king va n d e b e groting
Zuive ringshe ffing woonruimten
261.224
261.212
309
261.521
297
bedrijfsruimten
105.446
103.610
1.680
105.290
-156
3 6 6 .6 7 0
3 6 4 .8 2 2
1 .9 8 9
3 6 6 .8 1 1
141
T ota a l zuive ringshe ffing Wa te rsyste e mhe ffing verontreinigingsheffing woonruimten
776
778
1
779
3
verontreinigingsheffing bedrijfsruimten
2.026
1.505
699
2.204
178
ingezetenen
134.395
134.563
63
134.626
231
gebouwd
209.064
211.203
494
211.697
2.633
ongebouwd
47.591
47.653
95
47.748
157
ongebouwd natuurterreinen
2.297
2.308
-50
2.258
-39
T ota a l wa te rsyste e mhe ffing
3 9 6 .1 4 9
3 9 8 .0 1 0
1 .3 0 2
3 9 9 .3 1 2
3 .1 6 3
T ota le b e la stingop b re ngst
7 6 2 .8 1 9
7 6 2 .8 3 2
3 .2 9 1
7 6 6 .1 2 3
3 .3 0 4
Voor belastingjaar 2024 is voor de waterschappen 100,0% opgelegd ten opzichte van de totale (gewijzigde) begroting. De prognose einde belastingjaar komt circa € 3,3 miljoen hoger uit dan verwacht op basis van de kerncijfers voor de begroting van 2024. De meeropbrengst is hoofdzakelijk het gevolg van hogere WOZ-waarden die een positief resultaat genereren bij de watersysteemheffing gebouwd. De totale prognose van de opbrengst bij de zuiveringsheffing is in lijn met de begroting. Hierbij dient opgemerkt te worden dat bij een beperkt aantal industriële lozers van afvalwater fluctuaties zijn in de geloosde hoeveelheden vervuilingseenheden die in de jaarrapportages van de deelnemers bij de heffingstechnologische bedrijven nader worden toegelicht.
34
In de jaarrapportages van 2023 was voor de oudere heffingsjaren (2021 tot en met 2023) een inschatting gemaakt van nog op te leggen aanslagen van in totaal € 7,4 miljoen. Eind 2024 is een opbrengst van € 7,3 miljoen gerealiseerd. In de individuele jaarrapportages voor de deelnemers worden de verschillen nader toegelicht. De producties van de aanslagoplegging in 2024 voor de verschillende belastingsoorten zijn volgens planning opgelegd zonder verstoringen. Gemeenten In onderstaande tabel is voor de gemeenten de realisatie tot en met 31 december 2024 van de opgelegde belastingaanslagen voor belastingjaar 2024 weergegeven. Ook geven we in de tabel een prognose van de nog op te leggen belastingaanslagen voor het belastingjaar 2024 af. De verschillen tussen de kerncijfers voor de begroting en de prognose einde belastingjaar verklaren we in de jaarrapportages van de individuele deelnemers van GBLT. Be d ra ge n in € x 1 .0 0 0
Ke rncij fe rs b e groting 2024
R e a lisa tie
Nog op te
P rognose
tot e n me t le gge n / te e ind e 3 1 -1 2 -2 0 2 4 ve rmind e re n b e la stingj a a r
Afwij king va n d e b e groting
Onroe re nd e za a kb e la sting eigenaar woningen
52.500
52.712
25
52.737
237
eigenaar niet-woningen
32.910
34.403
373
34.776
1.866
gebruiker niet-woningen
22.957
24.112
-35
24.077
1.120
1 0 8 .3 6 7
1 1 1 .2 2 7
363
1 1 1 .5 9 0
3 .2 2 3
rioolheffing
22.109
22.200
14
22.214
105
afvalstoffenheffing/reinigingsheffing
33.631
33.583
25
33.608
-23
diftar
5.099
0
5.119
5.119
20
toeristenbelasting
3.825
3.258
797
4.055
230
forensenbelasting
1.312
1.392
-47
1.345
33
T ota a l onroe re nd e za a kb e la sting Ove rige b e la stinge n
1.171
1.153
28
1.181
10
T ota a l ove rige b e la stinge n
6 7 .1 4 7
6 1 .5 8 6
5 .9 3 6
6 7 .5 2 2
375
T ota le b e la stingop b re ngst
1 7 5 .5 1 4
1 7 2 .8 1 3
6 .2 9 9
1 7 9 .1 1 2
3 .5 9 8
overige heffingen
Voor de gemeentelijke heffingen 2024 is op 31 december 2024 ten opzichte van de totale begroting 98,5% opgelegd. De prognose einde belastingjaar komt circa € 3,6 miljoen hoger uit dan verwacht op basis van de kerncijfers voor de begroting van 2024. De meeropbrengst is voor een belangrijk deel het gevolg van hogere WOZ-waarden, een aantal grote nieuwe objecten en minder verminderingen naar aanleiding van bezwaar dan waarmee ten opzichte van de begroting rekening mee gehouden is. Het totaalbedrag aan nog op te leggen aanslagen voor belastingjaar 2024 bedraagt € 6,3 miljoen en bestaat voor het grootste deel uit aanslagen diftar. De belastingaanslagen diftar 2024 worden in februari/maart 2025 opgelegd op basis van het daadwerkelijk aantal ledigingen dat wordt ontvangen van de verschillende huisvuilinzamelaars. Het merendeel van de definitieve aanslagen toeristenbelasting 2024 wordt in maart/april 2025 opgelegd op basis van de ontvangen aangiften.
35
Voor de voorgaande heffingsjaren was bij de jaarrapportages 2023 een schatting opgenomen van € 5,6 miljoen aan nog op te leggen aanslagen. Op 31 december 2024 is € 6,5 miljoen gerealiseerd. In de individuele jaarrapportages voor de deelnemers worden de verschillen nader toegelicht. De producties van de aanslagoplegging in 2024 voor de verschillende belastingsoorten zijn volgens planning opgelegd zonder verstoringen. Verantwoording invorderkosten In de exploitatierekening verantwoorden wij de gerealiseerde opbrengst aan in rekening gebrachte invorderkosten. Deze opbrengst ontstaat doordat we aan belastingschuldigen, wanneer belastingaanslagen niet tijdig zijn voldaan, kosten in rekening brengen voor het verzenden van aanmaningen, dwangbevelen, hernieuwde bevelen en andere invorderingsmaatregelen. De in rekening te brengen kosten zijn wettelijk vastgelegd in de Kostenwet invordering rijksbelastingen, die geldt voor de invordering van waterschaps- en gemeentebelastingen. Het invorderbeleid is erop gericht de opgelegde aanslagen zo snel mogelijk te innen door tijdig betalen te stimuleren en dat zo gemakkelijk mogelijk te maken door effectief, efficiënt en menselijk onze taak uit te voeren.
3.7 Weerstandvermogen en risicobeheersing Bij het uitvoeren van onze taken staan we bloot aan diverse financiële risico's. Een risico definiëren we als de mogelijkheid van een onverwachte en onzekere gebeurtenis die financiële consequenties kan hebben waarvan de omvang nog niet definitief is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn fraude, claims van derden, juridische geschillen en onzekerheden in investeringen. We blijven waakzaam en voeren doelgerichte (verbijzonderde) interne controles en audits uit om deze risico’s vroegtijdig te signaleren en te beheersen. Onze aanpak richt zich niet alleen op het vaststellen van risico’s, maar ook op het versterken van procesbeheersing in werkprocessen zoals waarderen, heffen, innen en klantenservice. Dit stelt ons in staat om operationele risico’s te verbinden met organisatorische doelen, wat zorgt voor een geïntegreerde benadering van risicobeheersing. Weerstandsvermogen Omdat we niet beschikken over eigen vermogen en reserves, is het berekenen van een weerstandsvermogen niet mogelijk. Wel hebben we in de exploitatie een begrotingspost "onvoorzien" opgenomen als buffer tegen financiële tegenvallers. Indien deze post niet volstaat om tegenvallers op te vangen, worden de financiële gevolgen via de deelnemersbijdragen verrekend. Dit systeem biedt een pragmatische oplossing en borgt de financiële continuïteit van onze organisatie.
Risicomanagement Om risico’s beter te kunnen beheersen, hebben we extra aandacht besteed aan het kwantificeren van risico’s. Dit betekent onder andere: •
een verbeterde rapportagestructuur;
•
Een verfijnde risicokwalificatieschaal (1-5 voor kans en impact), zie de afbeelding hierna.
Deze aanpak versterkt de besluitvorming en zorgt voor een transparante en consistente beoordeling van risico’s binnen de organisatie. De risicokwalificatie biedt hierbij inzicht in de prioritering en impact van aanbevelingen.
36
Om het risicomanagementproces efficiënt en effectief te houden, werken we met een dynamische risicomatrix. Hierin worden de 95 geïdentificeerde risico’s gecategoriseerd op basis van hun impact en kans. Voor elk risico zijn beheersmaatregelen opgesteld die periodiek worden geëvalueerd. Hierdoor blijven deze maatregelen actueel en afgestemd op veranderende omstandigheden. Naast technische en procesmatige beheersmaatregelen ligt een sterke nadruk op cultuur en bewustwording. Het stimuleren van risicobewust gedrag en transparante communicatie binnen de organisatie draagt bij aan een robuust systeem waarin risico’s tijdig worden gesignaleerd en aangepakt. Om te beoordelen of onze aanpak effectief is, gebruiken we het ‘Three Lines of Defence’-model. Dit model helpt ons risico's beheersbaar te houden door drie verdedigingslinies in te zetten. Op basis van de controles die in 2024 zijn uitgevoerd, kunnen we concluderen dat deze aanpak goed werkt. De risico's die we in onze processen hebben vastgesteld, worden goed beheerst en waar nodig teruggebracht tot een aanvaardbaar niveau. De resultaten van deze controles en de opvolging van eventuele aanbevelingen worden vastgelegd in de risicomanagementrapportages, die in 2024 drie keer zijn opgesteld. Zo werken we voortdurend aan het verbeteren van onze processen.
Tevens blijven we voortdurend werken aan de verbetering van de kwaliteit van onze data. Het afgelopen jaar heeft een evaluatie plaatsgevonden van de totaalstand Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP), die over het algemeen een goede kwaliteit aantoonde. Eventuele gevonden verschillen zijn geanalyseerd en gecorrigeerd. Zowel de volledigheidscontrole van het afnemersproces van de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ) als het gebruik van een specifieke tool om de kwaliteit en volledigheid van mutatiebestanden voor tariefdifferentiatiekaarten (TDK) te beoordelen, zijn succesvol afgerond. We blijven ons richten op het bewaken van consistentie en kwaliteit binnen onze processen, zoals de vergelijking tussen de totaalstand tariefdifferentiatiekaarten en onze belastingapplicatie. Een cruciaal aspect bij al deze werkzaamheden blijft het waarborgen van de beveiliging van gegevens en de privacy van burgers en bedrijven. We zien dat onze medewerkers hard werken om de geplande werkzaamheden zo goed mogelijk uit te voeren, ondanks de vele taken die op ons afkomen. Het bedrijfsinformatieplan (BIP) 2023-2025 helpt ons daarbij door richtlijnen te geven voor onze strategie, benodigde systemen en acties. Hierdoor kunnen we onze prioriteiten goed stellen en knelpunten effectief aanpakken.
Rechtmatigheidsverantwoording De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording brengt een belangrijke verandering met zich mee: vanaf 2025 ligt de verantwoordelijkheid voor het afgeven van een rechtmatigheidsoordeel over de jaarrekening bij het dagelijks bestuur van onze organisatie in plaats van bij de accountant. Deze wetswijziging vraagt om aanpassingen in onze interne processen en de samenwerking met de accountant. In 2023 zijn we gestart met de voorbereidingen op deze verandering en 2024 hebben we benut als proefjaar. Dit proefjaar is succesvol verlopen dankzij de vele stappen die zijn ondernomen. Bij de 37
voorbereiding op de rechtmatigheidsverantwoording hebben we gebruikgemaakt van externe ondersteuning en advies. Daarnaast hebben we Key2Control verder geïmplementeerd en uitgerold binnen de organisatie. Deze applicatie speelt een belangrijke rol in het systematisch beheersen en monitoren van risico's en processen. Het proefjaar heeft niet alleen waardevolle inzichten opgeleverd, maar ook aangetoond dat onze aanpak effectief is. De organisatie heeft haar processen, werkwijzen en verantwoordelijkheden verder aangescherpt, wat een stevige basis legt voor de definitieve overgang in 2025. Dit groeimodel biedt ons niet alleen de mogelijkheid om onze bedrijfsvoering verder te ontwikkelen, maar versterkt ook de samenwerking tussen het dagelijks en algemeen bestuur en de accountant. Door middel van risicomanagement, interne controles en de inzet van de auditpool blijven we werken aan een transparante en rechtmatige werkwijze. De resultaten van uitgevoerde controles en aanbevelingen worden gemonitord en gerapporteerd om de rechtmatigheidsverantwoording verder te versterken.
3.8 Financiering Bedrijfsfinanciering GBLT trekt alleen geld aan voor activiteiten die door het bestuur zijn goedgekeurd. Bij het eventueel aantrekken van vreemd vermogen toetsen we aan de financieringsvoorschriften zoals die zijn vastgesteld in de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido). Daarvoor staan twee instrumenten ter beschikking: •
de kasgeldlimiet om het renterisico te beperken bij financiering met kort geld (< 1 jaar);
•
de renterisiconorm om het renterisico te beperken bij financiering met lang geld (> 1 jaar).
Kasgeldlimiet De wettelijke kasgeldlimiet bepaalt hoeveel maximaal met 'kort geld' gefinancierd mag worden. De norm daarvoor is uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal aan het begin van het begrotingsjaar (8,2% voor gemeenschappelijke regelingen). De kasgeldlimiet voor GBLT bedroeg in 2024 € 2,2 miljoen (8,2% van 26,4 miljoen). In 2024 werd geen kort geld aangetrokken. Renterisiconorm De renterisiconorm zorgt ervoor dat een zodanige opbouw van de leningenportefeuille tot stand komt dat het renterisico voor renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate is beperkt. Voor een GR is de renterisiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal van 2024. De norm voor GBLT bedraagt daardoor € 5,3 miljoen. Omdat GBLT geen langlopende leningen heeft, is het renterisico nihil. Herfinanciering GBLT heeft de mogelijkheid tot een kredietfaciliteit bij de huisbankier meegenomen in de aanbesteding voor het betalingsverkeer. Deze kredietfaciliteit is echter niet nodig gebleken en is derhalve niet direct beschikbaar voor GBLT. Liquiditeitspositie We hebben de plicht tussentijdse overschotten bij de schatkist te stallen. Het saldo dat moest worden gestort in de schatkist schommelde rond de € 14,0 miljoen met een enkele uitschieter tot € 74,0 miljoen.
Dit zijn gelden die benodigd zijn voor de exploitatie van GBLT en ontvangen belastinggelden (verwerkingstijd twee tot drie dagen). De door de deelnemers te betalen bijdragen, ten behoeve van de 38
exploitatiekosten van GBLT, verrekenen wij maandelijks met de voor de deelnemers ontvangen en doorbetaalde belastinggelden. Risicobeheer Er vindt geen uitzetting van gelden plaats en GBLT maakt geen gebruik van financiële instrumenten zoals derivaten en opties. Het risicobeleid is erop gericht toekomstige risico's inzichtelijk te maken, te beheersen, te verminderen of te spreiden.
3.9 Verbonden partijen GBLT participeert in één verbonden partij. Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin GBLT een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Vereniging werken voor waterschappen De Vereniging werken voor waterschappen is opgericht eind 2018 en heeft tot doel om te werken aan moderne werknemersvoorwaarden (cao) voor waterschappen en gelieerde organisaties en neemt daarmee de werkgeverstaken over van de Unie van Waterschappen. Vanaf 2019 is GBLT aangesloten bij de werkgeversvereniging. GBLT heeft stemrecht en betaalt een bijdrage als vergoeding van de kosten. Het financieel belang van GBLT in 2024 bedraagt € 5.610 wat gelijk staat aan een deelname van 1,26% op het begrotingstotaal van € 445.600. We onderkennen twee kleine risico's: •
dat de onderhandelingen van een nieuwe cao niet op tijd klaar zijn voordat de huidige cao afloopt. Als dat het geval is zal de huidige cao nog verder doorlopen;
•
dat de vereniging een cao sluit die ons niet past. We zijn als werkgever gebonden aan de besluiten die de vereniging als werkgeversvereniging neemt.
3.10 Bedrijfsvoering Wij verzorgen het hele lokale belastingproces voor onze deelnemende waterschappen en gemeenten. Dat doen we met aandacht voor de maatschappelijke vraagstukken. En met een zo hoog mogelijke service voor onze klanten. Wij maken ons sterk voor goede uitvoering van lokale belastingen: eenvoudig als het kan, persoonlijk als het nodig is. Dat doen we voor de klanten en de deelnemers van onze organisatie. De deelnemers participeren in het bestuur van onze organisatie en jaarlijks formuleren zij onze opdracht met een meerjarig kader en een begroting. We hebben onze doelen als volgt benoemd: •
de wendbaarheid van onze organisatie vergroten;
•
datakwaliteit aantoonbaar maken;
•
het vergroten van de klantdienstverlening;
•
het verbeteren van de informatiepositie en dienstverlening aan opdrachtgevers;
•
het toepassen van een sociaal gezicht in onze klantbenadering en in ons werkgeverschap;
•
het ontwikkelen van medewerkers in een lerende organisatie. 39
Als grote verwerker van informatie van en over burgers en bedrijven willen wij een positieve bijdrage leveren aan de veilige informatiehuishouding van de overheid en de daarmee verbonden maatschappelijke kosten. Dat is een zich steeds ontwikkelende context, waarin we als organisatie en als medewerkers meebewegen en meegroeien. Onze ontwikkelstrategie is: wij leveren goede producten en diensten aan belastingplichtigen en aan de opdrachtgevende waterschappen en gemeenten. Het voorkomen van fouten is daarbij de meest effectieve manier om die kwaliteit te leveren. Door faalkosten te vermijden, realiseren we volledige belastingopbrengsten en tegen lage kosten bovendien. Wij blijven werken vanuit de gedachte dat daling van maatschappelijke kosten het gevolg is van goede kwaliteit en dus ook in die volgorde wordt behartigd. Als de kwaliteit en de toegankelijkheid van de producten toeneemt, neemt bij de klanten het vertrouwen toe en de inspanning af. Om de ontwikkelstrategie te realiseren onderkennen we vijf succesfactoren: •
vakbekwame medewerkers;
•
foutloze data;
•
klantgerichte processen;
•
betrouwbare systemen;
•
gelijkgestemde partners.
Het algemeen bestuur vergaderde in 2024 vijf keer en het dagelijks bestuur vergaderde zes keer. Hiermee is voldaan aan de eis uit de gemeenschappelijke regeling om minimaal vier maal per jaar een vergadering te organiseren.
3.11 EMU-saldo Het EMU-saldo geeft weer wat het saldo van de inkomsten en uitgaven in een bepaalde periode was. In onderstaande tabel is het EMU-saldo voor GBLT weergegeven.
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0 1 Exploitatiesaldo voor bestemming van reserves
2.281
2 Invloed Investeringen - bruto investeringsuitgaven
-564
+ verkoop materiële en immateriële vaste activa + afschrijvingen
403
3 Invloed voorzieningen + toevoegingen aan voorzieningen t.l.v. exploitatie - onttrekkingen aan voorzieningen t.b.v. exploitatie - onttrekkingen rechtstreeks uit voorziening
1.054 -966 -58
4 Invloed reserves + toevoegingen aan reserves t.l.v. exploitatie - onttrekkingen aan reserves t.b.v. exploitatie - onttrekkingen rechtstreeks uit reserves 5 Deelnemingen en aandelen - boekwinst + boekverlies E MU-sa ld o
2 .1 5 0
40
3.12 Wet Normering Topinkomens De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) stelt regels aan de openbaarheid en aan de hoogte van deze inkomens. Voor GBLT worden de leden van het algemeen en dagelijks bestuur en de directeur als topfunctionarissen beschouwd, zodat de openbaarheid daarop van toepassing is. De verplichte rapportage in het kader van de WNT is opgenomen in de Jaarrekening.
3.13 Wet open overheid Volgens de Wet open overheid (Woo) dient GBLT informatie van de Woo-categorieën die voor GBLT van belang zijn verplicht en actief openbaar te maken en te publiceren op de website van GBLT. Door middel van registratie van de internetlocaties bij het Register van Overheidsorganisaties (ROO), wordt de informatie die GBLT zelf actief publiceert voor iedereen vindbaar gemaakt via de Woo-index. In 2024 zijn zes Woo-verzoeken ontvangen. Deze verzoeken gingen over: •
doelgerichtheid watersysteemheffing;
•
openbaarheid vergadering;
•
zuiveringsheffing;
•
watersysteemheffing;
•
controle hondenbelasting;
•
belastingdeurwaarders.
De Woo-verzoeken en de beslissingen op de Woo-verzoeken zijn gepubliceerd op de website van GBLT.
41
Deel II Jaarrekening
42
4.
Jaarrekening
4.1 Balans De balans voor resultaatbestemming van GBLT per 31 december 2024 ziet in vergelijking met de balans per 31 december 2023 er als volgt uit.
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0
3 1 -1 2 -2 0 2 4 3 1 -1 2 -2 0 2 3
Activa
Va ste a ctiva Materiële vaste activa T ota a l va ste a ctiva
715 715
555 555
Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Kortlopende vorderingen Liquide middelen T ota a l vlotte nd e a ctiva
4.327 3.348 1 7 .6 7 6
3.396 2.863 4 6 .2 6 3
T ota a l a ctiva
8 .3 9 1
6 .8 1 8
Vlotte nd e a ctiva
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0
3 1 -1 2 -2 0 2 4 3 1 -1 2 -2 0 2 3
P a ssiva
Va ste p a ssiva Eigen vermogen Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat lopend boekjaar Voorzieningen Ambtsjubilea Uitkering voormalig personeel Proceskosten T ota a l va ste p a ssiva
2.281
2.257
192 182 2 .6 5 5
204 24 216 2 .7 0 1
Netto vlottende schulden met een looptijd korter dan een jaar Overlopende passiva T ota a l vlotte nd e p a ssiva
5.214 522 5 .7 3 6
3.521 596 4 .1 1 7
T ota a l p a ssiva
8 .3 9 1
6 .8 1 8
Vlotte nd e p a ssiva
Waarderingsgrondslagen De jaarrekening is in overeenstemming met de Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen en hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winst wordt genomen zodra deze is gerealiseerd, een verlies wordt verwerkt zodra dit bekend is.
43
Activa en passiva Voor zover niet anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Voor de investeringen gelden de maximale afschrijvingstermijnen zoals opgenomen in de Verordening financieel beheer, zie onderstaande tabel. Activa
Ma xima le te rmij n in j a re n
Gebouwen en verbouwingskosten
10
Inventaris
10
Hardware
5
Infrastructuur
5
Laptops en mobiele telefoons
3
Aanschaf- en implementatiekosten Belastingsysteem
5
Software, licenties en dergelijke
5
Dienstauto's
6
Onderzoek en ontwikkeling
5
Overige immateriële vaste activa tenzij gemotiveerd wordt
4 tot 5
dat een andere periode passender is.
De afschrijving vindt lineair plaats. Ook hanteert GBLT het uitgangspunt dat pas na ingebruikname van de investering, de exploitatie wordt belast voor rente en afschrijving. De materiële vaste activa wordt gewaardeerd tegen historische kostprijs onder aftrek van afschrijvingen, gebaseerd op de verwachte economische levensduur en duurzame waardeverminderingen. De uitzettingen met een kortere looptijd dan een jaar, de overige kortlopende vorderingen en de overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De liquide middelen betreffen direct opeisbare tegoeden. Voorzieningen De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, behalve de voorziening Arbeidsgerelateerde verplichting. Deze voorziening is opgenomen tegen de contante waarde. De gebruikte disconteringsvoet is 2%.
44
Toelichting op de activa Materiële vaste activa In de Staat van vaste activa (bijlage A) is een nadere specificatie opgenomen van de materiële vaste activa, zoals bedrijfsgebouwen en software. Het verloop van de materiële vaste activa in 2024 is in de volgende tabel weergegeven.
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0
Be d rij fsge b ouwe n
Ve rvoe rmid d e le n
Softwa re
Ove rige ma te rië le
T ota a l
va ste a ctiva Sta nd p e r 3 1 d e ce mb e r 2 0 2 3 Historische aanschafwaarde
1.341
14
896
746
2.997
Cumulatieve afschrijvingen
-1.225
-14
-501
-702
-2.442
-
-
-
-
-
116
-
395
44
555
Investeringen
84
-
-
479
563
Afschrijvingen
-117
-
-149
-137
-403
Bijdragen van derden
-
-
-
-
-
Desinvesteringen Aanschafwaarde
-
-
-
-143
-143
Desinvestering Afschrijvingen
-
-
-
143
143
-3 3
-
-1 4 9
342
160
Historische aanschafwaarde
1.425
14
896
1.082
3.417
Cumulatieve afschrijvingen
-1.342
-14
-650
-696
-2.702
-
-
-
-
-
83
-
246
386
715
Cumulatieve bijdragen van derden Boe kwa a rd e Muta tie s 2 0 2 4
Sa ld o muta tie s 2 0 2 4 Sta nd p e r 3 1 d e ce mb e r 2 0 2 4
Cumulatieve bijdragen van derden Boe kwa a rd e
Investeringen Onder de categorie 'bedrijfsgebouwen' verantwoorden wij de investeringen in ons kantoorpand. Dit zijn investeringen in de kantoorruimte die we gedurende de huurperiode afschrijven. GBLT is geen juridisch eigenaar van het kantoorpand. Het beschikbaar stellen van de investeringskredieten geschiedt door het bestuur op basis van de investeringsvoorstellen zoals deze zijn meegenomen in de (gewijzigde) begroting 2024. De investeringskredieten zijn niet meerjarig en worden niet doorgeschoven naar een volgend jaar. Onderstaand de realisatie van de investeringskredieten in 2024 ten opzichte van de gewijzigde begroting.
Be d ra ge n in € x 1 .0 0 0
G e wij zigd e
R e a lisa tie
R e a lisa tie -
b e groting
2024
gra a d
2024 Verbouwing pand
250
85
34%
Inventaris Mobiele telefonie + tablets
140 182
0 198
0% 109%
Laptops
278
281
101%
T ota a l
850
564
66%
45
Vlottende activa In onderstaande tabel zijn de vlottende activa inzichtelijk gemaakt. Bed ra gen x € 1 .0 0 0
3 1 -1 2 -2 0 2 4 3 1 -1 2 -2 0 2 3
Uitze ttinge n me t e e n loop tij d korte r d a n é é n j a a r Uitzettingen schatkistbankieren
4.327
3.396
2.574
2.281
Kortlop e nd e vord e ringe n Openstaande invorderingsdebiteuren Debiteuren
93
-
Vooruitbetaalde bedragen
404
384
Overige vorderingen
277
198
Liq uid e mid d e le n
1
4
7 .6 7 6
6 .2 6 3
T ota a l
Uitzettingen met een looptijd korter dan 1 jaar Sinds eind 2013 zijn alle decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen, verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Tegelijkertijd met de wet is de ministeriële regeling Schatkistbankieren decentrale overheden ingegaan. Onderdeel van die regeling is de rekeningcourantovereenkomst die iedere decentrale overheid heeft met de Staat der Nederlanden. De regeling bevat ook de verplichting voor decentrale overheden om een bankrekening aan te houden die gekoppeld kan worden aan de schatkist. De uitzettingen van € 4,3 miljoen bestaan voor een bedrag van € 1,6 miljoen uit ontvangsten die nog doorgestort moeten worden aan de deelnemers. Dit bedrag is dan ook niet ter vrije beschikking van GBLT. Niet alle overtollige middelen behoeven in de schatkist te worden gestort. Hiervoor geldt een drempel. Het drempelbedrag is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat gemiddeld buiten de schatkist mag worden gehouden. In onderstaande tabel is het drempelbedrag voor schatkistbankieren per kwartaal weergegeven, alsmede de ruimte onder het drempelbedrag. Be re ke ning b e nutting d re mp e lb e d ra g scha tkistb a nkie re n (b e d ra ge n x € 1 0 0 0 ) Ve rsla gj a a r 2 0 2 4 Dre mp e lb e d ra g
1 .0 0 0
1 .0 0 0
1 .0 0 0
1 .0 0 0
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
8
8
7
5
Ruimte onder het drempelbedrag
992
992
993
995
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
Kwa rta a lcij fe r op d a gb a sis b uite n ' s R ij ks scha tkist a a nge houd e n mid d e le n
Kortlopende vorderingen De kortlopende vorderingen betreffen onder andere de nog te realiseren invorderopbrengsten van € 2,6 miljoen. Alle kortlopende vorderingen zijn op balansdatum direct opeisbaar. In de volgende tabel zijn de openstaande invorderingsdebiteuren per 31 december 2024 opgenomen. 46
Bed ra gen x € 1 .0 0 0
3 1 -1 2 -2 0 2 4 3 1 -1 2 -2 0 2 3
Openstaande invorderingsdebiteuren
4.037
3.644
Af: voorziening dubieuze invorderingsdebiteuren
-1.463
-1.363
T ota a l
2 .5 7 4
2 .2 8 1
Van de openstaande vorderingen is per ultimo 2024 op basis van ervaringscijfers en de fase waarin de vordering zich bevindt, berekend welke deel vermoedelijk oninbaar zal worden geleden. We verwachten van het openstaande bedrag 64% te innen (€ 2,6 miljoen).
Bed ra gen in € x 1 .0 0 0
1 -1 -2 0 2 4
Muta tie s
3 1 -1 2 -2 0 2 4
2024 Voorzie ning d ub ie uze invord e ringsd e b ite ure n Saldo aan het begin van het begrotingsjaar
1 .3 6 3
vermeerderingen a.g.v. rentetoevoegingen overige interne vermeerderingen
833
interne verminderingen
-733
externe verminderingen
-
Saldo aan het einde van het begrotingsjaar
1 .4 6 3
De oninbaar geleden vorderingen van belastingjaar 2024 (€ 74.000) zijn gecorrigeerd op de invorderingsopbrengsten van 2024. Alle oudere posten zijn ten laste van de voorziening Dubieuze invorderingsdebiteuren gebracht (€ 733.000). Om de voorziening op het berekende niveau van € 1,5 miljoen te brengen, is € 833.000 aan de voorziening toegevoegd. De voorziening is bepaald op basis van wat we nog verwachten af te voeren en oninbaar te verklaren van de openstaande posten betreffende de aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen. Hiervoor is zowel voor het huidige als de oude jaren het gemiddelde percentage bepaald met behulp van historische cijfers. Voorheen gingen we voor openstaande posten uit oude jaren uit van 50% oninbaar. Deze aanscherping in de methodiek maakt de inschatting van de voorziening bij een gelijkblijvend proces accurater. Liquide middelen Dit betreffen de saldi op de bankrekeningen. Deze zijn ter vrije beschikking van GBLT.
47
Toelichting op de passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen op de balans bestaat uit het nog te bestemmen resultaat. In onderstaand overzicht is het verloop van het te bestemmen resultaat weergegeven.
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0
Be d ra g
Sta nd p e r 3 1 d e ce mb e r 2 0 2 3 Saldo eigen vermogen (nog te bestemmen resultaat) aan het eind van het vorige begrotingsjaar
2.257
Muta tie s 2 0 2 4 Interne vermeerderingen
-
Uitbetaald resultaat
-2.257
Voorstel voor de toevoeging/onttrekking via de resultaatbestemming
-
Sta nd p e r 3 1 d e ce mb e r 2 0 2 4 Saldo eigen vermogen (nog te bestemmen resultaat) aan het einde van het begrotingsjaar
2.281
Voorzieningen
Ambtsjubilea In de jaarrekening is door GBLT een voorziening Arbeidsgerelateerde verplichting voor toekomstige ambtsjubilea getroffen. Deze voorziening is bedoeld om aan alle uitkeringsverplichtingen voor jubilea te kunnen voldoen. Deze verplichtingen vloeien voort uit opgebouwde rechten uit hoofde van de geldende arbeidsvoorwaarden van werknemers van GBLT. De voorziening geldt voor de huidige werknemers en bij de berekening is rekening gehouden met de 'blijfkans'.
Bed ra gen in € x 1 .0 0 0
1 -1 -2 0 2 4
Muta tie s
3 1 -1 2 -2 0 2 4
2024 Voorzie ning a rb e id sge re la te e rd e ve rp lichting Saldo aan het begin van het begrotingsjaar
204
vermeerderingen a.g.v. rentetoevoegingen
-
overige interne vermeerderingen
39
interne verminderingen
-
externe verminderingen
-51
Saldo aan het einde van het begrotingsjaar
192
48
Uitkeringen voormalig personeel In 2024 hebben we uit de voorziening Uitkering voormalig personeel € 7.000 onttrokken om de uitkering aan voormalig personeel te dekken. Eind 2024 hebben we de voorziening laten vrijvallen voor een bedrag van € 17.000, omdat de uitkering aan voormalig personeel is gestopt.
Bed ra gen in € x 1 .0 0 0
1 -1 -2 0 2 4
Muta tie s
3 1 -1 2 -2 0 2 4
2024 Voorzie ning uitke ring voorma lig p e rsone e l Saldo aan het begin van het begrotingsjaar
24
vermeerderingen a.g.v. rentetoevoegingen
-
overige interne vermeerderingen
-
interne verminderingen
-17
externe verminderingen
-7
Saldo aan het einde van het begrotingsjaar
-
Proceskosten GBLT heeft een voorziening getroffen voor proceskosten (zowel bezwaren als beroepen). Dit zijn mogelijke kosten voor juridische procedures die over de jaargrens heen lopen, zoals bezwaar- en beroepsprocedures. Deze procedures kennen hun oorsprong in 2024, maar leiden tot een mogelijke last in 2025. Op basis van een schattingsberekening wat deze procedures gaan kosten in het volgende verslagjaar, is in de exploitatie een last genomen van € 182.000.
Bed ra gen in € x 1 .0 0 0
1 -1 -2 0 2 4
Muta tie s
3 1 -1 2 -2 0 2 4
2024 Voorzie ning p roce skoste n Saldo aan het begin van het begrotingsjaar
216
vermeerderingen a.g.v. rentetoevoegingen
-
overige interne vermeerderingen
182
interne verminderingen
-216
externe verminderingen
-
Saldo aan het einde van het begrotingsjaar
182
49
Vlottende passiva Hier zijn onder meer de bedragen opgenomen van de nog te betalen bedragen aan leveranciers, sociale premies en nog te maken verrekeningen inzake belastingontvangsten. In onderstaande tabel treft u een overzicht van deze balanspost aan.
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0
3 1 -1 2 -2 0 2 4 3 1 -1 2 -2 0 2 3
Netto vlottende schulden met een looptijd korter dan een jaar Af te dragen btw
65
-
Schulden aan leveranciers
505
279
Schulden i.v.m. te betalen belastingen en sociale premies
1.084
810
Nog te verwerken belastinginkomsten
1.250
940
Nog uit te betalen belastinginkomsten
1.562
854
671
598
Tegoed personeelsvereniging
5
4
Nog te besteden thuiswerkbudget
72
36
5 .2 1 4
3 .5 2 1
500
593
Verloftegoeden personeel
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot uitbetaling komen Vooruit ontvangen bedragen T ota a l
22
3
522
596
5 .7 3 6
4 .1 1 7
De nog uit te betalen belastinginkomsten betreffen de ontvangsten van klanten in de laatste dagen van 2024. Deze moeten per 31 december 2024 nog uitbetaald worden aan onze deelnemers. Overlopende passiva De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die een volgend begrotingsjaar tot uitbetalingen komen, zijn als volgt gespecificeerd:
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0
3 1 -1 2 -2 0 2 4 3 1 -1 2 -2 0 2 3
Personele kosten Inhuur personeel
83 24
102 74
Druk- en bindwerk Onderhoud automatisering Porti- en vrachtkosten Bankkosten Accountantskosten
8 111 29 37 68
5 72 22 18 116
Uitbestede werkzaamheden Overige (facilitair, servicekosten e.d.) Diensten derden
114 2 24
145 2 37
tota a l
500
593
50
Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen GBLT is verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. De belangrijkste verplichtingen worden hieronder benoemd. Huurverplichting Met ingang van december 2014 is GBLT gevestigd aan het Lübeckplein te Zwolle. De huurovereenkomst van 10 jaar is per eind 2024 geëindigd. GBLT heeft een nieuwe huurovereenkomst met de gemeente Zwolle gesloten voor wederom 10 jaar. Van deze 10-jarige huurverplichting is in 2025 € 716.000 verschuldigd. Jaarlijks vindt indexering van de huur plaats. De huurverplichting bevat een zuivere verplichting (huurlasten) en een niet-zuivere verplichting (facilitaire dienstverlening en servicekosten). De zuivere huurverplichting voor 2025 bedraagt € 395.000. Voor de gehele looptijd van het huurcontract bedraagt de zuivere huurverplichting afgerond € 4 miljoen. Verplichtingen software en uitbestede diensten GBLT heeft meerjarige financiële verplichtingen voor software met betrekking tot de belasting- en waarderingsapplicatie en het zaaksysteem. Ook hebben we meerjarige financiële verplichtingen wat betreft diensten die we uitbesteden voor drukwerk, postverzending en salarisverwerking én financiële verplichtingen met betrekking tot deurwaardersdiensten.